(B)2366 24 maart 2022 Beslissing inzake de aanvraag tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) genomen met toepassing van de artikelen 5.4 (
- c)en 6.3 van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering en met toepassing van de artikel en 4 en 219 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. Wettelijk kader ................................................................................................................................ 5 1.1. Europees recht ........................................................................................................................ 5 1.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 8 2. Antecedenten ................................................................................................................................ 11 3. Raadpleging ................................................................................................................................... 14 3.1. Algemeen............................................................................................................................... 14 3.2. openbare raadpleging van 8 december 2021 tot en met 18 januari 2022 ........................... 16 4. onderzoek van het voorstel tot wijziging van de Algemene voorwaarden van toepassing op T&C BSP aFRR ................................................................................................................................................ 19 5. 4.1. Recht van toegang tot het transmissienet ............................................................................ 19 4.2. Goedkeuringscriteria ............................................................................................................. 20 4.3. Artikelsgewijze bespreking van de Algemene voorwaarden ................................................ 27 Onderzoek van het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR .................................................. 35 5.1. Artikel 2: Implementatieplan ................................................................................................ 35 5.2. Artikel II.1: Definities ............................................................................................................. 35 5.3. Artikel II.3: Voorwaarden voor Leveringspunten .................................................................. 36 5.4. Artikel II.6: Communicatietest............................................................................................... 36 5.5. Artikel II.8: Prekwalificatietest .............................................................................................. 36 5.6. Artikel II.9: Aankoop van aFRR-capaciteit ............................................................................. 36 5.7. Artikel II.11: Indiening van aFRR-energiebiedingen .............................................................. 38 5.8. Artikel II.12: Activering .......................................................................................................... 41 5.9. Artikel II.13: Baselinecontrole ............................................................................................... 41 5.10. Artikel II.16: Vergoeding .................................................................................................... 41 5.11. Artikel II.18: Facturatie en Betaling ................................................................................... 41 5.12. Artikel II.19: Activering van de aFRR-dienst voor andere doeleinden .............................. 42 5.13. Bijlage 2: Procedure voor de aanvaarding van een Leveringspunt ................................... 43 5.14. Bijlage 5: Kwaliteit van de baseline ................................................................................... 43 5.15. Bijlage 7: Capaciteitsveilingen ........................................................................................... 43 5.16. Bijlage 9: Indiening van aFRR-Energiebiedingen ............................................................... 44 5.17. Bijlage 10: Activering ......................................................................................................... 46 5.18. Bijlage 11: Activering voor redispatching .......................................................................... 46 5.19. Bijlage 13: Activeringscontrole .......................................................................................... 46 5.20. Bijlage 14: Vergoeding in het geval van fall-back .............................................................. 47 5.21. Bijlage 15: Penaliteiten ...................................................................................................... 47 Niet-vertrouwelijke versie 2/56 6. Aanvullende overwegingen ........................................................................................................... 48 7. Beslissing ....................................................................................................................................... 49 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 50 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 51 BIJLAGE 3a en 3b ................................................................................................................................... 52 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 53 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 54 bIJLAGE 6 ............................................................................................................................................... 55 BIJLAGE 7 ............................................................................................................................................... 56 Niet-vertrouwelijke versie 3/56 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna: “CREG”) onderzoekt, met toepassing van de artikelen 5.4 (
- c)en 6.3, van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: “EBGL”), de vraag van de netbeheerder, Elia Transmission Belgium (hierna: “Elia”) tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van voorwaarden voor de aanbieder van balanceringsdiensten voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “T&C BSP aFRR”), ingediend bij de CREG per mail van 18 maart 2022. In de mail van 18 maart 2022 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels (bijlage 1 van huidige beslissing); Vertrouwelijke versie van het consultatieverslag met inbegrip van alle individuele commentaren in het Engels (bijlage 2a van huidige beslissing); Niet-vertrouwelijke versie van het consultatieverslag in het Engels (bijlage 2b van huidige beslissing). Per brief van 18 maart 2022 heeft de CREG met toepassing van artikel 22 van het FTR, de Algemene Directie Energie gevraagd een advies te verstrekken over het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR dat Elia bij de CREG heeft ingediend op 18 maart 2022 (bijlage 3a van huidige beslissing). Algemene Directie Energie heeft op 21 maart 2022 aan de CREG meegedeeld geen advies uit te brengen (bijlage 3b van huidige beslissing). De CREG onderzoekt, daarnaast, met toepassing van de artikelen 4 en 219 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: “FTR), de vraag van Elia tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van de T&C BSP aFRR, ingediend bij de CREG per mail van 18 maart 2022. In de mail van 18 maart 2022 zijn volgende bijlagen gevoegd: - - De documenten voorgelegd voor openbare raadpleging in het Nederlands, het Frans en het Engels, samen met een geconsolideerde versie met toelichting in het Engels (bijlage 4 van huidige beslissing); De individuele reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging (bijlage 5 van huidige beslissing); Het consultatieverslag in het Engels (bijlage 6 van huidige beslissing); Het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van de T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels (bijlage 7 van huidige beslissing). Onderhavige beslissing bestaat uit zeven hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk schetst het wettelijk kader. Het tweede hoofdstuk duidt de antecedenten. Het derde hoofdstuk behandelt de raadpleging, het vierde hoofdstuk onderzoekt het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR, het zesde hoofdstuk onderzoekt het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. Het laatste hoofdstuk tenslotte, bevat de beslissing. Deze beslissing werd door het Directiecomité van de CREG genomen op 24 maart 2022. Niet-vertrouwelijke versie 4/56 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. Overeenkomstig artikel 5.4, c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18 ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. De lidstaten kunnen een advies indienen bij de CREG over het voorstel. 2. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt verder dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 3. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook de regels voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: “E&R NC”) omvatten, alsook de regels voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. Op 18 december 2018 heeft Elia hierover bij de CREG een voorstel ingediend voor goedkeuring. Met (B)1941 van 19 september 2019 heeft de CREG dit voorstel van Elia afgekeurd. Elia heeft ten tijde van deze beslissing nog geen nieuw voorstel ingediend. 4. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt verder dat elke transmissiesysteembeheerder (hierna: “TSB”) bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BSP's als volgt te werk gaat: “
- a)hij pleegt overleg met de TSB's en DSB's die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
- b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
- c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders (hierna: “DSB's”) en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 5. Overeenkomstig artikel 18.4, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BSP's het volgende: “
- a)bevatten redelijke balanceringsdiensten; en gerechtvaardigde eisen voor het aanbieden van
- b)maken het mogelijk verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties te aggregeren in een programmeringszone om balanceringsdiensten aan te bieden onder de in lid 5, onder c), vermelde voorwaarden;
- c)stellen eigenaars van verbruikersinstallaties, derde partijen, eigenaars van installaties voor de opwekking van conventionele en hernieuwbare energie en eigenaars van energieopslaginstallaties in staat om BSP's te worden; Niet-vertrouwelijke versie 5/56
- d)schrijven voor dat elke balanceringsenergiebieding van een BSP wordt toegewezen aan één of meer BRP's om de berekening van een onbalans overeenkomstig artikel 49 mogelijk te maken.” 6. Overeenkomstig art 18.5, bevatten de voorwaarden BSP’s ook nog het volgende: “
- a)de regels voor het kwalificatieproces dat moet worden doorlopen om een BSP te worden overeenkomstig artikel 16;
- b)de regels, eisen en termijnen voor de inkoop en overdracht van balanceringscapaciteit overeenkomstig de artikelen 32, 33 en 34;
- c)de regels en voorwaarden om verbruikersinstallaties, energieopslaginstallaties en elektriciteitsopwekkingsinstallaties in een programmeringszone samen te voegen teneinde een BSP te worden;
- d)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt tijdens het prekwalificatieproces en de werking van de balanceringsmarkt;
- e)de regels en voorwaarden voor de toewijzing van elke balanceringsenergiebieding van een BSP aan één of meer BRP's overeenkomstig lid 4, onder d);
- f)de eisen betreffende de gegevens en informatie die aan de connecterende TSB en, voor zover relevant, aan de reserveconnecterende DSB moeten worden verstrekt om de verlening van balanceringsdiensten overeenkomstig artikel 154, leden 1 en 8, artikel 158, lid 1, onder e), artikel 158, lid 4, onder b), artikel 161, lid 1, onder f), en artikel 161, lid 4, onder b), van Verordening (EU) 2017/1485 te evalueren;
- g)de definitie van een locatie voor elk standaardproduct en elk specifiek product, rekening houdend met lid 5, onder c);
- h)de regels voor het bepalen van het volume aan balanceringsenergie dat moet worden verrekend met de BSP, overeenkomstig artikel 45;
- i)de regels voor de verrekening van BSP's, overeenkomstig hoofdstukken 2 en 5 van titel V;
- j)een maximumperiode voor de voltooiing van de verrekening van balanceringsenergie met een BSP, overeenkomstig artikel 45, voor elke periode voor onbalansverrekening;
- k)de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden die van toepassing zijn op BSP's.” Niet-vertrouwelijke versie 6/56 7. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP's of in de voorwaarden voor BRP's: “
- a)de eis dat BSP's informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP's, na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt en de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP's om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
- c)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gatesluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP's na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma's gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
- e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
- f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
- g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 8. Aangezien Elia geen centraal dispatchingmodel toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 9. Tot slot, artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toe ziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen nakomen binnen zijn programmeringszone(s). 10. Met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL heeft de TSB die verantwoordelijk is voor het opstellen van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën, of de regulerende instanties die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling daarvan overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, het recht om te verzoeken de voorwaarden of methodologieën te wijzigen. De voorstellen voor wijzigingen van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 10 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in de artikelen 4 en 5 uiteengezette procedure. Niet-vertrouwelijke versie 7/56 1.2. 11. BELGISCH RECHT Voor huidige beslissing zijn volgende bepalingen van het FTR van belang: “Art. 4, § 1 Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; Art. 223. Het geheel van ondersteunende diensten omvat volgende diensten: 1° balanceringsdiensten:
- a)de frequentiebegrenzingsreserves overeenkomstig Titel 5 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL;
- b)de frequentieherstelreserves, met automatische activering en manuele activering overeenkomstig Titel 6 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; 2° de andere ondersteunende diensten:
- a)de regeling van de spanning en van het reactief vermogen;
- b)het congestiebeheer;
- c)de diensten voor herstel waaronder de black-startdienst;
- d)de beschermingsdiensten; 3° elke eventuele andere ondersteunende dienst behorend tot een van de twee categorieën van 1° en 2° die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren en betreffende de goedkeuring van de commissie, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. Art. 224. Dit boek bepaalt de regels betreffende de inrichting en het gebruik van de balanceringsdiensten, zoals gedefinieerd in artikel 2.3 van de Europese richtsnoeren EBGL, waaronder de balanceringsenergie zoals gedefinieerd in artikel 2.4 van de Europese richtsnoeren EBGL en de balanceringscapaciteit zoals gedefinieerd in artikel 2.5 van de Europese richtsnoeren EBGL. De transmissienetbeheerder is gehouden de regels van toepassing op de balanceringsdiensten volgens de bepalingen van dit boek, in toepassing van de Europese richtlijnen SOGL en EBGL. Deze regels worden overlegd aan de commissie, dewelke deze goedkeurt. Niet-vertrouwelijke versie 8/56 Art. 225. De aanbieder van balanceringsdiensten stelt aan de transmissienetbeheerder aanbiedingen van balanceringsenergie ter beschikking overeenkomstig aan de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten. Die modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten worden bepaald door de transmissienetbeheerder krachtens artikel 18.1 en 18.5 van de Europese richtsnoeren EBGL en voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie overeenkomstig artikel 5.4 van de Europese richtsnoeren EBGL en de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit. De aanbiedingen van balanceringsenergie kunnen vooraf het voorwerp hebben uitgemaakt van een reservering van capaciteit door de transmissienetbeheerder bij de aanbieder van balanceringsdiensten overeenkomstig de bepalingen in dit boek en volgens de bepalingen beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op aanbieders van balanceringsdiensten. De aanbieder van balanceringsdiensten sluit met de transmissienetbeheerder één of meerdere overeenkomsten voor balanceringsdiensten af waarin hij zich ertoe verbindt om de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op aanbieders van balanceringsdiensten na te leven. Deze overeenkomsten worden eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie. Art. 226. § 1. De aanbieder van balanceringsdiensten stelt het beschikbare opwaartse of neerwaartse actieve vermogen onder de vorm van aanbiedingen van balanceringsenergie ter beschikking van de transmissienetbeheerder, voor: 1° elke elektriciteitsproductie-eenheid of productiepark in de regelzone bedoeld in artikel 35, § 2, eerste lid, beschouwd als bestaande of nieuwe, overeenkomstig artikel 35, §§ 7 en 8, van het type C of D volgens de classificatie van artikel 35, § 2, derde lid, en waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger is dan of gelijk is aan 25 MW; 2° elk asynchroon opslagpark in de regelzone, beschouwd als bestaand of nieuw overeenkomstig artikel 35, § 9, en van het type C of D overeenkomstig de classificatie van artikel 35, § 4.§ 2. Die verplichting doet geen afbreuk aan het recht voor een aanbieder van balanceringsdiensten om aanbiedingen van balanceringsenergie in te dienen vanuit andere elektriciteitsproductie-eenheden en asynchrone opslagparken dan degene bepaald in paragraaf 1, of vanaf verbruikerseenheden op voorwaarde te beantwoorden aan de vereisten zoals beschreven in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten en aan de bepalingen van artikel 182 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 3. De aanbieder van balanceringsdiensten is aangeduid door een betrokken netgebruiker volgens de bepalingen voorzien in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten. Wanneer er geen enkele aanbieder voor balanceringsdiensten is aangeduid voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, dan wordt de betrokken netgebruiker automatisch aanbieder van balanceringsdiensten en krijgt hij de verplichting toegewezen om het beschikbare vermogen ter beschikking te stellen van de transmissienetbeheerder zoals bepaald in paragraaf 1. Art. 227. De transmissienetbeheerder ziet toe op de beschikbaarheid van en, in voorkomend geval, op de inwerkingstelling van de balanceringsdiensten: 1° volgens objectieve, transparante en niet-discriminerende procedures, die berusten op de marktregels overeenkomstig artikel 4 van de Europese richtsnoeren EBGL; en 2° overeenkomstig de operationele regels voorzien in dit besluit. Niet-vertrouwelijke versie 9/56 Art. 228. […] § 3. De transmissienetbeheerder overlegt ter goedkeuring, gelijktijdig met het voorstel bedoeld in artikel 6.3, e), van de Europees richtsnoeren SOGL: 1° na openbare raadpleging, de methodologie om voor elk van de balanceringsdiensten de balanceringscapaciteit te bepalen die bij de aanbieders van balanceringsdiensten moet worden gereserveerd binnen de onevenwichtszone volgens een analyse van de optimale levering zoals beschreven in artikel 32.1 van de Europese richtsnoeren EBGL; en 2° indien de periode van aankoop van balanceringscapaciteit gelijk is aan of langer is dan één jaar, het resultaat van de praktische toepassing van de dimensioneringsregels wordt door de transmissienetbeheerder aan de commissie ter goedkeuring voorgelegd. Voor alle andere periodes van aankoop van balanceringscapaciteit, wordt het resultaat van de praktische toepassing van de dimensioneringsregels door de transmissienetbeheerder onmiddellijk door deze laatste aangemeld bij de commissie. § 4. De transmissienetbeheerder publiceert hiervan de definitieve versie overeenkomstig artikel 20. Art. 229. De transmissienetbeheerder koopt bij de aanbieders van balanceringsdiensten de balanceringscapaciteit via een mededingingsprocedure. […] Art. 230. § 1. De technische specificaties betreffende de beschikbaarheid van de balanceringscapaciteit en de activering van balanceringsenergie voor elk van de reserves bedoeld in de paragrafen 1 en 2 van artikel 228 worden bepaald in de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten bedoeld in artikel 225. § 2. Om die specificaties te bepalen houdt de transmissienetbeheerder met name rekening met de technische vereisten net als met de regels betreffende de levering van die diensten overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL. § 3. Meer bepaald: […] 3° de aanbieder van frequentieherstelreserve met manuale activering moet in staat zijn om zijn balanceringsenergie te activeren op vraag van de transmissienetbeheerder. Art. 231. De aanbieder van balanceringsdiensten bij wie de transmissienetbeheerder balanceringscapaciteit heeft gereserveerd, verbindt zich ertoe om aan die laatste gedurende de volledige periode van reservering of gedurende de periode overeengekomen in hun contract, aanbiedingen aan balanceringsenergie ter beschikking te stellen voor een volume dat hoger dan of gelijk is aan de gereserveerde capaciteit en die, in voorkomend geval, te activeren overeenkomstig artikel 230. De aanbieder van balanceringsdiensten bij wie de transmissienetbeheerder balanceringscapaciteit heeft gereserveerd, is ertoe gehouden alles in te zetten om dat capaciteitsniveau aan te houden, en onder meer, in geval van volledige of gedeeltelijke nietbeschikbaarheid van de gereserveerde capaciteit, door een overdracht van zijn verplichtingen tot levering van balanceringscapaciteit aan een andere aanbieder van balanceringsdiensten.” Niet-vertrouwelijke versie 10/56 2. ANTECEDENTEN 12. Op 16 april 2020 heeft Elia voor goedkeuring een voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) bij de CREG ingediend. Bij beslissing (B)2061 van 7 mei 2020 heeft de CREG dit voorstel goedgekeurd en zijn de T&C BSP aFRR in werking getreden op 31 augustus 2020, met een eerste veiling voor levering op 2 september 2020. 13. Op 28 mei 2020 heeft Elia twee goedkeuringsaanvragen ingediend bij de CREG betreffende de balanceringsregels. Een eerste voorstel betreft de frequentiebegrenzingsreserves (FCR) en een tweede voorstel betreft de automatische frequentieherstelreserves (aFRR). De CREG heeft beide voorstelen op 18 juni 2020 bij beslissing (B)2085 goedgekeurd. 14. Op 24 januari 2020 heeft ACER een beslissing No. 02/20201 (hierna: “aFRR IF Beslissing”) genomen. Deze beslissing betreft het uitvoeringskader voor het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “het aFRR-platform”). 15. Zo legt artikel 5 van de aFRR IF Beslissing een implementatietijdlijn op en omvat het ook onder andere de vereiste dat elke transmissienetbeheerder (hierna: “TNB”) dertig maanden na de goedkeuring van de aFRR IF de methodologiën en voorwaarden voor aanbieders van aFRR balanceringsenergiediensten dit gradueel moet aanpassen om tijdig toegang te krijgen tot het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met automatische activering (hierna: “aFRR-platform”). Tegen de aFRR IF Beslissing werd beroep aangetekend op 23 maart 2020, dat bij beslissing van 16 juli 2020 door de raad van beroep van ACER als ongegrond werd verklaard2. 16. Op 12 februari 2021 heeft Elia een gewijzigd voorstel van voorwaarden van de aanbieder van balanceringsdiensten of “BSP” (Balancing Service Provider) voor Frequentieherstelreserves met automatische activering (aFRR) bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Op 22 april 2021 heeft de CREG bij beslissing (B)2210 het voorstel goedgekeurd. De gewijzigde T&Cs BSP aFRR treden in werking op hetzelfde moment als de respectievelijke modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van balanceringsdiensten (T&C BSP FCR en de T&C BSP aFRR). Met deze beslissing worden de capaciteitsvolumes die aangekocht worden binnen de “per-CCTU”-veiling begrensd en geldt de beslissing als een tijdelijke oplossing voor de hoge capaciteitsprijzen die het resultaat waren van een beperkt aanbod van capaciteitsvolumes die aangeboden werden binnen de “per-CCTU”-veilingen. In haar beslissing formuleert de CREG daarnaast de verwachting om tegen de volgende wijziging van de T&C BSP aFRR het marktdesign voor de aankoop van aFRR- balanceringscapaciteit, te herzien. 17. Op 18 februari 2022 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ingediend bij de CREG voor goedkeuring. Met dit voorstel wil Elia tegemoet komen aan de beslissing (B)2210, namelijk om het LFC Blok van Elia aan te sluiten op het aFRR-platform en om het nieuwe marktdesign voor de aankoop van aFRR-balanceringscapaciteit in werking te laten treden. 1 https://extranet.acer.europa.eu//Official_documents/Acts_of_the_Agency/Individual%20decisions/ACER%20Decision%20 02-2020%20on%20the%20Implementation%20framework%20for%20aFRR%20Platform.pdf 2 https://extranet.acer.europa.eu/en/The_agency/Organisation/Board_of_Appeal/Decisions/Case%20A-0012020%20BoA%20decision.pdf Niet-vertrouwelijke versie 11/56 Aan het voorstel zijn volgende bijlagen gevoegd: - Het voorstel van T&C BSP aFRR in het Nederlands en Engels; - De vertrouwelijke versie van het consultatieverslag met inbegrip van alle individuele commentaren. 18. Per brief van 21 februari 2022 heeft de CREG met toepassing artikel 22 van het FTR aan de Algemene Directie Energie het recht geboden om advies te verstrekken over het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR. De Algemene Directie Energie heeft uiterlijk op 28 februari 2022 haar voornemen tot het uitbrengen van een advies niet gemeld aan de CREG en dus wordt zij verondersteld geen advies uit te brengen. 19. Op 7 maart 2022 heeft de CREG de Franstalige versie van dit voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR ontvangen, samen met de niet-vertrouwelijke versie van het consultatieverslag. 20. Op 7 maart 2022 vraagt Elia daarnaast aan de CREG om ook goed te keuren een voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR. In de mail van 7 maart 2022 zijn als bijlagen gevoegd: - Documenten voorgelegd voor openbare raadpleging: het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden in het Nederlands, het Frans en het Engels, samen met een geconsolideerde versie met toelichting in het Engels; - De individuele reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging; - Het consultatieverslag in het Engels; - Het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels. 21. Op 18 maart 2022 wordt door Elia een nieuwe versie van voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR bij de CREG ingediend voor goedkeuring. In de mail van 18 maart 2022 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels (bijlage 1 van huidige beslissing); - Vertrouwelijke versie van het consultatieverslag met inbegrip van alle individuele commentaren in het Engels (bijlage 2a van huidige beslissing); - Niet-vertrouwelijke versie van het consultatieverslag in het Engels (bijlage 2b van huidige beslissing). Daarnaast wordt op 18 maart 2022 door Elia opnieuw ingediend het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR, zoals ingediend op 7 maart 2022. In de mail van 18 maart 2022 zijn volgende bijlagen gevoegd: - Documenten voorgelegd voor openbare raadpleging: het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden in het Nederlands, het Frans en het Engels, samen met een geconsolideerde versie met toelichting in het Engels (bijlage 4 van huidige beslissing); - De individuele reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging (bijlage 5 van huidige beslissing); - Het consultatieverslag in het Engels (bijlage 6 van huidige beslissing); Niet-vertrouwelijke versie 12/56 - Het voorstel tot wijziging van de algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR in het Nederlands, het Frans en het Engels (bijlage 7 van huidige beslissing). 22. Per brief van 18 maart 2022 heeft de CREG met toepassing artikel 22 van het FTR aan de Algemene Directie Energie het recht geboden om advies te verstrekken over het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR (bijlage 3a van huidige beslissing). De Algemene Directie Energie heeft aan de CREG op 21 maart 2022 meegedeeld geen advies uit te brengen (bijlage 3b van huidige beslissing). De CREG onderzoekt in hoofdstuk vijf van huidige beslissing enkel de versie van het voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR aan de CREG meegedeeld op 18 maart 2022. Niet-vertrouwelijke versie 13/56 3. RAADPLEGING 3.1. ALGEMEEN 23. Elia heeft een openbare raadplegingen georganiseerd van 8 december 2021 tot en met 18 januari 2022 betreffende T&C BSP aFRR. 24. Deze openbare raadpleging heeft als doel de T&C BSP aFRR te wijzigen om de aansluiting op het Europese platform voor de uitwisseling van aFRR balanceringsenergie, bekend als het PICASSO-project, te kunnen realiseren. Hiervoor is een evolutie van het lokale aFRR energiedesign vereist. De gelegenheid werd ook aangegrepen om enkele verdere evoluties door te voeren die niet rechtstreeks verband houden met de aansluiting op PICASSO, namelijk verbeteringen die geschikt bleken na de uitvoering van het vorig design en afstemmingen met het mFRR design. 25. De documenten die ter raadpleging werden voorgelegd waren in het Engels opgesteld. 26. Elia heeft vier niet-vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging, te weten van: 27. - Centrica Business Solutions, (hierna: “CBS”); - Febeg; - Febeliec; - Rent-a-Port Green Energy en SRIW Environnement, (hierna: “RAP-Green en SRIW”). Daarnaast heeft Elia twee vertrouwelijke reacties ontvangen op de openbare raadpleging. 28. De opmerkingen van de marktpartijen en de antwoorden van Elia hierop betreffende het voorstel tot wijziging van de T&C BSP aFRR zijn in het consultatieverslag opgenomen. Daarnaast heeft Elia de reacties van de marktpartijen geanalyseerd en indien zij hiermee akkoord ging, verwerkt in het voorstel tot wijziging van T&C BSP aFRR. 29. Elia heeft daarnaast een tweede openbare raadplegingen georganiseerd van 12 november 2021 tot 13 december 2021 betreffende de wijzigingen Algemene Voorwaarden van toepassing op de de type-overeenkomsten Elia, meer bepaald: - de balanceringsdiensten (BSP – “Balance Service Provider” / aanbieder van balanceringsdiensten voor FCR – “Frequency Containment Reserve” / frequentiebegrenzingsreserves, aFFR – “automatic Frequency Restoration Reserve” / automatische frequentieherstelreserves en mFRR – “manual Frequency Restoration Reserve” / manuele frequentieherstelreserves); - voor de hersteldiensten (RSP – “Restoration Service Provider” / “aanbieders van hersteldiensten”) en; - de diensten gerelateerd aan congestiebeheer (SA – “Scheduling Agent” / programmaagent en OPA – “Outage Planning Agent” / “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning”). 30. De wijzigingen aan Algemene Voorwaarden van toepassing op deze type-overeenkomsten die ter raadpleging werden voorgesteld omvatten: - De verbetering van typo’s, van inconsistenties tussen de verschillende taalversies en van inconsistenties tussen de verschillende T&Cs; Niet-vertrouwelijke versie 14/56 - De verbetering van een voetnoot die op de verkeerde plaats was opgenomen; - Een simplificatie van Artikel I.6.4. betreffende de limieten; - De toevoeging van een verduidelijking in Artikelen I.7.1 (noodsituatie) en I.7.2 (alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand) dat behoudens uitdrukkelijke melding van Elia tot het tegendeel en/of behoudens in geval een voorziening van de toepasselijke wetgeving of reglementering anders voorziet, de dienstverlener zijn verplichtingen zoals voorzien in het Contract zal blijven vervullen in dat geval; - Een verduidelijking in de lijst van voorbeelden van mogelijke force majeure gevallen; - Een verduidelijking over hoe een situatie van force majeure aan de andere Partij dient te worden gemeld; - Een verduidelijking in Artikel I.10.1 (herziening) van de beëindigingsmogelijkheden in geval van wijzigingen aan het Contract; - De toevoeging van een Artikel over GDPR. Gezien de aard van deze voorwaarden heeft Elia ervoor gekozen om deze gelijk te houden voor alle bovenvermelde diensten. Daarom wordt één publieke consultatie georganiseerd voor deze wijzigingen aan alle betrokken T&Cs. Verder stelt Elia dat de wijzigingen aan de Algemene Voorwaarden in werking zullen treden voor een betrokken T&C eens een nieuwe versie van deze T&C wordt goedgekeurd door de CREG om vervolgens in werking te treden. 31. Tijdens deze openbare raadpleging stelde Elia in eerste instantie enkel een geconsolideerde versie van Algemene Voorwaarden ter beschikking in het Engels. Febeliec maakte de opmerking dat enkel een Engelstalige versie van de Algemene Voorwaarden ter beschikking werd gesteld door Elia tijdens de raadpleging, terwijl uit artikel 3 blijkt dat enkel de Nederlandstalige en Franstalige versies relevant zijn vanuit juridisch oogpunt. Febeliec wijst erop dat zij deze opmerking ook al maakte tijdens vorige raadplegingen en dringt er sterk op aan dat de stakeholders ook hun input kunnen geven tijdens de publieke raadpleging op de juridisch bindende teksten. Elia antwoordt in het consultatierapport van 17 januari 2022 dat een Nederlandstalige en Franstalige versie van het raadplegingsdocument ook door Elia ter beschikking werd gesteld enkele dagen na de start van de publieke raadpleging. Elia voegt daaraan toe dat ze ervoor zal zorgen dat in de toekomst een nieuwe e-mail zal worden verstuurd naar de stakeholders om hen bewust te maken dat deze documenten werden toegevoegd op de consultatiepagina van haar website. De CREG is van mening dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van de raadplegingsdocumenten meteen ter beschikking moeten zijn van de marktpartijen vanaf de eerste dag van de publieke consultatie. Febeliec preciseert terecht dat marktpartijen de gelegenheid moeten hebben om hun opmerkingen te maken bij de juridisch bindende teksten, d.w.z. deze in het Nederlands en het Frans. Bovendien stelt de CREG vast dat enkel het overzicht van de aangebrachte wijzigingen met enkele dagen vertraging ter beschikking werd gesteld in het Nederlands en het Frans, maar niet de Nederlandstalige en Franstalige versies van de geconsolideerde versie van de Algemene Voorwaarden zelf. Gezien het overzicht van de aangebrachte wijzigingen in het Nederlands en het Frans ter beschikking waren, zij het met enkele dagen vertraging zoals Elia stelt, kan de CREG deze openbare raadpleging in voorliggend geval als voldoende gedocumenteerd aanvaarden, maar benadrukt dat deze aanpak naar de toekomst moet worden bijgestuurd. De CREG vraagt Elia om een voorstel voor te leggen, na overleg in de Users’ Group, over de manier waarop zij de openbare raadplegingen zal organiseren rekening houdend met de taalwetgeving teneinde aan de opmerking van Febeliec Niet-vertrouwelijke versie 15/56 tegemoet te komen in de toekomst en dit vóór de lancering van de eerstvolgende openbare raadpleging door Elia. 32. De CREG zal hieronder enkel de reacties van de marktpartijen en van het antwoord van Elia bespreken wanneer de CREG hierop opmerkingen heeft en/of het hiermee niet eens is. 33. De openbare raadplegingen georganiseerd door Elia van 8 december 2021 tot en met 18 januari 2022 en van 12 november 2021 tot 13 december 2021 worden door de CREG als effectieve openbare raadplegingen beschouwd aangezien deze raadplegingen op de website van Elia hebben plaats gevonden, gemakkelijk toegankelijk waren vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd werden. Bovendien werd er door Elia onverwijld een mailing gestuurd aan alle op hun website geregistreerde personen. 34. De duur van de openbare raadpleging bedroeg enerzijds 6 weken voor de T&C BSP aFRR en anderzijds 4 weken voor de Algemene voorwaarden van toepassing op de T&C BSP aFRR. Rekening houdende met de aard van de voorgestelde wijzigingen en de vooropgestelde timing is de CREG van oordeel dat de duur van de raadplegingen voldoende lang waren. 35. Artikel 40.2 van het reglement van orde van het directiecomité van de CREG bepaalt dat, indien de betrokken TNB al een effectieve openbare raadpleging heeft georganiseerd, de CREG geen openbare raadpleging moet organiseren over huidige beslissing. 3.2. OPENBARE RAADPLEGING VAN 8 DECEMBER 2021 TOT EN MET 18 JANUARI 2022 36. Febeliec merkt op dat het hoofdstuk over de voorwaarden voor deelname van Leveringspunten aan de aFRR-Dienst geen melding maakt van Leveringspunten die aangesloten zijn op het publieke distributienet. Elia antwoordt hierop dat de voorwaarden voor de levering van de aFRR-Dienst van Leveringspunten die aangesloten zijn op het distributienet beschreven wordt in het BSP-DSO-contract. 37. De CREG stelt vast dat alle gewijzigde bepalingen in artikel II.3 betrekking hebben tot leveringspunten die aangesloten zijn op het Elia-net of op een CDS. Enkel de gewijzigde bepalingen II.3.1 tot en met II.3.5 hebben ook betrekking op leveringspunten van een Publiek Distributienet. Dit heeft als gevolg dat leveringspunten die aangesloten zijn op een Publiek Distributienet niet moeten voldoen aan de procedure voor aanvaarding van leveringspunten en dat er geen lijst van leveringspunten opgesteld moet worden conform bijlage 4 van de T&C BSP aFRR. Het T&C BSP aFRR contract verwijst voor leveringspunten van een publiek distributienet naar het BSP-DNB contract. Als gevolg concludeert de CREG dat de T&C BSP aFRR geen elementen moet bevatten die een toetreding tot de aFRR-balanceringsmarkten van middelen aangesloten op het Publiek Distributienet, blokkeren. 38. RAP-Green en SRIW stellen zich de vraag waarom een prekwalificatie niet kan gebeuren op een reserve-leverende groep bestaande uit een combinatie van DPsu-leveringspunten, of een combinatie van DPsu- en DPpg-leveringspunten. RAP-Green en SRIW stellen zich ook de vraag waarom een DPsu leveringspunt niet gecombineerd mag worden met andere leveringspunten bij de opmaak van een balanceringsenergiebieding. Elia antwoordt dat deze beperkingen niet verhinderen om de aFRR-dienst te leveren op portfolioniveau. De CREG is van mening dat het antwoord van Elia geen gerechtvaardigde motivatie is voor het behoud van de beperkingen geïdentificeerd door RAP-Green en SRIW. Immers, de beperking verhindert een reserve-leverende groep, bestaande uit meerdere DPsu- en/of DPpg-leveringspunten, om deel te nemen aan de aFRR-balanceringscapaciteitsmarkt aangezien een prekwalificatie een vereiste is alvorens een reserveleverende eenheid of groep aan de aFRR-balanceringscapaciteitsmarkt kan deelnemen. Ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers moeten vermeden Niet-vertrouwelijke versie 16/56 worden, conform artikel 3
(1)(e) van de EB GL. De CREG verzoekt bijgevolg Elia om deze beperking voor deelname aan de balanceringscapaciteitsmarkten te verwijderen. Concreet vraagt de CREG aan Elia om een verwijdering van de opsplitsing tussen DPsu- en DPpg-leveringspunten als voorwaarden voor de prekwalificatie van leveringspunten in artikelen II.8.5 en II.8.6, en in Bijlage 6.B, te onderzoeken en het resultaat hiervan naar aanleiding van een eerstkomende wijziging van de T&C BSP aFRR op te nemen zodat eender welke samenstelling van leveringspunten een geprekwalificeerde reserveleverende eenheid of groep kan vormen. 39. CBS merkt op dat de vereisten rond de submeter versoepeld moeten worden om additionele aFRR-capaciteit te laten deelnemen aan de aFRR-balanceringsmarkten. Elia antwoordt dat de vereisten gealigneerd zijn met de mFRR-balanceringsenergiedienst en niet-discriminatoir toegepast worden op de BSPs. Elia laat ook gelden dat ze andere vereisten aan het onderzoeken is voor balanceringsmiddelen die aangesloten worden op laagspanningsniveau. Hierbij wenst Elia ook te weten welke additionele volumes aangeboden zouden kunnen worden indien de submetering vereisten verlaagd zouden worden. De CREG leidt uit de opmerking van CBS af dat de huidige vereisten betreffende de metering een hindernis vormen voor de deelname aan balanceringsmiddelen. De CREG leidt uit het antwoord van Elia af dat de submetering vereisten verlaagd zouden kunnen worden, bijvoorbeeld voor deelname van balanceringsmiddelen die aangesloten zijn op laagspanningsniveau. Ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers moeten vermeden worden, conform artikel 3
(1)(
- e)van de EB GL. Bijgevolg is de CREG van mening dat het verzoek van CBS door Elia verder onderzocht moet worden teneinde te kunnen worden toegepast en dit ongeacht het door CBS geïdentificeerde volumepotentieel. De CREG vraagt Elia om naar aanleiding van een eerstkomende wijziging van de T&C BSP aFRR, de opmerking van CBS te onderzoeken en het resultaat van de demonstratieprojecten, uitgevoerd op laagspanningsniveau, voor zover mogelijk, uit te rollen op alle andere spanningsniveaus. De CREG merkt verder op dat de concrete vereisten met betrekking tot metingen en gegevensuitwisseling dit momenteel niet is opgenomen in de T&C BSP aFRR. De CREG behoudt het recht om Elia te verzoeken deze concrete vereisten als bijlage van de T&C BSP aFRR op te nemen indien de niet-opname belemmerend blijft voor de deelname van nieuwe marktdeelnemers of nieuwe balanceringsmiddelen tot de balanceringsmarkten. 40. FEBEG merkt op dat de definitie van “Beperkt Energiereservoir” inconsistent is tussen de aFRRen FCR-dienstverlening. Elia antwoordt dat een andere definitie noodzakelijk is wegens een andere impact van het beperkt energiereservoir op de dienstverlenging: bij de FCR-dienstverlening leidt het beperkt energiereservoir tot het uitbaten via “reserve mode” van de reserveleverende eenheid of groep, terwijl bij aFRR-dienstlevering de dienstverlening volledig zou wegvallen. De CREG wenst het antwoord van Elia te vervolledigen. De definitie van “Beperkt Energiereservoir” heeft enkel als gevolg dat de reserveleverende eenheid of groep een strategie voor energiebeheer bij Elia moet indienen. De definitie van “Beperkt Energiereservoir” legt zelf geen vereisten voor energiebeheer op. Deze vereisten worden conform artikel II.3.8 en Bijlage 2.D van de T&C BSP aFRR door Elia bepaald. 41. [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 17/56 42. [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 18/56 4. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP T&C BSP AFRR 4.1. RECHT VAN TOEGANG TOT HET TRANSMISSIENET 43. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15 van de elektriciteitswet van openbare orde is. Het recht van toegang tot het transmissienet is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Opdat er concurrentie op de elektriciteitsmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van elektriciteit kunnen kiezen, is het essentieel de eindafnemers, hun leveranciers en de producenten van elektriciteit gegarandeerd toegang tot het transmissienet hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Hierbij komt dat het transmissienet een natuurlijk monopolie is gelet op de hoge sunk costs die de investeringen erin zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn niet aanwendbaar voor ander gebruik dan het vervoer van elektriciteit. Dit verklaart mede waarom artikel 8 van de elektriciteitswet geopteerd heeft voor een enkele netbeheerder van het federaal transmissienet. Uit de artikelen 11 en 15 van de elektriciteitswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot het transmissienet onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode3, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 van de elektriciteitswet. De gedragscode, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven beogen het recht van toegang tot het transmissienet in de feiten te realiseren. Met de gedragscode en het federaal technisch reglement beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van het transmissienet. Met deze gedragscode en dit reglement beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de netbeheerder anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de netbeheerder zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode en het federaal technisch reglement de verplichtingen van de netbeheerder en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de operationele en technische vertaling van het recht van toegang tot het transmissienet en derhalve eveneens van openbare orde. De complexiteit van het beheer van het transmissienet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de netbeheerder aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de netbeheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de netbeheerder niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de netbeheerder van een wettelijk en natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale transmissienetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder deze regulering van de transmissienettarieven wordt immers het recht van toegang tot het transmissienet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge transmissietarieven het recht van 3 Deze gedragscode is nog in ontwikkeling. Niet-vertrouwelijke versie 19/56 toegang tot het transmissienet de facto uithollen. De regulering van de transmissienettarieven is dan ook van openbare orde. Het recht van toegang wordt vertaald via de type-overeenkomsten. Deze type-overeenkomsten, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het transmissienet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van deze type-overeenkomsten door de CREG wijzigt de aard van deze contracten niet. In tegendeel, het belang van de type-overeenkomsten wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het transmissienet van de netbeheerder indien hij de toegangsprocedure heeft doorlopen en de betrokken type-overeenkomst ondertekent. De type-overeenkomst mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot het transmissienet en kunnen deelnemen aan de ondersteunende diensten. 4.2. GOEDKEURINGSCRITERIA 44. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet, ten uitvoer gelegd door artikel 4 van het federaal technisch reglement dient de netbeheerder de in dit artikel 4 opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 1° de aansluitingscontracten; 2° de toegangscontracten; 3° de overeenkomsten van evenwichtsverantwoordelijken; 4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; 5° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6; 6° de programma-agentovereenkomst; 7° de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanningovereenkomst; 8° de overeenkomst voor de informatie-uitwisseling met elektriciteitsleveranciers en de aanbieders van ondersteunende diensten; 9° de overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet; 10° het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 3. De formulieren voorzien door dit besluit worden onverwijld verstuurd door de transmissienetbeheerder aan de commissie. De commissie geeft kennis van zijn opmerkingen aan de transmissienetbeheerder en verstuurt deze naar de Algemene Directie Niet-vertrouwelijke versie 20/56 Energie. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet.” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. Artikel 4 van het federaal technisch reglement4 bepaalt niet aan welke criteria de CREG de typeovereenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen5 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, de kwaliteit van de openbare dienst, de bescherming van de consument, de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 4 In tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. 5 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, §1, 2°, van het technisch reglement, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijke versie 21/56 De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven federaal technisch reglement (zie voetnoot 4), nagaan of de ontwerpen van typeovereenkomsten: (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 45. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 46. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. Bij het onderzoek van de typeovereenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom6. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels en de taalwetgeving. Hierbij dient te worden opgemerkt 6 Zie ondermeer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Niet-vertrouwelijke versie 22/56 dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 47. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet, de gedragscode7 en het federaal technisch reglement, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netwerkcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, §2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en artikel 4 van het federaal technisch reglement hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de type-overeenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 48. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof 7 Nog in ontwikkeling op datum van deze beslissing. Niet-vertrouwelijke versie 23/56 van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie8. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Wetboek van economisch recht 49. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid 8 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijke versie 24/56 van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in Niet-vertrouwelijke versie 25/56 ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. De gekwalificeerde benadeling 50. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling, theorie ontwikkeld door rechtspraak en rechtsleer, zijn : - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties ; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie ; - het contract dan wel één of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de netbeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 51. Overeenkomstig de artikelen 1108 en 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van één van de contractspartijen worden overgelaten. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 52. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de bepalingen van de type-overeenkomst, wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 53. De CREG vraagt Elia om het geheel van de bepalingen te herevalueren in functie van de wijzigingen van het verbintenissenrecht9 die op til zijn en dit van zodra deze in werking treden. Wet op het taalgebruik 9 Wetsvoorstel houdende Boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek aangenomen in eerste lezing door de Kamer op 10 maart 2022 https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/none&leftmenu=no&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwb n.cfm?lang=N&legislat=55&dossierID=1806. Niet-vertrouwelijke versie 26/56 54. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. 4.3. ARTIKELSGEWIJZE VOORWAARDEN BESPREKING VAN DE ALGEMENE Artikel I.1. definities: 55. Over de wijzigingen opgenomen in de definities die van redactionele aard zijn heeft de CREG geen opmerkingen. 56. Febeliec merkt op dat het woord “bijlagen” tweemaal zonder hoofdletter wordt gebruikt, terwijl het een gedefinieerde term betreft en dus een hoofdletter zou moeten worden toegepast “Bijlagen” (cfr. Art. I.3 en Art. I.4.1). Elia heeft dit aangepast aangezien dit een niet-bedoelde vergetelheid betreft van haar kant. 57. Wat betreft de definitie voor het begrip “Indirecte Schade” merkt Febeliec op dat ze het niet opportuun acht om het begrip dat men wil definiëren aan te wenden in de definitie zelf ([vrije vertaling] “Indirecte Schade”: “elke indirecte schade…”). Febeliec stelt voor om bv. volgende te schrijven “[vrije vertaling] elke gevolgschade …”. Elia benadrukt dat enkel de wijzigingen voorgesteld aan de algemene voorwaarden ter raadpleging werden voorgelegd en dat er geen wijzigingen werden voorgesteld aan de definitie van “Indirecte Schade”. Elia antwoordt dat zij heeft beslist om de huidige definitie (die ook al gevolgschade vermeldt) niet aan te passen. De CREG is van mening dat een publieke raadpleging ook moet toelaten aan marktpartijen om aan te geven op welke punten deze laatsten vinden dat de type-overeenkomst zou moeten evalueren. De opmerking van Febeliec is volgens de CREG inhoudelijk terecht: definities hanteren best niet het begrip dat men precies wil definiëren. In de Nederlandstalige versie van het voorstel van Elia is echter geen sprake in de definitie van het begrip “Indirecte Schade” van de woorden “indirecte schade” maar van “onrechtstreekse schade”. In de Franstalige versie van het voorstel van Elia worden in de definitie wel degelijk de woorden “dommage indirect” opnieuw gebruikt. De CREG vraagt aan Elia om de definitie van “Indirecte Schade” bij de eerstvolgende gelegenheid aan te passen teneinde tegemoet te komen aan deze opmerking van Febeliec en ervoor te zorgen dat de Nederlandstalige en Franstalige versies identiek zijn. Elia moet immers steeds streven naar het verduidelijken van de definities gehanteerd in de gereguleerde contracten zodat interpretatieproblemen worden vermeden. Tot slot, merkt de CREG op dat de aansprakelijkheidsregeling voor de type-overeenkomsten voor ondersteunende diensten en onder meer ook voor het type-aansluitingscontract en het typetoegangscontract het voorwerp uitmaken van een harmonisatie-oefening die is opgestart tussen Elia en de CREG. De definitie “Indirecte Schade” maakt hiervan ook deel uit. Artikel I.3 Interpretatieregels: 58. In de titel van artikel I.3 wordt het woord " Bijkomende " geschrapt. In de derde paragraaf van Artikel I.3, wordt het woord “bijlagen” vervangen door “Bijlagen”. Febeliec maakte de opmerking dat de Engelstalige versie van Artikel I.3 een redactionele fout bevat: “unless the context requires otherwise” (“tenzij de context anders bepaalt”). Elia heeft dit aangepast. Niet-vertrouwelijke versie 27/56 De CREG spreekt zich in haar beslissingen niet uit over de Engelstalige versie van het Contract, maar wel over de Nederlandstalige en Franstalige versies die ter goedkeuring worden voorgelegd en waarop voormelde wijziging geen impact heeft. Artikel I.4 Inwerkingtreding van dit Contract: 59. In de tweede paragraaf van Artikel I.4.1 worden de woorden "tussen de Partijen" geschrapt en wordt het woord “bijlagen” vervangen door “Bijlagen”. In de derde paragraaf van Artikel I.4.1 worden de woorden "tussen de Partijen" na “zodra dit Contract in werking is getreden” geschrapt. De marktpartijen maakten hierbij geen opmerkingen. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar. Het spreekt immers voor zich dat wanneer het Contract in werking treedt dit tussen de contractpartijen gebeurt. De precisering “tussen de Partijen” is derhalve overbodig. Artikel I.6. Aansprakelijkheid: 60. Artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden bevat een aansprakelijkheidsregeling tussen de partijen bij het Contract. Zo wordt een beperking voorzien van de aansprakelijkheid tot Directe Schade en tot een bepaald bedrag. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat, onverminderd enige resultaatverbintenis waarin dit Contract voorziet (zoals de vertrouwelijkheids- en betaalverplichtingen), naargelang het geval, en onverminderd de toepassing van een door het Contract voorzien penaliteitssysteem, de levering van de Diensten door de Dienstverlener een middelenverbintenis is. 61. De CREG stelt vast dat het begrip ‘boetesysteem’ gewijzigd werd in ‘penaliteitensysteem’. In het BSP-contract aFRR wordt het toepassingsgebied van het penaliteitensysteem beschreven in de T&C BSP aFRR, Bijlage 15. Concreet betekent dit dat naast een schadeclaim met toepassing van artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden, Elia ook toepassing kan maken van een penaliteit zoals voorzien in Bijlage 15 van de T&C BSP aFRR. De CREG laat opmerken dat wanneer een penaliteit door Elia wordt toegepast en zij gelijktijdig een bijkomende schadevergoeding claimt, Elia zal moeten aantonen dat deze niet reeds gedekt is door de penaliteit omwille van het algemeen principe dat eenzelfde schade niet twee keer vergoed kan worden. 62. Febeg maakte de opmerking bij de Engelstalige versie van Artikel I.6.2 van het voorstel van Elia “Except in case of deception or deliberate fault….” (“Behoudens bedrog of opzettelijke fout”) dat de woorden “deception” (bedrog) en “deliberate fault” (opzettelijke fout) vrij ongebruikelijk zijn en stelt voor om de woorden “willful misconduct” en “fraud” te hanteren die meer standaard worden gehanteerd. Elia heeft dit aangepast, doch dit heeft geen weerslag op de Nederlandstalige en Franstalige versies van het voorstel van Elia, die ter goedkeuring voorliggen. 63. In de eerste zin van Artikel I.6.4 worden de woorden “aan de andere Partij” thans ingevoegd na de woorden “door een Partij”. In Artikel I.6.4 wordt de laatste zin geschrapt en vervangen door de volgende zin: “Deze limiet is niet van toepassing in geval van bedrog of opzettelijke fout.”. Het BOP maakte volgende opmerkingen bij het raadplegingsdocument: - "Elke vergoeding": is er ook een plafond voor indirecte vorderingen in geval van bedrog of opzettelijke fout? - is het plafond van toepassing op de geaggregeerde aansprakelijkheid, onafhankelijk van het aantal inbreuken? Niet-vertrouwelijke versie 28/56 - laatste zin: impliceert de schrapping dat het plafond voortaan vorderingen van derde partijen in rekening neemt gezien het plafond "elke (…) door een Partij verschuldigde vergoeding" omvat? Voorstel: "[Vrije vertaling] Elke verschuldigde vergoeding, in voorkomend geval, door een Partij aan de andere Partij, is steeds beperkt tot maximum tweemaal de waarde van het Contract per jaar, onafhankelijk van het aantal vorderingen, waarbij het bedrag niet hoger kan zijn dan (…) per jaar en per Partij, behoudens in geval van bedrog of opzettelijke fout” (Any compensation due, as the case may be, by any Party to the other Party is in any case limited to a maximum of twice the value of the Contract per year, irrespective of the number of claim, the amount of which cannot exceed (…) per year and per Party, except in a case of deception or deliberate fault.) Elia antwoordt volgende zaken op de verschillende punten: - Het is niet mogelijk om een limiet te definiëren in geval van bedrog en opzettelijke fout onder Belgisch recht. Om die reden is dit impliciet vervat in het contract, doch aangezien het contract onderworpen is aan Belgisch recht, zal Elia dit uitdrukkelijk toevoegen. Wat betreft indirecte schade voorziet het Contract al: “Behoudens bedrog of opzettelijke fout zullen de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn tegenover de andere Partij om de andere Partij te vergoeden of schadeloos te stellen voor Indirecte Schade, ook wat claims door derde partijen betreft.” - De limiet geldt voor alle vergoedingen verschuldigd door een Partij voor een specifiek jaar onafhankelijk van het aantal vorderingen (en dus onafhankelijk van het aantal inbreuken). - Indien de derde partij een klant is van Elia (toegangshouders of netgebruikers), zijn hun vorderingen al gedekt door de limiet in hun toegangscontract met Elia. In tweede instantie zal deze limiet inderdaad van toepassing zijn. - BOP stelt voor om de woorden “aan de andere Partij” toe te voegen. Het Contract is enkel van toepassing tussen de Partijen. Het is om die reden impliciet zo dat artikel I.6.4 betrekking heeft op de schadevergoeding verschuldigd tussen de Partijen (die een schadevergoeding kan omvatten verschuldigd aan de andere Partij ingevolge een vordering van een derde partij). Het voorstel gemaakt door BOP is derhalve overbodig, maar Elia ziet geen probleem om het toe te voegen. De CREG kan zich vinden in de voorgestelde aanpassingen. Het is duidelijk dat de limiet (of het plafond) niet kan gelden in geval van bedrieglijke of opzettelijke fout. Eveneens begrijpt de CREG dat de limiet van toepassing is op de schadevergoedingen die Partijen elkaar verschuldigd zijn onder het Contract, met inbegrip voor claims door derde partijen in verband met de Directe Schade, maar met uitsluiting van claims door derde partijen in verband met die Indirecte Schade en moet zij in die zin worden toegepast.10 Niettemin is de clausule bedoeld in artikel I.6.2 nog vatbaar voor enige redactionele verbetering op dat vlak door de woorden “ook wat claims door derde partijen betreft” in de laatste zin volledig analoog te formuleren met de woorden “met inbegrip van de claims door derde partijen voor die Directe Schade” in de voorafgaande zin. De CREG vraag om dit mee te nemen in de discussies aangaande het aansprakelijkheidsregime bedoeld in paragraaf 57 van huidige beslissing. 10 Art. I.6.2: “Directe Schade De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade. De Partij die in gebreke blijft en/of in fout is, zal de andere Partij schadeloosstellen en vergoeden voor elke Directe Schade, met inbegrip van de claims door derde partijen voor die Directe Schade. Behoudens bedrog of opzettelijke fout zullen de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn tegenover de andere Partij om de andere Partij te vergoeden of schadeloos te stellen, ook wat claims door derde partijen betreft, voor Indirecte Schade." Niet-vertrouwelijke versie 29/56 Artikel I.7 Noodsituatie en overmacht 64. Artikel I.7 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen inzake een noodsituatie (artikel I.7.1), een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand (artikel I.7.2) en overmacht (artikel I.7.3). In artikel I.7.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Noodsituatie”, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, wordt gesteld dat Elia in een dergelijk geval gerechtigd en/of verplicht is om de maatregelen te nemen zoals voorzien in de toepasselijke wetgeving. Deze bepaling is een loutere herhaling van de verplichting van Elia om de wet na te leven in geval zich een noodsituatie voordoet volgens de wettelijke definitie daarvan. Verder bepaalt artikel I.7.1 dat in geval van tegenstrijdigheden met de bepalingen van dit Contract, de maatregelen als voorzien in de toepasselijke wet- en regelgeving voorrang zullen hebben op de rechten en verplichtingen van dit Contract. Er is evenwel slechts sprake van overmacht in hoofde van Elia indien de voorwaarden van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden zijn vervuld. In Artikel I.7.1 wordt na "zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering" de volgende voetnoot toegevoegd: "Onder meer artikel 72 van de CACM; artikel 16, lid 2 van Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit." In Artikel I.7.1 wordt aan het einde van de paragraaf bovendien de volgende zin toegevoegd: "Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie." BOP maakte de opmerking dat de toegevoegde zin een vrij brede verplichting bevat voor de medecontractanten van Elia. BOP stelde de vraag of er geen modaliteiten aan deze verplichting moeten worden gekoppeld, bv. inzake timing (maximum duurtijd tijdens dewelke de verplichtingen van de medecontractant van Elia van kracht blijven), inzake kosten (maximum kost/schade), inzake minstens de mogelijkheid om een onderbreking van de verplichtingen te vragen (en de verplichting voor Elia om tijdig en gemotiveerd te antwoorden?). Elia benadrukt in haar antwoord dat reeds limieten aan deze verplichtingen zijn voorzien: - Het is niet van toepassing indien Elia dit uitdrukkelijk anders aangeeft; - Het is niet van toepassing indien een bepaling van de toepasselijke wetgeving en regelgeving dit anders voorziet; - Verder vereist Europees recht (bedoeld in het vorige streepje) dat de Dienstverlener zijn verplichtingen verder vervult (cf. bv. EU netcodes en richtsnoeren); - Het is niet van toepassing indien de Dienstverlener te maken krijgt met een situatie van overmacht betreffende zijn verplichting. Los daarvan ziet Elia geen reden waarom de verplichtingen van de Dienstverlener onder het Contract zouden moeten worden beperkt. Het Contract blijft van toepassing (met inbegrip van zijn duurtijd en kostenregeling). De CREG kan de redenering van Elia volgen. Een contract bindt de partijen. Zij zijn gehouden hun verplichtingen uit te voeren, behoudens in gevallen van overmacht. Het is evenwel mogelijk dat Elia zich verplicht ziet om bv. het systeembeschermingsplan of het herstelplan te activeren en de maatregelen te nemen die daarin zijn voorzien. Die maatregelen, indien niet verenigbaar met dit Contract, zullen dan voorrang hebben op het Contract. Niet-vertrouwelijke versie 30/56 Febeg stelt voor om op het einde de volgende zin toe te voegen : “voor zover deze situatie geen overmacht is voor de Dienstverlener [vrije vertaling]11”. Elia antwoordt dat de tekst voorgesteld door Elia als volgt luidt: “In een noodsituatie (zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering ) is Elia gerechtigd en/of verplicht om alle door de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen te nemen. Indien deze maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit Contract, zullen de in de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen voorrang hebben op de rechten en plichten van dit Contract. Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie”. Elia legt uit dat de onderstreepte tekst het voorstel tot toevoeging vormt, voorgelegd tijdens de publieke consultatie. Elia wenst te benadrukken dat het Contract al volgende voorziet in Art. I.7.3: “zullen de Partijen worden ontslagen van hun respectieve verplichtingen volgens dit Contract in een geval van overmacht dat de uitvoering van hun verplichtingen volgens dit Contract geheel of gedeeltelijk verhindert (…)”. Elia besluit dat de opmerking van Febeg derhalve al in rekening is genomen in deze algemeen toepasselijke bepaling. De CREG volgt de redenering van Elia en heeft geen verdere opmerkingen hierbij. 65. Artikel I.7.2 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. Er wordt bepaald dat wanneer het systeem in een alarm-, nood-, black-out- of hersteltoestand is, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, Elia dan gerechtigd en/of verplicht is om de wettelijk voorziene maatregelen te nemen en dat wanneer die maatregelen niet verenigbaar zijn met de contracten, de noodmaatregelen dan voorrang hebben op de contracten. Artikel I.7.2 geeft niet het recht om andere maatregelen te nemen uit hoofde van een alarm-, nood-, black-out en hersteltoestand, dan deze voorzien in de wet. In Artikel I.7.2 wordt de voetnoot na "zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering " vervangen door de volgende voetnoot: "Met inbegrip van artikel 3 van de SOGL.” In Artikel I.7.2 wordt aan het einde van de paragraaf de volgende zin toegevoegd: "Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie." De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpassingen die strekken tot het verduidelijken van deze bepaling, in het bijzonder wat betreft de gevolgen van een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand op de verplichtingen van de Dienstverlener onder het Contract. In Artikel I.7.3 worden de volgende wijzigingen aangebracht aldus Elia: 11 - In de vierde paragraaf wordt het woord " paragraaf " vervangen door "lid"; - In het derde opsommingsteken van de vierde paragraaf worden na "delen van het net" de woorden "(met inbegrip van gesloten distributienetten)" ingevoegd; - In de vierde paragraaf is een vijfde opsommingsteken toegevoegd dat als volgt luidt "de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid voor een gesloten distributienet om “as far as this situation is not a force majeure for the Service Provider”. Niet-vertrouwelijke versie 31/56 elektriciteit uit te wisselen als gevolg van storingen binnen het gesloten distributienet die worden veroorzaakt door gebeurtenissen op het Elia-net die niet zijn toe te schrijven aan de beheerder van het gesloten distributienet en die leiden tot storingen op het gesloten distributienet die de beheerder van het gesloten distributienet redelijkerwijs niet kon worden geacht te voorkomen of te behandelen;"; - In het zesde opsommingsteken van de vierde paragraaf worden na "de uitbating van het net" de woorden "(met inbegrip van gesloten distributienetten)" ingevoegd; - In de vijfde paragraaf worden de woorden " telefonisch of via e-mail" vervangen door "schriftelijk (per brief of per email)"; - In de zesde paragraaf worden de woorden "het transmissienet" geschrapt. Deze aanpassingen vormen deels verduidelijkingen van de tekst, deels aanpassingen om deze clausule evenwichtiger te maken door meer rekening te houden met situaties die zich kunnen voordoen binnen gesloten distributienetten en zodoende niet uitsluitend binnen het transmissienet. 66. Deze aanpassingen komen zodoende ook tegemoet aan de vraag van de CREG aan Elia in de paragrafen 99 en volgende van haar beslissing (B)2061 van 7 mei 2020 om rekening te houden met de opmerkingen gemaakt door de marktpartijen naar aanleiding van een wijziging van de Algemene Voorwaarden. De CREG kan derhalve akkoord gaan met de voorgestelde aanpassingen. Artikel I.10 Herziening 67. Artikel I.10 van de Algemene Voorwaarden is onderverdeeld in een titel I.10.1 “Wijzigingen van de hoofdtekst van dit Contract (Algemene en Specifieke Voorwaarden) en algemeen toepasselijke Bijlagen” en een titel I.10.2 “Wijzigingen van Partij-specifieke Bijlagen”. Artikel I.10.1 bevat bepalingen inzake de beëindiging van het contract in geval van wijzigingen ervan met beduidende impact op het contractueel evenwicht. In Artikel I.10.1 wordt aan het einde van de laatste paragraaf, luidende als volgt: “Indien de Dienstverlener het niet eens is met de wijzigingen die van toepassing zijn op het lopende Contract, kan hij, onverminderd de bevoegdheden van de bevoegde overheden, en onverminderd de toepasselijke wetgeving en reglementering, het Contract beëindigen” thans de volgende zinsnede toegevoegd: ", behalve indien de Dienstverlener de netgebruiker is op wie een verplichting rust om de levering van de Dienst te verzekeren overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en reglementering, onverminderd het recht van de netgebruiker om een derde partij als Dienstverlener aan te wijzen". 68. In Artikel I.10.2 wordt het woord "partij" waar relevant vervangen door "Partij". De CREG gaat akkoord met de voorgestelde aanpassingen in de Artikelen I.10.1 en I.10.2 van de Algemene voorwaarden. De aanpassing van Artikel I.10.1 strekt ertoe rekening te houden met het in voorkomend geval verplicht karakter van de dienst voor bepaalde categorieën van netgebruikers. Niet-vertrouwelijke versie 32/56 Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout 69. Artikel I.11 van de Algemene Voorwaarden voorziet de mogelijkheid voor beiden partijen om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een Partij een ernstige fout beging en na een procedure van ingebrekestelling. In Artikel I.11 wordt de laatste zin luidende als volgt: “Het Contract zal worden opgeschort of beëindigd onder voorbehoud van alle rechtsmiddelen waarover de Partij die niet in gebreke blijft beschikt ten opzichte van de in gebreke blijvende Partij, inclusief een vordering tot schadevergoeding” thans vervangen als volgt: "Het Contract zal worden opgeschort of beëindigd onverminderd alle rechtsmiddelen waarover de getroffen Partij beschikt ten opzichte van de in gebreke blijvende Partij, inclusief een vordering tot schadevergoeding." Deze vervanging houdt geen inhoudelijke aanpassing in, enkel een redactionele verbetering van de tekst. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel I.12 Diverse bepalingen 70. In Artikel I.12.4 wordt de eerste zin luidende als volgt: “De in het Contract gespecificeerde rechten en plichten kunnen in geen geval worden overdragen, geheel of gedeeltelijk, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partij (met uitzondering van overdrachten aan met Elia verbonden ondernemingen in de betekenis van artikel 1:20 van het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvoor geen toestemming vereist is)” thans vervangen als volgt: "De in het Contract gespecifieerde rechten en plichten kunnen in geen geval, geheel of gedeeltelijk, worden overgedragen zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partij (met uitzondering van overdrachten aan met Elia verbonden ondernemingen in de zin van artikel 1:20 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, waarvoor geen toestemming vereist is.” Deze vervanging houdt geen inhoudelijke aanpassing in; de woorden “geheel of gedeeltelijk” worden verplaatst in de zin zonder impact op de betekenis van deze bepaling. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar. Artikel I.14 Bescherming van persoonsgegevens 71. Een nieuw Artikel I.14 wordt opgenomen, dat luidt als volgt "Bescherming van persoonsgegevens In het kader van dit Contract verwerken beide Partijen persoonsgegevens in overeenstemming met de wetgeving inzake gegevensbescherming. Elia en de Dienstverlener treden op als afzonderlijke verantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij verwerken in het kader van de Diensten, behoudens gevallen waarin feitelijke analyse zou wijzen op een andere relatie. Niet-vertrouwelijke versie 33/56 Vooraleer over te gaan tot enige verwerking van persoonsgegevens tussen de Partijen, zullen zij overleg voeren over de toepasselijkheid, gevolgen en implementatie van de daarop van toepassing zijnde wetgeving en reglementering en de mogelijkheid tot verwerking. Partijen garanderen dat zij alle persoonsgegevens als strikt confidentieel zullen behandelen en dat zij alle werknemers en/of aangestelden die betrokken zijn bij de verwerking van deze gegevens zullen informeren inzake het vertrouwelijk karakter van deze gegevens en de daarmee verband houdende beveiligingsprocedures. Partijen zorgen ervoor dat hun werknemers en/of aangestelden alleen toegang hebben tot persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is om hun respectieve taken naar behoren uit te voeren." BOP stelt de vraag of dit artikel geverifieerd werd met een expert in de wetgeving rond de bescherming van persoonsgegevens, wat Elia bevestigt. Het is vanzelfsprekend zo dat de Partijen de wetgeving in verband met de bescherming van persoonsgegevens moeten naleven. De CREG heeft dan ook geen bezwaar bij dit artikel dat daarvan de bevestiging inhoudt. Overige artikelen 72. Bij de overige bepalingen van Algemene Voorwaarden die niet door Elia worden gewijzigd, worden geen opmerkingen gemaakt door de marktpartijen, met uitzondering van de opmerking van Febeliec bij de definitie van “Indirecte Schade” die volgens de CREG inderdaad voor verbetering vatbaar is door de termen “onrechtstreekse schade” in de definitie van dit begrip hetzij te schrappen hetzij te vervangen door een alternatieve notie (zie paragraaf 57 van deze beslissing). Niet-vertrouwelijke versie 34/56 5. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE T&C BSP AFRR 5.1. ARTIKEL 2: IMPLEMENTATIEPLAN 73. Elia stelt voor om de voorgestelde wijzigingen in twee stappen in werking te laten treden. In een eerste stap treden alle wijzigingen in werking behalve die met betrekking tot de definitie van de grensoverschrijdende marginale prijs (hierna: “CBMP”, of cross-border marginal price) van het aFRRplatform, de voorgestelde Bijlage 14 (Vergoeding in het geval van fall-back), en de wijzigingen met betrekking tot de artikelen II.16.6, II.16.7, II.16.8, II.16.9 (i.e. het pay-as-cleared principe). Deze wijzigingen treden ten vroegste 1 maand na goedkeuring van de CREG in werking, maar niet eerder dan 21 april 2022. Elia stelt voor om de werkelijke datum van inwerkingtreding na de goedkeuring af te stemmen met de CREG en minstens 4 weken voor de inwerkingtreding deze datum te communiceren aan marktdeelnemers. In een tweede fase treden alle overige wijzigingen niet eerder in werking dan 22 juni 2022 of 1 maand na goedkeuring door de CREG. Ook voor de inwerkingtreding van deze wijzigingen stelt Elia voor om de datum na de goedkeuring af te stemmen met de CREG, en deze datum 1 week voor de inwerkingtreding te communiceren aan marktdeelnemers. 74. Elia argumenteert het ontbreken van een concrete datum voor inwerkingtreding van de eerste stap van het implementatieplan met nog lopende IT-ontwikkelingen, zowel bij Elia als bij leveranciers van aFRR-balanceringsdiensten, die afgerond moeten worden voor de inwerkingtreding van de wijzigingen. Het ontbreken van een concrete datum voor inwerkingtreding van de tweede stap van het implementatieplan wordt geargumenteerd vanuit onzekerheid met betrekking tot de efficiënte werking van de Belgische balanceringsmarkt bij een toetreding tot het aFRR-platform. 75. Het is voor de CREG onduidelijk binnen welk proces de uiteindelijke datum van inwerkingtreding bepaald wordt. De CREG begrijpt dat de voorgestelde data de beste inschatting van Elia weergeven met betrekking tot haar paraatheid en die van de marktdeelnemers, en dat deze inschatting op basis van nieuwe informatie kan veranderen. Niettemin is de CREG van mening dat de inwerkingtredingsdatum bij het nemen van de beslissing eenduidig bepaald moet zijn: ofwel door de concrete datum op te nemen in de T&C BSP aFRR, ofwel door de concrete datum relatief te specifiëren op basis van een toekomstige beslissing van de CREG. 76. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om de snelste inwerkingtreding na goedkeuring van de CREG als standaard tijdsschema aan te houden, en tijdig te communiceren aan de CREG indien dit tijdsschema niet efficiënt is op basis van nieuwe informatie. 5.2. ARTIKEL II.1: DEFINITIES 77. De CREG stelt vast dat de relevante terminologie die gebruikt wordt in Europese regelgeving ontbreekt (bijvoorbeeld, reserveleverende eenheid of groep). De CREG stelt ook vast dat nationale terminologie behouden of gecreëerd wordt (bijvoorbeeld DPsu- of DPpg-leveringspunt, Technical Unit of Technical Facility, of aFRR-Energiebieding). Alhoewel de CREG geen inhoudelijke bezwaren heeft over de gebruikte terminologie en definities, is ze van mening dat de T&C BSP aFRR zo veel mogelijk gebruik moet maken van bestaande terminologie en definities. De CREG vraagt als gevolg aan Elia om bij de eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR, gebruik van de Europese terminologie te verkiezen boven gebruik van nationale terminologie. 78. Elia stelt voor de definitie van "Cap Adjusting Variable of CAV" te schrappen en de definitie van “Reference Cost Factor” of "RC Factor" in te voeren. Deze twee wijzigingen vullen elkaar aan en zijn in Niet-vertrouwelijke versie 35/56 overeenstemming met de in Bijlage 7 van de T&C BSp aFRR voorgestelde wijzigingen. Tijdens de openbare raadpleging hadden CBS, RAP-Green, SRIW en FEBELIEC gelijklopende opmerkingen over de RC Factor. Deze zullen worden besproken in punt 5.6 van dit document. 5.3. ARTIKEL II.3: VOORWAARDEN VOOR LEVERINGSPUNTEN 79. De CREG vraagt zich af waarom elk leveringspunt met beperkt energiereservoir opgenomen moet worden in een strategie voor energiebeheer. De CREG begrijpt dat deze voorwaarde noodzakelijk is wanneer de leveringspunten deelnemen aan de aFRR-balanceringscapaciteitsmarkt, maar in mindere mate indien de leveringspunten enkel zouden deelnemen aan de aFRRbalanceringsenergiemarkt. De CREG stelt zich als gevolg de vraag of het voorgestelde artikel II.3.8 niet beter deel zou uitmaken als prekwalificatievereiste in plaats van als algemene vereiste, en vraagt aan Elia om dit te onderzoeken en aan te passen tegen een eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR, of te motiveren waarom deze wijziging niet doorgevoerd werd. 80. 5.4. De CREG heeft geen opmerkingen over de andere voorgestelde wijzigingen. ARTIKEL II.6: COMMUNICATIETEST 81. Elia wijzigt bestaand artikel II.6.2 door toe te voegen dat de communicatievereisten voor de activering voor redispatching, indien relevant, getest moeten worden. Aangezien de communicatievereisten voor redispatch geen bijkomende eisen bevat ten opzichte van de communicatievereisten voor de activering van aFRR-balanceringsenergie, heeft de CREG geen opmerkingen over deze wijzigingen. 5.5. ARTIKEL II.8: PREKWALIFICATIETEST 82. De CREG heeft geen opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen. 5.6. ARTIKEL II.9: AANKOOP VAN AFRR-CAPACITEIT 83. Elia stelt voor om artikel II.9.10 te vervangen door een nieuwe tekst, waarin de voorwaarden voor wijzigingen van de RC Factor worden vastgelegd. In dit voorstel zou de CREG de RC Factor kunnen wijzigen indien deze wijziging zou toelaten de doelstellingen van artikels 3
(1)a en 3
(1)b van de EBGL te bereiken12. Na Elia van dit besluit op de hoogte te hebben gebracht, zou Elia 5 dagen hebben om de bijgewerkte RC Factor toe te passen op de aFRR-capaciteitsveiling. De BSP's zullen ten minste 2 dagen voor de toepassing van de nieuwe RC Factor op de aFRR-veilingen door Elia op de hoogte worden gebracht van deze wijziging. 84. CBS, RAP-Green, SRIW en FEBELIEC maakten drie opmerkingen over het voorstel van Elia. Deze kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld. In de eerste plaats hebben de opmerkingen van CBS, RAP-Green en SRIW betrekking op het proces voor de herziening van de RC Factor. In hun opmerkingen delen deze twee marktspelers mee dat de RC Factor na talrijke besprekingen is 12 Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd::
- a)effectieve mededinging, non-discriminatie en transparantie op de balanceringsmarkten bevorderen;
- b)de efficiëntie van balancering en van de Europese en nationale balanceringsmarkten verbeteren; […] Niet-vertrouwelijke versie 36/56 vastgelegd op een waarde van 120 % en dat deze waarde een sleutelelement vormt van het ontwerp van de aFRR-capaciteitsveilingen. Nog steeds volgens deze twee actoren moet het proces voor de wijziging van deze RC Factor dus worden herzien om onvoldoende gemotiveerde of unilaterale wijzigingen van de RC Factor te voorkomen. CBS, RAP-Green en SRIW stellen vervolgens manieren voor om dit proces te verbeteren. Hoewel zij dezelfde doelstellingen hebben, zijn de voorstellen van de twee actoren niet hetzelfde. In de tweede plaats bekritiseren FEBELIEC, RAP-Green en SRIW in hun opmerkingen het waardebereik van de RC Factor, dat is vastgelegd op een bovengrens van 120 %, maar geen ondergrens heeft. FEBELIEC is duidelijk gekant tegen de invoering van deze factor, die de netwerkkosten voor de netgebruikers alleen maar zou verhogen, zonder enige garantie voor extra volumes op de markt. FEBELIEC dringt dan ook aan op een versterkt toezicht op en monitoring van de markt door Elia en de CREG om de voordelen van deze factor permanent te evalueren. RAP-Green en SRIW van de andere kant delen het onbegrip van FEBELIEC met betrekking tot de bepaling van een bovengrens voor de RC Factor en voeren aan dat als er geen ondergrens is bepaald, er ook geen bovengrens moet worden bepaald. Elia gaat op al deze opmerkingen tegelijk in door te antwoorden dat de RC Factor het resultaat is van een compromis dat erop gericht is tegemoet te komen aan klachten van marktdeelnemers over een oneerlijke vergoeding voor de "Single-CCTU"-veilingen in vergelijking met de "All-CCTU"-veilingen. Elia voegt eraan toe dat zij risico's voor de marktwerking heeft vastgesteld die verband houden met deze RC Factor, dat er een proces nodig is om deze te doen dalen en dat het tekstvoorstel in overleg met de CREG tot stand is gekomen. 85. De CREG wenst bijkomende verduidelijkingen te geven over de RC Factor om haar beslissing te rechtvaardigen. In antwoord op de opmerkingen die kritiek hadden op het proces om de RC Factor te wijzigen, deelt de CREG de bezorgdheid van Elia over de risico's voor de marktwerking die gepaard gaan met de invoering van de RC Factor. Het lijkt de CREG dus essentieel om de RC Factor zeer snel te kunnen aanpassen indien bovenvermelde risico's zich zouden voordoen. Zoals vermeld in de door Elia ingediende tekst, zou deze aanpassing alleen worden doorgevoerd indien zij vergezeld gaat van een motivering waaruit blijkt dat een wijziging van de RC Factor zou toelaten de doelstellingen van artikel 3
(1)a en 3
(1)b van de EBGL te bereiken. De CREG is van mening dat zij een bevoegde en onafhankelijke actor is die een beslissing kan nemen over de RC Factor. Ze wil de marktdeelnemers evenwel geruststellen, zoals Elia in haar antwoord aangeeft, door erop te wijzen dat niet wordt verwacht dat de RC Factor vaak zal worden gewijzigd. In antwoord op de opmerkingen waarin kritiek werd geuit op het waardebereik dat de RC Factor zou kunnen hebben, geeft de CREG aan dat deze factor gedefinieerd werd als een evenwicht tussen artikels 3
(1)a en 3
(1)b van de EBGL enerzijds en artikels 3
(1)e en 3
(1)f, van de EBGL13 anderzijds. De CREG deelt inderdaad de mening van sommige deelnemers, zoals overgenomen door Elia in haar antwoord, dat het ontwerp van de aFRR-capaciteitsmarkt kan leiden tot een oneerlijke vergoeding van marktdeelnemers die orders plaatsen in de "Single-CCTU"-veiling, in vergelijking met marktdeelnemers die orders plaatsen in de "All-CCTU"-veiling. Deze oneerlijke vergoeding is te wijten aan de technische kenmerken van stoom- en gascentrales (STEG) in vergelijking met die van de actoren die deelnemen aan de "Single-CCTU"-veiling en kan ertoe leiden dat 13 Met deze verordening worden de volgende doelstellingen nagestreefd: […]
- e)ervoor zorgen dat de inkoop van balanceringsdiensten eerlijk, objectief, transparant en marktgebaseerd is, dat geen ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers worden gecreëerd, dat de liquiditeit van balanceringsmarkten wordt bevorderd en dat ongeoorloofde verstoringen op de interne markt voor elektriciteit worden voorkomen;
- f)de deelname van vraagrespons vergemakkelijken, met inbegrip van aggregatiefaciliteiten en energieopslag, en er tegelijk voor zorgen dat zij concurreren met andere balanceringsdiensten op een gelijk speelveld en, voor zover nodig, onafhankelijk optreden als ze één verbruikersinstallatie bedienen; […] Niet-vertrouwelijke versie 37/56 laatstgenoemden tegen hogere prijzen moeten bieden om door het kostenoptimaliseringsalgoritme te worden geselecteerd. Om dit verschijnsel op te lossen of af te zwakken, werd het concept van een RC Factor met een waarde van meer dan 100 % ingevoerd. De waarde van 120 % werd in overleg met de marktdeelnemers bepaald, als zijnde een correctie weerspiegeling van de discriminatie van bepaalde marktdeelnemers, teneinde geen onnodige toetredingsdrempels op te werpen en de actieve deelneming van de vraag te vergemakkelijken, en tegelijkertijd de balanceringsmarkt efficiënt te houden. Indien de markt zo zou evolueren dat bijvoorbeeld de STEG-centrales niet langer een sleutelrol spelen, zouden onnodige toetredingsdrempels voor nieuwe spelers op natuurlijke wijze kunnen afnemen. In dit perspectief zou de noodzaak van een RC Factor van meer dan 100 % niet langer gerechtvaardigd zijn en zou deze, om de doelstellingen 3
(1)a en 3
(1)b van de EBGL te bereiken, kunnen worden verlaagd.
- De CREG, die bij het hele ontwerpproces betrokken was, is van oordeel dat de door Elia voorgelegde tekst een correcte weergave is van de gevoerde besprekingen. De CREG heeft geen opmerkingen bij de tekst zoals voorgesteld door Elia. 5.
- ARTIKEL II.11: INDIENING VAN AFRR-ENERGIEBIEDINGEN
- Elia introduceert in artikel II.11.8 van de T&C BSP aFRR een nieuw concept: de “aFRR Supporting Group”. Deze lijst van leveringspunten kunnen ook gebruikt worden om aFRR-balanceringsenergie te leveren zonder deze leveringspunten te associëren met een aFRR-balanceringsenergiebieding. De CREG is van mening dat de aFRR Supporting Group aan BSPs die de aFRR-balanceringsdienst leveren via reserveleverende groepen, toelaat om het risico van niet-levering van de aFRR-balanceringsdienst te beheren, door aan te geven welke leveringspunten in aanmerking komen om het geheel van ingeboden aFRR-balanceringsenergiebiedingen te leveren. De leveringspunten die opgenomen zijn in de aFRR Supporting Group kunnen immers ingezet worden om de aFRR-balanceringsdienst te leveren indien een of meer leveringspunten die opgenomen zijn in de aFRR-balanceringsenergiebieding technisch onbeschikbaar zijn of zich binnen een gesatureerde zone (hierna: “Red Zone”) bevinden, of om de mogelijkheid open te laten om het leveringspunt opgenomen in de aFRR Supporting Group in te zetten voor de levering van de mFRR-balanceringsenergiedienst. De CREG verwijst verder naar randnummer 110 van deze beslissing.
- Elia kadert in artikel II.11.9 de redenen waarvoor aFRR-balanceringsenergiebiedingen na de aFRR-balanceringsenergie gatesluitingstijd aangepast kunnen worden, in uitvoering van artikel 29
(9)EB GL. De BSP kan een verzoek tot vermindering van het biedvolume indienen bij Elia indien (
- i)Elia redispatching energiebiedingen activeert dat geleverd wordt door een leveringspunt DPsu dat eveneens in een niet-gecontracteerde aFRR-Energiebieding opgenomen is, of indien (
- ii)een aFRRbalanceringsenergiebieding beïnvloed wordt door een ongeplande onbeschikbaarheid. Elia stuurt het verzoek door naar het Europese aFRR-platform, maar kan niet garanderen dat het verzoek correct in aanmerking genomen wordt. De CREG heeft sterke bedenkingen bij de activatie van redispatch energiebiedingen als reden om biedvolumes na de aFRR-balanceringsenergie gatesluitingstijd te verminderen. De redispatch-actie van Elia houdt een risico in voor de BSP, zelfs als deze de aFRR-balanceringsenergiebiedingen tijdig ingediend heeft. In het voorstel van Elia draagt de BSP, na de activatie door Elia van de redispatch energiebieding, het risico op penaliteiten voor het leveren van een niet-conforme aFRR dienstverlening omdat de balanceringsmiddelen die ingeboden werden via aFRR-balanceringsenergiebiedingen deels voor redispatch ingezet worden. Ook de prijsvorming op het aFRR-platform zal gebaseerd zijn op aFRRbalanceringsenergiebiedingen met onuitvoerbare volumes, waardoor de efficiëntie van de Europese balanceringsmarkt niet geoptimaliseerd wordt. Tot slot wordt de balancering niet efficiënt uitgevoerd Niet-vertrouwelijke versie 38/56 omdat de geselecteerde biedvolumes ontoereikend zijn om de FRCE terug te brengen naar nul. Deze gevolgen leiden tot hogere kosten voor de eindconsument en zijn in strijd met de doelstellingen in artikel 3
(1)(b) en in artikel 3
(1)(d) van de EB GL. De CREG begrijpt niettemin dat het zo dicht mogelijk bij reële tijd activeren van redispatch energiedingen ook voordelen met zich meebrengt, zolang de BSP voldoende tijd heeft om Elia te vragen zijn aFRR-balanceringsenergiebiedingen accuraat aan te passen. Als gevolg gedoogt de CREG de activatie van de redispatch energiebieding als reden om volumes na de aFRR-balanceringsenergie gatesluitingstijd te verminderen, op voorwaarde dat Elia de activatie van redispatch energiebiedingen na 45 minuten voor reële tijd zo veel mogelijk vermijdt. De CREG vraagt aan Elia om een maandelijkse rapportering aan de CREG te voorzien. Deze maandelijkse rapportering bevat minstens een overzicht, per kwartier, van activaties van redispatch volumes op leveringspunten die ook deel uitmaken van aFRR-balanceringsenergiebiedingen en waarvan de activatie door Elia later gebeurde dan 45 minuten voor reële tijd, het tijdstip wanneer de relevante aFRR-balanceringsenergiebiedingen aangepast werden door de BSP (voor gatesluitingstijd) of door Elia (na gatesluitingstijd), in geval van aanpassing door Elia het tijdstip van ontvangst van de vraag van de marktdeelnemer en het volume van de gevraagde aanpassing, en de aFRR Energy Discrepancy dat berekend werd voor de BSP die de relevante aFRR-balanceringsenergiebiedingen ingediend heeft. 89. Elia kadert daarenboven in artikel II.11.10 redenen waarvoor niet-gecontracteerde aFRRbalanceringsenergiebiedvolumes na de aFRR-balanceringsenergie gatesluitingstijd verminderd kunnen worden, in uitvoering van artikel 29
(9)EB GL. De BSP kan zijn aFRR-balanceringsenergiebiedingen aanpassen indien zowel (
- i)de onbalansprijs hen aanzet om hun positie in evenwicht te brengen of het LFC Block van Elia te helpen de lokale systeemonbalans te verminderen, als (
- ii)de BSP de intentie heeft om één of meerdere leveringspunten van een niet-gecontracteerde aFRR-balanceringsenergiebieding te dispatchen om de perimeter van de BRP in evenwicht te brengen, het Elia LFC-Blok in evenwicht te brengen, of een transactie uit te voeren op de intraday-markt. De CREG stelt zich ernstige vragen bij het beperken van de mogelijkheid om volumes van aFRRbalanceringsenergiebiedingen te verminderen tot de situaties waarbij de BRP het LFC-blok van Elia in evenwicht brengt. De CREG is van mening dat de vermindering van biedvolumes het optimale resultaat van het FRR-platform niet mag tegenwerken of verstoren. De reactie op een prijssignaal dat de onbalans van het LFC-blok van Elia vermindert kan de efficiënte dispatch die weerspiegelt wordt door de CBMP verstoren, waardoor geen efficiënte dispatch bereikt wordt krachtens artikel 3 van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement, en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne elektriciteitsmarkt, en overweging 17 van de EB GL Aangezien Elia momenteel niet aangesloten is op de Europese platformen, aanvaardt de CREG de door Elia voorgestelde tekst, met uitzondering van de eerder in deze paragraaf gevraagde schrapping. De CREG vraagt echter wel dat bovenvermelde wijzigingen worden geïntegreerd in de volgende herziening van de T&C BSP aFRR, die zou moeten plaatsvinden vóór de aansluiting op het Europees aFRR-platform. De door de CREG opgelegde herziening van de T&C BSP aFRR mag geen bepalend criterium zijn voor een eventuele vertraging van de aansluiting op het Europese aFRR-platform; 90. De CREG is van oordeel dat de uitvoering van een transactie op de intradaymarkt geen verband houdt met de mogelijkheid om een vermindering van het volume van het aFRR-aanbod te vragen. Een transactie op de intradaymarkt is immers zuiver financieel en niet gekoppeld aan een bepaald balanceringsmiddel. Als gevolg hiervan is de CREG van mening dat de intentie van het uitvoeren van een transactie op de intradaymarkt verwijderd moet worden bij eerstvolgende wijziging van de T&C BSP aFRR. De door de CREG gevraagde wijziging belet de spelers echter niet om hun balanceringsmiddelen in intraday te waarderen. Als een marktdeelnemer een intraday transactie in uitvoert en zijn balanceringsmiddel in reële tijd activeert, valt hij immers onder een van de twee bovenstaande door de CREG voorgestelde voorwaarden (zijn balanceringsmiddelen inzetten met als doel zelf gebalanceerd te zijn of het Eu