← België

Beslissing over de bepaling van de saldi van de kosten van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestr

(B)2389 23 mei 2022 Beslissing over de bepaling van de saldi van de kosten van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor de jaren 2020 en 2021 Artikelen 7, §§ 1, 4de lid, en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid, en 7undecies, § 15, 1e lid, van de wet van 29 april 1999 met betrekking tot de organisatie van de elektriciteitsmarkt, gecombineerd met artikel 92, § 2, van de programmawet van 27 december 2021 Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 1.
  2. ODV voor de financiering van federale groenestroomcertificaten ......................................... 3 1.
  3. ODV strategische reserve en ODV capaciteitsvergoedingsmechanisme ................................ 5 1.
  4. Overgangsbepaling .................................................................................................................. 7 ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 8 2.
  5. Algemeen................................................................................................................................. 8 2.
  6. Voorafgaande raadpleging ...................................................................................................... 9 VASTSTELLING VAN DE SALDI VOOR DE OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN .............................. 9 3.
  7. De financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten .............................. 9 3.
  8. De financiering van de aansluiting van de offshore parken .................................................. 10 3.
  9. De financiering van de strategische reserve en de CRM ....................................................... 11 BESLISSING..................................................................................................................................... 12 Niet-vertrouwelijke versie 2/12 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) bepaalt hierna de saldi van de kosten van de openbare dienstverplichtingen (hierna: ODV) voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor de jaren 2020-2021 op basis van artikel 92, § 2, van de Programmawet van 27 december
  10. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 23 mei
  11. WETTELIJK KADER 1.
  12. ODV VOOR DE FINANCIERING GROENESTROOMCERTIFICATEN VAN FEDERALE
  13. Artikel 7, § 1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet), zoals gewijzigd door artikel 80 van de programmawet van 27 december 2021 bepaalt het volgende : “§
  14. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een Niet-vertrouwelijke versie 3/12 nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  15. Artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet voorziet dan weer bepaalde gevallen waarin de netbeheerder een deel van de kosten van de onderzeese kabel voor aansluiting van een windpark met de transmissie-installaties dient te financieren. Deze financiering gebeurt via een verhoging van de minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten. De programmawet van 27 december 2021 heeft in artikel 7, § 2 de volgende bepalingen ingevoegd: "De verhoging van de minimumprijs bedoeld in het tweede, het vierde en het vijfde lid, wordt gefinancierd overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 21quinquies. De vaststelling voor ieder exploitatiejaar van de kost voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, gebeurt overeenkomstig de berekeningsmethode en de procedure bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het elfde lid, met het oog op de voldoening van de verplichting bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in het voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost, voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld, in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden." Niet-vertrouwelijke versie 4/12
  16. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voert een reeks maatregelen in met toepassing van voormeld artikel 7, § 1, van de elektriciteitswet. Hoofdstuk III van voormeld koninklijk besluit bevat de maatregelen bedoeld voor een verzekerde afzet op de markt, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. In overeenstemming met artikel 14 van dit koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 oktober 20081, het koninklijk besluit van 17 augustus 20132, het koninklijk besluit van 4 april 20143, het koninklijk besluit van 9 februari 20174, het koninklijk besluit van 27 augustus 20185 en door het koninklijk besluit van 11 februari 20196 is de beheerder van het transmissienet voor elektriciteit (hierna: de netbeheerder) verplicht om, enerzijds, afgeleverde groenestroomcertificaten aan te kopen van de producenten die hierom verzoeken en, anderzijds, de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren door deze certificaten regelmatig op de markt te brengen. De minimumprijs waaraan de netbeheerder deze groenestroomcertificaten dient aan te kopen wordt eveneens bepaald in artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli
  17. De wijziging van de elektriciteitswet door de Programmawet van 27 december 2021 heeft geen invloed op dit koninklijk besluit van 16 juli 2002, dat mutatis mutandis van toepassing blijft. 1.
  18. ODV STRATEGISCHE RESERVE CAPACITEITSVERGOEDINGSMECHANISME EN ODV
  19. De artikelen 7bis tot 7decies van de elektriciteitswet voeren een mechanisme van strategische reserve in dat voor de netbeheerder een openbare dienstverplichting vormt. Daarin wordt met name voorzien dat de minister van Energie aan de netbeheerder de instructie kan geven om een strategische reserve aan te leggen en dat de netbeheerder studies moet uitvoeren over de bevoorradingszekerheid van het land, aanbestedingen moet uitschrijven en kandidaten moet contracteren indien het aanleggen van een strategische reserve noodzakelijk is.
  20. Over de financiering en het dekken van de kosten van de strategische reserve voorziet artikel 7octies, gewijzigd door artikel 81 van de programmawet van 27 december 2021, het volgende : « De kostprijs van de strategische reserve wordt gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De kostprijs is samengesteld uit de kosten gedragen door de transmissienetbeheerder overeenkomstig de contracten gesloten ten vervolge van de procedure voorzien in artikel, 7sexies, § 3, en, desgevallend, de kosten die voortvloeien uit de door de Koning aan de inschrijvers overeenkomstig artikel 7sexies opgelegde volumes, met aftrek van alle eventuele netto inkomsten gegenereerd uit de toepassing van dit hoofdstuk. 1 Koninklijk besluit van 31 oktober 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 2 Koninklijk besluit van 17 augustus 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Dit koninklijk besluit werd bevestigd door de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen op vlak van energie. 3 Koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 4 Koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 5 Koninklijk besluit van 27 augustus 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. 6 Koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Niet-vertrouwelijke versie 5/12 Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de betrokken winterperiode. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 september; 2° uiterlijk op 1 juni van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd stelt de commissie het bedrag van een regularisatie met betrekking tot die voorgaande winterperiode op grond van de werkelijke kost die tijdens die winterperiode is voortgevloeid uit de maatregelen bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen met het oog op het dekken van de kosten, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de netto-kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze netto-kost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.»
  21. De artikelen 7undecies tot 7duodecies van de elektriciteitswet voeren een capaciteitsvergoedingsmechanisme in (hierna : CRM) dat een openbare dienstverplichting vormt ten laste van de netbeheerder Elia.
  22. Over de financiering en het dekken van de kosten van de strategische reserve bepaalt artikel 7undecies, § 15, gewijzigd door artikel 82 van de programmawet van 27 december 2021, meer bepaald het volgende : « De opdrachten waarmee de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en in voorkomend geval, de opdrachten bedoeld in afdeling 3, wordt belast, maken openbare dienstverplichtingen uit waarvan de netto-kosten worden gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies, na aftrek van de eventuele inkomsten gegenereerd krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en bedoeld in afdeling 3 en onverminderd de regels inzake toewijzing van specifieke inkomsten bedoeld in artikel 26, lid 9, van de Verordening (EU) 2019/
  23. De kosten van de openbare dienstverplichtingen, vermeld in het eerste lid, omvatten onder meer de redelijke en billijke kosten die worden gemaakt door de buitenlandse transmissienetbeheerders waarmee een overeenkomst als bedoeld in paragraaf 8, eerste lid, 3°, is gesloten voor de ontwikkeling en de uitvoering van de deelname door de onrechtstreekse buitenlandse capaciteit aan het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme voor zover, in het geval dat een capaciteitsvergoedingsmechanisme werd geïmplementeerd in de aangrenzende lidstaat van de Europese Unie waar de onrechtstreekse buitenlandse capaciteit gesitueerd is, tussen de netbeheerders van de twee betreffende lidstaten van de Europese Unie een akkoord werd Niet-vertrouwelijke versie 6/12 gesloten dat werd goedgekeurd minstens door de commissie met daarin opgenomen de voorafgaandelijke aanvaarding dat de kosten van de netbeheerder die verband houden met de deelname van de Belgische capaciteit aan het capaciteitsvergoedingsmechanisme van de betrokken Staat, rechtstreeks of onrechtstreeks via het capaciteitsvergoedingsmechanisme van deze Staat worden gedragen. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen bedoeld in het eerste lid voor ieder jaar wordt vastgesteld. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot het volgende jaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 1 juni van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van een regularisatie met betrekking tot het voorgaande jaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande jaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen bedoeld in het eerste lid, met het oog op de voldoening van de verplichtingen van de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden. » 1.
  24. OVERGANGSBEPALING Artikel 92 van de programmawet van 27 december 2021 bevat de volgende overgangsbepaling: «§
  25. Uiterlijk op 15 januari 2022 verricht de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en § 2, tweede, vierde en vijfde lid, artikel 7octies, eerste lid, en artikel 7undecies, § 15, eerste lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, voor het exploitatiejaar
  26. §
  27. Uiterlijk op 1 juni 2022 bepaalt de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: 1° de gemaakte kosten, gedurende 2021 en, in voorkomend geval, 2020, van de maatregelen bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, en § 2, tweede, vierde en vijfde lid, artikel 7octies en artikel 7undecies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; 2° het eventuele saldo, positief of negatief, van de bedragen die in 2021 en, in voorkomend geval, in 2020 worden geïnd door de netbeheerder, krachtens de artikelen 7, §§ 1 en 2, en 7octies van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Niet-vertrouwelijke versie 7/12 Daartoe dient de netbeheerder uiterlijk op 1 februari 2022 bij de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas een verslag in met de relevante gegevens. Elk saldo bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt uiterlijk op 1 juli 2022 vereffend met de Belgische Staat.»
  28. Onderhavige beslissing geeft uitvoering aan de 2e paragraaf van deze bepaling.
  29. ANTECEDENTEN 2.
  30. ALGEMEEN
  31. Op 31 december 2021 werd de Programmawet van 27 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  32. Met toepassing van deze programmawet hebben de Belgische Staat en de CREG een protocol gesloten met het oog op de bepaling van de modaliteiten van het maandelijks ter beschikking stellen van middelen om het voor Elia mogelijk te maken om aan de openbare dienstverplichtingen te voldoen die worden bedoeld in artikel 7, §§ 1, 1e lid, en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid en 7undecies, § 15, 1e lid van de elektriciteitswet (hierna: het protocol ODV).
  33. Op 1 februari 2022 ontving de CREG van Elia haar ex post rapportering over de kosten van de openbare dienstverplichtingen. De informatie met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen strategische reserve en CRM bevatte geen detail of motivering.
  34. Op 25 februari 2022, d.i. bijna een maand te laat, heeft Elia haar tariefverslag voor het exploitatiejaar 2021, dat de gedetailleerde informatie bevat die de CREG nodig heeft om haar controle uit te oefenen voor de openbare dienstverplichtingen “strategische reserve en CRM”, overgemaakt aan de CREG.
  35. Op 17 maart 2022 heeft de CREG een vraag tot bijkomende informatie voor de openbare dienstverplichtingen “strategische reserve en CRM” aan Elia overgemaakt waarop Elia op 31 maart 2022 heeft geantwoord.
  36. Op 15 april 2022 heeft de CREG, in het kader van de bijkomende inlichtingen van het tariefverslag m.b.t het exploitatiejaar 2021, de balanspositie per 31 december 2021 na correctie met de definitieve bedragen ontvangen voor de openbare dienstverplichtingen “de financiering van de aankoop van de federale groenestroomcertificaten” en “de financiering van de aansluiting van de offshore parken”.
  37. Op 21 april 2022 heeft de CREG bijkomende vragen gesteld bij de informatie van 15 april
  38. Op 28 april 2022 heeft Elia op deze vragen geantwoord en de balanspositie per 31 december 2021 na correctie met de definitieve bedragen geüpdatet voor de openbare dienstverplichting “de financiering van de aankoop van de federale groenestroomcertificaten”.
  39. Op 17 mei 2022 heeft de CREG het “verslag van feitelijke bevindingen” van de bedrijfsrevisor van de netbeheerder ontvangen. Dit verslag valideert de uitstaande balanspositie (inclusief openstaande vorderingen) op 31 december
  40. Niet-vertrouwelijke versie 8/12 2.
  41. VOORAFGAANDE RAADPLEGING
  42. Deze beslissing is geen tariefbeslissing meer, zoals het geval was vóór de wijziging van de elektriciteitswet door de programmawet van 27 december
  43. Voorheen werd aan de CREG een tariefverslag voorgelegd dat enkel betrekking had op de tarieven voor de openbare dienstverplichtingen en de toeslagen. De CREG vond dat een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing niet noodzakelijk was omwille van de volgende argumenten: - het voorstel heeft geen betrekking op de transmissietarieven voor de gereguleerde activiteiten en de diensten van de netbeheerder, maar wel op de tarieven voor de opgelegde openbare dienstverplichtingen; - de tarieven voor de openbare dienstverplichtingen hebben betrekking op kosten waarop Elia geen vat heeft en/of die het gevolg zijn van beslissingen van de federale en regionale overheidsinstanties en/of van aktes waarover reeds een raadpleging werd gehouden; - een raadpleging organiseren is zinvol als ze betrekking heeft op (nieuwe) keuzes tussen verschillende opties7 (de beslissende elementen in de zin van artikel 13, 2de lid van het voormelde akkoord).
  44. Mutatis mutandis vindt de CREG dat de argumenten hieronder ook gelden voor deze beslissing. Bijgevolg is de CREG van mening dat er over de ontwerpbeslissing geen publieke raadpleging moet worden georganiseerd.
  45. VASTSTELLING VAN DE SALDI VOOR DE OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN 3.
  46. DE FINANCIERING VAN DE GROENESTROOMCERTIFICATEN AANKOOP VAN FEDERALE
  47. Bij de afsluiting van het boekjaar 2021 is de balanspositie voor deze openbare dienstverplichting in de boekhouding van de netbeheerder een schuld (overschot) van € 5.015.152,
  48. Deze balanspositie bevat een raming van de kosten en de opbrengsten voor de maand december
  49. Op 31 maart 2022 heeft de netbeheerder de positie per 31 december 2021 herbekeken op basis van de werkelijke facturen voor de maand december
  50. De tabel hierna geeft de evolutie van de balanspositie weer tussen 31 december 2020 en 31 december 2021 en de positie per 31 december 2021 na correctie met de definitieve bedragen. 7 De “beslissende elementen" in de zin van artikel 13 van de overeenkomst van 6 februari 2018 van de CREG en Elia "over de procedures voor de goedkeuring van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet en voor de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie en voor de goedkeuring van tariefvoorstellen en van wijzigingen van tarieven en tarifaire toeslagen". Niet-vertrouwelijke versie 9/12 Tabel 1: evolutie van de balanspositie ODV aankoop federale groenestroomcertificaten bij de netbeheerder Balans ODV aankoop federale GSC 31/12/2020 31/12/2021 31/12/2021 (na correcties 31/03/2022) Aankoop GSC 2 289 154 674.57 2 659 562 035.07 2 662 434 318.32 Bijkomende voorschotten offshore parken 9 601 671.96 9 601 671.96 Ontvangsten gelieerd aan de ODV -2 205 590 018.61 -2 675 799 505.00 -2 674 551 071.08 toeslag offshore -1 958 992 148.68 -2 356 974 897.40 -2 354 886 611.19 verkoop regionale GSC 0.00 -232 088.74 -232 088.74 recuperatie degressiviteit -246 597 869.93 -318 592 518.86 -319 432 371.15 Administratieve kosten te recupereren 688 352.17 800 687.48 800 687.48 Financiële kosten te recupereren -112 149.77 819 957.68 819 957.68 Balanspositie van de ODV aankoop GSC 84 140 858.36 -5 015 152.81 -894 435.64 Op 31 december 2020 was er een tekort of een regulatoire vordering ten opzichte van de netgebruikers van € 84,1 miljoen. Door het mindere windaanbod in 2021 zijn de reële kosten voor Elia (de aankoop van de groenestroomcertificaten en de betaling van (bijkomende) voorschotten) lager dan de opbrengsten gefactureerd via de toeslag offshore. Hierdoor is het tekort van € 84,1 miljoen van 31 december 2020 geëvolueerd naar een overschot van € 0,9 miljoen op 31 december 2021 (op basis van de werkelijke gegevens).
  51. De CREG heeft de bedragen voor de aankoop van groenestroomcertificaten en bijkomende voorschotten gecontroleerd en het “Verslag van feitelijke bevindingen” van de bedrijfsrevisor van de netbeheerder ontvangen. Het saldo voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten bedraagt € 894.435,64 ten gunste van de Belgische Staat. 3.
  52. DE FINANCIERING VAN DE AANSLUITING VAN DE OFFSHORE PARKEN
  53. Bij de afsluiting van het boekjaar 2021 bedraagt de balanspositie van deze openbare dienstverplichting in de boekhouding van de netbeheerder een schuld (overschot) van € 211.796,
  54. Deze balanspositie bevat een inschatting van de ontvangsten voor de maand december
  55. Op 31 maart 2022 heeft de netbeheerder de positie per 31 december 2021 herbekeken op basis van de werkelijke ontvangsten voor de maand december
  56. De tabel hierna geeft de evolutie van de balanspositie weer tussen 31 december 2020 en 31 december 2021 en de positie per 31 december 2021 na correctie met de definitieve bedragen. Tabel 2: evolutie van de balanspositie ODV aansluiting van de offshore parken bij de netbeheerder Balans ODV aansluiting offshore parken Betalingen aan offshore parken Ontvangsten van de toeslag Balanspositie van de ODV aansluiting offshore parken 31/12/2020 37 596 863.00 -37 527 049.62 69 813.38 31/12/2021 31/12/2021 (na correcties 31/03/2022) 25 000 180.00 25 000 180.00 -25 211 976.40 -25 202 660.71 -211 796.40 -202 480.71 Op 31 december 2020 was er een tekort of een regulatoire vordering ten opzichte van de netgebruikers van € 69.813,
  57. In 2021 heeft de netbeheerder € 5.272.294,09 uit de toeslag ontvangen en werd de laatste schijf van de kabelsubsidie (M€ 5) aan [VERTROUWELIJK] uitbetaald. Hiermee heeft de netbeheerder voldaan aan alle verplichtingen in kader van de openbare dienstverplichting van de aansluiting van de offshore parken. Hierdoor is de finale positie op 31 december 2021 (op basis van de werkelijke gegevens) een overschot (schuld) van € 202.480,
  58. De CREG heeft de betaling aan het offshore park gecontroleerd en het “verslag van feitelijke bevindingen” van de bedrijfsrevisor van de netbeheerder ontvangen. Het saldo voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aansluiting van de offshore parken bedraagt € 202.480,71 ten gunste van de Belgische Staat. Niet-vertrouwelijke versie 10/12 3.
  59. DE FINANCIERING VAN DE STRATEGISCHE RESERVE EN DE CRM
  60. Voor het jaar 2021 werden de kosten van de ODV's strategische reserve en CRM gedekt door de inning van één eenheidstarief. Het is dan ook niet mogelijk om de inkomsten tussen deze twee ODV's te splitsen en daarom bepaalt de CREG slechts één regularisatiebedrag.
  61. Na haar analyse met toepassing van de tariefmethodologie verkreeg de CREG het volgende resultaat. Tabel 3 - Saldo van de ODV's strategische reserve en CRM voor het exploitatiejaar 2021 Strategische reserve Personeel IT Externe consultancy 36 401.77 8 810.41 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Werkelijkh.21 /budget 21 zonder regul. 2021+ regul. 2020 2020 % 8 372.42 17 182.83 -77% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Mechanisme overgangsperiode 2022-2025 Personeel Externe consultancy Ontwikkeling 1 218 595.10 2 577.61 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 34 855.14 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 37 432.75 -97% Tweejaarlijkse toereikendheids- en flexibiliteitsstudie Personeel Externe consultancy + lay-out & druk van het rapport 340 488.57 8 568.96 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 611 947.06 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 620 516.02 80% CRM Personeel IT Externe consultancy 4 440 869.00 95 200.11 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 4 175 097.84 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 4 270 297.95 -6% 4 830 272.46 4 945 429.55 -20% Saldo ODV strategische reserve (incl. CRM) Budget 2021 2021 EUR Totaal kosten Regularisatie 2020 6 036 354.44 115 157.09 Werkelijkheid 2021 Totaal Reservatie-inkomsten Opbrengsten uit de toepassing van het tarief Totaal inkomsten -516 158.40 -3 231 395.13 -3 747 553.53 Overdracht saldo 2020 -2 180 449.27 Saldo (schuld van Elia t.a.v. Belgische staat) -982 573.25 Het saldo van de ODV’s strategische reserve en CRM bedraagt € 982.573,25 ten gunste van de Belgische staat. Niet-vertrouwelijke versie 11/12
  62. BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder de artikelen 7, §§ 1, 1e lid en 2, 2de, 4de en 5de lid, 7octies, 1e lid en 7undecies, § 15, 1e lid; Gelet op de programmawet van 27 december 2021, in het bijzonder artikel 92, § 2; Gelet op het protocol ODV; Bepaalt de CREG de saldi van de kosten van de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de aansluiting van offshore windparken, de strategische reserve en CRM voor de jaren 2020-2021 als volgt: - voor de financiering van de aankoop van groenestroomcertificaten : € 894.435,64 schuld van de netbeheerder aan de Belgische Staat; - voor de financiering van de aansluiting van de offshore parken : € 202.480,71 schuld van de netbeheerder aan de Belgische Staat; - voor de financiering van de strategische reserve en de CRM : € 982.573,25 schuld van de netbeheerder aan de Belgische Staat.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 12/12

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.