← België

Beslissing over het verzoek van de NV Elia System Operator van 9 juli 2019 tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met

(B)2028 6 december 2019 Beslissing over het verzoek van de NV Elia System Operator van 9 juli 2019 tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen Artikel 60

(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijk INHOUDSOPGAVE Inleiding ................................................................................................................................................... 3
  1. Wettelijk kader ................................................................................................................................ 3
  2. Antecedenten .................................................................................................................................. 6
  3. 2.
  4. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.
  5. Raadpleging ............................................................................................................................. 6 Beoordeling ..................................................................................................................................... 7 3.
  6. De gevraagde afwijking ........................................................................................................... 7 3.
  7. Onderbouwing....................................................................................................................... 10 3.
  8. Kosten-batenanalyse ............................................................................................................. 11 Conclusie ....................................................................................................................................... 12 Bijlagen .................................................................................................................................................. 14
  9. Verzoek van Elia tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen, ingediend op 9 juli 2019 ................................................................................................................ 14
  10. Gezamenlijke reactie van FEBEG, EDORA en ODE ................................................................. 14
  11. Reactie van FEBELIEC ............................................................................................................. 14
  12. Consultatieverslag van Elia .................................................................................................... 14
  13. Advies van de Algemene Directie Energie van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie ............................................................................................................... 14 Niet-vertrouwelijk 2/14 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: de Europese netcode RfG), het verzoek van de NV Elia System Operator (hierna: Elia) tot afwijking van bepaalde technische aansluitingseisen vervat in de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, ingediend per drager met ontvangstbewijs bij de CREG op 9 juli 2019 met toepassing van artikel 63 van de Europese netcode RfG. De door Elia gevraagde afwijking betreft een eerste periode van vijf jaar en heeft een andere draagwijdte naargelang het elektriciteitsproductie-eenheden betreft met een maximaal geïnstalleerd vermogen tot 1 MW enerzijds en van 1 MW tot 25 MW anderzijds. Dit afwijkingsverzoek bevat ook een verzoek tot schorsing van de verplichting tot naleving van de betrokken eisen te rekenen vanaf de dag van neerlegging van de aanvraag tot de beslissing van de CREG, waarover de CREG reeds een gunstige beslissing1 nam op 23 augustus 2019 overeenkomstig artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG. Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing over het afwijkingsverzoek ten gronde genomen tijdens zijn vergadering van 6 december 2019. 1. WETTELIJK KADER 1. In artikel 60
(1)van de Europese netcode RfG wordt bepaald dat de regulerende instanties, op verzoek van een eigenaar of toekomstige eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie, relevante systeembeheerder of relevante TSB (lees: transmissiesysteembeheerder), aan eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, relevante systeembeheerders of relevante TSB's overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 afwijkingen van één of meerdere bepalingen van deze verordening voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden kunnen toestaan. Met toepassing van artikel 60
(2)van de Europese netcode RfG kunnen, indien van toepassing in een lidstaat, afwijkingen overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 worden toegestaan en ingetrokken door andere autoriteiten dan de regulerende instantie. In België wordt, althans op federaal niveau, geen andere autoriteit bevoegd gemaakt en is derhalve de CREG bevoegd om, met toepassing van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de Europese netcode RfG, een beslissing te nemen betreffende het afwijkingsverzoek van Elia. 1 Beslissing (B)1978 van 23 augustus 2019 over het verzoek van de NV Elia System Operator tot schorsing van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het op 9 juli 2019 ingediende afwijkingsverzoek, www.creg.be. Niet-vertrouwelijk 3/14 2. Artikel 63 van de Europese netcode RfG luidt als volgt: “Door een relevante systeembeheerder of relevante TSB ingediend afwijkingsverzoek 1. Relevante systeembeheerders of relevante TSB's kunnen afwijkingsverzoeken indienen voor categorieën van op hun netwerk aangesloten of aan te sluiten elektriciteitsproductieeenheden. 2. Relevante systeembeheerders of relevante TSB's dienen hun afwijkingsverzoeken in bij de regulerende instantie. Elk afwijkingsverzoek omvat:
  1. a)de identificatie van de relevante systeembeheerder of relevante TSB, en een contactpersoon voor alle communicatie;
  2. b)een beschrijving van de elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor een afwijking wordt aangevraagd, de totale geïnstalleerde capaciteit en het aantal productie-eenheden;
  3. c)de eis of de eisen van deze verordening waarvoor een afwijking wordt aangevraagd, met een gedetailleerde beschrijving van de aangevraagde afwijking;
  4. d)een gedetailleerde onderbouwing, met alle relevante ondersteunende documenten;
  5. e)een bewijs dat de aangevraagde afwijking geen negatief effect heeft op de grensoverschrijdende handel;
  6. f)een kosten-batenanalyse overeenkomstig de eisen van artikel 39. Indien van toepassing wordt de kosten-batenanalyse uitgevoerd in overleg met de relevante TSB en alle betrokken naburige DSB's. 3. Wanneer het afwijkingsverzoek is ingediend door een relevante DSB of GDSB, verzoekt de regulerende instantie de relevante TSB binnen een termijn van twee weken vanaf de dag van ontvangst van dat verzoek om het afwijkingsverzoek te evalueren in het licht van de door de regulerende instantie vastgestelde criteria als genoemd in artikel 61. 4. Binnen een termijn van twee weken vanaf de dag van ontvangst van een dergelijk verzoek ter beoordeling bevestigt de relevante TSB aan de relevante DSB of GDSB of het afwijkingsverzoek compleet is. Wanneer de relevante TSB van mening is dat het verzoek niet compleet is, verstrekt de relevante DSB of GDSB de benodigde aanvullende informatie binnen een termijn van één maand na de ontvangst van het verzoek om aanvullende informatie. 5. Binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van het afwijkingsverzoek dient de relevante TSB bij de regulerende instantie zijn evaluatie in, inclusief relevante documentatie. Die termijn van zes maanden kan met één maand worden verlengd wanneer de relevante TSB aanvullende informatie bij de relevante TSB of de relevante GTSB heeft opgevraagd. 6. De regulerende instantie neemt een besluit betreffende het afwijkingsverzoek binnen een termijn van zes maanden na de dag van ontvangst van het verzoek. Wanneer het afwijkingsverzoek is ingediend door de relevante DSB of GDSB, gaat de termijn van zes maanden in op de volgende dag na ontvangst van de evaluatie van de relevante TSB overeenkomstig lid 5. 7. De in lid 6 bedoelde termijn van zes maanden kan, vóór de vervaldag ervan, worden verlengd met een extra termijn van drie maanden wanneer de regulerende instantie aanvullende informatie vraagt van de relevante systeembeheerder die de afwijking aanvraagt of van enige andere belanghebbende. Die extra termijn gaat in op de dag volgende op de datum van ontvangst van de complete informatie. De relevante systeembeheerder verstrekt alle door de regulerende instantie opgevraagde aanvullende informatie binnen een termijn van twee maanden na de datum van het Niet-vertrouwelijk 4/14 desbetreffende verzoek. Wanneer de systeembeheerder de opgevraagde aanvullende informatie niet binnen die termijn verstrekt, wordt het afwijkingsverzoek geacht te zijn ingetrokken, behalve indien vóór de vervaldag:
  7. a)de regulerende instantie besluit om een verlenging van de termijn te verlenen, of
  8. b)de relevante systeembeheerder de regulerende instantie er door middel van een met redenen omkleed schrijven van op de hoogte stelt dat het afwijkingsverzoek compleet is. 8. De regulerende instantie verstrekt een met redenen omkleed besluit betreffende het afwijkingsverzoek. Wanneer de regulerende instantie de afwijking toestaat, specificeert zij de duur daarvan. 9. De regulerende instantie stelt de relevante systeembeheerder die om de afwijking heeft verzocht, de relevante TSB en het Agentschap in kennis van haar besluit. 10.Regulerende instanties mogen extra eisen betreffende het opstellen van afwijkingsverzoeken door de relevante systeembeheerders vaststellen. Wanneer zij dit doen, houden de regulerende instanties rekening met de afbakening tussen het transmissiesysteem en het distributiesysteem op nationaal niveau en raadplegen zij de systeembeheerders, de eigenaren van de elektriciteitsproductie-installaties en de belanghebbenden, inclusief de fabrikanten. 11.Een regulerende instantie kan haar besluit om een afwijking toe te staan, intrekken wanneer de omstandigheden en onderliggende redenen niet langer van toepassing zijn of op grond van een met redenen omklede aanbeveling van de Commissie of een met redenen omklede aanbeveling van het Agentschap overeenkomstig artikel 65, lid 2.” 3. Met betrekking tot de goedkeuring van afwijkingsaanvragen bepaalt artikel 21 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: “het technisch reglement”) het volgende: “De aanvragen tot afwijking zoals bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren worden conform aan deze ingediend bij de commissie ter goedkeuring, in overeenstemming met de vastgelegde procedures door dezelfde Europese netwerkcodes. Bovendien verstuurt de CREG een kopie van de afwijkingsaanvraag aan de Algemene Directie Energie binnen drie dagen na de ontvangst ervan. De commissie maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen drie dagen na de ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de commissie overmaken binnen drie maanden na de ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt deze termijn verlengd met een maand. Als deze informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken.” Niet-vertrouwelijk 5/14 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Op 9 juli 2019 heeft Elia een verzoek tot afwijking van bepaalde technische aansluitingseisen vervat in de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, per drager met ontvangstbewijs bij de CREG ingediend. Het afwijkingsverzoek van Elia bevat onder meer volgende elementen: - een beschrijving van de elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor een afwijking wordt aangevraagd; - de bepalingen van de Europese netcode RfG waarvoor een afwijking wordt aangevraagd; - een onderbouwing van het afwijkingsverzoek; - een kosten-batenanalyse, en - een besluit. 5. Op 14 augustus 2019 heeft de CREG met toepassing van artikel 21 van het technisch reglement een kopie van het afwijkingsverzoek aan de Algemene Directie Energie van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie (hierna: AD Energie) overgemaakt. 6. Op 23 augustus 2019 heeft de CREG met toepassing van artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG op verzoek van Elia beslist2 dat de elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor Elia het afwijkingsverzoek heeft ingediend, niet hoeven te voldoen aan de betreffende bepalingen van Europese netcode RfG tot op de datum waarop de CREG hierover haar beslissing ten gronde heeft genomen.
  1. Op 15 oktober 2019 heeft de AD Energie een advies3 met betrekking tot het afwijkingsverzoek uitgebracht en het op 23 oktober 2019 aan de CREG overgemaakt. 2.
  2. RAADPLEGING
  3. Van 23 april 2019 tot 22 mei 2019 organiseerde Elia een openbare raadpleging met betrekking tot het verzoek tot afwijking van de eisen voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV dat ze op 9 juli 2019 bij de CREG heeft ingediend.
  4. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, om met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren, omdat het de openbare raadpleging die Elia heeft 2 Beslissing (B)1978 van 23 augustus 2019 over het verzoek van de NV Elia System Operator tot schorsing van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het op 9 juli 2019 ingediende afwijkingsverzoek. 3 Advies over de aanvraag tot afwijkingen van de eisen toepasselijk voor elektriciteitsproductie-eenheden (PGM) met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV. Niet-vertrouwelijk 6/14 georganiseerd met betrekking tot onderhavig afwijkingsverzoek als een effectieve openbare raadpleging beschouwt. Deze raadpleging vond immers plaats op de website van Elia, met verzending van een nieuwsbrief betreffende het lanceren van de raadpleging, was gemakkelijk toegankelijk vanuit de startpagina van deze website, was voldoende gedocumenteerd en de duur van de raadpleging was voldoende lang.
  5. Elia heeft tijdens deze raadpleging twee reacties ontvangen: - een gezamenlijke reactie in het Engels van FEBEG, EDORA en ODE; - een reactie in het Engels van FEBELIEC. Elia heeft de reacties van FEBEG, EDORA en ODE en van FEBELIEC samen met haar consultatierapport bij het afwijkingsverzoek gevoegd.
  6. BEOORDELING 3.
  7. DE GEVRAAGDE AFWIJKING
  8. Op 17 mei 2018 diende Elia bij de bevoegde overheden de definitieve versie in van het voorstel tot vaststelling van de capaciteitsdrempelwaarden A-B-C-D. Tijdens de openbare raadpleging die daaraan voorafging, kondigde Elia haar voornemen aan om een algemeen afwijkingsverzoek in te dienen voor elektriciteitsproductie-eenheden van de vermogensklassen van het type A en B die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger en die in principe met toepassing van artikel 5 van het de Europese netcode RfG van het type D zijn. Om gevolg te geven aan dit voornemen stelt Elia met dit afwijkingsverzoek voor om nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger vrij te stellen van de eisen van de Europese netcode RfG die niet gelden voor elektriciteitsproductie-eenheden van dezelfde vermogensklassen met een spanning op het aansluitingspunt lager dan 110 kV: - Voor nieuwe eenheden van het type D die op het net worden aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en met een vermogen kleiner dan 1 MW, wordt meer bepaald een algemene afwijking aangevraagd voor alle bepalingen van de Europese netcode RfG eigen aan eenheden types B, C en D. Dit stemt overeen met de bepalingen van de artikelen 5, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen kleiner dan 1 MW, ongeacht hun aansluitingsspanning, enkel hoeven te voldoen aan de eisen die van toepassing zijn op eenheden type A. - Voor nieuwe eenheden van het type D die op het net worden aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en met een vermogen vanaf 1 MW tot 25 MW (25 MW niet inbegrepen), wordt een algemene afwijking aangevraagd voor alle bepalingen van de Europese netcode RfG eigen aan eenheden types C en D. Dit stemt overeen met de bepalingen van de artikelen 5, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36, 37 van de Europese netcode RfG, zodat alle eenheden met een vermogen tussen 1 MW en 25 MW enkel hoeven te voldoen aan de eisen die van toepassing zijn op eenheden type B. Niet-vertrouwelijk 7/14 Het afwijkingsverzoek omvat ook de bepalingen die in het technisch reglement zijn opgenomen in uitvoering van de voornoemde artikelen van de Europese netcode RfG. De afwijking wordt aangevraagd voor een periode van 5 jaar, namelijk voor nieuwe eenheden die op het transmissienet worden aangesloten vóór het aflopen van deze periode. Elia verwacht voor de volgende vijf jaar slechts een beperkte toename van zowel het aantal betrokken modules (+7) als het vermogen (+56 MW).
  9. FEBEG, EDORA en ODE benadrukken het belang van de afwijkingen voor de marktspelers op de Belgische markt: de afwijkingen zullen de verplichtingen – en de bijhorende kosten – voor netgebruikers aanzienlijk verlagen en bijdragen aan het gelijkmaken van het speelveld met buurlanden, met name voor de ontwikkeling van kleine HE-technologieën op industriële locaties. Daarom staan ze volledig achter de door Elia voorgestelde afwijkingen en rechtvaardigingen en vragen ze de bevoegde autoriteiten om de voorgestelde afwijkingen goed te keuren. Ze betreuren echter dat Elia geen afwijking vraagt voor eenheden van het type C. Een dergelijke afwijking zou volgens hen een grote economische waarde hebben voor WKK-eenheden die op grote industriële locaties zijn geïnstalleerd. Ze betreuren eveneens dat ze niet in staat zijn om de door Elia gevraagde kosten te kwantificeren.
  10. FEBELIEC is van mening dat afwijkingen voor categorieën van elektriciteitsproductie-eenheden het hoofd kunnen bieden aan een breed scala aan problemen geïdentificeerd tijdens de discussie over de implementatie van de Europese netcodes in België. Ze betreuren echter dat Elia geen afwijking vraagt voor eenheden van het type C waardoor er volgens hen een discriminatie is tussen eenheden van de vermogenscategorie van 25 tot 75 MW in functie van het spanningsniveau waarop ze zijn aangesloten. De betrokken partijen moeten nu elk afzonderlijk een afwijking aanvragen om dit te vermijden. FEBELIEC betreurt eveneens dat Elia de afwijkingen slechts voor een periode van 5 jaar vraagt, vooral voor eenheden kleiner dan 1 MW omdat zelfs over 5 jaar de impact van deze categorie nog steeds zeer beperkt zal zijn. Ze vindt dat deze periode minstens 20 jaar moet bedragen voor eenheden kleiner dan 1 MW en langer dan 5 jaar voor eenheden tussen 1 en 25 MW om te voorkomen dat om de 5 jaar opnieuw een afwijking voor deze categorieën moet worden aangevraagd.
  11. In haar consultatierapport geeft Elia onder meer volgende reactie op de opmerkingen van de marktspelers: - Wat betreft een afwijking voor eenheden van de vermogenscategorie 25 tot 75 MW blijft Elia erbij dat deze eenheden aanzienlijk kunnen bijdragen aan de spanningsregeling en de stabilisatie van het systeem. Een afwijkingsverzoek moet worden gestaafd aan de hand van een kwantitatieve kostenanalyse. In het document dat voor consultatie beschikbaar werd gesteld, vroeg Elia aan de producenten meer informatie te verstrekken met het oog op de berekening van de kosten als gevolg van het opleggen van eisen van het type D voor eenheden type A of B. Elia heeft geen cijfergegevens ontvangen, zelfs niet ter verantwoording van een uitbreiding van de afwijking tot het type C. Indien er sprake van discriminatie zou zijn, dan is dit niet het gevolg van het ontwerp van afwijkingsverzoek maar zou ze al bestaan in de RfG-code. - Wat betreft de duur van de gevraagde afwijkingen wil Elia voorzichtig blijven, gelet op de onzekerheid in verband met het volume aan verwachte elektriciteitsproductie-eenheden. Een afwijking van 5 jaar laat toe de evolutie van de penetratie van deze types eenheden op te volgen en het afwijkingsverzoek aan te passen in functie van de eventuele problemen die zich tijdens deze periode zouden voordoen. Vóór het einde van de periode van 5 jaar zou een verlenging van het afwijkingsverzoek kunnen worden ingediend. Een afwijking voor een Niet-vertrouwelijk 8/14 periode van 20 jaar houdt in dat verdere aanpassingen niet meer mogelijk zijn tijdens deze periode.
  12. De AD Energie brengt een gunstig advies uit gezien het afwijkingsverzoek volgens haar onder meer voldoet aan alle gestelde eisen in artikel 63 van de Europese netcode RfG. In verband met de gevraagde duur van de afwijking zegt de AD-energie het volgende in haar advies: “De beperking in de tijd van dit afwijkingsverzoek wordt eveneens als redelijk aanzien om juridische stabiliteit te waarborgen voor de elektriciteitsproducenten. Gezien de activiteiten op Europees niveau om dit probleem te behandelen, zoals beschreven in het afwijkingsverzoek, is de gestelde termijn redelijk te noemen, alsook is dit een extra bevestiging van de relevantie van dit afwijkingsverzoek.”
  13. De CREG stelt vast dat alle marktpartijen die deelgenomen hebben aan de openbare raadpleging, de door Elia voorgestelde afwijking gunstig onthalen. Ze hebben enkel opmerkingen op de duur en scope van de gevraagde afwijking. Ook de AD Energie heeft geen bezwaar tegen de gevraagde afwijking. Voor eenheden aangesloten op een spanning van 110 kV of hoger van de vermogenscategorie die overeenkomt met het type C (in België van 25 MW tot 75 MW) wordt door Elia geen afwijking aangevraagd. De marktpartijen die deelgenomen hebben aan de openbare raadpleging betreuren dit. FEBELIEC meent hier zelfs een vorm van discriminatie in te zien op basis van het spanningsniveau waarop deze eenheden zijn aangesloten. De CREG merkt hierbij op dat het verschil in behandeling van eenheden op basis van hun spanningsniveau principieel al in de Europese netcode RfG gemaakt wordt. De Europese wetgever gaat er dus blijkbaar standaard vanuit dat vooral eenheden aangesloten op een spanningsniveau van 110 kV of hoger, een wezenlijke impact kunnen hebben op het geïnterconnecteerde Europese net. Elia bevestigt deze zienswijze voor eenheden van deze vermogenscategorie door te benadrukken dat deze eenheden een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de spanningsregeling en de stabilisatie van het systeem. De geconsulteerde producenten hebben geen kwantitatieve informatie aangebracht voor het bepalen van de kosten die het niet toekennen van een globale afwijking voor de vermogenscategorie type C met zich mee zou brengen. Tenslotte kan men voor specifieke eenheden van deze categorie waarvoor een afwijking een aantoonbare grote economische waarde heeft, altijd een aangepaste afwijking op individuele basis aanvragen. Wat betreft de opmerking van FEBELIEC over de duur van de gevraagde afwijking sluit de CREG zich aan bij de mening van de AD Energie. De beperking in de tijd van dit afwijkingsverzoek tot vijf jaar wordt als redelijk aanzien om juridische stabiliteit te waarborgen voor de elektriciteitsproducenten temeer omdat deze afwijking ook na het verstrijken van deze periode blijft gelden voor alle installaties die gedurende deze periode op het transmissienet aangesloten worden. Het is bovendien niet ondenkbaar dat de Europese netcode RfG vóór het verstrijken van de periode van vijf jaar aangepast wordt en een nieuwe afwijking minder noodzakelijk wordt of beter op een aangepast pakket van bepalingen betrekking heeft. Er worden hiertoe op Europees vlak nu reeds initiatieven genomen. Bovendien is het, overeenkomstig artikel 5
(3)van de Europese netcode RfG, mogelijk dat de grenswaarden voor de drempelwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B, C en D na drie jaar op voorstel van de relevante TSB gewijzigd worden. Het is dan logisch dat de categorieën waarvoor een afwijking gevraagd wordt, in overeenstemming kunnen gebracht worden met de nieuwe drempelwaarden van de types. Niet-vertrouwelijk 9/14 Gelet op het voorgaande en op de onzekerheid in verband met het volume aan verwachte elektriciteitsproductie-eenheden in de verschillende vermogenscategorieën is het raadzaam om de afwijking niet voor een al te lange periode toe te staan en indien nodig tijdig een eventueel aangepaste afwijking opnieuw aan te vragen. De beperking in de tijd van dit afwijkingsverzoek tot vijf jaar kan dus als redelijk aanzien worden. 3.
  1. ONDERBOUWING
  2. Overeenkomstig de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC” die door de CREG en de drie gewestelijke regulatoren (VREG, CWaPE en BRUGEL) zijn opgesteld en bekend gemaakt op hun websites, heeft Elia in punt 3.1.4 van haar afwijkingsverzoek een onderbouwing van de gevraagde afwijking gegeven voor volgende punten: - de aard van het probleem; - de omvang van het probleem; - de concrete oorzaken van de problemen; - de uitgangshypothesen en risico’s; - de gevraagde afwijking heeft geen onaanvaardbare negatieve gevolgen op: - • andere netgebruikers, • de netveiligheid, • de marktwerking, • de bevoorradingszekerheid, • de grensoverschrijdende handel, • het milieu of de gezondheid, de gevraagde afwijking: • levert geen concurrentievoordelen voor de producent of eigenaar van de installaties; • gaat niet verder dan strikt noodzakelijk is; • kan redelijkerwijze niet voor een kortere duur dan de gevraagde duur worden toegestaan.
  3. De CREG stelt vast dat het afwijkingsverzoek al de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC” voor wat betreft de onderbouwing van de aanvraag in voldoende mate behandelt. De AD Energie kan zich aansluiten bij de analyse van Elia die aangeeft dat de technische implicaties, de bevoorradingszekerheidsgevolgen, de gevolgen voor de veiligheid van het net, de invloed op marktwerking en de grensoverschrijdende handel heel beperkt zijn, aangezien het volume van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheden beperkt blijft. Rekening houdend met de scope en de duur van de gevraagde afwijking kan de CREG zich eveneens aansluiten bij de analyse van Elia die voor de gevraagde afwijking geen significante risico’s en negatieve gevolgen heeft geïdentificeerd. Niet-vertrouwelijk 10/14 3.
  4. KOSTEN-BATENANALYSE
  5. Met toepassing van artikel 36
(2)van de Europese netcode RfG dient het afwijkingsverzoek een kosten-batenanalyse overeenkomstig de eisen van artikel 39 van dezelfde netcode te bevatten. Deze kosten-batenanalyse dient tevens te zijn opgesteld rekening houdend met de “Criteria voor het toestaan van afwijkingen van bepalingen van de netcodes RfG, DCC en/of HVDC”.
  1. Elia heeft in punt 3.1.5 van haar afwijkingsverzoek een kosten-batenanalyse gemaakt waarin de maatschappelijke impact van de verzochte afwijking op globale wijze wordt geanalyseerd. In de door Elia uitgevoerde kosten-batenanalyse worden de verwachte baten van de toepassing van voorwaarden van het type D op eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger, als irrelevant of niet noodzakelijk beschouwd voor de behoeften van het transmissienet of de samenleving in het algemeen. In wezen volgt hieruit dat Elia de baten vrijwel op nul kwantificeert. Elia toont dit aan door de impact te evalueren van de verschillende bepalingen waarvan de beoogde eenheden vrijgesteld zouden worden. De verwachte kosten ten gevolge van het toepassen van de voorwaarden van het type D op eenheden met een vermogen lager dan 25 MW die aangesloten zijn op een spanning van 110 kV of hoger, worden door Elia slechts gedeeltelijk geraamd (enkel communicatie en monitoringskosten). Het kostensupplement voor de productie-eenheden zelf wordt niet geraamd. Een raming van deze kosten zou door de producenten moeten worden aangeleverd. Deze hebben in hun reactie op de raadpleging echter laten weten dat ze niet in staat zijn om de door Elia gevraagde kosten (kosten van een AVR ‘automatic voltage regulator’ en PSS ‘power system stabiliser’) te kwantificeren.
  2. De CREG is het eens met de analyse van de AD Energie die onder meer stelt dat de kostenbatenanalyse vrij rudimentair uitgevoerd is, maar in basis voldaan is en dat de kwantificatie van de kosten heel beperkt weergegeven is, maar aangetoond wordt dat het voldoen aan de eisen vooral veel kosten met zich zou meebrengen voor de elektriciteitsproductie-eenheden en de baten voor het net heel beperkt tot onbestaande zijn. De AD Energie brengt een gunstig advies uit maar beveelt desalniettemin aan om een meer uitvoerige kwantificatie van de kosten bij de kosten-batenanalyse op te vragen bij de transmissienetbeheerder. De CREG is evenwel niet ingegaan op deze aanbeveling omdat het opvragen van deze informatie door de CREG het goedkeuringsproces tot vijf maanden zou kunnen vertragen (artikel 63
(7)van de Europese netcode RfG), terwijl alle betrokken partijen, ook de AD Energie, gunstig staan tegenover de gevraagde afwijking en de kosten-batenanalyse ook al is ze onvolledig wat de kwantificatie van de kosten betreft, omdat deze toch al duidelijk aangeeft dat er meer kosten zijn dan baten mocht de afwijking niet worden toegestaan. De uitkomst van de kosten-batenanalyse wordt dus door niemand in vraag gesteld of betwijfeld. Ook de AD Energie is van mening dat de kosten-batenanalyse, zij het slechts vrij rudimentair, aantoont dat het voldoen aan de eisen waarvoor een afwijking wordt aangevraagd vooral veel kosten met zich zou meebrengen voor de elektriciteitsproductie-eenheden en de baten voor het net heel beperkt tot onbestaande zijn. Ten slotte merkt de CREG op dat het toestaan van deze afwijking ook drempelverlagend werkt voor het investeren in kleine eenheden die op het transmissienet worden aangesloten. Niet-vertrouwelijk 11/14
  1. CONCLUSIE
  2. Gelet op het afwijkingsverzoek ingediend door Elia op 9 juli 2019 en het advies van de AD Energie daarover van 15 oktober 2019, Overwegende de reacties ontvangen tijdens de openbare raadpleging die Elia organiseerde met betrekking tot het afwijkingsverzoek, Overwegende dat voor de gevraagde afwijking geen significante risico’s en negatieve gevolgen werden geïdentificeerd, met inbegrip van negatieve effecten op de grensoverschrijdende handel, Overwegende dat de kosten-batenanalyse, hoewel vrij rudimentair uitgevoerd, voldoende aantoont dat het voldoen aan de eisen vooral veel kosten met zich zou meebrengen voor de elektriciteitsproductie-eenheden en de baten voor het net heel beperkt tot onbestaande zijn, Beslist de CREG met toepassing van artikel 60
(1)en artikel 63
(6)en
(8)van de Europese netcode RfG en rekening houdend met wat in deel 3 van deze beslissing wordt uiteengezet, dat: - de nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen tot 1 MW (1 MW niet inbegrepen) en met een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger niet hoeven te voldoen aan de bepalingen van artikelen 5, 14 tot en met 22 en 31 tot en met 37 van de Europese netcode RfG indien ze op het transmissienet aangesloten zijn binnen een termijn van vijf jaar die aanvangt op de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, zijnde 9 juli 2019; - de nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen van 1 MW tot 25 MW (25 MW niet inbegrepen) en met een spanning op het aansluitingspunt van 110 kV of hoger niet hoeven te voldoen aan de artikelen 5, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 33, 34, 35, 36 en 37 van de Europese netcode RfG indien ze op het transmissienet aangesloten zijn binnen een termijn van vijf jaar die aanvangt op de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, zijnde 9 juli
  1. Daaruit vloeit voort dat deze elektriciteitsproductie-eenheden derhalve eveneens niet hoeven te voldoen aan de eisen voor algemene toepassing die krachtens de voornoemde artikelen van de Europese netcode RfG op nationaal niveau zijn goedgekeurd en gepubliceerd met toepassing van artikel 7 van de Europese netcode RfG. Niet-vertrouwelijk 12/14 De nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor deze afwijking wordt toegestaan, dienen daarentegen wel te voldoen aan de bepalingen van de Europese netcode RfG (en hun nationale uitvoering met toepassing van artikel 7 van de Europese netcode RfG) van toepassing naargelang de vermogenscategorie waartoe ze behoren alsof ze op een spanningsniveau lager dan 110 kV zouden zijn aangesloten op het transmissienet. De CREG vraagt Elia om deze toegestane afwijking minstens één jaar voor het verstrijken ervan, opnieuw te analyseren en hierover in dialoog te gaan met de marktspelers.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 13/14 BIJLAGEN
  2. Verzoek van Elia tot afwijking van de verplichting voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om aan bepaalde eisen van de Europese netcode RfG te voldoen, ingediend op 9 juli 2019
  3. Gezamenlijke reactie van FEBEG, EDORA en ODE
  4. Reactie van FEBELIEC
  5. Consultatieverslag van Elia
  6. Advies van de Algemene Directie Energie van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie Niet-vertrouwelijk 14/14

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.