(B)1908 28 februari 2019 Beslissing over het door Interconnector (UK) Limited ingediende voorstel van wijzigingen aan de Toegangsovereenkomst met IUK, het Toegangsreglement van IUK en het Toegangsprogramma. genomen met toepassing van de artikelen 15/5undecies, §3 en 15/14, § 2, tweede lid, 6°bis, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 2. 3. 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 2.1. Europeesrechtelijk ................................................................................................................... 5 2.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 7 2.3. Toetsingscriteria ...................................................................................................................... 8 2.4. Raadpleging betrokken aardgasondernemingen .................................................................. 10 2.5. Inwerkingtreding van het transportcontract......................................................................... 10 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 11 3.1. Algemeen............................................................................................................................... 11 3.2. Marktconsultatie ................................................................................................................... 12 BEOORDELING ............................................................................................................................... 14 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 14 4.2. Onderzoek van de toegangsovereenkomst – IAA ................................................................. 14 4.2.1. De corpus ....................................................................................................................... 14 4.2.2. Bijlage A: Algemene voorwaarden ................................................................................ 14 4.2.3. Bijlage B: Definities en interpretatie ............................................................................. 18 4.3. Onderzoek van het Toegangsreglement – IAC ...................................................................... 19 4.3.1. - Deel A: Inleiding .......................................................................................................... 19 4.3.2. - Deel B: Vervoersdiensten ............................................................................................ 19 4.3.3. - Deel C: Nominaties en matchingprocedures............................................................... 21 4.3.4. - Deel D: Allocatie van gas ............................................................................................. 22 4.3.5. - Deel E: Balancering en verhandelingskennisgeving .................................................... 22 4.3.6. - Deel F: Vergoeding ...................................................................................................... 23 4.3.7. - Deel G: Meting............................................................................................................. 23 4.3.8. - Deel H: Kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden ........................................ 23 4.3.9. - Deel I: Onderbreking, beperkingen en onderhoud ..................................................... 23 4.3.10. - Deel J: Informatiesysteem van IUK.............................................................................. 24 4.4. Onderzoek van de samenvatting van de toegangsovereenkomst, genaamd de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door IUK tussen GB en België...................................................... 24 5. Beslissing ....................................................................................................................................... 25 BIJLAGE I ................................................................................................................................................ 26 BIJLAGE II ............................................................................................................................................... 27 BIJLAGE III .............................................................................................................................................. 28 Niet-vertrouwelijk 2/28 1. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 15/5undecies, § 3, en 15/14, § 2, tweede lid, 6°bis, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen het door Interconnector (UK) Limited ingediende voorstel van gewijzigde Toegangsovereenkomst met IUK, Toegangsreglement van IUK en het Toegangsprogramma. De aanvraag werd door Interconnector (UK) Limited per brief van 17 december 2018 bij de CREG ingediend en omvat de volgende documenten: - Rapport over de laatste update van de IUK Toegangsvoorwaarden; De Toegangsovereenkomst met IUK (voor goedkeuring); Het Toegangsreglement van IUK (voor goedkeuring); Het Toegangsprogramma dat een samenvatting is van de Toegangsovereenkomst met IUK (enkel ter informatie). Naast het lexicon bestaat deze beslissing uit vijf delen, meer bepaald de huidige inleiding, het wettelijk kader, de antecedenten, de beoordeling van de ingediende documenten en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 28 februari 2019. Niet-vertrouwelijk 3/28 LEXICON ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Ofgem’: de Britse nationale regulerende autoriteit (Office of Gas and Electricity Markets). ‘IUK’: de vennootschap naar Engels recht Interconnector (UK) Limited die werd gecertificeerd door de CREG op 11 juli 2013; ‘Gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘Gedragscode’: Koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas. ‘Richtlijn 2009/73’: van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG 'Verordening 715/2009': van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005. ‘CMP’: Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten. ‘NC BAL’: Verordening (EU) 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten. ‘NC INT’: Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode interoperabiliteit en gegevensuitwisseling. ‘NC CAM’: Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013. ‘NC TAR’: Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. ‘IAA’: De Toegangsovereenkomst met IUK. ‘IAC’: Het Toegangsreglement met IUK. ‘SUA’: De Systeemgebruikersovereenkomst. ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder ‘ISIS’: Interconnector Shippers Information System ‘STA’: Standaard Transport Overeenkomst ‘Toegangsprogramma’: samenvatting van de Toegangsovereenkomst met IUK Niet-vertrouwelijk 4/28 2. WETTELIJK KADER 2.1. EUROPEESRECHTELIJK 1. Artikel 2, lid 4, van Richtlijn 2009/73 definieert ‘transmissiesysteembeheerder’ als volgt: “natuurlijke persoon of rechtspersoon die de transmissiefunctie verricht en in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en zo nodig de ontwikkeling van het transmissiesysteem alsook, indien van toepassing, de interconnecties ervan met andere systemen, en die ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van gas.” 2. Artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2009/73 stelt: “Iedere lidstaat wijst één enkele nationale regulerende instantie op nationaal niveau aan.” In België is dit de CREG, terwijl dit in Groot-Brittannië Ofgem is. 3. Artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2009/73 stelt: “Voordat een bedrijf wordt goedgekeurd en als transmissiesysteembeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd volgens de procedures van de leden 4 tot en met 6 van dit artikel, en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009”. 4. Bij beslissing van 13 juli 20131 heeft de CREG met toepassing van artikel 10.1 van de gasrichtlijn 2009/73/EG en met toepassing van artikel 15/14, § 2, 26°, van de gaswet IUK gecertificeerd onder voorwaarden, te vervullen door IUK op 3 maart 2015 ten laatste. Bij beslissing van 9 oktober 20152 heeft de CREG met toepassing van de artikelen 8, §4ter en 15/14, § 2, 26°, van de gaswet naar aanleiding van het heropenen van een certificeringsprocedure tegenover IUK, een positieve beslissing getroffen met betrekking tot de procedure van certificering. 5. Artikel 41.6, van Richtlijn 2009/73 stelt: “De regulerende instanties zijn bevoegd om ten minste de methodes voor het berekenen of tot stand komen van de volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim vóór hun inwerkingtreding goed te keuren:
- c)de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 6. Artikel 41.9, van de Richtlijn 2009/73 vervolgt: “De regulerende instanties monitoren het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer. Hiertoe leggen de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures.” 7. Conform de artikelen 42.1, en 42.2,
- a)en c), van Richtlijn 2009/73 dienen de regulerende instanties van de betrokken lidstaten samen te werken in verband met grensoverschrijdende kwesties. 8. De Verordening 715/2009 beoogt nadere niet-discriminerende regels vast te stellen betreffende de toegangsvoorwaarden voor aardgastransmissiesystemen teneinde een goede werking van de interne markt voor gas te waarborgen en te voorzien in mechanismen om de regels inzake netwerktoegang voor grensoverschrijdende uitwisseling van gas te harmoniseren. Dit omvat onder 1 Eindbeslissing (B)130711-CDC-1236 over “de aanvraag tot certificering van Interconnector (UK) Limited” Eindbeslissing (B) 151009-CDC-1429 over “het openen van een certificeringsprocedure ten aanzien van Interconnector (UK) Limited” 2 Niet-vertrouwelijk 5/28 meer de vaststelling van geharmoniseerde beginselen inzake de instelling van derde toegangsdiensten, de vaststelling van geharmoniseerde beginselen inzake capaciteitsallocatie en congestiebeheer, de bepaling van transparantievereisten, balanceringsregels, alsmede de bevordering van capaciteitsverhandeling3. Overeenkomstig artikel 12 lid 2 van de Verordening 715/2009 bevorderen de TSO’s het treffen van operationele regelingen om een optimaal beheer van het netwerk te garanderen en bevorderen tevens de ontwikkeling van energiebeurzen, de gecoördineerde toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit via non-discriminerende marktgeoriënteerde oplossingen met voldoende aandacht voor de specifieke verdiensten van impliciete veilingen voor korte termijn toewijzingen en de integratie van balanceringsmechanismen. 9. In het bijzonder bepaalt artikel 14 van de Verordening 715/2009 inzake derde toegangsdiensten dat TSO’s :
- a)“waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
- b)zowel vaste als afschakelbare derde toegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- c)netgebruikers zowel lange- als korte termijndiensten aanbieden; Wanneer in verband met punt
- c)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode.” 10. Inzake kredietgaranties bepaalt artikel 14.3 van de Verordening 715/2009 dat: “Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn.” 11. Verder worden in de artikelen 16, 18 en 20, van de Verordening 2009/715 algemene beginselen uiteengezet inzake respectievelijk mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures bij congestiebeheer bij TSO’s, de transparantievereisten voor TSO’s en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 12. Deze beginselen, voortvloeiende uit voornoemde verordening en welke een rechtstreekse toepassing genieten, hebben voorrang op de bepalingen van de nationale wetgeving voor zover deze bepalingen van de nationale wetgeving hiermee strijdig zouden zijn. 13. De regulerende instanties zorgen er ook voor dat de richtsnoeren van bijlage 1, van de Verordening 715/2009 in acht worden genomen. Deze richtsnoeren betreffende CMP werden gewijzigd bij Besluit van 30 april 2015 en traden in werking op 20 mei 2015. 14. Tot slot, vloeit uit het derde energiepakket ook voort dat, om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen TSO's, het vereist is om netwerkcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 15. In dit kader zijn volgende netwerkcodes reeds van kracht geworden:
- a)NC BAL, trad in werking op 1 oktober 2015. In overweging 8 staat vermeld: "Deze verordening wordt ten uitvoer gelegd met inachtneming van de specifieke aard van interconnectoren." 3 Zie toepassingsgebied in art. 1 van Verordening 715/2009 Niet-vertrouwelijk 6/28
- b)De CMP regels traden in werking op 20 mei 2015.
- c)De NC INT trad in werking op 21 mei 2015.
- d)NC CAM trad in werking op 6 april 2017. 16. Met toepassing van artikel 2.5, NC CAM kunnen nationale regulerende instanties besluiten om de artikelen 8 tot en met 37 niet toe te passen wanneer impliciete capaciteitstoewijzingsmethoden worden gebruikt. In overeenstemming met artikel 3.6, NC CAM houdt de impliciete capaciteitstoewijzingsmethode een toewijzingsmethode in waarbij, eventueel door een veiling, gelijktijdig transmissiecapaciteit als een dienovereenkomstige hoeveelheid gas wordt toegewezen. 17. NC BAL, NC INT en NC CAM zijn aangenomen onder de vorm van een verordening en vinden bijgevolg rechtstreekse toepassing waardoor zij voorrang genieten op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties, voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. Hetzelfde geldt voor CMP als bijlage aan de Verordening 715/2009. De toekenning van capaciteit op de interconnector is noch met toepassing van artikel 22, van de Richtlijn 2009/73, noch met toepassing van artikel 36, van de Richtlijn 2003/55 ontheven en dus vinden voormelde NCs integraal toepassing. 2.2. BELGISCH RECHT 18. Bij wet van 25 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake energie4 werd in artikel 1, van de gaswet 60°bis ingevoegd, luidende: "beheerder van een interconnector": een natuurlijke of rechtspersoon die het beheer van een interconnector verzorgt en aangewezen is overeenkomstig artikel 8/1bis." 19. In diezelfde wet wordt in artikel 15/5undecies een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt: " § 3. De beheerder van een interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren: 1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie; 2° op de beheerder van een interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de interconnector; 3° alle netgebruikers hebben toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract; 4° de voorwaarden voor toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten. 4 Gepubliceerd in het B.S. op 29 december 2016 Niet-vertrouwelijk 7/28 Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring. De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de voorwaarden van het transportcontract wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op nietdiscriminerende wijze worden toegepast. Iedere wijziging van het transportcontract, op initiatief van de beheerder van een interconnector of op vraag van de commissie, kan pas in werking treden na raadpleging van de markt en mits goedkeuring door de commissie." 20. In artikel 15/14, § 2, 2e lid, van de gaswet wordt een 6°bis ingevoegd dat bepaalt dat de CREG het transportcontract moet goedkeuren. De CREG beschikt bijgevolg over de bevoegdheid om de voorwaarden voor toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer goed te keuren. 21. Volledigheidshalve kan ook vermeld worden dat artikel 25 van de gaswet werd aangepast en de woorden “de Interconnector - noch op" zijn opgeheven. 22. Hoofdstuk 3 van de wet van 25 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake energie is in werking getreden de 10de dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 9 januari 2017. Onderhavige beslissing zal dan ook rekening houden met deze nieuwe bepalingen van de gaswet. 2.3. TOETSINGSCRITERIA 23. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang5. Een akte is niet strijdig met enige rechtsregel indien zij overeenstemt met de Europese en nationale wetgeving. Zodoende is de CREG via haar goedkeuringsbevoegdheid belast toe te zien dat het transportcontract dat bestaat uit een toegangscontract (IAA), een toegangsreglement (IAC) en een toegangsprogramma in overeenstemming zijn met de wetgeving, in de eerste plaats met de (hogere) sectorspecifieke wetgeving, en ervoor te zorgen dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke IAA-bevrachter zijn recht van toegang tot het vervoersnet effectief gegarandeerd wordt. 24. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of de IAA, de IAC en het Toegangsprogramma de toegang tot de interconnector niet belemmeren (en zodoende artikel 15/7 van de gaswet respecteren) en de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de interconnector en de aangrenzende vervoersnetten niet in gevaar brengen (en zodoende naar analogie in overeenstemming zijn met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk 5 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr. 58. Niet-vertrouwelijk 8/28 de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze). 25. De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt en derhalve van openbare orde. Het recht van toegang tot de vervoersnetten, is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt6. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou kunnen komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een nietdiscriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Daarbij komt dat het beheer van de interconnector Zeebrugge-Bacton wordt verzekerd door IUK, gecertificeerd overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van de Richtlijn 2009/73. Het recht van toegang tot de interconnector is dan ook een basisprincipe en een principieel recht dat niet beperkend mag worden geïnterpreteerd opdat grensoverschrijdende uitwisseling van gas mogelijk wordt. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7 van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien: 1° het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren, 2° de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoersonderneming zou verhinderen en 3° de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in artikel 15/7, §3, van de gaswet vastgelegde procedure. Bovendien moet de weigering met redenen omkleed zijn. 26. De CREG meent dan ook dat niet kan worden toegelaten dat IUK op enige wijze het recht van toegang tot de interconnector zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele voorwaarden, wat eveneens strijdig zou zijn met het algemeen belang. 27. Het principe van niet-discriminatie vloeit rechtstreeks voort uit artikel 16.3, van de verordening 715/2009, zeggende dat: “TSOs implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante procedures voor congestiebeheer die de grensoverschrijdende uitwisseling van gas op nietdiscriminerende basis bevorderen, waarbij de beginselen van non-discriminatie en vrije concurrentie worden gerespecteerd.” De diensten die IUK aanbiedt, moeten voldoen aan de beginselen van transparantie, objectiviteit, nietdiscriminatie en aan de behoeften van een goed functionerende interne markt. 6 Zie ook considerans 7 van de Richtlijn 2009/73 waarin ook uitdrukkelijk gesteld werd dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de Richtlijn 2009/73 waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Tot slot, kan ook verwezen worden naar de considerans 11 van de Verordening 715/2009 Niet-vertrouwelijk 9/28 2.4. RAADPLEGING BETROKKEN AARDGASONDERNEMINGEN 28. IUK heeft over de wijzigingen van het toegangscontract (IAA, IAC en het Toegangsprogramma) een marktconsultatie gehouden van 4 oktober 2018 tot 8 november 2018. 29. Zes marktpartijen hebben hun opmerkingen gegeven en vragen gesteld die verband hielden met het toegangscontract dat aan consultatie werd onderworpen. Van 1 marktpartij is de reactie als vertrouwelijk te beschouwen. 30. Het Huishoudelijk Reglement van de CREG7 bepaalt in artikel 42 dat: “Het directiecomité kan tenslotte beslissen om geen raadpleging te organiseren of een niet-openbare raadpleging te organiseren: 1° onverminderd artikel 40, 2°, telkens wanneer reeds een raadpleging in een eerder stadium plaatsvond, op initiatief van het directiecomité of van een derde, en afhankelijk van de effectiviteit van deze raadpleging in het licht van de voorgenomen beslissing waarover het directiecomité oordeelt. In geval van een raadpleging door een derde zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt.” 31. De CREG is van oordeel dat rekening houdende met de marktconsultatie georganiseerd door IUK het niet meer nodig is om eerst een ontwerp van beslissing aan een bijkomende marktraadpleging te onderwerpen alvorens de CREG een eindbeslissing kan treffen. 2.5. INWERKINGTREDING VAN HET TRANSPORTCONTRACT 32. Het transportcontract van IUK treedt pas in werking nadat zowel de CREG als Ofgem hun goedkeuring hierover hebben verleend. 33. Met toepassing van artikel 18 van de Verordening 715/2009, publiceert IUK de datum van inwerkingtreding van het transportcontract samen met het door de CREG en Ofgem goedgekeurde transportcontract op haar website. 7 Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 12 januari 2017 Niet-vertrouwelijk 10/28 3. ANTECEDENTEN 3.1. ALGEMEEN 34. Bij beslissing van 9 oktober 2015 (B)151009-CDC 14658 heeft de CREG de IAA, de IAC en de SUA, ingediend door IUK bij de CREG per drager op 13 juli 2015 en op 14 en 21 augustus 2015, goedgekeurd met uitzondering van de ‘ratingtest’ vermeld in artikel 2 alsook artikel 2.11 van bijlage 2 van de IAA. De goedkeuring van de IAA is in werking getreden op 1 november 2015, datum waarop NC CAM in werking is getreden. 35. De CREG heeft IUK uitgenodigd om met toepassing van artikel 41.10 van de gasrichtlijn, en dit naar aanleiding van de eerstkomende aanpassing, wijziging en/of aanvulling van de IAA, de IAC en de SUA doch ten laatste drie maanden voor 1 oktober 2018 en na raadpleging, een aangepast voorstel in te dienen bij de CREG dat rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd in deel III en IV van haar beslissing 1465. 36. Op 1 februari 2017 heeft de CREG bij beslissing (B) 170201-CDC-16089 het door IUK ingediende voorstel van wijzigingen aan de IAC en de regels van de Profielherzieningsdienst 2017 en van de Vereenvoudigde Conversiedienst 2017 niet goedgekeurd. 37. Bij beslissing (B)1729 van 1 maart 201810 heeft de CREG het door IUK ingediende voorstel van wijzigingen aan de IAA, de IAC, de Systeemgebruikersovereenkomst en het Toegangsprogramma goedgekeurd. Aan IUK werd meegedeeld om rekening te houden met wat volgt: - dat de goedkeuring van de artikelen 7.4 tot 7.8 en 8.11 tot 8.15 van de IAA voorlopig is om redenen uiteengezet in de paragrafen 85, 87, 91, 93 en 186 van de beslissing 1729; De opmerkingen in de beslissing 1729 houden verband met kwaliteit van aardgas en de aansprakelijkheid. Hierop komt de CREG terug in paragrafen 79, 80 en 81 van onderhavige beslissing. - gevolg te geven aan de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 65, 87, 88, 155, 161 en 186 van de beslissing 1729; In paragraaf 65 van de beslissing 1729 aanvaardde de CREG de zogenaamde rechtzetting van een materiële fout niet. De CREG stelt vast dat IUK in haar definitieve versie IAA meegedeeld aan de CREG per email op 28 maart 2018 gevolg heeft gegeven aan deze opmerking. De opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 87, 88 van de beslissing 1729 houden verband met kwaliteit van aardgas en de aansprakelijkheid. Hierop komt de CREG terug in paragrafen 79, 80 en 81 van onderhavige beslissing. Met betrekking tot de opmerking geformuleerd in paragraaf 155 van de beslissing 1729 antwoordt IUK per brief van 27 maart 2018 (BIJLAGE II) dat voor capaciteit toegekend via veilingen, via IAM of via overboeking de bevestiging gebeurt via het IUK informaticasysteem. Voor capaciteit toegekend via het onderschrijvingsvenster zal de template de vorm aannemen van een ondertekende brief die in Bijlage B-3 van de IAC gevoegd is. 8 http://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1465NL.pdf https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1608NL.pdf 10 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1729NL.pdf 9 Niet-vertrouwelijk 11/28 - de materiële fouten vastgesteld in de paragrafen 90, 105, 106, 107, 110, 111 en 142 van de beslissing 1729 en deze te verbeteren voor de inwerkingtreding van de beslissing 1729. De CREG stelt vast dat in de versie IAA, meegedeeld door IUK per email op 28 maart 2018, deze materiële fouten zijn rechtgezet, met uitzondering van de opmerkingen in de paragrafen 110 en 111. De CREG stelt vast dat de materiële fout vastgesteld in paragraaf 110 van de beslissing 1729 in de huidige versie IAA, ingediend bij de CREG op 7 december 2018, een juiste referentie naar artikel 15.5(
- b)bevat. Hetzelfde geldt voor de opmerking verwoord in paragraaf 111 van de beslissing 1729. De versie IAA ingediend door IUK bij de CREG op 7 december 2018 verwijst terecht naar artikel 15.5, (
- a)(BIJLAGE II). - de vragen gesteld door de CREG in de paragrafen 86, 92, 155, 157 en 161 van de beslissing 1729 en deze te beantwoorden per brief voor de inwerkingtreding van de beslissing 1729; Per brief van 16 maart 2018 heeft IUK aan de CREG uitleg verschaft over wat moet worden verstaan onder artikel 8.1 (
- b)van de IAA, zijnde ‘enig bijzonder(
- e)of incidente(e)l(
- e)verlies of schade’. Hetzelfde geldt voor de opmerkingen in paragraaf 92 van de beslissing 1729 (BIJLAGE II). Voor de opmerkingen verwoord in de paragrafen 155, 157 en 161 verwijst de CREG naar het antwoord van IUK per brief van 27 maart 2018 (BIJLAGE II). 38. Verwijzend naar paragraaf 162 van de beslissing 1729 is IUK er ook toe gehouden gelijktijdig met de eerstkomende vraag tot goedkeuring van wijzigingen in de IAA en/of IAC en/of het document genaamd ‘de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door IUK tussen GB en België’, het Begeleidend document ingediend bij de CREG per mail van 21 februari 2018 in Bijlage B-3 van de IAC te integreren. Verwijzend naar paragraaf 163 van de beslissing 1729 dient IUK de impliciete toewijzingsmethode in overleg met de CREG en Ofgem te monitoren vanaf de eerste dag dat IUK hiervan toepassing maakt. IUK dient bijkomend aan de CREG de resultaten van de monitoring bij de CREG in te dienen ten laatste op de eerste dag van de maand die volgt na een toepassing van deze toewijzingsmethode gedurende een volledig gasjaar. Indien de dag van indiening van het resultaat van de monitoring een zaterdag of een zondag of een feestdag is waarop de banken van het Verenigd Koninkrijk dicht zijn, wordt de datum van neerlegging van het resultaat van de monitoring door IUK verlegd naar de eerste werkdag die hierop volgt. 39. Tot slot, met toepassing van artikel 2.5, van NC CAM heeft de CREG in haar beslissing 1729 ingestemd met de vraag van IUK dat op de impliciete toewijzingsmethode de artikelen 8 tot 10, 19 en 37 van NC CAM niet moeten worden toegepast. 3.2. MARKTCONSULTATIE 40. Van 4 oktober 2018 tot 8 november 2018 heeft IUK bij alle marktpartijen advies ingewonnen over de voorgestelde wijzigingen aan het toegangscontract (IAA, IAC en Toegangsprogramma). 41. De belangrijkste insteek voor deze consultatie is dat IUK de maximale hoeveelheid aan de markt aangeboden capaciteit via IAM wenst te verhogen van 50% naar 75% in beide stroomrichtingen (Bijlage B-3 van de IAC). 42. Andere belangrijke wijzigingen in de IAC zijn: - Deel B, Clausule 8.3: IUK heeft de capaciteitstoewijzingsperiode aangepast om opdrachten toe te staan voor kortere capaciteitsproducten; Niet-vertrouwelijk 12/28 - Bijlage B-3: Overdracht van de SUA versie 2 naar de IAC, en vervolgens verwijdering van verwijzingen in de IAC naar de SUA en de IAA-samenvatting. - Sectie J IUK-informatiesysteem: opname van de bepalingen en voorwaarden die eerder in de SUA waren opgenomen in een nieuw deel van de IAC; 43. Wat betreft de IAA zijn ter consultatie volgende belangrijke wijzigingen voorgesteld: - Clausule 3: update van de vereisten voor kredietondersteuning voor de bevrachters die niet voldoen aan de rating-vereisten, met name: o Het voorstel vraagt de bevrachters om kredietsteun te verlenen niet later dan 5 dagen na toewijzing van de allocatie of één werkdag vóór het gebruik van de capaciteit ; o Voorstel vraagt dat bevrachters gedurende de duur van hun capaciteitsboeking een kredietondersteuning verlenen van 2 maal de hoogste geraamde maandelijkse vergoedingen. - Clausule 6: aanpassing van capaciteitsvergoeding in geval van overmacht. Indien de overmacht langer dan 3 maanden duurt is geen capaciteitsvergoeding meer verschuldigd. 44. Verder wordt door IUK in de IAA meerdere vereenvoudigingen voorgesteld, waaronder de vervanging van 'IAA-bevrachters' door 'Bevrachters' en het verwijderen van verwijzingen naar het’ STA-contract’. 45. Ook inzake gaskwaliteit werd clausule 8 aangepast. Zo zijn de clausules die verband hielden met de initiële periode die gold tot 1 oktober 2018 verwijderd. Blijven overeind enkel de clausules die gelden vanaf 1 oktober 2018 (de vervolgperiode). 46. IUK raadpleegde over een versie nummer 6 van de IAA en IAC dat een gemarkeerde versie is met voorgestelde wijzigingen op grond van een versie nummer 5 van de IAA en IAC dat door de CREG laatst werd goedgekeurd bij beslissing (B)1729. De bepalingen en voorwaarden van versie 2 van de SUA zijn overgebracht naar de IAC, zoals door de CREG werd gevraagd in haar beslissing (B)1729. 47. In totaal hebben 6 bevrachters gereageerd waarvan één heeft gesteld dat haar reactie als vertrouwelijk beschouwd moet worden. 48. Een aantal opmerkingen hielden geen verband met de voorgestelde wijzigingen. Zo stelt Engie dat zij de arbitrageclausule waarbij in de IAA de plaats van arbitrage Londen wordt aangeduid, oneerlijk vindt. 49. In het kader van de Brexit zal de CREG bekijken welke impact dit kan hebben op bevrachters indien de arbitrageplaats in Londen behouden zou blijven. Temeer, dat het transportcontract, in het bijzonder de algemene voorwaarden opgenomen in de IAA beheerst worden door het Engels recht. 50. Geen opmerkingen werden door de bevrachters geformuleerd wat betreft de vereenvoudigingen en de actualisering van de in de IAA en IAC gebruikte terminologie. Evenmin, werd bezwaar geuit over de integratie van de SUA in de IAC, zoals door de CREG gevraagd bij beslissing (B)1729. 51. De overige opmerkingen van de bevrachters die verband houden met overmacht, kredietvoorwaarden en IAM worden besproken in deel 4 van huidige beslissing. Niet-vertrouwelijk 13/28 4. BEOORDELING 4.1. ALGEMEEN 52. Hierna wordt nagegaan of de nieuwe en/of gewijzigde bepalingen en voorwaarden uiteengezet in het toegangscontract (IAA, IAC en het Toegangsprogramma) die IUK haar medecontractanten oplegt redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met de wetgeving en het algemeen belang. 53. Het ontbreken van opmerkingen over de door IUK ingediende documenten, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 54. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van de door IUK ingediende documenten. 55. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van de documenten betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 4.2. ONDERZOEK VAN DE TOEGANGSOVEREENKOMST – IAA 56. De IAA bestaat uit drie delen, met name: de corpus, bijlage A “algemene voorwaarden” en bijlage B “definities en interpretatie”. 4.2.1. De corpus 57. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aangebracht in de Corpus versie 6 en keurt deze goed. 4.2.2. Bijlage A: Algemene voorwaarden Artikel 2: Facturering en betaling 58. Het nieuw artikel 2.9 biedt aan de bevrachters de mogelijkheid om een geschil dat verband houdt met een berekening van een bedrag van minstens 10.000 pond sterling of een equivalent bedrag in euro door een deskundige laten beslechten zoals voorzien in artikel 14 van de overeenkomst. 59. De CREG heeft op artikel 2.9 en met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen in artikel 2 geen opmerkingen. De CREG keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen in artikel 2, van de IAA, versie 6 goed. Artikel 3: Kredietvoorwaarden 60. Betreffende de wijzigingen in artikel 3 wordt in artikel 3.1 voorgesteld dat de bevrachter ten laatste 5 werkdagen na allocatie van de capaciteit of 1 werkdag voor het gebruik van de capaciteit of Niet-vertrouwelijk 14/28 op het uur en de datum bepaald in de kennisgeving door IUK naar aanleiding van de toepassing van artikel 3.5, zijn verplichting inzake de kredietcriteria moet hebben vervuld. 61. In artikel 3.2,
- c)wordt de begroting van ‘blootstelling’ nader beschreven. Deze is gelijk aan 2 maal de hoogst geraamde maandelijkse vergoedingen in de periode dat de bevrachter capaciteit aanhoudt. 62. De artikelen 3.8 tot en met 3.12 zijn nieuw. De CREG heeft geen opmerkingen 63. De CREG kan het antwoord dat IUK formuleert in het consultatierapport op de opmerkingen van bevrachters inzake de kredietvoorwaarden volgen. Het feit dat nu enkel rekening gehouden wordt met de 2 hoogst geraamde maandelijkse vergoedingen vereenvoudigt inderdaad de administratieve opvolging voor zowel IUK als voor de bevrachter. 64. Daarnaast op de opmerking van Gazprom op het IT-voorstel IUK inzake opvolging van de kredietcriteria stelt IUK dat zij hiervoor reeds een monitoring proces toepast voor iedere bevrachter. 65. De CREG heeft verder ook geen opmerkingen op de andere wijzigingen in artikel 3, versie 6 van de IAA, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen in artikel 3 goed. Artikel 4: Verklaringen en waarborgen 66. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aangebracht in artikel 4, versie 6 van de IAA, en keurt deze bijgevolg goed. Artikel 5: Omkoperij en corruptiepraktijken 67. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aangebracht in artikel 5, versie 6 van de IAA, en keurt deze bijgevolg goed. Artikel 6: Overmacht 68. In artikel 6.5, b), versie 6 van de IAA, stelt IUK voor dat wanneer de overmacht langer dan 3 maanden duurt de bevrachter geen capaciteitsvergoeding meer moet betalen tot dat de overmacht is verholpen. 69. Een bevrachter heeft als opmerking gemaakt dat de clausule overmacht wederkerig zou moeten worden toegepast. Na contactname met de betrokken bevrachter door IUK heeft de bevrachter gesteld dat de wijziging reeds een stap in de goede richting is. De CREG heeft geen verdere opmerkingen hierover. 70. Verder stelt een bevrachter dat er een onevenwicht bestaat tussen enerzijds de opschorting van IUK tot het leveren van de vervoersdiensten wegens overmacht en de verplichting van de bevrachter om voor deze opgeschorte vervoersdiensten verder te moeten blijven betalen. De CREG laat opmerken dat het verder blijven betalen van de vervoersdiensten beperkt is tot 95% van de capaciteitsvergoeding gedurende drie maanden. Na drie maanden is er geen capaciteitsvergoeding meer verschuldigd, terwijl dit voorheen nog 50% bedroeg gedurende 24 maanden. Met andere woorden, deze wijziging is een enorme stap in de goede richting en kan bijgevolg door de CREG goedgekeurd worden. 71. De CREG heeft verder ook geen opmerkingen op de andere wijzigingen in artikel 6, versie 6 van de IAA, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen in artikel 6 goed. Niet-vertrouwelijk 15/28 Artikel 7: Opschorting en beëindiging 72. Een bevrachter benadrukt dat het spijtig is dat IUK de clausules 7.1,
- b)en 7.1, c), versie 6 van de IAA, niet wederkerig heeft gemaakt en bijgevolg de bevrachter niet zoals IUK het toegangscontract kan beëindigen. 73. De CREG laat gelden dat de clausule 7.1 de situatie van opschorting en niet van beëindiging van de vervoersdiensten door IUK viseert en dit in welbepaalde gevallen zoals niet betaling van de facturen. De vraagt stelt zich bovendien welk voordeel een bevrachter kan bekomen bij het opschorten van het toegangscontract indien IUK haar verplichtingen niet zou nakomen. Vanwege IUK zijn immers geen onbetaalde facturen te verwachten. 74. De CREG heeft verder ook geen opmerkingen op de andere wijzigingen in artikel 7, versie 6 van de IAA, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen in artikel 7 goed. Artikel 8: Kwaliteit 75. Er wordt voorgesteld om het onderscheid tussen de initiële periode en de vervolgperiode weg te laten en enkel nog de clausules te weerhouden die van toepassing zijn op de vervolgperiode, zijnde vanaf 1 oktober 2018, om redenen dat de lange termijncontracten, afgesloten in oktober 1998 hun einddatum hebben bereikt. 76. Verwijzend naar haar beslissing (B)1729 werd voor de vervolgperiode tussen IUK en de CREG overeengekomen dat de aansprakelijkheid van IUK en/of de bevrachter ingevolge het niet naleven van de gaskwaliteit voorwerp zal uitmaken van een overleg met de aangrenzende TSO, meer bepaald Fluxys Belgium. De CREG verwijst ook nog naar paragraaf 98 e.v. van haar beslissing (B)151009-CDC-1465 van 15 oktober 200911, meer bepaald dat het waarborgen van de kwaliteit van het aardgas een exclusieve gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Fluxys Belgium en IUK. De CREG verwijst naar artikel 166 §1, 5°, van de gedragscode betreffende het afsluiten van interconnectie-overeenkomsten met beheerders van aangrenzende vervoersnetten. Verder verwijst de CREG ook naar haar beslissing van 10 mei 201212 die de basis vormt voor de goedkeuring door de CREG van het huidige marktgebaseerde vervoerssysteem van Fluxys Belgium, meer specifiek naar paragraaf 121, waarin gevraagd wordt aan Fluxys Belgium om onderhandelingen op te starten met de aangrenzende TSO’s teneinde met hen interconnectie-overeenkomsten af te sluiten die onder meer deze problematiek uitklaren. 77. De CREG stelt vast dat de artikelen 8.1 tot 7.8, hetgeen in feite 8.5 moet zijn, niet gewijzigd zijn. 78. De CREG herhaalt haar standpunt dat van zodra het aardgas de grens met Europa heeft overschreden en dit aardgas als ‘on spec’ door de desbetreffende TSO werd aanvaard, de bevrachter over de gaskwaliteit geen invloed meer heeft. Indien naar aanleiding van het transport van het aardgas doorheen het pijpleidingennet in Europa het aardgas besmet raakt en als ‘off spec’ wordt gekwalificeerd aan een grens tussen 2 lidstaten waardoor het aardgas geweigerd wordt met al dan niet schadeclaims tot gevolg, dan kan de bevrachter, die initieel ‘on spec’ aardgas in Europa heeft binnengebracht, hiervoor niet verantwoordelijk worden geacht. 11 Beslissing (B)151009-CDC-1465 over “het door Interconnector (UK) Limited ingediende voorstel van Toegangsovereenkomst met IUK, Toegangsreglement met IUK en Systeemgebruikersovereenkomst voor toegang tot de interconnector Zeebrugge - Bacton 12 Beslissing (B)100512-CDC-1155 over de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van de N.V. Fluxys Niet-vertrouwelijk 16/28 79. Voorgaande geldt des te meer nu op 29 maart 2019 de UK Europa zal verlaten en dus de CREG vanwege IUK wenst te vernemen welke afspraken zij met haar aangrenzende TSO, Fluxys Belgium zal maken in verband met gaskwaliteit. De CREG zal deze vraag eveneens uitdrukkelijk stellen aan Fluxys Belgium. 80. In afwachting van dit antwoord zal de CREG hierop eventueel terugkomen. 81. Alle andere voorgestelde wijzigingen in artikel 8, versie 6 van de IAA, keurt de CREG goed, met dien verstande dat de materiële fout van de nummering van artikel 7.8 rechtgezet wordt. Artikel 9: Aansprakelijkheid en risico 82. De CREG stelt vast dat een nieuw artikel 9.16, versie 6 van de IAA wordt toegevoegd. Met dit artikel stelt IUK dat het risico in aardgas door de bevrachter ter beschikking gesteld aan IUK van de bevrachter op IUK overgaat op het entrypunt en van IUK op de bevrachter overgaat op het exitpunt. 83. De CREG stelt dat deze toevoeging een stap in de goede richting is in het zoeken naar een oplossing voor de gaskwaliteit maar dat hiermee het probleem nog niet is opgelost aangezien de bevrachter geen enkele invloed kan uitoefenen op de gaskwaliteit dat van het ene transmissiesysteem/interconnector naar het andere transmissiesysteem/interconnector vervoerd wordt. 84. De CREG heeft verder ook geen opmerkingen op de andere wijzigingen in artikel 9, versie 6 van de IAA, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen in artikel 9 goed. Artikel 10: Vertrouwelijkheid en artikel 11 kennisgevingen 85. De in artikel 10 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Artikel 11 Kennisgevingen 86. De in artikel 11 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Artikel 12: Mededelingen en informatie-uitwisseling 87. De in artikel 12 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Artikel 13: Algemeen 88. De in artikel 13 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Artikel 14: Behandeling van vorderingen en geschillen 89. De in artikel 14 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 17/28 Artikel 15: Arbitrage 90. De plaats van arbitrage wordt exclusief in Londen gevestigd. De CREG heeft geen opmerkingen hierop aangezien de arbiters gehouden zijn de procedure te volgen die uiteengezet is in de arbitrageregels van de Internationale Kamer van Koophandel. Bijgevolg, de plaats van arbitrage heeft hierop geen invloed. 91. Wat wel een invloed kan hebben is het toepasselijk recht vastgesteld in artikel 16, versie 6 van de IAA. 92. De in artikel 15 voorgestelde wijzigingen, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Artikel 16: Toepasselijk recht en Afstand van immuniteit 93. In artikel 16.1 wordt verwezen naar de wetten van Engeland. Zoals eerder al gemeld in haar beslissing (B)1726 heeft de toepassing van het Engels recht al naar gelang de uitkomst van de Brexit een invloed. 94. Brexit kan voor gevolg hebben dat in het Engels recht afgeweken wordt van de Europese wetgeving die op het transportcontract dwingend van toepassing is zolang UK een lidstaat is van Europa. Dit is niet langer meer het geval na Brexit. Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar de definitie ‘gegevensbeschermingswetgeving’. 95. De wijzigingen voorgesteld in artikel 16, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. 96. De CREG behoudt zich het recht voor om op artikel 16.1, versie 6 van de IAA terug te komen en IUK te verzoeken om het toepasselijk recht nauwkeuriger te formuleren. Artikel 17: Sancties en gebruik van opbrengsten 97. 4.2.3. De wijzigingen voorgesteld in artikel 16, versie 6 van de IAA worden door de CREG goedgekeurd. Bijlage B: Definities en interpretatie 98. Bijlage B omvat de definitielijst. 99. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de definities die geschrapt worden. 100. De CREG nodigt IUK uit om bij elke wijziging van haar privacybeleid dit aan de CREG kenbaar te maken. 101. De CREG heeft verder geen opmerkingen en keurt bijgevolg de wijzigingen voorgesteld in de definitielijst, versie 6 van de IAA goed. Niet-vertrouwelijk 18/28 4.3. ONDERZOEK VAN HET TOEGANGSREGLEMENT – IAC 102. Het toegangsreglement is overeenkomstig artikel 15/5undecies, §3, voorlaatste lid, van de gaswet een onderdeel van het transportcontract. 4.3.1. - Deel A: Inleiding 103. De IAC stelt de regels vast van toepassing op Bevrachters welke Vervoersdiensten wensen aan te kopen en te gebruiken. 104. De inleiding van de IAC geeft een kort overzicht van de daaropvolgende delen B tot en met J. Zoals gesteld in paragraaf 44 tot 46 van deze beslissing wordt door IUK ook in de IAC meerdere vereenvoudigingen voorgesteld, waaronder de vervanging van 'IAA-bevrachters' door 'Bevrachters' en het verwijderen van verwijzingen naar het’ STA-contract’. Het deel J dat de overgangsbepalingen bevatte van de Initiële periode naar de Vervolgperiode werd verwijderd en vervangen door een nieuw deel J betreffende het IUK-informatiesysteem met daarin de opname van de bepalingen en voorwaarden die eerder in de SUA waren opgenomen. Als gevolg van wijzigingen in de delen B tot en met J (zie hierna) wordt ook deel A hier en daar gewijzigd. Deze wijzigingen vergen geen verdere commentaar en bijgevolg keurt de CREG deze wijzigingen in deel A, Inleiding goed. 4.3.2. - Deel B: Vervoersdiensten 105. Deel B van de IAC bevat de bepalingen van toepassing op de vervoersdiensten aangeboden door IUK. De IAC beschrijft achtereenvolgend de vervoersdiensten, de kenmerken van de capaciteit, de wijze van verkrijging en vrijgave van capaciteit, de wijze waarop de aanvraag voor vervoersdiensten moet worden ingediend, de alloactie en registratie van de capaciteit, afstand van capaciteit, capaciteitsoverdracht, capaciteitstoewijzing en capaciteitsconversie. 106. Onder punt 2.2 wordt een onderscheid gemaakt tussen Standaard Capaciteitsproduct dat wordt uitgebreid met een Zesmaandelijks product en Niet-Standaard Capaciteitsproduct. 107. Onder punt 5.1. wordt onder (
- d)verduidelijkt wat moet worden verstaan onder vermelde prijs en dit in functie van het van het gebruikte allocatiemechanisme zijnde een veiling, een boekingsproces overnominatie, impliciete allocatie en capaciteitstoewijzing. 108. Onder punt 8.3.(
- b)heeft IUK de capaciteitstoewijzingsperiode aangepast om het aanbod van capaciteitsproducten met korte looptijd mogelijk te maken en werd de Toewijzingsperiode van één maand naar één Gasdag gebracht. 109. De wijzigingen opgenomen in deel B van de IAC worden door de CREG goedgekeurd. Bijlage B-1: Capaciteitsveilingregels 110. In artikel 2.1 wordt PRISMA aangeduid als de operator van het gezamenlijke orderplatform. 111. Bijlage B-1 werd op een aantal punten aangepast om de leesbaarheid te verbeteren. De wijzigingen worden door de CREG goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 19/28 Bijlage B-2: LTUIOLI-Procedures 112. Bijlage B-2 werd met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd. Bijlage B-3: Regels voor Impliciete Allocatie 113. Bijlage B-3 omvat de regels voor impliciete allocatie en de algemene voorwaarden van het Platform voor Impliciete Allocatie (PIA). Deze bijlage omvat achtereenvolgend de bepalingen die gelden voor de aanstelling van het PIA, de bekendmaking van informatie over impliciete allocatie, de aanvragen, allocatie en prijsvorming, kennisgeving, de verhouding tussen de Bevrachter en het PIA, de toelaatbaarheid van Bevrachters, de aansprakelijkheid van IUK voor de activiteiten van het PIA, de betaling, algemeen en marktgedrag. 114. In uitvoering van wat door de CREG werd gevraagd in haar beslissing (B)1729 van 1 maart 201813 heeft IUK de bepalingen vervat in het Begeleidend document voor impliciete allocatie, tot op heden te raadplegen op de website van IUK, opgenomen in deze bijlage en bijgevolg de bijlage op een aantal punten aangepast: - de verwijzing naar het Begeleidend document in artikel 1.1, 2.1.1., 2.1.2. en 2.2.1 (
- c)wordt geschrapt; - artikel 2.2.1. en 2.4.2 wordt aangepast met op basis van regels die voorheen in het Begeleidend document waren opgenomen; - de algemene bepalingen artikel 4 worden vervolledigd. 115. De marktpartijen die deelnamen aan de door IUK georganiseerde openbare marktconsultatie, gehouden van 4 oktober 2018 tot 8 november 2018, hebben met betrekking tot de uitbreiding van het aanbod van Vaste capaciteit via het impliciete allocatiemechanisme (IAM )volgende opmerkingen en commentaar gegeven: - het ontwikkelen van nieuwe diensten die meer flexibiliteit bieden inzake capaciteitsproducten wordt als positief ervaren; - het aanbod van vervoersdiensten via het IAM als bijkomende mogelijkheid naast het expliciet aanbod via Prisma wordt door alle deelnemende marktpartijen gezien als een meerwaarde; - de uitbreiding van het aanbod van Vaste capaciteit via het IAM wordt door de meerderheid van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie positief onthaald. IUK kreeg voor dit voorstel zowel tijdens de door haar georganiseerde workshop als tijdens haar bilaterale overlegvergaderingen nadien steun van bijna alle marktpartijen; - één marktpartij Shell steunde het voorstel om het aanbod van de Technische capaciteit via het IAM te verhogen van 50% naar 75% niet. Volgens deze marktpartij is het nodig om vooraf de impact van het aanbod van capaciteit via het IAM te evalueren. Bijkomend stelt deze marktpartij vast dat IUK zich het recht voorbehoudt om tijdens kwartaal één en vier van het gasjaar 30 % van haar Technische capaciteit aan te bieden als onderbreekbaar en dit om redenen van mogelijke onderbreking van de elektrische voeding van haar compressoren in Zeebrugge (Demand Side Response event). De verhoging van het aanbod van 50% naar 75% van de Technische capaciteit via het IAM zou betekenen dat er tijdens de winterperiode (kwartaal één en vier) geen Vaste capaciteit meer kan worden aangeboden via het Prisma platform (GOP); 13 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1729NL.pdf Niet-vertrouwelijk 20/28 116. In haar beslissing 1729 heeft de CREG in paragraaf 149 gesteld dat met betrekking tot artikel 2 de CREG het noodzakelijk acht dat, niettegenstaande artikel 37, van de NC CAM niet moet worden toegepast, zij op voorhand kennis krijgt wie IUK als entiteit of entiteiten als Partner voor impliciete allocatie zal aanduiden, onder welke voorwaarden deze Partner zal worden aangeduid en welke de voorwaarden zijn die de Partner voor impliciete allocatie zal toepassen ten aanzien van de netgebruikers 117. Met haar mail van 27 maart 2018 heeft IUK aan de CREG, het contract afgesloten tussen haarzelf en de Partner voor impliciete allocatie en het contract dat de bevrachter afsluit met de Partner voor impliciete allocatie, alsook de algemene voorwaarden die van toepassing zijn (BIJLAGE III), meegedeeld. 118. Aldus heeft IUK gevolg gegeven aan de opmerkingen geformuleerd door de CREG in haar beslissing 1729. 119. De bepaling inzake betaling wordt verplaatst naar artikel 3 waardoor het vroegere artikel 2.6. komt te vervallen. 120. De algemene bepalingen in artikel 4 worden aangevuld met een aantal bijkomende bepalingen vervat in artikel 4.1 tot 4.3. De CREG stelt vast dat IUK zich in artikel 4.2. het recht voorbehoudt om voor elke Gasdag een cumulatief totaal van 75% van de Technische capaciteit aan te bieden en toe te kennen. De CREG wijst erop dat in het geval IUK Onderbreekbare capaciteit aanbiedt, het aanbod via Impliciete allocatie op die wijze moet worden aangepast zodat er te allen tijde 25% Vaste capaciteit kan worden aangeboden via het Prisma platform (GOP). IUK heeft dit bevestigd in het haar bij de aanvraag toegevoegde Report on the latest update to the IUK Access Terms van 17 December 2018 (zie punt 3.3 Summary of consultation responses and IUK response – Implicit Allocation Proposal). De CREG vraagt dat in artikel 4.2. het woord Technische capaciteit wordt vervangen door Vaste capaciteit. De CREG wijst er verder op dat IUK te allen tijde het aanbod van Vaste capaciteit dient te maximaliseren. 121. De CREG keurt de wijzigingen van deel B, Bijlage B-3 Regels voor impliciete allocatie goed mits aanpassing van artikel 4.2. zoals gevraagd in paragraaf 120 van deze beslissing. 122. De CREG herhaalt haar vraag om de toepassing van de impliciete toewijzingsmethode te monitoren en ten laatste voor 1 april 2019 het resultaat van deze monitoring aan de CREG over te maken (Artikel 15/14, §2, 5°, van de gaswet). Verder zal IUK de CREG tijdig informeren telkens het aandeel Vaste capaciteit (reeds gecontracteerd en nog beschikbaar) kleiner is dan de Technische capaciteit. 4.3.3. - Deel C: Nominaties en matchingprocedures 123. Dit deel van de IAC bevat bepalingen die de wijze regelen waarop een Bevrachter gebruik kan maken van zijn Entrycapaciteit door hoeveelheden aardgas te nomineren voor levering op een Entrypunt en van zijn Exitcapaciteit door hoeveelheden aardgas te nomineren voor herlevering op een Exitpunt. Niet-vertrouwelijk 21/28 124. Naast (her)nominatieregels bevat dit deel van de IAC tevens de regels betreffende nominatiematching en nominatiebevestiging. Het is de Bevrachter niet toegelaten om meer te nomineren dan zijn geregistreerde capaciteit tenzij hij een nominatie indient uit hoofde van het allocatiemechanisme bij overnominatie, een mechanisme waarmee IUK onderbreekbare capaciteit ter beschikking stelt als binnen-de-dag capaciteit. 125. In dit deel van de IAC worden tevens de regels van toepassing inzake terugkoop en gedwongen terugkoop vastgelegd. 126. Deel C werd, met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing, niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd. 4.3.4. - Deel D: Allocatie van gas 127. Dit deel van de IAC bevat de bepalingen die de wijze regelen waarop IUK aardgas, dat de Bevrachter heeft genomineerd voor levering of herlevering, toewijst. Voor het beheer van de sturingsverschillen heeft IUK met de aangrenzende TSO’s operationele balanceringsovereenkomsten afgesloten. Hierdoor zijn de toewijzingen op de entry- en exitpunten in principe gelijk aan de bevestigde nominatiehoeveelheden. In buitengewone omstandigheden waarbij het voor IUK niet mogelijk is om bovenstaande regeling toe te passen, worden de gashoeveelheden toegewezen pro rata de bevestigde nominatiehoeveelheden. 128. De wijze waarop IUK brandstof, voorraadverlies en compressor elektriciteit werd toegewezen aan initiële Bevrachters komt te vervallen wegens niet meer van toepassing. Vanaf 1 oktober 2018 zal IUK niet langer Brandstofvergoedingen en Elektriciteitsvergoedingen aanrekenen maar enkel Grondstofvergoedingen op het Entrypunt Bacton en Entrypunt Zeebrugge. Hierdoor wordt deel D op een aantal plaatsen gewijzigd en vereenvoudigd. 129. De wijzigingen aangebracht in deel D van de IAC zorgen voor meer duidelijkheid en worden bijgevolg door de CREG goedgekeurd. 4.3.5. - Deel E: Balancering en verhandelingskennisgeving 130. Dit deel van de IAC bevat de bepalingen van toepassing op het behoud van het evenwicht tussen levering en herlevering en de verhandeling van hoeveelheden aardgas tussen de Bevrachters onderling op de Interconnector pijpleiding. 131. De Bevrachter zal ervoor zorgen dat de som van de bevestigde nominatiehoeveelheden op de entrypunten en de verhandelde hoeveelheden voor aankoop gelijk zijn aan de som van de bevestigde nominatiehoeveelheden op de exitpunten en de verhandelde hoeveelheden voor verkoop, en dit voor elk uur van de gasdag. IUK kan een tolerantiedrempel instellen die het mogelijk maakt van bovenstaande regel af te wijken en zal de Bevrachters hierover informeren. Het dagelijks onevenwicht dat binnen deze tolerantiedrempel ligt wordt meegenomen naar de volgende dag. Het dagelijks onevenwicht dat buiten de tolerantiedrempel ligt (positief of negatief), wordt afgerekend in overeenstemming met de regels zoals bepaald in deel F van de IAC. 132. Dit deel bevat tot slot de regels van toepassing voor wat betreft de verhandeling van aardgas binnen de Interconnector pijpleiding. 133. Deel E werd, met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing, niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 22/28 4.3.6. - Deel F: Vergoeding 134. Dit deel van de IAC stelt de vergoedingen vast die door de Bevrachter aan IUK verschuldigd zijn evenals de betalingen en kortingen die IUK aan een Bevrachter kan toekennen. 135. Verder zijn in dit deel bepalingen opgenomen over de Vergoedingsverklaring van IUK, de Initiële registratievergoeding en de Maandelijkse administratievergoeding, de maandelijkse vergoedingen, de Capaciteitsvergoedingen, de Betalingen voor geheralloceerde capaciteit, de Terugkoopbetalingen, de Balanceringsvergoeding, de Grondstofvergoeding en de Rekening voor netto-overboekingsinkomsten 136. Dit deel bevatte ook de bepalingen inzake de Brandstofvergoedingen en de Elektriciteitsvergoedingen, beide verschuldigd tijdens de Initiële periode. Ze worden hier vervangen door een eenvoudiger Grondstofvergoeding. Vanaf 1 oktober 2018 zal IUK niet langer Brandstofvergoedingen en Elektriciteitsvergoedingen aanrekenen maar enkel Grondstofvergoedingen op het Entrypunt Bacton en Entrypunt Zeebrugge. 137. De CREG keurt de wijzigingen in deel F van de IAC goed. 4.3.7. - Deel G: Meting 138. Dit deel van de IAC bevat de bepalingen betreffende de meting van de hoeveelheden aardgas op het Entry- en Exitpunt. 139. Verder worden de regels vastgelegd inzake onderhoud en ijking van de meettoestellen en wordt bepaald hoe eventuele aanpassingen van de hoeveelheden toegewezen aardgas naar aanleiding van een meetfout worden gecorrigeerd. Wanneer de toewijzing gebeurt op een interconnectiepunt waar een operationele balanceringsovereenkomst van toepassing is, worden de verschillen tussen nominaties en toegewezen hoeveelheden beheerd zoals bepaald in deel D van de IAC. 140. Deel G werd, met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing, niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd 4.3.8. - Deel H: Kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden 141. Deel H werd, met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing, niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd. 4.3.9. - Deel I: Onderbreking, beperkingen en onderhoud 142. Dit deel van de IAC bevat de bepalingen inzake onderbrekingen en beperkingen samen met de regels van toepassing inzake onderhoud van de vervoersinstallatie van IUK. 143. De wijze waarop onderbreekbare capaciteit zal worden onderbroken of gereduceerd, zoals is vastgelegd onder punt 1, is in overeenstemming met de artikelen 33 tot en met 36 van NC CAM. Voor wat betreft de beperkingen wordt een onderscheid gemaakt tussen de beperkingen die het gevolg zijn van beperkingen op het vervoersysteem IUK en deze die het gevolg zijn van beperkingen op de naburige vervoersystemen. Tot slot bevat dit deel de bepalingen inzake onderhoud waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen gepland onderhoud en korte termijn onderhoud niet opgenomen in het jaarlijks gepland onderhoud. Indien het totale aantal geplande onderhoudsdagen hoger ligt dan Niet-vertrouwelijk 23/28 15 dagen wordt de door de IAA-bevrachters verschuldigde capaciteitsvergoeding verminderd voor de dagen boven deze drempel. 144. Deel I werd met uitzondering van de wijzigingen waarvan sprake in paragraaf 104 van deze beslissing niet gewijzigd. Deze bijlage wordt bijgevolg door de CREG goedgekeurd. 4.3.10. - Deel J: Informatiesysteem van IUK 145. Het oorspronkelijk deel J dat de overgangsbepalingen bevatte van de Initiële periode naar de Vervolgperiode werd verwijderd (zie paragraaf 75 van deze beslissing) en vervangen door een nieuw deel J betreffende het IUK-informatiesysteem met daarin de opname van de bepalingen en voorwaarden die eerder in de SUA waren opgenomen. 146. Deze aanpassing gebeurde op vraag van de CREG en bijgevolg keurt de CREG deel J van de IAC goed. 4.4. ONDERZOEK VAN DE SAMENVATTING VAN DE TOEGANGSOVEREENKOMST, GENAAMD DE DIENSTEN VOOR HET VERVOER VAN AARDGAS VERRICHT DOOR IUK TUSSEN GB EN BELGIË 147. Artikel 15/5undecies, §3, van de gaswet zegt onder meer dat het transportcontract bestaat uit een toegangscontract (IAA), een toegangsreglement (IAC) en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door IUK bij de CREG ingediend voor goedkeuring. 148. De CREG heeft op het document genaamd ‘Diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door IUK tussen GB en België’ geen opmerkingen. De CREG verwijst evenwel naar paragraaf 120 van deze beslissing. De CREG vraagt dat onder punt 3.4.4 Impliciete allocatie op pagina 11 alinea 1, punt 1, het woord Technische capaciteit telkens wordt vervangen door Vaste capaciteit. Niet-vertrouwelijk 24/28 5. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 15/7 en 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en gezien de voorgaande analyse, in het bijzonder de toetsingscriteria in deel II en het onderzoek in deel III en IV van deze beslissing, beslist de CREG het gewijzigde Toegangscontract van IUK, het gewijzigd Toegangsreglement met IUK en het document genaamd ‘de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door IUK tussen GB en België’ dat het Toegangsprogramma is, ingediend bij de CREG per brief van 17 december 2018 goed te keuren, met dien verstande dat IUK : - Rekening houdt met het rechtzetten van de materiële fout vastgesteld in de paragraaf 81; - Rekening houdt met de opmerking gemaakt in paragrafen 120 en 148. Verder zal de CREG de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 79, 96 en 100 verder opvolgen. Huidige beslissing treedt in werking de dag na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel 15/20, van de gaswet. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijk Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 25/28 BIJLAGE I TOEGANGSOVEREENKOMST MET IUK (VOOR GOEDKEURING VERSIE 6 DECEMBER 2018); HET TOEGANGSREGLEMENT VAN IUK (VOOR GOEDKEURING VERSIE 6 DECEMBER 2018); DE DIENSTEN VOOR HET VERVOER VAN AARDGAS VERRICHT DOOR IUK TUSSEN HET VERENIGD KONINKRIJK EN BELGIË (VOOR GOEDKEURING VERSIE 6 DECEMBER 2018). Niet-vertrouwelijk 26/28 BIJLAGE II Brief IUK van 16 maart 2018 Brief IUK van 27 maart 2018 Niet-vertrouwelijk 27/28 BIJLAGE III E-mail IUK van 27 maart 2018 met als bijlage: - IMPLICIT ALLOCATION BROKING AGREEMENT - ENERGY BROKING AGREEMENT - SOFTWARE AS A SERVICE TERMS & CONDITIONS Niet-vertrouwelijk 28/28