← België

Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet, ing

(B)2384 22 augustus 2022 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet, ingediend op 30 september 2021 Artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikelen 4, §§1, 2 en 4, en 316, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. 2. 3. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. Voorafgaand ............................................................................................................................ 4 1.2. Federaal wettelijk kader .......................................................................................................... 5 1.3. Relevante Europeesrechtelijke bepalingen ............................................................................. 8 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 13 2.1. Algemeen............................................................................................................................... 13 2.2. Raadpleging ........................................................................................................................... 13 BEOORDELING ............................................................................................................................... 18 3.1. Goedkeuringscriteria ............................................................................................................. 18 3.2. Algemene opmerkingen ........................................................................................................ 25 3.2.1. De CREG analyseert het voorstel van type-SOK in het licht van de relevante Europese en federale energiewetgeving, niet van de regionale energiewetgeving .......................................... 25 3.2.2. De type-SOK moet de volledige overeenkomst inhouden wat betreft de samenwerking tussen Elia en de DNBs .................................................................................................................. 25 3.2.3. Bilaterale bijkomende overeenkomsten of afwijkingen van de type-SOK kunnen slechts in bepaalde specifieke gevallen..................................................................................................... 26 3.3. Artikelsgewijze bespreking van het voorstel van Elia van 30 september 2021 .................... 31 3.3.1. Hoofdtekst van de type-SOK (“basiscontract”) ............................................................. 31 3.3.2. Bijlage 1: Inventaris van de Bijlagen .............................................................................. 45 3.3.3. Bijlage 2: Contactgegevens............................................................................................ 45 3.3.4. Bijlage 3: Lijst van de Koppelpunten en energie-uitwisselingen tussen DNB’s ............. 45 3.3.5. Bijlage 4: Inventarisverslagen ........................................................................................ 46 3.3.6. Bijlage 5: Tarieven ......................................................................................................... 46 3.3.7. Bijlage 6: Volumes met betrekking tot facturatie en marktprocessen ......................... 46 3.3.8. Bijlage 7: Planning van de netten .................................................................................. 54 3.3.9. Bijlage 8: Afbakening van eigendommen en activiteitsperimeters............................... 58 3.3.10. Bijlage 9: Uitvoering en coördinatie van werken .......................................................... 60 3.3.11. Bijlage 10: Regels inzake het welzijn van de werknemers ............................................ 61 3.3.12. Bijlage 11: Onderhoud en Exploitatie ............................................................................ 61 3.3.13. “PQ”) Bijlage 12: Opvolging van de continuïteit en de kwaliteit van de voeding (Power Quality 70 3.3.14. Bijlage 13: Het systeembeschermingsplan, de procedure bij schaarste, het herstelplan en het testplan .............................................................................................................................. 74 3.3.15. 4. Bijlage 14: Definities ...................................................................................................... 75 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 76 Niet-vertrouwelijke versie 2/81 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 78 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 79 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 80 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 81 Niet-vertrouwelijke versie 3/81 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de artikelen 4, §§1, 2 en 4, en 316 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet. Deze aanvraag werd door Synergrid, mede namens de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia), op 30 september 2021 bij de CREG ter goedkeuring ingediend. Synergrid heeft, mede in opdracht van Elia, voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van typesamenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet informeel overleg gepleegd met de CREG en de regionale regulatoren en een openbare raadpleging gehouden van 18 juni 2021 tot 16 augustus 2021. Het antwoord dat Synergrid tijdens de voornoemde raadpleging ontving en het verslag (in het Engels) waarin door Synergrid geantwoord wordt op de opmerkingen van een marktpartij worden aan het aanvraagdossier toegevoegd. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel van typesamenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet (de vertrouwelijke versies ingediend in het Nederlands en het Frans), ingediend op 30 september 2021, genomen tijdens zijn vergadering van 22 augustus 2022. 1. WETTELIJK KADER 1.1. VOORAFGAAND 1. In deze beslissing zullen de termen “transmissienetbeheerder”, “transmissiesysteembeheerder”, “TSB” door elkaar worden gebruikt. Dit is tevens het geval voor de termen “publieke distributienetbeheerder”, “distributienetbeheerder”, “distributiesysteembeheerder” en “DSB”. De reden is dat, hoewel telkens hetzelfde wordt bedoeld, de terminologie verschilt naargelang het de Europeesrechtelijke wetgeving, de elektriciteitswet (de wet bedoeld in paragraaf 3 van deze beslissing) of het federaal technisch reglement (het reglement bedoeld in paragraaf 4 van deze beslissing) betreft. 2. De type-samenwerkingsovereenkomst tussen de transmissienetbeheerder en de beheerders van een publiek distributienet wordt in de hiernavolgende bespreking ook aangeduid als de “typeSOK” of “de type-samenwerkingsovereenkomst” of nog “de type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet”. Niet-vertrouwelijke versie 4/81 1.2. FEDERAAL WETTELIJK KADER 3. De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) bevat vooralsnog geen bepalingen inzake de samenwerking tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerders. 4. De samenwerking tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerders wordt daarentegen wel geregeld in het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement). Artikel 316 van het federaal technisch reglement bepaalt dat de transmissienetbeheerder overleg dient te plegen met de beheerders van een publiek distributienet om een type-samenwerkingsovereenkomst op te stellen. Die type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de beheerders van een publiek distributienet dient met toepassing van de artikelen 316 en 317 van het federaal technisch reglement een aantal zaken te bevatten: “Art. 316. De transmissienetbeheerder pleegt overleg met de beheerders van een publiek distributienet om een type-samenwerkingsovereenkomst op te stellen die onder meer de rechten, verplichtingen, verantwoordelijkheden, evenals de procedures en praktische modaliteiten bepaalt betreffende: 1° de noodzakelijke samenwerking bij de uitvoering van hun taken tot dewelke ze wettelijk of contractueel ten opzichte van de evenwichtsverantwoordelijken, de toegangshouders en elke andere betrokken marktspeler gehouden zijn; 2° alle aspecten van de voorwaarden en modaliteiten van de evenwichtsverantwoordelijke en andere marktactoren bedoeld in de Europese richtsnoeren EBGL, die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen doen ontstaan voor de transmissienetbeheerder of voor de betrokken beheerders van het publiek distributienet; 3° alle aspecten die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de betrokken netten of ook voor de veiligheid van goederen en personen, evenals de toegang en aansluiting van de publieke distributienetten op het transmissienet, en in het bijzonder voor wat betreft:

  1. a)de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van hun respectieve netten;
  2. b)het technische beheer van de elektriciteitsstromen ter hoogte van de het verbindingspunt van hun respectieve netten;
  3. c)de lijst van de gegevens en informatie die zullen worden uitgewisseld, onder meer in toepassing van artikel 317 en andere informatie overeengekomen of bedoeld in de netwerkcodes en de Europese richtsnoeren, de praktische modaliteiten voor uitwisseling (formaat, protocol, frequenties van beschikbaarstelling...), evenals de vertrouwelijkheidsplichten betreffende die gegevens en informatie;
  4. d)de lijst van de verbindingspunten van de publieke distributienetten op het transmissienet en het vermogen dat de transmissienetbeheerder ter beschikking stelt aan de beheerder van het betrokken publiek distributienet overeenkomstig artikel 318;
  5. e)de toepasselijke modaliteiten van de systeembeschermings- en herstelplannen.
  6. f)de elektriciteitsproductie-eenheden, de power park modules of het asynchroon opslagpark geïnstalleerd in de publieke distributienetten;
  7. g)alle aspecten verbonden aan de bescherming van netten (technische eisen, in te stellen regelparameters, coördinatie van protectieplannen,...), in overeenstemming met de bijlage 1, 1A en 1B en de bijlage 2, 2A en 2B. Niet-vertrouwelijke versie 5/81 4° alle aspecten die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de betrokken netten of ook op de veiligheid van goederen en personen, met inbegrip van de aspecten betreffende de aansluiting en de toegang van de installaties van de netgebruikers tot de publieke distributienetten, en in het bijzonder voor wat betreft:
  8. a)de plichten van de evenwichtsverantwoordelijken voor het evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit in de Belgische regelzone en de ondersteunende diensten die de netbeheerder contractueel aangaat om het evenwicht van het systeem in stand te houden en te herstellen;
  9. b)de coördinatie van de aansluiting en/of inschakeling van de elektriciteitsproductieeenheden aangesloten op hun respectievelijke netten;
  10. c)de coördinatie van de inschakeling van de verbruikseenheden aangesloten op hun respectieve netten en die vraagsturingsdiensten leveren aan de relevante netbeheerders en/of de transmissienetbeheerder in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder;
  11. d)de toegang en de aansluiting van de netgebruikers op hun respectieve netten, met inbegrip van flexibele toegang. De type-samenwerkingsovereenkomst wordt overeenkomstig artikel 4 door de door de bevoegde regulatoren goedgekeurd. Art. 317. Onverminderd artikel 313, stelt de transmissienetbeheerder de lijst op van de gegevens en informatie die hem ter beschikking moeten worden gesteld door de beheerders van publieke distributienetten, met inbegrip van diegene die voortvloeien uit artikel 21 van de Europese netwerkcode DCC, en die onontbeerlijk zijn om de taken voorzien in artikel 8 van de wet van 29 april 1999 te verzekeren. Hij overlegt met de beheerders van deze netten om in de samenwerkingsovereenkomst de uitwisselingsmodaliteiten van de gegevens en informatie overeen te komen.” 5. De (type-)samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet moet daarnaast nog een reeks andere zaken bevatten met toepassing van de artikelen 36, §2, 318, 319, §2, 320, 322, 323, 324, 327, 330, 332, 333, 334, 335, 337 en 338 van het federaal technisch reglement. Het betreft meer bepaald: - De fysieke plaats en het spanningsniveau van het aansluitingspunt van de publieke distributienetten op het transmissienet (artikel 36, §2). - De modaliteiten van de bestelling, de monitoring en het onderhoud van de aansluitingsinstallaties op het transmissienet (artikel 318). - De lijst van verbindingspunten op het transmissienet (artikel 318). - De praktische modaliteiten voor het bepalen van het globaal techno-economisch optimum betreffende mogelijke oplossingen voor de aansluiting en de versterking van het transmissienet teneinde aan de aanvragen door de beheerders van een publiek distributienet te beantwoorden (artikel 319, §2). - Het vermogen dat de transmissienetbeheerder ter beschikking stelt aan de betrokken beheerder van een publiek distributienet van elk verbindingspunt tussen hun respectieve netten en, in voorkomend geval, de evolutie van dat vermogen (artikel 320). - De modaliteiten en voorwaarden voor het leveren door de transmissienetbeheerder aan de beheerder van het publieke distributienet van een spanning op het verbindingspunt waarmee die beheerder kan voldoen aan de kwaliteitsnorm EN 50160 (artikel 322). Niet-vertrouwelijke versie 6/81 - In voorkomend geval, de aanvullende algemene en bijzondere technische vereisten overeengekomen in toepassing van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren (artikel 323, §1, 2°). - De modaliteiten voor de gezamenlijke uitoefening van de conformiteitscontrole bepaald in artikel 35 van de Europese netwerkcode DCC (artikel 323, §2). - De minimale actieve uitwisselingscapaciteit beschikbaar op het verbindingspunt en het beschikbaar gesteld vermogen (artikel 324, eerste lid). - De referentiescenario’s bedoeld in artikel 324, tweede lid. - De praktische modaliteiten voor implementering van het globaal technisch optimum bedoeld in artikel 324, vierde lid. - De modaliteiten en regeling voor de automatische ontkoppeling van een installatie bedoeld in artikel 35, §3, eerste lid, 2° en 3° (artikel 327 en artikel 330). - De voorwaarden waaronder een publiek distributienet aangesloten op het transmissienet opnieuw op het transmissienet mag inschakelen na een afsluiting en de voorwaarden waaronder de systemen voor automatische herinschakeling kunnen worden toegestaan (artikel 332). - Eventueel de bepalingen omtrent de afsluiting op afstand van de installaties bedoeld in artikel 35, §3, eerste lid, 2° (artikel 332). - De modaliteiten voor de wisselwerking tussen de verschillende ondersteunende diensten en specifiek voor wat betreft de beschermingsscenario’s en scenario’s van onderbreking van de bevoorrading (artikel 333). - De modaliteiten en de planning van de werken en het onderhoud van hun respectieve netten om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van hun netten te blijven waarborgen (artikel 334). - Indien wenselijk, de specifieke modaliteiten om elektriciteitsproductie-eenheden verbonden met de publieke distributienetten in te schakelen (artikel 335). - De bepalingen en de uitwisselingsmodaliteiten van metingen en meteropnames (artikel 337). - De praktische modaliteiten voor de installatie van bidirectionele meetuitrustingen en kwaliteitsopname-uitrustingen (artikel 338). 6. Artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet belast de CREG met het volgende. Ze ”controleert de toepassing van het technisch reglement, keurt de documenten goed die door dit reglement worden beoogd met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet evenals de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de regelzone en evalueert de prestaties uit het verleden van de regels van het technisch reglement die de veiligheid en de betrouwbaarheid van het transmissienet regelen”. Niet-vertrouwelijke versie 7/81 Met toepassing van artikel 4, §1, 9°, van het federaal technisch reglement wordt de type“overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet” [lees: de samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet1] aan de goedkeuring van de CREG onderworpen volgens de procedure van paragraaf 2. Met toepassing van artikel 4, §1, 10°, van het federaal technisch reglement wordt het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL2, aan de goedkeuring van de CREG onderworpen volgens de procedure van paragraaf 2. Met toepassing van artikel 4, §2, van het federaal technisch reglement geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 4, §4, van het federaal technisch reglement verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. 7. De CREG wil in dit kader volledigheidshalve nog wijzen op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 waarbij België o.m. veroordeeld werd tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,
  12. a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. Dit brengt met zich mee dat een belangrijk aantal materies die op heden met toepassing van artikel 11 van de elektriciteitswet geregeld worden in het federaal technisch reglement, waaronder de goedkeuring of vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het net tot de exclusieve bevoegdheden van de CREG behoren. De elektriciteitswet werd in dit kader aangepast door middel van de wet van 21 juli 2021 en deze geeft onder meer de bevoegdheid aan de CREG, per 1 september 2022, om een gedragscode vast te stellen waarin onder meer de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het transmissienet zijn opgenomen. De procedures tot aanpassing van het federaal technisch reglement door de Koning en tot vaststelling van de gedragscode door de CREG zijn lopende op datum van deze beslissing. 1.3. RELEVANTE EUROPEESRECHTELIJKE BEPALINGEN 8. De type-samenwerkingsovereenkomst strekt ertoe de wettelijke verplichtingen van partijen te implementeren. Deze vloeien lang niet alleen voort uit federale en regionale wetgeving, maar ook uit Europeesrechtelijke bepalingen. Zonder daartoe beperkt te zijn, wenst de CREG in dit verband in het bijzonder melding te maken van de verplichtingen van de transmissienetbeheerder onder de Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna: Verordening (EU) 2019/943), de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: Richtlijn (EU) 2019/944), de Verordening (EU) 2017/2195 van de Europese Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: EBGL), de Verordening (EU) 2017/1485 van de Europese Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen (hierna: SOGL) en de Verordening (EU) 1 De Nederlandstalige versie van artikel 4, §1, 9°, houdt een ongelukkige vertaling in van de Franstalige versie “convention de collaboration avec les gestionnaires de réseau public de distribution”. 2 Verordening (EU) 2017/1485 van de Europese Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen. Niet-vertrouwelijke versie 8/81 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers (hierna: DCC). 9. Wat hierna volgt, is geen exhaustieve opsomming van de relevante bepalingen uit de voornoemde Europese wetgeving, maar een weergave van een aantal belangrijke bepalingen met betrekking tot de samenwerkingsplicht tussen transmissienetbeheerder en 3 distributiesysteembeheerders . 10. Richtlijn (EU) 2019/944 rekent de samenwerking met distributiesysteembeheerders tot de wettelijke taken van transmissiesysteembeheerders. Zo bepaalt artikel 40.1(a): “Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden:
  13. a)ervoor zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en zorgen voor het beheer, het onderhoud en de ontwikkeling van veilige, betrouwbare en efficiënte transmissiesystemen, met inachtneming van het milieu, in nauwe samenwerking met aangrenzende transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders;” 11. Artikel 57 van de Verordening (EU) 2019/943 bepaalt het volgende in verband met de samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders: “1. De transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders werken met elkaar samen bij de planning en het beheer van hun netten. In het bijzonder wisselen de transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders alle noodzakelijke informatie en gegevens uit met betrekking tot de prestaties van activa voor elektriciteitsproductie en vraagrespons, het dagelijkse beheer van hun netten en de langetermijnplanning van investeringen in de netten, teneinde te waarborgen dat hun netten kostenefficiënt, veilig en betrouwbaar worden ontwikkeld en beheerd. 2. De transmissie systeembeheerders en distributiesysteembeheerders werken met elkaar samen teneinde gecoördineerde toegang tot hulpbronnen zoals verspreide productie, energieopslag of vraagrespons tot stand te brengen waarmee aan specifieke behoeften van zowel het transmissiesysteem als het distributiesysteem tegemoet kan worden gekomen.” 12. De SOGL bevat in Deel IV, Titel 10, getiteld “Samenwerking met DSB’s” een aantal bepalingen die specifiek betrekking hebben op de relatie tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerders: “Artikel 182 Op het DSB-net aangesloten reserveleverende groepen of eenheden 1. De TSB's en de DSB's werken samen om de levering van reserves werkzaam vermogen door reserveleverende groepen of reserveleverende eenheden in de distributiesystemen te vergemakkelijken en mogelijk te maken. 2. Voor de doeleinden van de prekwalificatieprocessen voor FCR in artikel 155, FRR in artikel 159 en RR in artikel 162, ontwikkelt en specificeert elke TSB, in een overeenkomst met zijn reserveconnecterende DSB's en intermediaire DSB's, de voorwaarden van de uitwisseling van de informatie die nodig is voor deze prekwalificatieprocessen voor reserveleverende eenheden of groepen in de distributiesystemen en voor de levering van reserves werkzaam vermogen. In de prekwalificatieprocessen voor FCR in artikel 155, FRR in artikel 159 en RR in artikel 162 is de door de potentiële reserveleverende eenheden of groepen te verstrekken informatie gespecificeerd, die het volgende omvat: 3 De hiernavolgende wettelijke bepalingen die worden weergegeven, bevatten hier en daar acroniemen (bv. BSP’s, BRP’s, SNG’s, …) die in de betrokken wetteksten worden gedefinieerd. Voor een goed begrip van deze wettelijke bepalingen, moeten zij derhalve worden samen gelezen met de in de betrokken wetteksten gedefinieerde begrippen. Niet-vertrouwelijke versie 9/81
  14. a)spanningsniveaus en aansluitpunten van de reserveleverende eenheden of groepen;
  15. b)het type reserves werkzaam vermogen;
  16. c)de maximale reservecapaciteit die door de reserveleverende eenheden of groepen op elk aansluitpunt wordt geleverd, en
  17. d)de maximale veranderingssnelheid van werkzaam vermogen voor de reserveleverende eenheden of groepen. 3. Het prekwalificatieproces steunt op het overeengekomen tijdschema en voorschriften met betrekking tot informatie-uitwisselingen en de levering van reserves werkzaam vermogen tussen de TSB, de reserveconnecterende DSB en de intermediaire DSB. Het prekwalificatieproces heeft een minimumduur van drie maanden vanaf de indiening van een complete formele aanvraag door de reserveleverende eenheid of groep. 4. Tijdens de prekwalificatie van de op zijn distributiesysteem aangesloten reserveleverende eenheid of groep heeft elke reserveconnecterende DSB en elke intermediaire DSB het recht om, in samenwerking met de TSB, limieten vast te stellen wat betreft de levering van reserves werkzaam vermogen in zijn distributiesysteem of om de levering van reserves werkzaam vermogen in zijn distributiesysteem uit te sluiten op basis van technische redenen, zoals de geografische locatie van de reserveleverende eenheden en reserveleverende groepen. 5. Elke reserveconnecterende DSB en elke intermediaire DSB heeft het recht om, in samenwerking met de TSB, voorafgaand aan de activering van reserves tijdelijke limieten vast te stellen met betrekking tot de levering van reserves werkzaam vermogen die zich in zijn distributiesysteem bevinden. De respectieve TSB's komen met hun reserveconnecterende DSB's en intermediaire DSB's de toepasselijke procedures overeen.” 13. De SOGL bevat in Deel 2, Titel 2, “Gegevensuitwisseling”, eveneens bepalingen inzake gegevensuitwisseling tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerder: “Artikel 40 Organisatie, rollen, verantwoordelijkheden en kwaliteit van de gegevensuitwisseling 1. De uitwisseling en verstrekking van gegevens en informatie overeenkomstig deze titel geeft voor zover mogelijk de feitelijke en voorziene situatie van het transmissiesysteem weer. 2. Elke TSB is verantwoordelijk voor het verstrekken en gebruiken van hoogwaardige gegevens en informatie. 3. Elke TSB verzamelt de volgende informatie over zijn observatiezone en wisselt deze informatie uit met alle andere TSB's voor zover dat nodig is om de operationele veiligheid overeenkomstig artikel 72 te kunnen analyseren:
  18. a)productie;
  19. b)verbruik;
  20. c)programma's;
  21. d)balansposities;
  22. e)geplande niet-beschikbaarheden en topologieën van onderstations, en
  23. f)prognoses. 4. Elke TSB geeft de informatie in lid 3 weer als injecties en opnamen bij elk knooppunt van zijn individuele netwerkmodel zoals bedoeld in artikel 64. Niet-vertrouwelijke versie 10/81 5. In samenspraak met de DSB's en SNG's bepaalt elke TSB de toepasselijkheid en reikwijdte van de gegevensuitwisseling op basis van de volgende categorieën:
  24. a)structurele gegevens overeenkomstig artikel 48;
  25. b)programmerings- en prognosegegevens overeenkomstig artikel 49;
  26. c)realtimegegevens overeenkomstig de artikelen 44, 47 en 50, en
  27. d)bepalingen overeenkomstig de artikelen 51, 52 en 53. 6. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening komen alle TSB's tot overeenstemming over belangrijke organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot gegevensuitwisseling. Deze organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden worden vastgesteld met inachtneming van de operationele voorwaarden van de methodologie voor productie- en belastinggegevens zoals ontwikkeld overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2015/1222 en vullen deze zo nodig aan. Zij zijn van toepassing op alle bepalingen betreffende gegevensuitwisseling in deze titel en omvatten organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de volgende elementen:
  28. a)de verplichting van TSB's om alle buur-TSB's onverwijld in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de productie-instellingen, thermische grenzen en technische capaciteiten bij de interconnectoren tussen hun regelzones;
  29. b)de verplichting van de rechtstreeks aan het transmissiesysteem gekoppelde DSB's om de TSB's waarmee zij zijn verbonden binnen de overeengekomen tijdsspanne in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
  30. c)de verplichting van de aangrenzende DSB's en/of tussen de downstream-DSB's en upstream-DSB's om elkaar binnen een overeengekomen tijdsbestek in kennis te stellen van eventuele wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
  31. d)de verplichting van SNG's om hun TSB of DSB binnen een overeengekomen tijdsbestek in kennis te stellen van eventuele relevante wijzigingen in de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel;
  32. e)de gedetailleerde inhoud van de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel, met inbegrip van de belangrijkste beginselen, het type gegevens, de communicatiemiddelen, het toe te passen formaat en de toe te passen normen, de timing en de verantwoordelijkheden;
  33. f)het tijdstempel en de leveringsfrequentie van de door DSB's en SNG's te verstrekken gegevens en informatie die door TSB's in de verschillende tijdsbestekken worden gebruikt. De frequentie van de informatie-uitwisseling wat betreft realtimegegevens, geplande gegevens en de update van structurele gegevens wordt vastgelegd, en
  34. g)het formaat waarin de gegevens en informatie overeenkomstig deze titel gerapporteerd worden. De organisatorische vereisten, taken en verantwoordelijkheden worden bekendgemaakt door het ENTSB voor elektriciteit. 7. Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening komt elke TSB tot overeenstemming met de relevante DSB's betreffende doeltreffende, efficiënte en evenredige processen voor het beheer van de onderlinge gegevensuitwisseling, met inbegrip van de verstrekking van gegevens betreffende distributiesystemen en SNG's voor zover nodig voor een efficiënt netwerkbeheer. Onverminderd de bepalingen van lid 6, onder g), komt elke TSB met de relevante DSB tot overeenstemming betreffende het formaat waarin de gegevensuitwisseling plaatsvindt. 8. Transmissiegekoppelde SNG's hebben toegang tot de gegevens die verband houden met hun netinstallaties die op dat aansluitpunt in gebruik zijn genomen. Niet-vertrouwelijke versie 11/81 9. Elke TSB komt met de transmissiegekoppelde DSB tot overeenstemming betreffende de reikwijdte van de aanvullende informatie die tussen hen moet worden uitgewisseld over netinstallaties die in gebruik zijn genomen. 10. DSB's met een aansluitpunt op een transmissiesysteem hebben het recht de relevante structurele, geplande en realtime-informatie te ontvangen van de desbetreffende TSB's en de relevante structurele, geplande en realtime-informatie bij de buur-DSB's te verzamelen. Buur-DSB's bepalen in onderling overleg de reikwijdte van de uit te wisselen informatie.” Met toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement beschikt de CREG eveneens over een goedkeuringsbevoegdheid wat betreft het akkoord bedoeld in artikel 40.7 van SOGL, naast de goedkeuring van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen de transmissienetbeheerder en de beheerders van een publiek distributienet. 14. De EBGL definieert onder meer de verantwoordelijkheden van de transmissienetbeheerders inzake de elektriciteitsbalanceringmarkt en hun samenwerking vanuit dit oogpunt met de distributienetbeheerders: “Artikel 14 Rol van de TSB's 1. Elke TSB is verantwoordelijk voor het aankopen van balanceringsdiensten bij BSP's, om de operationele veiligheid te garanderen. 2. Elke TSB past een self-dispatchingmodel toe voor het bepalen van productieprogramma's en verbruiksprogramma's. TSB's die een centraal dispatchingmodel toepassen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze verordening stellen de relevante regulerende instantie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG als zij een centraal dispatchingmodel voor het bepalen van productieprogramma's en verbruiksprogramma's willen blijven toepassen. De relevante regulerende instantie gaat na of de taken en verantwoordelijkheden van de TSB in overeenstemming zijn met de definitie van artikel 2, punt 18. Artikel 15 Samenwerking met DSB's 1. DSB's, TSB's, BSP's en BRP's werken samen om te zorgen voor efficiënte en effectieve balancering. 2. Elke DSB verstrekt tijdig alle nodige informatie om onbalansen te verrekenen aan de connecterende TSB, overeenkomstig de in artikel 18 vastgestelde voorwaarden voor balancering. 3. Elke TSB kan samen met de reserveconnecterende DSB in de regelzone van de TSB een methodologie opstellen voor de toewijzing van kosten die voortvloeien uit acties van de DSB's overeenkomstig leden 4 en 5 van artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485. De methodologie moet zorgen voor een eerlijke kostentoewijzing, rekening houdende met de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. 4. De DSB's melden alle overeenkomstig leden 4 en 5 van artikel 182 van Verordening (EU) 2017/1485 vastgestelde grenzen die van invloed kunnen zijn op de in deze verordening uiteengezette eisen aan de connecterende TSB.” Niet-vertrouwelijke versie 12/81 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 15. Het voorstel van de type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet werd door Elia aan de CREG voorgelegd op 30 september 2021, na openbare raadpleging van de marktpartijen georganiseerd door Synergrid (zie deel 2.2 van deze beslissing, paragrafen 18 tot 21). Dit voorstel werd eveneens ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG op 30 september 2021 en aan BRUGEL op 6 april 2022. 16. De VREG nam een weigeringsbeslissing op 30 november 2021, die bekend gemaakt werd op haar website. Begin april liet de VREG de andere regulatoren weten dat Synergrid een voldoende motivering bezorgde ingevolge deze weigeringsbeslissing, die haar toelaat om een nieuwe beslissing over het voorstel van type-SOK van 30 september 2021 te nemen. 17. De CREG nam een ontwerpbeslissing (B)2384 over het voorstel van type-SOK van 30 september 2021 op 23 juni 2022 en organiseerde daarover een niet-openbare raadpleging van Synergrid en Elia (zie deel 2.2 van deze beslissing, paragraaf 22). 2.2. RAADPLEGING 18. Synergrid heeft, mede in opdracht van Elia, een openbare raadpleging gehouden over het huidige voorstel van de type-samenwerkingsovereenkomst met de beheerders van een publiek distributienet voorgelegd aan de CREG op 30 september 2021 (hierna: “het voorstel van Elia van 30 september 2021”, “het huidige voorstel van type-samenwerkingsovereenkomst” of “het voorstel van type-SOK”), nl. van 18 juni tot 16 augustus 2021. Het antwoord dat Synergrid tijdens deze openbare raadpleging ontving en het consultatierapport van 16 augustus 2021 (excel file) worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het voorstel van Elia van 30 september 2021 toegevoegd. Synergrid ontving meer bepaald één antwoord, nl. van Febeliec, dat een opmerking bevat met betrekking tot het als vertrouwelijk aanmerken van artikel 5.2 van de aansprakelijkheidsregeling tussen Elia en de DNBs. 19. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement4 zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder of een persoon (mede) in opdracht van de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is 4 www.staatsblad.be Niet-vertrouwelijke versie 13/81 en die een redelijke antwoordtermijn laat. In geval van een raadpleging door een persoon die daartoe rechtmatig (mede) door de netbeheerder wordt belast, is slechts sprake van een effectieve openbare raadpleging indien, bovenop de voorwaarden bedoeld in de vorige zin, de website van de netbeheerder een duidelijke verwijzing bevat naar deze raadpleging. De openbare raadpleging vond plaats op de website van Synergrid - mede in opdracht van Elia -, was gemakkelijk toegankelijk in de rubriek “Openbare raadpleging” en had een redelijke duurtijd (ongeveer twee maanden). Synergrid verstuurde een mailing naar de partijen die geregistreerd zijn op haar website (in het kader van gebruikelijk consultaties). Een niet-vertrouwelijke versie van het voorstel van type-SOK werd aan de raadpleging toegevoegd. De website van Elia bevatte bij nazicht geen verwijzing naar de raadpleging door Synergrid. Op deze twee laatste aspecten wordt hierna verder ingegaan. 20. Elia liet per e-mail van 28 september 2021 weten dat mailings in verband met het lanceren van de openbare raadpleging werden verstuurd niet alleen door Synergrid, maar ook door Elia: "1/ we hebben ervoor gekozen om de openbare raadpleging door Synergrid te organiseren aangezien de SOK zowel betrekking heeft op de DNB's als op ELIA. Zo heeft Synergrid op 18/6 een mailing gestuurd naar al zijn contacten (contacten gebruikt in het kader van andere Synergrid-raadplegingen). Om een zo groot mogelijk bereik te hebben, hebben we op 18/6 ook een pushmail gestuurd naar alle contacten van ELIA (leden van de plenaire Users' Group, WG Balancing, WG System Operations, WG European Market Design en WG Belgian Grid). Die worden door Elia voor de openbare raadpleging gebruikt. In deze pushmail van Elia (zie uittreksel hieronder) hebben we de stakeholders naar de website van Synergrid verwezen om de template te raadplegen en te vervolledigen als er opmerkingen waren.” Medewerkers van de CREG hebben zelf kunnen vaststellen een mailing ontvangen te hebben op 18 juni 2021 van Elia als abonnee op de nieuwsbrief van Elia en een aparte mailing als observer in de Users’ Group van Elia. Er is door deze mailings van Synergrid en Elia een publiciteit aan deze openbare raadpleging gegeven. De CREG kan, ten uitzonderlijke titel, aanvaarden dat aan de vereiste van een duidelijke vermelding op de website van Elia op een evenwaardige manier is voldaan door de mailing die Elia zelf deed, bovenop de mailing door Synergrid, aangezien op die manier ook een voldoende publiciteit aan deze raadpleging werd gegeven en derhalve aan de finaliteit van deze vereiste is voldaan. 21. De openbare raadpleging door Synergrid was volgens de CREG bovendien voldoende gedocumenteerd. Elia en de DNB’s hebben volgende zaken onttrokken aan de openbare raadpleging: - de inhoud van artikel 5.2 van het basiscontract, getiteld “Afhandeling van schadeclaims van derden” en - een aantal bepalingen in Bijlage 13, getiteld “Het systeembeschermingsplan, de procedure bij schaarste, het herstelplan en het testplan”. Ter vervanging van artikel 5.2 werd volgende boodschap bekend gemaakt: “De Partijen hebben onderlinge afspraken gemaakt met betrekking tot de afhandeling van mogelijke vorderingen van derden, met eerbiediging van de wetgeving. Om redenen van vertrouwelijkheid worden deze afspraken niet opgenomen in de openbare raadpleging.” Niet-vertrouwelijke versie 14/81 Febeliec wierp op dat het voor netgebruikers van belang is om te weten hoe de netbeheerders omgaan met claims van derde partijen: "Het is onmogelijk om input of commentaar te geven bij sectie 5.2 (behandeling van schadeclaims van derden), aangezien deze vertrouwelijk is gemaakt, hoewel het voor netgebruikers van groot belang is om te weten hoe hun schadeclaims door netbeheerders zullen worden behandeld. Bedrijf A verzoekt Synergrid daarom om de inhoud van deze sectie te delen met netgebruikers." Synergrid antwoordt daarop het volgende in haar consultatierapport: "De geraadpleegde versie van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen Elia en de DNB bevat onder vertrouwelijk artikel 5.2 een duidelijke boodschap, namelijk dat partijen van de SOK onderling, met inachtneming van de wet, specifieke afspraken hebben gemaakt over eventuele verzoeken tot claims door derden. Zoals bepaald in de regionale elektriciteitswetten kunnen netgebruikers een claim indienen tegen hun netbeheerder met het oog op compensatie in geval van stroomonderbreking of andere problemen met de stroomkwaliteit. De voorwaarden van deze vorderingen zijn vastgelegd in deze akten (tenzij, in voorkomend geval, wordt verwezen naar de voorwaarden van het contract tussen de netgebruiker en de netbeheerder). Artikel 5.2 heeft enkel betrekking op de interne relatie tussen Elia en de DNB, maar doet geen afbreuk aan deze voorwaarden. Bijgevolg doet het en mag het geen afbreuk doen aan de rechten van de betrokken netgebruikers op grond van deze voorwaarden." De CREG heeft de ingeroepen vertrouwelijkheid van het voorgestelde artikel 5.2 aanvaard, in het bijzonder omdat het bestaande afspraken met de DNBs betreft die in vertrouwelijkheid met elkaar zijn onderhandeld op een ogenblik dat de type-SOK niet-gereguleerd was. De CREG heeft tevens de als vertrouwelijk aangemerkte passages in Bijlage 13 aanvaard teneinde geen afbreuk te doen aan de goedkeuring door de minister van de vertrouwelijke versies van het systeembeschermingsplan en het herstelplan, met uitzondering van twee zinnen in punt 1.1 en punt 3.1 van Bijlage 13. Elia en Synergrid hebben een aangepaste publieke versie van Bijlage 13 bezorgd, waarin deze zinnen werden opgenomen: - “Het document: “Systeembeschermingsplan van Elia - vertrouwelijke versie voor de DNBs” werd ter beschikking gesteld aan de distributienetbeheerders “(…), maar maken geen deel uit van de publieke versie.“ - “Het document “Herstelplan van Elia - vertrouwelijke versie voor de DNB’s” werd ter beschikking gesteld aan de distributienetbeheerders“(…), maar maken geen deel uit van de publieke versie.“ Deze niet-gepubliceerde zinnen in punt 1.1 en punt 3.1 van Bijlage 13 maken de raadpleging volgens de CREG echter niet onvoldoende gedocumenteerd. Het betreft immers eenvoudigweg een vermelding dat door Elia een bepaalde informatie aan de DNBs is/moet worden gegeven. Elia zal wel transparantie moeten bieden over de afspraken inzake het afhandelen van schadeclaims door derden in de eerstvolgende versie van de type-SOK , daarover voorafgaand publiek consulteren en het artikel 5.2 vanuit dit oogpunt herzien. Niet-vertrouwelijke versie 15/81 De CREG beschouwt immers a priori als niet-vertrouwelijk de gereguleerde contracten, met uitzondering slechts van de informatie daarin die de individuele situatie van de medecontractant betreft5: “58. De CREG beschouwt daarentegen a priori als niet-vertrouwelijk: - […] - de contractuele voorwaarden binnen de welke de netbeheerders of beheerders van andere monopolistische infrastructuur hun gereguleerde activiteiten of hun openbare dienstverplichtingen uitvoeren, met uitzondering van de informatie met betrekking tot de individuele situatie van de medecontractanten; - […]” De type-SOK tussen Elia en de distributienetbeheerders is een gereguleerd contract sinds de inwerkingtreding van het huidige federaal technisch reglement en dus a priori niet-vertrouwelijk, met uitzondering van de informatie daarin die de individuele situatie van een DNB betreft. Verder werd, op vraag van medewerkers van de CREG, een zin toegevoegd in Bijlage 6.6 van de typeSOK als gevolg van de resultaten van de audit uitgevoerd door IBM op vraag van de CREG binnen het kader van Energieoverdracht (“Transfer of Energy”) over de kwaliteit van de gegevens verstrekt door de DNBs aan Elia. De resultaten van deze audit werden voorgesteld aan de CREG eind augustus. Het betreft de toevoeging van volgende zin: “Partijen nemen de nodige initiatieven om de datakwaliteit in de onderlinge gegevensuitwisseling te borgen.” De toevoeging van deze zin gebeurde na afloop van de openbare raadpleging georganiseerd door Synergrid, wat opnieuw de vraag doet rijzen of deze raadpleging voldoende gedocumenteerd was voor de marktpartijen. De type-SOK is geen type-overeenkomst die netgebruikers moeten onderschrijven; dit standaardcontract bevat dus geen rechten of verplichtingen voor netgebruikers. Het is de typeovereenkomst met de rechten en verplichtingen tussen Elia en de DNB’s. Bovendien gebeurde deze toevoeging op vraag van de CREG om rekening te houden met een recente audit uitgevoerd door IBM en is zij bedoeld om datakwaliteit te waarborgen wat in het voordeel is van netgebruikers. De CREG is dan ook van oordeel dat de openbare raadpleging uitgevoerd door Synergrid voldoende gedocumenteerd blijft niettegenstaande de toevoeging van de voormelde zin na afloop van de openbare raadpleging en derhalve door de CREG vanuit dit oogpunt niet moet worden overgedaan. De CREG is derhalve van mening dat de openbare raadpleging georganiseerd door Synergrid, mede in opdracht van Elia, effectief was, als gevolg waarvan zij geen nieuwe openbare raadpleging heeft uitgevoerd met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG. De CREG verwijst echter naar de hoger gemaakte opmerking dat transparantie moet worden geboden over de afspraken inzake het afhandelen van schadeclaims door derden in de eerstvolgende versie van de type-SOK en artikel 5.2 vanuit dit oogpunt moet worden herzien. 22. De CREG besliste weliswaar, op grond van artikel 23, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, in het kader van deze beslissing, om, met toepassing van artikel 40, tweede lid, van dit huishoudelijk reglement een niet-openbare raadpleging te houden over haar ontwerpbeslissing (B)2384 betreffende het voorstel van type-SOK, meer bepaald van Synergrid en Elia, die afliep op 15 juli 2022. 5 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Guidelines/R1404NL.pdf Niet-vertrouwelijke versie 16/81 De CREG heeft een reactie ontvangen vanwege Synergrid op 15 juli 2022, waarbij Elia per e-mail van 18 juli 2022 liet weten dat de brief van Synergrid ook als antwoord van Elia geldt. Gezien de korte raadplegingsperiode tot 15 juli 2022 geven zij aan geen gedetailleerde artikelsgewijze opmerkingen te kunnen geven, maar toch enkele bezorgdheden van de netbeheerders te wensen overmaken. Synergrid en Elia stellen vast dat niettegenstaande de regulatoren tijdens de informele overlegmomenten gemeenschappelijke standpunten innamen voor het geven van hun goedkeuring, er toch voor opteerden afzonderlijk te antwoorden. Zij hopen dat de regulatoren voor hun respectievelijke beslissingen in het kader van een volgende goedkeuring van de SOK gemeenschappelijke regulatoire verwachtingen kunnen vaststellen, wat het proces tussen netbeheerders alleen maar ten goede kan komen. De bevoegde regulatoren hebben informeel overleg gepleegd over het voorstel van type-SOK en hun beslissingen zoveel als mogelijk gecoördineerd, maar zij behouden uiteraard een eigen beslissingsbevoegdheid. Niettemin noteert de CREG deze bezorgdheid van de netbeheerders en is zij zeker bereid om te streven naar een nog meer doorgedreven overleg onder regulatoren voor de toekomstige versies van de type-SOK. De andere bezorgdheden van Synergrid en Elia hebben te maken met specifieke vragen van de CREG opgenomen in deze beslissing en worden daar behandeld. Niet-vertrouwelijke versie 17/81 3. BEOORDELING 3.1. GOEDKEURINGSCRITERIA 23. Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet, ten uitvoer gelegd door artikel 4 van het federaal technisch reglement dient de netbeheerder de in dit artikel 4 opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 1° de aansluitingscontracten; 2° de toegangscontracten; 3° de overeenkomsten van evenwichtsverantwoordelijken; 4° de overeenkomst(
  35. en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; 5° de overeenkomst(
  36. en)voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6; 6° de programma-agentovereenkomst; 7° de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanningovereenkomst; 8° de overeenkomst voor de informatie-uitwisseling met elektriciteitsleveranciers en de aanbieders van ondersteunende diensten; 9° de overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet; 10° het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 3. De formulieren voorzien door dit besluit worden onverwijld verstuurd door de transmissienetbeheerder aan de commissie. De commissie geeft kennis van zijn opmerkingen aan de transmissienetbeheerder en verstuurt deze naar de Algemene Directie Energie. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet.” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. De bepalingen van de typesamenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders zijn door Elia vastgesteld na overleg met de distributienetbeheerders; van zodra deze type-overeenkomst werd goedgekeurd door de bevoegde regulatoren kan er echter evenmin worden over onderhandeld. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. Niet-vertrouwelijke versie 18/81 24. Artikel 4 van het federaal technisch reglement6 bepaalt niet aan welke criteria de CREG de typeovereenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen7 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 25. De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven federaal technisch reglement (zie voetnoot 4), nagaan of de ontwerpen van typeovereenkomsten:
  37. a)de toegang tot het net niet belemmeren ;
  38. b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ;
  39. c)conform het algemeen belang zijn. 6 In tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
  40. a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
  41. b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
  42. c)conform het algemeen belang zijn. 7 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, §1, 2°, van het technisch reglement, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijke versie 19/81 Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers, met inbegrip van de distributienetbeheerders, een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 26. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 27. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. De ondersteunende diensten omvatten met name de diensten die worden verleend als reactie op de vraag met inbegrip van de activering van de vraagflexibiliteit en hulpdiensten in geval van uitvallen van productie-eenheden, hierbij inbegrepen eenheden gebaseerd op hernieuwbare energieën en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling (artikel 8, §1, tweede lid, 2°, van de elektriciteitswet). Bij het onderzoek van de type-overeenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 28. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom8. 8 Zie ondermeer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Niet-vertrouwelijke versie 20/81 29. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels en de taalwetgeving. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 30. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet, de gedragscode9 en het federaal technisch reglement, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netwerkcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, §2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en artikel 4 van het federaal technisch reglement hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de type-overeenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 31. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van 9 Nog in ontwikkeling op datum van deze beslissing Niet-vertrouwelijke versie 21/81 elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 32. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie10. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Wetboek van economisch recht 33. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 34. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle 10 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijke versie 22/81 andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in Niet-vertrouwelijke versie 23/81 ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. De gekwalificeerde benadeling 35. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling, theorie ontwikkeld door rechtspraak en rechtsleer, zijn : - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties ; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie ; - het contract dan wel één of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de netbeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 36. Overeenkomstig de artikelen 1108 en 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van één van de contractspartijen worden overgelaten. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 37. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de bepalingen van de type-overeenkomst, wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Wet op het taalgebruik Niet-vertrouwelijke versie 24/81 38. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. 3.2. ALGEMENE OPMERKINGEN 3.2.1. De CREG analyseert het voorstel van type-SOK in het licht van de relevante Europese en federale energiewetgeving, niet van de regionale energiewetgeving 39. De type-samenwerkingsovereenkomst is een standaardcontract, dat moet worden opgesteld in overeenstemming met het wettelijk kader op Europees, federaal en regionaal niveau. Met dit contract voeren de partijen bij deze overeenkomst hun wettelijke verplichtingen uit; het contract kan niet afwijken van deze wettelijke verplichtingen en moet daarmee in overeenstemming zijn. De CREG analyseert het voorstel van type-SOK in het licht van de relevante Europese en federale energiewetgeving, niet van de relevante regionale energiewetgeving waarvoor de regionale regulatoren/instanties bevoegd zijn. In dit kader past het op te merken dat Elia de samenwerkingsovereenkomst met de distributienetbeheerders niet alleen afsluit in haar hoedanigheid van beheerder van het federaal transmissienet, maar ook in haar hoedanigheid van beheerder van het lokale transmissienet in Wallonië, het gewestelijk transmissienet in Brussel en het plaatselijk vervoernet distributienet in Vlaanderen. De aansluiting van publieke distributienetten of van lokale transmissienetten op het transmissienet doet zich voor op de secundaire van de transformator die deel uitmaakt van het transmissienet die de elektriciteitsspanning omzet naar de spanning van de publieke distributienetten of lokale transmissienetten (artikel 2, §1, 41°, van het federaal technisch reglement). De type-samenwerkingsovereenkomst regelt alle aspecten inzake samenwerking tussen Elia en de publieke distributienetbeheerders met het oog op het vervullen van hun wettelijke verplichtingen, wat Elia betreft zowel als beheerder van het “federale” transmissienet, als beheerder van de “regionale” transmissienetten. 3.2.2. De type-SOK moet de volledige overeenkomst inhouden wat betreft de samenwerking tussen Elia en de DNBs 40. De type-samenwerkingsovereenkomst dient het geheel van de aspecten inzake de samenwerking tussen Elia en de DNBs te bevatten. Artikel 316 van het federaal technisch reglement bevat een niet-exhaustieve opsomming van de elementen die de type-samenwerkingsovereenkomst moet bevatten. De type-SOK dient niet alleen de afspraken te bevatten betreffende de uitvoering van de wettelijke verplichtingen die Elia en de DNBs ten aanzien van elkaar hebben, maar ook de afspraken die nodig zijn om hun wettelijke en contractuele verplichtingen ten aanzien van evenwichtsverantwoordelijken, de toegangshouders en elke andere betrokken marktspeler uit te voeren (artikel 316, 1° en 2°, van het federaal technisch reglement). 41. In dit opzicht stelt de CREG vast dat een aantal aspecten niet expliciet geregeld worden in het voorstel van type-SOK. Het betreft bijvoorbeeld het gebruik van algemene verwijzingen naar gegevensuitwisseling, procedures of akkoorden, zonder de inhoud daarvan te preciseren, laat staan op te nemen in de type-SOK. Niet-vertrouwelijke versie 25/81 Idealiter bevat de type-overeenkomst alle aspecten van de samenwerking. Niettemin is de CREG er zich van bewust dat bepaalde elementen een evolutief en/of flexibel11 karakter (moeten) hebben en dat het niet wenselijk is om een formele goedkeuringsprocedure te doorlopen voor elk en elke aanpassing van deze elementen. De CREG kan aanvaarden dat de type-SOK verwijzingen bevat naar documenten die deze procedures of afspraken bevatten, maar vraagt dat deze documenten worden opgelijst in een bijlage bij de typeSOK, met voor elk document de titel, de datum en informatie betreffende versiebeheer, een motivering van het mogelijks vertrouwelijke karakter en een motivering van het evolutief en/of flexibel karakter. Op vraag van de CREG (of een regionale regulator) dient een kopie van de betrokken documenten te worden bezorgd. De bedoeling is om geen voorafgaande goedkeuring te vereisen van bijlagen die een evolutief en/of flexibel karakter hebben/moeten hebben, zolang deze dit evolutief en/of flexibel karakter hebben/moeten hebben teneinde, onder meer, de samenwerking tussen partijen niet af te remmen. 3.2.3. Bilaterale bijkomende overeenkomsten of afwijkingen van de type-SOK kunnen slechts in bepaalde specifieke gevallen 42. Op meerdere plaatsen van de type-samenwerkingsovereenkomst wordt de mogelijkheid voorzien voor partijen om bilateraal bijkomende zaken af te spreken of af te wijken van de typeovereenkomst (bv. door het gebruik van de woorden « tenzij anders overeengekomen »). In het federaal technisch reglement is sprake van één enkele type-samenwerkingsovereenkomst die Elia sluit met de DNBs. De type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de DNBs dient te bestaan uit de bepalingen die op gelijke wijze van toepassing moeten zijn voor alle DNBs en, enkel waar een gedifferentieerde regeling noodzakelijk is om rekening te houden met de toepassing van regionale wetgeving, minstens voor alle DNBs van eenzelfde gewest. In die optiek is niet aanvaardbaar dat bilateraal wordt afgeweken daarvan. Niettemin is de CREG zich ervan bewust dat bepaalde aspecten een specifiek akkoord kunnen rechtvaardigen. Dit kan volgens de CREG echter enkel in de volgende gevallen:
  43. a)een tijdelijke afwijking om rekening te houden met een historische situatie in afwachting van zijn regularisatie,
  44. b)omwille van technische of andere redenen die een verschil in behandeling tussen DNBs rechtvaardigen,
  45. c)omwille van het bijkomstig karakter. 43. De CREG heeft afwijkingsmogelijkheden of mogelijkheden tot het sluiten van bijkomende overeenkomsten tussen Elia en een DNB teruggevonden in een aantal bepalingen, waaronder vermeldenswaard zijn: de artikelen 4.1.7, 4.4, lid 2, 4.4, lid 3, van de hoofdtekst van de type-SOK, punt 3.1.2, lid 9, van Bijlage 6, punt 5.1 van Bijlage 8, punt 2.1 van Bijlage 7, punt 4.3, lid 1, van Bijlage 9, punten 3.1, 3.2, 7.4.4, in fine, en 8.1.8 van Bijlage 11 en is van mening dat zij gerechtvaardigd zijn in het licht van voormelde criteria, met uitzondering van deze in punt 7.2, paragraaf 2.1, van Bijlage 7. De CREG gaat hierop verder in de volgende paragrafen. 11 Met “elementen met een evolutief en/of flexibel karakter” worden modaliteiten, voorwaarden of praktische afspraken bedoeld die zich nog tijdelijk in een proces van definitieve vastlegging bevinden op het moment van de indiening van de typeSOK ter goedkeuring, en dit ten gevolge van te grote onzekerheid met betrekking tot de toekomstige samenwerkingsnoden Niet-vertrouwelijke versie 26/81 44. Artikel 4.1.7, eerste lid, van de hoofdtekst voorziet het volgende: “Op vraag van één van de Partijen zullen de Partijen voor uitzonderlijke of tijdelijke situaties, veroorzaakt door overmacht, door onvoorziene systeem- of IT-technische problemen of door tijdelijke geplande, onvermijdbare onbeschikbaarheden van (IT-)systemen in het kader van een transitie die het onmogelijk maken om de modaliteiten en termijnen beschreven in Bijlage 6 na te leven, de andere Partij tijdig en gemotiveerd informeren over de afwijkingen van deze modaliteiten en termijnen. De afwijkende termijnen en modaliteiten zijn conform met de eventuele algemene afspraken tussen de netbeheerders en de marktpartijen en motiveren minstens voor welke gegevens en voor hoe lang de afwijking geldt en welke de afwijkende modaliteiten en/of termijnen zijn. Partijen zullen eveneens de marktpartijen en de betrokken regulator(
  46. en)op gemotiveerde wijze op de hoogte brengen van de omstandigheden en de redenen van het afwijken van deze termijnen en modaliteiten en van de impact ervan op de marktpartijen.” De woorden “uitzonderlijke en tijdelijke situaties” en “modaliteiten” zijn vatbaar voor ruime interpretatie. Door de precisering dat deze moeten zijn veroorzaakt door overmacht, door onvoorziene systeem- of IT-technische problemen of door tijdelijke geplande, onvermijdbare onbeschikbaarheden van (IT-)systemen in het kader van een transitie die het onmogelijk maken om de modaliteiten en termijnen beschreven in Bijlage 6 na te leven, is deze bilaterale uitzonderingsmogelijkheid voor de CREG evenwel aanvaardbaar. De CREG neemt, op basis van de beschrijving, aan dat de geplande onbeschikbaarheden zo kort mogelijk duren en plaatsvinden op een tijdstip met een zo laag mogelijke impact voor netbeheerders en marktdeelnemers. Synergrid heeft via e-mail in dezelfde zin geantwoord, namelijk dat de bijkomende overeenkomst binnen het kader van artikel 4.1.7 van de hoofdtekst aan netbeheerders toelaat om te zoeken naar flexibele en snelle ‘work arounds’ (oplossingen) met als doel vertragingen zoveel mogelijk te beperken. De CREG acht het inderdaad belangrijk geïnformeerd te worden over dergelijke afwijkende overeenkomsten met inbegrip van een motivering over het waarom, hoe en de eventuele impact op marktpartijen van dergelijke afwijkende overeenkomsten, zoals bepaald in artikel 4.1.7. 45. De mogelijkheid tot het sluiten van andersluidende of bijkomende overeenkomsten in artikel 4.4, lid 3, van de hoofdtekst heeft betrekking op de naleving van de bescherming van persoonsgegevens. De naleving van de wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens is een belangrijke verantwoordelijkheid van de Partijen. Indien specifieke verwerkingen bijkomende of andersluidende regelingen vergen, indien dit nodig is om met deze wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming te zijn of daaraan op de meest passende wijze tegemoet te komen, kan de CREG zich vinden in de hier aan de Partijen geboden flexibiliteit. 46. Punt 3.1.2, lid 9, van Bijlage 6 bepaalt het volgende: “Op uitdrukkelijke en gemotiveerde vraag van één van de Partijen, en met name voor de Transformatiestations en Koppelpunten die een specifiek foutenrisico inhouden (bijv. omwille van de configuratie van de stations), kunnen de Partijen overeenkomen dat de DNB één of meerdere Koppelpunten absoluut moet voorzien van meetapparatuur, opdat elke distributienetbeheerder zijn eigen 4.2-gegevens op een autonome manier kan berekenen of controleren.” Er wordt een grote vrijheid gegeven aan de Partijen, maar dit blijkt ingegeven te zijn omwille van technische redenen, met name voor de Transformatiestations en Koppelpunten die een specifiek foutenrisico inhouden (bijv. omwille van de configuratie van de stations). Deze vrijheid is aanvaardbaar aangezien het beschreven samenwerkingsproces eenduidig resulteert in een verbetering van de kwaliteit van de gegevens die nodig zijn om marktpartijen te factureren. Na overleg met de regionale regulatoren blijkt een dergelijke bepaling aanvaardbaar. Niet-vertrouwelijke versie 27/81 47. Punt 7.2, paragraaf 2.1, van Bijlage 7 bepaalt: “Wat kwartiergegevens uit tellingen betreft of gegevens daarvan afgeleid, streven de Partijen naar een maandelijkse automatische uitwisseling van gevalideerde gegevens. Het formaat voor deze gegevensuitwisseling zal in onderling akkoord worden vastgelegd en zal zoveel mogelijk gebaseerd zijn op de standaard in de MIG.” Wat de referentie naar het onderling akkoord voor het formaat van de kwartiergegevens en afgeleide gegevens betreft, is de CREG van mening dat een geharmoniseerd formaat van gegevensuitwisseling tussen de TNB en de verschillende DNB’s vereist is en er bijgevolg geen nood is aan verschillende bilaterale akkoorden. De CREG vraagt dat het formaat voor deze gegevensuitwisseling, desgevallend gebaseerd op de standaard in de MIG, in de type-samenwerkingsovereenkomst wordt opgenomen. 48. Punt 5.1 van Bijlage 8 bepaalt: “De niet-feeder MS-cellen De kosten die verbonden zijn met de terbeschikkingstelling en het beheer door Elia van de niet-feeder MS-cellen zijn het voorwerp van term II van het aansluitingstarief dat werd gepubliceerd op de website www.elia.be. De perimeter voor de groep van de niet-feeder MS-cellen, stemt overeen met, en beperkt zich tot de volgende cellen: • • • • De railskoppeling, tenzij anders overeengekomen tussen de Partijen (railskoppeling is te begrijpen als de mogelijkheid om een rechtstreekse verbinding tussen twee vermogenstransformatoren te maken via een vermogenschakelaar (+scheiders) die automatisch en/of vanop afstand bediend wordt); De eventuele niet-feeder reservecellen; De TP voor de automatische spanningsregeling; De eventuele langsscheiders in MS-Onderstations met een enkel railstel, historisch gezien, eigendom van Elia.” (eigen nadruk) Uit het overleg met de netbeheerders is gebleken dat het hier gaat om historische situaties, ook gelinkt met de eigendomsgrenzen (Bijlage 8). Deze bilaterale afwijkingsmogelijkheid is volgens de CREG dan ook aanvaardbaar. Niettemin is de CREG van mening dat historisch bepaalde eigendomsgrenzen herzien moeten kunnen worden met als doel een zo efficiënt mogelijk beheer van de eigendommen, met duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden en plichten. De CREG verzoekt de netbeheerders om de historische eigendomsgrenzen te evalueren, en, in voorkomend geval, een stappenplan uit te werken om de historische eigendomsgrenzen binnen een redelijke maar ambitieuze termijn aan te passen. 49. Punt 4.3, lid 1, van Bijlage 9 bepaalt het volgende: “Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen worden alle aanpassingen, verbouwingen en om het even welke andere werken aan het gebruikte gebouw, die aanvaard zijn door de eigenaar volgens de procedure zoals beschreven in punt 4.4, uitgevoerd en bekostigd door deze laatste.” (eigen nadruk) Elia heeft toegelicht dat de eigenaar normaal gezien de nodige kosten draagt, tenzij de aanpassingen buitensporig omvangrijk zouden zijn en er in dat geval bilateraal andere afspraken kunnen worden gemaakt. Deze bilaterale afwijkingen zijn toelaatbaar voor de CREG voor zover deze aan de betrokken regulatoren en voorafgaand aan de werkzaamheden, gemeld en gemotiveerd worden. Niet-vertrouwelijke versie 28/81 50. Punt 3.1 van Bijlage 11 bepaalt het volgende inzake de algemene regels m.b.t. het onderhoud van de installaties: “Volgens de algemene regel is de eigenaar van een installatie ook verantwoordelijk voor het onderhoud en de uitbating ervan. In het kader van die uitbating schakelt elke Partij de cellen waarvan ze eigenaar is, tot en met de railscheiders. Elke Partij staat in voor de kosten van het onderhoud en de uitbating van de installaties waarvan ze eigenaar is, zelfs als een onderhoud of een schakeling op vraag van de andere Partij gebeurt. Er kan alleen van deze principes afgeweken worden na een akkoord tussen de Partijen. De specifieke overeenkomst en de bijbehorende praktische regelingen worden dan expliciet vermeld in de exploitatiefiche Elia-DNB, zoals besproken in punt 6.2 van deze Bijlage. Daarnaast nemen de Partijen alle noodzakelijke maatregelen om deze vaak historisch gegroeide situaties binnen een termijn van vijf jaar te regulariseren, tenzij expliciet anders overeengekomen. In afwachting van die regularisatie zal de Partij die op de datum van de overeenkomst instaat voor het onderhoud/de uitbating daar ook verder voor blijven instaan. In dergelijke gevallen kunnen de onderhouds- of uitbatingskosten voor de installaties die tot de verantwoordelijkheid van een bepaalde Partij behoren, maar waarvan het onderhoud en/of de uitbating door de andere Partij uitgevoerd wordt, gefactureerd worden aan de andere Partij door de Partij die het onderhoud en/of de uitbating uitvoert. De takenlijst en de facturatieregeling worden dan opgenomen in een afzonderlijke overeenkomst tussen Elia en de DNB. Als een Partij vaststelt dat er in een bepaalde situatie een interventie van de andere Partij nodig is, dan brengt deze Partij de andere Partij daar op passende wijze van op de hoogte. Elke Partij verbindt zich ertoe voor alle installaties in haar eigendom een degelijk onderhoudsbeleid te hanteren, dat de veiligheid en de goede werking ervan verzekert.” (eigen nadruk) Op vraag van de CREG naar mogelijke redenen voor deze afwijkingen, antwoorden de netbeheerders dat het gebeurt dat een Partij onderhoud doet op de installaties van de andere Partij, als dat vanuit expertise oogpunt of nabijheid van andere installaties beter uitkomt of logischer is. Daarvoor worden overeenkomsten afgesloten. Daarom stellen netbeheerders voor om deze mogelijkheid tot afwijking tot regularisatie van deze vaak historisch gegroeide situaties te behouden. De CREG begrijpt dat er op korte termijn praktische, logistieke en/of economische voordelen zijn aan het bestendigen van historische situaties waarbij de eigenaar en de partij die het onderhoud uitvoert twee verschillende partijen zijn. De CREG acht deze situaties echter niet gewenst vanuit het perspectief van aansprakelijkheid bij incidenten of vroegtijdige slijtage die het gevolg kunnen zijn van foutief of onvoldoende operationeel beheer. De CREG is dan ook van mening dat de voorziene regularisatie van deze uitzonderingssituaties effectief de voorkeur uitdraagt. Indien beide partijen een overeenkomst sluiten om een uitzonderingssituatie te behouden, vraagt de CREG om deze keuze te motiveren vanuit het oogpunt van efficiënt beheer en efficiënte uitbating, en om de betrokken regulatoren hiervan in kennis te stellen. Niet-vertrouwelijke versie 29/81 51. Wat betreft punt 3.2 van Bijlage 11 in verband met de concrete uitvoering van de algemene regels betreffende het onderhoud en de schakeling van de installaties wordt op het einde bepaald dat Elia en de DNB ook andere bepalingen kunnen overeenkomen. De CREG acht deze afwijkingsmogelijkheid heel ruim geformuleerd. Dit wijkt sterk af van het principe dat de standaardopties in de type-SOK moeten staan, en enkele details buiten de type-SOK kunnen geregeld worden indien dit noodzakelijk is. Op vraag van de CREG naar de noodzaak tot het overeenkomen van andere bepalingen, antwoorden de netbeheerders dat normaal gezien de standaardafspraken worden gevolgd en dat deze mogelijkheid enkel geldt ten gevolge van historische toestanden. Deze afwijkingen worden in de exploitatiefiches van het transformatiestation opgenomen. Op basis van dit antwoord van de netbeheerders vraagt de CREG dat Elia deze afwijkingsmogelijkheid bijgevolg herformuleert en beperkt tot : ‘Elia en de DNB kunnen ook uitzonderlijk andere bepalingen overeenkomen’ en preciseert dat deze afwijkingen in de exploitatiefiches van het transformatiestation worden opgenomen. Aansluitend vraagt de CREG dat ook hier elke toepassing van de afwijkingsmogelijkheid gemotiveerd wordt vanuit het oogpunt van een efficiënt beheer en/of een efficiënte uitbating, en dat elke toepassing van de afwijkingsmogelijkheid aan de betrokken regulatoren gecommuniceerd wordt. 52. Punt 7.4.4, in fine, van Bijlage 11 bepaalt het volgende: “Tenzij anders overeengekomen tussen de Partijen gebruikt elke Partij haar eigen veiligheidsmateriaal (inclusief aardingen), dat voldoet aan de technische vereisten van de installaties en het net.” Deze bilaterale afwijkingsmogelijkheid lijkt een technisch detail te zijn vanuit regulatoir oogpunt en is derhalve voor de CREG aanvaardbaar. 53. Punt 8.1.8 van Bijlage 11 bepaalt: “Voor elke type Gflex (lokaal of bovenliggend net) moeten bijkomende processen (geautomatiseerd back-up proces, beveiliging, specifieke uitbating, …) worden voorzien in overleg tussen de DNB, de LGL Lead DNB en de TNB/PVNB/GTNB om op elk ogenblik de assets van het transmissienet en/of het plaatselijk vervoernet/gewestelijk transmissienet te beschermen in het geval de modulering in uitvoering van de bovenvermelde principes niet het gewenste resultaat oplevert of kan opleveren.” (eigen nadruk) Deze bijkomende processen betreffen technische aspecten. Het is echter belangrijk dat deze regelingen zoveel mogelijk uniform zijn voor de DNB’s en dat Elia steeds partij is bij de afspraken over dergelijke bijkomende processen teneinde daarop toe te zien. Elia en Synergrid hebben toegelicht dat Elia steeds betrokken is, gezien TNB/ plaatselijk vervoernetbeheerder/ gewestelijke transmissienetbeheerder wordt vermeld. Deze bepaling is dan ook aanvaardbaar voor de CREG. De CREG vraagt echter dat punt 8.1.8 van Bijlage 11 preciseert in welke fase van de studie of de toekenning van een flexibele aansluiting deze bijkomende processen worden voorzien en waar deze processen worden gedocumenteerd (zie paragraaf 187 van deze beslissing). 54. Synergrid en Elia merken in de brief van 15 juli 2022 in dit kader op dat het erop lijkt dat de CREG zeer ver wenst te gaan in de materialisatie van afwijkingen die Elia en een DNB her en der in de SOK zouden kunnen toepassen in uitzonderlijke gevallen. De bedoeling is zeker niet om deze mogelijkheid tot afwijking lichtzinnig of zonder meer aan te wenden. De vraag om echter telkens het waarom te motiveren, gevolgd door een mogelijke goedkeuring door de CREG, lijkt ons wel te leiden tot een Niet-vertrouwelijke versie 30/81 administratieve (over)belasting die niet gerechtvaardigd lijkt. Een dergelijke procedure is niet werkbaar binnen een operationele context. Men riskeert trouwens de efficiëntiewinst om af te wijken teniet te doen door het administratief proces dat wordt opgelegd, wat er zelfs zou kunnen toe leiden om niet voor een efficiëntiewinst te opteren. De CREG merkt op dat ze geïnformeerd wenst te worden over de toepassing van afwijkende overeenkomsten met inbegrip van een motivering over het waarom, hoe en de eventuele impact op marktpartijen van dergelijke afwijkende overeenkomsten. Deze informatie-uitwisseling is noodzakelijk met het oog op een beter begrip van de toepassing van de in de type-SOK opgenomen afwijkingsmodaliteiten. De CREG is van mening dat slechts in specifieke gevallen gebruik gemaakt kan worden van de afwijkingsmodaliteiten, of dat deze gevallen opgenomen moeten worden in de typeSOK indien de afwijking structureel toegepast wordt. Als gevolg acht de CREG de door de CREG gevraagde informatie-uitwisseling noodzakelijk en de daarbij horende inspanningen proportioneel. De CREG beslist als gevolg om geen wijzigingen aan te brengen ten gevolge van het antwoord van Synergrid. 55. Synergrid en Elia merken verder op in de brief van 15 juli 2022 dat zij de vraag van de CREG om te streven naar een ambitieuze planning voor regularisatie van de eigendomsgrenzen (cf. in paragraaf 48) wensen te weerleggen: “Het is effectief niet omdat een ‘standaard’ eigendomsgrens efficiënt is bij nieuwe investeringen, dat ze ook kostenefficiënt is om die grens te verleggen tijdens de levensduur. Bovendien lijkt het ons dat dit in overleg met de andere regulatoren moet worden beslist”. De CREG merkt op dat ze de netbeheerders verzoekt om de historische eigendomsgrenzen te evalueren, en, in voorkomend geval, een stappenplan uit te werken om de historische eigendomsgrenzen binnen een redelijke maar ambitieuze termijn aan te passen. De CREG wenst de resultaten van deze analyses af te wachten alvorens te besluiten dat historische eigendomsgrenzen wel of niet geregulariseerd moeten worden. De CREG erkent dat ze momenteel, op basis van de discussies met Synergrid en Elia, van mening is dat de regularisatie van deze uitzonderingssituaties effectief de voorkeur uitdraagt. Daarom vraagt de CREG, indien beide partijen een overeenkomst sluiten om een uitzonderingssituatie te behouden, om deze keuze te motiveren vanuit het oogpunt van efficiënt beheer en efficiënte uitbating, en om de betrokken regulatoren hiervan in kennis te stellen. De CREG verwacht dat deze pro-actieve aanpak de discussies over eigendomsgrenzen zal voeden, en de efficiënte zal maximaliseren. Als gevolg beslist de CREG dat geen wijzigingen aangebracht moeten worden ten gevolge van het antwoord van Synergrid. 3.3. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING VAN HET VOORSTEL VAN ELIA VAN 30 SEPTEMBER 2021 56. De CREG bespreekt hierna achtereenvolgens de hoofdtekst van het voorstel van typesamenwerkingsovereenkomst (ook “basiscontract” genoemd) en de bijlagen ervan. 3.3.1. Hoofdtekst van de type-SOK (“basiscontract”) Artikel 1. Voorwerp van de overeenkomst 57. In artikel 1.1 wordt bepaald dat de Overeenkomst en haar Bijlagen tot voorwerp hebben alle rechten, verplichtingen en aansprakelijkheden van Partijen te regelen, conform de samenwerkingsvereisten van de geldende wetgeving. Ook in artikel 7.5 wordt bepaald dat de samenwerkingsovereenkomst de volledige overeenkomst is tussen partijen. Niet-vertrouwelijke versie 31/81 In artikel 1.2 worden de bijlagen bij de Overeenkomst opgesomd die integraal deel uitmaken van de Overeenkomst. In artikel 1.3 wordt bepaald dat de Partijen erover waken, in voorkomend geval, om te goeder trouw te onderhandelen en om, met respect voor de toepasselijke wetten en reglementen en de Overeenkomst, alle uitvoeringsprocedures af te sluiten. De CREG verwijst naar de opmerkingen die ze gemaakt heeft in deel 3.2.2 van deze beslissing. De CREG is van mening dat de samenwerkingsovereenkomst inderdaad de volledige overeenkomst tussen de Partijen moet uitmaken, maar dit veronderstelt dan ook dat alle afspraken hetzij in het contract zelf, hetzij in de bijlagen zijn opgenomen. Artikel 2. Tarieven 58. Artikel 2 bevat bepalingen inzake de tarieven die van toepassing zijn en werden opgesteld met respect voor de wettelijke bevoegdheden terzake van de CREG. In artikel 2.5 wordt bepaald dat in geval van tegenstrijdigheid tussen deze Overeenkomst en de tariefmethodologie en tariefbeslissing van de CREG, of de overeenkomst tussen Elia en de CREG over de procedure voor het aannemen van de tariefmethodologie voor het transmissienet voor elektriciteit en voor de elektriciteitsnetten met een transportfunctie en voor de goedkeuring van de tariefvoorstellen en van de aanpassingen van de tarieven en tarifaire heffingen, deze laatste de bovenhand hebben. Dit moet inderdaad het geval zijn, aangezien de tariefmaterie de openbare orde raakt en voorrang moet hebben op tegenstrijdige contractuele bepalingen. Dit artikel is dan ook aanvaardbaar voor de CREG. Artikel 3. Betalings- en facturatiemodaliteiten 59. Artikel 3 bevat de praktische afspraken tussen Partijen in verband met de betaling van de facturen tussen partijen. 60. Artikel 3.1 bepaalt de frequentie en de termijn waarbinnen Elia een factuur voor een maand M naar de DNB stuurt voor het gebruik van het net van Elia. Er worden specifieke voorwaarden beschreven voor het geval gevalideerde meetgegevens beschikbaar zijn. Er is een lijst opgenomen van de minimumgegevens die per interconnectiepunt moeten worden verstrekt. De voorwaarden voor een jaarlijkse regularisatie ingeval een fout wordt geconstateerd worden eveneens beschreven. 61. Artikel 3.2 beschrijft de frequentie waarmee de facturen voor het gebruik van transformatorposten worden verzonden. 62. Artikel 3.3 beschrijft de betalings- en rentevoorwaarden in geval van uitstel van betaling van facturen. 63. Artikel 3.4 beschrijft de voorwaarden voor betwisting van facturen. 64. Artikel 3.5 legt een kader voor overleg over mogelijke risico's van niet-betaling vast. Niet-vertrouwelijke versie 32/81 Artikel 4. Uitwisseling van informatie 65. Met toepassing van artikel 316, 3°, c), van het federaal technisch reglement dient de type-SOK een lijst van uit te wisselen informatie te bevatten, onder meer met toepassing van artikel 317 en andere informatie bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren. In artikel 317 van het federaal technisch reglement is sprake van de lijst van gegevens en informatie ter beschikking te stellen door de DNB’s die onontbeerlijk is voor de uitvoering van de taken door Elia bedoeld in artikel 8 van de elektriciteitswet. De CREG houdt dus toezicht op de lijst van uit te wisselen informatie in het kader van de wettelijke taken van de netbeheerder. De uitwisselingsmodaliteiten moeten ook in de typeSOK worden opgenomen (artikel 316, 3°, c), federaal technisch reglement). Onder de woorden “andere informatie bedoeld in de Europese netwerkcodes en richtsnoeren” bedoeld in artikel 316, 3°, c, van het federaal technisch reglement, identificeert de CREG in elk geval de hiernavolgende informatie-uitwisselingen. Artikel 40.7 SOGL vereist dat elke TNB tot overeenstemming komt met de relevante DNBs betreffende doeltreffende, efficiënte en evenredige processen voor het beheer van de onderlinge gegevensuitwisseling, met inbegrip van de verstrekking van gegevens betreffende distributiesystemen en significante netgebruikers voor zover nodig voor een efficiënt netwerkbeheer. Artikel 48.1(b), (
  47. c)en (
  48. d)SOGL en artikel 53.1(a), (
  49. b)en (
  50. d)SOGL specifiëren deze gegevens als de gegevens in het kader van de levering van balanceringsdiensten door respectievelijk distributiegekoppelde elektriciteitsproductie-eenheden en verbruikersinstallaties die deelnemen aan vraagsturing. In artikel 182.2 SOGL wordt bepaald dat de TSB in overeenkomst met de DNBs de voorwaarden bepaalt van de uitwisseling van de informatie die nodig is (
  51. i)voor het uitvoeren van de prekwalificatieprocessen voor reserveleverende eenheden of groepen in de distributiesystemen en (
  52. ii)voor de levering van reserves werkzaam vermogen. In artikel 15.2 EBGL wordt bepaald dat elke DNB tijdig alle nodige informatie aan de connecterende TNB verstrekt om onbalansen te verrekenen overeenkomstig de in artikel 18 EBGL vastgestelde voorwaarden voor balancering. 66. Zodoende vormt de type-SOK in feite ook de uitwerking van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van SOGL. Hoewel de type-samenwerkingsovereenkomst en het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van SOGL in artikel 4, §1, van het federaal technisch reglement als twee afzonderlijke overeenkomsten onderworpen aan de goedkeuring van de CREG worden beschouwd (punten 9° en 10°), is de CREG van mening dat het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van SOGL integraal in de typesamenwerkingsovereenkomst moet worden geïntegreerd omdat dit akkoord de processen voor onderlinge gegevensuitwisseling betreft, te weten een onderwerp dat met toepassing van de artikelen 316 en 317 van het federaal technisch reglement behandeld moet worden in de typesamenwerkingsovereenkomst. Het is overigens daadwerkelijk ook de bedoeling van de Partijen dat de type-samenwerkingsovereenkomst de volledige overeenkomst uitmaakt tussen de Partijen (zie artikel 7.5 van het basiscontract). Niet-vertrouwelijke versie 33/81 Artikel 4.1. Telgegevens 67. Uit de beschrijving is het niet altijd voldoende duidelijk welke concrete telgegevens verzameld, berekend en/of uitgewisseld worden. Artikel 4.1.2 bevat een verwijzing naar het bezorgen van “alle informatie en/of telgegevens om elke Partij toe te laten de afrekeningen te maken met betrekking tot het onevenwicht”. Er wordt verwezen naar de MIG-processen, zowel in de hoofdtekst als in Bijlage 6, die alle details bevatten met betrekking tot de gegevensuitwisselingen tussen DNBs en Elia. De CREG is niettemin van mening dat een verwijzing naar de MIG-processen in de type-SOK onvoldoende is. De lijst van uitgewisselde telgegevens, de afgesproken modaliteiten, en de foutcorrectieprocessen in de relatie tussen de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerders dienen opgenomen te worden in de type-SOK. Wat dit laatste betreft, dienen meer bepaald onderstaande provisies uit de KORRR-methodologie, artikel 3 paragrafen 3 en 4, in de type-SOK vertaald te worden: 3. Behoudens goedkeuring door de bevoegde regulerende instantie of door de door de lidstaat aangewezen instantie, overeenkomstig artikel 40

(5)van de SO GL-verordening, bepaalt elke TNB, in samenspraak met de DNB's in zijn controlegebied, of de met de distributie verbonden SNG's in zijn controlegebied de structurele, geplande en realtimegegevens rechtstreeks of via de verbindende DNB, of via beide, aan de TNB moeten verstrekken. De beslissing voor elk type van informatie kan losstaan van de beslissing voor de SNG. Wanneer de gegevens rechtstreeks aan de TNB worden verstrekt, stelt de TNB ze op verzoek van de DNB op wiens netwerk de SNG is aangesloten, ter beschikking van de DNB. Wanneer de gegevens aan de DNB zijn verstrekt, verstrekt de DNB de gegevens aan de TNB. De kwaliteit en de granulariteit van de gegevens worden gehandhaafd of verbeterd. (eigen nadruk) 4. Wanneer de TNB of de DNB de gegevens rechtstreeks van de SNG ontvangt, controleert de TNB of de DNB of de gegevens voldoen aan de door de TNB's gespecificeerde kwaliteitsvereisten of, indien van toepassing, door de DNB's overeenkomstig de KORRR alvorens ze met een andere entiteit te delen (eigen nadruk). 68. Een groot deel van de MIG-processen binnen het kader van artikel 4.1.2 wordt beschreven in Bijlage 6. 69. De beschrijving van de relevante processen ontbreekt voor de telgegevens bedoeld in artikel 4.1.3, namelijk de gegevens die nodig zijn om te voldoen aan de “verplichtingen in verband met het gebruik van ondersteunende diensten en strategische reserves die afkomstig zijn van netgebruikers van de DNB en om Elia toe te laten de betrokken controles en afrekeningen uit te voeren”. Noch de hoofdtekst, noch Bijlage 6 specifiëren de concrete gegevens die uitgewisseld worden. De CREG begrijpt het evolutief en flexibel karakter van deze gegevens, althans bij levering van flexibiliteitdiensten door balanceringsmiddelen op laagspanningsniveau, maar is van mening dat de modaliteiten, praktische afspraken, rechten en verplichtingen concreter opgenomen moeten worden in de type-SOK. 70. De CREG verwijst voor een meer gedetailleerde bespreking hiervan naar wat zij uiteenzet onder Bijlage 6. Niet-vertrouwelijke versie 34/81 Artikel 4.2. Andere gegevens 71. Artikel 4.2 bevat in hoofdzaak verwijzingen naar verdere bepalingen inzake de uitwisseling van informatie in de Bijlagen 7, 11 en 12. De CREG verwijst naar wat zij uiteenzet onder respectievelijke bijlages. 72. Verder bevat artikel 4.2.4 de verbintenis tussen Partijen om, voor alle andere gevallen, alle andere gegevens noodzakelijk voor de uitvoering van hun taken, over te maken aan de andere Partij die hierom op schriftelijke en gemotiveerde wijze verzoekt, rekening houdend met de wettelijke verplichtingen in verband met confidentialiteit. Deze bepaling voorziet ook dat Partijen dan eerst, na dit verzoek, overeenkomen welke gegevens nodig zijn en hoe deze gegevens mogen gebruikt worden door de vragende Partij. De CREG heeft hier geen opmerkingen bij. Artikel 4.3. Vergoedingen voor het ter beschikking stellen van gegevens 73. Artikel 4.3 komt erop neer dat de uitwisseling van gegevens tussen Partijen in het kader van artikel 4 gratis is, voor zover de uitwisseling kadert in een wettelijke opdracht en onverminderd de toepasselijke tarieven zoals goedgekeurd door de betrokken regulator. Artikel 4.4. Bescherming van persoonsgegevens 74. Dit artikel bevat bepalingen ter bescherming van persoonsgegevens in uitvoering van de wetgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens, i.h.b. de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. 75. Artikel 316, eerste lid, 3°, c), van het federaal technisch reglement bepaalt dat de type-SOK onder meer de lijst van de gegevens en informatie die zullen worden uitgewisseld, bevat evenals de vertrouwelijkheidsplichten betreffende die gegevens en informatie. Het is belangrijk en noodzakelijk dat Elia en de distributienetbeheerders de nodige afspraken maken om de voornoemde privacywetgeving nauwgezet na te leven en dat de CREG erop toeziet dat de typesamenwerkingsovereenkomst terzake bepalingen bevat, doch het behoort niet tot de wettelijke taken van de CREG om de naleving van de wetgeving inzake bescherming van persoonsgegevens te controleren. De verantwoordelijkheid voor de naleving van deze regelgeving berust integraal bij de Partijen. Artikel 5. Aansprakelijkheid 76. Het voorstel van type-SOK bevat bepalingen betreffende de aansprakelijkheid tussen Partijen en/of andere Belgische publieke elektriciteitsdistributienetbeheerders en voor de afhandeling van schadeclaims door derden. Artikel 5.1. Aansprakelijkheid tussen elektriciteitsdistributienetbeheerders Partijen en/of andere Belgische publieke 77. Artikel 5.1.1 bevat een volledige exoneratie van aansprakelijkheid tussen Partijen voor schade die voortvloeit uit lichte fouten/nalatigheden. Dit artikel bepaalt immers dat de Partijen enkel aansprakelijk zijn, de ene ten opzichte van de andere, voor de schade voortvloeiend uit een zware fout/nalatigheid, uit opzet of bedrog, begaan door een Niet-vertrouwelijke versie 35/81 van de Partijen ten opzichte van de andere Partij in het kader van deze Overeenkomst (artikel 5.1.1, eerste streepje). Het herstel van de schade, behalve in geval van opzet of bedrog of in geval van lichamelijke schade aan het personeel van de andere Partij, is beperkt: - tot het herstel van de directe materiële schade, met uitsluiting van inkomstenverlies, winstderving of gelijk welke andere bijkomende of specifieke indirecte schade; - tot een bedrag van 2.000.000 euro per schadegeval en voor het geheel van de schuldvorderingen van de Partijen en/of andere Belgische publieke elektriciteitsnetbeheerders die voortvloeien uit eenzelfde incident en die, in voorkomend geval, pro rata worden verrekend, onverminderd de bestaande regelingen tussen distributienetbeheerders met betrekking tot het herstel van de schade die zich tussen hen voordoet; - tot een bedrag van 5.000.000 euro per jaar voor het geheel van de schadegevallen en voor het geheel van de schuldvorderingen van de Partijen en/of andere Belgische publieke elektriciteits-netbeheerders en die, in voorkomend geval, worden verrekend pro rata de geleden schade, onverminderd de bestaande regelingen tussen distributienetbeheerders met betrekking tot het herstel van de schade die zich tussen hen voordoet (artikel 5.1.1, tweede streepje). Artikel 5.1.1 voegt daaraan onder meer toe dat de aansprakelijkheidsbeperkingen hierboven aangeduid, maximale bedragen vormen die ook gelden wanneer meerdere Belgische publieke elektriciteitsnetbeheerders aan de oorzaak liggen van hetzelfde incident (artikel 5.1.1, laatste streepje). 78. Wat betreft de verplichtingen vermeld in artikel 4.1 van de Overeenkomst wordt in artikel 5.1.2 een afwijkende aansprakelijkheidsregeling tussen de Partijen voorzien (zie artikel 5.1.2, eerste lid). De aansprakelijkheid wordt hier niet beperkt tot directe materiële schade, maar wel ook naar het bedrag van de te vergoeden schade. De Partijen zijn ten opzichte van elkaar aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit een zware fout/nalatigheid, opzet of bedrog die een Partij begaat met betrekking tot de te leveren gegevens, onder andere in geval van foutieve of ontbrekende gegevens, als gevolg waarvan: - de andere Partij haar facturen ten aanzien van (een) derde partij(
  1. en)niet kan versturen of; - de andere Partij wordt niet betaald na het versturen van de facturen; - de andere Partij geen gevolg kan geven aan een rechtmatige schuldvordering van (een) derde partij(
  2. en)of; - de andere Partij haar rechtmatige schuldvordering lastens (een) derde partij(
  3. en)niet kan doen gelden (artikel 5.1.2, tweede lid). Eén en ander als gevolg van het directe verband met de door de ene Partij begane zware fout/nalatigheid, opzet of bedrog (artikel 5.1.2, derde lid). Verder wordt bepaald dat, in voorkomend geval, de andere Partij moet bewijzen dat ze haar beste inspanningen heeft geleverd om over te gaan tot de facturatie, eventueel tijdelijk, zelfs na het verstrijken van de contractueel vastgestelde termijn, en om de betaling van diezelfde facturen te verkrijgen (artikel 5.1.2, vierde lid). Niet-vertrouwelijke versie 36/81 Er wordt een verjaringstermijn van vier jaar voorzien nadat de gegevens zijn ontstaan of hadden moeten ontstaan voor de vorderingen ter vergoeding van de schade die voortvloeit uit het verkeerd toewijzen van energievolumes ten gevolge van een zware fout/nalatigheid, opzet of fraude die een Partij begaat met betrekking tot de te leveren telgegevens en die geen betrekking hebben op de facturatie tussen de Partijen zoals beschreven in artikel 3 (artikel 5.1.2, vijfde lid). De aansprakelijkheid van Partijen in het kader van onderhavig artikel is, in hoofde van Elia ten aanzien van alle publieke elektriciteitsdistributienetbeheerders samen enerzijds en in hoofde van alle elektriciteitsdistributienetbeheerders samen ten aanzien van Elia anderzijds, beperkt: - tot 2.000.000 euro per schadegeval en per maand; - tot 5.000.000 euro per jaar; voor het totaal van de vorderingen van de Partijen, die in voorkomend geval toegekend worden pro rata de geleden schade, zonder afbreuk te doen aan bestaande regelingen tussen publieke elektriciteitsdistributienetbeheerders onderling en met andere partijen. (artikel 5.1.2, zesde lid) Het feit dat de aansprakelijkheid van een Partij ten opzichte van de andere wordt ingeroepen, ontlast de eerste Partij niet van haar verplichting om de betrokken gegevens, van zodra ter beschikking, onmiddellijk aan de andere Partij te sturen (artikel 5.1.2, laatste lid). 79. Artikel 5.1.3 bevat kort samengevat een overlegverplichting voor de Partijen in het kader van schadebeperking en een verplichting tot verslaggeving van de feitelijkheden. 80. De CREG is steeds van oordeel geweest en is ook hier van oordeel dat er naar een voldoende en redelijk niveau van aansprakelijkheid van partijen moet worden gestreefd. Tegenover de verplichtingen van Partijen bepaald in de type-SOK dient een redelijke en voldoende aansprakelijkheid te staan voor het geval van niet naleving van deze verplichtingen. Wat de aansprakelijkheid van de Partijen in het kader van de type-SOK betreft dient weliswaar ook rekening gehouden te worden met de economische en financiële aspecten (met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer). Een beperking van de aansprakelijkheid is in die optiek aanvaardbaar, en zelfs aangewezen wanneer hierdoor de globale last (verzekeringspremies, risicomanagement, enz. gecumuleerd voor alle partijen) beperkt wordt. Daarbij wordt opgemerkt dat exoneratie- en/of aansprakelijkheidsbeperkende bedingen die de overeenkomst zouden “uithollen” (elke betekenis zouden ontnemen aan de verbintenissen) verboden zijn en -in de regel- leiden tot de nietigheid van een dergelijk beding. In het kader van de type-SOK moet er rekening mee gehouden worden dat de in het contract opgenomen verplichtingen van Partijen in belangrijke mate de contractualisering inhouden van wettelijke verplichtingen die volgens de CREG van openbare orde zijn. Het contractualiseren van dergelijke wettelijke verplichtingen doet evenwel niets af aan de aard ervan. 81. De CREG merkt op dat de voorgestelde aansprakelijkheidsregeling tussen Partijen een volledige bevrijding van aansprakelijkheid inhoudt voor lichte fouten en nalatigheden, die nochtans wellicht het meest kunnen voorkomen in de praktijk. In geval van zware fouten/nalatigheden is de aansprakelijkheid (met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 5.1.2) beperkt tot directe materiële schade. In beide gevallen (artikel 5.1.1 en artikel 5.1.2) is de aansprakelijkheid beperkt tot bepaalde maximumbedragen. Niet-vertrouwelijke versie 37/81 De aansprakelijkheidsbeperkingen en -exoneraties vervat in dit artikel zijn weliswaar wederkerig, maar erg ruim. Aansprakelijkheid wordt grotendeels uitgesloten, behalve in geval van zware fout, opzet of bedrog. Bij gebrek aan definitie van het begrip “zware fout/nalatigheid”, moet dit begrip worden begrepen naar gemeen recht, d.w.z. als een tekortkoming aan een essentiële verplichting. Wat de essentiële verplichtingen tussen de Partijen zijn, wordt niet bepaald, waardoor hier dan nog eindeloze discussies kunnen over bestaan. De vraag kan worden gesteld of het überhaupt relevant is, in het kader van de uitwisseling van informatie tussen Elia en de DNBs, om gewag te maken van een zware fout. Volgens de CREG zijn alle inbreuken op hun informatieverplichtingen ten aanzien van elkaar zware fouten of nalatigheden, omdat ze raken aan verplichtingen die als essentieel moeten worden beschouwd. Door te bepalen dat de Partijen in geen geval aansprakelijk zijn voor inkomstenverlies, winstderving of gelijk welke andere bijkomende of specifieke indirecte schade, wordt in feite onrechtstreeks bepaald wat onder het begrip “directe materiële schade” moet worden verstaan, zijnde in elk geval (zonder daartoe vermoedelijk beperkt te zijn) directe schade aan de installaties van de Partijen. De CREG is voorstander dat Partijen aansprakelijk zijn voor fouten (al dan niet te beperken tot herhaalde fout, maar niet louter tot de zware fout/nalatigheid) en voor alle directe schade die daarvan het gevolg is tot een bepaald bedrag, alsook vanzelfsprekend voor opzet en bedrog. Het is verder niet helemaal duidelijk of de exoneratie enkel de contractuele of ook de buitencontractuele aansprakelijkheid van Partijen betreft. Het verdient aanbeveling om dit laatste te preciseren. In de mate dat de aansprakelijkheidsbeperkingen betrekking hebben op de andere DNBs (die geen partij zijn bij het contract in kwestie), zijn ze pas tegenstelbaar indien opgenomen in de andere contracten met de DNBs. Dit moet echter het geval zijn in de praktijk aangezien dit contract een typeovereenkomst is die voor elke DNB gelijk luidt. 82. De CREG stelt vast dat Elia in het kader van Synergrid met de DNB’s een akkoord bereikte over deze aansprakelijkheidsbepalingen, aangezien deze overigens reeds van toepassing zijn sinds meerdere jaren tussen Partijen. Aangezien de contractspartijen hierover een akkoord bereikten, waarbij kan worden aangenomen dat beide Partijen zich in een gelijke of vergelijkbare onderhandelingspositie bevinden, en daarnaast ook rekening moet worden gehouden met de financiële aspecten, met name de verzekerbaarheid en bijgevolg betaalbaarheid van het netbeheer, kan de CREG de thans voorgestelde aansprakelijkheidsregeling tussen de Partijen aanvaarden. Wel wenst de CREG hierbij een voorbehoud te formuleren. De CREG is van oordeel dat de betrokken bepalingen in ieder geval moeten worden geherevalueerd en desgevallend herzien moeten worden in het bijzonder indien er zich daadwerkelijke problemen zouden voordoen met de toepassing van deze bepalingen, indien zij onredelijk blijken (bv. omdat te weinig financiële incentive bestaat voor de Partijen om de samenwerkingsovereenkomst correct na te leven en de kwaliteit van de samenwerking daardoor nadeel ondervindt) en/of indien zij in strijd zouden blijken te komen met Europese, federale en/of regionale wetgeving. In voorkomend geval, vraagt de CREG om rekening te houden met de bovenstaande opmerkingen bij het uitwerken van een nieuw voorstel van artikel 5.1. Niet-vertrouwelijke versie 38/81 5.2. Afhandeling van schadeclaims van derden 83. [VERTROUWELIJK] 84. [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 39/81 De CREG aanvaardt de voorgestelde regeling, maar verwijst naar wat zij heeft uiteengezet in paragraaf 21 van deze beslissing, nl. dat Elia wel transparantie zal moeten bieden over de afspraken inzake het afhandelen van schadeclaims door derden in de eerstvolgende versie van de type-SOK, daarover voorafgaand publiek dient te consulteren en het artikel 5.2 vanuit dit oogpunt dient te herzien. Verder verwijst de CREG tevens naar het voorbehoud dat gemaakt wordt onder artikel 5.1 van het voorstel van type-SOK en dat hier als herhaald moet worden beschouwd. 85. In de brief van

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.