← België

Beslissing inzake de vormvereisten voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs

(B)2356 31 maart 2022 Beslissing inzake de vormvereisten voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs Artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(

  1. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - info@creg.be - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................... 5 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTDEELNEMERS.................................................................................. 5 3.1. Subsidiabele kosten in het verzoek om een afwijking ............................................................. 5 3.2. Gegevens die moeten worden verstrekt in het kader van het verzoek om een afwijking van het IPC ...................................................................................................................................... 7 3.3. Toepassing van de WACC ......................................................................................................... 7 3.4. Opmerkingen over de formulering .......................................................................................... 8 3.5. Aanvullende opmerkingen ....................................................................................................... 8 4. AANPASSINGEN VAN DE FORMELE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS .................................................................................................. 11 5. VORMVEREISTEN VOOR EEN VERZOEK TOT AFWIJKING ............................................................... 12 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 13 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 13 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 13 Niet-vertrouwelijke versie 2/13 INLEIDING Deze beslissing heeft als doel de vormvereisten vast te stellen waaraan een verzoek om afwijking van de voor de veiling van 2022 in aanmerking te nemen intermediaire maximumprijs, moet voldoen. Deze beslissing bestaat uit vijf delen. In het eerste deel wordt het juridisch kader kort beschreven. Het tweede deel beschrijft de antecedenten. Het derde deel heeft betrekking op de openbare raadpleging. In het vierde deel zet de CREG de aanpassingen uiteen die werden aangebracht aan de vormvereisten voor een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs. Het vijfde deel bevat de vormvereisten voor een verzoek om afwijking. Deze beslissing werd op 31 maart 2022 door het Directiecomité van de CREG goedgekeurd. 1. WETTELIJK KADER 1. In overeenstemming met artikel 22, § 2, 2de lid van het Koninklijk Besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
  2. en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna : KB Methodologie), is het aan de CREG om de vormvereisten te bepalen van een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs (hierna : IPC). 2. Dit artikel geeft het volgende overzicht van de elementen die dit verzoek op zijn minst moet bevatten: “1° identificatie van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, via een uniek identificatienummer afkomstig van de prekwalificatieprocedure zoals bepaald in de werkingsregels, en de veiling waarop de aanvraag van toepassing is; 2° een nauwkeurige inschatting en beschrijving, of beschrijving van de desgevallende afwezigheid, van volgende kostencomponenten met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is:
  3. a)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, jaarlijkse vaste operationele en onderhoudskosten (in S/jaar), inclusief verdere specificatie van vaste nettarieven en de activatiekosten voor de beschikbaarheidstests gevraagd door Elia zoals bepaald in de werkingsregels indien deze relevant geacht worden, aangevuld met, indien van toepassing, de hypothesen met betrekking tot minstens het aantal uren tijdens dewelke de eenheid (eenheden) geactiveerd is (zijn) en het aantal starts of activaties waarop deze inschattingen gebaseerd zijn, alsook de relatie tussen de vaste kosten en enerzijds het aantal activaties en anderzijds het aantal draaiuren;
  4. b)vaste kosten gerelateerd aan het beheer van een portfolio van leveringspunten relevant voor het opereren in de energiemarkt (in €/jaar) door de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is;
  5. c)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, recurrente investeringskosten op jaarbasis die niet rechtstreeks verband houden met een verlenging van de technische Niet-vertrouwelijke versie 3/13 levensduur van de installatie of met een verhoging van het nominaal referentievermogen, in voorkomend geval met inbegrip van de provisies voor grote onderhoudswerken aan installaties die niet noodzakelijk elk jaar gebeuren (in €/jaar), aangevuld met, indien van toepassing, de hypothesen met betrekking tot minstens het aantal uren tijdens dewelke de eenheid (eenheden) geactiveerd is (zijn) en aantal starts of activaties waarop deze inschattingen gebaseerd zijn, alsook de relatie tussen de vaste kosten en enerzijds het aantal activaties en anderzijds het aantal draaiuren;
  6. d)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, geannualiseerde niet-recurrente investeringskosten relevant voor het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is (in €/jaar);
  7. e)variabele kosten voor het aanbieden van energie (in €/MWh), inclusief verdere specificatie van, indien van toepassing, ten minste volgende elementen die in deze variabele kosten inbegrepen zijn : variabele operationele en onderhoudskosten inclusief variabele nettarieven indien deze relevant geacht worden, efficiëntiefactor of in geval van opslagsystemen, round trip efficiëntie;
  8. f)Voor een geaggregeerde offerte, het verschil tussen de aangeboden capaciteit en de som van de geïnstalleerde capaciteit van de verschillende leveringspunten;
  9. g)Opstartkosten of vaste activatiekosten door specificatie van de kost per start of activatie exclusief kosten gerelateerd aan de louter voor de opstart noodzakelijke brandstof (in €/start of €/activatie), aangevuld met, indien van toepassing, indicatie van het type en de hoeveelheid louter voor de opstart noodzakelijke brandstof (in GJ/start). Voor elke investering dienen minstens de volgende gegevens te worden aangeleverd : totale investeringskost, financieringskost inclusief gewogen gemiddelde kapitaalskost, economische levensduur van de investering, motivatie m.b.t. de relevantie voor het leveren van de dienst, realisatiejaar van de investering en geannualiseerde kost die daaruit voortvloeit. De in aanmerking komende niet-recurrente investeringskosten voor het berekenen van de ‘missing-money’ van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zijn de initiële en niet terugkerende investeringsuitgaven die worden besteld vanaf de eerste beslissing in toepassing van artikel 7undecies, § 6 van de Elektriciteitswet en die ten laatste de dag voorafgaand aan de eerste dag van de periode van capaciteitslevering worden uitgevoerd. 3° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting en beschrijving van de inkomsten (in €/jaar) met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, andere dan de jaarlijkse inframarginale inkomsten en netto opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten bedoeld in paragraaf 8, 3° en 4°, zoals bijvoorbeeld maar niet noodzakelijk beperkt tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten; 4° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting van de operationele beperkingen gelinkt aan de uitbating die een invloed hebben op het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, en een beschrijving van de impact van die beperkingen op de inkomsten, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, zoals bijvoorbeeld en maar niet noodzakelijk beperkt tot : energiebeperkingen, activatiebeperkingen, geplande onderhoudsmomenten, must run beperkingen; Niet-vertrouwelijke versie 4/13 5° een nauwkeurige inschatting en berekening van het “missing-money” (in €/MW/jaar) van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is. De componenten aangeleverd door de derogatieaanvrager bedoeld in punt 2° tot 4° ter ondersteuning van zijn aanvraag dienen specifiek te zijn aan de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft.” 2. ANTECEDENTEN 3. De CREG heeft eerder, in haar beslissing (B)2237 de vormvereisten vastgelegd voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs die in aanmerking moeten worden genomen in de veiling van 2021 en deze op 12 mei 2021 op haar website beschikbaar gesteld. 4. Om de interpretatie ervan te vergemakkelijken, heeft de CREG vervolgens een aangepaste versie van deze vormvereisten gepubliceerd in haar beslissing (B)2237-2 van 17 juni 2021. De CREG heeft ook een Excel-versie van deze vormvereisten gepubliceerd om de invoer van gegevens door de vrijstellingsaanvragers te vergemakkelijken. 5. Het directiecomité van de CREG heeft beslist om, overeenkomstig artikel 23, § 1 van haar huishoudelijk reglement, op haar website een openbare raadpleging te organiseren over de ontwerpbeslissing (B) 2356 van 7 maart 2022 betreffende de formele voorwaarden waaraan een verzoek tot afwijking van de maximale tussenprijs moet voldoen om in aanmerking te kunnen worden genomen in het kader van de veiling van 2022. Deze openbare raadpleging liep van 7 maart 2022 tot 17 maart 2022. 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTDEELNEMERS 6. In het kader van haar openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing (B) 2356 van 7 maart 2022 heeft de CREG drie antwoorden ontvangen van Febeg, Elia en Engie, waaronder één gedeeltelijk vertrouwelijk antwoord. 7. Opmerkingen over de methodologie en de kalibratie van de IPC vallen buiten het bestek van de raadpleging over de formele vereisten voor een verzoek om afwijking van de intermediaire maximumprijs en zullen in deze beslissing niet worden behandeld. 8. 3.1. Engie geeft aan volledig het standpunt van Febeg te steunen. SUBSIDIABELE KOSTEN IN HET VERZOEK OM EEN AFWIJKING 9. Febeg en Engie zijn het niet eens met de CREG dat bepaalde kosten (algemene kosten, lokale belastingen, huurkosten en vaste kosten voor de aankoop van elektriciteit) buiten beschouwing worden gelaten bij de beoordeling van het "missing-money" van de IPC afwijkingsaanvragen indien zij niet in de IPC-berekening zijn opgenomen. Febeg en Engie zijn van mening dat deze kosten reëel zijn Niet-vertrouwelijke versie 5/13 en door de betrokken activa worden gedragen, en dat zij bijgevolg in de berekening van het missingmoney moeten worden opgenomen . Vooreerst bevestigt de CREG dat de kostencategorieën die in het vrijstellingsverzoek zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën die in aanmerking zijn genomen in de AFRY-studie "Peer Review of "Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM" Study", waarop Elia zich in haar kalibratieverslag heeft gebaseerd voor haar voorstel voor de intermediaire maximumprijs. Het verslag aan de Koning van het KB Methodologie1 vermeldt immers uitdrukkelijk het verband tussen de kostenraming voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs door Elia en de evaluatie van de derogatie van de intermediaire maximumprijs door de CREG: Specifiek om bepaalde vereiste kostencomponenten te bepalen, vraagt Elia de hulp van een onafhankelijke expert. In dit verband zal de onafhankelijke expert in een studie, op een onderbouwde wijze, diverse gegevens met betrekking tot de kostenelementen die relevant zijn voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs voor alle beschouwde bestaande technologieën op de energiemarkt voorstellen. Het wordt passend geacht dat de selectie van de onafhankelijke expert en de opvolging van deze studie indien mogelijk in overleg met de commissie plaatsvindt, aangezien er een verband bestaat tussen de kostenraming voor de bepaling van de netCONE parameter relevant voor de kalibratie van de vraagcurve uitgevoerd en de kosten voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de derogaties van de intermediaire maximumprijs door de commissie. De CREG is dan ook van mening dat deze kosten (algemene kosten, lokale belastingen, huurkosten en vaste kosten voor de aankoop van elektriciteit), die bij de berekening van het IPC buiten beschouwing worden gelaten, niet in aanmerking mogen worden genomen bij de analyse van de verzoeken om vrijstelling van het IPC. Bovendien herinnert de CREG eraan dat de marktspelers die menen dat in de raming van de IPC door Elia kosten zijn weggelaten hoewel deze door de geanalyseerde technologieën zouden worden gedragen, meermaals de gelegenheid hebben gehad om opmerkingen te formuleren over de kosten die in de raming van de IPC in aanmerking zijn genomen: - van 20 mei tot 20 juni 2021: Openbare raadpleging georganiseerd door Elia over de scenario's, sensitiviteiten en gegevens voor de berekening van de Y-4 veilingparameters voor de leveringsperiode 2026-2027; - van 5 mei tot 5 juni 2020: openbare raadpleging over de scenario's, gevoeligheden en gegevens voor de berekening van de Y-4 veilingparameters voor de leveringsperiode 2025-2026. 10. Elia merkt op dat er posten ontbreken in de IPC-bestanden met verzoeken om vrijstelling uit de vorige veiling en zou graag willen weten of deze posten gewoon zijn geschrapt dan wel moeten worden beschouwd als zijnde overgebracht naar een andere kostencategorie. De CREG bevestigt dat de elementen die ontbreken in de IPC-afwijkingsaanvraagdossiers van de vorige veiling niet mogen worden beschouwd als overgedragen naar een andere kostencategorie. De schrapping van deze elementen is te wijten aan het feit dat de kostencategorieën die in het verzoek om een afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën die in aanmerking zijn genomen in de AFRY-studie "Peer Review of "Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM"" Study" waarop Elia zich in haar kalibreringsverslag heeft gebaseerd voor haar voorstel voor de intermediaire maximumprijs. 1 http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2021/04/28/2021041351/justel#rapportroi Niet-vertrouwelijke versie 6/13 3.2. GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN VERSTREKT IN HET KADER VAN HET VERZOEK OM EEN AFWIJKING VAN HET IPC 11. Febeg en Engie zijn van mening dat de gegevens die in het verzoek om afwijking van het IPC moeten worden verstrekt, beperkt moeten blijven tot de gegevens die absoluut noodzakelijk zijn om het missing-money van de door de veiling bestreken leveringsperiode te beoordelen. Febeg en Engie zijn met name van mening dat de opbrengstengegevens niet nuttig zijn voor de CREG, aangezien de opbrengsten voor de leveringsperiode door Elia worden berekend. Engie is van mening dat twee jaar historische kostengegevens een maximum zou moeten zijn. Vooreerst herinnert de CREG eraan dat art. 22 §2 5° van het KB Methodologie bepaalt dat de aanvraag tot afwijking van de IPC minstens moet bevatten : Een nauwkeurige inschatting en berekening van het "missing-money" (in €/MW/jaar) van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is. De CREG is daarom van mening dat het verzoek tot afwijking van de IPC de gegevens moet bevatten betreffende het inkomen dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van het missing-money voor de periode waarin het CRM werd geleverd. Bovendien heeft de CREG een historiek nodig van alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van het missing-money, zodat zij de geldigheid van elk verzoek om vrijstelling kan beoordelen. De CREG beoordeelt de geldigheid van de meegedeelde gegevens voor het jaar waarin het CRM wordt geleverd immers op basis van de motiveringen die worden meegedeeld om de historische gegevens te certificeren en om de verwachte wijzigingen in deze historische gegevens te rechtvaardigen. Om positief te reageren op de verzoeken van Febeg en Engie om de complexiteit van de IPC-afwijkingsverzoeken te beperken, zal de CREG haar verzoek om historische gegevens beperken tot 3 jaar in plaats van de eerder voorziene 5 jaar. 12. Elia merkt op dat een categorie "Compensatie van black startkosten" is toegevoegd in verband met de IPC-afwijkingsdossiers van de vorige veiling. Dit lijkt niet in overeenstemming te zijn met het huidige wettelijke kader, aangezien het niet is voorzien in het KB Methodologie. Daarom vraagt Elia zich af of deze categorie wel kan worden toegevoegd. De CREG heeft deze bijkomende rubriek ingevoerd om de aanvragers in staat te stellen de specifieke kosten voor het verlenen van de black startdienst af te trekken die in de totale kosten van de CMU zouden worden opgenomen. In de categorie "inkomsten" wordt immers gevraagd om de nettoinkomsten van de black startdienst, zodat de specifieke kosten van het verlenen van de black startdienst moeten worden afgetrokken van de CMU-kosten. 3.3. TOEPASSING VAN DE WACC 13. Elia merkt op dat de nieuwe formele vereisten voor een afwijkingsaanvraag de aanvrager alleen toestaan één enkele gewogen gemiddelde kapitaalskost ("WACC") in te dienen voor de gehele berekening van het missing-money in het tabblad "Toepassing van de IPC-afwijking". De WACC kan echter variëren naargelang de investering, en de wet staat de aanvrager uitdrukkelijk toe voor verschillende investeringen een verschillende WACC in te dienen. Niet-vertrouwelijke versie 7/13 De CREG is het met Elia eens dat het KB Methodologie voorziet in een verschillend niveau van "technologiegebonden risicopremie" en bijgevolg per definitie een verschillend niveau van "WACC" afhankelijk van de investering. Daartoe is in noot "34 b" van de formele eisen voor een verzoek om afwijking van het IPC het volgende bepaald: Indien voor het CMU meerdere investeringen met een verschillende looptijd vereist zijn, resulteert de specifieke risicopremie uit het gemiddelde van de verschillende gewogen specifieke risicopremies van de investeringen op jaarbasis. 3.4. OPMERKINGEN OVER DE FORMULERING 14. Elia heeft enkele opmerkingen gemaakt over de gebruikte terminologie: - - voor het FR formulier : • "coûts variables d'entretien" moet worden hernoemd tot "coûts variables de maintenance"; • "facteur d'efficacité" moet worden hernoemd tot "rendement énergétique". Voor een batterij is dit "rendement de charge-décharge" en voor een PSP "rendement de pompage-turbinage"; voor het NL formulier : • - In het tabblad "Aanvraaggegevens" moet "Derating Factor" worden vertaald als "Reductiefactor" in plaats van "Declasseringsfactor" om in overeenstemming te zijn met de definities in de elektriciteitswet; voor het EN formulier : • In het tabblad "Application IPC Derogation" wordt een onderscheid gemaakt tussen "Income" en "Revenues", terwijl dit in het Frans en het Nederlands altijd wordt vertaald als respectievelijk "Revenus" of "Inkomsten". Elia zou graag willen weten of er een bepaalde reden is voor het gebruik van deze twee verschillende begrippen in de Engelse versie. De CREG heeft de voorgestelde correcties opgenomen in de aanpassingen van de formele vereisten voor een verzoek tot vrijstelling van de maximale tussenprijs. De CREG bevestigt dat de woorden "Income" vervangen worden door "Revenues" in het EN formulier. 3.5. AANVULLENDE OPMERKINGEN 15. Engie betwist dat zowel de personeelskosten als de lonen onderhevig zijn aan de groei van de consumentenprijsindex (CPI) die door het Federaal Planbureau wordt voorspeld. De sector van de elektriciteitsproductie vereist en moet zeer specifieke en technische profielen aantrekken. Bovendien zal het CPI niet de jaarlijkse verhoging van de salarissen in het kader van het prestatiebeheer weerspiegelen. Daarom moet het de ondernemingen worden toegestaan hun eigen stijgingspercentage op te geven dat kan worden aangetoond aan de hand van bijvoorbeeld historische gegevens. De evaluatie van de inkomsten door Elia gebeurt in Euro 2018 alvorens te worden geïndexeerd in Euro 2026-2027 op basis van de door het Federaal Planbureau voorspelde groei van de index van de consumptieprijzen. Om de samenhang te verzekeren tussen de evaluatie van de kosten en de evaluatie Niet-vertrouwelijke versie 8/13 van de inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het missing-money, is de CREG van oordeel dat alle kosten uitsluitend moeten worden geïndexeerd op basis van de groei van dezelfde index van de consumptieprijzen. 16. Engie stelt een alternatieve methodevoor wat betreft de indexering van de prijzen die per kalenderjaar worden vastgesteld vóór het leveringsjaar2 . Engie stelt een indexeringsformule voor die gebaseerd is op het groeipercentage van het voorgaande jaar voor prijzen die per kalenderjaar worden vastgesteld en vóór het leveringsjaar worden bepaald op basis van de inflatie die tijdens een referentieperiode is bereikt. Voor de indexering die moet worden toegepast voor de leveringsperiode november 2026 - oktober 2027, stelt Engie een formule voor die gebaseerd is op de gemiddelde prijs van 2026 of op de gemiddelde prijzen van 2026 en 2027. De CREG heeft het voorstel voor een alternatieve methode voor de indexering van de prijzen die per kalenderjaar voorafgaand aan het leveringsjaar worden vastgelegd, opgenomen in de aanpassingen van de formele voorwaarden voor een verzoek tot afwijking van de maximale tussenprijs door voor de leveringsperiode november 2026 - oktober 2027 een formule te overwegen op basis van de gemiddelde prijzen van 2026 en 2027. Voor de prijzen die niet vooraf per kalenderjaar worden vastgelegd, hanteert de CREG een indexeringsformule op basis van het groeipercentage dat tijdens de leveringsperiode wordt waargenomen. 17. Engie merkt op dat het Federaal Planbureau op 1 maart 2022 nieuwe "CPIinflatievooruitzichten" heeft gepubliceerd voor de periode maart 2022 - december 2023 en is van mening dat met deze nieuwe vooruitzichten rekening moet worden gehouden. De CREG heeft de nieuwe "inflatievooruitzichten - CPI" voor de periode maart 2022 - december 2023 opgenomen in de aanpassingen die werden aangebracht aan de formele vereisten voor een verzoek tot vrijstelling van de maximale tussenprijs. 18. Engie is het er niet mee eens dat alleen de technologieën waarvoor Elia een kost voor de beschikbaarheidstest heeft berekend in haar IPC-voorstel dat in haar CRM-kalibratierapport is opgenomen (in de praktijk alleen beheersing van de vraagzijde), een kost voor de beschikbaarheidstest mogen invoeren. Engie is van mening dat ook andere technologieën - die nog maar net op de elektriciteitsmarkt zijn geactiveerd - moeten worden getest volgens de (zeer vage) criteria voor beschikbaarheidstests die in de werkingsregels zijn opgenomen. Engie is derhalve van mening dat, indien de CRM-aanvrager kan uitleggen waarom hij ervan uitgaat dat een test voor bepaalde technologieën waarschijnlijk is, hij toestemming moet krijgen om de bijhorende kosten in te voeren. De CREG is van mening dat Elia de partij is die het best in staat is om te beoordelen voor welke technologieën een beschikbaarheidstest vereist zal zijn. De CREG bevestigt bijgevolg dat enkel de technologieën waarvoor Elia in haar voorstel een kost voor de beschikbaarheidstest heeft berekend, een kost voor de beschikbaarheidstest mogen invoeren. Bovendien herinnert de CREG eraan dat de marktspelers die van oordeel zijn dat ook andere technologieën dan die welke in het voorstel van Elia zijn opgenomen, aan beschikbaarheidstests worden onderworpen volgens de criteria voor beschikbaarheidstests die in de exploitatieregels zijn opgenomen, verschillende gelegenheden hebben gehad om opmerkingen te formuleren over de kosten van de beschikbaarheidstest die in aanmerking worden genomen bij de evaluatie van de IPC: 2 Methodologie in detail beschreven in de Excel-bijlage bij het antwoord van Engie op de openbare raadpleging " Proposal for price forecasts - Engie 2021-03-17” Niet-vertrouwelijke versie 9/13 - van 20 mei tot 20 juni 2021: Openbare raadpleging georganiseerd door Elia over de scenario's, sensitiviteiten en gegevens voor de berekening van de Y-4 veilingparameters voor de leveringsperiode 2026-2027; - van 5 mei tot 5 juni 2020: openbare raadpleging over scenario's, gevoeligheden en gegevens voor de berekening van de Y-4 veilingparameters voor de leveringsperiode 2025-2026 19. Engie is van mening dat de kosten van portefeuillebeheer niet kunnen worden beperkt tot leveringspunten die actief zijn op de day-ahead-, intraday- en balanceringsmarkt voor energie. Het portefeuillebeheer moet ook de termijnhandel en het beheer van de middellange-termijnportefeuille van elektriciteitscentrales omvatten. Bij de raming van de inkomsten van de CMU houdt Elia rekening met de gemiddelde jaarlijkse inframarginale huur en met een raming van de netto-inkomsten uit de levering van balanceringsdiensten. Elia houdt geen rekening met een hedging strategie op de termijnmarkt en houdt geen rekening met de extra inkomsten die zouden voortvloeien uit een asset-backed trading strategie. De CREG is daarom van mening dat enkel de kosten verbonden aan de deelname aan de day ahead, intraday, balancing en ancillary services markt in aanmerking komen, teneinde de coherentie te verzekeren tussen de kosten en de inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het missing-money. 20. Engie is van mening dat indien documentatie van derden niet beschikbaar is [VERTROUWELIJK] om de kapitaalkosten te rechtvaardigen, de CRM-aanvrager de hoogte van deze kosten moet kunnen aantonen op basis van ander bewijsmateriaal [VERTROUWELIJK]. Indien documenten van derden niet beschikbaar zijn (bv. wegens interne werkzaamheden of om een andere reden), zal de CREG rekening houden met elke relevante rechtvaardiging die door de aanvrager van het CRM wordt verstrekt, op voorwaarde dat deze niet-beschikbaarheid naar behoren wordt gemotiveerd. 21. Engie vestigt de aandacht van de CREG op de redelijkheid van mogelijke verzoeken om aanvullende informatie. Engie herinnert de CREG aan de beperkte tijd om op deze verzoeken in te gaan en aan de periode waarin ze zullen worden gelanceerd (zomer met veel werknemers op vakantie). Bovendien zal het opvragen van informatie bij derden meer tijd in beslag nemen dan het intern verzamelen van gegevens. Engie is voorts van mening dat de marktdeelnemers alle bewijsstukken moeten kunnen overleggen die zij relevant achten [VERTROUWELIJK]. De CREG bevestigt dat zij erop zal toezien dat verzoeken om bijkomende informatie tot een minimum beperkt blijven en dat zij dit enkel zal doen indien zij van oordeel is dat bijkomende informatie noodzakelijk zijn voor haar beoordeling. Om te vermijden dat verzoeken om aanvullende informatie nodig zijn, beveelt de CREG aan dat Engie zoveel mogelijk uitleg verschaft over de berekeningen die geleid hebben tot de waarden die in de verzoeken om afwijking van de IPC zijn opgenomen, en dat zij alle bewijsstukken die bij deze berekeningen zijn gebruikt, rechtvaardigt aan de hand van documenten van derden, of aan de hand van enig ander bewijsstuk indien geen documenten van derden beschikbaar zijn. 22. Elia merkt op dat er enkele correcties nodig zijn in de reductiefactoren op het tabblad "Details van de aanvraag": - de reductiefactoren "categorie I SLA 5h" en "categorie I SLA 7h" ontbreken; - de waarde van de reductiefactor "Categorie I SLA 6h" is niet correct. In het CRMkalibratierapport staat dat de waarde 77 % is en niet 73 %. Niet-vertrouwelijke versie 10/13 De CREG heeft de voorgestelde correcties van de reductiefactoren opgenomen in de aanpassingen van de formele vereisten voor een verzoek tot vrijstelling van de intermediaire maximumprijs. 4. AANPASSINGEN VAN DE FORMELE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS 23. De aanpassingen van de vormvereisten voor de veiling van 2022 hebben voornamelijk tot doel de voorspelbaarheid wat betreft de behandeling van de verzoeken om afwijking van de intermediaire maximumprijs te vergroten voor de marktdeelnemers. Het doel van de CREG is ook de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken om afwijking van de intermediaire maximumprijs. De CREG heeft ook de Excel-versie van deze vormvereisten aangepast om de invoer van gegevens door de aanvragers van een afwijking te vergemakkelijken. 24. De CREG heeft zo de methode voor de toepassing van de gewogen gemiddelde kost van het kapitaal verduidelijkt. Bij de berekening van de “missing-money” wordt rekening gehouden met de gewogen gemiddelde kapitaalkosten. De som van de kostencomponenten en de investeringsuitgaven wordt vermenigvuldigd met de factor "1 plus gewogen gemiddelde kost van het kapitaal". Om een dubbele toepassing van de gewogen gemiddelde kost van het kapitaal op de kapitaaluitgaven te voorkomen, wordt in de vormvereisten bepaald dat de annualisering van de kapitaaluitgaven wordt verkregen door de totale kapitaalkosten te delen door de levensduur van de investering. 25. Om de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de maximale middenprijs en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken tot afwijkingen van de intermediaire maximumprijs, is in de vormvereisten bepaald dat de kostencategorieën die in het verzoek om afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën uit de AFRY-studie "Peer Review of "Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM"Study"3, waarop Elia haar aanbeveling voor de intermediaire maximumprijs in haar kalibratierapport4 heeft gebaseerd. Zo worden algemene kosten, plaatselijke belastingen, huurkosten en vaste kosten voor de aankoop van elektriciteit uitdrukkelijk uitgesloten. 26. Naar aanleiding van de opmerkingen die werden ontvangen tijdens de openbare raadpleging over haar ontwerpbesluit (B) 2356 van 7 maart 2022 betreffende de formele vereisten waaraan een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen, heeft de CREG de volgende wijzigingen aangebracht aan de formele vereisten voor de veiling van 2022: - correctie van de gebruikte terminologie, zoals uiteengezet in punt 14; - overweging van een alternatieve methode voor de indexering van prijzen die per kalenderjaar voorafgaand aan het leveringsjaar worden vastgesteld, zoals beschreven in punt 16; 3 https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/users-group/crm-implementation/documents/20201214_afry_peerreview-of-annual-fixed-costs-for-belgian-crm_en.pdf 4 https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/users-group/ug/adequacy-working-group/2021/20211223_dy2026---y4-auction---calibration-report_v3_without_annex_psp_with_erratum.pdf Niet-vertrouwelijke versie 11/13 5. - rekening houden met de nieuwe inflatievooruitzichten die het Federaal Planbureau op 1 maart 2022 heeft bekendgemaakt voor de periode van maart 2022 tot december 2023, zoals uiteengezet in punt 17; - correcties van de reductiefactoren in het blad "Gegevens betreffende de aanvraag", zoals uiteengezet in punt 22; - het beperken van verzoeken om historische gegevens tot 3 jaar in plaats van 5 jaar om positief te reageren op verzoeken om IPC-derogatieverzoeken minder complex te maken, zoals uiteengezet in punt 11; - aantekening 37 wordt aangevuld met “Indien documenten van derden niet beschikbaar zijn (bv. wegens interne werkzaamheden of om een andere reden), zal de CREG rekening houden met elke relevante rechtvaardiging die door de aanvrager van het CRM wordt verstrekt, op voorwaarde dat deze niet-beschikbaarheid naar behoren wordt gemotiveerd.”, zoals uiteengezet in punt 14. VORMVEREISTEN AFWIJKING VOOR EEN VERZOEK TOT 27. De vormvereisten waaraan een aanvraag tot afwijking moet voldoen om in de veiling van 2022 in aanmerking te kunnen worden genomen, zijn nader omschreven in bijlage 1.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd voorzitter van het Directiecomité 12/13 BIJLAGE 1 Aanvraagformulier voor afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 2 Verklaring op erewoord inzake afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 3 Antwoorden op de publieke raadpleging van Febeg, Elia en Engie Niet-vertrouwelijke versie 13/13

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.