(B)2331 3 februari 2022 Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en op grond van artikel 2, §1, 2° en artikel 107 van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas Niet vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. 2. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 6 1.1. Europees recht ........................................................................................................................ 6 1.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 7 1.3. Goedkeuren van de belangrijkste voorwaarden door de CREG .............................................. 8 1.4. Recht van toegang tot de vervoersnetten .............................................................................. 9 1.5. De goedkeuringscriteria van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer ........................... 11 1.5.1. Sectorspecifieke wetgeving ........................................................................................... 13 1.5.2. Het mededingingsrecht ................................................................................................. 14 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels ........................................................................ 15 1.5.4. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 18 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 19 2.1. Algemeen – Vervoersmodel Fluxys Belgium ......................................................................... 19 2.2. Voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden ..................................................... 27 2.2.1. 3. 4. Principe van menging .................................................................................................... 27 2.3. Raadpleging ........................................................................................................................... 29 2.4. Inwerkingtreding van de belangrijkste voorwaarden ........................................................... 29 ONDERZOEK................................................................................................................................... 30 3.1. Onderzoek van de wijzigingen van het Standaard Aardgasvervoerscontract – STA ............. 30 3.2. Onderzoek van de wijzigingen van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer – ACT .... 32 3.3. Onderzoek van de wijzigingen van het aardgasvervoersprogramma –TP ............................ 40 BESLISSING..................................................................................................................................... 41 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 43 Niet vertrouwelijk 2/43 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en op grond van de artikelen 2, §1, 2° en 107, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties voor aardgas en de LNG-installaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging door de NV Fluxys Belgium van de belangrijkste voorwaarden, met name het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma. Op 23 december 2021 heeft de NV Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden (Bijlage 1) samen met het bijhorende consultatieverslag (Bijlage 2), per mail met ontvangstbewijs, bij de CREG in het Nederlands ingediend voor goedkeuring. De aanvraagbrief van Fluxys Belgium meldt dat over de voorgestelde wijzigingen een openbare raadpleging werd gehouden van 18 oktober 2021 tot 8 november 2021. Het consultatieverslag nummer 54 (Bijlage 2) geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten, de ontvangen opmerkingen en het antwoord van Fluxys Belgium en werd gevoegd bij de aanvraag van 23 december 2021. Dit voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden is gebaseerd op het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing van 20 augustus 20211 en heeft betrekking op: - het mogelijk maken van de injectie van H2 in het aardgasnet; - het invullen van de specificaties inzake gaskwaliteit met een bovengrens van 2 % voor H2; - het verduidelijken van de CO2- specificaties op het binnenlandse injectiepunt; - het afstemmen van de beschikbaarheid van de H/L-conversiedienst op het fysieke conversieprogramma; - de wijziging van de L/H-capaciteitsomschakelingsdienst naar een Lcapaciteitsomschakelingsdienst waardoor zowel entry- als exit-vervoersdiensten op L-gas kunnen worden omgeschakeld; - het verwijderen van de tabel met de maandelijkse toewijzingen voor de afvlakking van het onevenwicht; - een aantal technische wijzigingen. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader, de antecedenten, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op 3 februari 2022. 1 Beslissing (B)2270 van 20 augustus 2021 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het gewijzigde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma. Niet vertrouwelijk 3/43 LEXICON ‘belangrijkste voorwaarden’: het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma; ‘STA’: Standaard Aardgasvervoerscontract; ‘ACT’: Toegangsreglement voor Aardgasvervoer; ‘TP’: Aardgasvervoersprogramma; ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘Balansys’ : Balansys NV opgericht bij notariële akte van 7 mei 2015; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘SSO’: Opslagbeheerder; ‘BO’: Balancingbeheerder; ‘Gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘Gedragscode’: Koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas; ‘Gasrichtlijn’: Richtlijn 2009/73 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG en de Richtlijn 2019/692 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/73 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas; 'Gasverordening 715/2009’: Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010. ‘CMP’: Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten; ‘NC BAL’: Verordening (EU) 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten; Niet vertrouwelijk 4/43 ‘NC INT’: Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode interoperabiliteit en gegevensuitwisseling; ‘NC CAM’: Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013; ‘NC TAR’: Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. Niet vertrouwelijk 5/43 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. De artikelen 14, 16, 18 en 20, van de Gasverordening zetten de algemene beginselen uiteen inzake derdetoegangsdiensten, mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures bij congestiebeheer bij TSOs, transparantievereisten voor TSOs en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 2. Deze beginselen, voortvloeiende uit de Gasverordening, genieten rechtstreekse toepassing en hebben voorrang op de bepalingen van de Gedragscode voor zover de bepalingen van de Gedragscode hiermee strijdig zouden zijn. 3. Artikel 41.6, van de Gasrichtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om de voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim voor hun inwerkingtreding goed te keuren inzake de aansluiting op en de toegang tot nationale netten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 4. Artikel 41.9, van de Gasrichtlijn vervolgt dat de regulerende instanties het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer monitoren. Hiertoe leggen de TSOs of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. 5. De Gasrichtlijn bepaalt in artikel 1.2 dat de in deze richtlijn vastgestelde voorschriften voor aardgas, waartoe ook LNG behoort, tevens op niet-discriminerende wijze van toepassing zijn op biogas en uit biomassa verkregen gas, voor zover het technisch mogelijk en veilig is dergelijke gassen te injecteren in en te transporteren via het aardgassysteem. 6. Op 3 mei 2019 werd de richtlijn (EU) 2019/692 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/73/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze richtlijn heeft tot doel obstakels voor de voltooiing van de interne markt voor aardgas, die het gevolg zijn van de niet-toepassing van de marktregels van de Unie op gastransmissieleidingen van en naar derde landen, weg te nemen. Ze treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. 7. Verder vloeit uit het derde energiepakket voort dat, om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen TSOs, het vereist is netcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 8. In dit kader zijn volgende netcodes van kracht geworden:
- a)NC BAL2, van toepassing met ingang van 1 oktober 2015 voert een op de markt gebaseerd balanceringsregime in. Deze NC legt de balanceringsregels voor gas vast, waaronder netgerelateerde voorschriften voor de nominatieprocedures, onbalansheffingen, vereffeningsprocedures in verband met de dagelijkse onbalansheffingen en operationele balancering tussen de netten van TSOs; 2 Verordening (EU) Nr. 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten Niet vertrouwelijk 6/43
- b)NC CAM3, van kracht met ingang van 1 november 2015 voert gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanismen voor gastransmissiesystemen in. Het gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanisme omvat een veilingsprocedure voor de relevante IPs binnen de Unie, alsook de standaard grensoverschrijdende capaciteitsproducten die worden aangeboden en toegewezen. Deze NC geeft aan hoe de beheerders van aangrenzende transmissiesystemen samenwerken om de verkoop van capaciteit te vergemakkelijken, rekening houdend met de algemene commerciële en ook technische regels met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen;
- c)CMP4, in werking getreden op 20 mei 2015 wijzigt Bijlage I van de Gasverordening dat uit richtlijnen bestaat met het oog op de toepassing van geharmoniseerde Europese regels voor het congestiebeheer;
- d)NC INT5, van toepassing met ingang van 1 mei 2016 legt voorschriften betreffende de interoperabiliteit en gegevensuitwisseling vast, alsook geharmoniseerde regels voor de werking van gastransmissiesystemen;
- e)NC TAR6, in werking getreden op 6 april 2017 bepaalt de regels inzake geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas, met inbegrip van regels inzake de toepassing van een referentieprijsmethodologie, de bijbehorende raadplegings- en bekendmakingsvereisten, alsook de berekening van reserveringsprijzen voor standaard capaciteitsproducten. 9. Met uitzondering van CMP zijn de netcodes aangenomen onder de vorm van een verordening en vinden bijgevolg rechtstreeks toepassing waardoor zij voorrang genieten op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. CMP is een Besluit van de Europese Commissie dat bindend is voor degene tot wie het gericht is. Het CMP Besluit wijzigt Bijlage I van de Gasverordening en bijgevolg vinden de wijzigingen rechtstreeks toepassing en genieten zij voorrang op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. 1.2. BELGISCH RECHT 10. Artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet bepaalt dat de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten door de CREG worden goedgekeurd en dat zij de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten moet controleren. 11. De omzetting van artikel 41.6, van de Gasrichtlijn 73/2009 is gebeurd in de artikelen 15/5 en 15/5undecies, van de Gaswet. De Gaswet bepaalt dat de beheerder van het aardgasvervoersnet, zijnde Fluxys Belgium gehouden is een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat aan de CREG en de Algemene Directie Energie wordt betekend. 3 Verordening (EU) Nr. 984/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot vaststelling van een netcode met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad 4 Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten 5 Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode inzake interoperabiliteit en gegevensuitwisseling 6 Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. Niet vertrouwelijk 7/43 12. De CREG keurt dit ontwerp goed en kan Fluxys Belgium op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met ACER. 13. De implementering van de regels voor congestie gehecht aan Bijlage I van de Gasverordening wordt gemonitord door de CREG. 14. Overeenkomstig artikel 2, §4, van de gaswet, zijn de door de gaswet opgestelde regels voor aardgas ook van toepassing op biogas, gas uit biomassa of andere gassoorten, in de mate dat het technisch mogelijk is om deze veilig te injecteren en te vervoeren over het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze gassoorten in overeenstemming zijn met de toepassing van de gedragscode, en ook verenigbaar zijn met de kwaliteitsnormen die op het aardgasvervoersnet vereist worden. 15. Artikel 108, van de gedragscode bepaalt dat de voorstellen van de STA, ACT en TP alsook de wijzigingen ervan tot stand komen na raadpleging door Fluxys Belgium van de betrokken netgebruikers in een overlegstructuur bedoeld in artikel 108, van de gedragscode. 16. Wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de CREG alvorens zij bekend kunnen worden gemaakt op de website van Fluxys Belgium overeenkomstig artikel 107, van de gedragscode. 17. Tot slot, treden de goedgekeurde wijzigingen pas in werking op de datum bepaald door de CREG in haar beslissing. 1.3. GOEDKEUREN VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN DOOR DE CREG 18. Nergens wordt in de gaswet of de gedragscode uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG de belangrijkste voorwaarden voor vervoer dient goed te keuren, dan wel af te keuren. 19. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 20. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zo niet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. 21. Hieruit volgt ook dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt de goedkeuringsbeslissing integraal deel uit zou maken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of anders gezegd versmelten niet. 22. Een goedkeuringsbeslissing heeft ook een terugwerkende werking. Dit wil zeggen dat de goedkeuring van de akte geldt vanaf de datum waarop de akte werd ingediend ter goedkeuring en dus niet vanaf de datum van de goedkeuringsbeslissing. Niet vertrouwelijk 8/43 23. Het feit dat de gedragscode uitdrukkelijk voorziet dat zowel het STA, ACT en TP door de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG na raadpleging, betekent ook dat bij het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer de CREG zich niet in de plaats kan stellen van de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie en bijgevolg voorwaarden kan gaan opleggen. Met andere woorden, de CREG kan slechts goedkeuren of afkeuren. Het is bijgevolg de CREG verboden de belangrijkste voorwaarden voor vervoer goed te keuren in een door haar voorgestelde gewijzigde vorm. De goedkeuring of het afkeuren van de belangrijkste voorwaarden voor vervoer kan de CREG ook slechts wettelijk verantwoorden door zich te baseren op een wettelijke bepaling en het principe van het algemeen belang . 24. Overeenkomstig artikel 107 van de gedragscode worden goedgekeurde ACT en TP onverwijld bekend gemaakt samen met de datum waarop de CREG in haar beslissing stelt dat deze in werking treden. 1.4. RECHT VAN TOEGANG TOT DE VERVOERSNETTEN 25. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. 26. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt7. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. 27. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Dit verklaart mede waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de transmissiesysteembeheerder, de opslagsysteembeheerder en de LNG-systeembeheerder. 28. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies, van de gaswet. De gedragscode en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 29. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode de 7 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Niet vertrouwelijk 9/43 verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 30. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk en wettelijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. 31. Voorgaand principe –recht van toegang is van openbare orde- vindt ook zijn weerslag in de Europese netwerkcodes die van toepassing zijn op grensoverschrijdende aangelegenheden inzake transmissie van aardgas en aangelegenheden betreffende de marktintegratie. 32. Het recht van toegang wordt vertaald via de belangrijkste voorwaarden die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze voorwaarden, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden door de CREG wijzigt de aard van de belangrijkste voorwaarden niet. In tegendeel, het belang van de belangrijkste voorwaarden wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. 33. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. 34. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. 35. Het dienstenprogramma, dat in grote mate het indicatief vervoersprogramma van de gedragscode 2003 vervangt is een soort van catalogus van vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, Verordening 715/2009. 36. Voor opslag betekent dit dat het opslagprogramma het opslagmodel en de opslagdiensten gebruiksvriendelijk beschrijven waardoor de netgebruiker een beter beeld krijgt over het aanbod. Niet vertrouwelijk 10/43 1.5. DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN VOORWAARDEN VOOR VERVOER DE BELANGRIJKSTE 37. Overeenkomstig artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet moet de CREG de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten goedkeuren. Zoals hoger gemeld bestaan de belangrijkste voorwaarden voor vervoer uit een STA, een ACT en een TP. 38. Overeenkomstig artikel 109, gedragscode wordt in het STA inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1° de definities van de in het standaard aardgasvervoerscontract gebruikte terminologie; 2° het voorwerp van het standaard aardgasvervoerscontract; 3° de voorwaarden waaraan de aardgasvervoersdiensten door de beheerder geleverd worden; 4° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde aardgasvervoersdiensten; 5° in voorkomend geval, de specifieke bepalingen met betrekking tot de toegang tot de hubs; 6° de facturatie en betalingsmodaliteiten; 7° in voorkomend geval, de financiële garanties en andere waarborgen; 8° de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de beheerder en de bevrachters; 9° de bepalingen inzake het meten en het testen; 10° de operationele verplichtingen van de partijen en de aardgaskwaliteitsspecificaties; 11° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 12° de impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen; 13° de impact van de regels inzake congestiebeheer op de rechten en plichten van de partijen; 14° de bepalingen in verband aardgasvervoersdiensten; met de verhandelbaarheid en overdracht van 15° de duur van het standaard aardgasvervoerscontract; 16° de bepalingen inzake opschorting, opzeg/beëindiging van het aardgasvervoerscontract of toegewezen aardgasvervoersdiensten, onverminderd artikel 80, 4°; 17° aanvaarde vormen inzake kennisgevingen tussen partijen; 18° de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de bevrachter foutieve en onvolledige informatie geeft over leveringsondernemingen en nominaties aan het ingangspunt; 19° de geschillenregeling; 20° het toepasselijke recht. Niet vertrouwelijk 11/43 39. De ACT bevat, onverminderd artikel 29, van de gedragscode overeenkomstig artikel 111, van de gedragscode: - 1° het type-dienstenformulier; - 2° de operationele regels en procedures voor het gebruik van de toegewezen aardgasvervoersdiensten; - 3° de procedure voor nominatie, hernominatie en toewijzing; - 4° de procedure voor reducties en onderbrekingen van aardgasvervoersdiensten; - 5° de procedure in geval van onderhoud van installaties; - 6° de operationele procedures inzake het meten en het testen met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheid; - 7° de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet en aan de aansluitingspunten indien die verschillen met de aardgasspecificaties aan de ingangspunten op het aardgasvervoersnet; - 8° de regels van toepassing aardgasvervoersdiensten; - 9° de regels inzake de organisatie en werking van de hubs op grond van de basisprincipes bedoeld in afdeling 1.6 van dit hoofdstuk. 40. inzake de overschrijding van de toegewezen Tot slot, stelt artikel 112, van de gedragscode dat in het TP opgenomen moet worden: - 1° een uitvoerige beschrijving van het gehanteerde aardgasvervoersmodel; - 2° de verschillende gereguleerde aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; - 3° voor wat betreft de onderbreekbare aardgasvervoersdiensten, de kans op onderbreking en in uitvoering van artikel 4, 3°, de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van voorwaardelijke aardgasvervoersdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria; - 4° de gereguleerde verbonden aardgasvervoersdiensten die aangeboden worden; - 5° de verschillende duurtijden waarvoor de aardgasvervoersdiensten onderschreven kunnen worden; - 6° een gebruiksvriendelijke beschrijving van :
- i)de toewijzingsregels voor de verschillende aardgasvervoersdiensten op basis van de capaciteitstoewijzingsregels bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer;
- ii)de regels, voorwaarden en procedures voor het onderschrijven van aardgasvervoersdiensten op de primaire markt, met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van aardgasvervoersdiensten, bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer; iii) de regels inzake congestie bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer;
- iv)de regels inzake de organisatie en werking van de secundaire markt bedoeld in het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Niet vertrouwelijk 12/43 41. Het is duidelijk dat de CREG haar goedkeuring moet weigeren aan onvolledige en/of met de wet strijdige belangrijkste voorwaarden. Dit zijn voorwaarden die slechts ten dele of niet de toegang tot het vervoersnet uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van de Europese wetgeving uiteengezet in deel 1 van deze beslissing niet verwezenlijken. 42. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook tot taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde belangrijkste voorwaarden voor vervoer al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. 43. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en de netgebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de netgebruiker een toetredingscontract. 1.5.1. Sectorspecifieke wetgeving 44. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). 45. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 46. Verder, stelt artikel 14, van de Verordening 715/2009 dat TSOs:
- a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
- b)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- c)dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden;. 47. Wanneer in verband met punt
- c)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. 48. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaardtransportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, vermelde principes. Niet vertrouwelijk 13/43 49. Tot slot, en zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. 50. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersinstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. 51. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 16, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. 1.5.2. Het mededingingsrecht 52. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. 53. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. 54. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 55. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. 56. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 15/14, §2, tweede lid, 6°, van de gaswet (goedkeuren belangrijkste voorwaarden en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 57. Fluxys Belgium heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming Niet vertrouwelijk 14/43 met een dominante positie8. De netgebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de vervoer van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 58. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. 59. Het opnemen van clausules in de STA die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 1.5.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels 60. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 1.5.3.1. Wetboek van economisch recht 61. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 62. 8 Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet vertrouwelijk 15/43 afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : - • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; • 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen, te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Niet vertrouwelijk 16/43 Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. - 63. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren9. 1.5.3.2. 64. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractsluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden, ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden, zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. 65. Aangezien de opslagsysteembeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. 66. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor vervoer gaat dat Fluxys Belgium aan de netgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar de STA nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel, wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 9 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet vertrouwelijk 17/43 1.5.3.3. De bindende partijbeslissing 67. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten, of beter aan de contractuele verbintenissen, de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. 68. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 1.5.3.4. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 69. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen worden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.10 1.5.3.5. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 70. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg, telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 1.5.4. Wet op het taalgebruik 71. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. 10 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet vertrouwelijk 18/43 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN – VERVOERSMODEL FLUXYS BELGIUM 72. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie11 voorgelegd aan de markpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende markpartijen12. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. 73. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 heeft de CREG de STA, ACT en TP van Fluxys Belgium goedgekeurd. Deze goedkeuring vormt de basis van belangrijkste voorwaarden van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. De belangrijkste voorwaarden garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een markt gestuurd balanceringsysteem. 74. Het Entry/Exit model dat Fluxys Belgium heeft ontwikkeld en dat operationeel is sinds 1 oktober 2012 heeft volgende kenmerken: - Het vervoersnet is in twee ingangs-/uitgangszones ingedeeld: de H-zone en de L-zone. De Hzone stemt overeen met het fysieke H-calorisch vervoerssysteem en de L-zone met het fysieke L-calorisch vervoerssysteem. - Een netgebruiker kan ingangs- en uitgangsdiensten contracteren. De ingangsdiensten verlenen hem het recht een hoeveelheid aardgas op een IP in het vervoersnet te injecteren a rato van de gecontracteerde injectiecapaciteit. Via de uitgangsdiensten kan hij een hoeveelheid aardgas uit het net uitzenden. - Een 'IP' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met het vervoersnet van een aangrenzende TSO, of met een vervoersinstallatie onder het beheer van Fluxys Belgium, zoals bijv. de opslaginstallatie te Loenhout. - Een 'afnamepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met een eindklant of met een afnamepunt ten behoeve van het distributienet. 75. In een systeem van marktbalancering is het basisprincipe dat de netgebruikers (markpartijen) er zelf voor zorgen dat per tijdseenheid de hoeveelheden aardgas die zij in het systeem injecteren gelijk zijn aan de hoeveelheid die zij eraan onttrekken. Tijdens de gasdag voert Fluxys Belgium, zoals gezegd, geen interventies uit zolang de marktbalanceringspositie (d.w.z. de evenwichtspositie voor de totale markt) zich binnen de vooraf bepaalde bovenste en onderste markt limietwaarden bevindt. Indien de marktbalanceringspositie de bovenste (of onderste) markt limietwaarde overschrijdt, komt Fluxys Belgium tussenbeide met een verkoop- (of aankoop-) transactie op de aardgasmarkt (commodity) voor de hoeveelheid van het marktoverschot (of tekort). De overschotten, respectievelijk de tekorten worden per netgebruiker 11 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel; 12 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas; Niet vertrouwelijk 19/43 verrekend in contanten. De verrekening geschiedt ten aanzien van elke netgebruiker die bijdroeg aan het onevenwicht in verhouding tot zijn individuele bijdrage tot het onevenwicht op het moment van de (uur)overschrijding. Er is enkel een tussenkomst van de netbeheerder voor de netgebruikers die veroorzaker zijn van respectievelijk een overschot of een tekort. Voor alle veroorzakers is er een correctie van de individuele positie. Op het einde van iedere gasdag wordt het verschil tussen de totale hoeveelheden die in de beschouwde zone zijn binnengekomen en de totale hoeveelheden die door de eindklanten van de netgebruikers werden verbruikt of die de beschouwde zone naar een aangrenzend vervoersnet verlieten, op nul gesteld. De verrekening gebeurt in contanten en is van toepassing op iedere netgebruiker, zowel voor degenen die een overschot hadden (de ‘helpers’), als voor degenen die een tekort hadden. 76. Op 7 mei 2015 werd, met toepassing van artikel 15/2bis, van de gaswet, Balansys opgericht. Fluxys Belgium en Creos, de Luxemburgse TSO, zijn beiden voor 50% aandeelhouder van Balansys. Balansys staat in voor het commercieel netevenwicht van de vervoersnetten Fluxys Belgium en Creos. 77. De regulatoire documenten van Balansys, bestaande uit het balanceringscontract, de balanceringscode voor de zone Belux en het balanceringsprogramma vormen samen het contractueel kader tussen Balansys en de netgebruiker met betrekking tot het netevenwicht. In het kader van de overdracht van de balanceringsactiviteiten binnen het Belux integratieproject van Fluxys Belgium naar Balansys, werden alle bepalingen hierover geschrapt in het STA, ACT en TP van Fluxys Belgium. De STA, ACT en TP zonder de bepalingen inzake netevenwicht, zijn in werking getreden op 1 juni 2020 nadat Balansys volledig operationeel is geworden. Vanaf dan zijn beide TSOs (Fluxys Belgium en Creos) niet langer meer verantwoordelijk voor het beheer van het commercieel netevenwicht van hun eigen vervoersnet. 78. Overeenkomstig artikel 15/13, §6, van de gaswet is de Algemene Directie Energie, zijnde de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas de bevoegde instantie in de zin van artikel 2.2 van de Verordening 994/2010. Deze verordening werd ingetrokken en vervangen door de Verordening 2017/1938 (art. 2.7). 79. In het kader van haar opdrachten is de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas bevoegd voor het opstellen van een preventief actieplan, een nationaal noodplan en op basis van de risico-evaluatie belast met de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan (Art. 4, 5, 9 en 10, van de Verordening 994/2010 vervangen door respectievelijk Art. 8, 9, 7 en 11 van de Verordening 2017/1938). 80. Conform het Ministerieel Besluit van 18 december 2013 tot vaststelling van het federaal noodplan voor aardgasbevoorrading, wordt het noodplan vastgesteld door de minister bevoegd voor Energie, op voorstel van de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas. 81. Daarnaast vereist, artikel 134, van de gedragscode dat de beheerder van het aardgasvervoersnet een Plan voor Incidentenbeheer opstelt en opneemt in het toegangsreglement voor aardgasvervoer. 82. Verder stelt paragraaf 7 van het Ministerieel besluit van 14 december 2014 (hierna: “M.B. federaal noodplan”) dat het intern noodplan leveringszekerheid van de beheerder van het aardgasvervoersnet, de basis vormt voor het Plan voor Incident Management als onderdeel van het toegangsreglement voor aardgasvervoer. Dit Ministerieel besluit vloeit voort uit Verordening 994/2010. 83. De openstelling van de energiemarkt voor aardgas brengt met zich mee dat het aanbieden van energie en energiediensten evolueert naar een competitieve activiteit. Dit is eveneens een uitdaging voor de faciliterende markpartijen, waaronder de beheerder van het aardgasvervoersnet en de regulerende instantie, die gestimuleerd worden tot het voeren van een pro-actief beleid wat betreft Niet vertrouwelijk 20/43 het aanbieden van nieuwe vervoersdiensten en het verbeteren van de dienstverlening. Zowel Fluxys Belgium als de CREG beschouwen het als hun taak een voortrekkersrol te spelen op de WestEuropese aardgasmarkt. Dit houdt in dat het regulatoir kader dat de spelregels voor de aardgasmarkt bepaalt aan een continue evaluatie onderworpen is. Ook het vervoersmodel, waarvan de krachtlijnen in paragrafen 72 tot 74 van huidige beslissing geschetst werden, is in voortdurende evolutie. Ten einde de aantrekkingskracht van de Belgische aardgasmarkt verder te verbeteren heeft Fluxys Belgium na de implementatie van het nieuwe vervoersmodel in overleg met de markpartijen een aantal voorstellen voor verbetering voorgelegd aan de markt. Deze voorstellen werden na raadpleging van de markt ter goedkeuring ingediend bij de CREG. Sinds de voornoemde beslissing van de CREG tot goedkeuring van het nieuwe vervoersmodel op 10 mei 2012 heeft Fluxys Belgium volgende voorstellen ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd:
- a)Voorstel tot wijziging van Bijlage A “Vervoersmodel” van het ACT met het oog op het vermijden van mogelijk opportunistisch gedrag door de netgebruikers en de mogelijks daaruit voortvloeiende marktverstoring van het marktgebaseerd balanceringsysteem. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012.
- b)Voorstel tot wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP met het oog op het aanbieden van Day-Ahead vervoerscapaciteit via het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op de IPs dat wordt beheerd door Prisma. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013.
- c)Op 10 september 2013 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de bijlagen A, B en C3 van het ACT met de aanpassingen aan de kwaliteitsconversiediensten evenals de kleine wijzigingen aan het TP bij de CREG in. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131010-CDC-1283 van 10 oktober 2013.
- d)Bij beslissing (B)131010-CDC-1284 van 10 oktober 2013 keurt de CREG de aanvraag tot goedkeuring van een wijziging van het STA, zoals ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG op 19 september 2013 goed. Deze wijziging betreft een verlaging van de kredietrating in hoofde van de bevrachters van A Standard&Poor's//Fitch naar BBB+ of van A3 Moody's naar Baa1. Hierdoor stelt Fluxys Belgium zich in lijn met de kredietvoorwaarden die door de TSOs van de omringende landen van België gevraagd worden aan hun bevrachters.
- e)Voorstel tot wijziging van het TP en van bijlagen A, B, E en G van het ACT in het bijzonder met het oog op het bepalen van bijkomende modaliteiten voor de implementering van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in Bijlage I van de Gasverordening. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131024CDC-1281 van 24 oktober 2013.
- f)Voorstel tot wijziging van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het ACT in het bijzonder met het oog op de aanpassing van de prijsreferentie voor de “gasprijs” ten gevolge van de stopzetting van de vorige prijsreferentie, de verbetering van de capaciteitsallocatie voor S32 eindafnemers aangesloten op het distributienet en de aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 2014.
- g)Voorstel tot wijziging van het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3 en G van het ACT, in het bijzonder tot toevoeging van een ‘reshuffling’ dienst die het mogelijk maakt voor netgebruikers om hun contracten aan te passen en hun portefeuilles voor te bereiden in het kader van de toekomstige toepassing van de NC CAM, tot wijziging van de balanceringsregels om H-gas te kunnen aan- of verkopen waar er geen tegenprestatie op de L-markt wordt gevonden, tot overgang voor de secundaire markt van het capsquare platform naar het Niet vertrouwelijk 21/43 Europese capaciteitsplatform Prisma en tot wijziging van de (her)nominatie procedures om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de NC BAL. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014.
- h)Voorstel tot wijziging van de STA, het TP en van bijlagen A, B, C1 en G van het ACT, in het bijzonder de introductie van twee nieuwe kwaliteitsconversiediensten, “Base Load” en “Seasonal Load”, waarmee netgebruikers het ganse jaar H-gas naar L-gas kunnen converteren, de introductie van een nieuwe “Peak Load” H->L kwaliteitsconversiedienst, waarmee netgebruikers H-gas naar L-gas enkel in het transfo seizoen kunnen converteren en de aanpassing van de Prisma General terms & Conditions (GT&C’
- s)met betrekking tot de toegangsregels tot het Prisma European Capacity Platform zoals vervat in Bijlage B van het ACT. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140918-CDC-1362 van 18 september 2014.
- i)In april 2014 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging in bij de CREG dat verband houdt met de bestaande binnen-de-dag-verplichtingen om het gebruik ervan te kunnen voortzetten en tot aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet. Deze aanvraag werd, wat betreft het verder gebruik van de binnen-dedag-verplichtingen door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)141016-CDC-1375 van 16 oktober 2014. De CREG is immers van oordeel dat het ter beschikking stellen van uurlijkse informatie aan de netgebruikers de mogelijkheid biedt hun posities bij te sturen via nominaties op uurbasis, zodat het marktgestuurd balanceringsysteem beter functioneert. Verder meent de CREG dat deze verplichtingen de rol van de TSO inzake balancering tot een minimum beperkt en de netgebruikers maximaal responsabiliseert. In dezelfde beslissing heeft de CREG geoordeeld dat zij een beslissing met betrekking tot de aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet ten gepaste tijde zou nemen vanaf 1 oktober 2015, na raadpleging van de betrokken TSOs en distributiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 39, lid 5, van de NC BAL.
- j)Voorstel tot wijziging van de STA, TP en van de bijlagen A, B, C1 en G van de ACT en dat verband houdt met de introductie van nieuwe IP tussen Frankrijk en België en de invoering van een nieuwe dienstverlening “Cross Border Delivery Dienst” die de directe verbinding tussen de terminal van Duinkerke en het Belgische vervoersnet mogelijk moet maken. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal kleine tekstuele aanpassingen door te voeren. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)150326-CDC-1414 van 26 maart 2015.
- k)Op 15 april 2015 heeft Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de belangrijkste voorwaarden bij de CREG ingediend met als doel het vervoersmodel aan te passen voor de realisatie van het project dat de integratie van de aardgasmarkten van België en Luxemburg onder de naam BeLux-project beoogt. Op 13 mei 2013 werd het voorstel tot wijziging van de STA ingetrokken en een nieuw voorstel ingediend voor goedkeuring. De wijzigingen hebben betrekking op de STA voor de realisatie van het BeLux-project, de verwijdering in de ACT van alle bepalingen met betrekking tot balancering, de verwijdering van de IPs tussen België en Luxemburg uit de lijst van IPs voor de commercialisering van capaciteit. Verder waren er enkele beperkte tekstuele aanpassingen met betrekking tot de dienst kwaliteitsconversie, de verwijdering van de dienst ‘reshuffling’, de aanpassing van het facturatieproces door de introductie van “Self Billing” en de herziening van bijlage F van het ACT met betrekking tot het plan voor incidentenbeheer. Niet vertrouwelijk 22/43 Aanvullend heeft Fluxys Belgium op 13 mei 2015 bij de CREG een voorstel van wijziging van de ACT en TP ingediend. Dit voorstel van wijzigingen waren noodzakelijk om vanaf 1 oktober 2015, in afwachting van de inwerkingtreding van het vereiste wettelijk kader voor de integratie van de balanceringsregimes van de aardgasmarkten van België en Luxemburg, verder het netevenwicht te kunnen waarborgen door het implementeren van overgangsmaatregelen waarbij Fluxys Belgium alle verplichtingen en taken die verband houden met betrekking tot balancering blijft behartigen. Over beide aanvragen heeft de CREG een beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015 getroffen.
- l)Op 4 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel tot wijziging van het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het ACT, ingediend, met als doel het vervoersmodel aan te passen. Via die wijzigingen wil Fluxys Belgium haar dienstenaanbod op contractueel en operationeel vlak afstemmen op de implementatie van de NC CAM die op 1 november 2015 van kracht wordt. In haar begeleidende brief heeft Fluxys Belgium gemeld dat de belangrijkste wijzigingen betrekking hebben op: de invoering van binnen-de-dag (within-day) veilingen, de toepassing van de onderschrijvings- en toewijzingsregels via veiling voor alle IPs die onder de toepassing van de NC CAM vallen, de invoering van een gezamenlijke nominatieprocedure voor gebundelde capaciteit (single sided nomination), de mogelijkheid om voor bepaalde diensten de keuze te kunnen maken om deze om te zetten tot OCUCs en Wheelings, en dit voor jaarlijkse, driemaandelijkse en maandelijkse diensten, de integratie van de hubdiensten in het dienstenaanbod, de opheffing van de verschillende niveaus van onderbreekbaarheid, het uitdrukken van de tarieven in euro per kWh/h (€/kWh/
- h)en het invoeren van een kortetermijncoëfficiënt voor capaciteitsdiensten. Tegelijkertijd stelt Fluxys Belgium voor om de hubdiensten volledig in het dienstenaanbod te integreren en zo het vervoersmodel verder te vereenvoudigen. In haar beslissing (B)150917CDC-1457 van 17 september 2015 oordeelt de CREG dat de implementatie van de bepalingen voorzien in de NC CAM onvolledig is gebeurd, dat de integratie van de hubdiensten, zowel op contractueel als op operationeel vlak, belangrijke tekorten vertoont en dat de overgangsmaatregelen zoals door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B) 150520-CDC-1420 niet correct geïntegreerd zijn in het voorstel van belangrijkste voorwaarden. Daarom beslist de CREG de voorgestelde wijzigingen in hun geheel goed niet te keuren. Zij vraagt Fluxys Belgium een nieuw voorstel uit te werken.
- m)Naar aanleiding van de beslissing 1457 heeft Fluxys Belgium midden oktober 2015 bij de CREG een herwerkte aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G en H van het ACT. Doel van deze wijzigingen was de aanpassing van het dienstenaanbod aan de invoering van de NC CAM. Fluxys Belgium meldt ook dat de integratie van de hubdiensten op een later tijdstip zal volgen. Met betrekking tot de Interconnectie-overeenkomsten laat Fluxys Belgium weten dat ze de stand van zaken zullen meedelen in het kader van de implementatie van de NC INT. De aanpassingen van het dienstenaanbod voor bepaalde types van eindklanten tot slot zullen ter raadpleging worden voorgelegd en apart ter goedkeuring worden ingediend. In haar beslissing (B)151029-CDC1469 van 29 oktober 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed en beslist zij dat deze in werking treden vanaf 1 november 2015.
- n)Een voorstel tot goedkeuring van de nieuwe versie van Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform (de Prisma General Terms & Conditions - GT&C’s), opgenomen in Appendix 1, bijlage B van de ACT wordt door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. De meeste wijzigingen hebben betrekking op de toepassing van de binnen-de-dag-veilingen, een verduidelijking van de clausule van de afschakeling van een bevrachter en de beschikbaarheid van het Prisma platform. De nieuwe GT&Cs zijn van kracht Niet vertrouwelijk 23/43 vanaf 1 oktober 2015. De CREG heeft deze aanvraag goedgekeurd in haar beslissing (B)151210CDC-1489 van 10 december 2015.
- o)Begin december 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het TP en de bijlagen A, B en G van de ACT. Doel is eindgebruikers die rechtstreeks aangesloten zijn op het hogedruknet (zoals elektrische centrales en industriële eindklanten) een nieuwe dienst aan te bieden naast het bestaande aanbod van jaarlijkse, seizoens- en korte termijndiensten. Deze nieuwe dienst zal worden gecommercialiseerd onder de naam Fix/Flex. Daarnaast bieden de voorgestelde wijzigingen netgebruikers de mogelijkheid diensten te onderschrijven onder het kalenderdagregime. Met haar Beslissing (B)151217-CDC-1495 van 17 december 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed. De wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2016.
- p)In het kader van de NC BAL vraagt Fluxys Belgium de CREG om te worden aangewezen als de partij die de prognoses opstelt in een balanceringszone. Het gaat meer bepaald om de niet binnen-de-dag gemeten afnames uit het aardgasvervoersnet door een netgebruiker en om de daaruit voortvloeiende allocaties. Sinds de invoering van het nieuwe vervoersmodel op 1 oktober 2012 werd Fluxys Belgium al impliciet aanvaard als verantwoordelijke partij. Na raadpleging van de betrokken TSOs en distributienetheerders over de ontwerpbeslissing (B)151203-CDC-1487 van de CREG heeft de CREG in haar eindbeslissing (B) 160128-CDC-1487 van 28 januari 2016 beslist deze aanvraag definitief goed te keuren.
- q)Een voorstel tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, E en G van de ACT in het kader van de implementatie van de NC INT is door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Daarnaast wordt ook gevraagd om de Prisma GT&C’s niet meer op te nemen in de ACT, worden een aantal materiële fouten verbeterd en worden de beschrijvingen voor de diensten MP, DPRS en odorisatie aangevuld. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)160519-CDC-1531 van 19 mei 2016.
- r)In uitvoering van de beslissing 1457 werd een nieuw voorstel tot goedkeuring van de wijzigingen in het STA, de bijlagen A, B, C1, C3, D, E, F, G en H van het ACT en het TP door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend die verband houden met de integratie van de hubdiensten enerzijds en de invoering van binnen-de-dag diensten op Zeebrugge Beach met een aangepaste doorlooptijd van “full hour +2” in lijn met de hernominatie doorlooptijd, de uitbreiding van de secundaire markt op Prisma, het verwijderen van de paragraaf “Interpretatie” in elke bijlage van het ACT en de verbetering van een aantal materiële fouten, anderzijds. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)161020-CDC-1571 van 20 oktober 2016.
- s)In januari 2017 diende Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag in tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, en G van de ACT. Met de aanpassingen wil Fluxys Belgium een capaciteitsconversiedienst invoeren die het mogelijk maakt om niet gebundelde capaciteit aan één zijde van een IP te converteren naar gebundelde capaciteit, een imbalance pooling dienst invoeren die aan netgebruikers de mogelijkheid biedt hun gasposities te groeperen, de IPs Poppel en Hilvarenbeek samenvoegen tot het unieke IP Hilvarenbeek en een aantal materiële fouten corrigeren. Fluxys Belgium organiseerde zelf een openbare raadpleging over deze wijzigingen van eind november 2016 tot eind december 2016. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)1613 van 23 februari 2017 onder de opschortende voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg geeft aan enkele door de CREG in haar beoordeling gemaakte bemerkingen. Niet vertrouwelijk 24/43
- t)In mei 2017 dient Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen aan de belangrijkste voorwaarden in bij de CREG voor goedkeuring. Met dit voorstel wil Fluxys Belgium de belangrijkste voorwaarden aanpassen aan een aantal marktevoluties, meer bepaald: de convergentie tussen de fysieke en de notionele handelsdiensten op de ZTP; de invoering van een virtueel IP tussen België en Frankrijk (vanaf 1 oktober 2017); de nieuwe veilingkalender voor vervoerscapaciteit en de nieuwe procedure voor incrementele capaciteit in uitvoering van de NC CAM; de herziene toewijzing van de transmissiediensten voor eindklanten op de distributienetten als gevolg van de oprichting van het federaal clearinghouse ATRIAS; de introductie van 2 nieuwe EDIg@s-berichten in uitvoering van de NC INT en de correctie van een aantal materiële fouten en opmerkingen gesignaleerd door de CREG in haar beslissing (B)1613. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1653 van 17 juli 2017 onder de voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg zou geven aan haar bemerkingen. De wijzigingen treden in werking op 1 oktober 2017.
- u)Per brief van 14 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aangepast voorstel van wijzigingen van de artikelen 16.2.3, 16.2.4 en 20.3, van bijlage 2, van de STA ingediend om tegemoet te komen aan de beslissing van de CREG van 20 mei 2015 (zie beslissing k)). Per brief van 19 april 2018 heeft Fluxys Belgium dit voorstel ingetrokken. Om deze redenen heeft de CREG een addendum 1457/1 aan de beslissing 1457 (zie onder punt l)) toegevoegd en goedgekeurd op 26 april 2018.
- v)In maart 2018 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA , de bijlagen A, B, C1, C2, C3, E, F en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op het aanbod de capaciteitsconversiedienst, de invoering van een nieuwe dienst ‘reshuffling’, de invoering van een capaciteitsconversiedienst L/H, de vereenvoudiging van de capaciteitsdiensten en de procedure van reservering ervan en een aantal technische aanpassingen inzake kwaliteit, onderbreking en nominatie op interconnectiepunten. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1745 van 26 april 2018.
- w)In februari 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op de vereenvoudiging van het reserveringsproces van diensten, de toevoeging van een Entry Vervoersdienst voor Eindgebruikers, de introductie van een overnominatieproces, de vereenvoudiging van de substitutiediensten, de herinvoering van het Virtual Interconnectiepunt VIP op de Belgische Nederlandse grens en een aantal technische wijzigingen en de afstemming van verschillende definities met de Europese netwerkcodes. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1921 van 11 april 2019.
- x)In juni 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de vereenvoudiging van de L/H capaciteitsomschakelingsdienst, de vereenvoudiging van de betaling van facturen, de verandering van de naam van het Virtual Interconnectiepunt VIP op de Belgische Nederlandse grens naar VIP-BENE en de hernieuwde indiening van artikel 18 van het standaard aardgasvervoerscontract samen met een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1955 van 27 juni 2019.
- y)Op 25 november 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG en voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, de omzettingsdiensten en een aantal technische wijzigingen. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor eind februari 2020 haar “Know Your Customer Policy” aan de CREG voor te leggen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2046 van 16 januari 2020. Niet vertrouwelijk 25/43
- z)Aansluitend hierbij keurde de CREG bij beslissing (B) 2047 op 13 februari 2020 de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van de regulatoire documenten voor aardgasvervoer (vervoerscontract, vervoersprogramma en toegangsreglement) goed. Het gaat onder meer over de overdracht van de activiteit van het beheer van het commercieel netevenwicht door Fluxys Belgium aan Balansys, de aanpassing van de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, een lichte aanpassing van de omzettingsdiensten, de wijziging van het plan voor incidentenbeheer en een aantal technische wijzigingen die de leesbaarheid van de regulatoire documenten bevorderen. De CREG consulteerde in het kader van deze beslissing de marktpartijen betreffende de toepassing van de ACER beslissing Nr. 12/2019 van 16 oktober 2019 op het Standaard Aardgasvervoerscontract, met name de invoering van een bepaling met het oog op een gelijktijdige aansprakelijkheid van Fluxys Belgium en Balansys met betrekking tot het beheer van het commercieel netevenwicht. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor de inwerkingtreding van bovenvermelde wijzigingen haar “Know Your Customer Policy”, die verband houdt met de kredietwaardigheidsvereisten, aan de CREG voor te leggen. Fluxys Belgium en Balansys informeerden de markpartijen dat de overdracht van het commercieel beheer van het netevenwicht van de geïntegreerde Belux-zone zal starten op 1 juni 2020. Vanaf die dag zullen de marktpartijen met Balansys een balanceringscontract moeten afsluiten.
- aa)Op 23 november 2020 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C1, C2, C4 en D van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de integratie van het interconnectiepunt Zelzate 2 in VIP BENE, de afstemming van de definities en diensten met betrekking tot de injectie van nieuwe gassen (o.a. biomethaan) in het aardgasvervoersnet, de verduidelijking van de definitie onderpand, rekening houdend met boekingen op korte termijn en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2157 van 10 december 2020.
- bb)Op 25 juni 2021 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B en C4 van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de introductie van het VIP THE-ZTP dat de interconnectiepunten Eynatten 1 en Eynatten 2 vervangt vanaf 1 april 2022, de introductie van een additionele shipper code dienst waardoor netgebruikers de mogelijkheid krijgen om data betreffende biomethaan te onderscheiden van conventioneel aardgas, en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2270 van 20 augustus 2021. Niet vertrouwelijk 26/43 2.2. VOORSTEL TOT VOORWAARDEN 2.2.1. Principe van menging WIJZIGING VAN DE BELANGRIJKSTE 84. Fluxys Belgium heeft met haar brief van 23 december 2021 een voorstel tot wijziging van belangrijkste voorwaarden bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Dit voorstel tot wijziging (Bijlage 1) heeft betrekking op: - het mogelijk maken van de injectie van H2 in het aardgasnet; - het invullen van de specificaties inzake gaskwaliteit met een bovengrens van 2 % voor H2; - het verduidelijken van de CO2- specificaties op het binnenlandse injectiepunt; - het afstemmen van de beschikbaarheid van de H/L-conversiedienst op het fysieke conversieprogramma; - de wijziging van de L/H-capaciteitsomschakelingsdienst naar een Lcapaciteitsomschakelingsdienst waardoor zowel entry- als exit-vervoersdiensten op L-gas kunnen worden omgeschakeld; - het verwijderen van de tabel met de maandelijkse toewijzingen voor de afvlakking van het onevenwicht; - een aantal technische wijzigingen. 85. Het principe van menging is vastgesteld in Richtlijn nr. 2009/73/EG, waarbij in artikel 1, lid 2, is bepaald dat de voorschriften : "tevens op niet-discriminerende wijze van toepassing [zijn] op biogas en uit biomassa verkregen gas of andere soorten gas, voor zover het technisch mogelijk en veilig is dergelijke gassen te injecteren in en te transporteren via het aardgassysteem". Waterstof of H2 behoort tot de groep van andere soorten gas die met aardgas kunnen worden gemengd. Zolang het gemengd product technisch en veilig kan worden geïnjecteerd in en getransporteerd worden via het aardgassysteem, is de CREG van oordeel dat het gemengd product als "aardgas" kan worden beschouwd in de zin van artikel 1, 2° van de Belgische gaswet13: "elke gasvormige brandstof die hoofdzakelijk bestaat uit methaan van ondergrondse oorsprong, met inbegrip van vloeibaar aardgas, afgekort "LNG" . 86. Bovengenoemde bepaling van de gasrichtlijn werd omgezet in artikel 2, § 4 van de Belgische gaswet bij wet van 8 januari 2012. Naast de voorwaarde “voor zover het technisch mogelijk en veilig is dergelijke gassen te injecteren in en te transporteren via het aardgassysteem” heeft de Belgische wetgever hieraan ook de voorwaarde toegevoegd dat “de kwaliteitsvereisten voor (aard)gas die van toepassing zijn op het aardgasvervoersnet moeten worden nageleefd (GCV, Wobbe-index, H2 en Stot)”,. De definitie van "aardgas" zoals gemeld in voetnoot 13 werd bij wet van 18 mei 2021 gewijzigd met de bedoeling om menging van aardgas met andere soorten gas toe te laten. 13 Gewijzigd bij wet van 18 mei 2021, gepubliceerd in het B.S. op 27 mei 2021. Niet vertrouwelijk 27/43 87. In de gaswet wordt het maximaal toelaatbare percentage H2 in aardgas niet expliciet vastgesteld, maar wordt de toevoeging van H2 afhankelijk gesteld van het feit of de eruit voortvloeiende mengeling voldoet aan de bestaande kwaliteitsvereisten voor aardgas. Het maximaal toelaatbare percentage H2 wordt dus impliciet beperkt door de minimumvereiste met betrekking tot de GCV. Een expliciete specificatie voor H2 is duidelijker en beantwoordt beter aan de marktbehoeften. In overeenstemming met de informatieve bijlage over H2 bij de Europese norm inzake H-gaskwaliteit (EN16726:2016) en met het technisch voorschrift G8/011 van Synergrid (wordt momenteel herzien, geen wijziging van de H2-specificatie), wordt het H2 gehalte vastgelegd op maximaal 2 %. 88. In aanvulling op het bovenstaande moet bijkomend worden opgemerkt dat in artikel 20 van het voorstel van gasverordening, dat op 15 december 2021 door de Europese Commissie is bekendgemaakt, het volgende is bepaald: "Transmissiesysteembeheerders aanvaarden vanaf [1 oktober 2025] grensoverschrijdende stromen van gassen met een waterstofgehalte van maximaal 5 volumeprocent", waarmee, voor het eerst, een Europees geharmoniseerd maximumplafond wordt ingevoerd. De H2-specificatie van 2 % die Fluxys Belgium in het huidige voorstel voorlegt, past bijgevolg in de Europese visie op langere termijn en draagt bij tot de klimaatdoeleinden die Europa en ook België vooropstellen. 89. Om de redenen hierboven vermeld, kan de CREG zich akkoord verklaren met het principe van menging van H2 met aardgas te beperken tot 2%. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van Fluxys Belgium dat dit gemengd product dat nog steeds als aardgas wordt beschouwd technisch en veilig geïnjecteerd en getransporteerd kan worden in het aardgassysteem Niet vertrouwelijk 28/43 2.3. RAADPLEGING 90. Fluxys Belgium heeft over de voorgestelde wijzigingen een openbare raadpleging gehouden van 18 oktober 2021 tot 8 november 2021. Het consultatieverslag nummer 54 geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten, de ontvangen opmerkingen en het antwoord van Fluxys Belgium, en werd gevoegd bij de aanvraag van 23 december 2021 (Bijlage 2). De door Fluxys Belgium ingediende gewijzigde belangrijkste voorwaarden zijn gebaseerd op de door de CREG in haar beslissing van 20 augustus 202114 goedgekeurde belangrijkste voorwaarden. 91. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium onder de hoofding openbare raadplegingen, met de vermelding ervan en de link ernaar op de homepagina. Alle geregistreerde netgebruikers, marktpartijen en representatieve organisaties werden tevens per mail geïnformeerd. 92. Fluxys Belgium meldt in haar consultatierapport nummer 54 dat vier netgebruikers en twee representatieve organisaties opmerkingen hebben overgemaakt tijdens de raadplegingsperiode. Twee opmerkingen van netgebruikers zijn vertrouwelijk en betreffen de vraag naar aanpassingen die buiten het onderwerp van deze consultatie vallen. De vragen van de netgebruikers worden door Fluxys Belgium verder onderzocht en kunnen, na overleg met de CREG, mogelijk het onderwerp uitmaken van een nieuwe consultatie. 93. Op de vraag of menging al dan niet moet worden toegestaan, verwijst de CREG naar hetgeen hierover is uiteengezet in de paragrafen 84, 85, 86, 88 en 89 van huidige beslissing. Derhalve wordt in deel 3 van huidige beslissing niet meer ingegaan op opmerkingen gemaakt door de marktdeelnemers die het principe van menging door injectie van H2 in het aardgasvervoersnet ter discussie stellen. 94. De CREG zal het consultatierapport in deel 3 van deze beslissing bespreken en dit enkel wanneer de CREG het niet eens is met een opmerking gemaakt door een netgebruiker, dan wel het antwoord van Fluxys Belgium op een opmerking van een netgebruiker voor de CREG niet bevredigend is. 95. Rekening houdende met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing voldoende voorafgaandelijk werd gecommuniceerd en er een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op de voorstellen te reageren. Met toepassing van artikel 108, van de gedragscode voldoet de openbare raadpleging nummer 54, zoals georganiseerd door Fluxys Belgium, aan de voorwaarden. 96. Het consultatieverslag is opgenomen in Bijlage 2 van de huidige beslissing. 2.4. INWERKINGTREDING VAN DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDEN 97. Artikel 107, van de gedragscode bepaalt dat de goedgekeurde belangrijkste voorwaarden alsook de wijzigingen ervan, samen met de datum van inwerkingtreding, onverwijld bekend gemaakt worden op de website van de betrokken beheerder. 98. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum van inwerkingtreding aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment dat zij deze datum aan de netgebruikers meedeelt. 14 Beslissing (B) 2270 van 20 augustus 2021 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het gewijzigde Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma. Niet vertrouwelijk 29/43 3. ONDERZOEK 99. Hierna wordt nagegaan of de voorstellen van wijzigingen van belangrijkste voorwaarden ingediend door Fluxys Belgium per brief van 23 december 2021, in overeenstemming zijn met de vigerende wetgeving en het algemeen belang. 100. Het ontbreken van opmerkingen over de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG, zelfs indien het punt opnieuw op identieke wijze wordt voorgesteld op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. 101. Afwijkend van de gebruikelijke opbouw van beslissingen van de CREG met betrekking tot de belangrijkste voorwaarden waarbij de analyse wordt opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel, kan het onderzoek van de wijzigingen thematisch worden geëvalueerd. Deze werkwijze biedt het voordeel dat elk van de wijzigingen als geheel kan onderzocht worden en laat toe de resultaten van de openbare raadpleging op consistente wijze te integreren in de beoordeling. Wel behoudt de analyse de opdeling tussen de respectieve delen van de belangrijkste voorwaarden, namelijk, de STA, de ACT en het TP. 102. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 3.1. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN HET STANDAARD AARDGASVERVOERSCONTRACT – STA 103. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 23 december 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het STA. 104. Het corpus, bijlage 1 - bevestiging van diensten en bijlage 2 – algemene voorwaarden zijn niet gewijzigd. Bijlage 3: definities 105. De definitielijst werd op een aantal punten gewijzigd. Er werden definities aangepast, verwijderd en toegevoegd. 106. De definitie van ‘Joule’ en ‘Kelvin’ werd verwijderd. Dit zijn internationaal gedefinieerde begrippen en bijgevolg dienen deze niet te worden opgenomen in deze bijlage. 107. De definitie ‘Kwaliteitsconversiedienst’ werd aangepast en omvat nu zowel de dienst waarbij Hgas kan worden geïnjecteerd in de L-zone als de dienst waarbij zowel H2als L-gas kan worden geïnjecteerd in de H-zone. Er zijn dus twee types Kwaliteitsconversiediensten: zowel de ‘H naar L Kwaliteitsconversiedienst’ als de ‘Kwaliteitsconversie naar H Dienst’. 108. De definitie ‘L naar H Kwaliteitsconversiedienst’ wordt verwijderd en vervangen door ‘Kwaliteitsconversie naar H Dienst’. Deze dienst aangeboden door de TSO biedt de mogelijkheid om Niet vertrouwelijk 30/43 ofwel H2 of L-gas in de H-Zone te injecteren waar het kan worden gemengd met H-gas zodat het mengsel een ‘Compatibel Gas’ is. 109. De definitie van ‘L Capaciteitsomschakelingsdienst’ werd aangepast en maakt het voortaan mogelijk, in het kader van de fysieke conversie van het L-gas netwerk in het H-gas netwerk, dat de netgebruikers de in aanmerking komende ‘ongebundelde ‘Entry Capaciteit’ op een ‘L-gas Interconnectiepunt’ kunnen converteren in een ‘(on)gebundelde Capaciteit’ op een ‘H-gas Interconnectiepunt’ of ‘Installatiepunt’, en de in aanmerking komende ‘ongebundelde Exit Capaciteit ‘van het ene ‘L-gas Interconnectiepunt’ kunnen omzetten in een ‘(on)gebundelde Exit Capaciteit’ op een ander’ L-gas Interconnectiepunt’. 110. De definitie van ‘Synthetisch gas’ werd aangepast en sluit nu aan bij wat er op internationaal niveau hieronder wordt verstaan. 111. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 54 geen opmerkingen geformuleerd bij deze aanpassingen. 112. De CREG keurt de in bijlage 3 voorgestelde wijzigingen goed. Niet vertrouwelijk 31/43 3.2. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR AARDGASVERVOER – ACT HET 113. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 23 december 2021 ingediende voorstel tot wijziging van het ACT. Bijlage A: Vervoersmodel 114. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage A – Vervoersmodel volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 3.1.1 Overzicht en kenmerken van de onderschreven MTSR van Entry en Exit Diensten: In de tabel die een overzicht geeft van het capaciteitstype wordt een nieuw installatiepunt H2 toegevoegd. Dit is het punt waar waterstofinjectie in het vervoersnet mogelijk wordt gemaakt. Op dit punt wordt de Kwaliteitsconversie naar H dienst impliciet toegewezen samen met de Entry Dienst of Ingangsdienst. Deze dienst zal worden aangeboden ten vroegste vanaf 01 juli 2023 met inachtneming van een voorkennisgeving van 4 weken. De Kwaliteitsconversie naar H Dienst maakt de injectie van H2 mogelijk in de H-zone waar het gemengd wordt met H-gas zodat het mengsel een Compatibel Gas wordt. De Kwaliteitsconversiedienst H naar L zal worden stopgezet vanaf 01 april 2023. Deze dienst zal niet meer worden aangeboden aangezien de L/H conversie volgens plan zal zijn afgerond eind 2024. - Punt 3.4.2 Kwaliteitsconversie naar H Diensten: Dit punt werd aangepast om de injectie van H2 mogelijk te maken. De Kwaliteitsconversie naar H Dienst maakt naast L-gas nu ook de injectie van H2 mogelijk in de H-zone waar het gemengd wordt met H-gas zodat het mengsel een Compatibel Gas wordt. Deze dienst wordt aangeboden op het installatiepunt H2-IN voor wat betreft H2 en op het installatiepunt Kwaliteitsconversie QC voor wat betreft L-gas. - Punt 3.6.2 L Capaciteitsomschakelingsdienst: Dit punt werd opgesplitst in twee nieuwe punten met name L Capaciteitsomschakelingsdienst voor Entry Vervoersdiensten en L Capaciteitsomschakelingsdienst voor Exit Vervoersdiensten. Punt 3.6.2.1 omschrijft de L Capaciteitsomschakelingsdienst voor Entry Vervoersdiensten. Dit punt werd aangevuld met de mogelijkheid die aan netgebruikers wordt geboden om, nadat de volledige L/H conversie werd afgerond, de nog resterende capaciteit om te schakelen naar vaste Entry Vervoersdiensten op interconnectiepunten van de H-zone. De CREG vraagt aan Fluxys Belgium de omschakeldienst mogelijk te maken op maandbasis en eventueel andere perioden, en dit in overeenstemming met de ontwikkeling van een soortgelijke omschakeldienst door GTS (TSO Nederland) die, in overleg met ACM (regulator Nederland), aangekondigd wordt voor 1 april 2022. De CREG vraagt om het woord “tussen” dat gebruikt wordt in paragraaf 3 (lijn 3) van dit punt te schrappen daar het tweemaal in dezelfde zin voorkomt (materiële fout). Punt 3.6.2.2 omschrijft de L Capaciteitsomschakelingsdienst voor Exit Vervoersdiensten. Dit punt werd toegevoegd op vraag van een aantal netgebruikers en maakt het mogelijk om op maandbasis exit vervoersdiensten binnen de L-zone om te schakelen. De om te schakelen Niet vertrouwelijk 32/43 hoeveelheid houdt rekening met de conversieratio in Frankrijk zoals opgenomen in de toegevoegde tabel. - Punt 6.2.4 Maandelijkse Capaciteitsvergoeding Kwaliteitsconversie naar H: Dit punt werd aangepast rekening houdend met de wijziging van deze dienst. 115. Tot slot werden er op een aantal plaatsen in Bijlage A van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie moeten bevorderen. 116. Met haar voorstel tot wijziging van Bijlage A Vervoersmodel wenst Fluxys Belgium de menging van H2 in het aardgas dat in zijn net wordt vervoerd, mogelijk te maken en dit via de invoering van een nieuw installatiepunt (H2-IN), de aanpassing van de kwaliteitsconversiedienst naar een kwaliteitsconversie voor H dienst en de toevoeging van een H2 -specificatie in de vereisten inzake gaskwaliteit. 117. Merk op dat er momenteel geen H2 in het Belgische aardgasnet wordt geïnjecteerd en dat het ook niet in significante hoeveelheden wordt geleverd door aangrenzende vervoersnetbeheerders (TSO'
- s)op interconnectiepunten waar dit momenteel in de interconnectie-overeenkomsten als een onzuiverheid wordt beschouwd. Gaschromatografen op de verbindingspunten IZT, Eynatten en VIP Bene hebben aangetoond dat H2 tot op heden alleen aanwezig is in het ppm-bereik. 118. Overeenkomstig beslissing (B)2191 van de CREG van 11 maart 2021 over het aansluitingscontract voor lokale producenten (§ 43), moet Fluxys Belgium de eindafnemers die mogelijk een impact zouden kunnen ondervinden van de injectie van nieuwe gassen, informeren telkens als er een aansluitingsaanvraag wordt ontvangen van een lokale producent. Fluxys Belgium moet er verder alles aan doen om overal op het aardgasvervoersnet een stabiele en voorspelbare gasstroom te garanderen binnen de contractuele en wettelijke kwaliteitseisen en zal de netgebruikers informeren over de gaskwaliteit op haar vervoersnet (§42). 119. Een marktpartij laat opmerken dat het niet duidelijk is of de voorstellen van Fluxys Belgium gericht zijn op een eenmalige verhoging van het toegestane H2-gehalte tot 2 % of dat het de bedoeling is deze bovengrens de komende jaren verder te verhogen. 120. Fluxys Belgium heeft in dit stadium geen plannen om het toegestane H2-gehalte in aardgas verder te verhogen. Hoewel er overeenkomstig de gaswet ruimte is om het percentage H2 in aardgas verder te verhogen, hangt dit voornamelijk af van de marktvraag en -beperkingen, alsook van de toepasselijke EU-regelgeving. Op dit moment volgt Fluxys Belgium de visie dat wanneer er aanzienlijke bijkomende H2-volumes op de markt zouden komen, de zuivere toepassingen ervan voorrang moeten krijgen op de menging in aardgas. 121. Een marktpartij vraagt zich af of het potentiële effect van een groter aandeel waterstof in het aardgas dat voor elektriciteitsproductie wordt gebruikt, grondig is geëvalueerd op de doeltreffendheid van de turbines. Dit zal bij een eventueel verdere verhoging van het H2 percentage in aardgas moeten worden onderzocht door de eindafnemer in samenspraak met Fluxys Belgium. 122. Een aantal marktpartijen wensten informatie over de stand van de harmonisering met naburige TSO's wat menging van aardgas met H2 betreft. 123. Fluxys Belgium stelt dat er op dit moment geen overeenkomst is met naburige TSO's en SSO's voor de uitwisseling van aardgas gemengd met H2, op interconnectiepunten en in Loenhout (zie paragraaf 117 van deze beslissing). Gezien de vermaasdheid van het aardgasvervoersnet van Fluxys Belgium, kan H2 dat op één interconnectiepunt wordt geleverd immers alle andere interconnectiepunten bereiken. Bijgevolg, is een overeenkomst tussen Fluxys Belgium met alle naburige TSO's, geformaliseerd door het aanpassen van de relevante interconnectie-overeenkomsten, Niet vertrouwelijk 33/43 een noodzakelijke voorwaarde om een aardgas gemengd met H2 op interconnectiepunten te kunnen aanvaarden. Fluxys Belgium verwacht niet dat dergelijke afspraken in de nabije toekomst zullen worden gemaakt, behalve als dit via EU-regelgeving bindend wordt gemaakt. Bijgevolg blijft de menging van H2 met aardgas geïnjecteerd in het aardgasvervoersnet beperkt tot die delen van het net die niet verbonden zijn met naburige TSO's of SSO's. De toepasselijke gaskwaliteitsvereisten op interconnectiepunten en Loenhout zoals opgenomen in Bijlage C4 bij het toegangsreglement voor vervoer (zie verder in deze beslissing), zijn daarom niet gewijzigd. 124. Een marktpartij wijst erop dat een H2-grenswaarde van 2 % in het aardgas niet voorkomt in de specificaties van sommige gasturbines op de markt, en dat voor een verhoging van de H2-grenswaarde een verdere analyse voor validatie door de fabrikanten van de originele uitrusting nodig is. 125. Een marktpartij wijst erop dat een H2-gehalte van 2 % voor bepaalde eindafnemers mogelijk te hoog is en bijgevolg een invloed kan hebben op de normale exploitatie van hun activa, alsook op hun onderhoudsplanning en -kosten op lange termijn. Een andere partij is van mening dat de TSO verplicht zou moeten zijn om de nodige goedkeuringen van eindafnemers te krijgen waaruit blijkt dat hun infrastructuur en installaties verenigbaar zijn met de aanwezigheid van H2. 126. Fluxys Belgium erkent dat misschien niet alle eindafnemers inzake werking en onderhoud klaar zijn voor de levering van aardgas dat tot 2 % met H2 is gemengd, en dat bijgevolg de specificaties van sommige gastoepassingen, die momenteel in België worden gebruikt, niet expliciet een menging van maximaal 2 % H2 met aardgas toestaan. Daarom stelt de CREG dat het aangewezen is dat Fluxys Belgium verdere analyses en evaluaties met de eindafnemers en de fabrikanten van de betrokken installaties uitvoert wanneer hier vraag naar is. Tot dusver zijn reeds verschillende studies verricht naar de mate waarin de gehele gaswaardeketen klaar is voor menging van aardgas met H2. Er lijkt een technische consensus te bestaan over het feit dat de overgrote meerderheid van gastoepassingen, mits beperkte aanpassingen, menging van aardgas met maximaal 2 % H2 toelaten. 127. Wat de gereedheid van het aardgasvervoersnet betreft, is het inderdaad zo dat de injectie van gemengd aardgas met H2 een aantal technologische uitdagingen en risico's met zich meebrengen, maar dat deze verschillen naargelang het H2-gehalte dat in aanmerking wordt genomen, zeer beperkt zijn zeker wanneer de menging niet meer bedraagt dan 2% H2. Fluxys Belgium neemt de verantwoordelijkheid op zich om geen injectie van H2 in zijn aardgasvervoersnet toe te staan zonder passende studies en adequate tests van weerstand en werking van de netcomponenten. 128. Fluxys Belgium heeft meerdere gasturbines in compressiestations op zijn net. De paraatheid van deze gasturbines met gemengd aardgas en een H2-gehalte tot maximum 10 % werd eind 2020 bestudeerd. De belangrijkste conclusies van de studie van Fluxys Belgium voor menging van aardgas met maximaal 2 % H2 zijn de volgende: - De gasturbines kunnen worden geëxploiteerd met zeer beperkte aanpassingskosten en beperkte gevolgen voor een doeltreffende werking; - Er is een specifieke beoordeling (met de fabrikanten van de originele uitrusting) nodig voor elke afzonderlijke gasturbine; 129. Fluxys Belgium zal in overeenstemming met de beslissing (B)2191 van de CREG van 11 maart 2021 over het aansluitingscontract voor lokale producenten (§ 43), de betrokken eindafnemers tijdig informeren telkens als een aansluitingsaanvraag van een lokale producent wordt ontvangen, zodat zij hun analyse en evaluaties kan uitvoeren en hun infrastructuren, werking en onderhoud naar behoren kan reorganiseren. Fluxys Belgium is evenwel niet van mening dat expliciete goedkeuringen van die eindafnemers nodig zijn voor het vervoer van aardgas gemengd met het maximaal toelaatbare voorgestelde gehalte H2 van 2 %. Wat betreft de verantwoordelijkheid in geval van schade, verwijst Fluxys Belgium naar het artikel 8 van het STA. Niet vertrouwelijk 34/43 130. Een marktpartij stelt de vraag over de in de nabije toekomst verwachte bronnen van H2-injectie. Fluxys Belgium deelt mee dat op het moment van de marktconsultatie, er bij haar weten in België geen plan voor H2-injectie bestaat dat reeds over een finale investeringsbeslissing (FID) beschikt. Er wordt wel al nagedacht over een elektrolyseproject in de zone Zeebrugge. 131. Een marktpartij stelt dat netgebruikers die geen enkele connectie hebben met het in het aardgasvervoersnet geïnjecteerde gemengd aardgas met H2, wettelijk moeten worden beschermd tegen wijzigingen in de gaskwaliteit en tegen de daling van de energetische waarde. Een marktpartij vraagt of de voorgestelde wijzigingen de volatiliteit van de gassamenstelling kunnen verhogen. 132. Fluxys Belgium bevestigt dat een toename van het aantal bevoorradingsbronnen, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) decentrale (hernieuwbare) bevoorradingsbronnen in het algemeen de volatiliteit van de gassamenstelling verhoogt. Dit is een gevolg van de diversificatie van de bevoorradingsbronnen en de transitie naar een koolstofarme energiesector. Zoals vermeld in de beslissing (B)2191 van de CREG betreffende het aansluitingsakkoord voor lokale producenten (§ 42), zal Fluxys Belgium echter een stabiele en voorspelbare gasstroom op zijn net handhaven in overeenstemming met de toepasselijke contractuele en wettelijke vereisten inzake gaskwaliteit, en zal Fluxys Belgium haar netgebruikers blijven informeren over de kwaliteit van het aardgas op haar net. 133. Een marktpartij vraagt nadere inlichtingen over de mogelijke gevolgen van het voorstel voor de andere specificaties inzake gaskwaliteit en dit uit bezorgdheid over de frequentie en de intensiteit van de variaties in het H2-gehalte. Fluxys Belgium bevestigt dat de reeds bestaande specificaties inzake gaskwaliteit van toepassing blijven. Menging van H2 met aardgas doet voornamelijk de GCV (en in mindere mate de Wobbe-index) dalen. Een belangrijke eigenschap van H2 is dat het zich verspreidt in methaan, wat betekent dat hoe verder een eindafnemer zich van het punt bevindt waar H2 wordt geïnjecteerd , hoe geringer de variaties in het H2-gehalte van het herleverde aardgas zijn. 134. Wat de variaties betreft, zal Fluxys Belgium de huidige operationele limieten voor variaties in de GCV en de Wobbe-index blijven toepassen, zodat de intensiteit van de variaties in het H2-gehalte in de periode van een uur beperkt blijft tot ruim onder 2 %. Tot op heden worden de eindafnemers, in de uitzonderlijke gevallen waarin dergelijke operationele limieten voor variaties in de GCV en de Wobbe-index niet kunnen worden nageleefd, hiervan door Fluxys Belgium op de hoogte gebracht. 135. De frequentie van de variaties in de gaskwaliteit werd tot dusver niet beschouwd als een parameter voor de exploitatie van het aardgasvervoersnet. Dit werd tot op heden ook nog niet gevraagd door de eindafnemers. Naast de ontwikkeling van decentrale productie bestudeert Fluxys Belgium momenteel verschillende instrumenten om in de toekomst variaties in de gaskwaliteit in het net te kunnen opsporen, onder meer de variaties die verband houden met het H2-gehalte. Er moet echter op worden gewezen dat deze controle niet noodzakelijk wordt geacht voor variaties in het H2gehalte van minder dan 2 % H2, vooral wanneer het verspreidingseffect een rol speelt. 136. De CREG merkt op dat er bij de netgebruikers een grote bekommernis is over de impact op hun infrastructuur en hun installaties. De CREG stelt vast dat Fluxys Belgium deze problemen erkent en met de grootste voorzichtigheid zal handelen in overleg met de betrokken netgebruikers en de daarmee gepaard gaande tijd en middelen nodig zijn. 137. De CREG stelt vast dat de menging/injectie van H2 in het door Fluxys Belgium vervoerde aardgas mogelijk wordt gemaakt en dit ten vroegste vanaf 01 juli 2023. 138. De CREG vestigt de aandacht op de maatregelen zoals vermeld onder paragraaf 118, 127, 132, 134 en 135 van deze beslissing. 139. De CREG vraagt Fluxys Belgium om telkens er een aanvraag tot aansluiting op het vervoersnet wordt ingediend door een Lokale Producent of door een netgebruiker die H2 wenst te injecteren in Niet vertrouwelijk 35/43 het aardgas vervoersnet, de betrokken eindafnemers, die mogelijk een impact zouden kunnen ondervinden van de injectie van nieuwe gassen en H2, hierover uitgebreid en tijdig te infomeren. 140. De CREG vraagt daarnaast dat Fluxys Belgium er alles aan doet om overal op het aardgasvervoersnet een stabiele en voorspelbare gasstroom te garanderen binnen de contractuele en wettelijke kwaliteitseisen, en de netgebruikers blijvend verder te informeren over de gaskwaliteit op haar aardgasvervoersnet. 141. De CREG vraagt ten slotte dat Fluxys Belgium de omschakeldienst mogelijk maakt op maandbasis en eventuele andere perioden en dit in overeenstemming met de ontwikkeling van een soortgelijke omschakeldienst door GTS (TSO Nederland) die in overleg met ACM (regulator Nederland) aangekondigd zal worden op 1 april 2022 en dat het woord “tussen”, dat gebruikt wordt in punt 3.6.2.1 paragraaf 3 (lijn 3), te schrappen daar het tweemaal in dezelfde zin voorkomt (materiële fout). 142. De CREG keurt de voorgestelde wijzigingen van de Bijlage A goed. Bijlage B: Onderschrijving en Toewijzing van Diensten 143. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage B – Onderschrijving en Toewijzing van Diensten volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 3.1 Onderschrijving en Toewijzing van Diensten: De tabel die een overzicht geeft van de toewijzingsmethode werd aangepast. Het installatiepunt H2-IN werd toegevoegd. Entry Ingangsdienst op dit installatiepunt kan worden onderschreven via Prisma op jaarbasis en wordt toegewezen via het mechanisme EersteAanvrager-Wordt-Eerst-Bediend (FCFS). De dienst Kwaliteitsconversie voor H Dienst bij Installatiepunt QC wordt toegewezen via het mechanisme Eerste-Aanvrager-Wordt-Eerst-Bediend (FCFS) en dit voor minimaal 1 gasdag. De Kwaliteitsconversiedienst H naar L wordt na afloop van het jaarlijks onderschrijvingsvenster toegewezen via het mechanisme Eerste-Aanvrager-Wordt-Eerst-Bediend (FCFS). De mogelijkheid om deze dienst te onderschrijven via Prisma is in ontwikkeling. De startdatum zal worden aangekondigd en bevestigd via de website van Fluxys Belgium. Tot dan kan deze dienst enkel via de schriftelijke procedure worden onderschreven. De Kwaliteitsconversie voor H Dienst bij Installatiepunt H2-IN wordt impliciet toegewezen samen met de Entry Ingangsdienst via Prisma met een looptijd van 1 jaar. - Punt 3.2 Tarieftypes: Dit punt werd aangevuld met de vermelding dat zowel voor de Ingangsdienst op een Binnenlands Aansluitingspunt als voor de Ingangsdienst en de bijhorende Kwaliteitsconversie voor H Dienst bij Installatiepunt H2-IN het tarieftype steeds jaarlijks is. - Punt 3.6.2 Kwaliteitsconversiediensten H naar L: De Kwaliteitsconversiedienst H naar L wordt na afloop van het jaarlijks onderschrijvingsvenster toegewezen via het mechanisme Eerste-Aanvrager-Wordt-Eerst-Bediend (FCFS) en dit met een vaste einddatum voor “Seasonal” en “Peak Load” en een vrij te kiezen duurtijd voor wat betreft “Base Load”. - Punt 3.6.3 Kwaliteitsconversie naar H Diensten: De dienst Kwaliteitsconversie voor H Dienst bij Installatiepunt QC wordt onderschreven via Prisma en toegewezen via het mechanisme Eerste-Aanvrager-Wordt-Eerst-Bediend (FCFS) en Niet vertrouwelijk 36/43 dit voor minimaal 1 gasdag. De Kwaliteitsconversie voor H Dienst bij Installatiepunt H2-IN wordt impliciet toegewezen samen met de Entry Ingangsdienst via Prisma met een looptijd van 1 jaar. - Punt 3.6.7.2 L Capaciteitsomschakelingsdienst: Vaste Exit Vervoersdiensten binnen de L-zone kunnen onderling worden omgeschakeld. - Punt 3.7.3 Kwaliteitsconversie naar H dienst op Installatiepunt H2-IN: Kwaliteitsconversie naar H Dienst wordt impliciet toegewezen samen met de toewijzing van de Entry Vervoersdienst op het installatiepunt H2-IN. 144. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 54 vragen gesteld en opmerkingen geformuleerd. 145. Een marktpartij heeft van de marktconsultatie gebruik gemaakt om een wijziging van de looptijd van de Kwaliteitsconversiedienst H naar L te vragen. Deze marktpartij zou gedurende het jaar de Kwaliteitsconversiedienst H naar L “Base Load” wensen te reserveren op korte termijn met een kortere looptijd dan tot op heden was voorzien in het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer Bijlage B. 146. Fluxys Belgium is na overleg met de CREG op dit verzoek ingegaan en zal de dienst op kortere termijn aanbieden via PRISMA. Van zodra deze dienst beschikbaar is, zal Fluxys Belgium dit tijdig melden op haar website en aan de marktpartijen. 147. Er worden op een aantal plaatsen in Bijlage B van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie bevorderen. 148. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijzigingen van de Bijlage B goed. Bijlage C1: Operationele Regels 149. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in Bijlage C1 – Operationele Regels volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 6.1.3.3 Proces voor het afvlakken van het netonevenwicht De TSO stuurt toewijzingen voor het afvlakken van onevenwicht naar de netgebruikers die de distributienetwerken bevoorraden. Die toewijzingen zijn bedoeld om het effect van het (voorspelbare) afnameprofiel van verbruikers op het distributienet te beperken. De maandelijkse toewijzingen van afvlakking van onevenwicht werden opgenomen in een tabel. Fluxys Belgium stelt voor om deze tabel niet langer op te nemen in de bijlage C1 maar te publiceren op haar website. Elke herziening van deze maandelijkse toewijzingen van afvlakking van onevenwicht zal samen met de CREG geëvalueerd worden en tijdig aangekondigd worden op de website en op het Elektronisch Data Platform van Fluxys Belgium. 150. Het behoud van de tabel in de Bijlage C1 zou tot gevolg hebben dat aanpassingen pas kunnen worden doorgevoerd na consultatie van de marktpartijen en een daarop volgende beslissing van de CREG. De L/H conversie heeft een impact op de bevoorradingsportfolio van de netgebruikers die de distributienetwerken bevoorraden en op het mogelijke aanbod van extra flexibiliteit door Fluxys Belgium. De toewijzing voor het afvlakken van het onevenwicht zal in de toekomst een aantal keren moeten worden bijgestuurd op het ritme van de L/H conversie. De CREG overlegt met Fluxys Belgium over de evolutie van het aanbod van flexibiliteit voor het afvlakken van het onevenwicht. Niet vertrouwelijk 37/43 151. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 54 opmerkingen geformuleerd. Het is nodig om de flexibiliteit inzake het netonevenwicht te behouden, het aantal wijzigingen in de maandelijkse toewijzingen voor afvlakking van het vervoersonevenwicht te beperken en deze wijzigingen zo lang mogelijk van tevoren aan te kondigen. Fluxys komt hieraan tegemoet en zal na overleg met de CREG eventuele wijzigingen aankondigen op haar website en het Elektronisch Data Platform. 152. Er worden op een aantal plaatsen in Bijlage C1 van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie bevorderen. 153. De CREG keurt de voorgestelde wijzigingen van de Bijlage C1 goed. Bijlage C3: Operationele Regels voor Kwaliteitsconversiediensten 154. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage C3 – Operationele Regels voor Kwaliteitsconversiediensten, volgende wijzigingen doorgevoerd: - Punt 3.2 Topologie en Kwaliteitsconversiediensten: Dit punt werd gewijzigd en beschrijft het onderliggend concept van de kwaliteitsconversiediensten door Fluxys Belgium aangeboden aan de netwerkgebruikers. - Punt 6 Kwaliteitsconversie naar H Dienst: Dit punt werd gewijzigd en bevat nu ook de Kwaliteitsconversie naar H Dienst voor H2 op het installatiepunt H2-IN. - Punt 7.1 Proces en Berichten: De regels inzake informatieverstrekking en berichten zoals beschreven in Bijlage C.1 Operationele Regels zijn ook van toepassing voor wat betreft de Bijlage C.3 Operationele Regels voor Kwaliteitsconversiediensten op het Installatiepunt “QC” maar niet op het Installatiepunt “H2-IN” waar geen nominaties vereist zijn. Punt 7.1.1 SDT, TDT, Toepasbare Behandelingstijd Hernominatie en Toepasbare Behandelingstijd Onderbreking/Beperking en punt 7.1.2 Dagelijkse Nominatieprocedures werden in dat opzicht aangepast en aangevuld waar nodig. - Punt 7.2 Bevestigingen: Punt 7.2.1 Capaciteitscontrole, punt 7.2.2 Onderbreking Kwaliteitsconversie, punt 7.2.3 Beperking Kwaliteitsconversie en punt 7.2.4 Verminderingsregel werden licht gewijzigd en in overeenstemming gebracht met de aangeboden gewijzigde kwaliteitsconversiediensten - Punt 8 Toewijzingen: Punt 8 werd in overeenstemming kwaliteitsconversiediensten. gebracht met de aangeboden gewijzigde 155. Er werden op een aantal plaatsen in Bijlage C3 van het Toegangsreglement voor aardgasvervoer technische wijzigingen doorgevoerd en materiële correcties aangebracht die de leesbaarheid en de coherentie bevorderen. 156. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 54 geen opmerkingen geformuleerd. Niet vertrouwelijk 38/43 157. Ook de CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijzigingen van de Bijlage C3 goed. Bijlage C4: Specifieke eisen op Aansluitingspunten 158. In het voorliggende gewijzigde Toegangsreglement voor aardgasvervoer werden in bijlage C4 Specifieke eisen op Aansluitingspunten volgende wijzigingen doorgevoerd: - Tabel 14 Kwaliteitsspecificaties op het Installatiepunt H2-IN: dit is een nieuwe tabel en hierin worden de kwaliteitsspecificaties waaraan het gas moet voldoen na injectie van H2 vastgelegd. - Tabel 15 Kwaliteitsspecificaties voor Binnenlandse Punten voor Injectie: deze tabel werd na consultatie aangepast en een specificatie voor propaan werd toegevoegd. - Tabel 1 tot en met 13 zijn ongewijzigd. Injectie van H2 blijft beperkt tot het aardgasvervoersnet van Fluxys Belgium. 159. In haar voorstel van wijziging van tabel 15 aan de marktpartijen heeft Fluxys Belgium een verlaging van de CO2 -specificatie van 2,5 % tot 0,5 % op een binnenlands injectiepunt opgenomen. Dit als mogelijke maatregel om de variaties van de Wobbe-index die zich voordoen als gevolg van de aansluiting van dat binnenlands injectiepunt, te beperken. 160. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 54 een aantal opmerkingen geformuleerd. Twee marktpartijen zijn het niet eens met dat voorstel en voeren aan dat dit het gasopwerkingsproces aanzienlijk zou bemoeilijken en duurder zou maken, met name voor biomethaaninstallaties. Zij stelden voor de daling te beperken tot 2 % van de CO2. 161. Fluxys Belgium erkent dat dit voorstel een weerslag kan hebben op de complexiteit van het proces en op de kosten voor lokale producenten. Het is evenwel ook belangrijk rekening te houden met het feit dat variaties in de gaskwaliteit een grote bezorgdheid vormen voor eindafnemers, aangezien dit een invloed kan hebben op de doeltreffendheid en de emissies van hun processen en finaal op de kwaliteit van hun producten. Om de aanvaardbaarheid van de decentrale injectie van compatibel aardgas te verbeteren, wat een belangrijke voorwaarde is voor de energietransitie, wil Fluxys Belgium de variaties in de gaskwaliteit, in