← België

Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van h

(B)2080 28 mei 2020 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend per brieven van 17 en 28 april 2020 Artikel 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. 2. 3. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Het Europese richtsnoer SOGL ................................................................................................ 5 1.2. Het federaal wettelijk kader .................................................................................................... 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 9 2.2. Raadpleging ........................................................................................................................... 10 BEOORDELING ............................................................................................................................... 11 3.1. Algemene opmerkingen ........................................................................................................ 11 3.1.1. Voorafgaand .................................................................................................................. 11 3.1.2. De plaats van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning ten aanzien van de ruimere verplichtingen van de transmissienetbeheerder inzake het beheer van spanning en reactief vermogen in het net ......................................................................................................... 11 3.1.3. De modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning vs. de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning 12 3.1.4. Deelname van transmissienetgebruikers aan de dienst: verplichte vs. vrijwillige deelname ....................................................................................................................................... 13 3.1.5. 3.2. Deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst ... 13 Artikelsgewijze commentaar ................................................................................................. 16 3.2.1. Modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (“T&C VSP”) ..................................... 16 3.2.2. Bijlage: Contract voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning .................................................................................................. 17 4. CONCLUSIE .................................................................................................................................... 52 BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 54 Niet-vertrouwelijke versie 2/54 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Deze aanvraag werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brief van 17 april 2020, ontvangen op dezelfde datum, bij de CREG ter goedkeuring ingediend. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning informeel overleg gepleegd met de CREG en twee openbare raadplegingen gehouden resp. van 16 september tot 16 oktober 2019 en van 27 januari tot 24 februari 2020, waarbij de tweede openbare raadpleging werd heropend van 20 maart tot 8 april 2020. Per brief van 28 april 2020 werden, ter aanvulling van de brief van 17 april 2020, de consultatiedocumenten betreffende deel I “Algemene Voorwaarden” van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning aan de CREG overgemaakt. Met deze laatste brief maakte Elia eveneens een gecorrigeerde Nederlandstalige versie van het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning over, ter vervanging van de Nederlandstalige versie bezorgd per brief van 17 april 2020. Zodoende worden alle antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadplegingen ontving en de verslagen waarin door Elia geantwoord wordt op de opmerkingen van marktpartijen aan het aanvraagdossier toegevoegd (in het Engels). Eveneens wordt een begeleidende nota dd. 27 januari 2020 met toelichting bij het voorstel aan de aanvraag toegevoegd (in het Engels). Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans), ingediend door Elia per brieven van 17 en 28 april 2020, genomen tijdens zijn vergadering van 28 mei 2020. Niet-vertrouwelijke versie 3/54 1. WETTELIJK KADER 1. De ondersteunende diensten betreffende het beheer van het transmissienet, waartoe de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning behoort, moeten met toepassing van artikel 233, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement) worden ingericht volgens boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement, onverminderd de bepalingen betreffende die ondersteunende diensten in het Europese richtsnoer SOGL1 en de Europese netwerkcode E&R2. Hierna wordt ingegaan op de relevante bepalingen van het Europese richtsnoer SOGL3 (deel 1.1) en van het federaal wettelijk kader (deel 1.2). Het spreekt voor zich dat de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning ook raakpunten heeft met andere wetgeving, zoals bijvoorbeeld de technische vereisten waaraan installaties zijn onderworpen met toepassing van de Europese netcodes RfG4, DCC5 en HVDC6 en de bepalingen in de Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende de aankoop van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, waarvoor de CREG verwijst naar de betrokken wetteksten. De CREG merkt voorafgaandelijk graag op dat het Europese richtsnoer SOGL de termen “spanningsregeling”, “blindvermogensreserve” en “blindvermogen” hanteert (cf. definities in artikel 3), terwijl het federaal technisch reglement gewag maakt van de termen “handhaving van de spanning” en “reactief vermogen”. Artikel 3.2, 21., van het Europese richtsnoer SOGL definieert de term “spanningsregeling” als de “manuele of geautomatiseerde regelacties op het productieknooppunt, op de eindknooppunten van de AC-lijnen of HVDC-systemen, op transformatoren of andere apparatuur die zijn bedoeld om de ingestelde spanning of de ingestelde waarde van het blindvermogen te handhaven”. Artikel 3.2, 57., van het Europese richtsnoer SOGL definieert de term “blindvermogensreserve” als “het voor handhaving van de spanning beschikbare blindvermogen”. Het federaal technisch reglement definieert de termen “spanning” en “reactief vermogen” niet. Wel bepaalt artikel 1 van het federaal technisch reglement onder meer dat de definities in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, waaronder het Europese richtsnoer SOGL, van toepassing zijn op dit reglement. 1 Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. 2 Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet. 3 De Europese netcode E&R is niet meteen relevant in deze context. 4 Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net. 5 Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers. 6 Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules. Niet-vertrouwelijke versie 4/54 1.1. HET EUROPESE RICHTSNOER SOGL 2. Een ruim aantal artikelen uit het Europese richtsnoer SOGL houden verband met de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning, gelinkt aan: • de rechten en plichten van Elia om de veiligheid van het net te garanderen en hiervoor blindvermogenmiddelen in te zetten (inzonderheid de artikelen 19, 20 tot 22 en 27 tot 29), de gegevens die moeten worden uitgewisseld (structureel, prognose, real-time), en de modaliteiten voor de gegevensuitwisseling (inzonderheid de artikelen 40 tot 53), de rechten en plichten van Elia in het kader van ondersteunende diensten in het algemeen, en blindvermogendiensten in het bijzonder (inzonderheid de artikelen 108 en 109). • • In artikel 234 van het federaal technisch reglement (het enige artikel van Boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement dat specifiek gaat over de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning) wordt verwezen naar artikel 22.1, c), en artikel 29.6 en 29.9 van het Europese richtsnoer SOGL. De artikelen 22 en 29 van het Europese richtsnoer SOGL worden hierna weergegeven: Artikel 22 van het Europese richtsnoer SOGL “1.Elke TSB gebruikt de volgende categorieën van remediërende maatregelen:

  1. a)de duur van de geplande niet-beschikbaarheid of wederingebruikname van elementen van het transmissiesysteem aanpassen teneinde de operationele beschikbaarheid van die elementen te bereiken;
  2. b)de elektriciteitsstromen actief beïnvloeden door middel van: omschakeling van de vermogenstransformatoren;
  3. ii)omschakeling van de faseverschuivende transformatoren; iii) wijziging van de topologie;
  4. i)
  5. c)spanning en blindvermogen beheren door middel van:
  6. i)omschakeling van de vermogenstransformatoren;
  7. ii)schakeling van de condensatoren en reactoren; iii) schakeling van de op vermogenselektronica gebaseerde apparaten voor spannings- en blindvermogensbeheer;
  8. iv)transmissiegekoppelde DSB's en significante netgebruikers instrueren om de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren te blokkeren, of om op hun eigen installaties de in de punten
  9. i)tot en met iii) genoemde remediërende maatregelen te treffen indien de afname van de spanning de operationele veiligheid in gevaar brengt of in een transmissiesysteem tot een spanningsineenstorting dreigt te leiden; verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen of de spanningsrichtwaarde van de transmissiegekoppelde synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;
  10. v)verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen van de omvormers van transmissiegekoppelde niet-synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;
  11. d)day-ahead en intraday zoneoverschrijdende capaciteiten herberekenen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222;
  12. e)transmissie- of distributiegekoppelde systeemgebruikers redispatchen binnen de regelzone van de TSB, tussen twee of meer TSB's;
  13. f)compensatiehandel tussen twee of meer biedzones;
  14. g)werkzaamvermogensstromen aanpassen via HVDC-systemen; Niet-vertrouwelijke versie 5/54
  15. h)frequentieafwijkingsbeheerprocedures activeren;
  16. i)de reeds toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit beperken overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009; in een noodsituatie waarin het gebruik van die capaciteit de operationele veiligheid in gevaar brengt en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, stemmen alle TSB's bij een bepaalde interconnector in met een dergelijke aanpassing, en
  17. j)voor zover van toepassing de handmatig beheerde belastingsafschakeling in normale of alarmtoestand erbij betrekken. 2. Wanneer dit noodzakelijk is en gerechtvaardigd om de operationele veiligheid te handhaven, is het elke TSB toegestaan remediërende maatregelen op te stellen en uit te voeren. De TSB meldt en verantwoordt dergelijke gevallen na invoering van de aanvullende remediërende maatregelen ten minste eenmaal per jaar bij de desbetreffende reguleringsinstantie en, indien van toepassing, de lidstaat. De desbetreffende rapporten en verantwoordingen worden eveneens gepubliceerd. De Europese Commissie dan wel het Agentschap kunnen de desbetreffende reguleringsinstantie verzoeken aanvullende informatie te verstrekken over de uitvoering van aanvullende remediërende maatregelen wanneer die van invloed zijn op een aangrenzend transmissiesysteem.” Artikel 29 van het Europese richtsnoer SOGL “1. Indien de spanning op een aansluitpunt naar het transmissiesysteem zich buiten het in de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening aangegeven bereik bevindt, treft elke TSB remediërende maatregelen voor spanningsregeling en blindvermogensbeheer overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder c), van deze verordening teneinde de spanningswaarde op het aansluitpunt terug te brengen binnen het in bijlage II aangegeven bereik en binnen de daartoe in artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631 en artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1388 aangegeven tijdsgrens. 2. Elke TSB houdt in zijn operationele veiligheidsanalyse rekening met de spanningswaarden waarbij transmissiegekoppelde SNG's die niet zijn onderworpen aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/631 of Verordening (EU) 2016/1388 zich mogen afsluiten van het net. 3. Elke TSB waarborgt een blindvermogensreserve van adequate omvang die tijdig kan worden ingezet om de spanningswaarden binnen zijn regelzone en op interconnectoren binnen het in bijlage II aangegeven bereik te handhaven. 4. TSB's die via AC-interconnectoren met elkaar zijn verbonden, dienen gezamenlijk passende afspraken voor de spanningsregeling te maken om te waarborgen dat de gemeenschappelijke, overeenkomstig artikel 25, lid 4, vastgestelde operationele veiligheidsgrenzen worden gerespecteerd. 5. Elke TSB maakt met elke transmissiegekoppelde DSB afspraken over de richtwaarden voor blindvermogen, de bereiken van de arbeidsfactor en spanningsrichtwaarden voor spanningsregeling op het aansluitpunt tussen de TSB en de DSB overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) 2016/1388. Elke transmissiegekoppelde DSB zet zijn beschikbare blindvermogensmiddelen in en heeft het recht spanningsregelinginstructies te geven aan distributiegekoppelde SNG's teneinde die parameters te handhaven. 6. Elke TSB is bevoegd om alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening. Niet-vertrouwelijke versie 6/54 7. Elke TSB dient al dan niet rechtstreeks en zo mogelijk in samenspraak met de transmissiegekoppelde DSB blindvermogensbronnen binnen zijn regelzone te beheren, met inbegrip van het blokkeren van de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren, spanningsverlaging en afsluiting bij lage spanning, teneinde binnen de operationele veiligheidsgrenzen te blijven en spanningsineenstorting in het transmissiesysteem te voorkomen. 8. Elke TSB stelt de spanningsregelingsmaatregelen vast transmissiegekoppelde SNG's en DSB's en met zijn buur-TSB's. in overleg met de 9. Wanneer dat voor de spanningsregeling en het blindvermogensbeheer van het transmissiesysteem relevant is, kan een TSB, in samenspraak met een DSB, instructies inzake de spanningsregeling geven aan een distributiegekoppelde SNG.“ 1.2. HET FEDERAAL WETTELIJK KADER 3. Het federaal technisch reglement bepaalt het volgende inzake de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning: “Art. 234. De transmissienetbeheerder bepaalt, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de typeovereenkomst(
  18. en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°, de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de technische specificaties inzake de levering van de dienst voor regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de voorwaarden voor deelname en het mechanisme voor het opzetten van die ondersteunende dienst, alsook, in voorkomend geval, de modaliteiten voor de compensatie met betrekking tot de deelname aan deze dienst. Overeenkomstig de artikelen 29.6 en 22.1,
  19. c)van de Europese richtsnoeren SOGL, is elke transmissienetgebruiker van wie de elektrische uitrusting, waarvan hij eigenaar of beheerder is, onderworpen aan de technische vereisten wat betreft haar geschiktheid voor de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van de spanning overeenkomstig de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131 is verplicht om op verzoek van de transmissienetbeheerder deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning binnen de technische grenzen van deze installaties. Elke transmissienetgebruiker kan vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning via één of meerdere van zijn installaties, andere dan die bedoeld in paragraaf 2, en dit op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en voorwaarden voor deelname aan de dienst bedoeld in paragraaf 1. De modaliteiten die de deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers mogelijk maken, alsook de eventueel noodzakelijke coördinatie met de beheerder van het publieke distributienet of met de betrokken CDS-beheerder op wiens net ze aangesloten zijn, overeenkomstig artikel 29.9 van de Europese richtsnoeren SOGL, staan eveneens beschreven in de typeovereenkomst(
  20. en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°. De deelname van deze netgebruikers aan deze dienst is in elk geval onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, limieten opleggen of Niet-vertrouwelijke versie 7/54 deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en behoud van de spanning wordt rechtstreeks verstrekt door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning of via een derde die in dat geval aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning is volgens een aanduidingsprocedure beschreven in de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in paragraaf 1. De aanbieder van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning sluit met de transmissienetbeheerder een overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, waarin hij zich verbindt tot naleving van de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 en 3. Deze overeenkomst wordt eveneens voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” Wat betreft de technische vereisten voor de geschiktheid van installaties die verplicht moeten deelnemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, verwijst artikel 234, tweede lid, van het federaal technisch reglement naar de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131, van het federaal technisch reglement. 4. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning is een ondersteunende dienst met toepassing van artikel 223, 2°, a), van het federaal technisch reglement. 5. Met toepassing van artikel 4, §1, 5°, van het federaal technisch reglement worden onder meer de typeovereenkomsten voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6 ter goedkeuring voorgelegd volgens de procedure van paragraaf 2. Tot deze overeenkomsten behoort de typeovereenkomst voor levering van de dienst van de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning. Met toepassing van artikel 4, §2, van het federaal technisch reglement geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend door Elia ter goedkeuring van de CREG per brief van 17 april 2020, vormt zowel het voorstel van de voorwaarden bedoeld in artikel 234 van het federaal technisch reglement als het voorstel van typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement. De verwijzing naar beide rechtsgronden is ook opgenomen onder “Overwegende hetgeen volgt” in het ter goedkeuring voorgelegde voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning. 6. De aankoop van de dienst voor de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning door Elia gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 12quinquies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet): “§ 1. De door de aanbieders van de ondersteunende diensten voorgestelde prijzen op het transmissienet zijn voldoende aanlokkelijk om op korte en op lange termijn hun levering aan de Niet-vertrouwelijke versie 8/54 netbeheerder te waarborgen. De netbeheerder verschaft zich deze ondersteunende diensten volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, stelt de netbeheerder alles in het werk om samen te werken met de distributienetbeheerders. De netbeheerder informeert jaarlijks de commissie en de minister, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Hij integreert hierin, desgevallend, een voorstel van waardering van de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht door middel van de productiemiddelen die hij bezit krachtens artikel 9, § 1. Deze waardering toont de positieve impact inzake tarieven en volumes aan van deze prestaties van ondersteunende diensten. Op basis van het verslag van de netbeheerder, stelt de commissie, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt, een verslag op dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerde verslag wordt meegedeeld aan de netbeheerder binnen 60 werkdagen volgend op de ontvangst van het verslag bedoeld in het eerste lid. Indien het verslag van de commissie vaststelt dat de prijzen manifest onredelijk zijn of op vraag van de netbeheerder, kan de Koning, na advies van de commissie en op voorstel van de minister, met het oog op de bevoorradingszekerheid, bij dwingende beslissing een openbare dienstverplichting opleggen die het volume en de prijzen van de ondersteunende diensten dekken van de producenten in de Belgische regelzone. De commissie houdt rekening met deze beslissing voor de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerders. De maatregel mag niet langer gelden dan twee jaar, mits een jaarlijks verslag van de commissie. § 2. De elektriciteitsproductieschijven waarop de netbeheerder een beroep kan doen om de ondersteunende diensten tot stand te brengen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn diensten worden vastgesteld per blok van 1 MW voor de primaire, secondaire en tertiaire reserves.” 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 7. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, dat het voorwerp vormt van deze beslissing, werd door Elia aan de CREG voorgelegd per brieven van 17 en 28 april 2020 (bijlage 2), na openbare raadpleging van de marktpartijen. Niet-vertrouwelijke versie 9/54 2.2. RAADPLEGING 8. Elia heeft twee openbare raadplegingen gehouden over het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voorgelegd aan de CREG per brieven van 17 en 28 april 2020 (hierna: het voorstel van Elia van 17 april 2020), nl. van 16 september tot 16 oktober 2019 wat Deel I “Algemene Voorwaarden” betreft en van 27 januari tot 24 februari 2020 wat de overige delen van het voorstel betreft, waarbij deze tweede raadpleging werd heropend van 20 maart tot 8 april 2020 wat betreft de Nederlandstalige en Franstalige versies ervan. De antwoorden die Elia tijdens deze beide openbare raadplegingen ontving en de consultatierapporten van 3 december 2019 en 17 april 2020 worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia van 17 april 2020 toegevoegd. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De voornoemde door Elia georganiseerde openbare raadplegingen over het voorstel van Elia van 17 april 2020 waren volgens de CREG effectief aangezien deze plaatsvonden op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadplegingen, deze gemakkelijk toegankelijk waren via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties”, zij voldoende gedocumenteerd waren hoewel opgesplitst in twee afzonderlijke raadplegingen waarvan één consultatie heropend werd ingevolge een opmerking van een marktpartij om eveneens de versies in het Nederlands en het Frans voor te leggen, en een redelijke antwoordtermijn voorzagen van (minstens) een maand. De antwoorden op de raadplegingen en de consultatierapporten van 3 december 2019 en 17 april 2020 werden door Elia aan de CREG bezorgd (bijlagen 3 en 4). Eveneens werd een begeleidende nota met toelichting bij het voorstel aan de openbare raadpleging van 27 januari tot 24 februari 2020 en aan de aanvraag toegevoegd (bijlage 5). In voorliggend geval vonden de twee afzonderlijke openbare raadplegingen achtereenvolgens plaats, zodat de marktpartijen, bij de tweede raadpleging nog de gelegenheid hadden om desnoods terug te komen op bepaalde opmerkingen gegeven tijdens de eerste openbare raadpleging of deze te preciseren. Om die redenen heeft het directiecomité van de CREG op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement beslist om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. Niet-vertrouwelijke versie 10/54 3. BEOORDELING 3.1. ALGEMENE OPMERKINGEN 3.1.1. Voorafgaand 9. De dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt in de hiernavolgende bespreking ook aangeduid als de “MVAr-dienst” of “de dienst”. De modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning worden hierna ook aangeduid met de termen “terms and conditions VSP” of nog “T&C VSP”. De aanbieder van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt hierna ook aangeduid met de termen “dienstverlener” of “VSP”. Met de termen “ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst” of “ontwerpnota over de MVAr-dienst” wordt verwezen naar de studie van Elia van 31 oktober 2018 over deze dienst.7 3.1.2. De plaats van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning ten aanzien van de ruimere verplichtingen van de transmissienetbeheerder inzake het beheer van spanning en reactief vermogen in het net 10. In dit deel gaat de CREG in op het ruimere kader waarin deze dienst van regeling van het reactief vermogen van handhaving van de spanning plaatsvindt binnen het algemeen proces van beheer van reactief vermogen en handhaving van spanning door Elia. Deze T&C VSP bepalen de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van spanning. Ze bepalen het contractuele kader tussen Elia en de VSP, zoals bepaald in artikel 234 van het federaal technisch reglement. Het ruimere kader voor het beheer van reactief vermogen en handhaving van spanning wordt geschetst in het Europese richtsnoer SOGL. Het bevat verschillende componenten, zoals hieronder op niet-exhaustieve wijze wordt weergegeven: - - Ten eerste definieert het Europese richtsnoer SOGL in artikel 22.1.
  21. c)ook andere middelen die de transmissiesysteembeheerder (TSB) kan of dient te gebruiken om de spanning te handhaven. Het proces om deze verschillende middelen in te zetten, met het oog op een efficiënte en veilige uitbating van het net, valt buiten het contractuele kader tussen de TSB en de VSP. Ten tweede is bij het beheer van reactief vermogen en handhaving van spanning het bepalen en het waarborgen van een adequaat volume aan blindvermogenreserve een belangrijke component. Zo bepaalt artikel 19 van het Europese richtsnoer SOGL dat elke TSB binnen zijn regelzone toezicht houdt op onder meer de stromen van blindvermogen en blindvermogenreserves op basis van realtimeafstandmetingen of 7 Studie met als titel “Study on the future design of the ancillary service of voltage and reactive power control” van 31 oktober 2018, www.elia.be/nl/elektriciteitsmarkt-en-systeem/systeemdiensten/de-spanningsstabiliteitgaranderen Niet-vertrouwelijke versie 11/54 - berekende waarden uit zijn observatiezone. Hierbij bepaalt artikel 29

(3)van het Europese richtsnoer SOGL dat elke TSB een blindvermogenreserve waarborgt van adequate omvang die tijdig kan ingezet worden om de spanningswaarden binnen zijn regelzone en op interconnectoren binnen het in bijlage II aangegeven bereik te handhaven. Ten derde heeft het beheer van reactief vermogen en handhaving van spanning door Elia ook een inter-TSO component. Bij het toezicht houden op de stromen van blindvermogen en blindvermogenreserves, bijvoorbeeld, specifieert artikel 19 van het Europese richtsnoer SOGL dat de TSB hierbij dient rekening te houden met de structurele en realtimegegevens overeenkomstig artikel 42 dat de uitwisseling van realtimegegevens en prognosegegevens tussen TSB’s bepaalt. Hierbij preciseert artikel 29
(4)van het Europese richtsnoer SOGL dat TSB’s die via AC-interconnectoren met elkaar verbonden zijn, gezamenlijk passende afspraken dienen te maken voor de spanningsregeling om te waarborgen dat de gemeenschappelijke, overeenkomstig artikel 25, lid 4, vastgelegde operationele veiligheidsgrenzen worden gerespecteerd. De CREG vraagt aan Elia om bij haar eerstvolgende voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning een begeleidende nota toe te voegen inzake de implementatie van deze artikelen van het Europese richtsnoer SOGL in de praktijk en de visie van Elia omtrent de eventuele impact daarvan op het ingediende voorstel ter goedkeuring. 3.1.3. De modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning vs. de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning 11. Met toepassing van artikel 234, eerste lid, van het federaal technisch reglement bepaalt de transmissienetbeheerder, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de typeovereenkomst(
  1. en)bedoeld in artikel 4, §1, 5°, van het federaal technisch reglement: • de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, • de technische specificaties inzake de levering van de dienst voor regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, • de voorwaarden voor deelname en het mechanisme voor het opzetten van die ondersteunende dienst, alsook, • in voorkomend geval, de modaliteiten voor de compensatie met betrekking tot de deelname aan deze dienst. Het voorstel van Elia van 17 april 2020 is opgevat als een voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, waarvan de typeovereenkomst voor levering van deze dienst een bijlage vormt. Niettemin wordt in artikel 1 van het voorstel dan weer bepaald dat in het modelcontract (de typeovereenkomst) de genoemde modaliteiten en voorwaarden zijn opgenomen. In feite vormt de typeovereenkomst het hoofdbestanddeel van het voorstel voorafgegaan door een viertal artikelen van algemene aard. Het voorstel van Elia van 17 april 2020 omvat ook de technische specificaties inzake de levering van de dienst voor regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (titel 3 van deel Niet-vertrouwelijke versie 12/54 II van de typeovereenkomst), de voorwaarden voor deelname aan de ondersteunende dienst (titel 2 van deel II van de typeovereenkomst) en de modaliteiten in verband met de vergoeding voor de dienst (titel 5 van deel II van de typeovereenkomst). Het mechanisme voor het opzetten van de ondersteunende dienst wordt geregeld door artikel 108 van het Europese richtsnoer SOGL en artikel 12quinquies van de elektriciteitswet. Het voorstel van Elia van 17 april 2020 bevat met andere woorden de bepalingen in verband met de in artikel 234, eerste lid, van het federaal technisch reglement genoemde elementen. 3.1.4. Deelname van transmissienetgebruikers aan de dienst: verplichte vs. vrijwillige deelname 12. Artikel 234 van het federaal technisch reglement voorziet dat een aantal categorieën transmissienetgebruikers verplicht moeten deelnemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning (tweede lid) en dat een aantal andere categorieën transmissienetgebruikers vrijwillig mogen deelnemen aan deze dienst (derde lid). Het voorstel van Elia van 17 april 2020 is opgevat in die zin dat eenzelfde set van modaliteiten en voorwaarden van toepassing is op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, ongeacht of zij vrijwillig of verplicht aan deze dienst deelnemen. De CREG is van mening dat dit in beginsel een goed uitgangspunt is, nl. om de dienstverleners maximaal gelijk te behandelen. Niettemin kan een verschil in behandeling gerechtvaardigd zijn of zich opdringen indien zou blijken dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. 3.1.5. Deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst 13. Het voorstel van Elia van 17 april 2020 gaat ervan uit dat alle publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers op vrijwillige basis kunnen deelnemen aan de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning voor zover de beheerder van het publieke distributienet resp. CDS-beheerder daartoe toestemming geven en dat de betrokken CDS-beheerder of beheerder van het publieke distributienet in dat geval het exclusieve recht hebben om de MVAr-dienst aan Elia te leveren door de rol van VSP op te nemen of door een VSP aan te duiden (punt 3.2.1.2 van de begeleidende nota van Elia van 27 januari 2020 – zie bijlage 5). Indien de gebruiker zich bevindt achter een verbindingspunt dat een distributienet met het transmissienet verbindt (hetzij als publiekedistributienetgebruiker, hetzij als gebruiker van een gesloten distributienet aangesloten op een publiek distributienet), is het voorstel van Elia dat de beheerder van het publieke distributienet het exclusieve recht heeft om de MVAr-dienst aan Elia te leveren en derhalve VSP te zijn of een derde partij als VSP aan te duiden. Indien het daarentegen gaat om een gebruiker van een gesloten distributienet aangesloten op het transmissienet is het voorstel van Elia dat de CDS-beheerder dit exclusieve recht heeft. Artikel 234, vierde lid, van het federaal technisch reglement gaat uit van de mogelijkheid tot deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst met de toestemming van de beheerder van het publiek distributienet resp. CDS-beheerder en/of met naleving van de door hen gestelde beperkingen8, waarbij de modaliteiten en de eventueel noodzakelijke coördinatie met de beheerder van het publiek distributienet resp. CDS-beheerder worden beschreven in de typeovereenkomst voor de levering van de dienst voor de regeling van reactief vermogen en behoud van 8 Artikel 234, vierde lid, laatste zin, van het federaal technisch reglement bepaalt: “De betreffende publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen”. Niet-vertrouwelijke versie 13/54 de spanning. Artikel 234, vijfde lid, van het federaal technisch reglement bevat verder het principe dat de dienst rechtstreeks door de netgebruiker, dan wel via een derde wordt geleverd, waarbij de aanduidingsprocedure beschreven staat in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning. De term “netgebruiker” in artikel 2, §1, 57°, van het federaal technisch reglement heeft betrekking op de gebruikers aangesloten op het transmissienet of op een publiek distributienet. Elia interpreteert deze bepalingen in die zin dat het vierde lid van artikel 234 van het federaal technisch reglement, wat betreft de publieke-distributienetgebruikers, een uitzondering kan vormen op het vijfde lid. Volgens Elia laat het vierde lid meer bepaald toe om te voorzien dat het in geval van publiekedistributienetgebruikers en CDS-gebruikers niet de netgebruiker is die VSP is (of een derde als VSP kan aanduiden), maar wel de beheerder van het publieke distributienet resp. CDS-beheerder. Elia verantwoordt deze keuze in haar begeleidende nota van 27 januari 2020 (bijlage 5 bij deze beslissing) door verwijzing naar artikel 9.2 van haar ontwerpnota over de MVAr-dienst en het consultatierapport9 over die nota, waaruit blijkt dat de stakeholders deze aanpak ondersteunen. De belangrijkste motivering die Elia voor die keuze geeft in deze ontwerpnota, is het feit dat Elia de dienst geleverd wenst te zien op het toegangspunt op het transmissienet, omdat dit de limiet vormt van haar controle- en verantwoordelijkheidsperimeter en dat Elia meent dat de distributienetbeheerders zichzelf moeten reguleren om binnen bepaalde grenzen van reactief vermogen te blijven op het verbindingspunt met het transmissienet, waarvoor ze onderworpen worden aan een bijkomend MVArtarief. Elke actie genomen binnen hun net zou, aldus Elia, gecoördineerd moeten worden met hun energiebeheersingssysteem zodat deze niet interfereert met hun eigen regeling. Verder verwijst Elia ook naar haar het consultatieverslag over het federaal technisch reglement, meer bepaald om aan te tonen dat ook de beheerders van het publieke distributienet die aanpak ondersteunen10. Het voorstel van Elia wat betreft het exclusieve recht in hoofde van een publiekedistributienetbeheerder en CDS-beheerder om als VSP op te treden voor een publiekedistributienetgebruiker resp. CDS-gebruiker houdt volgens de CREG vanuit tekstueel oogpunt geen voor de hand liggende interpretatie in van artikel 234, vierde en vijfde lid, van het federaal technisch reglement. Het vierde lid waarin sprake is van de “eventueel noodzakelijke coördinatie met de beheerder van het publiek distributienet” laat immers eerder verstaan dat deze netbeheerder een rol speelt bij de deelname aan de dienst door de publieke distributienetgebruiker resp. CDS-gebruiker, doch niet de hoofdrol als VSP. Het vierde lid van artikel 234 van het federaal technisch reglement wordt bovendien niet als een afwijking op het vijfde lid geformuleerd. Artikel 313, tweede lid, 5°, van het federaal technisch reglement waarin sprake is van “iedere andere contractuele relatie met deze netgebruikers van het publiek distributienet of de gebruikers van het lokaal transmissienet middels en na akkoord van de beheerders van het betrokken publiek distributienet en/of het lokaal transmissienet”, maakt de rechtstreekse contractuele relatie tussen gebruikers van het publiek distributienet (of de gebruikers van het lokaal transmissienet) en de transmissienetbeheerder in het kader van de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning mogelijk, maar afhankelijk van het voorafgaand akkoord van de beheerders van het betrokken publiek distributienet (en/ of het lokaal transmissienet). Een dergelijke rechtstreekse contractuele relatie tussen de transmissienetbeheerder en CDS-gebruikers kan steun vinden in artikel 341, 1°, van het federaal technisch reglement, althans voor CDS aangesloten op of aan te sluiten op het transmissienet (artikel 339 federaal technisch reglement). De CREG begrijpt dat Elia wenst rekening te houden met de fysieke realiteit van de dienst. Het leveren van reactief vermogen ter ondersteuning van het transmissienet door een publiekedistributienetgebruiker kan een grote invloed hebben op het reactief vermogensbeheer van het 9 www.elia.be/en/public-consultation/20180910-public-consultation-on-the-mvar-incentive-study 10 www.elia.be/nl/users-group/werkgroep-belgian-grid/implementatie-eu-netcodes, consultatieverslag p. 111. Niet-vertrouwelijke versie 14/54 publiek distributienet. Voor de beheerder van een publiek distributienet is het dus noodzakelijk om een centrale rol te hebben in de coördinatie van de levering van reactief vermogen door publiekedistributienetgebruikers. Voor Elia is het noodzakelijk om voldoende zekerheid te hebben over het effectief geleverde reactief vermogen op het verbindingspunt tussen het transmissienet en het distributienet; hetzelfde geldt voor Elia wat betreft het effectief geleverde reactief vermogen op het toegangspunt van een CDS op het transmissienet. De CREG begrijpt op basis van de informatie die zij op het moment van de redactie van deze beslissing ter beschikking heeft, dat zowel Elia als de beheerders van een publiek distributienet vragende partij zijn om het “Meetpunt” van de “Dienst” op het “Verbindingspunt” te definiëren en de beheerder van een publiek distributienet het exclusieve recht toe te kennen om VSP te zijn of om hiervoor een derde partij aan te duiden. De CREG begrijpt dat een analoge vraag voorligt wat betreft de CDS vanwege Elia en minstens één CDS-beheerder. Daarnaast merkt de CREG op dat dit voorstel niet in vraag gesteld werd door marktpartijen, noch tijdens de consultatie over de ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst, noch tijdens de consultatie over voorliggend voorstel. Integendeel, sommige marktpartijen hebben dit voorstel expliciet ondersteund. Tenslotte merkt de CREG op dat, op het gepaste bevoegdheidsniveau, een wettelijk kader zal moeten worden uitgewerkt om uiterlijk op 30 december 2020 aan de bepalingen van de EU Richtlijn 2019/94411 (hierna: de nieuwe elektriciteitsrichtlijn) te voldoen. Zo voorziet artikel 31 van de nieuwe elektriciteitsrichtlijn onder meer (punten 5 tot 7) in verplichtingen voor de distributiesysteembeheerders om te fungeren als neutrale marktfacilitators door de energie in te kopen die zij gebruiken om energieverliezen te dekken en te voorzien in de nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun systeem, volgens transparante, nietdiscriminerende en marktgebaseerde procedures, wanneer zij deze functie vervullen. Deze materie is met andere woorden nog volop in ontwikkeling en zeker relevant aangezien de impact van opgenomen of geïnjecteerd reactief vermogen door publieke-distributienetgebruikers/CDS-gebruikers veel groter is op het distributienet/CDS dan op het transmissienet. De CREG verwijst in dit verband ook naar de bepalingen in artikel 40.5 tot 40.7 en artikel 59.1.
  2. d)van de nieuwe elektriciteitsrichtlijn. Op basis van de technische argumentatie, de antwoorden op de publieke consultaties, het gebrek aan opmerkingen bij het voorstel van Elia vanwege publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers, het feit dat de deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst onderworpen is aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDSbeheerder en/of aan de naleving van de eventuele technische of operationele beperkingen die zij opleggen, de verwachte ontwikkelingen op wetgevend vlak, en het feit dat een goedkeuring van het huidige voorstel toch reeds een deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst mogelijk maakt tijdens de aanbestedingsprocedure die Elia voorziet te lanceren in juni 2020, kan de CREG het voorstel van Elia aanvaarden voor de contractuele periode 2021. De CREG vraagt niettemin aan Elia, met het oog op het uitwerken van een voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voor de contractuele periodes vanaf 2022, om deze aangelegenheid te herevalueren in dialoog12 met de marktpartijen, de beheerders van een publiek distributienet en de CDS-beheerders en rekening houdend met de ontwikkelingen op wetgevend vlak wat betreft o.m. de uitwerking van een kader voor de deelname van distributienetgebruikers aan blindvermogendiensten overeenkomstig de bepalingen van de nieuwe elektriciteitsrichtlijn. Hierbij moet ook het inzetten van 11 Behoudens een paar uitzonderingen, zie artikel 71 van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU. 12 Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, dient de netbeheerder met toepassing van artikel 12quinquies, §1, van de elektriciteitswet alles in het werk te stellen om samen te werken met de distributienetbeheerders. Niet-vertrouwelijke versie 15/54 geïntegreerde netwerkelementen, zoals condensatorbanken die tot de infrastructuur van de transmissiesysteembeheerder of distributiesysteembeheerder behoren, uitgeklaard te worden. Eveneens dient in dit kader door Elia te worden nagegaan of de deelname van publiekedistributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst niet kan worden georganiseerd op een wijze die nauw aansluit bij de tekst van artikel 234, vierde en vijfde, lid van het federaal technisch reglement, nl. rekening houdend met de bepaling dat de netgebruiker die deelneemt aan de dienst als VSP optreedt of een derde aanduidt als VSP en met een veeleer coördinerende rol voor de publiekedistributienetbeheerder resp. CDS-beheerder. De CREG vraagt Elia tenslotte om in dit kader ook de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst te monitoren en rekening te houden met de resultaten daarvan. Mocht de in de typeovereenkomst voorziene regeling in de praktijk bv. tot situaties leiden die nietwenselijk zijn of een mogelijke discriminatie tot gevolg hebben ten opzichte van bv. netgebruikers rechtstreeks aangesloten op het transmissienet, spreekt het voor zich dat Elia daarmee rekening houdt in haar toekomstig voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voor de contractuele periodes vanaf 2022. Wat voorafgaat doet vanzelfsprekend geen afbreuk aan de verplichtingen en rechten voor transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders die rechtstreeks voortvloeien uit het Europese richtsnoer SOGL, waaronder het recht om instructies aan distributiegekoppelde significante netgebruikers te geven overeenkomstig de bepalingen van artikel 29.5 en 29.9 van het Europese richtsnoer SOGL en aan de relevante bepalingen in de regionale wetgeving. 3.2. ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR 14. In dit deel worden de artikelen van het voorstel van Elia van 17 april 2020 besproken. De structuur van dit voorstel wordt daarbij gevolgd. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen tijdens de openbare raadplegingen georganiseerd door Elia vermeld in deel 2.2 van deze beslissing. 3.2.1. Modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (“T&C VSP”) 15. Onder de hoofding “Overwegende hetgeen volgt” wordt het wettelijk kader van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning geschetst, met de relevante verwijzingen naar het federaal technisch reglement. Bij de artikelen 1 (“Voorwerp en toepassingsgebied”), 3 (“Taal”) en 4 (“Algemene bepalingen”) heeft de CREG geen bezwaren. Elia voorziet in artikel 2 (“Implementatiedatum”) dat de T&C VSP (= de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning/”terms and conditions for voltage service providers”) in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG en ten vroegste op 1 januari 2021. In de loop van 2020 zal Elia een aanbestedingsprocedure lanceren voor de contracten voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning voor een duurtijd van één jaar vanaf 1 januari 2021. Het voorstel van inwerkingtreding van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning vanaf 1 januari 2021 is derhalve daarmee in lijn. Dit betekent ook dat de in uitvoering zijnde contracten voor Niet-vertrouwelijke versie 16/54 levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met een looptijd tot eind 2020 niet zullen moeten worden aangepast aan de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, goedgekeurd met toepassing van artikel 4 en 234 van het federaal technisch reglement. 16. De CREG kan zich vinden in de voorgestelde ingangsdatum van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning en de daarin vervatte typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Artikel 373, §1, van het federaal technisch reglement moet volgens de CREG worden samen gelezen en samen toegepast met artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement. Hoewel artikel 373, §1, van het federaal technisch reglement de aanpassing van de in uitvoering zijnde contracten aan de type-overeenkomsten goedgekeurd door de CREG voorziet, alsook aan iedere wijziging die eraan wordt aangebracht, moet ook rekening worden gehouden met de ingangsdatum voorgesteld door Elia en goedgekeurd door de CREG, die rekening houdt met de concrete omstandigheden van elk dossier bedoeld in artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement. In voorliggend geval past het dat de huidige voorwaarden pas ingaan vanaf 1 januari 2021, rekening houdend onder meer met het feit dat de in uitvoering zijnde VSP-contracten reeds aflopen eind 2020 (de termijn van twaalf maanden voor ondertekening bedoeld in artikel 373, §1, van het federaal technisch reglement mist hier hoe dan ook zijn doel). 3.2.2. Bijlage: Contract voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning 17. De typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning bestaat uit een Deel I “Algemene Voorwaarden”, een Deel II “Specifieke Voorwaarden voor de dienst voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen” en een aantal bijlagen. 3.2.2.1. Deel I – Algemene Voorwaarden 18. De CREG blijft hierna stilstaan bij de artikelen die samen Deel I “Algemene Voorwaarden” van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning vormen. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen bij dit Deel I van het voorstel van Elia dat voor openbare raadpleging werd voorgelegd van 16 september tot 16 oktober 2019. 3.2.2.1.1. Voorafgaande opmerkingen 19. Elia heeft van 16 september tot 16 oktober 2019 een openbare raadpleging georganiseerd over Deel I “Algemene Voorwaarden” die niet alleen bedoeld zijn toepassing te vinden op de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, maar daarnaast ook op de typeovereenkomsten voor: - de balanceringsdiensten (BSP – “Balance Service Provider” / aanbieder van balanceringsdiensten voor FCR – “Frequency Containment Reserve” / frequentiebegrenzingsreserves, aFFR – “automatic Frequency Restoration Reserve” / automatische frequentieherstelreserves en mFRR – “manual Frequency Restoration Reserve” / manuele frequentieherstelreserves); - voor de hersteldiensten (RSP – “Restoration Service Provider” / “aanbieders van hersteldiensten”) en; Niet-vertrouwelijke versie 17/54 - de diensten gerelateerd aan congestiebeheer (SA – “Scheduling Agent” / programmaagent en OPA – “Outage Planning Agent” / “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning”). Febeliec merkt op dat het voor haar onmogelijk is om over het Deel “Algemene Voorwaarden” een duidelijk standpunt in te nemen omdat tijdens de periode van de raadpleging daarover, de inhoud van alle contracten waarvoor deze zouden gelden nog niet gekend zijn. Zelfs voor de diensten waarvoor raadplegingen lopende zijn, zijn de finale teksten van de voorwaarden die gelden voor de verstrekking ervan (“terms and conditions” of “T&Cs”) nog niet gekend en kunnen verschillende algemene voorwaarden vereist zijn, zeker nu bepaalde van deze diensten door de netgebruiker verplichtend moeten worden geleverd, terwijl andere diensten vrijblijvend zijn. Febeliec maakt dan ook voorbehoud om in de toekomst terug te komen op de inhoud van de algemene voorwaarden telkens wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Elia antwoordt in het consultatierapport betreffende Deel I “Algemene Voorwaarden” van 3 december 2019 dat zij de bezorgdheid van Febeliec op het vlak van de afzonderlijke raadpleging van de verschillende delen van eenzelfde contract begrijpt, maar benadrukt dat: - de procedure werd besproken met de CREG, aangezien overeengekomen werd dat dit consistentie zou garanderen tussen de algemene voorwaarden voor alle geciteerde T&Cs. - de algemene voorwaarden de facto algemeen van aard zijn en op zich geanalyseerd kunnen worden, vooral aangezien de algemene aard van de diensten gekend is zodat de relatie tussen de algemene en specifieke voorwaarden kan worden ingeschat. - een differentiatie tussen de algemene voorwaarden per T&C niet wordt uitgesloten indien de noodzaak daartoe wordt geïdentificeerd. Alle wijzigingen van de algemene voorwaarden zullen ter raadpleging aan de stakeholders worden voorgelegd en een goedkeuringsprocedure bij de regulator volgen. - een eerste versie van alle T&Cs (uitgezonderd van de T&C VSP) reeds ter raadpleging werd voorgelegd zodoende dat een zicht op de inhoud van de contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen gelden, derhalve voorhanden is. 20. Het is inderdaad op vraag van de CREG geweest om voor wat betreft de algemene voorwaarden van de typeovereenkomsten voor ondersteunende diensten deze zoveel als mogelijk te harmoniseren. Dit neemt niet weg dat wanneer verschillen zich opdringen en deze gerechtvaardigd zijn, daarvan kan worden afgeweken in Deel II (voorafgegaan door de woorden “In afwijking van artikel [x] van Deel I, […]”). Elia kan dit voorstellen na raadpleging van de marktpartijen en indien er volgens de CREG ten onrechte niet wordt gedifferentieerd, kan de CREG hierop wijzen. De openbare raadpleging over Deel II “Specifieke Voorwaarden voor de dienst voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen” (van 27 januari tot 24 februari, die heropend werd van 20 maart tot 8 april 2020) vond plaats nadat de openbare raadpleging over Deel I “Algemene Voorwaarden” (van 16 september tot 16 oktober 2019) plaatsvond. Op die manier hadden de marktpartijen bij de tweede raadpleging nog de gelegenheid om desnoods terug te komen op bepaalde opmerkingen gegeven tijdens de eerste openbare raadpleging over Deel I “Algemene Voorwaarden” of deze te preciseren. Febeliec verwees tijdens de tweede raadpleging naar de tijdens de eerste raadpleging gegeven opmerkingen en stelde dat met veel van haar opmerkingen rekening werd gehouden, behalve inzake de definities en de overmachtclausules. Op het geheel van opmerkingen van Febeliec wordt ingegaan in deel 3 van deze beslissing. 21. Febeliec merkt verder op dat noch het contract, noch de T&Cs een duidelijke volgorde lijken te bepalen tussen de T&Cs, Deel I (Algemene Voorwaarden) en Deel II (Specifieke Voorwaarden) van het contract. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat inderdaad geen volgorde Niet-vertrouwelijke versie 18/54 wordt bepaald aangezien alle bepalingen van het contract op dezelfde hoogte staan en thans gereguleerd zijn. Indien de bijzondere voorwaarden op een bepaald punt moeten afwijken van de algemene voorwaarden, zal dit duidelijk worden gesteld in deze bijzondere voorwaarden. In geval van een contradictie, stelt Elia, zal een aanpassing van het contract moeten plaatsvinden. De CREG volgt de redenering van Elia. Alle bepalingen van het contract mogen onderling niet tegenstrijdig zijn en vormen samen één geheel, d.w.z. tussen Deel I “Algemene Voorwaarden”, Deel II “Specifieke Voorwaarden” en de “Bijlagen” bestaat geen rangorde. Indien Elia in Deel II meent te moeten afwijken van bepalingen van Deel I, dient de bepaling in Deel II duidelijk voorafgegaan te worden door de woorden “In afwijking van art. [x] van Deel I, […]” 22. De huidige beslissing analyseert Deel I “Algemene Voorwaarden” (hierna: de Algemene Voorwaarden) weliswaar enkel in het licht van het contract voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning. Dit betekent dat de goed- of afkeuring van de Algemene Voorwaarden beperkt is tot de toepassing ervan in het kader van het contract voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning. Voorgaande neemt niet weg dat de CREG streeft naar het maximaal uniformiseren van de Algemene Voorwaarden voor ieder type van ondersteunende dienst. 3.2.2.1.2. Artikel I.1. Definities 23. Artikel I.1 van de Algemene Voorwaarden bevat een reeks van definities van toepassing op de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. 24. De definitie van “Algemene Voorwaarden” stelt dat de algemene voorwaarden worden bepaald in Deel I van dit Contract en identiek zijn voor de opgesomde contracten voor ondersteunende diensten die Elia afsluit. De CREG verwijst naar wat zij heeft gesteld in paragraaf 20 van deze beslissing. 25. Febeliec merkt op dat wordt verwezen naar definities gebruikt zowel in federale en regionale energiewetgeving en technische reglementen als in Europese wetgeving, terwijl er geen consistentie bestaat tussen deze definities, wat resulteert in het feit dat niet duidelijk zal zijn hoe een bepaalde term, waarvoor meerdere niet-consistente definities bestaan, zal begrepen moeten worden in het kader van het contract voor de levering van diensten van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de verwijzing naar het wettelijk kader bedoeld is voor definities die geen preciseringen vergen in het kader van het contract en dat definities die preciseringen vergen opgenomen zijn in het goed te keuren document om elke contradictie met bestaande wetgeving te vermijden. Elia voegt toe dat ook in het Deel II “Specifieke Voorwaarden” definities worden opgelijst. De CREG kan de redenering van Elia volgen. Indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het contract voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, dient de type-overeenkomst zo nodig te worden aangepast. De User’s Group van Elia is een goed forum om dergelijke zaken te bespreken met de marktpartijen in aanloop van een eventuele procedure tot wijziging van de typeovereenkomst. 26. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Directe Schade” een verwijzing wordt gemaakt naar zowel contractbreuk als fout, waar enkel de niet-naleving van een contractuele verplichting relevant lijkt te zijn voor een contractuele aansprakelijkheid. Elia heeft de definitie van “Directe Schade” aangepast alsook het begin van artikel I.6.2 van de Algemene Voorwaarden teneinde te preciseren dat het moet gaan om schade die het rechtstreeks en Niet-vertrouwelijke versie 19/54 onmiddellijk gevolg is van een contractuele inbreuk en/of een fout in het kader van of naar aanleiding van de uitvoering van het Contract, op welke grond dan ook (contractueel of buitencontractueel). De CREG kan de voorgestelde definitie voor “Directe Schade” aanvaarden. Het is in beginsel toegelaten om ook bepalingen omtrent de buitencontractuele aansprakelijkheid van partijen op te nemen in een contract. Van belang is alleszins dat de aansprakelijkheidsbepalingen een wederzijds karakter hebben. Aangezien de eerste zin van artikel I.6.2 van de Algemene Voorwaarden naar aanleiding van de opmerking van Febeliec in feite een onnodige en bovendien niet letterlijke herhaling bleek in te houden van de definitie van “Directe Schade”, werd deze zin in het voorstel van Elia van 17 april 2020 duidelijkheidshalve geherformuleerd als volgt: “De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade”. 27. Febeliec merkt op dat in de definitie van “Indirecte Schade” wordt verwezen naar onder andere “elke gebeurlijke schade”, “elk verlies of nadeel”, wat veel te ruim is aangezien het elke mogelijke schade beoogt en niet alleen onrechtstreeks schade of gevolgschade. Elia stelt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat ze de definitie van “Indirecte Schade” aangepast heeft als volgt: “Elke onrechtstreekse schade of gevolgschade, zoals maar niet beperkt tot, verlies van inkomen, gederfde winsten, verlies van gegevens, verlies van zakelijke opportuniteiten, verlies van (toekomstige) cliënten, gemiste besparingen.“ [vrije vertaling]13 Elia stelt dat deze definitie algemeen aanvaard is en veel wordt gebruikt. In het voorstel van Elia van 17 april 2020, gecorrigeerd per brief van 28 april 2020 wat betreft de Nederlandstalige versie ervan, werden deze aanpassingen inderdaad doorgevoerd in de definitie van “Indirecte Schade”. 3.2.2.1.3. Artikel I.2 Omvang van de diensten en opbouw van het contract 28. Artikel I.2.1 van de Algemene Voorwaarden betreft de draagwijdte van de ondersteunende diensten. Het voorziet dat de Dienstverlener zich door de ondertekening van het Contract engageert om de Dienst(
  3. en)te verstrekken in overeenstemming met de Algemene en de Specifieke Voorwaarden zoals voorzien in dit Contract. Daarnaast wordt daarin bepaald dat het Contract tussen de Partijen de wederzijdse rechten en verplichtingen bevat met betrekking tot de aankoop door Elia bij de Dienstverlener en de eventuele levering van de Dienst(
  4. en)door de Dienstverlener aan Elia, aangevuld met eventuele bijlagen. Febeliec merkt op dat artikel I.2.1 zou moeten verschillen voor verplichte en vrijwillig verstrekte diensten. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat artikel I.2.1 de rechten en verplichtingen bevat in de context van het contract. Voor verplichte diensten – waar de deelname aan de dienst wordt voorzien in het wettelijk kader- moet ook nog een contract worden ondertekend en dit gaat breder dan de wettelijke plicht tot deelname. Artikel I.2.1 is daarom in elk geval van toepassing, stelt Elia. De CREG ziet geen probleem in de formulering van artikel I.2.1 van de Algemene Voorwaarden. Zowel verplicht als vrijwillig verstrekte ondersteunende diensten zullen worden geleverd aan de hand van de modaliteiten voorzien in de betrokken typeovereenkomst. In beide gevallen komt een contract met Elia tot stand. De CREG stelt weliswaar vast dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van artikel I.2.1, tweede lid, niet volledig identiek zijn. De woorden “aangevuld met eventuele bijlagen” komen niet voor in de Franstalige versie (en ook reeds niet in de versies waarover een openbare raadpleging 13 “Any indirect damage or consequential damage, such as, but not limited to loss of revenue, loss of profit, loss of data, loss of business opportunities, loss of (prospective) clients, missed savings.” Niet-vertrouwelijke versie 20/54 werd gehouden). De CREG wenst op te merken dat haar goedkeuring geen bevestiging inhoudt dat beide taalversies op redactioneel vlak identiek zijn en dat het aan Elia toekomt om daarop toe te zien. 29. Febeliec merkt nog op dat bepaalde verwijzingen die gebeuren in artikelen naar andere delen van het contract onduidelijk zijn, zoals bv. artikel I.2.2 en artikel I.4.1. Elia stelt de nodige verduidelijkingen te hebben aangebracht in de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. 3.2.2.1.4. Artikel I.3 Bijkomende interpretatieregels 30. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.5. Artikel I.4 Inwerkingtreding en duur van dit Contract 31. Artikel I.4.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Inwerkingtreding van dit Contract”, bepaalt onder meer dat het contract voor de dienst van de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning in werking treedt zodra het geldig ondertekend is door de Partijen, voor zover de modaliteiten en voorwaarden (“Terms and conditions”) waarop dit contract betrekking heeft reeds in werking zijn getreden. Zo niet, treedt dit contract in werking, eens geldig ondertekend door alle Partijen, op de datum van inwerkingtreding van deze modaliteiten en voorwaarden. Verder wordt daarin ook bepaald dat dit geen afbreuk doet aan het feit dat Deel II een latere startdatum mag voorzien voor bepaalde Diensten. Samen gelezen met artikel 4 van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning begrijpt de CREG hieruit dat: - de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (met inbegrip van de typeovereenkomst voor de regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning) in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG, maar ten vroegste op 1 januari 2021, - het contract voor de regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning in werking treedt op de dag van (geldige) ondertekening door de partijen, behoudens indien de voorwaarden bedoeld in het eerste streepje op dat moment nog niet in werking zijn getreden. In dit laatste geval treedt het contract voor de regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning in werking op de datum van inwerkingtreding van de voorwaarden bedoeld in het eerste streepje. - Deel II van de typeovereenkomst voor de regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning een latere startdatum van het contract mag voorzien voor de betrokken dienst. Febeliec vraagt of het zinvol zou zijn om de mogelijkheid te voorzien dat het contract in werking treedt op een ander tijdstip dan het moment van ondertekening door de Partijen, bv. door de toevoeging “behoudens indien uitdrukkelijk anders is overeengekomen in de Bijzondere Voorwaarden”. Elia gaat daarmee akkoord en heeft artikel I.4.1 van de Algemene Voorwaarden aangepast, tevens om rekening te houden met de datum van inwerkingtreding van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen van de handhaving van de spanning. Niet-vertrouwelijke versie 21/54 De CREG stelt vast dat de door Febeliec gesuggereerde mogelijkheid inderdaad voorzien is in artikel I.4, tweede lid, laatste zin, van de Algemene Voorwaarden. 32. Artikel I.4.2 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de duur van het contract voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, onverminderd artikel I.11 en de toepasselijke wetgeving en reglementering, wordt vermeld in deel II van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Dit is begrijpelijk, aangezien dit inderdaad kan verschillen van dienst tot dienst. 3.2.2.1.6. Artikel I.5 Facturatie en betaling 33. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.7. Artikel I.6 Aansprakelijkheid 34. Artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden bevat een aansprakelijkheidsregeling tussen de partijen bij het contract. Zo wordt een beperking voorzien van de aansprakelijkheid tot Directe Schade en tot een bepaald bedrag. 35. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat de levering van de Diensten door de Dienstverlener een middelenverbintenis is, behoudens indien de typeovereenkomst een resultaatsverbintenis voorziet zoals de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen. Behalve de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen kunnen verplichtingen van partijen die voortvloeien uit het contract voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning volgens de CREG slechts worden aanzien als resultaatsverbintenis indien uitdrukkelijk bij de verplichting vermeld wordt dat de verplichting in kwestie een resultaatsverbintenis inhoudt of zulks onbetwistbaar volgt uit de bewoordingen van het betrokken artikel. 36. Febeliec merkt op dat dit artikel niet goed geschreven lijkt te zijn (bv. artikel I.6.2; de vele verwijzingen naar “boetesysteem”, “boetes” terwijl aansprakelijkheden en boetes totaal verschillende concepten zijn enz.) en in ieder geval zeer moeilijk te valideren is bij gebrek aan kennis van de inhoud van de verschillende contracten waarvoor deze algemene voorwaarden zullen worden gebruikt (bv. de bijzonderheden betreffende de vergoedingsplafonds die beperkt zijn per contract, maar die een meer uitvoerige herziening kunnen vergen indien alle balanceringsdiensten zouden worden gebundeld in één enkel contract). Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat aansprakelijkheden en boetes inderdaad twee zeer verschillende concepten zijn en dat boetes inderdaad bepaald worden in andere delen van het contract. Elia neemt nota van de opmerking van Febeliec betreffende de moeilijkheid inzake beoordeling en verwijst naar de vorige en lopende raadplegingen in verband met de T&Cs voor de specifieke voorwaarden. Verder stelt Elia in haar consultatieverslag dat de verwijzing naar specifieke plafonds in geval van boetes werd geschrapt uit dit artikel. In geval van een herziening van het contract (of de sectie aansprakelijkheid) zal deze vanzelfsprekend opnieuw het voorwerp uitmaken van een openbare raadpleging, besluit Elia. Ingevolge de opmerking van Febeliec en op vraag van de CREG heeft Elia de laatste zin van artikel I.6.4 geschrapt. Deze zin had betrekking op plafonds in geval van boetes en hoorde inderdaad niet thuis onder de hoofding “aansprakelijkheid”. De andere verwijzingen naar “boetes” en “boetesysteem” worden terecht gehandhaafd omdat zij er enkel toe strekken aan te geven dat deze bepalingen en de bepalingen over aansprakelijkheid inderdaad verschillende zaken betreffen en naast elkaar bestaan. Niet-vertrouwelijke versie 22/54 3.2.2.1.8. Artikel I.7 Noodsituatie en overmacht 37. Artikel I.7 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen inzake een noodsituatie (artikel I.7.1), een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand (artikel I.7.2) en overmacht (artikel I.7.3). 38. Febeliec merkt op dat het artikel over noodsituatie en overmacht een grondige herziening vergt. Febeliec stelt vast dat Elia hier dezelfde tekst heeft geïntroduceerd die het had voorgesteld voor het federaal technisch reglement, maar die verworpen werd in de uiteindelijke versie, terwijl thans geen rekening wordt gehouden met de opmerkingen die marktpartijen hebben geformuleerd tijdens de procedure betreffende de totstandkoming van het federaal technisch reglement. Febeliec dringt aan bij Elia om op zijn minst de sectie betreffende overmacht te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over deze topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen (bv. de opname van een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen daarvan als overmacht). Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat artikel I.7.3 bevestigt dat een situatie teneinde als overmacht beschouwd te kunnen worden, de voorwaarden zoals bepaald in artikel I.7.3, tweede alinea, moet respecteren. Elia bevestigt dat de afdeling over overmacht werd afgestemd op de toepasselijke rechtspraak en doctrine. 39. Artikel I.7.1. Noodsituatie. In artikel I.7.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Noodsituatie”, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, wordt gesteld dat Elia in een dergelijk geval gerechtigd en/of verplicht is om de maatregelen te nemen zoals voorzien in de toepasselijke wetgeving. Deze bepaling is een loutere herhaling van de verplichting van Elia om de wet na te leven in geval zich een noodsituatie voordoet volgens de wettelijke definitie daarvan. Verder bepaalt artikel I.7.1 dat in geval van tegenstrijdigheden met de bepalingen van dit Contract, de maatregelen als voorzien in de toepasselijke wet- en regelgeving voorrang zullen hebben op de rechten en verplichtingen van dit Contract. Er is evenwel slechts sprake van overmacht in hoofde van Elia indien de voorwaarden van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden zijn vervuld. Aangezien het begrip “noodsituatie” vermeld in artikel 16.2 van de Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit en artikel 72 van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer kadert in situaties waarbij redispatching of compensatiehandel niet meer mogelijk is en de transmissiesysteembeheerder snel moet optreden door de toegewezen zone-overschrijdende capaciteit te verminderen, zal dit artikel in de praktijk volgens de CREG vermoedelijk geen repercussies hebben op het contract voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. 40. Artikel I.7.2. Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand. Artikel I.7.2 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. Er wordt bepaald dat wanneer het systeem in een alarm-, nood-, black-out- of hersteltoestand is, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, Elia dan gerechtigd en/of verplicht is om de wettelijk voorziene maatregelen te nemen en dat wanneer die maatregelen niet verenigbaar zijn met de contracten, de noodmaatregelen dan voorrang hebben op de contracten. Artikel I.7.2 geeft niet het recht om andere maatregelen te nemen uit hoofde van een alarm-, nood-, black-out en hersteltoestand, dan deze voorzien in de wet. Vanuit dit opzicht heeft de CREG in het kader van het contract voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning geen opmerkingen bij deze bepaling. 41. Artikel I.7.3. Overmacht. Febeliec vraagt om de definitie van “overmacht” te aligneren met de internationale standaarden in dit domein, in plaats van een Elia-definitie te creëren over deze topic, wat leidt tot schijnbaar willekeurige elementen. Niet-vertrouwelijke versie 23/54 Elia heeft de definitie van “overmacht” gealigneerd op de definitie van “overmacht” in artikel 2, tweede lid, 45°, van de Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer14. Een bezorgdheid van de CREG is dat situaties al te gemakkelijk als overmacht zouden kunnen worden aanzien door deze op te lijsten in de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Echter, mede op vraag van de CREG, heeft Elia hieraan uitdrukkelijk toegevoegd dat elke situatie die wordt opgelijst slechts een geval van overmacht kan uitmaken indien voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in de tweede alinea van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden. Er zal steeds een rechterlijke controle mogelijk zijn indien een partij niet akkoord gaat met het inroepen van overmacht door de andere partij. Artikel I.7.3, vierde lid, eerste zin, van de Algemene Voorwaarden werd geschrapt omdat deze een overbodige herhaling vormde van de tweede zin van dit artikel. Febeg merkt op dat de definitie van de term “overmacht” zou moeten worden aangevuld met de woorden “of zou gebeurd zijn indien geen maatregelen werden genomen die de uitvoering van de verplichtingen van de Partij onder dit Contract verhinderen” en dat op p. 10, eerste puntje, de woorden “of de installaties van de Dienstverlener” zouden moeten worden toegevoegd vanuit het oogpunt van wederkerigheid. Elia heeft de tweede opmerking van Febeg meegenomen. De eerste opmerking is volgens Elia niet gerechtvaardigd aangezien er geen sprake kan zijn van overmacht indien controle over de situatie nog steeds mogelijk is (cf. consultatierapport van 3 december 2019). Een situatie van overmacht kan als dusdanig slechts worden gekwalificeerd, indien de situatie daadwerkelijk plaatsvond. De CREG kan deze redenering van Elia volgen. De CREG verwijst in dit kader eveneens naar wat uiteengezet wordt in paragraaf 55 van deze beslissing. 3.2.2.1.9. 42. Artikel I.8 Vertrouwelijkheid Artikel I.8 van de Algemene Voorwaarden is opgedeeld in vier titels. 43. Febeliec maakt volgens de CREG een terechte opmerking bij artikel I.8.1, derde streepje, nl. dat Elia gemakkelijk meent vertrouwelijke informatie te kunnen delen met “andere netbeheerders of in het kader van contracten en/of regels met buitenlandse netbeheerders” wat de mogelijkheid tot oneigenlijke toe-eigening van vertrouwelijke informatie creëert en alleen zou mogen kunnen indien dit essentieel is en in zoverre deze informatie niet anoniem kan worden gemaakt. Met toepassing van het derde streepje van de versie van de Algemene Voorwaarden die in de openbare raadpleging werd voorgelegd, kon vertrouwelijke informatie inderdaad zonder meer gedeeld worden met andere netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra “in overleg met hen” of “in het kader van contracten en/of regels met hen”. Dat de buitenlandse netbeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren en regionale coördinatiecentra dezelfde graad van vertrouwelijkheid moeten respecteren, houdt weinig tot geen garantie in, 14 Artikel 2, tweede lid, 45: „overmacht”: elke onvoorzienbare of ongebruikelijke gebeurtenis waarover een TSB redelijkerwijs geen controle heeft en die niet door een fout van de TSB is veroorzaakt, die met redelijke vooruitziendheid of voorzorgsmaatregelen niet had kunnen worden voorkomen of kon worden verholpen en die niet kon worden opgelost door middel van uit technisch, financieel of economisch oogpunt redelijke maatregelen van de TSB, die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en objectief verifieerbaar is en waardoor de TSB tijdelijk of definitief niet in staat is zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen; Niet-vertrouwelijke versie 24/54 aangezien zij dus ook zeer gemakkelijk alle vertrouwelijke info opnieuw kunnen doorspelen “in het kader van contracten” met andere TSOs. Om aan de bezorgdheid van Febeliec inzake het derde streepje van artikel I.8 tegemoet te komen, heeft Elia dit als volgt gewijzigd: “wat Elia betreft, in overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders of regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra, voor zover als noodzakelijk en wanneer anonimiseren niet mogelijk is en voor zover de ontvanger van deze informatie zich ertoe verbindt aan de informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als Elia;”. De CREG heeft hierbij geen bezwaren meer, mede gelet op het feit dat in tal van Europese netwerkcodes er verplichtingen aan de transmissiesysteembeheerders wordt opgelegd om informatie te delen. Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar artikel 40
(2)(a) en
(3)van de Europese netcode E&R
  1. Het is dan ook in het kader van de wettelijke verplichtingen dat de informatieuitwisseling met andere transmissiesysteembeheerders, regionale veiligheidscoördinatoren/regionale coördinatiecentra gezien moet worden.
  2. Verder merkt Febeliec op dat het woord “afgesloten” in artikel I.8.4 van de Algemene Voorwaarden beter wordt vervangen door “beëindigde” aangezien het verwarrend is. Ingevolge de opmerking van Febeliec betreffende het woord “afgesloten” in artikel I.8.
  3. heeft Elia besloten de betrokken zinsnede te schrappen. De CREG besluit uit het voorstel van Elia van 17 april 2020 dat de vertrouwelijkheidsverplichtingen van kracht zijn tijdens de hele duur van het contract tot vijf jaar na de beëindiging ervan. De CREG kan zich daarin vinden. 3.2.2.1.
  4. Artikel I.9 Informatieverplichting
  5. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.
  6. Artikel I.10 Herziening
  7. Artikel I.10 van de Algemene Voorwaarden is onderverdeeld in een titel I.10.1 “Wijzigingen van de hoofdtekst van dit Contract (Algemene en Specifieke Voorwaarden) en algemeen toepasselijke Bijlagen” en een titel I.10.2 “Wijzigingen van Partij-specifieke Bijlagen”.
  8. Artikel I.10.1 van de tekst die werd voorgelegd in de openbare raadpleging bevat bepalingen inzake de beëindiging van het contract in geval van wijzigingen ervan met beduidende impact op het contractueel evenwicht. Febeliec merkt op dat Elia in dit artikel verwijst naar procedures voor het herzien van het contract, maar het nog onduidelijk is welke procedures van toepassing zijn in geval van deze nieuw gereguleerde contracten. In elk geval dringt Febeliec er bij Elia op aan om openbare raadplegingen te organiseren alsook stakeholder workshops telkens wanneer wijzigingen worden beoogd. Als basisprincipe, in geval van een wijziging van het contract, zou de dienstverlener in ieder geval het recht moeten hebben om het contract te beëindigen (zeker indien het vrijwillige diensten betreft) zonder de noodzaak, zoals wordt voorgesteld door Elia, om aan te tonen dat de contractwijziging een beduidende impact heeft op het contractueel evenwicht (te vaag en wie zal dit beoordelen?). 15 Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet. Niet-vertrouwelijke versie 25/54 Elia verwijst in haar consultatierapport van 3 december 2019 naar de Europese netcodes en het federaal technisch reglement wat betreft de procedures voor wijziging van de T&C, aangezien deze de nieuw gereguleerde contracten definiëren. Elia is van plan de wettelijke procedures te volgen. De noodzaak om een beduidende impact op het contractueel evenwicht te bewijzen werd weggelaten. Ingevolge het parallellisme der vormen en de procedure voorzien in artikel 4 van het federaal technisch reglement dienen alle wijzigingen van deze voorwaarden met inbegrip van de typeovereenkomst voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd, na openbare raadpleging van de markt. In het voorstel van Elia van 17 april 2020 wordt tegemoet gekomen aan de voornoemde opmerking van Febeliec. De voorwaarde dat aan het contract voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning slechts een einde gesteld kan worden indien het bewijs van een significante impact is geleverd, werd uiteindelijk weggelaten. De CREG is evenwel van mening dat deze uitstapmogelijkheid niet gerechtvaardigd is in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, zoals voor bepaalde installaties het geval is in het kader van artikel 234 van het federaal technisch reglement en vraagt om hiermee rekening te houden bij de eerstvolgende aanpassing van de Algemene Voorwaarden. In afwachting daarvan zal de dienstverlener die een beroep doet op deze bepaling, in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, hoe dan ook gehouden blijven om de dienst te verstrekken en daartoe opnieuw het contract voor levering van de dienst dienen te ondertekenen.
  9. Artikel I.10.1, tweede lid, van de Algemene Voorwaarden bepaalt verder dat na goedkeuring door de CREG van de wijzigingen van het Contract, met inbegrip van de voorgestelde datum van inwerkingtreding, de wijzigingen in werking zullen treden zoals bepaald in het implementatieplan van de gewijzigde Modaliteiten en voorwaarden (“Terms and Conditions”) en zoals bevestigd in de kennisgeving met aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging die Elia aan de Dienstverlener stuurt indien de wijzigingen van toepassing zijn op bestaande contractuele relaties met betrekking tot het voorwerp van dit contract, maar niet vroeger dan 14 kalenderdagen na de kennisgeving. Febeg merkt op dat de inwerkingtreding van de wijzigingen niet eerder zou mogen plaatsvinden dan 30 kalenderdagen (in plaats van 15) na de betekening ervan aan de Dienstverlener. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat de termijn van 15 kalenderdagen in lijn is met andere gereguleerde contracten en het einde markeert van de wijzigingsprocedure, rekening houdend met de raadpleging van de stakeholders en de goedkeuring door de regulator. De CREG acht de termijn van 14 kalenderdagen een redelijke termijn, aangezien de wijzigingen niet onaangekondigd komen gelet op de voorafgaande openbare raadpleging.
  10. Febeg is van mening dat een hardship clausule aan het contract moet worden toegevoegd, zoals vroeger het geval was. Wat betreft een hardship clausule stelt Elia dat de T&C nu gereguleerd zijn en verwijst zij naar artikel I.
  11. Elia stelt dat de beëindiging van het contract ook bepaald wordt in de Specifieke Voorwaarden. De vraag van Febeg wordt niet gemotiveerd; er wordt enkel gesteld dat het vroeger bestond in de contracten. Een hardship clausule of imprevisiebepaling strekt er normaal gezien toe de mogelijkheid te voorzien een overeenkomst te heronderhandelen en/of te beëindigen in geval van een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan na contractsluiting en die het contractuele evenwicht fundamenteel wijzigt en waarvan het risico redelijkerwijze niet werd of kon worden verondersteld door de partijen. De CREG neemt akte van de opmerking van FEBEG, zijnde dat de algemene voorwaarden van de typeovereenkomst voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van Niet-vertrouwelijke versie 26/54 handhaving van de spanning geen “hardship” clausule bevatten, maar kan op basis van deze beperkte motivering, nl. dat het vroeger bestond, niet oordelen of een dergelijke vraag gerechtvaardigd is. Vooreerst is de wettelijke context veranderd: de dienst voor regeling van et reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt voortaan geleverd aan de hand van een door de CREG goedgekeurde typeovereenkomst. Ook de wijzigingen van de typeovereenkomst zijn onderworpen aan de goedkeuring van de CREG na een marktraadpleging. Verder geldt in beginsel de regel dat een contract de partijen tot wet strekt. Voor een belangrijk deel van de installaties wordt de verstrekking van deze dienst bovendien verplicht gesteld met toepassing van artikel 234 van het federaal technisch reglement. Vandaar dat de CREG a priori geen voorstander is van de opname van een imprevisiebepaling in de typeovereenkomst voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, bovenop de mogelijkheid die reeds wordt voorzien in artikel I.
  12. 3.2.2.1.
  13. Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout
  14. Artikel I.11 van de Algemene Voorwaarden voorziet de mogelijkheid om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een Partij een ernstige fout beging en na een procedure van ingebrekestelling. Febeliec vraagt dat Elia voor elk contract duidelijke richtsnoeren geeft over welke fouten beschouwd zullen worden als ernstige fouten die kunnen resulteren in de beëindiging van het contract en een vordering tot schadeloosstelling. Elia antwoordt in haar consultatierapport van 3 december 2019 dat een ernstige inbreuk of fout een notie is die gebruikelijk is in wettelijke documenten. Een geval van ernstige fout zal volgens Elia altijd betwist en beoordeeld kunnen worden door een bevoegde regulator of rechtbank. De CREG is van mening dat het zeer moeilijk is om op voorhand vast te stellen wat een ernstige fout is en wat niet. Mogelijks is dit ook niet wenselijk, aangezien dit veelal moet beoordeeld worden rekening houdend met de concrete omstandigheden van een zaak. Het spreekt voor zich dat Partijen, in voorkomend geval, slechts goed doordacht van een dergelijke mogelijkheid gebruik kunnen maken, gelet op de mogelijkheid van een gerechtelijke controle en sanctionering achteraf. 3.2.2.1.
  15. Artikel I.12 Diverse bepalingen
  16. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft evenmin bezwaren hierbij. 3.2.2.1.
  17. Artikel I.13 Toepasselijk recht – regels betreffende geschillen
  18. De marktpartijen maakten geen opmerkingen bij dit artikel. De CREG heeft hierbij evenmin opmerkingen in de context van de typeovereenkomst voor de levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. 3.2.2.
  19. Deel II – Specifieke Voorwaarden voor de dienst voor de regeling van de spanning en het reactief vermogen
  20. De CREG blijft hierna stilstaan bij de artikelen die aanleiding geven tot opmerkingen vanwege de CREG. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van Niet-vertrouwelijke versie 27/54 marktpartijen bij Deel II van het voorstel van Elia dat voor openbare raadpleging werd voorgelegd van 27 januari tot 24 februari 2020, met heropening ervan van 20 maart tot 8 april
  21. 3.2.2.2.
  22. Algemeen
  23. Febeliec wenst te benadrukken dat het nieuwe kader voor de MVAr-dienst voor bestaande technische eenheden met een verplichte deelname aan de dienst in geen geval mag leiden tot retroactieve aanpassingen en enkel betrekking kan hebben op bestaande capaciteiten. Het is eveneens van belang aldus Febeliec om te benadrukken dat voor bepaalde categorieën van technische eenheden, zoals in het bijzonder verbruiksinstallaties, de deelname vrijwillig blijft. Bovendien, indien het kader voor de MVAr-dienst in de toekomst zou veranderen (bv. meer stringente vereisten of nieuwe contractuele verplichtingen) of hun eigen capaciteiten zouden veranderen, moet het de vrijwillige deelnemers op elk moment in de tijd toegelaten zijn om hun deelname aan de dienst in te trekken, besluit Febeliec. Elia antwoordt dat de voorwaarden voor verplichte deelname en de minimale capaciteiten (de technische eisen) om de spanningsdienst te leveren voor zowel bestaande als nieuwe eenheden beschreven staan in het federaal technisch reglement en buiten de het voorwerp (“scope”) van het consultatiedocument “VSP contract” vallen. Daarnaast antwoordt Elia dat een algemene uitstapclausule voorzien is in de Algemene Voorwaarden van het contract dat vrijwillige deelnemers aan de dienst zouden kunnen inroepen teneinde hun deelname aan de dienst te herroepen in geval zij niet akkoord zouden gaan met eventuele aanpassingen van toepassing op het VSP-contract tijdens de contractuele periode. In geval van veranderingen in het wettelijk/regulatoir kader, zullen de nodige aanpassingen aan het contractueel kader doorgevoerd worden overeenkomstig de daartoe bestemde procedure (punt 14 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). De CREG kan zich vinden in dit antwoord van Elia en verwijst ook naar wat zij heeft uiteengezet in verband met deze uitstapclausule in paragraaf 47 van deze beslissing. Artikel 234, tweede lid, van het federaal technisch reglement bepaalt dat de installaties, die verplicht zijn om op verzoek van Elia aan de dienst deel te nemen, dit moeten doen binnen de technische grenzen van deze installaties, die weliswaar moeten voldoen aan de in dit artikel genoemde technische vereisten wat betreft hun geschiktheid voor de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van de spanning.
  24. Febeliec stelt in het algemeen dat de meeste van haar commentaren geformuleerd in 2019 geïmplementeerd lijken te zijn door Elia, maar dat haar algemene opmerking over het gebrek aan duidelijkheid betreffende de definities en de overmachtsclausule, bv. niet aanvaard werden. Niettemin blijft een duidelijke set van definities aldus Febeliec een absolute noodzaak teneinde discussies over de interpretatie van contractuele clausules te vermijden. Wat betreft de force majeure clausule, en in het bijzonder de lijst van situaties vermeld in artikel I.7.3 (hoewel met verwijzing naar de restrictieve voorwaarden in de tweede paragraaf van artikel I.7.3), merkt Febeliec op dat deze hoofdzakelijk zijn geschreven vanuit Elia’s perspectief. Zo zou het vierde item uit de lijst bv. wederzijds moeten worden gemaakt, aangezien een dergelijke belangrijke situatie ook kan voorkomen binnen het netwerk van een CDS-beheerder (wat zeker relevant zou zijn in de context van bv. de MVAr-dienst). Wat betreft de definities herinnert Elia Febeliec eraan dat de verwijzingen naar het wettelijk kader bedoeld zijn voor definities die geen precisering vergen in de context van deze contracten. Definities die van toepassing zijn op dit contract en preciseringen vergen, worden opgelijst in het document teneinde tegenspraak met bestaande wetgeving te vermijden. Ook in de Specifieke Voorwaarden worden definities opgelijst. Ingevolge de opmerkingen van Febeliec betreffende 'directe schade' en 'indirecte schade', werden de betrokken definities aangepast (zie punten 22 en 23 van het consultatieverslag). De CREG verwijst naar wat zij over de definities heeft uiteengezet in titel 3.2.2.1.2 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijke versie 28/54 Wat betreft overmacht, neemt Elia nota van het commentaar van Febeliec betreffende de formulering van artikel I.7.
  25. Zij stelt dat, gelet op het feit dat de Algemene Voorwaarden het voorwerp uitmaakten van een afzonderlijke publieke raadpleging (gegeven hun toepassing op alle Modaliteiten en Voorwaarden voorgesteld door Elia) en dit commentaar van toepassing is op de Algemene Voorwaarden voor alle modaliteiten en voorwaarden, en niet specifiek voor de T&C VSP, Elia dit commentaar in aanmerking zal nemen bij een toekomstige herziening van de Algemene Voorwaarden. De CREG heeft geen enkel bezwaar tegen de door Febeliec gesuggereerde toevoeging in de lijst van situaties die overmacht kunnen uitmaken. Deze toevoeging is echter geenszins noodzakelijk; een dergelijke situatie kan ook als overmacht kwalificeren zonder in deze lijst te zijn opgenomen. Deze lijst is louter exemplarisch en volledig onder voorbehoud van het voldaan zijn aan de restrictieve voorwaarden, net zoals dit het geval is voor situaties die niet in deze lijst zijn opgenomen. De CREG vraagt niettemin aan Elia om deze door Febeliec gesuggereerde toevoeging mee te nemen in de eerstvolgende wijziging van de Algemene Voorwaarden voor alle ondersteunende diensten.
  26. Wat betreft de gesloten distributienetten, vraagt Febeliec aan Elia om in de tekst te verduidelijken wanneer alle CDS (gesloten distributienetten) worden bedoeld (op het federaal net, het lokaal transportnet en het distributienet) en wanneer enkel één of twee van deze categorieën worden bedoeld, onder meer omwille van ontbrekende of uiteenlopende regionale en/of federale wetgeving. In elk geval wil Febeliec de centrale rol van de CDS-beheerder benadrukken als relevante netbeheerder voor de onderliggende technische eenheden in zijn net en de centrale rol van de CDS-beheerder als VSP, in elk geval met betrekking tot die CDS aangesloten op het federaal net (terwijl dit onduidelijk is wat betreft deze aangesloten op het lokaal transportnet en zelfs nog meer wat betreft deze aangesloten op het distributienet, waar de publieke distributienetbeheerder waarop ze zijn aangesloten vermoedelijk de rol van VSP ten aanzien van Elia zal opnemen, maar waarbij het onduidelijk blijft welke rol de CDS-beheerder zou moeten uitoefenen ten aanzien van de publieke distributienetbeheerder). Elia onderstreept dat de deelname van een CDS-beheerder op vrijwillige basis gebeurt ongeacht zijn aansluiting op het federaal, het regionaal of het distributienet. In het kader van dit contract verwijst Elia enkel naar CDS aangesloten op het Elia-net (federaal of regionaal net) zoals vermeld in de definitie. Indien een netgebruiker aangesloten is op (lees: het net van) een CDS-beheerder die zelf aangesloten is op (lees: het net van) een publieke distributienetbeheerder vrijwillig wenst deel te nemen aan de dienst, zal de publieke distributienetbeheerder VSP moeten zijn i.e. de partij die de dienst aan Elia levert (punt 15 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). De CREG verwijst naar wat zij hierover heeft uiteengezet in deel 3.1.5 van deze beslissing.
  27. Febeliec merkt verder nog op dat het voorstel op veel plaatsen niet in voldoende mate rekening houdt met de situatie waarin de MVAr-dienst wordt geleverd door een CDS-beheerder als VSP. Elia stelt dat ze waar nodig de betrokken onderdelen van het contract heeft verduidelijkt ingevolge het commentaar van Febeliec en verwijst naar de antwoorden die ze geeft onder punten 31 en 33 van het consultatierapport (artikel 17 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). Elia heeft, om de duidelijkheid te bevorderen, vier begrippen gedefinieerd, zijnde het begrip “Netgebruiker” voor de gebruikers van het transmissienet en van een publiek distributienet zoals bedoeld in artikel 2, §1, 57°, van het federaal technisch reglement, het begrip “Elia Netgebruiker” voor de gebruikers van het Elia-net (het transmissienet en het elektriciteitsnet tussen 30 en 70kV dat Elia beheert), het begrip “CDS-gebruiker” voor de gebruikers van een CDS zoals bedoeld in artikel 2, §1, 58°, van het federaal technisch reglement en het begrip “Publiek Distributienet-gebruiker” voor de gebruikers van een publiek distributienet zoals bedoeld in artikel 2, §1, 49°, van het federaal technisch reglement. Niet-vertrouwelijke versie 29/54 De CREG is van mening dat het belangrijk is dat Elia tegemoet komt aan dergelijke vragen tot verduidelijking van de rechten en verplichtingen vanwege marktpartijen. De CREG vraagt Elia om voortdurend te streven naar de tekstuele verbetering van haar contracten en dergelijke aanpassingen die zij spontaan opmerkt of die haar gesignaleerd worden door marktpartijen mee te nemen ter gelegenheid van toekomstige aanvragen tot goedkeuring van wijzigingen van de typeovereenkomsten.
  28. Met betrekking tot de door Elia gedane consultatie merkt Febeliec op dat deze enkel in het Engels werd gevoerd, terwijl vanuit juridisch oogpunt enkel de Nederlandstalige en Franstalige versies relevant zijn (bv. p. 33/34 van de T&C VSP). Febeliec houdt zich derhalve uitdrukkelijk het recht voor om commentaren te formuleren op de Nederlandstalige en Franstalige versies. Febeliec herhaalt verderop haar opmerking en stelt dat dat het gebruik van het Engels voldoende kan zijn tijdens een fase van informatie en mogelijks consultatie, maar dat een Franstalige en Nederlandstalige versie vereist is om te verzekeren dat alle nuances correct in rekening werden genomen. Daarnaast merkte Febeliec op dat de Algemene Voorwaarden in 2019 ter consultatie werden voorgelegd in het Nederlands en het Frans, daar waar zij nu ter consultatie voorgelegd worden in het Engels, wat de revisie vergemakkelijkt. Elia heeft ingevolge deze opmerkingen de publieke consultatie over de T&C VSP heropend voor twee bijkomende weken en bezorgde bovenop de Engelse versie, ook de vertalingen naar het Frans en het Nederlands. Deze heropening van de consultatie liet marktpartijen toe om hun eerste opmerkingen bezorgd aan Elia te verifiëren en te bevestigen of aan te vullen op grond van de Franse en Nederlandstalige versies van de T&C VSP (punten 16 en 20 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). Wat betreft de Algemene Voorwaarden merkt Elia op dat daarover werd geraadpleegd in 2019 en dat de finale versie vervat is in de T&C VSP en deze geen nieuwe elementen bevatten voor marktpartijen (punt 21 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). Febeliec heeft Elia bedankt voor de geboden mogelijkheid, maar stelt dat zij geen bijkomende opmerkingen heeft ten opzichte van deze reeds gemaakt bij de Engelse versie (punt 68 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). Febeg heeft een aantal tekstuele opmerkingen geformuleerd bij de Nederlandstalige en Franstalige versie, die door Elia werden geïntegreerd (punt 69 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). De CREG is van mening dat Elia terecht rekening hield met deze opmerkingen van Febeliec en Febeg en vraagt dat Elia de gepaste aandacht besteedt aan het taalgebruik bij haar consultaties.
  29. RWEST expliciteert dat haar opmerkingen in deze consultatie verder bouwen op de eerder gemaakte opmerkingen op de consultatie die eerder in september 2018 door Elia werd georganiseerd over de ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst. RWEST verwelkomt in deze consultatie de verlaging van het minimumvolume voor de leveringsdienst naar 1 MVAr omdat dit nieuwe technologieën zal toelaten om deel te nemen aan de markt voor MVAr diensten in de toekomst. Omwille van dezelfde reden verwelkomt RWEST de verandering in de berekening van de verminderingen van vergoedingen in het geval van niet-levering. Desalniettemin is RWEST bezorgd om de berekening van de vergoeding van de dienst en de prijsstructuur zoals beschreven in Bijlage 2 en 12 en dringt RWEST er bij Elia op aan om de volgende opmerkingen te overwegen (punt 53 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020). Elia verwelkomt dit ondersteunend commentaar. Elia verwijst verder naar haar antwoord in punten 2 en 54 van het consultatierapport. Deze worden hier besproken in paragrafen 61 en
  30. De CREG erkent de noodzaak van het verlaagde minimumvolume voor de levering van de dienst om de toegang tot deze dienst voor nieuwe technologieën mogelijk te maken. De CREG merkt hierbij op Niet-vertrouwelijke versie 30/54 dat het voorgestelde volume van 1 MVAr hoger ligt dan de 0,1 MVAr voorgesteld door Elia in haar antwoord in het consultatieverslag van de ontwerpnota over de MVAr-dienst. Een lager minimumvolume dan 1 MVAr is eventueel dus mogelijk en misschien ook wenselijk vanuit het oogpunt van niet-discriminatie. Anderzijds begrijpt de CREG dat Elia typisch volumes van tien tot tientallen MVar nodig heeft voor de regeling van reactief vermogen en dat Elia aangeeft dat het zelden mogelijk is om MVAr-diensten te aggregeren omwille van de locationele component. De CREG vraagt aan Elia om deze piste alsnog verder te onderzoeken alsook andere pistes om de toegang voor nieuwe technologieën en/of marktspelers tot de dienst te faciliteren, en deze op te nemen in het eerstvolgende voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning. Het antwoord van de CREG op de opmerking van RWEST over de vergoeding van de dienst, wordt besproken in paragraaf
  31. FEBEG, RWEST en het BOP hebben verschillende algemene opmerkingen geformuleerd over de prijs en de kost voor de levering van de dienst (punten 1, 2 en 3 van het consultatieverslag). FEBEG verwijst naar haar brief op 10 december 2018 aan de FOD Economie waarin ze haar bezorgdheden geuit heeft omtrent de vergoeding van de hulpdienst voor de levering van reactief vermogen, naar aanleiding van de wijzigingen voorgesteld in 2018 (lees: het federaal technisch reglement en de bijhorende ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst16). FEBEG is bezorgd dat de toekomstige vergoeding niet zal toelaten om alle kosten te dekken, waarbij de extra kosten en risico’s een negatieve impact zouden hebben op hun economische levensvatbaarheid en het algemene investeringsklimaat. Daaropvolgend identificeert FEBEG een aantal elementen die in de vergoeding in rekening zouden moeten worden genomen, zoals het dekken van industriële en operationele risico’s, onderhoudskosten, trainingskosten, investeringskosten, monitoringkosten…, een voldoende differentiatie van de remuneratie afhankelijk van de technologie en de leeftijd van de eenheid, een met zorg gedefinieerde controleband voor injectie en absorptie, de kost bij faling van een eenheid ten gevolge van een verplichte dienstlevering en de compensatie van zowel de capaciteitsvoorziening als geleverde energie. Concreet roepen de volgende voorgestelde wijzigingen in de T&C VSP bij FEBEG bezorgdheden op:
(1)de mogelijkheid om een vaste component te integreren in de bieding van de dienstverlening, is geschrapt uit de T&C VSP. Deze vaste component is, volgens FEBEG, echter nodig om de vaste kosten gelinkt aan de beschreven voorwaarden te dekken. Het weglaten van deze vaste prijscomponent is volgens FEBEG in strijd met het evenredigheidsprincipe gestipuleerd in artikel 4.2 van het Europese richtsnoer SOGL. Er is geen garantie dat een variabele prijscomponent toelaat om de investeringskosten te dekken aangezien het volume aan activaties niet gekend is en in hoge mate onzeker;
(2)FEBEG ziet geen feitelijke argumenten om de huidige prijsbanden van [0%-50%] en [50%100%] van de technische band in injectie of absorptie, systematisch voor alle eenheden te veranderen naar [0%-90%] en [90%-100%]. De VSP is het best geplaatst om de verdeling van de prijsbanden te bepalen en zou hiertoe de mogelijkheid moeten hebben in de tenderprocedure met een split op eender welke waarde tussen 0% en 100% (punt 1 van het consultatieverslag).
  1. De reactie van RWEST op de vergoeding van de dienst is in dezelfde lijn als deze van FEBEG. Ook RWEST hekelt het weglaten van de vaste prijscomponent uit de vergoeding en heeft vragen over de herziene definitie van de prijsband met de verdeling op 90% van de technische capaciteit. Daarnaast is RWEST van mening dat de bepaling van wat een redelijke prijs is, in de T&C VSP ontbreekt. Algemeen wil RWEST de opmerkingen in hun antwoord op de ontwerpnota herhalen dat een eerlijke vergoeding voor de investeringen, diensten en kosten de beste incentive vormen voor elke producent om de 16 Zie https://www.elia.be/nl/publieke-consultaties/20180910-public-consultation-on-the-mvar-incentive-study Niet-vertrouwelijke versie 31/54 maximum beschikbare MVAr aan te bieden (punt 2 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020).
  2. Ook het BOP heeft opmerkingen over het weglaten van de vaste prijscomponent in de vergoeding in lijn met deze van FEBEG en RWEST hierover (punt 3 van het consultatieverslag).
  3. Elia antwoordt op de verschillende opmerkingen over de vergoeding het volgende: - Met betrekking tot de vaste prijscomponent in de vergoeding verwijst Elia naar wat hierover al eerder in de ontwerpnota stond, namelijk dat de vaste kosten zoals de investering, communicatie- en monitoringkosten deel uitmaken van de capaciteit om MVAr en spanningsregeling te leveren aan Elia. Gezien deze capaciteit deel uitmaakt van de aansluitingsvoorwaarden vastgelegd in het Europese en Belgische wettelijke kader, dient deze niet vergoed te worden. Iedere kost gelinkt aan de levering van de dienst dient in de bieding in de variabele kost component te worden geïntegreerd en gerechtvaardigd. - Met betrekking tot de verdeling van de prijsbereiken, heeft Elia de wijziging voorgesteld op basis van de overweging dat de kost voor het leveren van reactief vermogen voornamelijk stijgt wanneer de Technische Eenheid dicht bij zijn technische grenzen werkt aangezien dan het risico op tripping, bijkomende slijtage of actieve vermogensverliezen kunnen toenemen – en niet vanaf het midden van het Technische Regelbereik. Op basis van de ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst, zou het definiëren van de limiet voor de verdeling dicht bij de technische grenzen de meest relevante optie zijn. Elia gaat er echter mee akkoord dat het prijsbereik zou kunnen afhangen van de beschouwde Technische Eenheid en zal wat flexibiliteit in de definitie ervan toestaan, met name dat de VSP de limiet die de verdeling tussen de prijsbereiken bepaalt kan kiezen tussen 75% en 90% van het maximale reactieve vermogen in absorptie/injectie, mits technische verantwoording van de gekozen limiet. - Met betrekking tot de bepaling van de redelijkheid van de kosten van de dienst, herinnert Elia eraan dat deze bepaling geen deel uitmaakt van de T&C VSP gezien dit onder de bevoegdheid van de regulator valt (hier de CREG). Tenslotte bevestigt Elia dat alle geactiveerde MVArs onafhankelijk vergoed worden volgens productiemodus, namelijk via een automatische regeling of via een manuele activatie.
  4. De CREG neemt nota van de bezorgdheden en opmerkingen geformuleerd door FEBEG, het BOP en RWEST betreffende de wijzigingen in de vergoeding van de dienst. De CREG onderschrijft desalniettemin de motivatie gegeven door Elia voor de voorgestelde veranderingen en keurt de betrokken bepalingen goed. De CREG benadrukt dat in de betrokken bepalingen de standaardwaarde voor de limiet voor de verdeling van de twee prijsbereiken 90% van het maximale (minimale) technische regelbereik bedraagt. Indien een VSP een andere waarde voor de limiet kiest, dient hiertoe de technische verantwoording verstrekt te worden. De CREG sluit echter niet uit dat het bereik waarbinnen deze limiet voor de verdeling van de prijsbereiken kan variëren, op basis van de ontvangen gegevens of andere informatie, in de toekomst kan wijzigen.
  5. Het BOP drukt daarnaast haar expliciete bezorgdheid uit over de financiële impact en algemene onzekerheid die geïntroduceerd wordt in de T&C VSP via artikel II.8.
  6. Deze refereert naar het artikel 12quinquies van de elektriciteitswet dat stelt dat de prijzen vastgelegd kunnen worden op basis van een koninklijk besluit en dat deze prevaleren boven de prijzen vastgelegd op basis van Bijlage
  7. Het BOP argumenteert dat een dergelijke maatregel niet meer noodzakelijk is gezien omwille van de ingevoerde verplichte deelname aan de VSP dienst, verwacht kan worden dat de resulterende tenderprijzen competitief zullen zijn. Het BOP vraagt daarom dat ofwel het principe opgegeven wordt, via een wijziging van de elektriciteitswet, ofwel dat de tenderer het recht heeft om de dienstlevering Niet-vertrouwelijke versie 32/54 te weigeren indien de vastgelegde prijzen en/of volumes onaanvaardbaar zijn (punt 4 van het consultatieverslag). Elia neemt nota van de bezorgdheden van het BOP. Elia herinnert eraan dat bij wet het de rol van de CREG is om de redelijkheid van de kosten te beoordelen op basis van de biedingen van de kandidaten. Deze procedure zou moeten toelaten om alle redelijke kosten te dekken via de prijs. Tenslotte preciseert Elia dat Elia geen bevoegdheid heeft om een wijziging van de elektriciteitswet te initiëren. De CREG sluit zich aan bij het antwoord van Elia op deze opmerking. De CREG herinnert eraan dat er in het geval van de levering van reactief vermogen niet aan de voorwaarden voor het opzetten van een competitieve markt kunnen worden voldaan, zoals ook in de ontwerpnota van Elia over de MVArdienst aangegeven. De lokale component is bij reactief vermogen en spanningsregeling hiervoor te belangrijk in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij balanceringsdiensten waarbij de topologische locatie minder of geen rol speelt (met uitzondering van gevallen van congestie op het netwerk). Dit verklaart ook waarom in de meeste landen de prijs voor de dienstlevering van reactief vermogen gereguleerd is, zoals ook vastgesteld in de ontwerpnota van
  8. Tenslotte nuanceert de CREG dat op basis van artikel 12quinquies van de elektriciteitswet het de rol van de CREG is om vast te stellen of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn.
  9. Het BOP merkt op dat de onderlinge overeenkomst die moet afgesloten worden tussen de VSP en de Toegangscontracthouder gestipuleerd in artikel II.8.4, voor een nodeloos complexe contractuele relatie tussen deze twee partijen kan leiden. Het BOP begrijpt namelijk dat de impact van de dienst op het tarief voor enerzijds het ter beschikking gestelde vermogen voor afname (“power put at disposal for consumption” of PPAD) en anderzijds de “injectie of afname van bijkomende reactieve energie” onderwerp is van deze overeenkomst. De goedgekeurde tariefmethodologie 2020-2023 voorziet echter enkel een correctie voor de injectie of afname van bijkomende reactieve energie. Daarom moeten de VSP en de Toegangscontracthouder nu beslissen of en wanneer deze PPAD te verhogen. Dit kan slechts één maal per jaar gebeuren en vertegenwoordigt een substantiële vaste kost voor minstens 12 maanden. Het BOP is van mening dat, in combinatie met artikel II.8.1 die wettelijke onzekerheid creëert in verband met de remuneratie en artikel II.8.2 die geen vaste component in de remuneratie voorziet, hiermee onnodige risico’s worden geïntroduceerd en vraagt dit in de toekomst in de tariefstructuur aan te passen. In afwachting hiervan, stelt het BOP voor om in de relevante contracten (bijvoorbeeld het Toegangscontract) meer flexibiliteit toe te laten in het huidige rigide re

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.