← België

Raming van de kostprijs van de ODV voor de financiering van de aankoop van federale groenestroom-certificaten, de aansluiting van offshore windparken,

(B)2324 13 januari 2022 Beslissing over de raming van de kostprijs van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor het jaar 2022 Artikelen 7, §§ 1, 4de lid, en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid, en 7undecies, § 15, 1e lid, van de wet van 29 april 1999 met betrekking tot de organisatie van de elektriciteitsmarkt, gecombineerd met artikel 92, § 1, van de Programmawet van 27 december 2021 Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 1.
  2. ODV voor de financiering van federale groenestroomcertificaten ......................................... 3 1.
  3. ODV strategische reserve en ODV capaciteitsvergoedingsechanisme.................................... 5 1.
  4. Overgangsbepaling .................................................................................................................. 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 7 2.
  5. Algemeen................................................................................................................................. 7 2.
  6. Voorafgaande Raadpleging ..................................................................................................... 8 RAMING VAN DE KOSTPRIJS VAN DE OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN ................................... 9 3.
  7. De financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten .............................. 9 3.1.
  8. Algemeen......................................................................................................................... 9 3.1.
  9. De raming van de kostprijs voor 2022 ........................................................................... 10 3.1.
  10. De ventilatie van de kosten per maand ........................................................................ 12 3.
  11. De financiering van de aansluiting van de offshore parken .................................................. 12 3.
  12. De financiering van de ODV strategische reserve ................................................................. 12 3.3.
  13. 3.
  14. Raming van de kosten voor 2022 .................................................................................. 12 De financiering van de ODV CRM .......................................................................................... 13 3.4.
  15. Raming van de kosten voor 2022 .................................................................................. 13 3.4.
  16. Ventilatie van de kosten per maand ............................................................................. 13
  17. ALGEMEEN VOORBEHOUD ............................................................................................................ 13
  18. BESLISSING..................................................................................................................................... 13 Niet-vertrouwelijke versie 2/14 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) bepaalt hierna de raming van de kostprijs van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenstroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor het jaar 2022 op basis van artikel 92, § 1, van de Programmawet van 27 december
  19. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 13 januari
  20. WETTELIJK KADER 1.
  21. ODV VOOR DE FINANCIERING GROENESTROOMCERTIFICATEN VAN FEDERALE
  22. Artikel 7, § 1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet), zoals gewijzigd door artikel 80 van de Programmawet van 27 december 2021 bepaalt het volgende : “§
  23. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een Niet-vertrouwelijke versie 3/14 nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  24. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voert een reeks maatregelen in met toepassing van voormeld artikel 7, § 1, van de elektriciteitswet. Hoofdstuk III van voormeld koninklijk besluit bevat de maatregelen bedoeld voor een verzekerde afzet op de markt, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. In overeenstemming met artikel 14 van dit koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 oktober 20081, het koninklijk besluit van 17 augustus 20132, het koninklijk besluit van 4 april 20143, het koninklijk besluit van 9 februari 20174, het koninklijk besluit van 27 augustus 20185 en door het koninklijk besluit van 11 februari 20196 is de beheerder van het transmissienet voor elektriciteit (hierna: de netbeheerder) verplicht om, enerzijds, afgeleverde groenestroomcertificaten 1 31 oktober
  25. – Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 2 17 augustus 2013 – Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Dit koninklijk besluit werd bevestigd door de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen op vlak van energie. 3 4 april
  26. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 4 9 februari 2017 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 5 27 augustus
  27. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 6 11 februari
  28. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Niet-vertrouwelijke versie 4/14 aan te kopen van de producenten die hierom verzoeken en, anderzijds, de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren door deze certificaten regelmatig op de markt te brengen. De minimumprijs waaraan de netbeheerder deze groenestroomcertificaten dient aan te kopen wordt eveneens bepaald in artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli
  29. De wijziging van de elektriciteitswet door de Programmawet van 27 december 2021 heeft geen invloed op dit koninklijk besluit van 16 juli 2002, dat mutatis mutandis van toepassing blijft. 1.
  30. ODV STRATEGISCHE RESERVE CAPACITEITSVERGOEDINGSECHANISME EN ODV
  31. De artikelen 7bis tot 7decies van de elektriciteitswet voeren een mechanisme van strategische reserve in dat voor de netbeheerder een openbare dienstverplichting vormt. Daarin wordt met name voorzien dat de minister van Energie aan Elia de instructie kan geven om een strategische reserve aan te leggen en dat Elia studies moet uitvoeren over de bevoorradingszekerheid van het land, aanbestedingen moet uitschrijven en kandidaten moet contracteren als het aanleggen van een strategische reserve noodzakelijk is.
  32. Over de financiering en het dekken van de kosten van de strategische reserve voorziet artikel 7octies, gewijzigd door artikel 81 van de Programmawet van 27 december 2021, het volgende : « De kostprijs van de strategische reserve wordt gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De kostprijs is samengesteld uit de kosten gedragen door de transmissienetbeheerder overeenkomstig de contracten gesloten ten vervolge van de procedure voorzien in artikel, 7sexies, § 3, en, desgevallend, de kosten die voortvloeien uit de door de Koning aan de inschrijvers overeenkomstig artikel 7sexies opgelegde volumes, met aftrek van alle eventuele netto inkomsten gegenereerd uit de toepassing van dit hoofdstuk. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de betrokken winterperiode. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 september; 2° uiterlijk op 1 juni van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd stelt de commissie het bedrag van een regularisatie met betrekking tot die voorgaande winterperiode op grond van de werkelijke kost die tijdens die winterperiode is voortgevloeid uit de maatregelen bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen met het oog op het dekken van de kosten, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle Niet-vertrouwelijke versie 5/14 gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de netto-kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze netto-kost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.»
  33. De artikelen 7undecies tot 7duodecies van de elektriciteitswet voeren een capaciteitsvergoedingsmechanisme in (hierna : CRM) dat een openbare dienstverplichting vormt ten laste van Elia.
  34. Over de financiering en het dekken van de kosten van de strategische reserve bepaalt artikel 7undecies, § 15, gewijzigd door artikel 82 van de Programmawet van 27 december 2021, meer bepaald het volgende : « De opdrachten waarmee de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en in voorkomend geval, de opdrachten bedoeld in afdeling 3, wordt belast, maken openbare dienstverplichtingen uit waarvan de netto-kosten worden gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies, na aftrek van de eventuele inkomsten gegenereerd krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en bedoeld in afdeling 3 en onverminderd de regels inzake toewijzing van specifieke inkomsten bedoeld in artikel 26, lid 9, van de Verordening (EU) 2019/
  35. […] Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen bedoeld in het eerste lid voor ieder jaar wordt vastgesteld. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot het volgende jaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 1 juni van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van een regularisatie met betrekking tot het voorgaande jaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande jaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen bedoeld in het eerste lid, met het oog op de voldoening van de verplichtingen van de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden. » Niet-vertrouwelijke versie 6/14 1.
  36. OVERGANGSBEPALING Artikel 92 van de Programmawet van 27 december 2021 bevat de volgende overgangsbepaling: «§
  37. Uiterlijk op 15 januari 2022 verricht de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en § 2, tweede, vierde en vijfde lid, artikel 7octies, eerste lid, en artikel 7undecies, § 15, eerste lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, voor het exploitatiejaar
  38. Uiterlijk op 1 juni 2022 bepaalt de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: 1° de gemaakte kosten, gedurende 2021 en, in voorkomend geval, 2020, van de maatregelen bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en § 2, tweede, vierde en vijfde lid, artikel 7octies en artikel 7undecies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; 2° het eventuele saldo, positief of negatief, van de bedragen die in 2021 en, in voorkomend geval, in 2020 worden geïnd door de netbeheerder, krachtens de artikelen 7, §§ 1 en 2, en 7octies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Daartoe dient de netbeheerder uiterlijk op 1 februari 2022 bij de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas een verslag in met de relevante gegevens. Elk saldo bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt uiterlijk op 1 juli 2022 vereffend met de Belgische Staat.»
  39. Onderhavige beslissing geeft uitvoering aan het 1e lid van deze bepaling.
  40. ANTECEDENTEN 2.
  41. ALGEMEEN
  42. Op 30 september 2021 ontving de CREG van Elia per e-mail haar ex ante verslag met een geactualiseerd tariefvoorstel voor de tarieven van de openbare dienstverplichtingen (hierna ook ODV) en de taksen en toeslagen die vanaf 1 januari 2022 zouden worden toegepast. Dit voorstel bevat een raming van de kosten voor de aankoop van federale groenestroomcertificaten in
  43. Op 30 september 2021 ontving de CREG van Elia per e-mail haar ex ante verslag met een tariefvoorstel voor het tarief van de openbare dienstverplichting (hierna ook: ODV) strategische reserve dat vanaf 1 januari 2022 zou worden toegepast.
  44. Op 26 november 2021 heeft de CREG een brief van de minister van Energie ontvangen waarin zij bevestigt dat de Ministerraad in tweede lezing heeft goedgekeurd dat alle federale openbare dienstverplichtingen (inclusief de toeslag offshore) alsook de federale bijdrage op elektriciteit zullen worden geschrapt en vervangen door één bijzonder accijns op elektriciteit en op aardgas. Deze verandering zal ingaan op 1 januari
  45. Als bijlage bij de brief is het ontwerp van Programmawet toegevoegd. De Minister verzoekt de CREG om bij de uitvoering van haar taken in 2021 reeds rekening te houden met de bepalingen die vastgelegd zijn in het ontwerp van wet. Niet-vertrouwelijke versie 7/14
  46. Op 30 november 2021 ontvangt de CREG een aangepaste raming van de kosten voor de aankoop van federale groenestroomcertificaten.
  47. De vraag tot goedkeuring van het tariefvoorstel ingediend door de nv Elia Transmission Belgium over het tarief voor de openbare dienstverplichting strategische reserve dat vanaf 1 januari 2022 zou worden toegepast werd behandeld in overeenstemming met de tariefmethodologie bedoeld in artikel 12, § 2 van de elektriciteitswet en vastgelegd door de CREG in haar besluit (Z)1109/10 van 28 juni 2018 tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet en voor de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regulatoire periode 2020-2023 en heeft geleid tot de beslissing (B)658E/75 van de CREG van 17 december
  48. Met zijn beslissing (B)658E/75 van 17 december 2021 heeft het directiecomité van de CREG het budget met betrekking tot de ODV strategische reserve en CRM goedgekeurd voor het jaar
  49. Op 31 december 2021 werd de Programmawet van 27 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  50. Met toepassing van deze Programmawet hebben de Belgische Staat en de CREG een Protocol gesloten met het oog op de bepaling van de modaliteiten van het maandelijks ter beschikking stellen van middelen om het voor Elia mogelijk te maken om aan de openbare dienstverplichtingen te voldoen die worden bedoeld in artikel 7, §§ 1, 1e lid, en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid en 7undecies, § 15, 1e lid van de elektriciteitswet (hierna: het Protocol ODV). 2.
  51. VOORAFGAANDE RAADPLEGING
  52. Onderhavige beslissing vormt niet langer een tariefbeslissing zoals dat het geval was voor de wijziging van de elektriciteitswet door de Programmawet van 27 december
  53. Voorheen werd aan de CREG een geactualiseerd tariefvoorstel voorgelegd (in de zin van artikel 18 van de overeenkomst van 6 februari 2018) dat enkel betrekking had op de tarieven voor de openbare dienstverplichtingen en de toeslagen. Op basis van de volgende argumenten was de CREG van mening date en publieke raadpleging over de ontwerpbeslissing niet noodzakelijk was : - Het voorstel heeft geen betrekking op de transmissienettarieven voor de gereguleerde activiteiten en de diensten van de netbeheerder maar op de tarieven voor de openbare dienstverplichtingen die aan hem worden opgelegd; - De tarieven voor de openbare dienstverplichtingen hebben betrekking op kosten waarop Elia geen grip heeft en/of het gevolg zijn van beslissingen van openbare, federale en gewestelijke overheden en/of het gevolg zijn van akten die reeds aan een raadpleging werden onderworpen; - Opdat een raadpleging enig belang zou hebben, moet ze betrekking hebben op (nieuwe) keuzes die uit meerdere opties zijn gemaakt (de beslissende elementen in de zin van artikel 13, 2e lid van voormelde overeenkomst).
  54. Mutatis mutandis, de CREG is van mening dat de hierboven vermelde argumenten ook gelden voor onderhavige beslissing. Dit geldt eens te meer omdat de periode tussen de inwerkingtreding van de Programmawet (1 januari 2022) en de uiterlijke datum voor het nemen van onderhavige beslissing (15 januari 2022), en rekening houdend met de vakantieperiode, het bijna niet mogelijk maakt om op correcte wijze een publieke raadpleging te organiseren. Niet-vertrouwelijke versie 8/14
  55. Bijgevolg is de CREG van mening dat er over de ontwerpbeslissing geen publieke raadpleging moet worden georganiseerd.
  56. RAMING VAN DE KOSTPRIJS VAN DE OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN 3.
  57. DE FINANCIERING VAN DE GROENESTROOMCERTIFICATEN 3.1.
  58. Algemeen AANKOOP VAN FEDERALE
  59. Het koninklijk besluit met de methode voor raming van de kosten van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten is nog niet aangenomen. Daarom raamt de CREG de kost van de aankoop van federale groenestroomcertificaten in 2022 op basis van de principes vastgelegd in artikel 14ter, § 2 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid.
  60. Artikel 14ter, § 2 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, definieert de toeslag voor groenestroomcertificaten aan de hand van de volgende formule: (At + Bt + Ct + Dt + Zt-2) / Et De term At geeft de raming weer van de kosten in verband met de aankopen en de verkopen van groenestroomcertificaten die zijn uitgereikt op basis van de Elektriciteitsdecreten en -ordonnantie tijdens het jaar t. De term Bt geeft de raming weer van de kosten, in voorkomend geval via een voorschot en een aanvullend voorschot dat wordt gestort in overeenstemming met artikel 14, § 1septies, in verband met de aankopen en de verkopen van groenestroomcertificaten die zijn uitgereikt op basis van artikel 7, § 1 van de elektriciteitswet of het equivalent in geproduceerde energie dat in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van het voorschot waarin is voorzien in artikel 14, § 1septies van de elektriciteitswet tijdens jaar t. De term Ct geeft de raming weer van de financiële lasten die door de netbeheerder gedurende het jaar t gedragen worden met betrekking tot de in behandeling zijnde aankoop- en/of verkooptransacties van groenestroomcertificaten en tot de in behandeling zijnde voorschotten zoals bedoeld in artikel 14, § 1septies. De term Dt geeft de kosten weer van de administratieve lasten gedragen door de netbeheerder die berekend zijn door de som van de factoren At en Bt te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,3 %. Het bedrag van deze vermeerdering Dt wordt begrensd op € 100.000,00 per domeinconcessie die is toegekend krachtens artikel 6, § 1 van de wet vanaf het jaar waarin de houder van die concessie elektriciteit in het net injecteerde. De term Zt-2 geeft het verschil weer tussen de ramingen en de werkelijkheid die geconstateerd wordt voor de termen A, B en C alsook het verschil tussen de geraamde bedragen voor de inning van de toeslag groenestroomcertificaten en de werkelijke bedragen voor de inning van de toeslag Niet-vertrouwelijke versie 9/14 groenestroomcertificaten in de loop van het jaar t-2 en, in het geval van correcties en regularisaties, tijdens de voorbije jaren. De term Et geeft de hoeveelheid netto elektriciteit gemeten op de toegangspunten van de klantengroepen onderworpen aan de toeslag zoals bedoeld in artikel 7 van de elektriciteitswet in de loop van het jaar t.
  61. De CREG zal bij de raming geen rekening houden met de term Et aangezien de CREG de kost bepaalt en geen tarief. Daarnaast wordt de term Zt-2 ook niet in rekening genomen omdat de regularisatie voor de jaren 2020 en 2021 wordt vastgelegd door de CREG uiterlijk op 1 juni 2022, conform artikel 92, § 2 van de Programmawet van 27 december
  62. 3.1.
  63. De raming van de kostprijs voor 2022 3.1.2.
  64. Aankopen en verkopen van groenestroomcertificaten (At en Bt)
  65. De aankopen betreffen hoofdzakelijk offshore groenestroomcertificaten. Een (zeer kleine) minderheid van de aankopen heeft betrekking op groenestroomcertificaten van Waalse PVinstallaties. In Wallonië betreft het installaties die in werking zijn gesteld voor 1 augustus 2012 en waarvoor de toekenning van groenestroomcertificaten lager ligt dan 2,3 groenestroomcertificaten per geproduceerd MWh.
  66. De producenten van offshore windenergie ontvangen één groenestroomcertificaat per geproduceerd MWh. In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen tegen een minimumprijs zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 juli
  67. Voor C-Power, Belwind, Northwind, Nobelwind, Norther en Rentel wordt het vermoedelijke aankoopbedrag van groenestroomcertificaten geraamd op basis van de historische productiecijfers en de minimumprijs.
  68. Voor Northwester 2, Mermaid en Seastar maakt de aankoopverplichting van groenestroomcertifcaten door de netbeheerder voorwerp uit van een systeem van voorschotten op de prijs van de groenestroomcertificaten die moeten aangekocht worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 14, § 1septies van het koninklijk besluit van 16 juli
  69. Tijdens de eerste vijf jaar na de indienststelling van de installatie wordt het bedrag van het maandelijkse voorschot berekend op basis van een jaarlijkse veronderstelde elektriciteitsproductie van de installatie die goed is voor 4.100 vollasturen. Daarnaast ontvangen deze parken een aanvullend voorschot indien tijdens de eerste vijf exploitatiejaren de jaarlijkse werkelijke productie lager is dan de veronderstelde productie op basis van 4.100 vollasturen. 3.1.2.
  70. Financiële lasten
  71. De kostprijs van de financiële lasten wordt geraamd door, enerzijds, de som te bepalen van de maandelijkse verschillen tussen de vorderingen en de schulden opgenomen in de balans van de netbeheerder en met betrekking tot de behandeling van de groenestroomcertificaten en, anderzijds, door terug te vallen op een forfaitaire rentevoet gelijk aan de raming van de OLO van het jaar t-2 vermeerderd met 70 basispunten. De evolutie van de maandelijkse verschillen tussen de vorderingen en de schulden is moeilijk ex ante te bepalen. Bovendien wordt een controle van de kosten van de financiële lasten ex post uitgevoerd Niet-vertrouwelijke versie 10/14 bij de berekening van het bedrag van de regularisering. Het geraamde bedrag voor de financiële lasten wordt daarom op nul vastgelegd. 3.1.2.
  72. Administratieve kosten
  73. De kost van de administratieve kosten die door de netbeheerder worden gedragen, wordt berekend door de som van de aankoop- en verkoopprognoses van de groenestroomcertificaten (At + Bt) te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,3 %. Het bedrag van deze vermeerdering is begrensd op € 100.000 € per domeinconcessie. Alle domeinconcessies (C-Power, Belwind/Nobelwind, Northwind, Rentel, Norther, Northwester 2, Mermaid en Seastar) zullen voldoende groenestroomcertificaten produceren om aan Elia te verkopen om de bovengrens van € 100.000 te bereiken, wat overeenkomt met een bedrag van administratieve kosten van € 800.
  74. Dit bedrag van € 800.000 wordt verhoogd met een administratieve kost geraamd van 0,3 % voor de Waalse GSC. 3.1.2.
  75. Raming van de kostprijs voor 2022
  76. Op basis van de historische productie per park, de bepalingen voor de minimumprijs en de methode voor raming van de kosten in het koninklijk besluit van 16 juli 2002, raamt de CREG de kostprijs van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van groenestroomcertificaten op € 634.866.564 voor
  77. 2022 Gewestelijke groenestroomcertificaten 325 656 Betaling van maandelijkse voorschotten in verband met de offshore495 productie 204 627 C-Power [VERTROUWELIJK] Belwind [VERTROUWELIJK] Nobelwind [VERTROUWELIJK] Northwind [VERTROUWELIJK] Rentel [VERTROUWELIJK] Norther [VERTROUWELIJK] Betaling van maandelijkse voorschotten 121 292 942 NW2 [VERTROUWELIJK] Mermaid [VERTROUWELIJK] Seastar [VERTROUWELIJK] Betaling van aanvullende voorschotten 17 242 362 NW2 [VERTROUWELIJK] Mermaid [VERTROUWELIJK] Seastar [VERTROUWELIJK] Financiële lasten 0 Administratieve lasten 800 977 Totale kostprijs ODV aankoop GSC (EUR) 634 866 564 Niet-vertrouwelijke versie 11/14 3.1.
  78. De ventilatie van de kosten per maand
  79. In overeenstemming met artikel 7, § 1, van de elektriciteitswet en het Protocol ODV, legt de CREG de maandelijkse kost vast. De betaling van deze kost door de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt aan het begin van de desbetreffende maand. Kost aankoop federale groenestroomcertificaten jan/22 feb/22 mrt/22 apr/22 mei/22 jun/22 jul/22 aug/22 sep/22 okt/22 nov/22 dec/22 Totaal Kost Elia €/maand 64.943.943 64.105.983 76.734.504 40.503.218 41.820.242 36.967.206 37.186.087 42.485.603 44.482.478 60.846.849 57.274.246 67.516.207 634.866.564 Betaling door Belgische Staat €/maand 64.943.943 64.105.983 76.734.504 40.503.218 41.820.242 36.967.206 37.186.087 42.485.603 44.482.478 60.846.849 57.274.246 67.516.207 634.866.564 3.
  80. DE FINANCIERING VAN DE AANSLUITING VAN DE OFFSHORE PARKEN
  81. Op basis van artikel 7, § 2, van de elektriciteitswet is Elia verplicht deel te nemen in de financiering van de onderzeese kabels voor de aansluiting van de offshore windmolenparken tot een bedrag van € 25.000.000,00 verdeeld in vijf jaarlijkse schijven van € 5.000.000,
  82. Deze regeling is van toepassing op de offshore parken C-Power, Belwind, Northwind, Rentel en Norther. In 2021 is de laatste schijf van € 5 miljoen betaald aan het park Norther en hebben alle parken die vallen onder deze regeling de volledige subsidie ontvangen. Dit betekent dat er geen kosten te verwachten zijn voor het jaar
  83. 3.
  84. DE FINANCIERING VAN DE ODV STRATEGISCHE RESERVE 3.3.
  85. Raming van de kosten voor 2022
  86. In haar beslissing (B)658E/75 heeft de CREG besloten dat het budget voorgesteld door de netbeheerder niet moet worden gecorrigeerd.
  87. Hierna volgt een raming van de kosten die in het kader van deze ODV moeten worden gefinancierd: ODV strategische reserve Strategische reserve Mechanisme overgangsperiode 2022-25 Tweejaarlijkse studie naar toereikendheid en flexibiliteit (deel 2022) - terugbetaling [VERTROUWELIJK] Totaal (EUR) 2022 0 1 183 225 150 294 -516 159 817 359
  88. In overeenstemming met artikel 7octies, 3de lid, van de elektriciteitswet, en met het Protocol ODV, heeft de CREG de maandelijkse kosten bepaald. Het maandelijkse bedrag werd verkregen door de jaarlijkse kost te delen door
  89. De Federale Overheidsdienst Financiën zal deze kost betalen aan het begin van de betreffende maand. Kost ODV strategische reserve Kost Elia €/maand Betaling door de Belgische Staat €/maand Niet-vertrouwelijke versie jan/22 68.113 68.113 feb/22 68.113 68.113 mrt/22 68.113 68.113 apr/22 68.113 68.113 mei/22 68.113 68.113 jun/22 68.113 68.113 jul/22 68.113 68.113 aug/22 68.113 68.113 sep/22 68.113 68.113 okt/22 68.113 68.113 nov/22 68.113 68.113 dec/22 68.113 68.113 Totaal 817.359 817.359 12/14 3.
  90. DE FINANCIERING VAN DE ODV CRM 3.4.
  91. Raming van de kosten voor 2022
  92. In haar beslissing (B)658E/75 heeft de CREG besloten dat het budget voorgesteld door de netbeheerder niet moet worden gecorrigeerd.
  93. Hierna volgt een raming van de kosten die in het kader van deze ODV moeten worden gefinancierd: ODV CRM Personeel IT Externe consultants Totaal (EUR) 3.4.
  94. 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 4 073 421 Ventilatie van de kosten per maand
  95. In overeenstemming met artikel 7undecies, § 15, 3de lid, van de elektriciteitswet, en met het Protocol ODV, heeft de CREG de maandelijkse kosten bepaald. Het maandelijkse bedrag werd verkregen door de jaarlijkse kost te delen door
  96. De Federale Overheidsdienst Financiën zal deze kost betalen aan het begin van de betreffende maand. Kost ODV CRM Kost Elia €/maand Betaling door Belgische Staat €/maand
  97. jan/22 339.452 339.452 feb/22 339.452 339.452 mrt/22 339.452 339.452 apr/22 339.452 339.452 mei/22 339.452 339.452 jun/22 339.452 339.452 jul/22 339.452 339.452 aug/22 339.452 339.452 sep/22 339.452 339.452 okt/22 339.452 339.452 nov/22 339.452 339.452 dec/22 Totaal 339.452 4.073.421 339.452 4.073.421 ALGEMEEN VOORBEHOUD
  98. In onderhavige beslissing beperkt de CREG zich tot de analyse van de motivatie en de draagwijdte van de tariefwijziging ingediend door Elia in haar dossier van 30 september 2021 en in de latere briefwisseling met de CREG.
  99. BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder de artikelen 7, §§ 1, 1e lid en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid en 7undecies, § 15, 1e lid; Gelet op de Programmawet van 27 december 2021, in het bijzonder artikel 92, § 1; Gelet op het Protocol ODV ; Niet-vertrouwelijke versie 13/14 Bepaalt de CREG de maandelijkse kosten van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor het jaar 2022: - de financiering van de aankoop van groenestroomcertificaten : - de financiering van de aansluiting van de offshore parken : 0 € - de financiering van de ODV strategische reserve: - de financiering van de ODV CRM : Kost ODV CRM Kost Elia €/maand Betaling door Belgische Staat €/maand jan/22 339.452 339.452 feb/22 339.452 339.452 mrt/22 339.452 339.452 apr/22 339.452 339.452 mei/22 339.452 339.452 jun/22 339.452 339.452 jul/22 339.452 339.452 aug/22 339.452 339.452 sep/22 339.452 339.452 okt/22 339.452 339.452 nov/22 339.452 339.452 dec/22 Totaal 339.452 4.073.421 339.452 4.073.421  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 14/14

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.