(B)2258 16 juli 2021 Beslissing over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma. genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 LEXICON ................................................................................................................................................... 5 1. 2. 3. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 6 1.1. Europees recht ........................................................................................................................ 6 1.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 8 1.2.1. Gaswet ............................................................................................................................. 8 1.2.2. Gedragscode .................................................................................................................... 9 1.3. Goedkeuren van de belangrijkste voorwaarden door de CREG ............................................ 10 1.4. Recht van toegang tot de vervoersnetten ............................................................................ 11 1.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor opslag ............................. 13 1.5.1. De sectorspecifieke wetgeving ...................................................................................... 15 1.5.2. Het mededingingsrecht ................................................................................................. 16 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels ........................................................................ 17 1.5.4. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 20 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 21 2.1. Evolutie van het marktmodel voor opslag van gas ............................................................... 21 2.2. Het gewijzigde marktmodel voor opslag ............................................................................... 24 2.3. Marktraadpleging .................................................................................................................. 26 2.4. Inwerkingtreding ................................................................................................................... 27 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 28 3.1. 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden ............................................................................... 28 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities ............................................................................. 29 3.2. Het Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag ............................................................... 30 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten ....................................................................... 30 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen ........................... 31 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt .................. 31 3.2.4. Bijlage C3 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Secundaire markt ............. 32 3.2.5. Bijlage D1 – Operating Procedures................................................................................ 32 3.2.6. Bijlage F - Congestiebeheer ........................................................................................... 33 3.2.7. Bijlage G - Incidentenbeheer ......................................................................................... 34 3.2.8. Bijlage H1 - Formulieren ................................................................................................ 34 3.3. 4. Het voorstel van Standaard Opslagcontract ......................................................................... 28 Het voorstel van Opslagprogramma ..................................................................................... 35 BESLUIT .......................................................................................................................................... 36 Niet-vertrouwelijk 2/38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 37 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 38 Niet-vertrouwelijk 3/38 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, C3, D1, F, G en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma. Voornoemde aanvraag tot goedkeuring werd door de N.V. Fluxys Belgium op 11 juni 2021 ingediend bij de CREG per mail met bevestiging van ontvangst en omvat: - de aanvraag tot goedkeuring ; - het voorstel tot wijziging van : • het Standaard Opslagcontract, met inbegrip van het glossarium van definities, • het Toegangsreglement voor Opslag, meer bepaald de bijlagen B, C1, C2, C3, D1, F, G en H1, en • het Opslagprogramma; - het consultatieverslag 51. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 en heeft betrekking op: - een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product; - de introductie van nieuwe verkoopmechanismen; - het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten; - het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen; - een nieuwe startdatum van het opslagjaar; en - een aantal technische verbeteringen. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 16 juli 2021. Niet-vertrouwelijk 4/38 LEXICON ‘belangrijkste voorwaarden’: het standaard opslagcontract overeenkomstig artikel 169, van de gedragscode, het toegangsreglement voor opslag overeenkomstig artikel 170, van de gedragscode en het opslagprogramma overeenkomstig artikel 171, van de gedragscode; ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘gedragscode’: Koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas; ‘gasrichtlijn’: Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG; 'gasverordening 715/2009’: Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘SOS-Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 Niet-vertrouwelijk 5/38 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT Met toepassing van artikel 33.1 van de gasrichtlijn kunnen de lidstaten, met het oog op de organisatie van de toegang tot opslaginstallaties en leidingbuffer, de toegang hiertoe hetzij via onderhandelingen, hetzij gereguleerd, organiseren. Voor beide procedures moeten objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden gehanteerd. Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot opslaginstallaties. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van toepassing: Artikel 33.4, van de gasrichtlijn: Toegang tot opslag “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties,indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten. De regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten raadplegen de systeem gebruikers bij het opstellen van de tarieven of de methodes voor de berekening hiervan. Dit recht van toegang voor in aanmerking komende afnemers kan worden verleend door hen in staat te stellenleveringscontracten te sluiten met andere concurrerende aardgasbedrijven dan de eigenaar en/of beheerder van het systeem of een verwant bedrijf.” Artikel 15, van de gasverordening 715/2009: Derdentoegangsdiensten bij opslag- en LNG-installaties “2. Opslagsysteembeheerders
- a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
- c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. … 4. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. 5. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van LNGinstallatiecapaciteit en opslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere Opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten.” Niet-vertrouwelijk 6/38 Artikel 17, van de gasverordening 715/2009; Beginselen inzake mechanismen capaciteitsallocatieen procedures voor congestiebeheer bij opslag- en LNG-installaties: voor “1. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale opslag- en LNGinstallatiecapaciteit, met inachtneming van systeemintegriteit en exploitatie. 2. LNG- en opslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke: passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken; zorgen voor compatibiliteit met het marktmechanisme, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de LNG-opslagsystemen verbonden zijn. 3. LNG- en opslaginstallatiecontracten bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende bij contractuele congestie geldende beginselen: de systeembeheerder moet ongebruikte LNGinstallatie- en opslagcapaciteit zonder uitstel op de primaire markt aanbieden; dit geschiedt bij opslaginstallaties ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar; LNG- en opslaginstallatiegebruikers die hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen wederverkopen, moeten daartoe het recht hebben.” Artikel 19, van de gasverordening 715/2009: Transparantievereisten voor opslag- en LNG-installaties “1. De LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat LNG- en opslaginstallatiegebruikers effectieve toegang tot deze installaties verkrijgen. 2. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren de LNG- en opslagsysteembeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare opslag- enLNG-installatiecapaciteit. 3. LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op nietdiscriminerende basis. 4. Alle LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de hoeveelheid gas in elke opslag- en LNG-installatie of — als dit overeenkomt met de manier waarop de gebruikers van de systeemtoegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derdentoegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd. … Artikel 22, van de gasverordening 715/2009: Verhandeling van capaciteitsrechten “Elke transmissie-, opslag- en LNG-systeembeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en niet-discriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en -procedures op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen, en erkent de Niet-vertrouwelijk 7/38 overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en- procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan.” Artikel 24, van de gasverordening 715/2009: Regulerende instanties “Bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening zorgen de regulerende instanties ervoor dat deze verordening …” Verder is ook van belang de SOS-Verordening 2017/1938 die tot doel heeft de veiligstelling van de gaslevering te versterken, door maatregelen te introduceren om ervoor te zorgen dat alle lidstaten en partijen op de aardgasmarkt van tevoren actie kunnen ondernemen om potentiële verstoringen van de aardgaslevering te voorkomen mocht een verstoring optreden, en om de gevolgen daarvan zo goed mogelijk te ondervangen. 1.2. BELGISCH RECHT 1.2.1. Gaswet Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot de opslaginstallaties en werd de CREG aangeduid om hierover toezicht uit te oefenen alsmede de toegangsvoorwaarden ervan goed te keuren. Artikel 15/14, § 2, 6°, van de gaswet bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten, waaronder de opslaginstallaties voor aardgas, goedgekeurd worden door de CREG. Anderzijds voorziet artikel 15/11, §2, van de Gaswet dat: “§ 2 De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. § 3. In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden; Niet-vertrouwelijk 8/38 § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010. In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie. " 1.2.2. Gedragscode Artikel 77, §1, van de gedragscode bepaalt dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de vervoersdiensten bevorderen. Artikel 77, §2, van de gedragscode vervolgt dat het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201, van de gedragscode bevatten. In artikel 79, van de gedragscode wordt ook bepaald dat een afzonderlijk dienstenformulier door partijen wordt ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden. In artikel 29, § 1, van de gedragscode wordt bepaald dat de beheerders voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een toegangsreglement opstellen dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de CREG met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. Artikel 29, § 3, van de gedragscode vervolgt dat het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan door de respectieve beheerders worden opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. Tot slot, wordt in artikel 29, § 4, van de gedragscode gesteld dat de beheerders de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend maken overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de CREG met toepassing van artikel 107, van de gedragscode. Artikel 29, § 3, van de gedragscode bepaalt dat het voorstel van toegangsreglement voor opslag alsook de voorstellen van wijzigingen ervan door de beheerder, in casu Fluxys Belgium, opgesteld worden na raadpleging door deze laatste van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108 van de gedragscode. Niet-vertrouwelijk 9/38 Verder bepaalt artikel 29, §4, van de gedragscode dat voorstellen van wijzigingen van het toegangsreglement voor opslag onderworpen zijn aan de goedkeuring van de CREG alvorens zij bekend kunnen worden gemaakt overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode. Volledigheidshalve deelt Fluxys Belgium de goedgekeurde wijziging ook mede aan de partijen met wie zij reeds een standaardcontract voor opslag ondertekend hebben. Tot slot, moet de beheerder overeenkomstig de artikelen 81 en 82, van de gedragscode hun dienstenprogramma opstellen voor de regulatoire periode en wordt dit eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. 1.3. GOEDKEUREN VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN DOOR DE CREG Nergens wordt in de gaswet of de gedragscode uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden voor opslag dient goed te keuren, dan wel af te keuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zo niet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. Hieruit volgt ook dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd ingediend ter goedkeuring en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. Het feit dat de gedragscode uitdrukkelijk voorziet dat zowel het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag als het opslagprogramma door de beheerder van de opslaginstallatie wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG na raadpleging, betekent ook dat bij het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor opslag de CREG zich niet in de plaats kan stellen van de beheerder van de opslaginstallatie en bijgevolg voorwaarden kan gaan opleggen. Met andere woorden, de CREG kan slechts goedkeuren of afkeuren. Het is bijgevolg de CREG verboden de belangrijkste voorwaarden voor opslag goed te keuren in een door haar voorgestelde gewijzigde vorm. De goedkeuring of het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor opslag kan de CREG ook slechts wettelijk verantwoorden door zich te baseren op een wettelijke bepaling en het principe van het algemeen belang1. 1 Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Jacques Dembour, Larcier, 1955 Niet-vertrouwelijk 10/38 Met toepassing van artikel 238 van de gedragscode blijven de belangrijkste voorwaarden goedgekeurd door de CREG in haar beslissing van 20 december 20042 van toepassing tot op het ogenblik dat ze vervangen worden door een regeling voorzien in de gedragscode aan de hand van een goedgekeurd standaardcontract voor opslag of goedgekeurd toegangsreglement voor opslag met betrekking tot de daarin behandelde onderwerpen. De rechtskracht van de belangrijkste voorwaarden voor opslag doven dus uit naargelang de daarin respectievelijk vervatte materies worden overgenomen in een goedgekeurd standaardcontract voor opslag, een goedgekeurd toegangsreglement voor opslag en een goedgekeurd opslagprogramma. Overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode worden goedgekeurde standaardcontracten, toegangsreglementen en dienstenprogramma’s onverwijld bekend gemaakt samen met de datum waarop de CREG in haar beslissing stelt dat deze in werking treden. 1.4. RECHT VAN TOEGANG TOT DE VERVOERSNETTEN De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt3. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Dit verklaart mede waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de transmissiesysteembeheerder, de opslagsysteembeheerder en de LNG-systeembeheerder. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode de 2(B)041220-CDC-244/3 Beslissing betreffende de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot het vervoersnet van de N.V. FLUXYS 3 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een niet-discriminerende nettoegang. Niet-vertrouwelijk 11/38 verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. Voorgaand principe –recht van toegang is van openbare orde- vindt ook zijn weerslag in de Europese netwerkcodes die van toepassing zijn op grensoverschrijdende aangelegenheden inzake transmissie van aardgas en aangelegenheden betreffende de marktintegratie. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief vervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, Verordening 715/2009. Voor opslag betekent dit dat het opslagprogramma het opslagmodel en de opslagdiensten gebruiksvriendelijk beschrijven waardoor de netgebruiker een beter beeld krijgt over het aanbod. Niet-vertrouwelijk 12/38 1.5. DE GOEDKEURINGSCRITERIA VOORWAARDEN VOOR OPSLAG VAN DE BELANGRIJKSTE Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden voor opslag uit een standaard opslagcontract, een toegangsreglement voor opslag en een opslagprogramma. Overeenkomstig artikel 169, §1, gedragscode wordt in het standaard opslagcontract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1) de definities van de in het standaard opslagcontract gebruikte terminologie; 2) het voorwerp van het standaard opslagcontract; 3) de voorwaarden waaraan de opslagdiensten door de beheerder geleverd worden; 4) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde opslagdiensten; 5) de facturatie en betalingsmodaliteiten; 6) in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 7) de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder en de Opslaggebruikers; 8) de bepalingen inzake meten en testen; 9) de operationele verplichtingen van de partijen en de aardgaskwaliteitsspecificaties; 10) de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 11) de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en verplichtingen van partijen; 12) de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van partijen; 13) de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van opslagdiensten; 14) de duur van het standaard opslagcontract; 15) de bepalingen inzake opschorting, opzeg/beëindiging van het opslagcontract of toegewezen opslagdiensten, onverminderd artikel 80, 4°; 16) aanvaarde vormen inzake kennisgeving tussen partijen; 17) de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de opslaggebruiker foutieve of onvolledige informatie geeft aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas; 18) de geschillenregeling; 19) het toepasselijke recht. Niet-vertrouwelijk 13/38 Het toegangsreglement voor opslag bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 170, van de gedragscode: 1) het type-dienstenformulier; 2) de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3) de procedure van nominatie voor injectie en uitzending; 4) de procedure voor reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5) de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen; 6) de regels inzake de overschrijding van toegewezen capaciteiten; 7) de procedures bij injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8) de procedures in geval van onderhoud van opslaginstallaties; 9) de operationele procedures voor het testen en meten, met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10) de procedure voor uitzend- en injectietesten; 11) de procedure voor de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas. Tot slot, stelt artikel 171, §1, van de gedragscode dat in het opslaprogramma opgenomen moet worden: 1) een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde opslagmodel; 2) de gereguleerde (verbonden) opslagdiensten die aangeboden worden; 3) voor wat betreft de onderbreekbare opslagdiensten de kans op onderbreking en, in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke opslagdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; 4) de verschillende soorten duurtijd waarvoor de opslagdiensten onderschreven kunnen worden; 5) een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- a)de toewijzingsregels voor de verschillende opslagdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor opslag;
- b)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van opslagdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van opslagdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor opslag.
- c)de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor opslag;
- d)de principes voor de berekening van het aardgas op voorraad (in energie en volume) en het aardgas eigen gebruik van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas bedoeld in het toegangsreglement voor opslag. Het is duidelijk dat de CREG haar goedkeuring moet weigeren aan onvolledige en/of met de wet strijdige belangrijkste voorwaarden. Dit zijn voorwaarden die slechts ten dele of niet de toegang tot het vervoersnet uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van de Europese wetgeving uiteengezet in deel 1 van deze beslissing niet verwezenlijken. Niet-vertrouwelijk 14/38 Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden voor opslag al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de opslagsysteembeheerder en de opslaggebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de opslaggebruiker een toetredingscontract. 1.5.1. De sectorspecifieke wetgeving De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Verder, stelt artikel 15, van de Verordening 715/2009 dat opslagsysteembeheerders: 1) op niet-discriminerende basis aan alle netgebruikers diensten aanbieden die aan de marktbehoefte voldoen. Met name, wanneer een opslagsysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; 2) diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerder, en 3) relevante informatie publiceren, met name gegevens over het gebruik en de beschikbaarheid van diensten, binnen een tijdskader dat verenigbaar is met de redelijke commerciële behoeften van gebruikers van opslaginstallaties en onder toezicht van de nationale regulerende instantie. Tot slot, bieden opslagsysteembeheerders
(1)zowel vaste als afschakelbare derdetoegangsdiensten
(2)zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
(3)zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de opslaginstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Niet-vertrouwelijk 15/38 Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag voorzien in artikel 17, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 19, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. 1.5.2. Het mededingingsrecht In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. Fluxys Belgium heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie4. De opslaggebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de opslag van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 4 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 16/38 Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in het standaard opslagcontract die onbillijk zijn , namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 1.5.3.1. Wetboek van economisch recht Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Niet-vertrouwelijk 17/38 - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : - • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; • 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Niet-vertrouwelijk 18/38 - Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren5. 1.5.3.2. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de opslagsysteembeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor opslag gaat dat Fluxys Belgium aan de opslaggebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het standaard opslagcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 5 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet-vertrouwelijk 19/38 1.5.3.3. De bindende partijbeslissing Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 1.5.3.4. Bepaald/bepaalbaar voorwerp De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.6 1.5.3.5. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 1.5.4. Wet op het taalgebruik De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. 6 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet-vertrouwelijk 20/38 2. ANTECEDENTEN In haar beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011 heeft de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het opslagprogramma van Fluxys Belgium, ingediend bij de CREG op 8 november 2011 en het bijhorende erratum ingediend op 21 november 2011, goedgekeurd. In haar beslissing (B)120920-CDC-1194 van 20 september 2012 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform van het Toegangsreglement voor Opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 10 juli 2012 onder de vorm van twee documenten, met name de begeleidende brief en de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform die deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, goedgekeurd. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 van 21 februari 2013 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van aanpassing van het toegangsreglement voor opslag (corpus en bijlagen B, C1, C2, H1, H2), het opslagprogramma en het standaard opslagcontract (corpus en bijlage 3) van Fluxys Belgium, ingediend op 24 januari 2013, goedgekeurd. In haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde opslagprogramma en het aangepaste glossarium van definities van Fluxys Belgium, ingediend op 11 april 2014, goedgekeurd. 2.1. EVOLUTIE VAN HET MARKTMODEL VOOR OPSLAG VAN GAS In het opslagmodel, zoals goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, werd rekening gehouden met de vraag van zowel de opslagbeheerder als de netgebruikers en de eindklanten om ook voor langere termijn opslagcapaciteit te kunnen reserveren. Na raadpleging van de markt werd de volgende indeling weerhouden: - Lange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 400 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 4 en 10 jaar. - Middellange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 100 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 2 en 3 jaar. - Jaarlijkse Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 180 Mm³(n), de looptijd van de dienst bedraagt 1 jaar. De opslagdiensten werden toegewezen via de volgende allocatieprocedure: - De lange- en middellange termijndiensten worden toegewezen via een onderschrijvingsvenster (Subscription Window), waarvan de specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster vermeld worden in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWSC. - De jaarlijkse opslagdiensten worden aan de geïnteresseerde opslaggebruikers toegewezen via een veiling (Veilingvenster of Auctioning Window). De specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster, waaronder het type van de veiling en de veilingprocedure worden beschreven in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWAC. Niet-vertrouwelijk 21/38 Om alle potentiële gebruikers, netgebruikers en eindklanten, de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de inschrijvingsprocedure via een onderschrijvingsvenster, werd in overleg met de markt bepaald dat de middellange termijndiensten pas aan de markt aangeboden zouden worden vanaf het opslagjaar 2013 – 2014. In afwachting van de organisatie van een aangepast intekenvenster voor middellange termijndiensten werd de hiervoor voorziene capaciteit voorlopig, en voor de duur van 1 (opslag)jaar, toegevoegd aan de capaciteit die ter beschikking gesteld werd voor de jaarlijkse termijn. Het dienstenaanbod voor 2012 -- 2013 voorzag bijgevolg een volume van 400 Mm³(
- n)voor de lange termijndiensten en 280 Mm³(
- n)voor de jaarlijkse diensten. Bij het onderschrijvingsvenster voor de lange termijndiensten, dat liep van 21 november tot 16 december 2011, was de vraag naar lange termijn opslag bijzonder groot. Bij de toewijzing bleek dat de vraag het aanbod overtrof en dit voor de maximaal toegestane diensttijd, zodat alle beschikbare LTcapaciteit voor de maximumperiode van 10 jaar kon toegewezen worden. De betreffende marktpartijen zijn leveranciers die een vooraanstaande rol spelen bij de bevoorrading van de Noordwest-Europese markt voor aardgas. Op 25 januari 2012 heeft Fluxys Belgium een veiling georganiseerd voor het aanbieden van haar jaarlijkse opslagdiensten inclusief de capaciteit die voorzien is voor onderschrijving op middellange termijn. Het betrof hier een primeur voor het aanbieden en toewijzen van (een deel van) haar diensten. In totaal werd 280 Mm³(
- n)aangeboden, verdeeld over 120 689 standaard bundels (SBU). Fluxys Belgium is erin geslaagd de jaardiensten voor het opslagseizoen 2012-2013 succesvol aan de man te brengen en de beschikbare capaciteit volledig toe te wijzen aan het gereguleerd tarief. Vanaf het opslagseizoen 2013 – 2014 voorzag het opslagmodel, goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, dat middellange termijndiensten aangeboden werden aan de opslaggebruikers via een onderschrijvingsvenster. Het onderschrijvingsvenster voor de middellange termijndiensten liep van 19 oktober tot 9 november 2012. Tijdens dit onderschrijvingsvenster heeft Fluxys Belgium met succes alle opslagcapaciteit op middellange termijn verkocht. In totaal waren 100 Mm³(
- n)opslagvolume aangevuld met injectiecapaciteit en uitzendcapaciteit beschikbaar voor contracten met een looptijd van 2 tot 3 jaar, vanaf 15 april 2013. De volledige capaciteit kon toegewezen worden voor de maximaal toegestane diensttijd van 3 jaar. Aansluitend bij de succesvolle onderschrijving van middellange termijndiensten en analoog als bij het aanbieden en toewijzen van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het opslagseizoen 2012 – 2013, heeft Fluxys Belgium op 28 november 2012 een veiling georganiseerd voor de toewijzing van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het seizoen 2013 - 2014. Fluxys Belgium is er bij deze gelegenheid niet in geslaagd de beschikbare capaciteit succesvol toe te wijzen: slechts 48% van de beschikbare capaciteit kon toegewezen worden. Naar aanleiding van dit ongunstig resultaat was een evaluatie van het veilingproces gewenst. Als onderliggende redenen voor de onvolledige toewijzing van haar diensten heeft Fluxys Belgium zelf verwezen naar de rechtstreekse concurrentie met andere fysische opslagoperatoren in de buurlanden. Daarnaast beweerde Fluxys Belgium een additionele commerciële druk te ondervinden ten gevolge van virtuele flexibiliteit contracten die door verschillende partijen onder verschillende vormen aangeboden werden. Het feit dat een aanzienlijk deel van de jaarlijkse opslagcapaciteit niet kon toegewezen worden, had niet alleen gevolgen op financieel vlak. Het was een aanwijzing dat aanbod en vraag van diensten met betrekking tot het gebruik van het aardgasvervoersnet en de vervoersinstallaties in het algemeen, technisch-commercieel niet volledig op elkaar afgestemd waren. Fluxys Belgium heeft daarop in overleg en in samenwerking met de CREG onderzocht welke korte termijn alternatieven konden ontwikkeld worden. In het voorstel van Fluxys Belgium werden de middellange termijndiensten met een looptijd van 2 tot 3 jaar niet langer aangeboden als een aparte dienst via een apart onderschrijvingsvenster, maar werden zij geïntegreerd in het pakket lange termijndiensten. Een andere vernieuwing had betrekking op het vastleggen van de beschikbare Niet-vertrouwelijk 22/38 capaciteit voor de respectieve looptijden: het voorstel voorzag dat de hoeveelheden niet op voorhand vastgelegd worden in het opslagprogramma, maar dat de opdeling van de capaciteit, afhankelijk van de marktomstandigheden van het moment en in overleg met de betrokken partijen, kon bepaald worden via specifieke voorwaarden vastgelegd in de bijzondere voorwaarden (zogenaamde Terms and Conditions) die de onderschrijvingsvensters en de veilingvensters begeleiden. Via een marktraadpleging die liep van 8 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 heeft Fluxys Belgium de marktpartijen uitgenodigd deze voorstellen te bestuderen en hun opmerkingen dienaangaande kenbaar te maken. Op 24 januari 2013 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het standaard opslagcontract bij de CREG ingediend. Het voorstel dat op 24 januari 2013 ter goedkeuring aan de CREG werd voorgelegd voorzag een integratie van de middellange termijndiensten in de lange termijndiensten en de versoepeling van de wijze waarop de capaciteit wordt aangeboden aan de markt. De CREG was van oordeel dat de voorgestelde wijziging meer mogelijkheden gaf aan Fluxys Belgium om haar opslagdiensten te commercialiseren en dat het ruimere dienstenpakket ook de opslaggebruikers ten goede zou komen. In haar beslissing (B)130221CDC-1232 heeft de CREG beslist de aanvraag door Fluxys Belgium goed te keuren. Een belangrijke vaststelling betreft de dynamiek in de ontwikkeling van de markt voor flexibiliteitsdiensten voor aardgas. De reeds sterk gegroeide en zich nog steeds ontwikkelende handelsactiviteit op beurzen en handelsplatformen in de regio NW-Europa heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten waarop marktpartijen een beroep kunnen doen om hun portfolio in evenwicht te houden. Een gevolg van de gegroeide activiteit op de beurzen is namelijk de sterk gestegen liquiditeit van de aangeboden diensten, waardoor zich stabiele en betrouwbare prijsreferenties voor aardgas en aardgasderivaten ontwikkeld hebben. Marktpartijen hoeven in deze context niet noodzakelijk contracten af te sluiten die verplichtingen inhouden op middellange of lange termijn, maar kunnen op ieder ogenblik een afweging maken tussen valabele en vlot verhandelbare alternatieven die op korte termijn beschikbaar zijn, waardoor zij volop kunnen beroep doen op flexibiliteitsinstrumenten zonder te moeten beschikken over contractuele rechten op de onderliggende assets. Een aanvullende ontwikkeling op de markt, die eveneens gekoppeld is aan de opkomst van vrij toegankelijke handelsplaatsen, is dat producenten op deze platformen nadrukkelijk aanwezig zijn als marktpartij. Daarbij beschikken deze producenten over de mogelijkheid om niet enkel aanbieder te zijn van commodity (aardgas), maar kunnen zij zelf rechtstreeks producten aanbieden die tegemoetkomen aan de behoeften van de markt. Hierbij staat de rol van de traditionele midstreampartijen als tussenschakel en bemiddelaar tussen producent en leveranciers onder druk vermits de producent rechtstreeks onderhandelde met de doorverkopers. Producenten bieden diensten aan die een alternatief vormen voor de traditionele flexibiliteitsproducten gebaseerd op opslag. Omdat deze producten aangeboden worden zonder een beroep te doen op vast toegewezen fysische assets worden ze dikwijls omschreven als virtuele producten (virtual storage). Voor de eindgebruiker is er geen enkel onderscheid tussen de virtuele en de fysische producten, noch op het vlak van zekerheid, noch op het vlak van prijs. Op deze wijze hebben aardgasproducenten zich ontpopt tot concurrenten voor aanbieders van traditionele opslagdiensten. Door het feit dat de prijs van de commodity voor een groot deel bepaald wordt door de markt en niet noodzakelijk de productiekosten reflecteert beschikken producenten over de mogelijkheid producten te ontwikkelen die een competitief voordeel hebben tegenover aanbieders van opslag. Een overzicht van de marktomstandigheden voor opslag kan niet voorbijgaan aan het regulatoir regime waaraan opslag van aardgas in België onderworpen is. De Belgische wet kent aan de opslag van aardgas een wettelijk monopolie toe en heeft Fluxys Belgium aangesteld tot beheerder van de opslaginstallatie. België behoort hiermee tot een beperkte groep van landen in de EU die de onderschrijving van opslagdiensten voor aardgas onderworpen hebben aan een regime van gereguleerde toegang (rTPA), op basis van gereguleerde tarieven. In de meeste landen van de EU valt Niet-vertrouwelijk 23/38 opslag onder een regime van onderhandelde toegang (nTPA) met meerdere aanbieders, waarbij zowel de contractuele voorwaarden als de tarieven deel uitmaken van onderhandelingen tussen de opslaggebruiker en de beheerder van de opslaginstallatie. Het regulatoir regime dat in België van toepassing is, bepaalt verder dat de opslagdiensten dienen aangeboden te worden volgens een kostplus principe. Dit legt aan de opslagbeheerder beperkingen op wat betreft de mogelijkheden om een echt op de markt afgestemd commercieel beleid te voeren. Omdat het wettelijk kader van de gaswet slechts in beperkte mate toelaat om het dienstaanbod te differentiëren op het vlak van tariefzetting, diende een oplossing gezocht te worden in een verdere flexibilisering van het dienstenaanbod: uitbreiding van de diensttermijnen, versoepeling van de samenstelling van de diensten en optimalisering van de operationele mogelijkheden door betere kennis van de geologie van de ondergrond. In werkgroep vergaderingen die hebben plaatsgevonden beginnend in december 2013 en verderlopend tot maart 2014 heeft Fluxys Belgium aan de vertegenwoordigers van de CREG voorstellen voorgelegd waarin de hogergenoemde principes uitgewerkt werden. Deze werkgroep vergaderingen hebben geleid tot het beter op elkaar afstemmen van de maatregelen die noodzakelijk zijn om het dienstenaanbod voor opslag te optimaliseren vanuit de marktwerking enerzijds en anderzijds vanuit de inpassing van de voorstellen in het wettelijk regelgevend kader anderzijds. Finaal werden voorstellen weerhouden die zich concentreerden op het marktpotentieel voor alternatieven voor opslag en opslagdiensten die het mogelijk maken opslag aan te bieden op innovatieve wijze en met een korte looptijd. Tot slot, heeft Fluxys Belgium op 11 april 2014 heeft een aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde opslagprogramma en glossarium van definities die deel uitmaken van de belangrijkste voorwaarden voor opslag bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Met het voorstel beoogde Fluxys Belgium voor haar opslagdiensten een verdere flexibilisering van het aanbod met een uitbreiding van de diensttermijnen, een versoepeling van de samenstelling van de diensten en een vereenvoudiging van de regels voor de toewijzing van de diensten. De CREG heeft met haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 deze wijzigingen goedgekeurd. 2.2. HET GEWIJZIGDE MARKTMODEL VOOR OPSLAG Sinds voornoemde beslissing van de CREG is de gasmarkt in zijn geheel heel sterk verder geëvolueerd. De context waarbinnen opslagdiensten worden aangeboden aan de marktspelers is het jongste decennia ingrijpend veranderd. Tot voor het jaar 2000 werden opslagfaciliteiten beheerd door actoren die tegelijk ook aardgas produceerden, transporteerden en verhandelden. Tijdens de eerste liberaliseringsgolf, tussen 2000 en 2010, werden deze activiteiten ontbundeld. Omdat gasopslagplaatsen niet alleen een economische waarde hebben maar ook belangrijk zijn voor het energiesysteem als zodanig, legde de overheid regels op. Die regels omvatten bijvoorbeeld verplichte vullingsgraden, om ervoor te zorgen dat de gasopslagplaats de leveringszekerheid bij incidenten kan helpen waarborgen. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is opslag een concurrentiële activiteit. De opslagsite in Loenhout concurreert met andere opslagsites in Noordwest-Europa. Naarmate de aardgasmarkten evolueerden naar liquide markten en de prijzen losgekoppeld werden van de olieprijzen, werd de verkoop van opslagcapaciteit steeds meer afhankelijk van de zomer-winter spreads op de gasmarkt. Die spread is het verschil tussen de aardgasprijs voor de komende zomer en de prijs voor de komende winter. Ligt die spread hoger dan de kosten voor opslag, dan overtreft de vraag naar opslagcapaciteit Niet-vertrouwelijk 24/38 het aanbod. Naarmate de spread kleiner wordt, wordt het voor gasopslaggebruikers minder aantrekkelijk om aardgas op te slaan, wat het bedrijfsmodel voor opslaginstallaties onder druk zet. Volatiele zomer-winter spreads hebben de laatste jaren geresulteerd in onvoorspelbare verkopen voor Loenhout. Sinds 2010 kennen de spreads een dalende trend en gingen ze van 6 €/MWh naar 2 €/MWh. In de zomer van 2018 daalde de zomer-winterspread zelfs onder 1 €/MWh. Voor Loenhout leidde dat ertoe dat er – boven op de bestaande langetermijncontracten – geen extra korte termijn verkopen konden worden gerealiseerd. Toen de zomer-winterspread begin 2019 tot 3,8 €/MWh steeg, resulteerde dat voor het opslagseizoen 2019-2020 wel in extra verkopen. Een gelijkaardig fenomeen deed zich voor eind 2019 en begin 2020: toen de zomer-winterspread steeg tot 4,1 €/MWh kon de resterende opslagcapaciteit voor de gasopslagseizoenen 2020-2021 en 2021-2022 worden verkocht. Volgens alle vooruitzichten zullen de zomer-winterspreads erg onvoorspelbaar en volatiel blijven. Voor Fluxys Belgium blijft het dus elk jaar opnieuw afwachten of de gereguleerde toegelaten omzet kan worden gerealiseerd. Daar komt nog bij dat de markt eerder geneigd is capaciteit te kopen op de korte termijn: langetermijncontracten – tot 2022 nog goed voor 60 procent van de in Loenhout geboekte opslagcapaciteit - worden uitzonderlijk. De overgang van lange- naar korte termijncontracten kan voornamelijk worden toegeschreven aan de netwerkgebruikers die de focus steeds meer leggen op financiële optimalisatie, meer dan op zekerheid van gastoevoer. De gewijzigde marktomstandigheden zijn niet de enige uitdaging waar de gasopslag van Loenhout mee kampt. Omdat de gasopslag in de buurlanden van België anders of helemaal niet wordt gereguleerd, wordt Loenhout geconfronteerd met een aantal grote uitdagingen: - in de buurlanden worden gasopslagproducten doorgaans verkocht via veilingen waarbij soms hele lage reserveprijzen worden gehanteerd. De huidige regelgeving laat dit nog niet toe in België; - in Nederland en Duitsland staan de niet-gereguleerde opslagoperatoren met elkaar in concurrentie. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze spelers sinds enkele jaren een doorgedreven commerciële aanpak hebben ontwikkeld waardoor marktspelers nu kunnen kiezen uit een waaier van opslag- en flexibiliteitsproducten aangepast aan hun behoefte aan concurrentiële prijzen. De niet-gereguleerde opslagoperatoren hebben een niet onoverkomelijke voorsprong opgebouwd wat betreft marktkennis en commerciële politiek; - in Frankrijk werd gekozen voor een gereguleerde aanpak. Opslagproducten worden aangeboden via veiling waarbij de reserveprijzen vrij te bepalen zijn. Het tekort aan inkomsten wordt gecompenseerd met een extra vergoeding op vervoerdiensten. Dit maakt dat de Franse opslagoperatoren zeer lage reserveprijzen kunnen hanteren bij de veiling van hun opslagdiensten ten nadele van hun naburige concurrenten in Duitsland en in België in het bijzonder. Hun inkomsten zijn immers altijd gegarandeerd. Het is duidelijk dat er hier geen sprake is van een gelijk speelveld met nadelige impact op de nietgereguleerde opslagoperatoren7. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor de leefbaarheid op langere termijn van de opslagsite Loenhout onder heel grote druk komt te staan. De Europese Commissie oordeelde op 28 juni 2021 dat een dergelijke vorm van staatsteun is toegelaten8. 7 Zie in dit verband het onderzoek van de Europese Commissie Steunmaatregel SA.49414 (2019/NN) — Hervorming van het wet- en regelgevende kader voor de opslag van gas in Frankrijk. Procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52020AS49414 8 Zie ook de beslissing van de Europese Commissie van 28 juni 2021: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/fr/IP_21_3281 Niet-vertrouwelijk 25/38 Om te overleven in een concurrentiële NW-Europese markt voor opslag en flexibiliteit, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG en de marktspelers een nieuwe commerciële aanpak ontwikkeld waarbij heel sterk wordt ingespeeld op de noden en behoeften van de marktspelers. Dit op basis van een doorgedreven proactieve opvolging van de gasmarkt in het algemeen en de markt voor flexibiliteit in het bijzonder. 2.3. MARKTRAADPLEGING De voornaamste wijzigingen van de ingediende documenten hebben betrekking op de invoering van een nieuw commercieel model voor het aanbod van de opslagdiensten. In een voortdurende inspanning om zijn dienstenaanbod verder te verbeteren, stelt Fluxys Belgium aanpassingen voor aan zijn opslagdiensten met de nadruk op een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product, de introductie van nieuwe verkoopmechanismen, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen, een nieuwe startdatum van het opslagjaar en een aantal technische verbeteringen. Om het belangrijkste opslagproduct te vereenvoudigen stelt Fluxys Belgium voor om een nieuw SBU-product te introduceren: de gouden SBU. Enerzijds wordt het voorwaardelijke deel van de gouden SBU voor injectie-, onttrekkings- en volumecapaciteiten geschrapt. Aan de andere kant zullen opslaggebruikers bij het boeken van gouden SBU's niet langer injectie- en uitzendcapaciteiten ontvangen in m³/h maar in kWh/h. Op deze manier wordt elk onderdeel van de SBU uitgedrukt en geboekt in energie-eenheden. Ten slotte wordt de samenstelling van de gouden SBU aangepast ten opzichte van de bestaande SBU, zodat alle beschikbare commerciële capaciteit aan de markt wordt aangeboden. Vandaag beschikt Fluxys Belgium al over verschillende verkoopmechanismen om zijn opslagcapaciteiten te verkopen: veiling, onderschrijvingsvenster en FCFS (First Come First served). Om de opslaggebruikers meer flexibiliteit te geven tijdens het boekingsproces wil Fluxys Belgium twee nieuwe verkoopmechanismen introduceren: - Fluxys Belgium stelt voor om zijn opslagdiensten via call-opties te kunnen veilen. De calloptie zorgt ervoor dat de opslagbeheerder de door de opslaggebruiker gevraagde opslagdiensten zal reserveren voor een vooraf bepaalde periode. Tijdens deze periode heeft de opslaggebruiker het recht, maar niet de verplichting, om zijn calloptie uit te oefenen en dienovereenkomstig de opslagdiensten te kopen. - Fluxys Belgium wenst de mogelijkheid te hebben om zijn opslagdiensten te verkopen in een one step-veiling door middel van een veilingformulier. Met dit verkoopmechanisme stuurt de opslagbeheerder een e-mail naar de opslaggebruikers met daarin een veilingformulier en de voorwaarden van de veiling. De bieder geeft op het veilingformulier de gevraagde hoeveelheid, de duur en de prijs aan waartegen hij de opslagdienst wil kopen. Om opslaggebruikers de mogelijkheid te bieden hun SBU te versnellen, stelt Fluxys Belgium voor om onderbreekbare injectie- en uitzendcapaciteiten aan te bieden die voor een langere termijn geboekt kunnen worden (seizoensgebonden, driemaandelijks, maandelijks, …), gecommercialiseerd als Priority Booster Capacity. Met dit product hebben opslaggebruikers voorrang op de ongebruikte capaciteiten voor de onderschreven periode en met een maximum hoeveelheid conform de onderschreven Priority Booster Capacity. Voor alle duidelijkheid: deze capaciteiten zijn onderbreekbaar aangezien de ongebruikte capaciteiten afhankelijk zijn van de dagelijkse nominaties van de opslaggebruikers. Niet-vertrouwelijk 26/38 Vandaag rekent Fluxys Belgium opslaggebruikers die hun volumerechten overschreden hebben met de hoogste gemeten overschrijding voor elke Gasdag van de betrokken maand. Fluxys Belgium stelt voor om deze facturatieprocedure aan te passen door de hoogste gemeten overschrijding enkel voor de betrokken Gasdag aan te rekenen. Naast bovengenoemde wijzigingen zijn er ook diverse tekstuele aanpassingen doorgevoerd om de leesbaarheid van de tekst te verbeteren. Deze tekstuele aanpassingen zijn te vinden in Bijlage B, C1, C2, C3, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag en in het opslagprogramma. Verder zijn er enkele aanpassingen gedaan in het standaard opslagcontract om duidelijkheid te verschaffen over de impact op de opslagdiensten bij een incident op het transportnet en over de regels met betrekking tot de kredietwaardigheid. Tot slot, stelt Fluxys Belgium voor om het opslagjaar te starten vanaf 01 april in plaats van 15 april. Fluxys Belgium heeft de marktpartijen via een formele marktbevraging over de betreffende wijzigingen van het toegangsreglement voor opslag, meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, C3, D1, F, G en H1, het opslagprogramma en het standaard opslagcontract, inclusief het glossarium van definities, uitgenodigd hun opmerkingen hieromtrent mee te delen. Deze marktbevraging liep van 10 mei 2021 tot en met 4 juni 2021. Fluxys Belgium heeft haar voorstellen tot aanpassing van voornoemde documenten toegelicht tijdens een informatiesessie op 20 mei 2021. De CREG stelt vast dat door het organiseren van deze raadpleging, Fluxys Belgium voldoet aan de bepalingen die dienaangaande zijn voorzien in de gedragscode. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium op de pagina “Marktbevragingen”. Het consultatierapport nummer 51 werd door Fluxys Belgium opgesteld en aan de CREG meegedeeld per mail van 11 juni 2021. Naar aanleiding van de openbare raadpleging heeft één netgebruikers gereageerd. Volgens Fluxys Belgium houdt het voorliggende voorstel rekening met de commentaren die zij van de marktpartijen ontvangen heeft. Rekening houdende met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement9 van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op beide voorstellen te reageren. Met toepassing van artikel 15/2quinquies, §2, van de gaswet voldoet de marktconsultatie nummer 51 zoals georganiseerd door Fluxys Belgium aan de voorwaarden. 2.4. INWERKINGTREDING In haar aanvraag tot goedkeuring heeft Fluxys Belgium geen specifieke datum opgegeven waarop de wijzigingen, aangebracht het Toegangsreglement voor Opslag, het Opslagprogramma en het Standaard Opslagcontract, in werking moeten treden. De inwerkingtreding is bijgevolg pas mogelijk na goedkeuring van de wijzigingen door de CREG. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum van inwerkingtreding aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment als deze datum aan de netgebruikers wordt meegedeeld. 9 Huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG – B.S. 14.12.2015 Niet-vertrouwelijk 27/38 3. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL Hierna wordt nagegaan of de wijzigingen die door Fluxys Belgium voorgesteld worden voor het toegangsreglement voor opslag (meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, C3, D1, F, G en H1), het opslagprogramma en het standaard opslagcontract (inclusief het glossarium van definities), ingediend bij de CREG op 11 juni 2021, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. Naar aanleiding van de openbare raadpleging heeft één markpartij met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen specifiek commentaar geleverd. Deze zal behandeld worden in de puntsgewijze bespreking van de respectievelijke documenten. 3.1. HET VOORSTEL VAN STANDAARD OPSLAGCONTRACT Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 11 juni 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het standaard opslagcontract. Het corpus en bijlage 1 van het standaard opslagcontract werden niet gewijzigd. 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden Artikel 4.3 en 12.1 Om duidelijkheid te verschaffen over de impact van een incident op het transportnet op de eventuele onderbreking en/of reductie van de opslagdiensten werden deze punten verduidelijkt. De CREG heeft geen opmerkingen betreffende deze verduidelijkingen en keurt deze wijzigingen bijgevolg goed. Artikel 14.1 Dit artikel werd aangepast en in overeenstemming gebracht met de regels over kredietwaardigheid en het invoeren van een Know Your Customer Policy zoals door de CREG gevraagd en reeds goedgekeurd voor wat betreft de transportactiviteiten van Fluxys Belgium. De CREG verwijst in dit verband naar haar beslissing (B) 2047 op 13 februari 2020 betreffende de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van de regulatoire documenten voor aardgasvervoer met name het vervoerscontract, het toegangsreglement en het vervoersprogramma. Niet-vertrouwelijk 28/38 De CREG merkt op dat in artikel 14.1.1 (
- a)het begrip ‘Gas Pand’ wordt gebruikt. De CREG vraagt om Gas Pand te vervangen door Gasonderpand, zoals opgenomen en gedefinieerd in de definitielijst bijlage 3. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage 2 van het Standaard Opslagcontract en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities De definities van de begrippen: Additionele Injectiedienst, Additionele Opslag Volumedienst en Additionele Uitzenddienst, werden toegevoegd. Verder werden een aantal nieuwe begrippen gedefinieerd met name: Bieding op Prijs, Bieding op Call Options, Booster Capaciteit, Call Option, Cleared Prijs, Ongebruikte Capaciteit, Periode, Prioriteit Booster Capaciteit, Strike Prijs, Tarief, Terms & Conditions, Vaste Opslagdiensten, Veilingaanbieder, Veilingformulier, Voorwaardelijke Opslagdiensten en ZTP European Gas Spot Index. Deze nieuwe begrippen hebben betrekking op de invoering van een nieuw commercieel model voor het aanbod van de opslagdiensten en de aanpassing ervan samen met de introductie van nieuwe verkoopmechanismen en het aanbieden van vaste en onderbreekbare opslagdiensten. In het kader van een hernieuwde aanpak inzake kredietwaardigheid werd net zoals in het standaard transportcontract van de beheerder van het vervoersnet als in het balanceringscontract van de beheerder van het netevenwicht, het begrip ‘Know Your Customer’ aan de definitielijst toegevoegd. Om duidelijkheid te verschaffen over de impact bij een incident op het transportnet op de eventuele onderbreking en/of reductie van de opslagdiensten werden de definitie ‘Noodsituatie’ licht gewijzigd. Tot slot, werd het begrip ‘Jaarlijkse Energiebalans Regeling’ toegevoegd als gevolg van het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen en werd beslist om het opslagjaar te starten vanaf 01 april in plaats van 15 april wat een aanpassing inhield van de begrippen ‘Injectieseizoen, Opslagjaar en Uitzendseizoen’. Een paar definities van begrippen die niet langer gebruikt worden zijn uit de definitielijst verwijderd. Dit zijn correcties van materiële fouten. Eén marktpartij heeft naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 een opmerking geformuleerd over de betalingsvoorwaarden van de calloptie welke niet terug te vinden zijn in de ter consultatie voorgelegde reglementaire documenten. Om aan deze opmerking tegemoet te komen heeft Fluxys Belgium het toegangsreglement voor opslag aangepast (zie verder in deze beslissing onder punt 3.2.1 en 3.2.3). In dit verband werd ook de definitie ‘Tarief’ aangepast. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage 3 glossarium van definities van het standaard opslagcontract en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 29/38 3.2. HET VOORSTEL VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR OPSLAG 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten Het punt 2.1 ‘Maandelijkse Vergoeding voor Diensten voor Standaardeenheden’ werd aangepast in het vooruitzicht dat SBU’s ook via veiling zullen worden aangeboden. Aan de lijst met vergoedingen voor diensten werd een punt 2.2 ‘Call Option Vergoeding’ toegevoegd. De Call Option geeft de opslaggebruiker het recht maar niet de verplichting om de aangeboden diensten aan te kopen tegen een door de beheerder van de opslaginstallatie vooraf bepaalde prijs en dit gedurende een vooraf bepaalde periode. Eén marktpartij heeft naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 een opmerking geformuleerd over de betalingsvoorwaarden van de calloptie welke niet terug te vinden zijn in de ter consultatie voorgelegde reglementaire documenten. Fluxys Belgium onderschrijft deze opmerking en voegde daarom dit punt 2.2 toe. Het punt 2.3 ‘Maandelijkse Vergoeding voor Additionele Diensten’ werd aangepast in het vooruitzicht dat SBU’s ook via veiling zullen worden aangeboden. Fluxys Belgium biedt verder een dienst aan de opslaggebruikers om het gebruik van de capaciteiten te optimaliseren. Met de Booster Capaciteit heeft de opslaggebruiker het recht om injectie- of uitzendcapaciteit te gebruiken boven zijn onderschreven capaciteiten indien een andere opslaggebruiker de overeenkomstige capaciteit niet gebruikt. Deze nieuwe dienst vervangt de DAM/NNS dienst. Booster Capaciteit kan onderbroken worden omdat de oorspronkelijke opslaggebruiker altijd de mogelijkheid heeft om zijn opslagdiensten tijdens de Gasdag te gebruiken. Verder wordt deze capaciteit afzonderlijk van de SBU's aangeboden en kan ze worden gebruikt door te nomineren boven op de onderschreven capaciteiten of door Prioriteit Booster Capaciteit te boeken. In dit opzicht werd punt 2.8 Maandelijkse Vergoeding voor de Booster Capaciteit, gewijzigd en aangepast. Aan de lijst met vergoedingen voor diensten werd een punt 2.4 ‘Maandelijkse Vergoeding voor Prioriteit Booster Capaciteiten’ toegevoegd. Fluxys Belgium wenst de ongebruikte injectie- en uitzendcapaciteit ook aan te bieden onder de vorm van Prioriteit Booster Capaciteit. Deze Prioriteit Booster Capaciteit kan worden onderschreven op seizoenbasis of op kortere termijn. Het stelt opslaggebruikers in staat voorrang te hebben op de ongebruikte capaciteit voor de periode waarvoor de capaciteit is onderschreven. De hoeveelheid Prioriteit Booster Capaciteit die aan de markt wordt aangeboden zal jaarlijks worden bepaald, waarbij de beheerder van de opslaginstallatie naar beste vermogen een hoeveelheid aanbiedt die het risico op onderbrekingen minimaliseert. Aan de lijst met vergoedingen voor diensten werd een punt 4.3 ‘Jaarlijkse Energiebalans Regeling’ toegevoegd. Indien de beheerder van de opslaginstallatie een Jaarlijkse Energiebalans Regeling uitvoert en de opslaggebruiker niet langer voldoende Gas op Voorraad heeft op het moment van de Regeling, zal de Regeling contant worden uitgevoerd aan de hand van de gemiddelde ZTP European Gas Spot Index over de betreffende periode. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage B van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 30/38 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen Onder punt 2 wordt een nieuw punt 2.1 toegevoegd dat met behulp van een schema op overzichtelijke wijze aangeeft welke diensten Fluxys Belgium in het kader van haar nieuw marktmodel zal aanbieden aan de markt. Onder punt 2.2.2 worden de SBU omschreven. Een default SBU bevat standaard zowel vaste als voorwaardelijke capaciteit. Vaste injectie-, vaste opslagvolume- en vaste uitzendcapaciteit geven het recht aan de opslaggebruiker om een specifieke hoeveelheid aardgas te injecteren, op te slaan en uit te zenden in de opslaginstallatie. Voorwaardelijke injectie- en uitzendcapaciteit geven de opslaggebruiker het recht om een specifieke hoeveelheid aardgas te injecteren en uit te zenden. Deze voorwaardelijke capaciteiten kunnen verminderd of onderbroken worden door Fluxys Belgium. Deze vermindering of onderbreking wordt gedaan met het oog op het evenwicht in het netwerk en de indicatieve waarschijnlijkheid van onderbreking bedraagt 5% (gebaseerd op historische data). Voorwaardelijke opslagvolume geeft het recht aan de opslaggebruiker om een specifieke hoeveelheid aardgas op te slaan in de opslaginstallatie. De beschikbaarheid van het voorwaardelijke opslagvolume hangt af van de calorische bovenwaarde van het aardgas. Onder punt 2.2.4 worden de diensten gebaseerd op Ongebruikte Capaciteit omschreven. De CREG verwijst in dit verband naar paragraaf 133 en 134 van deze beslissing. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt Onder punt 2 wordt met behulp van een schema op overzichtelijke wijze aangegeven welke de toewijzingsmechanismen zijn die Fluxys Belgium in het kader van haar nieuw marktmodel zal kunnen gebruiken bij het aanbieden van haar diensten aan de markt. Onder punt 2.3.2 wordt het veilingprincipe beschreven waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen Bieding op Prijs en Bieding op Call Option. Volgens het principe van Bieding Op Prijs zullen Bieders worden uitgenodigd om Biedingen uit te voeren op de prijs van de Opslagdienst die op de Veiling wordt aangeboden. In dat geval is het Tarief van de Opslagdienst de Cleared Price van de Veiling. Volgens het principe van de Bieding Op Call Option zullen Bieders worden uitgenodigd om Biedingen uit te voeren op een Call Option. De Call Option zorgt ervoor dat de Beheerder van de Opslaginstallatie de door de Opslaggebruiker aangevraagde Opslagdiensten zal reserveren voor een periode zoals bepaald in de algemene voorwaarden van de veiling, de Terms en Conditions. Tijdens deze periode heeft de Opslaggebruiker het recht, maar niet de verplichting, om zijn Call Option uit te oefenen en Opslagdiensten te kopen tegen de Strike Price. Indien de Opslaggebruiker beslist om zijn Call Option uit te oefenen en Opslagdiensten te kopen, zal het Tarief van de Opslagdiensten de Strike Price zijn. De Cleared Price van de Call Option zal in elk geval betaald moeten worden aan de Beheerder van de Opslaginstallatie, ook al beslist de Opslaggebruiker om zijn Call Option niet uit te oefenen en geen Opslagdiensten te kopen. Eén marktpartij heeft naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 een opmerking geformuleerd over de betalingsvoorwaarden van de calloptie welke niet duidelijk terug te vinden zijn in de door Fluxys Belgium ter consultatie voorgelegde reglementaire documenten. Fluxys Belgium Niet-vertrouwelijk 31/38 onderschrijft deze opmerking en paste het punt 2.3.2.2 aan. Fluxys Belgium stelt voor om de totale premie, zijnde de geclearde prijs van de veiling maal het aantal toegekende opties, altijd de maand na de veiling te factureren en dit ongeacht of de opslaggebruiker zijn optie uitoefent of niet. De uitoefenprijs wordt enkel gefactureerd indien de opslaggebruiker zijn optie uitoefent en wordt gefactureerd over de maanden van het betrokken opslagjaar. De beschrijving van het veilingproces onder punt 2.3.4 werd op een aantal punten licht gewijzigd en aangepast om het in overeenstemming te brengen het nieuwe marktmodel en aanbod van diensten. Indien de beheerder van de opslaginstallatie Additionele Diensten, Prioriteit Booster Capaciteit of enige andere opslagdiensten op de markt wil aanbieden, waarvoor een meerdere Rondes Veilingprocedure niet geschikt is, kan de beheerder van de opslaginstallatie beslissen de opslagcapaciteit in één stap aan te bieden met behulp van een Veilingformulier. Onder punt 2.3.4.2 wordt de procedure en de toewijzingsregels van deze één stap veiling door middel van een veilingformulier beschreven. De deelnemer geeft op het veilingformulier zijn gevraagde hoeveelheid, periode en de bieding prijs aan waartegen hij de opslagdienst wil kopen. De bieder kan zijn bieding wijzigen door een nieuw bieding in te dienen die de vorige bieding zal overschrijven en vervangen, in overeenstemming met de Bieding Vereisten. Zodra de einddatum van de veiling is bereikt, kunnen er geen (nieuwe) biedingen meer worden uitgebracht en wordt de laatste bieding beschouwd als de Geldige Bieding. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 met uitzondering van de opmerking vermeld onder paragraaf 144 van deze beslissing, geen verdere opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C2 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.4. Bijlage C3 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Secundaire markt Deze bijlage bij het toegangsreglement voor opslag werd onder punt 2.1.1 aangepast in die zin dat duidelijk wordt gesteld dat Call Options niet behoren tot opslagdiensten en daarom niet kunnen worden verhandeld op de secundaire markt. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. 149. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C3 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.5. Bijlage D1 – Operating Procedures Het doel van dit deel bestaat erin alle operationele procedures te beschrijven die vereist zijn voor het correcte en optimale gebruik van de opslagdiensten. Dit deel bevat informatie over de toepasselijke operationele regels, procedures, bepalingen, voorschriften, voorwaarden en communicatiemiddelen die het aanbod en het gebruik van opslagdiensten regelen tussen de beheerder van de opslaginstallatie en de opslaggebruikers. Niet-vertrouwelijk 32/38 Deze bijlage werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de aanpassingen van de aangeboden opslagdiensten, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het invoeren van een nieuwe startdatum van het opslagjaar en het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen. Het aanbieden van (Prioriteit) Booster Capaciteit maakt dat op een aantal plaatsen onder punt 2.3 – Nominatie Procedures wijzigingen werden doorgevoerd. Dit is het geval voor wat betreft de punten 2.3.1, 2.3.2, 2.3.8 (in het bijzonder 2.3.8.3) en 2.3.9. De CREG merkt op dat in de titel van punt 2.3.8.3 de woorden “beschikbare DAM/NNS” moeten worden vervangen door “beschikbare Ongebruikte Capaciteit”. Punt 2.4.5.3.2 en punt 2.4.5.6 werden aangepast in overeenstemming met de nieuwe regeling betreffende de wijze waarop de energiebalans wordt berekend. Als de beheerder van de opslaginstallatie een Jaarlijkse Energiebalans Regeling uitvoert en de opslaggebruiker niet langer voldoende Gas op Voorraad heeft op het moment van de Regeling, zal de Regeling contant worden uitgevoerd aan de hand van de gemiddelde ZTP European Gas Spot Index over de betreffende periode. Het aanbieden van (Prioriteit) Booster Capaciteit maakt dat punt 2.4.5.7 werd gewijzigd. Punt 2.6.2 werd gewijzigd als gevolg van het invoeren van een nieuwe startdatum van het opslagjaar namelijk 1 april in plaats van 15 april. Punt 2.7.2 werd gewijzigd als gevolg van het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen. De beheerder van de opslaginstallatie zal voor elke Gasdag de maximale overschrijding van de capaciteit boven het Onderschreven Opslagvolume bepalen en maandelijks de som van de maximale overschrijdingscapaciteit voor elke Gasdag in de Maand in rekening brengen. Tot op heden rekent Fluxys Belgium opslaggebruikers die hun volumerechten overschreden hebben met de hoogste gemeten overschrijding voor elke Gasdag van de betrokken maand. Fluxys Belgium stelt voor om deze facturatieprocedure aan te passen door de hoogste gemeten overschrijding enkel voor de betrokken Gasdag aan te rekenen wat voordeliger is voor de opslaggebruiker. Vermits de wijzigingen in bijlage D1 een aantal technische wijzigingen over operationele regels betreffen, is de CREG van oordeel dat het commentaar van de opslaggebruikers die dagelijks deze regels toepassen van groot belang is. De CREG stelt vast dat uit het consultatieverslag 51 blijkt dat de opslaggebruikers geen opmerkingen gemaakt hebben over de voorgestelde wijzigingen van de procedures. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.6. Bijlage F - Congestiebeheer De gedragscode legt de beheerder van de opslaginstallatie en de opslaggebruiker een aantal minimumvereisten op die ze te allen tijde moeten naleven om ervoor te zorgen dat de capaciteit efficiënt en maximaal wordt benut om op die manier congestie te vermijden. Deze bijlage werd op twee plaatsen aangepast. Het gaat hier om technische verbeteringen zonder inhoudelijke impact. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 33/38 3.2.7. Bijlage G - Incidentenbeheer In deze bijlage bij het toegangsreglement voor opslag worden de maatregelen in geval van een noodsituatie (Opslag Noodsituatie, Transmissie Incident en SoS Noodsituatie) welke toegepast worden door de beheerder van de opslaginstallatie of door de opslaggebruiker op vraag van beheerder van de opslaginstallatie opgesomd. Op het vervoersnet kunnen verschillende incidenten voorkomen die tot gevolg kunnen hebben dat de systeemintegriteit van het vervoersnet niet kan worden gehandhaafd of die naar een dergelijke situatie zouden kunnen escaleren volgens de beoordeling van de beheerder van het vervoersnet. Naast een ‘Opslag Noodsituatie’ en een ‘SOS Noodsituatie’ kan een noodsituatie op het vervoersnet een tussenkomst vragen van de beheerder van de opslaginstallatie. Een dergelijke situatie is een situatie van een ‘Transmissie Incident’. Onder punt 1.2 werd daarom een bepaling toegevoegd: ‘tijdens een Transmissie Incident kan de Beheerder van het Vervoersnet ondersteuning vragen aan de Beheerder van de Opslaginstallatie. De Noodsituatieprocedure is van toepassing bij Opslag Noodsituatie en Transmissie Incident. Bij SoS Noodsituatie zullen de bepalingen van de Bevoorradingszekerheid van toepassing zijn.’ De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage G van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.8. Bijlage H1 - Formulieren Bijlage H1 bevat de formulieren voor het onderschrijven van Lange Termijn Opslagdiensten, Additionele Diensten, Prioriteit Booster Capaciteit, het geven van een bankgarantie en het gebruik van de secundaire markt. Fluxys Belgium heeft de formulieren aangepast om conformiteit te verzekeren met de formulieren voor het onderschrijven van vervoersdiensten. Het betreft aanpassingen aan de vorm. Inhoudelijk werden geen wijzigingen aangebracht. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage H1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 34/38 3.3. HET VOORSTEL VAN OPSLAGPROGRAMMA Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 11 juni 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het opslagprogramma. Het opslagprogramma werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de invoering van een nieuw commercieel model en de aanpassingen van de aangeboden opslagdiensten met de nadruk op een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product, de introductie van nieuwe verkoopmechanismen, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen, een nieuwe startdatum van het opslagjaar en een aantal technische verbeteringen. De wijzigingen door Fluxys Belgium voorgesteld hebben tot doel het dienstenaanbod zoals beschreven in het opslagprogramma in lijn te brengen met de inhoudelijke en technische wijzigingen die betrekking hebben op het toegangsreglement voor opslag, zoals besproken in deel 3.2 van deze beslissing. De CREG is van oordeel dat de voorgestelde wijzigingen geen nieuwe elementen bevatten behalve deze die al becommentarieerd worden in het kader van de wijzigingen van het Toegangsreglement voor Opslag onder punt 3.2 van deze beslissing. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 51 geen opmerkingen geformuleerd. Ook de CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg het gewijzigde opslagprogramma goed. Niet-vertrouwelijk 35/38 4. BESLUIT Met toepassing van artikel 15/14, §2, 6°, van de gaswet beslist de CREG de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van de bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag, de wijzigingen van het opslagprogramma en de wijzigingen van het standaard opslagcontract met glossarium van definities, ingediend bij de CREG per mail op 11 juni 2021, goed te keuren. De CREG vraagt Fluxys Belgium om de materiële fouten zoals vermeld in paragrafen 119 en 155 te corrigeren voor publicatie van de goedgekeurde wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden op haar website. De door de CREG onderzochte en door haar goedgekeurde wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden voor opslag treden overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode in werking vanaf de datum waarop Fluxys Belgium de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden voor opslag in een geïntegreerde versie zal publiceren op haar website. Zij worden uitvoerbaar tegenover de opslaggebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van Fluxys Belgium. Fluxys Belgium deelt de datum van de publicatie onverwijld mee aan de CREG. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 36/38 BIJLAGE 1 Gewijzigd voorstel van Fluxys Belgium van de belangrijkste voorwaarden betreffende opslag van aardgas in het Nederlands – 11 juni 2021 Niet-vertrouwelijk 37/38 BIJLAGE 2 Consultatieverslag Fluxys Belgium nummer 51 in het Engels – 11 juni 2021 Niet-vertrouwelijk 38/38