← België

Beslissing over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/9

(B)2136 22 oktober 2020 Beslissing over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA TRANSMISSION BELGIUM voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel Genomen met toepassing van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Europees wettelijk kader ......................................................................................................... 4 1.1.1. Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) ...................................................... 4 1.1.2. Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit ......................... 6 1.1.3. Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer ............................................ 6 1.2. Nationaal wettelijk kader ........................................................................................................ 7 1.2.1. 2. 3. 4. Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt ............... 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 9 2.2. Raadplegingen ....................................................................................................................... 10 2.2.1. Van de betrokken regulerende instanties ..................................................................... 10 2.2.2. Van de andere belanghebbenden ................................................................................. 10 ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 13 3.1. Doel van het voorstel ............................................................................................................ 13 3.2. Impact van lusstromen op de zoneoverschrijdende capaciteit ............................................ 14 3.3. Toepassingsgebied ................................................................................................................ 14 3.4. Monitoring van de naleving................................................................................................... 15 BESLISSING..................................................................................................................................... 16 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 18 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 19 Niet-vertrouwelijk 2/19 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “de CREG”) onderzoekt hierna de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR (hierna: “Elia”) voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel (hierna: “het derogatieverzoek”). Dit gebeurt op basis van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) (hierna: “de Elektriciteitsverordening”). De CREG ontving het derogatieverzoek van Elia, per brief, in het Engels, op 15 september 2020. Conform de afspraken tussen de CREG en Elia, ontving de CREG op 1 oktober 2020 een Franstalige versie van het derogatieverzoek van Elia. Het is deze Franstalige versie van het derogatieverzoek waarop de onderhavige beslissing betrekking heeft en die als BIJLAGE 1 aan deze beslissing wordt toegevoegd. Deze beslissing is opgesplitst in vier delen. Het eerste deel is gewijd aan het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten van het derogatieverzoek, inclusief de openbare raadpleging die door de CREG werd georganiseerd, toegelicht. In het derde deel ontleedt de CREG het voorstel en het vierde deel, ten slotte, omvat de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd op de vergadering van 10 december 2020. Niet-vertrouwelijk 3/19 1. WETTELIJK KADER 1. Dit hoofdstuk herhaalt het wettelijke kader dat toepasselijk os op het derogatieverzoek van Elia. Het wettelijke kader bestaat uit Europese en nationale wetgeving. 1.1. EUROPEES WETTELIJK KADER 1.1.1. Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (herschikking) 2. De Elektriciteitsverordening behandelt in Afdeling 1 van Hoofdstuk 3 (“Toegang tot het net en congestiebeheer”) de toewijzing van (zoneoverschrijdende) transmissiecapaciteit. Artikel 14 beschrijft het proces voor de eventuele herziening van de configuratie van de biedzones teneinde structurele congesties te vermijden. In artikel 15 worden de lidstaten verplicht om, na de vaststelling van structurele congestie, een actieplan op te stellen met als doel het binnen vier jaar deze structurele congesties te verminderen. 3. Artikel 16 van de Elektriciteitsverordening omvat de algemene beginselen inzake capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. In het bijzonder worden de transmissiesysteembeheerders verplicht om, op een niet-discriminerende wijze, minstens 70% van de transmissiecapaciteit ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel ter beschikking te stellen. 1. Congestieproblemen van het netwerk worden aangepakt met niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossingen waarvan voor de marktdeelnemers en de betrokken transmissiesysteembeheerders efficiënte economische signalen uitgaan. Netcongestieproblemen dienen te worden opgelost door middel van transacties losstaande methoden, met name methoden waarbij geen keuze tussen de contracten van afzonderlijke marktdeelnemers behoeft te worden gemaakt. Wanneer de transmissiesysteembeheerder operationele maatregelen treft om te waarborgen dat zijn transmissiesysteem in de normale toestand blijft, houdt hij rekening met het effect van deze maatregelen op aangrenzende regelzones en coördineert hij deze maatregelen met andere betrokken transmissiesysteembeheerders overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222. (…) 4. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale capaciteit van de interconnecties en/of de maximale capaciteit van de transmissienetwerken waarmee grensoverschrijdende capaciteit wordt verzorgd, zulks in overeenstemming met de voor een veilige exploitatie van het netwerk geldende veiligheidsnormen. Compensatiehandel en redispatching, met inbegrip van grensoverschrijdende redispatching, worden gebruikt voor het maximaliseren van de beschikbare capaciteit om de in lid 8 bedoelde minimumcapaciteit te bereiken en een gecoördineerd en niet-discriminerend proces voor grensoverschrijdende corrigerende maatregelen zal worden toegepast om zo'n maximalisering mogelijk te maken, na toepassing van de methodologie van kostendeling bij redispatching en compensatiehandel. 5. Capaciteit wordt toegewezen door middel van expliciete capaciteitsveilingen of impliciete veilingen, waartoe zowel capaciteit als energie behoren. Beide methoden mogen worden gebruikt voor een en dezelfde interconnectie. Voor intradayhandel wordt continuhandel gebruikt en kunnen veilingen als aanvulling wordt gebruikt. 6. In geval van congestie, wordt de capaciteit toegewezen aan het hoogste geldige bod, dat de hoogste waarde biedt voor de (schaarse) transmissiecapaciteit ongeacht of het een Niet-vertrouwelijk 4/19 impliciet of expliciet bod binnen een gegeven tijdsbestek is. Het is verboden reserveringsprijzen vast te stellen in het kader van methoden voor capaciteitstoewijzing; bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1228/2003, artikel 17 van Verordening (EG) nr. 714/2009 of artikel 63 van onderhavige verordening wordt hierop een vrijstelling wordt verleend voor nieuwe interconnectoren. 7. Capaciteit mag vrij worden verhandeld op secundaire basis mits de transmissiesysteembeheerder hiervan lang genoeg van tevoren in kennis wordt gesteld. Wanneer een transmissiesysteembeheerder een secundaire handel (transactie) weigert, deelt hij dit op duidelijke en transparante wijze mee en legt hij dit uit aan alle marktdeelnemers, en stelt hij de regulerende instantie daarvan in kennis. 8. Transmissiesysteembeheerders leggen geen beperking op aan het volume van de interconnectiecapaciteit die aan marktdeelnemers ter beschikking wordt gesteld om congestie binnen hun eigen biedzone aan te pakken of die als middel dient voor het beheren van stromen als gevolg van transacties binnen de biedzones. Onverminderd de toepassing van de derogaties uit hoofde van de leden 3 en 9 van dit artikel en de toepassing van artikel 15, lid 2, wordt dit lid geacht te zijn nageleefd mits de volgende niveaus van beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel zijn bereikt:

  1. a)voor grenzen met een aanpak op basis van gecoördineerde nettotransmissiecapaciteit bedraagt de minimumcapaciteit 70 % van de transmissiecapaciteit, met inachtneming van de operationele-veiligheidsgrenzen, na aftrek van uitvalsituaties, als bepaald overeenkomstig het op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 714/2009 vastgestelde richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer;
  2. b)voor grenzen met een stroomgebaseerde aanpak is de minimumcapaciteit een marge die is vastgesteld in het capaciteitsberekeningsproces als beschikbaar voor door zoneoverschrijdende uitwisseling teweeggebrachte stromen. De marge bedraagt 70 % van de capaciteit, met inachtneming van de operationele-veiligheidsgrenzen van interne zoneoverschrijdende kritische netwerkelementen, rekening houdend met uitvalsituaties, als bepaald overeenkomstig het op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 714/2009 vastgestelde richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. De volledige 30 % kan worden gebruikt voor de betrouwbaarheidsmarges, lusstromen en interne stromen voor elk kritisch netwerkelement. 9. Op verzoek van transmissiesysteembeheerders van een capaciteitsberekeningsregio kunnen de relevante regulerende instanties een derogatie van lid 8 om voorzienbare redenen verlenen wanneer dat nodig is om de operationele veiligheid in stand te houden. Dergelijke derogaties, die geen betrekking mogen hebben op beperking van reeds toegewezen capaciteit overeenkomstig lid 2, worden verleend voor niet meer dan telkens een jaar, of — op voorwaarde dat de afwijking na het eerste jaar aanzienlijk afneemt — voor maximum twee jaar. Een dergelijke derogatie is strikt beperkt tot wat noodzakelijk is om operationele zekerheid te handhaven en leidt niet tot discriminatie tussen interne en zoneoverschrijdende uitwisselingen. Voordat de betrokken regulerende instantie een derogatie verleent, raadpleegt zij de regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio's. Indien een regulerende instantie niet akkoord gaat met de voorgestelde derogatie, beslist ACER overeenkomstig artikel 6, lid 10, onder a), van Verordening (EU) 2019/942 of de derogatie moet worden verleend. De rechtvaardiging en de motivering betreffende de derogatie worden gepubliceerd. Wanneer een derogatie wordt verleend, ontwikkelen en publiceren de relevante transmissiesysteembeheerders een methodologie en projecten die voorzien in een langetermijnoplossing voor de aangelegenheid waarop de derogatie betrekking heeft. De afwijking is van toepassing totdat de termijn voor de derogatie verstrijkt of de oplossing wordt toegepast, naargelang hetgeen het eerst gebeurt. Niet-vertrouwelijk 5/19 (…) 11. Voor zover dat technisch mogelijk is, vereffenen de transmissiesysteembeheerders de behoeften aan capaciteit voor elektriciteitsstromen in tegengestelde richting over de overbelaste koppellijn, teneinde de capaciteit van deze lijn maximaal te benutten. Transacties waarmee de congestie wordt verlicht mogen, met volledige inachtneming van de netwerkveiligheid, niet worden geweigerd. (…) 1.1.2. Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit 4. De taken van een regulerende instantie worden in de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (hierna: “de Elektriciteitsrichtlijn”) vastgelegd, in artikel 59. Deze taken omvatten onder meer het toezicht op de naleving door hun TSB van de bepalingen in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening. 1. De regulerende instantie heeft de volgende taken: (…)
  3. h)ervoor zorgen dat transmissiesysteembeheerder ingevolge artikel 16 van Verordening (EU) 2019/943 zo veel mogelijk interconnectorcapcaiteit beschikbaar stellen 1.1.3. Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer 5. Naast de algemene bepalingen voor capaciteitstoewijzing en congestiebeheer in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening, werden op Europees niveau ook gedetailleerdere richtsnoeren vastgelegd in Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer (hierna: “de CACM Verordening”). 6. In de CACM Verordening wordt onder meer beschreven hoe transmissiesysteembeheerders op regionaal niveau dienen samen te werken om op een gecoördineerde wijze de zoneoverschrijdende transmissiecapaciteit te berekenen en toe te wijzen. De manier waarop de bepalingen in artikel 16, achtste lid van de Elektriciteitsverordening ten uitvoer worden gelegd, hangt sterk af van de methodologie voor het berekenen van de grensoverschrijdende capaciteit, waarvoor de richtlijnen zijn openomen in artikelen 20 tot en met 30 van de CACM Verordening. 7. In artikel 20 van de CACM Verordening vallen twee capaciteitsberekeningsmethodologieën te onderscheiden: een gecoördineerde nettotransmissiecapaciteitsaanpak of een stroomgebaseerde aanpak. Deze laatste is de aanpak die te verkiezen valt in een regio waar een sterke onderlinge afhankelijkheid tussen de biedzones bestaat, voor wat betreft het niveau van de zoneoverschrijdende capaciteiten. De stroomgebaseerde aanpak is dan ook het uitgangspunt van de capaciteitsberekeningsmethodologie in de Core capaciteitsberekeningsregio. Niet-vertrouwelijk 6/19 1.2. NATIONAAL WETTELIJK KADER 1.2.1. Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt 8. De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de Elektriciteitswet”) wijst, op niet-limitatieve wijze, een aantal taken toe aan de beheerder van het transmissienet (in casu Elia). Deze taken zijn te vinden in artikel 8, §1 en omvatten onder meer het publiceren van de regelen voor het berekenen van de transmissiecapaciteit: Het beheer van het transmissienet wordt waargenomen door één enkele beheerder, aangewezen overeenkomstig artikel 10. De netbeheerder staat in voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissienet, met inbegrip van de koppellijnen daarvan naar andere elektriciteitsnetten, teneinde de continuïteit van de voorziening te waarborgen. Hiertoe wordt de netbeheerder onder meer met de volgende taken belast: (…) 11° het publiceren van normen voor het plannen, uitbaten en de veiligheid die worden aangewend, met inbegrip van een algemeen plan voor de berekening van het totaal transfertvermogen en de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie op basis van de elektrische en fysische karakteristieken van het net; 12° het bepalen en publiceren van de procedures voor het beperken van de transacties die op niet-discriminerende wijze toegepast kunnen worden in geval van noodtoestanden evenals de methodes voor de schadeloosstelling, met inbegrip van de concepten en basismethodes die het mogelijk maken de verantwoordelijkheden te bepalen ingeval deze verplichtingen worden verzuimd, die in geval van dergelijke beperkingen eventueel van toepassing zijn; 13° het publiceren van alle nuttige gegevens die betrekking hebben op de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van het net, met daarin een verslag over de plaatsen en de oorzaken van de congestie, alsmede over de methodes die toegepast worden om de congestie te beheren en over de projecten betreffende het toekomstige beheer ervan; 14° het publiceren van een algemene beschrijving van de methode voor het beheer van de congestie die in verschillende omstandigheden wordt toegepast om de capaciteit die op de markt beschikbaar is te maximaliseren, evenals een algemeen plan voor de berekening van de interconnectiecapaciteit op de verschillende vervaldata, gebaseerd op de elektrische en fysische karakteristieken van het net; Niet-vertrouwelijk 7/19 9. De CREG is, volgend uit artikel 23, §2 belast met het toezicht op de wijzen van congestiebeheer die door de TSB worden toegepast. De CREG is bovendien bevoegd voor het goedkeuren voor de capaciteitsberekeningsmethodologie(ën). § 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds. Ten dien einde zal de commissie: (…) 36° toezien op het congestiebeheer van het transmissienet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer. De commissie brengt de Algemene Directie Energie hiervan op de hoogte. De netbeheerder dient bij de commissie, ten behoeve van dit punt, zijn ontwerp van regels voor congestiebeheer in, met inbegrip van de toewijzing van capaciteit. De commissie kan hem op een met redenen omklede wijze verzoeken om zijn regels te wijzigen, met inachtneming van de congestieregels die werden vastgelegd door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in samenspraak met het ACER; (…) 38° keurt het algemeen plan goed voor de berekening van de totale overdrachtscapaciteit en van de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie vanuit elektrische en fysische kenmerken van het net dat gepubliceerd wordt door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 11° ; Niet-vertrouwelijk 8/19 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 10. Op 5 juni 2019 werd de Elektriciteitsverordening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Elektriciteitsverordening trad in werking op 25 juni 2019, hetzij 29 dagen na de publicatie ervan zoals bepaald in artikel 71. Met uitzondering van een aantal artikelen, opgesomd in artikel 71, tweede lid, zijn de bepalingen in de Elektriciteitsverordening van toepassing vanaf 1 januari 2020. 11. Artikel 16, achtste lid – van toepassing vanaf 1 januari 2020 – schrijft voor dat de TSB’s geen beperkingen aan de interconnectiecapaciteit mogen opleggen om interne congesties te verlichten. Aan deze algemene bepaling wordt voldaan wanneer een TSB, in een stroomgebaseerde capaciteitsberekeningsregio, een marge van 70% op interne of zoneoverschrijdende kritieke netwerkelementen ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel stelt. Het is de TSB toegestaan om neerwaarts af te wijken van de minimale marge van 70% in twee gevallen: wanneer een actieplan volgens artikel 15, tweede lid wordt geïmplementeerd of wanneer een regulerende instantie het verzoek om een derogatie om voorzienbare redenen, conform artikel 16, negende lid, goedkeurt. 12. In de periode tussen juli en september 2019 vonden besprekingen plaats tussen Elia, de CREG en de Algemene Directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie met betrekking tot de implementatie van een actieplan en/of een derogatieverzoek in België. Alle partijen waren het er over eens dat, gezien de op dat moment blijkende afwezigheid en toekomstige onwaarschijnlijkheid van structurele congesties in het Belgische netwerk, geen actieplan diende ontwikkeld te worden. Elia werd echter toegestaan om een derogatieverzoek in te dienen om af te wijken van de 70%-regel, omwille van drie voorzienbare redenen: het omgaan met lusstromen boven een aanvaardbare drempel, geplande onbeschikbaarheden in combinatie met onvoldoende redispatchpotentieel en het ontwikkelen van nieuwe processen en hulpmiddelen. 13. Na consultatie van de Belgische belanghebbenden en de andere betrokken regulerende instanties, besliste de CREG in december 2019 dit derogatieverzoek goed te keuren voor de periode lopende van 1 januari tot en met 31 december 2020. 14. In juni 2020 rapporteerde Elia, conform de bepalingen in artikel 16, negende lid van de Elektriciteitsverordening, over de methodologieën en projecten die voorzien in een langetermijnoplossing voor de drie onderliggende redenen voor het oorspronkelijke derogatieverzoek. In dit rapport verwees Elia voornamelijk naar Europese en regionale processen waarin ze een actieve rol speelt. In het bijzonder wordt verwezen naar de implementatie van de Core day-ahead capaciteitsberekeningsmethodologie, de Core methodologie voor het verdelen van de kosten gelinkt aan de coördinatie van redispatching en compensatiehandel en de Core methodologieën voor het coördineren van de operationele veiligheidsanalyses en het activeren van redispatching en compensatiehandel 15. In juni 2020 publiceerden de regulerende instanties in het kader van de Electricity Working Group van ACER een nota waarin ze een aantal gezamenlijke standpunten met betrekking tot de derogatieverzoeken van de TSB’s beschreven. In dit document worden een aantal overeengekomen onderliggende redenen, toepassingsvoorwaarden en goedkeuringsprocedures beschreven met betrekking tot het verkrijgen van een derogatie van de 70%-regel.1 1 “Derogations from 70% target”, ter informatie toegevoegd in BIJLAGE 3. Niet-vertrouwelijk 9/19 16. Tussen juni en september 2020 vond opnieuw overleg plaats tussen de CREG en Elia met betrekking tot een nieuw derogatieverzoek, voor het kalenderjaar 2021. Op basis van de eerste, voorlopige resultaten met betrekking tot de naleving van artikel 16, achtste en negende lid van de Elektriciteitsverordening, kwamen de CREG en Elia overeen een nieuw derogatieverzoek te behandelen. In dit nieuwe derogatieverzoek wordt echter enkel de voorzienbare reden met betrekking tot de lusstromen boven een aanvaardbare drempel weerhouden. De derogatie om af te wijken van de 70%-regel in geval van onbeschikbaarheden in het netwerk, of omwille van de noodzaak tot het ontwikkelen van nieuwe processen en hulpmiddelen, zal niet langer worden toegepast. 17. Elia diende, op 15 september 2020, een goedkeuringsaanvraag voor een Engelstalige versie van het derogatieverzoek bij de CREG in. Een Franstalige versie werd door de CREG ontvangen op 1 oktober 2020 en vormt het onderwerp van de onderhavige beslissing. 2.2. RAADPLEGINGEN 2.2.1. Van de betrokken regulerende instanties 18. Artikel 16, negende lid van de Elektriciteitsverordening geeft de mogelijkheid aan een regulerende instantie om niet akkoord te gaan met het derogatieverzoek ingediend bij een regulerende instantie van een andere lidstaat. Hierbij wordt verwezen naar “regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio’s”. Hoewel lidstaten in strikte zin niet deel uitmaken van een capaciteitsberekeningsregio, kan worden gesteld dat een regulerende instantie, wanneer haar TSB biedzonegrenzen beheert die binnen een capaciteitsberekeningsregio vallen die (
  4. i)dezelfde is als die van een andere TSB die een derogatieverzoek indient, of (
  5. ii)niet dezelfde is maar er bestaat een wezenlijke interactie tussen de elektriciteitsstromen over de biedzonegrenzen, deel kan nemen aan dit consultatieproces tussen regulerende instanties. 19. Om dit proces op Europees en regionaal niveau te organiseren, werden binnen de All Regulatory Authorities’ Working Group van ACER (hierna: “de ARA WG”) alle derogatieverzoeken verzameld en ter kennis van de betrokken regulerende instanties gebracht. De CREG heeft, als lid van de Core capaciteitsberekeningsregio, het derogatieverzoek van Elia voorgelegd aan de andere betrokken regulerende instanties op 25 september 2020. Regulerende instanties werden de mogelijkheid gegeven om, tot 16 oktober 2020, te kennen te geven dat ze wensen deel te nemen aan het consultatieproces. De CREG heeft geen verzoeken ontvangen van andere regulerende instanties binnen de vooropgestelde termijn. In een volgende fase krijgen alle regulerende instanties van de andere lidstaten die deel uitmaken van de betrokken capaciteitsberekeningsregio tot 23 oktober 2020 om aan te geven niet akkoord te zijn met het derogatieverzoek van Elia. De CREG heeft geen opmerkingen of veto’s ontvangen, waardoor de CREG haar volledige beslissingsbevoegdheid over het voorstel van Elia behoudt en ACER geen uitspraak dient te doen over het voorstel. 2.2.2. Van de andere belanghebbenden 20. Het Directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1 van het huishoudelijk reglement, in het kader van de beslissing over het derogatieverzoek van Elia om een openbare raadpleging met betrekking tot haar ontwerpbeslissing te organiseren. Deze raadpleging duurde 3 weken, nam aanvang op 30 oktober en liep tot en met 20 november 2020. 21. Tijdens de openbare raadpleging werden twee antwoorden ontvangen, van Febeliec en FEBEG. Deze antwoorden zijn, ter informatie, toegevoegd aan deze beslissing in BIJLAGE 2. In dit deel Niet-vertrouwelijk 10/19 bespreekt de CREG de ontvangen antwoorden en geeft ze aan op welke plaatsen de beslissing eventueel werd aangepast om deze opmerkingen in overweging te nemen. 22. In haar antwoord geeft Febeliec aan geen voorstander te zijn van een afwijking van de vereiste om 70% van de interconnectiecapaciteit ter beschikking van de markt te stellen, aangezien dit de grensoverschrijdende capaciteit en de Europese marktintegratie beperkt. Febeliec verzet zich echter niet tegen de ontwerpbeslissing ter goedkeuring van de CREG, in die zin dat er begrip is voor de eventuele afwijkingen om, in uitzonderlijke omstandigheden en na activatie van de beschikbare remediërende maatregelen om de capaciteiten te verhogen, de integriteit van het elektriciteitssysteem te waarborgen. Daarnaast merkt Febeliec op dat, van de drie onderliggende redenen voor het verlenen van een derogatie in 2020, slechts één werd weerhouden voor 2021 (zie ook randnummer 15). Tenslotte verwacht Febeliec bijzondere aandacht van de CREG voor eventuele toekomstige derogatieverzoeken in het kader van de verwachte vermindering van de lusstromen als gevolg van de implementatie van nationale actieplannen in verschillende naburige zones. 23. De CREG neemt akte van het antwoord van Febeliec, in het bijzonder de punten met betrekking tot het niet nodeloos verlagen van de interconnectiecapaciteit, het toepassen van de remediërende maatregelen en de afnemende impact van de toepassing van de derogatie voor lusstromen in de toekomst. De CREG gaat akkoord met deze elementen maar is van mening dat de beslissing niet in deze zin dient te worden aangepast, omwille van de volgende elementen: - De mogelijkheid tot het verlagen van de interconnectiecapaciteit onder de 70% grens is expliciet voorzien in artikel 16 van de Elektriciteitsverordening. De voorwaarden hiervoor zijn expliciet beschreven en gericht op het waarborgen van de operationele veiligheid. Het afwijken van de 70%-regel om het hoofd te bieden aan lusstromen resulterend uit de implementatie van actieplannen in naburige zones is bovendien algemeen aanvaard door alle betrokken partijen in het kader van de Europese discussies met betrekking tot de implementatie van artikel 16.2 - De toepassing van (al dan niet kostelijke) remediërende maatregelen om de interconnectiecapaciteit te verhogen is inderdaad één van de verplichtingen in het kader van de implementatie van de CACM Verordening. De mate waarin deze maatregelen worden ingezet om interne en grensoverschrijdende congesties te vermijden of verlichten wordt bepaald in de huidige methodologie voor de stroomgebaseerde marktkoppeling in de CWE regio enerzijds, en in ACER’s beslissing voor de berekening van grensoverschrijdende capaciteit. Een uitgebreidere toepassing van deze remediërende maatregelen werd door Elia aangehaald in het rapport, vermeld in randnummer 14. - Tenslotte gaat de CREG akkoord met de afnemende impact van actieplannen in naburige zones en deelt de CREG de mening dat dit in de toekomst dient te worden in overweging genomen bij het al dan niet opnieuw aanvragen en goedkeuren van volgende derogatieverzoeken. 24. FEBEG geeft, in haar antwoord, aan in principe akkoord te gaan met het verlenen van een derogatie voor lusstromen. FEBEG vermeldt in het bijzonder het feit dat van de drie onderliggende redenen in 2020, enkel nog de derogatie voor lusstromen in 2021 zal worden toegepast. Daarnaast roept FEBEG op om de afstemming met de regulerende instanties van naburige zones te verzekeren, in het bijzonder met betrekking tot de monitoring van de naleving van de 70%-regel en eventuele verleende derogaties of geïmplementeerde actieplannen. Tenslotte benadrukt FEBEG de transparantie 2 Dit kwam onder meer aan bod in verschillende vergaderingen van het Cross-border committee en wordt weerspiegeld in de nota vermeld in randnummer 15, toegevoegd in BIJLAGE 3. Niet-vertrouwelijk 11/19 van de toegepaste capaciteitsberekening (en eventuele -verminderingen) en verwelkomt ze alle initiatieven van de CREG of Elia om deze transparantie te verhogen. 25. Daarnaast herhaalt FEBEG haar opmerking met betrekking tot het ex ante bepalen van de drempel voor toegestane lusstromen als zijnde 30% verminderd met de betrouwbaarheidsmarge, gedeeld door twee (zie ook artikel 4

(1)b. van het Derogatieverzoek). Deze opmerking werd inderdaad, zoals aangehaald door FEBEG, gemaakt in het kader van de openbare raadpleging van het derogatieverzoek eind 2019 voor het kalenderjaar 2020. De CREG behandelde deze opmerking in het verslag van de openbare raadpleging en stelde randnummer 26, punt
  1. b)voor om hiertoe contact op te nemen met FEBEG teneinde de monitoring van de naleving van de 70%-regel te optimaliseren. Dit is inderdaad, zoals FEBEG aanhaalt, tot op heden niet gebeurd. Een overzicht van de geplande acties met betrekking tot de monitoring van de naleving wordt verder aan deze beslissing toegevoegd, in deel 3.4 FEBEG stelt dat de keuze ter verdeling van de marge (30% - FRM) op interne elementen, door Elia bepaald als 50%-50%), in lusstromen en interne stromen, kan leiden tot enerzijds een te laag gebruik van de RAM en anderzijds de mogelijkheid tot een te hoge belasting van de CNEC met het risico op operationele veiligheidsovertredingen (zie ook “Figure 1” in het antwoord van FEBEG). FEBEG baseert zich hiervoor op een aantal mogelijke combinaties van de toelaatbare en berekende interne en lusstromen. De CREG erkent dat, in tegenstelling tot de aangehaalde paragraaf in haar vorige beslissing3, de berekeningswijze van Elia tot een mogelijke overschatting van de nood aan een derogatie (en een onderschatting van de minimale marge) kan leiden, met name in het geval waarin de berekende lusstromen de toelaatbare lusstromen overtreffen maar de som van de berekende lusen interne stromen lager liggen dan (30% - FRM). De CREG is echter van mening dat het gebruiksgemak van deze regel dit theoretisch nadeel overstijgt. Het maximale verschil tussen de volgens Elia berekende minimale marge en de theoretisch optimale minimale marge bedraagt immers dan wel 15% wanneer zowel de FRM als de IFcalc 0% bedragen, in realiteit zal dit verschil beduidend lager zijn.4 De CREG zal echter, zoals in de vorige beslissing reeds gesignaleerd, bij de opvolging van de nakoming begin 2021 analyseren in welke mate deze situatie zich voordoet en eventueel Elia verzoeken een wijziging in de berekeningsmethodiek voor de MACZT5 door te voeren, wanneer zou blijken dat de impact groter is dan geanticipeerd. 3 Beslissing (B) 2014 over de goedkeuringsaanvraag van de NV ELIA SYSTEM OPERATOR voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 met betrekking tot een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel 4 FEBEG stelt als alternatieve berekeningswijze voor de minimale marge voor om [70% - (LFcalc + IFcalc – 30% - FRM)] te nemen, de CREG gaat er van uit dat hier [70% - (LFcalc + IFcalc – (30% - FRM))] bedoeld wordt, aangezien dit aansluit bij de uitleg van FEBEG. Het verschil tussen de MACZT van FEBEG en de MACZT volgens Elia (D1’ versus D1) bedraagt dan mathematisch gezien het verschil tussen de toelaatbare en de berekende interne stromen (IFacc - IFcalc). 5 De MACZT is de Margin Available for Cross-Zonal Trade, de gangbare benaming voor de minimale marge die, inclusief eventuele verminderingen voor derogaties of actieplannen, ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel dient te worden gesteld. Niet-vertrouwelijk 12/19 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL 27. Het derogatieverzoek van Elia omvat een preambule en 6 artikelen, waarin het bereik van de aanvraag, de definities, de methodologische aanpak voor de derogatie, de loop flows, het toepassingsgebied en de confidentialiteit van de informatie behandeld worden. Het is de Franstalige versie van dit derogatieverzoek, toegevoegd in BIJLAGE 1, die het onderwerp vormt van deze beslissing. 3.1. DOEL VAN HET VOORSTEL 28. Artikel 16 van de Elektriciteitsverordening beoogt, als algemene doel, het verhogen van de beschikbare transmissiecapaciteit voor zoneoverschrijdende handel. Hiertoe wordt, in het achtste lid, een minimale marge vastgesteld die ter beschikking van zoneoverschrijdende handel moet worden gegarandeerd, met name 70% van de capaciteit van kritieke netwerkelementen onder onvoorziene omstandigheden. 29. Onder bepaalde gevallen kan het aan een TSB toegestaan zijn om een (neerwaartse) afwijking van de 70%-regel te hanteren. Wanneer dit het gevolg is van een structurele congestie die door TSB(‘
  2. s)is vastgesteld, kan de lidstaat conform artikel 15, tweede lid, beslissen een actieplan te implementeren. Hiertoe dient, via een lineair traject, de minimale marge vanaf een bepaalde startwaarde stapsgewijs te verhogen tot 70% tegen 31 december 2025. Wanneer geen structurele congestie wordt vastgesteld maar de TSB toch problemen met betrekking tot operationele veiligheid voorziet bij de toepassing van de 70%-regel, kan ze voorzienbare redenen inroepen om, op specifieke netwerkelementen, ontheven te worden van de verplichting om op elk moment de minimale marge van 70% te hanteren. 30. Hiertoe dient te TSB, bij haar regulerende instantie, een goedkeuringsaanvraag in te dienen. Na onderling bilateraal overleg tussen de CREG en Elia, diende Elia daarom het bijgevoegde derogatieverzoek ter goedkeuring in. De voorzienbare reden die wordt ingeroepen is gerelateerd aan het garanderen van de operationele veiligheid wanneer de berekende lusstromen groter zijn dan de aanvaardbare lusstromen als gevolg van de implementatie van een actieplan in een naburige biedzone. Niet-vertrouwelijk 13/19 3.2. IMPACT VAN LUSSTROMEN OP DE ZONEOVERSCHRIJDENDE CAPACITEIT 31. Artikel 16, achtste lid bepaalt dat de minimale marge die ter beschikking van de zoneoverschrijdende handel dient te worden gesteld, 70% bedraagt. De overige 30% van de capaciteit van de kritieke netwerkelementen, rekening houdende met uitvalsituaties, kan door een TSB worden aangewend voor betrouwbaarheidsmarges, interne stromen en lusstromen. In die optiek kunnen lusstromen over een kritiek netwerkelement, wanneer alle TSB’s aan artikel 16, achtste lid voldoen, niet hoger zijn dan 30% verminderd met de interne stromen en betrouwbaarheidsmarges. 32. Wanneer een TSB echter een actieplan implementeert, is in de eerste jaren van het lineair traject de minimale marge (gevoelig) lager dan de vooropgestelde 70%. Als gevolg daarvan, wanneer interne congestie optreedt, kunnen lusstromen hoger dan het toelaatbare niveau beschreven in randnummer 31 op kritieke netwerkelementen worden waargenomen. Aangezien deze lusstromen buiten de controle van Elia vallen, kan de operationele veiligheid in gedrang komen wanneer Elia wordt verplicht om alsnog de minimale marge van 70% te garanderen. 33. Om het hoofd te bieden aan dit risico, verzoekt Elia om een afwijking van de verplichting, specifiek op momenten waarop, voor bepaalde kritieke netwerkelementen, de lusstromen hoger dan de toelaatbare niveaus liggen. Elia beschrijft, in artikel 4, op welke manier het de beschikbare marge onder de 70% zal verlagen op basis van de toelaatbare en berekende lusstromen. Wanneer de berekende lusstromen hoger dan de toelaatbare lusstromen zijn, zal de beschikbare marge verminderd worden van 70% met een volume dat correspondeert aan het verschil tussen de berekende en toelaatbare lusstromen. Dit wordt mathematisch weergegeven in artikel 4 van het derogatieverzoek. 34. Deze methodologische aanpak voor het verminderen van de beschikbare marge met het verschil tussen de berekende en toelaatbare lusstromen, garandeert dat de uiteindelijke marge die beschikbaar is voor zoneoverschrijdende handel op een optimaal niveau ligt, rekening houdende met de lusstromen uit de naburige biedzones. De aanpak vermijdt, volgens de CREG, dat de benodigde vermindering van de beschikbare marge voor het garanderen van de operationele veiligheid, over- of onderschat wordt. 35. De CREG is van mening dat het beheer van lusstromen boven een aanvaardbaar niveau een gewettigde, voorzienbare reden is om een derogatie van de 70%-regel te verkrijgen en keurt daarom het derogatieverzoek goed. 3.3. TOEPASSINGSGEBIED 36. De derogatie van de verplichting om een minimale marge van 70% te hanteren, is van toepassing op de kritieke netwerkelementen onder onvoorzienbare omstandigheden, die worden beheerd binnen de stroomgebaseerde day-ahead marktkoppeling in de CWE regio. Dit wordt verduidelijkt in artikel 7 van het derogatieverzoek en garandeert dat elk netwerkelement dat een impact heeft op de grensoverschrijdende capaciteit, ofwel aan de 70%-regel voldoet ofwel lagere beschikbare marge, om het hoofd te bieden aan lusstromen, heeft. 37. De derogatie wordt aangevraagd voor een periode van 1 jaar, te beginnen van 1 januari tot en met 31 december 2021. Niet-vertrouwelijk 14/19 3.4. MONITORING VAN DE NALEVING 38. Met betrekking tot de controle van de verplichting tot het ter beschikking stellen van een minimale marge zijn twee initiatieven te onderscheiden, waarvoor respectievelijk ACER en de CREG verantwoordelijk zijn.
  3. a)Op het ogenblik van schrijven van deze beslissing, legt ACER de laatste hand aan het rapport met betrekking tot de monitoring van de marge beschikbaar voor zoneoverschrijdende handel, voor de eerste zes maanden van het jaar 2020. Dit rapport kadert in de bevoegdheid van ACER, uiteengezet in Artikel 15, eerste lid van de ACER Verordening6, tot het toezicht op potentiële belemmeringen van grensoverschrijdende handel.
  4. b)Regulerende instanties zijn, conform de bepalingen uiteengezet in het wettelijk kader van deze beslissing en artikel 59, eerste lid,
  5. b)van de Elektriciteitsrichtlijn7, bevoegd voor het toezicht op de naleving door TSB’s van de bepalingen in – onder meer – artikel 16 van de Elektriciteitsverordening. Dit omvat het toezicht op de naleving van de 70%-regel, inclusief eventuele verminderingen omwille van de implementatie van een actieplan of omwille van het toekennen van een tijdelijke derogatie (i.e. het toepassingsgebied van deze beslissing). 39. De CREG zal, in de eerste maanden van 2021, een analyse maken van de naleving van de 70%regel en de toepassing van de derogaties verleend eind 2019 via Beslissing (B) 20148. Deze analyse zal complementair zijn aan, maar uitgebreider dan, de analyses die ACER in het kader van het rapport vermeld in punt
  6. a)hierboven. Onder voorbehoud van verdere discussies met de betrokken partijen (ACER, Elia, andere regulerende instanties) zal de analyse van de CREG onder meer volgende elementen omvatten: - Een overzicht van de gemiddelde en minimale MACZT waarden op de kritieke netwerkelementen onder uitvalsituaties binnen het controlegebied van Elia; - Een analyse van de momenten waarop en omstandigheden waaronder de minimale drempel niet werd gehaald, gelinkt aan de goedgekeurde redenen voor een derogatie in Beslissing (B) 2014; - Een beschrijving van de impact van de methoden die een langetermijnoplossing voor de onderliggende problemen voor het bereiken van de minimale marge van 70% beogen; - Eventuele verschillen in de berekening van de MACZT inclusief dan wel exclusief uitwisselingen met derde landen; - Eventuele aanbevelingen voor het verbeteren of verfijnen van de berekeningsmethodiek voor de MACZT; - Eventuele verbeteringen in het kader van de transparantie van deze methodiek naar marktdeelnemers toe. 6 Verordening (EU) 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators 7 Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit 8 Zie ook voetnoot 3. Niet-vertrouwelijk 15/19 4. BESLISSING Met toepassing van artikel 16, negende lid van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, beslist de CREG om, om de voorgaande redenen, de goedkeuringsaanvraag voor een derogatie van artikel 16, achtste lid van Verordening (EU) 2019/943 betreffende een minimale beschikbare capaciteit voor zoneoverschrijdende handel, goed te keuren. De CREG keurt deze derogatie, om de voorgaande redenen, goed voor toepassing gedurende een periode van 1 jaar, vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 16/19 BIJLAGE 1 Demande d’Elia de dérogation à la marge minimale à mettre à disposition pour échange entre zones Franstalige versie (ter goedkeuring) – 15 september 2020 Niet-vertrouwelijk 17/19 BIJLAGE 2 Antwoorden ontvangen tijdens de openbare raadpleging 1. Febeliec – 20 november 2020 2. FEBEG – 20 november 2020 Niet-vertrouwelijk 18/19 BIJLAGE 3 Derogations from 70% target Engelstalige versie – juni 2020 Niet-vertrouwelijk 19/19

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.