← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium voor de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Programma

(B)2057 12 november 2020 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium voor de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Programma-Agent (T&C SA) Genomen met toepassing van artikel 249, van Koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.
  2. Europees recht ........................................................................................................................ 4 1.
  3. Belgisch recht .......................................................................................................................... 6
  4. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 10
  5. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 14
  6. ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 16 4.
  7. Doel van het voorstel ............................................................................................................ 16 4.
  8. Voorwaarden die het wettelijk kader schetsen .................................................................... 17 4.2.
  9. Algemene opmerkingen ................................................................................................ 17 4.2.
  10. Opmerkingen betreffende de Overwegingen ............................................................... 18 4.2.
  11. Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied ................................................................. 20 4.2.
  12. Artikel 2: Datum van Inwerkingtreding ......................................................................... 20 4.2.
  13. Artikel 3: Verwachte effecten voor de doelstellingen van de SOGL ............................. 20 4.2.
  14. Artikel 4: Taal ................................................................................................................. 21 4.
  15. SA-Contract............................................................................................................................ 21 4.3.
  16. Deel I- Algemene voorwaarden ..................................................................................... 21 4.3.
  17. Deel II - Specifieke voorwaarden ................................................................................... 31 4.3.
  18. Deel III - Bijlagen ............................................................................................................ 40 BESLISSING..................................................................................................................................... 41 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 43 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 44 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 45 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 46 Niet-vertrouwelijk 2/46 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt hierna de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM ‘hierna: “Elia”) voor de Modaliteiten en Voorwaarden voor de Programma-Agent (hierna: “T&C SA “). Dit gebeurt op basis van artikel 249, van Koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: “FTR”). Per brief van 25 oktober 2019 wordt het voorstel T&C SA, opgesteld in het Frans, door Elia per drager met ontvangstbewijs bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Aan deze brief zijn 22 bijlagen gehecht. Voor huidige beslissing worden volgende bijlagen weerhouden: - Raadplegingsrapport T&C OPA-SA, in het Engels, bijlage 9 van de brief van 25 oktober 2019 (Bijlage 3 van huidige beslissing); Individuele bijdragen aan de consultatie, bijlage 22 van de brief van 25 oktober 2019 (Bijlage 5 van huidige beslissing). Per brief van 22 november 2019 wordt het voorstel T&C SA, opgesteld in het Nederlands, door Elia per drager met ontvangstbewijs bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Per brief van 16 januari 2020 wordt een update van T&C SA ingediend bij de CREG voor goedkeuring wegens wijzigingen aan de algemene voorwaarden, na indiening van de T&C SA op 25 oktober en 22 november
  19. Aan deze brief zijn 6 bijlagen gehecht. Voor huidige beslissing zijn volgende bijlagen weerhouden: - De T&C SA zonder “track-changes”, in het Frans, bijlage 2 van de brief van 16 januari 2020 (Bijlage 1 van huidige beslissing); De T&C SA zonder “track-changes”, in het Nederlands, bijlage 3 van de brief van 16 januari 2020 (Bijlage 2 van huidige beslissing). Per mail van 5 februari 2020 deelt Elia het raadplegingsdocument van 3 december 2019 over de algemene voorwaarden van toepassing op de balanceringsdiensten (T&C BSP voor FCR, T&C BSP voor aFRR, T&C BSP voor mFRR), de hersteldiensten (T&C RSP), de diensten voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen (T&C VSP), de diensten ter ondersteuning van het congestiebeheer (T&C OPA, T&C SA) (Bijlage 5 van huidige beslissing). Deze beslissing is opgesplitst in vijf delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijk kader. Het tweede deel licht de antecedenten toe. Het derde deel behandelt de openbare raadpleging. De CREG ontleedt in het vierde deel de inhoud van het voorstel van de T&C SA. Tot slot, bevat het vijfde deel de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 12 november
  20. Niet-vertrouwelijk 3/46
  21. WETTELIJK KADER 1.
  22. EUROPEES RECHT
  23. De doelstellingen van de Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna: “SOGL ”) worden in artikel 4 vastgelegd. 1.Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd: a) vaststellen van gemeenschappelijke eisen en beginselen ten aanzien van de operationele veiligheid; b) vaststellen van gemeenschappelijke geïnterconnecteerde systemen; beginselen inzake de planning van c) vaststellen van gemeenschappelijke belasting-frequentieregelprocessen en -structuren; d) voorzien in de voorwaarden voor het handhaven van de operationele veiligheid in de gehele Unie; e) voorzien in de voorwaarden voor het handhaven van een zeker frequentiekwaliteitsniveau in alle synchrone zones van de Unie; f) bevorderen van de coördinatie tussen systeembeheer en operationele planning; g) waarborgen en versterken van de transparantie en betrouwbaarheid van informatie over het beheer van transmissiesystemen; h) bijdragen tot de efficiënte exploitatie en ontwikkeling elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie. van het
  24. Bij de toepassing van deze verordening zorgen de lidstaten, bevoegde autoriteiten en systeembeheerders ervoor dat zij: a) de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen; b) de transparantie waarborgen; c) het beginsel toepassen van optimalisering tussen de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen; d) erop toezien dat de TSB's bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van het netwerk zo veel mogelijk gebruikmaken van marktwerking; e) de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist door de nationale wetgeving; f) de relevante DSB's raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen, en g) rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties.
  25. Artikel 5 van de SOGL stelt vast dat transmissiesysteembeheerders (hierna: “TSB’s”) verplicht zijn om, op Europees en regionaal niveau, verschillende voorwaarden en methodologieën te ontwikkelen en ter goedkeuring in te dienen bij de betrokken regulerende instanties.
  26. De TSB's ontwikkelen de bij deze verordening vereiste voorwaarden of methodologieën en dienen die ter goedkeuring in bij de bevoegde reguleringsinstanties overeenkomstig Niet-vertrouwelijk 4/46 artikel 6, leden 2 en 3, dan wel bij de door de lidstaat aangewezen entiteit overeenkomstig artikel 6, lid 4, binnen de bij deze verordening vastgestelde respectievelijke termijnen.
  27. Artikel 6.5 van de SOGL stelt dat wanneer een afzonderlijke TSB krachtens deze verordening vereist of gemachtigd is om niet in lid 4 genoemde eisen te specifiëren of overeen te komen, lidstaten kunnen eisen dat deze voorafgaande goedkeuring van de bevoegde reguleringsinstantie vereisen: “Wanneer een afzonderlijke relevante systeembeheerder of TSB krachtens deze verordening vereist of gemachtigd is om niet in lid 4 genoemde eisen te specificeren of overeen te komen, kunnen de lidstaten met betrekking tot deze eisen voorafgaande goedkeuring van de bevoegde reguleringsinstantie vereisen.”
  28. Een programma-agent (scheduling agent of hierna: “SA”) is een entiteit of zijn entiteiten die als taak hebben TSB's of, indien van toepassing, derden te voorzien van programma's van marktdeelnemers.
  29. Artikel 110

(3)en 110
(4)van de SOGL bepaalt dat voor elke elektriciteitsproductie-installatie en elke verbruikersinstallatie, die onderworpen is aan nationale voorwaarden geformuleerde programmeringsvereisten, de betrokken eigenaar een SA benoemt of zelf optreedt als SA. Elke marktdeelnemer en shipping agent die onderworpen is aan nationale voorwaarden geformuleerde programmeringsvereisten, benoemt of treedt op als SA. 6. Artikel 111 van de SOGL vervolgt dat: “1. Elke programma-agent, met uitzondering van programma-agenten van shipping agents, legt aan de TSB, die de programmeringszone beheert, op verzoek van de TSB, en indien van toepassing aan een derde, de volgende programma's voor:
  1. a)productieprogramma's;
  2. b)verbruiksprogramma's;
  3. c)interne commerciële handelsprogramma's, en
  4. d)externe commerciële handelsprogramma's. 2. Elke programma-agent van een shipping agent, of, indien van toepassing, een centrale tegenpartij, overlegt aan de TSB die een programmeringszone beheert die onderworpen is aan marktkoppeling, op verzoek van de betrokken TSB, en indien van toepassing aan een derde, de volgende programma's:
  5. a)externe commerciële handelsprogramma's in de vorm van:
  6. i)multilaterale uitwisselingen tussen de programmeringszone en een groep van andere programmeringszones;
  7. ii)bilaterale uitwisselingen tussen de programmeringszone en een andere programmeringszone;
  8. b)interne commerciële handelsprogramma's tussen de shipping agent en centrale tegenpartijen;
  9. c)interne commerciële handelsprogramma's tussen de shipping agent en andere shipping agents.” 7. Tot slot, bepaalt artikel 112
(5)van de SOGL dat elke SA van een shipping agent of, indien van toepassing, een centrale tegenpartij, aan de TSB's, op hun verzoek, verstrekt de waarden van de externe commerciële handelsprogramma's van elke programmeringszone die betrokken is bij marktkoppeling in de vorm van geaggregeerde verrekende externe programma's. Niet-vertrouwelijk 5/46 8. In het kader van deze T&C SA zijn bovendien ook de artikelen relevant 40, 46, 49 en 52 van de SOGL die rechtstreeks van toepassing zijn op de gegevensuitwisseling tussen de netgebruikers en de TSB, waaronder ook de prognosegegevens en realtimegegevens betreffende de hoeveelheid en beschikbaarheid van opgewekt werkzaam vermogen en werkzaamvermogensreserve, op day-aheaden intraday-basis. 9. Tot slot bepaalt ook de Verordening EU 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: CACM GL) dat informatie over de beschikbaarheid van opwekkingseenheden en basislasten aan TSB’s moeten worden verstrekt. Deze verplichting geldt in het kader van de verplichting van TSB’s tot het opstellen van gemeenschappelijke netwerkmodellen voor de capaciteitsberekening en de daartoe voorziene methodologie. Artikel 16 van de CACM GL bepaalt: “ 3.In het voorstel voor een methodologie voor het verstrekken van de opwekkings- en basislastgegevens wordt de informatie gespecificeerd die door de opwekkingseenheden en basislasten aan de TSB's moet worden verstrekt. Die informatie bevat de volgende elementen:
  1. a)informatie over hun technische kenmerken;
  2. b)informatie over de beschikbaarheid van opwekkingseenheden en basislasten;
  3. c)informatie met betrekking tot de tijdschema's van de opwekkingseenheden;
  4. d)relevante beschikbare informatie over de wijze van dispatching van de opwekkingseenheden. 4.In de methodologie worden de voor de opwekkingseenheden en basislasten geldende uiterste termijnen voor het verstrekken van de in lid 3 bedoelde informatie gespecificeerd. (..) “ 1.2. BELGISCH RECHT 10. In uitvoering van artikel 6.5 van de SOGL (paragraaf 3 van huidige beslissing) bepaalt artikel 4, §1, 6° van het FTR dat de modaliteiten en voorwaarden op te stellen voor de programmaagentovereenkomst, ter goedkeuring aan de CREG moeten worden voorgelegd. 11. Artikel 242, van het FTR introduceert de regels betreffende de planning van de nietbeschikbaarheden: “§ 1. Dit boek bepaalt de regels betreffende de planning van de niet-beschikbaarheden, de programmering alsook de coördinatie van bepaalde installaties of groepen van installaties van netgebruikers om de operationele veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. § 2. De installaties die dit boek beoogt, zijn installaties beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid, 8 en 9, of beschouwd als nieuwe overeenkomstig artikel 35, §§ 7, tweede lid, 8 en 9, die vallen onder een van de volgende categorieën: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid of productiepark zoals opgenomen in artikel 35, § 2, van het type B, C of D overeenkomstig de classificatie van datzelfde artikel en rechtstreeks aangesloten op een transmissienet of waarvan het toegangspunt tot het transmissienet identiek is aan het afnamepunt van één in artikel 35, § 3, 1° bedoelde verbruiksinstallatie of dat zich binnen een CDS bevindt dat op zijn beurt is aangesloten op het transmissienet; Niet-vertrouwelijk 6/46 2° elk asynchroon opslagpark van het type B, C of D overeenkomstig de classificatie van artikel 35, § 4, rechtstreeks aangesloten op het transmissienet of waarvan het toegangspunt tot het transmissienet identiek is aan het afnamepunt van één of meerdere in artikel 35, § 3, 1° bedoelde verbruiksinstallatie of dat zich binnen CDS bevindt dat op zijn beurt aangesloten is op het transmissienet; 3° elke verbruiksinstallatie zoals geviseerd in artikel 2.1 van de Europese richtsnoeren SOGL die aangesloten is op het transmissiesysteem, evenals 4° elke groep van verbruiksinstallaties van een CDS aangesloten op het transmissienet. “ 12. Zijn verder ook van belang: “Art. 246. §3, De programma-agent van de installatie moet die informatie versturen volgens de procedures zoals voorzien in de overeenkomst van de programma-agent bedoeld in artikel 249.” “Art. 247. Wanneer een installatie ook deelneemt aan één of meerdere balanceringsdiensten met een aanbieder van balanceringsdiensten, overeenkomstig boek 6 van deel 5, kan de programma-agent van de installatie enkel de betrokken netgebruiker of de betrokken aanbieder van balanceringsdiensten zijn.” “Art. 248. § 1. De transmissienet- of CDS-gebruiker of de derde die hij aanduidt als programma-agent voor elke elektrische installatie die het voorwerp uitmaakt van een verplichte programmering zoals bedoeld in artikel 246, § 1, houdt het actief vermogen dat op die installatie opwaarts en neerwaarts beschikbaar is ter beschikking van de transmissienetbeheerder opdat die onder meer de corrigerende acties van redispatching kan uitvoeren. De inschrijving voor dat vermogen wordt vergezeld van een prijsopgave die voldoet aan de criteria, die vastgelegd worden in de in artikel 249 bepaalde modaliteiten en voorwaarden die van toepassing zijn op de programma-agenten en verloopt volgens de regels vastgelegd in dezelfde modaliteiten en voorwaarden. § 2. Elke netgebruiker kan op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder de beschikbaarstelling van actief vermogen vanaf één of meerdere verbruikerseenheden, zoals bepaald in artikel 2.4 van de Europese netwerkcode DCC, voorstellen. En dit op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties voor beschikbaarstelling van vermogen en aan de deelnemingsvoorwaarden voorzien in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de programma-agent zoals bedoeld in artikel 249. Daarvoor moet hij ook hetzij programma-agent worden van zijn verbruikseenheid/eenheden van waaruit hij vermogen ter beschikking wil stellen, hetzij een derde aanduiden om die functie te vervullen overeenkomstig artikel 110.3 van de Europees richtsnoeren SOGL. § 3. Voor de verbruikerseenheden binnen een publiek distributienet of een CDS is de ter beschikking stelling van actief vermogen onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de publieke distributienetbeheerder of de CDS-beheerder op wiens net de betrokken installaties zijn aangesloten en het naleven van de eventuele technische of operationele beperkingen voor de beschikbaarstelling van het vermogen zoals opgelegd door de betrokken publieke-distributienetbeheerder of de CDS-beheerder op wiens net de betrokken installaties zijn aangesloten. De betreffende netbeheerder kan, mits aangepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen.” “Art. 249. § 1. De transmissienetbeheerder bepaalt op transparante en niet-discriminerende wijze, in de overeenkomst van de programma-agent, de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de programma-agenten. Hij legt de typeovereenkomst na publieke consultatie ter goedkeuring voor aan de commissie overeenkomstig artikel 4. Niet-vertrouwelijk 7/46 § 2. Deze typeovereenkomst van de programma-agent beschrijft, met naleving van de bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL wat betreft programmering en redispatching, ten minste: 1° de operationele verplichtingen die gelden voor elektrische installaties evenals voor de programma-agent van die installaties en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden; 2° de modaliteiten volgens dewelke de betrokken netgebruiker zijn programma-agent aanduidt; 3° alle relevante informatie die naar de transmissienetbeheerder moet worden verstuurd, met inbegrip van de programma's bedoeld in paragraaf 3 en de mededelingen bepaald in de artikelen 250 en 252; 4° de modaliteiten en procedures betreffende het doorgeven van informatie, zoals het tijdsbestek voor de gegevensuitwisseling, de vorm, de details en de granulariteit van de uitgewisselde gegevens, rekening houdend met de omvang, de kenmerken, de lokalisatie alsook de technische beperkingen van de betrokken installatie; 5° de opschortende voorwaarden van aanvaarding door de transmissienetbeheerder van een wijziging van het programma als bedoeld in artikel 246 op verzoek van de programmaagent; 6° de modaliteiten en de procedures met betrekking tot de inschrijving van het beschikbaar opwaarts en neerwaarts vermogen zoals bedoeld in artikel 248, rekening houdend in voorkomend geval met de technische beperkingen van de bedoelde installatie, alsook de criteria voor de prijsofferte die gepaard gaat met de beschikbaarstelling van dit vermogen; 7° de mogelijkheid voor de transmissienetbeheerder om beperkingen op te leggen voor het programma voor de eerste indiening ervan; 8° het mechanisme voor de aanpassingen, op aanvraag van de transmissienetbeheerder, van het programma bedoeld in artikel 246 in de vorm van activering van beschikbaar vermogen, en de omstandigheden waarin die aanpassingen aanleiding geven tot een vergoeding. Die eventuele vergoedingen moeten de aantoonbare en redelijke kosten dekken die rechtstreeks het gevolg zijn van de wijziging van dat plan; 9° de mogelijkheid voor de transmissienetbeheerder om een terugkeer naar het programma van de installatie op te leggen indien dat laatste ervan afwijkt of zal afwijken, en dit zonder vergoeding; 10° een beschrijving van de mechanismes voor boetes en de omstandigheden waarin die van toepassing zijn. § 3. Overeenkomstig met artikel 246 en de procedures voorzien in de typeovereenkomst van de programma-agent, bevat de informatie verstuurd door de programma-agent ten minste de elektriciteitsproductieprogramma's en voor zover nodig, het verbruik van het actief vermogen. Deze programma's worden dagelijks verstuurd naar de transmissienetbeheerder, `s avonds voor de dag erna, en dagelijks bijgewerkt in de loop van de dag.” “Art. 250. Wanneer de programma-agent voor een installatie aan de betrokken installatie de werkinstructies geeft, bezorgt hij daar tegelijkertijd een kopie van aan de transmissienetbeheerder.” “Art. 251. § 1. Indien de transmissienetbeheerder een afwijking van die werkinstructies, zoals bedoeld in artikel 250 of van de effectieve productie/verbruik vaststelt ten opzichte van het laatst voorgelegde programma voor die installatie en hij oordeelt dat alle of een gedeelte van de werkinstructies, zoals bedoeld in het artikel 250, de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net in het gedrang kunnen brengen, vraagt hij de programma-agent die werkinstructies te wijzigen om opnieuw het laatst voorgelegde productie-/afnameprogramma te volgen. Niet-vertrouwelijk 8/46 De programma-agent moet de aanvraag van de transmissienetbeheerder onverwijld door zijn betrokken installatie laten toepassen overeenkomstig de overeenkomst voor programmering en de beschikbaarheidstelling van beschikbaar vermogen. § 2. De toepassing van paragraaf 1 ontslaat de netgebruikers voor de betrokken installaties niet van hun plichten voorzien in dit besluit en/of krachtens de met de transmissienetbeheerder afgesloten overeenkomsten. § 3. In situaties zoals bedoeld in paragraaf 1, als de werkinstructies en/of de effectieve elektriciteits- productie/verbruik nog afwijken van het laatste programma dat door deze programma-agent werd ingediend zelfs na de aanvraag van de transmissienetbeheerder om het programma te volgen, moet de programma-agent de eventuele door de transmissienetbeheerder opgelopen kosten dragen zoals het aanwenden van andere middelen voor het congestiebeheer.” “Art. 252. Elke volledige of gedeeltelijke onderbreking of vermindering van de elektriciteitsproductie van een offshore-power park module teneinde een deel of het geheel van het park, onder meer door al dan niet verwachte slechte weersomstandigheden, moet door de programma-agent van dat park zo snel mogelijk worden meegedeeld aan de transmissienetbeheerder volgens de modaliteiten beschreven in de typeovereenkomst van de programma-agent. Bij een situatie zoals bedoeld in het eerste lid moet de programma-agent vooraf de toestemming krijgen van de transmissienetbeheerder voor elke hervatting van de elektriciteitsproductie van de betrokken installatie(
  5. s)en moet hij met de transmissienetbeheerder coördineren. De transmissienetbeheerder kan indien nodig voorwaarden opleggen voor het elektriciteitsproductieprofiel van de betrokken installatie of groep van installaties in de typeovereenkomst van de programma-agent.” “Art. 253. § 1. De verschillende hieronder opgesomde gegevens die de betrokken partijen over een bepaalde installatie aan de transmissienetbeheerder bezorgen, moeten onderling samenhangend zijn: 1° het beschikbaarheidsplan ingediend door de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning voor een installatie krachtens artikel 243; 2° de programma's en aanbiedingen van vermogen voorgelegd door de programma-agent voor die installatie krachtens artikel 246; 3° de nominatie voorgelegd door de evenwichtsverantwoordelijke belast met de opvolging van die installatie krachtens boek 4 van deel 5; 4° evenals in voorkomend geval de aanbiedingen van balanceringscapaciteit en/of balanceringsenergie voorgelegd krachtens boek 6 van deel 5, door de leverancier van balanceringsenergie die balanceringsenergie aanbiedt vanaf die installatie. § 2. De netgebruiker voor de betrokken installatie is ertoe gehouden om toe te zien op het correct doorgeven van de relevante en geüpdatete informatie betreffende de nietbeschikbaarheden en de prognoses van elektriciteitsproductie of -verbruik van de installatie aan de verschillende in paragraaf 1 genoemde partijen en die elk van die partijen nodig heeft om haar verplichtingen na te komen. Wanneer de transmissienetbeheerder betreffende eenzelfde installatie inconsistenties vaststelt tussen de prognoses die de verschillende voornoemde actoren hem bezorgen in het kader van hun verplichtingen, kan hij die informatie weigeren, een aanpassing vragen of ze zelf rechtzetten en in dat laatste geval de betrokken partijen ervan op de hoogte brengen.” Niet-vertrouwelijk 9/46 13. Tot slot, in artikel 377, van het FTR wordt verder bepaald dat: “Voor iedere installatie die deel uitmaakt van de categorie bedoeld in artikel 242, § 2, 1°, met een nominaal vermogen van meer dan of gelijk aan 25 MW, worden de verplichtingen van de programmeringsverantwoordelijke alsook van de planningsverantwoordelijke van de onbeschikbaarheden bedoeld in dit boek verzekerd door de evenwichtsverantwoordelijke die belast is met de opvolging van het toegangspunt van deze eenheid gedurende een overgangsperiode. De verplichtingen bedoeld in het eerste lid zullen worden opgenomen gedurende deze overgangsperiode in het contract van de evenwichtsverantwoordelijke, enerzijds, en in het contract van de coördinatie van de vraag van de elektriciteitsproductie-eenheden, anderzijds, dat de evenwichtsverantwoordelijke die belast is met de opvolging van het toegangspunt van deze eenheid dient te sluiten met de transmissienetbeheerder, tot aan de effectieve overdracht van de overeenstemmende rechten en plichten, desgevallend gradueel, naar de programmeringsverantwoordelijke alsook de verantwoordelijke voor de planning van de onbeschikbaarheden. Deze overdracht zal geschieden volgens modaliteiten bepaald door de transmissienetbeheerder en goedgekeurd door de commissie. Voor iedere installatie die deel uitmaakt van de categorie bedoeld in artikel 242, § 2, 1°, maar met een nominaal vermogen van minder dan 25 MW, alsook voor iedere installatie die deel uitmaakt van de categorieën bedoeld in artikel 242, § 2, 2° tot 4°, treden de bepalingen van deel 6 in werking op dezelfde datum die van toepassing is op de artikelen 41 tot 53 van de Europese richtsnoeren SOGL zoals voorzien door artikel 192 van de Europese richtsnoeren SOGL. De transmissienetbeheerder onderwerpt de type-contracten van verantwoordelijke van de planning van de onbeschikbaarheden en de programmeringsverantwoordelijke bedoeld respectievelijk in de artikelen 244 en 249 ter goedkeuring aan de commissie voor de eerste keer zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.” 2. ANTECEDENTEN 14. Op 25 oktober 2019 ontving de CREG per drager met ontvangstbewijs van Elia de Franse en Engelse versie van het voorstel T&C SA. 15. Aan deze brief zijn 22 bijlagen gehecht. Voor huidige beslissing zijn volgende bijlagen weerhouden: - Raadplegingsrapport T&C OPA-SA, in het Engels, bijlage 9 van de brief van 25 oktober 2019 (Bijlage 3 van huidige beslissing); - Individuele bijdragen aan de consultatie, bijlage 22 van de brief van 25 oktober 2019 (Bijlage 5 van huidige beslissing). 16. Per brief van 22 november 2019 wordt door Elia bij de CREG de Nederlandse versie van het voorstel T&C SA ingediend. 17. Per brief van 16 januari 2020 wordt een update van het voorstel T&C SA ingediend bij de CREG voor goedkeuring wegens wijzigingen aan de algemene voorwaarden, na indiening van de T&C SA op 25 oktober en 22 november 2019. In deze versies van T&C SA zijn ook de algemene voorwaarden opgenomen, hetgeen niet was gebeurd in de versies meegedeeld door Elia per brieven van 25 oktober en 22 november 2019. Niet-vertrouwelijk 10/46 18. Aan deze brief zijn 6 bijlagen gehecht. Voor huidige beslissing zijn volgende bijlagen weerhouden: - De T&C SA met en zonder “track-changes”, in het Frans, bijlage 2 van de brief van 16 januari 2020 (Bijlage 1 van huidige beslissing); - De T&C SA met en zonder “track-changes”, in het Nederlands, bijlage 3 van de brief van 16 januari 2020 (Bijlage 2 van huidige beslissing). 19. Het voorstel T&C SA is opgebouwd in twee hoofddelen, enerzijds de voorwaarden die het wettelijk kader schetsen en anderzijds het SA-contract zelf onderverdeeld in drie delen, te weten de algemene voorwaarden, de specifieke voorwaarden en de bijlagen. 20. Bijkomend, laat Elia ook gelden dat in de T&C SA, meegedeeld per brief van 16 januari 2020, de algemene voorwaarden, onderdeel van het SA-contract, zijn aangepast ingevolge een overleg dat met de CREG heeft plaats gehad in het kader van de goedkeuringsaanvraag van een gewijzigd voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor mFRR, waarover de CREG een beslissing heeft getroffen op 20 december 20191. 21. Per mail van 5 februari 2020 deelt Elia aan de CREG mee het raadplegingsrapport van 3 december 2019 over de algemene voorwaarden van toepassing op de balanceringsdiensten (T&C BSP voor FCR, T&C BSP voor aFRR, T&C BSRP voor mFRR), de hersteldiensten (T&C RSP), de diensten voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen (T&C VSP), de diensten ter ondersteuning van het congestiebeheer (T&C OPA, T&C SA). Voor huidige beslissing wordt het raadplegingsrapport over de algemene voorwaarden weerhouden: - Raadplegingsrapport over de algemene voorwaarden, in het Engels, bijlage van de mail van 5 februari 2020 (Bijlage 4 van huidige beslissing); 22. Het voorstel T&C SA is de typeovereenkomst van de programma-agent en bepaalt de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de programma-agent zoals beschreven in artikel 249 van het FTR. 23. De verplichting om informatie te sturen betreffende de programmering en redispatching van een installatie is geldig voor alle categorieën beschreven in artikel 242, §2, 1° tot 3° van het FTR. Dit zijn elektriciteitsproductie-eenheden en productieparken type B, C of D die rechtstreeks dan wel via een CDS aan het transmissienet geboden zijn, transmissiegekoppelde asynchrone opslagparken en transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties. 24. In de T&C SA dient gespecifieerd te worden welke de relevante informatie is die naar de TSB moet worden verstuurd, rekening houdend met de geldende bepalingen in artikelen 40, 46, 49, 52, 82 tot 103, 110, 111 en 112 van de SOGL en artikel 249 van het FTR. 25. Tot op heden rust de verplichting tot het uitwisselen van informatie betreffende de nietbeschikbaarheidsplanning enkel op CIPU-eenheden. Dit zijn elektriciteitsproductie-eenheden en productieparken type B, C of D die rechtstreeks dan wel via CDS aan het transmissienet geboden zijn met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 25 MW. De modaliteiten en voorwaarden van de onbeschikbaarheidsplanning van deze CIPU-eenheden maken deel uit van het CIPU-contract dat door de BRP van de technische eenheid wordt ondertekend. Het CIPU-contract bevat naast de modaliteiten en voorwaarden van de onbeschikbaarheidsplanning ook deze voor de uitwisseling van programmeringsgegevens. Naast het klassieke CIPU-contract is er ook een specifiek CIPU-contract voor 1 Beslissing (B)2000/2-CDC-191220 inzake de aanvraag tot goedkeuring van een gewijzigd voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor mFRR Niet-vertrouwelijk 11/46 offshore windparken, het zogenaamde CIPU offshore-contract. Deze CIPU-contracten vormen het huidige operationele kader voor de onbeschikbaarheidsplanning, programmering en coördinatie en zijn niet gereguleerd. 26. Het FTR voorziet in artikel 377 een overgangsperiode om geleidelijk over te stappen van het huidige niet-gereguleerde operationele kader, opgenomen in de CIPU-contracten, naar een gereguleerd contractueel kader conform het Europese en het nationale wetgevende kader. 27. Gedurende deze overgangsperiode zijn op basis van artikel 377 van het FTR enkel de zogenaamde CIPU-eenheden verplicht tot deelname in de onbeschikbaarheidsplanning en neemt de BRP gedefinieerd in het toegangscontract van de CIPU-eenheid de OPA verplichtingen op. Voor iedere andere installatie die deel uitmaakt van de categorieën bedoeld in artikel 242, §2,2° tot 4° zijn de bepalingen in deel 6 van het FTR in werking op dezelfde datum die van toepassing is op artikel 41 tot 53 van de SOGL, namelijk februari 2019. 28. Om de omzetting van het huidige niet-gereguleerde operationele kader naar een gereguleerd kader te stroomlijnen, initieerde Elia in 2017 het iCAROS-project. Het iCAROS-project beoogt een gefaseerde implementatie van de bepalingen in de SOGL en het FTR inzake de onbeschikbaarheidsplanning, programmering en coördinatie van technische eenheden in nauw overleg met de betrokken belanghebbenden. 29. Voor de T&C OPA en T&C SA ziet het iCAROS-project de volgende drie fases: - Fase 1 (= overgangsperiode): enkel verplichte deelname voor synchrone elektriciteitsproductie-eenheden (SPGM), Power Park Modules per primaire energiebron (PPM per primaire energiebron) en energieopslageenheden (ESD) met een geïnstalleerd vermogen van 25 MW en meer op het Elia net of via een GDSB geconnecteerd tot Elia net. [verplichte eenheden in het kader van het CIPU contract] - Fase 2 : enkel verplichte deelname voor SPGM, PPM per primaire energiebron en ESD met een geïnstalleerd vermogen van 1 MW en meer ongeacht hun aansluiting voor de OPA verplichting en voor de SA verplichting op het Elia net of via een GDSB geconnecteerd tot Elia net en verplichte deelname voor verbruikersinstallaties rechtstreeks geconnecteerd aan het Elia net voor de OPA verplichtingen maar niet voor de SA verplichtingen tenzij de verbruikersinstallatie vrijwillig redispatch flexibiliteit aanbiedt. - Fase 3 : enkel verplichte deelname voor SPGM, PPM per primaire energiebron en ESD met een geïnstalleerd vermogen van 1 MW ongeacht hun aansluiting en verplichte deelname voor verbruikersinstallaties rechtstreeks geconnecteerd aan het Elia net voor de OPA verplichtingen maar niet voor de SA verplichtingen tenzij de verbruikersinstallatie vrijwillig redispatch flexibiliteit aanbiedt. 30. Het onderhavige voorstel van T&C SA kadert in de eerste fase van het iCAROS-project. Het beoogt in de eerste plaats de omzetting te realiseren die nodig is om van het huidig niet-gereguleerde contractuele en operationele kader (CIPU-contract ondertekend door de BRP) over te gaan naar een contractueel en gereguleerd kader dat een duidelijk onderscheid maakt in de rollen en verantwoordelijkheden van de OPA (OPA-contract ondertekend door de OPA) en de SA (contract SA ondertekend door de SA), zoals bepaald in de SO GL en het FTR. 31. Met toepassing van de artikelen 246 en 377, van het FTR gelden deze T&C SA voor alle elektriciteitsproductie-eenheden energieopslageenheden die rechtstreeks dan wel via een GDSB zijn aangesloten op het transmissienet met een nominaal vermogen van meer of gelijk aan 25 MW. Dit wordt verduidelijkt in Overwegingen
(13)en
(21)van het voorstel T&C SA. Deze verplichting is niet van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden en asynchrone opslagparken die dienst doen als Niet-vertrouwelijk 12/46 noodgeneratoren, zoals bepaald in artikel 2§2 van het FTR. Dit wordt gepreciseerd in Overweging
(25)van het voorstel T&C SA in antwoord op opmerking 6, deel 1.
  1. van het consultatierapport van 25 oktober
  2. Met toepassing van artikel 377, van het FTR, wordt voor zowel het OPA-contract als het SAcontract de rol van OPA en SA tijdens de overgangsperiode voorzien in de artikelen 201 van het FTR door de BRP waargenomen. Het is de BRP die zowel het OPA-contract als het SA-contract ondertekent. Dit wordt verduidelijkt in Overweging
(10)van het voorstel T&C SA. 33. Gedurende deze overgangsperiode zijn de volgende technische eenheden vrijgesteld van de verplichting tot deelname: - productie-eenheden en energieopslageenheden die rechtstreeks dan wel via een GDSB op het transmissienet zijn aangesloten met een nominaal vermogen lager dan 25 MW: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 46
(1), 110 en 111 van de SOGL en de artikelen 246 tot 252 van het FTR gebaseerd is op standaardinformatie tenzij de OPA voor deze installaties, op vrijwillige basis, beslist het SA-contract te ondertekenen (Overweging
(21)van het voorstel T&C SA); - verbruikersinstallaties die rechtstreeks dan wel via een GDSB op het transmissienet aangesloten: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 52
(1)en 53
(1)van de SOGL, beperkt tot de verbruikersinstallaties van grensoverschrijdend belang, is gebaseerd op standaardinformatie. Voor verbruikersinstallaties kan in deze overgangsperiode geen SAcontract worden afgesloten (Overweging
(22)van het voorstel T&C OPA). - productie-eenheden en energieopslageenheden aangesloten aan het distributienet: De gegevensuitwisseling zoals bedoeld in artikel 49(a) van de SOGL is gebaseerd op standaardinformatie tenzij de SA, op vrijwillige basis, beslist het SA-contract te ondertekenen (Overweging
(23)van het voorstel T&C SA).
  1. Na deze overgangsperiode zal het voorstel T&C SA herzien worden met het oog op de uitbreiding van de verplichting tot het afsluiten van het SA-contract naar niet-CIPU-eenheden. Dit zal in verschillende fases gebeuren (zie fase 2 en 3 van het iCAROS-project in paragraaf 29). Elke herziening zal gepaard dienen te gaan met een nieuwe openbare raadpleging en dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG en, indien van toepassing, de bevoegde gewestelijke regulatoren.
  2. Het voorstel T&C SA ingediend bij de CREG op 16 januari 2020 weerspiegelt de huidige situatie CIPU en wordt volgens Elia beschouwd als een eerste stap in de overgangsperiode die eindigt met de introductie van de nieuwe ontwerpelementen zoals voorgesteld door Elia in het kader van het iCAROSproject. Dit wordt door Elia bevestigd in het raadplegingsrapport van 25 oktober 2019 als antwoord op opmerking 9 (de voorwaarden die het wettelijk kader schetsen) en op opmerking 29 (specifieke voorwaarden).
  3. De procedures gekend onder het CIPU-contract blijven behouden, enkel de uitwisseling van informatie is opgesplitst om in lijn te zijn met de SOGL en het FTR.
  4. Verder wordt de gebruikte terminologie in lijn gebracht met de terminologie van de SOGL.
  5. Tot slot, is in het voorstel van T&C SA ook artikel 252 van het FTR verwerkt dat betrekking heeft op de integratie van offshore wind, in onder meer de al dan niet verwachte slechte weersomstandigheden. Niet-vertrouwelijk 13/46
  6. RAADPLEGING
  7. Elia heeft over het voorstel van T&C SA, meer bepaald over de voorwaarden die het wettelijk kader schetsen enerzijds en de specifieke voorwaarden en de bijlagen van het SA-contract anderzijds een openbare raadpleging georganiseerd van maandag 16 september 2019 tot woensdag 16 oktober 2019, hetzij gedurende één maand.
  8. In deel 3 van het raadplegingsrapport zijn ook de notulen van de vergadering van de vierde workshop iCAROS – met focus op de openbare raadpleging over de T&C OPA en T&C SA en de coördinatieregels en congestiebeheer -, toegevoegd (Bijlage III van huidige beslissing).
  9. Tijdens de openbare raadpleging heeft Elia van vier marktpartijen niet-vertrouwelijke opmerkingen ontvangen, zijnde: - Febeliec; - Febeg; - Belgisch offshore-platform (BOP); - Statkraft; (Bijlage 5 van huidige beslissing).
  10. De CREG zal de opmerkingen van de marktpartijen en de antwoorden van Elia hierop onderzoeken in deel 4 van huidige beslissing, voor zover de CREG het niet eens zou zijn. De opmerkingen en antwoorden opgenomen in het raadplegingsrapport waarmee de CREG het eens is, worden in huidige beslissing niet hernomen.
  11. Elia heeft een aparte openbare raadpleging gehouden omtrent de algemene voorwaarden die deel uitmaken van het SA-contract en die volgens Elia toegepast worden op: - de balanceringsdiensten : Voorwaarden voor balancering voor frequentieherstelreserves met manuele activering (“T&C BSP voor mFRR”), frequentieherstelreserves met automatische activering (“T&C BSP voor aFRR”) en frequentiebegrenzingsreserves (“T&C BSP voor FCR”) ; - de hersteldiensten : Voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (“T&C RSP”) ; - de diensten voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen : Voorwaarden voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen (“T&C VSP”) ; - de diensten ter ondersteuning van het congestiebeheer : Voorwaarden om op te treden als verantwoordelijk voor de niet-beschikbaarheidsplanning (“T&C OPA”), en programma-agent (“T&C SA”).
  12. Deze raadpleging liep van maandag 16 september tot 16 oktober 2019, hetzij één maand. Hiervoor heeft Elia een apart raadplegingsrapport opgesteld.
  13. Elia heeft in het kader van deze raadpleging twee niet-vertrouwelijke reacties ontvangen, zijnde: - Febeliec; - FEBEG. Niet-vertrouwelijk 14/46
  14. Tussen deze openbare raadpleging en het indienen op 16 januari 2020 van het voorstel T&C SA, hebben tussen Elia en de CREG in het kader van de goedkeuringsaanvraag van het gewijzigd voorstel van het BSP-contract voor mFRR, besprekingen plaats gehad die betrekking hadden op deze algemene voorwaarden.
  15. Bijlage 4 van huidige beslissing is het aangepaste consultatierapport algemene voorwaarden, versie 3 december
  16. Ook hier zal de CREG de opmerkingen van de marktpartijen en de antwoorden Elia onderzoeken in deel 4 van huidige beslissing, voor zover de CREG het hiermee niet eens zou zijn. De opmerkingen en antwoorden opgenomen in het raadplegingsrapport waarmee de CREG het eens is, worden in huidige beslissing niet hernomen.
  17. De CREG wenst op te merken dat haar goedkeuring geen bevestiging inhoudt dat beide taalversies op redactioneel vlak identiek zijn en dat het aan Elia toekomt om daarop toe te zien. De CREG vraagt derhalve dat alvorens de algemene voorwaarden in werking kunnen treden, Elia ervoor dient te zorgen dat beide taalversies op redactioneel vlak identiek zijn en dat het aan Elia toekomt om daarop toe te zien.
  18. Rekening houdende met wat voorafgaat beslist het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de onderhavige beslissing, om, met toepassing van artikel 40, 2°, van zijn huishoudelijk reglement geen raadpleging te organiseren, omdat Elia twee openbare raadplegingen van 16 september tot en met 16 oktober 2019 heeft georganiseerd.
  19. Beide raadplegingen worden door de CREG beschouwd als effectieve openbare raadplegingen aangezien deze raadplegingen op de website van Elia plaatsvonden, gemakkelijk toegankelijk waren vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd waren. Bovendien werd door Elia ook een workshop georganiseerd op 25 september 2019 en werd door Elia een mailing verstuurd naar alle op hun website geregistreerde personen.
  20. De duur van beide openbare raadplegingen bedroeg 1 maand. Rekening houdende met de aard van de voorgestelde wijzigingen en de vooropgestelde timing is de CREG van oordeel dat de duur van de raadplegingen voldoende lang was. Niet-vertrouwelijk 15/46
  21. ANALYSE VAN HET VOORSTEL 4.
  22. DOEL VAN HET VOORSTEL
  23. Het voorstel T&C SA is de typeovereenkomst van de SA dat de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de SA bepaalt, zoals beschreven in artikel 249, van het FTR. Het voorstel T&C SA bepaalt onder meer welke informatie naar de transmissiebeheerder moet worden verstuurd wat betreft programma’s actief vermogen en redispatching, de modaliteiten en procedures voor die gegevensuitwisseling, de mechanismes voor het aanpassen van het programma en de omstandigheden waarin die aanpassingen of redispatching aanleiding geven tot een vergoeding.
  24. Het voorstel T&C SA kadert in de context van congestiebeheer, net als het voorstel T&C OPA. Beiden hebben als doel de TSB de nodige gegevens te verschaffen voor het uitvoeren van de veiligheidsanalyses en het waarborgen van de operationele netveiligheid. Het voorstel T&C SA betreft de programma’s van actief vermogen vanaf Week-5 tot reële tijd en ook de incrementele (I) en decrementele (D) biedprijzen voor redispatching.
  25. De TSB controleert de samenhang van de programma’s conform artikel 112 van de SOGL. Conform artikel 70 van de SOGL stelt de TSB vervolgens op basis van deze programma’s de day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen op en beoordeelt de TSB de accuraatheid van de gegevens. Op basis van deze individuele netwerkmodellen stellen de regionale veiligheidscoördinatoren vervolgens de gemeenschappelijke netwerkmodellen samen, conform artikel 70 en 79 van de SOGL. Hierop voeren ze de operationele veiligheidsanalyse uit en coördineren ze remediërende acties om de operationele veiligheidsgrenzen te respecteren, conform artikel 75 en 76 van de SOGL. Een van de mogelijke remediërende acties is het gebruik maken van diensten van derden, zoals het redispatchen van transmissie- of distributiegekoppelde systeemgebruikers binnen de regelzone van de TSB, tussen twee of meer TSB’s, conform artikel 22
(1)
  1. e)en 55
  2. c)van de SOGL. De SA bezorgt de TSB daarom ook de informatie betreffende het opwaarts en neerwaarts beschikbaar actief vermogen en redispatch biedingen. 56. Zoals uitgewerkt in paragrafen 25 tot 29, zijn vandaag enkel CIPU-eenheden verplicht tot het uitwisselen van informatie over de programmering en redispatch biedprijzen en zijn de modaliteiten en voorwaarden hiervan opgenomen in de niet-gereguleerde CIPU-contracten. Op basis van artikel 249 van het FTR wordt deze verplichting uitgebreid naar andere categorieën van technische eenheden en dienen de modaliteiten en voorwaarden opgenomen te worden in een gereguleerde typeovereenkomst. Het FTR voorziet in artikel 377 weliswaar een overgangsperiode om geleidelijk over te stappen van het huidige niet-gereguleerde contractuele en operationele kader naar een gereguleerd contractueel kader conform het Europese en het nationale wetgevende kader. Elia heeft het iCAROSproject geïnitieerd om deze stapsgewijze omzetting te stroomlijnen. 57. Dit voorstel T&C SA situeert zich in de eerste fase van dit omzettingsproces, zijnde de overgangsperiode gedefinieerd in artikel 377 van het FTR. Dit voorstel T&C SA beoogt dan ook in de eerste plaats de omzetting van het huidig niet-gereguleerde contractuele en operationele kader (CIPUcontract ondertekend door de BRP) naar een contractueel en gereguleerd kader dat een duidelijk onderscheid maakt in de rollen en verantwoordelijkheden van de OPA (OPA-contract ondertekend door de BRP/OPA) en de SA (contract SA ondertekend door de BRP/SA), zoals bepaald in de SOGL en het FTR. In deze eerste fase zijn enkel de zogenaamde CIPU-eenheden verplicht tot deelname in de onbeschikbaarheidsplanning en neemt de BRP gedefinieerd in het toegangscontract van de CIPUeenheid de SA verplichtingen op. Niet-vertrouwelijk 16/46 58. In dit voorstel T&C SA heeft Elia ervoor gekozen om minimaal af te wijken van de bestaande CIPU-contracten, i.e. het CIPU-contract en het offshore-CIPU-contract en dit om de BRP’s van de bestaande CIPU-eenheden maximale garantie te bieden dat de bestaande processen voor gegevensuitwisseling gedurende deze overgangsfase op operationeel niveau ongewijzigd blijven (zie paragrafen 30 tot 38). 59. Een grondige herziening van het voorstel T&C SA is voorzien in de volgende fases van het iCAROS-project wanneer de verplichting voor het ondertekenen van het SA-contract uitgebreid wordt naar de andere categorieën opgenomen in artikel 249 van het FTR (zie paragraaf 29). Elke herziening zal gepaard dienen te gaan met een nieuwe openbare raadpleging en met een goedkeuring door de CREG. 60. Het voorstel T&C SA is opgebouwd in twee hoofddelen, enerzijds de voorwaarden die het wettelijk kader schetsen en anderzijds het SA-contract, onderverdeeld in de algemene voorwaarden, de specifieke voorwaarden en de bijlagen. 61. Het onderzoek van de CREG hieronder uiteengezet gebeurt door rekening te houden met de opbouw van de T&C SA, zoals bedoeld in paragraaf 60 van huidige beslissing. 4.2. VOORWAARDEN DIE HET WETTELIJK KADER SCHETSEN 4.2.1. Algemene opmerkingen 62. De algemene opmerkingen 5, 8, 12 van het raadplegingrapport van 25 oktober 2019 worden hier niet besproken daar de CREG het antwoord gegeven door Elia deelt en akkoord gaat met de doorgevoerde aanpassingen. 63. Op de opmerking van Febeliec om expliciet melding te maken in het voorstel T&C SA van overleg met en samenwerking met de andere relevante systeembeheerders (DSB’s of GDSB’s), verwijst Elia naar de Overweging
(8)(raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 9). De CREG is van oordeel dat alhoewel dit niet expliciet opgenomen is in de specifieke voorwaarden van het SA-contract, de verwijzing naar KORRR in Overweging
(8), voldoende is voor de eerste versie van de T&C SA. Het KORRR-voorstel, ingevolge artikel 40
(6)van de SOGL en goedgekeurd door de CREG in haar beslissing (B)1890 van 21 januari 2019, bepaalt de algemene beginselen en principes voor de rollen en de organisatie van de gegevensuitwisseling tussen TSB’s, DSB’s, GDSB’s en/of significante netgebruikers (hierna: “SNG’s”) (zie paragraaf 8 van huidige beslissing). Conform artikel 40
(5)van de SOGL werden de modaliteiten en de reikwijdte van de gegevensuitwisseling in het KORRR-voorstel opgesteld in samenspraak met DSB’s.
  1. De CREG merkt op dat voor de geplande herzieningen van het voorstel T&C SA in de volgende fases van het iCAROS-project, de referentie naar het KORRR-voorstel niet voldoende zal zijn als antwoord op deze opmerking. Bijkomend overleg en samenwerking met DSB’s en GDSB’s zal nodig zijn bij de ontwikkeling van een voorstel T&C SA die ook op distributiegekoppelde eenheden van toepassing is (zie paragraaf 29). Op vraag van de CREG bevestigt Elia dat de gefaseerde implementatie van iCAROS in verschillende werkgroepen op reguliere wijze wordt toegelicht en met DSB’s en GDSB’s besproken. In de voorbereiding van de geplande herzieningen, zal de CREG bijkomend in overleg met Elia en de regionale regulatoren ook nagaan voor welke andere aspecten van deze regels, andere dan deze Niet-vertrouwelijk 17/46 betreffende de gegevensuitwisseling, bijkomend overleg en samenwerking met DSB’s en GDSB’s vereist is.
  2. Op de vraag van Febeliec om in het kader van de discussies betreffende het project iCAROS die een wijziging zullen vragen van de T&C SA hierover ook te consulteren, antwoordt Elia terecht dat dit zal gebeuren (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 10). De CREG verwijst bijkomend naar artikel I.10 van de algemene voorwaarden van het SA-contract.
  3. Febeliec merkt op dat de onderhavige T&C SA definieert van toepassing te zijn op de elektriciteitsproductie-eenheden die onder de huidige CIPU-contracten vallen, alsook van toepassing op deze die op vrijwillige basis wensen deel te nemen aan deze T&C SA. Febeliec stelt vast dat, met uitzondering voor deze groep die op een vrijwillige basis en op de hoogte van alle consequenties, de impact van deze onderhavige T&C SA beperkt zijn en blijven tot zij die nu al BRP zijn en die dus nu al over deze technische eenheden gegevens met Elia uitwisselen. Febeliec blijft echter met vragen over de impact voor verbruikersinstallaties die flexibiliteitsdiensten leveren en of deze onderhevig zijn aan deze T&C. Febeliec dringt er bij Elia op aan om duidelijk te maken hoe deze verbruikerseenheden beïnvloed worden (bv. in het geval van het leveren van balanceringsdiensten of strategische reserve) en in welke mate deze eenheden aan nieuwe of gewijzigde verplichtingen moeten voldoen (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 11).. Elia antwoordt hierop dat deze vraag buiten de reikwijdte valt van de T&C OPA en T&C SA, en dus een antwoord op deze vraag ook buiten de reikwijdte van deze openbare raadpleging valt en niet via een wijziging van de T&Cs kan worden opgelost. De CREG is van mening dat het antwoord van Elia niet adequaat is en dat de vraag van Febeliec in het raadplegingsrapport verduidelijkt moet worden. De CREG vraag dat Elia duidelijk aangeeft dat het onderhavige voorstel T&C SA geen impact heeft op verbruikerseenheden die balanceringsdiensten of strategische reserves aanbieden. Bovendien vraagt de CREG dat Elia verduidelijkt dat in de volgende fase van iCAROS, het voorstel T&C SA wel van toepassing zullen zijn op verbruikerseenheden die redispatching diensten wensen aan te bieden, in toepassing van artikel 246 §2 van het FTR. Het antwoord in het raadplegingsrapport dient aangepast te worden alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. De CREG heeft het toepassingsdomein van het voorstel T&C SA en het voorstel T&C OPA in de verschillende fases van het iCAROS-project, opgenomen in paragraaf
  4. 4.2.
  5. Opmerkingen betreffende de Overwegingen
  6. De CREG stelt vast dat na de openbare raadpleging de Overweging
(9)werd opgesplitst in een Overweging
(9)en
(10). Dit geldt ook voor Overweging
(25), dat opgesplitst wordt in een Overweging
(26)en
(27). 68. In Overweging
(9)werd volgende zin toegevoegd: “Echter overeenkomstig artikel 377 van het Federaal Technisch Reglement zal deze Overweging niet van toepassing zijn voor de deze T&C SA en zal de benoeming van de SA de principes beschreven in Overweging
(10)volgen”. Met deze wijziging wordt een antwoord gegeven op de opmerking gemaakt door Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 13). De CREG heeft geen verdere opmerkingen hierop. 69. In de nieuwe Overweging
(10)wordt naast artikel 377, van het FTR bijkomend ook verwezen naar artikel 201, van het FTR en worden de 5 mogelijke rollen van de BRP beschreven. Niet-vertrouwelijk 18/46 Deze wijziging biedt een antwoord op de opmerking gemaakt door Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 14). De CREG heeft geen verdere opmerkingen hierop In het raadplegingsrapport dient evenwel de verwijzing naar “Annex 14bis” gecorrigeerd te worden naar “Annex 14ter”, zoals correct opgenomen in Overweging
(10). 70. De CREG merkt op dat Overweging
(11), dat zegt: “Overeenkomstig artikel 3
(1)en 3
(9), van de KORRR blijft de eigenaar van de Technische Eenheid verantwoordelijk voor de kwaliteit van de gegevensuitwisseling en voor de naleving van deze T&C SA, ook als hij de taak van SA aan derden heeft gedelegeerd”, in de specifieke context van het huidige voorstel T&C SA niet relevant is. In deze specifieke context gelden immers de bepalingen van artikel 377 van het FTR die stelt dat de BRP de rol van SA dient op te nemen. Er is bijgevolg geen sprake van delegatie van de taak van SA door de eigenaar van de technische eenheid aan derden. Hieruit volgt dat in deze overgangsfase de BRP verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de gegevensuitwisseling. Elia wordt uitgenodigd om in Overweging
(11)te verduidelijken dat deze bepaling niet van toepassing is gedurende de overgangsperiode zoals bepaald in artikel 377 van het FTR. 71. Elia heeft in de Overwegingen
(19)en
(24)verduidelijkt dat de data komende van de OPA voorrang zullen hebben. Verder, in uitzonderlijke omstandigheden en in de aanwezigheid van relevante en aantoonbare informatie, kan Elia overeenkomstig artikel 112 van de SOGL en artikel 253 van het FTR, beslissen om de aangeleverde informatie voor een Technische Eenheid als ongeldig te beschouwen. In deze uitzonderlijke omstandigheden zal Elia, de OPA, de SA en de Netgebruiker van deze Technische Eenheid van deze beslissing op de hoogte brengen. Elia zal ook zo snel mogelijk de relevante en aantoonbare informatie die tot deze beslissing heeft geleid overmaken, alsook een verzoek richten tot de OPA, de SA en de Netgebruiker van deze Technische Eenheid om de verstrekte informatie te wijzigen. De CREG heeft hierover geen verdere opmerkingen en is van oordeel dat de wijzigingen aangebracht in de Overwegingen
(19)en
(24)gevolg geven aan de opmerkingen van Febeg en Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerkingen 6 en 15). 72. In de Overweging
(20)worden de woorden “offshore windturbinepark” vervangen door “Offshore-Power Park Module”. Bijkomend werd verduidelijkt wanneer de SA zijn Offshore-Power Par Module niet mag opstarten, zijnde in het kader van een voorspelde of op dat ogenblik woedende storm. Met deze wijzigingen komt Elia tegemoet aan de opmerkingen gemaakt door het BOP (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 1). 73. De nieuwe Overweging
(25)verduidelijkt dat overeenkomstig artikel 2, §2, van het FTR op de elektriciteitsproductie-eenheden die geïnstalleerd zijn met het oog op het leveren van een noodvoeding, minder dan vijf minuten per civiele maand parallel functioneren met het net wanneer deze in een normale toestand verkeert en geen ondersteunende dienst leveren enerzijds en op de opslaginstallaties die enkel dienen voor de noodvoeding van de transmissienetgebruiker, met name deze die geen enkele ondersteunende dienst leveren en, in ontladingsmodus, minder dan vijf minuten per civiele maand parallel functioneren met het transmissienet wanneer deze in een normale toestand verkeert anderzijds, de T&C SA niet van toepassing zijn. De SA kan evenwel op vrijwillige basis beslissen om de T&C SA hierop wel toe te passen. Hiervoor zal hij een SA-contract moeten ondertekenen. Niet-vertrouwelijk 19/46 De CREG merkt op dat Elia hiermee gevolg heeft aan de algemene opmerking van Febeliec op de T&C OPA (raadplegingsrapport van 25 oktober, deel 1.1, opmerking 6) en die ook op de T&C SA van toepassing is. De CREG gaat akkoord met de doorgevoerde verduidelijking. 4.2.3. Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied 74. Op de aanpassing in artikel 1
(2), dat een verwijzing inhoudt naar Overweging
(25)heeft de CREG geen opmerkingen. 75. In artikel 1
(5)werd een verwijzing naar de Overwegingen
(8)en
(10)toegevoegd door Elia conform de opmerking van het BOP (raadplegingsrapport van 25 oktober 2019, deel 2.1, opmerking 2). De CREG heeft hier geen opmerkingen over. 4.2.4. Artikel 2: Datum van Inwerkingtreding 76. Op de aanpassingen in artikel 2
(5)die een gevolg zijn van de wijzigingen aangebracht in de Overwegingen, heeft de CREG geen opmerking. 4.2.
  1. Artikel 3: Verwachte effecten voor de doelstellingen van de SOGL
  2. Febeg vraagt zich af of de redenering weerhouden in artikel 3, zijnde dat er geen marktmechanisme nodig is om de zekerheid en de stabiliteit van het netwerk te waarborgen, wel juist is (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 1.1, opmerking 7). Febeg voegt eraan toe dat deze specifieke interpretatie van artikel 4
(2)d) van de SOGL op zijn minst twijfelachtig is. Elia stelt dat het wel de bedoeling is om te streven naar markt gebaseerd mechanisme. Met de DSB’s en SNG’s is overeengekomen om in een eerste fase een pragmatische houding aan te nemen. De situatie wordt behouden zoals ze vandaag bestaat volgens het CIPU-contract. Niettemin heeft Elia artikel 3
(1), meer bepaald (d) aangepast om te vermijden dat er geoordeeld zou kunnen worden dat in de toekomst geen markt gebaseerd mechanisme wenselijk of vereist zou zijn. De CREG is van mening dat de aangebrachte aanpassingen in artikel 3
(1)(d) van het voorstel T&C SA een gepast antwoord bieden op de opmerking van Febeg, met dien verstande dat de wijzigingen aangebracht in artikel 3
(1), (d) samen gelezen moet worden met het antwoord gegeven door Elia in het raadplegingsrapport, 25 oktober 2019, deel 1.1, opmerking 7. Daarnaast wenst de CREG op te merken dat artikel 4
(2)
  1. d)van de SOGL vereist om zoveel mogelijk gebruik te maken van marktwerking, wat niet betekent dat hiervan afgeweken dient te worden wanneer de voorwaarden voor een competitieve marktwerking niet vervuld zouden kunnen worden omwille van intrinsieke kenmerken van de hulpdienst. Zo is de CREG van oordeel dat een markt gebaseerd mechanisme in het kader van onbeschikbaarheidsplanning niet relevant of opportuun is omwille van het belang van de topologische locatie van een technische eenheid. 78. Op de overige aanpassingen in (
  2. c)en (
  3. f)heeft de CREG geen opmerkingen daar deze aanpassingen een gevolg zijn van de wijzigingen aangebracht in de Overwegingen. Niet-vertrouwelijk 20/46 4.2.6. Artikel 4: Taal 79. De CREG merkt hierbij op dat de titel van de Nederlandstalige versie van het voorstel T&C SA luidt: “Voorwaarden voor de programma-agent”, wat niet consistent is met de titel van de Franstalige en Engelstalige versie. Gezien artikel 249 van het FTR de wettelijke basis vormt voor het opstellen van de T&C SA, en deze de term “Modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de programma-agenten” gebruikt, vraagt de CREG de titel van de Nederlandstalige versie van het voorstel T&C SA te wijzigen naar “Modaliteiten en voorwaarden voor de programma-agent” alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 80. BESLUIT: De CREG keurt de artikelen 1 tot en met 4 goed. 4.3. SA-CONTRACT 81. In dit deel worden de artikelen van het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 besproken (paragraaf 48 van huidige beslissing). De structuur van dit aangepaste voorstel van SAcontract (deel I - Algemene voorwaarden, deel II – Specifieke voorwaarden en deel III – Bijlagen) wordt daarbij gevolgd. 82. Verder verwijst de CREG ook naar paragraaf 49 van huidige beslissing. 4.3.1. Deel I- Algemene voorwaarden 4.3.1.1. Algemene opmerkingen 83. Febeliec laat algemeen opmerken dat het voor haar onmogelijk is om over het Deel “algemene voorwaarden” een duidelijk standpunt in te nemen omdat tijdens de periode van de raadpleging daarover, de inhoud van alle contracten waarop deze zouden worden toegepast nog niet gekend zijn. Zelfs voor de diensten waarvoor raadplegingen lopende zijn, zijn de finale teksten van de T&Cs nog niet gekend en kunnen verschillen vereist zijn, zeker nu bepaalde van deze diensten door de netgebruiker verplichtend moeten worden geleverd, terwijl andere diensten vrijblijvend zijn. Febeliec maakt dan ook voorbehoud om in de toekomst terug te komen op de inhoud van de algemene voorwaarden telkens wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Febeliec verwijst in haar antwoord op de openbare raadpleging over o.m. Deel II “Bijzondere voorwaarden voor de BlackStartdienst” naar haar opmerkingen gegeven tijdens de openbare raadpleging over Deel I “algemene voorwaarden” die hier ook relevant zijn. 84. Elia antwoordt in het raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat zij de bezorgdheid van Febeliec op het vlak van de afzonderlijke raadpleging van de verschillende delen van eenzelfde contract begrijpt, maar benadrukt dat: - de procedure werd besproken met de CREG, om de consistentie tussen de algemene voorwaarden voor alle T&Cs te waarborgen; - de algemene voorwaarden de facto algemeen van aard zijn en op zichzelf geanalyseerd kunnen worden, vooral aangezien de algemene aard van de diensten gekend is zodat de relatie tussen de algemene en specifieke voorwaarden kan worden ingeschat; - een differentiatie tussen de algemene voorwaarden per T&C niet uitgesloten is indien de noodzaak daartoe wordt geïdentificeerd. Alle wijzigingen van de algemene voorwaarden Niet-vertrouwelijk 21/46 zullen steeds ter raadpleging aan de stakeholders worden voorgelegd en een goedkeuringsprocedure bij de regulator volgen. - een eerste versie van alle T&Cs met uitzondering van de T&C VSP, reeds ter raadpleging is voorgelegd zodoende dat er een zicht is op de inhoud van de contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen gelden. Het is inderdaad op vraag van de CREG om, voor wat betreft de algemene voorwaarden van de typeovereenkomsten voor ondersteunende diensten, deze zoveel als mogelijk te harmoniseren. Dit neemt niet weg dat wanneer verschillen zich opdringen en deze gerechtvaardigd zijn, daarvan kan worden afgeweken. Elia kan dit voorstellen na raadpleging van de marktpartijen en indien er volgens de CREG ten onrechte niet wordt gedifferentieerd, kan de CREG hierop wijzen. 85. Febeliec merkt verder op dat noch de typeovereenkomst, noch de T&Cs een duidelijke volgorde lijken te bepalen tussen de T&Cs, de algemene voorwaarden en de specifieke voorwaarden van, in casu, het SA-contract. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat inderdaad geen volgorde wordt bepaald aangezien alle bepalingen van het SA-contract op dezelfde hoogte staan en thans gereguleerd zijn. Indien de specifieke voorwaarden op een bepaald punt afwijken van de algemene voorwaarden, zal dit duidelijk worden gesteld in de specifieke voorwaarden. In geval van een contradictie, stelt Elia, zal een aanpassing van de typeovereenkomst moeten plaatsvinden. De CREG volgt de redenering van Elia. Zoals hoger reeds gemeld is het voorstel T&C SA opgebouwd in twee hoofddelen, enerzijds de voorwaarden die het wettelijk kader schetsen en anderzijds het SAcontract, dat onderverdeeld is in drie delen: algemene voorwaarden, specifieke voorwaarden en bijlagen. De goedkeuringsbevoegdheid van de CREG betreft het voorstel T&C SA in zijn geheel. Alle bepalingen van de T&C SA mogen onderling niet tegenstrijdig zijn en vormen samen één geheel. Tussen de algemene voorwaarden, specifieke voorwaarden en de bijlagen bestaat dus geen rangorde. Dit wordt ook nergens zo bepaald in het SA-contract. 4.3.1.2. Artikel I.1 Definities 86. De CREG laat opmerken dat de term “Dienstenaanbieder”, met hoofdletter gebruikt wordt in de contractreferentie en in de overwegingen die daarop volgen en waarmee bedoeld wordt de SA, niet gedefinieerd is. Wordt daarentegen wel gedefinieerd “Dienstverlener”. De termen “aanbieder van hersteldiensten”, “dienstverlener”, “SA” of “dienstenaanbieder” betekenen allemaal hetzelfde maar worden door elkaar gebruikt hetgeen tot verwarring leidt. Aangezien deze termen allemaal hetzelfde betekenen, wordt best één term gebruikt doorheen de T&C SA. Het begrip “Dienstverlener” kan behouden blijven samen met de hieraan gegeven definitie. Alle andere begrippen zoals “aanbieder van hersteldiensten” of “dienstenaanbieder”, verdwijnen best uit de T&C SA door hen te vervangen door “Dienstverlener” of “SA”. Elia wordt uitgenodigd om de T&C SA in die zin te verbeteren alvorens de T&C SA in werking kunnen treden. 87. Febeliec merkt op dat artikel I.1 verwijst naar de definities die gebruikt worden zowel in de federale als in de regionale energiewetgeving en in de technische reglementen als in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, terwijl er geen consistentie bestaat tussen deze definities, wat resulteert in het feit dat het niet duidelijk is hoe een bepaalde term, waarvoor meerdere nietconsistente definities bestaan, zal begrepen moeten worden in het kader van het SA-contract. Niet-vertrouwelijk 22/46 Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat de verwijzing naar het wettelijk kader bedoeld is voor definities die geen preciseringen vragen in het SA-contract en dat definities die wel preciseringen vragen, opgenomen zijn in de definitielijst van artikel I.1 teneinde elke contradictie met bestaande wetgeving te vermijden. Elia voegt toe dat ook in de specifieke voorwaarden definities worden opgelijst. De CREG kan de redenering van Elia volgen. Indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het SA-contract, dient de typeovereenkomst zo nodig te worden aangepast. De User’s Group van Elia is een goed forum om dergelijke zaken te bespreken met de marktpartijen in aanloop van een eventuele procedure tot wijziging van de typeovereenkomst. 88. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Directe Schade” een verwijzing wordt gemaakt naar zowel contractbreuk als fout, waar enkel de niet-naleving van een contractuele verplichting relevant lijkt te zijn voor een contractuele aansprakelijkheid. Elia heeft de definitie van “Directe Schade” aangepast alsook het begin van artikel I.6.2 van de algemene voorwaarden, teneinde te preciseren dat het moet gaan om schade die het rechtstreeks en onmiddellijk een gevolg is van een contractuele inbreuk en/of een fout in het kader van of naar aanleiding van de uitvoering van het SA-contract, op welke grond dan ook (contractueel of buitencontractueel). De CREG kan de voorgestelde definitie voor “Directe Schade” aanvaarden. Het begrip directe schade verwijst dat enkel dit type van schade vergoed zal worden zowel in het kader van contractuele aansprakelijkheid, als in het kader van buitencontractuele aansprakelijkheid. Het is in beginsel ook toegelaten om bepalingen omtrent de buitencontractuele aansprakelijkheid van partijen op te nemen in een contract. Van belang is alleszins dat de aansprakelijkheidsbepalingen een wederzijds karakter hebben. Aangezien de eerste zin van artikel I.6.2 van de algemene voorwaarden naar aanleiding van de opmerking van Febeliec in feite een onnodige en bovendien niet letterlijke herhaling bleek in te houden van de definitie van “Directe Schade”, werd deze zin in het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 duidelijkheidshalve geherformuleerd als volgt: “De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade”. De CREG heeft geen opmerking op deze wijziging. 89. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Indirecte Schade” wordt verwezen naar onder andere “elke gebeurlijke schade”, “elk verlies of nadeel”, wat veel te ruim is aangezien het elke mogelijke schade beoogt en niet alleen onrechtstreeks schade of gevolgschade. Elia stelt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat ze de definitie van “Indirecte Schade” aangepast heeft als volgt: “Elke onrechtstreekse schade of gevolgschade, zoals maar niet beperkt tot, verlies van inkomen, gederfde winsten, verlies van gegevens, verlies van zakelijke opportuniteiten, verlies van (toekomstige) cliënten, gemiste besparingen.“ [vrije vertaling]2. Elia stelt dat deze definitie algemeen aanvaard is en veel wordt gebruikt. In de Franstalige versie van het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 werden deze aanpassingen doorgevoerd. Dit is evenwel niet helemaal het geval in de Nederlandstalige versie van 2 “Any indirect damage or consequential damage, such as, but not limited to loss of revenue, loss of profit, loss of data, loss of business opportunities, loss of (prospective) clients, missed savings.” Niet-vertrouwelijk 23/46 het aangepaste voorstel. In de definitie van “Indirecte Schade” zijn de termen “elk verlies of nadeel” en “enz.” blijven staan. De CREG gaat ervan uit dat dit een redactionele vergissing betreft, en vraagt om deze redactionele vergissing recht te zetten in de Nederlandstalige versie van 16 januari 2020 alvorens deze definitie in werking kan treden. 90. De CREG merkt op dat de definitie van balanceringsverantwoordelijke of ‘BRP’ verwijst naar het FTR. De CREG vraagt dat Elia de definitie van BRP aligneert met deze opgenomen in het BRP contract en dat naar het Europese richtsnoer EBGL3 verwijst. 4.3.1.3. Artikel I.2 Omvang van de diensten en opbouw van het contract 91. Febeliec merkt op dat in artikel I.2.1 een onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen verplichte en vrijwillig verstrekte diensten. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 hierop dat artikel I.2.1 verwijst naar de rechten en de verplichtingen van de SA ingevolge de ondertekening van het SA-contract. Zelfs in geval van verplichte diensten ingevolge wettelijke bepalingen moet ook nog een contract worden ondertekend dat meer inhoud dan enkel de wettelijke plicht tot deelname. Artikel I.2.1 is daarom in elk geval van toepassing, stelt Elia. De CREG ziet geen probleem in de formulering van artikel I.2.1. Ongeacht of het gaat om verplichte dan wel om een vrijwillig verstrekte dienst, moet de dienst geleverd worden aan de hand van de modaliteiten voorzien in de typeovereenkomst, meer bepaald, naast de algemene voorwaarden, de specifieke voorwaarden en de bijlagen. In beide gevallen komt een contract met Elia tot stand. In geval van een verplichte dienst, zal de term “eventuele” vóór “levering” in artikel I.2.1, tweede lid, van de algemene voorwaarden weliswaar geen betekenis hebben, aangezien de levering van de dienst verplichtend is. 92. De CREG stelt weliswaar vast dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van artikel I.2.1, tweede lid, niet volledig identiek zijn. De woorden “aangevuld met eventuele bijlagen” komen niet voor in de Franstalige versie. De CREG gaat ervan uit dat dit een redactionele vergissing betreft, en vraagt om deze redactionele vergissing recht te zetten in de Franse versie van 16 januari 2020 alvorens deze definitie in werking kan treden. 93. Febeliec merkt nog op dat verwijzingen in artikelen naar andere delen van het SA-contract onduidelijk zijn, zoals bv. artikel I.2.2 en artikel I.4.1 waar verwezen wordt naar de Bijzondere Voorwaarden zonder enige precisering. Elia stelt de nodige verduidelijkingen te hebben aangebracht in de bijlagen van het contract. De CREG verwelkomt de aangebrachte verduidelijking. 94. Artikel I.2.2 laatste paragraaf zegt: “De Partijen zullen ervoor zorgen dat de correcte uitvoering van dit Contract altijd gebaseerd is op het bestaan en de correcte uitvoering van de eventuele vereiste contractuele afspraken met betrokken derden”. De CREG stelt de vraag aan Elia wat verstaan moet 3 Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (EBGL) Niet-vertrouwelijk 24/46 worden onder “eventuele contractuele afspraken met betrokken derden”. De CREG wenst het antwoord hierop te vernemen alvorens de T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.1.4. Artikel I.4 Inwerkingtreding en duur van dit Contract 95. Febeliec vraagt of het zinvol zou zijn om de mogelijkheid te voorzien dat het contract in werking treedt op een ander tijdstip dan het moment van ondertekening door de partijen, bv. door de toevoeging “behoudens indien uitdrukkelijk anders is overeengekomen in de Bijzondere Voorwaarden”. Elia gaat met deze opmerking akkoord en heeft in de tweede alinea van artikel I.4.1 een zin toegevoegd, dat luidt als volgt “Dit doet geen afbreuk aan het feit dat Deel II een latere startdatum mag voorzien voor bepaalde Diensten.” Ook werd de eerste zin ook aangevuld met “aangevuld met eventuele bijlagen”. De CREG is van oordeel dat deze toevoegingen voldoende gevolg geven aan de opmerking van Febeliec. 96. Artikel I.4.2 zegt dat onverminderd artikel I.11 en de toepasselijke wetgeving en reglementering, in deel II over de specifieke voorwaarden de duur van het SA-contract bepaald wordt. Verder stelt Elia dat zij in artikel II.3.2 een verduidelijking van de geldingsduur van het SA-contract heeft aangebracht. De CREG leest in artikel II.3.2 dat behoudens Artikel I.10 en I.11 het SA-contract van kracht blijft zolang minstens één Technische Eenheid de voorwaarden vermeldt in artikel II.4 vervult en vermeld is in Bijlage 1A en Bijlage 1B van het SA Contract. Hiermee is volgens de CREG de duurtijd van het SA-contract voldoende bepaald. En geeft dit een voldoende antwoord op de opmerking gemaakt door Febeliec over artikel I.4.2. 4.3.1.5. Artikel I.6 Aansprakelijkheid 97. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat de levering van de diensten door de dienstverlener, in casu SA, een middelenverbintenis is, behoudens indien in de typeovereenkomst uitdrukkelijk een resultaatsverbintenis is opgenomen, zoals wat betreft de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen (artikel I.5 en I.8 van de algemene voorwaarden en art II.23 van de specifieke voorwaarden). 98. Febeliec merkt op dat dit artikel niet goed geschreven lijkt te zijn (bv. artikel I.6.2; de vele verwijzingen naar “boetesysteem”, “boetes” terwijl aansprakelijkheden en boetes totaal verschillende concepten zijn enz.) en het in ieder geval zeer moeilijk te valideren is bij gebrek aan kennis van de inhoud van de verschillende typeovereenkomsten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen worden gebruikt (bv. de bijzonderheden betreffende de vergoedingsplafonds die beperkt zijn per contract, maar die een meer uitvoerige herziening kunnen vergen indien alle balanceringsdiensten zouden worden gebundeld in één enkel contract). Elia gaat akkoord dat aansprakelijkheid en boetes inderdaad twee zeer verschillende concepten zijn en dat de boetes bepaald worden in andere delen van het contract. Elia neemt nota van de opmerking van Febeliec betreffende de moeilijkheid inzake beoordeling van het voorgestelde aansprakelijkheidsregime en verwijst naar de vorige en lopende raadplegingen in verband met de T&Cs voor de specifieke voorwaarden. Verder stelt Elia in haar consultatieverslag dat de verwijzing naar specifieke plafonds in geval van boetes werd geschrapt uit dit artikel. In geval van een herziening van Niet-vertrouwelijk 25/46 het contract (of de sectie aansprakelijkheid) zal deze vanzelfsprekend opnieuw het voorwerp uitmaken van een openbare raadpleging, besluit Elia. De CREG stelt vast dat enkel in bijlage 10 van het SA-contract één keer melding gemaakt wordt van een “CIPU-boete”. De laatste zin van artikel I.6.4 dat betrekking had op plafonds in geval van boetes werd geschrapt. Anderzijds, mag de verwijzing naar het “boetesysteem” in artikel I.6.1 gehandhaafd blijven daar dit er enkel toe strekt aan te geven dat het hier om iets anders gaat dan de aansprakelijkheid dat in artikel I.6 behandeld wordt. De CREG laat bijkomend gelden dat in het streven naar harmonisatie van de typeovereenkomsten en andere contracten, Elia onderzoekt in welke mate het aansprakelijkheidsregime voor al deze contracten al dan niet nog meer op elkaar kunnen worden afgestemd. 4.3.1.6. Artikel I.7 Noodsituatie en overmacht 99. Febeliec merkt op dat het artikel over noodsituatie en overmacht een grondige herziening vergt. Febeliec stelt vast dat Elia hier dezelfde tekst heeft geïntroduceerd als die zij had voorgesteld voor het ontwerp van een nieuw FTR, tekst die verworpen werd in de definitief aangenomen en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde FTR. Febeliec dringt bij Elia aan om op zijn minst de sectie betreffende “overmacht” te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over dit topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen (bv. de opname van een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen daarvan als overmacht). Elia stelt dat artikel I.7.3 tweede alinea de voorwaarden beschrijft opdat een situatie als overmacht beschouwd kan worden. Elia bevestigt dat de afdeling over overmacht werd afgestemd op de toepasselijke rechtspraak en doctrine. 100. De CREG deelt de mening van Febeliec dat artikel I.7 om een grondige herziening vraagt en dit weliswaar om nog andere meer fundamentelere redenen, met name dat er een duidelijk verschil bestaat tussen “noodsituatie”, “overmacht” en “noodtoestand”. De vraag die tot op heden onbeantwoord is gebleven, is te weten in welke mate de wettelijke en reglementaire bepalingen (Europees en nationaal) betreffende “noodsituatie”, “overmacht” en “noodtoestand” al dan niet van toepassing zijn op SA? Betreffende noodsituatie bepaalt het FTR dat enkel voor het BRP-contract algemene maatregelen moeten opgenomen worden die de BRP moet uitvoeren wanneer Elia de noodsituatie inroept (artikel 219, §4, 5°, van het FTR). In het kader van het SA-contract rept het FTR met geen woord over “noodsituatie”. Artikel 72, van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: “CACM GL”), bepaalt dat: “In het geval van overmacht of een noodsituatie als bedoeld in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/20094, waarbij de TSB snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk 4 Artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009 (vandaag artikel 16.2, van de Verordening Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: “Verordening (EU) 2019/943”)) bepaalt: “Procedures om transacties te beperken worden slechts toegepast in noodsituaties, met name wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is. Niet-vertrouwelijk 26/46 is, heeft elke TSB het recht om de toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit te verminderen. In alle gevallen wordt een dergelijke vermindering op gecoördineerde wijze ten uitvoer gelegd na contactopname met alle direct betrokken TSB's.” Het samen lezen van artikel 72.1 CACM GL en artikel 16.2, Verordening (EU) 714/2019 (of Verordening (EU) 2019/943) houdt in dat een noodsituatie een situatie is waarbij redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is en de TSB snel moet optreden door de toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit te verminderen. Het terugnemen van toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit heeft op het eerste zicht geen link met de dienstverlening van de SA. Uit wat voorafgaat moet dus besloten worden dat volgens de vigerende nationale wetgeving noodsituatie enkel toepassing vindt in het kader van het BRP-contract en dat volgens de vigerende Europese wetgeving noodsituatie toepassing vindt in het kader van toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit. De CREG is van oordeel dat artikel I.7.1 geen toepassing vindt in het SA-contract, temeer dat in Deel II specifieke voorwaarden van het SA-contract geen maatregelen hiervoor zijn uitgewerkt. Bijgevolg, dient deze bepaling geschrapt te worden om elke verwarring te vermijden. 101. Betreffende alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand, bevat artikel I.7.2 van de algemene voorwaarden bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. De termen “Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand” verwijzen naar de vier fases waarin een transmissiesysteem zich kan bevinden overeenkomstig artikel 18, van de SOGL. De SOGL bevat tal van verplichtingen die de TSB’s moeten naleven in het kader van deze vier fases. Verder kan verwezen worden naar de artikelen 12, 13 en 14 van het FTR, artikel 169, 7° (aansluitingsovereenkomst), artikel 191, 5° (toegangscontract), 199 (rechten en verantwoordelijkheden van de evenwichtsverantwoordelijke of BRP en de TSO of Elia) en artikel 219, §4, 4°, van het FRT dat bepaalt: “De overeenkomst van evenwichtsverantwoordelijke bevat ten minste de volgende elementen: 4° de algemene maatregelen die de medecontractant dient te nemen wanneer hij zich bevindt in een alarmtoestand, noodtoestand, black-outtoestand of hersteltoestand; evenals de gevolgen ervan voor de verplichtingen die voortvloeien uit het contract van evenwichtsverantwoordelijke”. M.a.w. zoals voor noodsituatie, moet ook voor noodtoestand in het BRP-contract maatregelen worden opgenomen wanneer het net van Elia in een alarm- nood-, black-out- en hersteltoestand bevindt, naast de verplichtingen die Elia dient na te leven overeenkomstig de SOGL. De CREG komt bijgevolg tot een zelfde besluit als gesteld in paragraaf 100 van huidige beslissing betreffende artikel I.7.2. 102. Tot slot, betreffende overmacht, bedoeld in artikel I.7.3., vraagt Febeliec om de definitie van “overmacht” te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Eliadefinitie te creëren over dit topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen. In haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 stelt Elia dat zij de definitie van overmacht heeft gealigneerd op de definitie van overmacht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, 45°, van de CACM GL. Dergelijke procedures worden op niet-discriminerende wijze toegepast. Behoudens in geval van overmacht worden marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing voor zo'n eventuele beperking vergoed.” Niet-vertrouwelijk 27/46 De CREG laat opmerken dat in het nieuwe FTR het begrip “overmacht” niet meer is opgenomen De CREG heeft geen probleem dat in het SA-contract het begrip “overmacht” gedefinieerd wordt naar analogie met de definitie opgenomen in de CACM GL daar dit een algemene definitie is en niet specifiek is toegespitst op de toepassing van de CACM GL. 103. De CREG is van oordeel dat deze definitie ook tegemoet komt aan de opmerking van Febeg, stellende dat de definitie van overmacht zou moeten worden aangevuld met de woorden “of zou gebeurd zijn indien geen maatregelen werden genomen die de uitvoering van de verplichtingen van de Partij onder dit Contract verhinderen” en dat op pagina 10, eerste puntje, de woorden “of de installaties van de Dienstverlener” zouden moeten worden toegevoegd vanuit het oogpunt van wederkerigheid. Aan de tweede opmerking van Febeg heeft Elia gevolg gegeven. De eerste opmerking is volgens Elia niet gerechtvaardigd aangezien er geen sprake kan zijn van overmacht indien controle over de situatie nog steeds mogelijk is (cf. raadplegingsrapport van 3 december 2019). Een situatie van overmacht kan als dusdanig slechts worden gekwalificeerd, indien de situatie daadwerkelijk plaatsvindt. De CREG kan de redenering van Elia volgen. 104. Tot slot, artikel I.7.3, vierde lid, eerste zin, werd geschrapt omdat deze een overbodige herhaling vormde van de tweede zin van dit artikel. 4.3.1.7. Artikel I.8 Vertrouwelijkheid 105. Febeliec maakt volgens de CREG een terechte opmerking bij artikel I.8.1, derde streepje, nl. dat Elia gemakkelijk meent vertrouwelijke informatie te kunnen delen met “andere netbeheerders of in het kader van contracten en/of regels met buitenlandse netbeheerders” wat de mogelijkheid tot oneigenlijke toe-eigening van vertrouwelijke informatie creëert en alleen zou mogen kunnen indien dit essentieel is en in zoverre deze informatie niet anoniem kan worden gemaakt. Met toepassing van het derde streepje van de versie van de algemene voorwaarden die in de openbare raadpleging werd voorgelegd, kon vertrouwelijke informatie inderdaad zonder meer gedeeld worden met andere netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra “in overleg met hen” of “in het kader van contracten en/of regels met hen”. Dat de buitenlandse netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra dezelfde graad van vertrouwelijkheid moeten respecteren, houdt weinig tot geen garantie in, aangezien zij dus ook zeer gemakkelijk alle vertrouwelijke info opnieuw kunnen doorspelen “in het kader van contracten” met andere TSOs. Om aan de bezorgdheid van Febeliec inzake het derde streepje van artikel I.8 tegemoet te komen, heeft Elia dit als volgt gewijzigd: “wat Elia betreft, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders of regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra, voor zover als noodzakelijk en wanneer anonimiseren niet mogelijk is en voor zover de ontvanger van deze informatie zich ertoe verbindt aan de informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als Elia;”. De CREG kan zich akkoord verklaren met deze wijzigingen, mede gelet op het feit dat in tal van Europese netwerkcodes er verplichtingen aan de TSBs wordt opgelegd om informatie te delen. Het is dan ook in het kader van de wettelijke verplichtingen dat de informatie-uitwisseling met andere TSBs, regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra moet gezien worden. Niet-vertrouwelijk 28/46 106. Verder merkt Febeliec op dat het woord “afgesloten” in artikel I.8.4 beter wordt vervangen door “beëindigd” aangezien het verwarrend is. Ingevolge de opmerking van Febeliec heeft Elia besloten de betrokken zinsnede te schrappen, waarop de CREG geen opmerkingen heeft. 107. De CREG besluit uit het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 dat de vertrouwelijkheidsverplichtingen van kracht zijn tijdens de hele duur van het contract tot vijf jaar na de beëindiging ervan. De CREG kan zich daarin vinden. 4.3.1.8. Artikel I.10 Herziening 108. Febeliec merkt op dat het bewijs van een “beduidend impact” op het contractueel evenwicht na wijziging van de T&C SA, zoals bepaald in artikel I.10.1 niet aanvaardbaar is. Als dienstverlener moet de SA na wijziging van de T&C SA steeds het recht hebben om uit het SA-contract te stappen. Elia treedt de opmerking van Febeliec bij en heeft de woorden “beduidend impact” geschrapt in het voorstel ingediend op 16 januari 2020. De CREG heeft hierop geen opmerkingen. 109. Betreffende de opmerking van Febeliec inzake de te volgen procedures in geval van wijziging van goedgekeurde T&C SA, antwoordt Elia terecht in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat dit de procedures zijn die Elia zal volgen zoals deze in de Europese netwerkcodes en het FTR zijn beschreven. 110. Febeg merkt op dat de inwerkingtreding van de wijzigingen niet eerder zou mogen plaatsvinden dan 30 dagen (in plaats van 14) na de betekening ervan aan de dienstverlener. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de termijn van 14 dagen in lijn is met de andere gereguleerde contracten en dit het einde is van de wijzigingsprocedure, zijnde na openbare raadpleging en goedkeuring door de regulator. De CREG acht de termijn van 14 dagen een redelijke termijn, aangezien de wijzigingen niet onaangekondigd komen gelet op de te volgen wijzigingsprocedure door Elia. 111. Febeg is van mening dat de hardship clausule die vroeger van kracht was maar nu ontbreekt aan het contract zou moeten worden toegevoegd. Wat betreft een hardship clausule stelt Elia dat de T&Cs nu gereguleerd zijn en verwijst naar artikel I.10. Elia stelt dat de beëindiging van het contract ook bepaald wordt in de bijzondere voorwaarden. De hardship clausule impliceert dat door onvoorzienbare omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de partijen, de verdere uitvoering van het contract fundamenteel moeilijk is geworden, met name het contractueel evenwicht dusdanig aangetast is geworden dat de benadeelde partij onder deze omstandigheden niet gecontracteerd zou hebben. Het Hof van Cassatie is een trouwe aanhanger van het “pacta sunt servanda” principe. In zijn arresten van 19 mei 19215 en 30 oktober 19246 poneerde het Hof het “pacta sunt servanda” principe 5 6 Cass. 19 mei 1921, Pas. 1921, I, 380. Cass. 30 oktober 1924, Pas. 1924, I, 565. Niet-vertrouwelijk 29/46 uitdrukkelijk, waardoor het impliciet de imprevisieleer naast zich neerlegde. Ook recent verwierp het Hof van Cassatie de imprevisieleer nog7. Uit wat voorafgaat is de CREG van oordeel dat in het SA-contract geen hardship clausule vereist is. Vooreerst zal de onvoorziene omstandigheid onafhankelijk van de wil van de partijen moeten plaatsvinden. In het kader van het SA-contract, dat nu een gereguleerd contract wordt, kan dit enkel het geval zijn indien het wetgevend kader dat vandaag bestaat, fundamenteel gewijzigd wordt. Een dergelijke wijziging heeft voor gevolg dat goedgekeurde T&C SA ook gewijzigd zullen moeten worden. Elia zal dan een voorstel moeten uitwerken dat aan openbare raadpleging zal worden onderworpen, hetgeen de marktpartijen, inclusief zij die reeds gebonden zijn door een SA-contract, de gelegenheid biedt om hierop hun opmerkingen te formuleren. Pas na goedkeuring door de CREG kunnen de nieuwe T&C SA in werking treden. Artikel I.10.1, laatste lid biedt vervolgens aan de SA de mogelijkheid wanneer hij het niet eens is met de wijzigingen om het SA-contract te beëindigen. Volledigheidshalve laat de CREG ook nog opmerken dat wanneer een partij zich zou beroepen op een hardship clausule de gevolgen en de eventueel te volgen procedure ook gespecifieerd moeten worden. Dit kan onmiddellijke ontbinding inhouden van het contract, wat in feite neerkomt op de beëindiging van het SA-contract zoals voorzien in artikel I.10.1, laatste lid of het heronderhandelen van het contract, wat in casu niet langer kan aangezien het SA-contract een gereguleerd contract is geworden. 112. In het raadplegingsrapport van 25 oktober 2019 over de specifieke voorwaarden merkt Febeg op dat er verduidelijkt moet worden dat de partij die de overeenkomst ondertekent niet automatisch gebonden is door de toekomstige SA, maar het recht heeft om zijn rol van SA niet verder te blijven vervullen. Elia verwijst in haar repliek terecht naar artikel I.10.1 van de algemene voorwaarden, waarin de CREG zich kan vinden. 4.3.1.9. Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout 113. Artikel I.11 van de algemene voorwaarden voorziet de mogelijkheid om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een partij een ernstige fout begaat en na een procedure van ingebrekestelling. Febeliec vraagt dat Elia duidelijke richtsnoeren geeft welke fouten beschouwd zullen worden als ernstige fouten die kunnen resulteren in een beëindiging van het SA-contract en een vordering tot schadeloosstelling. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat een ernstige inbreuk of fout een notie is die gebruikelijk is in wettelijke documenten. Een geval van ernstige fout zal altijd betwist en beoordeeld worden door een bevoegde regulator of rechtbank. De CREG is van mening dat het zeer moeilijk is om op voorhand vast te stellen wat een ernstige fout kan of niet kan zijn. Dit is ook niet wenselijk, aangezien dit beoordeeld zal moeten worden rekening houdend met de concrete omstandigheden van de gebeurtenis. Het spreekt voor zich dat wanneer partijen het niet eens geraken met elkaar, zij steeds toepassing kunnen maken van artikel I.13. 114. In antwoord op de opmerking van Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 1.2, opmerking 30) stelt Elia dat beëindiging van het SA-contract mogelijk is indien een herziening van de 7 Cass. 14 april 1994, J.L.M.B. 1995, 1591. Niet-vertrouwelijk 30/46 goedgekeurde T&C SA zich voordoet (artikel I.10) of in geval van een ernstige fout (artikel I.11). Verder verwijst Elia ook naar artikel II.3.2 van de specifieke voorwaarden. 4.3.2. Deel II - Specifieke voorwaarden 4.3.2.1. Algemene opmerkingen 115. Op de opmerking van het BOP in verband met de procedure voor het beheer van storm op zee (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 1) stelt Elia dat hieraan gedeeltelijk gevolg werd gegeven. Elia verwijst naar haar antwoord op de opmerkingen betreffende de artikelen II.16.3 en II.16.4. Er werden weliswaar geen wijzigingen aangebracht aan de design-nota of in het BRPcontract. De CREG merkt op dat Elia in haar antwoord op deze opmerking refereert naar artikelen II.16.3 en II.16.4 maar dat het in de T&C SA artikel II.14.2 betreft. De CREG vraagt dat Elia deze verwijzing in haar raadplegingsrapport, deel 2.2, corrigeert. De CREG verwijst tenslotte naar paragraaf 153 van huidige beslissing betreffende de bespreking van de artikelen II.14.2. 116. Betreffende de opmerking van Febeg dat er geen regels voorzien zijn om het contract te beëindigen verwijst Elia naar artikel I.11, van de Algemene Voorwaarden (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 5). Dezelfde opmerking wordt gemaakt door Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 22). Voorgaande opmerking sluit aan bij de opmerking van Febeliec dat samen met de raadpleging van de Specifieke Voorwaarden de Algemene Voorwaarden niet ter raadpleging zijn voorgelegd en het dus voor Febeliec een zeer moeilijk gegeven is om het geheel te kunnen overschouwen (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 10). Elia verwijst hiervoor naar de aparte raadpleging gehouden over de Algemene voorwaarden. 117. Febeliec stelt de vraag waarom het SA-contract ook specificaties over Offshore-Power Park modules bevat (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 12). Elia antwoordt hierop dat het SA-contract een samenvoeging is van het CIPU-contract en het CIPU offshore contract. De CREG begrijpt dat de T&C SA in verschillende artikelen expliciet de Offshore-Power Park Modules vermelden om maximale consistentie met de huidige CIPU Offshore-contracten te waarborgen maar dat dit inhoudelijk niet steeds noodzakelijk is omdat het impliciet ook in het CIPU-contract vervat zit. De CREG vraagt daarom dat Elia in een herziene versie van de T&C SA toeziet dat de procedures de uitzonderingen voor Offshore-Power Park Modules enkel expliciteert wanneer strikt noodzakelijk. 118. In antwoord op de opmerking 14 van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 14) stelt Elia dat er slechts 1 BRP is per Toegangspunt per richting die belast is met de opvolging, zelfs wanneer er meerdere BRP’s zijn per Toegangspunt. De CREG verwijst hierbij naar de bespreking van Overweging
(10)in paragraaf 69 waar Elia aanpassingen doorvoerde om te preciseren welke BRP de rol van SA moet opnemen.
  1. In repliek op de opmerking van Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 21) stelt Elia dat de enige nieuwigheid in vergelijking met het CIPU-contract as is, betreft Niet-vertrouwelijk 31/46 de communicatie en mededeling van data in geval van storm, overeenkomstig de artikelen 252 en 235, van het FTR. De CREG heeft hier geen verdere opmerkingen op.
  2. Statkraft merkt op dat in de ter consultatie voorgelegde versies van beide documenten (lees: T&C SA en T&C OPA) nog incorrecte referenties zijn en onduidelijkheden betreffende de toepassing, context en intenties van bepaalde bepalingen. Volgens Statkraft dienen de documenten vrij te zijn van ambiguïteiten en daarom aangepast en opnieuw ter consultatie voorgelegd te worden. Elia antwoordt hierop dat de documenten grondig herzien en verbeterd zijn. De CREG is van mening dat, ondanks de reeds doorgevoerde verbeteringen naar aanleiding van de publieke raadpleging, de leesbaarheid en duidelijkheid van de T&C SA nog verbeterd kan worden. Op sommige vlakken kan dit door kleine herzieningen. De CREG vraagt via deze beslissing dat Elia deze doorvoert alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden (zie Besluit). Een grondige revisie van de algemene structuur en individuele artikelen valt echter buiten de reikwijdte van deze T&C SA omdat in samenspraak met marktpartijen is overeengekomen om in deze overgangsfase zo weinig mogelijk af te wijken van de bestaande CIPU-contracten (zie paragraaf 58). Algemeen is de CREG van mening dat het belangrijk is dat Elia tegemoet komt aan dergelijke vragen tot verduidelijking van de rechten en verplichtingen vanwege marktpartijen. De CREG vraagt Elia om voortdurend te streven naar de tekstuele verbetering van haar contracten en dergelijke aanpassingen die zij spontaan opmerkt of die haar gesignaleerd worden door marktpartijen mee te nemen ter gelegenheid van toekomstige aanvragen tot goedkeuring van wijzigingen van de typeovereenkomsten. 4.3.2.
  3. Artikel II.1: Definities
  4. De definitie Elektrische zone werd gewijzigd door enkel nog te verwijzen naar artikel 3 van de Coördinatieregels en congestiebeheer. Op die manier is gevolg gegeven aan de opmerking van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 11).
  5. Ingevolge de opmerking van Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 25) werd in de definitie ‘Instructie’ de woorden ‘Elia voor’ ingevoegd tussen ‘verstrekt aan’ en ‘ een Technische Eenheid’. De CREG is niet overtuigd dat deze definitie de betekenis van instructie goed weergeeft. De CREG veronderstelt bovendien dat de in het CIPU-contract gebruikte term ‘instructie’ afgeleid is van de term ‘werkinstructie’ uit artikel 250 en artikel 251 van het FTR. In lijn met deze artikelen uit het FTR zou een instructie dan overeenstemmen met een werkinstructie die de SA voor een installatie aan de betrokken installatie geeft, en waarvan hij tegelijkertijd een kopie aan de transmissienetbeheerder bezorgt. Deze definitie is ook in overeenstemming met de inhoud van artikel II.10.5 van de T&C SA. De CREG vraagt dat Elia deze veronderstelling evalueert en de definitie van de term ‘instructie’ in ieder geval verduidelijkt alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. De CREG vraagt dat Elia in lijn hiermee ook het antwoord in het raadplegingsrapport aanpast, in die zin dat een SA in real-time een kopie van de instructie aan de betrokken installatie moet opsturen naar Elia om Elia op de hoogte te brengen dat het programma niet langer geldig is, bijvoorbeeld in het geval van een niet-geplande buitenbedrijfstelling. Niet-vertrouwelijk 32/46
  6. In de definities ‘Verantwoordelijke voor de Niet-Beschikbaarheidsplanning of ‘OPA’ en ‘Programma-Agent of 'SA' ‘zijn de woorden ‘waarin deze Regels van toepassing zijn’ weggelaten.
  7. In de definitie’ Pmax Tech’ heeft Elia terecht het woord ‘OPA’ vervangen door ‘SA’. Hetzelfde is gebeurd in de definitie ‘Pmin Tech’.
  8. In de definitie ‘’Voorwaarden voor de Verantwoordelijke voor de Niet-Beschikbaarheidsplanning of ‘T&C OPA’” wordt Beschikbaarheidsplannen geschreven met een hoofdletter.
  9. Febeliec stelt voor om geen exhaustieve lijst te maken van de regelzones (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 1.2, deel 2.2, opmerking 11). Elia heeft de definitie van elektrische zones aangepast en refereert er naar de Regels voor coördinatie en congestiebeheer, waarmee de CREG akkoord gaat.
  10. De CREG merkt op dat de termen ‘Pmax Tech en Pmax Available’ twee maal in de lijst van definities voorkomen. De CREG vraagt aan Elia dit te corrigeren alvorens deze goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.2.
  11. Artikel II.2: Bijlagen
  12. De titels van de bijlagen 1D, 3, 9 en 11, zijn aangepast.
  13. De CREG stelt voor om de oorspronkelijke titel van Annex 1D te behouden of ten minste de voorgestelde aanpassing met verwijzing ‘for balancing’ te schrappen. In overleg met Elia begrijpt de CREG immers dat Annex 1D de lijst bevat van de Technische Eenheden met beperkingen die niet louter voor balanceringsdiensten relevant zijn, maar ook voor congestiebeheer. De CREG vraagt om deze wijziging door te voeren alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.2.
  14. Artikel II.3: Voorwaarden voor deelname
  15. Aan artikel II.3 werd een artikel II.3.2 toegevoegd stellende dat ‘Behoudens Artikel I.10 en I.11, blijft dit SA Contract van kracht zolang minstens één Technische Eenheid de voorwaarden vermeld in Artikel II.4 vervult en vermeld is in Bijlage 1A & Bijlage 1B van het SA Contract.’ Deze toevoeging geeft ook een antwoord op de opmerking gemaakt door Febeg (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 5). De CREG verwijst hierbij naar de bespreking in paragraaf 96 over de algemene voorwaarden betreffende de duur van het contract en de voorwaarden en modaliteiten voor de beëindiging van het contract. 4.3.2.
  16. Artikel II.4: Voorwaarden voor Technische Eenheden
  17. Aan de opmerking van Febeg (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 6) werd door Elia gevolg gegeven. Het begrip ‘OPA’ werd vervangen door ‘SA’.
  18. Febeliec is van oordeel dat artikel II.4.2 geen rekening houdt met de specifieke situatie van een eenheid aangesloten op een CDS (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 15). Niet-vertrouwelijk 33/46 Elia repliceert hierop dat de SA voor de technische eenheid de BRP moet zijn aangewezen in het Toegangscontract met betrekking tot het Toegangspunt dat de technische eenheid verbindt met het Elia-net. In het geval van een CDS: de BRP is verantwoordelijk voor de opvolging van het CDSToegangspunt met betrekking tot een productie-eenheid, conform bijlage 14 en 14ter van het Toegangscontract. De CREG verwijst hierbij naar de bespreking van Overweging
(10)in paragraaf 69 waar Elia aanpassingen doorvoerde om te preciseren welke BRP de rol van SA moet opnemen. 4.3.2.
  1. Artikel II.5: Procedures: Algemene bepalingen
  2. In artikel II.5.3 werd voor het woord ‘toegewezen’ op het einde van de zin toegevoegd ‘en, indien van toepassing, een Biedprijs’. De CREG is van mening dat het op basis van artikel II.5.3 niet duidelijk is om welke informatie het precies gaat. De CREG vraagt daarom dat Elia in artikel II.5.3 een algemene verwijzing opneemt naar bijlage 9 met het overzicht van de uit te wisselen data en in deze bijlage 9 telkens aangeeft welke de vereiste granulariteit is. Daarnaast vraagt de CREG dat Elia het toestandsdiagram in bijlage 2 herwerkt en verduidelijkt om de leesbaarheid van de figuur en een goed begrip van de beschreven procedures te verzekeren. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden.
  3. In artikel II.5.4 werd het woord ‘netto-injectie’ vervangen door ‘bruto-injectie’. Met deze wijziging komt Elia tegemoet aan de opmerking van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 16). De CREG gaat akkoord met deze wijziging op basis van de argumentatie verstrekt door Febeliec in deze opmerking.
  4. Artikel II.5.6 bepaalt dat “Bij gebrek aan coherentie van de gegevens als bedoeld in Artikel II.5.5, en om zo nodig de veiligheid, betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het Elia-Net te waarborgen, heeft Elia het recht om de Status van een Technische Eenheid te wijzigen conform artikel 112 van de SOGL.” De CREG merkt op dat artikel 112 van de SOGL weliswaar de TSB de taak toekent om de programma’s te verifiëren maar dat de expliciete mogelijkheid om informatie zelf recht te zetten, volgt uit artikel 253 §2 van het FTR, zoals ook correct opgenomen in Overweging
(19)en
(24)van de T&C SA. De CREG vraagt dat Elia de verwijzing naar artikel 253 van het FTR ook toevoegt in artikel II.5.6 van de T&C SA alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.2.7. Artikel II.6: Procedure ‘Stand-By’ 136. In artikel II.6.1 en II.6.4 werd ‘opgewekte piekvermogen’ vervangen door ‘piekproductie’ teneinde tegemoet te komen aan de opmerkingen van Febeliec en Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerkingen 17 en 26). De CREG gaat akkoord met deze verbetering. 137. In artikel II.6.3 werd ‘OPA’ gewijzigd door ‘SA’ (zie ook paragrafen 138, 140, 143, 146 en 161). De CREG gaat akkoord met deze verbeteringen. 4.3.2.8. Artikel II.7: Procedure ‘Ready-to-Run’ 138. In de artikelen II.7.3 en II.7.4 werd ‘OPA’ gewijzigd door ‘SA’. Niet-vertrouwelijk 34/46 139. Ingevolge de opmerking van Statkraft werd een bijkomend artikel II.7.7 ingevoegd, stellende dat Voor Offshore-Power Park Modules de Artikelen II.7.5 en II.7.6 niet van toepassing zijn (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 27). De CREG is het er inhoudelijk mee eens dat Offshore-Power Park Modules niet kunnen deelnemen aan de procedure ‘Ready-to-Run’ omdat de mogelijkheid om energie te produceren afhankelijk is van de windsnelheid. Dezelfde uitzondering geldt echter ook voor bijvoorbeeld Onshore-Power Park Modules. De CREG verwijst hierbij naar haar algemene opmerking in paragraaf 117. 4.3.2.9. Artikel II.8: Procedure ‘Nomination’ 140. In artikel II.8.3 werd ‘OPA’ gewijzigd door ‘SA’. 141. Ingevolge de opmerking van het BOP (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 2) werd artikel II.8.8 verduidelijkt door de woorden ‘door zich te houden‘ te schrappen en het woord ‘beschreven’ te wijzigen in ‘vereist volgens artikel 13 van de Elektriciteitsverordening […] te garanderen’, waarmee de CREG akkoord gaat. 142. Daarnaast merkt de CREG op dat artikel II.8.8 voor de vergoedingen van Decrementen verwijst naar artikel II.18.7 van het voorstel T&C SA terwijl het artikel II.18.6 moet zijn. Verder is paragraaf II.8.6 in de Nederlandstalige versie van het voorstel T&C SA onvolledig. De CREG vraagt dat Elia deze punten corrigeert, respectievelijk vervolledigt, alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.2.10. Artikel II.9: Procedure ‘Intraday-Nomination’ 143. In artikel II.9.2 werd ‘OPA’ gewijzigd door ‘SA’. 144. In artikel II.9.4, werd punt
  1. b)geschrapt om tegemoet te komen aan de opmerking van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 18). De CREG is van mening dat het initiële punt
  2. b)inderdaad niet duidelijk was en gaat akkoord om het punt te schrappen. De CREG merkt op dat het nieuwe punt
  3. c)duidelijk maakt dat het gaat om de biedprijzen gecommuniceerd in Dag D. Dit wordt ook bevestigt wanneer gelezen samen met Bijlage 9 (zie ook opmerking CREG in paragraaf 133). 145. Statkraft stelt dat artikel II.9.4,
  4. a)geen toepassing vindt op Offshore-Power Park Modules (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerkingen 28 en 29). Elia heeft hieraan gevolg gegeven door artikel II.9.9 in die zin aan te passen. De CREG heeft hier geen opmerkingen op. De CREG wenst er hier echter op te wijzen dat ten allen tijde de nominaties van het geproduceerde vermogen de best beschikbare prognoses dienen te volgen. Programma’s die afwijken van deze prognose kunnen als marktmanipulatie beschouwd worden en vallen onder REMIT-toezicht. 4.3.2.11. Artikel II.10: Procedure ‘Exploitation’ 146. In artikel II.10.2 werd ‘OPA’ gewijzigd door ‘SA’. 147. In antwoord op de vraag van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 19), stelt Elia dat in artikel II.10.5 het wel degelijk gaat over procedure ‘Exploitation’ in de loop van Dag-D. Niet-vertrouwelijk 35/46 Ook Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 25) vraagt om verduidelijking van artikel II.10.5 en de definitie van ‘Instructie’ (zie ook paragraaf 122). De CREG deelt de mening van Febeliec en Statkraft betreffende de onduidelijkheid van Artikel II.10.5, en van Artikel II.10 in het algemeen. De CREG is van mening dat een opheldering van de term ‘instructie’ al een deel van de onduidelijkheid wegneemt (zie ook paragraaf 122). Daarnaast vraagt de CREG dat Elia structuur aanbrengt in artikel II.10 om het proces van een instructie door de SA enerzijds en het proces van redispatching door Elia anderzijds, duidelijker van elkaar te onderscheiden. De CREG begrijpt op basis van overleg met Elia dat de exploitatiefase in termen van ‘redispatching op vraag van Elia’ al start na de day-ahead nominatie, terwijl ‘instructies op vraag van de SA’ slechts kunnen plaatsvinden na de neutralisatietijd, i.e. maximum 45’ voor reële tijd. Voordien dient de SA een IDPCR te sturen om een wijziging in het programma door te geven, tenminste indien de eenheid zich niet in een Rode Zone bevindt. De CREG is van mening dat dit onderscheid duidelijker gemaakt moet worden. Bovendien vraagt de CREG dat Elia bij de definitie van de limietwaarde ‘Lim’ aangeeft wanneer en op welke basis Elia deze limietwaarde bepaalt. Deze aanpassingen dienen te gebeuren vooraleer de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 148. De CREG vraagt om in de aanloop van de herziening van de Regels voor coördinatie en congestiebeheer, de methodologie voor het bepalen van de parameter ‘Lim’ hierin op te nemen en in de herziene versie van de T&C SA bij de definitie van de parameter ‘Lim’ naar de Regels voor coördinatie en congestiebeheer te verwijzen. 4.3.2.12. Artikel II.11: Aanvullende bepalingen: Algemene bepalingen 149. In antwoord op de opmerking van Statkraft (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 30), heeft Elia artikel II.11.7 aangepast en dat de artikelen II.11.1, II.11.2, II.11.4 en II.11.5 niet gelden voor Offshore-Power Park Modules. Daarnaast werd ook geschrapt: ‘Bovendien geldt Artikel II.11.4 niet voor Incrementen.’ De CREG merkt op dat deze aanpassingen nodig zijn om de huidige toestand opgenomen in de Offshore-CIPU contracten te reflecteren. Gegeven de reikwijdte van deze T&C SA heeft de CREG hier geen bijkomende opmerkingen op. 4.3.2.13. Artikel II.12: Informatie-uitwisseling: Algemene bepalingen 150. Er werden geen specifieke opmerkingen geformuleerd over dit artikel tijdens de publieke raadpleging. 151. Artikel II.12.3 stipuleert dat Elia aan de SA informatie kan vragen over de Technische Eenheid die van invloed zou kunnen zijn op de veiligheid, betrouwbaarheid en/of de doeltreffendheid van het Elia-Net en dat de SA alles in het werk stellen om Elia die informatie tijdig te bezorgen. De CREG merkt op dit artikel niet vermeldt dat Elia een reden geeft voor een dergelijk verzoek, terwijl dat in de T&C OPA, artikel II.13.3, wel het geval is. Niet-vertrouwelijk 36/46 Na bespreking met Elia blijkt dat er geen reden is tot discrepantie tussen beide T&Cs op dit punt. De CREG vraagt dat Elia naar analogie met de T&C OPA de zin “Elia zal een reden geven voor een dergelijk verzoek” toevoegt in artikel II.12.3 van de T&C SA vooraleer deze in werking kunnen treden. 4.3.2.14. Artikel II.13: Communicatievorm 152. In antwoord op de vraag van Febeliec (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 20) wordt de telefonische bevestiging voorzien in artikel II.13.3 door Elia beschouwd als een fall-back oplossing. De CREG stelt evenwel vast dat dit zo niet neergeschreven is in artikel II.13.3. Elektronische berichten worden zo nodig ook telefonisch bevestigd. De vraag van Febeliec is dus terecht in welke situaties elektronische berichten ook telefonisch bevestigd moeten worden. De CREG vraagt dat Elia dit verduidelijkt in artikel II.13.3 van de T&C SA vooraleer deze in werking kunnen treden. 4.3.2.15. Artikel II.14: Mededeling van stormgevaar 153. In artikel II.14.2 wordt ‘Power Park Module’ aangevuld met ‘Offshore-Power Park Module’ en moeten alle wijzigingen via het sturen van een IDPCR gebeuren. Verder stelt Elia, in antwoord op de opmerking gemaakt door het BOP (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 3) dat de neutralisatietijd van toepassing op IDPCR gerespecteerd zal worden zoals voorzien in artikel II.9.7. De CREG van mening dat Elia met de aangebrachte wijzigingen in artikel II.14.2 van de T&C SA en artikel II.16.4 van de T&C OPA, aan de vraag van het BOP betreffende maximale evaluatietijd en best effort clausule tegemoet komt. In beide artikelen is de immers de verwijzing naar het IDPCR proces toegevoegd voor de coördinatie tussen Elia en de SA, respectievelijk OPA. Het IDPCR proces voorziet een maximale evaluatietijd van een IDPCR door Elia van 30 minuten. 154. Febeg merkt op dat de goedkeuring of validatie van de hervatting van de elektriciteitsproductie van een offshore-power park module door Elia, zoals beschreven in dit artikel II.14, een concept is van centrale dispatching en enkel overwogen kan worden in het geval van een noodsituatie. Volgens FEBEG zouden gevallen waarbij de SA weerhouden wordt om de elektriciteitsproductie te hervatten omdat het niet gevalideerd zou zijn, tenminste gepubliceerd moeten worden. Tenslotte is het niet duidelijk welke de voorwaarden zijn waarnaar verwezen in II.14.4 die Elia kan opleggen (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 7). Elia verwijst in haar antwoord hierop naar artikel 252 van het FTR waarin staat dat de SA goedkeuring nodig heeft van de TSB alvorens de elektriciteitsproductie te mogen hervatten en welke de voorwaarden zijn die Elia kan opleggen. De CREG gaat met het antwoord van Elia akkoord. De CREG gaat evenwel akkoord met de vraag van FEBEG om de gevallen waarbij een heropstart uitgesteld wordt om veiligheidsredenen te documenteren en te publiceren. De CREG vraagt dat Elia dit met marktpartijen bespreekt in de aanloop van de volgende herziening van de T&C SA. 4.3.2.16. Artikel II.15: Vergoeding: Algemene bepalingen 155. Er werden geen opmerkingen gemaakt over dit artikel tijdens de publieke consultatie. Niet-vertrouwelijk 37/46 156. De CREG merkt enkele spellingsfouten op in de Engelstalige versie van de T&C SA, artikel II.15.4. De CREG vraagt dat Elia deze verbetert alvorens de goedgekeurde T&C SA in werking kunnen treden. 4.3.2.17. Artikel II.17: Vergoeding ‘Ready-to-Run’ 157. In artikel II.17.2 werd de zin ‘Decrement-Biedprijzen zijn beperkt tot de laagste IncrementBiedprijzen in het geval van SA.’ Geschrapt. 158. De CREG gaat akkoord met het schrappen van deze zin. De context en de intentie van deze beperking was niet duidelijk. Bovendien werd deze beperking niet gereflecteerd in de opgenomen formules voor de biedprijzen in dit artikel. 159. De CREG merkt op dat de gebruikte acroniemen in de prijsformules niet telkens verklaard worden. De CREG vraagt om de acroniemen ‘BHK’, ‘ExtraROM’ en ‘Pepex’ te verduidelijken bij de beschrijving van deze parameters. 160. Daarnaast merkt de CREG op dat de parameter ‘ExtraROM’ in de procedure ‘Ready-to-Run’ niet enkel voorkomt in de formule voor de contractuele Incrementprijs maar ook in deze voor de contractuele Decrementprijs. De CREG vraagt dat Elia bijgevolg de definitie van de parameter ‘ExtraROM’ verbetert en de explicitering ‘toegepast op Incrementprijzen’ schrapt. 161. Verder werd in datzelfde artikel het woord ‘OPA’ vervangen door ‘SA’. 4.3.2.18. Artikel II.18: Vergoeding ‘Nomination’ 162. In artikel II.18.3 werd de zin ‘Decrement-Biedprijzen zijn beperkt tot de laagste IncrementBiedprijzen in het geval van congestie, en met vergoeding van dezelfde SA’ geschrapt. De CREG gaat akkoord met het schrappen van deze zin. De context en de intentie van deze beperking was immers niet duidelijk. Bovendien werd deze beperking niet gereflecteerd in de opgenomen formules voor de biedprijzen in dit artikel. 163. Febeg stelt dat indien Elia een Technische Eenheid wil stilleggen, de vergoeding van genomineerde reserves opgenomen moet worden in het renumeratie schema (raadplegingsrapport 25 oktober 2019, deel 2.2, opmerking 8). Elia stelt dat in dat geval er bilaterale gesprekken zullen plaatsvinden tussen de SA en Elia. De CREG vindt het antwoord van Elia onvoldoende duidelijk. Na overleg met Elia blijkt dat Elia met de verwijzing naar de bilaterale gesprekken bedoelt dat opportuniteitskosten zoals penaliteiten gelinkt aan het niet-naleven van engagementen voor het leveren van genomineerde reserves, in de term “External” opgenomen kunnen worden indien deze kosten als redelijk, aantoonbaar en direct gelinkt aan het wijzigingsverzoek zijn; en dat deze evaluatie in bilateraal overleg gebeurd. Om deze link te verduidelijken, vraagt de CREG vraagt dat Elia het antwoord op deze opmerking in het raadplegingsrapport verder uitwerkt zoals hierboven beschreven en in de eerste paragraaf van artikel II.18.3 de verwijzing naar de algemene principes in artikel II.15.3 opneemt. 164. Artikel II.18.3 voorziet dat bij het stilleggen van een technische eenheid met niet-Nulschema de vergoeding van de SA de Clean Spark Spread omvat. De CREG vraagt dat Elia bij de toepassing van dit principe dubbeltellingen vermijdt en dus rekening houdt met bijvoorbeeld volumes die al op de dagmarkt zouden zijn verhandeld of met engagementen voor het leveren van hulpdiensten. Niet-vertrouwelijk 38/46 De CREG vraagt dat Eli

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.