← België

Beslissing tot vaststelling van de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme

Obsah (24)§ 1§ 59§ 168§ 67§ 90§ 8§ 34§ 73§ 80§ 95§ 99§ 120§ 141§ 167§ 289§ 294§ 330§ 333§ 354§ 381§ 387§ 393§ 642§ 678

wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be

HOUD

HOUD ................................................................................................................................................... 2

LEIDING ................................................................................................................................................ 5

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5
  2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 7 2.
  3. Algemeen ................................................................................................................................. 7 2.
  4. Openbare raadplegingen ....................................................................................................... 10 2.2.
  5. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren ................................................................................................. 10
  6. 2.2.
  7. Wat betreft de raadpleging PRD 2150 .......................................................................... 12 2.2.
  8. Wat betreft de raadpleging PRD 2230 .......................................................................... 12 ANALYSE VAN HET VOORSTEL ....................................................................................................... 13 3.
  9. Overeenstemming van het Voorstel met de wettelijk voorgeschreven minimuminhoud .... 13 3.1.
  10. Expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld

paragraaf 8, met betrekking tot het recht om deel te nemen aan de prekwalificatieprocedure (art. 7undecies, § 12, derde lid, 1°) .................................................................................................................................. 13 3.1.2. Criteria en modaliteiten voor de prekwalificatie voor deelname aan de veilingen bedoeld

artikel 7undecies, § 10, en aan de secundaire markt (art. 7undecies, § 12, derde lid, 2°) 14 3.1.3. Modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld

paragraaf 10, voorlaatste lid (art. 7undecies, § 12, derde lid, 3°) ............................... 16 3.1.4. Veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald

of

overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid (art. 7undecies, § 12, derde lid, 4°) .......... 17 3.1.

  1. Beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet-naleven van deze verplichtingen (art. 7undecies, § 12, derde lid, 5°) ....................................................................... 17 3.1.
  2. Financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren (art. 7undecies, § 12, derde lid, 6°) .................................................................................................................................. 17 3.1.
  3. lid, 7°) Mechanismen voor de organisatie van de secundaire markt (art. 7undecies, § 12, derde 17 3.1.
  4. Nadere regels voor de uitwisseling van

formatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen (art. 7undecies, § 12, derde lid, 8°) .......... 17 3.1.

  1. Uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten (art. 7undecies, § 12, derde lid, 9°) ................ 18 3.
  2. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel met de wettelijk vastgelegde doelstellingen 18 3.2.
  3. Naleving van de doelstelling om de mededinging te stimuleren .................................. 19 3.2.
  4. Naleving van de doelstelling om marktmanipulatie, concurrentiebeperkend gedrag en oneerlijke handelspraktijk te voorkomen ..................................................................................... 20 3.2.
  5. Overeenstemming met de doelstelling om de economische efficiëntie van het mechanisme te verzekeren ........................................................................................................... 21 Niet-vertrouwelijk 2/54 3.2.
  6. Naleving van de doelstelling om de technische beperkingen van het net en de behandeling van aanvragen voor aansluiting te respecteren ....................................................... 21
  7. DOOR DE CREG AAN HET VOORSTEL AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN .......................................... 22 4.
  8. Waarschuwing........................................................................................................................ 22 4.
  9. Hoofdstuk 2 – Algemene bepalingen ..................................................................................... 22 4.2.1.

werkingtreding van de regels ..................................................................................... 22 4.2.2.

terpretatie .................................................................................................................. 23 4.2.

  1. Kennisgevingen.............................................................................................................. 23 4.2.
  2. Audit .............................................................................................................................. 23 4.2.
  3. Juistheid van de gegevens ............................................................................................. 23 4.2.
  4. Periode van vertrouwelijkheid van de

formatie......................................................... 23 4.

  1. Hoofdstuk 3 - Definities ......................................................................................................... 24 4.
  2. Hoofdstuk 5 - prekwalificatieprocedure ................................................................................ 24 4.4.
  3. Problematiek van de capaciteitsreservering en -toewijzing ......................................... 24 4.4.2.

zet voor energietransitie ............................................................................................ 25 4.4.

  1. Prekwalificatievoorwaarden.......................................................................................... 26 4.4.
  2. Prekwalificatievoorwaarden.......................................................................................... 26 4.4.
  3. Onderzoek van de

gediende

formatie ..................................................................... 26 4.4.

  1. Audits ............................................................................................................................. 28 4.4.
  2. Nominaal Referentievermogen ..................................................................................... 28 4.4.
  3. Opt-out Notificatie......................................................................................................... 29 4.4.
  4. Automatische bijwerking van het prekwalificatiedossier door Elia .............................. 29 4.4.
  5. Timing voor het schrappen van (een) leveringspunt(en) uit een Geaggregeerde CMU 30 4.4.
  6. Communicatie met de CREG ......................................................................................... 30 4.
  7. Hoofdstuk 6 – Veilingproces .................................................................................................. 31 4.5.
  8. Dummy Biedingen ......................................................................................................... 31 4.5.
  9. Veilingresultaten ........................................................................................................... 31 4.
  10. Hoofdstuk 7 – Ondertekening van het Capaciteitscontract .................................................. 32 4.
  11. Hoofdstuk 8 – Preleveringscontrole ...................................................................................... 32 4.7.
  12. Bepaling van de Verplichting tot Prelevering ................................................................ 32 4.7.
  13. Preleveringspenaliteiten ............................................................................................... 33 4.7.
  14. Aangegeven Day-aheadprijs .......................................................................................... 34 4.
  15. Hoofdstuk 9 – beschikbaarheidsverplichting ......................................................................... 36 4.8.
  16. Niet-beschikbare capaciteiten ....................................................................................... 36 4.8.
  17. Toepassing van de Beschikbaarheidscontrole tijdens de AMT-momenten .................. 36 4.8.
  18. Berekening van de Onbeschikbaarheidscapaciteit ....................................................... 37 4.
  19. Hoofdstuk 10 – Secundaire Markt ......................................................................................... 38 4.
  20. Hoofdstuk 11 – Financiële garanties ...................................................................................... 39 Niet-vertrouwelijk 3/54 4.10.
  21. Garantie van de Verbonden Onderneming ................................................................... 39 4.
  22. Hoofdstuk 12 - Terugbetalingsverplichting............................................................................ 39 4.11.
  23. Wijziging van de NEMO van een CMU .......................................................................... 39 4.11.
  24. Uitoefenprijs .................................................................................................................. 40 4.11.
  25. Betwisting ...................................................................................................................... 40 4.11.4.

diening van het aanvraagformulier ............................................................................ 40 4.11.

  1. Problemen met netbeperkingen ................................................................................... 41 4.
  2. Hoofdstuk 13 – Aansprakelijkheid en overmacht .................................................................. 41 4.
  3. Hoofdstuk 14 - Geschillen ...................................................................................................... 43 4.
  4. Hoofdstuk 16 – Transparantie en motivering ........................................................................ 44 4.
  5. Behandeling van Geaggregeerde CMU met een meerjarencontract .................................... 45
  6. AANPASSINGEN AAN TE BRENGEN AAN DE VOLGENDE WERKINGSREGELS................................. 47 5.
  7. Aanpassingen met betrekking tot het hele document .......................................................... 47 5.
  8. Punctuele aanpassingen ........................................................................................................ 47 5.2.
  9. Prekwalificatie ............................................................................................................... 47 5.2.
  10. Veilingen ........................................................................................................................ 47 5.2.
  11. Controle

zake beschikbaarheid .................................................................................. 48 5.2.

  1. Secundaire markt .......................................................................................................... 48 5.2.
  2. Modaliteiten van de terugbetalingsverplichting ........................................................... 49 5.2.
  3. Financiële garantie § 879 .............................................................................................. 49 5.2.
  4. Transparantie ................................................................................................................ 50 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 51 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 53 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 54 Niet-vertrouwelijk 4/54

LEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt hierna de werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt vast (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van een voorstel van werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt (hierna het “Voorstel”) dat op 2 april 2021

het Engels en op 30 april 2021

het Frans en het Nederlands werd voorgesteld aan de CREG door Elia Transmission Belgium NV (“Elia”). Onderhavige beslissing bevat de volgende hoofdstukken: - Wettelijk kader (hoofdstuk 1); - Antecedenten (hoofdstuk 2); - Analyse van het voorstel

het licht van de elektriciteitswet (hoofdstuk 3); - Wijzigingen van het voorstel (hoofdstuk 4); - Aan te brengen aanpassingen aan de volgende Werkingsregels (hoofdstuk 5); - Conclusie (hoofdstuk 6) De Werkingsregels worden

bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG via een schriftelijke procedure op 14 mei

  1. WETTELIJK KADER
  2. Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de 'Elektriciteitswet') zoals

gevoegd door de wet van 15 maart 2021, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie

de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren om ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de

diening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van Niet-vertrouwelijk 5/54 aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. De werkingsregels omvatten

het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld

paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure; 2° de criteria en nadere regels

zake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld

paragraaf 10, en aan de secundaire markt.

ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria: a)

dien de beoogde

vestering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, beschikt de

diener van het prekwalificatiedossier over een productievergunning bedoeld

artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste

dieningsdatum van de biedingen

het kader van de veiling bedoeld

paragraaf 10;

  1. b)de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig art 22, § 4
  2. a)en
  3. b)van de Verordening (EU) nr. 2019/943; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld

paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald

of

overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van

formatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel

voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan

het Belgisch Staatsblad De Koning kan de werkingsregels wijzigen of,

de plaats van de commissie optreden

dien deze

gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. […]" 2. Het voormelde artikel 7undecies, § 12 vervangt een vergelijkbare bepaling (artikel 7undecies, § 8 van de Elektriciteitswet,

gevoegd door een wet van 22 april 2019 en nooit

werking getreden) van de Elektriciteitswet. Deze bepaling kende aan de CREG echter enkel een bevoegdheid toe om het door de netbeheerder geformuleerde voorstel van werkingsregels goed te keuren. 3. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 6/54 4.

het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de

terne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:

  1. a)zijn tijdelijk;
  2. b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet;
  3. c)gaan niet verder dan wat nodig is om de

artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken;

  1. d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
  2. e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
  3. f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
  4. g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
  5. h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met

begrip van energieopslag en vraagzijdebeheer; i) leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn

tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:

  1. a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
  2. b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
  3. c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen

aanmerking komende capaciteitsaanbieders."

  1. ANTECEDENTEN 2.
  2. ALGEMEEN
  3. Na de voorstelling door de netbeheerder tijdens een aantal taskforces met de marktdeelnemers van de grote lijnen van het ontwerp van het capaciteitsvergoedingsmechanisme heeft Elia op 25 november 2019 op haar website een eerste voorstel van werkingsregels van het Niet-vertrouwelijk 7/54 capaciteitsvergoedingsmechanisme (“Market Rules for the Capacity Remuneration Mechanism”) gepubliceerd.
  4. Op 18 december 2019 heeft de Belgische Staat de Europese Commissie kennis gegeven van het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme overeenkomstig artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Een van de bij het kennisgevingsdossier gevoegde documenten was het oorspronkelijke voorstel van werkingsregels.
  5. De CREG heeft dit document geanalyseerd en tussen 12 maart en 15 mei 2020 meer dan vijfhonderd opmerkingen hierover aan Elia overgemaakt.
  6. De taskforces over het ontwerp van werkingsregels zijn opnieuw aan de slag gegaan

de loop van mei

  1. Parallel daarmee hebben Elia en de CREG een aantal bilaterale vergaderingen gehouden naar aanleiding van de opmerkingen van de CREG over het op 25 november 2019 gepubliceerde ontwerp.
  2. Elia heeft tussen 28 augustus en 25 september 2020 een raadpleging van de netgebruikers met betrekking tot het Voorstel georganiseerd.
  3. Op 7 oktober 2020 werd op de site van het Directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie de beslissing van 21 september 2020 gepubliceerd waarmee de Europese Commissie een formele onderzoeksprocedure start

het dossier betreffende het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme (SA. 54915 (2019/N))1. Geen van de door de Europese Commissie aan de orde gestelde problematische punten had betrekking op het

itiële Voorstel van werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. 11. Op 13 november 2020 heeft Elia heeft haar “Voorstel van werkingsregels” bij de CREG

gediend bij de CREG,

een Franse, Nederlandse en Engelse versie. Elia heeft bij deze gelegenheid ook een verslag van de raadpleging

het Engels

gediend.

  1. De CREG heeft een openbare raadpleging over dit Voorstel gehouden tussen 27 november 2020 en 8 januari
  2. Op 18 december 2020 stuurde de CREG de volgende brief naar Elia: "De CREG is begonnen met de grondige analyse van het voorstel van werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme,

gediend door Elia op 13 november.

de bijlage vindt u de

formele opmerkingen over de hoofdstukken 6 en 7. We hopen dat u ze goed ontvangt. Op basis van onze eerste analyses denken we er goed aan te doen om er nu reeds op te wijzen dat de CREG zich ernstig zorgen maakt over de zeer middelmatige redactionele kwaliteit van het voorstel van werkingsregels. Deze slechte kwaliteit doet sterk afbreuk aan de duidelijkheid van de regels en maakt ze vaak moeilijk of onmogelijk te begrijpen – ondanks de basiskennis die de CREG heeft over het design. De transparantie van het mechanisme lijkt ons dan ook niet gewaarborgd.

dit stadium zou de CREG een dergelijke versie van de werkingsregels dus niet kunnen goedkeuren. Met het oog op het mogelijk maken van een goedkeuring raadt de CREG Elia ten stelligste aan (

  1. i)om zo goed mogelijk rekening te houden met de opmerkingen van de CREG over de reeds herlezen hoofdstukken en om op basis daarvan (
  2. ii)de revisie – maar bij voorkeur de volledige herschrijving – van de werkingsregels toe te vertrouwen aan (

terne of externe) 1 https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/202041/288236_2194736_5_2.pdf Niet-vertrouwelijk 8/54 personen die gespecialiseerd zijn

het opstellen van teksten en communicatie.

het licht van de analyses die reeds door onze diensten zijn verricht, lijkt het erop dat de vereiste herschrijving of revisie van meet af aan betrekking moet hebben op alle bepalingen van de werkingsregels. Ze moet zo snel mogelijk aan de CREG worden bezorgd, zodat zij haar goedkeuringsbevoegdheid binnen een redelijke termijn kan uitoefenen." Bij deze brief was een document gevoegd met de talrijke opmerkingen van de CREG over de hoofdstukken 6 en 7 van het Voorstel. 14. Naar aanleiding van deze brief hebben Elia en de CREG een briefwisseling gevoerd waarin een akkoord werd bereikt (eind januari 2021) over een werkmethode die Elia

staat moet stellen om snel een nieuw voorstel van werkingsregels

te dienen, zodat de CREG gebruik kan maken van haar bevoegdheid om deze regels vast te stellen en uiterlijk op 15 mei 2021 te publiceren, overeenkomstig de elektriciteitswet.

  1. Tussen 2 februari en 12 maart 2021 heeft de CREG haar talrijke opmerkingen over het Voorstel naar Elia gestuurd. Tegelijkertijd vonden bilaterale besprekingen plaats tussen de diensten van de CREG en die van Elia over de door Elia overwogen antwoorden op deze opmerkingen.
  2. Tot slot heeft Elia op 2 april 2021 een nieuw Voorstel, uitsluitend

het Engels,

gediend bij de CREG en de Algemene Directie Energie van de FOD Economie.

  1. Op 20 april 2021 heeft de CREG Elia een brief gestuurd met het verzoek om de Franse en Nederlandse versies van haar voorstel naar de CREG te sturen, uiterlijk op de laatste werkdag van april
  2. Op 30 april 2021 heeft Elia haar nieuwe Voorstel van werkingsregels

gediend bij de CREG en de Algemene Directie Energie,

het Frans en het Nederlands.

  1. Tegelijk heeft de CREG een beknopte openbare raadpleging georganiseerd, tussen 30 april en 7 mei
  2. Naar aanleiding van bijkomende vragen van de CREG, en de publicatie

het Belgisch Staatsblad van 30 april van het koninklijk besluit van 28 april 2021"tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald,

clusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van

dividuele uitzonderingen op de toepassing van de

termediaire prijslimiet(en)

het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme" heeft Elia de CREG op 5 mei 2021 via e-mail nog een gewijzigde versie van haar voorstel bezorgd. Op 6 mei 2021 werd nog een nieuw voorstel per mail overgemaakt. 21.

de brief van 12 mei 2021, vroeg de Minister van Energie aan de CREG om een bepaling op te nemen

de Werkingsregels die aan de Capaciteitshouders, die een Prekwalificatiedossier willen

dien voor een Additionele CMU die aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een Capaciteitscontract van vijftien jaar beantwoordt en aangedreven wordt door fossiele brandstoffen, oplegt om een aantal verbintenissen te onderschrijven

het kader van de energietransitie. Dit verzoek is

gegeven , omwille van de rechtszekerheid, teneinde te vermijden dat de marktspelers geconfronteerd worden met bijkomende vereisten na de vaststelling en publicatie van de Werkingsregels door de CREG, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat deze vereisten een solide juridische basis bezitten, wat door hun opname

de Werkingsregels het geval lijkt te zijn.

  1. Op het ogenblik van de goedkeuring van deze beslissing door het directiecomité van de CREG had de Europese Commissie haar beslissing over de conformiteit van het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme nog niet aangenomen. Niet-vertrouwelijk 9/54 2.
  2. 2.2.
  3. OPENBARE RAADPLEGINGEN Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren
  4. Artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet voorziet dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. De netbeheerder moet dus een raadpleging over het voorstel van regels organiseren; die werd georganiseerd tussen 28 augustus en 25 september
  5. Men kan zich afvragen of de CREG wettelijk gezien een openbare raadpleging moet organiseren omwille van de vele wijzigingen die Elia heeft aangebracht

de finale versie van haar voorstel ten opzichte van het voorstel dat

november 2020 aan de CREG werd overgemaakt en gelet op de wijzigingen aan dit voorstel die de CREG zelf overweegt goed te keuren. 25. Zoals supra vermeld (nr. 1) werd de Elektriciteitswet op 15 maart 2021 gewijzigd. Meer

het bijzonder werd het mechanisme voor de goedkeuring van de Werkingsregels

grijpend gewijzigd. Vóór de wijziging van de Elektriciteitswet moesten de Werkingsregels door de CREG worden goedgekeurd op voorstel van de netbeheerder Sinds de wijziging van de wet worden de Werkingsregels vastgesteld door de CREG, op voorstel van de netbeheerder; belangrijker nog is dat de wet nu het volgende bepaalt: "de werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan

het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of,

de plaats van de commissie optreden

dien deze

gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen." 26. Deze wijziging kwam er naar aanleiding van een opmerking van de afdeling Wetgeving van de Raad van State

zijn advies over het voorontwerp van wet. Volgens die opmerking is de toekenning van een ruime regelgevende bevoegdheid aan een privéonderneming – de netbeheerder, die de werkingsregels voorstelt – of aan een onafhankelijke overheidsinstantie – de CREG, via de goedkeuring van dit voorstel –

strijd met de algemene beginselen van het publiek recht (met name: eenheid van de regelgevende macht; noodzaak van politieke controle). Volgens de memorie van toelichting bij het wetsontwerp heeft de toekenning aan de Koning van de bevoegdheid om de door de CREG vastgestelde werkingsregels goed te keuren om ze een bindend karakter te geven, tot gevolg dat het door de Raad van State gesignaleerde probleem is opgelost, aangezien de werkingsregels zo het voorwerp uitmaken van voldoende controle vanwege een politiek verantwoordelijke autoriteit voor de Kamers. Nog steeds volgens de memorie van toelichting beschikken de personen die zijn onderworpen aan de werkingsregels daarbij over een daadwerkelijk beroep voor een onafhankelijk en onpartijdig rechtscollege (de Raad van State)2. 27. De doorgevoerde wijziging heeft belangrijke gevolgen. Aangezien enkel de goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels, volgt hieruit immers dat de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich niet erkend is als een beslissing met dergelijke rechtsgevolgen. Met andere woorden, de beslissing van de CREG is geen beslissing

de juridische zin van het woord, aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep bij het Marktenhof kan worden

gesteld. Zo heeft het Marktenhof

een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een handeling van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om vatbaar te zijn voor beroep krachtens artikel 29bis van de Elektriciteitswet, wat hier niet het geval is3. Mutatis mutandis, op grond van een gelijkaardige wetgeving, werd er

het arrest van 4 maart 2016 2 3 Parl.St. Kamer, 2020-2021, DOC 55-1779/1, blz. 27-28. Marktenhof, arrest 2017/AR/2099,

zaak EPEX SPOT Niet-vertrouwelijk 10/54 van de Raad van State geoordeeld dat tegen een door de FSMA vastgesteld reglement geen beroep kon worden

gesteld bij de Raad van State 4en dat enkel tegen het koninklijk besluit tot goedkeuring van dit reglement beroep kon worden

gesteld. 28. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de Elektriciteitswet. Deze bepaling luidt als volgt: "§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven

het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: -

de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd

de eindbeslissing; - de akten met een

dividuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen

uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met

achtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter." (Onderlijning door de CREG.) 29. Ter uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien

de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Meer bepaald bevat het huishoudelijk reglement de volgende bepalingen: "Art.

  1. §
  2. “Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld

afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2.

alle gevallen niet bedoeld

§ 1

,

het bijzonder

het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. [...]" (Onderlijning door de CREG.)

artikel 2 van het huishoudelijk reglement wordt bovendien het volgende vastgelegd: "Onder “beslissing” of “beslissingen” wordt

hoofdstukken 3 tot 5 [5] (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en

artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het directiecomité bedoeld

de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité

zake overheidsopdrachten." 30. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de CREG wettelijk gezien geen (openbare) raadpleging moet organiseren vóór het nemen van een beslissing om Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast te leggen. 4 Raad van State, arrest n° 234.037, van 4 mei 2016,

zaak n.v. Settlements. Het hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de CREG met betrekking tot de voorafgaande raadplegingen is hoofdstuk. 5 Niet-vertrouwelijk 11/54 De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over bepaalde wijzigingen die ze overwoog aan te brengen aan het voorstel van Elia en bepaalde veranderingen van het Voorstel. 2.2.

  1. Wat betreft de raadpleging PRD 2150
  2. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 12), heeft de CREG het Voorstel van 13 november 2020 voorgelegd ter openbare raadpleging.
  3. Gezien de fundamentele wijziging van het Voorstel naar aanleiding van de besprekingen tussen de CREG en Elia rekening houdend met de voorafgaande opmerkingen over het gebrek aan verplichting om een openbare raadpleging te organiseren, is de CREG van oordeel dat het niet zinvol is om

te gaan op de opmerkingen die haar

het kader van deze openbare raadpleging werden bezorgd. 2.2.

  1. Wat betreft de raadpleging PRD 2230
  2. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 19), heeft de CREG tussen 30 april en 7 mei 2021 een openbare raadpleging georganiseerd over de aangebrachte en aan te brengen wijzigingen

het Voorstel. 34. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn

gediend: - BASF; - RWE Supply and Trading; - Febeliec; - KBC Bank; - Engie; - Flexcity; - Rent-a-Port Green Energy en SRIW Environnement - Zandvliet Power; - Elia; - Febeg. Centrica Business Solutions heeft haar opmerkingen te laat

gediend; deze worden bijgevolg niet verwerkt. Met uitzondering van het antwoord van KBC Bank, waren alle ontvangen reacties niet-vertrouwelijk. 35. Het raadplegingsverslag is

bijlage 2 van de voorliggende Beslissing opgenomen. Niet-vertrouwelijk 12/54

  1. ANALYSE VAN HET VOORSTEL 3.
  2. OVEREENSTEMMING VAN HET VOORSTEL MET DE WETTELIJK VOORGESCHREVEN MINIMUMINHOUD 36.

dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale

houd van de Werkingsregels, zoals opgesomd

artikel 7undecies, § 12, derde lid van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen

het Voorstel. 3.1.1. Expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld

paragraaf 8, met betrekking tot het recht om deel te nemen aan de prekwalificatieprocedure (art. 7undecies, § 12, derde lid, 1°) 37. Artikel 7undecies, § 8 van de Elektriciteitswet belast de Koning met het bepalen van de ontvankelijkheidscriteria wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure. Deze criteria omvatten onder meer: - de voorwaarden waaronder de capaciteitshouders die genieten of genoten hebben van steunmaatregelen, het recht hebben tot deelname aan de prekwalificatieprocedure; - de minimumdrempel

MW, na toepassing van de reductiefactoren, waaronder de capaciteitshouders niet kunnen deelnemen aan de prekwalificatieprocedure; - de voorwaarden en modaliteiten waaronder de houders van onrechtstreekse buitenlandse capaciteit kunnen deelnemen aan de prekwalificatieprocedure. Deze voorwaarden en modaliteiten worden vastgesteld voor het eerste leveringsjaar, na advies van de commissie en van de netbeheerder; zij houden rekening met de verwachte effectieve bijdrage van deze capaciteit tot de bevoorradingszekerheid van België en met het afsluiten van akkoorden onder de betrokken netbeheerders. 38.

artikel 7undecies, § 8 van de Elektriciteitswet worden wel nog andere vereisten voor de deelneming aan de prekwalificatieprocedure opgesomd (deelnameverplichting voor productieeenheden; verplichting om over een productievergunning te beschikken of een aanvraag voor een vergunning te hebben

gediend; voorwaarden voor deelname van rechtstreekse buitenlandse capaciteiten enz.). Uit de bewoordingen die worden gebruikt

artikel 7undecies, § 12, derde lid, 1° volgt echter dat enkel de ontvankelijkheidscriteria worden beoogd "die recht geven tot deelname aan de prekwalificatieprocedure", met andere woorden de hierboven opgesomde criteria (nr. 37)6. 39.

dit verband merkt de CREG op dat het Voorstel,

§ 59

, een mechanisme voor nalevingscontrole bevat waarbij de CRM-kandidaat de naleving garandeert (en zich ertoe verbindt deze naleving te handhaven) van een bepaald aantal regels, en

het bijzonder van de selectiecriteria die zijn vastgesteld

artikel 7undecies, § 8, al. 1, 1° en 2°, van de Elektriciteitswet. Op die manier bevat het Voorstel

derdaad een verwijzing naar die criteria. Deel 17.3 van het Voorstel verwijst dan weer naar de voorwaarden van het (

voorbereiding zijnde) koninklijk besluit “tot vaststelling van de ontvankelijkheidscriteria bedoeld

artikel 7undecies, § 8, eerste lid, 3°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wat betreft de voorwaarden en modaliteiten waaronder houders van onrechtstreekse buitenlandse 6 Zie

die zin de memorie van toelichting van de wet van 15 maart 2021, Parl.St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1779/1, blz. 22. Niet-vertrouwelijk 13/54 capaciteit kunnen deelnemen aan de prekwalificatieprocedure

het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme”. 40. De CREG is bijgevolg van mening dat het Voorstel voldoet aan de vereiste die is vermeld

artikel 7undecies, § 12, derde lid, 1°. 3.1.2. Criteria en modaliteiten voor de prekwalificatie voor deelname aan de veilingen bedoeld

artikel 7undecies, § 10, en aan de secundaire markt (art. 7undecies, § 12, derde lid, 2°) 41.

het algemeen stelt de CREG vast dat

hoofdstuk 5 van het Voorstel de voorwaarden en modaliteiten voor prekwalificatie worden uiteengezet.

§ 168

van het Voorstel wordt uitdrukkelijk bepaald dat wanneer een capaciteitsmarkteenheid ('CMU') met succes wordt geprekwalificeerd, de daaraan gekoppelde CRM-kandidaat wordt beschouwd als een Geprekwalificeerde CRM-kandidaat en daardoor toegang krijgt tot de Veilingen en de Secundaire Markt. 42. Artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2° stelt bovendien twee specifieke prekwalificatiecriteria vast die

de Werkingsregels opgenomen moeten zijn. 3.1.2.1. Criterium

verband met de productievergunning 43. Artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2°, a) stelt het volgende prekwalificatiecriterium vast dat

de Werkingsregels opgenomen moet zijn: "

dien de beoogde

vestering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, beschikt de

diener van het prekwalificatiedossier over een productievergunning bedoeld

artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste

dieningsdatum van de biedingen

het kader van de veiling bedoeld

paragraaf 10." 44.

dit verband bevat het Voorstel de volgende bepalingen: -

het mechanisme voor de conformiteitscontrole (zie supra, nr. 39) wordt vermeld (§ 59) dat de CRM-kandidaat,

dien van toepassing, de naleving van de eisen

verband met de productievergunning als gedefinieerd

artikel 4 van de Elektriciteitswet, moet verzekeren; -

de tabel

§ 67

wordt de vereiste van artikel 7undecies, § 8, vierde lid van de Elektriciteitswet overgenomen, die als volgt luidt: "Op straffe van niet-ontvankelijkheid van het prekwalificatiedossier, beschikt een capaciteitshouder die met toepassing van artikel 4, § 1, vergunningsplichtig is, over een productievergunning, zoals bedoeld

artikel 4 voor de betreffende capaciteit, of heeft voornoemde capaciteitshouder een aanvraag

gediend voor het verkrijgen van een productievergunning voor deze capaciteit uiterlijk binnen vijftien dagen volgend op de publicatie van de

structie tot organisatie van een veiling bedoeld

paragraaf 6, eerste lid." Er wordt ook vermeld dat een capaciteitsmarkteenheid, om te worden geprekwalificeerd, haar productievergunning moet hebben verkregen binnen de

"artikel 7undecies, § 10, tweede lid" genoemde periode; -

§ 90

wordt bepaald dat geen enkele wijziging mag worden aangebracht

het prekwalificatiedossier tussen 1 september en 31 oktober, met uitzondering van met name "

formatie

verband met de productievergunning". -

bijlage A.13, wordt het volgende vermeld: “Als bewijs van de

diening van een aanvraag voor een productievergunning controleert ELIA of: Niet-vertrouwelijk 14/54 • Het document is ondertekend door de CRM-kandidaat en de FOD Economie; • De productievergunning minstens vijftig Werkdagen voor het begin van de

dieningsperiode van het Prekwalificatiedossier bij de FOD Economie is

gediend; • De aanvraag minstens vijftig Werkdagen voor het begin van de

dieningsperiode van het Prekwalificatiedossier bij de FOD Economie is

gediend. ” 45.

de eerste plaats merkt de CREG op dat het prekwalificatiecriterium zoals bepaald

de elektriciteitswet de netbeheerder (belast met de prekwalificatie krachtens de elektriciteitswet) uitdrukkelijk verplicht om na te gaan of de CRM-kandidaat die een CMU wil prekwalificeren die overeenkomstig artikel 4 van de Elektriciteitswet onderworpen is aan een productievergunning, daadwerkelijk over deze vergunning beschikt, ten laatste twintig dagen voor de uiterste datum voor het

dienen van de offertes, dus uiterlijk op 10 september. 46. Volgens de CREG is dit criterium effectief opgenomen

het Voorstel.

de tabel

§ 67

wordt bepaald dat de CMU moet beschikken over een productievergunning binnen de

artikel 7undecies, § 10, tweede lid bepaalde termijn, met name uiterlijk twintig dagen vóór de uiterste datum voor het

dienen van de offertes. Het voorstel staat de CRM-kandidaat bovendien toe om zijn dossier hierover te vervolledigen na 1 september. 47. De CREG merkt echter op dat er ruimte is voor verbetering

de manier waarop dit criterium

het Voorstel wordt geformuleerd. Immers: - het

§ 59

van het voorstel beschreven conformiteitscontrolemechanisme vereist slechts van de CRM-kandidaat dat hij waarborgt dat hij, waar van toepassing, voldoet aan de

artikel 4 van de elektriciteitswet: aldus vereist het voorstel slechts van de kandidaat dat hij waarborgt dat hij over een vergunning zal beschikken voordat hij zijn capaciteit

dienst neemt, zoals artikel 4 van de wet vereist; - de verwijzing naar de

tabel van § 67 van het artikel 7undecies, § 10, al. 2 vermelde termijn is niet erg duidelijk: het zou de voorkeur verdienen de toepasselijke termijn expliciet te vermelden; - de mogelijkheid om het Prekwalificatiedossier na 1 september aan te vullen is eveneens onduidelijk omdat ze de deur lijkt open te zetten voor de

voering van een aanvulling op het Prekwalificatiedossier na 10 september; - de termijnen vermeld

bijlage A.13 zijn niet realistisch en worden daarom aangepast door dit besluit.

  1. Onder voorbehoud van wat hierboven is vermeld, is de CREG bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2°, a). 3.1.2.
  2. Criterium

verband met de naleving van de limieten op het vlak van de CO2-uitstoot 49. Artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2°, b) voorziet specifiek

een tweede prekwalificatiecriterium dat

de werkingsregels moet worden opgenomen: "de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig artikel 22, § 4, a) en b) van Verordening (EU) nr. 2019/943." 50.

dit verband stelt het voorstel, naast het conformiteitscontrolemechanisme, een mechanisme

waarbij

wezen: - het prekwalificatiedossier bepaalde

formatie en attesten

verband met de CO2-uitstoot moet bevatten (zie de tabel

§ 67

van het voorstel); Niet-vertrouwelijk 15/54 - de controle ex ante (afwijzing/goedkeuring) van de doorgegeven

formatie op het vlak van CO2 wordt uitgevoerd door Elia op het advies (positief of negatief) van de FOD Economie,

het kader van het onderzoek van het prekwalificatiedossier (§§ 93-94 van het voorstel). Elia heeft een bijlage 18.1.7 toegevoegd aan haar voorstel met "richtlijnen voor de kwantificering van de CO2-uitstoot voor de prekwalificatie van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme

België”.

  1. CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2°, b). 3.1.
  2. Modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld

paragraaf 10, voorlaatste lid (art. 7undecies, § 12, derde lid, 3°) 52.

artikel 7undecies, § 10, voorlaatste alinea van de Elektriciteitswet wordt het volgende bepaald: "Een geprekwalificeerde capaciteitshouder kan beslissen om geen bieding

te dienen

het kader van de veiling, op voorwaarde dat hij de netbeheerder er uiterlijk op 30 september van het betreffende kalenderjaar van op de hoogte brengt. De netbeheerder houdt rekening met deze niet-aangeboden capaciteit voor de veiling, overeenkomstig de werkingsregels bedoeld

paragraaf 12." 53. De CREG stelt vast dat het Voorstel een punt 5.4.2.1 bevat met betrekking tot de "kennisgeving van Opt-out". Deze kennisgeving kan op verschillende manieren gebeuren, hetzij als onderdeel van een standaard prekwalificatiedossier, hetzij volgens de zogeheten “Fast-track”'-procedure, dit is een vereenvoudigde procedure die van toepassing is wanneer de CRM-kandidaat, die wettelijk verplicht is zich te prekwalificeren, zijn CMU niet aan de veiling en aan de secundaire markt wenst te laten deelnemen.

overeenstemming wat de Elektriciteitswet oplegt, bepaalt het Voorstel dat een geprekwalificeerde CRM-kandidaat een kennisgeving van Opt-out kan doen na de kennisgeving van de resultaten van de prekwalificatie, maar niet later dan de uiterste termijn zoals bedoeld "

artikel 7undecies,§ 10, derde lid van de Elektriciteitswet", ofwel 30 september. Afhankelijk van de omstandigheden die de kennisgeving van Opt-out rechtvaardigen, voorziet het Voorstel

de

deling van de CMU

een categorie “

” (geacht bij te dragen tot de toereikendheid) of “OUT” (geacht niet bij te dragen tot de toereikendheid) (punt 5.4.2.2). 54. Bovendien bevat punt 6.3.1 van het Voorstel het “Dummy Bid”-mechanisme7 dat tot doel hebben “het aan te kopen volume

een Veiling te corrigeren, op basis van de

formatie die werd verkregen tijdens de Prekwalificatieprocedure en die nog niet bekend was tijdens de kalibratie van de Vraagcurve zoals beschreven

het Koninklijk Besluit Methodologie”. De tekst voorziet immers

het bijzonder het volgende: “Een dummy Bod wordt door ELIA aangemaakt voor elke Veiling met een volume dat gelijk is aan de som van de gereduceerde Opt-outvolumes

verband met deze Veiling die zijn aangemerkt als '

'”. 55. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 3°. 7

de Werkingsregels gedefinieerd als "De kennisgeving waarmee een CRM-kandidaat ELIA op de hoogte stelt dat hij beslist heeft om het Opt-outvolume niet aan te bieden

een Veiling voor een Capaciteitsleveringsperiode,

lijn met artikel 7undecies, § 9 van de Elektriciteitswet.". Niet-vertrouwelijk 16/54 3.1.4. Veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald

of

overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid (art. 7undecies, § 12, derde lid, 4°) 56. De CREG stelt vast dat het Voorstel een hoofdstuk 6 bevat dat gewijd is aan de veilingsprocedure.

dit hoofdstuk worden de modaliteiten voor de

diening van de biedingen en de “clearing” van de veiling uiteengezet. § 287 van het Voorstel bepaalt bovendien dat Elia de “pay-as-bid”-methode toepast en doet dus geen afbreuk aan artikel 7undecies, § 10, laatste lid van de Elektriciteitswet.

  1. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 4°. 3.1.
  2. Beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het nietnaleven van deze verplichtingen (art. 7undecies, § 12, derde lid, 5°)
  3. De CREG stelt vast dat het Voorstel een hoofdstuk 9 bevat dat gewijd is aan de beschikbaarheidsverplichtingen. Dit hoofdstuk bevat onder meer bepalingen voor de toepassing van boetes

geval van onbeschikbaarheid. Daarnaast bevat het Voorstel een hoofdstuk 8 over "Controle van pre-levering", dat ook voorziet

sancties bij niet-nakoming van de verplichtingen vóór de leveringsperiode.

  1. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 5°. 3.1.
  2. Financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren (art. 7undecies, § 12, derde lid, 6°)
  3. De CREG stelt vast dat het Voorstel een hoofdstuk 12 bevat dat gewijd is aan de financiële waarborgen die van toepassing zijn op de Capaciteitsleveranciers. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 6°. 3.1.
  4. Mechanismen voor de organisatie van de secundaire markt (art. 7undecies, § 12, derde lid, 7°)
  5. Hoewel de Elektriciteitswet slechts vereist dat de mechanismen voor de organisatie van de secundaire markt één jaar vóór de eerste capaciteitsleveringsperiode

de Werkingsregels worden

gevoegd, stelt de CREG vast dat het Voorstel reeds een hoofdstuk 11 bevat dat hieraan is gewijd. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 7°. 3.1.8. Nadere regels voor de uitwisseling van

formatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen (art. 7undecies, § 12, derde lid, 8°) 62. De CREG merkt op dat het Voorstel een aantal bepalingen bevat met betrekking tot de uitwisseling van

formatie (punten 2.5 tot 2.9), evenals een hoofdstuk 16 over transparantie. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 8°. Niet-vertrouwelijk 17/54 3.1.

  1. Uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten (art. 7undecies, § 12, derde lid, 9°)
  2. Volgens artikel 2, 90° van de Elektriciteitswet is een "niet bewezen capaciteit" een "capaciteit die op het tijdstip van

diening van het prekwalificatiedossier nog niet kan worden gelinkt aan een specifiek leveringspunt". De identificatie van een of meer leveringspunten moet noodzakelijkerwijs plaatsvinden vóór de periode van capaciteitslevering, zodat de netbeheerder de naleving van de beschikbaarheidsverplichting kan controleren. De Elektriciteitswet vereist dus dat

de Werkingsregels een uiterste datum wordt vastgesteld waarop de houder van niet bewezen capaciteit het betrokken leveringspunt of de betrokken leveringspunten identificeert. 64. De CREG stelt vast dat het Voorstel een controle voorafgaand aan de levering organiseert die specifiek is voor de virtuele CMU's8: de capaciteitsleverancier is verplicht om tijdens de periode vóór de levering (d.w.z. tussen de kennisgeving van de resultaten van de veiling en de eerste dag van de leveringsperiode) de virtuele CMU om te zetten

een bestaande CMU, door deze CMU te prekwalificeren en er de overeenkomstige gecontracteerde capaciteit naar over te dragen (via een transactie op de secundaire markt).

het Voorstel worden twee "controlemomenten" vastgesteld om ervoor te zorgen dat deze transformatie plaatsvindt lang vóór het begin van de capaciteitsvoorzieningsperiode: één op 31 augustus van het jaar Y-2, en één op 31 oktober van het jaar Y. Op deze controlemomenten moet de capaciteitsleverancier aantonen dat hij een bepaald percentage van de gecontracteerde capaciteit heeft omgezet

een bestaande CMU (op het eerste controlemoment 75%, op het tweede controlemoment 925%).

dien deze percentages niet worden bereikt, stelt Elia een ontbrekend volume vast, wat leidt tot de toepassing van financiële boetes en ook kan leiden tot een vermindering van de gecontracteerde capaciteit of zelfs tot de beëindiging van het capaciteitscontract. 65. De CREG is bijgevolg van oordeel dat het Voorstel voldoet aan de vereiste van artikel 7undecies, § 12, derde lid, 9°.

het Voorstel worden immers twee controlemomenten genoemd waarop de capaciteitsleverancier moet aantonen dat hij aan zijn pre-leveringsverplichting heeft voldaan, d.w.z. dat hij een voldoende groot deel van de gecontracteerde capaciteit heeft omgezet

een bestaande CMU – en daarbij zijn dossier met de betrokken leveringspunten heeft aangevuld; deze controlemomenten zijn derhalve de einddata zoals vereist door de Elektriciteitswet; het zijn ultieme momenten

zoverre dat niet-nakoming van de pre-leveringsverplichting leidt tot de toepassing van boetes, of zelfs de beëindiging van het capaciteitscontract. 3.2. WAT BETREFT DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL MET DE WETTELIJK VASTGELEGDE DOELSTELLINGEN 66.

dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de elektriciteitswet aan de werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): "1° de concurrentie

de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 8 Een virtuele CMU wordt door de Werkingsregels gedefinieerd als "Een Eenheid

de Capaciteitsmarkt verbonden aan een Niet-bewezen Capaciteit” aangezien de niet bewezen capaciteit volgens de elektriciteitswet (art. 2, 90°) “capaciteit die op het tijdstip van

diening van het prekwalificatiedossier nog niet kan worden gelinkt aan een specifiek leveringspunt” is. 9 Onder voorbehoud van wat hierover uiteengezet wordt onder de nr. 135 hierna. Niet-vertrouwelijk 18/54 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de

diening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten." 3.2.

  1. Naleving van de doelstelling om de concurrentie te stimuleren
  2. Hierover bevraagd, was Elia van oordeel dat zijn voorstel aan de bovenvermelde doelstelling voldeed. Volgens Elia gold namelijk: “

het algemeen en

lijn met de Elektriciteitswet en de Europese Verordening terzake viseren de functioneringsregels een zo breed mogelijke deelname aan de CRM en diens veilingen. Zo voorzien de functioneringsregels enerzijds

een zo neutraal als mogelijke aanpak van alle technologieën teneinde alle deelnemende capaciteiten een gelijke en dus competitieve kans te veschaffen. Anderzijds differentiëren de functioneringsregels ook afdoende teneinde objectieve verschillen tussen (groepen van) technologieën te erkennen en

een behandeling te voorzien die toelaat dat alle technologieën op voldoende equivalente wijze kunnen deelnemen. Volgende elementen dragen hier onder meer specifiek toe bij: Een voldoende gedifferentieerde aanpak

zake prequalificatie die toelaat de eigenheid van verschillende technologieën te respecteren maar hen toch op gelijke voet te benaderen met het oog op hun eventuele deelname aan de veilingen. De garanties die van verschillende technologieën worden gevraagd streven naar een equivalente aanpak.

de beschikbaarheidscontroles wordt

het bijzonder rekening gehouden met de verschillende manieren waarop capaciteiten

de energiemarkt actief zijn. Eventuele verschillen aldaar worden afdoende aan boord genomen

de regels met betrekking to beschikbaarheidscontroles teneinde geen barrières voor de ene of de andere technologie te creëren. De functioneringsregels voorzien

een geschikte aanpak voor aggregatie zodat ook kleinere capaciteiten of capaciteiten die gebaat zijn met aggregatie omwille van operationele beperkingen zoals beperkte energie-

houd of een beperkt aantal activatie

een tijdsperiode alsnog een geschikte bijdrage kunnen leveren aan het CRM en zo bijdragen aan de concurrentiekracht. De biedingsregels van de veiling voorzien

voldoende flexibiliteit zodat marktspelers zoveel als mogelijk de realiteit van hun projecten kunnen weergeven

hun biedgedrag, bijvoorbeeld door het linken van biedingen of het mutueel exclusief maken van biedingen. Door deze mogelijkheden te bieden, kunnen marktpartijen maximaal hun projecten aanbieden, hetgeen de competitie enkel kan ondersteunen. De regels laten toe dat ook nieuwe partijen vlot kunnen deelnemen aan de CRM door middel van transparante procedures en een gerichte manier van werken, zodat niet louter gevestigde spelers kunnen deelnemen, maar ook nieuwe partijen zich kunnen aanbieden. Ook het veilingsalgoritme dat gebaseerd is op een single clearing (en geen descending clock) laat toe de eventuele voordelen van specifieke marktkennis van gevestigde spelers te beperken. Niet-vertrouwelijk 19/54 Tot slot voorzien de regels

een voldoende mate van transparantie van veilingresultaten

ruime zin van het begrip hetgeen ook op langere termijn toelaat de competitie te ondersteunen. "

  1. De CREG sluit zich aan bij de analyse van Elia. 3.2.
  2. Naleving van de doelstelling om marktmanipulatie, concurrentiebeperkend gedrag en oneerlijke handelspraktijk te voorkomen
  3. Hierover bevraagd, was Elia van oordeel dat het Voorstel aan de bovenvermelde doelstelling voldeed. Volgens Elia gold namelijk: "De werkingsregels zijn zodanig opgesteld om elke marktmanipulatie, concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk te voorkomen. elk

dit verband kan op niet-limitatieve wijze op de volgende elementen worden gewezen: • De formule van veilingen

één ronde, met offertes onder gesloten omslag tot het moment waarop de offertes worden geopend, zorgt voor een gelijk speelveld en beperkt de risico's van marktmisbruik (hoofdstuk 6: veilingproces). • Er wordt een algemene maximumprijs toegepast om kunstmatig hoge offertes op veilingen te voorkomen. Voor capaciteitscontracten met een looptijd van één jaar geldt een

termediaire maximumprijs (met mogelijkheid tot een uitzondering), om te voorkomen dat de capaciteitshouders die geen nieuwe

vestering hebben moeten doen, de prijs van hun offertes kunstmatig verhogen tot boven het niveau dat nodig is om missing money te dekken (hoofdstuk 6: veilingproces). • Er worden financiële boetes opgelegd (en onder bepaalde omstandigheden kan de looptijd van het contract worden

gekort)

dien de gecontracteerde capaciteit niet beschikbaar is wanneer dat nodig is. Dit voorkomt met name dat capaciteitshouders aan Y-4-veilingen deelnemen zonder dat zij werkelijk van plan zijn de beschikbare capaciteit te ontwikkelen (bv. om het

jaar Y1 gecontracteerde volume kunstmatig te verhogen). Er is een financiële garantie (evenredig aan de gecontracteerde capaciteit) vereist bij de prekwalificatie (hoofdstuk 8: preleveringscontrole; hoofdstuk 11: financiële garanties). • Er kunnen onaangekondigde beschikbaarheidstests worden uitgevoerd om een mogelijke omzeiling van de beschikbaarheidscontrole te voorkomen (hoofdstuk 9: beschikbaarheidsverplichting). Dit komt bij de bevoegdheid van de CREG om de afwezigheid van marktmanipulatie, concurrentiebeperkend gedrag of oneerlijke handelspraktijken

het kader van het CRM na te gaan (zoals bedoeld

art. 7undecies, § 13, lid 1 van de elektriciteitswet, zoals gewijzigd bij de wet van 15 maart 2021). Bovendien moeten Elia en de capaciteitshouders en -leveranciers elk vermoeden van een dergelijke praktijk op eigen

itiatief melden (overeenkomstig art. 7undecies, § 13, lid 5 van de elektriciteitswet). Hieraan wordt herinnerd

de werkingsregels, met name wat de transacties op de secundaire markt betreft (hoofdstuk 10) en de door de capaciteitsleveranciers opgegeven prijzen, die het mogelijk maken toezicht te houden op de beschikbaarheidsverplichting (hoofdstuk 9) en die van

vloed zijn op de terugbetalingsverplichting (hoofdstuk 12) Niet-vertrouwelijk 20/54

  1. De CREG deelt ook de analyse van Elia op dit punt. 3.2.
  2. Overeenstemming met de doelstelling om de economische efficiëntie van het mechanisme te verzekeren
  3. Bevraagd over dit punt, was Elia van oordeel dat zijn voorstel aan de bovenvermelde doelstelling voldeed. Volgens Elia gold namelijk: “Vooreerst beogen de functioneringsregels een zo goed mogelijke

tegratie met de werking van energiemarkt. Dit uit zich

verschillende aspecten van de prequalificatie maar des te meer

de werking van de beschikbaarheidscontrole. De regels nemen globaal de energiemarkt als vertrekpunt en observeren aldaar de beschikbaarheid van capaciteit of de levering van energie zonder ermee te

terfereren. Dit wordt op afdoende wijze gedifferentieerd

functie van technologie(groepen) teneinde steeds een aangepaste werkwijze te hebben met het oog op het vermijden of beperken van elke negatieve impact. Het veilingalgoritme voorziet

het bepalen van het kostenminimaliserend optimum teneinde het geschikte volume aan de best aanvaardbare kostprijs te contracteren. De regels voor de secundaire markt garanderen dat verplichtingen op geschikte wijze uitgewisseld kunnen worden hetgeen toelaat dat risico’s van marktspelers beheerd kunnen worden. Verder zijn

de verschillende fazen van de CRM (predelivery, availability monitoring) de nodige mechanismen voorzien die toelaten dat de risico’s van marktpartijen beheersbaar zijn, hetgeen moet toelaten dat geen excessieve vergoedingen gevraagd worden

de veilingen. De regels voorzien

een voldoende strenge, doch niet overdreven aanpak

zake controles op alle voorziene verplichtingen zodanig dat op evenwichtige wijze gegarandeerd kan worden dat tegenover de vergoedingen ook daadwerkelijk een geleverde dienst staat en dat de vergoeding dan ook proportioneel en adequaat beschouwd kan worden. "

  1. De CREG sluit zich aan bij deze analyse van Elia. 3.2.
  2. Naleving van de doelstelling om de technische beperkingen van het net en de behandeling van aanvragen voor aansluiting te respecteren
  3. Bevraagd over dit punt, was Elia van oordeel dat zijn voorstel aan de bovenvermelde doelstelling voldeed. Volgens Elia gold namelijk: “De werkingsregels bevatten een uitgebreid deel waarin de voorgestelde methode wordt beschreven om de technische beperkingen van het netwerk – zo optimaal mogelijk –

het clearingalgoritme te

tegreren. Het voorgestelde mechanisme maakt op die manier maximale concurrentie tussen de nieuwe projecten die verband houden met het aansluitingsproces zoals beschreven

het federaal technisch reglement. Bovendien kan ook een andere netbeheerder dan Elia (DNB, Fluxys of CDSO) zijn eigen technische beperkingen – naast de beperkingen die voor het transmissienet zijn vastgesteld – waarmee

het clearingalgoritme rekening moet worden gehouden aan Elia beschrijven en meedelen. Niet-vertrouwelijk 21/54 Om de transparantie van dit mechanisme te waarborgen, verbinden Elia (en de betrokken netbeheerders) zich er ten slotte ook toe om de CREG vóór de veiling

kennis te stellen van alle beperkingen die

het algoritme

aanmerking zullen worden genomen.” 74. Volgens de CREG moet deze analyse worden aangevuld met betrekking tot de noodzaak dat de werkingsregels rekening houden met "de bepalingen van het technisch reglement betreffende de

diening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten". Enerzijds kan men er niet om heen dat het voorstel van Werkingsregels rekening houdt met de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het "Federaal Technisch Reglement"). Het valt niet te ontkennen dat de Werkingsregels rekening houden met de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van een technisch reglement voor het beheer van het elektriciteitstransmissienet en de toegang daartoe (hierna het 'Federaal technisch reglement'), aangezien het ernaar verwijst bij talrijke gelegenheden,

het bijzonder

het kader van de verwerking van aansluitingsaanvragen en het afsluiten van het aansluitingscontract, en baseert zich

dit verband uitdrukkelijk op de bepalingen ervan. 75. Tenslotte is de CREG is van mening dat het Voorstel

het algemeen beantwoordt aan de doelstellingen die haar zijn opgelegd door de Elektriciteitswet.

  1. DOOR DE CREG AAN HET VOORSTEL AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN 4.
  2. WAARSCHUWING
  3. Gezien de omvang van het Voorstel en de datum waarop de definitieve versie

het Frans en het Nederlands is

gediend, kan de CREG alleen commentaar leveren op de

houdelijke wijzigingen die aan het Voorstel zijn aangebracht.

deze beslissing worden de zuiver formele (vertalingen enz.) of tekstuele wijzigingen, wijzigingen die eenvoudigweg overbodige herhalingen weghalen, wijzigingen die het gevolg zijn van het gebruik van specifieke termen krachtens de wetgeving enz. dus niet met redenen omkleed. 4.2. 4.2.1. HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE BEPALINGEN

werkingtreding van de regels 77.

§ 8

van het Voorstel is bepaald dat "de werkingsregels, na goedkeuring bij koninklijk besluit,

werking treden op de bij koninklijk besluit vastgestelde datum". 78. Het is echter niet duidelijk of

het koninklijk besluit tot goedkeuring van de werkingsregels een specifieke datum voor de

werkingtreding van de werkingsregels of van het koninklijk besluit zelf zal worden vastgesteld. De CREG geeft er daarom de voorkeur aan om de bepaling van artikel 7undecies, § 12, vierde lid, gewoon over te nemen, namelijk dat de werkingsregels

werking treden na de goedkeuring ervan bij koninklijk besluit en na de bekendmaking ervan

het Belgisch Staatsblad. Niet-vertrouwelijk 22/54 4.2.2. 79.

terpretatie Punt 2.2 van het Voorstel bevat

terpretatieregels. 80. De CREG acht het noodzakelijk aan deze regels een bepaling toe te voegen die aangeeft dat bij tegenstrijdigheid tussen de tekst van hoofdstuk 4 ("Diensttijdschema") of de bijlagen en de bepalingen van de regels, deze laatste voorrang hebben. Tevens wordt vermeld dat de

houd van hoofdstuk 1 niet bindend is. 4.2.

  1. Kennisgevingen
  2. De CREG acht het noodzakelijk om

de werkingsregels een algemene bepaling op te nemen die bepaalt dat kennisgevingen tussen Elia en de CRM-actoren

principe via de CRM IT-

terface verlopen; het voorstel bevatte geen algemene regel op dat gebied, maar voorzag enkel

een kennisgeving tussen de partijen via de CRM IT-

terface

het kader van de Prekwalificatieprocedure. 4.2.4. Audit 82.

§ 34

van het Voorstel is met name bepaald dat "Elia regelmatig controles uitvoert en het recht heeft om gedurende het gehele proces alle door een CRM-actor verstrekte

formatie te controleren (of te laten controleren)". 83. De mogelijkheid voor Elia om de gegevens te laten controleren door de CRM-actoren is

strijd met punt 5.3.3 van het voorstel, waarin staat dat Elia de

het kader van de prekwalificatieprocedure

gediende gegevens controleert. Deze

consistentie moet derhalve worden weggewerkt. 4.2.

  1. Juistheid van de gegevens Met name bevat § 33 van het voorstel de volgende bepalingen: "Elia is niet verantwoordelijk voor verliezen (met

begrip van verlies van opportuniteiten), schade, kosten, uitgaven of boetes die rechtstreeks of onrechtstreeks door de CRM-actor zijn opgelopen als gevolg van onjuiste, onvolledige of verouderde

formatie die door de CRMactor wordt verstrekt, met

begrip van de

houd van een offerte. Elia heeft het recht om de verstrekte

formatie en gegevens waarvan zij redenen heeft om aan te nemen dat deze

strijd zijn met een bepaling van deze clausule en/of de toepasselijke wetgeving, te weigeren of te wissen." 85. De CREG acht het noodzakelijk dat voormelde regels te schrappen. De eerste bevat een bepaling

zake aansprakelijkheid, die het voorwerp uitmaakt van hoofdstuk 13 van de werkingsregels, waarvan niet mag worden afgeweken. De tweede lijkt disproportioneel en komt, voor zover deze Elia toestaat om de betrokken gegevens te wissen, erop neer dat Elia wordt belet bewijsmateriaal van een eventuele

breuk op de geldende wetgeving te bewaren, wat

strijd zou zijn met een van de doelstellingen die artikel 7undecies, § 12, eerste lid, van de elektriciteitswet aan de werkingsregels toekent, namelijk "[het] voorkomen van elke vorm van misbruik of marktmanipulatie, concurrentiebeperkend gedrag of oneerlijke handelspraktijken". 4.2.6. 86. Periode van vertrouwelijkheid van de

formatie Paragraaf 41 van het voorstel luidt als volgt: Niet-vertrouwelijk 23/54 "De geheimhoudingsplicht duurt vijf jaar na het einde van het proces (bv. de prekwalificatie of de veiling) waarin de vertrouwelijke

formatie werd uitgewisseld of,

dien een capaciteitscontract is gesloten, het einde van het capaciteitscontract, al naargelang welk tijdstip het laatst valt." 87. Volgens de CREG legt het voorstel de vertrouwelijkheid van gegevens daardoor op voor een periode die potentieel te lang is.

dien een capaciteitscontract wordt afgesloten voor een periode van 15 jaar, zou de vertrouwelijkheid van gegevens immers vereist zijn voor een periode van 20 jaar. Deze periode moet worden gezien

het licht van § 84 van het voorstel, waarin is bepaald dat de door de CRM-actor verstrekte

formatie

beginsel gedurende twaalf jaar wordt bewaard. Bovendien moet de vertrouwelijkheid van contractuele gegevens met betrekking tot andere CRM-actoren hoe dan ook worden gerelativeerd, aangezien deze

formatie

het kader van de secundaire markt moet worden uitgewisseld tussen de Verkoper van een Verplichting en de Koper van een Verplichting. 88. De CREG acht het bijgevolg noodzakelijk om de vertrouwelijkheid van de

formatie te bewaren gedurende een periode van vijf jaar, die evenwel aanvangt bij het afsluiten van het capaciteitscontract en niet bij het aflopen van dit contract. 4.

  1. HOOFDSTUK 3 - DEFINITIES
  2. De definitie van de term "Gedwongen onbeschikbaarheid" verwees naar het begrip "dringende reden die niet onder operationele controle van de Capaciteitsleverancier valt". Ter verduidelijking is een verband gelegd met de Verordening (EU) n° 2017/1485 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen, waarin dit begrip nader wordt omschreven.
  3. Voorts zijn,

overeenstemming met sectie 4.15 hieronder, de definities van "Geassocieerd Leveringspunt" en "Gezamenlijk Bod" toegevoegd. 91. De overige aanpassingen hebben betrekking op de verduidelijking van de titel van bepaalde koninklijke besluiten en het schrappen van definities van termen die niet

de Werkingsregels worden gebruikt. 4.

  1. 4.4.
  2. HOOFDSTUK 5 - PREKWALIFICATIEPROCEDURE Problematiek van de capaciteitsreservering en -toewijzing
  3. Aangezien de capaciteit van het transmissienet niet onbeperkt is, voorziet het Federaal Technisch Reglement een objectieve procedure voor de reservering (en toewijzing) van de aansluitingscapaciteit volgens het principe "first come, first served".

het kader van de implementatie van het CRM zou de eenvoudige toepassing van deze procedure tot gevolg kunnen hebben dat de concurrentie bij de veiling wordt beperkt. Een voordeliger bod van een geprekwalificeerde CRMkandidaat die niet over een capaciteitsreservering beschikt, zou immers

dit geval worden afgewezen ten gunste van het minder voordelige bod van een geprekwalificeerde CRM-kandidaat die aansluitingscapaciteit heeft gereserveerd of toegewezen gekregen en daarom voorrangsrecht heeft. 93. Oorspronkelijk was het de bedoeling het Federaal Technisch Reglement te wijzigen om dit probleem te verhelpen.

een arrest van 3 december 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie echter geoordeeld dat artikel 11 van de Elektriciteitswet, dat de koning verplicht een technisch reglement aan te nemen dat

zonderheid "de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productie-

stallaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen” evenals aansluitingstermijnen bepaalt een miskenning Niet-vertrouwelijk 24/54 is van artikel 37

(6)van richtlijn 2009/72 dat de nationale reguleringsinstantie belast met de vaststelling of de goedkeuring van ten minste de methoden voor het vastleggen van de voorwaarden

zake de aansluiting op en toegang tot het net

  1. Naar aanleiding van dit arrest vond de afdeling wetgeving van de Raad van State dat de koning niet bevoegd was om het betreffende koninklijk besluit tot wijziging van het federaal technisch reglement aan te nemen11 .
  2. De CREG is van mening dat de Werkingsregels, om de concurrentie tijdens de Veiling te garanderen, de regels kunnen bevatten die het mogelijk maken het voorrangsrecht niet toe te passen dat

principe geldt voor de aansluitingsaanvragers die over een reservatie (of een toekenning) van capaciteit beschikken, door de prekwalificatie te koppelen aan de voorwaarde om van dit recht af te zien.

derdaad: - zoals beoogd is deze verzaking een prekwalificatiecriterium dat de werkingsregels moeten uitwerken,

overeenstemming met artikel 7undecies, § 12, 3e lid; - het beoogde dispositief (

deel 5.2.1.2.2) heeft noch betrekking op de aansluitingsvoorwaarden, noch op de methodologie ervan; zelfs

dien de Werkingsregels, om uitwerking te hebben, moeten worden goedgekeurd door de koning, is de

voeging van dit dispositief

de genoemde regels bijgevolg geen miskenning van de exclusieve bevoegdheid van de regulator om minstens de aansluitingsvoorwaarden (of hun methodologie) vast te leggen of goed te keuren, zoals voortvloeit uit de Europese regelgeving12; - de capaciteitshouder heeft dus de vrije keuze om ofwel aan de Veiling deel te nemen door afstand te doen van het voorrangsrecht dat hem door de reservering of toewijzing van capaciteit is verleend, ofwel niet deel te nemen - of later deel te nemen, wanneer hij zijn aansluiting

dienst heeft gesteld - en dit voorrangsrecht te blijven genieten. 95. Het voorstel wordt ook gewijzigd (

hoofdstuk 7) om te voorzien

de ondertekening van het Aansluitingscontract (wanneer dit een voorafgaande vereiste is voor de ondertekening van het Capaciteitscontract) binnen een termijn die de capaciteitsleverancier

staat stelt zijn Preleveringsverplichtingen na te komen. 4.4.2.

zet voor energietransitie 96.

de brief van 12 mei 2021, vraagt de Minister van Energie aan de CREG om

h aar Beslissing over de Werkingsregels een bepaling op te nemen die de goedkeuring van het Prekwalificatiedossier voor Additionele CMU die beantwoorden aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een Capaciteitscontract van vijftien jaar en aangedreven worden door fossiele brandstoffen, afhankelijk maakt van een erkenning en een reeks toezeggingen met betrekking tot de energietransitie.

haar brief stelt de minister dat omwille van de rechtszekerheid zoveel mogelijk moet worden vermeden dat marktspelers geconfronteerd worden met bijkomende vereisten na de door de CREG vastgestelde en gepubliceerde Werkingsregels, maar dat gelijktijdig ook de bovengenoemde vereisten 10 HvJ-EU, 3 december 2020, Europese Commissie tegen België, C-767/19, ECLI:EU:C:2020:984. Raad van State, advies nr. 69.018/3, van 14 april 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit “tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wat betreft de minimum

houd van het type-aansluitingscontract bedoeld

artikel 169 en tot wijziging van de procedure tot behandeling van een aansluitingsaanvraag rekening houdende met het capaciteitsvergoedingsmechanisme”. 12 Richtlijn (EU) nr. 2019/944 betreffende gemeenschappelijke regels voor de

terne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, art. 57

(6). 11 Niet-vertrouwelijk 25/54 moeten genieten van een solide juridische basis, wat het geval lijkt te zijn door hun opname

de Werkingsregels. 97. Gelet op de argumenten uiteengezet van de minister, verzet de CREG zich niet tegen de

voeging van voormelde bepaling, die ze, gezien de urgentie, alsdusdanig opneemt

haar beslissing. 4.4.3. Prekwalificatievoorwaarden 98.

§§ 67

, 73 en 80 van het Voorstel zijn tabellen opgenomen met

formatie die de CRMkandidaat

zijn prekwalificatiedossier moet verstrekken. 99.

de eerste plaats bleek uit het Voorstel niet duidelijk genoeg dat sommige gegevens

deze tabellen niet verplicht hoeven te worden vermeld van bij de

diening van het Prekwalificatiedossier (zo kan van een CRM-kandidaat voor een Additionele CMU niet worden verlangd dat hij meteen bij de

diening van het dossier een EAN-code opgeeft, aangezien het leveringspunt

principe nog niet bestaat). Het Voorstel is derhalve

die zin aangepast om duidelijk aan te geven welke

formatie de CRM-kandidaat verplicht bij zijn Prekwalificatiedossier moet voegen. 100.

de tabel opgenomen

§ 73

van het Voorstel is de opmerking over de

formatie over de Reductiefactor aangepast om duidelijker te maken dat de CRM-kandidaat

beginsel niet vrij is

zijn keuze van de Reductiefactor en dat hij de Reductiefactor moet doorgeven die overeenstemt met de categorie (en subcategorie) waartoe zijn CMU behoort. Een soortgelijke wijziging werd aangebracht

de tabel

§ 80

. 101.

de tabel

§ 80

van het Voorstel (Fast Track Procedure) is met betrekking tot het nominale referentievermogen het volgende vermeld: "

dit verband en conform sectie 5.3.3 herinnert ELIA aan haar voornemen om de aangegeven waarden steekproefsgewijs te controleren.

geval van geconstateerde afwijkingen zijn de

sectie 5.3.3 beschreven modaliteiten van toepassing." De CREG is van mening dat het Nominaal Referentievermogen van de Bestaande CMU's moet worden gecontroleerd, telkens als dit mogelijk is, op een andere manier dan louter steekproefsgewijs, vooral omdat het Opt-out-volume waaraan de CMU's die voor deze procedure hebben gekozen, zullen worden onderworpen, het via de Dummy Bids te contracteren volume zal beïnvloeden. Deze passage wordt daarom geschrapt13. 4.4.4. Prekwalificatievoorwaarden 102.

de §§ 75 en 76 van het Voorstel (waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaraan

dividuele CMU's en geaggregeerde CMU's moeten voldoen) heeft de CREG elementen geschrapt die geen voorwaarden vormen. 4.4.5. Onderzoek van de

gediende

formatie

  1. § 81 van het Voorstel luidt als volgt: "
  2. De CRM-actor, onverminderd de verplichtingen volgens sectie 2.9 met betrekking tot Persoonsgegevens: 13 Voir également, ci-après, n° 4.5.
  3. Niet-vertrouwelijk 26/54 Is verantwoordelijk voor de juistheid en de relevantie van alle

zijn Prekwalificatiedossier(s) verstrekte

formatie,

clusief hun evolutie en geldigheid

de loop van de tijd, volgens de modaliteiten van sectie 5.6; Garandeert en waarborgt dat hij de

formatie en gegevens die hij aan ELIA doorgeeft rechtmatig bezit en dat hij voldoet aan alle toepasselijke wetgeving; Garandeert en waarborgt dat hij wettelijk gerechtigd is om

formatie en gegevens aan ELIA te verstrekken

het kader van het CRM; Garandeert en waarborgt dat hij ELIA op diens eerste verzoek zal verdedigen tegen, vrijwaren van en schadeloosstellen voor alle verliezen, schade, aansprakelijkheden, uitgaven en/of kosten (met

begrip van gerechtskosten en advocatenhonoraria) die direct of

direct voortvloeien uit een (dreigende)

breuk op een of meer van deze garantieclausules. Niettegenstaande het voorgaande behoudt ELIA zich het recht voor om de verstrekte persoonsgegevens of andere gegevens waarvan zij redenen heeft om aan te nemen dat deze

strijd zijn met een of meer bepalingen van deze clausule en/of de toepasselijke wetgeving, te weigeren of te wissen; Erkent dat het verlies, de schade, de aansprakelijkheid, de uitgaven en/of de kosten die direct of

direct voortvloeien uit een (dreigende)

breuk op een of meer van deze garantieclausules voor ELIA ten minste 5.000 euro (vijfduizend euro) bedragen, onverminderd het recht van ELIA om een hogere schadevergoeding te eisen. De Capaciteitshouder, de CRM-kandidaat, de Capaciteitsleverancier erkent dat dit een redelijk minimumbedrag is voor verlies, schade, aansprakelijkheid, uitgaven en/of kosten die veroorzaakt zouden kunnen zijn." 104. De CREG stemt

met de vereisten die deze bepaling oplegt met betrekking tot de overdracht van

formatie aan Elia, maar stelt vast dat deze voor het merendeel reeds zijn opgenomen

sectie 2.7 (Juistheid van gegevens). Voorts merkt zij op dat de bepaling onduidelijk is, met name wat betreft de reikwijdte van de gevraagde garanties ("garantieclausules"), en bovendien een ongepaste afwijkinging vormt van de aansprakelijkheidsregels van hoofdstuk

  1. De CREG schrapt bijgevolg deze bepaling.
  2. De §§ 93 en 94 van het voorstel regelen de taakverdeling tussen Elia en de FOD Economie wat de controle op de CO2-uitstoot betreft. Volgens deze paragrafen is het de FOD die verantwoordelijk is voor het onderzoeken van de verklaringen van de CRM-Kandidaat ter zake en voor het nemen van een beslissing over de overeenstemming van de emissies. Elia zorgt enkel voor de communicatie tussen de Kandidaat en de FOD. Volgens de CREG is deze taakverdeling

strijd met artikel 7undecies van de Elektriciteitswet.

§ 8

van deze bepaling is het

derdaad de netbeheerder die verantwoordelijk is voor de capaciteitsprekwalificatie, § 12, al. 3, 2 °, waarbij duidelijk wordt vermeld dat naleving van de CO2emissiegrenswaarden een prekwalificatiecriterium is. De gecombineerde lezing van deze twee bepalingen geeft aan dat het de netbeheerder is die op prekwalificatieniveau de naleving van de CO2uitstoot moet bewaken.

de laatste versie van haar voorstel, verzonden op 5 mei, stelt Elia (

overleg met de FOD Economie) voor om de FOD Economie een voorafgaande adviserende rol toe te vertrouwen, waarbij Elia echter verantwoordelijk is voor de uiteindelijke beslissing ter zake. Met enkele tekstuele wijzigingen kan de voorgestelde bepaling worden aanvaard. 106. Bovendien merkt de CREG op dat het

gediende voorstel (

§ 95

) bij de verwerking van de Prekwalificatiedossiers een systeem van “dubbele afwijzing”

voert.

dien Elia vaststelt dat het Prekwalificatiedossier niet volledig is en aanvullende

formatie vereist is, wijst ze het dossier af en vraagt tegelijkertijd de Kandidaat om de vereiste aanvullende

formatie op te sturen (eerste Niet-vertrouwelijk 27/54 afwijzing);

dien de vereiste

formatie niet wordt doorgegeven, bevestigt Elia de afwijzing van het Prekwalificatiedossier (tweede afwijzing). De CREG ziet de mogelijke voordelen van dit systeem niet;

tegendeel, het stelt vast dat het op zijn minst aanleiding geeft tot onzekerheden: enerzijds zou,

het kader van een beroep tegen de beslissing van Elia, de vraag kunnen rijzen welke beslissing bezwarend is: is het de eerste beslissing of haar bevestiging? Anderzijds, wanneer

de rest van de Werkingsregels wordt verwezen naar de afwijzing van het Prekwalificatiedossier, verwijzen we dan naar de eerste beslissing of de tweede? Volgens de CREG moet dit mechanisme worden geschrapt: de afwijzingsbeslissing wordt genomen wanneer Elia constateert dat de bijkomende

formatie niet werd doorgegeven (of niet toelaat het dossier te vervolledigen). 4.4.6. Audits 107.

§ 99

van haar Voorstel vermeldt Elia het volgende: "ELIA kan tests en controles uitvoeren om de juistheid en nauwkeurigheid te controleren van de gegevens die tijdens de Prekwalificatieprocedure zijn verstrekt (

het aanvraagformulier en

het Prekwalificatiedossier). Deze tests en controles worden willekeurig uitgevoerd vanaf het moment waarop het Prekwalificatiedossier bij ELIA is

gediend en gedurende een periode van twaalf maanden vanaf deze

dieningsdatum. Ze gelden niet voor afgewezen Prekwalificatiedossiers. […]"

  1. De CREG is van oordeel dat deze bepaling op twee punten moet worden aangepast: enerzijds is de CREG van oordeel dat het feit dat tests en audits worden uitgevoerd een verplichting vormt voor Elia – en dit ongeacht de methodes –, wat niet duidelijk blijkt uit de tekst van het Voorstel. Anderzijds kunnen bepaalde controles dan wel steekproefsgewijs worden uitgevoerd, maar dit mag geen afbreuk doen aan de controles die Elia krachtens de Werkingsregels moet uitvoeren. 4.4.
  2. Nominaal Referentievermogen 109.

§ 120

van het Voorstel wordt het mechanisme uiteengezet voor de betwisting van het door Elia berekende voorlopige Nominale Referentievermogen. Volgens de CREG zijn de verschillende mogelijke manieren waarop Elia gevolg kan geven aan deze betwisting, niet voldoende duidelijk, aangezien de behandeling van een betwisting niet noodzakelijk vereist dat een (nieuwe) test wordt uitgevoerd (wat de CREG deelt).

dien een test moet worden georganiseerd om de betwisting te beslechten, worden de wijze van organisatie en de gevolgen van deze nieuwe test

de volgende paragrafen van de Regels uiteengezet.

dien geen test hoeft te worden georganiseerd, is het aan Elia om de betwisting te behandelen en ofwel het Nominaal Referentievermogen aan te passen overeenkomstig de betwisting (

dien zij het eens is met de redenen ervan) ofwel het voorlopige Nominaal Referentievermogen te handhaven (

dien zij het niet eens is met het standpunt van de CRM-kandidaat). De tekst is aangepast om rekening te houden met deze verschillende veronderstellingen. Een vergelijkbare wijziging is aangebracht aan § 125 van het Voorstel. 110. Wat betreft de Additionele Leveringspunten aangesloten op het distributienetwerk, bepaalt het Voorstel (§ 105) dat de distributienetbeheerder verantwoordelijk is voor het bepalen van het Nominaal Referentievermogen. Het voorstel bepaalt echter ook dat,

dien de distributienetbeheerder deze

formatie niet binnen de vereiste termijnen aan Elia bezorgt, het Prekwalificatiedossier wordt afgewezen. Parallel met wat voorzien is

het Voorstel

zake de bepaling van het Nominaal Referentievermogen voor de Bestaande Leveringspunten, moet er worden voorzien dat Elia tien Niet-vertrouwelijk 28/54 Werkdagen voor de deadline een herinnering moet sturen naar de distributienetbeheerders, om dergelijke situaties zoveel mogelijk te vermijden. Er wordt ook verwezen naar hoofdstuk 14 over de methode van geschillenbeslechting. 111. De §§ 135 en 136 van het Voorstel stellen het volgende : « 135. Voor Leveringspunten die de Fast Track Prekwalificatieprocedure doorlopen, geeft de CRM-Kandidaat

zijn Prekwalificatiedossier een Fast Track Nominaal Referentievermogen aan. Dit volume dient als basis om het Fast Track Volume (sectie 5.4.7) te bepalen. 139. De nauwkeurigheid van het Fast Track Nominaal Referentievermogen zal

het kader van audits worden gecontroleerd (volgens de regels van sectie 5.3.3):» Zoals vermeld

nr. 101 hierboven, is de CREG van mening dat het Nominaal Referentievermogen van CMU's die voor de Fast Track Procedure kiezen, waar mogelijk, anders gecontroleerd moeten worden dan door een simpele en willekeurige audit, te meer daar het Opt-out-volume, waaronder CMU's die voor deze procedure hebben gekozen, ressorteren, het Gecontracteerde Volume zal beïnvloeden via de dummy-Biedingen. Als het dus een CMU met Dagelijks Programma betreft (waarvoor het onderzoek van historische gegevens gemakkelijk is voor Elia), moet het opgegeven Nominaal Referentievermogen worden gecontroleerd door toepassing van de eerste bepalingsmethode van het Nominaal Referentievermogen. 4.4.8. Opt-out Notificatie 112.

§ 141

van het voorstel worden de gevallen opgesomd waarin een CRM-kandidaat een Optoutnotificatie kan

dienen.

het bijzonder wordt vermeld dat een dergelijke notificatie alsnog uiterlijk op 30 september om 9.00 uur kan plaatsvinden. Deze termijn wordt echter voorgeschreven door de Elektriciteitswet, die voorziet de mogelijkheid om een dergelijke notificatie

te dienen "tot en met 30 september". De CREG is van oordeel dat de verplichting om de Opt-out zo vroeg op de dag van 30 september af te ronden

strijd is met artikel 7undecies, § 10, al. 3, van de Elektriciteitswet. Gezien het feit dat aanbiedingen

gediend kunnen worden tot 30 september om 17.00 uur, lijkt het haalbaar om de mogelijkheid om een Opt-outnotificatie te doen af te sluiten op 30 september om 16.00 uur af te ronden. 4.4.9. Automatische bijwerking van het prekwalificatiedossier door Elia 113. Het Voorstel voorziet,

bepaalde omstandigheden,

de mogelijkheid van een automatische bijwerking van het prekwalificatiedossier door Elia. Deze bijwerking moet worden meegedeeld aan de CRM-actor,

overeenstemming met § 177 van het Voorstel, dat als volgt luidt: "Vanaf deze notificatie heeft de CRM-actor tien Werkdagen om de wijziging te betwisten. De wijziging wordt alleen van kracht voor de komende Transactie(s) als de CRM-actor bevestigt

te stemmen met de wijziging of als hij binnen deze tien Werkdagen geen bezwaar maakt.

dien hij de wijziging betwist, vraagt ELIA hem om ofwel een Fast Track Prekwalificatieprocedure te volgen met zijn CMU ofwel het gerelateerde Prekwalificatiedossier te archiveren.

dien de CRM-actor niet akkoord gaat met deze voorstellen, volgt hij de algemene betwistingsprocedure zoals beschreven

hoofdstuk 14." 114. De CREG begrijpt niet waarom,

geval van betwisting van de automatische wijziging door Elia, de CRM-actor

eerste

stantie de keuze heeft tussen het toepassen van de Fast Track Procedure of het archiveren van zijn Prekwalificatiedossier, alvorens deze beslissing te kunnen betwisten

overeenstemming met hoofdstuk

  1. Deze voorafgaande opties moeten dus uit de tekst worden geschrapt. Niet-vertrouwelijk 29/54 4.4.
  2. Timing voor het schrappen van (een) leveringspunt(en) uit een Geaggregeerde CMU
  3. Het Voorstel bevat de volgende bepalingen: "
  4. Om deel te nemen aan de komende Veiling is de schrapping van een Leveringspunt dat deel uitmaakt van de Geaggregeerde CMU,

dien het gekoppeld is aan een

vesteringsdossier dat reeds bij de CREG is

gediend, alleen mogelijk als ze vóór 10 augustus van het jaar van de Veiling door de CRM-kandidaat of de Geprekwalificeerde CRMkandidaat wordt

gediend. 190.

deze specifieke situatie kan de CRM-kandidaat (een) nieuw(e) Prekwalificatiedossier(s) bij ELIA

dienen met het (

  1. de)verwijderde Leveringspunt(
  2. en)tot 15 augustus van het jaar van de Veiling. ELIA zal de Prekwalificatieprocedure voltooien binnen maximaal tien Werkdagen, vanaf de

dieningsdatum van het Prekwalificatiedossier." 116. De CREG is van mening dat zij over een langere termijn zou moeten beschikken om de ontwerpbeslissing die de basis vormt voor een eventuele schrapping van één of meer leveringspunten van de geaggregeerde CMU, goed te keuren. Zij besluit bijgevolg de termijnen als volgt aan te passen: - de uiterste datum voor het schrappen van een of meer leveringspunten van een Geaggregeerde CMU wordt verlengd tot 20 augustus; - de uiterste datum voor de

diening van een of meer nieuwe prekwalificatiedossiers wordt verlengd tot 25 augustus; - de uiterste datum voor Elia om de prekwalificatie af te ronden wordt teruggebracht tot vijf Werkdagen. Aldus kan de

§ 167

bepaalde termijn (mededeling van het resultaat van de prekwalificatie aan de CREG uiterlijk op 1 september, wanneer een

vesteringsdossier is

gediend) worden nageleefd. 4.4.11. Communicatie met de CREG 117.

paragraaf 217 van het Voorstel wordt voorzien

een doorgifte van

formatie van Elia aan de CREG '"op drie verschillende tijdstippen". 118. Deze mededelingen zijn noodzakelijk gezien de nauwe

teractie tussen de verwerking van de Prekwalificatiedossiers door Elia en de verwerking van de

vesteringsdossiers door de CREG,

toepassing van artikel 7undecies, § 9, van de Elektriciteitswet. 119. Deze laatste beschikking bevat onder meer het volgende voorschrift: "De commissie kan haar beslissing over het

vesteringsdossier motiveren op basis van de afwijzing van het prekwalificatiedossier door de netbeheerder. De netbeheerder verstrekt de commissie alle nodige

formatie

dit verband met de nodige zorgvuldigheid.." Volgens het voorstel vindt de afwijzing van het Prekwalificatiedossier plaats vóór de vaststelling van het Nominale Referentievermogen, en moet deze afwijzing binnen vijfendertig werkdagen na de

diening van het Prekwalificatiedossier zijn afgerond (§ 94). 120. De CREG merkt op dat het moment waarop deze beslissing door Elia wordt genomen, niet is opgenomen

de gevallen waarin Elia krachtens de Werkingsregels verplicht is

formatie mee te delen aan de CREG, terwijl deze

formatie essentieel is

het kader van de behandeling door de CREG van het overeenstemmende

vesteringsdossier. De tekst wordt derhalve gewijzigd. Niet-vertrouwelijk 30/54 4.

  1. 4.5.
  2. HOOFDSTUK 6 – VEILINGPROCES Dummy Biedingen
  3. De sectie 6.3.1 van het Voorstel gaat over Dummy Biedingen.
  4. De CREG erkent de noodzaak om de tijdens de veiling gebruikte vraagcurve aan te passen op basis van

formatie die niet gekend was of waarmee geen rekening werd gehouden bij het ijken van de vraagcurve.

deze context stelt Elia voor om “Dummy Biedingen” (of Dummy Bids) te creëren voor gereduceerde “Opt-Out

” -volumes, op basis van de

formatie verkregen tijdens de prekwalificatie. 123. Om de vraagcurve te bepalen, wordt rekening gehouden met een schatting van de niet

aanmerking komende capaciteit (capaciteit die niet geacht wordt deel te nemen aan het CRM,

overeenstemming met de bepalingen van het ontwerp van koninklijk besluit ''met betrekking tot de vaststelling van de ontvankelijkheidscriteria waarnaar wordt verwezen) overeenkomstig artikel 7undecies, § 8, eerste lid, 1 ° en 2 °, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, met betrekking tot de voorwaarden waaronder capaciteitshouders die steun genieten of hebben genoten, de recht of de verplichting om deel te nemen aan de prekwalificatieprocedure en wat betreft de minimumdrempel,

MW ”). 124. De CREG somt hieronder een reeks van mogelijke gevallen op: - het is mogelijk dat een deel van de wind- en fotovoltaïsche

stallaties nog steeds deelnemen aan het CRM, al dan niet omdat ze voorlopig geen steunmaatregelen meer ontvangen vanaf het begin van de eerste Leveringsperiode (periode van 'steun eindigend op 1 november 2025) of omdat die capaciteiten bereid zouden zijn om af te zien van hun hulp om deel te nemen aan CRM. Het is op het moment van prekwalificatie dat deze capaciteiten bekend zullen zijn. Een verhoging van de vraagcurve is dan noodzakelijk; na de publicatie van het koninklijk besluit van 28 april 2021 heeft Elia haar voorstel gewijzigd om rekening te houden met artikel 11, § 3, van dit besluit. - het risico bestaat dat deze deelnemende capaciteiten (genoemd

het vorige streepje) uiteindelijk niet gecontracteerd worden maar op de markt blijven. Pas na de veiling zal de hoeveelheid niet-gecontracteerde capaciteit bekend worden. Aan het einde van de veiling is dus een correctie van de vraagcurve nodig om te voorkomen dat er teveel capaciteit wordt gecontracteerd. 125. Bovenstaande situaties vragen ook om een aanpassing van de vraagcurve (ook na afloop van de veiling - zie 2e streepje). De CREG is van oordeel dat een aanpassing van de vraagcurve

bovengenoemde situaties niet (of althans niet duidelijk) voorzien is

de Werkingsregels. De CREG stelt daarom voor om de aanpassing van de vraagcurve voor de beschreven gevallen expliciet

de Werkingsregels te

tegreren (door de

troductie van positieve en negatieve dummy-biedingen). De tweede correctie vereist een aanpassing van het veilingalgoritme en een grondige controle door de CREG en,

voorkomend geval, de Auditor van de Capaciteitsmarkt. Aangezien deze wijziging van het algoritme nog ndoor Elia moet worden aangebracht, stelt de CREG voor om deze wijziging voor de eerste veiling enkel toe te passen als het volume van de correctie groter is dan 100 MW. 4.5.2. Veilingresultaten 126.

§ 289

van het Voorstel wordt het volgende bepaald: "Na voltooiing van de clearing van de Veiling, wordt de lijst met geselecteerde Biedingen ter validatie voorgelegd aan de CREG." Daarbij is geen melding gemaakt van de uiterste datum voor de doorgifte van de veilingresultaten aan de CREG, Niet-vertrouwelijk 31/54 met het oog op de controle ervan. Aangezien deze datum thans is vastgesteld bij koninklijk besluit, verdient het de voorkeur deze uitdrukkelijk

deze bepaling te vermelden.

  1. § 290 van het Voorstel is licht gewijzigd om rekening te houden met het feit dat een Geprekwalificeerde CRM-kandidaat meerdere biedingen kan uitbrengen bij de veiling, voor één of meerdere CMU's.
  2. Tot slot is het, gelet op de volledige wijziging van de geschillenregeling (hoofdstuk 14), niet langer opportuun ernaar te verwijzen

geval van beroep tegen de beslissing van de CREG tot goedkeuring van de veilingresultaten, aangezien

dit hoofdstuk niet langer specifieke beroepen tegen de beslissingen van de CREG worden behandeld. Er moet dus worden verwezen naar de artikelen 29bis en 29quater van de Elektriciteitswet. 4.6. HOOFDSTUK 7 CAPACITEITSCONTRACT – ONDERTEKENING VAN HET 129.

§ 294

van het Voorstel wordt het volgende bepaald: "Zodra een Transactie bevestigd is (hetzij na een selectie

de Veiling, hetzij na een gevalideerde overdracht van een verplichting via de Secundaire Markt), moet er een nieuw Capaciteitscontract worden ondertekend tussen de Geprekwalificeerde CRM-kandidaat en ELIA." 130. Daarbij houdt het Voorstel geen rekening met de hypothese dat er mogelijk al een Capaciteitscontract is gesloten tussen Elia en de CRM-actor voor deze CMU.

dien er reeds een Capaciteitscontract bestaat, brengt de validatie van een nieuwe Transactie voor de partijen de verplichting met zich mee het bestaande Contract te wijzigen, en niet om een nieuw contract aan te gaan. De tekst wordt

die zin gewijzigd. 131.

het Voorstel wordt een verband gelegd tussen de sluiting van het Aansluitingscontract en de sluiting van het Capaciteitscontract: voor bepaalde soorten capaciteit kan het tweede contract niet worden ondertekend voordat het eerste is ondertekend, en de ondertekening van het tweede moet plaatsvinden binnen een bepaalde termijn nadat het eerste is ondertekend. Om rekening te houden met de gevolgen van de selectie

de Veiling, wordt

de Werkingsregels een paragraaf

gevoegd waarin enerzijds wordt gespecificeerd

welke gevallen de ondertekening van het Aansluitingscontract een voorwaarde is voor de ondertekening van het Capaciteitscontract en anderzijds welke termijnen gelden voor de ondertekening van beide contracten. 132. Ondanks het feit dat het proces van ondertekening van het Capaciteitscontract verscheidene weken

beslag neemt, wordt

het Voorstel niet gespecificeerd welk criterium moet worden gehanteerd om de datum van ondertekening van dit contract vast te stellen; deze

formatie is noodzakelijk omdat de datum van ondertekening op verscheidene plaatsen

de Werkingsregels wordt gebruikt. De CREG stelt deze datum dus vast als de datum van kennisgeving van het door Elia ondertekende contract aan de Capaciteitsleverancier. 4.

  1. 4.7.
  2. HOOFDSTUK 8 – PRELEVERINGSCONTROLE Bepaling van de Verplichting tot Prelevering
  3. Het Voorstel bevat de volgende bepalingen: Niet-vertrouwelijk 32/54 " § 323 Voor Bestaande CMU’s op beide controlemomenten en voor Additionele CMU's

fase 2 (op controlemoment t controle 2) stemtt de Pre-leveringsverplichting overeen met tachtig procent 14van de Pre-leveringsverplichtingen die zijn beschreven

paragraaf 321" 134. De CREG is

de eerste plaats van mening dat de verplichting tot Prelevering niet moet worden verminderd met een tolerantiemarge, aangezien de controlemomenten tcontrol 1 en tcontrol 2 gekend zijn door de CRM-actoren. Bovendien vindt het controlemoment tcontrol 2 plaats op de dag vóór het begin van de leveringsperiode, tijdstip waarop de capaciteiten wettelijk beschikbaar moeten zijn. Rekening houdend met de mogelijkheid voor de Capaciteitsleverancier om zijn methode te kiezen om de Pre-leveringsverplichting te bepalen en (i) de omvang van de

aanmerking genomen periode (

methode 1), of (ii) de mogelijkheid om het moment te kiezen waarop de test wordt georganiseerd (

methode 2), is de CREG van mening dat de tolerantiemarge van 20% moet worden opgeheven en dat de Capaciteitsleverancier de dag voor de start van de Leveringsperiode moet kunnen aantonen dat hij de gecontracteerde capaciteit kan leveren. 135. De CREG is ook van plan § 328 van het Voorstel te wijzigen

zoverre de huidige formulering onvoldoende weergeeft dat op het moment tcontrol 2 het geheel (100 %) van de gecontracteerde capaciteit van de Virtuele CMU moet zijn omgezet

Bestaande CMU, ongeacht het deel van de gecontracteerde capaciteit dat op het moment tcontrol 1 voldeed aan de preleveringsverplichting. Met andere woorden, volgens de CREG moet het

§ 330vermelde percentage 100 % bedragen, en niet 25 %.

136. Punt 8.4.2.1.1 van het Voorstel heeft betrekking op de bepaling van het Preleveringsvermogen, waarvoor twee methoden mogelijk zijn (ofwel het gebruik van historische gegevens, ofwel een preleveringstest). Wat de preleveringstest betreft, moet de capaciteitsleverancier Elia op de hoogte brengen van een datum voor deze test.

§ 333

van het voorstel staat dat als deze datum niet binnen de vastgestelde termijn wordt meegedeeld, ELIA standaard de alternatieve methode waarbij historische gegevens worden gebruikt, zal toepassen. Uit § 330 van het Voorstel blijkt echter duidelijk dat de tweede methode uitsluitend kan worden gebruikt als de eerste methode niet kan worden toegepast (§ 330). § 333 van het Voorstel moet derhalve worden geschrapt. 4.7.2. Preleveringspenaliteiten 137. De § 345 van het Voorstel voorziet de mogelijkheid om de Transactieperiode te verkorten

geval van een Ontbrekend Volume. Wat de Aanvullende CMU’s betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen die waarvoor een vergunning nodig is en deze waarvoor dit niet het geval is. De boete is groter als een Ontbrekend Volume wordt waargenomen voor een CMU waarvoor een licentie nodig is. Om rekening te houden met het feit dat het verkrijgen van vergunningen voor ontwikkelingsprojecten

het kader van de CRM tal van politieke en juridische onzekerheden omvat, acht de CREG het gepast om het bedrag van de verschuldigde boete te verminderen

dien, wanneer een vergunning ontbreekt, de Capaciteitsverstrekker aantoont dat hij alle redelijkerwijs toelaatbare

spanningen heeft geleverd om de Vergunning te verkrijgen. 138. Het Voorstel voorziet de mogelijkheid om de Transacteperiode te verkorten

het geval van Ontbrekende Capaciteiten. Met betrekking tot Virtuele CMU’s voorziet § 349 van het Voorstel dat “Als voor een Virtuele CMU een Ontbrekend Volume wordt vastgesteld op controlemoment t_(controle 1 ), 14 De 80%-parameter is een tolerantiemarge die voor bestaande CMU’s wordt voorgesteld om het effect te dekken van suboptimale situaties met een mogelijke nadelige

vloed op de metingen die ELIA heeft verricht op het ogenblik van de preleveringscontrole (bv. seizoenseffect). Niet-vertrouwelijk 33/54 wordt de

itiële Transactieperiode bovendien verminderd met het Ontbrekend Volume gedurende de volledige eerste Periode van Capaciteitslevering. Deze vermindering gebeurt pro rata tussen alle Transacties gerelateerd aan de Periode van Capaciteitslevering die nog steeds met de Virtuele CMU geassocieerd zijn op het controlemoment”. Artikel 7undecies, §11, al. 4 van de Elektriciteitswet stelt: “Het aantal perioden van capaciteitslevering waarvoor de leverancier een capaciteitsvergoeding ontvangt, zoals bepaald

het capaciteitscontract, bedraagt maximaal één, drie, acht of vijftien perioden,

functie van de capaciteitscategorie waartoe de gecontracteerde capaciteit behoort, en maximaal één periode voor onrechtstreekse buitenlandse capaciteiten en voor niet bewezen capaciteiten.” Er kan bijgevolg geen “vermindering” van het Volume voor de volledige “eerste Periode van Capaciteitslevering” plaatsvinden, gezien de Transactieperiode slechts een enkele Periode van Capaciteitslevering kan beslaan, en aldus niet kan worden verminderd. 139.

§ 354

van het Voorstel wordt de procedure uiteengezet voor het betwisten van een preleveringsrapport. Deze paragraaf is gewijzigd. Enerzijds leek het de CREG logisch om de hypothese van een minnelijk akkoord tussen de partijen tijdens de eerste besprekingsfase toe te voegen.

het Voorstel was die niet opgenomen. Anderzijds lijkt de verplichting om aan Elia het bedrag van de penaliteit te betalen terwijl het geschil nog hangende is, onevenredig en is ze geschrapt. Gelet op de quasi-strafrechtelijke aard van de uit hoofde van het CRM opgelegde penaliteiten, zoals de afdeling Wetgeving van de Raad van State15

haar advies over het wetsontwerp van 15 maart 2021 heeft benadrukt, zou de verplichting om de penaliteit te betalen terwijl de betwisting nog hangende is,

strijd kunnen worden geacht met het beginsel van het vermoeden van onschuld. Deze verplichting wordt derhalve opgeheven. 140. Tot slot wordt de bepaling volgens welke

het geval van

frastructuurwerken die een Ontbrekend Volume hebben veroorzaakt, geen penaliteit verschuldigd is, geschrapt uit hoofdstuk 13 (Aansprakelijkheid en overmacht) en opgenomen

hoofdstuk 8,

de sectie over de

frastructuurwerken. 4.7.3. Aangegeven Day-aheadprijs 141.

§ 381

van het Voorstel wordt het volgende bepaald: "Een Aangegeven Day-aheadprijs kan door de Capaciteitsleverancier aan ELIA worden meegedeeld via de CRM IT-

terface vanaf het ogenblik dat de CMU een Bestaande CMU is. ELIA bevestigt de goede ontvangst via een kennisgeving aan de Capaciteitsleverancier.

dien er geen Aangegeven Day-aheadprijs is bevestigd die door ELIA is ontvangen voordat de Transactieperiode van een CMU begint, zal de bijbehorende Gecontracteerde Capaciteit als onbeschikbaar worden beschouwd

het geval ELIA een Beschikbaarheidstest verricht tijdens de Transactieperiode (sectie 9.5)." 142. De CREG merkt op dat deze bepaling de Capaciteitsleverancier sanctioneert

dien Elia niet bevestigt de verklaring tijdig te hebben ontvangen, terwijl het gebrek aan bevestiging te wijten kan zijn aan nalatigheid van Elia. Bovendien, en vooral, ziet de CREG niet

waarom de sanctie (het feit als onbeschikbaar te worden beschouwd) afhankelijk wordt gemaakt van het verrichten van een Beschikbaarheidstest. Bijgevolg heeft de CREG het voorstel op dit punt aangepast door het volgende te bepalen: 15 Doc. parl., Kamer, sess. 2020-2021, n° 55-1779/1, pp. 59-60. Niet-vertrouwelijk 34/54 - de sanctie is van toepassing

dien de Capaciteitsleverancier geen verklaring verstrekt; - de sanctie bestaat erin de Gecontracteerde Capaciteit als onbeschikbaar te beschouwen zolang de verklaring niet aan Elia is verstrekt. Niet-vertrouwelijk 35/54 4.8. HOOFDSTUK 9 – BESCHIKBAARHEIDSVERPLICHTING 4.8.1. Niet-beschikbare capaciteiten 143.

§ 387

van het voorstel staat het volgende: "ELIA aanvaardt een dergelijke notificatie alleen als: De notificatie wordt

gediend uiterlijk tien Werkdagen na de begindatum van de nietbeschikbaarheid" 144.

de mate dat de onbeschikbaarheid van een capaciteit een impact kan hebben op de bevoorradingszekerheid van het land, is de CREG van oordeel dat deze notificatie zo snel mogelijk moet gebeuren en ten laatste de dag na het begin van de onbeschikbaarheid. 145.

§ 393

van het voorstel is het volgende te lezen: "Een Capaciteitsleverancier kan cumulatief voor maximaal vijfenzeventig kalenderdagen per Periode van Capaciteitslevering een Aangekondigde Niet-beschikbaarheid aangeven. Zodra deze limiet is bereikt, blijft de verplichting om kennis te geven van beperkingen van de Capaciteit van kracht, maar bepaalt ELIA geen Aangekondigde Niet-beschikbare Capaciteit meer. De Aangekondigde Niet-beschikbare Capaciteit is vanaf dit punt voor de rest van de Periode van Capaciteitslevering gelijk aan nul MW." 146.

het voorstel van Elia kan een capaciteitsleverancier dus tot 75 dagen van aangekondigde nietbeschikbaarheid

één enkele capaciteitsleveringsperiode melden. De CREG begrijpt dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin de capaciteitsleverancier de beschikbaarheid van zijn capaciteit niet kan garanderen, maar is van oordeel dat het, om de bevoorradingszekerheid te garanderen, niet wenselijk is dat een zeer lange periode van onbeschikbaarheid samenvalt met periodes van schaarste. Aangezien eventuele problemen

verband met de bevoorradingszekerheid zich vooral

de winterperiode voordoen, is de CREG van mening dat een geplande langdurige onbeschikbaarheid tijdens de winter moet worden vermeden.

  1. De CREG staat dus een maximum van 25 dagen aangekondigde niet-beschikbaarheid toe tijdens de Winterperiode (van 1 november tot 31 maart). De CREG houdt het plafond van 75 dagen over een volledige Periode van Capaciteitslevering aan. 4.8.
  2. Toepassing van de Beschikbaarheidscontrole tijdens de AMT-momenten 4.8.2.
  3. Kennisgeving van een beschikbaarheidstest 148.

het Voorstel lezen we het volgende: "497. ELIA

strueert de Capaciteitsleverancier over de uitvoering van een Beschikbaarheidstest via de CRM IT-

terface uiterlijk vóór 3:00 pm de dag voordat de test plaatsvindt. ELIA vermeldt

haar

structie de verwachte duur van de Beschikbaarheidstest. De verwachte duur kan een van de twee onderstaande opties zijn: De volledige SLA-duur (

dien van toepassing); of Een kwartier. De notificatie vermeldt een begin- en eindtijd voor de Beschikbaarheidstest. De begin- en eindtijden bepalen de periode waarin de Verplichte Capaciteit door ELIA zal worden geverifieerd. De periode tussen begin- en eindtijd van de test bedraagt minstens vierentwintig uur. Binnen die periode kan de Capaciteitsleverancier vrij kiezen wanneer hij Niet-vertrouwelijk 36/54 de Beschikbare Capaciteit levert (overeenkomstig sectie Error! Reference source not found..2), zolang hij de Verplichte Capaciteit (overeenkomstig sectie Error! Reference source not found.) levert gedurende ten minste de verwachte duur. Deze keuze wordt niet uitdrukkelijk vermeld door de Capaciteitsleverancier, maar wordt geïmpliceerd door het niveau van de waargenomen Beschikbare Capaciteit. Vanaf het ogenblik van de notificatie mag de Capaciteitsleverancier geen verplichtingen van de CMU op de Secundaire Markt verhandelen voor Transactieperiodes tussen de begin- en eindtijd van de Beschikbaarheidstest."

  1. Om alle Capaciteiten op gelijke voet te behandelen, moet de aankondiging van een beschikbaarheidstest voor alle Capaciteitsleveranciers op hetzelfde moment gebeuren. Voorts dient de aankondiging van een test plaats moeten vinden na sluiting van de markt, na de vaststelling van een AMT-uur of een AMT-moment, aangezien het de bedoeling is de spontane reactie van een Capaciteitsleverancier op de aankondiging van een AMT-uur te testen. Het Voorstel is gewijzigd opdat een aankondiging van een test zou plaatsvinden binnen een tijdsinterval dat om 15.00 uur begint en om 15.30 uur eindigt. 4.8.
  2. Berekening van de Onbeschikbaarheidscapaciteit
  3. Sectie 9.6.2 van het Voorstel beschrijft de berekening van de onbeschikbaarheidspenaliteiten. 151.

paragraaf 510 wordt de penaliteitsfactor die op de ontbrekende capaciteit moet worden toegepast, als volgt gedefinieerd: "

  1. ELIA past de penaliteitsfactor toe afhankelijk van het type Ontbrekende Capaciteit en de tijd waarop deze zich voordoet (tijd t). Voor Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteit is de penaliteitsfactor gelijk aan
  2. Voor Aangekondigde Ontbrekende Capaciteit hangt de penaliteitsfactor af van het seizoen waarin de Ontbrekende Capaciteit werd gedetecteerd. De volgende tabel geeft een overzicht van de waarde van de penaliteitsfactor X: Onaangekondigde Ontbrekende Capaciteit Penaliteitsfactor (X) 1 Aangekondigde Ontbrekende Capaciteit 01/04/20xx-1 – 31/10/20xx 0 Aangekondigde Ontbrekende Capaciteit 01/11/20xx-1 – 31/03/20xx 0,9 Tabel 1 – Waarde van de Penaliteitsfactor (X)
  3. Het Voorstel van Elia voorziet

een penaliteitsfactor van nul voor de niet-beschikbare capaciteit die buiten de Winterperiode wordt aangekondigd. 153. De CREG is van mening dat het verschil tussen de onaangekondigde ontbrekende capaciteit en de aangekondigde ontbrekende capaciteit op elk moment voldoende groot moet zijn.. Gezien het huidige kleine verschil (1-0,9 = 0,1), bestaat het risico dat de capaciteitshouder Elia niet op de hoogte brengt van zijn geplande onbeschikbaarheid tijdens de Winterperiode. Daarom heeft de CREG de penaliteitsfactor voor de onaangekondigde ontbrekende capaciteit verhoogd met een vaste waarde van 0,5 ten opzichte van de factor die van toepassing is op de aangekondigde ontbrekende capaciteit. De penaliteitsfactor voor de onaangekondigde ontbrekende capaciteit bedraagt dan 0,5 buiten de winterperiode en 1,4 tijdens de winterperiode, terwijl deze factor

het Voorstel voor de gehele leveringsperiode altijd op 1 werd gesteld. Niet-vertrouwelijk 37/54 4.9. HOOFDSTUK 10 – SECUNDAIRE MARKT 154.

geval van een transactie op de Secundaire Markt voorziet het Voorstel (behalve wanneer er een Beurs bij betrokken is)

een notificatie van de transactie door zowel de Verkoper als de Koper van een Verplichting. § 611 van het Voorstel behandelt het geval waarin de tweede notificatie van de transactie op de Secundaire Markt niet binnen de vereiste termijn van vijf Werkdagen wordt ontvangen: het bepaalt dat de transactieprocedure door Elia wordt stopgezet, en dat Elia vervolgens aan de uitgever van de notificatie de verwerping van de transactie meedeelt. De CREG heeft de procedure vereenvoudigd door het concept van een stopzetting van de transactieprocedure, dat niet erg duidelijk was, te schrappen. 155.

overeenstemming met de doelstelling die de Elektriciteitswet aan de Werkingsregels toekent, namelijk "elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen", voorziet het Voorstel

de mededeling door Elia aan de CREG van elke transactie op de Secundaire Markt waarvoor Elia redelijke twijfel heeft dat deze "zou kunnen worden beïnvloed door bijvoorbeeld potentieel concurrentieverstorend gedrag of potentieel misbruik van een account toe te rekenen aan de Geprekwalificeerde CRM-kandidaat of Capaciteitsleverancier en zijn CMU" (§ 623 van het Voorstel). Het Voorstel staat Elia ook toe om elke transactie van de Geprekwalificeerde CRMkandidaat gedurende vijf Werkdagen op te schorten. Deze bepaling moet worden gewijzigd. Enerzijds lijkt het meer wenselijk de mogelijkheid te overwegen om dit soort situaties enkel aan de CREG (en de Auditor) te melden

de gevallen bedoeld

de Elektriciteitswet ("elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk"), zijnde de enige gevallen waarin de CREG en de Capaciteitsmarktauditor krachtens artikel 7undecies, § 13, toezichtsbevoegdheden hebben. Bovendien moeten de gevallen specifiek worden vastgesteld en niet bij wijze van voorbeeld worden genoemd. Anderzijds ziet de CREG niet

waarom Elia – voor een periode van slechts vijf Werkdagen – de transacties van de CRM-kandidaat zou kunnen opschorten (waarom enkel die van de CRM-kandidaat en niet die van de Capaciteitsleverancier?). Bij vermoeden van marktmisbruik bijvoorbeeld zullen de onderzoeken die de CREG en de Auditor zullen moeten uitvoeren, ongetwijfeld veel langer duren dan vijf Werkdagen. Aangezien het niet mogelijk lijkt de transacties op de Secundaire Markt van de desbetreffende CRMactor voor de duur van de noodzakelijke onderzoeken op te schorten, moet deze opschorting van de transactie worden geschrapt. 156.

§ 642

van het Voorstel worden de mogelijkheden uiteengezet voor een escalatie van penaliteiten bij niet-nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit een transactie op de Secundaire Markt. Deze penaliteiten komen bovenop de penaliteiten waarin is voorzien

hoofdstuk 9 betreffende de Beschikbaarheidsverplichting – voor dezelfde tekortkomingen dus. De CREG oordeelt dat de penaliteiten onevenredig zijn, minstens

zoverre zij voorzien

de uitsluiting van de Capaciteitsleverancier (alsook van andere dochterondernemingen van de moedermaatschappij) van deelname aan de Veilingen – wat niet is bepaald door de Werkingsregels

geval van terugkerende onbeschikbaarheid na een transactie op de Primaire Markt, noch door de wet

geval van bewezen marktmisbruik. De tekst van het Voorstel moet bijgevolg worden aangepast. Niet-vertrouwelijk 38/54 4.

  1. 4.10.
  2. HOOFDSTUK 11 – FINANCIËLE GARANTIES Garantie van de Verbonden Onderneming
  3. Tot de

het Voorstel toegestane soorten financiële garanties behoort de garantie van de moedermaatschappij (zie bv. § 674).

§ 678

wordt echter gespecificeerd dat de "vennootschap die de garantie uitgeeft, een Verbonden Onderneming is", waarbij de Verbonden Vennootschap

een voetnoot wordt gedefinieerd als "elke onderneming die direct of

direct controle heeft over, onder de controle staat van, of onder gezamenlijke controle staat met de onderneming die eigenaar is van de CMU.

deze definitie heeft 'controle' de betekenis van artikel 1:14 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen." De CREG is daarom van mening dat de benaming "Garantie de la société-mère" de realiteit van deze garantie niet juist weergeeft; de Nederlandse ("verbonden onderneming") en Engelse ("affiliate guarantee") versies van het Voorstel hebben het concept

kwestie bovendien aangepast. De term "Garantie de la société-mère" moet dus worden vervangen door "Ga

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.