(B)1951 18 juli 2019 Beslissing over de vastlegging van de correctiefactor voor de 2de periode (05.10.2019 – 04.10.2020) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Northwester 2 Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen Niet vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2
- INLEIDING ...................................................................................................................................... 3
- WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3
- ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 4 3.
- Algemeen ................................................................................................................................. 4 3.
- Raadpleging.............................................................................................................................. 4
- ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER..................................................................................... 5
- BESLISSING .................................................................................................................................... 6 Niet-vertrouwelijke versie 2/6
- INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 14, §1ter/1 van het koninklijk besluit van 14 juli 2002, of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsprijs. Op basis van haar onderzoek bepaalt de CREG de correctiefactor. Deze eindbeslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 18 juli
- WETTELIJKE BASIS Artikel 14, § 1, 2de lid, 1°quater van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “1° quater voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd, onverminderd paragraaf 1quater en 1quinquies/1 aan de hand van de volgende formule en waarvan het bedrag in geen geval negatief mag zijn : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentie-prijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - de LCOE gelijk is aan 79 euro/MWh; - onverminderd de mogelijkheid om, in overeenstemming met paragraaf 1ter/1, de correctiefactor per domeinconcessie vast te leggen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de huidige door de domeinconcessiehouder verkregen verkoopprijs voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit; - de netverliesfactor elke maand door de commissie, voor elke concessie, wordt berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd”
- Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen : 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; Niet-vertrouwelijke versie 3/6 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter.”
- ANTECEDENTEN 3.
- ALGEMEEN
- In beslissing (B)1832 van 11 oktober 2018 over de aanvraag tot het vastleggen van de correctiefactor ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Northwester 2 voor de eerste periode na financial close heeft de CREG onderzocht of de PPA van Northwester 2 marktconform is. Na analyse van de PPA van RWE, beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 10,38 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van één jaar vanaf de datum van financial close.
- Met haar schrijven van 5 juni 2019 (ontvangen op 6 juni 2019) heeft Northwester 2 een dossier ingediend bij de CREG voor de goedkeuring van de correctiefactor voor de tweede periode (die ingaat op 5 oktober 2019 en eindigt op 4 oktober 2020) conform de procedure zoals vastgelegd door het koninklijk besluit van 16 juli
- Dit dossier werd aangevuld op 19 juni
- Ontwerpbeslissing (B)1951 over de vastlegging van de correctiefactor voor de 2de periode (05.10.2019 – 04.10.2020) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Northwester 2 werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 4 juli
- 3.
- RAADPLEGING
- Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG1 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het 1 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari
- Niet-vertrouwelijke versie 4/6 huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen.
- Het directiecomité van de CREG meende dat de beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor de aanvrager, namelijk Northwester 2, en besliste daarom om een niet-openbare raadpleging te houden over de ontwerpbeslissing en daarbij enkel Northwester 2 te raadplegen.
- De CREG heeft op 11 juli 2019 een schrijven van Northwester 2 ontvangen waarin ze verklaart geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing.
- ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER
- Op 6 juni heeft de CREG het dossier ontvangen voor de goedkeuring van de correctiefactor (11,11 %) voor de tweede periode die ingaat op 5 oktober 2019 en eindigt op 4 oktober
- Northwester 2 heeft eveneens alle parameters alsook de berekening van de correctiefactor overgemaakt.
- De correctiefactor wordt berekend conform artikel 5.3 van het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Northwester 2 NV en RWE Supply & Trading GmbH: [VERTROUWELIJK]
- In beslissing (B)1832 heeft de CREG reeds geoordeeld dat deze PPA marktconform is. De berekening van de correctiefactor is eveneens een onderdeel van dit contract.
- De CREG controleert hierna of de correctiefactor van 11,11 %, die van toepassing is van 5 oktober 2019 tot en met 4 oktober 2020, correct berekend is. De CREG heeft eerst de correctheid van de brongegevens onderzocht. De CREG stelt vast de [VERTROUWELIJK] waarden die Northwester 2 heeft gebruikt overeenstemmen met deze gepubliceerd op [VERTROUWELIJK]. Voor de berekening van de [VERTROUWELIJK] stelt de CREG vast dat Northwester 2 gebruik heeft gemaakt van de gegevens die gepubliceerd zijn op de website van [VERTROUWELIJK]. Vervolgens heeft de CREG de toepassing van de formule gecheckt. De CREG stelt vast dat de correctiefactor van 11,11 % een correcte weergave is van de toepassing van de formule opgenomen in het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Northwester 2 NV en RWE. Niet-vertrouwelijke versie 5/6
- BESLISSING Gelet op artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin de procedure wordt bepaald voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die onderzoekt of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs; Gelet op het aanvraagdossier van 5 juni 2019 en de aanvulling op 19 juni 2019; Beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 11,11 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van 5 oktober 2019 tot met 4 oktober
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 6/6