(B)1928 18 juni 2019 Beslissing over het voorstel van Elia System Operator NV van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis Artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4
- ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 8
- 2.
- algemeen ................................................................................................................................. 8 2.
- RAADPLEGING ......................................................................................................................... 8 BEOORDELING ............................................................................................................................... 10 3.
- 3.1.
- Minimale inhoud van het voorstel ................................................................................ 10 3.1.
- De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden” ................................................... 11 3.1.
- De voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract ................................................ 12 3.1.
- De black-startdienst is momenteel de enige hersteldienst op contractbasis ............... 15 3.
- Algemene opmerkingen ........................................................................................................ 10 Artikelsgewijze commentaar ................................................................................................. 15 3.2.
- Artikel 1 - Definities ....................................................................................................... 15 3.2.
- Artikel 2 – Sluiten van de overeenkomst en toepassing van de Algemene Voorwaarden 16 3.2.
- Artikel 3 – Voorwerp van het Contract.......................................................................... 18 3.2.
- Artikel 6 – Opvolging van de black-startdienst.............................................................. 19 3.2.
- Artikel 7 – Vergoeding ................................................................................................... 20 3.2.
- Artikel 9 – Facturatie en uitbetaling .............................................................................. 20 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 21 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 23 Niet-vertrouwelijk 2/23 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: de Europese netcode E&R), de aanvraag tot goedkeuring van de door de NV Elia System Operator voorgestelde voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Deze aanvraag werd door de NV Elia System Operator (hierna: Elia) per brief van 18 december 2018, ontvangen op 19 december 2018, bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Aan het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (ingediend in het Nederlands, het Frans en het Engels) worden de volgende documenten toegevoegd: het consultatierapport, een document getiteld “explanatory note related to European Regulation 2017/2196 documents” (vrije vertaling: “toelichtingsnota in verband met de documenten onder de Europese verordening 2017/2196”) en een versie van het voorstel (in het Engels) met de bijgehouden wijzigingen ten opzichte van het consultatiedocument. Aldus Elia is dit voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van de hersteldiensten op contractbasis gebaseerd op het huidige ‘black-startcontract’1, weliswaar aangepast aan de bepalingen van de Europese netcode E&R, en werd een beschrijving van de beoogde geografische verspreiding van de black-starteenheden toegevoegd. Verder zet Elia uiteen dat o.a. voor dit voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (hierna ook wel aangeduid als “het voorstel”) er in artikel 7 van de Europese netcode E&R in een openbare raadpleging van de belanghebbenden, inclusief de bevoegde autoriteiten, wordt voorzien en dat zij daarom een publieke consultatie gehouden heeft tussen 8 oktober en 19 november
- Elia vermeldt dat zij de reacties van de marktpartijen en het consultatieverslag (hierna ook wel aangeduid als “het consultatieverslag”) als bijlage bij het voorstel heeft toegevoegd. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans) genomen op 18 juni
- 1 Het “black-start” contract is het contract voor het leveren van de black-start dienst (cf. artikel 2, 70°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt: “black-startdienst”: “de black-startdienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt”). Niet-vertrouwelijk 3/23
- WETTELIJK KADER
- Artikel 1 van de Europese netcode E&R2 bepaalt dat om de operationele veiligheid te waarborgen, de verspreiding of verergering van een incident tegen te gaan en aldus een wijdverbreide storing en black-outtoestand te vermijden, en om het elektriciteitssysteem efficiënt en snel te herstellen in geval van een nood- of black-outtoestand, een netcode wordt vastgesteld met gedetailleerde voorschriften inzake: a) het beheer van de nood-, black-out- en hersteltoestanden door de TSB's3; b) de coördinatie van het systeembeheer in de gehele Unie in nood-, black-out- en hersteltoestanden; c) de simulaties en tests ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand; d) de instrumenten en inrichtingen ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand.
- De Europese netcode E&R voorziet onder meer in het opstellen door de transmissiesysteembeheerder (TSB) van een systeembeschermingsplan en een herstelplan en in het ter goedkeuring voorleggen aan de regulator van een reeks van voorstellen. Met toepassing van artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R zal iedere TSB meer bepaald de desbetreffende regelgevende instantie in overeenstemming met artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG de volgende voorstellen ter goedkeuring voorleggen:
- a)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
- b)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
- c)de lijst van SNG's4 die verantwoordelijk zijn voor de toepassing op hun installaties van de maatregelen die voortvloeien uit de verplichte eisen bedoeld in Verordeningen (EU) 2016/631, (EU) 2016/1388 en (EU) 2016/1447 en/of nationale wetgeving, en een lijst van door die SNG's toe te passen maatregelen zoals bepaald door de TSB's in artikel 11, lid 4, onder c), en artikel 23, lid 4, onder c);
- d)de lijst van in artikel 11, lid 4, onder d), en artikel 23, lid 4, onder d), bedoelde significante netgebruikers met hoge prioriteit of de beginselen die voor de vaststelling daarvan worden toegepast, en de voorwaarden voor het ontkoppelen en reactiveren van netgebruikers met hoge prioriteit, tenzij dit door de nationale wetgeving van lidstaten is bepaald;
- e)de overeenkomstig artikel 36, lid 1, opgestelde regels voor de opschorting en het herstel van marktactiviteiten;
- f)specifieke regels voor onbalansverrekening en verrekening van balanceringsenergie in het geval van opschorting van marktactiviteiten, overeenkomstig artikel 39, lid 1; 2 een Europese verordening en dus rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat Transmissiesysteembeheerders 4 Significante netgebruikers 3 Niet-vertrouwelijk 4/23
- g)het testplan, overeenkomstig artikel 43, lid 2. Artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R voorziet dat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten en als aanbieder van hersteldiensten ofwel in het nationale rechtskader of op contractuele basis worden vastgesteld. Indien deze op contractuele basis worden vastgesteld, werkt elke transmissiesysteembeheerder uiterlijk op 18 december 2018 een voorstel voor de desbetreffende voorwaarden uit, waarin ten minste het volgende wordt bepaald:
- a)de kenmerken van de aan te bieden dienst;
- b)de mogelijkheid tot en voorwaarden voor aggregatie, en
- c)wat aanbieders van hersteldiensten betreft, de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-start- en eilandbedrijfgeschiktheid. 3. Indien een lidstaat dit zo heeft bepaald, kunnen de in artikel 4
(2), onder
- a)t/m
- d)en onder g), bedoelde voorstellen ter goedkeuring worden voorgelegd aan een andere instantie dan de regelgevende instantie (artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R). Door middel van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (meer bepaald artikel 259) wordt de bevoegdheid om de voorstellen van de netbeheerder bedoeld in artikel 4
(2)(c), (
- d)en (
- g)van de Europese netcode E&R goed te keuren aan de federale minister bevoegd voor energie toegekend. In deze goedkeuringsprocedure door de minister is weliswaar voorzien dat de CREG om een voorafgaand advies wordt gevraagd. Het voorstel dat het voorwerp van de huidige beslissing uitmaakt, bevat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bedoeld in artikel 4
(2)(
- b)van de Europese netcode E&R, waarvoor de CREG bevoegd blijft. 4. De (enige) dienst op contractbasis op federaal niveau die momenteel is voorzien voor het herstel5 van het net is de black-startdienst. De black-startdienst wordt in artikel 2, 70°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna ook wel aangeduid als “de elektriciteitswet”) gedefinieerd als “de black-startdienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt”. Artikel 2, §1, 54°, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”) preciseert dat men onder " black-startdienst " verstaat, “de dienst voorzien door productie-eenheden die over black-start-mogelijkheden beschikken in de zin van artikel 2, tweede alina, 45., van de Europese netwerkcode RfG, die één van de mogelijke nethersteldiensten vormt”6. Artikel 12quinquies, §1, tweede zin, van de elektriciteitswet bepaalt dat de netbeheerder zich de ondersteunende diensten verschaft volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. Artikel 223 van het federaal technisch reglement bepaalt dat het geheel van ondersteunende diensten volgende diensten omvat: 5 De Europese netcode E&R actualiseert de term ‘heropbouw’ door het gebruik van de term ‘herstel’. De term „black-startmogelijkheden” in artikel 2, tweede lid, 45), van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net luidt als volgt: “de capaciteit van een elektriciteitsproductie-eenheid om zich te herstellen na een totale afschakeling, met behulp van een daarvoor specifiek bestemde noodvoeding zonder enige levering van elektrische energie van buiten de elektriciteitsproductie-installatie;”. 6 Niet-vertrouwelijk 5/23 1° balanceringsdiensten:
- a)de frequentiebegrenzingsreserves overeenkomstig Titel 5 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL;
- b)de frequentieherstelreserves, met automatische activering en manuele activering overeenkomstig Titel 6 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; 2° de andere ondersteunende diensten:
- a)de regeling van de spanning en van het reactief vermogen;
- b)het congestiebeheer;
- c)de diensten voor herstel waaronder de black-startdienst;
- d)de beschermingsdiensten; 3° elke eventuele andere ondersteunende dienst behorend tot een van de twee categorieën van 1° en 2° die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren en betreffende de goedkeuring van de commissie, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. (eigen nadruk) De ondersteunende diensten, waaronder de hersteldiensten en de black-startdienst, worden derhalve op contractuele basis verstrekt, waardoor Elia gehouden is een voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis uiterlijk op 18 december 2018 uit te werken, waarin minstens de in artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R genoemde zaken worden bepaald. 5. Artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R bepaalt verder de termijn voor goedkeuring van de in artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R bedoelde voorstellen: “Regelgevende instanties en overeenkomstig dit lid door de lidstaten aangewezen instanties nemen binnen zes maanden na de datum van indiening door de TSB een besluit over de in lid 2 bedoelde voorstellen”. De CREG is derhalve gehouden een beslissing over het voorstel te nemen binnen een termijn van zes maanden na de datum van indiening ervan door de transmissiesysteembeheerder. 6. Bij de toepassing van de Europese netcode E&R zorgen de lidstaten, regelgevende instanties, bevoegde entiteiten en systeembeheerders ervoor dat zij (artikel 4
(1)van de Europese netcode E&R):
- a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
- b)de transparantie waarborgen;
- c)optimaliseren wat betreft de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
- d)erop toezien dat de TSB's bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van het netwerk zo veel mogelijk gebruikmaken van marktwerking;
- e)de technische en juridische beperkingen, alsook deze met betrekking tot persoonlijke veiligheid en beveiliging, naleven;
- f)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist bij de nationale wetgeving; Niet-vertrouwelijk 6/23
- g)de relevante DSB's7 raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen, en
- h)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties. 7. Met toepassing van artikel 54 van de Europese netcode E&R moeten alle relevante clausules in contracten en algemene voorwaarden van TSB’s, DSB’s en SNG’s die verband houden met systeembeheer, voldoen aan de vereisten van deze verordening. Daartoe worden deze contracten en algemene voorwaarden dienovereenkomstig gewijzigd. 8. Het federaal technisch reglement bevat tevens een aantal bepalingen betreffende hersteldiensten, die hierna worden weergegeven. Art. 235. Zonder afbreuk te doen aan het herstelplan bedoeld in artikel 23 van de Europese netwerkcode E&R, bepaalt de transmissienetbeheerder de verschillende middelen bestemd om een dienst van herstel van het net te leveren na een spanningsinstorting ervan. Art. 236. § 1. Elke netgebruiker kan vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan één of meerdere hersteldiensten met één of meerdere van zijn installaties op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 4.2 en 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. De deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan deze dienst(
- en)is ook onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDSbeheerder en/of aan de naleving van technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst(
- en)opgelegd door deze publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende netbeheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. Die beperkingen staan ook beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van hersteldiensten. De eventuele coördinatie die nodig is met de betrokken distributienetbeheerder, CDS-beheerder, overeenkomstig artikel 25.1 van de Europese netwerkcode E&R, staat dan weer beschreven in het herstelplan en/of in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. § 2. Elke hersteldienst wordt rechtstreeks geleverd door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van hersteldiensten zoals bepaald in artikel 3.2 van de Europese netwerkcode E&R of via een derde die in dat geval aanbieder van hersteldiensten is volgens een aanduidingsprocedure die beschreven staat in de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. Art. 237. Onverminderd artikel 23 van de Europese netwerkcode E&R, bevat het daarin bedoelde herstelplan de methodologie voor het bepalen van de behoefte aan hersteldiensten, van de keuze van de benodigde types hersteldiensten en van het benodigde volume van iedere hersteldienst. Het potentieel van energiebronnen met eilandbedrijfgeschiktheid en het potentieel van energiebronnen voor noodstroomvoorzienig worden hierbij in rekening gebracht. 7 distributiesysteembeheerders Niet-vertrouwelijk 7/23 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 9. De aanvraag die het voorwerp vormt van de huidige beslissing werd door Elia per brief van 18 december 2018, ontvangen op 19 december 2018, bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Aan dit voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis worden de volgende documenten toegevoegd: het consultatierapport, een document getiteld “explanatory note related to European Regulation 2017/2196 documents” (vrije vertaling: “toelichtingsnota in verband met de documenten onder de Europese verordening 2017/2196”) en een versie van het voorstel (in het Engels) met de bijgehouden wijzigingen ten opzichte van het consultatiedocument. Op 11 april 2019 nam de CREG de ontwerpbeslissing (B)1928 over dit voorstel (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans) en maakte die aan Elia over voor opmerkingen, die deze bezorgde per brief van 16 mei 2019 (zie in deel 2.2). 2.2. RAADPLEGING 10. Artikel 7, getiteld “Openbare raadpleging”, van de Europese netcode E&R bepaalt dat de relevante TSB's (lees: transmissiesysteembeheerders) de belanghebbenden raadplegen, inclusief de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat, over voorstellen waarvoor overeenkomstig de punten a), b), e),
- f)en
- g)van artikel 4, lid 2, goedkeuring moet worden verleend. De duur van de raadpleging bedraagt ten minste één maand. Artikel 7 van de Europese netcode E&R bepaalt verder dat de relevante TSB's naar behoren rekening houden met de standpunten die de belanghebbenden tijdens de raadplegingen hebben geformuleerd, alvorens zij het ontwerpvoorstel indienen. In alle gevallen wordt een duidelijke verklaring voor het al dan niet overnemen van de standpunten van de belanghebbenden gegeven en wordt deze verklaring op tijdige wijze vóór of gelijktijdig met de publicatie van de voorstellen bekendgemaakt. Elia heeft in dit kader een openbare raadpleging gehouden over het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis van 8 oktober tot 19 november 2018. Elia heeft de reacties van de marktpartijen en het consultatieverslag toegevoegd aan het voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten. Niet-vertrouwelijk 8/23 11. Met toepassing van artikel 41 van zijn huishoudelijk reglement kan het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, overgaan tot een niet-openbare raadpleging indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. Aangezien de CREG het voorstel van Elia niet kan goedkeuren rekening houdend met de vastgestelde bezwaren en Elia een nieuwe openbare marktraadpleging zal moeten houden over het in te dienen aangepaste voorstel besliste het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement, om over haar ontwerpbeslissing (B)1928, met toepassing van artikel 41 van zijn huishoudelijk reglement bekend gemaakt op de website van het Belgisch Staatsblad, een nietopenbare raadpleging te organiseren van Elia van drie weken, die afliep op 16 mei 2019. Op die manier beschikte Elia over de mogelijkheid om te reageren op de ontwerpbeslissing in die zin. Per brief van 16 mei 2019 heeft Elia een aantal opmerkingen aan de CREG overgemaakt. Globaal aanvaardt zij dat het voorstel zal moeten worden verbeterd op een aantal punten met het oog op het voorleggen van een nieuwe versie aan de CREG. De CREG gaat in deel 3 niet verder in op de opmerkingen van Elia waar zij stelt akkoord te gaan met of geen vragen of opmerkingen te hebben bij het bezwaar geformuleerd door de CREG in haar ontwerpbeslissing (B)1928. De CREG zal in deel 3 uiteraard wel ingaan op de andere opmerkingen van Elia. Niet-vertrouwelijk 9/23 3. BEOORDELING 3.1. ALGEMENE OPMERKINGEN 3.1.1. Minimale inhoud van het voorstel 12. Het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis is volgens Elia gebaseerd op het huidige contract voor de black-startdienst en aangepast aan de bepalingen van de Europese netcode E&R. In haar begeleidende brief van 18 december 2018 stelt Elia dat hiervoor een beschrijving van de beoogde geografische verspreiding van de blackstarteenheden werd toegevoegd. Dit blijkt ook uit de structuur van het voorstel en de voettekst die vermeldt “contract voor BlackStartdienst: ref. XX-BS-XXX”. Dat het voorstel betrekking heeft op de black-startdienst hoeft niet te verbazen aangezien de blackstartdienst momenteel de enige dienst op contractbasis is voor herstel van het net in België. Echter, er valt niet uit te sluiten dat in de toekomst nieuwe hersteldiensten op contractbasis worden voorgesteld. De CREG is daarom van mening dat beter van meet af aan wordt gestreefd naar een op termijn aangewezen structuur voor en inhoud van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bestaande uit een eerste deel met voorwaarden die op elke hersteldienst van toepassing zijn en een tweede deel met de voorwaarden specifiek aan de betrokken hersteldienst (momenteel dus enkel de black-startdienst). Voorwaarden die individueel in te vullen zijn per aanbieder van hersteldiensten kunnen best worden opgenomen aan de hand van modelbijlagen. 13. Met toepassing van artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R moeten de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis minstens bevatten: i. de kenmerken van de aan te bieden dienst, ii. de mogelijkheid tot en voorwaarden voor aggregatie, en iii. de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-start- en eilandbedrijfsgeschiktheid. De opsomming in artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R is niet-limitatief (“minstens”). De voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis kunnen andere zaken bevatten. Volgens de CREG moet het, om redenen van transparantie en niet-discriminatie, gaan om het geheel van contractuele voorwaarden, zowel algemene als dienstspecifieke, waaraan aanbieders van hersteldiensten op contractbasis zich moeten houden ten aanzien van Elia en die dus “standaard” zijn voor alle aanbieders van hersteldiensten op contractbasis of minstens per categorie van hersteldiensten (zie ook paragraaf 12 van deze beslissing). Dit komt er in de praktijk op neer dat het contract voor de black-startdienst zal bestaan uit de door de CREG goedgekeurde voorwaarden bedoeld in artikel 4
(2)(b) en artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R enerzijds en de elementen die individueel kunnen en mogen worden ingevuld per aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (de identiteit en contactgegevens van de co-contractant, de handtekeningen, de datum van inwerkingtreding van het contract, de gegevens van de contactpersonen van beide partijen, de identificatie van de betrokken productie-eenheden, de specifieke technische kenmerken ervan) anderzijds. De CREG wenst dat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis i.c. de black-startdienst de volledige en enige set van contractuele voorwaarden zijn waaraan een aanbieder van hersteldiensten i.c. de black-startdienst in die hoedanigheid moet voldoen. Niet-vertrouwelijk 10/23 3.1.
- De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden”
- Op meerdere plaatsen in het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis wordt door Elia verwezen naar “Algemene Voorwaarden”, die niet in het voorstel zijn opgenomen maar elders worden opgelijst. In artikel 2 van het voorstel wordt meer bepaald het volgende bepaald: “De Algemene voorwaarden regelen de uitvoering van dit Contract. De Algemene Voorwaarden vullen de clausules van het Contract aan. In geval van interpretatieproblemen of tegenstrijdigheden tussen de bepalingen in de volgende documenten, hebben de documenten in volgende orde prioriteit:
- dit Contract, behalve de Algemene Voorwaarden
- het CIPU-contract, behalve de Algemene Voorwaarden van toepassing in het CIPU-contract
- de Algemene Voorwaarden. De Leverancier verklaart dat hij een kopie van de Algemene Voorwaarden heeft ontvangen en dat hij die aanvaardt. De Leverancier doet hierbij afstand van zijn eigen Algemene Voorwaarden, bijzondere of andere, ongeacht het moment waarop of de vorm waarin deze werden overgemaakt”. Andere verwijzingen naar de Algemene Voorwaarden zijn terug te vinden in de artikelen 7.9 en 9.1 van het voorstel. De term “Algemene Voorwaarden” wordt in deel 1 “Definities” gedefinieerd als volgt: “de algemene voorwaarden die op het ogenblik van de contractsluiting de ondersteunende diensten regelen”. In artikel 9.1 van het voorstel heeft Elia (op vraag van Febeliec tijdens de openbare raadpleging) verduidelijkt dat het gaat over de Algemene Voorwaarden “voor ondersteunende diensten en netverliezen (Conflictbeheer)”. Elia stelt in haar consultatierapport dat deze Algemene Voorwaarden daterend van 13 mei 20138 publiek beschikbaar zijn op haar website. Dit is het geval in de rubriek “Leveranciers”, subrubriek “Informatie en tools voor leveranciers” met als titel “Algemene voorwaarden voor ondersteunende diensten en netverliezen”
- Aangezien van de aanbieder van hersteldiensten op contractbasis verwacht wordt de versie van deze algemene voorwaarden van toepassing op het ogenblik van contractsluiting te aanvaarden (artikel 2 van het voorstel, samen gelezen met de definitie van de term “Algemene Voorwaarden” in het voorstel) en deze voorwaarden derhalve integraal deel uitmaken van de voorwaarden om als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis op te treden, hadden deze eveneens ter goedkeuring moeten worden bezorgd aan de CREG op de wettelijk voorziene datum van 18 december 2018, na raadpleging overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R. Het feit dat Elia recentelijk een openbare raadpleging heeft georganiseerd over een aangepaste versie van deze algemene voorwaarden, die gelijkenissen vertoont met de versie van 13 mei 2013, voor de opstelling van de voorwaarden voor balanceringsdiensten (de zgn. T&C BSP) volstaat niet. Beide documenten met algemene voorwaarden zijn vooreerst niet identiek, de voornoemde openbare 8 Deze algemene voorwaarden waren vroeger niet onderworpen aan een goedkeuringsprocedure door een bevoegde instantie aangezien hiervoor geen wettelijke basis bestond. 9 http://www.elia.be/~/media/files/Elia/Suppliers/Algemene%20voorwaarden%20ODNV_20130513.pdf Niet-vertrouwelijk 11/23 raadpleging gebeurde zoals gezegd in een ander kader (T&C BSP) en er heerste bovendien tijdens de openbare raadpleging over de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten onduidelijkheid over de vraag welke algemene voorwaarden precies worden bedoeld en dit met name in artikel 9.
- Daardoor bestaan geen garanties voor een correcte raadpleging van de belanghebbenden overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R. Het voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, ontvangen voor goedkeuring op 19 december 2018, is derhalve onvolledig, en dient te worden aangevuld met de zogenaamde “algemene voorwaarden”, na openbare raadpleging daarover overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R. Deze algemene voorwaarden worden ten andere volgens de CREG best zoveel mogelijk geharmoniseerd met deze voor de levering van balanceringsdiensten (die ook ondersteunende diensten zijn zoals de black-startdienst). We begrepen uit de besprekingen met Elia dat een dergelijke harmonisatie eveneens haar streefdoel is aangezien dit bijdraagt tot de transparantie van de voorwaarden voor het leveren van diensten aan Elia en de niet-discriminatoire behandeling van aanbieders van ondersteunende diensten. De interne verwijzingen in andere artikelen van het voorstel naar de algemene voorwaarden van 13 mei 2013 dienen overal te worden geverifieerd en te worden aangepast. De CREG verwijst in dit kader naar wat zij reeds heeft uiteengezet in paragraaf 12 van deze beslissing, nl. om het voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis op te splitsen in een eerste deel met voorwaarden die op elke hersteldienst van toepassing zijn en een tweede deel met de voorwaarden specifiek aan de betrokken hersteldienst (momenteel dus enkel de black-startdienst). Voorwaarden die individueel in te vullen zijn per aanbieder van hersteldiensten dienen dan te worden opgenomen aan de hand van modelbijlagen. 3.1.
- De voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract
- Het voorstel dat ter goedkeuring voorligt, vereist de ondertekening van een CIPU-contract om hersteldiensten i.c. black-startdiensten te kunnen aanbieden. Febeliec merkte tijdens de openbare raadpleging georganiseerd door Elia op dat niet alle black-start productie-installaties onder CIPU zullen vallen en de vraag hoe dit onder iCAROS zal worden behandeld. Elia heeft daarop geantwoord dat haar voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis het huidige ontwerp van de black-startdienst weerspiegelt, dat enkel openstaat voor CIPU-eenheden en dat de toekomstige wijzigingen beschreven in de ontwerpnota10 (ook bekend gemaakt voor raadpleging in oktober 2018) nog moeten worden verwerkt in de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis en dat dit in een volgende fase zal gebeuren (in de loop van 2019). 10 Het betreft de ontwerpnota van Elia met als titel “Design note on restoration services” (20/12/2018) die op 20 december 2018 werd overgemaakt aan de CREG samen met een studie over een globale heroverweging van de black-startdienst. De niet confidentiële versies van beide rapporten werden aan de marktpartijen ter consultatie voorgelegd van 8 oktober tot en met 19 november
- Niet-vertrouwelijk 12/23
- De CREG is van oordeel dat productie-eenheden, al dan niet gegroepeerd, die beantwoorden aan de objectieve technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden om een specifieke hersteldienst aan te bieden, niet geweigerd kunnen worden louter op basis van het vermogen dat kan worden aangeboden.11 12 De CREG is bijgevolg van oordeel dat het aanbod van hersteldiensten i.c. black-startdiensten niet beperkt kan zijn tot productie-installaties met een nominaal vermogen hoger dan 25 MW en/of rechtstreeks aangesloten op het transmissienet indien deze eenheden ook beantwoorden aan de objectieve technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden. Met toepassing van artikel 4
(1)(a) van de Europese netcode E&R dienen de lidstaten, regelgevende instanties, bevoegde entiteiten en systeembeheerders de principes van evenredigheid en nietdiscriminatie toe te passen. Tevens dienen zij het beginsel van optimalisatie toe te passen wat betreft de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen (artikel 4
(1)(c) van de Europese netcode E&R). De CREG wenst in dit kader dat zoveel als mogelijk concurrentie wordt teweeg gebracht tussen de aanbieders van hersteldiensten die beantwoorden aan de objectieve technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden met het oog op efficiënte prijsvorming van de dienst. Dit lijkt echter op het eerste gezicht in het voorstel niet verzekerd te zijn door de vereiste voor aanbieders van hersteldiensten op contractbasis om voor de betrokken productie-eenheden een contract voor de coördinatie van productie-eenheden, doorgaans CIPU13-contract genoemd, met Elia te hebben afgesloten. In de praktijk blijken immers niet alle productie-eenheden vandaag over een CIPU-contract met Elia te beschikken14. Elia stelt in haar brief van 16 mei 2019, in het kader van de raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)1928 van de CREG, onder meer: “Elia houdt eraan te preciseren dat, hoewel de ondertekening van een CIPU-contract systematisch wordt gevraagd door Elia voor elke eenheid van minimum 25 MW of voor elke eenheid rechtstreeks aangesloten op het Elia-net, dit andere eenheden niet uitsluit. Inderdaad, de eenheden van minder dan 25 MW en de eenheden die niet aangesloten zijn op het transmissienet kunnen eveneens onderworpen zijn aan een CIPU-contract, bijvoorbeeld om een ondersteunende dienst te leveren waarvoor CIPU een voorwaarde vormt. Bijgevolg is de verplichting om een dergelijk contract te ondertekenen of daarover te beschikken om deel te nemen aan 11 De CREG leidt uit artikel 2
(3), artikel 2
(4), artikel 4
(1)(a) en artikel 4
(4)(b) van de Europese netcode E&R af dat het bijvoorbeeld ook de bedoeling is van de Europese wetgever dat kleine productie-installaties kunnen optreden als aanbieder van hersteldiensten. Met toepassing van artikel 2
(3)van de Europese netcode E&R is deze verordening van toepassing op bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type A overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631, op andere dan in lid 2, onder b), bedoelde bestaande en nieuwe elektriciteitsproductieeenheden van het type B, alsook op bestaande en nieuwe verbruiksinstallaties, gesloten distributiesystemen en derden die vraagsturing leveren, indien zij kunnen worden gekwalificeerd als aanbieders van beschermingsdiensten of van hersteldiensten overeenkomstig artikel 4, lid 4. Verder bepaalt artikel 2
(4)van de Europese netcode E&R dat elektriciteitsproductie-eenheden van de types A en B als bedoeld in lid 3, verbruikersinstallaties en gesloten distributiesystemen die vraagsturing verstrekken, aan de vereisten van deze verordening kunnen voldoen, hetzij direct hetzij indirect via een derde partij, onder de overeenkomstig artikel 4, lid 4, vastgestelde voorwaarden. 12 Artikel 236, §1, van het federaal technisch reglement bepaalt dat elke netgebruiker vrij aan de transmissienetbeheerder kan voorstellen om deel te nemen aan één of meerdere hersteldiensten met één of meerdere van zijn installaties op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 4.2 en 4.4 van de Europese netcode E&R. Dit artikel bepaalt verder dat de deelname van publiekedistributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan deze dienst(
- en)ook onderworpen is aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst(
- en)opgelegd door deze publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder. Voorts bepaalt artikel 236, §1, van het federaal technisch reglement dat de betreffende netbeheerder, mits gepaste motivering, enkel limieten kan opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen en die beperkingen ook beschreven staan in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van hersteldiensten. 13 14 CIPU: Coordination of the Injection of the Production Units http://www.elia.be/nl/producten-en-diensten/ondersteunende-diensten/coordinatie-van-de-productie Niet-vertrouwelijk 13/23 hersteldiensten, zijnde momenteel de black-start dienst, niet blokkerend voor kleine eenheden.” [vrije vertaling]15 Elia stelt met andere woorden dat de huidige link tussen de CIPU-contracten en black-start contracten de toegang tot hersteldiensten niet beperkt tot enkel CIPU-eenheden met een nominaal vermogen van meer dan 25 MW en/of rechtstreeks aangesloten op het transmissienet. Eveneens vermeldt zij dat de ondertekening van een CIPU-contract een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de levering van de black-startdienst omdat dit Elia toelaat de beschikbaarheid van de eenheden te volgen. Deze verduidelijkingen in de brief van Elia van 16 mei 2019 zijn noodzakelijk om aan te tonen dat de vereiste om te beschikken over een CIPU-contract alvorens te kunnen optreden als aanbieder van hersteldiensten i.c. black-startdiensten op zich geen beperking inhoudt. De CREG vraagt om deze duiding te hernemen in een begeleidende nota bij de indiening van het aangepaste voorstel en te accentueren. Hiermee wordt dan ook tegemoet gekomen aan de opmerking van Febeliec dienaangaande. 17. Hiervan nota nemende verschuift de aandacht van de CREG echter naar de rol van de evenwichtsverantwoordelijke aangezien CIPU-contracten worden afgesloten met evenwichtsverantwoordelijken. Met toepassing van het opgeheven federaal technisch reglement van 19 december 2002 werd het CIPU-contract immers afgesloten tussen Elia en de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie (artikel 267, §1), dit is de evenwichtsverantwoordelijke. Zoals Elia ook aangeeft in haar brief van 16 mei 2019 heeft het (nieuwe) federaal technisch reglement het CIPU-contract vervangen, wat betreft het luik inzake het versturen van de planning van de onbeschikbaarheden, door de “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanningovereenkomst” (artikel 4, §1, 7°, van het federaal technisch reglement) waarbij de eigenaar van het asset hetzij zelf verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning is, hetzij iemand daartoe benoemt (artikel 89.2 SOGL16). Deze typeovereenkomst moet tegen eind oktober ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd (artikel 377 van het federaal technisch reglement). Weliswaar geldt een overgangsbepaling (artikel 377 van het federaal technisch reglement). Artikel 236, §2, van het federaal technisch reglement bepaalt onder meer ook dat elke hersteldienst rechtstreeks moet worden geleverd door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van hersteldiensten zoals bepaald in artikel 3.2 van de Europese netcode E&R of via een derde die in dat geval aanbieder van hersteldiensten is volgens een aanduidingsprocedure die beschreven staat in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netcode E&R. De CREG vraagt aan Elia om in de voornoemde begeleidende nota te onderbouwen dat de voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract op dit vlak niet blokkerend is om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis i.c. black-startdiensten en dit onafhankelijk van het vermogen dat kan worden aangeboden. Mocht echter blijken dat er toch toegangsbeperkingen zijn vanwege deze vereiste, dan vraagt de CREG om in het aangepaste voorstel hiervoor remediërend te zijn. 15 « Elia tient à préciser que, bien que la signature d’un contrat CIPU soit systématiquement demandée par Elia pour toute unité de minimum 25MW ou toute unité directement raccordée sur le réseau Elia, il n’exclut pas les autres unités. En effet, les unités de moins de 25MW et les unités qui ne sont pas connectées au réseau de transport peuvent également être soumises à un contrat CIPU, par exemple pour fournir un service auxiliaire pour lequel le CIPU est une condition. Par conséquent, l’obligation de signer ou de disposer d’un tel contrat pour la participation aux services de reconstitution, à savoir actuellement le service black start, n’est pas bloquante pour les unités de petite taille. » 16 de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. Niet-vertrouwelijk 14/23 De CREG vraagt eveneens dat Elia het voorstel aftoetst en zo nodig aanpast aan het federaal technisch reglement dat in werking trad op 27 april 2019, dit is na het overmaken van de ontwerpbeslissing (B)1928 aan Elia. In het bijzonder moet het voorstel het mogelijk maken dat netgebruikers rechtstreeks dan wel via een aangeduide derde hersteldiensten aanbieden, waarbij de aanduidingsprocedure deel uitmaakt van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. 3.1.4. De black-startdienst is momenteel de enige hersteldienst op contractbasis 18. De black-startdienst wordt in artikel 2, 70°, van de elektriciteitswet gedefinieerd als de blackstartdienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt. Artikel 2, §1, 54°, van het federaal technisch reglement definieert de black-startdienst als “de dienst voorzien door productie-eenheden die over black-start-mogelijkheden beschikken in de zin van artikel 2, tweede alinea, 45., van de Europese netwerkcode RfG, die één van de mogelijke nethersteldiensten vormt”. 19. Het voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis is aldus Elia in grote mate een overname van het huidige contract voor de blackstartdienst. Zo wordt er in de overwegingen (“Overwegende dat:”) niet éénmaal gewag gemaakt van de notie “hersteldienst”, die nochtans het voorwerp moet zijn van huidig voorstel, maar wel van het begrip ondersteunende diensten en meteen ook van de black-startdienst. De CREG verwijst naar wat zij hierover reeds heeft uiteengezet in paragraaf 12 van deze beslissing, nl. dat dit niet meteen hoeft te verbazen aangezien de black-startdienst momenteel de enige hersteldienst is op contractbasis, doch niet valt uit te sluiten dat in de toekomst nieuwe hersteldiensten op contractbasis worden voorgesteld. De CREG herhaalt dat zij om die reden van mening is dat beter van meet af wordt gestreefd naar een op termijn aangewezen structuur voor en inhoud van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bestaande uit een deel ‘algemene voorwaarden’ waarbij harmonisatie wordt nagestreefd met het oog op toepasbaarheid ervan op alle ondersteunende diensten en een deel ‘dienstspecifieke voorwaarden’ dat op een bepaald type hersteldienst, momenteel enkel de black-startdienst, van toepassing is. Samen met de modelbijlagen zullen zij in feite het modelcontract vormen voor het aanbieden van de blackstartdienst. 3.2. ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR 20. In dit deel worden de artikelen van het voorstel die aanleiding geven tot specifieke opmerkingen vanwege de CREG besproken. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen. 3.2.1. Artikel 1 - Definities 21. In het algemeen vraagt de CREG om begrippen die gedefinieerd worden in de toepasselijke wetgeving niet opnieuw te definiëren in de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Zo wordt het begrip “eilandbedrijf” reeds gedefinieerd in artikel 2, tweede lid, 43), van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net. De definities van deze verordening zijn tevens van toepassing op de Europese netcode E&R (cf. artikel 3 van de Europese netcode E&R). De CREG is van oordeel dat het voorstel best voorziet dat die wettelijke definities van toepassing zijn op de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Indien Elia het nodig acht om bepaalde begrippen toch opnieuw te definiëren in het Niet-vertrouwelijk 15/23 voorstel, vraagt de CREG dat Elia in de definitie verwijst naar de wettelijke definitie en, indien herhaling nodig wordt geacht, dit letterlijk doet. Indien Elia wettelijk gedefinieerde begrippen desalniettemin meent te moeten herdefiniëren in de context van het voorstel door deze wettelijke definities aan te vullen of te wijzigen, dient zij dit goed te motiveren in een begeleidende nota. Deze begeleidende nota wordt samen ingediend met het aangepaste voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis zodat de CREG zich daarover een oordeel kan vormen. Een analoge aanpak wordt gevraagd wat betreft het begrip “black-startdienst”. Dit begrip wordt reeds gedefinieerd in artikel 2, 70°, van de elektriciteitswet en artikel 2, §1, 54°, van het federaal technisch reglement. Indien verdere preciseringen betreffende de inhoud van deze dienst nodig zijn, dienen deze te worden opgenomen in het artikel van het voorstel dat de kenmerken van deze hersteldienst preciseert. 22. Een definitie van het begrip “Federaal Technisch Reglement”, gebruikt in het voorstel, bv. in artikel 5.2, moet duidelijkheidshalve worden toegevoegd. 23. Wat betreft de definitie van het begrip “Algemene Voorwaarden” verwijst de CREG naar wat zij uiteenzette daarover in titel 3.1.2 van deze beslissing. Deze algemene voorwaarden vullen de ter goedkeuring ingediende voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis aan en dienen daarin te worden opgenomen. Een definitie van het begrip “Algemene Voorwaarden” zal dan wellicht overbodig blijken, of minstens een aanpassing vergen. 24. Het begrip “Leverancier” wordt niet gedefinieerd in artikel 1 van het voorstel, maar in zekere zin wel op pagina 1 van het voorstel bij de vermelding van de partijen bij het contract om op te treden als aanbieder van hersteldiensten. De CREG is van mening dat het begrip “Leverancier” moet worden vervangen door het in de Europese netcode E&R gedefinieerde begrip “aanbieder van hersteldiensten” (artikel 3, tweede lid,
(2)) of door het begrip “aanbieder van de black-start dienst”, om verwarring met het begrip “leverancier” (“elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die elektriciteit levert aan één of meerdere eindafnemers; de leverancier produceert of koopt de, aan de eindafnemers verkochte, elektriciteit”) in artikel 2, 15°bis, van de elektriciteitswet te vermijden. 3.2.
- Artikel 2 – Sluiten van de overeenkomst en toepassing van de Algemene Voorwaarden
- Wat betreft de toepassing van de Algemene Voorwaarden verwijst de CREG naar wat ze in paragrafen 12 en 13 en titel 3.1.
- van deze beslissing heeft uiteengezet en wat hier als integraal herhaald moet worden beschouwd. Kort samengevat komt het erop neer dat het voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis de volledige set van contractuele voorwaarden moet bevatten waaraan een aanbieder van hersteldiensten in die hoedanigheid moet voldoen. Hierbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen een deel algemene voorwaarden van toepassing ongeacht het type hersteldienst (indien er meerdere zouden bestaan in de toekomst), een deel dienstspecifieke voorwaarden (eigen aan de betrokken hersteldienst) en een set van modelbijlagen. Artikel 2 van het voorstel zal vanuit dit oogpunt grondig moeten worden aangepast. Rekening houdend met de vraag van de CREG om de algemene voorwaarden op te nemen in de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, zullen deze voorwaarden derhalve één geheel vormen met de dienstspecifieke voorwaarden. Een interpretatieregel in de zin dat één deel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis voorrang heeft op een ander deel ervan lijkt dan niet nodig en aanleiding te kunnen geven tot verwarring. De CREG vraagt om het vierde lid van artikel 2 van het voorstel in dit opzicht te herzien. Wat betreft de voorrang van het black-startcontract boven het CIPUcontract verwijst de CREG naar wat zij heeft uiteengezet in paragrafen 16 en 17 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 16/23
- Artikel 2 van het voorstel bevat verder bepalingen betreffende de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-startgeschiktheid overeenkomstig artikel 4
(4)(
- c)van de Europese netcode E&R. Febeliec stelde tijdens de openbare raadpleging de opportuniteit in vraag van het opnemen van dergelijke bepalingen in een gereguleerd document. De CREG gaat akkoord met de conclusie van Elia dat deze aangelegenheid verplicht deel moet uitmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis met toepassing van de Europese netcode E&R. Aangezien dit aspect verplicht deel moet uitmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, vraagt de CREG om dit onder een afzonderlijke titel op te nemen. 27. Verder bevat artikel 2 van het voorstel bepalingen inzake de duurtijd van de overeenkomst (leden 1, 2, 7 en 8) en inzake overdracht van de Productiesite(
- s)door een andere marktspeler. De CREG is van mening dat het aangewezen is deze zaken duidelijkheidshalve onder te brengen in afzonderlijke artikelen. 28. Daarnaast moeten tevens de voorwaarden duidelijk zijn die specifiek gelden tijdens de herstelfase conform het herstelplan17. Het herstelplan beoogt een systeemherstel binnen 24 uur na een black-out. Er zijn meerdere scenario’s van systeemherstel mogelijk waarbij niet uitgesloten kan worden dat het systeem tijdens het herstel terug in een black-out toestand valt. De voorwaarden moeten hiermee rekening houden. 29. Het is noodzakelijk dat op een technologie-neutrale wijze de voorwaarden worden verduidelijkt betreffende de beschikking over primaire energie c.q. energie in opslag die vereist is voor het aanbieden van de hersteldiensten op contractbasis i.c. black-start dienst. Dit omwille van de zekerheid van de beschikking over de hersteldienst wanneer er beroep op wordt gedaan. 30. Het herstelplan valt of staat met de effectiviteit van de hersteldiensten. De CREG vraagt Elia om expliciet aandacht te hebben voor de coherentie met het herstelplan bij het opmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis i.c. de blackstartdienst. Het argumenteren van voorwaarden (kenmerken) vanuit het herstelplan maakt hiervan deel uit en de CREG vraagt om de nodige verduidelijkingen op te nemen in de begeleidende nota . 31. Artikel 2, zesde lid, van het voorstel bepaalt dat, indien de tijdelijke of definitieve uitdienstneming van een productiesite is aangekondigd, zoals bepaald in artikel 4bis van de elektriciteitswet, dit onderliggende contract teneinde komt op 30 september van het jaar volgend op de aankondiging. Met toepassing van artikel 4bis, §1, tweede en derde lid, van de elektriciteitswet kan in de regel een tijdelijke buitenwerkingstelling slechts na 31 maart en een definitieve buitenwerkingstelling slechts na 31 oktober van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in artikel 4bis, §1, eerste lid, plaatsvinden. Artikel 4bis van de elektriciteitswet bepaalt verder dat de definitieve buitenwerkingstelling van rechtswege tot gevolg heeft dat de betrokken installatie voor de productie van elektriciteit buiten de markt geplaatst wordt hetgeen de onmogelijkheid met zich meebrengt om elektriciteit te produceren, vanaf die datum onverminderd de levering van strategische reserve, overeenkomstig hoofdstuk II bis en onverminderd de levering, in voorkomend geval, van de blackstartdienst, in laatste instantie. Artikel 2, zesde lid, van het voorstel lijkt derhalve niet consistent te zijn met artikel 4bis van de elektriciteitswet. Bovendien is niet duidelijk waarom geen schorsing van het black-startcontract voorzien is voor de duur van de tijdelijke buitenwerkingstelling. Elia stelt in haar brief van 16 mei 2019, in het kader van de raadpleging van Elia over de ontwerpbeslissing (B)1928, dat ze indien nodig artikel 2, zesde lid, van het voorstel zal aanpassen overeenkomstig het wettelijk kader na een diepgaande analyse van de vraag. De CREG vraagt Elia om deze bepaling inderdaad te 17 Elia heeft op 18 december 2018 een ontwerp van herstelplan ingediend bij de minister ter goedkeuring. De CREG heeft een adviesbevoegdheid in deze goedkeuringsprocedure en zal, indien nodig, hierbij terugkoppelen op de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. De coherentie waarvan hier sprake heeft uiteraard betrekking op het uiteindelijk goedgekeurd herstelplan waarnaar de beslissing verwijst. Niet-vertrouwelijk 17/23 herevalueren in het licht van artikel 4bis van de elektriciteitswet en desgevallend aan te passen en in ieder geval een rechtvaardiging voor het (gewijzigde) artikel toe te voegen aan het aangepaste voorstel dat ter goedkeuring bij de CREG zal worden ingediend. 3.2.3. Artikel 3 – Voorwerp van het Contract 32. Artikel 3 van het voorstel bevat in feite de kenmerken van de black-startdienst. Aangezien deze een verplicht onderdeel uitmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis met toepassing van artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R vraagt de CREG om deze op te nemen onder een afzonderlijke titel “kenmerken van de dienst”. 33. In artikel 3.5 van het voorstel is sprake van “heropbouwcode”/”code de reconstitution” bedoeld in artikel 23 van de Europese netcode E&R. De Europese netcode E&R hanteert echter de term “herstelplan”/”plan de reconstitution”. Het koninklijk besluit van 12 december 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe om de goedkeuring vast te leggen van de beschermingsplannen en de herstelplannen alsook van de punten c),
- d)en
- g)van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2196 van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet bepaalt ten andere dat de heropbouwcode, bedoeld in het huidige federaal technisch reglement, (slechts) van toepassing blijft tot de datum van goedkeuring van het herstelplan door de minister (artikel 9). De formulering van artikel 3.5 dient in dit opzicht te worden aangepast. Verder merkt de CREG op dat het overleg met de aanbieders van hersteldiensten dat in deze bepaling wordt voorzien uiteraard geen afbreuk kan doen aan het feit dat bij de totstandkoming van herstelplan door Elia overleg moet worden gepleegd met de relevante distributiesysteembeheerders, significante netgebruikers, nationale regelgevende instanties of andere overheidsinstanties en andere TSB’s overeenkomstig artikel 23
(1)van de Europese netcode E&R. De aanbieders van hersteldiensten zullen de door Elia uitgebrachte instructies van het herstelplan moeten uitvoeren met toepassing van artikel 25
(3)van de Europese netcode E&R.
- In artikel 3.8 van het voorstel wordt een minimaal energieniveau opgelegd aan de aanbieders van hersteldiensten op contractbasis i.c. black-startdienst volgens het type gebruikte energiebron. Deze eis verduidelijkt de behoeften nodig voor de naleving van de deelnamevoorwaarde in punt 3.3.6 die de aanbieders verplichten om in staat te zijn om drie black-startprocedures op te starten als de twee eerste pogingen mislukt zijn. De productiesites die op aardgas draaien, moeten aantonen dat ze over een garantie beschikken om aardgas tijdens een black start te leveren. De sites die water gebruiken (meestal pomp-turbinecentrales), moeten over een niveau van water in de reservoirs beschikken dat overeenstemt met minstens 500 MWh
- De aanbieders die andere types brandstoffen gebruiken moeten een volume opslaan dat hen toelaat om drie dagen op maximaal vermogen te kunnen blijven draaien. Een eerste opmerking gaat over de laatste voorwaarde m.b.t. de andere brandstoffen. We begrijpen dat die de combinatie is van de deelnemingsvoorwaarde voor de drie pogingen (punt 3.3.6) en de voorwaarde dat de productiesite minstens 24 uur tussen 10 MW en het maximale vermogen van de site moet kunnen functioneren (punt 3.4). De verplichting om drie dagen tegen maximaal vermogen te produceren is dus een theoretisch ‘worse case scenario’ dat zich in de praktijk niet zal voordoen: als een black-starteenheid stopt nadat ze 23 uur heeft gedraaid, zal ze contractueel niet opnieuw moeten worden gelanceerd voor de black-start. Dit toont aan dat het noodzakelijk is om de voorwaarde uit 18 Dit volume is noodzakelijk om de herstelprocedure Coo-Tihange (nucleaire centrales) te waarborgen in geval van een blackout. Deze vereiste is bijgevolg specifiek van toepassing op de site van Coo, overigens de enige site die momenteel in stat is deze black-startdienst te leveren. Niet-vertrouwelijk 18/23 punt 3.3.6 te verduidelijken en te vermelden onder welke voorwaarden een black-startprocedure als mislukt wordt beschouwd en terug moet worden gestart. De CREG verzoekt Elia om de verplichting om te beschikken over een voorraad op de site voor een werking gedurende drie dagen aan maximaalvermogen in het licht van de verduidelijkingen over de voorwaarde van punt 3.3.6 opnieuw te evalueren.
- Febeliec wijst tijdens de openbare raadpleging op punt 3.7 waarin een tijdstip wordt opgenomen in het criterium dat een aanbieder van de black-startdienst op contractbasis een volledige dag onbeschikbaarheid is verschuldigd wanneer deze onbeschikbaarheid wordt vastgesteld vóór 14:00 uur voor zover ze onbeschikbaar was vóór 14:00 uur. De CREG neemt nota van het antwoord van Elia hierop zoals opgenomen in het consultatieverslag van december 2018 en sluit zich hierbij aan. De CREG vraagt Elia om niet langer een tijdstip op te nemen voor de bepaling van onbeschikbaarheid maar een criterium dat rekening houdt met de kwartierintervallen van daadwerkelijke (on-)beschikbaarheid. 3.2.
- Artikel 6 – Opvolging van de black-startdienst
- Artikel 6 betreft de opvolging van de black-start dienst. Dit artikel bevat bepalingen in verband met de frequentie en de voorwaarden van de operationele testen voor productie-installaties. Deze zaken moeten met toepassing van artikel 43
(3)van de Europese netcode E&R worden uitgewerkt in het “testplan” tegen 18 december 2019, dat de minister zal moeten goedkeuren op voorstel van Elia en na advies van de CREG, gelet op het voornoemde koninklijk besluit van 12 december
- Artikel 6 van het voorstel dient derhalve in zijn huidige vorm, hetzij te worden geschrapt, hetzij (indien nodig om een leemte te vermijden) uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te bepalen dat het uitdooft van zodra een door de minister goedgekeurd testplan in werking treedt en dat het testen van de blackstart productie-installaties vanaf dan gebeurt overeenkomstig het testplan goedgekeurd door de minister. In het laatste geval is de CREG voorstander dat het aantal (mogelijke) testen en de omstandigheden hiervoor duidelijk worden opgesteld in de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis en dat hiervoor geen afzonderlijke vergoedingen worden voorzien maar verplichtingen betreffen die integraal deel uitmaken van het aanbod van de aanbieder van de hersteldienst op contractbasis. Elia stelt in haar brief van 16 mei 2019, in het kader van de raadpleging van Elia over de ontwerpbeslissing (B)1928, dat ze in het licht van de betreffende vragen van de CREG in het aangepast voorstel helderheid en nodige herformuleringen zal aanbrengen. Niet-vertrouwelijk 19/23 3.2.
- Artikel 7 – Vergoeding
- Febeliec wijst tijdens de openbare raadpleging op punt 7.3 waar een herzien boetemechansime wordt opgenomen dat van toepassing is in geval van een onbeschikbaarheid (geëvalueerd op jaarbasis) van een productie-eenheid die deel uitmaakt van de black-startdienst. Febeliec stelt zich hierbij de vraag waarom geen boetes zijn voorzien indien de onbeschikbaarheid van een productie-eenheid lager is dan 20% op jaarbasis. Elia verduidelijkt in het consultatieverslag van december 2018 dat zij sowieso eenzijdig het black-startcontract kan beëindigen indien de onbeschikbaarheid van een productieeenheid langer loopt dan 120 dagen op jaarbasis. Verder verduidelijkt Elia dat er geen boete van toepassing is als de onbeschikbaarheid minder dan 40 dagen bedraagt op jaarbasis. Wel stelt de CREG vast dat er een incoherentie is in het antwoord van Elia door een onbeschikbaarheid van minder dan 40 dagen per jaar gelijk te stellen aan minder dan 20% van het jaar en vraagt om een verduidelijking in het aangepast voorstel. Verder wenst de CREG te herhalen dat het herzien boetemechanisme additioneel is op de prijsverminderingen die van toepassing zijn bij onbeschikbaarheid en zoals besproken in de punten 7.1 en 7.2 van het voorstel.
- De CREG stelt vast dat in punt 7.2, in geval van niet-naleving van de verplichtingen van punt 3.8 enkel de aanbieders van black-startdiensten die afhankelijk zijn van het waterniveau in de reservoirs worden beoogd en niet de aanbieders die afhankelijk zijn van aardgas of andere brandstoffen. Om een gelijke behandeling tussen aanbieders van black-startdiensten te verzekeren, vraagt de CREG aan Elia om in het aangepast voorstel een monitoring van de middelen en boetes in geval van niet-naleving van de verplichtingen van punt 3.8 te voorzien.
- Elia stelt in haar brief van 16 mei 2019, in het kader van de raadpleging van Elia over de ontwerpbeslissing (B)1928, dat ze in het licht van de betreffende vragen van de CREG in het aangepast voorstel helderheid zal aanbrengen en waar nodig dit zal doen in overleg met de CREG om de nodige herformuleringen aan te brengen. 3.2.
- Artikel 9 – Facturatie en uitbetaling
- Febeliec maakte tijdens de openbare raadpleging georganiseerd door Elia de opmerking dat Elia in artikel 9.1 verwijst naar artikel 11 van de Algemene Voorwaarden, maar onduidelijk is naar welk document Elia precies verwijst. Febeliec raadt aan duidelijk aan te geven welk document hier wordt bedoeld en stelt dat deze opmerking ook verband houdt met haar commentaren inzake CIPU. Elia heeft in artikel 9.1 verduidelijkt naar welk document wordt verwezen en heeft het artikel aangepast (artikel 13 in plaats van artikel 11). Niettemin heeft de CREG een meer fundamenteel bezwaar betreffende de verwijzing in het voorstel naar de Algemene Voorwaarden voor ondersteunende diensten en netverliezen (Conflictbeheer), bekend gemaakt op de website van Elia. De CREG verwijst naar wat zij hierover uiteenzette in titel 3.1.2 van deze beslissing en in het bijzonder de nood aan maximale harmonisatie van de algemene voorwaarden voor de levering van ondersteunende diensten op contractbasis. Niet-vertrouwelijk 20/23
- CONCLUSIE
- Overwegende de bevoegdheid voor de CREG tot goedkeuring van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis met toepassing van artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R, Overwegende dat de Algemene Voorwaarden voor ondersteunende diensten en netverliezen (Conflictbeheer), versie van 13 mei 2013, bekend gemaakt op de website van Elia, met toepassing van artikel 2 van het voorstel de ter goedkeuring ingediende voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis aanvullen, doch niet opgenomen zijn in het voorstel dat op 19 december 2018 ter goedkeuring door de CREG werd ontvangen, Overwegende dat het voorstel van Elia derhalve onvolledig is omdat niet alle voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis op 19 december 2018 ter goedkeuring aan de CREG werden voorgelegd, Overwegende dat over de genoemde Algemene Voorwaarden niet werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R, Overwegende het belangrijk aantal aanpassingen die nodig zijn om aan de opmerkingen van de CREG vervat in deel 3 van deze beslissing tegemoet te komen, Beslist de CREG om het voorstel van Elia van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, ontvangen op 19 december 2018, in zijn geheel niet goed te keuren. Beslist de CREG dat een aangepast voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis door Elia ter goedkeuring moet worden ingediend in het Nederlands en/of Frans, na raadpleging daarover overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R, waarin rekening wordt gehouden met de opmerkingen van de CREG vervat in deze beslissing. De CREG vraagt dat een begeleidende nota wordt toegevoegd ter gelegenheid van de indiening van het aangepaste voorstel met een antwoord op de vragen naar toelichting van de CREG vervat in deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 21/23 Indien Elia van oordeel is dat zij geen rekening kan houden met bepaalde opmerkingen vervat in deze beslissing, wordt Elia gevraagd dit afdoende schriftelijk te motiveren ten aanzien van de CREG in de voornoemde begeleidende nota. De CREG vraagt dat Elia de begeleidende nota toevoegt aan de raadpleging over het aangepaste voorstel van voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. De CREG vraagt Elia om alles in het werk te stellen om een aangepast voorstel dat openbaar werd geraadpleegd, tijdig ter goedkeuring in te dienen met de intentie om over de goedgekeurde voorwaarden te beschikken op het ogenblik dat Elia een aanbestedingsprocedure lanceert voor de black-startcontracten met ingang vanaf 2021. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 22/23 BIJLAGE 1 Voorstel van Elia van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis in het Nederlands en het Frans Niet-vertrouwelijk 23/23