(B)2376 5 mei 2022 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, met ingang vanaf 1 januari 2023 Artikelen 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. 2. 3. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. De Europese richtsnoeren SOGL ............................................................................................. 5 1.2. Het federaal wettelijk kader .................................................................................................... 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 10 2.1. Algemeen............................................................................................................................... 10 2.2. Raadpleging ........................................................................................................................... 11 BEOORDELING ............................................................................................................................... 14 3.1. Voorafgaand .......................................................................................................................... 14 3.2. Recht van toegang en goedgkeuringscriteria ........................................................................ 14 3.2.1. Recht van toegang tot het transmissienet .................................................................... 14 3.2.2. Goedkeuringscriteria ..................................................................................................... 15 3.3. Onderzoek van het gevolg dat Elia geeft aan de opmerkingen van de CREG in de beslissingen (b)2080 en (b)2228 ............................................................................................................................ 23 3.4. Artikelsgewijze commentaar en onderzoek naar het gevolg dat Elia geeft aan de opmerkingen van marktpartijen ....................................................................................................... 28 3.4.1. Modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (“T&C VSP”) ..................................... 28 3.4.2. Bijlage: Contract voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning .................................................................................................. 28 4. CONCLUSIE .................................................................................................................................... 47 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 49 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 50 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 51 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 52 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 53 Niet-vertrouwelijk 2/53 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 4 en 234 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing met ingang vanaf 1 januari 2023 op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Deze aanvraag werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brieven van 23 december 2021, 18 januari 2022 en 22 april 2022 bij de CREG ter goedkeuring ingediend. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning informeel overleg gepleegd met de CREG en twee parallelle openbare raadplegingen respectievelijk over de wijzigingen van deel I Algemene Voorwaarden en deel II Specifieke Voorwaarden ten opzichte van deze van toepassing voor de contractuele periode 2022 gehouden van 12 november 2021 tot 13 december 2021. De antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadplegingen ontving en de verslagen (in het Engels) waarin door Elia geantwoord wordt op de opmerkingen van marktpartijen worden aan het aanvraagdossier toegevoegd. Elia heeft per brief van 22 april 2022, ter vervanging van de eerdere versies ingediend op 23 december 2021 en 18 januari 2022, een nieuw voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning met ingang vanaf 1 januari 2023 ingediend alsook een coherent aangepast consultatierapport. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning (de versies ingediend in het Nederlands en het Frans), ingediend door Elia per brief van 22 april 2022, genomen tijdens zijn vergadering van 5 mei 2022. Niet-vertrouwelijk 3/53 1. WETTELIJK KADER 1. De ondersteunende diensten betreffende het beheer van het transmissienet, waartoe de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning behoort, moeten met toepassing van artikel 233, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement) worden ingericht volgens boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement, onverminderd de bepalingen betreffende die ondersteunende diensten in de Europese richtsnoeren SOGL1 en de Europese netwerkcode E&R2. Hierna wordt ingegaan op de relevante bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL3 (deel 1.1) en van het federaal wettelijk kader (deel 1.2). Het spreekt voor zich dat de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning ook raakpunten heeft met andere wetgeving, zoals bijvoorbeeld de technische vereisten waaraan installaties zijn onderworpen met toepassing van de Europese netcodes RfG4, DCC5 en HVDC6 en de bepalingen in de Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende de aankoop van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, waarvoor de CREG verwijst naar de betrokken wetteksten. De CREG merkt voorafgaandelijk graag op dat de Europese richtsnoeren SOGL de termen “spanningsregeling”, “blindvermogensreserve” en “blindvermogen” hanteert (cf. definities in artikel 3), terwijl het federaal technisch reglement gewag maakt van de termen “handhaving van de spanning” en “reactief vermogen”. Artikel 3.2, 21., van de Europese richtsnoeren SOGL definieert de term “spanningsregeling” als de “manuele of geautomatiseerde regelacties op het productieknooppunt, op de eindknooppunten van de AC-lijnen of HVDC-systemen, op transformatoren of andere apparatuur die zijn bedoeld om de ingestelde spanning of de ingestelde waarde van het blindvermogen te handhaven”. Artikel 3.2, 57., van de Europese richtsnoeren SOGL definieert de term “blindvermogensreserve” als “het voor handhaving van de spanning beschikbare blindvermogen”. Het federaal technisch reglement definieert de termen “spanning” en “reactief vermogen” niet. Wel bepaalt artikel 1 van het federaal technisch reglement onder meer dat de definities in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren, waaronder de Europese richtsnoeren SOGL, van toepassing zijn op dit reglement. 1 Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. 2 Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet. 3 De Europese netcode E&R is niet meteen relevant in deze context. 4 Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net. 5 Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers. 6 Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules. Niet-vertrouwelijk 4/53 1.1. DE EUROPESE RICHTSNOEREN SOGL 2. Een ruim aantal artikelen uit de Europese richtsnoeren SOGL houden verband met de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning, gelinkt aan: - de rechten en plichten van Elia om de veiligheid van het net te garanderen en hiervoor blindvermogenmiddelen in te zetten (inzonderheid de artikelen 19, 20 tot 22 en 27 tot 29), - de gegevens die moeten worden uitgewisseld (structureel, prognose, real-time), en de modaliteiten voor de gegevensuitwisseling (inzonderheid de artikelen 40 tot 53), - de rechten en plichten van Elia in het kader van ondersteunende diensten in het algemeen, en blindvermogendiensten in het bijzonder (inzonderheid de artikelen 108 en 109). In artikel 234 van het federaal technisch reglement (het enige artikel van Boek 1 van deel 6 van het federaal technisch reglement dat specifiek gaat over de ondersteunende dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning) wordt verwezen naar artikel 22.1, c), en artikel 29.6 en 29.9 van de Europese richtsnoeren SOGL. De artikelen 22 en 29 van de Europese richtsnoeren SOGL worden hierna weergegeven: Artikel 22 van de Europese richtsnoeren SOGL “1. Elke TSB gebruikt de volgende categorieën van remediërende maatregelen:
- a)de duur van de geplande niet-beschikbaarheid of wederingebruikname van elementen van het transmissiesysteem aanpassen teneinde de operationele beschikbaarheid van die elementen te bereiken; b)de elektriciteitsstromen actief beïnvloeden door middel van:
- i)omschakeling van de vermogenstransformatoren;
- ii)omschakeling van de faseverschuivende transformatoren; iii) wijziging van de topologie; c)spanning en blindvermogen beheren door middel van: i)omschakeling van de vermogenstransformatoren;
- ii)schakeling van de condensatoren en reactoren; iii) schakeling van de op vermogenselektronica gebaseerde apparaten voor spannings- en blindvermogensbeheer;
- iv)transmissiegekoppelde DSB's en significante netgebruikers instrueren om de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren te blokkeren, of om op hun eigen installaties de in de punten
- i)tot en met iii) genoemde remediërende maatregelen te treffen indien de afname van de spanning de operationele veiligheid in gevaar brengt of in een transmissiesysteem tot een spanningsineenstorting dreigt te leiden; v)verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen of de spanningsrichtwaarde van de transmissiegekoppelde synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;
- vi)verzoeken om verandering van het gegenereerde blindvermogen van de omvormers van transmissiegekoppelde niet-synchrone elektriciteitsproductieeenheden; Niet-vertrouwelijk 5/53 d)day-ahead en intraday zoneoverschrijdende capaciteiten herberekenen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222; e)transmissie- of distributiegekoppelde systeemgebruikers redispatchen binnen de regelzone van de TSB, tussen twee of meer TSB's; f)compensatiehandel tussen twee of meer biedzones; g)werkzaamvermogensstromen aanpassen via HVDC-systemen; h)frequentieafwijkingsbeheerprocedures activeren; i)de reeds toegewezen zoneoverschrijdende capaciteit beperken overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 714/2009; in een noodsituatie waarin het gebruik van die capaciteit de operationele veiligheid in gevaar brengt en redispatching of compensatiehandel niet mogelijk is, stemmen alle TSB's bij een bepaalde interconnector in met een dergelijke aanpassing, en j)voor zover van toepassing de handmatig beheerde belastingsafschakeling in normale of alarmtoestand erbij betrekken. 2. Wanneer dit noodzakelijk is en gerechtvaardigd om de operationele veiligheid te handhaven, is het elke TSB toegestaan remediërende maatregelen op te stellen en uit te voeren. De TSB meldt en verantwoordt dergelijke gevallen na invoering van de aanvullende remediërende maatregelen ten minste eenmaal per jaar bij de desbetreffende reguleringsinstantie en, indien van toepassing, de lidstaat. De desbetreffende rapporten en verantwoordingen worden eveneens gepubliceerd. De Europese Commissie dan wel het Agentschap kunnen de desbetreffende reguleringsinstantie verzoeken aanvullende informatie te verstrekken over de uitvoering van aanvullende remediërende maatregelen wanneer die van invloed zijn op een aangrenzend transmissiesysteem.” Artikel 29 van de Europese richtsnoeren SOGL “1. Indien de spanning op een aansluitpunt naar het transmissiesysteem zich buiten het in de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening aangegeven bereik bevindt, treft elke TSB remediërende maatregelen voor spanningsregeling en blindvermogensbeheer overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder c), van deze verordening teneinde de spanningswaarde op het aansluitpunt terug te brengen binnen het in bijlage II aangegeven bereik en binnen de daartoe in artikel 16 van Verordening (EU) 2016/631 en artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1388 aangegeven tijdsgrens. 2. Elke TSB houdt in zijn operationele veiligheidsanalyse rekening met de spanningswaarden waarbij transmissiegekoppelde SNG's die niet zijn onderworpen aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/631 of Verordening (EU) 2016/1388 zich mogen afsluiten van het net. 3. Elke TSB waarborgt een blindvermogensreserve van adequate omvang die tijdig kan worden ingezet om de spanningswaarden binnen zijn regelzone en op interconnectoren binnen het in bijlage II aangegeven bereik te handhaven. 4. TSB's die via AC-interconnectoren met elkaar zijn verbonden, dienen gezamenlijk passende afspraken voor de spanningsregeling te maken om te waarborgen dat de gemeenschappelijke, overeenkomstig artikel 25, lid 4, vastgestelde operationele veiligheidsgrenzen worden gerespecteerd. 5. Elke TSB maakt met elke transmissiegekoppelde DSB afspraken over de richtwaarden voor blindvermogen, de bereiken van de arbeidsfactor en spanningsrichtwaarden voor spanningsregeling op het aansluitpunt tussen de TSB en de DSB overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) 2016/1388. Elke transmissiegekoppelde DSB zet zijn beschikbare blindvermogensmiddelen in en heeft het recht spanningsregelinginstructies te geven aan distributiegekoppelde SNG's teneinde die parameters te handhaven. Niet-vertrouwelijk 6/53 6. Elke TSB is bevoegd om alle beschikbare blindvermogenscapaciteit binnen zijn regelzone in te zetten met het oog op een effectief blindvermogensbeheer en handhaving van de spanningsbereiken overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van bijlage II bij deze verordening. 7. Elke TSB dient al dan niet rechtstreeks en zo mogelijk in samenspraak met de transmissiegekoppelde DSB blindvermogensbronnen binnen zijn regelzone te beheren, met inbegrip van het blokkeren van de automatische spannings- en blindvermogensregeling van transformatoren, spanningsverlaging en afsluiting bij lage spanning, teneinde binnen de operationele veiligheidsgrenzen te blijven en spanningsineenstorting in het transmissiesysteem te voorkomen. 8. Elke TSB stelt de spanningsregelingsmaatregelen vast in overleg met de transmissiegekoppelde SNG's en DSB's en met zijn buur-TSB's. 9. Wanneer dat voor de spanningsregeling en het blindvermogensbeheer van het transmissiesysteem relevant is, kan een TSB, in samenspraak met een DSB, instructies inzake de spanningsregeling geven aan een distributiegekoppelde SNG.“ 1.2. HET FEDERAAL WETTELIJK KADER 3. Het federaal technisch reglement bepaalt het volgende in verband met de dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning: “Art. 234. De transmissienetbeheerder bepaalt, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de type-overeenkomst(
- en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°, de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de technische specificaties inzake de levering van de dienst voor regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, de voorwaarden voor deelname en het mechanisme voor het opzetten van die ondersteunende dienst, alsook, in voorkomend geval, de modaliteiten voor de compensatie met betrekking tot de deelname aan deze dienst. Overeenkomstig de artikelen 29.6 en 22.1,
- c)van de Europese richtsnoeren SOGL, is elke transmissienetgebruiker van wie de elektrische uitrusting, waarvan hij eigenaar of beheerder is, onderworpen aan de technische vereisten wat betreft haar geschiktheid voor de regeling van het reactief vermogen en de handhaving van de spanning overeenkomstig de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131 is verplicht om op verzoek van de transmissienetbeheerder deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning binnen de technische grenzen van deze installaties. Elke transmissienetgebruiker kan vrij aan de transmissienetbeheerder voorstellen om deel te nemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning via één of meerdere van zijn installaties, andere dan die bedoeld in paragraaf 2, en dit op voorwaarde dat hij beantwoordt aan de technische specificaties en voorwaarden voor deelname aan de dienst bedoeld in paragraaf 1. De modaliteiten die de deelname van publieke-distributienetgebruikers en CDS-gebruikers mogelijk maken, alsook de eventueel noodzakelijke coördinatie met de beheerder van het publieke distributienet of met de betrokken CDS-beheerder op wiens net ze aangesloten zijn, overeenkomstig artikel 29.9 van de Europese richtsnoeren SOGL, staan eveneens beschreven in de type-overeenkomst(
- en)bedoeld in artikel 4, § 1, 5°. De deelname van deze netgebruikers aan deze dienst is in elk geval onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder en/of aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betreffende publieke-distributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te Niet-vertrouwelijk 7/53 waarborgen. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en behoud van de spanning wordt rechtstreeks verstrekt door de netgebruiker die aan die dienst deelneemt in de hoedanigheid van aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning of via een derde die in dat geval aanbieder van regeling van reactief vermogen en behoud van spanning is volgens een aanduidingsprocedure beschreven in de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in paragraaf 1. De aanbieder van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning sluit met de transmissienetbeheerder een overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, waarin hij zich verbindt tot naleving van de modaliteiten en voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 en 3. Deze overeenkomst wordt eveneens voor goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” Wat betreft de technische vereisten voor de geschiktheid van installaties die verplicht moeten deelnemen aan de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning verwijst artikel 234, tweede lid, van het federaal technisch reglement naar de artikelen 62 tot 68 alsook de artikelen 89, 93, 99, 104, 106, 107, 118, 119, 130 en 131, van het federaal technisch reglement. 4. De dienst voor regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning is een ondersteunende dienst met toepassing van artikel 223, 2°, a), van het federaal technisch reglement. 5. Met toepassing van artikel 4, §1, 5°, van het federaal technisch reglement worden onder meer de type-overeenkomsten voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6 ter goedkeuring voorgelegd volgens de procedure van paragraaf 2. Tot deze overeenkomsten behoort de type-overeenkomst voor levering van de dienst van de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning. Met toepassing van artikel 4, §2, van het federaal technisch reglement geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend door Elia ter goedkeuring van de CREG per brieven van 23 december 2021 en 18 januari 2022, vormt zowel het voorstel van de voorwaarden bedoeld in artikel 234 van het federaal technisch reglement als het voorstel van type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement. De verwijzing naar beide rechtsgronden is ook opgenomen onder “Overwegende hetgeen volgt” in het ter goedkeuring voorgelegde voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning. Niet-vertrouwelijk 8/53 6. De aankoop van de dienst voor de regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning door Elia gebeurt overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 12quinquies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet): “§ 1. De door de aanbieders van de ondersteunende diensten voorgestelde prijzen op het transmissienet zijn voldoende aanlokkelijk om op korte en op lange termijn hun levering aan de netbeheerder te waarborgen. De netbeheerder verschaft zich deze ondersteunende diensten volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, stelt de netbeheerder alles in het werk om samen te werken met de distributienetbeheerders. De netbeheerder informeert jaarlijks de commissie en de minister, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Hij integreert hierin, desgevallend, een voorstel van waardering van de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht door middel van de productiemiddelen die hij bezit krachtens artikel 9, § 1. Deze waardering toont de positieve impact inzake tarieven en volumes aan van deze prestaties van ondersteunende diensten. Op basis van het verslag van de netbeheerder, stelt de commissie, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt, een verslag op dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerde verslag wordt meegedeeld aan de netbeheerder binnen 60 werkdagen volgend op de ontvangst van het verslag bedoeld in het eerste lid. Indien het verslag van de commissie vaststelt dat de prijzen manifest onredelijk zijn of op vraag van de netbeheerder, kan de Koning, na advies van de commissie en op voorstel van de minister, met het oog op de bevoorradingszekerheid, bij dwingende beslissing een openbare dienstverplichting opleggen die het volume en de prijzen van de ondersteunende diensten dekken van de producenten in de Belgische regelzone. De commissie houdt rekening met deze beslissing voor de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerders. De maatregel mag niet langer gelden dan twee jaar, mits een jaarlijks verslag van de commissie. § 2. De elektriciteitsproductieschijven waarop de netbeheerder een beroep kan doen om de ondersteunende diensten tot stand te brengen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn diensten worden vastgesteld per blok van 1 MW voor de primaire, secondaire en tertiaire reserves.” 7. De CREG wil in dit kader volledigheidshalve nog wijzen op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 waarbij België o.m. veroordeeld werd tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,
- a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. Dit brengt met zich mee dat een belangrijk aantal materies die op heden met toepassing van artikel 11 van de elektriciteitswet geregeld worden in het federaal technisch reglement, waaronder de goedkeuring of vaststelling van de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten, tot de exclusieve bevoegdheden van de CREG behoren. De elektriciteitswet werd in dit kader aangepast door middel van de wet van 21 juli 2021 en deze geeft onder meer de bevoegdheid aan de CREG, per 1 september 2022, om een gedragscode vast te stellen waarin onder meer de voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten zijn opgenomen. De procedures tot aanpassing Niet-vertrouwelijk 9/53 van het federaal technisch reglement door de Koning en tot vaststelling van de gedragscode door de CREG zijn lopende op datum van deze beslissing. 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 8. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2021, werd door Elia aan de CREG voorgelegd per brieven van 17 en 28 april 2020, na openbare raadpleging van de marktpartijen. Dit voorstel heeft de CREG goedgekeurd bij beslissing (B)2080 van 28 mei 20207. 9. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022, werd door Elia aan de CREG voorgelegd per brief van 18 maart 2021, na openbare raadpleging van de marktpartijen. Dit voorstel heeft de CREG goedgekeurd bij beslissing (B)2228 van 29 april 20218. 10. Het huidige voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periodes vanaf 1 januari 2023, werd door Elia aan de CREG initieel voorgelegd per brieven van 23 december 2021 en 18 januari 2022, na openbare raadpleging van de marktpartijen. Per brief van 22 april 2022 gaf Elia kennis van haar beslissing om een aantal wijzigingen door te voeren in de tekst van de specifieke voorwaarden van het voornoemde voorstel. Elia heeft deze beslissing genomen nadat medewerkers van de CREG informeel extra toelichting hebben gevraagd bij enkele wijzigingen in de T&C VSP (of gebrek daaraan) en bijhorende stellingen in het consultatierapport. Volgend op deze vragenronde heeft Elia een nieuw voorstel van de T&C VSP alsook van het consultatieverslag bezorgd aan de CREG. Elia vermeldt in haar schrijven van 22 april 2022 dat ze voor de duidelijkheid graag het volledige goedkeuringsdossier opnieuw bezorgt. Deze documenten vervangen aldus alle documenten die door Elia aan de CREG werden bezorgd via de brieven van 23 december 2021 en 18 januari 2022. Het volledige dossier bestaat aldus Elia uit: 1. T&C VSP (NL en FR) 7 Beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend per brieven van 17 en 28 april 2020, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2080 8 Beslissing (B)2228 van 29 april 2021 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend per brief van 18 maart 2021, https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2228NL.pdf Niet-vertrouwelijk 10/53 2. Wat betreft de Algemene voorwaarden:
- a)Documenten voorgelegd voor openbare raadpleging: voorstel tot wijziging en geconsolideerde versie met toelichting
- b)Reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging
- c)Consultatieverslag 3. Wat betreft de specifieke voorwaarden:
- a)Documenten voorgelegd voor openbare raadpleging: begeleidende nota (in het Engels) en een voorstel van gewijzigde T&C VSP (in het Engels inclusief aangeduide wijzigingen, in het Nederlands en in het Frans)
- b)Reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging
- c)Consultatieverslag Voor de verdere bespreking gaat de CREG derhalve nog uitsluitend uit van de aanvraag van 22 april 2022, met de daaraan toegevoegde documenten. 2.2. RAADPLEGING 11. Elia heeft twee openbare raadplegingen gehouden over het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voor de contractuele periodes vanaf 2023, voorgelegd aan de CREG per brief van 22 april 2022 , nl. van 12 november 2021 tot 13 december 2021 wat Deel I “Algemene Voorwaarden” betreft en eveneens van 12 november 2021 tot 13 december 2021 wat de overige delen van het voorstel betreft. Meer bepaald hield zij deze openbare raadplegingen over de wijzigingen die ze aanbracht aan de voornoemde modaliteiten en voorwaarden ten opzichte van deze goedgekeurd voor de contractuele periode 2022. De antwoorden die Elia tijdens deze beide openbare raadplegingen ontving en de consultatierapporten van 17 januari 2022 en 22 april 2022 worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia toegevoegd. Elia heeft van 12 november tot 13 december 2021 een afzonderlijke openbare raadpleging georganiseerd over de wijzigingen van Deel I “Algemene Voorwaarden” omdat die niet alleen bedoeld zijn toepassing te vinden op de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, maar daarnaast ook op de typeovereenkomsten voor: - de balanceringsdiensten (BSP – “Balance Service Provider” / aanbieder van balanceringsdiensten voor FCR – “Frequency Containment Reserve” / frequentiebegrenzingsreserves, aFFR – “automatic Frequency Restoration Reserve” / automatische frequentieherstelreserves en mFRR – “manual Frequency Restoration Reserve” / manuele frequentieherstelreserves); - voor de hersteldiensten (RSP – “Restoration Service Provider” / “aanbieders van hersteldiensten”) en; - de diensten gerelateerd aan congestiebeheer (SA – “Scheduling Agent” / programmaagent en OPA – “Outage Planning Agent” / “verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning”). 12. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging Niet-vertrouwelijk 11/53 organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De voornoemde door Elia in parallel georganiseerde openbare raadplegingen over het voorstel van Elia vonden plaats op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadplegingen, deze waren gemakkelijk toegankelijk via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties” en voorzagen een redelijke antwoordtermijn van een maand. De antwoorden op de raadplegingen en de consultatierapporten van 17 januari 2022 en 22 april 2022 werden door Elia aan de CREG bezorgd (bijlagen 4 en 5). Eveneens werd een begeleidende nota dd. 12 november 2021 met toelichting bij het voorstel aan de openbare raadpleging en aan de aanvraag toegevoegd (bijlage 2). Tijdens de openbare raadpleging betreffende deel I “Algemene Voorwaarden” stelde Elia een overzicht ter beschikking van de voorgestelde wijzigingen van deel 1 Algemene Voorwaarden ten opzichte van de T&C VSP goedgekeurd door de CREG voor de contractuele periode 2022 (in het Engels, Nederlands en Frans), alsmede de geconsolideerde versie van deel I “Algemene Voorwaarden” met de aanpassingen aangeduid via markering (in het Engels). Febeliec maakte de opmerking dat enkel een Engelstalige versie van de Algemene Voorwaarden ter beschikking werd gesteld door Elia tijdens de raadpleging, terwijl uit artikel 3 blijkt dat enkel de Nederlandstalige en Franstalige versies relevant zijn vanuit juridisch oogpunt. Febeliec wijst erop dat zij deze opmerking ook al maakte tijdens vorige gelegenheden en dringt er sterk op aan dat de stakeholders ook hun input kunnen geven tijdens de publieke raadpleging op de juridisch bindende teksten. Elia antwoordt in het consultatierapport van 17 januari 2022 dat een Nederlandstalige en Franstalige versie van het raadplegingsdocument ook door Elia ter beschikking werd gesteld enkele dagen na de start van de publieke raadpleging. Elia voegt daaraan toe dat ze ervoor zal zorgen dat in de toekomst een nieuwe e-mail zal worden verstuurd naar de stakeholders om hen bewust te maken dat deze documenten werden toegevoegd op de consultatiepagina van haar website. De CREG is van mening dat de Nederlandstalige en Franstalige versies van de raadplegingsdocumenten meteen ter beschikking moeten zijn van de marktpartijen vanaf de eerste dag van de publieke consultatie. Febeliec preciseert terecht dat marktpartijen de gelegenheid moeten hebben om hun opmerkingen te maken bij de juridisch bindende teksten, d.w.z. deze in het Nederlands en het Frans. Bovendien stelt de CREG vast dat enkel het overzicht van de aangebrachte wijzigingen met enkele dagen vertraging ter beschikking werd gesteld in het Nederlands en het Frans, maar niet de Nederlandstalige en Franstalige versies van de geconsolideerde versie van Deel I “Algemene Voorwaarden” zelf. Gezien het overzicht van de aangebrachte wijzigingen in het Nederlands en het Frans ter beschikking waren, zij het met enkele dagen vertraging zoals Elia stelt, kan de CREG deze openbare raadpleging in voorliggend geval als voldoende gedocumenteerd aanvaarden, maar benadrukt dat deze aanpak naar de toekomst moet worden bijgestuurd. De CREG vraagt Elia om een voorstel voor te leggen, na overleg in de Users’ Group, over de manier waarop zij de openbare raadplegingen zal organiseren rekening houdend met de taalwetgeving teneinde aan de opmerking van Febeliec tegemoet te komen in de toekomst en dit vóór de lancering van de eerstvolgende openbare raadpleging door Elia. Zoals hoger gezegd, is de CREG evenwel van mening dat de Niet-vertrouwelijk 12/53 Nederlandstalige en Franstalige versies van de raadplegingsdocumenten voor de typeovereenkomsten meteen ter beschikking moeten zijn van de marktpartijen vanaf de eerste dag van de publieke consultatie. Om die redenen heeft het directiecomité van de CREG de door Elia uitgevoerde openbare raadplegingen als effectief beschouwd en op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement en beslist om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. 13. Elia heeft tijdens de voornoemde openbare raadplegingen drie reacties ontvangen: - Belgian Offshore Platform (BOP) (in het Engels); - FEBEG (in het Engels); - Febeliec (in het Engels). Alle reacties worden als niet-vertrouwelijk aangeduid. Niet-vertrouwelijk 13/53 3. BEOORDELING 3.1. VOORAFGAAND 14. De dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt in de hiernavolgende bespreking ook aangeduid als de “MVAr-dienst” of “de dienst”. De modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning worden hierna ook aangeduid met de termen “terms and conditions VSP” of nog “T&C VSP”. De aanbieder van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning wordt hierna ook aangeduid met de termen “dienstverlener” of “VSP”. Met de termen “ontwerpnota van Elia over de MVAr-dienst” of “ontwerpnota over de MVAr-dienst” wordt verwezen naar de studie van Elia van 31 oktober 2018 over deze dienst.9 15. Het voorstel van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning voor de contractuele periodes vanaf 2023, ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG per brief van 22 april 2022 wordt hierna aangeduid met de termen “het voorstel van Elia”. 3.2. RECHT VAN TOEGANG EN GOEDGKEURINGSCRITERIA 3.2.1. Recht van toegang tot het transmissienet 16. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15 van de elektriciteitswet van openbare orde is. 17. Het recht van toegang tot het transmissienet is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Opdat er concurrentie op de elektriciteitsmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van elektriciteit kunnen kiezen, is het essentieel de eindafnemers, hun leveranciers en de producenten van elektriciteit gegarandeerd toegang tot het transmissienet hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Hierbij komt dat het transmissienet een natuurlijk monopolie is gelet op de hoge sunk costs die de investeringen erin zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn niet aanwendbaar voor ander gebruik dan het vervoer van elektriciteit. Dit verklaart mede waarom artikel 8 van de elektriciteitswet geopteerd heeft voor een enkele netbeheerder van het federaal transmissienet. 18. Uit de artikelen 11 en 15 van de elektriciteitswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot het transmissienet onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode10, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 van de elektriciteitswet. De gedragscode, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven beogen het recht van toegang tot het transmissienet in de feiten te realiseren. 9 Studie met als titel “Study on the future design of the ancillary service of voltage and reactive power control” van 31 oktober 2018, www.elia.be/nl/elektriciteitsmarkt-en-systeem/systeemdiensten/de-spanningsstabiliteitgaranderen 10 Deze gedragscode is nog in ontwikkeling. Niet-vertrouwelijk 14/53 19. Met de gedragscode en het federaal technisch reglement beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van het transmissienet. Met deze gedragscode en dit reglement beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de netbeheerder anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de netbeheerder zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode en het federaal technisch reglement de verplichtingen van de netbeheerder en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de operationele en technische vertaling van het recht van toegang tot het transmissienet en derhalve eveneens van openbare orde. 20. De complexiteit van het beheer van het transmissienet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de netbeheerder aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de netbeheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de netbeheerder niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de netbeheerder van een wettelijk en natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale transmissienetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder deze regulering van de transmissienettarieven wordt immers het recht van toegang tot het transmissienet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge transmissietarieven het recht van toegang tot het transmissienet de facto uithollen. De regulering van de transmissienettarieven is dan ook van openbare orde. 21. Het recht van toegang wordt vertaald via de type-overeenkomsten. Deze type-overeenkomsten, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het transmissienet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van deze type-overeenkomsten door de CREG wijzigt de aard van deze contracten niet. In tegendeel, het belang van de type-overeenkomsten wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het transmissienet van de netbeheerder indien hij de toegangsprocedure heeft doorlopen en de betrokken typeovereenkomst ondertekent. 22. De type-overeenkomst mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot het transmissienet en kunnen deelnemen aan de ondersteunende diensten. 3.2.2. Goedkeuringscriteria 23. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet, ten uitvoer gelegd door artikel 4 van het federaal technisch reglement dient de netbeheerder de in dit artikel 4 opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 1° de aansluitingscontracten; 2° de toegangscontracten; 3° de overeenkomsten van evenwichtsverantwoordelijken; Niet-vertrouwelijk 15/53 4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; 5° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6; 6° de programma-agentovereenkomst; 7° de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanningovereenkomst; 8° de overeenkomst voor de informatie-uitwisseling met elektriciteitsleveranciers en de aanbieders van ondersteunende diensten; 9° de overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet; 10° het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 3. De formulieren voorzien door dit besluit worden onverwijld verstuurd door de transmissienetbeheerder aan de commissie. De commissie geeft kennis van zijn opmerkingen aan de transmissienetbeheerder en verstuurt deze naar de Algemene Directie Energie. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet.” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. 24. Artikel 4 van het federaal technisch reglement11 bepaalt niet aan welke criteria de CREG de typeovereenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen. 11 In tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. Niet-vertrouwelijk 16/53 Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen12 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 25. De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven federaal technisch reglement (zie voetnoot 4), nagaan of de ontwerpen van typeovereenkomsten: (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. 12 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, §1, 2°, van het technisch reglement, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 17/53 Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 26. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 27. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. Bij het onderzoek van de typeovereenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 28. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom13. 29. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels en de taalwetgeving. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 30. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet, de gedragscode14 en het federaal technisch reglement, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op 13 Zie ondermeer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Nog in ontwikkeling op datum van deze beslissing. 14 Niet-vertrouwelijk 18/53 de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netwerkcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, §2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en artikel 4 van het federaal technisch reglement hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de type-overeenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 31. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 32. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie15. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. 15 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 19/53 Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Wetboek van economisch recht 33. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 34. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; Niet-vertrouwelijk 20/53 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. Niet-vertrouwelijk 21/53 De gekwalificeerde benadeling 35. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling, theorie ontwikkeld door rechtspraak en rechtsleer, zijn : - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties ; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie ; - het contract dan wel één of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de netbeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 36. Overeenkomstig de artikelen 1108 en 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van één van de contractspartijen worden overgelaten. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 37. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de bepalingen van de type-overeenkomst, wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Wet op het taalgebruik 38. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. Niet-vertrouwelijk 22/53 3.3. ONDERZOEK VAN HET GEVOLG DAT ELIA GEEFT AAN DE OPMERKINGEN VAN DE CREG IN DE BESLISSINGEN (B)2080 EN (B)2228 39. Het voorstel van Elia strekt er onder meer toe gevolg te geven aan de opmerkingen van de CREG zoals gevraagd door de CREG in de beslissingen (B)208016 en (B)222817. In de begeleidende nota bij de openbare raadpleging over het voorstel van Elia van de T&C VSP licht Elia de aanpassingen uitgevoerd als reactie op deze vragen van de CREG toe of legt Elia uit waarom een aanpassing zoals gevraagd door de CREG nog niet aan de orde is. 40. In haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 heeft de CREG Elia verzocht om in de eerstvolgende versie van de T&C VSP rekening te houden met de opmerkingen van de CREG in de paragrafen 10, 13, 25, 47, 55, 57, 59, 72, 82, 83, 95, 96, 100, 102, 121 van deze beslissing. Elia heeft echter in haar eerstvolgende voorstel van T&C VSP (zijnde dit voor de contractuele periode 2022) deze opmerkingen niet verwerkt, maar de motivering hiervoor alsook het voorstel om deze opmerkingen te behandelen in een later voorstel uiteengezet in de begeleidende brief van de betrokken goedkeuringsaanvraag. In haar beslissing (B)2228 van 29 april 2021 heeft de CREG het verzoek aan Elia herhaald om met de betreffende opmerkingen uit de beslissing (B)2080 rekening te houden in de eerstvolgende versie van de T&C VSP, die Elia uiterlijk op 31 december 2021 diende voor te leggen ter goedkeuring voor toepassing op de periode vanaf 2023. 41. In de hiernavolgende paragrafen gaat de CREG na of het voorstel van Elia tegemoet komt aan de opmerkingen van de CREG vervat in de paragrafen 10, 13, 25, 47, 55, 57, 59, 72, 82, 83, 95, 96, 100, 102, 121 van de beslissing (B)2080. 42. In paragraaf 10 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 heeft de CREG Elia verzocht een begeleidende nota op te stellen inzake de implementatie van de artikelen 19, 22.1.
- c)en 25 van de Europese richtsnoeren SOGL in de praktijk en de visie van Elia omtrent de eventuele impact daarvan op de T&C VSP . In de begeleidende nota bij de openbare raadpleging van het voorstel van Elia van de T&C VSP verklaart Elia dat een dergelijk document wordt geschreven en besproken met de CREG en dat Elia het document zal publiceren in overleg met de CREG. De CREG bevestigt deze informatie en meent dat publicatie op de website van Elia mogelijk is samen met de publicatie van de T&C VSP (voor de periode vanaf 2023) eenmaal goedgekeurd en ten laatste op 30 juni 2022. 43. Paragraaf 13 van beslissing (B)2080 van de CREG van 28 mei 2020 betreft de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDS-gebruikers aan de dienst. De CREG vraagt aan Elia om de deelname van deze gebruikers aan de dienst te monitoren en rekening te houden met de resultaten hiervan in haar toekomstig voorstel van de T&C VSP, met het oog op onder meer het voorkomen van discriminatie ten opzichte van netgebruikers rechtstreeks aangesloten op het transmissienet. Eveneens vraagt de CREG dat Elia nagaat of de deelname van publieke distributienetgebruikers en CDSgebruikers aan de dienst niet kan worden georganiseerd op een wijze die nauw aansluit bij de tekst van artikel 234, vierde en vijfde lid, van het federaal technisch reglement nl. rekening houdend met de 16 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, ingediend per brieven van 17 en 28 april 2020, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2080 17 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, met inbegrip van de typeovereenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning, voor de contractuele periode 2022, ingediend per brief van 18 maart 2021, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissingb2228 Niet-vertrouwelijk 23/53 bepaling dat de netgebruiker die deelneemt aan de dienst als VSP optreedt of een derde aanduidt als VSP en met een veeleer coördinerende rol voor de publieke-distributienetbeheerder resp. CDSbeheerder. In de begeleidende nota bij de openbare raadpleging van het voorstel van Elia van de T&C VSP verwijst Elia naar de reactie van de distributienetbeheerders tijdens de publieke consultatie van het vorige voorstel van de T&C VSP die de CREG heeft goedgekeurd in de beslissing (B)2228 van 29 april 2021. Elia stelt in de begeleidende nota van het voorstel te begrijpen dat de voorkeur van de distributienetbeheerders voor een behoud van de contractuele bepalingen geldig blijft zolang het wettelijk regionaal kader niet verandert. Elia is van mening dat de huidige aanpak bijgevolg behouden kan blijven, zeker aangezien Elia over weinig ervaring ter zake beschikt die een verandering zou vereisen. De publieke distributienetbeheerders hebben geen reactie ingediend in de openbare raadpleging over het voorstel van Elia van de T&C VSP. Febeliec heeft wel over de rol van de CDS-beheerders het standpunt herhaald dat deze moeten aanzien worden als de relevante netbeheerder van betrokken technische eenheden die de dienst leveren en dat de CDS-beheerder de rol van VSP opneemt. De CREG begrijpt dat gezien het onveranderd wettelijk kader en de beperkte ervaring, het standpunt van Elia hieromtrent niet is veranderd en stemt ermee in dat het gerechtvaardigd is om eventuele wijzigingen betreffende dit punt voor te stellen in een volgend voorstel van T&C VSP. De CREG wijst er nogmaals op dat bij een grondige herziening van de T&C VSP op dit vlak vanzelfsprekend het toepasselijke regionaal wettelijk kader dient gerespecteerd te worden. 44. De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 25 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft de aanpassing van de T&C VSP indien er zich in de praktijk een probleem zou voordoen met de betekenis van een bepaald begrip in de context van het contract voor de MVAr-dienst. De CREG verwijst naar de bespreking in deel 3.4 van deze beslissing van de opmerkingen van marktpartijen betreffende noodzakelijke of wenselijke verduidelijkingen van de T&C VSP. 45. In paragraaf 47 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 zette de CREG uiteen dat de uitstapmogelijkheid in artikel I.10.1 van de type-overeenkomst voor de MVAr-dienst volgens haar niet gerechtvaardigd is in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, zoals voor bepaalde installaties het geval is in het kader van artikel 234 van het federaal technisch reglement en vroeg de CREG aan Elia om dit aan te passen bij de eerstvolgende wijziging van de algemene voorwaarden van de type-overeenkomst voor de MVAr-dienst. De CREG preciseerde in dat kader dat de dienstverlener die een beroep doet op deze bepaling, in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, in afwachting daarvan hoe dan ook gehouden blijft om de dienst te verstrekken en daartoe opnieuw het contract voor levering van de dienst dient te ondertekenen. De CREG heeft in haar beslissing (B)2228 van 29 april 2021 gevraagd om deze opmerking mee te nemen in de aangekondigde grondige herziening van de T&C VSP, aangezien dit aspect in feite geen algemene voorwaarde is voor alle ondersteunende diensten, maar eigen is aan de VSP-dienst. Om gevolg te geven aan deze vraag van de CREG heeft Elia, zoals toegelicht in de begeleidende nota bij de openbare raadpleging, in bijlage 11 van de T&C VSP een paragraaf toegevoegd aan de verklaring van de Elia Netgebruiker. Deze paragraaf stelt: “Als de huidige overeenkomst tussen de Elia Netgebruiker en de VSP om een andere reden wordt beëindigd, met inbegrip van beëindiging door de VSP van het contract met Elia volgens Art. I.10.1, of als een bepaalde Technische Eenheid uit de bovenstaande lijst wordt verwijderd, en als de Elia Netgebruiker verplicht is de Dienst te verlenen, erkent en aanvaardt de Netgebruiker de overname van de rechten en plichten van het contract met betrekking tot de Dienst van de VSP voor de betrokken Technische Eenheden, tot hij een nieuwe derde partij als VSP heeft aangesteld”. Niet-vertrouwelijk 24/53 De CREG oordeelt dat Elia op deze manier, samen met de wijziging van artikel I.10.1 van de Algemene Voorwaarden (zie paragraaf 74 van deze beslissing), tegemoet komt aan de bezorgdheid van de CREG in paragraaf 47 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020. 46. Elia heeft artikel I.7.3 “Overmacht” van de Algemene Voorwaarden aangepast om aan de vraag van de CREG in paragraaf 55 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 tot aanpassing van de lijst van situaties die overmacht kunnen uitmaken, tegemoet te komen. De CREG verwijst naar wat zij onder paragraaf 72 over dit artikel I.7.3 uiteenzet. 47. In paragrafen 57 en 72 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 stelde de CREG dat voortdurend door Elia moet worden gestreefd naar de tekstuele verbetering van haar contracten en dergelijke aanpassingen die Elia spontaan opmerkt of die haar gesignaleerd worden door marktpartijen moeten worden meegenomen. De CREG merkt op dat het voorstel van Elia voor T&C VSP in die zin sterk verbeterd is en dat de verduidelijkingen aangebracht door Elia worden geapprecieerd door FEBEG en Febeliec zoals geuit in de reacties op de openbare raadpleging. Elia heeft ook op basis van de reacties ontvangen tijdens de openbare raadpleging verdere verbeteringen aangebracht. Niettemin wijzen de respondenten op de nood aan verdere verbeteringen. Febeliec klaagt aan dat de formuleringen in de T&C VSP, ondanks de melding hiervan door Febeliec-leden tijdens recente contractperiodes, onvoldoende rekening houden met de levering van de dienst via zogenoemde ‘demand response’ (vraagsturing) alsook met de levering van de dienst door een CDS-beheerder die optreedt als VSP. Elia erkent in het consultatierapport dat verdere verduidelijkingen in de toekomst mogelijk zijn, maar dat de huidige onduidelijkheden de deelname van andere technologieën niet in de weg staan. Elia is bereid verder te bespreken welke verduidelijkingen nodig zijn in het kader van de levering van de dienst door een CDS-beheerder. De CREG gaat akkoord dat het voorstel van Elia de deelname van andere technologieën en de levering door CDS-beheerders niet in de weg staan. De CREG benadrukt niettemin het belang van duidelijkheid van contracten en vraagt Elia te blijven tegemoet komen aan vragen tot verduidelijking vanwege marktpartijen ter gelegenheid van toekomstige aanvragen tot goedkeuring van wijzigingen van de type-overeenkomsten. De CREG verwijst ook naar wat zij onder paragraaf 119 heeft uiteengezet. 48. Paragraaf 59 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft het minimumvolume voor de levering van de dienst dat 1 MVAr bedraagt. De CREG vraagt dat Elia onderzoekt of het nuttig is om het minimumvolume te verlagen, alsook andere pistes om de toegang voor nieuwe technologieën en/of marktspelers tot de dienst te faciliteren. Elia verklaart in de begeleidende nota bij het voorstel van Elia van de T&C VSP geen indicatie te hebben ontvangen van de marktpartijen dat het minimumvolume van 1 MVAr blokkerend zou zijn voor de aanbieding van de MVAr-diensten. Bijgevolg stelt Elia voor om ook in de contractperiodes met ingang vanaf januari 2023 deze minimumwaarde te behouden. De CREG heeft eveneens geen meldingen of klachten ontvangen van marktspelers die wensten deel te nemen aan de dienst maar geweigerd werden omwille van het opgegeven minimumvolume. Elia heeft ook tijdens de openbare raadpleging geen opmerkingen gekregen over dit minimumvolume. De CREG besluit hieruit dat het behouden van de huidige drempelwaarde van 1 MVAr voorlopig verantwoord is. De CREG vraagt Elia om nieuwe T&C VSP met een lager minimumvolume voor te stellen indien de markt wel signalen begint te geven over de wenselijkheid hiervan. 49. Elia heeft, zoals gevraagd in paragraaf 82 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020, verduidelijkingen aangebracht aan artikel II.3.4b) van de T&C VSP. Het artikel stelt nu duidelijk dat de technische eenheden van het type PGM of PPM dienen te zijn uitgerust met apparatuur voor de meting Niet-vertrouwelijk 25/53 van actief vermogen in reële tijd als voorwaarde voor de samenvoeging van metingen van verschillende technische eenheden achter hetzelfde meetpunt. De CREG oordeelt dat Elia op deze manier tegemoet komt aan de vraag van de CREG in paragraaf 82 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020. 50. In paragraaf 83 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 zette de CREG uiteen dat het beschikken over een geldig toegangscontract volgens haar voldoende is als bewijs dat voldaan is aan alle administratieve voorwaarden. Volgens de CREG impliceert het sluiten van een toegangscontract met Elia reeds de verplichting tot aanduiding van de toegangsverantwoordelijke(
- n)(thans balanceringsverantwoordelijke/BRP) in uitvoering van het toegangscontract. Het expliciteren van de noodzaak van een geldig BRP-contract is bijgevolg niet noodzakelijk volgens de CREG. Om die reden vroeg de CREG aan Elia om de referentie naar de noodzaak van een geldig BRP-contract te schrappen in haar eerstvolgende voorstel van T&C VSP om verwarring te vermijden. Elia heeft volgens de vraag van de CREG het artikel II.3.7. aangepast en de verwijzing naar het BRPcontract verwijderd. Op die manier komt Elia tegemoet aan de opmerking van de CREG in paragraaf 83 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020. 51. In paragraaf 95 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 vraagt de CREG dat Elia verduidelijkt of het meetpunt van de dienst bij publieke distributienetten zich al dan niet ook stroomafwaarts van het verbindingspunt met het transmissienet kan bevinden. Elia heeft hierover geen opmerkingen ontvangen in de openbare raadpleging van het voorstel van Elia van de T&C VSP. Elia heeft in artikel II.6.2 en in de bijhorende voetnoot nummer 6 de verwijzing naar de publieke distributienetten verwijderd. Derhalve is de inconsistentie met voetnoot 7 in bijlage 13 opgelost. De CREG is bijgevolg van mening dat is voldaan aan haar opmerking in paragraaf 95 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020. 52. Paragraaf 96 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft de vraag van de CREG aan Elia om de resultaten van de optimalisatie van de communicatiestromen tussen Elia en windparken, in de T&C VSP te integreren. Deze vraag volgde op de opmerking van het BOP dat de technische band voor levering van reactief vermogen kan worden aangepast aan de beschikbare productiecapaciteit en dat het in dit kader nodig is om de communicatiestroom scherp te stellen. Elia stelt in de begeleidende nota bij het voorstel van Elia van de T&C VSP dat een automatisatie van de communicatiestroom niet aan de orde is aangezien de beschikbare technische band voor levering van reactief vermogen niet frequent wordt beperkt. De ervaring met de MVAr-diensten op offshore windparken tot nu toe hebben niet aangetoond dat het proces niet doeltreffend is, maar Elia is bereid dit punt te blijven opvolgen en verbeteringen aan te brengen indien dit in de toekomst nodig zou blijken. De CREG vraagt Elia dit punt te blijven opvolgen met BOP, maar dit staat de goedkeuring van het voorstel van Elia niet in de weg. BOP heeft deze opmerking niet herhaald in de openbare raadpleging van het voorstel van Elia van de T&C VSP. 53. De vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 100 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 bouwt verder op de opmerking toen van FEBEG betreffende de mogelijke complexiteit bij het opstellen van het bilateraal contract tussen de VSP en de Toegangscontracthouder, opgenomen in artikel II.8.4 van het voorstel destijds van de T&C VSP, wanneer de netgebruiker en eigenaar van de technische eenheid verschillende partijen zijn en het antwoord van Elia hierop dat Elia dit nader zal analyseren. De CREG vraagt in de beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 dat Elia het resultaat van deze analyse met de CREG bespreekt, en gemelde gevallen van complexiteit/onverenigbaarheid bijhoudt en meldt aan de CREG. Elia heeft het artikel II.8.4 uit het vorige voorstel geherformuleerd en verplaatst naar artikel II.3.11. Hierbij werden in de openbare raadpleging van het voorstel van Elia van de T&C VSP geen opmerkingen gemaakt. Elia haalt in de begeleidende nota bij het voorstel van Elia van de T&C VSP aan dat de kwestie Niet-vertrouwelijk 26/53 over de interactie tussen de netgebruiker en de eigenaar van de technische eenheid wordt bestudeerd in het kader van het iCAROS project en dat er momenteel in de praktijk geen problemen te melden zijn met de uitvoering van deze contractuele bepaling. De CREG noteert de geplande analyse door Elia over de kwestie aangaande de netgebruiker en eigenaar en vraagt hierover verder op de hoogte te worden gehouden, alsook over meldingen aan Elia over problemen in deze context door netgebruikers, eigenaars, VSPs of toegangshouders. 54. Betreffende artikel II.3.11. van het voorstel van Elia van de T&C VSP is de CREG van mening dat dergelijke clausule vooreerst niet nodig is in de T&C VSP en mogelijks zelfs blokkerend kan werken. De deelname van een technische eenheid aan de MVAr-dienst mag niet afhankelijk worden gemaakt van niet-pertinente voorwaarden. Aan de onderliggende bezorgdheid, nl. dat de toegangshouder op de hoogte moet zijn van het bestaan van een VSP-contact op het toegangspunt omdat elke activatie een impact kan hebben op de toegangsfactuur, kan volgens de CREG bv. worden tegemoet gekomen met een informatieverplichting in hoofde van de netgebruiker ten aanzien van de toegangshouder (indien hij niet zelf de toegangshouder is). De deelname van een technische eenheid aan de MVAr-dienst, zeker in geval van verplichte terbeschikkingstelling volgens het federaal technisch reglement, mag derhalve volgens de CREG niet onmogelijk worden gemaakt omwille van een weigering van de toegangshouder om de in artikel II.3.11 beschreven bilaterale overeenkomst aan te gaan met de VSP. De CREG noteert ook dat Elia de naleving van elementen van deze contractuele bepaling niet kan controleren aangezien Elia zelf vraagt om niet te worden geïnformeerd over de implementatie ervan: “Als onderdeel van deze overeenkomst komen de Houder van een Toegangscontract en de VSP overeen om eventuele financiële en datastromen die voortvloeien uit de levering van de Dienst onderling af te stemmen, zonder Elia te informeren en zonder arbitrage door Elia.” De marktpartijen hebben hierover geen opmerkingen gegeven tijdens de openbare raadpleging en Elia heeft aangegeven dat dit tot nu toe in de praktijk geen problemen stelt. Om die reden is de CREG bereid te oordelen dat dit artikel II.3.11 de goedkeuring van het voorstel van Elia van de T&C VSP niet in de weg staat. Niettemin vraagt de CREG dat Elia deze bepaling in het eerstvolgende voorstel van de T&C VSP schrapt of minstens vervangt. De CREG vraagt bovendien aan Elia om haar, in afwachting daarvan, op de hoogte te houden in geval van meldingen aan Elia van problemen in deze context door VSPs of toegangshouders. 55. Paragraaf 102 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft de vraag van de CREG aan Elia om op te volgen of het niveau van de penaliteiten wegens niet-uitvoering van het contract, voldoende hoog is om een betrouwbare en efficiënte levering van de dienst te verzekeren. In het voorstel van Elia van de T&C VSP is de hoogte van de penaliteit beperkt tot de maandelijkse vergoeding voor de activering van de blindvermogensdiensten. Elia legt in de begeleidende nota uit geen voorstander te zijn van het verwijderen van deze beperking aangezien hierdoor partijen ontmoedigd zouden worden om zich kandidaat te stellen als leverancier van blindvermogensdiensten. Elia wijst er eveneens op dat een penaliserende bepaling in het contract niet van toepassing zou zijn op partijen die, ondanks de verplichting tot aanbieding van blindvermogensdiensten volgend uit het technisch reglement, zouden weigeren om het contract te ondertekenen. Dit laatste probleem moet derhalve buiten het contract worden aangepakt. De CREG kan zich vinden in de toelichting verstrekt door Elia om het plafond op de penaliteit te behouden. De penaliteit (of het schadebeding) legt op voorhand – en dus op forfaitaire wijze – een vergoeding vast die de VSP in geval van toerekenbare niet-nakoming van een verbintenis verschuldigd zal zijn aan Elia. De penaliteit moet derhalve een vergoedend karakter hebben. Een penaliteit voor VSP die geen VSP-contract sluiten met Elia, terwijl ze daartoe verplicht zijn, mist inderdaad zijn doel in de type-overeenkomst. Niet-vertrouwelijk 27/53 56. Paragraaf 121 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 betreft tenslotte een vraag van de CREG aan Elia ter verduidelijking van de oorsprong of motivatie van de “10h” in de formule in bijlage 7. Elia heeft in bijlage 7 een verduidelijking toegevoegd over de “10h” en hierover zijn geen opmerkingen gemaakt in de openbare raadpleging. De CREG oordeelt dat op deze manier Elia tegemoet komt aan de eerdere opmerking van de CREG vervat in paragraaf 121 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020. De CREG vraagt Elia om, samen met de analyses over activatiecontrole en penaliteiten gevraagd in paragraaf 96 van deze beslissing, te bestuderen of een dergelijk gebruik van een gemiddelde waarde in de berekening van de penaliteit nog nuttig is. Indien Elia het gebruik van een gemiddelde waarde bevestigt, kan deze in de toekomst ook veranderen . De CREG vraagt bijgevolg in dit geval aan Elia om de gemiddelde duur van handmatige activaties te blijven opvolgen en, in geval van significante verlenging of verkorting van de gemiddelde duur, een geactualiseerde waarde voor te stellen bij een volgende wijziging van de type-overeenkomst. 3.4. ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR EN ONDERZOEK NAAR HET GEVOLG DAT ELIA GEEFT AAN DE OPMERKINGEN VAN MARKTPARTIJEN 3.4.1. Modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning (“T&C VSP”) 57. Onder de hoofding “Overwegende hetgeen volgt” wordt het wettelijk kader van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van de regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning geschetst, met de relevante verwijzingen naar het federaal technisch reglement. De artikelen 1 (“Voorwerp en toepassingsgebied”), 3 (“Taal”) en 4 (“Algemene bepalingen”) zijn ongewijzigd ten opzichte van de T&C VSP goedgekeurd door de CREG voor de contractuele periode 2022. Elia voorziet in artikel 2 (“Datum van inwerkingtreding”) dat de T&C VSP in werking treden één maand na de goedkeuring door de CREG en ten vroegste op 1 januari 2023. In de loop van 2022 zal Elia een aanbestedingsprocedure lanceren voor de contracten voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en handhaving van de spanning voor de contractuele periode vanaf 1 januari 2023. Het voorstel van Elia is derhalve daarmee in lijn. Dit betekent ook dat de in uitvoering zijnde contracten voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning met een looptijd tot eind 2022 niet zullen moeten worden aangepast aan de thans voorgestelde modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de aanbieders van regeling van het reactief vermogen en van de handhaving van de spanning, eenmaal deze zijn goedgekeurd met toepassing van artikel 4 en 234 van het federaal technisch reglement. De CREG heeft hierbij geen verdere opmerkingen. 3.4.2. Bijlage: Contract voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning 58. De type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning bestaat uit een Deel I “Algemene Voorwaarden”, een Deel II “Specifieke Voorwaarden” en een aantal bijlagen. Niet-vertrouwelijk 28/53 3.4.2.1. Deel I – Algemene Voorwaarden 59. De CREG blijft hierna stilstaan bij de door Elia voorgestelde wijzigingen van de artikelen die samen Deel I “Algemene Voorwaarden” van de type-overeenkomst voor levering van de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning vormen. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen bij Deel I “Algemene Voorwaarden” tijdens de openbare raadpleging van 12 november tot 13 december 2021. Elia ontving opmerkingen van Febeg, Febeliec en het Belgian Offshore Platform (hierna “BOP”). 3.4.2.1.1. Artikel I.1. Definities 60. Artikel I.1 van de Algemene Voorwaarden bevat een reeks van definities van toepassing op de type-overeenkomst voor de dienst van regeling van het reactief vermogen en van handhaving van de spanning. Elia zet uiteen dat de volgende wijzigingen werden aangebracht ten opzichte van de T&C VSP goedgekeurd door de CREG voor de contractuele periode 2022: 61. - In de eerste paragraaf van Artikel I.1, wordt de term "verordeningen" ingevoegd tussen de woorden "netwerkcodes" en "en richtsnoeren van de EU". - In Artikel I.1 wordt aan het begin van de definities van CACM, EBGL, E&R NC en SOGL het woord "De" geschrapt. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze eerder redactionele aanpassingen. 62. Febeliec merkt op dat het woord “bijlagen” tweemaal zonder hoofdletter wordt gebruikt, terwijl het een gedefinieerde term betreft en dus een hoofdletter zou moeten worden toegepast “Bijlagen” (cfr. Art. I.3 en Art. I.4.1). Elia heeft dit aangepast aangezien dit een niet-bedoelde vergetelheid betreft van haar kant. 63. Wat betreft de definitie voor het begrip “Indirecte Schade” merkt Febeliec op dat ze het niet opportuun acht om het begrip dat men wil definiëren aan te wenden in de definitie zelf ([vrije vertaling] “Indirecte Schade”: “elke indirecte schade…”). Febeliec stelt voor om bv. volgende te schrijven “[vrije vertaling] elke gevolgschade …”. Elia benadrukt dat enkel de wijzigingen voorgesteld aan de algemene voorwaarden ter raadpleging werden voorgelegd en dat er geen wijzigingen werden voorgesteld aan de definitie van “Indirecte Schade”. Elia antwoordt dat zij heeft beslist om de huidige definitie (die ook al gevolgschade vermeldt) niet aan te passen. De CREG is van mening dat een publieke raadpleging ook moet toelaten aan marktpartijen om aan te geven op welke punten deze laatsten vinden dat de type-overeenkomst zou moeten evalueren. De opmerking van Febeliec is volgens de CREG inhoudelijk terecht: definities hanteren best niet het begrip dat men precies wil definiëren. In de Nederlandstalige versie van het voorstel van Elia is echter geen sprake in de definitie van het begrip “Indirecte Schade” van de woorden “indirecte schade” maar van “onrechtstreekse schade”. In de Franstalige versie van het voorstel van Elia worden in de definitie wel degelijk de woorden “dommage indirect” opnieuw gebruikt. Daarom vraagt de CREG aan Elia om de definitie van “Indirecte Schade” bij de eerstvolgende gelegenheid aan te passen teneinde tegemoet te komen aan deze opmerking van Febeliec en ervoor te zorgen dat de Nederlandstalige en Franstalige versies identiek zijn. Elia moet immers steeds streven Niet-vertrouwelijk 29/53 naar het verduidelijken van de definities gehanteerd in de gereguleerde contracten zodat interpretatieproblemen worden vermeden. Tot slot merkt de CREG op dat de aansprakelijkheidsregeling voor de type-overeenkomsten voor ondersteunende diensten en onder meer ook voor het type-aansluitingscontract en het typetoegangscontract het voorwerp uitmaken van een harmonisatie-oefening die is opgestart tussen Elia en de CREG. De definitie “Indirecte Schade” maakt hiervan ook deel uit. Deze vraag past overigens ook binnen de opmerkingen van de CREG in paragrafen 57 en 72 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 waarin ze ook reeds stelde dat voortdurend door Elia moet worden gestreefd naar de tekstuele verbetering van haar contracten en dergelijke aanpassingen die Elia spontaan opmerkt of die haar gesignaleerd worden door marktpartijen moeten worden meegenomen. 3.4.2.1.2. Artikel I.3 Interpretatieregels 64. In de titel van artikel I.3 wordt het woord " Bijkomende " geschrapt. In de derde paragraaf van Artikel I.3, wordt het woord “bijlagen” vervangen door “Bijlagen”. Febeliec maakte de opmerking dat de Engelstalige versie van Artikel I.3 een redactionele fout bevat: “unless the context requires otherwise” (“tenzij de context anders bepaalt”). Elia heeft dit aangepast. De CREG spreekt zich in haar beslissingen niet uit over de Engelstalige versie van het Contract, maar wel over de Nederlandstalige en Franstalige versies die ter goedkeuring worden voorgelegd en waarop voormelde wijziging geen impact heeft. 3.4.2.1.3. Artikel I.4 Inwerkingtreding van dit Contract 65. In de tweede paragraaf van Artikel I.4.1 worden de woorden "tussen de Partijen" geschrapt en wordt het woord “bijlagen” vervangen door “Bijlagen”. In de derde paragraaf van Artikel I.4.1 worden de woorden "tussen de Partijen" na “zodra dit Contract in werking is getreden” geschrapt. De marktpartijen maakten hierbij geen opmerkingen. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar. Het spreekt immers voor zich dat wanneer het Contract in werking treedt dit tussen de contractpartijen gebeurt. De precisering “tussen de Partijen” is derhalve overbodig. 3.4.2.1.4. Artikel I.6 Aansprakelijkheid 66. Artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden bevat een aansprakelijkheidsregeling tussen de partijen bij het Contract. Zo wordt een beperking voorzien van de aansprakelijkheid tot Directe Schade en tot een bepaald bedrag. Als algemeen principe wordt in artikel I.6.1. gesteld dat, onverminderd enige resultaatverbintenis waarin dit Contract voorziet (zoals de vertrouwelijkheidsen betaalverplichtingen), naargelang het geval, en onverminderd de toepassing van een door het Contract voorzien penaliteitssysteem, de levering van de Diensten door de Dienstverlener een middelenverbintenis is. 67. De CREG stelt vast dat het begrip “boetesysteem” thans vervangen werd door “penaliteitssysteem”. In het Contract wordt het toepassingsgebied van het penaliteitssysteem beschreven in artikel II.9 van de Specifieke Voorwaarden. Concreet betekent dit dat naast de mogelijkheid van een schadeclaim met toepassing van artikel I.6 van de Algemene Voorwaarden, Elia Niet-vertrouwelijk 30/53 ook toepassing kan maken van een penaliteit zoals voorzien in artikel II.9 van de Specifieke Voorwaarden. De CREG merkt op dat wanneer een penaliteit door Elia wordt toegepast en zij gelijktijdig een bijkomende schadevergoeding claimt, Elia zal moeten aantonen dat deze niet reeds gedekt is door de penaliteit omwille van het algemeen principe dat eenzelfde schade niet twee keer vergoed kan worden. 68. Febeg maakte de opmerking bij de Engelstalige versie van Artikel I.6.2 van het voorstel van Elia “Except in case of deception or deliberate fault….” (“Behoudens bedrog of opzettelijke fout”) dat de woorden “deception” (bedrog) en “deliberate fault” (opzettelijke fout) vrij ongebruikelijk zijn en stelt voor om de woorden “willful misconduct” en “fraud” te hanteren die meer standaard worden gehanteerd. Elia heeft dit aangepast, doch dit heeft geen weerslag op de Nederlandstalige en Franstalige versies van het voorstel van Elia, die ter goedkeuring voorliggen. De CREG verwijst naar wat zij in paragraaf 44 opmerkte. 69. In de eerste zin van Artikel I.6.4 worden de woorden “aan de andere Partij” thans ingevoegd na de woorden “door een Partij”. In Artikel I.6.4 wordt de laatste zin geschrapt en vervangen door de volgende zin: “Deze limiet is niet van toepassing in geval van bedrog of opzettelijke fout.”. Het BOP maakte volgende opmerkingen bij het raadplegingsdocument: - "Elke vergoeding": is er ook een plafond voor indirecte vorderingen in geval van bedrog of opzettelijke fout? - is het plafond van toepassing op de geaggregeerde aansprakelijkheid, onafhankelijk van het aantal inbreuken? - laatste zin: impliceert de schrapping dat het plafond voortaan vorderingen van derde partijen in rekening neemt gezien het plafond "elke (…) door een Partij verschuldigde vergoeding" omvat? - Voorstel: "[Vrije vertaling] Elke verschuldigde vergoeding, in voorkomend geval, door een Partij aan de andere Partij, is steeds beperkt tot maximum tweemaal de waarde van het Contract per jaar, onafhankelijk van het aantal vorderingen, waarbij het bedrag niet hoger kan zijn dan (…) per jaar en per Partij, behoudens in geval van bedrog of opzettelijke fout” (Any compensation due, as the case may be, by any Party to the other Party is in any case limited to a maximum of twice the value of the Contract per year, irrespective of the number of claim, the amount of which cannot exceed (…) per year and per Party, except in a case of deception or deliberate fault.) Elia antwoordt volgende zaken op de verschillende punten: - Het is niet mogelijk om een limiet te definiëren in geval van bedrog en opzettelijke fout onder Belgisch recht. Om die reden is dit impliciet vervat in het contract, doch aangezien het contract onderworpen is aan Belgisch recht, zal Elia dit uitdrukkelijk toevoegen. Wat betreft indirecte schade voorziet het Contract al: “Behoudens bedrog of opzettelijke fout zullen de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn tegenover de andere Partij om de andere Partij te vergoeden of schadeloos te stellen voor Indirecte Schade, ook wat claims door derde partijen betreft.” - De limiet geldt voor alle vergoedingen verschuldigd door een Partij voor een specifiek jaar onafhankelijk van het aantal vorderingen (en dus onafhankelijk van het aantal inbreuken). Niet-vertrouwelijk 31/53 - Indien de derde partij een klant is van Elia (toegangshouders of netgebruikers), zijn hun vorderingen al gedekt door de limiet in hun toegangscontract met Elia. In tweede instantie zal deze limiet inderdaad van toepassing zijn. - BOP stelt voor om de woorden “aan de andere Partij” toe te voegen. Het Contract is enkel van toepassing tussen de Partijen. Het is om die reden impliciet zo dat artikel I.6.4 betrekking heeft op de schadevergoeding verschuldigd tussen de Partijen (die een schadevergoeding kan omvatten verschuldigd aan de andere Partij ingevolge een vordering van een derde partij). Het voorstel gemaakt door BOP is derhalve overbodig, maar Elia ziet geen probleem om het toe te voegen. De CREG kan zich vinden in de voorgestelde aanpassingen. Het is duidelijk dat de limiet (of het plafond) niet geldt en kan gelden in geval van bedrieglijke of opzettelijke fout. Eveneens begrijpt de CREG dat de limiet van toepassing is op de schadevergoedingen die Partijen elkaar verschuldigd zijn onder het Contract, met inbegrip voor claims door derde partijen in verband met de Directe Schade, maar met uitsluiting van claims door derde partijen in verband met die Indirecte Schade en moet zij in die zin worden toegepast.18 Niettemin is de clausule bedoeld in artikel I.6.2 nog vatbaar voor enige redactionele verbetering op dat vlak door de woorden “ook wat claims door derde partijen betreft” in de laatste zin volledig analoog te formuleren met de woorden “met inbegrip van de claims door derde partijen voor die Directe Schade” in de voorafgaande zin. De CREG vraagt om dit mee te nemen in de herevaluatie van het aansprakelijkheidsregime bedoeld in paragraaf 63 van huidige beslissing. 3.4.2.1.5. Artikel I.7 Noodsituatie en overmacht 70. Artikel I.7 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen inzake een noodsituatie (artikel I.7.1), een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand (artikel I.7.2) en overmacht (artikel I.7.3). Artikel I.7.1. Noodsituatie. In artikel I.7.1 van de Algemene Voorwaarden, getiteld “Noodsituatie”, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, wordt gesteld dat Elia in een dergelijk geval gerechtigd en/of verplicht is om de maatregelen te nemen zoals voorzien in de toepasselijke wetgeving. Deze bepaling is een loutere herhaling van de verplichting van Elia om de wet na te leven in geval zich een noodsituatie voordoet volgens de wettelijke definitie daarvan. Verder bepaalt artikel I.7.1 dat in geval van tegenstrijdigheden met de bepalingen van dit Contract, de maatregelen als voorzien in de toepasselijke wet- en regelgeving voorrang zullen hebben op de rechten en verplichtingen van dit Contract. Er is evenwel slechts sprake van overmacht in hoofde van Elia indien de voorwaarden van artikel I.7.3 van de Algemene Voorwaarden zijn vervuld. In Artikel I.7.1 wordt thans na "zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering" de volgende voetnoot toegevoegd: "Onder meer artikel 72 van de CACM; artikel 16, lid 2 van Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit." In Artikel I.7.1 wordt aan het einde van de paragraaf bovendien de volgende zin toegevoegd: "Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke 18 Art. I.6.2: “Directe Schade De Partijen bij dit Contract zullen tegenover elkaar aansprakelijk zijn voor elke Directe Schade. De Partij die in gebreke blijft en/of in fout is, zal de andere Partij schadeloosstellen en vergoeden voor elke Directe Schade, met inbegrip van de claims door derde partijen voor die Directe Schade. Behoudens bedrog of opzettelijke fout zullen de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn tegenover de andere Partij om de andere Partij te vergoeden of schadeloos te stellen, ook wat claims door derde partijen betreft, voor Indirecte Schade." Niet-vertrouwelijk 32/53 wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie." BOP maakte de opmerking dat de toegevoegde zin een vrij brede verplichting bevat voor de medecontractanten van Elia. BOP stelde de vraag of er geen modaliteiten aan deze verplichting moeten worden gekoppeld, bv. inzake timing (maximum duurtijd tijdens dewelke de verplichtingen van de medecontractant van Elia van kracht blijven), inzake kosten (maximum kost/schade), inzake minstens de mogelijkheid om een onderbreking van de verplichtingen te vragen (en de verplichting voor Elia om tijdig en gemotiveerd te antwoorden?). Elia benadrukt in haar antwoord dat reeds limieten aan deze verplichtingen zijn voorzien: - Het is niet van toepassing indien Elia dit uitdrukkelijk anders aangeeft; - Het is niet van toepassing indien een bepaling van de toepasselijke wetgeving en regelgeving dit anders voorziet; - Verder vereist Europees recht (bedoeld in het vorige streepje) dat de Dienstverlener zijn verplichtingen verder vervult (cf. bv. EU netcodes en richtsnoeren); - Het is niet van toepassing indien de Dienstverlener te maken krijgt met een situatie van overmacht betreffende zijn verplichting. Los daarvan ziet Elia geen reden waarom de verplichtingen van de Dienstverlener onder het Contract zouden moeten worden beperkt. Het Contract blijft van toepassing (met inbegrip van zijn duurtijd en kostenregeling). De CREG kan de redenering van Elia volgen. Een contract bindt de partijen. Zij zijn gehouden hun verplichtingen uit te voeren, behoudens in gevallen van overmacht. Het is evenwel mogelijk dat Elia zich verplicht ziet om bv. het systeembeschermingsplan of het herstelplan te activeren en de maatregelen te nemen die daarin zijn voorzien. Die maatregelen, indien niet verenigbaar met dit Contract, zullen dan voorrang hebben op het Contract. Febeg stelt voor om op het einde de volgende zin toe te voegen : “voor zover deze situatie geen overmacht is voor de Dienstverlener [vrije vertaling]19”. Elia antwoordt dat de tekst voorgesteld door Elia als volgt luidt: “In een noodsituatie (zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering ) is Elia gerechtigd en/of verplicht om alle door de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen te nemen. Indien deze maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit Contract, zullen de in de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen voorrang hebben op de rechten en plichten van dit Contract. Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie”. Elia legt uit dat de onderstreepte tekst het voorstel tot toevoeging vormt, voorgelegd tijdens de publieke consultatie. Elia wenst te benadrukken dat het Contract al volgende voorziet in Art. I.7.3: “zullen de Partijen worden ontslagen van hun respectieve verplichtingen volgens dit Contract in een geval van overmacht dat de uitvoering van hun verplichtingen volgens dit Contract geheel of gedeeltelijk verhindert (…)”. 19 “as far as this situation is not a force majeure for the Service Provider”. Niet-vertrouwelijk 33/53 Elia besluit dat de opmerking van Febeg derhalve al in rekening is genomen in deze algemeen toepasselijke bepaling. De CREG volgt de redenering van Elia en heeft geen verdere opmerkingen hierbij. 71. Artikel I.7.2. Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand. Artikel I.7.2 van de Algemene Voorwaarden bevat bepalingen die analoog zijn met artikel I.7.1. Er wordt bepaald dat wanneer het systeem in een alarm-, nood-, black-out- of hersteltoestand is, zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving, Elia dan gerechtigd en/of verplicht is om de wettelijk voorziene maatregelen te nemen en dat wanneer die maatregelen niet verenigbaar zijn met de contracten, de noodmaatregelen dan voorrang hebben op de contracten. Artikel I.7.2 geeft niet het recht om andere maatregelen te nemen uit hoofde van een alarm-, nood-, black-out en hersteltoestand, dan deze voorzien in de wet. In Artikel I.7.2 wordt de voetnoot na "zoals gedefinieerd in de toepasselijke wetgeving en reglementering " vervangen door de volgende voetnoot: "Met inbegrip van artikel 3 van de SOGL.” In Artikel I.7.2 wordt aan het einde van de paragraaf de volgende zin toegevoegd: "Tenzij uitdrukkelijke andersluidende mededeling van Elia en/of tenzij anders bepaald in de toepasselijke wetgeving en reglementering, zal de Dienstverlener verder zijn verplichtingen van dit Contract naleven tijdens deze situatie." De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpassingen die strekken tot het verduidelijken van deze bepaling, in het bijzonder wat betreft de gevolgen van een alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand op de verplichtingen van de Dienstverlener onder het Contract. 72. Artikel I.7.3. Overmacht. In Artikel I.7.3 worden de volgende wijzigingen aangebracht aldus Elia: - In de vierde paragraaf wordt het woord " paragraaf " vervangen door "lid"; - In het derde opsommingsteken van de vierde paragraaf worden na "delen van het net" de woorden "(met inbegrip van gesloten distributienetten)" ingevoegd; - In de vierde paragraaf is een vijfde opsommingsteken toegevoegd dat als volgt luidt "de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid voor een gesloten distributienet om elektriciteit uit te wisselen als gevolg van storingen binnen het gesloten distributienet die worden veroorzaakt door gebeurtenissen op het Elia-net die niet zijn toe te schrijven aan de beheerder van het gesloten distributienet en die leiden tot storingen op het gesloten distributienet die de beheerder van het gesloten distributienet redelijkerwijs niet kon worden geacht te voorkomen of te behandelen;"; - In het zesde opsommingsteken van de vierde paragraaf worden na "de uitbating van het net" de woorden "(met inbegrip van gesloten distributienetten)" ingevoegd; - In de vijfde paragraaf worden de woorden " telefonisch of via e-mail" vervangen door "schriftelijk (per brief of per email)"; - In de zesde paragraaf worden de woorden "het transmissienet" geschrapt. Deze aanpassingen vormen deels verduidelijkingen van de tekst, deels aanpassingen om deze clausule evenwichtiger te maken door meer rekening te houden met situaties die zich kunnen voordoen binnen gesloten distributienetten en zodoende niet uitsluitend binnen het transmissienet. Deze aanpassingen komen zodoende ook tegemoet aan de vraag van de CREG aan Elia in paragraaf 55 van haar beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 tot aanpassing van de lijst van situaties die overmacht kunnen uitmaken om rekening te houden met een opmerking van Febeliec dat de lijst van situaties vermeld in artikel I.7.3 hoofdzakelijk zijn geschreven vanuit Elia’s perspectief en het vierde item uit de lijst bv. wederzijds moet worden gemaakt, aangezien een dergelijke belangrijke situatie ook kan Niet-vertrouwelijk 34/53 voorkomen binnen het netwerk van een CDS-beheerder (wat zeker relevant zou zijn in de context van bv. de MVAr-dienst). De CREG kan derhalve akkoord gaan met de voorgestelde aanpassingen. 3.4.2.1.6. Artikel I.10 Herziening 73. Artikel I.10 van de Algemene Voorwaarden is onderverdeeld in een titel I.10.1 “Wijzigingen van de hoofdtekst van dit Contract (Algemene en Specifieke Voorwaarden) en algemeen toepasselijke Bijlagen” en een titel I.10.2 “Wijzigingen van Partij-specifieke Bijlagen”. 74. Artikel I.10.1 bevat bepalingen inzake de beëindiging van het contract in geval van wijzigingen ervan met beduidende impact op het contractueel evenwicht. In Artikel I.10.1 wordt aan het einde van de laatste paragraaf, luidende als volgt: “Indien de Dienstverlener het niet eens is met de wijzigingen die van toepassing zijn op het lopende Contract, kan hij, onverminderd de bevoegdheden van de bevoegde overheden, en onverminderd de toepasselijke wetgeving en reglementering, het Contract beëindigen” thans de volgende zinsnede toegevoegd: ", behalve indien de Dienstverlener de netgebruiker is op wie een verplichting rust om de levering van de Dienst te verzekeren overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en reglementering, onverminderd het recht van de netgebruiker om een derde partij als Dienstverlener aan te wijzen". In Artikel I.10.2 wordt het woord "partij" waar relevant vervangen door "Partij". De CREG gaat akkoord met de voorgestelde aanpassingen in de Artikelen I.10.1 en I.10.2 van de Algemene Voorwaarden. De aanpassing van Artikel I.10.1 strekt ertoe rekening te houden met het in voorkomend geval verplicht karakter van de dienst voor bepaalde categorieën van netgebruikers zoals in artikel 234 van het federaal technisch reglement het geval is voor de MVar-dienst. Met deze aanpassingen komt Elia tegemoet aan de in paragraaf 47 van beslissing (B)2080 van 28 mei 2020 gemaakte opmerking van de CREG nl. dat de uitstapmogelijkheid in artikel I.10.1 van de typeovereenkomst voor de MVAr-dienst volgens haar niet gerechtvaardigd is in geval van een op verzoek van Elia wettelijk verplicht te verstrekken dienst, zoals voor bepaalde installaties het geval is in het kader van artikel 234 van het federaal technisch reglement. De CREG vroeg aan Elia om dit aan te passen. 3.4.2.1.7. Artikel I.11 Voortijdige ontbinding in geval van ernstige fout 75. Artikel I.11 van de Algemene Voorwaarden voorziet de mogelijkheid om het contract eenzijdig op te schorten of te beëindigen, zonder gerechtelijke tussenkomst, indien een Partij een ernstige fout beging en na een procedure van ingebrekestelling. In Artikel I.11 wordt de laatste zin luidende als volgt: “Het Contract zal worden opgeschort of beëindigd onder voorbehoud van alle rechtsmiddelen waarover de Partij die niet in gebreke blijft beschikt ten opzichte van de in gebreke blijvende Partij, inclusief een vordering tot schadevergoeding” thans vervangen als volgt: Niet-vertrouwelijk 35/53 "Het Contract zal worden opgeschort of beëindigd onverminderd alle rechtsmiddelen waarover de getroffen Partij beschikt ten opzichte van de in gebreke blijvende Partij, inclusief een vordering tot schadevergoeding." Deze vervanging houdt geen inhoudelijke aanpassing in, enkel een redactionele verbetering van de tekst. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 3.4.2.1.8. 76. Artikel I.12 Diverse bepalingen In Artikel I.12.4 wordt de eerste zin luidende als volgt: “De in het Contract gespecificeerde rechten en plichten kunnen in geen geval worden overdragen, geheel of gedeeltelijk, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partij (met uitzondering van overdrachten aan met Elia verbonden ondernemingen in de betekenis van artikel 1:20 van het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvoor geen toestemming vereist is)” thans vervangen als volgt: "De in het Contract gespecifieerde rechten en plichten kunnen in geen geval, geheel of gedeeltelijk, worden overgedragen zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partij (met uitzondering van overdrachten aan met Elia verbonden ondernemingen in de zin van artikel 1:20 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, waarvoor geen toestemming vereist is.” Deze vervanging houdt geen inhoudelijke aanpassing in; de woorden “geheel of gedeeltelijk” worden verplaatst in de zin zonder impact op de betekenis van deze bepaling. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar. 3.4.2.1.9. 77. Artikel I.14 Bescherming van persoonsgegevens Een nieuw Artikel I.14 wordt opgenomen, dat luidt als volgt "Bescherming van persoonsgegevens In het kader van dit Contract verwerken beide Partijen persoonsgegevens in overeenstemming met de wetgeving inzake gegevensbescherming. Elia en de Dienstverlener treden op als afzonderlijke verantwoordelijken voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij verwerken in het kader van de Diensten, behoudens gevallen waarin feitelijke analyse zou wijzen op een andere relatie. Vooraleer over te gaan tot enige verwerking van persoonsgegevens tussen de Partijen, zullen zij overleg voeren over de toepasselijkheid, gevolgen en implementatie van de daarop van toepassing zijnde wetgeving en reglementering en de mogelijkheid tot verwerking. Partijen garanderen dat zij alle persoonsgegevens als strikt confidentieel zullen behandelen en dat zij alle werknemers en/of aangestelden die betrokken zijn bij de verwerking van deze gegevens zullen informeren inzake het vertrouwelijk karakter van deze gegevens en de daarmee verband houdende beveiligingsprocedures. Partijen zorgen ervoor dat hun werknemers en/of aangestelden alleen toegang hebben tot persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is om hun respectieve taken naar behoren uit te voeren." BOP stelt de vraag of dit artikel geverifieerd werd met een expert in de wetgeving rond de bescherming van persoonsgegevens, wat Elia bevestigt. Niet-vertrouwelijk 36/53 Het is vanzelfsprekend zo dat de Partijen de wetgeving in verband met de bescherming van persoonsgegevens moeten naleven. De CREG heeft dan ook geen bezwaar bij dit artikel dat daarvan de bevestiging inhoudt. 3.4.2.1.10. Overige artikelen 78. Bij de overige bepalingen van deel I “Algemene Voorwaarden”, die niet door Elia worden gewijzigd, worden geen opmerkingen gemaakt door de marktpartijen, met uitzondering van de opmerking van Febeliec bij de definitie van “Indirecte Schade” die volgens de CREG inderdaad voor verbetering vatbaar is door de termen “onrechtstreekse schade” in de definitie van dit begrip hetzij te sch