(B)2131 8 oktober 2020 Beslissing tot wijziging van beslissing (B)2094 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 5 2.1. Algemeen ................................................................................................................................. 5 2.2. Raadpleging.............................................................................................................................. 6 3. WIJZIGING VAN HOOFDSTUK 3.3 (BEPALEN VAN DE CORRECTIEFACTOR) VAN BESLISSING ......... (B)2094 .......................................................................................................................................... 6 4. BESLISSING .................................................................................................................................... 7 Niet-vertrouwelijke versie 2/7 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het koninklijk besluit van 16 juli 2002), of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsprijs. Op basis van haar onderzoek bepaalt de CREG de correctiefactor van de betrokken domeinconcessie voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens haar vergadering van 8 oktober 2020. 1. 1. WETTELIJKE BASIS Artikel 14, § 1, tweede lid, 1°ter van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is [sic] verplicht, van de groenstroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productietechnologie, namelijk: […] 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule: minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin: - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan:
- a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
- b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
- c)een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in
- a)en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het Niet-vertrouwelijke versie 3/7 koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie; - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd.” 2. Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter. […]” Niet-vertrouwelijke versie 4/7 2. 2.1. ANTECEDENTEN ALGEMEEN 3. Beslissing (B)2094 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens haar vergadering van 17 juli 2020. De correctiefactor werd vastgelegd op 18,22 % voor de periode 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021. 4. Begin september 2020 is de CREG gecontacteerd door verschillende afnemers van offshore windenergie over de kwaliteit en de correctheid van de gepubliceerde data inzake de offshore productievoorspelling in day ahead (11h00) op de website van Elia. Deze data wordt onder meer gebruikt voor de berekening van de correctiefactor. Volgens deze afnemers zou de gepubliceerde data met tijdstempel “11h00” immers de voorspellingsdata bevatten van een later tijdstip. 5. Met haar brief van 3 september 2020 heeft de CREG aan Elia gevraagd om haar dringend duidelijkheid te verschaffen over de correctheid van de data inzake het veld “day ahead forecast (11h00)” voor windproductie. Naast de historiek van het probleem vraagt de CREG ook de correcte waarden van de “day ahead forecast
(11h)” op.
- Op 11 september heeft Elia per brief aan de CREG bevestigd dat gedurende de periode 29 mei 2019 tot en met 26 augustus 2020 de gepubliceerde data “Offshore day ahead forecast” met tijdstempel “11h00”, de voorspellingsdata bevatte van een later tijdstip. Naast een toelichting en schets van de historiek heeft Elia de correcte data opgeleverd voor de periode 29 mei 2019 tot en met 26 augustus
- Op 18 september 2020 heeft de CREG per e-mail aan alle betrokken offshore parken en PPAofftakers meegedeeld dat door de foutieve publicatie van de “day ahead forecast
(11h)” op de website van Elia voor de periode 29 mei 2019 tot en met 26 augustus 2020, de correctiefactoren die (deels) gebaseerd zijn op deze referentieperiode niet correct berekend zijn. In bijlage van de e-mail is de correcte data voor de periode 29 mei 2019 tot en met 26 augustus 2020 toegevoegd. De CREG heeft de betrokken parken dan ook gevraagd een aangepast dossier in te dienen.
- Met haar brief van 21 september 2020 heeft Rentel een aangepast dossier ingediend bij de CREG voor de goedkeuring van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september
- De nieuwe correctiefactor is berekend op basis van de gecorrigeerde “day ahead forecast
(11h)”.
- Ontwerpbeslissing (B)2131 tot wijziging van beslissing (B)2094 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 1 oktober
- Niet-vertrouwelijke versie 5/7 2.
- RAADPLEGING
- Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG1 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen.
- Het directiecomité van de CREG meende dat de onderhavige beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor de aanvrager, namelijk Rentel, en besliste daarom om een niet-openbare raadpleging te houden over deze ontwerpbeslissing en daarbij enkel Rentel te raadplegen.
- De CREG heeft op 1 oktober 2020 een brief van Rentel ontvangen waarin ze verklaart geen inhoudelijke opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. Ze merkt echter op dat de PPA tussen Rentel en Lampiris reeds ondertekend en effectief is, in tegenstelling tot wat vermeld werd in de ontwerpbeslissing. De CREG heeft dit aangepast in de beslissing.
- WIJZIGING VAN HOOFDSTUK 3.3 (BEPALEN VAN DE CORRECTIEFACTOR) VAN BESLISSING (B)2094
- Op 21 september 2020 heeft Rentel een aangepast dossier ingediend waarbij de correctiefactor berekend is op basis van de gecorrigeerde “day ahead forecast
(11h)”. Rentel vraagt in haar brief van 21 september 2020 om “de correctiefactor van 19,47% te valideren voor de eerste contractuele jaarperiode (1/10/2020 tot 30/09/2021), alsook de berekening hiervan”.
- De correctiefactor wordt berekend volgens volgende formule: [VERTROUWELIJK]
- De CREG stelt vast dat de correctiefactor van 19,47 % een correcte weergave is van de toepassing van de formule opgenomen in de afgesloten PPA tussen Rentel en Lampiris. Ze heeft de correctheid van de brongegevens onderzocht en de formule toegepast.
- De CREG bevestigt dat de correctiefactor uit de PPA van 19,47 % marktconform is en keurt deze correctiefactor goed voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september
- 1 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari
- Niet-vertrouwelijke versie 6/7
- De periode waarop deze beslissing betrekking heeft overlapt met de periode waarop beslissing (B)1998 van 12 november 2019 betrekking heeft (namelijk voor 1 en 2 oktober 2020). De CREG verduidelijkt dat de correctiefactor voor die twee dagen wordt vastgesteld conform huidige beslissing.
- BESLISSING Gelet op artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin de procedure wordt bepaald voor de aanpassing van de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die onderzoekt of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs; Gelet op beslissing (B)2094 van 17 juli 2020; Gelet op het aangepaste aanvraagdossier van 21 september 2020; Beslist de CREG dat hoofdstuk 3.3 van Beslissing (B)2094 worden vervangen door hoofdstuk 3 van voorliggende beslissing; Beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 19,47 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode 1 oktober 2020 tot en met 30 september
- Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 7/7