(B)2228 29 april 2021 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022, ingediend per brief van 18 maart 2021 Artikel 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. 2. 3. 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Het Europese richtsnoer SOGL ................................................................................................ 5 1.2. Het federaal wettelijk kader .................................................................................................... 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 10 2.1. Algemeen............................................................................................................................... 10 2.2. Raadpleging ........................................................................................................................... 10 BEOORDELING ............................................................................................................................... 11 3.1.1. Voorafgaand .................................................................................................................. 11 3.1.2. Bespreking van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 ............................................. 11 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 19 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 21 Niet-vertrouwelijk 2/21 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022. Deze aanvraag werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brief van 18 maart 2021, ontvangen op dezelfde datum, bij de CREG ter goedkeuring ingediend. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning informeel overleg gepleegd met de CREG en een openbare raadpleging gehouden van 2 tot 22 februari 2021. De antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadpleging ontving en het verslag (in het Engels) waarin door Elia geantwoord wordt op de opmerkingen van marktpartijen worden aan het aanvraagdossier toegevoegd. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022 (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans), ingediend door Elia per brief van 18 maart 2021, genomen tijdens zijn vergadering van 29 april 2021. Niet-vertrouwelijk 3/21 1. WETTELIJK KADER 1. De ondersteunende diensten betreffende het beheer van het transmissienet, waartoe de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning behoort, moeten met toepassing van artikel 233, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement) worden ingericht volgens boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement, onverminderd de bepalingen betreffende die ondersteunende diensten in het Europese richtsnoer SOGL1 en de Europese netwerkcode E&R2. Hierna wordt ingegaan op de relevante bepalingen van het Europese richtsnoer SOGL3 (deel 1.1) en van het federaal wettelijk kader (deel 1.2). Het spreekt voor zich dat de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning ook raakpunten heeft met andere wetgeving, zoals bijvoorbeeld de technische vereisten waaraan installaties zijn onderworpen met toepassing van de Europese netcodes RfG4, DCC5 en HVDC6 en de bepalingen in de Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende de aankoop van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, waarvoor de CREG verwijst naar de betrokken wetteksten. De CREG merkt voorafgaandelijk graag op dat het Europese richtsnoer SOGL de termen “spanningsregeling”, “blindvermogensreserve” en “blindvermogen” hanteert (cf. definities in artikel 3), terwijl het federaal technisch reglement gewag maakt van de termen “handhaving van de spanning” en “reactief vermogen”. Artikel 3.2, 21., van het Europese richtsnoer SOGL definieert de term “spanningsregeling” als de “manuele of geautomatiseerde regelacties op het productieknooppunt, op de eindknooppunten van de AC-lijnen of HVDC-systemen, op transformatoren of andere apparatuur die zijn bedoeld om de ingestelde spanning of de ingestelde waarde van het blindvermogen te handhaven”. Artikel 3.2, 57., van het Europese richtsnoer SOGL definieert de term “blindvermogensreserve” als “het voor handhaving van de spanning beschikbare blindvermogen”. Het federaal technisch reglement definieert de termen “spanning” en “reactief vermogen” niet. Wel bepaalt artikel 1 van het federaal technisch reglement onder meer dat de definities in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, waaronder het Europese richtsnoer SOGL, van toepassing zijn op dit reglement. 1 Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. 2 Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet. 3 De Europese netcode E&R is niet meteen relevant in deze context. 4 Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net. 5 Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers. 6 Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules. Niet-vertrouwelijk 4/21 1.1. HET EUROPESE RICHTSNOER SOGL 2. Een ruim aantal artikelen uit het Europese richtsnoer SOGL houden verband met de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning, gelinkt aan: • de rechten en plichten van Elia om de veiligheid van het net te garanderen en hiervoor blindvermogenmiddelen in te zetten (inzonderheid de artikelen 19, 20 tot 22 en 27 tot 29), de gegevens die moeten worden uitgewisseld (structureel, prognose, real-time), en de modaliteiten voor de gegevensuitwisseling (inzonderheid de artikelen 40 tot 53), de rechten en plichten van Elia in het kader van ondersteunende diensten in het algemeen, en blindvermogendiensten in het bijzonder (inzonderheid de artikelen 108 en 109). • • In artikel 234 van het federaal technisch reglement (het enige artikel van Boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement dat specifiek gaat over de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning) wordt verwezen naar artikel 22.1, c), en artikel 29.6 en 29.9 van het Europese richtsnoer SOGL. De artikelen 22 en 29 van het Europese richtsnoer SOGL worden hierna weergegeven: Artikel 22 van het Europese richtsnoer SOGL “1.Elke TSB gebruikt de volgende categorieën van remediërende maatregelen:
- a)de duur van de geplande niet-beschikbaarheid of wederingebruikname van elementen van het transmissiesysteem aanpassen teneinde de operationele beschikbaarheid van die elementen te bereiken;
- b)de elektriciteitsstromen actief beïnvloeden door middel van: omschakeling van de vermogenstransformatoren;
- ii)omschakeling van de faseverschuivende transformatoren; iii) wijziging van de topologie;
- i)
- c)spanning en blindvermogen beheren door middel van:
- i)omschakeling van de vermogenstransformatoren;
- ii)schakeling van de condensatoren en reactoren; iii) schakeling van de op vermogenselektronica gebaseerde apparaten voor spannings- en blindvermogensbeheer;
- iv)transmissiegekoppelde DSB's en significante netgebruikers instrueren om de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren te blokkeren, of om op hun eigen installaties de in de punten
- i)tot en met iii) genoemde remediërende maatregelen te treffen indien de afname van de spanning de operationele veiligheid in gevaar brengt of in een transmissiesysteem tot een spanningsineenstorting dreigt te leiden; verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen of de spanningsrichtwaarde van de transmissiegekoppelde synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;
- v)verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen van de omvormers van transmissiegekoppelde niet-synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;
- d)day-ahead en intraday zoneoverschrijdende capaciteiten herberekenen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222;
- e)transmissie- of distributiegekoppelde systeemgebruikers redispatchen binnen de regelzone van de TSB, tussen twee of meer TSB's;
- f)compensatiehandel tussen twee of meer biedzones;
- g)werkzaamvermogensstromen aanpassen via HVDC-systemen; Niet-vertrouwelijk 5/21
- h)frequentieafwijkingsbeheerprocedures activeren;
- i)de reeds toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit beperken overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009; in een noodsituatie waarin het gebruik van die capaciteit de operationele veiligheid in gevaar brengt en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, stemmen alle TSB's bij een bepaalde interconnector in met een dergelijke aanpassing, en
- j)voor zover van toepassing de handmatig beheerde belastingsafschakeling in normale of alarmtoestand erbij betrekken. 2. Wanneer dit noodzakelijk is en gerechtvaardigd om de operationele veiligheid te handhaven, is het elke TSB toegestaan remediërende maatregelen op te stellen en uit te voeren. De TSB meldt en verantwoordt dergelijke gevallen na invoering van de aanvullende remediërende maatregelen ten minste eenmaal per jaar bij de desbetreffende reguleringsinstantie en, indien van toepassing, de lidstaat. De desbetreffende rapporten en verantwoordingen worden eveneens gepubliceerd. De Europese Commissie dan wel het Agentschap kunnen de desbetreffende reguleringsinstantie verzoeken aanvullende informatie te verstrekken over de uitvoering van aanvullende remediërende maatregelen wanneer die van invloed zijn op een aangrenzend transmissiesysteem.” Artikel 29 van het Europese richtsnoer SOGL “1. Indien de spanning op een aansluitpunt naar het transmissiesysteem zich buiten het in de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening aangegeven bereik bevindt, treft elke TSB remediërende maatregelen voor spanningsregeling en blindvermogensbeheer overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder c), van deze verordening teneinde de spanningswaarde op het aansluitpunt terug te brengen binnen het in bijlage II aangegeven bereik en binnen de daartoe in artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631 en artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1388 aangegeven tijdsgrens. 2. Elke TSB houdt in zijn operationele veiligheidsanalyse rekening met de spanningswaarden waarbij transmissiegekoppelde SNG's die niet zijn onderworpen aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/631 of Verordening (EU) 2016/1388 zich mogen afsluiten van het net. 3. Elke TSB waarborgt een blindvermogensreserve van adequate omvang die tijdig kan worden ingezet om de spanningswaarden binnen zijn regelzone en op interconnectoren binnen het in bijlage II aangegeven bereik te handhaven. 4. TSB's die via AC-interconnectoren met elkaar zijn verbonden, dienen gezamenlijk passende afspraken voor de spanningsregeling te maken om te waarborgen dat de gemeenschappelijke, overeenkomstig artikel 25, lid 4, vastgestelde operationele veiligheidsgrenzen worden gerespecteerd. 5. Elke TSB maakt met elke transmissiegekoppelde DSB afspraken over de richtwaarden voor blindvermogen, de bereiken van de arbeidsfactor en spanningsrichtwaarden voor spanningsregeling op het aansluitpunt tussen de TSB en de DSB overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) 2016/1388. Elke transmissiegekoppelde DSB zet zijn beschikbare blindvermogensmiddelen in en heeft het recht spanningsregelinginstructies te geven aan distributiegekoppelde SNG's teneinde die parameters te handhaven. 6. Elke TSB is bevoegd om alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening. Niet-vertrouwelijk 6/21 7. Elke TSB dient al dan niet rechtstreeks en zo mogelijk in samenspraak met de transmissiegekoppelde DSB blindvermogensbronnen binnen zijn regelzone te beheren, met inbegrip van het blokkeren van de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren, spanningsverlaging en afsluiting bij lage spanning, teneinde binnen de operationele veiligheidsgrenzen te blijven en spanningsineenstorting in het transmissiesysteem te voorkomen. 8. Elke TSB stelt de spanningsregelingsmaatregelen vast transmissiegekoppelde SNG's en DSB's en met zijn buur-TSB's. in overleg met de 9. Wanneer dat voor de spanningsregeling en het blindvermogensbeheer van het transmissiesysteem relevant is, kan een TSB, in samenspraak met een DSB, instructies inzake de spanningsregeling geven aan een distributiegekoppelde SNG.“ 1.2. HET FEDERAAL WETTELIJK KADER 3. Het federaal technisch reglement bepaalt het volgende inzake de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning: “Art. 234. De transmissienetbeheerder bepaalt, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de typeovereenkomst(
- en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°, de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de technische specificaties inzake de levering van de dienst voor regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de voorwaarden voor deelname en het mechanisme voor het opzetten van die ondersteunende dienst, alsook, in voorkomend geval, de modaliteiten voor de compensatie met betrekking tot de deelname aan deze dienst. Overeenkomstig de artikelen 29.6 en 22.1,
- c)van de Europese richtsnoeren SOGL, is elke transmissienetgebruiker van wie de elektrische uitrusting, waarvan hij eigenaar of beheerder is, onderworpen aan de technische vereisten wat betreft haar geschiktheid voor de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van de spanning overeenkomstig de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131 is verplicht om op verzoek van de transmissienetbeheerder deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning binnen de technische grenzen van deze installaties. Elke transmissienetgebruiker kan vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning via één of meerdere van zijn installaties, andere dan die bedoeld in paragraaf 2, en dit op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en voorwaarden voor deelname aan de dienst bedoeld in paragraaf 1. De modaliteiten die de deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers mogelijk maken, alsook de eventueel noodzakelijke coördinatie met de beheerder van het publieke distributienet of met de betrokken CDS-beheerder op wiens net ze aangesloten zijn, overeenkomstig artikel 29.9 van de Europese richtsnoeren SOGL, staan eveneens beschreven in de typeovereenkomst(
- en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°. De deelname van deze netgebruikers aan deze dienst is in elk geval onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende publiekedistributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, limieten opleggen of Niet-vertrouwelijk 7/21 deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en behoud van de spanning wordt rechtstreeks verstrekt door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning of via een derde die in dat geval aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning is volgens een aanduidingsprocedure beschreven in de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in paragraaf 1. De aanbieder van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning sluit met de transmissienetbeheerder een overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, waarin hij zich verbindt tot naleving van de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 en 3. Deze overeenkomst wordt eveneens voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” Wat betreft de technische vereisten voor de geschiktheid van installaties die verplicht moeten deelnemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning verwijst artikel 234, tweede lid, van het federaal technisch reglement naar de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131, van het federaal technisch reglement. 4. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning is een ondersteunende dienst met toepassing van artikel 223, 2°, a), van het federaal technisch reglement. 5. Met toepassing van artikel 4, §1, 5°, van het federaal technisch reglement worden onder meer de typeovereenkomsten voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6 ter goedkeuring voorgelegd volgens de procedure van paragraaf 2. Tot deze overeenkomsten behoort de typeovereenkomst voor levering van de dienst van de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning. Met toepassing van artikel 4, §2, van het federaal technisch reglement geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend door Elia ter goedkeuring van de CREG per brief van 18 maart 2021, vormt zowel het voorstel van de voorwaarden bedoeld in artikel 234 van het federaal technisch reglement als het voorstel van typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement. De verwijzing naar beide rechtsgronden is ook opgenomen onder “Overwegende hetgeen volgt” in het ter goedkeuring voorgelegde voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning. Niet-vertrouwelijk 8/21 6. De aankoop van de dienst voor de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning door Elia gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 12quinquies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet): “§ 1. De door de aanbieders van de ondersteunende diensten voorgestelde prijzen op het transmissienet zijn voldoende aanlokkelijk om op korte en op lange termijn hun levering aan de netbeheerder te waarborgen. De netbeheerder verschaft zich deze ondersteunende diensten volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, stelt de netbeheerder alles in het werk om samen te werken met de distributienetbeheerders. De netbeheerder informeert jaarlijks de commissie en de minister, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Hij integreert hierin, desgevallend, een voorstel van waardering van de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht door middel van de productiemiddelen die hij bezit krachtens artikel 9, § 1. Deze waardering toont de positieve impact inzake tarieven en volumes aan van deze prestaties van ondersteunende diensten. Op basis van het verslag van de netbeheerder, stelt de commissie, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt, een verslag op dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerde verslag wordt meegedeeld aan de netbeheerder binnen 60 werkdagen volgend op de ontvangst van het verslag bedoeld in het eerste lid. Indien het verslag van de commissie vaststelt dat de prijzen manifest onredelijk zijn of op vraag van de netbeheerder, kan de Koning, na advies van de commissie en op voorstel van de minister, met het oog op de bevoorradingszekerheid, bij dwingende beslissing een openbare dienstverplichting opleggen die het volume en de prijzen van de ondersteunende diensten dekken van de producenten in de Belgische regelzone. De commissie houdt rekening met deze beslissing voor de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerders. De maatregel mag niet langer gelden dan twee jaar, mits een jaarlijks verslag van de commissie. § 2. De elektriciteitsproductieschijven waarop de netbeheerder een beroep kan doen om de ondersteunende diensten tot stand te brengen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn diensten worden vastgesteld per blok van 1 MW voor de primaire, secondaire en tertiaire reserves.” 7. De CREG wil in dit kader volledigheidshalve nog wijzen op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 waarbij België o.m. veroordeeld werd tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,
- a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. Dit brengt met zich mee dat een belangrijk aantal materies die op heden met toepassing van artikel 11 van de elektriciteitswet geregeld worden in het federaal technisch reglement, waaronder de goedkeuring of vaststelling van de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten, tot de exclusieve bevoegdheden van de CREG behoren. Aanpassingen aan o.m. de elektriciteitswet en het federaal technisch reglement zijn nodig ingevolge het voornoemde arrest. Niet-vertrouwelijk 9/21 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 8. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2021, werd door Elia aan de CREG voorgelegd per brieven van 17 en 28 april 2020, na openbare raadpleging van de marktpartijen. Dit voorstel heeft de CREG goedgekeurd bij beslissing (B)2080 van 28 mei 20207. 9. Het huidige voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022, werd door Elia aan de CREG voorgelegd per brief van 18 maart 2021, na openbare raadpleging van de marktpartijen. 2.2. RAADPLEGING 10. Elia heeft een openbare raadpleging gehouden over het huidige voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voorgelegd aan de CREG per brief van 18 maart 2021 (hierna: “het voorstel van Elia van 18 maart 2021” of “het huidige voorstel van T&C VSP”), nl. van 2 februari tot 22 februari 2021. De antwoorden die Elia tijdens deze openbare raadpleging ontving en het consultatierapport van 18 maart 2021 wordt aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 toegevoegd. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement8 zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De voornoemde door Elia georganiseerde openbare raadpleging over het voorstel van Elia van 18 maart 2021 was volgens de CREG effectief aangezien deze plaatsvond op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadpleging, deze gemakkelijk toegankelijk was via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties”, zij voldoende 7 Beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend per brieven van 17 en 28 april 2020, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2080 8 www.staatsblad.be Niet-vertrouwelijk 10/21 gedocumenteerd was en een redelijke antwoordtermijn voorzag van een drietal weken. De antwoorden op de raadpleging (van Febeliec, Febeg, het Belgian Offshore Platform (BOP) en de Belgische distributienetbeheerders Fluvius, ORES, RESA en Sibelga) en het consultatierapport van 18 maart 2021 werd door Elia aan de CREG bezorgd (bijlagen 3). Om die redenen heeft het directiecomité van de CREG op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement beslist om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. 3. BEOORDELING 3.1.1. Voorafgaand 11. De dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt in de hiernavolgende bespreking ook aangeduid als de “MVAr-dienst” of “de dienst”. De modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning worden hierna ook aangeduid met de termen “terms and conditions VSP” of nog “T&C VSP”. De aanbieder van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt hierna ook aangeduid met de termen “dienstverlener” of “VSP”. Met de termen “ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst” of “ontwerpnota over de MVAr-dienst” wordt verwezen naar de studie van Elia van 31 oktober 2018 over deze dienst.9 3.1.2. Bespreking van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 12. In haar schrijven van 18 maart 2021 (bijlage 2) geeft Elia aan dat zij dezelfde T&C VSP ter goedkeuring voorlegt als deze die de CREG goedkeurde voor de contractuele periode 2021, met als enige uitzondering dat de datum van inwerkingtreding in artikel 2 werd aangepast naar 1 januari 2022. In artikel 2 van het huidige voorstel van T&C VSP wordt dan ook het volgende bepaald: “Datum van inwerkingtreding
(1)Deze T&C VSP treden in werking één maand na de goedkeuring door de CREG en ten vroegste op 1 januari 2022.” Hoewel de eindduur hierin niet bepaald wordt, blijkt duidelijk uit de motivering opgenomen in het voornoemde schrijven van Elia van 18 maart 2021, de informatie gegeven door Elia ter gelegenheid van de openbare raadpleging10 en het consultatierapport van Elia (bijlage 3) dat het huidige voorstel van T&C VSP (uitsluitend) betrekking heeft op de contractuele periode
- 9 Studie met als titel “Study on the future design of the ancillary service of voltage and reactive power control” van 31 oktober 2018, www.elia.be/nl/elektriciteitsmarkt-en-systeem/systeemdiensten/de-spanningsstabiliteitgaranderen 10 https://www.elia.be/en/public-consultation/20210202_extend-the-validity-of-the-terms-and-conditionsapplicable-to-providers Niet-vertrouwelijk 11/21 Op die manier vraagt Elia in feite om de geldigheid van de huidige T&C VSP te verlengen met een jaar. In elk geval blijft het ook de bedoeling dat de MVAr-dienst op jaarlijkse basis wordt geleverd door de dienstverlener. Het voorstel van typeovereenkomst voor de MVAr-dienst, dat deel uitmaakt van het huidige voorstel van T&C VSP, vermeldt immers uitdrukkelijk op het einde dat dit contract geldig is vanaf de ondertekeningsdatum tot 31 december
- Het huidige voorstel van T&C VSP voor de contractuele periode 2022 is derhalve, behalve wat de datum van inwerkingtreding betreft, identiek aan de goedgekeurde T&C VSP voor de contractuele periode
- Nochtans verzocht de CREG Elia, in haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 over het voorstel van T&C VSP voor de contractuele periode 2021, betekend aan Elia op 28 mei 2020 en bekend gemaakt op de website van de CREG in de rubriek “Publicaties”11, om in de eerstvolgende versie van de T&C VSP rekening te houden met een reeks opmerkingen. De CREG besliste meer bepaald dat voor de aankoop door Elia van diensten van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning voor de periode vanaf 2022 een voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, door Elia moet worden ingediend in het Nederlands en/of Frans, waarin rekening wordt gehouden met wat uiteengezet wordt in de paragrafen 10, 13, 25, 47, 55, 57, 59, 72, 82, 83, 95, 96, 100, 102, 121 van deze beslissing.
- Elia motiveert in haar begeleidende brief van 18 maart 2021 (bijlage 2) waarom zij van mening is dat de opmerkingen van de CREG beter worden meegenomen in een later voorstel van T&C VSP. Vooreerst wenst zij in een aangepast voorstel van T&C VSP de opgedane ervaring mee te nemen als gevolg van de toepassing van de T&C VSP gedurende het jaar 2021, op zijn minst. Deze opgedane ervaring zal aldus Elia eveneens toelaten om op een meer efficiënte wijze aan de opmerkingen van de CREG tegemoet te komen. Tevens wenst zij rekening te houden met de commentaren van marktpartijen betreffende het belangrijk aantal voorziene wijzigingen van regulatoire documenten in 2021, en de bijhorende publieke consultaties. Verder wijst Elia nog op het feit dat het finaal beoogde ontwerp van de MVAr-dienst tevens een wijziging van het wettelijk kader vereist (artikel 12quinquies van de elektriciteitswet). Elia hoopt dat ook deze evoluties zullen kunnen worden meegenomen in haar volgend voorstel van T&C VSP. Tenslotte vermeldt Elia dat de vier respondenten tijdens de publieke consultatie (Febeg, Febeliec, het Belgian Offshore Platform en de distributienetbeheerders Fluvius, ORES, RESA en Sibelga) deze aanpak van Elia ondersteunen.
- In de hiernavolgende paragrafen gaat de CREG na of de opmerkingen van de CREG vervat in de paragrafen 10, 13, 25, 47, 55, 57, 59, 72, 82, 83, 95, 96, 100, 102, 121 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020, gelet in het bijzonder op de door Elia aangekondigde grondige herziening van de T&C VSP voor de periode vanaf 2023, de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 (de versies in het Nederlands en het Frans)12 in de weg staan. Gegeven de door Elia voorziene grondige herziening van de T&C VSP voor de periode vanaf 2023, is de CREG van mening dat bv. tekstuele verbeteringen in dat kader kunnen worden meegenomen en dat voor inhoudelijke opmerkingen effectief een langere periode van opgedane ervaring nuttig en gerechtvaardigd kan zijn.
- De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 10 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 om bij haar eerstvolgende voorstel van T&C VSP een begeleidende nota toe te voegen inzake de implementatie van de artikelen 19, 22.1.c) en 25 van het Europese richtsnoer SOGL in de praktijk en de visie van Elia omtrent de eventuele impact daarvan op het ingediende voorstel ter goedkeuring 11 Zie voetnoot
- Zie ook artikel 3 “Taal” van het huidige voorstel van T&C VSP: “
(1)De referentietalen voor de T&C VSP zijn het Nederlands en het Frans. De T&C VSP zullen aan de betrokken marktpartijen in het Engels ter beschikking worden gesteld met het oog op informatie en raadpleging”. 12 Niet-vertrouwelijk 12/21 betreft eerder een vraag naar informatie en verantwoording van het voorstel. Volgens de CREG staat de afwezigheid van deze begeleidende nota de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg omdat dit geen onmiddellijke impact heeft of moet hebben op de voorgestelde T&C VSP. Het opstellen van de gevraagde begeleidende nota blijft evenwel noodzakelijk. De gevraagde informatie en verantwoording bieden namelijk de mogelijkheid om het geheel van middelen en processen voor spanningsbeheer door Elia in kaart te brengen, wat nodig is in het kader van de geplande herziening van de T&C VSP. Daarom vraagt de CREG dat Elia de begeleidende nota binnen een redelijke termijn (in overleg met de CREG) opmaakt en publiceert. 17. Paragraaf 13 van beslissing (B)2080 van de CREG van 28 mei 2020 betreft de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst. De CREG vraagt aan Elia om de deelname van deze gebruikers aan de dienst te monitoren en rekening te houden met de resultaten hiervan in haar toekomstig voorstel van de T&C VSP, met het oog op onder meer het voorkomen van discriminatie ten opzichte van netgebruikers rechtstreeks aangesloten op het transmissienet. Eveneens vraagt de CREG dat Elia nagaat of de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDSgebruikers aan de dienst niet kan worden georganiseerd op een wijze die nauw aansluit bij de tekst van artikel 234, vierde en vijfde lid, van het federaal technisch reglement nl. rekening houdend met de bepaling dat de netgebruiker die deelneemt aan de dienst als VSP optreedt of een derde aanduidt als VSP en met een veeleer coördinerende rol voor de publieke-distributienetbeheerder resp. CDSbeheerder. Het antwoord van de Belgische distributienetbeheerders Fluvius, ORES, RESA en Sibelga op de publieke raadpleging is in dit kader heel relevant. De distributienetbeheerders gaan akkoord met een verlenging van de huidige T&C VSP waarbij de DNB de rol opneemt van VSP voor het leveren van de dienst aan Elia. Dit wordt in hun antwoord op de publieke consultatie duidelijk gemotiveerd. Daarnaast geven ze aan na te denken over een graduele opening van het distributienet voor deze dienst, waarbij distributienetgebruikers rechtstreeks aangesloten op het koppelpunt DNB-TNB als eerste, via de DNB, deze dienst zouden kunnen leveren, en dit naar analogie met de graduele openstelling van de distributienetten voor balanceringsdiensten, waaraan sinds 2014 gewerkt wordt. Daarom is een herevaluatie van de T&C VSP vandaag nog niet aan de orde, aldus de distributienetbeheerders, onder meer ook door het ontbreken van een regionaal wettelijk kader. Elia gaat met dit standpunt akkoord. De CREG stemt ermee in dat een langere periode van opgedane ervaring nuttig en gerechtvaardigd is om eventuele wijzigingen voor te stellen betreffende de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst. Bij een grondige herziening van de T&C VSP op dit vlak dient vanzelfsprekend het toepasselijke regionaal wettelijk kader gerespecteerd te worden. 18. De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 25 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft de aanpassing van de T&C VSP indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het contract voor de MVAr-dienst. Uit de resultaten van de openbare raadpleging georganiseerd door Elia leidt de CREG af dat er zich op heden geen belangrijke onduidelijkheid van het begrippenkader voordoet die een aanpassing van de T&C VSP, met inbegrip van de type-overeenkomst voor de MVAr-dienst, voor de contractuele periode 2022 zou noodzaken. 19. In paragraaf 47 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 zette de CREG uiteen dat de uitstapmogelijkheid in artikel I.10.1 van de type-overeenkomst voor de MVAr-dienst volgens haar niet gerechtvaardigd is in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, zoals voor bepaalde installaties het geval is in het kader van artikel 234 van het federaal technisch reglement en vroeg de CREG aan Elia om dit aan te passen bij de eerstvolgende wijziging van de algemene voorwaarden van de type-overeenkomst voor de MVAr-dienst. De CREG preciseerde in dat kader dat de dienstverlener die een beroep doet op deze bepaling, in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, in afwachting daarvan hoe dan ook gehouden blijft om de dienst te verstrekken en daartoe opnieuw het contract voor levering van de dienst dient te ondertekenen. Deze Niet-vertrouwelijk 13/21 vraag van de CREG staat de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg, maar zij vraagt niettemin om deze opmerking mee te nemen in de aangekondigde grondige herziening van de T&C VSP, aangezien dit aspect in feite geen algemene voorwaarde is voor alle ondersteunende diensten, maar eigen is aan de VSP-dienst. 20. De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 55 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 tot aanpassing van de lijst van situaties die overmacht kunnen uitmaken, geldt voor de eerstvolgende wijziging van de Algemene Voorwaarden voor alle ondersteunende diensten maar bleek niet noodzakelijk om als overmacht te kunnen kwalificeren omdat deze lijst louter exemplarisch is en volledig onder voorbehoud is van het voldaan zijn aan de restrictieve voorwaarden, net zoals dit het geval is voor situaties die niet in deze lijst zijn opgenomen. De CREG blijft niettemin van mening dat deze wijziging weliswaar wenselijk is maar dit aspect staat de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg. 21. In paragrafen 57 en 72 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 stelde de CREG dat voortdurend door Elia moet worden gestreefd naar de tekstuele verbetering van haar contracten en dergelijke aanpassingen die Elia spontaan opmerkt of die haar gesignaleerd worden door marktpartijen moeten worden meegenomen. Uit de resultaten van de openbare raadpleging georganiseerd door Elia leidt de CREG af dat er zich op heden geen belangrijke problemen op dat vlak voordoen. 22. Paragraaf 59 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft het minimumvolume voor de levering van de dienst dat 1 MVAr bedraagt. De CREG vraagt dat Elia onderzoekt of het nuttig is om het minimumvolume te verlagen, alsook andere pistes om de toegang voor nieuwe technologieën en/of marktspelers tot de dienst te faciliteren. De CREG is van mening dat voor het beantwoorden van deze onderzoeksvraag een langere periode van opgedane ervaring nuttig is, zowel voor Elia als voor de marktspelers. Bovendien heeft de CREG geen meldingen of klachten ontvangen van marktspelers die wensten deel te nemen aan de dienst maar geweigerd werden omwille van het opgegeven minimumvolume. De CREG besluit hieruit dat het behouden van de huidige drempelwaarde van 1 MVAr voor de leveringsperiode 2022 verantwoord is. 23. Paragraaf 82 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 bevat verschillende vragen van de CREG aan Elia ter verduidelijking van bepaalde elementen uit artikel II.3 van de T&C VSP. De CREG blijft de mening toegedaan dat dit artikel in leesbaarheid kan winnen, maar inhoudelijk geen struikelblok vormt voor de het goedkeuren van de T&C VSP voor 2022. Deze opmerking dient wel in rekening gebracht te worden in de door Elia aangekondigde grondige wijziging van de T&C VSP met ingang vanaf 2023. 24. In paragraaf 83 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 zette de CREG uiteen dat het beschikken over een geldig toegangscontract volgens haar voldoende is als bewijs dat voldaan is aan alle administratieve voorwaarden. Volgens de CREG impliceert het sluiten van een toegangscontract met Elia reeds de verplichting tot aanduiding van de toegangsverantwoordelijke(
- n)(thans balanceringsverantwoordelijke/BRP) overeenkomstig artikel 10 van het toegangscontract. Het expliciteren van de noodzaak van een geldig BRP-contract is bijgevolg niet noodzakelijk volgens de CREG. Om die reden vroeg de CREG aan Elia om de referentie naar de noodzaak van een geldig BRPcontract te schrappen in haar eerstvolgende voorstel van T&C VSP om verwarring te vermijden. De CREG is van mening dat dit een inhoudelijke verbetering betreft die de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg staat. 25. In paragraaf 95 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 vraagt de CREG dat Elia verduidelijkt of het meetpunt van de dienst bij publieke distributienetten zich al dan niet ook stroomafwaarts van het verbindingspunt met het transmissienet kan bevinden. Aangezien de definitie van het meetpunt van de dienst steeds in overleg met beide partijen gebeurt, in casu Elia en de DNB, is de CREG van mening dat deze onduidelijkheid de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg staat. Niet-vertrouwelijk 14/21 26. Paragraaf 96 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betref de vraag van de CREG aan Elia om de resultaten van de optimalisatie van de communicatiestromen tussen Elia en windparken, in de T&C VSP te integreren. Deze vraag volgde op de opmerking van het BOP dat het nodig is om de communicatiestroom scherp te stellen en het antwoord van Elia hierop in het consultatierapport (punt 49 van het consultatierapport van Elia van 17 april 2020, beschikbaar op de website van Elia). Na overleg met Elia blijkt dat het proces van het scherpstellen van de communicatiestromen gestart is. Hoewel de CREG nog steeds van mening is dat het wenselijk is om het resultaat van dit proces expliciet in de T&C VSP te integreren, staat dit de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg. De CREG baseert zich hiervoor ook op het positieve antwoord van het BOP op de publieke consultatie van Elia van 2 tot 22 februari 2021 om voor de contractuele periode 2022 de T&C VSP van 2021 te behouden. 27. De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 100 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 bouwt verder op de opmerking toen van FEBEG betreffende de mogelijke complexiteit bij het opstellen van het bilateraal contract tussen de VSP en de Toegangscontracthouder, opgenomen in artikel II.8.4 van de T&C VSP, wanneer de netgebruiker en eigenaar van de technische eenheid verschillende partijen zijn en het antwoord van Elia hierop dat Elia dit nader zal analyseren. De CREG vraagt in de beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 dat Elia het resultaat van deze analyse met de CREG bespreekt, en gemelde gevallen van complexiteit/onverenigbaarheid bijhoudt en meldt aan de CREG. De CREG is niet op de hoogte dat dergelijke gevallen zich in 2021 hebben voorgedaan. Daarom is ze van mening dat dit aspect de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg staat. Zij acht het niettemin belangrijk dat Elia aan deze opmerking blijvende aandacht besteedt. 28. Paragraaf 102 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft de vraag van de CREG aan Elia om op te volgen of het niveau van de penaliteiten wegens niet-uitvoering van het contract, voldoende hoog is om een betrouwbare en efficiënte levering van de dienst te verzekeren. De CREG heeft tot op vandaag geen indicaties gekregen dat het niveau van de penaliteiten zou moeten herzien worden. Dit aspect staat bijgevolg een goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg. 29. Paragraaf 121 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft tenslotte een vraag van de CREG aan Elia ter verduidelijking van de oorsprong of motivatie van de “10h” in de formule in bijlage 7. De CREG is van mening dat dit aspect de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg staat. Deze opmerking dient echter wel in rekening gebracht te worden in de door Elia aangekondigde grondige wijziging van de T&C VSP met ingang vanaf 2023. 30. Rekening houdend met wat uiteengezet wordt in de paragrafen 16 tot 29 van deze beslissing is de CREG derhalve van mening dat de voornoemde opmerkingen van de CREG in haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 de goedkeuring van het voorstel van Elia van 18 maart 2021 niet in de weg staan. Zij acht het niettemin belangrijk dat aan deze opmerkingen de nodige aandacht wordt besteed in de door Elia aangekondigde grondige wijziging van de T&C VSP met ingang vanaf 2023. 31. Het Belgian Offshore Platform steunt het voorstel van Elia maar ziet redenen voor een verlenging van de huidige T&C VSP voor twee jaar in plaats van één jaar : • aangezien de huidige regulatoire periode in 2023 zal verstrijken, kan de discussie en openbare raadpleging over de gereguleerde tarieven en de daaraan verbonden methodologie om de tarieven voor de MVAr-diensten vast te stellen geïntroduceerd worden in het kader van de herziening van alle tarieven voor de periode 2024-2027. • de VSP-diensten zijn enkel verplicht voor de offshore windparken sinds begin 2021. Zodoende zijn er nog geen historische data beschikbaar voor een correcte bepaling van de betrokken tarieven en het zou goed zijn om de opgedane ervaring en gegevensanalyse over een volledige dienstperiode te kunnen integreren. Teneinde de impact van de MVArdiensten correct te kunnen analyseren, is een technische analyse vereist gebaseerd op Niet-vertrouwelijk 15/21 minstens een volledig jaar van operationele gegevens, wat het nagenoeg onmogelijk maakt om het methodologisch kader te ontwerpen en te bespreken voor de betrokken tarieven in 2022. Met het oog op de tariefbepaling in het nieuwe regulatoir regime, wenst BOP Elia om transparantieredenen te vragen om een kopie te bezorgen van de betrokken “DNV GL” Studie en de “Consentec Benchmarking” Studie. Het zou eveneens goed zijn om het verband te begrijpen tussen de kost per MVARh in de huidige Elia-tarieven en de tarieven die van toepassing (zouden zijn) voor de MVAr-diensten. Wat betreft de verlenging van de toepassing van de T&C VSP voor de contractuele periode 2023 noteert Elia de suggestie van het Belgian Offshore Platform. Elia voegt toe dat zij eind 2021 de elementen die de nood voor een evolutie van de T&C VSP uitlokken, wil evalueren. Dit zijn op zijn minst, aldus Elia, de opgedane ervaring tijdens 2021 en de stand van zaken betreffende het regulatoire en wettelijk kader. Wat betreft de benchmarks en analyses, verwijst Elia naar de ontwerpnota voor de MVAr-dienst alsook naar de presentatie gegeven in de verschillende werkgroepen die de resultaten van de verschillende studies en benchmarking beschrijft. Wat betreft het verband met de tarieven verwijst Elia ook naar de presentaties gegevens in de werkgroep Belgian Grid over het verband tussen het tarief en de MVAr-dienst en zij nodigt marktpartijen uit om hun respectievelijke key account managers te contacteren in geval van specifieke vragen. De CREG gaat akkoord met het standpunt van Elia om de bestaande T&C VSP te behouden voor de contractuele periode 2022 en zodoende als het ware te “verlengen” voor één (en niet twee) jaar omwille van de redenen uiteengezet door Elia. Op die manier is inderdaad een herevaluatie door Elia van de T&C VSP, zowel in het licht van evoluties op regelgevend vlak, als in het licht van de opgedane ervaring in de praktijk, vereist met het oog op de goedkeuring van de T&C VSP voor de contractuele periode(
- s)voor/vanaf 2023. 32. Daarnaast wenst de CREG, naar aanleiding van bovenstaande opmerking van het Belgian Offshore Platform, op te merken dat de betrokken “DNV GL studie” (2015-2016) en de “Consentec Benchmark studie”
(2017)uitgevoerd op vraag van Elia, als vertrouwelijk zijn aangemerkt door Elia. De conclusies van de studie van Consentec werden gepubliceerd in de studie van Elia “Study on the future design of the ancillary service of voltage and reactive power control” op 31 oktober 2018[1]. De conclusies van de DNV-GL studie werden aan marktpartijen voorgesteld in een workshop georganiseerd door de CREG in
- De CREG zal in samenwerking met Elia nagaan op welke wijze de conclusies van de DNV-GL studie eveneens publiek kunnen worden gemaakt.
- Zowel Febeg als Febeliec benadrukken tijdens de openbare raadpleging georganiseerd door Elia het belang van een grondige consultatie over het nieuw ontwerp voor de MVAr-dienst. Febeliec vraagt dat deze op tijd gestart wordt zodat een diepgaande discussie kan worden gevoerd. Febeg benadrukt dat haar eerder gemaakte opmerkingen voor zover niet in beschouwing genomen geldig blijven en ziet uit naar een consultatie met het engagement van Elia om de opmerkingen van marktpartijen bij het nieuwe ontwerp van de MVAr-dienst en hun bezorgdheden grondig in overweging te nemen. In dit kader pleit Febeg voor het behoud van de marktgebaseerde procedure voor de verwerving van de MVAr-dienst na
- Elia bevestigt dat de vorige commentaren van Febeg reeds in beschouwing werden genomen tijdens de laatste openbare raadpleging over de T&C VSP. Elia herinnert eraan dat het beoogde ontwerp voor de MVAr-dienst reeds beschreven werd in de ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst. In dit document beschrijft Elia de toekomstige visie betreffende de aankoop van deze dienst die evolueert van een aanbestedingsprocedure met vrije prijzen tot een algemene verplichting (voor bepaalde technische eenheden) tot levering - of vrijwillige levering voor andere technische eenheden - tegen [1] https://www.elia.be/en/electricity-market-and-system/system-services/controlling-voltage Niet-vertrouwelijk 16/21 gereguleerde prijs(zen). Elia preciseert dat het nog steeds haar intentie is om dit beoogde ontwerp te implementeren, weliswaar afhankelijk van de noodzakelijke wijzigingen van het wettelijk kader. Elia noteert verder het standpunt van Febeliec en bevestigt dat de mogelijks noodzakelijke wijzigingen van de T&C VSP voor de contractuele periode 2023 ingevolge de opgedane ervaring en/of wijzigingen van het wettelijk kader geëvalueerd zullen worden eind 2021 en ten gepaste tijde besproken zullen worden met de marktpartijen. De CREG gaat akkoord met de nood aan een grondige openbare raadpleging van de markt in dat kader en vraagt dat het voorstel dat daaruit resulteert uiterlijk op 31 december 2021 na een openbare raadpleging van de marktpartijen van minstens één maand ter goedkeuring aan haar wordt voorgelegd.
- CONCLUSIE
- Overwegende de bevoegdheid voor de CREG tot goedkeuring van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning met toepassing van artikel 234 van het federaal technisch reglement, Overwegende de bevoegdheid voor de CREG tot goedkeuring van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement, Overwegende de openbare raadpleging die Elia hield voorafgaand aan de voorlegging ter goedkeuring op 18 maart 2021 van het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, en het bijhorende consultatierapport waarin Elia het gevolg dat ze gaf aan de ontvangen opmerkingen bespreekt (bijlage 3), Overwegende de motivering van Elia bij dit voorstel (bijlage 2), Overwegende het belang om tijdig over een goedgekeurde set van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, te beschikken met het oog op het doorlopen door Elia in 2021 van een aanbestedingsprocedure voor de verwerving van de nodige diensten van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning voor de periode van 1 januari 2022 tot 31 december 2022, Overwegende dat de marktpartijen die deelnamen aan de openbare raadpleging georganiseerd door Elia het huidige voorstel van Elia dat neerkomt op een verlenging van de bestaande T&C VSP met één jaar, steunen, Beslist de CREG om het voorstel van Elia van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning (de versies in het Nederlands en het Frans), ontvangen op 18 maart 2021, goed te keuren (bijlage 1), Niet-vertrouwelijk 17/21 Beslist de CREG dat de goedgekeurde modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voorwaarden met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG en ten vroegste op 1 januari 2022 en dat zij gelden tot eind
- Dat zulks vanzelfsprekend niet wegneemt dat zij reeds eerder door Elia voorgelegd worden in het kader van de aanbestedingsprocedure voor de verwerving van diensten van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning voor het jaar 2022, Beslist de CREG dat voor de aankoop door Elia van diensten van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning voor de periode vanaf 2023 een voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, moet worden ingediend in het Nederlands en/of Frans, waarin rekening wordt gehouden met de toepasselijke wetgeving op dat moment, de opgedane ervaring met de aankoop van deze dienst en alsnog met de relevante opmerkingen in de paragrafen 10, 13, 25, 47, 55, 57, 59, 72, 82, 83, 95, 96, 100, 102, 121 van de beslissing (B)2080 van de CREG, betekend aan Elia op 28 mei
- De CREG vraagt dat dit voorstel uiterlijk op 31 december 2021 na een openbare raadpleging van minstens één maand ter goedkeuring aan haar wordt voorgelegd. Wat betreft de begeleidende nota inzake de implementatie van de artikelen 19, 22.1.c) en 25 van het Europese richtsnoer SOGL in de praktijk, gevraagd in paragraaf 10 van de beslissing (B)2080 van de CREG van 28 mei 2020, vraagt de CREG dat Elia deze binnen een redelijke termijn, bepaald in overleg met de CREG, opmaakt en publiceert op haar website. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 18/21 BIJLAGE 1 Het voorstel van Elia van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning voor de contractuele periode 2022 (in het Nederlands, het Frans en het Engels), ingediend per brief van 18 maart
- Niet-vertrouwelijk 19/21 BIJLAGE 2 De brief van Elia van 18 maart 2021 (in het Frans, zonder de bijlagen) Niet-vertrouwelijk 20/21 BIJLAGE 3 Het consultatierapport van Elia van 18 maart 2021 (in het Engels) en de ontvangen opmerkingen van marktpartijen Niet-vertrouwelijk 21/21