(B)2270 20 augustus 2021 Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het gewijzigde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en op grond van artikel 2, §1, 2° en artikel 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas Niet vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. 2. 3. 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 6 1.1. Europees recht ........................................................................................................................ 6 1.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 7 1.3. Goedkeuren van de belangrijkste voorwaarden door de CREG .............................................. 8 1.4. Recht van toegang tot de vervoersnetten .............................................................................. 9 1.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer ........................... 11 1.5.1. Sectorspecifieke wetgeving ........................................................................................... 13 1.5.2. Het mededingingsrecht ................................................................................................. 14 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels ........................................................................ 15 1.5.4. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 18 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 19 2.1. Algemeen – Vervoersmodel Fluxys Belgium ......................................................................... 19 2.2. Voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden ..................................................... 26 2.3. Raadpleging ........................................................................................................................... 27 2.4. Inwerkingtreding van de belangrijkste voorwaarden ........................................................... 28 ONDERZOEK................................................................................................................................... 29 3.1. Onderzoek van de wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract – STA ............. 29 3.2. Onderzoek van de wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer – ACT .... 30 3.3. Onderzoek van de wijzigingen van het aardgasvervoersprogramma –TP ............................ 33 BESLISSING..................................................................................................................................... 34 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 36 Niet vertrouwelijk 2/36 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en op grond van de artikelen 2, §1, 2° en 107, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, de aanvraag tot goedkeuring van de door de NV Fluxys Belgium gewijzigde voorstellen van belangrijkste voorwaarden, met name het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma. Op 25 juni 2021 heeft de NV Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van belangrijkste voorwaarden (Bijlage 1) samen het bijhorende consultatieverslag (Bijlage 2), per mail met ontvangstbewijs, bij de CREG ingediend voor goedkeuring. De aanvraagbrief van Fluxys Belgium meldt dat over de voorgestelde wijzigingen een openbare raadpleging werd gehouden van 10 mei 2021 tot 28 mei 2021. Het consultatieverslag nummer 50 (Bijlage 2) geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten, de ontvangen opmerkingen en het antwoord van Fluxys Belgium en werd gevoegd bij de aanvraag van 25 juni 2021. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing van 10 december 20201 en heeft betrekking op: - de introductie van het VIP THE-ZTP dat de interconnectiepunten Eynatten 1 en Eynatten 2 vervangt vanaf 01 april 2022; - de introductie van een additionele shipper code dienst waardoor netgebruikers de mogelijkheid krijgen om data betreffende biomethaan te onderscheiden van conventioneel aardgas; - een aantal technische wijzigingen. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op 20 augustus 2021. 1 Beslissing (B)2157 van 10 december 2020 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het gewijzigde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma. Niet vertrouwelijk 3/36 LEXICON ‘belangrijkste voorwaarden’: het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma; ‘STA’: Standaard Aardgasvervoerscontract; ‘ACT’: Toegangsreglement voor Aardgasvervoer; ‘TP’: Aardgasvervoersprogramma; ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘Balansys’ : Balansys NV opgericht bij notariële akte van 7 mei 2015; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘BO’: Balancingbeheerder ‘Gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘Gedragscode’: Koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas; ‘Gasrichtlijn’: Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG; 'Gasverordening 715/2009’: Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010. ‘CMP’: Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten; ‘NC BAL’: Verordening (EU) 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten; Niet vertrouwelijk 4/36 ‘NC INT’: Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode interoperabiliteit en gegevensuitwisseling; ‘NC CAM’: Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013; ‘NC TAR’: Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. Niet vertrouwelijk 5/36 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. De artikelen 14, 16, 18 en 20, van de Gasverordening zetten de algemene beginselen uiteen inzake derdetoegangsdiensten, mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures bij congestiebeheer bij TSOs, transparantievereisten voor TSOs en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 2. Deze beginselen, voortvloeiende uit de Gasverordening, genieten rechtstreekse toepassing en hebben voorrang op de bepalingen van de Gedragscode voor zover de bepalingen van de Gedragscode hiermee strijdig zouden zijn. 3. Artikel 41.6, van de Gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om de voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren inzake de aansluiting op en de toegang tot nationale netten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 4. Artikel 41.9, van de Gasrichtlijn vervolgt dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer monitoren. Hiertoe leggen de TSOs of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. 5. De Gasrichtlijn bepaalt in artikel 1.2 dat de in deze richtlijn vastgestelde voorschriften voor aardgas, waartoe ook LNG behoort, tevens op niet-discriminerende wijze van toepassing zijn op biogas en uit biomassa verkregen gas, voor zover het technisch mogelijk en veilig is dergelijke gassen te injecteren in en te transporteren via het aardgassysteem. 6. Op 3 mei 2019 werd de richtlijn (EU) 2019/692 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/73/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze richtlijn heeft tot doel obstakels voor de voltooiing van de interne markt voor aardgas, die het gevolg zijn van de niet-toepassing van de marktregels van de Unie op gastransmissieleidingen van en naar derde landen, weg te nemen. Ze treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. 7. Verder vloeit uit het derde energiepakket voort dat, om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen TSOs, het vereist is netcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 8. In dit kader zijn volgende netcodes van kracht geworden:
- a)NC BAL2, van toepassing met ingang van 1 oktober 2015 voert een op de markt gebaseerd balanceringsregime in. Deze NC legt de balanceringsregels voor gas vast, waaronder netgerelateerde voorschriften voor de nominatieprocedures, onbalansheffingen, vereffeningsprocedures in verband met de dagelijkse onbalansheffingen en operationele balancering tussen de netten van TSOs; 2 Verordening (EU) Nr. 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten Niet vertrouwelijk 6/36
- b)NC CAM3, van kracht met ingang van 1 november 2015 voert gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanismen voor gastransmissiesystemen in. Het gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanisme omvat een veilingsprocedure voor de relevante IPs binnen de Unie, alsook de standaard grensoverschrijdende capaciteitsproducten die worden aangeboden en toegewezen. Deze NC geeft aan hoe de beheerders van aangrenzende transmissiesystemen samenwerken om de verkoop van capaciteit te vergemakkelijken, rekening houdend met de algemene commerciële en ook technische regels met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen;
- c)CMP4, in werking getreden op 20 mei 2015 wijzigt Bijlage I van de Gasverordening dat uit richtlijnen bestaat met het oog op de toepassing van geharmoniseerde Europese regels voor het congestiebeheer;
- d)NC INT5, van toepassing met ingang van 1 mei 2016 legt voorschriften betreffende de interoperabiliteit en gegevensuitwisseling vast, alsook geharmoniseerde regels voor de werking van gastransmissiesystemen;
- e)NC TAR6, in werking getreden op 6 april 2017 bepaalt de regels inzake geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas, met inbegrip van regels inzake de toepassing van een referentieprijsmethodologie, de bijbehorende raadplegings- en bekendmakingsvereisten, alsook de berekening van reserveringsprijzen voor standaard capaciteitsproducten. 9. Met uitzondering van CMP zijn de netcodes aangenomen onder de vorm van een verordening en vinden bijgevolg rechtstreeks toepassing waardoor zij voorrang genieten op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. CMP is een Besluit van de Europese Commissie dat bindend is voor degene tot wie het gericht is. Het CMP Besluit wijzigt Bijlage I van de Gasverordening en bijgevolg vinden de wijzigingen rechtstreeks toepassing en genieten zij voorrang op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. 1.2. BELGISCH RECHT 10. Artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten door de CREG worden goedgekeurd en dat zij de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten moet controleren. 11. De omzetting van artikel 41.6, van de Gasrichtlijn 73/2009 is gebeurd in de artikelen 15/5 en 15/5undecies, van de Gaswet. De Gaswet bepaalt dat de beheerder van het aardgasvervoersnet, zijnde Fluxys Belgium gehouden is een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat aan de CREG en de Algemene Directie Energie wordt betekend. 3 Verordening (EU) Nr. 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad 4 Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten 5 Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode inzake interoperabiliteit en gegevensuitwisseling 6 Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. Niet vertrouwelijk 7/36 12. Overeenkomstig artikel 2, §4, van de gaswet, zijn de door de gaswet opgestelde regels voor aardgas ook van toepassing op biogas, gas uit biomassa of andere gassoorten, in de mate dat het technisch mogelijk is om deze veilig te injecteren en te vervoeren over het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze gassoorten in overeenstemming zijn met de toepassing van de gedragscode, en ook verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het aardgasvervoersnet vereist worden. 13. De CREG keurt dit ontwerp goed en kan Fluxys Belgium op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met ACER. 14. De implementering van de regels voor congestie gehecht aan Bijlage I van de Gasverordening wordt gemonitord door de CREG. 15. Artikel 108, van de gedragscode bepaalt dat de voorstellen van de STA, ACT en TP alsook de wijzigingen ervan tot stand komen na raadpleging door Fluxys Belgium van de betrokken netgebruikers in een overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. 16. Wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de CREG alvorens zij bekend kunnen worden gemaakt op de website van Fluxys Belgium overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode. 17. Tot slot, treden de goedgekeurde wijzigingen pas in werking op de datum bepaald door de CREG in haar beslissing. 1.3. GOEDKEUREN VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN DOOR DE CREG 18. Nergens wordt in de gaswet of de gedragscode uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden voor vervoer dient goed te keuren, dan wel af te keuren. 19. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 20. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zo niet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. 21. Hieruit volgt ook dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. 22. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd ingediend ter goedkeuring en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. 23. Het feit dat de gedragscode uitdrukkelijk voorziet dat zowel het STA, ACT en TP door de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG na raadpleging, betekent ook dat bij het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor Niet vertrouwelijk 8/36 vervoer de CREG zich niet in de plaats kan stellen van de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie en bijgevolg voorwaarden kan gaan opleggen. Met andere woorden, de CREG kan slechts goedkeuren of afkeuren. Het is bijgevolg de CREG verboden de belangrijkste voorwaarden voor vervoer goed te keuren in een door haar voorgestelde gewijzigde vorm. De goedkeuring of het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer kan de CREG ook slechts wettelijk verantwoorden door zich te baseren op een wettelijke bepaling en het principe van het algemeen belang . 24. Met toepassing van artikel 238 van de gedragscode blijven de belangrijkste voorwaarden goedgekeurd door de CREG in haar beslissing van 10 december 2020 van toepassing tot op het ogenblik dat ze vervangen worden door een regeling voorzien in de gedragscode aan de hand van een goedgekeurd STA of goedgekeurd ACT met betrekking tot de daarin behandelde onderwerpen. De rechtskracht van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer doven dus uit naargelang de daarin respectievelijk vervatte materies worden overgenomen in een goedgekeurd STA, een goedgekeurd ACT en een goedgekeurd TP. 25. Overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode worden goedgekeurde ACT en TP onverwijld bekend gemaakt samen met de datum waarop de CREG in haar beslissing stelt dat deze in werking treden. 1.4. RECHT VAN TOEGANG TOT DE VERVOERSNETTEN 26. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. 27. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt7. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. 28. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Dit verklaart mede waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de transmissiesysteembeheerder, de opslagsysteembeheerder en de LNG-systeembeheerder. 29. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 30. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige 7 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Niet vertrouwelijk 9/36 gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 31. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. 32. Voorgaand principe –recht van toegang is van openbare orde- vindt ook zijn weerslag in de Europese netwerkcodes die van toepassing zijn op grensoverschrijdende aangelegenheden inzake transmissie van aardgas en aangelegenheden betreffende de marktintegratie. 33. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. 34. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. 35. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. 36. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief vervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, Verordening 715/2009. 37. Voor opslag betekent dit dat het opslagprogramma het opslagmodel en de opslagdiensten gebruiksvriendelijk beschrijven waardoor de netgebruiker een beter beeld krijgt over het aanbod. Niet vertrouwelijk 10/36 1.5. DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN VOORWAARDEN VOOR VERVOER DE BELANGRIJKSTE 38. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden voor vervoer uit een STA, een ACT en een TP. 39. Overeenkomstig artikel 109, gedragscode wordt in het STA inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1° de definities van de in het standaard aardgasvervoerscontract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard aardgasvervoerscontract; 3° de voorwaarden waaraan de aardgasvervoersdiensten door de beheerder geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde aardgasvervoersdiensten; 5° in voorkomend geval, de specifieke bepalingen met betrekking tot de toegang tot de hubs; 6° de facturatie en betalingsmodaliteiten; 7° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 8° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder en de bevrachters; 9° de bepalingen inzake het meten en het testen; 10° de operationele verplichtingen van de partijen en de aardgaskwaliteitsspecificaties; 11° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 12° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 13° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 14° de bepalingen in verband aardgasvervoersdiensten; met de verhandelbaarheid en overdracht van 15° de duur van het standaard aardgasvervoerscontract; 16° de bepalingen inzake opschorting, opzeg/beëindiging van het aardgasvervoerscontract of toegewezen aardgasvervoersdiensten, onverminderd artikel 80, 4°; 17° aanvaarde vormen inzake kennisgevingen tussen partijen; 18° de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de bevrachter foutieve en onvolledige informatie geeft over leveringsondernemingen en nominaties aan het ingangspunt; 19° de geschillenregeling; 20° het toepasselijke recht. Niet vertrouwelijk 11/36 40. De ACT bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 111, van de gedragscode: - 1° het type-dienstenformulier; - 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen aardgasvervoersdiensten; - 3° de procedure voor nominatie, hernominatie en toewijzing; - 4° de procedure voor reducties en onderbrekingen van aardgasvervoersdiensten; - 5° de procedure in geval van onderhoud van installaties; - 6° de operationele procedures inzake het meten en het testen met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheid; - 7° de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet en aan de aansluitingspunten indien die verschillen met de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet; - 8° de regels van toepassing aardgasvervoersdiensten; - 9° de regels inzake de organisatie en werking van de hubs op grond van de basisprincipes bedoeld in afdeling 1.6 van dit hoofdstuk. 41. inzake de overschrijding van de toegewezen Tot slot, stelt artikel 112, van de gedragscode dat in het TP opgenomen moet worden: - 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde aardgasvervoersmodel; - 2° de verschillende gereguleerde aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; - 3° voor wat betreft de onderbreekbare aardgasvervoersdiensten, de kans op onderbreking en in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke aardgasvervoersdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; - 4° de gereguleerde verbonden aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; - 5° de verschillende duurtijden waarvoor de aardgasvervoersdiensten onderschreven kunnen worden; - 6° een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- i)de toewijzingsregels voor de verschillende aardgasvervoersdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer;
- ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van aardgasvervoersdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van aardgasvervoersdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer; iii) de regels inzake congestie bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer;
- iv)de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Niet vertrouwelijk 12/36 42. Het is duidelijk dat de CREG haar goedkeuring moet weigeren aan onvolledige en/of met de wet strijdige belangrijkste voorwaarden. Dit zijn voorwaarden die slechts ten dele of niet de toegang tot het vervoersnet uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van de Europese wetgeving uiteengezet in deel 1 van deze beslissing niet verwezenlijken. 43. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden voor vervoer al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. 44. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en de netgebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de netgebruiker een toetredingscontract. 1.5.1. Sectorspecifieke wetgeving 45. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). 46. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 47. Verder, stelt artikel 14, van de Verordening 715/2009 dat TSOs:
- a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
- b)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- c)dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden;. 48. Wanneer in verband met punt
- c)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. 49. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaardtransportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, vermelde principes. Niet vertrouwelijk 13/36 50. Tot slot, en zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. 51. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersinstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. 52. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 16, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. 1.5.2. Het mededingingsrecht 53. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. 54. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. 55. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 56. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. 57. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 58. Fluxys Belgium heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming Niet vertrouwelijk 14/36 met een dominante positie8. De netgebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de vervoer van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 59. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. 60. Het opnemen van clausules in de STA die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels 61. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 1.5.3.1. Wetboek van economisch recht 62. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 63. 8 Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet vertrouwelijk 15/36 genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : - • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; • 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen, te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Niet vertrouwelijk 16/36 - Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. 64. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren9. 1.5.3.2. 65. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractsluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden, ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden, zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. 66. Aangezien de opslagsysteembeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. 67. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor vervoer gaat dat Fluxys Belgium aan de netgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar de STA nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel, wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 9 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet vertrouwelijk 17/36 1.5.3.3. De bindende partijbeslissing 68. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten, of beter aan de contractuele verbintenissen, de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. 69. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 1.5.3.4. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 70. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen worden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.10 1.5.3.5. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 71. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg, telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 1.5.4. Wet op het taalgebruik 72. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. 10 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet vertrouwelijk 18/36 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN – VERVOERSMODEL FLUXYS BELGIUM 73. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie11 voorgelegd aan de markpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende markpartijen12. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. 74. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 heeft de CREG de STA, ACT en TP van Fluxys Belgium goedgekeurd. Deze goedkeuring vormt de basis van belangrijkste voorwaarden van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. De belangrijkste voorwaarden garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een markt gestuurd balanceringsysteem. 75. Het Entry/Exit model dat Fluxys Belgium heeft ontwikkeld en dat operationeel is sinds 1 oktober 2012 heeft volgende kenmerken: - Het vervoersnet is in twee ingangs-/uitgangszones ingedeeld: de H-zone en de L-zone. De Hzone stemt overeen met het fysieke H-calorisch vervoerssysteem en de L-zone met het fysieke L-calorisch vervoerssysteem. - Een netgebruiker kan ingangs- en uitgangsdiensten contracteren. De ingangsdiensten verlenen hem het recht een hoeveelheid aardgas op een IP in het vervoersnet te injecteren a rato van de gecontracteerde injectiecapaciteit. Via de uitgangsdiensten kan hij een hoeveelheid aardgas uit het net uitzenden. - Een 'IP' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met het vervoersnet van een aangrenzende TSO, of met een vervoersinstallatie onder het beheer van Fluxys Belgium, zoals bijv. de opslaginstallatie te Loenhout. - Een 'afnamepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met een eindklant of met een afnamepunt ten behoeve van het distributienet. 76. In een systeem van marktbalancering is het basisprincipe dat de netgebruikers (markpartijen) er zelf voor zorgen dat per tijdseenheid de hoeveelheden aardgas die zij in het systeem injecteren gelijk zijn aan de hoeveelheid die zij eraan onttrekken. Tijdens de gasdag voert Fluxys Belgium, zoals gezegd, geen interventies uit zolang de marktbalanceringspositie (d.w.z. de evenwichtspositie voor de totale markt) zich binnen de vooraf bepaalde bovenste en onderste markt limietwaarden bevindt. Indien de marktbalanceringspositie de bovenste (of onderste) markt limietwaarde overschrijdt, komt Fluxys Belgium tussenbeide met een verkoop- (of aankoop-) transactie op de aardgasmarkt (commodity) voor de hoeveelheid van het marktoverschot (of tekort). De overschotten, respectievelijk de tekorten worden per netgebruiker 11 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel; 12 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas; Niet vertrouwelijk 19/36 verrekend in contanten. De verrekening geschiedt ten aanzien van elke netgebruiker die bijdroeg aan het onevenwicht in verhouding tot zijn individuele bijdrage tot het onevenwicht op het moment van de (uur)overschrijding. Er is enkel een tussenkomst van de netbeheerder voor de netgebruikers die veroorzaker zijn van respectievelijk een overschot of een tekort. Voor alle veroorzakers is er een correctie van de individuele positie. Op het einde van iedere gasdag wordt het verschil tussen de totale hoeveelheden die in de beschouwde zone zijn binnengekomen en de totale hoeveelheden die door de eindklanten van de netgebruikers werden verbruikt of die de beschouwde zone naar een aangrenzend vervoersnet verlieten, op nul gesteld. De verrekening gebeurt in contanten en is van toepassing op iedere netgebruiker, zowel voor degenen die een overschot hadden (de ‘helpers’), als voor degenen die een tekort hadden. 77. Op 7 mei 2015 werd, met toepassing van artikel 15/2bis, van de gaswet, Balansys opgericht. Fluxys Belgium en Creos, de Luxemburgse TSO, zijn beiden voor 50% aandeelhouder van Balansys. Balansys staat in voor het commercieel netevenwicht van de vervoersnetten Fluxys Belgium en Creos. 78. De regulatoire documenten van Balansys, bestaande uit het balanceringscontract, de balanceringscode voor de zone Belux en het balanceringsprogramma vormen samen het contractueel kader tussen Balansys en de netgebruiker met betrekking tot het netevenwicht. In het kader van de overdracht van de balanceringsactiviteiten binnen het Belux integratieproject van Fluxys Belgium naar Balansys, werden alle bepalingen hierover geschrapt in het STA, ACT en TP van Fluxys Belgium. De STA, ACT en TP zonder de bepalingen inzake netevenwicht, zijn in werking getreden op 1 juni 2020 nadat Balansys volledig operationeel is geworden. Vanaf dan zijn beide TSOs (Fluxys Belgium en Creos) niet langer meer verantwoordelijk voor het beheer van het commercieel netevenwicht van hun eigen vervoersnet. 79. Overeenkomstig artikel 15/13, §6, van de gaswet is de Algemene Directie Energie, zijnde de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas de bevoegde instantie in de zin van artikel 2.2 van de Verordening 994/2010. Deze verordening werd ingetrokken en vervangen door de Verordening 2017/1938 (art. 2.7). 80. In het kader van haar opdrachten is de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas bevoegd voor het opstellen van een preventief actieplan, een nationaal noodplan en op basis van de risico-evaluatie belast met de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan (Art. 4, 5, 9 en 10, van de Verordening 994/2010 vervangen door respectievelijk Art. 8, 9, 7 en 11 van de Verordening 2017/1938). 81. Conform het Ministerieel Besluit van 18 december 2013 tot vaststelling van het federaal noodplan voor aardgasbevoorrading, wordt het noodplan vastgesteld door de minister bevoegd voor Energie, op voorstel van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas. 82. Daarnaast vereist, artikel 134, van de gedragscode dat de beheerder van het aardgasvervoersnet een Plan voor Incidentenbeheer opstelt en opneemt in het toegangsreglement voor aardgasvervoer. 83. Verder stelt paragraaf 7 van het Ministerieel besluit van 14 december 2014 (hierna: “M.B. federaal noodplan”) dat het intern noodplan leveringszekerheid van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de basis vormt voor het Plan voor Incident Management als onderdeel van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Dit Ministerieel besluit vloeit voort uit Verordening 994/2010. 84. De openstelling van de energiemarkt voor aardgas brengt met zich mee dat het aanbieden van energie en energiediensten evolueert naar een competitieve activiteit. Dit is eveneens een uitdaging voor de faciliterende markpartijen, waaronder de beheerder van het aardgasvervoersnet en de regulerende instantie, die gestimuleerd worden tot het voeren van een pro-actief beleid wat betreft Niet vertrouwelijk 20/36 het aanbieden van nieuwe vervoersdiensten en het verbeteren van de dienstverlening. Zowel Fluxys Belgium als de CREG beschouwen het als hun taak een voortrekkersrol te spelen op de WestEuropese aardgasmarkt. Dit houdt in dat het regulatoir kader dat de spelregels voor de aardgasmarkt bepaalt aan een continue evaluatie onderworpen is. Ook het vervoersmodel, waarvan de krachtlijnen in paragrafen 73 tot 75 van huidige beslissing geschetst werden, is in voortdurende evolutie. Ten einde de aantrekkingskracht van de Belgische aardgasmarkt verder te verbeteren heeft Fluxys Belgium na de implementatie van het nieuwe vervoersmodel in overleg met de markpartijen een aantal voorstellen voor verbetering voorgelegd aan de markt. Deze voorstellen werden na raadpleging van de markt ter goedkeuring ingediend bij de CREG. Sinds de voornoemde beslissing van de CREG tot goedkeuring van het nieuwe vervoersmodel op 10 mei 2012 heeft Fluxys Belgium volgende voorstellen ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd:
- a)Voorstel tot wijziging van Bijlage A “Vervoersmodel” van het ACT met het oog op het vermijden van mogelijk opportunistisch gedrag door de netgebruikers en de mogelijks daaruit voortvloeiende marktverstoring van het marktgebaseerd balanceringsysteem. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012.
- b)Voorstel tot wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP met het oog op het aanbieden van Day-Ahead vervoerscapaciteit via het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op de IPs dat wordt beheerd door Prisma. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013.
- c)Op 10 september 2013 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de bijlagen A, B en C3 van het ACT met de aanpassingen aan de kwaliteitsconversiediensten evenals de kleine wijzigingen aan het TP bij de CREG in. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131010-CDC-1283 van 10 oktober 2013.
- d)Bij beslissing (B)131010-CDC-1284 van 10 oktober 2013 keurt de CREG de aanvraag tot goedkeuring van een wijziging van het STA, zoals ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG op 19 september 2013 goed. Deze wijziging betreft een verlaging van de kredietrating in hoofde van de bevrachters van A Standard&Poor's//Fitch naar BBB+ of van A3 Moody's naar Baa1. Hierdoor stelt Fluxys Belgium zich in lijn met de kredietvoorwaarden die door de TSOs van de omringende landen van België gevraagd worden aan hun bevrachters.
- e)Voorstel tot wijziging van het TP en van bijlagen A, B, E en G van het ACT in het bijzonder met het oog op het bepalen van bijkomende modaliteiten voor de implementering van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in Bijlage I van de Gasverordening. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131024CDC-1281 van 24 oktober 2013.
- f)Voorstel tot wijziging van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het ACT in het bijzonder met het oog op de aanpassing van de prijsreferentie voor de “gasprijs” ten gevolge van de stopzetting van de vorige prijsreferentie, de verbetering van de capaciteitsallocatie voor S32 eindafnemers aangesloten op het distributienet en de aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 2014.
- g)Voorstel tot wijziging van het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3 en G van het ACT, in het bijzonder tot toevoeging van een ‘reshuffling’ dienst die het mogelijk maakt voor netgebruikers om hun contracten aan te passen en hun portefeuilles voor te bereiden in het kader van de toekomstige toepassing van de NC CAM, tot wijziging van de balanceringsregels om H-gas te kunnen aan- of verkopen waar er geen tegenprestatie op de L-markt wordt gevonden, tot overgang voor de secundaire markt van het capsquare platform naar het Niet vertrouwelijk 21/36 Europese capaciteitsplatform Prisma en tot wijziging van de (her)nominatie procedures om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de NC BAL. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014.
- h)Voorstel tot wijziging van de STA, het TP en van bijlagen A, B, C1 en G van het ACT, in het bijzonder de introductie van twee nieuwe kwaliteitsconversiediensten, “Base Load” en “Seasonal Load”, waarmee netgebruikers het ganse jaar H-gas naar L-gas kunnen converteren, de introductie van een nieuwe “Peak Load” H->L kwaliteitsconversiedienst, waarmee netgebruikers H-gas naar L-gas enkel in het transfo seizoen kunnen converteren en de aanpassing van de Prisma General terms & Conditions (GT&C’
- s)met betrekking tot de toegangsregels tot het Prisma European Capacity Platform zoals vervat in Bijlage B van het ACT. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140918-CDC-1362 van 18 september 2014.
- i)In april 2014 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging in bij de CREG dat verband houdt met de bestaande binnen-de-dag-verplichtingen om het gebruik ervan te kunnen voortzetten en tot aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet. Deze aanvraag werd, wat betreft het verder gebruik van de binnen-dedag-verplichtingen door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)141016-CDC-1375 van 16 oktober 2014. De CREG is immers van oordeel dat het ter beschikking stellen van uurlijkse informatie aan de netgebruikers de mogelijkheid biedt hun posities bij te sturen via nominaties op uurbasis, zodat het marktgestuurd balanceringsysteem beter functioneert. Verder meent de CREG dat deze verplichtingen de rol van de TSO inzake balancering tot een minimum beperkt en de netgebruikers maximaal responsabiliseert. In dezelfde beslissing heeft de CREG geoordeeld dat zij een beslissing met betrekking tot de aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet ten gepaste tijde zou nemen vanaf 1 oktober 2015, na raadpleging van de betrokken TSOs en distributiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 39, lid 5, van de NC BAL.
- j)Voorstel tot wijziging van de STA, TP en van de bijlagen A, B, C1 en G van de ACT en dat verband houdt met de introductie van nieuwe IP tussen Frankrijk en België en de invoering van een nieuwe dienstverlening “Cross Border Delivery Dienst” die de directe verbinding tussen de terminal van Duinkerke en het Belgische vervoersnet mogelijk moet maken. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal kleine tekstuele aanpassingen door te voeren. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)150326-CDC-1414 van 26 maart 2015.
- k)Op 15 april 2015 heeft Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden bij de CREG ingediend met als doel het vervoersmodel aan te passen voor de realisatie van het project dat de integratie van de aardgasmarkten van België en Luxemburg onder de naam BeLux-project beoogt. Op 13 mei 2013 werd het voorstel tot wijziging van de STA ingetrokken en een nieuw voorstel ingediend voor goedkeuring. De wijzigingen hebben betrekking op de STA voor de realisatie van het BeLux-project, de verwijdering in de ACT van alle bepalingen met betrekking tot balancering, de verwijdering van de IPs tussen België en Luxemburg uit de lijst van IPs voor de commercialisering van capaciteit. Verder waren er enkele beperkte tekstuele aanpassingen met betrekking tot de dienst kwaliteitsconversie, de verwijdering van de dienst ‘reshuffling’, de aanpassing van het facturatieproces door de introductie van “Self Billing” en de herziening van bijlage F van het ACT met betrekking tot het plan voor incidentenbeheer. Niet vertrouwelijk 22/36 Aanvullend heeft Fluxys Belgium op 13 mei 2015 bij de CREG een voorstel van wijziging van de ACT en TP ingediend. Dit voorstel van wijzigingen waren noodzakelijk om vanaf 1 oktober 2015, in afwachting van de inwerkingtreding van het vereiste wettelijk kader voor de integratie van de balanceringsregimes van de aardgasmarkten van België en Luxemburg, verder het netevenwicht te kunnen waarborgen door het implementeren van overgangsmaatregelen waarbij Fluxys Belgium alle verplichtingen en taken die verband houden met betrekking tot balancering blijft behartigen. Over beide aanvragen heeft de CREG een beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015 getroffen.
- l)Op 4 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel tot wijziging van het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het ACT, ingediend, met als doel het vervoersmodel aan te passen. Via die wijzigingen wil Fluxys Belgium haar dienstenaanbod op contractueel en operationeel vlak afstemmen op de implementatie van de NC CAM die op 1 november 2015 van kracht wordt. In haar begeleidende brief heeft Fluxys Belgium gemeld dat de belangrijkste wijzigingen betrekking hebben op: de invoering van binnen-de-dag (within-day) veilingen, de toepassing van de onderschrijvings- en toewijzingsregels via veiling voor alle IPs die onder de toepassing van de NC CAM vallen, de invoering van een gezamenlijke nominatieprocedure voor gebundelde capaciteit (single sided nomination), de mogelijkheid om voor bepaalde diensten de keuze te kunnen maken om deze om te zetten tot OCUCs en Wheelings, en dit voor jaarlijkse, driemaandelijkse en maandelijkse diensten, de integratie van de hubdiensten in het dienstenaanbod, de opheffing van de verschillende niveaus van onderbreekbaarheid, het uitdrukken van de tarieven in euro per kWh/h (€/kWh/
- h)en het invoeren van een kortetermijncoëfficiënt voor capaciteitsdiensten. Tegelijkertijd stelt Fluxys Belgium voor om de hubdiensten volledig in het dienstenaanbod te integreren en zo het vervoersmodel verder te vereenvoudigen. In haar beslissing (B)150917CDC-1457 van 17 september 2015 oordeelt de CREG dat de implementatie van de bepalingen voorzien in de NC CAM onvolledig is gebeurd, dat de integratie van de hubdiensten, zowel op contractueel als op operationeel vlak, belangrijke tekorten vertoont en dat de overgangsmaatregelen zoals door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B) 150520-CDC-1420 niet correct geïntegreerd zijn in het voorstel van belangrijkste voorwaarden. Daarom beslist de CREG de voorgestelde wijzigingen in hun geheel goed niet te keuren. Zij vraagt Fluxys Belgium een nieuw voorstel uit te werken.
- m)Naar aanleiding van de beslissing 1457 heeft Fluxys Belgium midden oktober 2015 bij de CREG een herwerkte aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G en H van het ACT. Doel van deze wijzigingen was de aanpassing van het dienstenaanbod aan de invoering van de NC CAM. Fluxys Belgium meldt ook dat de integratie van de hubdiensten op een later tijdstip zal volgen. Met betrekking tot de Interconnectie-overeenkomsten laat Fluxys Belgium weten dat ze de stand van zaken zullen meedelen in het kader van de implementatie van de NC INT. De aanpassingen van het dienstenaanbod voor bepaalde types van eindklanten tot slot zullen ter raadpleging worden voorgelegd en apart ter goedkeuring worden ingediend. In haar beslissing (B)151029-CDC1469 van 29 oktober 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed en beslist zij dat deze in werking treden vanaf 1 november 2015.
- n)Een voorstel tot goedkeuring van de nieuwe versie van Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform (de Prisma General Terms & Conditions - GT&C’s), opgenomen in Appendix 1, bijlage B van de ACT wordt door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. De meeste wijzigingen hebben betrekking op de toepassing van de binnen-de-dag-veilingen, een verduidelijking van de clausule van de afschakeling van een bevrachter en de beschikbaarheid van het Prisma platform. De nieuwe GT&Cs zijn van kracht Niet vertrouwelijk 23/36 vanaf 1 oktober 2015. De CREG heeft deze aanvraag goedgekeurd in haar beslissing (B)151210CDC-1489 van 10 december 2015.
- o)Begin december 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het TP en de bijlagen A, B en G van de ACT. Doel is eindgebruikers die rechtstreeks aangesloten zijn op het hogedruknet (zoals elektrische centrales en industriële eindklanten) een nieuwe dienst aan te bieden naast het bestaande aanbod van jaarlijkse, seizoens- en korte termijndiensten. Deze nieuwe dienst zal worden gecommercialiseerd onder de naam Fix/Flex. Daarnaast bieden de voorgestelde wijzigingen netgebruikers de mogelijkheid diensten te onderschrijven onder het kalenderdagregime. Met haar Beslissing (B)151217-CDC-1495 van 17 december 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed. De wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2016.
- p)In het kader van de NC BAL vraagt Fluxys Belgium de CREG om te worden aangewezen als de partij die de prognoses opstelt in een balanceringszone. Het gaat meer bepaald om de niet binnen-de-dag gemeten afnames uit het aardgasvervoersnet door een netgebruiker en om de daaruit voortvloeiende allocaties. Sinds de invoering van het nieuwe vervoersmodel op 1 oktober 2012 werd Fluxys Belgium al impliciet aanvaard als verantwoordelijke partij. Na raadpleging van de betrokken TSOs en distributienetheerders over de ontwerpbeslissing (B)151203-CDC-1487 van de CREG heeft de CREG in haar eindbeslissing (B) 160128-CDC-1487 van 28 januari 2016 beslist deze aanvraag definitief goed te keuren.
- q)Een voorstel tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, E en G van de ACT in het kader van de implementatie van de NC INT is door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Daarnaast wordt ook gevraagd om de Prisma GT&C’s niet meer op te nemen in de ACT, worden een aantal materiële fouten verbeterd en worden de beschrijvingen voor de diensten MP, DPRS en odorisatie aangevuld. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)160519-CDC-1531 van 19 mei 2016.
- r)In uitvoering van de beslissing 1457 werd een nieuw voorstel tot goedkeuring van de wijzigingen in het STA, de bijlagen A, B, C1, C3, D, E, F, G en H van het ACT en het TP door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend die verband houden met de integratie van de hubdiensten enerzijds en de invoering van binnen-de-dag diensten op Zeebrugge Beach met een aangepaste doorlooptijd van “full hour +2” in lijn met de hernominatie doorlooptijd, de uitbreiding van de secundaire markt op Prisma, het verwijderen van de paragraaf “Interpretatie” in elke bijlage van het ACT en de verbetering van een aantal materiële fouten, anderzijds. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)161020-CDC-1571 van 20 oktober 2016.
- s)In januari 2017 diende Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag in tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, en G van de ACT. Met de aanpassingen wil Fluxys Belgium een capaciteitsconversiedienst invoeren die het mogelijk maakt om niet gebundelde capaciteit aan één zijde van een IP te converteren naar gebundelde capaciteit, een imbalance pooling dienst invoeren die aan netgebruikers de mogelijkheid biedt hun gasposities te groeperen, de IPs Poppel en Hilvarenbeek samenvoegen tot het unieke IP Hilvarenbeek en een aantal materiële fouten corrigeren. Fluxys Belgium organiseerde zelf een openbare raadpleging over deze wijzigingen van eind november 2016 tot eind december 2016. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)1613 van 23 februari 2017 onder de opschortende voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg geeft aan enkele door de CREG in haar beoordeling gemaakte bemerkingen. Niet vertrouwelijk 24/36
- t)In mei 2017 dient Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen aan de belangrijkste voorwaarden in bij de CREG voor goedkeuring. Met dit voorstel wil Fluxys Belgium de belangrijkste voorwaarden aanpassen aan een aantal marktevoluties, meer bepaald: de convergentie tussen de fysieke en de notionele handelsdiensten op de ZTP; de invoering van een virtueel IP tussen België en Frankrijk (vanaf 1 oktober 2017); de nieuwe veilingkalender voor vervoerscapaciteit en de nieuwe procedure voor incrementele capaciteit in uitvoering van de NC CAM; de herziene toewijzing van de transmissiediensten voor eindklanten op de distributienetten als gevolg van de oprichting van het federaal clearinghouse ATRIAS; de introductie van 2 nieuwe EDIg@s-berichten in uitvoering van de NC INT en de correctie van een aantal materiële fouten en opmerkingen gesignaleerd door de CREG in haar beslissing (B)1613. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1653 van 17 juli 2017 onder de voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg zou geven aan haar bemerkingen. De wijzigingen treden in werking op 1 oktober 2017.
- u)Per brief van 14 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aangepast voorstel van wijzigingen van de artikelen 16.2.3, 16.2.4 en 20.3, van bijlage 2, van de STA ingediend om tegemoet te komen aan de beslissing van de CREG van 20 mei 2015 (zie beslissing k)). Per brief van 19 april 2018 heeft Fluxys Belgium dit voorstel ingetrokken. Om deze redenen heeft de CREG een addendum 1457/1 aan de beslissing 1457 (zie onder punt l)) toegevoegd en goedgekeurd op 26 april 2018.
- v)In maart 2018 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA , de bijlagen A, B, C1, C2, C3, E, F en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op het aanbod de capaciteitsconversiedienst, de invoering van een nieuwe dienst ‘reshuffling’, de invoering van een capaciteitsconversiedienst L/H, de vereenvoudiging van de capaciteitsdiensten en de procedure van reservering ervan en een aantal technische aanpassingen inzake kwaliteit, onderbreking en nominatie op interconnectiepunten. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1745 van 26 april 2018.
- w)In februari 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op de vereenvoudiging van het reserveringsproces van diensten, de toevoeging van een Entry Vervoersdienst voor Eindgebruikers, de introductie van een overnominatieproces, de vereenvoudiging van de substitutiediensten, de herinvoering van het Virtual Interconnectiepunt VIP op de Belgische Nederlandse grens en een aantal technische wijzigingen en de afstemming van verschillende definities met de Europese netwerkcodes. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1921 van 11 april 2019.
- x)In juni 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de vereenvoudiging van de L/H capaciteitsomschakelingsdienst, de vereenvoudiging van de betaling van facturen, de verandering van de naam van het Virtual Interconnectiepunt VIP op de Belgische Nederlandse grens naar VIP-BENE en de hernieuwde indiening van artikel 18 van het standaard aardgasvervoerscontract samen met een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1955 van 27 juni 2019.
- y)Op 25 november 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG en voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, de omzettingsdiensten en een aantal technische wijzigingen. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor eind februari 2020 haar “Know Your Customer Policy” aan de CREG voor te leggen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2046 van 16 januari 2020. Niet vertrouwelijk 25/36
- z)Aansluitend hierbij keurde de CREG bij beslissing (B) 2047 op 13 februari 2020 de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van de regulatoire documenten voor aardgasvervoer (vervoerscontract, vervoersprogramma en toegangsreglement) goed. Het gaat onder meer over de overdracht van de activiteit van het beheer van het commercieel netevenwicht door Fluxys Belgium aan Balansys, de aanpassing van de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, een lichte aanpassing van de omzettingsdiensten, de wijziging van het plan voor incidentenbeheer en een aantal technische wijzigingen die de leesbaarheid van de regulatoire documenten bevorderen. De CREG consulteerde in het kader van deze beslissing de marktpartijen betreffende de toepassing van de ACER beslissing Nr. 12/2019 van 16 oktober 2019 op het Standaard Aardgasvervoerscontract, met name de invoering van een bepaling met het oog op een gelijktijdige aansprakelijkheid van Fluxys Belgium en Balansys met betrekking tot het beheer van het commercieel netevenwicht. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor de inwerkingtreding van bovenvermelde wijzigingen haar “Know Your Customer Policy”, die verband houdt met de kredietwaardigheidsvereisten, aan de CREG voor te leggen. Fluxys Belgium en Balansys informeerden de markpartijen dat de overdracht van het commercieel beheer van het netevenwicht van de geïntegreerde Belux-zone zal starten op 1 juni 2020. Vanaf die dag zullen de marktpartijen met Balansys een balanceringscontract moeten afsluiten.
- aa)Op 23 november 2020 diende diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C1, C2, C4 en D van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de integratie van het interconnectiepunt Zelzate 2 in VIP BENE, de afstemming van de definities en diensten met betrekking tot de injectie van nieuwe gassen (o.a. biomethaan) in het aardgasvervoersnet, de verduidelijking van de definitie onderpand, rekening houdend met boekingen op korte termijn en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2157 van 10 december 2020. 2.2. VOORSTEL TOT VOORWAARDEN WIJZIGING VAN DE BELANGRIJKSTE 85. Fluxys Belgium heeft met haar brief van 25 juni 2021 een voorstel tot wijziging van belangrijkste voorwaarden bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Dit voorstel tot wijziging (Bijlage 1) heeft betrekking op: - - de introductie van het VIP THE-ZTP dat de interconnectiepunten Eynatten 1 en Eynatten 2 vervangt vanaf 01 april 2022; de introductie van een additionele shipper code dienst waardoor netgebruikers de mogelijkheid krijgen om data betreffende biomethaan te onderscheiden van conventioneel aardgas; een aantal technische wijzigingen. 86. Fluxys Belgium meldt dat over de voorgestelde wijzigingen een openbare raadpleging werd gehouden van 10 mei 2021 tot 28 mei 2021. Het consultatieverslag nummer 50 geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten, de ontvangen opmerkingen en het antwoord van Fluxys Belgium en werd gevoegd bij de aanvraag van 25 juni 2021 (Bijlage 2). Niet vertrouwelijk 26/36 87. De door Fluxys Belgium ingediende gewijzigde belangrijkste voorwaarden zijn gebaseerd op de door de CREG in haar beslissing van 10 december 202013 goedgekeurde belangrijkste voorwaarden. 2.3. RAADPLEGING 88. De door Fluxys Belgium georganiseerde marktconsultatie houdt verband met het voorstel tot wijziging van belangrijkste voorwaarden ingediend bij de CREG door Fluxys Belgium per brief van 25 juni 2021. De openbare raadpleging werd door Fluxys Belgium georganiseerd van 10 mei 2021 tot 28 mei 2021. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium onder de hoofding openbare raadplegingen, met de vermelding ervan en de link ernaar op de homepagina. Alle geregistreerde netgebruikers, marktpartijen en representatieve organisaties werden tevens per mail geïnformeerd. 89. Fluxys Belgium meldt in haar consultatierapport nummer 50 dat één netgebruiker opmerkingen heeft overgemaakt tijdens de raadplegingsperiode. De opmerkingen van de netgebruiker zijn vertrouwelijk en betreffen de vraag naar aanpassingen die buiten het onderwerp van deze consultatie vallen. De vraag van de netgebruiker zal door Fluxys Belgium worden onderzocht en zal na overleg met de CREG, mogelijk het onderwerp uitmaken van een nieuwe consultatie. 90. De CREG zal het consultatierapport in deel 3 van deze beslissing bespreken en dit enkel wanneer de CREG het niet eens is met een opmerking gemaakt door een netgebruiker, dan wel het antwoord van Fluxys Belgium op een opmerking van een netgebruiker. 91. Rekening houdende met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing voldoende voorafgaandelijk werd gecommuniceerd en er een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op de voorstellen te reageren. Met toepassing van artikel 108, van de gedragscode voldoet de openbare raadpleging nummer 50, zoals georganiseerd door Fluxys Belgium, aan de voorwaarden. 92. Het consultatieverslag is opgenomen in de Bijlage 2 van de huidige beslissing. 13 Beslissing (B) 2157 van 10 december 2020 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het gewijzigde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma. Niet vertrouwelijk 27/36 2.4. INWERKINGTREDING VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN 93. Artikel 107, van de gedragscode bepaalt dat de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden alsook de wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder. 94. In haar brief van 25 juni 2021 deelt Fluxys Belgium mee dat de Duitse netbeheerders de ingebruikneming van het VIP THE-ZTP, aanvankelijk gepland op 01 januari 2022 zoals ook aangekondigd in de marktconsultatie, hebben uitgesteld naar 01 april 2022. Op 2 juni 2021 heeft Fluxys Belgium de netgebruikers hiervan op de hoogte gebracht. De ter goedkeuring ingediende belangrijkste voorwaarden werden rekening houdend met dit uitstel aangepast. 95. Fluxys Belgium zal de netgebruikers zo snel als mogelijk en tenminste 4 weken voor de effectieve ingebruikneming van het VIP THE-ZTP contacteren en informeren. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum van inwerkingtreding aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment dat zij deze datum aan de netgebruikers meedeelt. Niet vertrouwelijk 28/36 3. ONDERZOEK 96. Hierna wordt nagegaan of de voorstellen van wijzigingen van belangrijkste voorwaarden ingediend door Fluxys Belgium per brief van 25 juni 2021, in overeenstemming zijn met de vigerende wetgeving en het algemeen belang. 97. Het ontbreken van opmerkingen over de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt voorgesteld op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 98. Afwijkend van de gebruikelijke opbouw van beslissingen van de CREG met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden waarbij de analyse wordt opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel, kan het onderzoek van de wijzigingen thematisch worden geëvalueerd. Deze werkwijze biedt het voordeel dat elk van de wijzigingen als geheel kan onderzocht worden en laat toe de resultaten van de openbare raadpleging op consistente wijze te integreren in de beoordeling. Wel behoudt de analyse de opdeling tussen de respectieve delen van de belangrijkste voorwaarden, namelijk, de STA, de ACT en het TP. 99. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 100. Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben markpartijen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen geen specifieke commentaar geleverd. 3.1. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN HET STANDAARD AARDGASVERVOERSCONTRACT – STA 101. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 25 juni 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het STA. 102. Het corpus en bijlage 1, bevestiging van diensten, werden niet gewijzigd. Bijlage 2: algemene voorwaarden Artikel 14.1.3: 103. Dit artikel werd licht gewijzigd. De netgebruiker zal in het kader van de “Know Your Customer Policy” binnen de 20 dagen moeten reageren op de vraag van de netbeheerder om aan te tonen dat hij voldoet aan de bepalingen inzake kredietwaardigheid en de voorwaarden zoals opgenomen in de “Know Your Customer Policy”. 104. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 50 hierop geen opmerkingen geformuleerd. Niet vertrouwelijk 29/36 105. De CREG keurt deze aanpassing goed maar verzoekt Fluxys Belgium dit artikel op basis van de geconsulteerde Engelse tekst duidelijk te herformuleren in de Nederlandse en Franse versie die door de CREG wordt goedgekeurd. Bijlage 3: definities 106. De definities werden niet gewijzigd. De CREG stelt vast dat in het Toegangsreglement Bijlage A en Bijlage B (zie verder onder punt 3.2 van deze beslissing) twee nieuwe begrippen worden toegevoegd met name Additionele Shipper Code en Shipper Code. Deze dienen te worden opgenomen in de definitielijst. 107. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 50 geen opmerkingen geformuleerd. 108. De CREG vraagt Fluxys Belgium om de definitielijst aan te passen en/of te vervolledigen met voornoemde twee nieuwe begrippen. 3.2. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR AARDGASVERVOER – ACT HET 109. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 25 juni 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het ACT. 110. De door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de introductie van het VIP THE-ZTP, de additionele shipper code dienst en een aantal technische wijzigingen. 111. In de aanvraag tot goedkeuring van belangrijkste voorwaarden van 25 juni 2021 wordt de startdatum van het VIP THE-ZTP vastgelegd op 01 april 2022. Bijlage A: Vervoersmodel 112. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage A – Vervoersmodel volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 3.1.1 Overzicht en kenmerken van de onderschreven MTSR van Entry en Exit Diensten: In de tabel die een overzicht geeft van het capaciteitstype wordt Zelzate 2 geschrapt. Sinds 1 januari 2021 valt dit IP onder het VIP BENE. In deze tabel wordt het nieuwe VIP THE-ZTP toegevoegd. De IP’s Eynatten 1 en 2 blijven nog opgenomen omdat er tot en na de start van het VIP THE-ZTP, in de tweede tabel aangegeven op datum van 01 april 2022, nog diensten moeten worden gefactureerd die dateren van voor de startdatum. - Punt 3.2.1 Wheelings en OCUC (Operational Capacity Usage Commitment): Ook hier werden aantal wijzigingen doorgevoerd die rekening houden met de implementatie van het VIP TheZTP. Van zodra Eynatten 1 en 2 worden toegevoegd aan het VIP THE-ZTP zal Wheeling tussen deze IP’s niet meer zinvol en dus ook niet meer mogelijk zijn. Wheeling tussen het VIP BENE en Zelzate 2 zijn niet langer mogelijk aangezien het IP Zelzate sinds 01 januari 2021 deel Niet vertrouwelijk 30/36 uitmaakt van het VIP BENE. De gecontracteerde Wheeling dienst wordt dan ook stopgezet. De OCUC diensten blijven behouden in hun ongewijzigde vorm. Ook hier wordt het IP Zelzate geschrapt om reeds voornoemde reden. - Punt 3.6.3 Omzettingsdienst: Hier werd een wijziging doorgevoerd die rekening houdt met de implementatie van het VIP THE-ZTP. De IP’s Eynatten 1 en 2 blijven nog opgenomen omdat er tot en na de start van VIP THE-ZTP nog diensten zullen worden gefactureerd die dateren van voor de voorziene startdatum van 01 april 2022. Om reeds voornoemde reden wordt het IP Zelzate 2 geschrapt aangezien het sinds 01 januari 2021 opgenomen is in het VIP BENE. - Punt 3.7.2 Additionele Shipper Code dienst: Dit is een nieuwe dienst die door Fluxys Belgium op vraag van de netgebruikers wordt aangeboden en waarmee de netgebruikers de mogelijkheid krijgen om data betreffende biomethaan te onderscheiden van conventioneel aardgas. Deze Additionele Shipper Code dienst volgt de bestaande regels voor nominaties en balancering die van kracht zijn voor transmissie. In geval van onbalansdiensten, zal de onbalans van de netwerkgebruikers bestaan uit de samengevoegde bevestigingen van de toepasselijke Shipper Codes. Er wordt momenteel geen tarief aangerekend voor de Additionele Shipper Code dienst, maar de TSO behoudt zich het recht voor om in de toekomst een vergoeding aan te rekenen voor deze dienst. 113. Er worden op een aantal plaatsen in Bijlage A van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie bevorderen. 114. De twee nieuwe begrippen Additionele Shipper Code en Shipper Code zijn niet opgenomen in de definitielijst. De CREG verwijst in dit verband naar paragraaf 106 van deze beslissing. 115. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 50 hierover geen opmerkingen geformuleerd. 116. Ook de CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Bijlage B: Onderschrijving en Toewijzing van Diensten 117. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage B – Onderschrijving en Toewijzing van Diensten volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 3.1 Onderschrijving en Toewijzing van Diensten: De tabel die een overzicht geeft van de toewijzingsmethode werd aangepast. De vervoersdiensten op het VIP THE ZTP kunnen enkel worden onderschreven via PRISMA. De IP’s Eynatten 1 en 2 blijven nog opgenomen omdat er tot en na de start van het VIP THE-ZTP op 01 april 2022 nog diensten moeten worden gefactureerd die dateren van voor de startdatum. In de tabel wordt de Additionele Shipper Code Dienst toegevoegd. Deze is enkel via schriftelijke procedure te onderschrijven. - Punt 3.6.6 Additionele Shipper Code Dienst: Deze nieuwe dienst kan worden aangevraagd via de daartoe onder punt 3.5 beschreven schriftelijke procedure. De aanvraag specificeert een begindatum maar geen einddatum, aangezien de Additionele Shipper Code dienst voor onbepaalde duur wordt onderschreven. - Punt 4.2.2 Over-the-counter overdrachten via PRISMA: De start van de overdracht wordt van 2 naar 1 werkdag teruggebracht. Niet vertrouwelijk 31/36 - Punt 4.2.3 Anonieme overdrachten via PRISMA: De start van de overdracht wordt van 2 naar 1 werkdag teruggebracht. 118. Er worden op een aantal plaatsen in Bijlage B van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie bevorderen. 119. De twee nieuwe begrippen Additionele Shipper Code en Shipper Code zijn niet opgenomen in de definitielijst. De CREG verwijst in dit verband naar paragraaf 106 van deze beslissing. 120. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 50 hierover geen opmerkingen geformuleerd. 121. Ook de CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde technische wijzigingen goed. Bijlage C4: Operationele Regels en Specifieke eisen op Aansluitingspunten 122. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage C4 – Operationele Regels en Specifieke eisen op Aansluitingspunten volgende wijzigingen doorgevoerd: - De tabel met specifieke eisen van toepassing op het VIP THE-ZTP wordt toegevoegd. De tabellen met specifieke eisen van toepassing op Eynatten 1 en 2 blijven nog opgenomen in Bijlage C 4 van het ACT omdat er tot en na de start van VIP THE-ZTP nog diensten moeten worden gefactureerd die dateren van voor de startdatum. - De tabel met specifieke eisen van toepassing op Zelzate 2 is verwijderd. Het IP Zelzate 2 is sinds 01 januari 2021 opgenomen in het VIP BENE. 123. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 50 hierover geen opmerkingen geformuleerd. 124. Ook de CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Niet vertrouwelijk 32/36 3.3. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN AARDGASVERVOERSPROGRAMMA –TP VAN HET 125. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 25 juni 2021 ingediende voorstel tot wijzigingen van het TP. 126. Het TP geeft een vereenvoudigde, klantvriendelijke en leesbare beschrijving van het vervoersmodel en het dienstenaanbod. 127. Het TP werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen inzake implementatie van het VIP THE-ZTP en het aanbod van de additionele shipper code dienst. Verder werden een aantal technische wijzigingen en correcties van materiële fouten doorgevoerd. 128. Uit het consultatierapport 50 blijkt dat de marktpartijen geen opmerkingen hebben geformuleerd die specifiek op het TP van toepassing zijn. 129. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt het gewijzigde TP goed. Niet vertrouwelijk 33/36 4. BESLISSING Met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6° van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en met toepassing van de artikelen 2, §1, 2° en van artikel 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, keurt de CREG de wijzigingen in het Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma, zoals door Fluxys Belgium ingediend op 25 juni 2021, goed. De CREG vraagt Fluxys Belgium om de materiële fouten zoals vermeld in paragrafen 105 en 108 te corrigeren en aan de CREG formeel mede te delen voor de publicatie van de goedgekeurde wijzigingen van de belangrijkste voorwaarden op haar website. De datum van inwerkingtreding zal tenminste 4 weken voor de effectieve ingebruikneming van het VIP THE-ZTP aan de netgebruikers en de CREG worden meegedeeld. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. voorzitter van het Directiecomité Niet vertrouwelijk 34/36 BIJLAGE 1 Gewijzigd voorstel van belangrijkste voorwaarden in het Nederlands – versie 25 juni 2021 Niet vertrouwelijk 35/36 BIJLAGE 2 Consultatieverslag Fluxys Belgium nummer 50 in het Engels – 25 juni 2021 Niet vertrouwelijk 36/36