← België

Beslissing over het aangepaste voorstel van de nv Elia System Operator over haar bijdrage aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s voor de vas

(B)1968 7 november 2019 Beslissing over het aangepaste voorstel van de nv Elia System Operator over haar bijdrage aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling in 2019 Artikel 9, achtste lid, e), en tiende lid en artikel 76, tweede lid van Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4
  2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9
  3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 10 3.
  4. Samenvatting van de reacties ............................................................................................... 10 3.
  5. Antwoord van de CREG ......................................................................................................... 11
  6. BEOORDELING ............................................................................................................................... 12
  7. BESLISSING..................................................................................................................................... 13 BIJLAGE .................................................................................................................................................. 14 Niet-vertrouwelijke versie 2/14 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna het aangepaste voorstel van Elia System Operator nv (hierna: “Elia”) over haar bijdrage aan de kosten van de NEMO’s in België voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling in
  8. De opmaak en beoordeling van dit voorstel worden geregeld door Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: “de CACM-verordening”), in het bijzonder de artikelen 9 en
  9. De beslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijk kader. In het tweede deel worden de antecedenten van de beslissing toegelicht. Het derde deel gaat over de beoordeling van de reacties op de raadpleging. Het vierde deel gaat over de beoordeling van het aangepaste voorstel. Het vijfde deel tenslotte bevat de eigenlijke beslissing. Niet-vertrouwelijke versie 3/14
  10. WETTELIJK KADER Het wettelijk kader voor deze ontwerpbeslissing wordt gevormd door de CACM-verordening. In de overwegingen komt de bestaansreden van de verordening en de principes die eraan ten grondslag liggen aan bod: “

(19)De elektriciteitsbeurzen verzamelen biedingen en aanbiedingen binnen verschillende tijdsbestekken; deze vormen de noodzakelijke inputs voor de capaciteitsberekening in het eenvormige day-ahead- en intradaykoppelingsproces. De bij deze verordening vastgelegde regels voor de elektriciteitshandel vergen derhalve een institutioneel kader voor elektriciteitsbeurzen. Gemeenschappelijke eisen voor het aanwijzen van benoemde elektriciteitsmarktbeheerders („nominated electricity market operators” — hierna „NEMO's”) en voor hun taken moeten het verwezenlijken van de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 714/2009 bevorderen en ervoor zorgen dat bij eenvormige day-aheaden intradaykoppeling naar behoren rekening wordt gehouden met de interne markt.
(20)Om een eenvormig day-ahead- en intradaykoppelingsproces te kunnen vaststellen, is samenwerking tussen potentieel concurrerende elektriciteitsbeurzen vereist teneinde gemeenschappelijke marktkoppelingsfuncties vast te stellen. Om die reden is het voor deze gemeenschappelijke functies van wezenlijk belang dat de mededingingsregels worden nageleefd en dat er toezicht wordt uitgeoefend. […]
(23)Alle kosten die op efficiënte wijze zijn gemaakt voor het waarborgen van de vastheid van de capaciteit, alsmede de kosten voor de vaststelling van processen met het oog op de naleving van deze verordening, moeten tijdig worden doorberekend via netwerktarieven of geschikte regelingen. NEMO's moeten, inclusief bij de uitoefening van MCO-functies, het recht hebben de door hen gemaakte kosten door te berekenen indien deze op efficiënte wijze zijn gemaakt en redelijk en evenredig zijn.
(24)Voordat het uitvoeringsproces van start gaat, moet overeenstemming worden bereikt over de regels voor het delen van de gemeenschappelijke kosten van eenvormige day-aheaden intradaykoppeling tussen de NEMO's en TSB's van verschillende lidstaten, dit om vertragingen en geschillen over de kostendeling te voorkomen.
(25)Om de voltooiing en efficiënte werking van de interne elektriciteitsmarkt te bevorderen en het optimale beheer, de gecoördineerde exploitatie en de deugdelijke technische ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem in de Unie te waarborgen, is samenwerking tussen de TSB's, NEMO's en regulerende instanties vereist. De TSB's, NEMO's en regulerende instanties moeten de synergie-effecten benutten die voortvloeien uit projecten op het gebied van capaciteitstoewijzing en congestiebeheer welke bijdragen tot de ontwikkeling van de interne elektriciteitsmarkt. Zij moeten putten uit de opgedane ervaring, de genomen besluiten respecteren en gebruikmaken van de in het kader van deze projecten ontwikkelde oplossingen.
(26)Om ervoor te zorgen dat de TSB's, NEMO's en regulerende instanties nauw samenwerken, moet er een robuust, betrouwbaar en niet-discriminerend EU-beheerskader voor eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling worden vastgesteld.
(27)Het doel van deze verordening, namelijk het tot stand brengen van eenvormige dayahead- en intradaykoppeling, kan niet met succes worden verwezenlijkt zonder vaststelling van een geheel aan geharmoniseerde regels voor de capaciteitsberekening, het congestiebeheer en de handel in elektriciteit.
(28)De eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling moeten echter stapsgewijs worden ingevoerd, aangezien het regelgevingskader voor elektriciteitshandel en de fysieke structuur Niet-vertrouwelijke versie 4/14 van de transmissienetten op lidstaat- en regionaal niveau grote verschillen vertonen. Om eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling te kunnen invoeren, moeten de bestaande methodologieën op het gebied van capaciteitsberekening, toewijzing en congestiebeheer stap voor stap worden geharmoniseerd. Als tussenstap kan daarom zo nodig eenvormige intraday- en day-aheadmarktkoppeling op regionaal niveau worden ingevoerd.
(29)Eenvormige day-ahead- en eenvormige intradaykoppeling vergen de invoering van geharmoniseerde maximum- en minimumclearingprijzen die bijdragen tot de versterking van de investeringsvoorwaarden voor een veilige capaciteit en voorzieningszekerheid op lange termijn, zowel binnen de lidstaten als tussen de lidstaten.
(30)Gezien de buitengewoon complexe en gedetailleerde aard van de voorwaarden of methodologieën die vereist zijn om eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling volledig tot stand te brengen, moeten bepaalde gedetailleerde voorwaarden of methodologieën door de TSB's en NEMO's worden ontwikkeld en door de regulerende instanties worden goedgekeurd. Een dergelijke ontwikkeling van bepaalde voorwaarden of methodologieën door TSB's en elektriciteitsbeurzen en het daaropvolgende proces van goedkeuring door de regulerende instanties mag de voltooiing van de interne elektriciteitsmarkt echter niet afremmen. Het is daarom nodig specifieke bepalingen met betrekking tot de samenwerking tussen TSB's, NEMO's en regulerende instanties vast te stellen.” 2. Artikel 3 van de verordening geeft de nagestreefde doelstellingen: “Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
  1. a)bevorderen van doeltreffende concurrentie bij de opwekking en levering van elektriciteit alsmede de handel in elektriciteit;
  2. b)waarborgen van een optimaal gebruik van de transmissie-infrastructuur;
  3. c)waarborgen van de operationele veiligheid;
  4. d)optimaliseren van de berekening en toewijzing van zoneoverschrijdende capaciteit;
  5. e)waarborgen van de niet-discriminerende behandeling van TSB's, NEMO's, het Agentschap, regulerende instanties en marktdeelnemers;
  6. f)waarborgen en verbeteren van de transparantie en betrouwbaarheid van gegevens;
  7. g)bijdragen tot de efficiënte langetermijnexploitatie en -ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie;
  8. h)rekening houden met de behoefte aan een billijke en ordelijke markt en prijsvorming;
  9. i)creëren van een gelijk speelveld voor NEMO's;
  10. j)zorgen voor niet-discriminerende toegang tot zoneoverschrijdende capaciteit.” 3. Artikel 9 van de verordening bepaalt de te volgen procedure voor de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën: “1. De TSB's en NEMO's ontwikkelen de overeenkomstig deze verordening vereiste voorwaarden of methodologieën en dienen die binnen de bij deze verordening vastgestelde respectieve termijnen ter goedkeuring in bij de bevoegde regulerende instanties. Wanneer een voorstel voor de voorwaarden of methodologieën overeenkomstig deze verordening door meer dan één TSB of NEMO moet worden ontwikkeld en goedgekeurd, werken de desbetreffende TSB's en NEMO's nauw samen. Met de bijstand van het ENTSO voor elektriciteit stellen de TSB's en alle NEMO's de bevoegde regulerende instanties en het Agentschap op gezette tijden in kennis van de voortgang bij de ontwikkeling van deze voorwaarden of methodologieën. […] Niet-vertrouwelijke versie 5/14 4. Indien de TSB's of NEMO's hebben nagelaten om binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen een voorstel voor voorwaarden of methodologieën in te dienen bij de nationale regulerende instanties, zenden zij de bevoegde regulerende instanties en het Agentschap de relevante ontwerpen van de voorwaarden of methodologieën toe en verduidelijken zij waarom geen overeenstemming is bereikt. Het Agentschap stelt de Commissie in kennis van deze informatie en voert, in samenwerking met de bevoegde regulerende instanties en op verzoek van de Commissie, een onderzoek uit naar de redenen voor dit gebrek aan overeenstemming en stelt de Commissie op de hoogte van de resultaten daarvan. De Commissie neemt passende maatregelen om de vaststelling van de vereiste voorwaarden of methodologieën mogelijk te maken binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van de informatie van het Agentschap. 5. Elke regulerende instantie keurt de voorwaarden of methodologieën goed die worden gebruikt voor de berekening of de opzet van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling als ontwikkeld door de TSB's en NEMO's. Zij zijn verantwoordelijk voor goedkeuring van de in de leden 6, 7 en 8 bedoelde voorwaarden of methodologieën. […] 8. De volgende voorwaarden of methodologieën worden ter afzonderlijke goedkeuring voorgelegd aan elke regulerende instantie of andere bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten: […]
  11. e)de kosten voor capaciteitstoewijzing en congestiebeheer, overeenkomstig de artikelen 75 tot en met 79; 9. Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor hun tenuitvoerlegging en een beschrijving van hun verwacht effect op de doelstellingen van deze verordening. Voorstellen betreffende voorwaarden of methodologieën die ter goedkeuring aan verschillende of aan alle regulerende instanties moeten worden voorgelegd, worden bij het Agentschap ingediend op hetzelfde tijdstip als dat van indiening bij de regulerende instanties. Op verzoek van de bevoegde regulerende instanties brengt het Agentschap binnen een termijn van drie maanden advies uit over de voorstellen voor voorwaarden of methodologieën. 10. Wanneer de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën een besluit van meer dan één regulerende instantie vergt, raadplegen de bevoegde regulerende instanties elkaar en werken zij in nauwe coördinatie samen met het oog op het bereiken van overeenstemming. In voorkomend geval houden de bevoegde regulerende instanties rekening met het advies van het Agentschap. De regulerende instanties nemen besluiten betreffende de ingediende voorwaarden of methodologieën overeenkomstig de leden 6, 7 en 8 binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van de voorwaarden of methodologieën door de regulerende instantie of, waar van toepassing, door de laatste betrokken regulerende instantie. 11. Wanneer de regulerende instanties niet binnen de in lid 10 bedoelde termijn een overeenstemming hebben kunnen bereiken, of op hun gezamenlijk verzoek, stelt het Agentschap binnen een termijn van zes maanden een besluit vast betreffende de ingediende voorstellen voor voorwaarden of methodologieën, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 713/2009. 12. Wanneer één of meer regulerende instanties een wijzigingsverzoek indienen teneinde de overeenkomstig de leden 6, 7 en 8 ingediende voorwaarden of methodologieën te kunnen goedkeuren, dienen de desbetreffende TSB's of NEMO's ter goedkeuring een voorstel voor gewijzigde voorwaarden of methodologieën in binnen twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek van de regulerende instantie(s). Binnen een termijn van twee maanden na de indiening van de gewijzigde voorwaarden of methodologieën, nemen de bevoegde regulerende instanties daarover een besluit. Wanneer de bevoegde regulerende instanties Niet-vertrouwelijke versie 6/14 binnen die termijn van twee maanden geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de gewijzigde voorwaarden of methodologieën overeenkomstig de leden 6 en 7, of op hun gezamenlijk verzoek, stelt het Agentschap binnen een termijn van zes maanden een besluit vast betreffende de gewijzigde voorwaarden of methodologieën, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 713/2009. Indien de desbetreffende TSB's of NEMO's er niet in slagen om een voorstel voor gewijzigde voorwaarden of methodologieën in te dienen, geldt de procedure van lid 4 van het onderhavige artikel. 13. De TSB's of NEMO's die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën, of de regulerende instanties die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling daarvan overeenkomstig de leden 6, 7 en 8, kunnen verzoeken deze voorwaarden of methodologieën te wijzigen. De voorstellen voor wijziging van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 12 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in dit artikel uiteengezette procedure.” 4. Verdere bepalingen over de terugwinning van de kosten voor capaciteitstoewijzing en congestiebeheer zijn vervat in hoofdstuk 3 van titel III van de CACM-verordening. Binnen dat hoofdstuk geeft artikel 75 algemene bepalingen inzake kostenterugwinning: “1. De kosten met betrekking tot de overeenkomstig artikel 8 aan de TSB's opgelegde verplichtingen, inclusief de in artikel 74 en de artikelen 76 tot en met 79 gespecificeerde kosten, worden beoordeeld door de bevoegde regulerende instanties. De kosten die als redelijk, efficiënt en evenredig zijn beoordeeld, worden op tijdige wijze teruggewonnen door de inning van netwerktarieven of via andere passende mechanismen als bepaald door de bevoegde regulerende instanties. 2. Het aandeel van de lidstaten in de gemeenschappelijke kosten als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder a), de regionale kosten als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder b), en de nationale kosten als bedoeld in artikel 80, lid 2, onder c), die als redelijk, efficiënt en evenredig zijn beoordeeld, wordt teruggewonnen via NEMO-vergoedingen, netwerktarieven of andere door de bevoegde regulerende instanties vastgestelde passende mechanismen. 3. Wanneer de regulerende instanties daarom verzoeken, verstrekken de relevante TSB's, de NEMO's en de in artikel 78 bedoelde gedelegeerden binnen een termijn van drie maanden na dit verzoek de nodige informatie om een evaluatie van de opgelopen kosten te vergemakkelijken.” 5. Artikel 76 gaat specifiek over de kosten voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling. “1. Alle NEMO's nemen de volgende kosten op zich:
  12. a)de gemeenschappelijke, regionale en nationale kosten van de vaststelling, actualisering en verdere ontwikkeling van het prijskoppelingsalgoritme en de eenvormige day-aheadkoppeling;
  13. b)de gemeenschappelijke, regionale en nationale kosten van de vaststelling, actualisering en verdere ontwikkeling van het continumatchingalgoritme en de eenvormige intradaykoppeling;
  14. c)de gemeenschappelijke, regionale en nationale kosten van de werking van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling. 2. Afhankelijk van de goedkeuring van de betrokken NEMO's, kunnen de TSB's een bijdrage leveren om de in lid 1 bedoelde kosten te dekken op voorwaarde van goedkeuring van de desbetreffende regulerende instanties. In dergelijke gevallen is elke TSB binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van een kostenprognose van de betrokken NEMO's Niet-vertrouwelijke versie 7/14 gerechtigd om bij de desbetreffende regulerende instantie ter goedkeuring een voorstel betreffende de kostenbijdrage in te dienen. 3. De betrokken NEMO's zijn gerechtigd de in lid 1 bedoelde kosten die niet overeenkomstig lid 2 door TSB's ten laste zijn genomen, uitsluitend wanneer die kosten redelijk en evenredig zijn bevonden, terug te winnen via vergoedingen of andere passende mechanismen op basis van nationale overeenkomsten met de bevoegde regulerende instantie.” 6. Artikel 80 regelt de kostendeling tussen NEMO's en TSB's in verschillende lidstaten: “1. Alle betrokken NEMO's en TSB's dienen jaarlijks bij de regulerende instanties een verslag in waarin de kosten voor de totstandbrenging, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling nader zijn toegelicht. Dit verslag wordt gepubliceerd door het Agentschap dat daarbij rekening houdt met gevoelige commerciële informatie. Kosten die direct verband houden met de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling worden duidelijk, afzonderlijk en op verifieerbare wijze gespecificeerd. Het verslag bevat ook alle nadere gegevens betreffende de bijdrage die de TSB's leveren ter dekking van de NEMOkosten overeenkomstig artikel 76, lid 2. 2. De in lid 1 bedoelde kosten worden uitgesplitst in:
  15. a)gemeenschappelijke kosten, resulterend uit gecoördineerde activiteiten van alle NEMO's of TSB's die deelnemen aan de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling;
  16. b)regionale kosten, resulterend uit de activiteiten van in een bepaalde regio samenwerkende NEMO's of TSB's;
  17. c)nationale kosten, resulterend uit activiteiten van de NEMO's of TSB's in de lidstaat in kwestie. 3. De in lid 2, onder a), bedoelde gemeenschappelijke kosten worden gedeeld tussen de TSB's en NEMO's in de lidstaten en derde landen die aan de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling deelnemen. Om het bedrag te berekenen dat door de TSB's en NEMO's in elke lidstaat en in voorkomend geval in derde landen moet worden betaald, wordt een achtste van de gemeenschappelijke kosten gelijkelijk verdeeld tussen de verschillende lidstaten en derde landen, worden vijf achtsten verdeeld tussen elke lidstaat en elk derde land in verhouding tot hun verbruik, en worden twee achtsten gelijkelijk verdeeld tussen de deelnemende NEMO's. Om rekening te houden met wijzigingen op het gebied van gemeenschappelijke kosten of wijzigingen qua deelnemende TSB's en NEMO's, wordt de berekening van de gemeenschappelijke kosten op gezette tijden aangepast. 4. De NEMO's en TSB's die in een bepaalde regio samenwerken, bereiken gezamenlijk overeenstemming over een voorstel voor het delen van de in lid 2, onder b), bedoelde regionale kosten. Dit voorstel wordt vervolgens individueel goedgekeurd door de bevoegde nationale instanties van elk van de lidstaten in de regio. Als alternatief mogen de in een bepaalde regio samenwerkende NEMO's en TSB's ook de in lid 3 uiteengezette kostendelingsregelingen gebruiken. 5. De kostendelingsbeginselen gelden voor de kosten die zijn opgelopen vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. Dit laat de bestaande oplossingen onverlet die worden gebruikt voor de ontwikkeling van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling, en de kosten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn opgelopen, moeten worden gedeeld tussen de NEMO's en TSB's op basis van de bestaande regelingen voor dergelijke oplossingen.” Niet-vertrouwelijke versie 8/14 2. ANTECEDENTEN 7. Op 22 november 2017 heeft de CREG een Richtsnoer over het delen van de kosten voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de day-ahead en intradaykoppeling (hierna: het richtsnoer) aan EPEX Spot, North Pool en Elia. Dit richtsnoer volgt op het verzoek van Elia en de NEMO's om richtsnoeren van de CREG te hebben voor het indienen van het voorstel voor de kostenbijdrage krachtens artikel 76.2 van de CACM. Het richtsnoer heeft betrekking op de categorisering van de kosten op grond van de artikelen 76 en 80 van de CACM en de verdeling ervan tussen Elia en de NEMO's en tussen NEMO's, evenals de kostenbijdrage van Elia aan de kosten die aan de NEMO zijn toewijzen. Volgens artikel 80.2 van de CACM-verordening moeten de kosten voor het vaststelling, wijzigen en uitvoeren van dagelijkse en intradaykoppelingen eerst worden onderverdeeld in drie niveaus: gemeenschappelijke of Europese kosten, regionale kosten en nationale kosten. De artikelen 80.3 en 80.4 van de CACM-verordening bepalen respectievelijk de regels voor de toewijzing van gemeenschappelijke en regionale kosten tussen de lidstaten. Deze verdeling geeft aanleiding tot de "member state bills", het aandeel van elk lidstaat in de gemeenschappelijke en regionale kosten. Voor elk niveau heeft het richtsnoer betrekking op de kostencategorieën die zijn gedefinieerd in de brief van 10 mei 2017: de gemeenschappelijke kosten van de netwerkexploitanten, de gemeenschappelijke kosten van de NEMO's en de gemeenschappelijke kosten voor de netwerkexploitanten en NEMO's1. Voor het nationale niveau biedt het richtsnoer ook een categorie voor de individuele kosten van NEMO's. 8. Bij verzoekschrift van 28 december 2017 heeft EPEX de vernietiging gevorderd van de Guidance voor het Marktenhof te Brussel. Gelet op de niet-bindende aard van de Guidance, heeft de CREG per brief van 31 januari 2018 aan alle partijen verduidelijkt dat het in casu niet om een finale beslissing ging. Op 9 mei 2018 verwierp het Brusselse Marktenhof het beroep van EPEX Spot op grond van nietontvankelijkheid, aangezien het richtsnoer geen formele beslissing van de CREG vormt. 9. Op 1 november 2018 heeft Nord Pool AS haar marktactiviteiten en haar marktkoppelingsactiviteiten gescheiden. Haar marktactiviteiten werden overgedragen naar een afzonderlijke entiteit en haar marktkoppelingsactiviteiten blijven in de oorspronkelijke entiteit. De oorspronkelijke entiteit is ook van naam veranderd en werd European Market Coupling Operator AS (hierna “EMCO”). De nieuwe entiteit neemt de naam Nord Pool AS over. 10. Per brief van 21 december 2018 heeft Elia aan de CREG een document overgemaakt in het Engels en in het Nederlands met als titel “Voorstel betreffende een Kostenbijdrage door Elia aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s en/of NEMO’s die in een andere lidstaat zijn aangewezen en handelsdiensten mogen aanbieden in de day-ahead en/of intraday tijdsbestekken in België voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead en intraday koppeling in overeenstemming met Artikel 76
(2)van de Verordening (EU)20155/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer”. Dit voorstel maakt het voorwerp uit van onderhavige beslissing en wordt toegevoegd als bijlage 1 (hierna: het voorstel).
  1. Sinds 31 december 2018 is EPEX SPOT Belgium gefusioneerd met EPEX SPOT S.E. Alle rechten en plichten van EPEX SPOT Belgium werden overgedragen naar EPEX SPOT S.E.
  2. EPEX SPOT S.E. is in 1 Joint TSO costs, Joint NEMO costs en joint TSO-NEMO costs Eenvoudigheidshalve worden EPEX SPOT Belgium en EPEX SPOT S.E. in het vervolg van deze ontwerpbeslissing “EPEX” genoemd als een onderscheid niet noodzakelijk is. Waar nodig zal er wel een onderscheid worden gemaakt. 2 Niet-vertrouwelijke versie 9/14 België nog geen aangewezen NEMO en moet bijgevolg de procedure volgen om als NEMO te kunnen worden aangewezen. Intussen zal EPEX SPOT S.E. in België actief zijn als “Passporting NEMO”
  3. Op 15 februari 2019 heeft Elia aan de CREG het verslag overgemaakt over de bijdrage die in 2018 aan de NEMO’s werd toegekend.
  4. Op 18 juli 2019 heeft de CREG een ontwerpbeslissing (B)1968 genomen met betrekking tot het voorstel van de nv Elia System Operator over haar bijdrage aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling in
  5. Op 19 augustus 2019 werd de ontwerpbeslissing (B)1968 aan een raadpleging van de drie betrokken partijen voorgelegd, nl. Elia, EMCO en EPEX SPOT SE, voor een periode van 3 weken die afliep op 9 september
  6. Twee reacties werden aan de CREG overgemaakt, één van Elia en één andere van EPEX SPOT SE.
  7. RAADPLEGING 3.
  8. SAMENVATTING VAN DE REACTIES
  9. Er werden reacties op de raadpleging ontvangen van Elia System Operator en EPEX SPOT SE.
  10. De reactie van EPEX SPOT SE spitst zich toe op twee punten. Eerst en vooral antwoordt EPEX SPOT SE op de opmerkingen geformuleerd door de CREG over het vastgestelde verschil tussen de full member fee toegepast in België en in de buurlanden. EPEX SPOT SE merkt op dat volgens artikel 5
(1)van de CACM-verordening de fees van de NEMO’s enkel door een regulator moeten worden goedgekeurd in de landen die geopteerd hebben voor een monopolistische NEMO. Bijgevolg moeten de fees van EPEX SPOT SE in België niet door de CREG goedgekeurd worden. Ten tweede legt EPEX SPOT SE uit dat de verdeling van de kosten van de NEMO’s in het jaar Y volgens de verkoopvolumes van het jaar Y-2 niet pertinent en mogelijk discriminatoir is, vooral sinds de go-live van de SIDC in België in
  1. EPEX SPOT SE stelt dus voor dat de verdeling van de kosten tussen NEMO’s in 2019 rekening houdt met de verkoopvolumes van
  2. EMCO zou dit voorstel aanvaard hebben.
  3. De reactie van Elia gaat over dezelfde twee punten. Betreffende de full member fee van EPEX SPOT SE steunt Elia het feit dat de problematiek geen direct verband heeft met het voorstel dat het voorwerp uitmaakt van de beslissing en kan dus haar goedkeuring niet verhinderen. Betreffende de verdeling van de kosten tussen de NEMO’s doet Elia hetzelfde voorstel dan EPEX SPOT SE en dient zij in de bijlage van haar reactie een in die zin aangepast voorstel in. Dit aangepast voorstel kreeg het formele akkoord van de beide NEMO’s. 3 In tegenstelling tot NEMO’s aangeduid in België, worden “passporting NEMOs” nie tin België aangeduid, maar ten minste in 1 andere lidstaat. Niet-vertrouwelijke versie 10/14 3.
  4. ANTWOORD VAN DE CREG
  5. Betreffende het eerste punt gaat de CEG akkoord met het feit dat een goedkeuring van de fees van de NEMO’s in België niet wordt opgelegd door de CACM-verordening. Niettemin wijst de CREG op het toewijzingscriterium van de NEMO’s, opgenomen in artikel 6
(1).f. van de CACM-verordening, dat bepaalt dat deelnemers aan de markt door de NEMO’s op nietdiscriminatoire wijze moeten worden behandeld. Volgens de lezing van de CREG is deze nietdiscriminatie van toepassing op de volledige gezamenlijke markt en dus tussen deelnemers van de betreffende landen. In België is niet de regulator (de CREG) de bevoegde instantie voor de aanwijzing van de NEMO’s, maar de minister bevoegd voor het energiebeleid. Het is dus de minister die moet waken over het respecteren van artikel 6
(1).f. van de CACM-verordening en, in geval van het niet-respecteren ervan, het aanvatten van een herroepingsprocedure van de toewijzing. Niettemin is de CREG volgens de elektriciteitswet, meer bepaald met toepassing (
  1. i)van artikel 23, § 1, paragrafen 1 en 7; (
  2. ii)van artikel 23, § 2, paragrafen 2, 3 en 8, belast met de monitoring van de elektriciteitsmarkt in de brede zin van het woord en, indien noodzakelijk samen met de bevoegde publieke instanties. Dit gezegd zijnde, erkent de CREG dat deze discussie de goedkeuring van het aangepast voorstel van Elia niet moet verhinderen en dat ze het voorwerp moet uitmaken van een afzonderlijk proces. Op basis van de beschikbare informatie meent de CREG dat het artikel 6
(1).f. van de CACM-verordening inderdaad meer verantwoording door EPEX SPOT SE vereist wat betreft de full member fee. De CREG zal dus later contact opnemen met EPEX SPOT SE en de minister bevoegd voor het energiebeleid.
  1. Betreffende het tweede punt dat door EPEX SPOT SE en Elia aangehaald wordt, vindt de CREG de aanpassing van de kostenverdeling tussen NEMO’s relevant en aanvaardt zij bijgevolg rekening te houden met het aangepast voorstel ingediend door Elia als bijlage bij haar reactie op de raadpleging. De CREG noteert bovendien dat dit probleem van timing tussen het proces van indiening van het voorstel van de bijdrage voor het volgende jaar en de bevestiging van de transactievolumes van het lopende jaar werd opgelost in de tweede versie van de guidance overgemaakt door de CREG aan Elia en aan de NEMO’s per brief van 25 oktober
  2. Niet-vertrouwelijke versie 11/14
  3. BEOORDELING
  4. De CREG stelt vast dat het aangepast voorstel voldoet aan de voorschriften van de CACMverordening en de Belgische wetgeving, in het bijzonder over het taalgebruik.
  5. De CREG stelt vast dat de rapportering van de kosten, de principes voor de verdeling van de kosten tussen Elia en de NEMO’s en de bijdrage van Elia in de kosten van de NEMO’s in lijn zijn met de Guidance van de CREG van 23 november
  6. Artikel 76, tweede lid van de CACM-verordening stelt: “Afhankelijk van de goedkeuring van de betrokken NEMO's, kunnen de TSB's een bijdrage leveren om de in lid 1 bedoelde kosten te dekken op voorwaarde van goedkeuring van de desbetreffende regulerende instanties. In dergelijke gevallen is elke TSB binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van een kostenprognose van de betrokken NEMO's gerechtigd om bij de desbetreffende regulerende instantie ter goedkeuring een voorstel betreffende de kostenbijdrage in te dienen.” (onderlijning van de CREG) De CREG stelt vast dat de reactie van Elia op de raadpleging kopies bevat van e-mails van de NEMO’s die in België actief zijn, EPEX Spot en EMCO, die bevestigen dat ze akkoord gaan met de inhoud van het aangepast voorstel.
  7. De CREG stelt vast dat de verdeelsleutel van de kosten van de NEMO’s werd aangepast aan die van de richtsnoeren van de CREG aangezien EPEX Spot geen NEMO meer is die in België is aangeduid, maar wel een passporting NEMO (dus zonder stemrecht) is. De richtsnoeren van de CREG voorzien immers een verdeelsleutel in functie van het stemrecht van de NEMO’s. Enkel de aangeduide NEMO’s hebben stemrecht in overeenstemming met artikel 9
(2)van de CACM-verordening. De verdeling van de stemrechten tussen de in België aangewezen NEMO’s is een bevoegdheid van de minister bevoegd voor het energiebeleid. Het voorstel van Elia wijkt dus af van de Guidance door een andere verdeelsleutel van de kosten van de NEMO’s voor te stellen, zijnde in functie van het transactievolume. Deze aanpassing heeft in feite geen impact op de verdeling van de kosten aangezien de stemrechten afhankelijk zijn van de transactievolumes. In het aangepast voorstel wordt het door Elia en de NEMO’s voldoende verantwoord dat er rekening moet worden gehouden met de volumes van de werkelijke transacties in 2018. 24. De CREG stelt vast dat de door EPEX SPOT gedragen kosten in het kader van artikel 76
(3)van de CACM-verordening, volgens het voorstel, [vertrouwelijk] k€ bedragen na aftrek van de bijdrage van Elia. Dit bedrag kan door EPEX Spot op verschillende manieren gerecupereerd worden, in het bijzonder via een trading fee en/of een membership fee. De CREG stelt vast dat de full membership fee van EPEX spot in België (10.000 €/jaar) dubbel zo hoog is als in de buurlanden waaronder Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland (5.000 €/jaar). Aangezien EPEX Spot in België een zestigtal full members heeft, kan de kost van artikel 76
(2)van de CACM-verordening dit verschil niet verklaren. Artikel 6
(1).f. van de CACM-verordening bepaalt dat de NEMO’s marktdeelnemers op niet-discriminerende wijze dienen te behandelen. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 3 heeft EPEX SPOT SE, in het kader van de raadpleging, dit verschil in behandeling tussen de Belgische klanten van EPEX Spot en de klanten van de buurlanden niet gerechtvaardigd. Gelet op het feit dat de CACM-verordening echter geen goedkeuring vereist van de Niet-vertrouwelijke versie 12/14 fees van de NEMO’s en dat deze discussie geen rechtstreeks verband heeft met de inhoud van het voorstel van Elia, verhindert dit punt de goedkeuring van het voorstel van Elia niet. In naleving van haar bevoegdheden zal de CREG er echter over waken dat het criterium van artikel 6
(1).f. van de CACM-verordening gerespecteerd wordt. 5. BESLISSING De CREG beslist om het aangepast voorstel van Elia System Operator nv van 9 september 2019 over haar bijdrage aan de kosten gedragen door de in België aangewezen NEMO’s voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling getiteld “Voorstel betreffende een Kostenbijdrage door Elia aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s en/of NEMO’s die in een andere lidstaat zijn aangewezen en hendelsdiensten mogen aanbieden in de dayahaed en/of intraday tijdsbestekken in België voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead en intraday koppeling in overeenstemming met artikel 76
(2)van Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer” goed te keuren.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 13/14 BIJLAGE Voorstel van 9 september 2019 betreffende een Kostenbijdrage door Elia aan de kosten van de in België aangewezen NEMO’s en/of NEMO’s die in een andere lidstaat zijn aangewezen en handelsdiensten mogen aanbieden in de day-ahead en/of intradaytijdsbestekken in België voor de vaststelling, wijziging en uitvoering van de eenvormige day-ahead en intradaykoppeling in overeenstemming met artikel 76
(2)van Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteits-toewijzing en congestiebeheer [vertrouwelijk] Niet-vertrouwelijke versie 14/14

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.