← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten van het offshore windpark Mermai

(B)2003 25 oktober 2019 Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten van het offshore windpark Mermaid tussen Elia System Operator nv en SeaMade nv Artikel 14, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 3. 4. 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 7 ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT .............................................................................. 7 3.1. Verplichting tot aankoop van de Groenestroomcertificaten .................................................. 7 3.2. Betalingsprincipes ................................................................................................................... 8 3.3. Informatie-uitwisseling............................................................................................................ 9 3.4. Bijlage 2 ................................................................................................................................... 9 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 10 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 11 Niet-vertrouwelijke versie 2/11 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt hierna1 het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten (hierna: “voorstel van contract”) tussen de netbeheerder, de nv Elia System Operator (hierna: “Elia”), en de nv SeaMade (hierna: “SeaMade”). Het dossier werd ingediend door SeaMade, die de titularis is van de domeinconcessies van Mermaid en Seastar. Het voorstel van contract heeft betrekking op het aankopen van de groenestroomcertificaten van het windpark Mermaid. Met toepassing van artikel 14, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 maakt “de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via windenergie, zoals omschreven onder 1° (van artikel 14, §1) , op voorstel van de netbeheerder, het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder, dat ter goedkeuring voorgelegd wordt” aan de CREG. Met toepassing van artikel 14, § 2, in fine, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 controleert de CREG de verplichtingen van de netbeheerder die uit dit besluit voortvloeien. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens de vergadering van 25 oktober 2019. 1 Met toepassing van artikel 14, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (hierna: “het koninklijk besluit van 16 juli 2002”) Niet-vertrouwelijke versie 3/11 1. 1. WETTELIJK KADER Artikel 7, § 1, 1ste lid van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning : 1° maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. […]" 2. Artikel 7, § 1, van de elektriciteitswet werd uitgevoerd door het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Dit koninklijk besluit werd laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 11 februari 2019. 3. Artikel 14, § 1, van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “Om de afzet van een minimaal volume groene stroom tegen een minimale prijs, op de markt te verzekeren, wordt een systeem van minimumaankoopprijzen voorzien volgens onderstaande voorwaarden. In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productietechnologie, namelijk : 1° voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close ten laatste op 1 mei 2014 heeft plaatsgevonden :

  1. a)107 euro/MWh voor de productie van elektriciteit opgewekt met de eerste 216 MW geïnstalleerde capaciteit;
  2. b)90 euro/MWh voor de productie van elektriciteit die voortvloeit uit een geïnstalleerde capaciteit boven de eerste 216 MW; 1° bis. voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [8 vanaf 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]8 plaatsvindt, een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : Minimumprijs = LCOE - [elektriciteitsreferentieprijs - correctiefactor] waarin : - de LCOE gelijk is aan 138 euro/MWh; - de correctiefactor is gelijk aan 10 % van de elektriciteitsreferentieprijs; 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016 tot en met 30 juni 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd Niet-vertrouwelijke versie 4/11 aan de hand van de volgende formule een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - de LCOE gelijk is aan :
  3. a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
  4. b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
  5. c)- onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd;]8 1° quater voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd, onverminderd paragraaf 1quater en 1quinquies/1 aan de hand van de volgende formule en waarvan het bedrag in geen geval negatief mag zijn : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentie-prijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - de LCOE gelijk is aan 79 euro/MWh; - onverminderd de mogelijkheid om, in overeenstemming met paragraaf 1ter/1, de correctiefactor per domeinconcessie vast te leggen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de huidige door de domeinconcessiehouder verkregen verkoopprijs voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit; - de netverliesfactor elke maand door de commissie, voor elke concessie, wordt berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd; Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande, voor elektriciteit geproduceerd uit offshore windenergie, geldt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten gedurende de volgende periodes : Niet-vertrouwelijke versie 5/11 1° twintig jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° en 1° bis bedoelde installaties; 2° negentien jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° ter bedoelde installaties. 3° vanaf de ingebruikname van elk van de in het tweede lid, 1° quater bedoelde installaties, tot op het moment van het verstrijken van een periode van zeventien jaar na deze ingebruikname behoudens de gevallen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden hierna beschreven, waarbij die periode in principe eindigt op 31 december 2037 behoudens de gevallen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden hierna beschreven. In geval van een situatie van overmacht of bij onvoorzienbare omstandigheden waarover de domeinconcessiehouder geen controle heeft en waardoor de indienststelling van de installaties vertraging oploopt of de productie of injectie van geproduceerde elektriciteit onmogelijk wordt, wordt deze periode door de commissie verlengd, in voorkomend geval zelfs tot na 31 december 2037, in verhouding tot de duur van de overmachtssituatie, maar zonder dat deze verlenging mag leiden tot een overschrijding van het volume elektriciteit waarop de minimumprijs wordt toegepast in overeenstemming met paragraaf 1bis. De domeinconcessiehouder maakt de commissie een dossier over waarin ze de omstandigheden uiteenzet van de gebeurtenis die deze houder zou willen laten erkennen als een geval van overmacht of een onvoorzienbare omstandigheid waarover de domeinconcessie-houder geen controle heeft. De commissie neemt hierover een beslissing binnen de zes maanden na kennisname van dit dossier. Noch de vertraging bij de indienststellling van de installaties van het Modular Offshore Grid, noch de volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, die de commissie heeft vastgesteld met toepassing van artikel 14noviesdecies leiden tot een verlenging van de hiervoor bepaalde periode. De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis 1° ter en 1° quater, maakt het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE en waarbij dat contract voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater, op onafhankelijke en exhaustieve wijze een gedetailleerde beschrijving geeft van alle procedures, formules en modaliteiten voor de berekening van de minimale prijs van de groenestroomcertificaten, de betaling ervan, de maandelijkse voorafbetaling en de ex post regeling waarvan de principes worden vastgelegd in paragraaf 1septies en 1octies. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Op 25 september 2019 ontving de CREG van Elia, per aangetekend schrijven, een aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia en SeaMade. Het voorstel van contract wordt in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. 5. Ontwerpbeslissing (B)2003 over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten van het offshore windpark Mermaid tussen Elia System Operator nv en SeaMade nv werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 23 augustus 2019. Niet-vertrouwelijke versie 6/11 2.2. RAADPLEGING 6. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité moet de CREG2 alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. 7. Artikel 41 van het huishoudelijk reglement van het directiecomité bepaalt echter dat het directiecomité kan beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot deze personen. Het directiecomité stelde vast dat dit van toepassing was op deze ontwerpbeslissing: aangezien het directiecomité het voorstel van contract goedkeurt, heeft de ontwerpbeslissing strikt gezien enkel rechtsgevolgen voor de contractpartijen, namelijk Elia en SeaMade. Het directiecomité merkte in casu bovendien op dat de keuze voor een raadpleging beperkt tot Elia en SeaMade werd verantwoord door het feit dat deze ontwerpbeslissing enkel onderzoekt of het Voorstel van Contract in overeenstemming is met de elektriciteitswet en het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 8. Daarom besliste het directiecomité, met toepassing van artikel 41 van het huishoudelijk reglement, om een raadpleging over deze ontwerpbeslissing te organiseren die beperkt is tot Elia en SeaMade. 9. Op 22 oktober 2019 hebben SeaMade en Elia per brief laten weten geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT 10. De CREG analyseert hierna het voorstel van contract, zoals ingediend op 25 september 2019. De CREG vestigt de aandacht van Elia en SeaMade op de noodzaak om elke toekomstige wijziging of toevoeging aan het voorstel van contract opnieuw voor te leggen ter goedkeuring aan de CREG. 3.1. VERPLICHTING TOT AANKOOP GROENESTROOMCERTIFICATEN VAN DE 11. De CREG merkt op dat in voetnoot bij artikel 4.2 van het voorstel van contract wordt vermeld dat bijgaand voorstel van modaliteiten dient afgestemd te zijn op het beheer van de databank en in functie daarvan kan aangepast worden. De CREG onderschrijft het nut van deze voorziene flexibiliteit. De CREG is van mening dat de netbeheerder, in samenspraak met de CREG en met het akkoord van SeaMade, een wijziging van artikel 4 van het contract aan de CREG ter goedkeuring moet voorleggen indien dit noodzakelijk zou blijken ten gevolge een eventuele aanpassing van de databank voor groenestroomcertificaten. 2 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017 Niet-vertrouwelijke versie 7/11 12. De voorwaarde in artikel 4.2.1 dat de groenestroomcertificaten op het moment van de overdracht nog 6 maanden geldig zijn, is een voorwaarde die het koninklijk besluit van 16 juli 2002 strikt genomen niet aan de aankoopverplichting van Elia verbindt. Indien zou worden aangenomen dat Elia verplicht is groenestroomcertificaten aan te kopen, waarvan de geldingsduur de dag nadien verstrijkt, hetgeen volgt uit een strikt letterlijke interpretatie van artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, dan zou Elia niet meer in de mogelijkheid zijn om deze aangekochte groenestroomcertificaten te verkopen op de markt (die er momenteel weliswaar nog niet is). Op die manier zou de verplichting voor de netbeheerder om de aangekochte certificaten op regelmatige tijdstippen op de markt te brengen om de kosten verbonden aan de aankoopverplichting te recupereren haar voorwerp verliezen en zou de totale kost voor Elia systematisch in het tarief voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van groenestroomcertificaten worden opgenomen. Dit is volgens de CREG niet de bedoeling geweest van de wetgever. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat SeaMade, gelet op het ontbreken van een indexatie van de LCOE, geen incentive heeft om meerdere jaren te wachten alvorens de groenestroomcertificaten aan Elia te verkopen. Om voormelde redenen, is de CREG van mening dat de vereiste dat een groenestroomcertificaat na het moment van de overdracht nog enige tijd geldig blijft mogelijke discussies omtrent rechtsmisbruik uitsluit. De voorgestelde termijn van 6 maanden is dus aanvaardbaar. 13. De voorwaarde vervat in artikel 4.2.3 dat de groenestroomcertificaten (waarvoor de minimumprijs wordt betaald) worden overgedragen aan de netbeheerder binnen de 90 dagen na de maand van toekenning, is eveneens een voorwaarde die het koninklijk besluit van 16 juli 2002 strikt genomen niet aan de aankoopverplichting van Elia verbindt. Omwille van de redenen aangehaald in paragraaf 10 is de CREG van mening dat deze vereiste mogelijke discussies omtrent machtsmisbruik uitsluit en dus aanvaardbaar is. 3.2. BETALINGSPRINCIPES 14. De CREG merkt op dat in artikel 5.1.2 wordt vermeld dat SeaMade maandelijks één geaggregeerde berekening van de voorschotten bezorgt aan de netbeheerder, alsook een geactualiseerd overzicht van alle reeds gefactureerde voorschotten. Conform artikel 14, § 1septies en § 1novies, berekent de CREG de maandelijkse voorschotten en maakt zij elke beslissing en berekening over aan zowel de netbeheerder als aan SeaMade. De uitwisseling van rapporten tussen Elia en SeaMade is mogelijk voor de CREG, maar deze dienen louter ter informatiestrekking. Zoals vastgelegd in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 is het de wettelijke verplichting van de CREG om alle voorschotten, bijkomende voorschotten en afrekeningen te berekenen en zijn SeaMade en Elia verplicht hier uitvoering aan te geven. 15. In artikel 5.1.5 wordt vastgelegd dat SeaMade het verslag van de CREG betreffende de afrekening van de vijf eerste exploitatiejaren overmaakt aan Elia. De CREG merkt op dat dit overbodig is aangezien zij elke beslissing, berekening, afrekening en verslag overmaakt aan zowel de netbeheerder als aan het betrokken offshore park. Zoals hiervoor aangehaald is elke uitwisseling van rapporten tussen Elia en SeaMade mogelijk, op voorwaarde dat dit louter ter informatieverstrekking is. Niet-vertrouwelijke versie 8/11 3.3. INFORMATIE-UITWISSELING 17. In artikel 6.1. van het voorstel van contract wordt de telling van de geproduceerde elektriciteit door de offshore windmolens beschreven. In de tweede alinea wordt “de netto geproduceerde energie” gedefinieerd als volgt : “De netto geproduceerde Offshore windenergie is de door de Offshore Productie-installaties geproduceerde energie verminderd met de daarvan door de functionele installaties van de Offshore Productie-installaties verbruikte energie en wordt gemeten vóór eventuele transformatie.” Principieel kan de CREG zich hiermee akkoord verklaren, want deze meetopstelling laat toe de nettoproductie rechtstreeks te meten zonder de noodzaak aan bijkomende berekeningen. Wel merkt de CREG op dat deze meting, overeenkomstig artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 dient te gebeuren door middel van een elektriciteitsmeter afgescheiden van de rest van de installatie en dat het erkend organisme, bij het opmaken van het certificaat van oorsprongsgarantie naast de noodzakelijke validering van de meting in samenwerking met de CREG en certificatie van de meettoestellen, ook de nodige verzegelingen dient aan te brengen om een betrouwbare bepaling van de netto productie te garanderen. 16. In de derde alinea van artikel 6.1 staat vermeld dat de functionele installaties opgelijst zijn in bijlage 2. De CREG stelt vast dat bijlage 2, of enige andere bijlage, geen oplijsting van de functionele installaties bevat. 17. In de vierde alinea van artikel 6.1 wordt het volgende gesteld : “De betrouwbaarheid en juistheid van alle meetgegevens en meetinstrumenten maken het voorwerp uit van een voor het geheel van het Windmolenpark representatief exemplaar van een in artikel 4 van het K.B. van 16 juli bedoeld certificaat van oorsprongsgarantie, dat onverwijld wordt meegedeeld aan ELIA” De CREG wijst er op dat er geen certificaat van oorsprongsgarantie bestaat voor het geheel van het windmolenpark, maar dat certificaten van oorsprongsgarantie per windmolen worden opgemaakt. Deze foute formulering heeft evenwel geen essentiële impact op het contract. 3.4. BIJLAGE 2 20. Bijlage 2 heeft als titel “Beschrijving groenestroommetingsmethodiek” en bevat de beschrijving van de groenestroommetingsmethodiek. De CREG neemt akte van deze meetmethode en heeft geen opmerkingen over de beschreven principes. Uiteraard dient het erkend organisme de meetopstelling nog te valideren en de cruciale elementen te verzegelen. Wel stelt de CREG vast dat in artikel 2.8 van deze bijlage er sprake is van metingen van levering en opname van actieve energie aan het net. De vermelding “aan het net” is minstens ongelukkig te noemen. Gezien de plaats van opstelling van de meter binnen de gondel van de windmolen opgesteld staat en gezien er tussen deze meter en het net nog transformatoren en kabels staan, kan er moeilijk gesproken worden van aan het net geleverde of opgenomen energie. De aan het net geleverde en opgenomen energie wordt immers door Elia gemeten op het Elia net (en niet in de gondel van de windmolen). De CREG gaat er bijgevolg van uit dat met “het net” niet het Elia-net bedoeld wordt. De CREG merkt echter op dat het opnemen van de groenestroommetingsmethodiek in bijlage van het Voorstel van Contract geen automatische toekenning van groenestroomcertificaten met zich meebrengt. De uitreiking van groenestroomcertificaten kan pas gebeuren na goedkeuring van de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Bij het indienen van deze aanvraag is voor elke windmolen een certificaat van Niet-vertrouwelijke versie 9/11 oorsprongsgarantie vereist, waarbij de kenmerken van de individuele elementen die van belang zijn voor de bepaling van de netto productie van groene stroom worden gevalideerd of gecertifieerd. 4. CONCLUSIE Gelet op artikel 14, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002; Gelet op het verzoek vanwege Elia tot goedkeuring van het geparafeerd voorstel van contract, ontvangen op 25 september 2019; Gelet op het akkoord van SeaMade met de inhoud van het voorstel van contract; Gelet op de analyse door de CREG van het voorstel van contract; Beslist de CREG het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten van het offshore windpark Mermaid tussen Elia en SeaMade goed te keuren; Beslist de CREG dat de netbeheerder, in samenspraak met de CREG en met het akkoord van SeaMade, een wijziging van artikel 4 van het contract aan de CREG ter goedkeuring moet voorleggen indien dit noodzakelijk zou blijken ingevolge de ontwikkeling van de databank voor groenestroomcertificaten door de CREG in overeenstemming met het koninklijk besluit van 16 juli 2002, zoals uiteengezet in paragraaf 9 van deze beslissing.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijke versie Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 10/11 BIJLAGE 1 Voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia en SeaMade Niet-vertrouwelijke versie 11/11

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.