(B)2308 23 december 2021 Beslissing over het verzoek van de NV Elia Transmission Belgium tot schorsing van de verplichtingen in artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG voor bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het op 28 oktober 2021 ingediende afwijkingsverzoek Artikel 61
(3)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4
- RAADPLEGING ................................................................................................................................. 4
- BEOORDELING ................................................................................................................................. 5
- CONCLUSIE ...................................................................................................................................... 6 BIJLAGE .................................................................................................................................................... 7 Niet-vertrouwelijk 2/7 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 61
(3)van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: de Europese netcode RfG), het verzoek van de NV Elia Transmission Belgium tot schorsing van de toepassing van artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG (het principe van substantiële modernisering) op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV, waarvoor eveneens een afwijkingsverzoek bij de CREG werd ingediend op 28 oktober 2021 overeenkomstig artikel 63 van de Europese netcode RfG en dit vanaf de dag dat dit afwijkingsverzoek werd ingediend tot het moment waarop de CREG haar besluit daarover heeft genomen. De NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) heeft immers per e-mail met ontvangstbewijs op 28 oktober 2021 een algemeen afwijkingsverzoek ingediend bij de CREG dat betrekking heeft op artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV die als bestaand worden beschouwd zoals gedefinieerd in artikel 4.2 van de Europese netcode RfG en artikel 35, §§ 7, eerste lid, en 8 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”). Elia preciseert daaromtrent het volgende in haar e-mail van 28 oktober 2021 : « Le RfG et, par transposition, le Règlement technique fédéral prévoient que toutes les unités de production d’électricité d’une tension au point de raccordement supérieure ou égale à 110 kV, considérées comme existantes, sont soumises à l’application du principe de modernisation substantielle car elles sont, par définition, de type D. La demande de dérogation générale vise à réduire le champ d’application de ce principe et ainsi exclure les unités d’une puissance maximale de 25 MW. La dérogation est demandée pour l’article 4.1,a) du code de réseau européen RfG de sorte que toutes les unités de production d’électricité de type D d’une puissance installée maximale inférieure à 25 MW et d’une tension au point de raccordement supérieure ou égale à 110 kV considérées comme existantes ne soient pas éligibles à l’application du principe de modernisation substantielle. La dérogation est demandée pour une première période prenant fin le 9 juillet 2024. » Het directiecomité van de CREG heeft onderhavige beslissing genomen tijdens zijn vergadering van 23 december 2021. Niet-vertrouwelijk 3/7 1. WETTELIJK KADER 1. In artikel 60
(1)van de Europese netcode RfG wordt bepaald dat de regulerende instanties, op verzoek van een eigenaar of toekomstige eigenaar van een elektriciteitsproductie-installatie, relevante systeembeheerder of relevante TSB (lees: transmissiesysteembeheerder), aan eigenaren of toekomstige eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties, relevante systeembeheerders of relevante TSB's overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 afwijkingen van één of meerdere bepalingen van deze verordening voor nieuwe en bestaande elektriciteitsproductie-eenheden kunnen toestaan. Met toepassing van artikel 60
(2)van de Europese netcode RfG kunnen, indien van toepassing in een lidstaat, afwijkingen overeenkomstig de artikelen 61 tot en met 63 worden toegestaan en ingetrokken door andere autoriteiten dan de regulerende instantie. In België, althans op federaal niveau, is dit niet het geval aangezien artikel 21, eerste lid, van het federaal technisch reglement bepaalt dat de afwijkingsverzoeken bedoeld in de Europese netcodes en de richtlijnen ter goedkeuring aan de commissie worden voorgelegd volgens de procedures voorzien in dezelfde Europese netwerkcodes. Met toepassing van artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG kan de regulerende instantie besluiten dat elektriciteitsproductie-eenheden waarvoor overeenkomstig de artikelen 62 of 63 een afwijkingsverzoek is ingediend, niet hoeven te voldoen aan de eisen van deze verordening waarvoor om een afwijking is verzocht vanaf de dag dat het verzoek is ingediend tot het moment waarop de regulerende instantie haar besluit heeft genomen. Dit komt in feite neer op het verlenen van een opschortende werking aan de betrokken eisen van de Europese netcode RfG in afwachting dat over het afwijkingsverzoek ten gronde wordt beslist.
- RAADPLEGING
- Van 13 augustus tot 1 oktober 2021 organiseerde Elia een openbare raadpleging met betrekking tot het verzoek tot afwijking van artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG voor bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV dat ze op 28 oktober 2021 bij de CREG heeft ingediend. Dit raadplegingsdocument bevatte eveneens het verzoek tot schorsing, overeenkomstig artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG, van de voornoemde verplichting vanaf de dag van neerlegging van het verzoek bij de CREG tot de beslissing van de CREG. Elia heeft de antwoorden op de raadpleging, alsmede een consultatierapport toegevoegd aan haar aanvraag.
- Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, om met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren, omdat het de openbare raadpleging die Elia heeft georganiseerd met betrekking tot onderhavig schorsingsverzoek als een effectieve openbare raadpleging beschouwt. Deze raadpleging vond immers plaats op de website van Elia, met verzending van een nieuwsbrief betreffende het lanceren van de raadpleging, was gemakkelijk toegankelijk vanuit de startpagina van deze website, was voldoende gedocumenteerd en de duur van de raadpleging was voldoende lang (1,5 maand). Niet-vertrouwelijk 4/7
- BEOORDELING
- De CREG stelt vast dat de partijen die tijdens de openbare raadpleging geantwoord hebben, FEBEG, en FEBELIEC, geen bezwaren hebben gemaakt met betrekking tot het schorsingsverzoek van Elia. Integendeel, Febeliec geeft aan dat zij dit schorsingsverzoek sterk ondersteunt. Daarnaast staan de partijen positief ten opzichte van het afwijkingsverzoek, zij het dat Febeliec opmerkingen heeft betreffende de omvang en de duur van de gevraagde afwijkingen. Deze opmerkingen vallen echter buiten het kader van de huidige beslissing die geen beslissing ten gronde over het eigenlijke afwijkingsverzoek is; de behandeling ervan zal gebeuren in de beslissing ten gronde.
- Elia motiveert haar schorsingsverzoek in feite niet specifiek, al kan uit de aanvraag en het consultatierapport worden afgeleid dat deze gemotiveerd wordt, net als het afwijkingsverzoek ten gronde, om hoge kosten voor individuele producenten te vermijden, terwijl er slechts een beperkte impact zou zijn voor het transmissienet.
- De CREG is in elk geval van oordeel dat de schorsing wel nuttig kan zijn voor diegenen die nu al te maken hebben met een geval van modernisering van hun installatie die binnen het kader van het afwijkingsverzoek valt, zonder het uiteindelijke verdict van de CREG af te wachten. Ze hebben dan immers de mogelijkheid om nu al op legale wijze de beoogde moderniseringen/investeringen uit te voeren zonder dat ze artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG moeten naleven. Indien de CREG later gunstig zou oordelen over het afwijkingsverzoek ten gronde, hebben ze onnodig tijdsverlies kunnen vermijden en mocht de CREG daarentegen ongunstig oordelen over het afwijkingsverzoek ten gronde tast dit de doorgevoerde investeringen niet aan in de periode tussen de indiening van de aanvraag door Elia en de beslissing ten gronde van de CREG. Niet-vertrouwelijk 5/7
- CONCLUSIE
- Met toepassing van artikel 61
(3)van de Europese netcode RfG en rekening houdend met wat hogerop werd uiteengezet, beslist de CREG dat: - bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV niet hoeven te voldoen aan het principe van substantiële modernisering en dit vanaf 28 oktober 2021, de dag van indiening van het afwijkingsverzoek door Elia, tot de datum waarop de CREG hierover haar beslissing ten gronde heeft genomen; Deze beslissing doet evenwel in geen enkel opzicht afbreuk aan de beoordelingsbevoegdheid waarover de CREG beschikt betreffende het eigenlijke afwijkingsverzoek van Elia dat het voorwerp zal uitmaken van een afzonderlijke beslissing ten gronde van de CREG na advies van de Algemene Directie Energie. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijk Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 6/7 BIJLAGE Verzoek van Elia tot schorsing van de toepassing van artikel 4.1, a), van de Europese netcode RfG op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type D met een maximaal geïnstalleerd vermogen lager dan 25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV in afwachting van de beslissing ten gronde van de CREG over het door Elia op 28 oktober 2021 ingediende afwijkingsverzoek, dat in het laatstgenoemde verzoek is opgenomen op p. 17 Niet-vertrouwelijk 7/7