(B)2062 15 mei 2020 Beslissing inzake de aanvraag tot goedkeuring van een voorstel van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentiebegrenzings-reserves (FCR) genomen met toepassing van de artikel 18 van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- wettelijk kader ................................................................................................................................. 4 1.
- Europees recht ........................................................................................................................ 4 1.
- Belgisch recht .......................................................................................................................... 7
- Antecedenten ................................................................................................................................ 10
- Consultatie..................................................................................................................................... 11
- Analyse en beoordeling van het voorstel T&C BSP FCR ................................................................ 12
- 4.
- Artikelen 36 en 39 van de E&R NC ........................................................................................ 12 4.
- Overeenstemming met de artikelen 18
(4), 18
(5)en 18
(7)van de EBGL .............................. 12 4.2.1. Artikel 18
(4)van de EBGL .............................................................................................. 12 4.2.2. Artikel 18
(5)van de EBGL .............................................................................................. 12 4.2.3. Artikel 18
(7)van de EBGL .............................................................................................. 13 4.3. Structuur van het BSP-contract voor aFRR ............................................................................ 13 4.4. Overwegingen ....................................................................................................................... 13 4.5. Artikel 1: Voorwerp en toepassingsgebied ........................................................................... 13 4.6. Artikel 2: Implementatieplan ................................................................................................ 14 4.7. Artikel 3: Verwachte effect op de doelstellingen van de Verordening ................................. 14 4.8. Artikel 4: Taal ......................................................................................................................... 14 4.9. Artikel 5: Algemene bepalingen ............................................................................................ 14 4.10. Bijlage: Contract voor de aanbieder van balanceringsdiensten voor de FCR dienst ........ 14 4.10.1. Deel I: Algemene voorwaarden ..................................................................................... 14 4.10.2. Delen 2 en 3: Specifieke voorwaarden en bijlagen ....................................................... 25 Beslissing ....................................................................................................................................... 27 BIJLAGE I ................................................................................................................................................ 28 BIJLAGE II ............................................................................................................................................... 29 BIJLAGE III .............................................................................................................................................. 30 BIJLAGE IV .............................................................................................................................................. 31 BIJLAGE V ............................................................................................................................................... 32 Niet-vertrouwelijk 2/32 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna de “CREG”) onderzoekt, met toepassing van de artikel 18, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: “EBGL”), de goedkeuringsaanvraag van de netbeheerder, Elia Transmission Belgium (hierna “Elia”), ingediend bij de CREG per mail van 30 april 2020, betreffende een voorstel van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten voor Frequentiebegrenzings-reserves (hierna: “T&C BSP FCR”). Aan de mail van 30 april 2020 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Het voorstel van T&C BSP FCR in het Nederlands, Frans en Engels (bijlage I van huidige beslissing); Een informatieve nota in het Engels (bijlage II van huidige beslissing); Het niet-vertrouwelijk consultatieverslag algemene voorwaarden, met inbegrip van alle individuele commentaren, in het Engels (bijlage III van huidige beslissing); Het niet-vertrouwelijk consultatieverslag T&C BSP FCR (met uitzondering van de algemene voorwaarden), met inbegrip van alle individuele commentaren, in het Engels (bijlage IV van huidige beslissing). Per brief van 4 mei 2020 heeft de CREG met toepassing van artikel 22 van het Koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: “FTR”), de Algemene Directie Energie gevraagd een advies te verstrekken over het wijzigingsvoorstel dat Elia bij de CREG heeft ingediend op 30 april 2020 (bijlage V van huidige beslissing). De Algemene Directie Energie heeft van haar voornemen tot het uitbrengen van een advies geen kennis gegeven aan de CREG binnen de 5 werkdagen, zoals het FTR voorschrijft, waardoor zij wordt verondersteld geen advies uit te brengen. Onderhavige beslissing bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk schetst het wettelijk kader. Het tweede hoofdstuk duidt de antecedenten. Het derde hoofdstuk behandelt de consultatie en tot slot het vierde hoofdstuk behandelt het voorstel T&C BSP FCR. Het laatste hoofdstuk heeft de eigenlijke beslissing als voorwerp. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen op 15 mei 2020. Niet-vertrouwelijk 3/32 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. Overeenkomstig artikel 5.4, c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18 ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. De lidstaten kunnen een advies indienen bij de CREG over het voorstel. 2. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt verder dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 3. Overeenkomstig artikel 18.1, a), van de EBGL moet Elia uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de EBGL voor alle programmeringszones van België, een voorstel opstellen betreffende de voorwaarden voor de BSP. 4. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook de regels voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: “E&R NC”) omvatten, alsook de regels voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. 5. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt verder dat elke transmissiesysteembeheerder (hierna: “TSB”) bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BSP's als volgt te werk gaat: “
- a)hij pleegt overleg met de TSB's en DSB's die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
- b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
- c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders (hierna: “DSB's”) en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 6. Overeenkomstig artikel 18.4, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BSP's het volgende: “
- a)bevatten redelijke en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van balanceringsdiensten;
- b)maken het mogelijk verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties elektriciteitsopwekkingsinstallaties te aggregeren in een programmeringszone balanceringsdiensten aan te bieden onder de in lid 5, onder c), vermelde voorwaarden; Niet-vertrouwelijk en om 4/32
- c)stellen eigenaars van verbruikersinstallaties, derde partijen, eigenaars van installaties voor de opwekking van conventionele en hernieuwbare energie en eigenaars van energieopslaginstallaties in staat om BSP's te worden;
- d)schrijven voor dat elke balanceringsenergiebieding van een BSP wordt toegewezen aan één of meer BRP's om de berekening van een onbalans overeenkomstig artikel 49 mogelijk te maken.” 7. Overeenkomstig art 18.5, bevatten de voorwaarden BSP’s ook nog het volgende: “
- a)de regels voor het kwalificatieproces dat moet worden doorlopen om een BSP te worden overeenkomstig artikel 16;
- b)de regels, eisen en termijnen voor de inkoop en overdracht van balanceringscapaciteit overeenkomstig de artikelen 32, 33 en 34;
- c)de regels en voorwaarden om verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties in een programmeringszone samen te voegen teneinde een BSP te worden;
- d)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt tijdens het prekwalificatieproces en de werking van de balanceringsmarkt;
- e)de regels en voorwaarden voor de toewijzing van elke balanceringsenergiebieding van een BSP aan één of meer BRP's overeenkomstig lid 4, onder d);
- f)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt om de verlening van balanceringsdiensten overeenkomstig artikel 154, leden 1 en 8, artikel 158, lid 1, onder e), artikel 158, lid 4, onder b), artikel 161, lid 1, onder f), en artikel 161, lid 4, onder b), van Verordening (EU) 2017/1485 te evalueren;
- g)de definitie van een locatie voor elk standaardproduct en elk specifiek product, rekening houdend met lid 5, onder c);
- h)de regels voor het bepalen van het volume aan balanceringsenergie dat moet worden verrekend met de BSP, overeenkomstig artikel 45;
- i)de regels voor de verrekening van BSP's, overeenkomstig hoofdstukken 2 en 5 van titel V;
- j)een maximumperiode voor de voltooiing van de verrekening van balanceringsenergie met een BSP, overeenkomstig artikel 45, voor elke periode voor onbalansverrekening;
- k)de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden die van toepassing zijn op BSP's.” Niet-vertrouwelijk 5/32 8. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP's of in de voorwaarden voor BRP's: “
- a)de eis dat BSP's informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP's, na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt en de gatesluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP's om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
- c)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP's na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma's gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
- e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
- f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
- g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 9. Aangezien Elia geen centraal dispatchingmodel toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 10. Tot slot, artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toe ziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen nakomen binnen zijn programmeringszone(s). Niet-vertrouwelijk 6/32 1.2. BELGISCH RECHT 11. Het FTR is in werking getreden op 27 april 20191. 12. Voor huidige beslissing zijn volgende bepalingen van het FTR van belang: “Art. 4, § 1 Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; Art. 223. Het geheel van ondersteunende diensten omvat volgende diensten: 1° balanceringsdiensten:
- a)de frequentiebegrenzingsreserves overeenkomstig Titel 5 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL;
- b)de frequentieherstelreserves, met automatische activering en manuele activering overeenkomstig Titel 6 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; 2° de andere ondersteunende diensten:
- a)de regeling van de spanning en van het reactief vermogen;
- b)het congestiebeheer;
- c)de diensten voor herstel waaronder de black-startdienst;
- d)de beschermingsdiensten; 3° elke eventuele andere ondersteunende dienst behorend tot een van de twee categorieën van 1° en 2° die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren en betreffende de goedkeuring van de commissie, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. Art. 224. Dit boek bepaalt de regels betreffende de inrichting en het gebruik van de balanceringsdiensten, zoals gedefinieerd in artikel 2.3 van de Europese richtsnoeren EBGL, waaronder de balanceringsenergie zoals gedefinieerd in artikel 2.4 van de Europese richtsnoeren EBGL en de balanceringscapaciteit zoals gedefinieerd in artikel 2.5 van de Europese richtsnoeren EBGL. De transmissienetbeheerder is gehouden de regels van toepassing op de balanceringsdiensten volgens de bepalingen van dit boek, in toepassing van de Europese richtlijnen SOGL en EBGL. Deze regels worden overlegd aan de commissie, dewelke deze goedkeurt. 1 Gepubliceerd in het B.S. op 29 april 2019 Niet-vertrouwelijk 7/32 Art. 225. De aanbieder van balanceringsdiensten stelt aan de transmissienetbeheerder aanbiedingen van balanceringsenergie ter beschikking overeenkomstig aan de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten. Die modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten worden bepaald door de transmissienetbeheerder krachtens artikel 18.1 en 18.5 van de Europese richtsnoeren EBGL en voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie overeenkomstig artikel 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL en de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit. De aanbiedingen van balanceringsenergie kunnen vooraf het voorwerp hebben uitgemaakt van een reservering van capaciteit door de transmissienetbeheerder bij de aanbieder van balanceringsdiensten overeenkomstig de bepalingen in dit boek en volgens de bepalingen beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op aanbieders van balanceringsdiensten. De aanbieder van balanceringsdiensten sluit met de transmissienetbeheerder één of meerdere overeenkomsten voor balanceringsdiensten af waarin hij zich ertoe verbindt om de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op aanbieders van balanceringsdiensten na te leven. Deze overeenkomsten worden eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie. Art. 226. § 1. De aanbieder van balanceringsdiensten stelt het beschikbare opwaartse of neerwaartse actieve vermogen onder de vorm van aanbiedingen van balanceringsenergie ter beschikking van de transmissienetbeheerder, voor: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid of productiepark in de regelzone bedoeld in artikel 35, § 2, eerste lid, beschouwd als bestaande of nieuwe, overeenkomstig artikel 35, §§ 7 en 8, van het type C of D volgens de classificatie van artikel 35, § 2, derde lid, en waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger is dan of gelijk is aan 25 MW; 2° elk asynchroon opslagpark in de regelzone, beschouwd als bestaand of nieuw overeenkomstig artikel 35, § 9, en van het type C of D overeenkomstig de classificatie van artikel 35, § 4.§ 2. Die verplichting doet geen afbreuk aan het recht voor een aanbieder van balanceringsdiensten om aanbiedingen van balanceringsenergie in te dienen vanuit andere elektriciteitsproductieeenheden en asynchrone opslagparken dan degene bepaald in paragraaf 1, of vanaf verbruikerseenheden op voorwaarde te beantwoorden aan de vereisten zoals beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten en aan de bepalingen van artikel 182 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 3. De aanbieder van balanceringsdiensten is aangeduid door een betrokken netgebruiker volgens de bepalingen voorzien in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten. Wanneer er geen enkele aanbieder voor balanceringsdiensten is aangeduid voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, dan wordt de betrokken netgebruiker automatisch aanbieder van balanceringsdiensten en krijgt hij de verplichting toegewezen om het beschikbare vermogen ter beschikking te stellen van de transmissienetbeheerder zoals bepaald in paragraaf 1. Art. 227. De transmissienetbeheerder ziet toe op de beschikbaarheid van en, in voorkomend geval, op de inwerkingstelling van de balanceringsdiensten: 1° volgens objectieve, transparante en niet-discriminerende procedures, die berusten op de marktregels overeenkomstig artikel 4 van de Europese richtsnoeren EBGL; en 2° overeenkomstig de operationele regels voorzien in dit besluit. Niet-vertrouwelijk 8/32 Art. 228. […] § 3. De transmissienetbeheerder overlegt ter goedkeuring, gelijktijdig met het voorstel bedoeld in artikel 6.3, e), van de Europees richtsnoeren SOGL: 1° na openbare raadpleging, de methodologie om voor elk van de balanceringsdiensten de balanceringscapaciteit te bepalen die bij de aanbieders van balanceringsdiensten moet worden gereserveerd binnen de onevenwichtszone volgens een analyse van de optimale levering zoals beschreven in artikel 32.1 van de Europese richtsnoeren EBGL; en 2° indien de periode van aankoop van balanceringscapaciteit gelijk is aan of langer is dan één jaar, het resultaat van de praktische toepassing van de dimensioneringsregels wordt door de transmissienetbeheerder aan de commissie ter goedkeuring voorgelegd. Voor alle andere periodes van aankoop van balanceringscapaciteit, wordt het resultaat van de praktische toepassing van de dimensioneringsregels door de transmissienetbeheerder onmiddellijk door deze laatste aangemeld bij de commissie. § 4. De transmissienetbeheerder publiceert hiervan de definitieve versie overeenkomstig artikel 20. Art. 229. De transmissienetbeheerder koopt bij de aanbieders van balanceringsdiensten de balanceringscapaciteit via een mededingingsprocedure. […] Art. 230. § 1. De technische specificaties betreffende de beschikbaarheid van de balanceringscapaciteit en de activering van balanceringsenergie voor elk van de reserves bedoeld in de paragrafen 1 en 2 van artikel 228 worden bepaald in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten bedoeld in artikel 225. § 2. Om die specificaties te bepalen houdt de transmissienetbeheerder met name rekening met de technische vereisten net als met de regels betreffende de levering van die diensten overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL. § 3. Meer bepaald: […] 3° de aanbieder van frequentieherstelreserve met manuale activering moet in staat zijn om zijn balanceringsenergie te activeren op vraag van de transmissienetbeheerder. Art. 231. De aanbieder van balanceringsdiensten bij wie de transmissienetbeheerder balanceringscapaciteit heeft gereserveerd, verbindt zich ertoe om aan die laatste gedurende de volledige periode van reservering of gedurende de periode overeengekomen in hun contract, aanbiedingen aan balanceringsenergie ter beschikking te stellen voor een volume dat hoger dan of gelijk is aan de gereserveerde capaciteit en die, in voorkomend geval, te activeren overeenkomstig artikel 230. De aanbieder van balanceringsdiensten bij wie de transmissienetbeheerder balanceringscapaciteit heeft gereserveerd, is ertoe gehouden alles in te zetten om dat capaciteitsniveau aan te houden, en onder meer, in geval van volledige of gedeeltelijke nietbeschikbaarheid van de gereserveerde capaciteit, door een overdracht van zijn verplichtingen tot levering van balanceringscapaciteit aan een andere aanbieder van balanceringsdiensten.” Niet-vertrouwelijk 9/32 2. ANTECEDENTEN 13. Op 18 juni 2018 heeft Elia bij de CREG drie voorstellen van BSP-contracten, zijnde voor FCR, voor aFRR en mFRR ingediend voor goedkeuring. 14. Op vraag van Elia werden de T&C BSP mFRR als eerste behandeld en onderzocht. 15. Bij beslissing (B)2000/2 heeft de CREG op 20 december 2019 het gewijzigd voorstel van T&C BSP mFRR van 3 december 2019 goedgekeurd. 16. Bij beslissing (B)2061 heeft de CREG op 7 mei 2020 het voorstel T&C BSP aFRR van 16 april 2020 goedgekeurd. 17. Per mail van 30 april 2020 heeft Elia een voorstel van T&C BSP FCR ingediend dat het voorstel van 18 juni 2018 vervangt. Voor de levering van FCR-diensten werden wijzigingen aangebracht om te evolueren naar de uitwisseling en inkoop van de 4-uurbalanceringscapaciteitsproducten voor FCR enkel via het regionale platform, de aankoop van het 200mHz FCR product alleen, de evolutie van de providing groups en een nominatie op basis van een portefeuille. Al deze wijzigingen werden in de periode 2018-2019 uitgebreid met de marktpartijen besproken tijdens de vergaderingen van de WG balancing van Elia. In deze mail laat Elia weten dat het de bedoeling is om de T&C BSP FCR, ingediend op 30 april 2020, in werking te laten treden op 1 juli 2020, onder voorbehoud van bevestiging door de FCR cooperation. 18. Verder meldt Elia dat de versie T&C BSP FCR van 30 april 2020 ook rekening houdt met de opmerkingen gemaakt door de CREG in haar beslissing (B)2000 (paragraaf 15 van huidige beslissing). Zo bevat het voorstel T&C BSP FCR nu ook een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstelling van de EBGL. Gelijktijdig werden ook structuurwijzigingen aangebracht. 19. De structuur van het voorstel van de T&C BSP FCR bestaat uit twee delen. Het eerste deel, het hoofddocument bestaat uit de Overwegingen en 5 artikelen. Het tweede deel, genaamd Bijlage Contract voor de BSP voor de FCR-dienst bestaat uit: - Deel 1: De algemene voorwaarden; - Deel 2: Specifieke voorwaarden, onderverdeeld in 9 titels; - Deel 3: 15 bijlagen. 20. Per brief van 4 mei 2020 heeft de CREG met toepassing artikel 22 van het FTR aan de Algemene Directie Energie het recht geboden om advies te verstrekken over het voorstel van Elia met betrekking tot de T&C BSP FCR (bijlage V van huidige beslissing). 21. De Algemene Directie Energie heeft uiterlijk op 11 mei 2020 haar voornemen tot het uitbrengen van een advies niet gemeld aan de CREG en dus wordt zij verondersteld geen advies uit te brengen. Niet-vertrouwelijk 10/32 3. 22. CONSULTATIE Elia heeft twee openbare raadplegingen georganiseerd. 23. Een eerste openbare raadpleging houdt verband met het voorstel T&C BSP FCR van 17 maart tot en met 17 april 2020. 24. 25. Elia heeft 6 niet-vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging, te weten van: - Centrica Business Solutions, (hierna: “CBS”) - Febeg - Febeliec - Flexcity - Next Kraftwerke - Revolta Elia heeft geen vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging. 26. De originele antwoorden betreffende T&C BSP FCR zijn in het consultatieverslag opgenomen (bijlage IV van huidige beslissing). 27. In het consultatieverslag van 30 april 2020 zijn de ontvangen reacties samengevoegd en worden de redenen vermeld waarom de tijdens de raadpleging geuite standpunten al dan niet in overweging zijn genomen door Elia. Elia heeft deze reacties geanalyseerd en verwerkt in het voorstel T&C BSP FCR ingediend bij de CREG op 30 april 2020. 28. Daarnaast heeft Elia een tweede openbare raadpleging georganiseerd betreffende de algemene voorwaarden van toepassing op alle balanceringsdiensten (FCR, aFRR, mFRR), de hersteldiensten (RSP), spanning en reactief vermogen (VSP), en de diensten in verband met congestiebeheer (OPA SA). 29. Deze openbare raadpleging nam plaats van 16 september tot 16 oktober 2019. 30. Elia heeft 2 niet-vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging, te weten van: - Febeliec - Febeg. 31. De originele antwoorden betreffende de algemene voorwaarden zijn in het consultatieverslag, niet-vertrouwelijke versie, met inbegrip van de individuele commentaren opgenomen (bijlage III, van huidige beslissing). 32. Beide openbare raadplegingen georganiseerd door Elia enerzijds van 16 september tot en met 16 oktober 2019 (algemene voorwaarden) en anderzijds van 17 maart 2020 tot en met 17 april 2020 (specifieke voorwaarden BSP FCR) worden door de CREG als effectieve openbare raadplegingen beschouwd aangezien deze raadplegingen op de website van Elia plaatsvonden, gemakkelijk toegankelijk waren vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd waren. Bovendien werd er door Elia onverwijld een mailing gestuurd aan alle op hun website geregistreerde personen. Niet-vertrouwelijk 11/32 33. De duur van beide openbare raadpleging bedroeg telkens 1 maand. Rekening houdende met de aard van de voorgestelde wijzigingen en de vooropgestelde timing is de CREG van oordeel dat de duur van de consultatie voldoende lang was. 34. Artikel 40.2 van het reglement van orde van het directiecomité van de CREG bepaalt dat, indien de betrokken TSB al een effectieve openbare raadpleging heeft georganiseerd, de CREG geen openbare raadpleging moet organiseren over huidige beslissing. 4. ANALYSE EN BEOORDELING VAN HET VOORSTEL T&C BSP FCR 4.1. ARTIKELEN 36 EN 39 VAN DE E&R NC 35. Verwijzend naar paragraaf 4 van huidige beslissing, zal de CREG samen met Elia overleg plegen hoe regels voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36 van de E&R NC en de regels voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig art 39, van de E&R NC geïntegreerd of opgenomen kunnen worden in het BSP-contract. 36. Op datum van 19 september 2019 heeft de CREG bij beslissing (B)1941 het voorstel van Elia betreffende de regels voor de opschorting en het herstel van marktactiviteiten en de specifieke regels voor onbalansverrekening en verrekening van balanceringsenergie in het geval van opschorting van marktactiviteiten, afgekeurd. Elia dient een aangepast voorstel ter goedkeuring in te dienen, na openbare marktraadpleging, dat rekening houdt met de opmerkingen van de CREG in de voornoemde beslissing. Pas nadien zullen deze regels, in overeenstemming met paragraaf 4 van huidige beslissing, opgenomen moeten worden in de T&C BSP FCR. 4.2. OVEREENSTEMMING MET DE ARTIKELEN 18
(4), 18
(5)EN 18
(7)VAN DE EBGL 4.2.1. Artikel 18
(4)van de EBGL 37. Artikel 18
(4), a), van de EBGL bepaalt dat de voorwaarden voor BSP's redelijke en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van balanceringsdiensten bevatten. Dit algemeen principe zal de CREG toepassen op het geheel van het BSP-contract voor FCR. 38. Het voorstel is verder in overeenstemming met de inhoud van dit artikel. 4.2.2. Artikel 18
(5)van de EBGL 39. Voor punt (
- a)stelt de CREG vast dat het voorstel verwijst naar het CIPU-contract, waarvan de huidige versie niet ter goedkeuring aan de CREG werd voorgelegd. Ze merkt echter op dat deze referenties betrekking hebben op grootheden die gekoppeld zijn aan de technische eenheden betreffende DPSU-punten en niet op bijkomende regels. In die zin aanvaardt de CREG het gebruik van deze referenties. Niet-vertrouwelijk 12/32 De CREG stelt vast dat punt (
- b)in het voorstel aan bod komt, onder meer in artikels II.7 en II.8, en bijlagen 7 en 8. De CREG stelt vast dat voor punt (
- c)het begrip van aggregatie impliciet wordt behandeld, onder meer via de begrippen van leveringspunten 'DPSU' en 'DPPG', evenals door het begrip 'pool'. De CREG stelt vast dat punt (
- d)in het voorstel aan bod komt, onder meer in art. II.11, en bijlagen 6 en 9. De CREG stelt vast dat punt (
- e)in het voorstel aan bod komt, onder meer in artikel II.3. De CREG is van mening dat de uitvoering van punt (
- f)aan bod komt in artikel II.11 en bijlagen 9 en 10 van het voorstel. Bovendien wordt het begrip 'best effort' op afdoende wijze in het consultatieverslag ingeleid en gemotiveerd. De CREG stelt vast dat punt (
- g)in het voorstel niet aan bod komt, omdat de standaardproducten en specifieke producten nog niet gedefinieerd worden. De CREG stelt vast dat punt (
- h)in het voorstel aan bod komt, onder meer onder titel 7 en de bijlagen 12 tot 14. Voor punt (
- i)stelt de CREG vast dat deze elementen in het voorstel worden aangehaald, onder meer onder titel 7 en in bijlagen 13 en 14. De CREG stelt vast dat punt (
- j)in het voorstel aan bod komt, onder meer in artikelen I.5.2 en II.16. De CREG stelt vast dat punt (
- k)in het voorstel aan bod komt, onder meer in artikel II.15 en bijlage 13. 4.2.3. Artikel 18
(7)van de EBGL 40. De CREG stelt vast dat geen enkel punt van artikel 18
(7)over de BSP’s van toepassing is op de FCR, in het bijzonder omdat de activeringsprijs van de FCR nul is. 4.3. STRUCTUUR VAN HET BSP-CONTRACT VOOR AFRR 41. Zoals uiteengezet in paragraaf 19 van huidige beslissing is het voorstel van T&C BSP FCR opgedeeld in 3 delen. 42. De CREG analyseert hierna de T&C BSP FCR overeenkomstig deze structuur. 4.4. 43. OVERWEGINGEN De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de overwegingen goed. 4.5. 44. ARTIKEL 1: VOORWERP EN TOEPASSINGSGEBIED De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg artikel 1 goed. Niet-vertrouwelijk 13/32 4.6. ARTIKEL 2: IMPLEMENTATIEPLAN 45. De CREG verwijst naar de paragraaf 17 van huidige beslissing. 4.7. 46. ARTIKEL 3: VERWACHTE EFFECT OP DE DOELSTELLINGEN VAN DE VERORDENING De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg artikel 3 goed. 4.8. ARTIKEL 4: TAAL 47. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg artikel 4 goed. 4.9. ARTIKEL 5: ALGEMENE BEPALINGEN 48. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg artikel 5 goed. 4.10. BIJLAGE: CONTRACT VOOR DE AANBIEDER BALANCERINGSDIENSTEN VOOR DE FCR DIENST 4.10.1. Deel I: Algemene voorwaarden 4.10.1.1. Voorafgaand: VAN 49. In dit deel onderzoekt de CREG de antwoorden van de marktspelers op de consultatie die Elia heeft georganiseerd betreffende de ‘algemene voorwaarden’ evenals het standpunt van Elia met betrekking tot deze antwoorden. Enkel de antwoorden van de marktspelers waarvoor de CREG het niet eens is met het standpunt en de motivering van Elia zijn opgenomen in huidige beslissing. 50. Elia heeft van 16 september tot 16 oktober 2019 een raadpleging georganiseerd over de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de contracten voor: 51. - de balanceringsdiensten (BSP – “Balance Service Provider” / aanbieder van balanceringsdiensten voor FCR – “Frequency Containment Reserve” / frequentiebegrenzingsreserves, aFFR – “automatic Frequency Restoration Reserve” / automatische frequentieherstelreserves en mFRR – “manual Frequency Restoration Reserve” / manuele frequentieherstelreserves); - de hersteldiensten (RSP – “Restoration Service Provider” /aanbieder van hersteldiensten); - voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen (VSP – “Voltage Service Provider” / aanbieder van spanningsdiensten) en; - de diensten gerelateerd aan congestiebeheer (SA – “Scheduling Agent” / programmeringsagent en OPA – “Outage Planning Agent” / agent voor de snijdingsplanning). Elia heeft deze raadpleging uitgevoerd met toepassing van: Niet-vertrouwelijk 14/32 - Artikel 18, van de EBGL (voorwaarden voor balancering) wat betreft de contracten voor de balanceringsdiensten; - Artikel 4, van de E&R NC (regelgevingsaspecten), wat betreft het contract van de hersteldiensten; - Artikel 234, van het FTR (ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning ) wat betreft het contract voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen, en - De artikelen 46 (Uitwisseling van prognosegegevens), 49 (Uitwisseling van prognosegegevens) en 52 (Gegevensuitwisseling tussen TSB's en transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties) van de Verordening (EU) 2017/1485 tot vaststelling van een netcode voor het beheer van het elektriciteitstransmissienet (hierna: “SO GL”) en de artikelen 244 (Verplichtingen betreffende de niet-beschikbaarheidsplanning), 246 tot 252 (Programmering van productie of verbruik van een elektrische installatie en beschikbaarstelling van beschikbaar vermogen en Bijzondere bepalingen bij het beheer), van het FTR voor wat betreft de diensten gerelateerd aan congestiebeheer. 52. Febeliec laat algemeen opmerken dat het voor haar onmogelijk is om over het Deel “algemene voorwaarden” een duidelijk standpunt in te nemen omdat tijdens de periode van de raadpleging daarover, de inhoud van alle contracten waarop deze zouden worden toegepast nog niet gekend zijn. Zelfs voor de diensten waarvoor raadplegingen lopende zijn, zijn de finale teksten van de T&Cs nog niet gekend en kunnen verschillen vereist zijn, zeker nu bepaalde van deze diensten door de netgebruiker verplichtend moeten worden geleverd, terwijl andere diensten vrijblijvend zijn. 53. Elia antwoordt in het raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat zij de bezorgdheid van Febeliec op het vlak van de afzonderlijke raadpleging van de verschillende delen van eenzelfde contract begrijpt, maar benadrukt dat: - de procedure werd besproken met de CREG, om de consistentie tussen de algemene voorwaarden voor alle T&Cs te waarborgen; - de algemene voorwaarden de facto algemeen van aard zijn en op zichzelf geanalyseerd kunnen worden, vooral aangezien de algemene aard van de diensten gekend is zodat de relatie tussen de algemene en specifieke voorwaarden kan worden ingeschat; - een differentiatie tussen de algemene voorwaarden per T&C niet uitgesloten is indien de noodzaak daartoe wordt geïdentificeerd. Alle wijzigingen van de algemene voorwaarden zullen steeds ter raadpleging aan de stakeholders worden voorgelegd en een goedkeuringsprocedure bij de regulator volgen. - een eerste versie van alle T&Cs met uitzondering van de T&C VSP, reeds ter raadpleging is voorgelegd zodoende dat er een zicht is op de inhoud van de contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen gelden. 54. Het is inderdaad op vraag van de CREG om, voor wat betreft de algemene voorwaarden van de typeovereenkomsten voor ondersteunende diensten, deze zoveel als mogelijk te harmoniseren. Dit neemt niet weg dat wanneer verschillen zich opdringen en deze gerechtvaardigd zijn, daarvan kan worden afgeweken. Elia kan dit voorstellen na raadpleging van de marktpartijen en indien er volgens de CREG ten onrechte niet wordt gedifferentieerd, kan de CREG hierop wijzen. 55. Huidige beslissing analyseert de algemene voorwaarden enkel in het licht van het contract BSP FCR. De goedkeuring van de algemene voorwaarden is dan ook beperkt tot de toepassing ervan in het kader van het contract BSP FCR. Dit betekent dat de CREG voor ieder van de contracten bedoeld in Niet-vertrouwelijk 15/32 paragraaf 50 van huidige beslissing, zij de algemene voorwaarden zal analyseren in het licht van de desbetreffende ondersteunende dienst. Voorgaande neemt niet weg dat de CREG streeft naar een maximale uniformiseren van de algemene voorwaarden voor ieder type van ondersteunende dienst. 56. De CREG laat gelden dat het contract BSP voor de FCR-dienst één en ondeelbaar is, t.t.z. tussen deel 1 “algemene voorwaarden”, deel 2 “bijzondere voorwaarden” en de “Bijlagen” bestaat geen rangorde. Artikel 4, van het FTR is duidelijk: de CREG keurt het geheel goed. 4.10.1.2. Artikel I.1: definities 57. De term “Dienstenaanbieder”, met hoofdletter gebruikt in de contractreferentie en in de overwegingen die daarop volgen, is niet gedefinieerd. Wordt daarentegen wel gedefinieerd “Dienstverlener”. 58. Elia wordt uitgenodigd om één enkele term te gebruiken. Het is onnodig complex om de begrippen “Dienstenaanbieder” en “Dienstverlener” naast elkaar te behouden. 59. In casu wordt met “Dienstenaanbieder” en “Dienstverlener” bedoeld de BSP. 60. Febeliec merkt op dat artikel I.1 verwijst naar de definities die gebruikt worden zowel in de federale als in de regionale energiewetgeving en in de technische reglementen als in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, terwijl er geen consistentie bestaat tussen deze definities, wat resulteert in het feit dat het niet duidelijk is hoe een bepaalde term, waarvoor meerdere nietconsistente definities bestaan, zal begrepen moeten worden in het kader van het BSP-contract. 61. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat de verwijzing naar het wettelijk kader bedoeld is voor definities die geen preciseringen vragen in het BSP-contract en dat definities die wel preciseringen vragen opgenomen zijn in de definitielijst van artikel I.1 teneinde elke contradictie met bestaande wetgeving te vermijden. Elia voegt toe dat ook in de specifieke voorwaarden definities worden opgelijst. 62. De CREG kan de redenering van Elia volgen. Indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het BSP-contract, dient de typeovereenkomst zo nodig te worden aangepast. De User’s Group van Elia is een goed forum om dergelijke zaken te bespreken met de marktpartijen in aanloop van een eventuele procedure tot wijziging van de typeovereenkomst. 63. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Directe Schade” een verwijzing wordt gemaakt naar zowel contractbreuk als fout, waar enkel de niet-naleving van een contractuele verplichting relevant lijkt te zijn voor een contractuele aansprakelijkheid. 64. Elia heeft de definitie van “Directe Schade” aangepast alsook het begin van artikel I.6.2 van de algemene voorwaarden, teneinde te preciseren dat het moet gaan om schade die het rechtstreeks en onmiddellijk een gevolg is van een contractuele inbreuk en/of een fout in het kader van of naar aanleiding van de uitvoering van het BSP-contract, op welke grond dan ook (contractueel of buitencontractueel). 65. De CREG kan de voorgestelde definitie voor “Directe Schade” aanvaarden. Het begrip directe schade verwijst dat enkel dit type van schade vergoed zal worden zowel in het kader van contractuele aansprakelijkheid, als in het kader van buitencontractuele aansprakelijkheid. Het is in beginsel ook toegelaten om bepalingen omtrent de buitencontractuele aansprakelijkheid van partijen op te nemen in een contract. Van belang is alleszins dat de aansprakelijkheidsbepalingen een wederzijds karakter hebben. Niet-vertrouwelijk 16/32 66. Aangezien de eerste zin van artikel I.6.2 van de algemene voorwaarden naar aanleiding van de opmerking van Febeliec in feite een onnodige en bovendien niet letterlijke herhaling bleek in te houden van de definitie van “Directe Schade”, werd deze zin in het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 duidelijkheidshalve geherformuleerd als volgt: “De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade”. 67. De CREG treedt deze wijziging bij. 68. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Indirecte Schade” wordt verwezen naar onder andere “elke gebeurlijke schade”, “elk verlies of nadeel”, wat veel te ruim is aangezien het elke mogelijke schade beoogt en niet alleen onrechtstreeks schade of gevolgschade. 69. Elia stelt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat ze de definitie van “Indirecte Schade” aangepast heeft als volgt: “Elke onrechtstreekse schade of gevolgschade, zoals maar niet beperkt tot, verlies van inkomen, gederfde winsten, verlies van gegevens, verlies van zakelijke opportuniteiten, verlies van (toekomstige) cliënten, gemiste besparingen” [vrije vertaling]. Elia stelt dat deze definitie algemeen aanvaard is en veel wordt gebruikt. 70. In de Franstalige versie van het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 werden deze aanpassingen doorgevoerd in deze. Dit is evenwel niet helemaal het geval in de Nederlandstalige versie van het aangepaste voorstel. In de definitie van “Indirecte Schade” blijven de termen “elk verlies of nadeel” en “enz.” behouden. 71. Per brief van 23 april 2020 heeft Elia deze materiele fout recht gezet door een nieuwe Nederlandse versie T&C BSP aFRR mede te delen aan de CREG. Deze Nederlandse versie vervangt de Nederlandse versie door Elia ingediend per brief van 16 april 2020 en werd bij beslissing (B)2061 van 7 mei 2020 door de CREG goedgekeurd (paragraaf 16 van huidige beslissing). 4.10.1.3. Artikel I.2: Omvang van de diensten en opbouw van het contract 72. Artikel I.2.1 van de Algemene voorwaarden betreft de draagwijdte van de ondersteunende diensten. Het voorziet dat de dienstverlener, in casu BSP, door de ondertekening van het BSP-contract, zich engageert om de dienst(
- en)te verstrekken in overeenstemming met de algemene en de specifieke voorwaarden. Daarnaast wordt bepaald dat het contract tussen partijen de wederzijdse rechten en verplichtingen bevat met betrekking tot de aankoop door Elia bij de dienstverlener, in casu BSP en de eventuele levering van de dienst(
- en)door de dienstverlener, in casu OPA aan Elia, aangevuld met eventuele bijlagen. 73. Febeliec merkt op dat in artikel I.2.1 een onderscheid gemaakt moet worden tussen verplichte en vrijwillig verstrekte diensten. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat artikel I.2.1 de rechten en verplichtingen bevat in de context van het OPA-contract. Voor verplichte diensten – waar de deelname aan de dienst wordt voorzien in het wettelijk kader- moet ook nog een contract worden ondertekend en dit gaat breder dan de wettelijke plicht tot deelname. Artikel I.2.1 is daarom in elk geval van toepassing, stelt Elia. 74. De CREG ziet geen probleem in de formulering van artikel I.2.1. Ongeacht of het gaat om verplichte als vrijwillig verstrekte diensten, worden deze diensten geleverd worden aan de hand van de modaliteiten voorzien in de typeovereenkomst, meer bepaald, naast de algemene voorwaarden, de specifieke voorwaarden. In beide gevallen komt een contract met Elia tot stand. In geval van een verplichte dienst, zal de term “eventuele” vóór “levering” in artikel I.2.1, tweede lid, van de algemene voorwaarden weliswaar geen betekenis hebben, aangezien de levering van de dienst verplichtend is. Niet-vertrouwelijk 17/32 75. De CREG stelt weliswaar vast dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van artikel I.2.1, tweede lid, niet volledig identiek zijn. De woorden “aangevuld met eventuele bijlagen” komen niet voor in de Franstalige versie (en ook reeds niet in de versies waarover een openbare raadpleging werd gehouden). 76. De CREG vraagt derhalve dat alvorens de algemene voorwaarden in werking kunnen treden, Elia ervoor dient te zorgen dat beide taalversies op redactioneel vlak identiek zijn en dat het aan Elia toekomt om daarop toe te zien. 77. Febeliec merkt nog op dat bepaalde verwijzingen die gebeuren in artikelen naar andere delen van het contract onduidelijk zijn, zoals bv. In artikel I.2.2 en artikel I.4.1. 78. Elia stelt de nodige verduidelijkingen te hebben aangebracht in de bijlagen van het contract. 4.10.1.4. Artikel I.4 Inwerkingtreding en duur van dit Contract 79. Febeliec vraagt of het zinvol zou zijn om de mogelijkheid te voorzien dat het contract in werking treedt op een ander tijdstip dan het moment van ondertekening door de partijen, bv. door de toevoeging “behoudens indien uitdrukkelijk anders is overeengekomen in de Bijzondere Voorwaarden”. 80. Elia gaat met deze opmerking akkoord en heeft in de tweede alinea van artikel I.4.1 een zin toegevoegd, dat luidt als volgt “Dit doet geen afbreuk aan het feit dat Deel II een latere startdatum mag voorzien voor bepaalde Diensten.” Ook werd de eerste zin ook aangevuld met “aangevuld met eventuele bijlagen”. 81. De CREG is van oordeel dat deze toevoegingen voldoende gevolg geven aan de opmerking van Febeliec. 82. Artikel I.4.2 bepaalt dat de duur van het contract, onverminderd artikel I.11 en de toepasselijke wetgeving en reglementering, wordt vermeld in deel II over de specifieke voorwaarden. Dit is begrijpelijk, aangezien dit inderdaad kan verschillen van dienst tot dienst. 83. In artikel II.18, specifieke voorwaarden wordt bepaald dat het BSP Contract FCR is afgesloten voor bepaalde duur en zal een einde nemen op 31/12/2021. Artikel I.6.1: Aansprakelijkheid: algemene principes 84. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat de levering van de diensten door de dienstverlener in casu BSP FCR, een middelenverbintenis is, behoudens indien in de typeovereenkomst uitdrukkelijk een resultaatsverbintenis is opgenomen, zoals wat betreft de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen (artikel I.5 en I.8 van de algemene voorwaarden en art II.23 van de specifieke voorwaarden). 85. Febeliec merkt op dat dit artikel niet goed geschreven lijkt te zijn (bv. artikel I.6.2; de vele verwijzingen naar “boetesysteem”, “boetes” terwijl aansprakelijkheden en boetes totaal verschillende concepten zijn enz.) en het in ieder geval zeer moeilijk te valideren is bij gebrek aan kennis van de inhoud van de verschillende typeovereenkomsten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen worden gebruikt (bv. de bijzonderheden betreffende de vergoedingsplafonds die beperkt zijn per contract, maar die een meer uitvoerige herziening kunnen vergen indien alle balanceringsdiensten zouden worden gebundeld in één enkel contract). 86. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat aansprakelijkheden en boetes inderdaad twee zeer verschillende concepten zijn en dat boetes inderdaad bepaald worden in Niet-vertrouwelijk 18/32 andere delen van het contract. Behoudens vergissing, stelt de CREG vast dat nergens in de T&C BSP FCR sprake is van boetes, toch niet in de Nederlandse versie. In de Franse versie wordt het woord penaliteiten gebruikt, wat verder uitgewerkt is in artikel II.17, van de specifieke voorwaarden. 87. Verder stelt Elia in haar consultatieverslag dat de verwijzing naar specifieke plafonds in geval van boetes werd geschrapt uit dit artikel. In geval van een herziening van het contract (of de sectie aansprakelijkheid) zal deze vanzelfsprekend opnieuw het voorwerp uitmaken van een openbare raadpleging, besluit Elia. 88. Ingevolge deze opmerking van Febeliec en op vraag van de CREG heeft Elia de laatste zin van artikel I.6.4 geschrapt. Deze zin had betrekking op plafonds in geval van boetes en hoorde inderdaad niet thuis onder de hoofding “aansprakelijkheid”. 89. De verwijzing in artikel I.6.1 naar “en onverminderd de toepassing van een door het Contract voorzien boetesysteem” leidt ook tot verwarring daar nergens in de T&C BSP FCR sprake is van een “boetesysteem”. Opnieuw in de Franse versie wordt gesproken over een systeem van penaliteiten. 90. De CREG raadt Elia aan om artikel I.6 van de algemene voorwaarden af te stemmen op artikel II.15 van de specifieke voorwaarden en een coherent woordgebruik te hanteren. 4.10.1.5. Artikel I.7.1: Noodsituatie 91. Febeliec merkt op dat het artikel over noodsituatie en overmacht een grondige herziening vergt. Febeliec stelt vast dat Elia hier dezelfde tekst heeft geïntroduceerd die zij had voorgesteld voor het nieuw FTR, tekst die verworpen werd in de van kracht geworden versie FTR. 92. Febeliec dringt aan bij Elia om op zijn minst de sectie betreffende overmacht te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over dit topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen (bv. de opname van een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen daarvan als overmacht). 93. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat artikel I.7.3 bevestigt dat een situatie, teneinde als overmacht beschouwd te kunnen worden, de voorwaarden zoals bepaald in artikel I.7.3, tweede alinea, moet respecteren. Elia bevestigt dat de afdeling over overmacht werd afgestemd op de toepasselijke rechtspraak en doctrine. 94. In het kader van het BSP-contract deelt de CREG de mening van Febeliec dat het artikel over noodsituatie en overmacht een grondige herziening vergt en dit weliswaar om andere redenen, met name er een duidelijk verschil bestaat tussen enerzijds ‘noodsituatie’ en ‘overmacht’ en anderzijds ‘noodtoestand’. 95. Voor noodsituatie zegt het FTR, in artikel 219, §4, 5° dat: “De overeenkomst van evenwichtsverantwoordelijke bevat ten minste de volgende elementen: 5° de algemene maatregelen die de evenwichtsverantwoordelijke in een noodsituatie moet nemen;”. 96. M.a.w. in de overeenkomst van de evenwichtsverantwoordelijke, of het BRP contract zullen algemene maatregelen aanwezig moeten zijn die de BRP in het kader van een noodsituatie dient te nemen. 97. In het raam van deze beslissing worden evenwel de algemene voorwaarden getoetst aan de diensten die de BSP levert aan Elia, volgens de bepalingen voorzien in het BSP-contract, meer bepaald Deel II, specifieke voorwaarden. Niet-vertrouwelijk 19/32 98. De CREG verwijst ook naar artikel 72, van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: “CACM GL”), dat in artikel 72.1 zegt: “In het geval van overmacht of een noodsituatie als bedoeld in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009, waarbij de TSB snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, heeft elke TSB het recht om de toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit te verminderen. In alle gevallen wordt een dergelijke vermindering op gecoördineerde wijze ten uitvoer gelegd na contactopname met alle direct betrokken TSB's.” 99. Artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009 (vandaag artikel 16.2, van de Verordening Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: “Verordening (EU) 2019/943”)) bepaalt: “Procedures om transacties te beperken worden slechts toegepast in noodsituaties, met name wanneer de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is. Dergelijke procedures worden op niet-discriminerende wijze toegepast. Behoudens in geval van overmacht worden marktdeelnemers met een capaciteitstoewijzing voor zo'n eventuele beperking vergoed.” 100. Het samen lezen van artikel 72.1 CACM GL en artikel 16.2, Verordening (EU) 714/2019 (of Verordening (EU) 2019/943) houdt in dat noodsituatie een situatie is waarbij redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is en de TSB snel moet optreden door de toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit te verminderen. 101. Uit wat voorafgaat moet dus besloten worden dat volgens de vigerende nationale wetgeving noodsituatie enkel toepassing vindt in het kader van het BRP-contract en dat volgens de vigerende Europese wetgeving noodsituatie toepassing vindt in het kader van toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit. 102. De vraag die zich stelt, is te weten in welke mate aan een BSP zoneoverschrijdende capaciteit kan worden toegewezen die Elia in geval van een noodsituatie mag verminderen? 103. De CREG is van oordeel dat artikel I.7.1 geen toepassing vindt in het BSP-contract, temeer dat in Deel II specifieke voorwaarden van het BSP-contract geen maatregelen hiervoor zijn uitgewerkt. Bijgevolg, dient deze bepaling geschrapt te worden om elke verwarring te vermijden. 104. Voor Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand, bevat artikel I.7.2 van de algemene voorwaarden bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. 105. De termen ‘Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand’ verwijzen naar de vier fases waarin een transmissiesysteem zich kan bevinden overeenkomstig artikel 18, van de SO GL. 106. De SO GL bevat tal van verplichtingen die de TSB’s moeten naleven in het kader van deze vier fases. 107. De verwijzing naar artikel 72 van de CACM GL, met inbegrip van artikel 16.2, van de Verordening (EU) 714/2019 (of Verordening (EU) 2019/943), in voetnoot 1 van artikel I.7.2, van de algemene voorwaarden, is een in artikel 22.1, i), van de SO GL remediërende maatregel, zijnde: “ Elke TSB gebruikt de volgende categorieën van remediërende maatregelen:
- i)de reeds toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit beperken overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009; in een noodsituatie waarin het gebruik van die capaciteit de operationele veiligheid in gevaar brengt en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, stemmen alle TSB's bij een bepaalde interconnector in met een dergelijke aanpassing”. 108. Voor wat betreft de vigerende nationale wetgeving kan verwezen worden naar de artikelen 1213 en 14 van het FTR, artikel 169, 7° (aansluitingsovereenkomst), artikel 191, 5° (toegangscontract), Niet-vertrouwelijk 20/32 199 (rechten en verantwoordelijkheden van de evenwichtsverantwoordelijke of BRP en de TSO of Elia) en artikel 219, §4, 4°, van het FRT dat bepaalt: “De overeenkomst van evenwichtsverantwoordelijke bevat ten minste de volgende elementen: 4° de algemene maatregelen die de medecontractant dient te nemen wanneer hij zich bevindt in een alarmtoestand, noodtoestand, black-outtoestand of hersteltoestand; evenals de gevolgen ervan voor de verplichtingen die voortvloeien uit het contract van evenwichtsverantwoordelijke”. 109. M.a.w. zoals voor noodsituatie, moet ook voor noodtoestand in het BRP-contract maatregelen worden opgenomen wanneer de medecontractant zich in een alarm- nood-, black-out- en hersteltoestand bevindt, naast de verplichtingen die Elia dient na te leven overeenkomstig de SO GL. 110. De CREG komt bijgevolg tot een zelfde besluit als gesteld in paragraaf 103 van huidige beslissing betreffende artikel I.7.2. 111. De CREG stelt vast dat in deel II van de specifieke voorwaarden van het BSP-contract geen maatregelen zijn uitgeschreven die de BSP zou moeten nemen in geval van Alarm-, nood-, black-outen hersteltoestand, noch maatregelen die Elia dient te nemen in het kader van de SO GL. 112. Inzake overmacht, bedoeld in artikel I.7.3., vraagt Febeliec om de definitie van ‘overmacht’ te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over dit topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen. 113. In haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 stelt Elia dat zij de definitie van overmacht heeft gealigneerd op de definitie van overmacht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, 45°, van de CACM GL. 114. De CREG laat opmerken dat in het FTR het begrip overmacht niet meer is opgenomen. De definitie overmacht, zoals gekend in de CACM GL, heeft als doelstelling dat wanneer een noodsituatie als overmacht aanvaard wordt, dit voor gevolg heeft dat geen vergoeding verschuldigd is ingevolge de capaciteitswijziging. 115. De verwijzing naar de definitie in de CACM GL is dus een ongelukkige verwijzing. 116. Niettemin is de CREG van oordeel dat artikel I.7.3 in het BSP-contract behouden mag blijven voor zover de toetsing of een gebeurtenis wel of geen overmacht is geen gebeurtenis is dat gekwalificeerd kan worden als noodsituatie of een alarm- nood-, black-out- en hersteltoestand. 117. Een andere bezorgdheid van de CREG is dat situaties al te gemakkelijk als overmacht zouden kunnen worden aanzien door deze op te lijsten in de typeovereenkomst. Op vraag van de CREG, heeft Elia hieraan uitdrukkelijk toegevoegd dat elke situatie die wordt opgelijst slechts een geval van overmacht kan uitmaken indien voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in de tweede alinea van artikel I.7.3. Er zal steeds ook een rechterlijke controle mogelijk zijn indien een partij niet akkoord gaat met het inroepen van overmacht door de andere partij. 118. Artikel I.7.3, vierde lid, eerste zin, van de Algemene voorwaarden werd geschrapt omdat deze een overbodige herhaling vormde van de tweede zin van dit artikel. 119. Febeg merkt op dat de definitie van de term overmacht zou moeten worden aangevuld met de woorden “of zou gebeurd zijn indien geen maatregelen werden genomen die de uitvoering van de verplichtingen van de Partij onder dit Contract verhinderen” en dat op p. 10, eerste puntje, de woorden “of de installaties van de Dienstverlener” zouden moeten worden toegevoegd vanuit het oogpunt van wederkerigheid. Aan de tweede opmerking van Febeg heeft Elia gevolg gegeven. 120. De eerste opmerking is volgens Elia niet gerechtvaardigd aangezien er geen sprake kan zijn van overmacht indien controle over de situatie nog steeds mogelijk is (cf. raadplegingsrapport van 3 Niet-vertrouwelijk 21/32 december 2019). Een situatie van overmacht kan als dusdanig slechts worden gekwalificeerd, indien de situatie daadwerkelijk plaatsvindt. 121. De CREG kan deze redenering van Elia volgen. 4.10.1.6. Artikel I.8: Vertrouwelijkheid 122. Febeliec maakt volgens de CREG een terechte opmerking bij artikel I.8.1, derde streepje, nl. dat Elia gemakkelijk meent vertrouwelijke informatie te kunnen delen met “andere netbeheerders of in het kader van contracten en/of regels met buitenlandse netbeheerders” wat de mogelijkheid tot oneigenlijke toe-eigening van vertrouwelijke informatie creëert en alleen zou mogen kunnen indien dit essentieel is en in zoverre deze informatie niet anoniem kan worden gemaakt. 123. Met toepassing van het derde streepje van de versie van de algemene voorwaarden die in de openbare raadpleging werd voorgelegd, kon vertrouwelijke informatie inderdaad zonder meer gedeeld worden met andere netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra “in overleg met hen” of “in het kader van contracten en/of regels met hen”. Dat de buitenlandse netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra dezelfde graad van vertrouwelijkheid moeten respecteren, houdt weinig tot geen garantie in, aangezien zij dus ook zeer gemakkelijk alle vertrouwelijke info opnieuw kunnen doorspelen “in het kader van contracten” met andere TSOs. 124. Om aan de bezorgdheid van Febeliec inzake het derde streepje van artikel I.8 tegemoet te komen, heeft Elia dit als volgt gewijzigd: “wat Elia betreft, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders of regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra, voor zover als noodzakelijk en wanneer anonimiseren niet mogelijk is en voor zover de ontvanger van deze informatie zich ertoe verbindt aan de informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als Elia;”. 125. De CREG heeft geen bezwaren meer, mede gelet op het feit dat in tal van Europese netwerkcodes er verplichtingen aan de transmissiesysteembeheerders wordt opgelegd om informatie te delen. Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar artikel 12, van de SO GL, dat in lid 1 onder meer zegt: “Alle uit hoofde van deze verordening ontvangen, uitgewisselde of doorgegeven vertrouwelijke informatie valt onder de in de leden 2, 3 en 4 neergelegde voorwaarden inzake het beroepsgeheim”. Het is dan ook in het kader van de wettelijke verplichtingen dat de informatieuitwisseling met andere TSOs, regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra moet gezien worden. 126. Verder merkt Febeliec op dat het woord “afgesloten” in artikel I.8.4 beter wordt vervangen door “beëindigde” aangezien het verwarrend is. 127. Ingevolge de opmerking van Febeliec heeft Elia besloten de betrokken zinsnede te schrappen. 128. De CREG besluit uit het aangepaste voorstel van Elia van 16 januari 2020 dat de vertrouwelijkheidsverplichtingen van kracht zijn tijdens de hele duur van het contract tot vijf jaar na de beëindiging ervan. De CREG kan zich daarin vinden. Niet-vertrouwelijk 22/32 4.10.1.7. Artikel I.10: Herziening 129. De tekst van artikel I.10.1 die werd voorgelegd in de openbare raadpleging bevat bepalingen inzake de beëindiging van het contract in geval van wijzigingen ervan met beduidende impact op het contractueel evenwicht. 130. Febeliec merkt op dat het bewijs van een beduidend impact op het contractueel evenwicht na wijziging van de T&C BSP niet aanvaardbaar is. Als dienstverlener moet de BSP na wijziging van de T&C BSP steeds het recht hebben om uit het BSP-contract te stappen. 131. Elia treedt de opmerking van Febeliec bij en heeft de woorden van een beduidend impact geschrapt in het voorstel ingediend op 16 januari 2020. 132. De CREG heeft hierop verder geen opmerkingen. 133. Betreffende de opmerking van Febeliec inzake de te volgen procedures in geval van wijziging van goedgekeurde T&C BSP, antwoordt Elia terecht in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat dit de procedures zijn die Elia zal volgen zoals deze in de Europese netwerkcodes en het FTR zijn beschreven. 134. Febeg merkt op dat de inwerkingtreding van de wijzigingen niet eerder zou mogen plaatsvinden dan 30 dagen (in plaats van 14) na de betekening ervan aan de dienstverlener. 135. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de termijn van 14 dagen in lijn is met andere gereguleerde contracten en dit het einde is van de wijzigingsprocedure, na openbare raadpleging en goedkeuring door de regulator. 136. De CREG acht de termijn van 14 dagen een redelijke termijn, aangezien de wijzigingen niet onaangekondigd komen gelet op de wettelijk te volgen wijzigingsprocedure door Elia. 137. Febeg is van mening dat de hardship clausule die vroeger van kracht was maar nu ontbreekt aan het contract zou moeten worden toegevoegd. 138. Wat betreft een hardship clausule stelt Elia dat de T&Cs nu gereguleerd zijn en verwijst naar artikel I.10. Elia stelt dat de beëindiging van het contract ook bepaald wordt in de bijzondere voorwaarden. 139. De hardship clausule impliceert dat door onvoorzienbare omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de partijen, de verdere uitvoering van het contract fundamenteel moeilijk is geworden, met name het contractueel evenwicht dusdanig aangetast is geworden dat de benadeelde partij onder deze omstandigheden niet gecontracteerd zou hebben. Hardship leunt dus erg dicht aan bij wat verstaan wordt onder imprevisie in het Belgische recht. 140. Het Hof van Cassatie is een trouwe aanhanger van het “pacta sunt servanda” principe. In zijn arresten van 19 mei 1921 en 30 oktober 1924 poneerde het Hof het “pacta sunt servanda” principe uitdrukkelijk, waardoor het impliciet de imprevisieleer naast zich neerlegde. Ook recent verwierp het Hof van Cassatie de imprevisieleer nog. 141. In het kader hiervan is het belangrijk te wijzen naar artikel 226, §3, van het FTR dat zegt: “De aanbieder van balanceringsdiensten is aangeduid door een betrokken netgebruiker volgens de bepalingen voorzien in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten. Wanneer er geen enkele aanbieder voor balanceringsdiensten is aangeduid voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, dan wordt de betrokken netgebruiker automatisch aanbieder Niet-vertrouwelijk 23/32 van balanceringsdiensten en krijgt hij de verplichting toegewezen om het beschikbare vermogen ter beschikking te stellen van de transmissienetbeheerder zoals bepaald in paragraaf 1.” 142. Paragraaf 1 meldt: “De aanbieder van balanceringsdiensten stelt het beschikbare opwaartse of neerwaartse actieve vermogen onder de vorm van aanbiedingen van balanceringsenergie ter beschikking van de transmissienetbeheerder, voor: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid of productiepark in de regelzone bedoeld in artikel 35, § 2, eerste lid, beschouwd als bestaande of nieuwe, overeenkomstig artikel 35, §§ 7 en 8, van het type C of D volgens de classificatie van artikel 35, § 2, derde lid, en waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger is dan of gelijk is aan 25 MW; 2° elk asynchroon opslagpark in de regelzone, beschouwd als bestaand of nieuw overeenkomstig artikel 35, § 9, en van het type C of D overeenkomstig de classificatie van artikel 35, § 4.” 143. Mede gelet op het recht van de BSP om aan het contract BSP FCR een einde te stellen, moet de BSP van de FCR-dienst in geval van beëindiging van het contract BSP FCR aan Elia kunnen aantonen dat de netgebruiker hiervan op de hoogte is gebracht. 4.10.1.8. Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout 144. Artikel I.11 van de algemene voorwaarden voorziet de mogelijkheid om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een partij een ernstige fout beging en na een procedure van ingebrekestelling. 145. Febeliec vraagt dat Elia duidelijke richtsnoeren geeft welke fouten beschouwd zullen worden als ernstige fouten die kunnen resulteren in de beëindiging van het contract en een vordering tot schadeloosstelling. 146. Elia antwoordt in haar raadplegingsrapport van 3 december 2019 dat een ernstige inbreuk of fout een notie is die gebruikelijk is in wettelijke documenten. Een geval van ernstige fout zal altijd betwist en beoordeeld worden door een bevoegde regulator of rechtbank. 147. De CREG is van mening dat het zeer moeilijk is om op voorhand vast te stellen wat een ernstige fout kan of niet kan zijn. Dit is ook niet wenselijk, aangezien dit beoordeeld moet worden rekening houdend met de concrete omstandigheden van de gebeurtenis. Het spreekt voor zich dat wanneer partijen het niet eens geraken met elkaar, steeds toepassing gemaakt kan worden van artikel I.13. 4.10.1.9. Artikel I.13: toepasselijk recht – geschillenbeslechting 148. De CREG voegt hieraan toe dat op het contract BSP FCR ook artikel 9ter, 4° van de elektriciteitswet van toepassing is, zijnde: “de eventuele verplichting van de netbeheerder om te aanvaarden dat geschillen betreffende transmissieaangelegenheden, die onder meer betrekking kunnen hebben op de toegang tot het transmissienet, de toepassing van het technisch reglement of de tarieven bedoeld in artikelen 12 tot 12quinquies, worden voorgelegd aan de Geschillenkamer bedoeld in artikel 29.” Niet-vertrouwelijk 24/32 4.10.2. Delen 2 en 3: Specifieke voorwaarden en bijlagen 4.10.2.1. De voornaamste door Elia ingediende wijzingen 149. Elia heeft wijzigingen aangebracht die voornamelijk betrekking hebben op de volgende onderwerpen: - de schrapping, voor zover dat mogelijk is, van het onderscheid tussen technische CIPUeenheden en technische niet-CIPU-eenheden. Dit maakt het voor Elia mogelijk om het contract te vereenvoudigen door de twee specifieke voorwaardenreeksen die voortvloeien uit deze verschillen, samen te brengen in een, die neutraler is vanuit technologisch oogpunt. - de terminologie, die is afgestemd op die van alle toepasselijke wetgeving, het nieuwe Federale Technische Reglement en de Europese richtlijnen. - de designevoluties met betrekking tot de volgende punten: • een technologisch neutralere benadering, • één prekwalificatietest met een opvolgingsfase van de frequentie, • bevoorrading van alle FCR-capaciteit op het regionale platform Regelleistung, • overschakeling naar een tijdseenheid (CCTU) van 4 uur voor de capaciteit, • eenmaking van de secundaire markt in day ahead en intraday, • mogelijkheid om alle types leveringspunten in één energiebieding te combineren, • mogelijkheid om de leveringspunten te kiezen die deel uitmaken van een energiebieding, • vereenvoudiging van de activatiecontrole, • vergoeding van de capaciteitsbiedingen geselecteerd volgens het systeem pay as clear, conform het regionaal platform, • aanpassing van de penaliteiten aan de principes uit de T&C BSP aFRR en mFRR. 4.10.2.2. Opmerkingen van de marktspelers en antwoorden van Elia 150. In dit deel onderzoekt de CREG de antwoorden van de marktspelers op de consultatie die Elia heeft georganiseerd betreffende de ‘specifieke voorwaarden’ evenals het standpunt van Elia met betrekking tot deze antwoorden. Enkel de antwoorden van de marktspelers waar de CREG het niet mee eens is met het standpunt en de motivering van Elia, of aanvullende aanvragen heeft, zijn opgenomen in huidige beslissing. De delen waarnaar wordt verwezen, zijn de delen van het raadplegingsverslag. 151. In haar antwoord op de opmerkingen van Next Kraftwerke over de veilingen voor de capaciteit beschreven in artikel II.7 (deel 4.4) kondigt Elia aan dat de regels voor de capaciteitsveiling de regels zijn van het regionaal platform Regelleistung en dat ze om die reden niet meer in het voorstel zijn opgenomen. De CREG keurt deze beslissing goed. Om het systeem transparant te houden, vraagt ze Niet-vertrouwelijk 25/32 aan Elia wel om op haar website op dezelfde plaats als de T&C BSP FCR een verwijzing toe te voegen naar een publiek beschikbare versie van deze regels, minstens in het Engels, die blijft werken. 152. In haar antwoord op de opmerkingen van Revolta over de beschikbaarheidstesten (deel 4.6.1) meldt Elia dat ze meer tijd en informatie nodig heeft om gevallen zoals die die Revolta heeft vermeld te bestuderen. De CREG merkt op dat Revolta haar batterijen wil partitioneren zodat elke partitie aan één taak is gewijd waarbij de FCR-dienst één taak kan zijn. Deze manier van werken verschilt niet veel van de manier van werken van andere middelen die de energielevering en een of meerdere balanceringsdiensten gelijktijdig verzekeren. Wat voor een bepaald type middelen toegelaten is, zou ook voor andere middelen mogelijk moeten zijn, ook al beseft de CREG dat dat voor een aantal problemen kan zorgen die bestudeerd moeten worden voor elke wijziging of uitbreiding van het ontwerp. Daarom vraagt ze aan Elia om te bestuderen hoe er te werk moet gegaan worden om dat type evolutie mogelijk te maken en een oplossing voor te stellen die moet worden geïmplementeerd ten laatste één jaar na de inwerkingtreding, tenzij er wordt aangetoond dat dat onoverkomelijke technische problemen met zich meebrengt. 153. In haar antwoord op verschillende algemene opmerkingen of met betrekking tot testen of direct de boetes vermeldt Elia een opvolging van de toepassing van het systeem van boetes. Deze opvolging zou aanleiding kunnen geven tot een nieuw ontwerp van het systeem van penaliteiten, niet enkel voor de FCR, maar ook voor alle balanceringsproducten. De CREG vraagt Elia om de CREG en de marktspelers te informeren over de inhoud en de resultaten van de opvolging en de lessen die Elia trekt uit de analyse van deze resultaten inzake het nieuwe ontwerp van het systeem van penaliteiten. Deze informatie en een raadpleging van de marktspelers over de eventuele acties die Elia na deze analyse wenst te ondernemen moeten gebeuren ten laatste een jaar na de inwerkingtreding van het huidige systeem zodat hiermee rekening kan gehouden worden bij de implementatie van de volgende wijziging van het ontwerp van een van de balanceringsproducten, FCR, aFRR of mFRR (het eerste dat wordt gewijzigd). 4.10.2.3. Bijkomende analyse van de CREG 154. De CREG stelt vast dat Elia in vergelijking met het voorstel van juni 2018 wijzigingen van verschillende types voorstelt: - Wijzigingen van het ontwerp die ruim werden voorgesteld aan de markt en die informeel zijn besproken, - evoluties van het ontwerp om het af te stemmen op het ontwerp van het regionaal platform Regelleistung dat op 1 juli 2020 zal worden geïmplementeerd, - Algemene wijzigingen als gevolg van antwoorden op formele raadplegingen van de marktspelers. 155. De CREG stemt in met de voorgestelde wijzigingen. Niet-vertrouwelijk 26/32 5. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 6.1 en 6.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, keurt de CREG, het gewijzigd voorstel van Elia Transmission Belgium NV voor de voorwaarden van het BSP-contract voor FCR goed. De implementatiedatum van de goedgekeurde voorwaarden van het BSP-contract voor FCR is vastgesteld op 1 juli 2020, onder voorbehoud van bevestiging door de FCR cooperation. Betreffende de opmerkingen gemaakt door de CREG in deel 4.10 van deze beslissing, nodigt de CREG Elia uit om hieraan een gevolg te geven in de eerstkomende wijziging van T&C BSP. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het directiecomité Niet-vertrouwelijk 27/32 BIJLAGE I Voorstel van T&C BSP FCR in het Nederlands, Frans en Engels – versie van 30 april 2020 Niet-vertrouwelijk 28/32 BIJLAGE II Een informatieve nota in het Engels – versie van 30 april 2020 Niet-vertrouwelijk 29/32 BIJLAGE III Consultatieverslag algemene voorwaarden, niet-vertrouwelijke versie met inbegrip van alle individuele commentaren, in het Engels – versie van 3 december 2019 Niet-vertrouwelijk 30/32 BIJLAGE IV Consultatieverslag van de T&C BSP FCR, exclusief algemene voorwaarden, niet-vertrouwelijke versie, in het Engels – versie van 30 april 2020 Niet-vertrouwelijk 31/32 BIJLAGE V Brief CREG aan Algemene Directie Energie – 4 mei 2020 Niet-vertrouwelijk 32/32