(B)2049 5 maart 2020 Beslissing over het aangepaste voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, met inbegrip van de typeovereenkomst voor hersteldiensten, ingediend per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020 Artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet en artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet -vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.
- Europees recht ........................................................................................................................ 4 1.
- Het federaal technisch reglement ........................................................................................... 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9 2.
- Algemeen................................................................................................................................. 9 2.
- Raadpleging ............................................................................................................................. 9 BEOORDELING ............................................................................................................................... 11 3.
- Algemene opmerkingen ........................................................................................................ 11 3.1.
- Minimale inhoud van het voorstel ................................................................................ 11 3.1.
- De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden” ................................................... 12 3.1.
- De voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract en het ontwerp van de blackstartdienst ..................................................................................................................................... 12 3.
- Artikelsgewijze commentaar ................................................................................................. 15 3.2.
- Algemene Voorwaarden voor Aanbieders van Hersteldiensten (“T&C RSP”) .............. 15 3.2.
- Bijlage: Contract voor Hersteldiensten ......................................................................... 16 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 37 BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 39 Niet-vertrouwelijk 2/39 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: de Europese netcode E&R) en artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het aangepaste voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Deze aanvraag werd door de NV Elia System Operator per brief van 20 december 2019, ontvangen op dezelfde datum, bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Per brief van 10 januari 2020 heeft Elia Transmission Belgium NV (hierna: Elia) de rechtsgrond voor deze goedkeuringsaanvraag uitgebreid met artikel 4 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en de CREG bijkomende informatie met betrekking tot deze aanvraag overgemaakt. De voorwaarden om op te treden als aanbieder van de hersteldiensten op contractbasis werden een eerste maal ter goedkeuring bij de CREG ingediend per brief van 18 december
- Na analyse van deze eerste versie, heeft de CREG in haar beslissing (B)1928 van 18 juni 20191 aan Elia gevraagd om een aangepast voorstel van voorwaarden in te dienen dat rekening houdt met de opmerkingen van de CREG in deze beslissing. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit aangepast voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis informeel overleg gepleegd met de CREG en twee openbare raadplegingen gehouden resp. van 16 september tot 16 oktober 2019 en van 14 oktober tot 21 november
- Het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis werd ingediend in het Nederlands en het Frans. De antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadplegingen ontving en de verslagen waarin door Elia geantwoord wordt op de opmerkingen van marktpartijen worden aan het aanvraagdossier toegevoegd (in het Engels). Eveneens wordt een begeleidende nota met toelichting bij het aangepaste voorstel aan de aanvraag toegevoegd (in het Engels). Verder wijst Elia erop dat de CREG met toepassing van artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R over een termijn van zes maanden beschikt om een beslissing te nemen over het aangepaste voorstel, maar dat zij de CREG erkentelijk zou zijn indien de CREG haar beslissing kan nemen ten laatste op 6 maart 2020 aangezien de eerstvolgende aanbestedingsprocedure voor black-startdiensten ten laatste begin mei 2020 moet starten teneinde tijdig over black-start reserves te beschikken voor de nieuwe contractuele periode. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, met inbegrip van de typeovereenkomst voor hersteldiensten (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans), ingediend door Elia per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020, genomen tijdens zijn vergadering van 5 maart
- Het aanvraagdossier van Elia vormt een bijlage bij deze beslissing. 1 Beslissing (B)1928 van 18 juni 2019 over het voorstel van Elia System Operator NV van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bekend gemaakt op www.creg.be. Niet-vertrouwelijk 3/39
- WETTELIJK KADER 1.
- EUROPEES RECHT
- Artikel 1 van de Europese netcode E&R2 bepaalt dat om de operationele veiligheid te waarborgen, de verspreiding of verergering van een incident tegen te gaan en aldus een wijdverbreide storing en black-outtoestand te vermijden, en om het elektriciteitssysteem efficiënt en snel te herstellen in geval van een nood- of black-outtoestand, een netcode wordt vastgesteld met gedetailleerde voorschriften inzake: a) het beheer van de nood-, black-out- en hersteltoestanden door de TSB's3; b) de coördinatie van het systeembeheer in de gehele Unie in nood-, black-out- en hersteltoestanden; c) de simulaties en tests ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand; d) de instrumenten en inrichtingen ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand.
- De Europese netcode E&R voorziet onder meer in het opstellen door de transmissiesysteembeheerder (TSB) van een systeembeschermingsplan en een herstelplan en in het ter goedkeuring voorleggen aan de regulator van een reeks van voorstellen. Met toepassing van artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R zal iedere TSB meer bepaald de desbetreffende regelgevende instantie in overeenstemming met artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG de volgende voorstellen ter goedkeuring voorleggen:
- a)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
- b)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
- c)de lijst van SNG's4 die verantwoordelijk zijn voor de toepassing op hun installaties van de maatregelen die voortvloeien uit de verplichte eisen bedoeld in Verordeningen (EU) 2016/631, (EU) 2016/1388 en (EU) 2016/1447 en/of nationale wetgeving, en een lijst van door die SNG's toe te passen maatregelen zoals bepaald door de TSB's in artikel 11, lid 4, onder c), en artikel 23, lid 4, onder c);
- d)de lijst van in artikel 11, lid 4, onder d), en artikel 23, lid 4, onder d), bedoelde significante netgebruikers met hoge prioriteit of de beginselen die voor de vaststelling daarvan worden toegepast, en de voorwaarden voor het ontkoppelen en reactiveren van netgebruikers met hoge prioriteit, tenzij dit door de nationale wetgeving van lidstaten is bepaald;
- e)de overeenkomstig artikel 36, lid 1, opgestelde regels voor de opschorting en het herstel van marktactiviteiten; 2 een Europese verordening en dus rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat Transmissiesysteembeheerders 4 Significante netgebruikers 3 Niet-vertrouwelijk 4/39
- f)specifieke regels voor onbalansverrekening en verrekening van balanceringsenergie in het geval van opschorting van marktactiviteiten, overeenkomstig artikel 39, lid 1;
- g)het testplan, overeenkomstig artikel 43, lid 2. Artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R voorziet dat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten en als aanbieder van hersteldiensten ofwel in het nationale rechtskader of op contractuele basis worden vastgesteld. Indien deze op contractuele basis worden vastgesteld, werkt elke transmissiesysteembeheerder uiterlijk op 18 december 2018 een voorstel voor de desbetreffende voorwaarden uit, waarin ten minste het volgende wordt bepaald:
- a)de kenmerken van de aan te bieden dienst;
- b)de mogelijkheid tot en voorwaarden voor aggregatie, en
- c)wat aanbieders van hersteldiensten betreft, de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-start- en eilandbedrijfgeschiktheid. 3. Indien een lidstaat dit zo heeft bepaald, kunnen de in artikel 4
(2), onder
- a)t/m
- d)en onder g), bedoelde voorstellen ter goedkeuring worden voorgelegd aan een andere instantie dan de regelgevende instantie (artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R). Door middel van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (meer bepaald artikel 259) wordt de bevoegdheid om de voorstellen van de netbeheerder bedoeld in artikel 4
(2)(c), (
- d)en (
- g)van de Europese netcode E&R goed te keuren aan de federale minister bevoegd voor energie toegekend. In deze goedkeuringsprocedure door de federale minister bevoegd voor energie is weliswaar voorzien dat de CREG om een voorafgaand advies wordt gevraagd. Het voorstel dat het voorwerp van de huidige beslissing uitmaakt, bevat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bedoeld in artikel 4
(2)(
- b)van de Europese netcode E&R, waarvoor de CREG bevoegd blijft. 4. De (enige) dienst op contractbasis op federaal niveau die momenteel is voorzien voor het herstel5 van het net is de black-startdienst. De black-startdienst wordt in artikel 2, 70°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”) gedefinieerd als “de black-startdienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt”. Artikel 2, §1, 54°, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”) preciseert dat men onder " black-startdienst " verstaat, “de dienst voorzien door productie-eenheden die over black-start-mogelijkheden beschikken in de zin van artikel 2, tweede alinea, 45., van de Europese netwerkcode RfG, die één van de mogelijke nethersteldiensten vormt”6. Artikel 12quinquies, §1, tweede zin, van de elektriciteitswet bepaalt dat de netbeheerder zich de ondersteunende diensten verschaft volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. 5 De Europese netcode E&R actualiseert de term ‘heropbouw’ door het gebruik van de term ‘herstel’. De term „black-startmogelijkheden” in artikel 2, tweede lid, 45), van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net luidt als volgt: “de capaciteit van een elektriciteitsproductie-eenheid om zich te herstellen na een totale afschakeling, met behulp van een daarvoor specifiek bestemde noodvoeding zonder enige levering van elektrische energie van buiten de elektriciteitsproductie-installatie;”. 6 Niet-vertrouwelijk 5/39 Artikel 223 van het federaal technisch reglement bepaalt dat het geheel van ondersteunende diensten volgende diensten omvat: 1° balanceringsdiensten:
- a)de frequentiebegrenzingsreserves overeenkomstig Titel 5 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL;
- b)de frequentieherstelreserves, met automatische activering en manuele activering overeenkomstig Titel 6 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; 2° de andere ondersteunende diensten:
- a)de regeling van de spanning en van het reactief vermogen;
- b)het congestiebeheer;
- c)de diensten voor herstel waaronder de black-startdienst;
- d)de beschermingsdiensten; 3° elke eventuele andere ondersteunende dienst behorend tot een van de twee categorieën van 1° en 2° die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren en betreffende de goedkeuring van de commissie, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. (eigen nadruk) De ondersteunende diensten, waaronder de hersteldiensten met inbegrip van de black-startdienst, worden derhalve op contractuele basis verstrekt, waardoor Elia gehouden is een voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis uiterlijk op 18 december 2018 uit te werken, waarin minstens de in artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R genoemde zaken worden bepaald. 5. Artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R bepaalt verder de termijn voor goedkeuring van de in artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R bedoelde voorstellen: “Regelgevende instanties en overeenkomstig dit lid door de lidstaten aangewezen instanties nemen binnen zes maanden na de datum van indiening door de TSB een besluit over de in lid 2 bedoelde voorstellen”. De CREG is derhalve gehouden een beslissing over het voorstel te nemen binnen een termijn van zes maanden na de datum van indiening ervan door de transmissiesysteembeheerder. 6. Bij de toepassing van de Europese netcode E&R zorgen de lidstaten, regelgevende instanties, bevoegde entiteiten en systeembeheerders ervoor dat zij (artikel 4
(1)van de Europese netcode E&R):
- a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
- b)de transparantie waarborgen;
- c)optimaliseren wat betreft de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
- d)erop toezien dat de TSB's bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van het netwerk zo veel mogelijk gebruikmaken van marktwerking;
- e)de technische en juridische beperkingen, alsook deze met betrekking tot persoonlijke veiligheid en beveiliging, naleven; Niet-vertrouwelijk 6/39
- f)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist bij de nationale wetgeving;
- g)de relevante DSB's7 raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen, en
- h)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties. 7. Met toepassing van artikel 54 van de Europese netcode E&R moeten alle relevante clausules in contracten en algemene voorwaarden van TSB’s, DSB’s en SNG’s die verband houden met systeembeheer, voldoen aan de vereisten van deze verordening. Daartoe worden deze contracten en algemene voorwaarden dienovereenkomstig gewijzigd. 1.2. HET FEDERAAL TECHNISCH REGLEMENT 8. Het federaal technisch reglement bevat tevens een aantal bepalingen betreffende hersteldiensten, die hierna worden weergegeven. - Art. 235. Zonder afbreuk te doen aan het herstelplan bedoeld in artikel 23 van de Europese netwerkcode E&R, bepaalt de transmissienetbeheerder de verschillende middelen bestemd om een dienst van herstel van het net te leveren na een spanningsinstorting ervan. - Art. 236. § 1. Elke netgebruiker kan vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan één of meerdere hersteldiensten met één of meerdere van zijn installaties op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 4.2 en 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. De deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan deze dienst(
- en)is ook onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst(
- en)opgelegd door deze publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende netbeheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. Die beperkingen staan ook beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van hersteldiensten. De eventuele coördinatie die nodig is met de betrokken distributienetbeheerder, CDSbeheerder, overeenkomstig artikel 25.1 van de Europese netwerkcode E&R, staat dan weer beschreven in het herstelplan en/of in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. § 2. Elke hersteldienst wordt rechtstreeks geleverd door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van hersteldiensten zoals bepaald in artikel 3.2 van de Europese netwerkcode E&R of via een derde die in dat geval aanbieder van hersteldiensten is volgens een aanduidingsprocedure die beschreven staat in de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netwerkcode E&R. 7 distributiesysteembeheerders Niet-vertrouwelijk 7/39 - Art. 237. Onverminderd artikel 23 van de Europese netwerkcode E&R, bevat het daarin bedoelde herstelplan de methodologie voor het bepalen van de behoefte aan hersteldiensten, van de keuze van de benodigde types hersteldiensten en van het benodigde volume van iedere hersteldienst. Het potentieel van energiebronnen met eilandbedrijfgeschiktheid en het potentieel van energiebronnen voor noodstroomvoorzienig worden hierbij in rekening gebracht. 9. Met toepassing van artikel 4, §1, 5°, van het federaal technisch reglement worden onder meer de typeovereenkomsten voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6 ter goedkeuring voorgelegd volgens de procedure van paragraaf 2. Tot deze overeenkomsten behoort de typeovereenkomst voor hersteldiensten. Met toepassing van artikel 4, §2, van het federaal technisch reglement geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het aangepaste voorstel van Elia van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, ingediend ter goedkeuring bij de CREG per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020, vormt zowel het voorstel van de voorwaarden bedoeld in artikel 4
(2)(
- b)van de Europese netcode E&R als het voorstel van typeovereenkomst voor hersteldiensten met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement. De verwijzing naar beide rechtsgronden is ook opgenomen onder “Overwegende hetgeen volgt” in het ter goedkeuring voorgelegde aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Niet-vertrouwelijk 8/39 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 10. Op 11 april 2019 nam de CREG de ontwerpbeslissing (B)1928 over het initiële voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, ingediend door Elia ter goedkeuring op 19 december 2018 (hierna: het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018), en maakte deze aan Elia over voor opmerkingen, die deze bezorgde per brief van 16 mei 2019. 11. Op 18 juni 2019 nam de CREG de beslissing (B)1928 over het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 (hierna: de beslissing van 18 juni 2019). De CREG besliste meer bepaald om dit initiële voorstel niet goed te keuren en dat Elia een aangepast voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis ter goedkeuring moet indienen in het Nederlands en/of Frans, na raadpleging daarover overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R, waarin rekening wordt gehouden met de opmerkingen van de CREG in deze beslissing. De CREG vroeg eveneens aan Elia om een begeleidende nota toe te voegen ter gelegenheid van de indiening van het aangepaste voorstel met een antwoord op de vragen naar toelichting van de CREG vervat in deze beslissing. Indien Elia van oordeel is dat zij geen rekening kan houden met bepaalde opmerkingen vervat in deze beslissing van de CREG, wordt Elia gevraagd dit afdoende schriftelijk te motiveren ten aanzien van de CREG in de voornoemde begeleidende nota. De CREG heeft ook gevraagd aan Elia om deze begeleidende nota toe te voegen aan de raadpleging over het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. De CREG heeft Elia tenslotte gevraagd om alles in het werk te stellen om een aangepast voorstel dat openbaar werd geraadpleegd, tijdig ter goedkeuring in te dienen met de intentie om over de goedgekeurde voorwaarden te beschikken op het ogenblik dat Elia een aanbestedingsprocedure lanceert voor de black-startcontracten met ingang vanaf 2021. 12. Het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, dat het voorwerp vormt van de huidige beslissing, werd door Elia per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend (bijlage 2), na raadpleging overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R (zie deel 2.2 van deze beslissing). Per e-mail van 16 januari 2020 heeft Elia het per brief van 10 januari 2020 bezorgde consultatierapport vervangen door de meest recente versie van dit consultatierapport dd. 3 december 2019 (bijlage 2). 2.2. RAADPLEGING 13. Artikel 7, getiteld “Openbare raadpleging”, van de Europese netcode E&R bepaalt dat de relevante TSB's (lees: transmissiesysteembeheerders) de belanghebbenden raadplegen, inclusief de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat, over voorstellen waarvoor overeenkomstig de punten a), b), e),
- f)en
- g)van artikel 4, lid 2, goedkeuring moet worden verleend. De duur van de raadpleging bedraagt ten minste één maand. Artikel 7 van de Europese netcode E&R bepaalt verder dat de relevante TSB's naar behoren rekening houden met de standpunten die de belanghebbenden tijdens de raadplegingen hebben geformuleerd, alvorens zij het ontwerpvoorstel indienen. In alle gevallen wordt een duidelijke verklaring voor het al dan niet overnemen van de standpunten van de belanghebbenden gegeven en wordt deze verklaring op tijdige wijze vóór of gelijktijdig met de publicatie van de voorstellen bekendgemaakt. Niet-vertrouwelijk 9/39 Elia heeft in dit kader twee openbare raadplegingen gehouden over het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (hierna: het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019) van 16 september tot 16 oktober 2019 wat Deel I “Algemene Voorwaarden” betreft en van 14 oktober tot 21 november 2019 wat de overige delen van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (uitgezonderd bijlage 7 “Testplan”8) betreft. De antwoorden die Elia tijdens deze beide openbare raadplegingen ontving en de consultatierapporten van 3 december 2019 en 20 december 2019 worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het aangepaste voorstel van Elia van 19 december 2019 toegevoegd. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De door Elia georganiseerde openbare raadplegingen over het aangepaste voorstel van Elia van 19 december 2019, die plaatsvonden van 16 september tot 16 oktober 2019 wat Deel I “Algemene Voorwaarden” betreft en van 14 oktober tot 21 november 2019 wat de overige delen van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (uitgezonderd bijlage 7 “Testplan”) betreft, waren volgens de CREG effectief aangezien deze plaatsvonden op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadplegingen, deze gemakkelijk toegankelijk waren via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties”, voldoende gedocumenteerd waren hoewel opgesplitst in twee afzonderlijke raadplegingen en een redelijke antwoordtermijn voorzagen van (minstens) een maand. De antwoorden op de raadplegingen, meer bepaald van Febeg en Febeliec, en de consultatierapporten van 3 december 2019 en 20 december 2019 werden door Elia aan de CREG bezorgd (bijlagen 3 en 4). Eveneens werd een begeleidende nota met toelichting bij het aangepaste voorstel aan de openbare raadpleging van 14 oktober tot 21 november 2019 en de aanvraag toegevoegd (bijlage 5). In voorliggend geval vonden de twee afzonderlijke openbare raadplegingen achtereenvolgens plaats, zodat de marktpartijen, bij de tweede raadpleging nog de gelegenheid hadden om desnoods terug te komen op bepaalde opmerkingen gegeven tijdens de eerste openbare raadpleging of deze te preciseren. Om die redenen heeft het directiecomité van de CREG op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement beslist om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. 8 Over het ontwerp van testplan hield Elia een afzonderlijke openbare raadpleging van 14 oktober tot 21 november 2019 voorafgaand aan de indiening ervan op 25 november 2019 ter goedkeuring bij de federale minister bevoegd voor energie. Niet-vertrouwelijk 10/39 3. BEOORDELING 3.1. ALGEMENE OPMERKINGEN 3.1.1. Minimale inhoud van het voorstel 14. Met toepassing van artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R moeten de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis minstens bevatten: i. de kenmerken van de aan te bieden dienst, ii. de mogelijkheid tot en voorwaarden voor aggregatie, en iii. de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-start- en eilandbedrijfsgeschiktheid. In haar beslissing van 18 juni 2019 merkte de CREG hierover het volgende op. De opsomming in artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R is niet-limitatief (“minstens”). De voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis kunnen andere zaken bevatten. Volgens de CREG moet het, om redenen van transparantie en niet-discriminatie, gaan om het geheel van contractuele voorwaarden, zowel algemene als dienst-specifieke, waaraan aanbieders van hersteldiensten op contractbasis zich moeten houden ten aanzien van Elia en die dus “standaard” zijn voor alle aanbieders van hersteldiensten op contractbasis of minstens per categorie van hersteldiensten. Dit komt er in de praktijk op neer dat het contract voor de black-startdienst zal bestaan uit de door de CREG goedgekeurde voorwaarden bedoeld in artikel 4
(2)(b) en artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R enerzijds en de elementen die individueel kunnen en mogen worden ingevuld per aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (zoals de identiteit en contactgegevens van de co-contractant, de handtekeningen en de identificatie van de betrokken productie-eenheden) anderzijds. De CREG wenst dat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, zijnde momenteel de black-startdienst, de volledige en enige set van contractuele voorwaarden zijn waaraan een aanbieder van hersteldiensten, zijnde momenteel de black-startdienst, in die hoedanigheid moet voldoen. De CREG stelt vast dat het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 dat oogmerk heeft. De voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis worden door Elia opgevat als de typeovereenkomst voor hersteldiensten (door Elia “Contract voor hersteldiensten” genoemd), voorafgegaan door een aantal overwegingen en een aantal algemene artikelen. De typeovereenkomst voor hersteldiensten vormt met andere woorden een bijlage bij een aantal inleidende overwegingen en artikelen. Deze presentatie berust op een keuze van Elia voor het geheel van gereguleerde contracten voor ondersteunende diensten die ze dient te hanteren. Het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 bevat de kenmerken van de hersteldienst in artikel II.4, de aggregatieregels in artikel II.3.2 en de beoogde geografische spreiding van de energiebronnen met black-startgeschiktheid in artikel II.2.5 en Bijlage 5 van de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 15. Aangezien niet uit te sluiten valt dat in de toekomst andere hersteldiensten op contractbasis worden voorgesteld dan de black-startdienst, was de CREG in haar beslissing van 18 juni 2019 van mening dat beter van meet af aan wordt gestreefd naar een op termijn aangewezen structuur voor en inhoud van - de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bestaande uit een eerste deel met de voorwaarden die op elke hersteldienst (veralgemenend voor elke ondersteunende dienst) van toepassing zijn, een tweede deel met de voorwaarden specifiek aan de betrokken hersteldienst (momenteel dus enkel de black-startdienst) en de bijlagen waarbij de Niet-vertrouwelijk 11/39 voorwaarden die individueel in te vullen zijn per aanbieder van hersteldiensten kunnen worden opgenomen aan de hand van typebijlagen. Elia heeft met die opmerking terdege rekening gehouden in het aangepaste voorstel van 20 december 2019. De typeovereenkomst voor hersteldiensten is opgedeeld in een Deel I “Algemene Voorwaarden” en een Deel II “Bijzondere voorwaarden voor de Black-startdienst”. Daaraan worden zeven bijlagen toegevoegd, waarbij de voorwaarden die individueel in te vullen zijn per aanbieder van hersteldiensten moeten worden opgenomen aan de hand van modelbijlagen. Samen vormen zij de typeovereenkomst voor het aanbieden van hersteldiensten (momenteel dus enkel de black-startdienst), bedoeld in artikel 4 van het federaal technisch reglement. 3.1.2. De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden” 16. Op meerdere plaatsen in het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 werd door Elia verwezen naar “Algemene Voorwaarden”, die niet in dit voorstel waren opgenomen maar elders werden opgelijst. Het bleek te gaan om algemene voorwaarden voor ondersteunende diensten en netverliezen van 13 mei 2013, bekend gemaakt op de website van Elia. In haar beslissing van 18 juni 2019 concludeerde de CREG dat het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 derhalve onvolledig was en diende te worden aangevuld met de zogenaamde “algemene voorwaarden”, na openbare raadpleging daarover overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R. De CREG gaf in haar beslissing van 18 juni 2019 ook aan dat deze algemene voorwaarden ten andere best zoveel mogelijk geharmoniseerd worden met deze voor de levering van balanceringsdiensten (die ook ondersteunende diensten zijn zoals de black-startdienst). De CREG begreep uit de besprekingen met Elia dat een dergelijke harmonisatie eveneens haar streefdoel is aangezien dit bijdraagt tot de transparantie van de voorwaarden voor het leveren van diensten aan Elia en de niet-discriminatoire behandeling van aanbieders van ondersteunende diensten. De interne verwijzingen in andere artikelen van het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 naar de algemene voorwaarden van 13 mei 2013 dienden overal te worden geverifieerd en te worden aangepast. Het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 bevat een Deel I “Algemene Voorwaarden” dat geharmoniseerd is voor wat betreft de balanceringsdiensten, de hersteldiensten, de dienst voor de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van de spanning en de diensten betreffende congestiebeheer (programma-agent en verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning). Dit Deel I “Algemene Voorwaarden” maakte het voorwerp uit van een openbare raadpleging van 16 september tot 16 oktober 2019. De interne verwijzingen in andere artikelen naar de algemene voorwaarden van 13 mei 2013 werden aangepast. Elia komt derhalve aan de opmerkingen van de CREG in paragraaf 14 van haar beslissing van 18 juni 2019 tegemoet. In deel 3.2 van deze beslissing wordt ingegaan op de inhoud van het Deel I “Algemene Voorwaarden” van de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 3.1.3. De voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract en het ontwerp van de blackstartdienst 17. Het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten vereist de ondertekening van een CIPU-contract om hersteldiensten, zijnde momenteel black-startdiensten, te kunnen aanbieden. Elia heeft in haar brief van 16 mei 2019, in het kader van de raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)1928 van de CREG, onder meer gesteld dat “[…], hoewel de ondertekening van een CIPU-contract Niet-vertrouwelijk 12/39 systematisch wordt gevraagd door Elia voor elke eenheid van minimum 25 MW of voor elke eenheid rechtstreeks aangesloten op het Elia-net, dit andere eenheden niet uitsluit. Inderdaad, de eenheden van minder dan 25 MW en de eenheden die niet aangesloten zijn op het transmissienet kunnen eveneens onderworpen zijn aan een CIPU-contract, bijvoorbeeld om een ondersteunende dienst te leveren waarvoor CIPU een voorwaarde vormt. Bijgevolg is de verplichting om een dergelijk contract te ondertekenen of daarover te beschikken om deel te nemen aan hersteldiensten, zijnde momenteel de black-start dienst, niet blokkerend voor kleine eenheden.” [vrije vertaling]9 Elia stelt met andere woorden dat de huidige link tussen de CIPU-contracten en black-startcontracten de toegang tot hersteldiensten niet beperkt tot enkel CIPU-eenheden met een nominaal vermogen van minimum 25 MW en/of rechtstreeks aangesloten op het transmissienet. Eveneens vermeldt zij dat de ondertekening van een CIPU-contract een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de levering van de black-startdienst omdat dit Elia toelaat de beschikbaarheid van de eenheden te volgen. Deze verduidelijkingen in de brief van Elia van 16 mei 2019 zijn noodzakelijk om aan te tonen dat de vereiste om te beschikken over een CIPU-contract alvorens te kunnen optreden als aanbieder van hersteldiensten, zijnde momenteel de black-startdiensten, op zich geen beperking inhoudt, aangezien elke productie-eenheid een CIPU-contract met Elia kan ondertekenen. Op vraag van de CREG heeft Elia deze duiding ook uitdrukkelijk hernomen in een begeleidende nota die werd toegevoegd aan de documenten voor openbare raadpleging van 14 oktober tot 21 november 2019 en aan het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019. 18. In haar beslissing van 18 juni 2019 heeft de CREG bovendien aan Elia gevraagd om aan te tonen dat het feit dat CIPU-contracten ingevolge het opgeheven federaal technisch reglement (artikel 267, §1) werden afgesloten met evenwichtsverantwoordelijken, terwijl het (nieuwe) federaal technisch reglement het CIPU-contract heeft vervangen, wat betreft het luik inzake het versturen van de planning van de onbeschikbaarheden, door de “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanningovereenkomst” (artikel 4, §1, 7°, van het federaal technisch reglement) waarbij de eigenaar van het asset hetzij zelf verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning is, hetzij iemand daartoe benoemt (artikel 89.2 SOGL10)11, niet blokkerend is om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, zijnde momenteel de black-startdiensten. In het aangepaste voorstel van 20 december 2019 heeft Elia de definitie van CIPU-contract aangepast, in die zin dat dit begrip niet alleen verwijst naar het huidige contract dat onder die naam gekend is, maar ook naar het/de gereglementeerde contract(
- en)ter vervanging van het CIPU-Contract, overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 en artikel 377 van het federaal technisch reglement. Bovendien heeft Elia in artikel II.2.1 van Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de Black-Startdienst” bepaald dat als de aanbieder van hersteldiensten (RSP) niet de CIPU-Contracthouder is, de aanbieder van hersteldiensten er samen met de CIPU-Contracthouder van de Black-Start Herstelinstallatie voor zorgt dat er een geldig CIPU-Contract van kracht is. 9 « […], bien que la signature d’un contrat CIPU soit systématiquement demandée par Elia pour toute unité de minimum 25MW ou toute unité directement raccordée sur le réseau Elia, il n’exclut pas les autres unités. En effet, les unités de moins de 25MW et les unités qui ne sont pas connectées au réseau de transport peuvent également être soumises à un contrat CIPU, par exemple pour fournir un service auxiliaire pour lequel le CIPU est une condition. Par conséquent, l’obligation de signer ou de disposer d’un tel contrat pour la participation aux services de reconstitution, à savoir actuellement le service black start, n’est pas bloquante pour les unités de petite taille. ». 10 de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. 11 Deze typeovereenkomst moet tegen eind oktober 2019 ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd (artikel 377 van het federaal technisch reglement). Weliswaar geldt een overgangsbepaling (artikel 377 van het federaal technisch reglement). Niet-vertrouwelijk 13/39 19. In haar beslissing van 18 juni 2019 heeft de CREG verder gevraagd dat Elia het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis aftoetst en zo nodig aanpast aan het federaal technisch reglement dat in werking trad op 27 april 2019, dit is na het overmaken van de ontwerpbeslissing (B)1928 aan Elia. In het bijzonder moet het voorstel het mogelijk maken dat netgebruikers rechtstreeks dan wel via een aangeduide derde hersteldiensten aanbieden, waarbij de aanduidingsprocedure deel uitmaakt van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. Artikel 236, §2, van het federaal technisch reglement bepaalt immers onder meer dat elke hersteldienst rechtstreeks moet worden geleverd door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van hersteldiensten zoals bepaald in artikel 3.2 van de Europese netcode E&R of via een derde die in dat geval aanbieder van hersteldiensten is volgens een aanduidingsprocedure die beschreven staat in de modaliteiten en voorwaarden inzake de rol van de aanbieder van hersteldiensten bedoeld in artikel 4.4 van de Europese netcode E&R. In het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 wordt een bijlage 6 aan de typeovereenkomst voor hersteldiensten toegevoegd teneinde de mogelijkheid te bieden aan de netgebruiker om een derde aan te duiden die het contract voor hersteldiensten met Elia afsluit. Elia verduidelijkt in haar begeleidende nota bij het aangepaste voorstel dat deze derde partij mogelijkerwijze kan verschillen van de CIPU-Contracthouder. Elia voegt toe dat wanneer de netgebruiker een aanbieder van hersteldiensten aanduidt die niet de CIPUContracthouder/balanceringsverantwoordelijke is, de netgebruiker alle relevante informatie met betrekking tot de deelname van zijn technische eenheid aan de black-startdienst aan die partijen moet overmaken zodat zij hun eigen verplichtingen kunnen nakomen. 20. Elia komt op die manier tegemoet aan een aantal belangrijke opmerkingen van de CREG in paragrafen 15 tot 17 van haar beslissing van 18 juni 2019. De CREG verwijst in dit verband ook naar wat zij uiteenzet in paragraaf 86 (onder titel 3.2.2.3.6) van deze beslissing. Mochten in de toekomst andere hersteldiensten dan de huidige black-startdiensten vereist zijn, zal de CREG het al dan niet onderwerpen aan een CIPU-contract of eender welk contract en/of het opleggen van een minimaal nominaal vermogen om de desbetreffende nieuwe hersteldienst te leveren, beoordelen in de dienstspecifieke voorwaarden voor aanbieders van hersteldiensten die dan worden voorgelegd ter goedkeuring voor de nieuwe hersteldienst. De dienst-specifieke voorwaarden van een hersteldienst kunnen niet los gezien worden van de objectieve technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden voor de betreffende hersteldienst. 21. Echter heeft Elia in de begeleidende nota bij het aangepaste voorstel van 20 december 2019 toegelicht dat in het huidige ontwerp (“design”) van de black-startdienst, de elektriciteitsproductieeenheden moeten zijn gesitueerd achter een aansluitingspunt op het Elia-net. Elia legt uit dat, zoals beschreven in de ontwerpnota waarover een raadpleging werd gehouden in 2018, zij de intentie heeft om in het toekomstige design de deelname tot hersteldiensten ook open te stellen tot technische eenheden gesitueerd in het distributienet overeenkomstig artikel 236, §2 (lees: §1), van het federaal technisch reglement. Met toepassing van artikel 236, §1, eerste tot derde lid, van het federaal technisch reglement kan elke netgebruiker vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan één of meerdere hersteldiensten met één of meer van zijn installaties op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 4.2 en 4.4 van de Europese netcode E&R. De deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDSgebruikers aan deze dienst(
- en)is ook onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst(
- en)opgelegd door deze publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende netbeheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te Niet-vertrouwelijk 14/39 waarborgen. Die beperkingen staan ook beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van hersteldiensten. Het feit dat het huidige ontwerp van de black-startdienst de deelname van technische eenheden in het distributienet uitsluit, lijkt op gespannen voet te staan met artikel 236, §1, van het federaal technisch reglement aangezien het uitgaat van de principiële mogelijkheid van de deelname ervan, net zoals ook het geval is voor CDS-gebruikers Febeliec benadrukt in haar opmerkingen het belang van een goed ontwerp, teneinde voldoende concurrentie te hebben, de beschikbaarheid van hersteldiensten zoals black-start te verzekeren en dit alles met het oog op het beperken van de kosten voor de netgebruikers. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 20 december 2019 dat zij akkoord gaat met Febeliec wat betreft het belang van een goed ontwerp en stelt dat zij ontwikkelingen van de hersteldiensten heeft voorgesteld, waarin onder meer rekening werd gehouden met de feedback van de stakeholders, daarbij rekening houdend met de specifieke eigenschappen die vereist zijn om op een efficiënte wijze bij te dragen tot het herstelplan (technische specificaties, geografische spreiding ….). Elia verwijst naar de “RSP ontwerpnota” geconsulteerd en gepubliceerd in 2018 voor meer informatie over de evolutie van de hersteldiensten. De CREG is van mening dat zoveel als mogelijk concurrentie moet worden teweeg gebracht tussen de aanbieders van hersteldiensten die beantwoorden aan de objectieve technische specificaties en deelnemingsvoorwaarden met het oog op efficiënte prijsvorming van de dienst. De CREG wijst echter op het belang van het herstelplan voor de bepaling van de nodige hersteldiensten en de technische specificaties van de nodige hersteldiensten, die bepalend zijn voor de installaties die in aanmerking kunnen komen om de betreffende dienst te leveren. Daarnaast zijn de deelnemingsvoorwaarden bepalend voor de groep van potentiële aanbieders van hersteldiensten. De CREG is van mening dat deze criteria objectief en efficiënt moeten worden bepaald waarna iedere aanbieder die aan deze criteria voldoet op voet van gelijkheid kan deelnemen in het aanbod van de betreffende hersteldienst. De CREG vraagt dan ook aan Elia dat zij alles in het werk stelt om het toekomstige ontwerp van de black-startdienst zoveel als technisch en efficiënt mogelijk aan te passen om de deelname eraan zo ruim mogelijk open te stellen voor andere installaties met ingang vanaf de eerstvolgende contractuele periode vanaf 2024. 3.2. ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR 22. In dit deel worden de artikelen van het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 besproken. De structuur van dit aangepaste voorstel wordt daarbij gevolgd. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen tijdens de openbare raadplegingen georganiseerd door Elia vermeld in deel 2.2 van deze beslissing. 3.2.1. Algemene Voorwaarden voor Aanbieders van Hersteldiensten (“T&C RSP”) 23. Onder de hoofding “Overwegende hetgeen volgt” wordt het wettelijk kader van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis geschetst, met de relevante verwijzingen naar de Europese netcode E&R en het federaal technisch reglement. Bij de artikelen 1 (“Voorwerp en toepassingsgebied”), 3 (“Taal”) en 4 (“Algemene bepalingen”) heeft de CREG geen bezwaren. Niet-vertrouwelijk 15/39 Elia voorziet in artikel 2 (“Implementatiedatum”) dat de T&C RSP (= de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis/”terms and conditions for restoration service providers”) in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG en ten vroegste op 1 januari 2021. De huidige black-startcontracten lopen af eind 2020. In de loop van 2020 zal Elia een aanbestedingsprocedure lanceren voor de black-startcontracten voor een duurtijd van drie jaar vanaf 1 januari 2021. Het voorstel van inwerkingtreding van de gereguleerde voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis vanaf 1 januari 2021 is derhalve daarmee in lijn. Dit betekent ook dat de in uitvoering zijnde black-startcontracten met een looptijd tot eind 2020 niet zullen moeten worden aangepast aan de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, goedgekeurd met toepassing van artikel 4
(2)(
- b)van de Europese netcode E&R en artikel 4 van het federaal technisch reglement. De CREG kan zich vinden in de voorgestelde ingangsdatum van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis en de daarin vervatte typeovereenkomst voor hersteldiensten. Artikel 373 van het federaal technisch reglement moet volgens de CREG worden samen gelezen en samen toegepast met artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement. Hoewel artikel 373, §1, van het federaal technisch reglement de aanpassing van de in uitvoering zijnde contracten aan de type-overeenkomsten goedgekeurd door de CREG voorziet, alsook aan iedere wijziging die eraan wordt aangebracht, moet ook rekening worden gehouden met de ingangsdatum voorgesteld door Elia en goedgekeurd door de CREG, die rekening houdt met de concrete omstandigheden van elk dossier bedoeld in artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement. In voorliggend geval past het dat de huidige voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis ingaan vanaf 1 januari 2021, rekening houdend onder meer met het feit dat de black-startdienst een vrijwillig verstrekte dienst is, deze aangegaan werd op een ogenblik dat het black-startcontract niet gereguleerd was en de in uitvoering zijnde black-startcontracten reeds aflopen eind 2020 (de termijn van twaalf maanden voor ondertekening bedoeld in artikel 373, §1, van het federaal technisch reglement mist hier zijn doel). 3.2.2. Bijlage: Contract voor Hersteldiensten 24. Het Contract voor Hersteldiensten, zijnde momenteel de black-startdienst, (d.w.z. de typeovereenkomst voor hersteldiensten) bestaat, zoals eerder aan bod kwam, uit een Deel I “Algemene Voorwaarden”, een Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de black-startdienst” en een aantal Bijlagen. 3.2.2.1. Deel I – Algemene Voorwaarden 25. De CREG blijft hierna stilstaan bij de artikelen die samen Deel I “Algemene Voorwaarden” van de typeovereenkomst voor hersteldiensten vormen. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen bij dit Deel I van het aangepaste voorstel van Elia dat voor openbare raadpleging werd voorgelegd van 16 september tot 16 oktober 2019. 3.2.2.1.1. Voorafgaande opmerkingen 26. Elia heeft van 16 september tot 16 oktober 2019 een raadpleging georganiseerd over Deel I “Algemene Voorwaarden” die niet alleen bedoeld zijn toepassing te vinden op de typeovereenkomst voor hersteldiensten, maar daarnaast ook op de typeovereenkomsten voor: - de balanceringsdiensten (BSP – “Balance Service Provider” / aanbieder van balanceringsdiensten voor FCR – “Frequency Containment Reserve” / Niet-vertrouwelijk 16/39 frequentiebegrenzingsreserves, aFFR – “automatic Frequency Restoration Reserve” / automatische frequentieherstelreserves en mFRR – “manual Frequency Restoration Reserve” / manuele frequentieherstelreserves); - voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen (VSP – “Voltage Service Provider” / “aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning”) en; - de diensten gerelateerd aan congestiebeheer (SA – “Scheduling Agent” / programmaagent en OPA – “Outage Planning Agent” / “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning”). Wat betreft de typeovereenkomst voor hersteldiensten heeft Elia deze raadpleging uitgevoerd met toepassing van artikel 7 van de Europese netcode E&R. Febeliec merkt op dat het voor haar onmogelijk is om over het Deel “Algemene Voorwaarden” een duidelijk standpunt in te nemen omdat tijdens de periode van de raadpleging daarover, de inhoud van alle contracten waarvoor deze zouden gelden nog niet gekend zijn. Zelfs voor de diensten waarvoor raadplegingen lopende zijn, zijn de finale teksten van de voorwaarden die gelden voor de verstrekking ervan (“terms and conditions” of “T&Cs”) nog niet gekend en kunnen verschillende algemene voorwaarden vereist zijn, zeker nu bepaalde van deze diensten door de netgebruiker verplichtend moeten worden geleverd, terwijl andere diensten vrijblijvend zijn. Febeliec maakt dan ook voorbehoud om in de toekomst terug te komen op de inhoud van de algemene voorwaarden telkens wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Febeliec verwijst in haar antwoord op de openbare raadpleging over o.m. Deel II “Bijzondere voorwaarden voor de Black-Startdienst” naar haar opmerkingen gegeven tijdens de openbare raadpleging over Deel I “Algemene Voorwaarden” die hier ook relevant zijn. Elia antwoordt in het consultatierapport betreffende Deel I “Algemene Voorwaarden” van 3 december 2019 dat zij de bezorgdheid van Febeliec op het vlak van de afzonderlijke raadpleging van de verschillende delen van eenzelfde contract begrijpt, maar benadrukt dat: - de procedure werd besproken met de CREG, aangezien overeengekomen werd dat dit consistentie zou garanderen tussen de algemene voorwaarden voor alle geciteerde T&Cs. - de algemene voorwaarden de facto algemeen van aard zijn en op zich geanalyseerd kunnen worden, vooral aangezien de algemene aard van de diensten gekend is zodat de relatie tussen de algemene en bijzondere voorwaarden kan worden ingeschat. - een differentiatie tussen de algemene voorwaarden per T&C niet wordt uitgesloten indien de noodzaak daartoe wordt geïdentificeerd. Alle wijzigingen van de algemene voorwaarden zullen ter raadpleging aan de stakeholders worden voorgelegd en een goedkeuringsprocedure bij de regulator volgen. - een eerste versie van alle T&Cs (uitgezonderd van de T&C VSP) reeds ter raadpleging werd voorgelegd zodoende dat een zicht op de inhoud van de contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen gelden, derhalve voorhanden is. In haar consultatierapport betreffende Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de Black-Startdienst” van 20 december 2019 verwijst Elia naar dit antwoord en herhaalt de belangrijkste elementen daaruit. Het is inderdaad op vraag van de CREG geweest om voor wat betreft de algemene voorwaarden van de typeovereenkomsten voor ondersteunende diensten deze zoveel als mogelijk te harmoniseren. Dit neemt niet weg dat wanneer verschillen zich opdringen en deze gerechtvaardigd zijn, daarvan kan worden afgeweken in Deel II (voorafgegaan door de woorden “In afwijking van artikel [x] van Deel I, Niet-vertrouwelijk 17/39 […]”). Elia kan dit voorstellen na raadpleging van de marktpartijen en indien er volgens de CREG ten onrechte niet wordt gedifferentieerd, kan de CREG hierop wijzen. De openbare raadpleging over Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de black-start dienst” (van 14 oktober tot 21 november 2019) vond plaats nadat de openbare raadpleging over Deel I “Algemene Voorwaarden” (van 16 september tot 16 oktober 2019) plaatsvond. Op die manier hadden de marktpartijen bij de tweede raadpleging nog de gelegenheid om desnoods terug te komen op bepaalde opmerkingen gegeven tijdens de eerste openbare raadpleging over Deel I “Algemene Voorwaarden” of deze te preciseren. Febeliec verwees tijdens de tweede raadpleging naar de tijdens de eerste raadpleging gegeven opmerkingen en stelde dat deze relevant bleven. Op het geheel van opmerkingen van Febeliec (Deel I en Deel II) wordt ingegaan in deel 3 van deze beslissing. 27. Febeliec merkt verder op dat noch het contract, noch de T&Cs een duidelijke volgorde lijken te bepalen tussen de T&Cs, Deel I (Algemene Voorwaarden) en Deel II (Specifieke Voorwaarden) van het contract. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat inderdaad geen volgorde wordt bepaald aangezien alle bepalingen van het contract op dezelfde hoogte staan en thans gereguleerd zijn. Indien de bijzondere voorwaarden op een bepaald punt moeten afwijken van de algemene voorwaarden, zal dit duidelijk worden gesteld in deze bijzondere voorwaarden. In geval van een contradictie, stelt Elia, zal een aanpassing van het contract moeten plaatsvinden. De CREG volgt de redenering van Elia, wat ook reeds blijkt uit paragraaf 25, tweede alinea, van haar beslissing van 18 juni 2019. Alle bepalingen van het contract mogen onderling niet tegenstrijdig zijn en vormen samen één geheel, d.w.z. tussen Deel I “Algemene Voorwaarden”, Deel II “Specifieke Voorwaarden” en de “Bijlagen” bestaat geen rangorde. Indien Elia in Deel II meent te moeten afwijken van bepalingen van Deel I, dient de bepaling in Deel II duidelijk voorafgegaan te worden door de woorden “In afwijking van art. [x] van Deel I, […]” 28. De huidige beslissing analyseert Deel I “Algemene Voorwaarden” (hierna: de Algemene Voorwaarden) weliswaar enkel in het licht van het Contract voor Hersteldiensten. Dit betekent dat de goed- of afkeuring van de Algemene Voorwaarden beperkt is tot de toepassing ervan in het kader van het Contract voor Hersteldiensten. Voorgaande neemt niet weg dat de CREG streeft naar het maximaal uniformiseren van de Algemene Voorwaarden voor ieder type van ondersteunende dienst. 3.2.2.1.2. Artikel I.1. Definities 29. Artikel I.1 van de Algemene Voorwaarden bevat een reeks van definities van toepassing op de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 30. De termen “aanbieder van hersteldiensten”, “dienstverlener”, “RSP” of “dienstenaanbieder” worden door elkaar gebruikt (zie de definitie van “Dienstverlener” in artikel I.1 van de Algemene Voorwaarden en de terminologie op het eerste blad van de typeovereenkomst voor hersteldiensten waarop de partijen bij het contract worden geïdentificeerd). Er kan volgens de CREG geen misverstand bestaan over wie bedoeld wordt, maar de terminologie lijkt beter op elkaar te kunnen worden afgestemd. Zo is het onnodig complex om de begrippen “dienstenaanbieder” en “dienstverlener” naast elkaar te behouden en verkiest de CREG het begrip “aanbieder van hersteldiensten” of “dienstenaanbieder”. 31. De definitie van “Algemene Voorwaarden” stelt dat de algemene voorwaarden worden bepaald in Deel I van dit Contract en identiek zijn voor de opgesomde contracten voor ondersteunende diensten die Elia afsluit. De CREG verwijst naar wat zij heeft gesteld in paragraaf 28 van deze beslissing. Verder wordt een definitie gehanteerd van “Specifieke Voorwaarden” die verwijst naar Deel II van dit Contract, aangevuld met eventuele bijlagen. De CREG stelt vast dat in Deel II van de Nederlandstalige Niet-vertrouwelijk 18/39 versie van de typeovereenkomst voor hersteldiensten de terminologie “Bijzondere Voorwaarden” wordt gebruikt (en ook reeds in artikel I.1. van de Nederlandstalige versie voorgelegd in de openbare raadpleging). Het verdient aanbeveling om de terminologie op elkaar af te stemmen. Daarbij verkiest de CREG het begrip “Dienst-specifieke Voorwaarden”. 32. Febeliec merkt op dat wordt verwezen naar definities gebruikt zowel in federale en regionale energiewetgeving en technische reglementen als in Europese wetgeving, terwijl er geen consistentie bestaat tussen deze definities, wat resulteert in het feit dat niet duidelijk zal zijn hoe een bepaalde term, waarvoor meerdere niet-consistente definities bestaan, zal begrepen moeten worden in het kader van het contract voor hersteldiensten. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de verwijzing naar het wettelijk kader bedoeld is voor definities die geen preciseringen vergen in het kader van het contract en dat definities die preciseringen vergen opgenomen zijn in het goed te keuren document om elke contradictie met bestaande wetgeving te vermijden. Elia voegt toe dat ook in het Deel II “Specifieke Voorwaarden” definities worden opgelijst. De CREG kan de redenering van Elia volgen. Indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het contract voor hersteldiensten, dient de type-overeenkomst zo nodig te worden aangepast. De User’s Group van Elia is een goed forum om dergelijke zaken te bespreken met de marktpartijen in aanloop van een eventuele procedure tot wijziging van de typeovereenkomst. 33. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Directe Schade” een verwijzing wordt gemaakt naar zowel contractbreuk als fout, waar enkel de niet-naleving van een contractuele verplichting relevant lijkt te zijn voor een contractuele aansprakelijkheid. Elia heeft de definitie van “Directe Schade” aangepast alsook het begin van artikel I.6.2 van de Algemene Voorwaarden teneinde te preciseren dat het moet gaan om schade die het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg is van een contractuele inbreuk en/of een fout in het kader van of naar aanleiding van de uitvoering van het Contract, op welke grond dan ook (contractueel of buitencontractueel). De CREG kan de voorgestelde definitie voor “Directe Schade” aanvaarden. Het is in beginsel toegelaten om ook bepalingen omtrent de buitencontractuele aansprakelijkheid van partijen op te nemen in een contract. Van belang is alleszins dat de aansprakelijkheidsbepalingen een wederzijds karakter hebben. Aangezien de eerste zin van artikel I.6.2 van de Algemene Voorwaarden naar aanleiding van de opmerking van Febeliec in feite een onnodige en bovendien niet letterlijke herhaling bleek in te houden van de definitie van Directe Schade, werd deze zin in het aangepaste voorstel van Elia van 19 december 2019 duidelijkheidshalve geherformuleerd als volgt: “De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade”. 34. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Indirecte Schade” wordt verwezen naar onder andere “elke gebeurlijke schade”, “elk verlies of nadeel”, wat veel te ruim is aangezien het elke mogelijke schade beoogt en niet alleen onrechtstreeks schade of gevolgschade. Elia stelt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat ze de definitie van “Indirecte Schade” aangepast heeft als volgt: “Elke onrechtstreekse schade of gevolgschade, zoals maar niet beperkt tot, verlies van inkomen, gederfde winsten, verlies van gegevens, verlies van zakelijke opportuniteiten, verlies van (toekomstige) cliënten, gemiste besparingen.“ [vrije vertaling]12 Elia stelt dat deze definitie algemeen aanvaard is en veel wordt gebruikt. 12 “Any indirect damage or consequential damage, such as, but not limited to loss of revenue, loss of profit, loss of data, loss of business opportunities, loss of (prospective) clients, missed savings.” Niet-vertrouwelijk 19/39 In de Franstalige versie van het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 werden deze aanpassingen inderdaad doorgevoerd in de definitie van “Dommage Indirect”. Dit is evenwel niet helemaal het geval in de Nederlandstalige versie van dit aangepaste voorstel: in de definitie van “Indirecte Schade” werden de termen “elk verlies of nadeel” en “enz.” behouden. De CREG gaat ervan uit dat dit een redactionele vergissing betreft, aangezien de Nederlandstalige versie niet in overeenstemming is met het consultatierapport, terwijl de Franstalige versie dat wel is. De CREG vraagt om deze redactionele vergissing recht te zetten in de Nederlandstalige versie van de voorwaarden om op te treden als aanbieder op contractbasis. 3.2.2.1.3. Artikel I.2 Omvang van de diensten en opbouw van het contract 35. Artikel I.2.1 van de Algemene Voorwaarden betreft de draagwijdte van de ondersteunende diensten. Het voorziet dat de Dienstverlener zich door de ondertekening van het Contract engageert om de Dienst(
- en)te verstrekken in overeenstemming met de Algemene en de Bijzondere Voorwaarden zoals voorzien in dit Contract. Daarnaast wordt daarin bepaald dat het Contract tussen de Partijen de wederzijdse rechten en verplichtingen bevat met betrekking tot de aankoop door Elia bij de Dienstverlener en de eventuele levering van de Dienst(
- en)door de Dienstverlener aan Elia, aangevuld met eventuele bijlagen. Febeliec merkt op dat artikel I.2.1 zou moeten verschillen voor verplichte en vrijwillig verstrekte diensten. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat artikel I.2.1 de rechten en verplichtingen bevat in de context van het contract. Voor verplichte diensten – waar de deelname aan de dienst wordt voorzien in het wettelijk kader- moet ook nog een contract worden ondertekend en dit gaat breder dan de wettelijke plicht tot deelname. Artikel I.2.1 is daarom in elk geval van toepassing, stelt Elia. De CREG ziet geen probleem in de formulering van artikel I.2.1 van de Algemene Voorwaarden. Zowel verplicht als vrijwillig verstrekte ondersteunende diensten zullen worden geleverd aan de hand van de modaliteiten voorzien in de betrokken typeovereenkomst. In beide gevallen komt een contract met Elia tot stand. In geval van een verplichte dienst, zal de term “eventuele” vóór “levering” in artikel I.2.1, tweede lid, van de Algemene Voorwaarden weliswaar geen betekenis hebben, aangezien de levering van de dienst precies verplicht is. De CREG stelt weliswaar vast dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van artikel I.2.1, tweede lid, niet volledig identiek zijn. De woorden “aangevuld met eventuele bijlagen” komen niet voor in de Franstalige versie (en ook reeds niet in de versies waarover een openbare raadpleging werd gehouden). De CREG wenst op te merken dat haar goedkeuring geen bevestiging inhoudt dat beide taalversies op redactioneel vlak identiek zijn en dat het aan Elia toekomt om daarop toe te zien. 36. Febeliec merkt nog op dat bepaalde verwijzingen die gebeuren in artikelen naar andere delen van het contract onduidelijk zijn, zoals bv. artikel I.2.2 en artikel I.4.1. Elia stelt de nodige verduidelijkingen te hebben aangebracht in de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 3.2.2.1.4. Artikel I.3 Bijkomende interpretatieregels 37. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. Niet-vertrouwelijk 20/39 3.2.2.1.5. Artikel I.4 Inwerkingtreding en duur van dit Contract 38. Artikel I.4.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Inwerkingtreding van dit Contract”, bepaalt onder meer dat het contract voor hersteldiensten in werking treedt zodra het geldig ondertekend is door de Partijen, voor zover de Modaliteiten en voorwaarden (“Terms and conditions”) waarop dit Contract betrekking heeft reeds in werking zijn getreden. Zo niet, treedt dit Contract in werking, eens geldig ondertekend door alle Partijen, op de datum van inwerkingtreding van deze Modaliteiten en voorwaarden. Verder wordt daarin ook bepaald dat dit geen afbreuk doet aan het feit dat Deel II een latere startdatum mag voorzien voor bepaalde Diensten. Samen gelezen met artikel 4 van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten begrijpt de CREG hieruit dat: - de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten (met inbegrip van de typeovereenkomst voor hersteldiensten) in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG, maar ten vroegste op 1 januari 2021, - het contract voor hersteldiensten in werking treedt op de dag van (geldige) ondertekening door de partijen, behoudens indien de voorwaarden bedoeld in het eerste streepje op dat moment nog niet in werking zijn getreden. In dit laatste geval treedt het contract voor hersteldiensten in werking op de datum van inwerkingtreding van de voorwaarden bedoeld in het eerste streepje. - Deel II van de typeovereenkomst voor hersteldiensten een latere startdatum van het contract mag voorzien voor bepaalde hersteldiensten. Febeliec vraagt of het zinvol zou zijn om de mogelijkheid te voorzien dat het contract in werking treedt op een ander tijdstip dan het moment van ondertekening door de Partijen, bv. door de toevoeging “behoudens indien uitdrukkelijk anders is overeengekomen in de Bijzondere Voorwaarden”. Elia gaat daarmee akkoord en heeft artikel I.4.1 van de Algemene Voorwaarden aangepast, tevens om rekening te houden met de datum van inwerkingtreding van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. De CREG stelt vast dat de door Febeliec gesuggereerde mogelijkheid inderdaad voorzien is in artikel I.4, tweede lid, laatste zin, van de Algemene Voorwaarden. 39. Artikel I.4.2 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de duur van het contract voor hersteldiensten, onverminderd artikel I.11 en de toepasselijke wetgeving en reglementering, wordt vermeld in deel II van de typeovereenkomst voor hersteldiensten. Dit is begrijpelijk, aangezien dit inderdaad kan verschillen van dienst tot dienst. De redactie van artikel II.11 van Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de black-startdienst”, dat de duurtijd van het contract voor hersteldiensten bepaalt, is volgens de CREG evenwel voor verbetering vatbaar. Deze bepaling, in zoverre deze stelt dat het Contract geldig is “vanaf de datum van ondertekening”, heeft volgens de CREG niet tot doel af te wijken van artikel I.4 van de Algemene Voorwaarden, maar kan verwarring scheppen omdat we in de vorige paragraaf van deze beslissing hebben gezien dat het contract in werking kan treden op een andere datum. Teneinde elke mogelijke verwarring te vermijden, zou artikel II.11 van de Bijzondere Voorwaarden voor de black-startdienst zich beter beperken tot het louter vaststellen van de looptijd van het contract, d.w.z. vanaf de inwerkingtreding van dit Contract tot [einddatum]. Niet-vertrouwelijk 21/39 3.2.2.1.6. Artikel I.5 Facturatie en betaling 40. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.7. Artikel I.6 Aansprakelijkheid 41. Artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden bevat een aansprakelijkheidsregeling tussen de partijen bij het contract. Zo wordt een beperking voorzien van de aansprakelijkheid tot Directe Schade en tot een bepaald bedrag. 42. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat de levering van de Diensten door de Dienstverlener een middelenverbintenis is, behoudens indien de typeovereenkomst een resultaatsverbintenis voorziet zoals de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen. Behalve de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen kunnen verplichtingen van partijen die voortvloeien uit het contract voor hersteldiensten volgens de CREG slechts worden aanzien als resultaatsverbintenis indien uitdrukkelijk bij de verplichting vermeld wordt dat de verplichting in kwestie een resultaatsverbintenis inhoudt of zulks onbetwistbaar volgt uit de bewoordingen van het betrokken artikel. 43. Febeliec merkt op dat dit artikel niet goed geschreven lijkt te zijn (bv. artikel I.6.2; de vele verwijzingen naar “boetesysteem”, “boetes” terwijl aansprakelijkheden en boetes totaal verschillende concepten zijn enz.) en in ieder geval zeer moeilijk te valideren is bij gebrek aan kennis van de inhoud van de verschillende contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen worden gebruikt (bv. de bijzonderheden betreffende de vergoedingsplafonds die beperkt zijn per contract, maar die een meer uitvoerige herziening kunnen vergen indien alle balanceringsdiensten zouden worden gebundeld in één enkel contract). Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat aansprakelijkheden en boetes inderdaad twee zeer verschillende concepten zijn en dat boetes inderdaad bepaald worden in andere delen van het contract. Elia neemt nota van de opmerking van Febeliec betreffende de moeilijkheid inzake beoordeling en verwijst naar de vorige en lopende raadplegingen in verband met de T&Cs voor de specifieke voorwaarden. Verder stelt Elia in haar consultatieverslag dat de verwijzing naar specifieke plafonds in geval van boetes werd geschrapt uit dit artikel. In geval van een herziening van het contract (of de sectie aansprakelijkheid) zal deze vanzelfsprekend opnieuw het voorwerp uitmaken van een openbare raadpleging, besluit Elia. Ingevolge de opmerking van Febeliec en op vraag van de CREG heeft Elia de laatste zin van artikel I.6.4 geschrapt. Deze zin had betrekking op plafonds in geval van boetes en hoorde inderdaad niet thuis onder de hoofding “aansprakelijkheid”. De andere verwijzingen naar “boetes” en “boetesysteem” worden terecht gehandhaafd omdat zij er enkel toe strekken aan te geven dat deze bepalingen en de bepalingen over aansprakelijkheid inderdaad verschillende zaken betreffen en naast elkaar bestaan. 3.2.2.1.8. Artikel I.7 Noodsituatie en overmacht 44. Artikel I.7 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen inzake een noodsituatie (artikel I.7.1), een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand (artikel I.7.2) en overmacht (artikel I.7.3). 45. Febeliec merkt op dat het artikel over noodsituatie en overmacht een grondige herziening vergt. Febeliec stelt vast dat Elia hier dezelfde tekst heeft geïntroduceerd die het had voorgesteld voor het federaal technisch reglement, maar die verworpen werd in de uiteindelijke versie, terwijl thans geen Niet-vertrouwelijk 22/39 rekening wordt gehouden met de opmerkingen die marktpartijen hebben geformuleerd tijdens de procedure betreffende de totstandkoming van het federaal technisch reglement. Febeliec dringt aan bij Elia om op zijn minst de sectie betreffende overmacht te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over deze topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen (bv. de opname van een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen daarvan als overmacht). Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat artikel I.7.3 bevestigt dat een situatie teneinde als overmacht beschouwd te kunnen worden, de voorwaarden zoals bepaald in artikel I.7.3, tweede alinea, moet respecteren. Elia bevestigt dat de afdeling over overmacht werd afgestemd op de toepasselijke rechtspraak en doctrine. 46. Artikel I.7.1. Noodsituatie. In artikel I.7.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Noodsituatie”, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, wordt gesteld dat Elia in een dergelijk geval gerechtigd en/of verplicht is om de maatregelen te nemen zoals voorzien in de toepasselijke wetgeving. Deze bepaling is een loutere herhaling van de verplichting van Elia om de wet na te leven in geval zich een noodsituatie voordoet volgens de wettelijke definitie daarvan. Verder bepaalt artikel I.7.1 dat in geval van tegenstrijdigheden met de bepalingen van dit Contract, de maatregelen als voorzien in de toepasselijke wet- en regelgeving voorrang zullen hebben op de rechten en verplichtingen van dit Contract. Er is evenwel slechts sprake van overmacht in hoofde van Elia indien de voorwaarden van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden zijn vervuld. Aangezien het begrip “noodsituatie” vermeld in artikel 16.2 van de Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit en artikel 72 van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer kadert in situaties waarbij redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is en de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden door de toegewezen zone-overschrijdende capaciteit te verminderen, zal dit artikel in de praktijk volgens de CREG vermoedelijk geen repercussies hebben op het contract voor hersteldiensten. 47. Artikel I.7.2. Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand. Artikel I.7.2 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. Er wordt bepaald dat wanneer het systeem in een alarm-, nood-, black-out- of hersteltoestand is, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, Elia dan gerechtigd en/of verplicht is om de wettelijk voorziene maatregelen te nemen en dat wanneer die maatregelen niet verenigbaar zijn met de contracten, de noodmaatregelen dan voorrang hebben op de contracten. Artikel I.7.2 geeft niet het recht om andere maatregelen te nemen uit hoofde van een alarm-, nood-, black-out en hersteltoestand, dan deze voorzien in de wet. Vanuit dit opzicht heeft de CREG er in het kader van het contract voor hersteldiensten geen opmerkingen bij deze bepaling. 48. Artikel I.7.3. Overmacht. Febeliec vraagt om de definitie van “overmacht” te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over deze topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen. Elia heeft de definitie van “overmacht” gealigneerd op de definitie van “overmacht” in artikel 2, tweede lid, 45°, van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer13. 13 Artikel 2, tweede lid, 45: „overmacht”: elke onvoorzienbare of ongebruikelijke gebeurtenis waarover een TSB redelijkerwijs geen controle heeft en die niet door een fout van de TSB is veroorzaakt, die met redelijke vooruitziendheid of voorzorgsmaatregelen niet had kunnen worden voorkomen of kon worden verholpen en die niet kon worden opgelost door middel van uit technisch, financieel of economisch oogpunt redelijke maatregelen van de TSB, die daadwerkelijk heeft Niet-vertrouwelijk 23/39 Een bezorgdheid van de CREG is dat situaties al te gemakkelijk als overmacht zouden kunnen worden aanzien door deze op te lijsten in de typeovereenkomst voor hersteldiensten. Echter, mede op vraag van de CREG, heeft Elia hieraan uitdrukkelijk toegevoegd dat elke situatie die wordt opgelijst slechts een geval van overmacht kan uitmaken indien voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in de tweede alinea van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden. Er zal steeds een rechterlijke controle mogelijk zijn indien een partij niet akkoord gaat met het inroepen van overmacht door de andere partij. Artikel I.7.3, vierde lid, eerste zin, van de Algemene Voorwaarden werd geschrapt omdat deze een overbodige herhaling vormde van de tweede zin van dit artikel. Febeg merkt op dat de definitie van de term “overmacht” zou moeten worden aangevuld met de woorden “of zou gebeurd zijn indien geen maatregelen werden genomen die de uitvoering van de verplichtingen van de Partij onder dit Contract verhinderen” en dat op p. 10, eerste puntje, de woorden “of de installaties van de Dienstverlener” zouden moeten worden toegevoegd vanuit het oogpunt van wederkerigheid. Elia heeft de tweede opmerking van Febeg meegenomen. De eerste opmerking is volgens Elia niet gerechtvaardigd aangezien er geen sprake kan zijn van overmacht indien controle over de situatie nog steeds mogelijk is (cf. consultatierapport van 3 december 2019). Een situatie van overmacht kan als dusdanig slechts worden gekwalificeerd, indien de situatie daadwerkelijk plaatsvond. De CREG kan deze redenering van Elia volgen. 3.2.2.1.9. 49. Artikel I.8 Vertrouwelijkheid Artikel I.8 van de Algemene Voorwaarden is opgedeeld in vier titels. 50. Febeliec maakt volgens de CREG een terechte opmerking bij artikel I.8.1, derde streepje, nl. dat Elia gemakkelijk meent vertrouwelijke informatie te kunnen delen met “andere netbeheerders of in het kader van contracten en/of regels met buitenlandse netbeheerders” wat de mogelijkheid tot oneigenlijke toe-eigening van vertrouwelijke informatie creëert en alleen zou mogen kunnen indien dit essentieel is en in zoverre deze informatie niet anoniem kan worden gemaakt. Met toepassing van het derde streepje van de versie van de Algemene Voorwaarden die in de openbare raadpleging werd voorgelegd, kon vertrouwelijke informatie inderdaad zonder meer gedeeld worden met andere netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra “in overleg met hen” of “in het kader van contracten en/of regels met hen”. Dat de buitenlandse netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra dezelfde graad van vertrouwelijkheid moeten respecteren, houdt weinig tot geen garantie in, aangezien zij dus ook zeer gemakkelijk alle vertrouwelijke info opnieuw kunnen doorspelen “in het kader van contracten” met andere TSOs. Om aan de bezorgdheid van Febeliec inzake het derde streepje van artikel I.8 tegemoet te komen, heeft Elia dit als volgt gewijzigd: “wat Elia betreft, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders of regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra, voor zover als noodzakelijk en wanneer plaatsgevonden en objectief verifieerbaar is en waardoor de TSB tijdelijk of definitief niet in staat is zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen; Niet-vertrouwelijk 24/39 anonimiseren niet mogelijk is en voor zover de ontvanger van deze informatie zich ertoe verbindt aan de informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als Elia;”. De CREG heeft hierbij geen bezwaren meer, mede gelet op het feit dat in tal van Europese netwerkcodes er verplichtingen aan de transmissiesysteembeheerders wordt opgelegd om informatie te delen. Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar artikel 40
(2)(a) en
(3)van de Europese netcode E&R. Het is dan ook in het kader van de wettelijke verplichtingen dat de informatieuitwisseling met andere transmissiesysteembeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra moet gezien worden.
- Verder merkt Febeliec op dat het woord “afgesloten” in artikel I.8.4 van de Algemene Voorwaarden beter wordt vervangen door “beëindigde” aangezien het verwarrend is. Ingevolge de opmerking van Febeliec betreffende het woord “afgesloten” in artikel I.8.
- heeft Elia besloten de betrokken zinsnede te schrappen. De CREG besluit uit het aangepaste voorstel van Elia van 19 december 2019 dat de vertrouwelijkheidsverplichtingen van kracht zijn tijdens de hele duur van het contract tot vijf jaar na de beëindiging ervan. De CREG kan zich daarin vinden. 3.2.2.1.
- Artikel I.9 Informatieverplichting
- De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.
- Artikel I.10 Herziening
- Artikel I.10 van de Algemene Voorwaarden is onderverdeeld in een titel I.10.1 “Wijzigingen van de hoofdtekst van dit Contract (Algemene en Bijzondere Voorwaarden) en algemeen toepasselijke Bijlagen” en een titel I.10.2 “Wijzigingen van Partij-specifieke Bijlagen”.
- Artikel I.10.1 van de tekst die werd voorgelegd in de openbare raadpleging bevat bepalingen inzake de beëindiging van het contract in geval van wijzigingen ervan met beduidende impact op het contractueel evenwicht. Febeliec merkt op dat Elia in dit artikel verwijst naar procedures voor het herzien van het contract, maar het nog onduidelijk is welke procedures van toepassing zijn in geval van deze nieuw gereguleerde contracten. In elk geval dringt Febeliec er bij Elia op aan om openbare raadplegingen te organiseren alsook stakeholder workshops telkens wanneer wijzigingen worden beoogd. Als basisprincipe, in geval van een wijziging van het contract, zou de dienstverlener in ieder geval het recht moeten hebben om het contract te beëindigen (zeker indien het vrijwillige diensten betreft) zonder de noodzaak, zoals wordt voorgesteld door Elia, om aan te tonen dat de contractwijziging een beduidende impact heeft op het contractueel evenwicht (te vaag en wie zal dit beoordelen?). Elia verwijst in haar consultatierapport van 3 december 2019 naar de Europese netcodes en het federaal technisch reglement wat betreft de procedures voor wijziging van de T&C, aangezien deze de nieuw gereguleerde contracten definiëren. Elia is van plan de wettelijke procedures te volgen. De noodzaak om een beduidende impact op het contractueel evenwicht te bewijzen werd weggelaten. Wat betreft de procedure voor wijziging van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis bevat de Europese netcode E&R geen bepalingen. Ingevolge het parallellisme der vormen en de procedure voorzien in artikel 4 van het federaal technisch reglement dienen alle wijzigingen van deze voorwaarden met inbegrip van de typeovereenkomst voor Niet-vertrouwelijk 25/39 hersteldiensten ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd, na openbare raadpleging van de markt. In het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 wordt tegemoet gekomen aan de voornoemde opmerking van Febeliec. De voorwaarde dat aan het contract voor hersteldiensten slechts een einde gesteld kan worden indien het bewijs van een significante impact is geleverd, werd uiteindelijk weggelaten.
- Artikel I.10.1, tweede lid, van de Algemene Voorwaarden bepaalt verder dat na goedkeuring door de CREG van de wijzigingen van het Contract, met inbegrip van de voorgestelde datum van inwerkingtreding, de wijzigingen in werking zullen treden zoals bepaald in het implementatieplan van de gewijzigde Modaliteiten en voorwaarden (“Terms and Conditions”) en zoals bevestigd in de kennisgeving met aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging die Elia aan de Dienstverlener stuurt indien de wijzigingen van toepassing zijn op bestaande contractuele relaties met betrekking tot het voorwerp van dit contract, maar niet vroeger dan 14 kalenderdagen na de kennisgeving. Febeg merkt op dat de inwerkingtreding van de wijzigingen niet eerder zou mogen plaatsvinden dan 30 kalenderdagen (in plaats van 15) na de betekening ervan aan de Dienstverlener. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de termijn van 15 kalenderdagen in lijn is met andere gereguleerde contracten en het einde markeert van de wijzigingsprocedure, rekening houdend met de raadpleging van de stakeholders en de goedkeuring door de regulator. De CREG acht de termijn van 14 kalenderdagen een redelijke termijn, aangezien de wijzigingen niet onaangekondigd komen gelet op de voorafgaande openbare raadpleging.
- Febeg is van mening dat een hardship clausule aan het contract moet worden toegevoegd, zoals vroeger het geval was. Wat betreft een hardship clausule stelt Elia dat de T&C nu gereguleerd zijn en verwijst zij naar artikel I.
- Elia stelt dat de beëindiging van het contract ook bepaald wordt in de Bijzondere Voorwaarden. De vraag van Febeg wordt niet gemotiveerd; er wordt enkel gesteld dat het vroeger bestond in de contracten. Een hardship clausule of imprevisiebepaling strekt er normaal gezien toe de mogelijkheid te voorzien een overeenkomst te heronderhandelen en/of te beëindigen in geval van een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan na contractsluiting en die het contractuele evenwicht fundamenteel wijzigt en waarvan het risico redelijkerwijze niet werd of kon worden verondersteld door de partijen. De CREG neemt akte van de opmerking van FEBEG, zijnde dat de algemene voorwaarden van de typeovereenkomst voor Hersteldiensten geen “hardship” clausule bevatten, maar kan op basis van deze beperkte motivering, nl. dat het vroeger bestond, niet oordelen of een dergelijke vraag gerechtvaardigd is. Vooreerst is de wettelijke context veranderd: hersteldiensten, zijnde momenteel de black-startdienst, worden voortaan geleverd aan de hand van een door de CREG goedgekeurde typeovereenkomst. Ook de wijzigingen van de typeovereenkomst zijn onderworpen aan de goedkeuring van de CREG na een marktraadpleging. Verder geldt in beginsel de regel dat een contract de partijen tot wet strekt. In het kader van specifiek een black-outtoestand vervullen de gecontracteerde hersteldiensten een zeer belangrijke rol voor het herstel van het net en de elektriciteitsbevoorrading. Vandaar dat de CREG geen voorstander is van de opname van een imprevisiebepaling in de typeovereenkomst voor hersteldiensten. Niet-vertrouwelijk 26/39 3.2.2.1.
- Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout
- Artikel I.11 van de Algemene Voorwaarden voorziet de mogelijkheid om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een Partij een ernstige fout beging en na een procedure van ingebrekestelling. Febeliec vraagt dat Elia voor elk contract duidelijke richtsnoeren geeft over welke fouten beschouwd zullen worden als ernstige fouten die kunnen resulteren in de beëindiging van het contract en een vordering tot schadeloosstelling. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat een ernstige inbreuk of fout een notie is die gebruikelijk is in wettelijke documenten. Een geval van ernstige fout zal volgens Elia altijd betwist en beoordeeld kunnen worden door een bevoegde regulator of rechtbank. De CREG is van mening dat het zeer moeilijk is om op voorhand vast te stellen wat een ernstige fout is en wat niet. Mogelijks is dit ook niet wenselijk, aangezien dit veelal moet beoordeeld worden rekening houdend met de concrete omstandigheden van een zaak. Het spreekt voor zich dat Partijen, in voorkomend geval, slechts goed doordacht van een dergelijke mogelijkheid gebruik kunnen maken, gelet op de mogelijkheid van een gerechtelijke controle en sanctionering achteraf. 3.2.2.1.
- Artikel I.12 Diverse bepalingen
- De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.
- Artikel I.13 Toepasselijk recht – regels betreffende geschillen
- De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft hierbij evenmin opmerkingen in de context van de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 3.2.2.
- Deel II – Bijzondere Voorwaarden voor de Black-Startdienst
- De CREG blijft hierna stilstaan bij de artikelen die aanleiding gaven tot opmerkingen vanwege de CREG in haar beslissing van 18 juni 2019 (deel 3.2 van de beslissing van 18 juni 2019). Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen bij Deel II van het aangepaste voorstel van Elia dat voor openbare raadpleging werd voorgelegd van 14 oktober tot 21 november
- 3.2.2.2.
- Artikel II.1 - Definities
- Artikel II.1 van Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de black-startdienst” (hierna: de Bijzondere Voorwaarden) bevat een aantal definities van toepassing op deze Bijzondere Voorwaarden. Teneinde tegemoet te komen aan de opmerkingen van de CREG in paragrafen 21 tot 24 van haar beslissing van 18 juni 2019 heeft Elia: Niet-vertrouwelijk 27/39 - in het Deel I “Algemene Voorwaarden” bepaald dat de wettelijke definities van toepassing zijn op de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis en voor wat betreft de begrippen “eilandbedrijf” en “black-startdienst” verwezen naar de wettelijke definities in artikel 2, tweede lid, 43), van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net resp. artikel 2, §1, 54°, van het federaal technisch reglement, - een definitie van het begrip “Federaal Technisch Reglement” toegevoegd, - de definitie van het begrip “Algemene Voorwaarden” in Deel II van het Contract geschrapt omdat dit overbodig is gebleken, - het begrip “Leverancier” bij de vermelding van de partijen op het eerste blad van het contract voor hersteldiensten vervangen door het in de Europese netcode E&R gedefinieerde begrip “aanbieder van hersteldiensten”, om verwarring met het begrip “leverancier” (“elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die elektriciteit levert aan één of meerdere eindafnemers; de leverancier produceert of koopt de, aan de eindafnemers verkochte, elektriciteit”) in artikel 2, 15°bis, van de elektriciteitswet te vermijden.
- Febeliec maakt de opmerking dat de definitie van “elektrische zones” aanpassing verdient, meer bepaald het schrappen daarin van de exhaustieve opsomming van deze zones, om te vermijden dat alle gereguleerde contracten moeten worden aangepast telkens als de elektrische zones wijzigen. Elia heeft deze definitie gewijzigd. Zij verwijst thans in de definitie van ”elektrische zones” naar artikel 3 van de Regels voor Coördinatie en Congestiebeheer die een dergelijke definitie bevatten en die ontwikkeld werden conform artikel 8, §1, 5°, en artikel 23, §2, alinea 2, 36°, van de elektriciteitswet, artikel 59, lid 10, van de Elektriciteitsrichtlijn en artikel 241 van het federaal technisch reglement. Deze regels worden bekend gemaakt op de Elia-website. Teneinde een juridisch vacuüm te vermijden, wordt de opsomming van de zones in de definitie van “elektrische zones” in artikel II.1 van de Bijzondere Voorwaarden weliswaar behouden in afwachting van de goedkeuring van de voornoemde regels door de CREG. In haar consultatierapport van 20 december 2019 benadrukt Elia dat bij een wijziging van de elektrische zones derhalve enkel een wijziging van de voornoemde regels voor Coördinatie en Congestiebeheer nodig zal zijn. Bovendien merkt Elia op dat deze wijziging niet wegneemt dat de aanpassing van de elektrische zones een impact kan hebben op het herstelplan en vervolgens ook op de Bijlage 5 bij de typeovereenkomst voor hersteldiensten dat betrekking heeft op de geografische spreiding van de black-startinstallaties voor de black-startdienst. De CREG kan zich vinden in de aangepaste definities van “elektrische zones”.
- Febeg merkt op dat het aanbeveling verdient om de term “Herstelinstallatie” te vervangen door “Black Start Herstelinstallatie” aangezien de black-start dienst momenteel de enige hersteldienst is. Elia licht toe in haar consultatieverslag van 20 december 2019 dat de term “Herstelinstallatie” de algemene term is, die ervoor zorgt dat het contract geschikt is voor de toekomst mochten andere hersteldiensten ontwikkeld worden. Niettemin heeft Elia de gevraagde aanpassing doorgevoerd in Deel II van de typeovereenkomst voor hersteldiensten. 3.2.2.2.
- Artikel II.2 – Aankoop van de Black-Startdienst
- Artikel II.2 van de Bijzondere Voorwaarden (artikel 2 van de versie voorgelegd voor openbare raadpleging van 14 oktober tot 21 november 2019, getiteld “Sluiten van de overeenkomst en Niet-vertrouwelijk 28/39 toepassing van de Algemene Voorwaarden”) werd volledig herwerkt door Elia ingevolge de opmerkingen van de CREG in paragrafen 25 tot 31 van haar beslissing van 18 juni
- Zo worden de bepalingen betreffende de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-startgeschiktheid om redenen van transparantie opgenomen in een afzonderlijke titel. Het betreft een aspect dat verplicht deel moet uitmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis overeenkomstig artikel 4
(4)(
- c)van de Europese netcode E&R. De bepalingen inzake de duurtijd van de overeenkomst en de overdracht van de Productiesite(
- s)aan een andere marktspeler worden eveneens duidelijkheidshalve ondergebracht in afzonderlijke artikelen (artikel II.2.4 en artikel II.11 van de Bijzondere Voorwaarden). 65. Febeg merkt op dat de verwijzing naar bijlage 6 in de versie van artikel II.2.1, zoals voorgelegd in de openbare raadpleging, tot verwarring aanleiding geeft en moet worden geschrapt: “[…] Indien de RSP ook de Balanceringsverantwoordelijke is voor een bepaalde Herstelinstallatie, is de inwerkingtreding en geldigheid van dit Contract afhankelijk van de voorafgaande ondertekening door de RSP (of een andere partij aangeduid door de Netgebruiker waarmee de RSP een overeenkomst heeft als bedoeld in Bijlage 6) van het CIPU-Contract. […]” [vrije vertaling]14 Elia legt uit in haar consultatierapport van 20 december 2019 dat deze bepaling ertoe strekt te stellen dat de inwerkingtreding van het contract voor hersteldiensten (het “RSP-contract”) onderworpen is aan de voorafgaande ondertekening van een CIPU-contract: - hetzij door de aanbieder van hersteldiensten(“RSP”) zelf indien de RSP de CIPU-Contracthouder is (waarbij genoteerd moet worden dat in de eerste fase van het Icaros-project de CIPUContracthouder ook de balanceringsverantwoordelijke (“BRP”) is, maar dat voorzien is dat die rollen later gesplitst worden), - hetzij door een derde partij aangeduid door de netgebruiker als houder van het CIPU-contract. Elia gaat evenwel akkoord met Febeg dat de formulering van artikel II.2.1 van de Bijzondere Voorwaarden onduidelijk was op dit punt en deed de nodige aanpassingen teneinde de verwarring weg te nemen. De CREG kan zich vinden in de aangepaste versie van artikel II.2.1 van de Bijzondere Voorwaarden. 66. Daarnaast stelde de CREG in haar beslissing van 18 juni 2019 dat de voorwaarden die specifiek gelden tijdens de herstelfase conform het herstelplan duidelijk moeten zijn. Het herstelplan beoogt een systeemherstel van ten minste 90% van de aansluitingspunten van het Elia-net binnen 24 uur na een black-out. Er zijn meerdere scenario’s van systeemherstel mogelijk waarbij niet uitgesloten kan worden dat het systeem tijdens het herstel terug in een black-out toestand valt. De CREG is van mening dat de Bijzondere Voorwaarden van het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 hiermee voldoende rekening houden. Het betreft onder meer de vereiste in het herstelplan dat een blackstartinstallatie minimaal drie opeenvolgende black-startprocedures moet kunnen realiseren en deze vereiste is ook opgenomen in de Bijzondere Voorwaarden. 67. De CREG is van mening dat Elia eveneens voldoende tegemoet komt aan haar opmerking in haar beslissing van 18 juni 2019 over de noodzaak om op een technologie-neutrale wijze de voorwaarden te verduidelijken betreffende de beschikking over primaire energie c.q. energie in opslag die vereist is voor het aanbieden van de hersteldiensten op contractbasis, momenteel zijnde enkel de black-start 14 “[…] If the RSP is also the Balance Responsible Party for a certain Restoration Facility, the entry into force and validity of this Contract shall be predicated upon prior signature by the RSP (or another party appointed by the Grid User with which the RSP has an agreement as per template in Annex 6) of the CIPU Contract. […]” Niet-vertrouwelijk 29/39 diensten. Dit omwille van de zekerheid van de beschikking over de hersteldienst wanneer er een beroep op wordt gedaan. Ook hier geldt de noodzakelijke coherentie met de vereisten van het herstelplan opdat conform het herstelplan gerekend kan worden op de hersteldiensten. 68. Het herstelplan valt of staat met de effectiviteit van de hersteldiensten. De CREG is van mening dat Elia voldoende aandacht heeft besteed aan de coherentie met het herstelplan bij het opmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, zijnde momenteel de black-startdiensten. Het argumenteren van voorwaarden (kenmerken) vanuit het herstelplan maakt hiervan deel uit en Elia heeft de nodige verduidelijkingen opgenomen in de begeleidende nota. 69. Artikel 2, zesde lid, van het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 bepaalde dat, indien de tijdelijke of definitieve uitdienstneming van een productiesite is aangekondigd, zoals bepaald in artikel 4bis van de elektriciteitswet, het onderliggende contract teneinde komt op 30 september van het jaar volgend op de aankondiging. Met toepassing van artikel 4bis, §1, tweede en derde lid, van de elektriciteitswet kan in de regel een tijdelijke buitenwerkingstelling slechts na 31 maart en een definitieve buitenwerkingstelling slechts na 31 oktober van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in artikel 4bis, §1, eerste lid, plaatsvinden. Artikel 4bis van de elektriciteitswet bepaalt verder dat de definitieve buitenwerkingstelling van rechtswege tot gevolg heeft dat de betrokken installatie voor de productie van elektriciteit buiten de markt geplaatst wordt hetgeen de onmogelijkheid met zich meebrengt om elektriciteit te produceren, vanaf die datum onverminderd de levering van strategische reserve, overeenkomstig hoofdstuk II bis en onverminderd de levering, in voorkomend geval, van de black-startdienst, in laatste instantie. In haar beslissing van 18 juni 2019 verzocht de CREG Elia om deze bepaling te herevalueren in het licht van artikel 4bis van de elektriciteitswet en desgevallend aan te passen en in ieder geval een rechtvaardiging voor het (gewijzigde) artikel toe te voegen aan het aangepaste voorstel dat ter goedkeuring bij de CREG zal worden ingediend. Elia voerde een aantal aanpassingen door in dit artikel, dat nu de artikelen II.2.2 en II.2.3 van de Bijzondere Voorwaarden vormt. Febeg maakte een opmerking op de versie van artikel II.2.2 die werd voorgelegd tijdens de openbare raadpleging. Febeg stelde meer bepaald dat de woorden “…na het einde van de tijdelijke sluiting” volgens haar beter werden vervangen door “…na de dag van de tijdelijke sluiting”. Elia bevestigt in haar consultatierapport van 20 december 2019 dat de zinsnede volgens haar correct verwijst naar het einde van de tijdelijke sluiting. Wanneer een installatie buiten dienst wordt gesteld in overeenstemming met de elektriciteitswet kan zij per definitie niet langer deelnemen aan een ondersteunende dienst tijdens de sluitingsperiode. Het contract wordt hetzij beëindigd, hetzij geschorst. Elia stelt verder nog dat de zin becommentarieerd door Febeg verwijst naar de theoretische mogelijkheid voor Elia om, in geval van een tijdelijke sluiting, de schorsing van het black-startcontract te vragen tijdens de tijdelijke sluiting en de re-activering ervan voor de resterende duur van het blackstartcontract na het einde van de tijdelijke sluiting. Elia benadrukt nog dat dit geen afbreuk doet aan artikel II.2.3 van de Bijzondere Voorwaarden dat voorziet dat een installatie die deel uitmaakt van de strategische reserve de black-start dienst kan blijven leveren. Elia besluit dat de elementen betreffende de tijdelijke sluiting worden verduidelijkt in artikel II.2.2 van de Bijzondere Voorwaarden en dat ook een aantal verduidelijkingen worden doorgevoerd in artikel II.2.3 van de Bijzondere Voorwaarden. De CREG stelt vast dat deze bepalingen grondig werden herwerkt in artikel II.2.2 en II.2.3 van het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019. Hoewel Elia geen verdere rechtvaardiging voor deze artikelen heeft toegevoegd aan het aangepaste voorstel van 20 december 2019, kan de CREG zich vinden in de in deze artikelen gehanteerde principes, nl. dat het contract voor hersteldiensten eindigt wanneer de buitendienststelling van de black-starteenheid in werking treedt met toepassing van de Niet-vertrouwelijk 30/39 elektriciteitswet, maar dat Elia in geval van een tijdelijke sluiting kan vragen dat het black-start contract na de einddatum van de tijdelijke sluiting herneemt voor de resterende duur ervan indien de eenheid noodzakelijk is om de levering van de black-startdienst in een bepaald gebied te verzekeren. Als de black-starteenheid deelneemt aan de strategische reserve, eindigt het contract voor hersteldiensten ten vroegste op de laatste dag van het strategische reserve-contract. Black-starteenheden zullen worden overwogen voor selectie na de black-starteenheden die in de markt zijn. 3.2.2.2.3. Artikel II.3 – Voorwaarden voor deelname aan de Black-Start dienst 70. Artikel 3 van het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018, getiteld “Voorwerp van het Contract”, bevatte in feite de kenmerken van de black-startdienst. Aangezien de kenmerken van de black-start dienst een verplicht onderdeel uitmaken van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis met toepassing van artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R, heeft Elia deze bepalingen op vraag van de CREG in haar beslissing van 18 juni 2019 opgenomen in een afzonderlijke titel. Elia koos voor de titel “Voorwaarden voor deelname aan de Black-Start dienst”. 71. Ingevolge de vraag van de CREG in paragraaf 33 van haar beslissing van 18 juni 2019 heeft Elia de term “heropbouwcode”/”code de reconstitution” vervangen door de term “herstelplan”/”plan de reconstitution” (cf. artikel II.3.3.6) en artikel II.4.2). In dit kader herhaalt de CREG haar opmerking (zie paragraaf 33, tweede alinea, van haar beslissing van 18 juni 2019) dat het overleg met de aanbieders van hersteldiensten dat in artikel II.4.2 van de Bijzondere Voorwaarden wordt voorzien uiteraard geen afbreuk kan doen aan het feit dat bij de totstandkoming van het herstelplan door Elia overleg moet worden gepleegd met de relevante distributiesysteembeheerders, significante netgebruikers, nationale regelgevende instanties of andere overheidsinstanties en andere TSB’s overeenkomstig artikel 23
(1)van de Europese netcode E&R. De aanbieders van hersteldiensten zullen de door Elia uitgebrachte instructies van het herstelplan moeten uitvoeren met toepassing van artikel 25
(3)van de Europese netcode E&R.
- Febeg maakte een opmerking op de versie van artikel II.3.3 die werd voorgelegd tijdens de openbare raadpleging. Febeg stelde vragen betreffende de frequentieafwijkingen. Febeg vraagt om bevestiging dat het niet vereist is dat black-startherstelinstallaties functioneren tot een frequentie van 52 Hz maar enkel een frequentie moeten kunnen behouden in eiland in het interval van 49-52 Hz. Dit aangezien de Europese netcode RfG15 dit niet vereist (vereiste frequentie is tot 51,5 Hz) en deze vereiste aanzienlijke meerkosten zou betekenen voor nieuwe eenheden. Elia verduidelijkt in het consultatierapport van 20 december 2019 dat tijdens het systeemherstel de herstelinstallatie de frequentie moet kunnen ondersteunen tot 51,5 Hz zonder de frequentierelais te activeren en de frequentie van het eiland blijvend stabiel moet kunnen houden in het interval 51-52 Hz. De CREG stelt vast dat artikel II.3.3, 5), van het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019 hieraan tegemoet komt. 3.2.2.2.
- Artikel II.4 – Levering van de Black-Startdienst
- Febeg merkt op, op basis van de versie van artikel II.4 voorgelegd in de openbare raadpleging, dat de aanbieder van hersteldiensten, voor herstelinstallaties zonder een Beperkt Energiereservoir, een bewijs moet leveren aan Elia dat de site over garanties beschikt van een ononderbroken brandstoftoevoer tijdens een black-out- en hersteltoestand van het net. Febeg stelt de vraag of Elia, aangezien een aanbieder van hersteldiensten niet verantwoordelijk is voor de bevoorradingszekerheid 15 de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net. Niet-vertrouwelijk 31/39 van gas, wat betreft herstelinstallaties die gas gebruiken als brandstof, een attest van Fluxys waaruit blijkt dat vaste capaciteit (in de betekening van het Standaard Vervoerscontract) werd onderschreven met betrekking tot de betrokken eenheid, als voldoende bewijs zal aanvaarden. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 20 december 2019 dat voor gasgestookte black-start herstelinstallaties een attest van de aardgasnetbeheerder, waaruit blijkt dat een aansluitingscontract werd ondertekend, dat de druk en de capaciteit garandeert voor een vollastbelasting gedurende een black-out- en hersteltoestand, wordt beschouwd als voldoende bewijs. Elia stelt dat dit punt zal worden verduidelijkt in artikel II.4.7 van de Bijzondere Voorwaarden. Artikel II.4.7 van de Bijzondere Voorwaarden bepaalde reeds dat voor BS Herstelinstallaties die niet zijn aangemerkt als BS Herstelinstallatie met Beperkt Energiereservoir, de RSP een bewijs moet leveren aan Elia dat de site beschikt over garanties met betrekking tot brandstofvoorziening die een vollastbelasting toelaten tijdens een Black-Out en hersteltoestand. Ingevolge de opmerking van Febeg, heeft Elia in voetnoot 3 bepaald dat voor BS Herstelinstallaties die op gas werken, een certificaat van de gasnetbeheerder, waaruit blijkt dat een aansluitingscontract de druk en de capaciteit garandeert om tijdens de Black-Out en hersteltoestand een volledige belasting toe te laten, als voldoende bewijs wordt beschouwd. De CREG gaat akkoord met de opmerking van Febeg en is van mening dat de bepaling van artikel II.4.7, eerste bolletje, van de Bijzondere Voorwaarden inderdaad op zich een te verregaande vereiste inhoudt voor de betrokken aanbieders van hersteldiensten. De door Elia in voetnoot 3 aangebrachte verduidelijking is dan ook van essentieel belang. De CREG voegt hier ter verduidelijking aan toe dat zolang de aardgasmarkt normaal functioneert, de aanbieders van black-startdiensten op basis van een gasgestookte black-startherstelinstallatie en in bezit van een aansluitingscontract waarvan sprake, zichzelf kunnen bevoorraden op de aardgasmarkt (notioneel aardgashandelsplatform ZTP - Zeebrugge Trading Platform). Indien een crisis op de elektriciteitsmarkt samengaat met een aardgasbevoorradingscrisis, is het van belang dat het noodplan voor aardgas16 de gasgestookte blackstartherstelinstallaties beschouwt als prioritaire aardgasverbruiksinstallaties en dit geldt tevens voor de overige aardgasgestookte installaties die nodig zijn in de hersteltoestand.
- De CREG is van mening dat Elia voldoende tegemoet komt aan de opmerking in haar beslissing van 18 juni 2019 over het minimaal energieniveau voor elke black-start herstelinstallatie. De behoeften worden verduidelijkt om in staat te zijn om drie black-startprocedures op te starten als de twee eerste pogingen mislukt zijn. Voor de productiesites die op aardgas draaien, wordt een bewijs van aansluitingscontract op het aardgastransportnetwerk vereist die de druk en de capaciteit bevestigt voor de levering van aardgas bij een volledige belasting van de black-startherstelinstallatie tijdens de black-out en hersteltoestand. De CREG merkt op dat het noodzakelijk is om zowel de blackstartherstelinstallaties die werken op aardgas als de overige aardgasgestookte installaties die nodig zijn in de hersteltoestand, te laten opnemen in het noodplan voor aardgas als prioritaire aardgasverbruiksinstallaties. De invulling die wordt gegeven aan het vereiste minimale primaire energievolume wordt bepaald door de rol die de black-startherstelinstallatie vervult in het herstelplan. Hoewel niet expliciet vermeld, herneemt de CREG dat de sites die water gebruiken (meestal pompturbinecentrales), over een niveau van water in de reservoirs moeten beschikken dat overeenstemt met minstens 500 MWh
- 16 Ministerieel besluit van 18 december 2013 tot vaststelling van het federaal noodplan voor de aardgasbevoorrading. Dit volume is noodzakelijk om de herstelprocedure Coo-Tihange (nucleaire centrales) te waarborgen in geval van een blackout. Deze vereiste is bijgevolg specifiek van toepassing op de site van Coo, overigens de enige site die momenteel in staat is deze black-startdienst te leveren. 17 Niet-vertrouwelijk 32/39
- Artikel 23
(4)(f) van de Europese netcode E&R bepaalt onder meer dat het herstelplan het aantal vermogensbronnen in de regelzone van de TSB (transmissiesysteembeheerder) bevat die nodig zijn om de spanning in zijn systeem te herstellen met een bottom-upspanningsherstelstrategie met blackstartgeschiktheid. In dat kader bepaalt het ministerieel besluit tot goedkeuring van het herstelplan18 het volgende in artikel 2, 4°: “aangezien het herstelplan rekent op de huidige gecontracteerde black-startdiensten, dient de netbeheerder binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, aan de minister ter kennis te geven op welke manier hiermee zal worden omgegaan indien dergelijke hersteldiensten niet langer gecontracteerd of voorzien zijn.” De CREG is van mening dat Elia slechts kan overgaan tot het daadwerkelijk contracteren van nieuwe black-startdiensten voor de periode 2021-2023 nadat de benodigde hoeveelheid black-startdiensten voor die periode door haar werd begroot en ter kennis van de minister werd gebracht met toepassing van het voornoemde ministerieel besluit. 3.2.2.2.5. Artikel II.6 – Conformiteitstest van de Black-Start Herstelinstallaties 76. Artikel 6 van het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 bevatte bepalingen in verband met de frequentie en de voorwaarden van de operationele testen voor productie-installaties, terwijl deze zaken met toepassing van artikel 43
(3)van de Europese netcode E&R uitgewerkt moeten worden door Elia in het “testplan” tegen 18 december 2019. Een testplan zal door de federale minister bevoegd voor energie moeten worden goedgekeurd op voorstel van Elia en na advies van de CREG met toepassing van artikel 259 van het federaal technisch reglement en artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R. In haar beslissing van 18 juni 2019 verzocht de CREG dan ook aan Elia om daaraan te remediëren. Elia heeft artikel 6 van het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 geschrapt en vervangen door de volgende zin: “Elia heeft het recht om de doeltreffendheid en werking van de BS Herstelinstallaties te controleren aan de hand van tests volgens het Testplan dat wordt gepubliceerd op de website van Elia en dat wordt bijgevoegd onder Bijlage 7”. Het toepasselijke testplan vormt derhalve een bijlage bij de typeovereenkomst omdat de aanbieder van hersteldiensten moet weten tot welke testen hij is gehouden. Het testplan dat Elia in Bijlage 7 toevoegde aan het aangepaste voorstel van 20 december 2019 betreft het voorstel dat ter goedkeuring bij de federale minister bevoegd voor energie werd ingediend op 25 november 2019. In de begeleidende nota bij het aangepaste voorstel van Elia van 20 december 2019, licht Elia toe dat het testplan door haar werd uitgewerkt rekening houdend met de voorschriften van de Europese netcode E&R, die bepaalt dat het testplan onder andere de voorwaarden voor de testen in het kader van de black-startdienst moet bevatten. Teneinde elke overlapping en elk bevoegdheidsconflict tussen de voorwaarden voor het aanbieden van hersteldiensten op contractbasis (de T&C RSP) en het testplan te vermijden, verwijst het contract voor hersteldiensten aldus Elia naar het testplan voor de beschrijving van de testen. Elia vervolgt dat over het testplan werd geraadpleegd in parallel met de T&C RSP en dit testplan ter goedkeuring aan de federale minister bevoegd voor energie zal worden overgemaakt overeenkomstig artikel 259 van het federaal technisch reglement en artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R. Elia besluit dat het toepasselijke testplan aan het contract voor hersteldiensten 18 Ministerieel besluit van 19 december 2019 tot goedkeuring van het voorstel van herstelplan overeenkomstig artikelen 261 en 262 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (eensluidend verklaard afschrift bezorgd aan Elia en de CREG; dit ministerieel besluit werd bij uittreksel bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 januari 2020). Niet-vertrouwelijk 33/39 zal worden toegevoegd op het ogenblik van ondertekening van dit contract. Ondertussen heeft Elia haar voorstel van testplan ter goedkeuring bij de federale minister bevoegd voor energie ingediend. Teneinde de bevoegdheid van de federale minister bevoegd voor energie terzake ten volle te respecteren, wenst de CREG te benadrukken dat zij met deze beslissing geen goedkeuring hecht aan de inhoud van het in bijlage 7 van het contract voor hersteldiensten toegevoegde testplan. De CREG zal binnenkort een advies over het testplan geven als antwoord op de adviesaanvraag ontvangen op 4 februari 2020 van de federale minister bevoegd voor energie en dit met toepassing van artikel 259 van het federaal technisch reglement. De CREG aanvaardt met de huidige beslissing enkel en alleen dat het toepasselijke door de federale minister bevoegd voor energie goedgekeurde testplan een bijlage zal vormen bij het contract voor hersteldiensten om redenen van transparantie ten behoeve van de betrokken marktpartijen.
- De CREG verzoekt Elia om te overwegen of het niet de voorkeur geniet, teneinde elke mogelijke verwarring te vermijden, om ten gepaste tijde enkel een uittreksel uit het toepasselijke testplan bij het contract voor hersteldiensten, zijnde momenteel black-startdiensten, te voegen, nl. de delen daarvan die relevant zijn voor de testen betreffende de doeltreffendheid en de werking van de blackstartinstallaties. Het spreekt voor zich dat de organisatie van de aanbestedingsprocedure voor blackstartdiensten in 2020 veronderstelt dat het (respectieve deel van het) testplan tijdig door de federale minister bevoegd voor energie wordt goedgekeurd. 3.2.2.2.
- Artikel II.7 – Vergoeding
- Zowel het type als het aantal testen spelen een belangrijke rol bij de bepaling van de vergoedingen. De CREG is bijgevolg van mening dat dit niet los kan worden gezien van het goedgekeurd testplan door de minister waarvan de goedkeuringsprocedure momenteel lopende is. De CREG is van mening dat tenminste de testen die gelden voor black-startherstelinstallaties gekend dienen te zijn bij de start van de aanbestedingsprocedure voor de verwerving van de black-startdiensten voor de periode 2021-
- De CREG is vanzelfsprekend van mening dat de aanbestedingsregels voor het indienen van offertes geen regels kunnen bevatten die indruisen tegen de Algemene en Dienstspecifieke voorwaarden voor black-startdiensten en geen regels kunnen bevatten die buiten het bereik liggen van de Algemene en Dienst-specifieke voorwaarden voor black-startdiensten. Dit om een gelijk speelveld te waarborgen voor (potentiële) aanbieders van black-startdiensten en dit zonder extra voorwaarden op te leggen. De CREG is daarom van mening dat de aanbestedingsregels voor de verwerving van black-startdiensten deel moeten uitmaken van de door de CREG goed te keuren Algemene en Dienst-specifieke voorwaarden. De CREG aanvaardt dat deze opname gebeurt in het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis dat Elia ter goedkeuring moet indienen voor de aankoop van hersteldiensten voor de periode vanaf
- De CREG is voorts van mening dat er moet gestreefd worden in de aanbestedingsregels voor de verwerving van black-startdiensten na de eerstvolgende aanbestedingsprocedure in 2020 naar een principe dat de vergoedingen voor testen deel uitmaken van de competitieve prijs die volgt uit de aanbestedingsprocedure en dus niet vooraf wordt vastgelegd. 3.2.2.2.
- Artikel II.8 – Penaliteiten wegens niet-uitvoering van het Contract voor BlackStartdienst
- Febeg wijst tijdens de openbare raadpleging op artikel II.8.
- Febeg stelt dat de prijsvermindering in geval van onbeschikbaarheid evenredig moet zijn met het aantal kwartieren dat de black-startherstelinstallatie niet beschikbaar is geweest in overeenstemming met a