(B)2396 22 augustus 2022 Beslissing over de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van type-toegangscontract ingediend door Elia Transmission Belgium NV op 27 juli 2022 Artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikel 4, §§ 1, 2 en 4, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 3. 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 7 BEOORDELING ................................................................................................................................. 8 3.1. 3.1.1. Recht van toegang tot het transmissienet ...................................................................... 8 3.1.2. Goedkeuringscriteria ....................................................................................................... 9 3.2. Context van het voorstel van type-toegangscontract ........................................................... 16 3.2.1. Context van de wijzigingen ten aanzien van het bestaande type-toegangscontract ... 16 3.2.2. Draagwijdte van de wijzigingen ten aanzien van het bestaande type-toegangscontract ....................................................................................................................................... 16 3.3. 4. Recht van toegang tot het transmissienet en goedkeuringscriteria ....................................... 8 Bespreking van het voorstel van type-toegangscontract...................................................... 17 3.3.1. Voorafgaand .................................................................................................................. 17 3.3.2. Deel I: Definities en voorwerp van het Toegangscontract ............................................ 18 3.3.3. Deel II: Algemene Voorwaarden ................................................................................... 23 3.3.4. Deel III: Technische voorwaarden ................................................................................. 32 3.3.5. Bijlagen .......................................................................................................................... 41 3.3.6. Maximale afstemming op het toekomstige type-aansluitingscontract ........................ 46 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 46 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 48 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 49 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 50 Niet-vertrouwelijk 2/50 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en artikel 4, §§ 1, 2 en 4, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium van type-toegangscontract. Deze aanvraag werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brief van 27 juli 2022 ter goedkeuring ingediend. Dit voorstel van type-toegangscontract vervangt de versie ingediend ter goedkeuring door Elia op 25 april 2022. De versie van 25 april 2022 werd immers ingetrokken door Elia op vraag van de CWaPE. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van type-toegangscontract informeel overleg gepleegd met de betrokken regulatoren waaronder de CREG en twee openbare raadplegingen gehouden van resp. 9 juli tot 3 september 2021 en van 11 februari tot 13 maart 2022. De antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadplegingen ontving en de verslagen waarin door Elia geantwoord wordt op de opmerkingen van marktpartijen worden aan het aanvraagdossier toegevoegd. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over het voorstel van type-toegangscontract, ingediend door Elia in het Nederlands en het Frans per brief van 27 juli 2022, genomen tijdens zijn vergadering van 22 augustus 2022. Naast de inleiding bevat deze beslissing de volgende vier delen, te weten het wettelijk kader, de antecedenten, de beoordeling van het voorstel en de eigenlijke beslissing. Niet-vertrouwelijk 3/50 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet) belast de CREG met het volgende. Ze ”controleert de toepassing van het technisch reglement, keurt de documenten goed die door dit reglement worden beoogd met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet evenals de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de regelzone en evalueert de prestaties uit het verleden van de regels van het technisch reglement die de veiligheid en de betrouwbaarheid van het transmissienet regelen”. 2. Het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna het “federaal technisch reglement”) geeft uitvoering aan artikel 11 van de elektriciteitswet. 3. Artikel 4, §§ 1, 2, en 4, van het federaal technisch reglement bepaalt het volgende: “§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: […] 2° de toegangscontracten; […] § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet.” 4. Artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en artikel 4, §§ 1, 2 en 4, van het federaal technisch reglement vormen de wettelijke basis van deze beslissing. 5. Het huidige voorstel van Elia betreft de uitvoering in het bijzonder van de artikelen 191 en 198 van het federaal technisch reglement: “Art. 191. Het toegangscontract, goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 bevat ten minste de volgende elementen: 1° de betalingsmodaliteiten, de bepalingen en termijnen betreffende de facturen voor de toegangstarieven en, indien van toepassing, voor aansluiting; 2° de modaliteiten voor het invorderen van eventueel onbetaalde sommen van de toegangshouder, met inbegrip van de financiële garanties die aan de transmissienetbeheerder worden verstrekt; 3° de bepalingen betreffende de vertrouwelijkheid van de commerciële informatie van de toegangshouder en de toegangspunten waarvoor hij aangeduid is; 4° de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage; Niet-vertrouwelijk 4/50 5° de maatregelen die de toegangshouder dient te nemen wanneer het net zich in de alarmtoestand, noodtoestand, black-outtoestand hersteltoestand of in de noodtoestand zoals bedoeld in artikel 13, tweede lid, bevindt, evenals de gevolgen ervan voor de verplichtingen die voortvloeien uit het toegangscontract; 6° de modaliteiten betreffende de aanduiding van de toegangshouder en diens duur, in het geval een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de transmissienetgebruiker is aangeduid als toegangshouder, net als de modaliteiten betreffende de toevoeging van één of meerdere toegangspunten aan zijn portefeuille, volgens de procedure beschreven in titel 2, boek 1, deel 4, evenals de eventuele hernieuwing ervan; 7° de modaliteiten betreffende de identificatie van de leverancier(
- s)voor elke toegangspunt, met uitsluiting van de toegangspunten die een CDS voeden dewelke aangesloten is op het transmissienet; 8° de modaliteiten betreffende de aanduiding, door de toegangshouder, van de evenwichtsverantwoordelijke die verantwoordelijk is voor de monitoring van het toegangspunt, evenals van elke evenwichtsverantwoordelijke die op het toegangspunt actief is en de eventuele hernieuwing ervan; 9° de bepalingen betreffende de mogelijkheden tot opschorting en verbreking van het toegangscontract door de transmissienetbeheerder en/of de toegangshouder; 10° de objectieve en niet-discriminerende regels betreffende het beheer van de toegang van de CDSgebruikers binnen een CDS, door de beheerder van dat CDS, in de mate dat ze noodzakelijk zijn voor de transmissienetbeheerder in het kader van het uitvoeren van zijn verantwoordelijkheden; 11° de objectieve en niet-discriminerende regels die de transmissienetbeheerder toelaten om de toegang tot het net, geheel of gedeeltelijk, voor een tijdelijke periode te onderbreken, in het geval van overbelasting van het net of in het geval van een mogelijkheid tot overbelasting van het net, met inbegrip van de gevallen van beperkte of volledige onbeschikbaarheid van de capaciteit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet; 12° de bijlagen.” “Art. 198. Uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit besluit legt de transmissienetbeheerder de commissie ter goedkeuring een wijziging van het toegangsmodelcontract voor teneinde een procedure vast te stellen voor de eenzijdige opzegging door de toegangshouder en/of de evenwichtsverantwoordelijke van hun respectieve aanwijzingen als toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijke in geval van wanbetaling, hetgeen uiteindelijk kan leiden tot deactivering van het (
- de)betrokken toegangspunt(en). Deze procedure wordt vastgesteld na raadpleging van de betrokken marktdeelnemers door de transmissienetbeheerder.” 6. De CREG wil in dit kader volledigheidshalve nog wijzen op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 waarbij België o.m. veroordeeld werd tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,
- a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. Dit brengt met zich mee dat een belangrijk aantal materies die op heden met toepassing van artikel 11 van de elektriciteitswet geregeld worden in het federaal technisch reglement, waaronder de goedkeuring of vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het net tot de exclusieve bevoegdheden van de CREG behoren. De elektriciteitswet werd in dit kader aangepast door middel van de wet van 21 juli 2021 en deze geeft onder meer de bevoegdheid aan de CREG, per 1 september 2022, om een gedragscode vast te stellen waarin onder meer de voorwaarden voor aansluiting en toegang tot het transmissienet zijn opgenomen. De procedure tot aanpassing van het federaal technisch reglement en tot vaststelling door de CREG van de gedragscode zijn lopende op datum van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 5/50 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 7. Met toepassing van artikel 6 van het inmiddels opgeheven koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe keurde de CREG de algemene voorwaarden van de toegangscontracten, op voorstel van Elia, alsook de wijzigingen ervan, goed. Dit gebeurde een eerste maal bij beslissing (B)031120-CDC229/1 en laatst werden nog wijzigingen goedgekeurd bij beslissing (B)160622-CDC-1538 van 22 juni 20161. 8. Elia heeft een openbare raadpleging gehouden op haar website van 9 juli 2021 tot 3 september 2021 over een ontwerp van herzien type-toegangscontract (hierna “het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021”). Febeg, Belgian Offshore Platform (BOP), BASF en Febeliec bezorgden Elia hun opmerkingen. Het antwoord van Febeliec strekt ertoe de opmerkingen van BASF te onderschrijven. Elia kadert de eerste openbare raadpleging als volgt: “In 2017 en 2018 werd er in kader van de Werkgroep Belgian Grid uitvoerig overleg gepleegd met de marktpartijen omtrent mogelijke verbeterpunten aan het van toepassing zijnde Toegangscontract. Dit overleg werd echter ‘on hold’ gezet wegens de opstart van de uitvoerige herziening van het Federaal Technisch Regelement (FTR) naar aanleiding van de Europese netcodes. In het FTR is er een specifiek hoofdstuk opgenomen omtrent de toegang tot het Elia-net, inclusief een artikel dat bepaalt wat er allemaal moet worden opgenomen in het Toegangscontract (artikel 191 FTR). Bijkomende werd hierin ook bepaalt dat Elia in het Toegangscontract een procedure moet voorzien omtrent de éénzijdige opzegging van de aanduidingen als toegangshouder en evenwichtsverantwoordelijk, hierna de drop-off procedure genoemd (conform artikel 198 FTR). Na de publicatie en inwerkingtreding van het FTR werd het overleg met de marktpartijen aangaande de drop-off procedure opgestart en werd er door Elia een nota opgemaakt met een eerste voorstel van een mogelijke drop-off procedure, dewelke publiekelijk werd geconsulteerd van 10 juni tot 10 juli 2020. In parallel met het overleg aangaande deze drop-off procedure ging Elia van start met een grondige herziening van het Toegangscontract, deze herziening gebeurde in lijn met de gevoerde discussies in kader van de Werkgroep Belgian Grid in 2017 en 2018. De leden van de Werkgroep Belgian Grid ontvingen reeds een voorstel tot aanpassing van het Toegangscontract met de mogelijkheid om een eerste maal informeel feedback te geven. Na dit informeel overleg in kader van de Werkgroep Belgian Grid, legt Elia dit voorstel tot aanpassing van het Toegangscontract voor ter publieke consultatie.“ 9. Gezien het aantal wijzigingen die werden doorgevoerd na het beëindigen van de consultatieronde die liep van 9 juli tot en met 3 september 2021 werd, op vraag van een aantal regulatoren en om de transparantie te garanderen ten opzichte van de marktpartijen, beslist om een tweede publieke consultatie te organiseren. Elia heeft deze bijkomende openbare raadpleging gehouden op haar website van 11 februari 2022 tot 13 maart 2022 over een aangepast ontwerp van herzien type-toegangscontract (hierna “het raadplegingsdocument van Elia van 11 februari 2022”). 10. Per brief van 25 april 2022 werd het voorstel van type-toegangscontract ter goedkeuring bij de bevoegde regulatoren ingediend. Per brief van 16 juni 2022 heeft Elia dit voorstel ingetrokken op vraag 1 Deze beslissingen en de andere beslissingen van de CREG over de algemene voorwaarden van de toegangscontracten zijn terug te vinden in de rubriek “Publicaties” op de website van de CREG. Niet-vertrouwelijk 6/50 van de CWaPE. Per brief van 27 juli 2022 diende Elia een nieuw voorstel van type-toegangscontract ter goedkeuring bij de bevoegde regulatoren in die het eerder voorstel van 25 april 2022 integraal vervangt. Het is derhalve het voorstel van type-toegangscontract van Elia van 27 juli 2022 dat beoordeeld wordt door de CREG in deze beslissing. 2.2. RAADPLEGING 11. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van de onderhavige beslissing, om, met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, en derde lid, van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging te organiseren, aangezien Elia openbare raadplegingen hield over het huidig voorstel die als effectief kunnen worden beschouwd. De twee voornoemde door Elia georganiseerde openbare raadplegingen waren, samen beschouwd, effectief, want deze waren georganiseerd op de website van Elia, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief geïnformeerd werden van het lanceren van de raadpleging, waren gemakkelijk toegankelijk vanuit de startpagina van deze website, waren voldoende gedocumenteerd en lieten een redelijke antwoordtermijn van resp. ongeveer 2 maanden en 1 maand. Elia heeft opmerkingen ontvangen tijdens beide openbare raadplegingen van Febeg, BOP, BASF en Febeliec. Elia heeft de ontvangen opmerkingen aan het aanvraagdossier toegevoegd alsook twee consultatieverslagen waarin zij antwoordt op de ontvangen opmerkingen. De wijzigingen die Elia aanbracht in het huidige voorstel van type-toegangscontract ten opzichte van het voorstel van type-toegangscontract waarover zij laatst een openbare raadpleging organiseerde, zijn het gevolg van de opmerkingen van de marktpartijen, van de onderlinge afstemming door Elia van de Nederlandstalige en Franstalige versies en redactionele verbeteringen (alfabetisch plaatsen van definities, respecteren van hoofdletters van gedefinieerde begrippen, vervangen van afkortingen door de bewoordingen voluit bv. “i.v.m.” door “in verband met”, redactionele verschillen tussen Nederlandstalige en Franstalige versies wegwerken, vb. in de definities “Elektriciteitswet”, “Elia-net”, “Evenwichtsverantwoordelijke”), en van een aantal opmerkingen die Elia van bevoegde regulatoren ontving naar aanleiding van de bespreking van het resultaat van deze openbare raadpleging. Deze wijzigingen ingevolge opmerkingen van regulatoren brengen volgens de CREG de effectiviteit van de openbare raadplegingen georganiseerd door Elia niet in het gedrang aangezien ze de voor de CWaPE minimaal noodzakelijke aanpassingen inhouden aan de Bijlagen 6 om in overeenstemming te zijn met recente Waalse wetgeving dan wel de redactionele verbetering of verduidelijking van het voorstel beoogden, in het bijzonder: de opname van een verwijzing in de definitie van “Flexibiliteitsdienst DA/ID” naar artikel 19bis van de Elektriciteitswet om het begrip “regels voor de organisatie van de energieoverdracht” te duiden, de verduidelijking van de definities van “Afname(s)” en “Injectie(s)” door een herschikking binnen deze definitie van de woorden “de afname(
- s)van Actief Vermogen”, de onderlinge afstemming van de definities van “Import” en “Export” en “Injectie-Allocatie op CDS” en “Afname-Allocatie op CDS” zodat ze een analoog stramien volgen, de afstemming van de titels van artikel 13.1.1 en 13.1.2 op de inhoud van de bepalingen zodat deze de lading dekken, de vervanging van de term “Evenwichtsverantwoordelijke” door “Toegangshouder” in artikel 13.1.1, tweede lid, eerste gedachtestreepje, teneinde de tekst af te stemmen op de correcte Franstalige versie; de redactionele verbetering van artikel 13.1.2, eerste lid, tweede gedachtestreepje (Nederlandstalige versie), de vervanging van de verwijzing naar de opgeheven Wet op de continuïteit van onderneming in de definitie van “Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie” naar boek XX van het Wetboek economisch recht die deze wet heeft vervangen en de vervanging in Bijlage 6ter van de term “Point d’Accès concerné du CDS” door “Point d’Accès au Marché concerné” conform het gedefinieerde begrip. Niet-vertrouwelijk 7/50 3. BEOORDELING 3.1. RECHT VAN TOEGANG GOEDKEURINGSCRITERIA 3.1.1. Recht van toegang tot het transmissienet TOT HET TRANSMISSIENET EN 12. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15 van de elektriciteitswet van openbare orde is. 13. Het recht van toegang tot het transmissienet is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Opdat er concurrentie op de elektriciteitsmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van elektriciteit kunnen kiezen, is het essentieel de eindafnemers, hun leveranciers en de producenten van elektriciteit gegarandeerd toegang tot het transmissienet hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Hierbij komt dat het transmissienet een natuurlijk monopolie is gelet op de hoge sunk costs die de investeringen erin zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn niet aanwendbaar voor ander gebruik dan het vervoer van elektriciteit. Dit verklaart mede waarom artikel 8 van de elektriciteitswet geopteerd heeft voor een enkele netbeheerder van het federaal transmissienet. 14. Uit de artikelen 11 en 15 van de elektriciteitswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot het transmissienet onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode2, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 van de elektriciteitswet. De gedragscode, het federaal technisch reglement en de regulering van de transmissienettarieven beogen het recht van toegang tot het transmissienet in de feiten te realiseren. 15. Met de gedragscode en het federaal technisch reglement beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, nietpertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van het transmissienet. Met deze gedragscode en dit reglement beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de netbeheerder anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de netbeheerder zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode en het federaal technisch reglement de verplichtingen van de netbeheerder en de netgebruikers verduidelijken, vormen zij derhalve de operationele en technische vertaling van het recht van toegang tot het transmissienet en zijn zij derhalve eveneens van openbare orde. 16. De complexiteit van het beheer van het transmissienet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de netbeheerder aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de netbeheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de netbeheerder niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de netbeheerder van een wettelijk en natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale transmissienetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder deze regulering van de transmissienettarieven wordt immers het recht van toegang tot het transmissienet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge transmissietarieven 2 Deze gedragscode is nog in ontwikkeling. Niet-vertrouwelijk 8/50 het recht van toegang tot het transmissienet de facto uithollen. De regulering van de transmissienettarieven is dan ook van openbare orde. 17. Het recht van toegang wordt vertaald via de type-overeenkomsten. Deze type-overeenkomsten, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het transmissienet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van deze type-overeenkomsten door de CREG wijzigt de aard van deze contracten niet. In tegendeel, het belang van de type-overeenkomsten wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het transmissienet van de netbeheerder indien hij de toegangsprocedure heeft doorlopen en de betrokken typeovereenkomst ondertekent. 18. De type-overeenkomst mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dient dit contract om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden, aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot het transmissienet en kunnen deelnemen aan de ondersteunende diensten. 3.1.2. Goedkeuringscriteria 19. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet, ten uitvoer gelegd door artikel 4 van het federaal technisch reglement dient de netbeheerder de in dit artikel 4 opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “§ 1. Met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de wet van 29 april 1999 en onverminderd Europese netwerkcodes en richtsnoeren, worden onder meer aan de goedkeuring van de commissie onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2, de volgende ontwerpen van typeovereenkomsten, evenals de wijzigingen die eraan worden aangebracht: 1° de aansluitingscontracten; 2° de toegangscontracten; 3° de overeenkomsten van evenwichtsverantwoordelijken; 4° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van balanceringsdiensten bedoeld in boek 6 van deel 5; 5° de overeenkomst(
- en)voor het aanbieden van ondersteunende diensten andere dan de balanceringsdiensten bedoeld in boek 1 van deel 6; 6° de programma-agentovereenkomst; 7° de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanningovereenkomst; 8° de overeenkomst voor de informatie-uitwisseling met elektriciteitsleveranciers en de aanbieders van ondersteunende diensten; 9° de overlegovereenkomst met de beheerders van publiek transmissienet; 10° het akkoord onder artikel 40, lid 7 van de Europese richtsnoeren SOGL. § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de commissie van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De commissie neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. § 3. De formulieren voorzien door dit besluit worden onverwijld verstuurd door de transmissienetbeheerder aan de commissie. De commissie geeft kennis van zijn opmerkingen aan de transmissienetbeheerder en verstuurt deze naar de Algemene Directie Energie. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen verduidelijken hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de commissie, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet.” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. De bepalingen van de typesamenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders zijn door Elia vastgesteld na Niet-vertrouwelijk 9/50 overleg met de distributienetbeheerders; van zodra deze type-overeenkomst werd goedgekeurd door de bevoegde regulatoren kan er echter evenmin worden over onderhandeld. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. 20. Artikel 4 van het federaal technisch reglement3 bepaalt niet aan welke criteria de CREG de typeovereenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen4 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, de kwaliteit van de openbare dienst, de bescherming van de consument, de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, de transparantie verzekeren, waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 21. De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven federaal technisch reglement (zie voetnoot 4), nagaan of de ontwerpen van typeovereenkomsten: (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. 3 In tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
- a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
- b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
- c)conform het algemeen belang zijn. 4 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, §1, 2°, van het technisch reglement, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 10/50 Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers, met inbegrip van de distributienetbeheerders, een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 22. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, tweede lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele5 contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 23. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. De ondersteunende diensten omvatten met name de diensten die worden verleend als reactie op de vraag met inbegrip van de activering van de vraagflexibiliteit en hulpdiensten in geval van uitvallen van productie-eenheden, hierbij inbegrepen eenheden gebaseerd op hernieuwbare energieën en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling (artikel 8, § 1, tweede lid, 2°, van de elektriciteitswet). Bij het onderzoek van de type-overeenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 24. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom6. 25. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 4 van het federaal technisch reglement interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels 6 Zie ondermeer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Niet-vertrouwelijk 11/50 die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht, de algemene verbintenissenrechtelijke regels en de taalwetgeving. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 26. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet, de gedragscode7 en het federaal technisch reglement, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netwerkcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, § 2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet en artikel 4 van het federaal technisch reglement hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de type-overeenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 27. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat 7 Nog in ontwikkeling op datum van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 12/50 activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 28. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie8. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Wetboek van economisch recht 29. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 30. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze 8 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 13/50 afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. Niet-vertrouwelijk 14/50 De gekwalificeerde benadeling 31. De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling, theorie ontwikkeld door rechtspraak en rechtsleer, zijn : - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties ; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractssluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruikplegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie ; - het contract dan wel één of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de netbeheerder van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 32. Overeenkomstig de artikelen 1108 en 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van één van de contractspartijen worden overgelaten. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 33. Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de bepalingen van de type-overeenkomst, wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. Wet op het taalgebruik 34. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. Niet-vertrouwelijk 15/50 3.2. CONTEXT VAN HET VOORSTEL VAN TYPE-TOEGANGSCONTRACT 3.2.1. Context van de wijzigingen ten aanzien van het bestaande type-toegangscontract 35. Elia voegde een informatienota toe bij de lancering van de openbare raadpleging op 9 juli 2021 (hierna: de informatienota van 9 juli 2021), waarin zij de context van de huidige wijziging van het toegangscontract toelichtte: “In 2017 en 2018 werd er in het kader van de WG Belgian Grid uitvoerig overleg gepleegd met de marktpartijen omtrent mogelijke verbeterpunten aan het van toepassing zijnde Toegangscontract. De focus lag hierbij voornamelijk op de aanduidingprocedures en de rollen en verantwoordelijkheden hieromtrent van de Netgebruiker, Toegangshouder, Evenwichtsverantwoordelijke en Leverancier, alsook de verhoudingen en wederzijdse verplichtingen tussen Elia en de Netgebruiker die tevens de beheerder van een gesloten distributienet (=CDSO) is. Dit overleg werd ‘on hold’ gezet wegens de opstart van de uitvoerige herziening van het Federaal Technisch Regelement (FTR), naar aanleiding van de Europese netcodes. Deze herziening van het FTR voorziet een hoofdstuk omtrent de Toegang tot het Elia-net, inclusief een artikel dat bepaalt welke elementen in het Toegangscontract moeten worden opgenomen (Artikel 191 FTR). Bijkomende werd hierin ook bepaald dat Elia in het Toegangscontract een procedure moet voorzien omtrent de éénzijdige opzegging van de aanduidingen als Toegangshouder en Evenwichtsverantwoordelijk, hierna de drop-off procedure genoemd (Artikel 198 FTR). Na de publicatie en inwerkingtreding van het FTR werd het overleg met de marktpartijen aangaande de drop-off procedure opgestart en werd er door Elia een nota opgemaakt met een eerste voorstel van mogelijke drop-off procedure, dewelke publiekelijk werd geconsulteerd van 10 juni tot 10 juli 2020. De door Elia uitgewerkte en voor consultatie voorgelegde procedure, zocht naar een evenwicht tussen de verschillende standpunten en belangen van alle marktpartijen. Echter op basis van de ontvangen reacties van de marktpartijen tijdens de publieke consultatie, werd er geen compromis bereikt. Op vraag van de CREG zochten Febeliec en Febeg naar een compromis inzake mogelijke oplossing voor de dropoff procedure. In april 2021 kwamen de betrokken partijen tot een akkoord, hetgeen werd toegelicht en besproken in kader van de WG Belgian Grid. Op basis van dit overleg werd dan ook een procedure tot éénzijdige opzegging van de aanduidingen als Toegangshouder en Evenwichtsverantwoordelijk geïntegreerd in het Toegangscontract (zie hiervoor punt 3 van deze nota). In parallel met de hierboven beschreven ontwikkeling aangaande de drop-off procedure ging Elia ook reeds van start met een grondige herziening van het Toegangscontract, dit in lijn met de gevoerde discussies in kader van de WG Belgian Grid in 2017 en 2018. De leden van de WG Belgian Grid ontvingen een eerste voorstel tot aanpassing van het Toegangscontract eind april 2021 met de mogelijkheid een eerste maal informeel commentaar te geven. Het voorstel van Elia, alsook de beperkte, ontvangen reacties van de marktpartijen werden in juni 2021 besproken tijdens de vergadering va de WG Belgian Grid. Na dit overleg met de marktpartijen, heeft Elia beslist om dit voorstel tot aanpassing van het Toegangscontract, met in acht name van de laatste discussies met de marktpartijen, voor publieke consultatie voor te leggen.” 3.2.2. Draagwijdte van de wijzigingen ten aanzien van het bestaande typetoegangscontract 36. Elia besliste om geen versie met aanduiding van de wijzigingen op te stellen ten opzichte van de door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van het toegangscontract met toepassing van het opgeheven koninklijk besluit van 19 december 2002 (zie paragraaf 7), daar de structuur van het toegangscontract zodanig is gewijzigd dat een dergelijke versie (met “track changes”) onleesbaar zou zijn, en dit noch voor de publieke consultatie, noch voor de formele indiening ter goedkeuring. 37. Elia vermeldt in de voornoemde informatienota van 9 juli 2021 dat het huidige, van toepassing zijnde, toegangscontract (van 2016) en zoals beschikbaar op de Elia website (elia.
- be)werd gebruikt als basis om deze herziening door te voeren. Elia heeft er echter voor geopteerd om het toegangscontract Niet-vertrouwelijk 16/50 te herstructureren, dit in lijn met de structuur van andere gereguleerde contracten zoals de “Modaliteiten en Voorwaarden van aanbieders van balanceringsdiensten” (T&C BSP) en de “Modaliteiten en Voorwaarden van de Evenwichtsverantwoordelijke” (T&C BRP). Bijgevolg zal het toegangscontract worden opgebouwd uit 4 onderdelen; Deel I = Definities en Voorwerp van het Contract Deel II = Algemene voorwaarden Deel III = Specifieke bepalingen met betrekking tot de toegang tot het net Deel IV = Bijlagen 38. Elia geeft in de informatienota van 9 juli 2021 een meer gedetailleerde toelichting van de doorgevoerde aanpassingen. Er wordt stil gestaan bij elk artikel waarvan Elia het belangrijk acht de marktpartijen bijkomende duiding te geven over het voorstel. Andere artikelen van het Contract die niet in deze nota besproken worden, werden aldus Elia aangepast eerder vanuit taalkundig oogpunt, om de leesbaarheid van het contract te verbeteren, of om een harmonisatie tussen de verschillende andere gereguleerde contracten (T&Cs BRP, T&Cs BSP, …) te bewerkstelligen. Deze aanpassingen hebben aldus Elia dan ook geen impact op de principes vervat in dit Contract. 39. De CREG heeft geen bezwaren of opmerkingen bij de herstructurering van het typetoegangscontract in lijn met de structuur van andere gereguleerde contracten zoals de typeovereenkomst voor de evenwichtsverantwoordelijken (oftewel het BRP-contract) en de typeovereenkomst voor het aanbieden van balanceringsdiensten (oftewel het BSP-contract). Aangezien de wijzigingen die Elia aanbracht ten aanzien van het huidige van toepassing zijnde toegangscontract, zoals goedgekeurd door de CREG, niet zichtbaar (via markering) zijn aangebracht in het toegangscontract, zal de CREG zich omwille van de transparantie van haar beslissing uitspreken over het toegangscontract in het geheel. De CREG zal hierna weliswaar het meest aandacht besteden aan de wijzigingen die Elia aangeeft te hebben aangebracht ten opzichte van het reeds door de CREG goedgekeurde type-toegangscontract met toepassing van artikel 6 van het opgeheven koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe en het gevolg dat Elia gaf aan de opmerkingen die zij ontving van marktpartijen. 3.3. BESPREKING VAN TOEGANGSCONTRACT 3.3.1. Voorafgaand HET VOORSTEL VAN TYPE- 40. In de hiernavolgende bespreking worden de termen “Toegangscontract” en “typetoegangscontract” door elkaar gebruikt. Ook de termen “evenwichtsverantwoordelijke” en “balanceringsverantwoordelijke (of “BRP”)” zijn synoniemen. 41. Het voorstel van type-toegangscontract ingediend door Elia op 27 juli 2022 dat het voorwerp uitmaakt van deze beslissing wordt hierna aangeduid als het “(huidige) voorstel van typetoegangscontract”. 42. Het zijn hoofdzakelijk de Nederlandstalige versies van het voorstel van type-toegangscontract ingediend door Elia op 27 juli 2022 en van de teksten die daaraan zijn voorafgegaan die door de CREG werden bestudeerd. Niet-vertrouwelijk 17/50 De CREG gaat er ook van uit dat de Franstalige en Nederlandstalige versies van het voorstel van typetoegangscontract met elkaar overeenstemmen. Toch valt op dat beide taalversies niet volledig gealigneerd zijn. Zo kan bijlage 6 aan het voorstel van type-toegangscontract worden aangehaald. Daarin staat onder andere: “Vóór activering van de diensten beschreven onder punt 4 van deze Bijlage, moet het betrokken Markttoegangspunt over een telling beschikken, opgesteld volgens de metingsstandaarden, (...).” In de Franstalige versie wordt dit vertaald door: “Avant l’activation des services décrits au point 4 de la présente Annexe, le Point d’Accès au Marché concerné doit faire l’objet d’un comptage selon les normes de mesure (...).” De Franstalige tekst lijkt meer duidelijkheid te bieden gelet op het gebruik van de term “comptage”, die ingevolge artikel 2, § 1, 4°, van het federaal technisch reglement “meteropname” zou moeten luiden in de Nederlandstalige versie. Zo is bv. in de Franstalige versie van de titel van artikel 13.1.4.3. van het voorstel van typetoegangscontract sprake van “Résolution du Contrat d’Accès par une Partie” en in de Nederlandstalige versie van “Ontbinding van het Toegangscontract door beide Partijen” (eigen nadruk). Verder is bv. in de Franstalige versie van artikel 13.2 van het voorstel van type-toegangscontract sprake van “nonobstant toute disposition contractuelle contraire” (eigen nadruk), terwijl in de Nederlandstalige versie van dit artikel sprake is van “niettegenstaande enige andersluidende bepaling” (de term “contractuele” ontbreekt hier). De term “Marktoegangspunt” is verder te vervangen door “Markttoegangspunt” wegens een spellingsfout. De CREG vraagt Elia om de hiervoor geïdentificeerde louter redactionele fouten en discordanties tussen beide taalversies recht te zetten en om in de toekomst meer aandacht te hebben voor de kwaliteit van de (vertaling van
- de)teksten, in het bijzonder wanneer het om gereguleerde contracten gaat die de betrokken netgebruikers zullen binden en in beide taalversies gelijkluidend moeten zijn. In deze context wenst de CREG ook op te merken dat de inhoudstafel in de Nederlandstalige versie van het voorstel van type-toegangscontract onvolledig is; er wordt maar één Bijlage vermeld. De paginanummers betreffende de Bijlagen in de inhoudstafel kloppen verder niet in beide taalversies van het voorstel van type-toegangscontract. 3.3.2. Deel I: Definities en voorwerp van het Toegangscontract Artikel 1: Definities 43. Elia motiveert het voorstel van artikel 1, ter gelegenheid van de publieke consultatie gelanceerd op 9 juli 2021, als volgt: “In Artikel 1 van het Toegangscontract worden alle doorheen het Toegangscontract gebruikte termen gedefinieerd en omschreven. Zo werden bestaande definities aangepast of geschrapt en nieuwe definities toegevoegd. Reeds bestaande definities van in het Toegangscontract opgenomen begrippen, werden aangepast om ze in lijn te brengen met nieuwe terminologie en nieuwe wettelijke of regulatoire documenten of referenties, zoals onder meer: − het recente KB Federaal Technisch Reglement van 22 april 2019, − de EU netcodes, alsook verwijzingen naar deze relevant, toepasselijke netcodes. Bijvoorbeeld de EU netcode Emergency and Restoration (NC E&R), etc. Daarnaast werden enkele vereenvoudigingen doorgevoerd: − Het gebruik van kalenderdagen, werkdagen en/ Bankdagen werd vereenvoudig en consistent toegepast doorheen het Contract in lijn met de behouden definities van Bankdagen en dagen. Niet-vertrouwelijk 18/50 − De definities van noodsituatie en overmacht werden verwijderd omdat hiervoor specifieke, uitgebreide bepalingen opgenomen zijn in Deel II (Algemene bepalingen) van het Contract. Er werden ook nieuwe begrippen ingevoegd. Zo bevat deze versie van het Toegangscontract een definitie van de Leverancier en het Elektriciteitsleveringscontract, dit om uitwerking te kunnen geven aan de bepalingen inzake de éénzijdige opzegging van de aanduiding van de Toegangshouder en Evenwichtsverantwoordelijke. Tot slot werden er ook nog taalkundige correcties doorgevoerd om de leesbaarheid van het Contract te bevorderen.” 44. Febeg merkt op dat de definities inzake “Leverancier” en “Elektriciteitsleveringscontract” dermate ruim zijn dat deze ook leveringen op de Hub zouden kunnen omvatten. Dit is wellicht niet de bedoeling aldus Febeg, die het opportuun acht om dit te verduidelijken in de overeenkomst. Febeg stelt voor om dezelfde definities te gebruiken als in de Elektriciteitswet, maar verder in de overeenkomst te specifiëren dat voor de toepassing van deze overeenkomst enkel de leverancier inzake “full supply” (vrije vertaling: “volledige levering”) is bedoeld. Elia is van mening dat een verduidelijking niet nodig is. De definities staan volgens Elia los van het feit dat “full supply” ook niet gedefinieerd is. Artikel 23.1 van het Toegangscontract maakt duidelijk dat het de Leverancier is voor de betrokken Toegangspunten. De CREG kan deze redenering van Elia volgen. Weliswaar is de definitie van “Leverancier” hier dezelfde als in artikel 2, 15°bis, van de elektriciteitswet en is er in feite, gezien de inleidende bepalingen van artikel 1 van het Toegangscontract, geen nood om dit begrip in de definitielijst op te nemen. 45. Volgens BASF werd er onvoldoende aandacht besteed aan de lijst van definities, in het bijzonder de consistentie met het regelgevend kader (bijv. het federaal technisch reglement) en de overige Eliacontracten (bijv. BRP-contract) én zonder oog voor het correct gebruik van de definities doorheen het contract. BASF dringt erop aan om werk te maken van een overkoepelende lijst van gedefinieerde termen, die in essentie geldig is voor alle gereguleerde contracten (en dus bijv. een standaard bijlage bij ieder gereguleerd contract zou kunnen vormen), waarvan enkel afgeweken wordt indien de context van een bepaald contract een specifieke andere invulling van de definitie vergt. Er dient daarnaast volgens BASF ook met meer aandacht dan tot op heden het geval is correct gebruik te worden gemaakt van de definities doorheen de rest van het contract. BASF stelt vast dat er bijv. geen gebruik van hoofdletters wordt gemaakt, terwijl wel degelijk een gedefinieerde term wordt bedoeld of dat er net wel gebruik wordt gemaakt van een hoofdletter waardoor het lijkt alsof de gebruikte term werd gedefinieerd terwijl dit helemaal niet het geval is. Verder worden voor hetzelfde begrip ook vaak verschillende, al dan niet gedefinieerde termen gebruikt in de definitielijst of het contract (bijv. CDSbeheerder/Beheerder van het Gesloten Distributienet/operator van de CDS). Elia bedankt BASF voor de grondige analyse van de definities. Elia stelt een uitvoerig onderzoek doorgevoerd te hebben in heel de tekst en de meeste opmerkingen – aangaande de definities en het gebruik van hoofdletters – van BASF ter harte te hebben genomen. Er gebeurde ook een alignering aldus Elia met de regelgeving en met de andere contracten, waar dit mogelijk was. Op het voorstel van een overkoepelende lijst van definities stelt Elia niet te kunnen ingaan daar sommige definities een andere specifieke invulling krijgen binnen de verschillende contracten: elk contract heeft zijn eigen scope en specificatie waarbij het noodzakelijk is om bijkomende details op te nemen aangaande de gehanteerde definities/begrippen. Tijdens de tweede openbare raadpleging georganiseerd door Elia van 11 februari tot 13 maart 2022 meldde BASF akkoord te gaan met de wijzigingen en deed nog een voorstel tot aanpassing van de definities “CDS-gebruiker(s)” en “Toegangspunt”. Meer bepaald stelt BASF voor om de woorden “waarbij CDS-beheerder Bijlage 6 van het Toegangscontract met ELIA heeft ondertekend” te schrappen uit de definitie van het begrip “CDS-gebruiker(s)” omdat dit niet thuishoort in deze definitie, wel in de Niet-vertrouwelijk 19/50 definitie van het begrip “CDS-beheerder”. Verder stelt BASF voor de woorden “gesloten industrieel net” te schrappen uit de definitie van het begrip “Toegangspunt” aangezien deze notie reeds vervat is in het gedefinieerde begrip ”CDS”. Elia integreerde deze opmerkingen. De CREG acht het erg belangrijk dat de gedefinieerde termen consequent in het gereguleerde contract worden gebruikt en dat, als de begrippen met hoofdletter worden gedefinieerd, deze ook met hoofdletter worden gebruikt. Zoveel mogelijk moeten de wettelijke definities van toepassing zijn op het gereguleerde contract. Indien men de wettelijk gedefinieerde term niettemin wenst te hernemen in de definitielijst van het gereguleerde contract moet de herkomst uit de definitie blijken, zoals bv. “Leverancier” : de leverancier bedoeld in artikel 2, 15°bis, van de wet van 29 april 1999 […]”. De idee van BASF om met een overkoepelende lijst van definities te werken, die in essentie geldig is voor alle gereguleerde contracten, is interessant en verdient analyse door Elia. Het kan een belangrijke vereenvoudiging inhouden, nl. dat enkel moet worden gefocust op eventuele afwijkingen/preciseringen die nodig zijn in het kader van een bepaald gereguleerd contract. 46. Ingevolge informeel overleg met de regulatoren werd de definitie van “Bankwerkdagen” achterwege gelaten in het voorstel van type-toegangscontract, teneinde in overeenstemming te zijn met o.m. het federaal technisch reglement. In plaats daarvan wordt het begrip “Werkdagen” gedefinieerd als zijnde elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen. Bovendien werd de definitie van “CIPU-contract” vervangen door de definities voor de contracten die dit CIPU-contract hebben vervangen nl. het “Contract voor de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning” of “OPA-contract” en het “Contract voor de Programma-agent” of “SA-contract”. 47. Een belangrijke nieuwe definitie wordt toegevoegd, nl. deze van een “Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie”, resulterend uit een gevonden compromis tussen Febeg en Febeliec, die de activerende factoren (“triggers”) bepaalt voor de procedures tot eenzijdige opzegging van de aanduiding als Toegangshouder en Evenwichtsverantwoordelijke (hierna ook aangeduid als de “drop-off procedure” of “dropprocedure”) die vervolgens worden uitgewerkt in de artikelen 19 en 22 van het voorstel van type-toegangscontract. Het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021 hanteerde de begrippen “wanbetaling” en “verslechtering van de financiële situatie” zonder deze begrippen te definiëren. Voor de betekenis van deze begrippen verwees voornoemd raadplegingsdocument van Elia naar de toepasselijke regelgeving. Zowel Febeg als het BOP maakten hierbij bezwaren: - BOP stelt de vraag aan Elia of ze de exacte regelgeving waarnaar verwezen wordt, kan herhalen. BOP suggereert om verwijzingen naar de relevante regelgeving op te nemen in het Toegangscontract om elke ruimte voor interpretatie te vermijden. Bovendien is BOP van mening dat met de huidige formulering onduidelijk is dat de oorzaken (wanbetaling en verslechtering van de financiële situatie) verband moeten houden met de betrokken relatie: indien het leveringscontract diensten voor balancering of voor de toegangshouder omvat, kan een “wanbetaling” onder het leveringscontract inderdaad een drop-off uitlokken voor alle betrokken partijen (i.e. toegangshouder, BRP en leverancier). Echter, aangezien deze rollen in de regelgeving worden opgesplitst, hebben bepaalde Netgebruikers ook afzonderlijke contracten die betrekking hebben op deze verschillende aspecten. In een dergelijk geval maakt het uitblijven van een betaling door de Netgebruiker van de toegangstarieven aan zijn Toegangshouder “wanbetaling” uit ten aanzien van de Toegangshouder en kan dit bijgevolg de start van de drop-off procedure bij deze Toegangshouder uitlokken. Er is dan geen “wanbetaling” in de relatie ten aanzien van de Leverancier of de BRP. BOP vraagt zich af of haar interpretatie correct is dat, in een dergelijk geval, enkel de Toegangshouder de drop-off procedure kan starten. Om deze situatie te vermijden, meent BOP dat de Partij die de drop-off Niet-vertrouwelijk 20/50 procedure wenst te lanceren, vooraf moet bewijzen dat de “wanbetaling” of “verslechtering van de financiële situatie” hem raakt en doet BOP een aantal concrete tekstvoorstellen in artikel 19.1. Bovendien dreigt de drop-off procedure, bij gebrek aan definities, geen maatregel van “last resort” uit te maken aldus het BOP, in die zin dat deze pas geïnitieerd kan worden nadat alle middelen van het onderliggende contract zijn uitgeput. BOP betreurt dat dit niet is opgenomen in de tekst, hoewel dit besproken werd tijdens de werkgroepen “Belgian Grid”. BOP vraagt zich af of dit principe zal worden opgenomen bij een herziening van artikel 198 van het federaal technisch reglement, en is van mening dat dit, bij gebreke daaraan, opgenomen moet worden in het Toegangscontract. Er mag aldus BOP geen ruimte voor interpretatie blijven, gezien de mogelijke gevolgen van de lancering van de drop-off procedure. - Febeg wenst verduidelijking van wat men dient te verstaan onder wanbetaling of verslechtering van de financiële situatie en doet een tekstvoorstel. Verder formuleert Febeg ook een verduidelijking voor het geval dat het leveringscontract betrekking heeft op verschillende Netgebruikers en de wanbetaling/verslechtering van de financiële situatie niet per definitie gealloceerd kan worden aan de ene of de andere partij. Febeg maakt dezelfde opmerkingen en tekstvoorstellen wat betreft artikel 22 “Procedure voor de éénzijdige opzegging door de Evenwichtsverantwoordelijke”. Als gevolg daarvan heeft Elia een definitie van het begrip “Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie” opgenomen in het voorstel van type-toegangscontract, in overeenstemming met het gevonden compromis tussen Febeg en Febeliec. Tijdens de tweede openbare raadpleging georganiseerd door Elia van 11 februari tot 13 maart 2022 bevestigde BOP zich te kunnen vinden in de definitie “Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie” zoals toegevoegd in het Toegangscontract onder consultatie. BOP wenst hierbij nogmaals het belang te benadrukken om eerst alle mogelijke remediëringsmaatregelen te moeten doorlopen, alvorens de drop-off procedure kan afgeroepen worden. Elia verklaart in het consultatierapport het hiermee eens te zijn: in een eerste instantie dienen alle mogelijke remediëringsmaatregelen doorlopen te worden; pas daarna kan men overgaan tot het initiëren van de drop-off procedure. 48. Onder “Netgebruiker” wordt voor de doeleinden van deze definitie begrepen de Netgebruiker of de persoon gemandateerd door de Netgebruiker om namens hem een Elektriciteitsleveringscontract te sluiten. Het betreft hier in de praktijk bv. aankoopcentrales of moedermaatschappijen die namens de Netgebruiker een contract sluiten voor de levering van elektriciteit. Voor de drop-off procedures zelf in de artikelen 19 en 22 van het voorstel van toegangscontract wordt het begrip “Netgebruiker” begrepen volgens de definitie voorzien in het voorstel van type-toegangscontract, nl. als “elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit injecteert op of afneemt van het Elia-net, naargelang het geval afkomstig van een Elektriciteitsproductieeenheid, van een verbruiksinstallatie, van een asynchrone energieopslagfaciliteit, van een CDS, of van een HVDC-systeem en die, indien hij niet zijn eigen Toegangshouder is in de zin van dit Toegangscontract, een Toegangshouder heeft aangeduid voor zijn Toegangspunt(en)”. D.w.z. dat de afschakeling waartoe de drop-off procedures uiteindelijk aanleiding kan geven, plaatsvindt in hoofde van de Netgebruiker in deze betekenis. Verder worden in de definitie van Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie drie situaties onderscheiden, rekening houdend met de diverse rollen die kunnen worden opgenomen in de elektriciteitssector: - wanneer noch de Toegangshouder, noch de Evenwichtsverantwoordelijke de Leverancier is, - indien de Toegangshouder tevens de Leverancier is van de Netgebruiker, - Indien de Evenwichtsverantwoordelijke tevens de Leverancier is van de Netgebruiker. Niet-vertrouwelijk 21/50 In de drie situaties wordt een Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie geacht zich voor te doen in twee analoge scenario’s, die kort samengevat neer komen op: 1) wanneer de betrokken partij de remediëringsmaatregelen heeft uitgeput om, een schuld in te vorderen, of het betalingsrisico af te dekken, tijdens de contractueel vastgelegde remediëringsperiode die hem wordt toegekend in de vermelde overeenkomst, 2) wanneer een gerechtelijk verzoek is ingediend door de Netgebruiker tot toekenning van opschorting van betaling ten aanzien van schuldeisers (al dan niet onder boek XX van het Wetboek economisch recht), dan wel het faillissement is aangevraagd van de Netgebruiker. 49. Artikel 198 van het federaal technisch reglement definieert niet wat onder wanbetaling wordt begrepen. Het past derhalve dat in het type-toegangscontract een definitie van dit begrip wordt voorzien. Artikel 198 van het federaal technisch reglement dient te worden samen gelezen met artikel 191 van het federaal technisch reglement dat de minimale inhoud van het toegangscontract definieert. Het is bijgevolg in overeenstemming met het federaal technisch reglement om situaties, zoals in casu ook “een verslechtering van de financiële situatie”, te definiëren die tot de beëindiging van de aanduiding van een Toegangshouder of BRP kunnen leiden. Artikel 198 van het federaal technisch reglement geeft de wens aan van de regelgever dat binnen de termijn van twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van het federaal technisch reglement (die overigens inmiddels ruim is verstreken) alleszins de daarin vermelde procedures in geval van wanbetaling in het toegangscontract worden voorzien, zonder evenwel andere gevallen van eenzijdige beëindiging van de aanduiding bij voorbaat uit te sluiten. 50. Boek XX van het Wetboek van economisch recht heeft de Wet op de continuïteit van de onderneming vervangen. Elia heeft deze aanpassing doorgevoerd in haar voorstel van typetoegangscontract van 27 juli 2022. Onder “een gerechtelijk verzoek tot toekenning van opschorting van betaling ten aanzien van schuldeisers” begrijpt de CREG een procedure tot gerechtelijke reorganisatie of soortgelijke procedure met het oog op het bekomen van de opschorting van betaling ten aanzien van de schuldeisers. 51. De CREG stelt vast dat de definitie van “Toestand van Wanbetaling of Verslechtering van de Financiële Situatie” resulteert uit een compromis gevonden tussen Febeg en Febeliec en gaat er derhalve van uit dat deze bepalingen garant staan voor een zeker evenwicht tussen de legitieme bezorgdheden van zowel de netgebruikers als de andere marktactoren. De CREG heeft in haar ontwerp van gedragscode bedoeld in artikel 11, §2, van de elektriciteitswet, waarover zij een openbare raadpleging hield die afliep op 28 juli 2022, eveneens een definitie opgenomen voor het begrip “toestand van wanbetaling of verslechtering van de financiële situatie” (artikel 102, §2). Indien de uiteindelijke definitie in de gedragscode zou verschillen van deze opgenomen in het typetoegangscontract zal de gedragscode bij onverenigbaarheid voorrang hebben op het toegangscontract en dient het type-toegangscontract daarmee in overeenstemming te worden gebracht. De toepassing in de praktijk van de drop-off procedure zal bovendien moeten worden geëvalueerd door Elia, in overleg met de marktpartijen, en deze zal zo nodig moeten worden bijgestuurd om de nietdiscriminatoire behandeling en billijkheid van de regeling ten allen tijde te verzekeren. Artikel 2: Opbouw en voorwerp van het Toegangscontract 52. De artikelen 2.1 en 2.3 bepalen hoe het Toegangscontract is opgebouwd en welke de aanvullende interpretatieregels zijn voor dit Toegangscontract. Artikel 2.2 bepaalt het voorwerp van het Toegangscontract en in essentie dat het de contractuele rechten en verplichtingen van de Partijen bevat met betrekking tot de Toegang tot het Elia-Net voor wat betreft Injectie- en/of Afnamepunten rechtstreeks aangesloten op het Elia-Net. Partijen verklaren Niet-vertrouwelijk 22/50 zich ook bewust van de onderlinge samenhang die bestaat tussen het Aansluitingscontract, het Contract van de Evenwichtsverantwoordelijke en het Toegangscontract die elk ten aanzien van elkaar een noodzakelijk accessorium zijn voor de veiligheid, betrouwbaarheid en de efficiëntie van het EliaNet en die derhalve onmisbaar zijn voor de uitvoering van de contractuele relatie. De CREG heeft daarbij geen opmerkingen. 3.3.3. Deel II: Algemene Voorwaarden Artikel 3: Inwerkingtreding en duur van het Toegangscontract 53. Artikel 3.1 voorziet onder meer dat het Toegangscontract in werking treedt op de dag van ondertekening door alle Partijen, onder de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een financiële waarborg zoals beschreven in Artikel 11 en dat dit Toegangscontract alle vorige overeenkomsten en documenten die tussen de Partijen zijn uitgewisseld met betrekking tot hetzelfde voorwerp vervangt. Elia heeft de volgende bepaling uit artikel 3.1 geschrapt, aangezien deze gegevens door Elia worden opgevraagd in het kader van de toegangsaanvraag en omdat BASF een opmerking maakte over de onduidelijke inhoud van de woorden “evenals de categorie […] waaronder hij valt”: “De inwerkingtreding van dit Contract gaat ervan uit dat de identiteit en de persoonlijke gegevens van de Toegangshouder, evenals de categorie zoals bepaald in art 17.1 waaronder hij valt, aan ELIA worden bekendgemaakt. Aldus moet de meegedeelde informatie noodzakelijkerwijs conform zijn met de in Bijlage 1 van het Contract genoemde voorwaarden”. De CREG heeft geen opmerkingen bij dit artikel, zoals aangepast door Elia. Artikel 3.2 bepaalt dat het Toegangscontract van onbepaalde duur is, maar dat de Toegang tot het Elianet voor één of meerdere Toegangspunten evenwel kan worden onderbroken, beëindigd of opgeschort in de gevallen verder beschreven in dit Toegangscontract. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 4: Verklaringen en garanties van de Toegangshouder 54. De bepalingen inzake verklaringen en garanties van de Toegangshouder ondergingen een aantal wijzigingen ten opzichte van artikel 20 van de huidige door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten, maar deze blijken niet substantieel te zijn. Zo verklaart de Toegangshouder door ondertekening van het Toegangscontract onder meer dat de in de Toegangsaanvraag verstrekte gegevens juist en volledig zijn en dat, indien nodig, zij zullen worden bijgewerkt, dat zijn (hun) installaties conform zijn met de wettelijk en reglementaire vereisten die in voege zijn of zullen zijn, dat hij voldoet aan alle krachtens de Elektriciteitswet, de Elektriciteitsdecreten en/of –ordonnanties en Technische Reglementen toepasselijke verplichtingen en dat een Evenwichtsverantwoordelijke en, in geval van levering van elektriciteit, een overeenkomstige Leverancier is aangeduid in de Bijlagen 3, 3bis of 3ter van het Toegangscontract. Op de Toegangshouder rust zodoende een belangrijke verantwoordelijkheid. De CREG stelt vast dat marktpartijen geen opmerkingen hierbij maakten. Artikel 5: Informatieplicht Niet-vertrouwelijk 23/50 55. Bovenop de verklaringen en garanties bedoeld in artikel 4, verbinden de Partijen zich er wederzijds toe voor de duur van het Toegangscontract elkaar zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van elke gebeurtenis of informatie die de Partij, die er kennis van heeft, redelijkerwijze moet beschouwen als een gebeurtenis of informatie die mogelijk een nadelige invloed kan uitoefenen op het Toegangscontract of op de uitvoering van de verplichtingen bepaald in het Toegangscontract ten opzichte van de andere Partij. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 6: Confidentialiteit 56. De vertrouwelijkheidsverplichtingen in artikel 6 werden herwerkt ten opzichte van het huidige Toegangscontract, doch zijn in grote mate analoog met de andere gereguleerde contracten van Elia. Febeg merkte op dat het Toegangscontract geen definitie bevat van “Directe of Indirecte Schade” in artikel 6.2. Elia bevestigt dit en legt uit dat zij beslist heeft om beide begrippen met kleine letter te schrijven en om deze begrippen niet te definiëren. Voor het definiëren van deze begrippen over al de contracten heen, wacht Elia de oefening tot harmonisering van de bepalingen inzake aansprakelijkheid in de gereguleerde contracten af zodat zij de aansprakelijkheidsregels kan harmoniseren over alle gereguleerde Elia-contracten heen. Elia voegt daaraan toe dat dit ook de benadering is die werd gevolgd voor het BRP-contract. De CREG is inderdaad vragende partij voor een maximale harmonisering van de aansprakelijkheidsbepalingen (met inbegrip van de definities van de in dat kader gehanteerde begrippen) in de gereguleerde contracten van Elia en deze oefening is nog aan de gang. In afwachting daarvan zullen deze begrippen moeten worden begrepen overeenkomstig het gemeen recht. De CREG heeft geen verdere opmerkingen bij dit artikel. Artikel 7: Aansprakelijkheid van de Partijen in het Toegangscontract 57. Gezien er momenteel een (aparte) harmoniseringsoefening van de aansprakelijkheidsclausules loopt voor alle gereguleerde contracten (T&C BRP, Aansluitingscontract, etc..) waarbij de gesprekken met de CREG nog lopende zijn, heeft Elia ervoor geopteerd om in deze versie van het Toegangscontract geen wijzigingen door te voeren aan de aansprakelijkheidsclausules, inclusief de vrijwaringsclausules en andere bepalingen en bijlagen die betrekking hebben op aansprakelijkheid. Deze bepalingen zijn en blijven dus ongewijzigd ten opzichte van de van toepassing zijnde versie van het Toegangscontract
(2016). De CREG bevestigt dat gesprekken over een dergelijke harmoniseringsoefening nog lopende zijn en aanvaardt derhalve dat de bestaande, reeds eerder door de CREG goedgekeurde aansprakelijkheidsregeling, in afwachting van het resultaat van die oefening behouden blijft. Wanneer die gesprekken zijn afgerond, vraagt de CREG om artikel 7 zo nodig aan te passen. Niet-vertrouwelijk 24/50 Artikel 8: Noodsituatie, Noodtoestand en Overmacht
- Elia licht toe dat dit artikel volledig gealigneerd werd op de bepalingen van de “T&C BRP”9 die recent door de regulatoren werden goedgekeurd en die ook reeds in deze bepalingen voorzien waarbij de volgende situaties worden beschreven: o Noodsituatie o Alarm-, nood-, black-out- en hersteltoestand: in lijn met de bepalingen van de Europese netcode “Emergency and Restoration” (NC E&R) 10 o Overmacht: naar de definitie opgenomen in de Europese netcode “Capacity Allocation and Congestion Management” (CACM)
- In elk van de hierboven genoemde situaties, is ELIA steeds gerechtigd en/of verplicht om alle door de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen te nemen. Indien deze maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van het Toegangscontract, zullen de in de toepasselijke wetgeving en reglementering voorziene maatregelen voorrang hebben op de rechten en plichten van dit Contract.
- De CREG stelt vast dat dit artikel gealigneerd werd op de door de CREG goedgekeurde analoge bepalingen in andere gereguleerde contracten die Elia hanteert en heeft derhalve geen opmerkingen hierbij. Artikel 9: Verzekeringen
- Dit artikel werd niet gewijzigd ten opzichte van de reeds door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 10: Financiële solvabiliteit van de Toegangshouder
- In artikel 3 van het huidige Toegangscontract wordt het volgende bepaald: “Het bewijs van de financiële solvabiliteit van de Toegangshouder bij het sluiten van het Contract veronderstelt dat de Toegangshouder voldoet aan de bijzondere bepalingen inzake financiële waarborgen zoals overeengekomen in het Contract.” Deze bepaling wordt thans vervangen door wat volgt: “Dit artikel bevat de verplichting voor de Toegangshouder om zijn financiële solvabiliteit te bewijzen ten aanzien van Elia aan de hand van een aanvraagformulier beschikbaar op de website van Elia, wat als een essentieel bestanddeel van het met Elia afgesloten Toegangscontract en van de door Elia aangegane verbintenissen wordt beschouwd.” Momenteel was dit bewijs van de financiële solvabiliteit van de Toegangshouder uitsluitend verbonden aan de bepalingen inzake financiële waarborgen bepaald in het Toegangscontract. De ontworpen bepaling verbindt dit bewijs aan elementen die zich buiten het Toegangscontract bevinden. 9 De modaliteiten en voorwaarden voor balanceringsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 18.3 van EBGL Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet. 11 Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. 10 Niet-vertrouwelijk 25/50 De CREG veronderstelt dat Elia verwijst naar het “Aanvraagformulier voor toegangscontract” beschikbaar op haar website in de rubriek “Klanten”, “Toegang”, “Toegang krijgen tot ons net”, punten 7 en 8: Punt 7 bepaalt de bij te voegen documenten: 7.1 Professionele betrouwbaarheid Een verklaring onder ede is toe te voegen aan deze aanvraag; de standaard tekst bevindt zich onder punt
- 7.2 Financiële capaciteit – Financiële waarborg Het contract is alleen geldig wanneer de financiële waarborg wordt uitgevoerd (zie bijlage 7 van het Toegangscontract voor een standaardformulier van de bankgarantie). De berekening van de financiële garantie is het resultaat van de som van de bedragen die berekend worden per Toegangspunt. Voor het exacte bedrag, gelieve contact te nemen met cs@elia.be. Punt 8 (niet 7) bevat een standaardtekst voor de verklaring onder ede bedoeld in punt 7.1, die luidt als volgt: “Onderwerp: Beëdigde verklaring Ik, (naam), (functie), met de bevoegdheid om in deze (naam van het bedrijf) te vertegenwoordigen, verklaar op mijn woord van eer dat: - (naam van het bedrijf) niet in staat van faillissement of vereffening verkeert, haar economische activiteiten niet heeft beëindigd of een gerechtelijke regeling heeft verkregen, noch in enige gelijkaardige situatie verkeert als resultaat van een gelijkaardige procedure onder de nationale wetgeving en/of regelgeving van het land van vestiging (naam van het land); - (naam van het bedrijf) geen aanvraag voor faillissement heeft ingediend, er geen vereffeningsprocedure hangende is en het bedrijf ook niet betrokken is bij een gelijkaardige procedure onder de nationale wetgeving en/of regelgeving van het land van vestiging (naam van het land); - (naam van het bedrijf) nooit veroordeeld werd voor een misdrijf betreffende professioneel gedrag bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde; - (naam van het bedrijf) zich nooit schuldig gemaakt heeft aan ernstig professioneel wangedrag, aangetoond met eender welke middelen die de uitbestedende overheid kan rechtvaardigen; - (naam van het bedrijf) haar verplichtingen heeft vervuld betreffende de betaling van sociale bijdragen overeenkomstig de wetgeving van het land van vestiging (naam van het land); - (naam van het bedrijf) haar verplichtingen heeft vervuld betreffende de betaling van belastingen overeenkomstig de wetgeving van het land van vestiging (naam van het land); - (naam van het bedrijf) zich niet schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die in dit document gevraagd wordt; - (naam van het bedrijf) alle wetten die van kracht zijn respecteert (ook indien en wanneer die geamendeerd worden) - (naam van het bedrijf) alle dekkingen heeft afgesloten die vereist zijn om de betreffende dienst te leveren. (naam van het bedrijf) handtekening (naam) (adres) (functie)”
- Aangezien Elia zelf aangeeft dat deze aangelegenheid een essentieel bestanddeel vormt van het met Elia afgesloten Toegangscontract en van de door Elia aangegane verbintenissen, is de CREG van mening dat de elementen die in aanmerking worden genomen door Elia voor het bewijs van de financiële solvabiliteit van de Toegangshouder opgenomen moeten worden in het typetoegangscontract en derhalve ter goedkeuring aan de CREG moeten worden voorgelegd. Niet-vertrouwelijk 26/50 Artikel 11: Financiële waarborgen
- Ook hier werd aldus Elia een afstemming voorzien met de andere gereguleerde contracten en zijn de mogelijkheden tot het stellen van een financiële waarborgen gelijk aan de middelen voorzien in de andere Elia contracten. Zo kan er een financiële waarborg worden gesteld onder de vorm van: - Een bankgarantie en; - Een tijdelijke cash-optie. De berekeningswijze van de Bankgarantie en template zijn vervat in de Bijlagen 4 en 4bis van het Toegangscontract.
- De CREG stelt vast dat de voorgestelde regeling vrij analoog is aan de bestaande regeling in het toegangscontract, maar merkt toch een aantal verschillen op.
- De aanpassing van de financiële garantie bij toevoeging van één of meerdere Toegangspunten aan het Toegangscontract wordt voortaan aan een termijn gekoppeld van één
(1)maand (artikel 11.1). 66. De Toegangshouder dient Elia voortaan ten laatste één
(1)maand in plaats van vijf
(5)kalenderdagen vóór het einde van de bestaande bankgarantie, ofwel het bewijs te bezorgen dat de financiële instelling die de bankgarantie heeft uitgegeven, de duur van deze garantie heeft verlengd zonder enige wijziging daarvan ofwel een nieuwe bankgarantie te bezorgen die voldoet aan de voorwaarden van Artikel 13 van het Contract (artikel 11.2). 67. Aan artikel 11.3 wordt op het einde (ten opzichte van het bestaande artikel 13.3 van het Toegangscontract) toegevoegd dat wanneer ELIA een beroep doet op de waarborg onder de vorm van een geldsom, de Toegangshouder binnen een termijn van vijftien
(15)Werkdagen, nadat ELIA deze waarborg heeft aangesproken en dit aan de Toegangshouder heeft medegedeeld, het bedrag van de waarborg onder de vorm van een geldsom terug zal bijstellen tot op het vereiste niveau. 68. Verder wordt de draagwijdte van de bepalingen inzake financiële waarborgen voortaan beperkt tot de financiële verplichtingen die de Toegangshouder heeft ten aanzien van Elia en gelden deze dus niet langer voor alle contractuele verplichtingen van de Toegangshouder ten aanzien van Elia. Onder financiële verplichtingen wordt voor de toepassing van artikel 11 begrepen de betaling van de facturen inzake de toegangstarieven, evenals de betaling van de kosten die verschuldigd zijn in geval van wanbetaling van deze facturen (artikel 11.1). In geval van verwijdering van één of meerdere Toegangspunten uit het Toegangscontract, “kan” de Toegangshouder niet louter een aanpassing van de financiële waarborg bekomen, maar “zal” dit “op zijn vraag” gebeuren, dit op basis van dezelfde berekeningswijze (artikel 11.2). Indien ELIA een beroep doet op de bankgarantie, zal de Toegangshouder ELIA, binnen een periode van vijftien
(15)Werkdagen nadat ELIA op de bankgarantie een beroep heeft gedaan, doch voortaan ook op voorwaarde dat dit aan de Toegangshouder wordt medegedeeld, ofwel het bewijs bezorgen dat de financiële instelling die de bankgarantie heeft uitgegeven het bedrag van deze bankgarantie terug tot op het contractueel vereiste niveau heeft aangepast ofwel een nieuwe bankgarantie bezorgen die voldoet aan de voorwaarden van Artikel 11.1 van het Toegangscontract (artikel 11.1). 69. Wanneer de waarborg gebeurt onder de vorm van een geldsom gold reeds dat de Toegangshouder de bankgarantie op eerste verzoek kan vervangen door een betaling aan ELIA van een geldsom die wordt berekend in overeenstemming met Bijlage 4 van het Toegangscontract, onder voorbehoud van aanvaarding door ELIA van deze waarborg onder de vorm van een geldsom. Daaraan wordt thans toegevoegd dat die aanvaarding door Elia enkel kan worden geweigerd wegens gegronde redenen (artikel 11.3). Tot slot wordt bepaald dat elk saldo dat uiteindelijk toekomt aan de Toegangshouder, via overschrijving aan de Toegangshouder terugbetaald zal worden ten laatste binnen drie maanden na de beëindiging van het Toegangscontract (in plaats van op 1 maart van het jaar dat volgt op de afronding van alle financiële verplichtingen die voortvloeien uit het Niet-vertrouwelijk 27/50 Toegangscontract), ongeacht de reden en zonder dat dit interesten oplevert aan de Toegangshouder, en dit alles onverminderd alle rechten en rechtsvorderingen van ELIA achteraf (artikel 11.3). 70. De CREG is van mening dat de regeling enerzijds aan duidelijkheid heeft gewonnen, en anderzijds ook een meer billijke, evenwichtige regeling inhoudt in zoverre de financiële garanties voortaan niet langer een zekerheid vormen voor de tijdige en volledige uitvoering van alle contractuele verplichtingen van de Toegangshouder ten aanzien van Elia maar enkel nog van alle financiële verplichtingen die uit het Toegangscontract, en de eventuele schorsing en/of beëindiging daarvan, voortvloeien, d.w.z. de betaling van de facturen inzake de toegangstarieven, evenals de betaling van de kosten die verschuldigd zijn in geval van wanbetaling van deze facturen. Artikel 12: Facturatie- en betalingsmodaliteiten 71. Volgens Elia werd de elektronische facturatie in de praktijk reeds toegepast op vraag van verschillende klanten. Het Toegangscontract formaliseert nu deze praktijk aldus Elia en zorgt voor de nodige bepalingen inzake de elektronische facturatie, maar ook de opvolging in geval van niet betaling (e-dunning) waarbij dit proces ook digitaal kan lopen. In Bijlage 1 zijn dan ook de nodige velden toegevoegd zodat Elia kan beschikken over de juiste contactgegevens (e-mailadressen) zodat facturen en /of relevante documenten kunnen worden overgemaakt aan de Toegangshouder. 72. Ten opzichte van artikel 4.1 van de door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten wordt thans volgende bepaling toegevoegd in artikel 12.1: “Elke creditnota die ELIA naar de Toegangshouder stuurt, vormt een provisionele betaling, onder voorbehoud van een afrekening.” Het is echter onduidelijk wanneer deze afrekening plaatsvindt. Dit verdient verduidelijking in de tekst. 73. Ten opzichte van artikel 4.2 van de door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten wordt de betalingstermijn voor de Toegangshouder in artikel 12.2 opgetrokken van 15 kalenderdagen naar 30 kalenderdagen. 74. In artikel 12.3 “Bezwaar” dat luidt als volgt: “Indien de Toegangshouder overeenkomstig deze bepaling een betwiste factuur volledig heeft betaald en achteraf blijkt dat het overeenkomstig deze bepaling geformuleerde bezwaar gegrond is, heeft de Toegangshouder het recht de onverschuldigde betaalde bedragen terug te vorderen overeenkomstig de toepassing mutatis mutandis van Artikel 12.2 van het Toegangscontract.” zou minstens een termijn moeten worden toegevoegd voor Elia om de terugbetaling zo snel als mogelijk uit te voeren, bv. binnen 5 Werkdagen. Gepaster nog zou zijn om de bepaling te herformuleren als een verplichting voor Elia om de onverschuldigd betaalde bedragen terug te betalen binnen een bepaalde termijn, in plaats van een recht voor de Toegangshouder om deze bedragen terug te vorderen, en dit vermeerderd met een interest. 75. Ten opzichte van artikel 4.3 van de door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten wordt in artikel 12.3 gepreciseerd in welke gevallen een bezwaar tegen een factuur als manifest gegrond wordt beschouwd, nl. wanneer beide Partijen het bestaan van een berekeningsfout, een meetfout of een andere flagrante fout in de factuur erkennen. Bovendien, indien het gefactureerd bedrag wordt betwist, wordt thans bepaald dat het niet-betwiste deel van de factuur hoe dan ook zal moeten worden betaald. 76. In artikel 12.4 “Modaliteiten voor het invorderen van eventueel onbetaalde sommen” worden de woorden “overeenkomstig de betalingsmodaliteiten bepaald in art 12.2” toegevoegd om duidelijk te maken dat het hier gaat om een geval van niet betaling van de factuur binnen de 30 dagen na ontvangst. Niet-vertrouwelijk 28/50 Artikel 13: Schorsing en/of beëindiging 77. Elia merkt in haar informatienota van 9 juli 2021 op dat het belangrijk is om te vermelden dat de mogelijke situaties die aanleiding kunnen geven tot het schorsen of beëindigen van Toegangspunten of het Contract in zijn geheel niet werden gewijzigd of aangepast. Deze blijven dezelfde als deze die voorzien zijn vandaag. Echter werd het artikel volledig geherstructureerd en herschreven met het oog op vereenvoudiging en verduidelijking van de mogelijke situaties. Zo heeft Elia getracht om een duidelijke opsplitsing te maken tussen: o Enerzijds de schorsing, beëindiging of onderbreking van een of meerdere toegangspunt(
- en)en de situaties die hiertoe kunnen leiden, en; o Anderzijds de beëindiging van het Contract. Onder dit tweede deel, heeft Elia wel één nieuwe beëindigingsgrond toegevoegd, specifiek in hoofde van Elia ingeval er geen Toegangspunten meer opgenomen zijn in het Toegangscontract (artikel 13.1.2). Dit is een mogelijkheid die Elia vandaag niet had maar waarmee ze in de praktijk geconfronteerd werd, nl. met Contracten die eigenlijk zonder voorwerp kwamen te vallen. 78. De CREG merkt toch een paar andere verschillen op tussen de bestaande regeling in artikel 16 en het ontworpen artikel 13. Zo wordt punt 1) van artikel 16.1.1 van het bestaande toegangscontract i.v.m. “een gebrek aan capaciteit op het Elia-Net, d.w.z. onder meer in geval van overbelasting van het Elia-Net of in geval van mogelijke overbelasting van het net, hierin begrepen het geval van de onbeschikbaarheid van het geheel of een deel van de capaciteit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid of efficiëntie van het Elia-Net” geschrapt in het ontworpen artikel 13.1.1. De CREG heeft hiertegen geen bezwaar aangezien de casus van de overbelasting van het net geregeld wordt in het ontworpen artikel 13.1.2. Verder wordt de toepassing van artikel 16.1.1 van het bestaande toegangscontract op “de Toegangshouder (of de Netgebruiker voor wie hij optreedt)” in het ontworpen artikel 13.1.1 i.v.m. het niet of niet meer voldoen aan de voorschriften zoals vermeld in de Technische Reglementen gewijzigd naar “de Netgebruiker of in voorkomend geval de CDS-beheerder of Toegangshouder”. Bovendien was de toepassing van artikel 16.1.1 van het bestaande toegangscontract beperkt tot de niet naleving van “technische” voorschriften van de Technische Reglement en wordt dit thans uitgebreid tot alle voorschriften van de Technische Reglementen. Hoewel de term “technische voorschriften” wordt veralgemeend naar “voorschriften” blijkt duidelijk uit artikel 13.1.1 dat niet elke niet-naleving door één van de genoemde partijen van welk voorschrift ook in de Technische Reglementen de schorsing van de Toegang tot gevolg kan hebben zonder voorafgaande rechterlijke machtiging. Het moet immers gaan om een tekortkoming die de veiligheid, betrouwbaarheid of efficiëntie van het Elia-net in gevaar brengt en waaraan bovendien niet na ingebrekestelling door ELIA binnen de aangegeven redelijke termijn wordt verholpen. Niettemin spreekt het voor zich dat Elia voorzichtig gebruik zal moeten maken van deze schorsingsmogelijkheid aangezien de ingeroepen tekortkoming een beroep op deze bepaling door Elia zal moeten kunnen rechtvaardigen met een controlemogelijkheid ex post door de rechter. 79. Bij artikel 13.1.2 “Gehele of gedeeltelijke onderbreking van de Toegang tot het Elia-net” maakte Febeg de opmerking dat voor deze schorsing/beëindigingsgrond niet vermeld wordt hoe deze wordt gecommuniceerd door Elia aan de Toegangshouder en/of de Netgebruiker en het haar zinvol lijkt om dit toe te voegen. Elia antwoordde dat ze daarover in de Werkgroep Belgian Grid verkeerdelijk gecommuniceerd hebben. Volgens Elia wordt er wel vermeld hoe dit gecommuniceerd wordt, het Artikel stelt: “[…] via een louter bevel […] ” en “[…] zonder voorafgaand aangetekend schrijven […]”. Niet-vertrouwelijk 29/50 In dit Artikel gaat het om flex-capaciteit waarvan alle modaliteiten specifiek en per geval in het aansluitingscontract beschreven zijn aldus Elia. Elia stelt dat ze de tekst van het Toegangscontract niet zal aanvullen gezien het in het aansluitingscontract specifiek beschreven wordt. De CREG is van mening dat het inderdaad voor de Toegangshouder niet meteen duidelijk is hoe dit louter bevel wordt gegeven. Het gebeurt niet via een voorafgaand aangetekend schrijven blijkt uit de tekst, maar op welke manier dan wel. Het verdient aanbeveling om dit te preciseren. 80. Febeg maakte een opmerking bij volgende bepaling van artikel 13.2.1 van het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021, getiteld “Opzegging van het Contract door de Toegangshouder”: “In geval de Toegangshouder aan het einde van de opzeggingsperiode nog niet al zijn contractuele verbintenissen is nagekomen, zal het Contract voor de uitvoering van deze verbintenissen verder blijven bestaan tot op het ogenblik dat alle contractuele verplichtingen van de Toegangshouder overeenkomstig het Contract geldig zijn nagekomen”. Febeg stelde dat deze paragraaf haar overbodig lijkt in het licht van artikel 13.3. Elia antwoordde dat artikel 13.3 “Gevolgen van de schorsing en/of beëindiging voor de Toegangshouder” echter over de vervulling van de betalingsverplichtingen gaat, terwijl het in de laatste zin van Artikel 13.2.1 “Opzegging van het Contract door de Toegangshouder” gaat over de uitvoering van alle contractuele verbintenissen (het Contract blijft bestaan tot op het ogenblik dat alle contractuele verplichtingen van de Toegangshouder overeenkomstig het Contract geldig zijn nagekomen.). Echter, vermits na de opzegging van het Toegangscontract er nog enkel financiële verplichtingen zijn van de Toegangshouder, heeft Elia gemeend het toch te kunnen schrappen. 81. Met betrekking tot de beëindigings- en schorsingsmogelijkheden voor Elia vervat in artikel 13 van het toegangscontract herhaalt de CREG in het algemeen haar opmerking uit eerdere beslissingen over de algemene voorwaarden van de toegangscontracten dat indien een beëindiging of schorsing door Elia achteraf niet gerechtvaardigd blijkt te zijn de Toegangshouder uiteraard recht heeft op een schadevergoeding. Voor het overige spreekt het voor zich dat de partijen hun rechten die voortvloeien uit deze artikelen op een voorzichtige en redelijke wijze zullen moeten uitoefenen. Artikel 14: Overige bepalingen 82. Dit artikel, dat is opgedeeld in verschillende subartikelen, is in grote mate analoog aan het bestaande artikel 21 van de reeds door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten. 83. Artikel 14.1 i.v.m. de inwerkingtreding van wijzigingen van het Toegangscontract werd geherformuleerd om de strekking ervan te verduidelijken. Het luidt thans als volgt: “Na voormelde goedkeuring door de bevoegde regulator(
- en)wordt de nieuwe versie van het Toegangscontract (inclusief alle aanpassingen) van kracht op het geheel van alle lopende Toegangscontracten vanaf de goedgekeurde ingangsdatum rekening houdend met de aard van de geplande aanpassingen en de imperatieven verbonden aan de betrouwbaarheid, de veiligheid of efficiëntie van het Elia-net, maar niet vroeger dan veertien
(14)Werkdagen na de datum van verzending van een kennisgeving door ELIA per aangetekende brief met ontvangstbevestiging aan de Toegangshouders, waarin zij op de hoogte gebracht worden van de nieuwe versie (inclusief aanpassingen) van het Toegangscontract.” Niet-vertrouwelijk 30/50 84. In artikel 14.5 betreffende “overdracht van rechten” werd ingevolge het informeel overleg met de regulatoren uitdrukkelijk toegevoegd dat het Toegangscontract door ELIA enkel kan worden overgedragen aan de onderneming die door de bevoegde instantie is of zal worden aangewezen als de netbeheerder in haar plaats. 85. Febeg maakte een opmerking bij artikel 14.8 “Doorwerking”: “Wanneer de Toegangshouder een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon is en niet de Netgebruiker zelf, onverminderd van wat bepaald is in Artikel 14.5 van het Contract, verbindt de Toegangshouder zich ertoe de relevante bepalingen van het Artikel 13 van het Contract, Artikel 7 van het Contract en het Artikel 14 van het Contract te laten doorwerken in elk af te sluiten contract met de betrokken Netgebruiker(s), door opname ervan in zulke contracten als onherroepelijk beding van de Netgebruikers ten gunste van Elia” Febeg stelde de vraag of het de bedoeling is dat deze artikelen uit het Toegangscontract volledig worden opgenomen in de overeenkomsten met de klant. Febeg zou er de voorkeur aan geven om dit op te nemen bij wijze van verwijzing, desgevallend met de Titel “Third Party clause to the benefit of the Grid Operator”. Verder stelde Febeg de vraag of, onder de woorden in de paragraaf die daarop volgt (zie hieronder) “eenvoudig verzoek” en “bewijs” een copy van de algemene voorwaarden of een ander bewijs wordt bedoeld: “De Toegangshouder staat ervoor in dat de betrokken Netgebruiker(
- s)in hun eventuele betrekkingen met Elia deze regels zullen respecteren. Op eenvoudig verzoek van Elia zal hij hiervan het bewijs leveren.” Ingevolge deze opmerkingen van Febeg heeft Elia aan deze bepaling toegevoegd: “Op eenvoudig verzoek van Elia zal hij hiervan het bewijs leveren. Het overmaken aan Elia van de contractuele voorwaarden die aantonen dat de betrokken Netgebruiker(
- s)gehouden is/zijn deze bepalingen te respecteren, volstaat als bewijs.” De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 15: Geschillenbeslechting 86. Dit artikel onderging kleine wijzigingen ten opzichte van het reeds door de CREG goedgekeurde toegangscontract. Zo werd de benaming rechtbank van Koophandel vervangen door de ondernemingsrechtbank. Febeg stelde een aantal vragen bij volgende bepaling: “De Toegangshouder verklaart hierbij dat hij door Elia, voorafgaand aan het ondertekenen van het Contract, op de hoogte werd gebracht van zijn rechten en onder meer van het feit dat de geschillen betreffende de verplichtingen van Elia, met uitzondering van de geschillen over de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit dit Contract, mogen worden voorgelegd, naargelang zijn keuze, en al naargelang de toepasselijke federale en gewestelijke regelgevingen daarin voorziet, aan een door de betrokken regulator georganiseerde bemiddeling, geschillenkamer of geschillendienst, de ondernemingsrechtbank te Brussel of een ad hoc arbitrage overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.” Meer bepaalde merkte Febeg op het voor haar niet duidelijk is wat het verschil is tussen de mogelijke bevoegde beslechtingsinstanties voor geschillen die voortvloeien uit de Niet-vertrouwelijk 31/50 overeenkomst enerzijds en andere mogelijke geschillen anderzijds. Febeg stelt de vraag of deze verschillend zijn of hetzelfde en of dit kan worden toegelicht. Elia legt uit dat het verschil tussen paragraaf 1 en 2 van Artikel 15 het volgende is: - Eerste paragraaf betreft niet-contractuele geschillen in dit geval is er keuzevrijheid - Tweede betreft contractuele geschillen keuze voor de meest gerede partij Het eigenlijke verschil tussen beide paragrafen heeft volgens de CREG te maken met het feit dat de Geschillenkamer bedoeld in artikel 29 van de elektriciteitswet niet bevoegd is voor geschillen inzake contractuele rechten en verplichtingen: “Art. 29. § 1. Binnen de commissie wordt een Geschillenkamer opgericht die, dat, op verzoek van één van de partijen, beslist over geschillen tussen de netbeheerder en de netgebruikers betreffende de verplichtingen die aan de netbeheerder, aan de distributienetbeheerders en aan de beheerders van gesloten industriële netten krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan werden opgelegd, behalve geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen” en zodoende niet als bevoegde instantie wordt opgenomen in paragraaf 2 van Artikel 15 dat betrekking heeft op contractuele geschillen. De CREG heeft hierbij geen verdere opmerkingen. Artikel 16: Toepasselijk recht 87. Dit artikel werd niet substantieel gewijzigd ten opzichte van de reeds door de CREG goedgekeurde algemene voorwaarden van de toegangscontracten. Belgisch recht blijft nog steeds van toepassing op de overeenkomst. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 3.3.4. Deel III: Technische voorwaarden Artikel 17: Procedure voor toegang, identificatie van de Toegangshouder en aanduiding van de Toegangshouder voor een of meerdere Toegangspunt(
- en)88. Artikel 17 bevat de volgende subtitels: 17.1 “Categorieën van Toegangshouder voor een of meer Toegangspunt(en)”, 17.2 “Toevoeging van een Toegangspunt aan de portefeuille van de Toegangshouder” en 17.3 “Duur van de aanduiding van de Toegangshouder”. 89. De artikelen 17 en 18 werden aldus Elia in lijn gebracht met de bepalingen, meer bepaald de cascade van verantwoordelijkheden met betrekking tot de aanduiding van de Toegangshouder, zoals opgenomen in het federaal technisch reglement. Zo kan de Netgebruiker: o Zelf zijn eigen Toegangshouder zijn o Of een derde aanduiden als Toegangshouder. De bepalingen onder artikel 17.1 van het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021 komen erop neer dat de Toegangshouder hetzij de netgebruiker zelf is, hetzij een door de netgebruiker aangeduide derde partij, behoudens indien de netgebruiker een CDS-beheerder is. Indien bepaalde situaties zich voordoen binnen het CDS, kan enkel de netgebruiker, d.w.z. de CDS-beheerder, de Toegangshouder zijn. BASF maakte een opmerking bij volgende paragraaf in artikel 17.1 van het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021: “Bij afwijking ten opzichte van het principe van de keuze van een derde door de Netgebruiker zoals bepaald in de bovenstaande paragraaf en in het geval waarin een of meer Toegangspunten een Gesloten Distributienet aangesloten op het Elia-net bevoorraadt (bevoorraden), kan alleen de Netgebruiker in zijn hoedanigheid van Beheerder van het Gesloten Distributienet, voor Niet-vertrouwelijk 32/50 dit (deze) Toegangspunt(
- en)worden aangeduid/beschouwd als Toegangshouder bij toepassing van Bijlage 6 van het Toegangscontract.” BASF merkte op dat ze niet zeker is of ze deze passage goed begrijpt: door de wijze waarop het is geschreven, lijkt het alsof op een CDS de CDS-beheerder “per definitie” Toegangshouder moet zijn, wat niet lijkt te stroken met Bijlage 6 waarin wordt aangegeven dat dit pas het geval is als een CDSgebruiker zijn eigen leverancier kiest ofwel een ondersteunende dienst levert aan Elia. Elia antwoordt dat in het Toegangscontract als “default”-regel stond dat een CDS automatisch zijn eigen Toegangshouder is en daartoe Bijlage 6 van het Toegangscontract dient in te vullen. Elia kan BASF volgen: zolang er geen achterliggende gebruiker zijn eigen leverancier kiest of een ondersteunende dienst levert aan Elia, kan een derde Toegangshouder zijn. De tekst van het Contract wordt aangepast zodat een derde Toegangshouder kan zijn indien er geen ondersteunende diensten worden geleverd. Dat deel van het artikel werd herschreven: “In afwijking van het principe dat de Netgebruiker een derde kan aanduiden als Toegangshouder zoals bepaald in de bovenstaande paragraaf, zal in het geval waarin: - een of meer Toegangspunten een CDS aangesloten op het Elia-net bevoorraadt (bevoorraden); en - een CDS-gebruiker zijn eigen Leverancier kiest, een ondersteunende dienst levert aan Elia, bijdraagt tot de strategische reserve of wenst te participeren/participeert in het capaciteitsremuneratiemechanisme bedoeld in artikel 7undecies van de Elektriciteitswet, alleen de Netgebruiker in zijn hoedanigheid van CDS-beheerder, voor dit (deze) Toegangspunt(
- en)worden aangeduid/beschouwd als Toegangshouder bij toepassing van Bijlage 6 van het Toegangscontract.” De CREG stelt vast dat BASF geen verdere opmerkingen hierbij maakt tijdens de tweede openbare raadpleging georganiseerd door Elia van 11 februari tot 13 maart 2022 die volgde na aanpassing door Elia. 90. Artikel 17.2 bevat de bepalingen voor de toevoeging van een Toegangspunt aan de portefeuille van de Toegangshouder. Wat betreft artikel 17.2.1 maakt BASF een opmerking bij volgende bepaling: “De toevoeging van een Toegangspunt impliceert dat de Bijlage 2 van het Contract wordt ingevuld.” BASF gaat er in ieder geval vanuit dat het niet mogelijk is om het Toegangscontract te ondertekenen zonder minstens 1 Toegangspunt in te vullen in Bijlage 2 en vraagt verduidelijking aan Elia. Elia antwoordt dat ze een verduidelijking heeft aangebracht in de tekst: “In afwijking van het principe dat de Netgebruiker een derde kan aanduiden als Toegangshouder zoals bepaald in de bovenstaande paragraaf, zal in het geval waarin: - een of meer Toegangspunten een Gesloten Distributienet aangesloten op het Elia-net bevoorraadt (bevoorraden); en waarin een CDS-gebruiker zijn eigen leverancier kiest of een ondersteunende dienst levert aan Elia.” Deze reactie van Elia houdt volgens de CREG geen antwoord in op de vraag naar verduidelijking van BASF. De vraag van BASF betreft weliswaar eerder een vraag naar implementatie van het Toegangscontract en heeft geen impact volgens de CREG op de voorgestelde tekst. BASF maakt nog de opmerking dat er geen definitie is van werkdagen, enkel van Bankwerkdagen en dat de ongedefinieerde term “werkdagen” ook nog een aantal andere keren gebruikt wordt in dit contract. In het voorstel van type-toegangscontract wordt het concept van Bankwerkdagen verlaten; er is enkel nog sprake van werkdagen, waarbij het begrip “Werkdagen” wordt gedefinieerd in artikel 1 van het voorstel van type-toegangscontract. 91. Artikel 17.3 bevat de bepalingen in verband met de duur van de aanduiding van de Toegangshouder. De CREG heeft daarbij geen opmerkingen. Niet-vertrouwelijk 33/50 92. Echter, de CREG wijst erop dat de hyperlinks naar de Bijlagen niet correct worden weergegeven in de Franstalige versie van het voorstel van type-toegangscontract. De links werken wel, maar het is niet duidelijk naar welke Bijlagen. Er staat immers telkens “O”. Deze verwijzing naar “O” in plaats van naar de respectieve Bijlage(
- n)is meermaals terug te vinden in artikel 17. De CREG gaat ervan uit dat dit een redactionele fout betreft en vraagt om dit recht te zetten. Dezelfde redactionele fout is in elk geval ook terug te vinden in de artikelen 18 tot 23. Artikel 18: Hernieuwing van de aanduiding van de Toegangshouder voor een of meer Toegangspunt(
- en)93. Artikel 18 bevat de bepalingen inzake de hernieuwing van de aanduiding van de Toegangshouder voor een of meer Toegangspunt(en). Deze regeling is in grote mate behouden uit de eerdere versie van het Toegangscontract. 94. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. Artikel 19: De éénzijdige opzegging door de Toegangshouder van zijn aanduiding als Toegangshouder voor een of meer Toegangspunten 95. Een nieuw artikel 19 wordt ingevoegd die de eenzijdige opzegging van de aanduiding als Toegangshouder (= “drop-off procedure” of “dropprocedure”) formaliseert. Elia stelt dat de bepalingen opgenomen in het voorstel het resultaat van het gevonden compromis tussen de marktpartijen in kader van de Werkgroep Belgian Grid weergeven. Zo kan de drop-off procedure worden geïnitieerd op basis van twee redenen, namelijk ingeval van wanbetaling en verslechtering van de financiële situatie. In geval van een commercieel akkoord tussen alle betrokken partijen, kan er afgeweken worden van deze procedure via een “Opt-out” optie (nl. de optie om deze procedure buiten werking te stellen), dewelke geformaliseerd is via de Bijlagen 2 en 3. Ingevolge de opmerkingen van de marktpartijen tijdens de eerste openbare raadpleging georganiseerd door Elia van 9 juli tot 3 september 2021 werd definitie van het begrip “Toestand van Wanbetaling en Verslechtering van de Financiële Situatie” opgenomen in artikel 1 van het type-toegangscontract. De CREG verwijst naar wat zij daarover uiteengezet heeft onder artikel 1 van het voorstel van typetoegangscontract. 96. Tijdens de eerste openbare raadpleging georganiseerd door Elia van 9 juli 2021 tot 3 september 2021 bedankt BOP alle stakeholders voor de verschillende bilaterale vergaderingen en werkgroepen binnen Belgian Grid, waarop geluisterd werd naar de bezorgdheden. BOP wenst het gevonden compromis in de werkgroep Belgian Grid van 15 juni 2021 te bekrachtigen en vermeldt dat de opt-out optie, geformaliseerd via Bijlagen 2 en 3, een cruciaal element van dit compromis vormt en als een minimum wordt aanzien om aan haar bezorgdheden tegemoet te komen. BOP heeft niettemin nog een aantal opmerkingen bij het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021. Ook Febeg meldt dat haar leden zeer tevreden zijn dat een oplossing werd gevonden voor de implementatie van een zogenaamde drop-off procedure, en wenst zowel Elia als alle betrokken marktpartijen te bedanken voor alle constructieve vergaderingen en voor de goede samenwerking. Dit gezegd zijnde wenst Febeg specifiek voor de drop-off procedure enkele opmerkingen te maken op het draft voorstel aangezien sommige elementen haar inziens nog niet voor de volle 100 procent zijn uitgewerkt in lijn met de debatten en compromissen uit het recente verleden. Niet-vertrouwelijk 34/50 Het gevolg dat Elia gaf aan de opmerkingen van BOP en Febeg worden behandeld deels in de volgende paragrafen, deels in de bespreking onder de definitie van het begrip “Toestand van Wanbetaling en Verslechtering van de Financiële Situatie” in artikel 1 van het voorstel van type-toegangscontract. 97. De door Elia voorgestelde drop-off procedures geïnitieerd door hetzij de Toegangshouder (artikel 19) hetzij de Evenwichtsverantwoordelijke (artikel 22) zijn analoog. Zij volgen bovendien het reeds bestaande mechanisme in het type-toegangscontract van cascade van verantwoordelijkheid bij gebrek aan de tijdige aanduiding van een nieuwe Toegangshouder of Evenwichtsverantwoordelijke. Het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021 gaat uit van de toepassing van de drop-off procedure voor toegangspunten op netten met een spanningsniveau van >110kV. Febeg stelde de vraag, verwijzend naar de vermelding van “110 kV” in de tekst, wat de context is voor deze uitsluiting. Febeg merkte op dat dit nooit eerder ter sprake gekomen is in voorgaande discussies of debatten en vraagt Elia om uitleg. Bovendien, vraagt Febeg zich af hoe dit in de praktijk kan worden toegepast in de gevallen waar het leveringscontract leveringspunten bevat voor diverse Netgebruikers en waarbij 1 Netgebruiker off take punten heeft die hoger en lager zijn dan 110 kV. Wanbetalingen / verslechtering van de financiële toestand kunnen in zulk geval volgens Febeg niet precies gealloceerd worden op het ene of het andere punt. Febeg formuleert een alternatief voorstel en stelt ook een alternatieve formulering voor bij de opsomming van de verschillende gevallen onder artikel 19. Elia antwoordt dat er slechts een wettelijke basis geldt op federaal niveau. Vandaag is er geen wettelijke basis op regionaal niveau. Dit is meerder malen aangehaald in de Werkgroep Belgian Grid, alsook duidelijk omschreven in de nota aangaande de drop-off procedure. Het Technisch Reglement in Vlaanderen werd na het federaal technisch reglement reeds aangepast en deze optie werd niet meegenomen in die aanpassing. Elia zal in het geval van meerdere Toegangspunten op verschillende spanningsniveaus enkel de Toegangspunten afsluiten die zich situeren op een spanningsniveau hoger dan 110kV. Het voorstel van Elia heeft het toepassingsgebied van deze regeling niet uitgebreid tot het regionale bevoegdheidsniveau. De CREG is niet bevoegd om zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid hiervan. Wel heeft Elia de afbakening van het toepassingsgebied van de dropprocedure afgestemd op het spanningsniveau waarvoor het federale niveau bevoegd is (zijnde >70 kV i.p.v. >110 kV). 98. Het raadplegingsdocument van Elia van 9 juli 2021 bevat de mogelijkheid om de drop-off procedure contractueel uit te sluiten (de zgn. “opt-out optie”), maar maakt die afhankelijk van het gezamenlijk akkoord van zowel de BRP, de Toegangshouder als de Leverancier. Het BOP maakte hierbij bezwaren. Voor het BOP is onduidelijk waarom die beperking is voorzien, gezien de drop-off procedure zelf kan worden geïnitieerd door elk van deze partijen afzonderlijk zonder dat de toestemming vereist is van alle