(B)2386 22 augustus 2022 Beslissing inzake de modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van [VERTROUWELIJK] gelegen op de site te [VERTROUWELIJK] (upgrade van de gasturbine en van het verbrandingssysteem van de STEG-eenheid) Artikel 4.1(a)(iii) van de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 9 2.1. ALGEMEEN............................................................................................................................... 9 2.2. RAADPLEGING ......................................................................................................................... 9 BEOORDELING ............................................................................................................................... 11 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 16 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 18 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 19 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 21 Niet-vertrouwelijke versie 2/21 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 4.1(a)(iii) van de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, de analyse van de NV Elia Transmission Belgium in verband met de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductieeenheid van [VERTROUWELIJK], gelegen op de site te [VERTROUWELIJK]. Deze analyse werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brief van 21 maart 2022, ontvangen op dezelfde datum, bij de CREG ter beslissing ingediend. Elia heeft op vraag van de CREG bijkomende informatie bezorgd per mail op 12 en 13 april 2022. De Algemene Directie Energie heeft haar advies aan de CREG en Elia bezorgd per brief van 4 mei 2022 overeenkomstig artikel 162, §3, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. De CREG heeft een niet-openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing georganiseerd van 23 mei tot 14 juni 2022. Elia heeft per brief van 11 juli 2022, ontvangen op 12 juli 2022, bij de CREG bijkomende informatie ingediend ter vervollediging van de aanvraag, zoals aangekondigd in de reactie op de raadpleging. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over de analyse van de NV Elia Transmission Belgium in verband met de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van [VERTROUWELIJK], ingediend in het Frans door Elia per brief van 21 maart 2022, genomen tijdens zijn vergadering van 22 augustus 2022. Niet-vertrouwelijke versie 3/21 WETTELIJK KADER Het wettelijk kader voor deze beslissing wordt gevormd door artikel 4.1(
- a)van de Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (hierna: “de Europese netcode RfG”) en de artikelen 71, §1, 159 en 161 tot 162 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: het federaal technisch reglement), die hierna worden weergegeven: Artikel 4 van de Europese netcode RfG betreffende de toepassing op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden luidt als volgt: “1. Op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden zijn de eisen van deze verordening niet van toepassing, tenzij:
- a)een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D in dergelijke mate is gewijzigd dat de desbetreffende aansluitovereenkomst ingrijpend moet worden herzien overeenkomstig de volgende procedure:
- i)eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties die voornemens zijn een installatie te moderniseren of apparatuur te vervangen op een wijze die effect heeft op de technische capaciteiten van de elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de relevante systeembeheerder hiervan van tevoren in kennis;
- ii)wanneer de relevante systeembeheerder oordeelt dat de modernisering of vervanging van apparatuur van zulke omvang is dat een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is, stelt de systeembeheerder de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat daarvan in kennis, en iii) de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat besluit of de bestaande aansluitovereenkomst moet worden herzien, dan wel een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is en welke eisen van deze verordening van toepassing zijn, of
- b)een regulerende instantie of, indien van toepassing, een lidstaat besluit een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid te onderwerpen aan alle of aan bepaalde eisen van. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt een elektriciteitsproductie-eenheid als bestaand beschouwd wanneer:
- a)deze eenheid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds op het net is aangesloten, of
- b)de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de productie-installatie binnen een tijdsbestek van twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie stelt de relevante systeembeheerder en de relevante TSB binnen een termijn van 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van het afsluiten van dit contract. De door de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie aan de relevante systeembeheerder en de relevante TSB toegezonden kennisgeving bevat minimaal de volgende elementen: de benaming van het contract, de datum van ondertekening en de Niet-vertrouwelijke versie 4/21 datum van inwerkingtreding, en de specificaties van het belangrijkste onderdeel van de te bouwen, te assembleren of aan te kopen productie-installatie. Een lidstaat kan erin voorzien dat de regulerende instantie in gespecificeerde omstandigheden kan bepalen of de elektriciteitsproductie-eenheid als een bestaande productie-eenheid dan wel als nieuwe productie-eenheid moet worden beschouwd. 3. Teneinde een antwoord te bieden op significante feitelijke wijzigingen van omstandigheden, zoals de ontwikkeling van systeemeisen, inclusief de penetratie van hernieuwbare energiebronnen, slimme netwerken, gedistribueerde productie en belastingssturing, kan de desbetreffende TSB na een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10 aan de betrokken regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat voorstellen de toepassing van deze verordening uit te breiden tot bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. Daartoe wordt een grondige en transparante kwantitatieve kosten-batenanalyse uitgevoerd, overeenkomstig de artikelen 38 en 39. De analyse omvat de volgende elementen:
- a)de kosten om bestaande elektriciteitsproductie-eenheden in overeenstemming te brengen met deze verordening;
- b)de sociaaleconomische baten van het toepassen van de eisen van deze verordening, en
- c)de mogelijkheid om met alternatieve maatregelen de vereiste prestaties te bereiken. 4. Alvorens de in lid 3 bedoelde kwantitatieve kosten-batenanalyse uit te voeren:
- a)voert de relevante TSB een voorafgaande kwalitatieve vergelijking uit van de kosten en baten, en
- b)verkrijgt de relevante TSB de goedkeuring van de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat. 5. De relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat neemt een besluit over de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot bestaande elektriciteitsproductie-eenheden binnen een tijdsbestek van zes maanden na ontvangst van het verslag en de aanbeveling van de relevante TSB overeenkomstig artikel 38, lid 4. Het besluit van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat wordt gepubliceerd. 6. Bij de afweging inzake de eventuele toepassing van deze verordening op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden houdt de relevante TSB rekening met de legitieme verwachtingen van de eigenaren van elektriciteitsproductie-installaties. 7. De relevante TSB kan de toepassing van sommige of alle bepalingen van deze verordening op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden om de drie jaar in overweging nemen overeenkomstig de in de leden 3 tot en met 5 genoemde criteria en procedure.” De artikelen 4.1(
- a)en 4.2 van de Europese netcode RfG zijn relevant in deze context aangezien het de modernisering betreft van een individuele bestaande elektriciteitsproductie-eenheid. Artikel 4.1(
- b)en artikelen 4.3 tot 4.7 zijn daarentegen slechts relevant in de context van een vraag vanwege Elia naar uitbreiding van de toepassing van de Europese netcode RfG op een categorie van bestaande installaties, wat hier niet het geval is. Niet-vertrouwelijke versie 5/21 De artikelen 71, §1, 159, 161 en 162 van het Federaal Technisch Reglement bepalen in verband met substantiële modernisering wat volgt: “Art. 71. § 1. Eén of meerdere in deze titel vastgestelde technische eisen zijn ook toepasselijk op de aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid, 8 en 9, nadat een van de hierna beschreven specifieke procedures is toegepast: 1° in geval van substantiële modernisering van de elektriciteitsproductie-eenheden van de types C of D, de verbruiksinstallaties, de HVDC-systemen of de op gelijkstroom aangesloten power park modules, overeenkomstig artikel 4.1, a), de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, of de elektriciteitsproductie-eenheden van de type B of de asynchrone opslagpark waarvan de procedure is voltooid of vastgesteld in de artikelen 161 tot en met 163; 2° wanneer de commissie beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel op te leggen overeenkomstig de procedure die wordt beschreven in de artikelen 4.1, b), en 4.3 tot 4.5 van de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, op een categorie van aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid en 8; 3° wanneer de commissie beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel toe te passen op een categorie van elektriciteitsproductie-eenheden van type B of op een categorie van asynchrone opslagparken beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid, 8 en 9; 4° wanneer een Europese netwerkcode voorziet in de toepassing van bepaalde technische eisen op bestaande aansluitingsinstallaties of bestaande installaties van transmissienetgebruikers.” “Art. 159. § 1. Zo spoedig mogelijk maar ten laatste binnen de twintig werkdagen vanaf de ontvangst van de behoorlijk ingevulde aansluitingsaanvraag in de zin van artikel 151 deelt de transmissienetbeheerder aan de aanvrager het resultaat van de evaluatie van de geringe aard van zijn aansluitingsaanvraag mee, wanneer het een wijzigingsverzoek betreft. In verband hiermee, wanneer de aanvrager een wijziging van zijn aansluiting of van een installatie beoogt, zoals bedoeld in artikel 148, beoordeelt en motiveert de transmissienetbeheerder de eventueel geringe aard van deze wijziging. Wordt er geoordeeld dat het om een geringe wijziging gaat, dan kan de transmissienetbeheerder: 1° de beoogde wijzigingen goedkeuren zonder dat welke andere formaliteiten ook moeten worden vervuld en zonder wijziging van het aansluitingscontract van de transmissienetgebruiker; 2° een wijziging van zijn aansluitingscontract voorstellen aan de betrokken transmissienetgebruiker om de geringe aard van de wijziging te omkaderen, in voorkomend geval met het sluiten van een bijlage bij dit contract. De wijzigingen aan het aansluitingscontract bedoeld in 2° ontslaat de betrokken transmissienetgebruiker niet, in dit geval, van het bekomen vanwege de transmissienetgebruiker van de bedrijfsvoeringsnotificatie van de conformiteit van zijn aansluiting of van zijn installaties, overeenkomstig met de regels bepaald in titel 4 van Boek 2 van Deel 3 en de toepasselijke wetgeving. De transmissienetbeheerder brengt de commissie op de hoogte van de beslissing die in verband met de geringe aard van de wijziging is genomen. Niet-vertrouwelijke versie 6/21 § 2. Is de beoogde wijziging niet van geringe aard, dan stelt de transmissienetbeheerder aan de betrokken transmissienetgebruiker voor, binnen de termijn bepaald in § 1, eerste lid, dat het vervolg van de procedure verloopt bij toepassing van de artikelen 160 tot en met 163. In dit geval bestelt de betrokken transmissienetgebruiker de uitvoering van de detailstudie, met inbegrip van, in voorkomend geval, het luik modernisering van deze studie zoals bedoeld in artikel 161, en neemt hij de kosten daarvan voor zijn rekening. “ “Art. 161. § 1. Bij de uitvoering van de detailstudie zoals bedoeld in artikel 160, § 3, en indien de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een wijziging van installaties van de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 4.1.,a), beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, § 7, lid 1 en § 8, respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC en HVDC, dan onderzoekt de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze of deze wijziging binnen het toepassingsgebied van voornoemd artikel 4.1., a), valt. In dat kader zijn de analysecriteria zoals vastgesteld in artikel 162, §§ 1 en 2, van toepassing. De in artikel 160, § 3, bedoelde detailstudie vermeldt de resultaten van dit onderzoek en, in voorkomend geval, de beslissing van de commissie overeenkomstig artikel 4.1.,a), iii), van de Europese netwerkcode RfG, de Europese netwerkcode DCC en de Europese netwerkcode HVDC. § 2. Bij het uitvoeren van detailstudie bedoeld in artikel 160, § 3, wanneer de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een wijziging van een asynchroon opslagpark of een energie-opwekkingseenheid van het type B, beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 8 en 9, onderzoekt de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze of deze een substantiële modernisering uitmaakt of een vervanging van de uitrusting in de asynchrone opslagparkvoorziening of de elektriciteitsopwekkingseenheid van type B, van die aard dat hun technische capaciteiten zijn aangepast. In dat kader zijn de analysecriteria zoals vastgesteld in artikel 162, §§ 1 en 2 van toepassing. Indien de transmissiesysteembeheerder van mening is dat de omvang van de modernisering of vervanging van de uitrustingen van dien aard is dat een nieuw aansluitingscontract vereist is, stelt hij de commissie daarvan in kennis. De commissie beslist of het bestaande aansluitingscontract moet worden herzien of dat een nieuw aansluitingscontract vereist is en stelt de eisen van dit besluit vast die van toepassing zijn op die asynchrone opslagpark of elektriciteitsproductie-eenheid van het type B. In de in artikel 160, § 3, bedoelde detailstudie worden de resultaten van dit onderzoek en, in voorkomend geval, het besluit van de commissie uit hoofde van deze paragraaf vermeld. § 3. In de gevallen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 worden de in artikel 160, § 3, vastgestelde termijnen opgeschort tot op het einde van de procedure die wordt beschreven in artikel 4.1., a), respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC en HVDC of tot het einde van de in paragraaf 2 bedoelde procedure.” “Art. 162. § 1. Het moderniseringsluik van deze detailstudie, met name de moderniseringsstudie zoals bedoeld in artikel 161, evalueert op gedetailleerde wijze de beoogde wijzigingen ten opzichte van de hierna genoemde elementen: 1° elke wijziging van technologie als gevolg waarvan de nominale productie van de elektriciteitsproductie-eenheid type B of de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode RfG, of een bestaande DC-aangesloten power park module bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode HVDC, op een manier dat de betrokken eenheid de hogere drempel naar het type C of D overschrijdt; 2° de omvang van de toename van de nominale productie van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid type B of de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode RfG of van de toename van het vermogen het betrokken HVDC-systeem module bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode HVDC, of van een asynchroon opslagpark; Niet-vertrouwelijke versie 7/21 3° de vernieuwing van één of meerdere essentiële technische elementen van een installatie van de netgebruiker bedoeld in artikel 4.1 van respectievelijk de Europese netwerkcode RfG, DCC en HVDC of een asynchroon opslagpark. Het plaatsen van identieke reserveonderdelen door de vervoergebruiker in zijn installaties wordt niet beschouwd als de vernieuwing van een of meer essentiële technische elementen van die installaties. § 2. De transmissienetbeheerder ontwikkelt richtsnoeren voor de toepassing van artikel 4.1. respectievelijk van de Europese netwerkcode RfG, DCC en HVDC, van artikel 161, § 2, en voor de toepassing van paragraaf 1. Hij stelt de commissie de eerste keer voor advies in kennis uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. § 3. Wanneer de transmissienetbeheerder een kennisgeving aan de commissie doet overeenkomstig artikel 4.1. van respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC, HVDC, artikel 161, § 2, derde lid, en op grond van paragraaf 2, maakt hij een kopie voor advies over aan de Algemene Directie Energie. Zij stuurt haar advies binnen een maand naar de commissie en naar de transmissienetbeheerder.” Niet-vertrouwelijke versie 8/21 ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN Elia heeft haar analyse in verband met de substantiële modernisering van een elektriciteitsproductie-eenheid van [VERTROUWELIJK], met zetel te [VERTROUWELIJK], gelegen op de site te [VERTROUWELIJK] bezorgd per brief van 21 maart 2022, ontvangen op dezelfde datum. Elia heeft op vraag van de CREG bijkomende informatie bezorgd per mail op 12 en 13 april 2022. De Algemene Directie Energie heeft haar advies aan de CREG en Elia bezorgd per brief van 4 mei 2022 overeenkomstig artikel 162, §3, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Het directiecomité van de CREG heeft een ontwerpbeslissing (B)2386 over de analyse van Elia genomen tijdens zijn vergadering van 23 mei 2022 (zie onder 2.2). Per brief van 11 juli 2022 heeft Elia, zoals aangekondigd in het antwoord op de niet-openbare raadpleging van de ontwerpbeslissing (zie onder 2.2), bijkomende informatie ter aanvulling van het dossier ingediend bij de CREG (zie onder 3.). Elia heeft een kopie hiervan opgestuurd naar de Algemene Directie Energie van de FOD Economie. 2.2. RAADPLEGING Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement1, in het kader van de huidige beslissing, om, met toepassing van artikel 41 van zijn huishoudelijk reglement, als uitzondering op de openbare raadpleging die de regel vormt, een nietopenbare raadpleging te organiseren van [VERTROUWELIJK] en Elia over zijn ontwerpbeslissing (B)2386 van 23 mei 2022, aangezien de voorgenomen beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor hen. De raadplegingsperiode bedroeg drie weken. De CREG heeft op 14 juni 2022 een antwoord ontvangen van [VERTROUWELIJK] en van Elia. Zij meldden in deze antwoorden terug te komen op de eerdere bevinding dat er geen beperkende elementen waren in het dossier. Elia zou bijgevolg de studie aanpassen en aan de CREG op een later tijdstip bijkomende informatie geven over de recent geïdentificeerde beperkende elementen ter vervollediging van de goedkeuringsaanvraag. Elia heeft bovendien gereageerd op de stelling van de CREG in paragraaf 17 punt b. van de ontwerpbeslissing (B)2386 van 23 mei 2022, waarin de CREG vraagt om bij toekomstige goedkeuringsaanvragen met betrekking tot de substantiële modernisering van een productie-eenheid een voorstel op te leveren van “RfG-vereisten waaraan de gemoderniseerde eenheid bij deze modernisering nog niet zou moeten voldoen, met aanduiding van de belangrijkste gerelateerde beperkende elementen (i.e. elementen die volgens Elia en de netgebruiker buiten de scope van de substantiële modernisering vallen)”. Elia acht de levering van de lijst met vereisten met aanduiding van de vereisten die wel binnen de scope van het betreffende dossier vallen (inclusief aanduiding van beperkende elementen indien van toepassing in het dossier) voldoende voor de evaluatie van de goedkeuringsaanvraag. Elia wijst op de bijkomende inspanningen, bij zowel Elia als de netgebruiker, die nodig zouden zijn om eveneens voor vereisten die niet worden gevraagd in het kader van de 1 Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen eraan werden respectievelijk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2015 en van 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 9/21 betreffende substantiële modernisering, een analyse te moeten doen over mogelijk gerelateerde beperkende elementen. Een bijkomende analyse zou bovendien om een hypothetische oefening gaan, die mogelijk niet representatief is voor de analyse in het kader van een eventuele toekomstige verdere modernisering van de betreffende installatie. Elia vraagt bijgevolg aan de CREG om punt b. van paragraaf 17 in de ontwerpbeslissing niet over te nemen in de beslissing. De CREG volgt de argumentatie van Elia en gaat akkoord dat de goedkeuringsaanvraag in de eerste plaats de selectie van de relevante vereisten betreft en desgevallend de evaluatie van de daaraan gerelateerde beperkende elementen. De CREG past bijgevolg de paragraaf omtrent de te leveren informatie in het kader van toekomstige dossiers van substantiële modernisering aan (zie paragraaf 22 van deze beslissing). Aangezien de CREG akkoord kan gaan met het voorstel van Elia om rekening te houden met de geïdentificeerde beperkende elementen en geen uitbreiding van de modernisering te vragen teneinde de volledige conformiteit te verzekeren (zie paragraaf 18 van deze beslissing), beslist de CREG om geen bijkomende raadpleging te organiseren over de aanpassingen van deze beslissing ten aanzien van de ontwerpbeslissing (B)2386. Niet-vertrouwelijke versie 10/21 BEOORDELING De procedure inzake substantiële modernisering die vervat is in artikel 4.1(
- a)van de Europese netcode RfG, is van toepassing op bestaande elektriciteitsproductie-eenheden. In voorkomend geval vormt de betrokken installatie van [VERTROUWELIJK] die gemoderniseerd wordt, een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid. De installatie betreft een stoom- en gascentrale (STEG-centrale) en vormt derhalve een “een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of een power park module” oftewel een “elektriciteitsproductie-eenheid” in de zin van artikel 2, tweede lid,
(5), van de Europese netcode RfG. Deze installatie was bovendien reeds aangesloten op het transmissienet op de datum van inwerkingtreding van de Europese netcode RfG (17 mei 2016) en maakt derhalve een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid uit in de zin van de artikelen 2, tweede lid,
(2), en 4.2, van de Europese netcode RfG. [VERTROUWELIJK] heeft haar voornemen om de installatie te wijzigen aan Elia meegedeeld op 17 maart
- Elia is van mening dat deze wijziging een invloed heeft op het aansluitingscontract en heeft haar moderniseringsstudie aan de CREG bezorgd per schrijven van 21 maart 2022 (bijlage 1). De wijziging betreft een upgrade van de bestaande gasturbine met een verbetering van de prestaties, een verbetering van de efficiëntie, een toename van het vermogen en een verbetering van de emissies door bepaalde delen van de gasturbine aan de vinnen en het verbrandingssysteem voor de site van [VERTROUWELIJK] te vervangen. Op basis van de moderniseringsstudie die Elia op 21 maart 2022 aan de CREG bezorgde, heeft [VERTROUWELIJK] aangegeven dat er bij de vervanging van bovengenoemde elementen geen identieke reserve-onderdelen werden gebruikt. De bestaande unit heeft een huidig geïnstalleerd vermogen van [VERTROUWELIJK]. Het geïnstalleerde vermogen zal, na aanpassingen, [VERTROUWELIJK] bedragen. De aansluitcapaciteit voor injectie zal na modernisering toenemen tot [VERTROUWELIJK]. In haar mail van 13 april 2022, bezorgde Elia op vraag van de CREG de volgende complementaire informatie betreffende de door [VERTROUWELIJK] voorziene wijzigingen: Het project bestaat voornamelijk uit een upgrade van de bestaande gasturbine met een verbetering van de prestaties, verbetering van de efficiëntie, toename van het vermogen en verbetering van de emissies door het veranderen van sommige delen van de TG op het niveau van de vinnen en het verbrandingssysteem. • • • • Geen aanpassingen aan de stoomturbine. De bestaande alternator blijft behouden. Gezien verouderd, wordt de vervanging van het controlegedeelte van de excitatie en elektrische beveiligingen bestudeerd. De rest van de elektrische installatie zoals de step-up transformator en de step-down transformator blijft behouden. Elia is van mening dat in voorliggend geval sprake is van een gedeeltelijke substantiële modernisering van de bestaande elektriciteitsproductie-eenheid van [VERTROUWELIJK] overeenkomstig de richtsnoeren, getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw Federaal Technisch Reglement van 22 april 2019” (versie 02.04.2021)”, die Elia op 2 april 2021 bekend maakte op haar website (hierna: “de door Niet-vertrouwelijke versie 11/21 Elia opgestelde richtsnoeren”). Deze richtlijnen kwamen tot stand onder meer na advies van de Algemene Directie Energie en de CREG
- Volgens Elia beantwoordt de geplande wijzigingen immers aan het volgende criterium dat leidt tot een gedeeltelijke substantiële modernisering: “Criterium 3: Vernieuwing van een uitrusting” zoals bedoeld in artikel 162, §1, 3° van het FTR. Tabel 1 geeft de volledige lijst van eisen voor nieuwe installaties type D uit de Europese netcode RfG en het Federaal Technische Reglement (kolom 1), met aanduiding van welke van deze eisen volgens Elia in acht moeten worden genomen naar aanleiding van de substantiële modernisering (kolom 2). In lijn met de door Elia opgestelde richtsnoeren, heeft Elia heeft hierbij enkel de artikelen van de netcode RfG aangeduid die betrekking hebben op de prestaties die door de verandering van de installatie worden beïnvloed. Op basis van de moderniseringsstudie die Elia op 21 maart 2022 aan de CREG bezorgde, heeft [VERTROUWELIJK] aangegeven dat er geen gerelateerde beperkende elementen zijn om aan deze deelverzameling van RfG eisen te voldoen (kolom 3). Echter, [VERTROUWELIJK] is op deze conclusie teruggekomen zoals gemeld door [VERTROUWELIJK] en door Elia in reactie op de niet-openbare raadpleging van de ontwerpbeslissing: de bijkomende informatie ingediend per brief van 11 juli 2022 duidt gerelateerde beperkende elementen aan voor de vereisten met betrekking tot reactive power capability en voltage withstand capability. Tabel 1: Voorstel van Elia van eisen voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden type D waaraan de bestaande technische eenheid naar aanleiding van de gedeeltelijke substantiële modernisering dient te voldoen, met indicatie van mogelijke gerelateerde beperkende elementen. Requirements Subject to Modernization Frequency withstand capability Rate of Change of Frequency (ROCOF) Loss of Main Protection by ROCOF LFSM-O Maximum allowable Power Reduction Active Power Control Interface No No No No No No Automatic Connection Remote Control Reductions Automatic Reconnections Data collection Active power controllability & control range LFSM-U No No No No No No FSM Frequency restoration control Real-time monitoring of FSM Rates of change of active power No No No No Reactive Power Capability Yes Relevant RfG & FGC requirement 5.5.1 (in GR-RfG) / Art. 89§1 (FGC) Related limiting elements None Update 7/2022: Yes 2 Advies (A)2148 van 7 januari 2021 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van 9 september 2020 getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw Federaal Technisch Reglement van 22 april 2019”, www.creg.be. Niet-vertrouwelijke versie 12/21 Fault Ride Through Yes 6.3.1 (in GR-RfG) / Art. 90 (FGC) Post-fault power active recovery Fault current & dynamic voltage support Voltage Control Automatic disconnection by voltage out of range Yes No Yes Yes 4.3.4 (in GR-RfG) / Art. 91 (FGC) NA 5.4 (in GR-RfG) / Art. 88 §3 (FGC) 6.1.2 (in GR-RfG) / Art. 85 (FGC) Voltage withstand capability Yes 6.1.1 (in GR-RfG) / Art. 85§1 (FGC) Voltage stability Island operation Resynchronization capabilities Loss of angular stability & loss of control Simulation models Devices for system operation and security Yes Yes Yes Yes Yes No 6.3.2 (in GR-RfG) / Art. 89§3 (FGC) 5.2.1 (in GR-RfG) / Art. 89§3 (FGC) 5.2.2 (in GR-RfG) / Art. 75 (FGC) 5.3.1 (in GR-RfG) / Art. 87 (FGC) 5.3.3 (in GR-RfG) / Art 87 (FGC) Synthetic inertia Angular stability under fault conditions No Yes 6.3.3 (in GR-RfG) / Art. 89 §5 (FGC) None None None None None Update 7/2022: Yes None None None None None None De CREG merkt op dat het op basis van de ter beschikking gestelde gegevens niet mogelijk is om de voorgestelde selectie van te respecteren RfG vereisten ten gevolge van de vervangen eenheden, op onafhankelijke wijze te valideren. De CREG stelt vast dat ook de Algemene Directie Energie dit probleem aankaart (cf. advies van de Algemene Directie Energie van 4 mei 2022, onder III.3). De CREG begrijpt op basis van bijkomend mondelinge overleg met Elia op 13 april 2022 dat de voorgestelde selectie van te respecteren RfG vereisten door de technische experten aan Elia zijde werden vastgesteld en dat in een tweede fase de technische experten aan de zijde van [VERTROUWELIJK] bevestigd hebben aan deze vereisten te kunnen voldoen. Op basis van ditzelfde bijkomend mondelinge overleg begrijpt de CREG dat er op dit ogenblik geen bijkomende schriftelijke details of technische documenten ter beschikking zijn die de betrokken instanties in dit dossier, i.e. AD Energie en de CREG, in staat zouden stellen om de uitgevoerde analyses en voorgestelde selectie door Elia te evalueren, noch de uitwisseling tussen de betrokken technische experten bij Elia en [VERTROUWELIJK] die hierop volgde. Op basis van de overeenstemming die tussen Elia en de elektriciteitsproducent werd bereikt, gaat de CREG ervan uit dat een correcte afweging tussen de baten op systeemniveau en de kosten voor de elektriciteitsproducent aan de basis ligt van de door Elia voorgestelde selectie van te respecteren vereisten. De CREG acht evenwel een hogere graad van transparantie naar de betrokken instanties, i.e. de Algemene Directie Energie en de CREG, belangrijk en dit met het oog op het bewaken van de consistentie, coherentie en het niet-discriminerende karakter bij de toepassing van de substantiële moderniseringsprocedure. De CREG heeft daarom bijkomende informatie gevraagd aan Elia. Concreet heeft de CREG gevraagd om voor elk van de vereisten uit de netwerkcode RfG aan te geven welke elementen van de bestaande elektriciteitsproductie-eenheid de (belangrijkste) gerelateerde beperkende elementen zijn. Dit met het oog op het kunnen vaststellen dat deze elementen effectief volledig buiten de perimeter van de voorziene wijzigingen vallen en het zich ervan vergewissen dat Elia effectief de door Elia voorgestelde richtsnoeren heeft gevolgd. De CREG heeft deze bijkomende informatie van Elia ontvangen op 13 april 2022, en weergegeven in Tabel 1, kolom 4, van deze beslissing. Op basis van het op 21 maart 2022 ontvangen dossier en de bijkomende informatie geleverd door Elia op 12 april en 13 april, kan de CREG akkoord gaan met de gedeeltelijke substantiële modernisering om de volgende redenen. Niet-vertrouwelijke versie 13/21 Ten eerste worden voor de technische eigenschappen die door de vervangen elementen beïnvloed worden, de RfG Vereisten voor nieuwe elektriciteitsproductie type D van toepassing. Ten tweede wordt voor de technische eigenschappen die niet door de vervangen elementen beïnvloed worden, geëist dat de nieuwe vervangstukken geen beperking mogen vormen voor een volledige conformiteit van de elektriciteitsproductie-eenheid indien later andere onderdelen worden vervangen. Per brief van 11 juli 2022 heeft Elia bijkomende informatie over de geïdentificeerde beperkende elementen ingediend bij de CREG ter aanvulling van de goedkeuringsaanvraag, inclusief de slides van de presentatie van [VERTROUWELIJK] aan de CREG en aan Elia op 7 juli 2022 (zie bijlage 4). Nieuwe analyse van [VERTROUWELIJK], op basis van simulaties, heeft aan het licht gebracht dat de installatie slechts deels conform zou zijn aan de vereisten gerelateerd aan reactive power capability en voltage withstand capability voor nieuwe productie-eenheden. Geen enkele tappositie op de opvoertransformator kan zorgen voor conformiteit aan de technische minimumvereisten3 en de opvoertransformator is niet uitgerust met een schakelaar tussen tapposities (‘on-load tap changer’) zodanig dat de tappositie kan veranderen afhankelijk van de situatie. Voor conformiteit zou de opvoertransformator bijgevolg moeten worden vervangen door een type met ‘on-load tap changer’. De vervanging van de opvoertransformator is echter niet voorzien in deze modernisering: een dergelijke uitbreiding van het project zou de kosten doen stijgen met ongeveer [VERTROUWELIJK] wat zou neerkomen op ongeveer 20% van de totale projectkost. De richtlijnen van Elia voor het definiëren van substantiële modernisering refereren echter naar een aanvaarde meerkost van maximum 10% van de totale projectkost om de vervanging van geïdentificeerde gerelateerde, beperkende elementen onmiddellijk te eisen in het kader van de onderhavige modernisering. Gezien de non-conformiteit gedeeltelijk is en gezien de mogelijke meerkost voor het verkrijgen van conformiteit, concludeert Elia dat de non-conformiteit beantwoordt aan de voorwaarden voor de identificatie van gerelateerde beperkende elementen in lijn met de richtlijnen van Elia over substantiële modernisering en bevestigt Elia dat de non-conformiteit voor haar aanvaardbaar is voor de veilige uitbating van het net. Bijgevolg wordt de vervanging van het element om de eenheid te laten voldoen aan de gevraagde eisen niet opgelegd door Elia in het kader van de onderhavige modernisering, maar Elia wijst er op dat bij de eerstvolgende vervanging van het betreffende element dit zodanig gedimensioneerd dient te worden dat het niet langer een beperkend element is. Elia vraagt aan de CREG om de installatie uit te sluiten van conformiteit aan de twee bovenvermelde technische eisen. Op basis van de bijkomende informatie zoals hierboven omschreven, kan de CREG akkoord gaan met de conclusie dat, op basis van de geïdentificeerde gerelateerde beperkende elementen, de vervanging van de opvoertransformator ten einde de installatie volledig conform te maken aan de vereisten voor reactive power capability en voltage withstand capability niet dient te worden vereist in het kader van de onderhavige modernisering. De bijkomende informatie ontvangen per brief van 11 juli 2022 wijst erop dat de conformiteit aan sommige vereisten wordt bevestigd op basis van tests die pas worden uitgevoerd kort voorafgaand aan de ingebruikname van de installatie (gepland midden september). De bijkomende informatie ontvangen van Elia op 12 en 13 april 2022 (zie bijlage 2) duidt inderdaad aan dat de conformiteit aan twee vereisten (‘Island operation’ en ‘Resynchronization capabilities’) enkel aan de hand van tests wordt aangetoond en dat de conformiteit aan twee vereisten (‘Reactive power capability’ en ‘Voltage control’) aan de hand van zowel simulaties als tests wordt aangetoond. De CREG vraagt aan Elia om de resultaten van deze tests mee te delen aan de CREG. 3 In sommige situaties zou de installatie echter ook betere prestaties leveren dan de technische minimumeisen. Niet-vertrouwelijke versie 14/21 De CREG merkt op dat de Algemene Directie Energie, op basis van het op 21 maart 2022 door Elia ingediende dossier, geen positieve advies uitgebracht heeft over de gedeeltelijke modernisering en dit bij gebrek aan transparantie over de onderbouwing van de door Elia voorgestelde selectie van RfG vereisten waaraan de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid bij modernisering zou moeten voldoen (cf. advies van de Algemene Directie Energie van 4 mei 2022, onder III.5). De CREG kan deze conclusie van de Algemene Directie Energie volgen. De CREG merkt op dat de bijkomende informatie geleverd door Elia op 12 april en 13 april op vraag van de CREG, noodzakelijk was om het voorstel van Elia voor een gedeeltelijke substantiële modernisering te kunnen beoordelen. De CREG vraagt daarom aan Elia om in toekomstige dossiers van substantiële modernisering voor elektriciteitsproductie-eenheden, naast de reeds voorziene documenten, telkens expliciet de volgende elementen en documenten te integreren: - overzicht van het volledige dossier met duiding van de voorziene documenten, - de aanvraag voor een detailstudie door de betrokken netgebruiker, aangevuld indien nodig met een duidelijke oplijsting van de door de netgebruiker voorziene te vervangen elementen, - tabel met volledige lijst van op nieuwe eenheden van toepassing zijnde RfG-vereisten, met onder meer: i. aanduiding van de RfG-vereisten waaraan de gemoderniseerde eenheid zou moeten voldoen, a. aanduiding van desgevallend [door de netgebruiker en Elia] geïdentificeerde gerelateerde beperkende elementen, inclusief de kosten voor het vervangen van deze elementen en de totale projectkosten, ii. in het geval van beperkende elementen, de conclusie of de vervanging van de betreffende elementen onmiddellijk wordt vereist om de bestaande eenheid te laten voldoen aan de gevraagde eisen, dan wel pas bij de eerstvolgende vervanging van het element de dimensionering wordt vereist zodat het niet langer een beperkend element betreft. Bovenstaande lijst is niet-exhaustief. De CREG vraagt dat Elia voor elk individueel geval nagaat welke documenten, technische gegevens of uitgewisselde informatie tussen Elia en de betrokken netgebruiker, kunnen bijdragen tot het transparant onderbouwen van het voorstel van Elia voor de in het betrokken geval te respecteren vereisten. Niet-vertrouwelijke versie 15/21 CONCLUSIE Overwegende de bevoegdheid voor de CREG om een beslissing te nemen over gevallen van substantiële modernisering van elektriciteitsproductie-eenheden met toepassing van artikel 4.1(a)(iii) van de Europese netcode RfG, Overwegende de overige bepalingen van artikel 4.1(a) van de Europese netcode RfG en artikel 71, §1, 1°, artikel 161, §§1 en 3, en artikel 162, §1, 3°, van het federaal technisch reglement, Overwegende de moderniseringsstudie van Elia van 21 maart 2022 betreffende de vervanging van de gasturbine en de verbrandingskamer van de STEG-Centrale van [VERTROUWELIJK] gelegen op de site te [VERTROUWELIJK] (bijlage 1), Overwegende de bijkomende informatie betreffende de selectie van de voorgestelde deelverzameling van vereisten van de Europese netcode RfG voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden type D waaraan de bestaande eenheid dient te voldoen, ontvangen van Elia op 12 en 13 april 2022 op vraag van de CREG (bijlage 2), Overwegende de niet-openbare raadpleging die de CREG hield over de ontwerpbeslissing van 23 mei tot 14 juni 2022 en de reacties die de CREG hierop heeft ontvangen (bijlage 3), Overwegende de bijkomende informatie over beperkende elementen die zijn geïdentificeerd en geanalyseerd na de goedkeuring van de ontwerpbeslissing, ontvangen van Elia per brief van 11 juli 2022 (bijlage 4), Overwegende dat de CREG op basis van hiervan akkoord gaat met de door Elia geadviseerde gedeeltelijke substantiële modernisering, meer bepaald de voorgestelde deelverzameling van vereisten van de Europese netcode RfG voor nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden type D waaraan de bestaande eenheid dient te voldoen, Overwegende dat de CREG op basis hiervan akkoord gaat met de door Elia geadviseerde uitsluiting van conformiteit aan de twee technische eisen waarvoor gerelateerde beperkende elementen zijn geïdentificeerd,Overwegende de noodzaak tot aanpassing van het aansluitingscontract en bijlages van het aansluitingscontract tussen Elia en [VERTROUWELIJK] als gevolg daarvan, Beslist de CREG dat: - Bij de vernieuwing van de gasturbine en de verbrandingskamer de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid van [VERTROUWELIJK] dient te voldoen aan de door Elia gedefinieerde deelverzameling van vereisten van de Europese netcode RfG en het federaal technisch reglement, van toepassing op nieuwe elektriciteitsproductieeenheden type D waarvoor geen gerelateerde beperkende elementen zijn geïdentificeerd, zoals opgelijst en aangeduid in Tabel 1 van onderhavige beslissing, paragraaf13, en - de nieuwe elementen van die aard moet zijn dat deze niet verhinderen dat de gehele elektriciteitsproductie-eenheid conform wordt met de toepasselijke vereisten van de Europese netcode RfG en van Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 3 van het federaal technisch reglement op het ogenblik dat andere onderdelen van de elektriciteitsproductie-eenheid later vervangen worden, en - de opvoertransformator wordt erkend als beperkend element in het kader van deze modernisering, maar bij eerstvolgende vervanging de conformiteit wel moet worden verzekerd. Niet-vertrouwelijke versie 16/21 Beslist de CREG dat het bestaande aansluitingscontract tussen Elia en [VERTROUWELIJK] moet worden herzien teneinde de conformiteit met deze technische eisen te integreren overeenkomstig de beslissing van de CREG. Beslist de CREG dat Elia bij het indienen van toekomstige dossiers van substantiële modernisering, de volledigheid van het dossier dient te waarborgen met het oog op een vlotte en onderbouwde afhandeling van deze dossiers door de betrokken instanties. De CREG vraagt dat Elia hiertoe rekening dient te houden met wat wordt uitgezet in paragraaf 22 van deze beslissing. Vraagt de CREG aan Elia op de hoogte te worden gehouden van de resultaten van de tests uiteengezet in paragraaf 19 van deze beslissing. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijke versie Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 17/21 BIJLAGE 1 Moderniseringsstudie Elia (brief van Elia aan CREG van 21 maart 2022) met bijlagen Niet-vertrouwelijke versie 18/21 BIJLAGE 2 Bijkomende informatie (ontvangen per e-mail) aan CREG dd. 12 april 2022 en 13 april 2022 met bijlagen Niet-vertrouwelijke versie 19/21 BIJLAGE 3 Antwoorden van [VERTROUWELIJK] en van Elia op de niet-openbare raadpleging Niet-vertrouwelijke versie 20/21 BIJLAGE 4 Bijkomende informatie aan CREG per brief van 11 juli 2022 met bijlagen Niet-vertrouwelijke versie 21/21