← België

Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde LNG Terminalling Programma

(B)2196 11 februari 2021 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde LNG Terminalling Programma genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6° van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Niet vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.
  2. Derde Energiepakket ............................................................................................................... 4 1.
  3. Belgisch intern recht................................................................................................................ 5 1.
  4. Goedkeuren van belangrijkste voorwaarden .......................................................................... 5 1.
  5. Recht van toegang tot de LNG-installaties .............................................................................. 7 1.
  6. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties ........... 9 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 13 2.
  7. Algemeen............................................................................................................................... 13 2.
  8. Voorstel tot goedkeuring van het LNG Terminalling Programma ......................................... 14 2.
  9. Raadpleging ........................................................................................................................... 14 2.
  10. Inwerkingsteding van het LNG Terminalling Programma ..................................................... 15 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 16 3.
  11. Algemeen............................................................................................................................... 16 3.
  12. Het gewijzigde LNG Terminalling programma....................................................................... 17 BESLUIT .......................................................................................................................................... 18 Niet vertrouwelijk 2/18 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : de Gaswet) en op grond van de artikelen 2, §1, 2° en 201, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna de Gedragscode), het LNG Terminalling Programma van de N.V. Fluxys LNG in België. De aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde belangrijkste voorwaarden voor LNG werd door de N.V. Fluxys LNG ingediend per e-mail bij de CREG op 20 januari 2021 onder de vorm van een document, namelijk : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. De aanvraagbrief van de NV Fluxys LNG meldt dat over de bovenvermelde documenten een openbare raadpleging werd gehouden van 22 december 2020 tot 15 januari
  13. Het consultatieverslag nummer 48 geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten en de ontvangen opmerkingen en werd gevoegd bij de aanvraag van 20 januari
  14. De beslissing bestaat, naast de inleiding en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 11 februari
  15.   Niet vertrouwelijk  3/18
  16. WETTELIJK KADER 1.
  17. DERDE ENERGIEPAKKET
  18. Onderhavige beslissing houdt rekening met de Europese wetgeving, het zogenaamde “derde energiepakket”, dat voor gas bestaat uit1: - richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG (hierna: de derde gasrichtlijn); - verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna: ACER-verordening); - Verordening 715/2009/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang aardgastransmissienetten tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (hierna: gasverordening 715/2009).
  19. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van belang: de artikelen 15 (beginselen inzake derdentoegangsdiensten bij LNG-installaties), 17 (beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestie bij LNG-installaties) en 19 (transparantievereisten voor LNG-installaties), 20 (bijhouden van gegevens door systeembeheerders), 21 (balanceringsregels en tarieven voor onbalans) en 22 (verhandeling van capaciteitsrechten) van de gasverordening 715/
  20. Verder bepaalt artikel 41.6 van de derde gasrichtlijn dat de regulerende instanties bevoegd zijn om tenminste het tot stand komen van volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren: - de voorwaarden voor toegang tot LNG-installaties; - de verstrekking van balanceringsdiensten die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en - de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
  21. Artikel 41.10 derde gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNG- en distributiesystemen te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. 1 De twee andere teksten van het « derde energiepakket » zijn: - Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG - Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/
  22. Niet vertrouwelijk 4/18 1.
  23. BELGISCH INTERN RECHT
  24. Artikel 15/14, § 2, 6° van de Gaswet bepaalt dat de CREG bevoegd is om de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goed te keuren, met uitzondering van de tarieven bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5decies en dat de CREG bevoegd is de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten te controleren.
  25. De belangrijkste voorwaarden worden in artikel 1, 51° van de Gaswet gedefinieerd als volgt: “het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels”.
  26. Het vervoersnet bestaat uit een geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstream-installaties en directe leidingen (artikel 1, 10° Gaswet). Onder vervoersinstallaties wordt verstaan: “alle leidingen, … en alle opslagmiddelen, LNG-installaties, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen die bestemd zijn of gebruikt worden voor een van de in artikel 2, § 1, vermelde doeleinden” (artikel 1, 8° Gaswet).
  27. Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat de CREG aldus over de bevoegdheid beschikt om de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties van de N.V. Fluxys LNG goed te keuren.
  28. Verder zijn ook van belang artikel 15/1, §1, 6° en 7° van de Gaswet, waarbij zowel de N.V. Fluxys Belgium en in casu de N.V. Fluxys LNG, als de netgebruikers, verplicht zijn aan elkaar alle informatie te verstrekken om een veilige efficiënte werking van de geïnterconnecteerde netten en efficiënte toegang tot het net te verzekeren.
  29. In uitvoering van artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet werd op voorstel van de CREG door de Koning op 4 april 2003 een Gedragscode vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. Het Koninklijk Besluit van 4 april 2003 werd recentelijk op voorstel van de CREG2 gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 23 december 2013 betreffende de Gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: de Gedragscode).
  30. De Gedragscode is van openbare orde aangezien zij de fundamentele regels bevat met betrekking tot de organisatie van de gasmarkt (verslag aan de Koning, punt 3.1). 1.
  31. GOEDKEURING VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN
  32. De standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de aardgasvervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, § 2 van de Gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201 van de Gedragscode bevatten. Overeenkomstig artikel 78, van de Gedragscode kunnen de standaardcontracten gewijzigd worden door de beheerder na raadpleging van de netgebruikers. Iedere wijziging dient door de CREG te worden goedgekeurd (artikel 107 van de Gedragscode). 2 3 Voorstel ©090716-CDC-882 B.S.: 05.01.2011 Niet vertrouwelijk 5/18
  33. De standaardcontracten vormen dus het “toegangsticket” tot het vervoersnet. Het Standaard LNG-contract bevat op een gedetailleerde wijze de elementen opgesomd in artikel 201, §
  34. Artikel 79 van de Gedragscode bepaalt verder dat naast het ondertekenen van het standaardcontract een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden.
  35. In artikel 29, § 1, van de Gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer-, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet. Artikel 29, § 3 van de Gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de Gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4 van de Gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107 van de Gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107 van de Gedragscode.
  36. Het toegangsreglement voor LNG bevat een uitvoerige beschrijving van het LNG-model, alle operationele regels en procedures betreffende de toegang tot en de onderschrijving van LNG-diensten, regels en procedures betreffende aankomst, lossen, ligtijd, vertrek van de LNG-tankers en het goedkeuren van de LNG-tankers, de toewijzingsregels, de procedure voor nominatie en hernominatie, de bepalingen van toepassing bij reducties en onderbrekingen, de regels betreffende netevenwicht, de procedures betreffende congestiebeleid, de bepalingen van toepassing bij onderhoud, de regels betreffende druk en kwaliteit, de procedures voor wat betreft het meten van hoeveelheden en eigenschappen van het LNG en alle regels met betrekking tot de werking van de secundaire markt.
  37. Tot slot moet de LNG-beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82 van de Gedragscode zijn dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG.
  38. Het LNG-programma bevat een gebruiksvriendelijke beschrijving van het gehanteerde LNG-model en is in de eerste plaats de catalogus van de door de LNG-beheerder aangeboden LNG-diensten. Verder omschrijft het de wijze waarop de LNG-diensten kunnen worden gereserveerd op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten en geeft het informatie over de werking van de secundaire markt en de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad en het aardgas in eigen gebruik van de LNG-beheerder.
  39. Zowel het standaard LNG-contract, als het Toegangsreglement voor LNG en het LNG-programma dienen door de LNG-beheerder ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de CREG. Deze sleuteldocumenten komen tot stand na raadpleging van de betrokken marktpartijen. Daartoe richt de LNG-beheerder een overlegstructuur op (artikel 108 van de Gedragscode) met als doel de netgebruikers op regelmatige en gestructureerde wijze te raadplegen.
  40. In de Gedragscode wordt nergens bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden moet goed-, dan wel afkeuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid hebbende voor effect dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. Niet vertrouwelijk 6/18
  41. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zo niet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven juridisch onderscheiden en versmelten met andere woorden niet.
  42. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook terugwerkende kracht. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd uitgegeven en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. 1.
  43. RECHT VAN TOEGANG TOT DE LNG-INSTALLATIES
  44. De CREG is van oordeel dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, waaronder de LNGinstallaties, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7 van de Gaswet van openbare orde is.
  45. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt
  46. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt kan komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten.
  47. Dat het recht van toegang tot de vervoersnetten een noodzakelijke basispijler van de liberalisering van de aardgasmarkt is, blijkt ook uit de analyse van de juridische situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten (B.S., 11 mei 1999). Op het vlak van het vervoer van aardgas bestond er immers geen wetgeving die enig monopolie toekende aan de historische aardgasvervoersonderneming die ook actief was in de markt voor de levering van aardgas. Nochtans had deze onderneming de facto als enige leverancier toegang tot de vervoersnetten. Dat derden geen toegang tot de vervoersnetten hadden, volgde gewoon uit het feit dat deze aardgasvervoersonderneming de eigenaar was van nagenoeg alle vervoersinfrastructuur van aardgas in België. Het was precies omwille van dit eigendomsrecht van deze aardgasvervoersonderneming dat derden, met uitzondering van de eindafnemers die bevoorraad werden door deze aardgasvervoersonderneming, geen toegang tot de vervoersnetten hadden. Om de concurrentie in de gasmarkt te introduceren, heeft de Gaswet ervoor geopteerd om elke in aanmerking komende afnemer alsook de leveranciers van aardgas, voor zover deze laatste leveren aan in aanmerking komende afnemers, een recht van toegang te verlenen tot de vervoersnetten. Het is dan ook duidelijk dat een miskenning van dit essentiële recht van toegang tot de vervoersnetten de liberalisering van de gasmarkt op de helling zet. 4 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Niet vertrouwelijk 7/18
  48. Uit artikel 15/5 van de Gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de Gedragscode en de regulering van de nettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis tot duodecies van de Gaswet. De Gedragscode en de regulering van de nettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren.
  49. Overeenkomstig artikel 15/5undecies van de Gaswet regelt de Gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de Gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Aldus bestaat het risico dat de beheerders de toegang tot hun vervoersnet weigeren om technische redenen die niet pertinent zijn. Anders dan een gewone privéonderneming hoeft de beheerder immers niet te streven naar een zo groot mogelijk aantal klanten om zijn kosten te dekken en een zo hoog mogelijke winst te maken. De regulering van de tarieven voor de toegang tot en het gebruik van de vervoersnetten en de ondersteunende diensten krachtens artikelen 15/5bis en ter van de Gaswet impliceert immers dat het totaal inkomen (en dus ook de tarieven) precies in elk geval het geheel van al zijn reële kosten en een billijke winstmarge dekken, ongeacht de gebruiksintensiteit van de vervoersnetten. Door deze garantie dat al haar kosten, samen met een billijke winstmarge, gedekt zijn, ontstaat immers het gevaar dat de beheerder netgebruikers aan wie de dienstverlening ingewikkelder is of die meer technische of financiële risico’s stellen zal trachten te weigeren en haar weigering zal trachten te motiveren met complexe, maar niet-pertinente argumenten. Doordat de Gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, vormt ze de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en raakt ze derhalve eveneens de openbare orde.
  50. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het vervoersnet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. Integendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert.
  51. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten.
  52. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement.
  53. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief aardgasvervoersprogramma van de Gedragscode 2003 vervangt, is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantieeisen van artikel 19, van de gasverordening 715/
  54. Niet vertrouwelijk 8/18 1.
  55. DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN VOOR DE LNG-INSTALLATIES
  56. Overeenkomstig artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de LNG-installatie goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden uit een Standaard LNG-contract, een Toegangsreglement voor LNG en een LNG-programma.
  57. Overeenkomstig artikel 201, § 1 Gedragscode wordt in het Standaard LNG-contract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: - 1° de definities van de in het standaard LNG-contract gebruikte terminologie; - 2° het voorwerp van het standaard LNG-contract; - 3°de voorwaarden waaraan de LNG-diensten door de beheerder van de LNG-installatie geleverd worden; - 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde LNG-diensten; - 5° de facturatie en betaling modaliteiten; - 6° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; - 7° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder van de LNG-installatie en van de terminalgebruikers; - 8° de bepalingen inzake meten en het testen; - 9° de rechten en plichten van de partijen inzake aardgaskwaliteit en ingeval van afwijking van de kwaliteitsspecificaties van het LNG en van het aardgas; - 10° de bepalingen voor compensatie van niet-geleverde LNG-diensten; - 11° de bepalingen inzake gemengde opslag, bewaring, eigendomsrechten van het LNG; - 12° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de LNG-installatie; 13° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 14° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 15° de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van LNG-diensten; - 16° de duur van het standaard LNG-contract; - 17° de bepalingen inzake opschorting en opzeg/beëindiging van het LNG-contract of toegewezen LNG-diensten, onverminderd artikel 80, 4°; - 18° aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; - 19° de bepalingen van toepassing wanneer de terminalgebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de LNG-installatie; - 20° de geschillenregeling; - 21° het toepasselijke recht. Niet vertrouwelijk 9/18
  58. Artikel 201 van de Gedragscode bepaalt verder: - §
  59. De beheerder van de LNG-installatie kan aparte standaard LNG-contracten opstellen : 1° voor de onderschrijving van langetermijndiensten in het kader van een open season procedure.
  60. Het Toegangsreglement voor LNG bevat, onverminderd artikel 29, van de Gedragscode overeenkomstig artikel 202, van de Gedragscode: - 1° het type-dienstenformulier; - 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen LNG-diensten; - 3° de regels en procedures van kracht aan de lossingsplaats van de LNG-installatie; 4° de regels en procedures voor aankomst, lossen, ligtijd en vertrek van LNG-tankers aan de LNG-installatie; 5° de regels ingeval van late aankomst van LNG-tankers, de impact hiervan op het lossen van de LNG-tankers en op het operationeel herschikken van capaciteitsallocaties; - 6° de procedure voor het plannen en goedkeuren van LNG-tankers; - 7° de regels voor aardgas op voorraad, aardgas voor eigen gebruik, maandelijkse energiebalans, uitzenden van aardgas in voorraad en bundeling (pooling) van uitzendcapaciteit tussen de terminalgebruikers; - 8° de regels voor het lenen van LNG of aardgas tussen terminalgebruikers; - 9° de regels inzake de LNG kwaliteitsspecificaties aan het leveringspunt van de LNG-installatie en de aardgasspecificaties aan het interconnectiepunt van de LNG-installatie; - 10° de regels bij levering van LNG en uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake kwaliteit; - 11° de operationele procedures voor het testen en de metingen van het LNG (gemeten parameters en precisiegraad) aan het leveringspunt en de operationele procedures voor het testen en de metingen van aardgas (gemeten parameters en precisiegraad) aan het interconnectiepunt; - 12° de operationele regels bij onderhoud; - 13° de procedure bij reducties en onderbrekingen; - 14° de operationele regels inzake nominaties en hernominaties; - 15° de regels inzake overschrijding van toegewezen capaciteiten; - 16° de regels voor de vrijgave van niet-gebruikte LNG-diensten; - 17° de regels en procedures voor het gebruik van de diensten bedoeld in artikel 201, § 2, 3°.
  61. Tot slot, stelt artikel 203, van de Gedragscode dat in het LNG-programma opgenomen moet worden: - 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde LNG-model; - 2° de verschillende gereguleerde LNG-diensten die aangeboden worden; - 3° voor wat betreft de onderbreekbare LNG-diensten, de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke LNG-diensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; Niet vertrouwelijk 10/18 - 4° de verschillende duurtijden waaronder de LNG-diensten kunnen worden onderschreven; - 5° een gebruiksvriendelijke beschrijving van : - de toewijzingsregels voor de verschillende LNG-diensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNG-diensten, bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor LNG; - de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de LNG-installatie bedoeld in het toegangsreglement voor LNG.
  62. Wanneer de belangrijkste voorwaarden onvolledig en/of strijdig zijn met de regelgeving omdat zij slechts ten dele of niet de toegang tot de LNG-installatie uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van het derde energiepakket niet verwezenlijken, kan de CREG haar goedkeuring niet verlenen.
  63. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG naast het legaliteitstoezicht ook tot taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden LNG al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen.
  64. Het algemeen belang is een ruim begrip. Elementen ervan kunnen door de regelgeving worden gefixeerd, bijvoorbeeld waar de steller van de Gedragscode vraagt dat standaardcontracten de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van vervoersdiensten bevorderen (artikel 201). Niettemin overstijgt het algemeen belang de loutere legaliteit. In het kader van haar goedkeuringsbevoegdheid, zal de CREG er met name over waken dat een juist evenwicht wordt gevonden in de relatie tussen de LNG-beheerder en de LNG-gebruiker. Deze relatie, hoewel ten dele contractueel, is immers niet het resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de LNG-gebruiker een toetredingscontract. 1.5.1.1.
  65. De sectorspecifieke wetgeving
  66. De sectorspecifieke wetgeving waarop de CREG toeziet omvat het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de tarieven, beide van openbare orde (zie hierboven).
  67. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de LNG-installatie en de Gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas vormen (artikel 15/14, § 2 van de Gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, (enkel) het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de Gaswet). Dankzij artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de Gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de Gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Niet vertrouwelijk 11/18
  68. Verder stelt artikel 15 van de gasverordening 715/2009 dat de LNG-systeembeheerders: - waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aanbieden aan alle netgebruikers die aan de marktbehoeften voldoen en onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; - diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerders; - relevante informatie publiceren over gebruik en beschikbaarheid van de diensten. Zo nodig, kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van de LNG-gebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke belemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de LNG-installaties, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij LNG-installaties voorzien in artikel 17, de transparantievereisten voorzien in artikel 19 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22 van de gasverordening 715/
  69. Niet vertrouwelijk 12/18
  70. ANTECEDENTEN 2.
  71. ALGEMEEN
  72. De LNG Terminal van Zeebrugge werd in 1987 in dienst genomen. De terminal bestaat uit ontvangstinstallaties, vier LNG opslagtanks (drie met een nuttige capaciteit van elk 80.000 m³ LNG en een met een nuttige capaciteit van 140.000 m³ LNG), verdampings- en uitzendinstallaties om het hervergaste LNG in het vervoersnet en bijbehorende installaties te injecteren (met een vaste uitzendcapaciteit van 1.950.000 m³ per uur). De LNG Terminal kan bijna alle soorten LNG schepen ontvangen van 7.500 m³ LNG tot de Q-max schepen met een capaciteit van 266.000 m³ LNG.
  73. Naar aanleiding van een marktbevraging uit 2003 en een onderschrijvingsvenster in 2019, werd de volledige primaire capaciteit toegewezen op basis van ship-or-pay-contracten.
  74. De LNG infrastructuur te Zeebrugge heeft een hervergassingscapaciteit van 9 miljard m³ aardgas per jaar die de N.V. Fluxys LNG ter beschikking stelt van de terminalgebruikers en die berekend wordt op basis van de technische capaciteit van de terminal installaties en wijzigingen daarvan, rekening houdend met in het bijzonder de eerste capaciteitsuitbreiding die op 1 april 2008 in gebruik werd genomen alsook het project van de tweede capaciteitsuitbreiding.
  75. Het bouwen van een vijfde tank met een capaciteit van 180.000 m³ LNG en de daarbij horende compressoren heeft aanleiding gegeven tot LNG overslagdiensten die aangeboden werden op markt en daarna onderschreven werden.
  76. De Gedragscode voorziet drie regulatoire documenten, namelijk : - Een toegangsreglement dat in detail de aangeboden producten/diensten beschrijft (artikel 201, van de Gedragscode) - Een standaard contract van onbepaalde duur dat als ‘toegangsticket’ geldt voor elke gebruiker van de LNG terminal te Zeebrugge. Dankzij dit contract en aan de hand van de “confirmation form” kan een terminalgebruiker producten/diensten reserveren (onafhankelijk van de duur ervan) (artikel 202, van de Gedragscode). - Een LNG programma dat op een toegankelijke en “Users friendly” manier de grote lijnen van de aangeboden diensten/producten beschrijft (artikel 203 van de Gedragscode). Niet vertrouwelijk 13/18 2.
  77. VOORSTEL TOT GOEDKEURING VAN HET LNG TERMINALLING PROGRAMMA
  78. De aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde belangrijkste voorwaarden voor LNG werd door de N.V. Fluxys LNG ingediend per e-mail bij de CREG op 20 januari 2021 onder de vorm van een document, namelijk : - 2.
  79. de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. RAADPLEGING
  80. De N.V. Fluxys LNG heeft op 22 december 2020 een marktconsultatie (met nummer 48) gelanceerd over het gewijzigde LNG Terminalling programma. Tot uiterlijk 15 januari 2021 konden de marktpartijen reageren. De voornaamste aanpassingen aan het gewijzigde LNG Terminalling programma hebben betrekking op de nieuwe uitbreiding van de LNG-terminal in Zeebrugge om extra Stand Alone Send Out capaciteit aan te bieden (samen met het gewijzigde tariefvoorstel inclusief deze uitbreiding van de Zeebrugge LNG Terminal).
  81. De N.V. Fluxys LNG lanceerde deze marktconsultatie door de voorgestelde documenten op zijn website te publiceren - op de gebruikelijke locatie voor dergelijke consultaties, ondersteund door een aankondiging op de homepage - en via directe e-mail naar alle geregistreerde marktdeelnemers en verenigingen.
  82. De N.V. Fluxys LNG heeft het consultatieverslag nummer 48 aan de CREG overgemaakt samen met de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde document.
  83. Hieromtrent werd er geen opmerking van de marktpartijen ontvangen.
  84. Het ingediende documenten bevat geen vertrouwelijke informatie.
  85. Rekening houdende met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat zij met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van de CREG geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op het voorstel te reageren. Met toepassing van artikel 108 van de gedragscode voldoet de openbare raadpleging met nummers 48, zoals georganiseerd door de N.V. Fluxys LNG, aan de voorwaarden. Niet vertrouwelijk 14/18 2.
  86. INWERKINGTREDING VAN HET LNG TERMINALLING PROGRAMMA
  87. Artikel 107 van de Gedragscode bepaalt dat de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden alsook de wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder.
  88. De CREG bepaalt in haar goedkeuringsbeslissing de datum waarop voormelde documenten of wijzigingen in voormelde documenten in werking treden.
  89. De belangrijkste voorwaarden treden in werking overeenkomstig hetgeen bepaald is in deel vier van huidige beslissing Niet vertrouwelijk 15/18
  90. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL 3.
  91. ALGEMEEN
  92. Hierna wordt nagegaan of de belangrijkste voorwaarden voor LNG, onder de vorm van het gewijzigde LNG toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge, de gewijzigde LNG Terminalovereenkomst voor LNG Diensten (LTA) et de gewijzigde LNG Dienstenovereenkomst (LSA), samengevat in het gewijzigde LNG Terminalling Programma, voldoen aan de vooropgestelde criteria en het algemeen belang.
  93. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het bovenvermelde document. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring in van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit en dit met toepassing van de artikelen 29, 77 en 82 van de Gedragscode.
  94. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan zal de CREG waar nodig deze elementen gezamenlijk bespreken, in plaats van punt per punt. Niet vertrouwelijk 16/18 3.
  95. HET GEWIJZIGDE LNG TERMINALLING PROGRAMMA
  96. Op basis van en in overeenstemming met artikel 81, 82 en 203 van de Gedragscode heeft de N.V. Fluxys LNG haar LNG-programma gewijzigd en ingediend ter goedkeuring van de CREG.
  97. In hoofdstuk 2 van het LNG-programma wordt een sectie toegevoegd over de uitgebreide terminal capaciteit van de Zeebrugge LNG Terminal. De uitbreiding voorziet het bouwen van nieuwe hervergassingscapaciteit om de afzonderlijke uitzendcapaciteit in een eerste stap te verhogen naar 8,2 GWh/u (begin 2024), gevolgd door het verhogen via een tweede stap naar 10,5 GWh/u (begin 2026).
  98. Het LNG terminalling model wordt beschreven onder hoofdstuk 3 van het LNG-programma onder andere op basis van een figuur en geeft de elementen waaruit dit model bestaat.
  99. Voor wat de capaciteit betreft bevat het LNG-programma figuren die de diensten en hun componenten beschrijven: aanmeerrechten, opslagcapaciteit en uitzendcapaciteit of schip laden (inclusief in het kader van overslag). Bovendien vindt men twee tabellen met de capaciteiten en in het bijzonder het totaal aantal slots, het minimuminterval tussen de getijden dat de start van elk slot aangeeft, de basisopslagperiode, de basisopslag per slot, de basisuitzending per slot samen met de totale basisopslag, de aanvullende opslag, de totale basisuitzending, de aanvullende uitzending, de afzonderlijke uitzenddiensten (evenwel vanaf begin 2024 en vanaf begin 2026 – zoals nu toegevoegd), het totaal aantal aanvullende aanmeerrechten, het totaal aantal afzonderlijke aanmeerrechten, de residuele opslag, de totale LNG-truckladingen, het totaal aantal overslagaanmeerrechten, de overslagopslag. De CREG vindt dat de gebruikte figuren en tabellen een goed en duidelijk overzicht van het LNG-terminalling model geven en dat die beschrijving beantwoordt aan de vereiste van het artikel 203, 1° van de Gedragscode.
  100. De CREG stelt vast dat de verschillende aangeboden diensten worden beschreven onder hoofdstukken 4 en 5, namelijk het basis dienstenaanbod (waaronder slots om LNG-schepen te lossen, LNG overslagdiensten, Additioneel Aanmeerrecht, Afzonderlijk Aanmeerrecht, LNG Herleveringdiensten (laadoperatie van een schip), LNG leveringsdienst (losoperatie van een schip), LNG trucklaaddiensten, Virtuele Liquefactiedienst en de Afzonderlijke Uitzendcapaciteit …), en het aanvullende dienstenaanbod (waaronder transfer van LNG in opslag, elektronisch dataplatform…). Voor elke dienst vindt men een beschrijving van de dienst zelf en de bijbehorende toewijzingsregels. Voor de CREG beantwoordt dit aan de vereisten van het artikel 203, 2° en 4° van de Gedragscode.
  101. De regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van LNG-diensten op de primaire markt (samen met de regels inzake de werking van de secundaire markt), vindt men onder hoofdstuk 6 van het LNG-programma. De procedure voor het elektronisch onderschrijven van LNGdiensten vindt men terug onder hoofdstuk 5.2 van het LNG-programma. Dit beantwoordt aan de vereiste van het artikel 203, 5° ii) en iii) van de Gedragscode.
  102. De regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt zijn beschreven onder hoofdstukken 6.3 en 5.3 van het LNG-programma. Dit beantwoordt aan de vereiste van het artikel 203, 5° iii) van de Gedragscode. De CREG wijst erop dat bij de introductie van nieuwe LNG-diensten en/of de start van een nieuwe regulatoire periode, de beheerder van het LNG terminal na overleg met en consultatie van de marktpartijen, een aangepast LNG-programma voor LNG-diensten ter goedkeuring aan de CREG moet voorleggen op basis van en in overeenstemming met artikel 81, 82 en 203 van de Gedragscode. Niet vertrouwelijk 17/18
  103. BESLUIT
  104. Met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6° van de Gaswet en van de artikelen 29, 77, 81, 201, 202 en 203 van de Gedragscode, gelet op de voorgaande analyse en in het bijzonder op de voorafgaande marktconsulatie door de N.V. Fluxys LNG zoals vermeld bij de antecedenten in deel II van deze beslissing, alsook op het onderzoek van de belangrijkste voorwaarden voor de LNG-installaties in deel III van deze beslissing, beslist de CREG de volgende aanvraag : - de aanvraag tot goedkeuring door de CREG van het gewijzigde LNG Terminalling Programma. zoals ingediend bij de CREG per e-mail op 20 januari 2021 goed te keuren.
  105. De huidige door de CREG goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor de LNG installaties, zijnde het gewijzigde LNG Terminalling programma treden overeenkomstig artikel 107 van de Gedragscode in werking vanaf de datum waarop de CREG de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor de LNG installaties in hun geheel goedkeurt. Zij worden uitvoerbaar tegenover de netgebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van de N.V. Fluxys LNG. De N.V. Fluxys LNG deelt de datum van de publicatie mee aan de CREG.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet vertrouwelijk Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 18/18

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.