(B)2264 20 augustus 2021 Beslissing over de vastlegging van de correctiefactor voor de 6de periode (14.12.2021 – 13.12.2022) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Norther Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 5 2.1. Algemeen ................................................................................................................................. 5 2.2. Raadpleging.............................................................................................................................. 5 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER..................................................................................... 6 4. BESLISSING .................................................................................................................................... 6 Niet-vertrouwelijke versie 2/6 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsprijs. Op basis van haar onderzoek bepaalt de CREG de correctiefactor. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens haar vergadering van 20 augustus 2021. 1. 1. WETTELIJKE BASIS Artikel 14, § 1, 2de lid, 1°ter van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan :
- a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
- b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
- c)een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in
- a)en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie; - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; Niet-vertrouwelijke versie 3/6 - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd” 2. Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter. […]” Niet-vertrouwelijke versie 4/6 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 3. In beslissing (B)1550 over het vastleggen van de elementen ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Norther heeft de CREG onderzocht of de door Norther voorgestelde correctiefactor marktconform is. De CREG beslist dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 16,15 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van één jaar vanaf de datum van financial close. 4. Met haar brief van 29 juni 2021 heeft Norther een dossier ingediend bij de CREG voor de goedkeuring van de correctiefactor voor de zesde periode (die ingaat op 14 december 2021 en eindigt op 13 december 2022) conform de procedure zoals vastgelegd door het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 5. Ontwerpbeslissing (B)2264 over de vastlegging van de correctiefactor voor de 6de periode (14.12.2021 – 13.12.2022) ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Norther werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 16 juli 2021. 2.2. RAADPLEGING 6. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG1 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. Het directiecomité van de CREG meende dat de onderhavige beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor de aanvrager, namelijk Norther, en besliste daarom om een niet-openbare raadpleging te houden over deze ontwerpbeslissing en daarbij enkel Norther te raadplegen. 7. De CREG heeft op 29 juli 2021 een brief van Norther ontvangen waarin ze verklaart geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. 1 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 5/6 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER 8. Op 30 juni 2021 heeft de CREG de volledige informatie ontvangen voor de goedkeuring van de correctiefactor (19,56 %) voor de zesde periode die ingaat op 14 december 2021 en eindigt op 13 december 2022. Norther heeft eveneens alle parameters alsook de berekening van de correctiefactor overgemaakt. 9. De correctiefactor wordt berekend conform clausule 3.2 van het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Norther nv en Electrabel nv: [VERTROUWELIJK] 10. In beslissing (B)1550 heeft de CREG reeds geoordeeld dat de berekening van de correctiefactor marktconform is. 11. De CREG stelt vast dat de correctiefactor van 19,56 % een correcte weergave is van de toepassing van de formule opgenomen in de afgesloten PPA tussen Norther nv en Electrabel nv. De CREG heeft de correctheid van de brongegevens onderzocht en de toepassing van de formule gecheckt 4. BESLISSING Gelet op artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin de procedure wordt bepaald voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die onderzoekt of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs; Gelet op het aanvraagdossier van 29 juni 2021; Beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 19,56 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode van 14 december 2021 tot met 13 december 2022. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 6/6