(B)2397 13 mei 2022 Beslissing tot vaststelling van de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUD INHOUD ................................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 7 2.1. Algemeen ................................................................................................................................. 7 2.2. Openbare raadplegingen ......................................................................................................... 7 2.2.1. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren ................................................................................................... 7 2.2.2. 3. Wat betreft de raadpleging PRD 2377 ............................................................................ 9 ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET ..... 9 3.1. Overeenstemming van het Voorstel met de wettelijk voorgeschreven minimuminhoud ...... 9 3.1.1. Prekwalificatiecriterium in verband met de verplichting om in het bezit te zijn van een vergunning bedoeld in artikel 4, § 1 van de Elektriciteitswet ....................................................... 10 3.1.2. Prekwalificatiecriterium in verband met de toekenning van een gewestelijke vergunning ..................................................................................................................................... 10 3.2. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel met de wettelijk vastgelegde doelstellingen .................................................................................................................................... 12 4. DOOR DE CREG AAN HET VOORSTEL AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN .......................................... 12 4.1. Waarschuwing........................................................................................................................ 12 4.2. Hoofdstuk 2 – Algemene bepalingen ..................................................................................... 13 4.2.1. Inwerkingtreding van de regels ..................................................................................... 13 4.2.2. Periode van vertrouwelijkheid van de informatie......................................................... 14 4.3. Hoofdstuk 3 - Definities ......................................................................................................... 15 4.4. Hoofdstuk 5 - Prekwalificatieprocedure ................................................................................ 15 4.4.1. Prekwalificatievereisten voor de Leveringspunten ....................................................... 15 4.4.2. Prekwalificatievereisten voor de CMU's ....................................................................... 17 4.4.3. Prekwalificatievoorwaarden.......................................................................................... 17 4.4.4. Audits ............................................................................................................................. 18 4.4.5. Nominaal Referentievermogen ..................................................................................... 19 4.4.6. Opt-outvolumes ............................................................................................................ 20 4.4.7. Toepassing van wijzigingen in de prekwalificatie op gesloten contracten ................... 22 4.4.8. Notificatie aan de CREG................................................................................................. 22 4.5. Hoofdstuk 6 – Veilingproces .................................................................................................. 22 4.5.1. Dummy Biedingen ......................................................................................................... 22 4.5.2. Netbeperkingen ............................................................................................................. 23 4.5.3. Veilingresultaten ........................................................................................................... 24 Niet-vertrouwelijk 2/40 4.6. Hoofdstuk 7 – Ondertekening van het Capaciteitscontract .................................................. 24 4.7. Hoofdstuk 8 – Pre-leveringscontrole ..................................................................................... 24 4.7.1. Vergunningsrapporten .................................................................................................. 24 4.7.2. Kwartaalrapporten ........................................................................................................ 25 4.7.3. Financiële penaliteiten .................................................................................................. 26 4.7.4. Vertraging bij Infrastructuurwerken ............................................................................. 28 4.7.5. Aangegeven Day-aheadprijs .......................................................................................... 29 4.8. Hoofdstuk 10 – Secundaire Markt ......................................................................................... 29 4.8.1. 4.9. Intrekking van een mandaat voor een Beurs ................................................................ 29 Hoofdstuk 11 – Financiële garanties ...................................................................................... 30 4.10. Hoofdstuk 13 – Aansprakelijkheid en overmacht .................................................................. 31 4.11. Geschillenbeslechting ............................................................................................................ 31 4.11.1. Hoofdstuk 14 ................................................................................................................. 31 4.11.2. Procedurereglement (bijlage F) ..................................................................................... 32 4.12. CO2-emissiegrenswaarden .................................................................................................... 33 5. AAN TE BRENGEN AANPASSINGEN AAN DE VOLGENDE WERKINGSREGELS................................. 34 5.1. 5.1.1. Redactionele kwaliteit van het Voorstel ....................................................................... 34 5.1.2. Reductiefactor ............................................................................................................... 34 5.1.3. Behandeling van niet in een Veiling geselecteerde volumes ........................................ 36 5.2. 6. Algemene aanpassingen ........................................................................................................ 34 Punctuele aanpassingen ........................................................................................................ 36 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 39 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 40 Niet-vertrouwelijk 3/40 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt in onderhavig document de werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt vast (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van een voorstel van werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt (hierna het “Voorstel”) dat op 1 februari 2022 werd ingediend bij de CREG door Elia Transmission Belgium NV (“Elia”). Onderhavige beslissing bevat de volgende hoofdstukken: - Wettelijk kader (hoofdstuk 1) - Antecedenten (hoofdstuk 2); - Analyse van het Voorstel in het licht van de Elektriciteitswet (hoofdstuk 3); - Wijzigingen van het Voorstel (hoofdstuk 4); - Aan te brengen aanpassingen aan de volgende Werkingsregels (hoofdstuk 5); - Beslissing (hoofdstuk 6) De Werkingsregels worden in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG via een schriftelijke procedure op 13 mei 2022. 1. WETTELIJK KADER Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de 'Elektriciteitswet') zoals ingevoegd door de wet van 15 maart 2021, en aangepast door de wetten van 14 en 28 februari 2022, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. Niet-vertrouwelijk 4/40 De werkingsregels omvatten in het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure; 2° de criteria en nadere regels inzake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld in paragraaf 10, en aan de secundaire markt. In ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria:
- a)indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet wordt geacht vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 3, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
- b)de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig art 22, § 4
- a)en
- b)van de Verordening (EU) nr. 2019/943;
- c)indien (een) vergunning(
- en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
- en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veilingen bedoeld in paragraaf 10; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald in of in overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van informatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel in voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of, in de plaats van de commissie optreden indien deze in gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. […]" Het voormelde artikel 7undecies, § 12 vervangt een vergelijkbare bepaling (artikel 7undecies, § 8 van de Elektriciteitswet, ingevoegd door een wet van 22 april 2019 en nooit in werking getreden) van de Elektriciteitswet. Deze bepaling kende aan de CREG echter enkel een bevoegdheid toe om het door de netbeheerder geformuleerde voorstel van werkingsregels goed te keuren. Niet-vertrouwelijk 5/40 Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet. In het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:
- a)zijn tijdelijk;
- b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet;
- c)gaan niet verder dan wat nodig is om de in artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken;
- d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
- e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
- f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
- g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
- h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met inbegrip van energieopslag en vraagzijdebeheer;
- i)leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn in tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:
- a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
- b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
- c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen in aanmerking komende capaciteitsaanbieders." Niet-vertrouwelijk 6/40 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN Met beslissing (B)2227 van 14 mei 20211 heeft de CREG de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vastgesteld2. Deze beslissing werd goedgekeurd door het koninklijk besluit van 30 mei 2021, gepubliceerd in het Belgische Staatsblad van 1 juni 2021. Tussen 26 november 2021 en 4 januari 2022 heeft Elia een nieuw voorstel van werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme voorgelegd ter openbare raadpleging. Op 1 februari 2022 heeft Elia haar voorstel van werkingsregels, samen met het verslag van de raadpleging, ingediend bij de CREG. Dit voorstel werd ook ingediend bij de Algemene Directie Energie van de FOD Economie. Met e-mails van 16 en 25 februari 2022 hebben de diensten van de CREG, officieus, vragen en opmerkingen over dit voorstel voorgelegd aan Elia. Naar aanleiding van deze e-mails werden er tussen de diensten van de CREG en die van Elia vergaderingen belegd om de in voornoemde e-mails aangehaalde onderwerpen te bespreken. Elia heeft in een e-mail van 21 maart 2022 haar antwoorden op de door de CREG opgeworpen vragen en opmerkingen verstuurd, alsook, officieus, een licht gewijzigde versie van de tekst van het voorstel. De CREG heeft ook bijkomende vragen gesteld aan Elia, in e-mails van 12, 20 en 29 april en 2 mei 2022, waarop Elia heeft geantwoord in e-mails van 25 april, 3 en 5 mei 2022. Tegelijkertijd heeft de CREG tussen 13 april en 4 mei 2022 een openbare raadpleging gehouden met betrekking tot wijzigingen die zij overwoog aan te brengen aan het voorstel van de werkingsregels van Elia. 2.2. 2.2.1. OPENBARE RAADPLEGINGEN Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren Artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet voorziet dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. De netbeheerder moet dus een raadpleging over het voorstel van regels organiseren; die werd georganiseerd tussen 26 november 2021 en 4 februari 2022. Men kan zich afvragen of de CREG wettelijk gezien een openbare raadpleging moet organiseren omwille van de wijzigingen aan dit voorstel die de CREG zelf overweegt op te nemen. Uit artikel 7undecies, § 12, van de Elektriciteitswet volgt dat enkel goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels. Bijgevolg is de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich niet erkend als een beslissing met dergelijke rechtsgevolgen. Met 1 2 Hierna "Beslissing (B)2227". Hierna de “versie 2021 van de Werkingsregels”. Niet-vertrouwelijk 7/40 andere woorden, de beslissing van de CREG is geen beslissing in de juridische zin van het woord, aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep bij het Marktenhof kan worden ingesteld. Zo heeft het Marktenhof in een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een handeling van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om vatbaar te zijn voor beroep krachtens artikel 29bis van de Elektriciteitswet, wat hier niet het geval is3. Mutatis mutandis, op grond van een gelijkaardige wetgeving, werd er in het arrest van 4 maart 2016 van de Raad van State4 geoordeeld dat tegen een door de FSMA vastgesteld reglement geen beroep kon worden ingesteld bij de Raad van State en dat enkel tegen het koninklijk besluit tot goedkeuring van dit reglement beroep kon worden ingesteld. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de Elektriciteitswet. Deze bepaling luidt als volgt: "§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing; - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter." (Onderlijning door de CREG.) Ter uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien in de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Meer bepaald bevat het huishoudelijk reglement de volgende bepalingen: "Art. 33. § 1. “Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2. In alle gevallen niet bedoeld in § 1, in het bijzonder in het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. [...]" (Onderlijning door de CREG.) In artikel 2 van het huishoudelijk reglement wordt bovendien het volgende vastgelegd: "Onder “beslissing” of “beslissingen” wordt in hoofdstukken 3 tot 5 [5] (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en in artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het 3 Marktenhof, arrest 2017/AR/2099, in zaak EPEX SPOT Raad van State, arrest nr. 234.037 van 4 maart 2016, in zaak n.v. Settlements. 5 Het hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de CREG met betrekking tot de voorafgaande raadplegingen is hoofdstuk 4. 4 Niet-vertrouwelijk 8/40 directiecomité bedoeld in de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité inzake overheidsopdrachten." Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de CREG wettelijk gezien geen (openbare) raadpleging moet organiseren vóór het nemen van een beslissing om de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast te leggen. De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over bepaalde wijzigingen die zij, of de minister van Energie, overwoog aan te brengen aan het Voorstel. 2.2.2. Wat betreft de raadpleging PRD 2377 Zoals eerder vermeld (supra, nr. 11), heeft de CREG tussen 13 april en 4 mei 2022 een openbare raadpleging georganiseerd over de aan te brengen wijzigingen in het Voorstel. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn ingediend: - Fluvius; - Zandvliet Power N.V.; - Centrica Business Solutions; - Yuso; - Febeg; - Elia; - Electrabel. Alle in het kader van deze openbare raadpleging ontvangen antwoorden zijn niet-vertrouwelijk, met uitzondering van de antwoorden van Electrabel. Het raadplegingsverslag is in bijlage 2 van onderhavige beslissing opgenomen. 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL IN HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET 3.1. OVEREENSTEMMING VAN HET VOORSTEL MET DE WETTELIJK VOORGESCHREVEN MINIMUMINHOUD In dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale inhoud van de Werkingsregels, zoals opgesomd in artikel 7undecies, § 12, derde lid van de Elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen in het Voorstel. In dat verband, en rekening houdend met het feit dat deze versie van de Werkingsregels niet fundamenteel verschilt van de versie van 2021, verwijst de CREG voor het merendeel – met Niet-vertrouwelijk 9/40 uitzondering van wat volgt – naar de analyse die zij heeft gemaakt in beslissing (B)2227 van 14 mei 2021. 3.1.1. Prekwalificatiecriterium in verband met de verplichting om in het bezit te zijn van een vergunning bedoeld in artikel 4, § 1 van de Elektriciteitswet Artikel 7undecies, § 12, derde lid, 2°,
- a)stelt het volgende prekwalificatiecriterium vast dat in de Werkingsregels opgenomen moet zijn: "Indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet wordt geacht vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10." In de eerste plaats merkt de CREG op, zoals supra vermeld, dat het prekwalificatiecriterium gewijzigd werd door een wet van 14 februari 2022 en voortaan niet enkel betrekking heeft op de productievergunningen, maar meer in het algemeen op de vergunningen bedoeld in artikel 4, § 1 van de Elektriciteitswet, met andere woorden de voorafgaande vergunningen met het oog op de bouw en de uitbating van energieproductie- en energieopslaginstallaties. Het lijkt erop dat het op 1 februari 2022 geformuleerde Voorstel geen rekening heeft gehouden met deze wijziging, zodat de CREG het Voorstel op dit punt heeft gewijzigd. Bovendien stelt de CREG vast dat het Voorstel (§ 111) de mogelijkheid voor de CRM-Kandidaat heeft geschrapt om het Prekwalificatiedossier na 1 september te wijzigen, om rekening te houden met het laattijdig verkrijgen van een vergunning voor de productie of de opslag van energie (waarvoor de CRM-kandidaat, volgens de Elektriciteitswet, tot 10 september heeft om de verstrekking ervan aan te tonen). Deze mogelijkheid werd dan ook weer opgenomen in de onderhavige versie van de Werkingsregels. 3.1.2. Prekwalificatiecriterium in verband met de toekenning van een gewestelijke vergunning Zoals eveneens hiervoor vermeld (§ 1), heeft een wet van 28 februari 2022 het volgende ontvankelijkheidscriterium toegevoegd: "
- c)indien (een) vergunning(
- en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
- en)afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veilingen bedoeld in paragraaf 10" In dit verband bevat het Voorstel de volgende bepaling: "95. Met het zicht op alle Veilingen die door ELIA georganiseerd worden na 2021 op instructie van de Minister op basis van artikel 7undecies, § 6 van de Elektriciteitswet, verbindt de CRM-Kandidaat zich er toe om ten laatste twintig dagen voor de uiterste termijn voor het indienen van een Bod zoals uitgelegd in § 277 of ten laatste twintig dagen na de notificatie van een transactie op de Secundaire Markt als de aankoper van een obligatie – wat van toepassing is afhankelijk van de plannen van de CRM-Kandidaat om deel te nemen aan de Primaire dan wel de Secundaire Markt - : voor elke Nieuw Geconstrueerde CMU, een verklaring en bewijs te voorzien dat hij alle relevante vergunningen bemachtigd heeft die vereist zijn onder regionale wetgeving Niet-vertrouwelijk 10/40 voor de constructie en/of werking van de Capaciteit(
- en)betrokken bij de CMU in kwestie, bekomen in laatste administratieve aanleg; voor elke Bestaande CMU of Additionele CMU die geen Nieuw Geconstrueerde CMU is met een Nominaal Referentievermogen hoger dan of gelijk aan honderd MW, een verklaring en bewijs te voorzien dat hij alle relevante vergunningen heeft bemachtigd voor de Capaciteit(
- en)betrokken bij de CMU in kwestie die vereist zijn voor de hedendaagse werking; voor elke Bestaande CMU of Additionele CMU die geen Nieuw Geconstrueerde CMU is met een Nominaal Referentievermogen kleiner dan honderd MW, een verklaring te voorzien dat hij alle relevante vergunningen [sic] bemachtigd heeft voor de Capaciteit(
- en)betrokken bij de CMU in kwestie vereist voor de hedendaagse werking, en wanneer dit verzocht wordt door ELIA, bewijs te voorzien dat het deze vergunningen bemachtigd heeft. In de afwezigheid van dergelijke verklaring en/of bewijs zal de CMU toegang tot de Primaire Markt ontzegd worden." Ten eerste merkt de CREG op dat het Voorstel vermeldt dat de CRM-Kandidaat moet aantonen dat hij ten laatste twintig dagen vóór de einddatum voor het indienen van de Biedingen in het kader van de Veilingen over de vereiste vergunningen beschikt. Die termijn stemt niet overeen met wat de Elektriciteitswet voorschrijft. Daarin wordt vermeld dat het bewijs van de toekenning van de vergunningen tot op de einddatum voor het indienen van de Biedingen mag worden uitgesteld. Het Voorstel zal in die zin worden gewijzigd. Vervolgens wordt het bewijs van de toekenning van de vereiste vergunningen volgens het Voorstel verschillend gerapporteerd al naar gelang het type CMU (Bestaand, Additioneel, Nieuw Geconstrueerd) en het Nominaal Referentievermogen. Grosso modo bepaalt § 95 van het Voorstel dat het bewijs van het verkrijgen van de vereiste vergunningen uitsluitend moet worden gemeld voor de volgende CMU's: - de Nieuw Geconstrueerde CMU's, ongeacht hun Nominaal Referentievermogen; - de Bestaande CMU's, en Additionele CMU's die geen Nieuw Geconstrueerde CMU's zijn, indien hun Nominaal Referentievermogen hoger is dan of gelijk aan 100 MW. Voor de andere types CMU's hoeven de CRM-Kandidaten geen dergelijk bewijs voor te leggen, maar simpelweg een verklaring in te dienen waarin ze aantonen dat ze over de vereiste vergunningen beschikken. Volgens de CREG is dat mechanisme niet in overeenstemming met de Elektriciteitswet. Artikel 7undecies, § 12, lid 3, 2°,
- c)van die wet bepaalt immers – zonder enig onderscheid te maken tussen de capaciteiten – dat de capaciteitshouder het "bewijs van verkrijging" van de eventuele vereiste gewestelijke vergunningen moet voorleggen. Bij de besprekingen hierover liet Elia aan de CREG weten dat dit mechanisme werd uitgewerkt met verwijzing naar de verklaring van de minister van Energie in de Commissie Economie naar aanleiding van het gesprek over het wetsontwerp dat intussen de voornoemde wet van 28 februari 2022 is geworden, volgens dewelke, in verband met het voor te leggen bewijs "de minister rekent op Elia om een evenwicht te vinden tussen de vereiste van het bewijs van vergunning en de administratieve rompslomp"6. Niettemin wijst de CREG er enerzijds op dat de tekst van de wet duidelijk is en dat het Voorstel van Werkingsregels duidelijk ingaat tegen de bewoordingen ervan, aangezien in het Voorstel niet in alle gevallen het bewijs van het verkrijgen van een vergunning wordt geëist, wat wel het geval is in de Elektriciteitswet. Anderzijds moet het onderscheid dat door het Voorstel wordt gemaakt tussen de verschillende types CMU en naar gelang van hun Nominaal Referentievermogen, indien het niet verenigbaar is met de Elektriciteitswet, als 6 Parl. doc., Kamer, zitting 2021-2022, nr. 55-2366/2, p. 7. Niet-vertrouwelijk 11/40 discriminerend worden beschouwd en kan het derhalve niet worden aanvaard. De CREG meent tot slot dat de administratieve last die een dergelijke controle met zich meebrengt niet fundamenteel verschilt van de controle van een verklaring van de capaciteitshouder die aantoont dat hij over de vereiste vergunningen beschikt. In haar antwoord op de openbare raadpleging geeft Elia aan dat ze de motiveringen voor deze wijziging van haar Voorstel begrijpt, maar vraagt ze de CREG om te bepalen dat dit bewijs ten laatste om 10 uur 's ochtends op de laatste dag van de indiening van de Biedingen moet worden voorgelegd. Het Voorstel werd dienovereenkomstig gewijzigd. 3.2. WAT BETREFT DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL MET DE WETTELIJK VASTGELEGDE DOELSTELLINGEN In dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de Elektriciteitswet aan de Werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): "1° de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten." Bij gebrek aan fundamentele wijzigingen aan het ontwerp van het CRM door het Voorstel, verwijst de CREG in dit verband naar de analyse in haar beslissing van 14 mei 2021 die actueel blijft. 4. DOOR DE CREG AAN AANGEBRACHTE WIJZIGINGEN 4.1. HET VOORSTEL WAARSCHUWING Gezien de omvang van het Voorstel kan de CREG alleen commentaar leveren op de inhoudelijke wijzigingen die aan het Voorstel zijn aangebracht. In deze beslissing worden de zuiver formele (vertalingen enz.) of tekstuele wijzigingen, wijzigingen die eenvoudigweg overbodige herhalingen weghalen, wijzigingen die het gevolg zijn van het gebruik van specifieke termen krachtens de wetgeving enz. dus niet met redenen omkleed. In het kader van deze analyse gebruikt de CREG de begrippen die in de Werkingsregels worden gedefinieerd; deze worden aangeduid met een hoofdletter. Niet-vertrouwelijk 12/40 4.2. HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE BEPALINGEN 4.2.1. Inwerkingtreding van de regels De versie 2021 van de Werkingsregels bepaalt hetgeen volgt in § 9: "Alle toekomstige wijzigingen aan de Werkingsregels zullen door ELIA worden voorgesteld na raadpleging van de marktspelers, met het oog op de vaststelling door de CREG, in overeenstemming met artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet. In de gewijzigde Werkingsregels en/of het koninklijk besluit tot goedkeuring van de gewijzigde Werkingsregels zal de eventuele impact van deze wijzigingen op de bestaande Capaciteitscontracten worden geregeld." In het voorstel dat door de netbeheerder werd ingediend bij de raadpleging van de marktspelers werd geen enkele wijziging aangebracht aan deze § 9. Daarentegen vervolledigt het Voorstel de paragraaf met de volgende tekst: "In het bijzonder geldt vanaf V2.0 van de Functioneringsregels, behalve wanneer expliciet anders vermeld in de relevante secties, dat de secties (zoals gewijzigd) die van toepassing zijn in situaties waar een Capaciteitscontract wordt ondertekend van toepassing zijn op de Capaciteitscontracten die ondertekend zijn op basis van V1.0 van de Functioneringsregels." Volgens de CREG werden slechts twee paragrafen die uitdrukkelijk verwijzen naar de impact van de wijzigingen aan de Werkingsregels op de bestaande Capaciteitscontracten in het Voorstel ingevoegd. Enerzijds voorziet § 207 het volgende: "Voor de capaciteit van de CMU waarvan een Capaciteitscontract is ondertekend voor het ingaan van de nieuwe vereisten voor Prekwalificatie, moet de conformiteit nagekeken worden terwijl de vereisten voor de prekwalificatie in acht worden genomen die van toepassing waren op het moment van de prekwalificatie waarop de ondertekening van het Capaciteitscontract gebaseerd was." Anderzijds bepaalt § 213 het volgende: "De automatische updates uitgevoerd door ELIA hebben geen impact op bestaande Capaciteitscontracten." Met de voorgestelde bepaling wil Elia - behoudens uitzondering - systematisch voorrang geven aan de nieuwe versie van de Werkingsregels. Aangezien de Werkingsregels van reglementaire aard zijn, is het de bedoeling dat ze onmiddellijk van toepassing zijn, ook met betrekking tot de toekomstige effecten van situaties die in het verleden zijn ontstaan. Om dit principe duidelijker te maken, heeft de CREG in de Werkingsregels een zin ingevoegd die uitdrukkelijk vermeldt dat de nieuwe versie van de Werkingsregels onmiddellijk van toepassing is. Wat de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op reeds afgesloten Capaciteitscontracten betreft, kan uit de vaste rechtspraak van de Raad van State het volgende worden opgemaakt: "Wanneer een nieuwe reglementering onmiddellijk van toepassing is op alle toekomstige gevolgen van situaties die zich onder de vorige reglementering hebben voorgedaan, kan zij in beginsel niet van toepassing worden verklaard op vroegere situaties die definitief zijn beëindigd; [...] de toepassing van de nieuwe reglementering op dergelijke situaties zou in Niet-vertrouwelijk 13/40 strijd zijn met het algemene rechtsbeginsel van de niet-terugwerkende kracht van regelgevende besluiten”. (Vrije vertaling uit het Frans)7 De CREG stelt evenwel vast dat het standaard capaciteitscontract dat door de CREG werd goedgekeurd8 niet zo werd opgesteld dat het de bepalingen van de Werkingsregels vastlegt die van kracht zijn op het moment van de ondertekening van het Capaciteitscontract. Het standaard capaciteitscontract verwijst daarentegen hoofdzakelijk naar de bepalingen van de Werkingsregels, zonder dus uitdrukkelijk een evolutie van die regels in de loop van de tijd uit te sluiten. Er zij evenwel op gewezen dat de Bieding van een Geprekwalificeerde CRM-Kandidaat die tijdens de Veiling werd geselecteerd, werd uitgebracht overeenkomstig de Werkingsregels zoals ze op het moment van de Bieding bestonden. De prijs van de geselecteerde Bieding is als bijlage aan het Capaciteitscontract toegevoegd en vormt dan ook een contractueel element. De CREG is dan ook van oordeel dat wijzigingen van de Werkingsregels, die onmiddellijk van toepassing zijn, niet mogen gelden voor lopende contracten als die wijzigingen van die aard zouden zijn dat de Capaciteitsleverancier geen Bieding zou hebben uitgebracht of een aanzienlijk andere Bieding zou hebben uitgebracht indien hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest op het moment van het uitbrengen van de Bieding. Dat principe is overigens in artikel 12.4 van het Standaard Capaciteitscontract opgenomen. Onder het aldus bepaalde voorbehoud, kan de CREG het principe aanvaarden dat de nieuwe versie van de Werkingsregels op reeds gesloten Capaciteitscontracten wordt toegepast. Dit principe biedt overigens het voordeel dat het aantal gevallen wordt beperkt waarin verschillende versies van de Werkingsregels/juridische regelingen naast elkaar bestaan, wat de organisatie en het beheer van het CRM zowel voor de netbeheerder als voor de marktdeelnemers nog ingewikkelder zou maken. Het is daarom belangrijk om de uitzonderingen op de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op de lopende Capaciteitscontracten zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven. Teneinde meer duidelijkheid te scheppen over de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op contracten die reeds ondertekend zijn op het ogenblik dat ze in werking treden, dient er een bijlage te worden toegevoegd waarin precies wordt aangegeven welke bepalingen van de nieuwe regels niet van toepassing zijn op de lopende contracten en, bijgevolg, welke bepalingen van de vroegere regels op deze contracten van toepassing blijven. Die bijlage zal aan elke versie van de Werkingsregels worden aangepast. In § 9 van de Werkingsregels zal naar deze bijlage worden verwezen. Op basis van deze principes worden de bepalingen van het Voorstel die tot discussie over hun toepasbaarheid op de lopende contracten leiden, hierna besproken (cf. nrs. 71 e.v., 90, 97 en 99). 4.2.2. Periode van vertrouwelijkheid van de informatie Paragraaf 42 van de huidige versie van de Werkingsregels vermeldt het volgende: "De geheimhoudingsplicht duurt vijf jaar na het laatste van de volgende momenten, namelijk het einde van het proces (b.v. prekwalificatie of Veiling) waarin de vertrouwelijke informatie is uitgewisseld of het einde van een Transactieperiode, in het geval een Transactie is afgesloten." Deze bepaling was door de CREG aangepast ten opzichte van het voorstel dat Elia heeft ingediend, waarin de geheimhoudingsplicht vijf jaar kon duren na de vervaldatum van het 7 8 Bijvoorbeeld: RvS, 30 maart 2007, S.P.R.L. Nouvelle Résidence de la Fontaine, nr. 169.597. Zie beslissing (B)2245 van 20 augustus 2021. Niet-vertrouwelijk 14/40 Capaciteitscontract. Elia had niet gereageerd op de openbare raadpleging met de argumenten van de CREG om deze periode van geheimhouding in te korten. In het kader van de besprekingen tussen de CREG en Elia met betrekking tot het typecapaciteitscontract is echter gebleken dat het nodig en essentieel is voor de betrokken partijen om gevoelige informatie geheim te houden gedurende minstens de duur van het Capaciteitscontract. Parallel met wat in andere gereguleerde contracten is bepaald, lijkt het daarom te verkiezen om de periode waarin de geheimhoudingsplicht geldt, te verlengen tot vijf jaar na de vervaldatum van het Capaciteitscontract. 4.3. HOOFDSTUK 3 - DEFINITIES De CREG brengt in dit hoofdstuk de volgende wijzigingen aan: - ze heeft de verwijzingen naar wet- en regelgeving in het Voorstel bijgewerkt; - ze heeft de identificatie van de koninklijke uitvoeringsbesluiten van de Elektriciteitswet betreffende het CRM vereenvoudigd en gestandaardiseerd; - ze heeft een definitie toegevoegd voor de termen "Auditeur van de Capaciteitsmarkt" en "Investeringsdossier"; - ze heeft de volledige naam ingevoegd van Europese regelgeving die in het Voorstel werd aangegeven met een acroniem ("EBGL"; "SOGL"); - ze heeft de definitie van de term "Geassocieerd In Aanmerking Komend Volume" geschrapt, die overtollig was door de definitie van "Resterend In Aanmerking Komend Volume" (en bovendien niet wordt gebruikt in de tekst van de Werkingsregels), evenals de definitie van de term "Intermediaire Prijslimiet" die niet in de tekst voorkomt. Bovendien heeft de CREG een definitie toegevoegd voor de termen "Te Garanderen Volume" en "Maximale Verwachte Gecontracteerde Capaciteit" om de formulering van deel 11.4.2. en van bijlage 18.4.3 van het Voorstel te verduidelijken. 4.4. 4.4.1. HOOFDSTUK 5 - PREKWALIFICATIEPROCEDURE Prekwalificatievereisten voor de Leveringspunten Het Voorstel bevat op heel veel plaatsen in het hoofdstuk over de Prekwalificatieprocedure een verwijzing naar het "TSO-net". Deze verwijzing is niet opportuun aangezien hoofdstuk 3 van het Voorstel een definitie bevat van het "ELIA-Net”, dat niet alleen betrekking heeft op het transmissienet maar ook op de lokale transmissienetten waarvoor Elia is aangewezen als netbeheerder, maar bevat daarentegen geen definitie van “TSO-net”. Bovendien, en vooral, als men in de bepalingen waarin er sprake is van het "TSO-net" enkel rekening moet houden met het transmissienet voor elektriciteit, en dus niet met het lokale transmissienet, moet men daaruit afleiden dat het Voorstel op veel punten zwijgt over de manier waarop de regels van toepassing zijn op het lokale transmissienet. In overeenstemming met Elia heeft de CREG het dan ook systematisch over het "ELIA-Net" in plaats van het "TSO-net". Een soortgelijke wijziging is aangebracht in het deel over netbeperkingen, dat, in het Voorstel, betrekking heeft op "het elektriciteitstransmissienet" in plaats van het ELIA-Net. Niet-vertrouwelijk 15/40 Paragraaf 82 van het Voorstel bevat, in de vorm van een tabel, een lijst met de gegevens en documenten die de CRM-Kandidaat per Leveringspunt moet overmaken in het kader van een Prekwalificatiedossier. Deze tabel bevat twee opeenvolgende lijnen, een over de “technische overeenkomst” en de andere over de “EDS ID gerelateerd aan de technische overeenkomst9 ”. In de opmerking bij technische overeenkomst staat: "indien een ondertekende technische overeenkomst vereist is volgens de connectieprocedure (cfr. Federaal of Regionaal Technisch Reglement van toepassing), geeft de CRM-Kandidaat aan aan ELIA of deze technische overeenkomst reeds verkregen is (Ja/Nee)". De opmerking bij de EDS ID vermeldt: "Indien vereist volgens de connectieprocedure (cfr. Federaal of Regionaal Technisch Reglement van toepassing) ontvangt ELIA een ondertekende technische overeenkomst van de Netgebruiker (of van de CDSO-gebruiker indien van toepassing) binnen de deadline gedefinieerd in het Federaal of Regionaal Technisch Reglement van toepassing. Voor alle duidelijkheid, een ondertekende technische overeenkomst gerelateerd aan een Connectiecontract verbonden aan een EDS onder voorwaarden vervult ook de vereisten voor Prekwalificatie. Een CRM-Kandidaat kan een Prekwalificatiedossier indienen wanneer geen voorstel tot connectiecontract werd gegeven door ELIA en geen ondertekende technische overeenkomst werd gegeven door de Netgebruiker (of CDSO indien van toepassing) op voorwaarde dat een verzoek op tijd werd ingediend en dat de technische overeenkomst ten laatste op 25 augustus verkregen zal worden." Volgens de CREG heeft deze laatste opmerking niets te maken met de vereiste betreffende de ID van de EDS. Deze opmerking wordt dan ook geschrapt. Paragraaf 88 van het Voorstel bevat de volgende regel: "In samenwerking met zijn CDSO moet de CDS-gebruiker via e-mail (operations.crm@elia.
- be)aan ELIA de EAN-codes van de Leveringspunten die deel uitmaken van een CMU die deelneemt aan de Fast Track Prekwalificatieprocedure of Standaard Prekwalificatieprocedure bezorgen, ten laatste tien Werkdagen voor de indieningsdatum van het Prekwalificatiedossier voor de betrokken CMU. Indien de CDS-gebruiker deze deadline niet haalt zal het betrokken Leveringspunt geprekwalificeerd worden als een Additioneel Leveringspunt." De CREG heeft twee bezwaren bij deze bepaling. Enerzijds, rekening houdend met de noodzaak dat de huidige Werkingsregels bij koninklijk besluit worden goedgekeurd alvorens in werking te treden, lijkt de vereiste om de EAN-codes ten laatste tien Werkdagen voor de indieningsdatum van het Prekwalificatiedossier aan ELIA te bezorgen onhoudbaar. Ter herinnering, de uiterste indieningsdatum voor het Prekwalificatiedossier is door de Elektriciteitswet immers vastgelegd op 15 juni (art. 7undecies, § 8, laatste lid) en de versie 2021 van de Werkingsregels is in werking getreden op 1 juni 2021, de dag van publicatie van het koninklijk besluit van goedkeuring. Concreet moet de CDSGebruiker, om in overeenstemming te zijn met bovengenoemde regelgeving, afhankelijk van de publicatiedatum van het toekomstige koninklijk besluit van goedkeuring, de EAN-codes uiterlijk de dag van inwerkingtreding van de Werkingsregels aan Elia bezorgen, of de volgende dag, wat volgens de CREG een onevenredige vereiste is. Het kan zelfs zijn dat deze termijn al verstreken is op het ogenblik van inwerkingtreding van de Werkingsregels. Bovendien lijkt ook de sanctie voor het overschrijden van deze termijn (i.e. het Leveringspunt wordt als Additioneel Leveringspunt geprekwalificeerd) onevenredig. De pre-leveringspenaliteiten voor Bestaande CMU's zijn immers niet dezelfde als die voor Additionele CMU's, en de Financiële Garanties zijn ook niet nodig om deze potentiële penaliteiten te dekken. De CREG ziet niet in waarom een 9 Volgens de lijst met afkortingen in het Voorstel (sectie 3.2), staat EDS voor Detailstudie. Niet-vertrouwelijk 16/40 dergelijke sanctie van toepassing zou moeten zijn op het niet binnen de termijnen bezorgen van de EAN-codes aan ELIA, terwijl het niet bezorgen van de vereiste informatie in eerste instantie aan geen enkele sanctie onderworpen is, aangezien deze altijd later door de CRM-Kandidaat kan worden verstrekt, in het kader van het onderzoek van het Prekwalificatiedossier. De bepaling wordt dan ook dienovereenkomstig aangepast. 4.4.2. Prekwalificatievereisten voor de CMU's Zoals vermeld in beslissing (B)2227 heeft de versie 2021 van de Werkingsregels (§ 64), op vraag van de minister van Energie, een "duurzaamheidsclausule" opgenomen, die aan de CRM-Kandidaten die een contract van vijftien jaar vragen, oplegt om een aantal verbintenissen te onderschrijven in het kader van de energietransitie. Het Voorstel neemt die clausule als zodanig over (§ 94). Zowel de CREG als het kabinet van de minister vindt dat er aan deze clausule een aantal aanpassingen moeten worden aangebracht. In haar huidige formulering verwijst deze clausule immers alleen naar contracten met een looptijd van 15 jaar, wat discriminerend kan zijn voor andere meerjarige Capaciteitscontracten (van maximaal 3 of 8 jaar), die momenteel niet onder deze clausule vallen. Verder moet de reikwijdte van de verbintenis worden verduidelijkt. Concreet wordt er in de clausule vermeldt dat de CRM-Kandidaat zich ertoe moet verbinden "om tegen 2050 nuluitstoot of negatieve uitstoot te bereiken", zonder te weten of deze verbintenis geldt op het niveau van de groep, de juridische structuur waar de CMU aan onderworpen is, of enkel voor de CMU. In overeenstemming met het kabinet van de minister van Energie is overeengekomen dat de clausule zal worden herzien opdat de verbintenis betrekking heeft op de CMU. Bij de openbare raadpleging heeft Febeg aangegeven dat het deze wijzigingen begrijpt en ondersteunt, maar betreurt dat het niet de mogelijkheid heeft gekregen om de daadwerkelijk voorgestelde wijzigingen onder ogen te krijgen. Het Voorstel wordt dienovereenkomstig gewijzigd. Zoals hiervoor vermeld (§ 29) bevat het Voorstel een bepaling betreffende het bewijs dat de vereiste gewestelijke vergunningen in laatste administratieve aanleg zijn verkregen. Om de eerder genoemde redenen is deze bepaling door de CREG herzien om in overeenstemming te zijn met de Elektriciteitswet. 4.4.3. Prekwalificatievoorwaarden Versie 2021 van de Werkingsregels belast de FOD Economie met het formuleren van een advies over de CO2-uitstoot van de CMU, waarbij het aan Elia is om zich hierover uit te spreken. De taakverdeling hieromtrent is in overeenstemming met de vereisten van de Elektriciteitswet, te weten dat (
- i)overeenkomstig artikel 7undecies, § 12, lid 2, 2°, b), de naleving van de CO2emissiegrenswaarden een prekwalificatievoorwaarde is die in de Werkingsregels moet worden opgenomen en (
- ii)overeenkomstig artikel 7undecies, § 8, laatste alinea, de netbeheerder belast is met de prekwalificatie - met andere woorden een beslissing moet nemen over de naleving van de vereisten voor prekwalificatie. De Elektriciteitswet is in deze zin sindsdien niet meer gewijzigd. De CREG stelt echter vast dat in het Voorstel de FOD Economie voortaan bevoegd is om voorstellen te formuleren betreffende de CO2uitstoot. Volgens de CREG is het toekennen van een dergelijke beslissingsbevoegdheid aan de FOD Niet-vertrouwelijk 17/40 Economie in strijd met voornoemde bepalingen van de Elektriciteitswet, aangezien Elia op die manier een deel van de bevoegdheid die haar is toegekend, delegeert. Het Voorstel wordt dan ook dienovereenkomstig gewijzigd. Paragraaf 116 van het Voorstel beschrijft in detail de procedure die van toepassing is in het kader van de Prekwalificatiedossiers. De CREG stelt in dit verband twee problemen vast. Enerzijds voorziet de procedure niet uitdrukkelijk in een kennisgeving aan de CRM-Kandidaat wanneer diens Prekwalificatiedossier wordt afgewezen. Er wordt enkel vermeld dat Elia "het eindresultaat van de analyse meldt", terwijl er voor andere uitwisselingen uitdrukkelijk wordt gesproken over "notificaties" en de bepaling in geval van goedkeuring van het Prekwalificatiedossier uitdrukkelijk vermeldt dat "Elia de CRM-Actor meldt dat het Prekwalificatiedossier aan de vereisten voldoet". De CREG stelt bovendien vast dat in sectie 5.5 van het Voorstel, "Notificatie van de prekwalificatieresultaten", staat: "Een notificatie van de resultaten van het indienen van een Standaard Prekwalificatiedossier (of de wijziging daarvan) van een CMU wordt slechts door ELIA verstuurd naar de CRM-Actor als het Prekwalificatiedossier als “goedgekeurd” wordt beschouwd […]". De CREG is dan ook van oordeel dat het Voorstel de CRM-Kandidaat van wie het Prekwalificatiedossier werd afgewezen benadeelt -hetgeen verwonderlijk is rekening houdende met de a priori nadelige aard van zulke afwijzing-, en voegt in sectie 5.5 een bepaling in die uitdrukkelijk voorziet in een notificatie in dit verband. Anderzijds volgt uit paragraaf 116 van het Voorstel dat, indien het Prekwalificatiedossier volledig is en alle gegevens juist zijn, het Dossier automatisch wordt goedgekeurd. Het is echter mogelijk dat een volledig en juist Dossier toch niet kan worden goedgekeurd, bijvoorbeeld omdat het gaat om een CMU die niet in aanmerking komt (met een geïnstalleerd vermogen van minder dan 1 MW of omdat de CMU al exploitatiesteun ontvangt). In die gevallen wordt het automatische karakter van de goedkeuring geschrapt. 4.4.4. Audits In de versie 2021 van de Werkingsregels worden een aantal maatregelen opgesomd die Elia kan nemen indien het zelf vaststelt dat het Prekwalificatiedossier aanhoudend foutieve informatie bevat (sectie 5.3.3). In haar Voorstel past Elia deze maatregelen aan in functie van het moment waarop Elia de foutieve informatie identificeert, vanuit het – juiste – principe dat de te nemen maatregelen verschillen naargelang deze identificatie is gebeurd tijdens de Prekwalificatieprocedure of eens de Biedingen zijn ingediend (of er een Capaciteitscontract is afgesloten). Volgens de CREG ontbreekt er wel enige coherentie tussen deze maatregelen. Inderdaad: - in geval van vaststelling van foutieve informatie "vóór de uiterste termijn voor de indiening van Biedingen" (i.e. 30 september volgens met artikel 7undecies, § 10, lid 1 van de Elektriciteitswet), heeft de CRM-Kandidaat dertig Werkdagen om de informatie in het Prekwalificatiedossier te rechtvaardigen of aan te passen, maar moet dat in ieder geval ten laatste "vóór de uiterste termijn voor de indiening van Biedingen" gebeuren. Met andere woorden, hoe later Elia de foutieve informatie vaststelt, hoe korter de termijn voor de CRMKandidaat wordt om zijn Dossier aan te passen – in het uiterste geval slechts één Werkdag, wat onevenredig is; - een van de maatregelen die Elia in dit geval kan nemen, is het Prekwalificatiedossier opnieuw laten indienen of het afwijzen. Welnu, deze maatregelen kunnen echter niet overwogen Niet-vertrouwelijk 18/40 worden indien ze komen na 15 september, de datum waarop de Prekwalificatieprocedure is afgesloten; - Elia geeft ook niet aan hoe deze maatregelen zich verhouden tot de regel in paragraaf 111 van het Voorstel, waarin staat (behalve voor de uitzonderingen die ook geen betrekking hebben op dit geval): "er kunnen van 1 september tot 31 oktober geen wijzigingen door de CRMKandidaat worden ingevoerd"; - Wat de maatregelen betreft die Elia kan nemen in geval van foutieve informatie na de uiterste termijn voor de indiening van Biedingen, vermeldt het Voorstel in het bijzonder de schrapping van reeds ingediende Biedingen, terwijl de CRM-Actor over dertig Werkdagen beschikt om de informatie te rechtvaardigen of om zijn Prekwalificatiedossier aan te passen - wat zou betekenen dat de schrapping van de Biedingen zou kunnen plaatsvinden in de loop van de periode waarin de CREG het resultaat van de door Elia toegezonden Veiling valideert. Gelet op de vele onzekerheden betreffende de modaliteiten voor toepassing van de door Elia voorgestelde maatregelen, geeft de CREG er de voorkeur aan om de bepaling uit de versie 2021 van de Werkingsregels over te nemen, waarbij Elia deze regels moet aanpassen voor de versie van 2023. 4.4.5. Nominaal Referentievermogen Paragraaf 128 van het Voorstel bevat een (niet-genummerde) tabel met de verschillende manieren waarop het Nominaal Referentievermogen wordt bepaald, afhankelijk van het type van de gevolgde Prekwalificatieprocedure (standaard of fast track). Volgens de tabel kan het Nominaal Referentievermogen, afhankelijk van het geval: - bepaald worden door Elia of een DSO; - aangegeven worden door de CRM-Actor; of - meegedeeld worden door de DSO. Volgens de CREG leidt deze tabel tot onzekerheden en moet hij aangepast worden. Er valt immers niet uit op te maken dat het Nominaal Referentievermogen in het algemeen ofwel wordt (eenzijdig) bepaald door de betrokken netbeheerder (Elia of de DSO) ofwel wordt aangegeven door de CRMActor. Wanneer het de DSO is die het Nominaal Referentievermogen bepaalt, moet dit vermogen meegedeeld worden aan Elia -want het is Elia die deze informatie verwerkt-, wat niet in de tabel wordt vermeld. Wanneer het Nominaal Referentievermogen wordt aangegeven en het om een op het Elia-Net aangesloten CMU gaat, wordt dit rechtstreeks aan Elia aangegeven en zijn er geen verdere details nodig. Wanneer de CMU daarentegen is aangesloten op het DSO-Net, gebeurt de aangifte bij de DSO die dat vervolgens meedeelt aan Elia. Deze nuances staan voorlopig niet in de tabel, die dienovereenkomstig word aangepast. Enkele bepalingen van de procedure voor het bepalen van het Nominaal Referentievermogen (secties 5.4.1.1.2 en 5.4.1.1.3) worden eveneens aangepast om deze principes beter tot uiting te laten komen. Voorts moet het Nominaal Referentievermogen volgens de CREG bepaald worden door Elia of door de DSO telkens wanneer dit mogelijk is wanneer een CMU aan haar/zijn net is aangesloten en de Fast Track Procedure volgt. Inderdaad, het Opt-out Volume, waaronder de CMU’s vallen die voor deze procedure hebben gekozen, zal het te contracteren volume beïnvloeden door de dummy Biedingen. Echter, de tabel in paragraaf 128 van het Voorstel voorziet in de bepaling van het Nominaal Niet-vertrouwelijk 19/40 Referntievermogen door Elia enkel indien het Bestaand Leveringspunt onderworpen is aan de verplichting om een Dagelijks Programma in te dienen en door de DSO enkel indien de verwachte NRP van het Leveringspunt hoger dan of gelijk is aan 5 MW. De CREG meent dat deze criteria te beperkend zijn en dat het Nominaal Referentievermogen zou moetn worden vastgesteld door Elia of door de DSO telkens zij over historische gegevens beschikken die hen toelaten de Nominaal Referentievermogen te bepalen volgens de methode 1. Het Voorstel wordt in die zin aangepast. De CREG stelt vast dat, in het Voorstel van Werkingsregels, een aanpassing werd aangebracht in de beschrijving van methode 1 voor de bepaling van het Nominaal Referentievermogen - gebruik van de historische gegevens. In principe, om het voorlopige Nominaal Referentievermogen te bepalen op basis van de historische gegevens, gebruikt Elia (of de betreffende DSO) de kwartiermetingen over een bepaalde tijdperiode. Nu wordt bepaald dat het Nominaal Referentievermogen dat uit die historische gegevens voortvloeit, kan worden vervangen door de waarde die in de Verklaring van de Netgebruiker (of de CDSgebruikerverklaring) wordt vermeld als deze laatste lager is. "§ 133. […] De hoogste waarde die over alle perioden is waargenomen (hoogste waargenomen vermogensvariatie van alle tijdreeksen van zesendertig uren) of het maximale Nominaal Referentievermogen opgenomen in de Netgebruiker verklaring of de CDS-gebruikerverklaring, indien van toepassing, welke het laagste is, wordt vervolgens in aanmerking genomen om het voorlopige Nominaal Referentievermogen van het betreffende Leveringspunt te bepalen." De CREG is van mening dat die reductie van het Nominaal Referentievermogen niet automatisch mag gebeuren en een inbreuk vormt op het gebruik van de eerste bepalingsmethode. In de veronderstelling dat het Nominaal Referentievermogen uit de Netgebruiker verklaring (of de CDS-gebruikerverklaring) lager is dewelke voortvloeit uit de historische gegevens, is het aan de CRMActor om een gedeeltelijke Opt-out te notificeren. Daartoe zou hem een mandaat moeten worden gegeven door de Netgebruiker of de CDS-gebruiker via de Netgebruikerverklaring/CDSgebruikerverklaring. De klassering van dit volume als “IN” of “OUT” wordt gedaan volgens de classificatie-regels van de Opt-out Volumes zoals weergegeven in sectie 5.4.2.2 van de Werkingsregels. Paragraaf 133 van het Voorstel is hieraan aangepast. 4.4.6. Opt-outvolumes Paragraaf 168 van het Voorstel bepaalt: "In het geval van een Opt-outnotificatie of een wijziging daarvan zoals beschreven in het vierde opsommingsteken van §167, zal ELIA de CRM-Actor op de hoogte brengen van de op basis van het Opt-outvolume aangepaste prekwalificatieresultaten binnen één Werkdag nadat ELIA deze (aangepaste) Opt-outnotificatie heeft ontvangen." Het derde opsommingsteken van paragraaf 167 van het Voorstel stelt: "na de notificatie van de prekwalificatieresultaten (sectie 5.5), maar uiterlijk om 06:00 op de uiterste termijn gedefinieerd in artikel 7undecies, § 10, lid 3 van de Elektriciteitswet" Volgens de CREG moeten beide bepalingen aangepast worden. Wat paragraaf 167 betreft, is het toelaten van een Opt-outnotificatie uiterlijk om 6 uur 's ochtends "op de uiterste termijn gedefinieerd in artikel 7undecies, § 10, lid 3" van de Elektriciteitswet een foutieve vertaling van de vereiste in die bepaling, aangezien die een Opt-outnotificatie tot 30 september van Niet-vertrouwelijk 20/40 het jaar van de Veiling toelaat. De Opt-outnotificatie moet dus toegestaan zijn tot 6 uur 's ochtends op de uiterste termijn en niet "vóór de uiterste termijn". Voor paragraaf 168 stelt zich een probleem in geval van laattijdige Opt-outnotificatie, in het bijzonder de uiterste termijn bedoeld in artikel 7undecies, § 10, lid 3. Volgens het Voorstel zouden in dat geval de prekwalificatieresultaten na 30 september worden verzonden. Deze overschrijding is een probleem omdat de resultaten van de prekwalificatie en van de Opt-out Volumes op 30 september definitief moeten worden gefinaliseerd en meegedeeld om de CRM-Kandidaat in staat te stellen zijn Biedinge(
- en)in te dienen. In deze omstandigheden wordt de bepaling aangepast zodat de termijn van 30 september wordt nageleefd. Sectie 5.4.2.2. van het Voorstel (randnummers 171 t.e.m. 180) behandelt de classificatie van de Opt-outvolumes met het oog op het bepalen of deze volumes al dan niet bijdragen tot bevoorradingszekerheid. De hieruit volgende volumecorrecties worden behandeld in sectie 6.3.1. van het Voorstel. Een aanpassing die door Elia wordt voorgesteld, bestaat erin om zowel voor de Y-4 Veiling (sectie 5.4.2.2.1.) als voor de Y-1 Veiling (sectie 5.4.2.2.2.), de gevallen voor een opt-out “OUT”-classificatie uit te breiden met de 3 volgende gevallen : • het volume een “volledige opt-out” betreft van een Nieuw Geconstrueerde CMU; of • het volume verband houdt met een CMU geassocieerd aan een SLA-categorie als deel van een “gedeeltelijke opt-out”; of • het volume verband houdt met een CMU met Energiebeperkingen met Dagelijks Programma als deel van een “gedeeltelijke opt-out”; De CREG meent dat het volume dat verband houdt met hetzij een CMU geassocieerd aan een SLAcategorie, hetzij een CMU met Energiebeperkingen met Dagelijks Programma, als deel van een “gedeeltelijke opt-out” niet per definitie en zonder rekening te houden met de redenen voor de gedeeltelijke opt-out, als “OUT” dient te worden geclassificeerd meer dan 4 jaar vóór de Leveringsperiode. De CREG heeft de twee door Elia voorgestelde uitbreidingen die verband houden met een gedeeltelijke Opt-out dan ook voor de Y-4 veiling verworpen. De paragrafen 176 en 180 van het Voorstel bepalen op identieke wijze: "Onverminderd § 171 worden alle andere Opt-outvolumes voor een Y-4 Veiling geclassificeerd als "IN"". Paragraaf 171 maakt een onderscheid tussen de Opt-outvolumes ("IN" of “OUT") al naargelang ze al dan niet geacht worden bij te dragen aan de bevoorradingszekerheid. De paragrafen 176 en 180 strekken er dan ook toe ervan uit te gaan dat alle Opt-outnotificaties die niet beantwoorden aan één van de hypothesen om als "OUT" geclassificeerd te worden, geclassificeerd moeten worden als "IN", tenzij blijkt dat het toch nodig is om ze als "OUT" te classificeren. Aangezien classificatie als "OUT" leidt tot een toename van het te contracteren volume, kunnen volgens de CREG enkel notificaties die beantwoorden aan één van de hypothesen voor classificatie als "OUT", zo geclassificeerd worden. In alle andere gevallen is classificatie als "IN" vereist, zonder dat er aan Elia enige beoordelingsbevoegdheid ter zake kan worden verleend. De paragrafen 176 en 180 van het Voorstel worden dienovereenkomstig aangepast. Niet-vertrouwelijk 21/40 4.4.7. Toepassing van wijzigingen in de prekwalificatie op gesloten contracten Zoals hiervoor vermeld, bevat het Voorstel een paragraaf 207 die als volgt luidt: "Voor de capaciteit van de CMU waarvan een Capaciteitscontract is ondertekend voor het ingaan van de nieuwe vereisten voor Prekwalificatie, moet de conformiteit nagekeken worden terwijl de vereisten voor de prekwalificatie in acht worden genomen die van toepassing waren op het moment van de prekwalificatie waarop de ondertekening van het Capaciteitscontract gebaseerd was." De draagwijdte van deze bepaling - zoals de CREG ze begrijpt - bestaat erin vast te leggen dat de CMU's waarvoor er een Capaciteitscontract werd ondertekend, onderworpen blijven aan de prekwalificatievereisten die geldig waren op het moment van hun prekwalificatie. Onder "prekwalificatievereisten" moeten, volgens de CREG, de bepalingen van deel 5.2 van de Werkingsregels worden verstaan. Dit betekent, voor Elia, daarentegen dat de wijzigingen die later in de andere delen van het hoofdstuk over de prekwalificatie zijn aangebracht van toepassing moeten zijn op de reeds ondertekende Capaciteitscontracten. De CREG keurt deze regel goed. Enerzijds zou het in strijd zijn met de rechtszekerheid om nieuwe prekwalificatievereisten op te leggen aan de CMU's waarvoor er een lopend Capaciteitscontract is. De nieuwe regels inzake de CO2-emissiegrenswaarden zouden bijvoorbeeld enkel van toepassing zijn op productie-eenheden die (tijdens de contractuele periode) door een Capaciteitscontract zijn gedekt. Anderzijds ziet de CREG geen reden om geen eventuele nieuwe regels toe te passen - voor zover dergelijke regels al moeten worden toegepast - zelfs wanneer een Capaciteitscontract is ondertekend, bijvoorbeeld met betrekking tot de procedure voor het onderzoek van het Prekwalificatiedossier, de vaststelling van het Nominaal Referentievermogen of de wijze waarop de resultaten van de Prekwalificatie aan de CRM-Actor worden meegedeeld. Voor zover de CREG echter, zoals vermeld in paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden., ervoor heeft gekozen in een bijlage de bepalingen van deze Werkingsregels op te nemen die niet van toepassing zijn op lopende Capaciteitscontracten, wordt de bepaling in paragraaf 207 van het voorstel in deze bijlage vertaald, en wordt paragraaf 207 geschrapt. 4.4.8. Notificatie aan de CREG Aan het einde van de Prekwalificatieprocedure voorafgaand aan de Veiling van 2021 heeft de CREG Elia een brief gestuurd waarin zij de informatie opsomde die zij wenste te verkrijgen in het kader van de controle die zij uitoefent krachtens artikel 7undecies, § 13 van de Elektriciteitswet. De overdracht van deze informatie is formeel geregeld in deze Werkingsregels. 4.5. 4.5.1. HOOFDSTUK 6 – VEILINGPROCES Dummy Biedingen Sectie 6.3.1. van het Voorstel behandelt de correcties van de Vraagcurve om rekening te houden met informatie die niet in rekening werd gebracht bij de vaststelling van de Vraagcurve. Hoewel deze sectie werd aangevuld met diverse verduidelijkingen ten opzichte van de vorige versie van de Werkingsregels, meent de CREG dat niet alle nodige verbeteringen werden aangebracht. Niet-vertrouwelijk 22/40 Met betrekking tot de creatie van dummy Biedingen, die aanleiding geven tot een verlaging van het aan te kopen volume, bevat het Voorstel enkel de Opt-outvolumes die als “IN” aangemerkt worden. De CREG meent dat ook volgende capaciteiten aanleiding geven tot een verlaging van de Vraagcurve : - de niet in aanmerking komende capaciteit, die niet werd aangemerkt als “IN” of “OUT” en waar geen rekening mee werd gehouden bij de vaststelling van de Vraagcurve. Uit het calibratierapport van Elia van 15 november 2021, bleek dat er geen volledige informatie beschikbaar was voor de niet in aanmerking komende capaciteit in België. In de mate dat deze informatie alsnog kan bekomen worden, meent de CREG dat het nodig is hiermee rekening te kunnen houden; - de gekende in aanmerking komende capaciteiten die niet deelnemen aan de Prekwalificatieprocedure en die geen definitieve uitdienstneming hebben aangekondigd. Indien er geen indicatie is dat deze bestaande capaciteiten in de bedoelde Leveringsperiode niet langer beschikbaar zullen zijn, is er geen reden om niet met deze volumes rekening te houden. Met betrekking tot de omgekeerde dummy biedingen, heeft de CREG bij de vorige versie van de Werkingsregels een drempel van 100 MW ingevoerd, om te beslissen of een nieuwe clearing geïnitieerd dient te worden in geval dat de capaciteiten die hebben bijgedragen aan de omgekeerde dummy biedingen niet worden geselecteerd in de veiling. Deze drempel werd ingevoerd op vraag van Elia en omwille van de tijdsdruk om het concept van de omgekeerde dummy bieding te integreren in het algoritme vastgesteld op 100 MW. De CREG stelt dan ook voor om deze drempel te behouden om het iteratieve proces niet nodeloos te blijven herhalen en deze drempel te beperken tot 20 MW. 4.5.2. Netbeperkingen In beslissing (B)2227 betreffende de versie 2021 van de Werkingsregels onderstreept de CREG de noodzaak om een grondig herziene versie te formuleren van de sectie met betrekking tot netbeperkingen. Elia heeft inderdaad tekstuele wijzigingen aangebracht in deze sectie, met name aan de structuur. De voorgestelde tekst, en met name de Franse versie, voldoet echter helemaal niet aan de vereisten van de CREG op het gebied van leesbaarheid en duidelijkheid van de tekst. In deze omstandigheden heeft de CREG een groot aantal redactionele wijzigingen moeten doorvoeren, begrippen moeten verduidelijken (netbeperkingen vs. externe netbeperkingen), het toepassingsgebied van bepaalde secties moeten verduidelijken (met betrekking tot "elektriciteitstransmissienet" vs. "Elia-net), enz. Eén van de door Elia aangevoerde redenen is dat het oorspronkelijke Voorstel in het Engels is geschreven en vervolgens is vertaald in het Nederlands en het Frans, waardoor de tekst aan kwaliteit inboet ten opzichte van de referentietekst. Deze verklaring is niet aanvaardbaar. De CREG is zich er inderdaad van bewust dat het moeilijk is om een tekst met de omvang van de Werkingsregels in verschillende talen op te stellen. Maar al tijdens de besprekingen over versie 2021 van de Werkingsregels, en in haar beslissing van 14 mei 2021, had de CREG gewezen op de slechte kwaliteit van de vertaling van bepaalde delen van de tekst en de dringende noodzaak om het proces te verbeteren - te meer omdat alleen de Franse en Nederlandse versies van de regels de officiële tekst vormen, terwijl de Engelse versie er enkel is voor het comfort van bepaalde spelers. Niet-vertrouwelijk 23/40 4.5.3. Veilingresultaten Ter voorbereiding van de controle van de validatie van de Veilingresultaten voor 2021 heeft de CREG Elia een brief gestuurd waarin zij de informatie opsomde die zij wenste te verkrijgen in het kader van de controle die zij uitoefent krachtens artikel 7undecies, § 13 van de Elektriciteitswet. De overdracht van deze informatie is formeel geregeld in deze Werkingsregels. Bovendien is het Voorstel (§ 332) gewijzigd om er duidelijk in te voorzien dat Elia ook de Geprekwalificeerde CRM-Kandidaten van wie de Bieding of Biedingen niet werd(
- en)geselecteerd op de hoogte moet stellen. 4.6. HOOFDSTUK 7 CAPACITEITSCONTRACT – ONDERTEKENING VAN HET Het Voorstel is licht aangepast om ervoor te zorgen dat het te ondertekenen Capaciteitscontract overeenstemt met de laatste versie van het typecapaciteitscontract die is goedgekeurd door de CREG en gepubliceerd op de Transactievalidatiedatum. Deze (licht verschillende) bepaling staat in het Voorstel, maar in het hoofdstuk over de Secundaire Markt (§ 683, lid 2), terwijl ze ook betrekking heeft op de Primaire Markt. 4.7. 4.7.1. HOOFDSTUK 8 – PRE-LEVERINGSCONTROLE Vergunningsrapporten In verband met de wijziging van de Elektriciteitswet door de wet van 28 februari 2022, volgens dewelke de Capaciteitshouder moet aantonen dat hij uiterlijk op de uiterste datum voor indiening van de Biedingen beschikt over de in laatste administratieve aanleg vereiste gewestelijke vergunningen, voegt het Voorstel een extra controle toe in de Preleveringsperiode, waardoor Elia kan nagaan of de Capaciteitsleverancier, voor een Bestaande CMU, al dan niet over de vereiste vergunningen beschikt op het controlemoment tcontrole 1. Deze controle wordt uitgevoerd op basis van een "vergunningsrapport" dat de Capaciteitsleverancier bij Elia moet indienen; indien die niet over de vereiste vergunningen beschikt, kan hij een "mitigatieplan" indienen waarin hij aangeeft hoe hij van plan is dit probleem aan te pakken. Volgens deel 8.4.3.1 van het Voorstel zijn hogere penaliteiten voorzien indien de Capaciteitsleverancier niet aantoont dat hij over de vereiste vergunningen beschikt (zie hieronder, § 91). Volgens de CREG moeten in dit verband twee vragen worden onderzocht: ten eerste, is deze extra controle nuttig en aanvaardbaar?, en ten tweede, kan die worden opgelegd aan Capaciteitsleveranciers die hun Capaciteitscontract reeds hebben ondertekend? Met betrekking tot het nuttige en aanvaardbare karakter van de controle - en dus van het vergunningsrapport dat deze controle mogelijk maakt - dient te worden benadrukt dat het van de CRM-kandidaat vereiste bewijs, op het moment van de prekwalificatie, van de toekenning van de vereiste vergunningen, zoals de Elektriciteitswet voortaan vereist, alleen bedoeld is om te verzekeren dat deze CRM-Kandidaat op het moment dat hij om het bewijs wordt gevraagd, beschikt over de vergunningen. Wat de Bestaande CMU's betreft, kan de CRM-Kandidaat die aan de Y-4-veiling deelneemt, op het ogenblik van de prekwalificatie, wel aantonen dat hij over de vereiste vergunningen beschikt, ook al zullen deze aflopen vóór het begin van de Leveringsperiode. De invoering van een controle in het midden van de Pre-leveringsperiode om zich ervan te vergewissen dat de Niet-vertrouwelijk 24/40 Capaciteitsleverancier over de vereiste vergunningen voor de Leveringsperiode zal beschikken, heeft dan ook een onmiskenbaar nut. De CREG is in deze omstandighedencdan ook van mening dat deze controle aanvaardbaar is. Zoals de CREG in de paragrafen Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en volgende hierna uiteenzet, zouden de gevolgen die het Voorstel verbindt aan het ontbreken van een vergunning – te weten de toepassing van penaliteiten - daarentegen grondig moeten worden herzien. Wat betreft de vraag of deze nieuwe controle moet gelden voor Capaciteitsleveranciers die hun Capaciteitscontract al hebben afgesloten, is de CREG in het algemeen van mening dat een toepassing op lopende contracten kan zorgen voor een onevenwicht tussen de partijen, zodat de bepalingen die deze controle organiseren niet van toepassing kunnen zijn op Capaciteitsleveranciers die al een Capaciteitscontract hebben gesloten op het moment van de inwerkingtreding van de Werkingsregels 2022. De CREG heeft bovendien in het Voorstel verduidelijkt dat met het beschikken over vergunningen de aflevering in laatste administratieve aanleg wordt bedoeld, zoals gedefinieerd in artikel 7undecies, § 18, van de Elektriciteitswet. 4.7.2. Kwartaalrapporten Paragraaf 368 van het Voorstel definieert "residuele vertraging" als "een vertraging die gekoppeld is aan Projectwerken en waarvoor de Capaciteitsleverancier geen mitigatieplan heeft ingediend". De term "Projectwerken" wordt in hoofdstuk 3 gedefinieerd als "werkzaamheden die, als gevolg van een concurrentieel selectieproces, onder de verantwoordelijkheid van een systeembeheerder (ELIA, Fluxys of een DSO) of een andere entiteit vallen". Met andere woorden, Projectwerken zijn die werken die de Capaciteitsleverancier moet voltooien om zijn CMU beschikbaar te maken aan het begin van de Leveringsperiode en waarvoor hij een penaliteit moet betalen in geval van vertraging (die resulteert in een Ontbrekend Volume). Volgens de CREG moet § 368 op twee manieren worden aangepast. Enerzijds moet, naast het geval waarin de Capaciteitsleverancier geen mitigatieplan voorlegt, ook rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat het mitigatieplan niet volstaat om de opgetreden vertraging aan te pakken; daarom moet Elia de bevoegdheid krijgen om het voorgelegde mitigatieplan te beoordelen. Anderzijds dekt de bepaling niet alle mogelijke vertragingen, aangezien ze enkel betrekking heeft op de "Projectwerken": misschien zijn de werken wel voltooid, maar kan de CMU nog niet in gebruik genomen worden, bijvoorbeeld omwille van beroepsprocedures. De tekst wordt in die zin aangepast. In paragrafen 367 e.v. van het Voorstel worden penaliteiten ingevoerd wanneer de Capaciteitsleverancier zijn kwartaalrapporten niet op tijd indient. De CREG heeft in de eerste plaats de tekst van die paragrafen, die niet erg begrijpelijk was, aangepast en verduidelijkt door bijvoorbeeld te vermelden dat de penaliteiten verschuldigd zijn per Werkdag, en door paragraaf 370 te schrappen10. Die paragraaf was daar niet gepast aangezien de penaliteit enkel verschuldigd is in geval van vertraging bij de indiening van het kwartaalrapport, zonder dat hoeft te worden nagegaan of er al dan niet een vertraging van het project is vastgesteld of met betrekking tot welk soort werkzaamheden 10 Paragraaf 370 van het voorstel luidt: "De modaliteiten in deze sectiel en in sectie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. beschreven, gelden uitsluitend voor vertragingen in verband met Projectwerken. Processen die worden veroorzaakt door vertragingen bij Infrastructuurwerken die in deze kwartaalrapporten zijn aangeduid, worden beschreven in sectie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.." Niet-vertrouwelijk 25/40 (Projectwerken of Infrastructuurwerken). Voorts wordt een clausule toegevoegd waarin wordt verwezen naar de geschillenbeslechting. Anderzijds rijst de vraag of die nieuwe penaliteiten van toepassing moeten zijn op bestaande contracten. Ook al hangt hun toepassing enkel af van de houding van de Capaciteitsleverancier, die ze kan vermijden door eenvoudigweg aan zijn verplichtingen te voldoen, blijft het volgens de CREG een feit dat die penaliteiten een bijkomend risico vormen die de Capaciteitsleverancier die al een Capaciteitscontract heeft afgesloten niet heeft kunnen inschatten bij het indienen van de geselecteerde Bieding(en), zodat het niet aangewezen is om ze op die Capaciteitsleveranciers toe te passen. Het Voorstel introduceert een andere sanctie voor het niet indienen van het kwartaalrapport voor de pre-leveringscontrole - met name op controlemoment tcontrole 1 (§ 387): "In het geval dat een Capaciteitsleverancier er niet in slaagt het kwartaalrapport in te dienen dat relevant is op tcontrole 1 zoals beschreven in § 386, wordt het Ontbrekend Volume aangenomen gelijk te zijn aan de Preleveringsverplichting". Volgens de CREG zou, gezien de grootte van die sanctie, op zijn minst moeten worden bepaald dat ze pas kan worden toegepast nadat een herinnering werd verstuurd naar de in gebreke blijvende Capaciteitsleverancier. Om dezelfde reden kan die sanctie niet worden toegepast op bestaande Capaciteitscontracten. 4.7.3. Financiële penaliteiten 4.7.3.1. Penaliteiten voor Bestaande CMU's In het Voorstel (§§ 395 en 396) brent Elia een aantal gevoelige wijzigingen aan in vergelijking met de versie 2021 van de Werkingsregels. In essentie, wordt in geval van een Ontbrekend Volume voor een Bestaande CMU op het verschuldigde bedrag van de penaliteit een parameter α toegepast, waarvan het bedrag varieert naargelang "de informatie die in het vergunningsrapport wordt verstrekt". Anders gezegd, het bedrag van de penaliteit hangt af van het feit of de Capaciteitsleverancier de vereiste vergunningen heeft bemachtigd op het moment van indiening van dit vergunningsrapport, d.w.z. 31 augustus van het jaar Y-2 (§§ 396 en 397). Volgens de CREG stellen deze wijzigingen verschillende problemen. In de eerste plaats is deze bepaling problematisch aangezien zij de toepassing van penaliteiten mogelijk maakt in situaties waarin de Capaciteitsleverancier, met toepassing van de relevante gewestelijke regels, nog niet de vereiste vergunningen heeft kunnen aanvragen of verkrijgen. Volgens de CREG dient er in deze gevallen geen sanctie te worden opgelegd. Ten tweede houdt het mechanisme waarin het Voorstel voorziet geen rekening met de mogelijkheid voor de Capaciteitsleverancier om, krachtens paragraaf 357 van het Voorstel, in zijn vergunningsverslag een mitigatieplan op te nemen waarin hij aangeeft hoe hij van plan is om te gaan met het ontbreken van de vereiste vergunning(en). Volgens de CREG impliceert de mogelijkheid om een dergelijk plan in te voeren, de mogelijkheid om aan Elia te tonen dat, ondanks het ontbreken van een vergunning op het controlemoment, de Capaciteitsleverancier de vereiste vergunning(
- en)tijdig zal verkrijgen. Daarom zou er geen penaliteit moeten worden toegepast indien het mitigatieplan door Elia voldoende overtuigend wordt geacht. De toepassing van het voorgestelde mechanisme, in het bijzonder de formule in paragraaf 395, wordt ingewikkelder en delicater door het feit dat Elia vergeten is in de tekst een bepaling op te nemen volgens dewelke, als er geen vergunning is, het Ontbrekende Volume gelijk is aan de Pre- Niet-vertrouwelijk 26/40 leveringsverplichting. Bij gebrek aan een dergelijke regel zou de penaliteit alleen gelden indien een Ontbrekend Volume wordt vastgesteld als gevolg van de standaardmethoden, zodat Capaciteitsleveranciers die niet over een vergunning beschikken niet alleen om deze reden zouden worden gepenaliseerd, wat niet overeenstemt met de doelstelling. De CREG heeft daarom een dergelijke bepaling aan de Werkingsregels toegevoegd, maar met uitzonderingen voor de bovengenoemde gevallen (namelijk wanneer het wettelijk onmogelijk is om de vergunning aan te vragen of te verkrijgen op het controlemoment, of in geval van een overtuigend mitigatieplan). Volgens de CREG dient ook de hypothese (van toepassing op Additionele CMU'
- s)te worden ingevoerd wanneer de Capaciteitsleverancier, wanneer hij de vereiste vergunningen niet heeft verkregen, aantoont dat hij alle redelijke inspanningen heeft geleverd om deze vergunning te verkrijgen. In dat geval is een lagere penaliteit van toepassing. Tenslotte maakt de voorgestelde bepaling het niet mogelijk om het bedrag van de penaliteit te bepalen op tcontrole 2. De formule in § 396 past immers een factor α toe, waarvan het bedrag enkel wordt bepaald voor het controlemoment tcontrole 1, d.w.z. het moment waarop het vergunningsrapport ingediend moet worden door de Capaciteitsleverancier. Aangezien er, op tcontrole 2, geen vergunningsrapport moet worden ingediend, is het volgens de CREG niet mogelijk om het verschuldigde bedrag van de penaliteit op dat moment te bepalen in geval van een Ontbrekend Volume. Daarom is het wenselijk om de waarde van parameter α te bepalen op controlemoment tcontrole 2. De CREG ziet in dit verband geen reden om af te wijken van de versie 2021 van de Werkingsregels, zodat de parameter α, op dat controlemoment, gelijk moet zijn aan 6.250 €/MW. Bovendien is de CREG van mening dat die nieuwe penaliteiten niet kunnen worden toegepast op de bestaande Capaciteitscontracten, aangezien dit zou leiden tot een contractueel onevenwicht tussen de partijen. 4.7.3.2. Penaliteiten voor Additionele CMU's Elia heeft in haar Voorstel van Werkingsregels ook de deling door 2 geschrapt van het bedrag van de penaliteit die verschuldigd is door een Additionele CMU die zijn Mijlpaal Vergunningen niet heeft bereikt op controlemoment tcontrole 1 (31 augustus van het jaar Y-2) indien de Capaciteitsleverancier aantoont "dat alle redelijke inspanningen werden geleverd om de Mijlpaal Vergunningen te bereiken". Voortaan hangt voor Additionele CMU's het bedrag van de penaliteit die verschuldigd is op tcontrole 1 enkel af van het type CMU (al dan niet Nieuw Geconstrueerd) en van het punt te weten of de Mijlpaal Vergunningen, indien relevant, is gehaald of niet (§ 400). Voor de penaliteiten die van toepassing zijn op Additionele CMU's, heeft Elia tijdens besprekingen met de CREG erkend dat de deling door 2 van het verschuldigde bedrag ingeval de Capaciteitsleverancier de Mijlpaal Vergunningen niet heeft bereikt en alle redelijke inspanningen daartoe heeft geleverd, opnieuw moet worden ingevoerd. Elia heeft voorgesteld om deze regel toe te passen, ongeacht of de Additionele CMU Nieuw Geconstrueerd is of niet. Het Voorstel wordt dienovereenkomstig aangepast. Wat betreft de toepassing van de nieuwe penaliteiten op de lopende Capaciteitscontracten, is de CREG van mening dat die penaliteiten de situatie van de Capaciteitsleveranciers niet verslechteren, maar enkel de penaliteiten verlichten die van toepassing zijn op Additionele CMU's die geen Nieuw Geconstrueerde CMU's zijn. Niet-vertrouwelijk 27/40 4.7.3.3. Betwisting van de penaliteiten Paragraaf 410 van het Voorstel, dat handelt over het mechanisme voor betwisting van de resultaten van de pre-leveringscontrole, bevat een bepaling dat bij gebrek aan een (gedeeltelijke of volledige) overeenstemming tussen de partijen binnen een eerste periode van zestig dagen, het betwiste bedrag wordt vermeld in een aparte creditnota en de Capaciteitsleverancier het betwiste bedrag moet betalen. In haar beslissing (B)2227 heeft de CREG deze verplichting tot betalen van het betwiste bedrag opgeheven op basis van dit argument: "[…] lijkt de verplichting om aan Elia het bedrag van de penaliteit te betalen terwijl het geschil nog hangende is, onevenredig en is ze geschrapt. Gelet op de quasi-strafrechtelijke aard van de uit hoofde van het CRM opgelegde penaliteiten, zoals de afdeling Wetgeving van de Raad van State in haar advies over het wetsontwerp van 15 maart 2021 heeft benadrukt, zou de verplichting om de penaliteit te betalen terwijl de betwisting nog hangende is, in strijd kunnen worden geacht met het beginsel van het vermoeden van onschuld." Op basis van hetzelfde argument schrapt de CREG deze verplichting tot betalen van het betwiste bedrag opnieuw, niet alleen wat betreft de financiële penaliteit bij de pre-leveringscontrole, maar ook in het kader van de onbeschikbaarheidspenaliteit (§ 572 van het Voorstel). 4.7.4. Vertraging bij Infrastructuurwerken In § 414 van haar Voorstel bepaalt Elia dat de operationele fallbackprocedure slechts van toepassing is indien de vertraging bij Infrastructuurwerken die gevolgen heeft voor reeds Gecontracteerde Capaciteiten een impact van meer dan twee maanden heeft. De CREG is van mening dat deze voorwaarde een onnodig risico inhoudt voor de Capaciteitsleverancier, die wordt gedwongen om, als de vertraging van de Infrastructuurwerken minder dan twee maanden bedraagt, capaciteit te vinden op de Secundaire Markt om te vermijden dat hij zich een Onbeschikbaarheidspenaliteit ziet worden opgelegd. Het Voorstel werd daarom aangepast door het mogelijk te maken dat de operationele procedure (§ 416 die leidt tot het uitstel van de eerste Leveringsperiode) kan worden geactiveerd, als de Capaciteitsleverancier dit vraagt, zelfs als de vertraging leidt tot een verschuiving van het mogelijke begin van de capaciteitslevering van twee maanden of minder. De Capaciteitsleverancier kan dan nog kiezen om de ontbrekende capaciteit via de Secundaire Markt te leveren. Elia voorziet in aaf 361 van het Voorstel dat de Capaciteitsleverancier Elia in zijn kwartaalrapport een opvolging moet bezorgen van de Infrastructuurwerken die van invloed kunnen zijn op de uitvoering en de timing van het lopende project, zoals geïdentificeerd in het projectuitvoeringsplan. Deze opvolging wordt gestaafd door een schriftelijke bevestiging door de betrokken infrastructuurbeheerder, indien dit niet ELIA is (Fluxys of de DSO's). Elia voorziet echter in § 416 van het Voorstel enkel in het op de hoogte brengen van de betrokken Capaciteitsleverancier van een eventuele vertraging in Infrastructuurwerken op het ogenblik van de controle tcontrole 1. De CREG is van mening dat het op de hoogte brengen van de betrokken Capaciteitsleverancier over de opvolging van de Infrastructuurwerken door de betreffende netbeheerder de betrokken Capaciteitsleverancier in staat zou stellen om enerzijds zijn verplichtingen gemakkelijker na te komen om toezicht te houden op de Infrastructuurwerken die van invloed kunnen zijn op de uitvoering en de Niet-vertrouwelijk 28/40 timing van het lopende project en om anderzijds maatregelen te nemen om de negatieve gevolgen van een eventuele vertraging van de Infrastructuurwerken te beperken. Hoewel de CREG aanvankelijk overwoog om voor de betrokken netbeheerder een driemaandelijks rapporteringssysteem op te zetten dat gelijkwaardig is aan dat voor de Projectwerken, heeft de CREG uiteindelijk beslist om de verplichting van de netbeheerder om de Capaciteitsleverancier zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van eventuele vertragingen en om alle gevraagde aanvullende informatie te verstrekken te beperken. De netbeheerder moet de nodige stappen ondernemen om de Capaciteitsleverancier regelmatig te informeren over de voortgang van de vertraging. Ten slotte stelt de CREG vast dat geen enkele fallbackprocedure is vastgelegd in het Voorstel indien de vertraging van de Infrastructuurwerken wordt vastgesteld na tcontrole 1. Ze begrijpt niet waarom een dergelijke procedure niet zou moeten worden toegepast aangezien het standaard capaciteitscontract (art. 11.3) impliciet voorziet dat de eerste Leveringsperiode kan worden uitgesteld ongeacht het moment waarop de vertraging van Infrastructuurwerken is vastgesteld11. Het Voorstel is dan ook aangepast. 4.7.5. Aangegeven Day-aheadprijs Het Voorstel voorziet in de verplichting voor bepaalde Capaciteitsleveranciers om ten laatste op de laatste dag van de Prekwalificatieperiode aan Elia een Aangegeven Day-aheadprijs mee te delen. Paragraaf 433 van het voorstel bepaalt het volgende: "Indien er geen Aangegeven Day-aheadprijs is bevestigd die door ELIA is ontvangen voordat de Transactieperiode van een CMU begint, zal de bijbehorende Gecontracteerde Capaciteit als onbeschikbaar worden beschouwd in het voorval van een Beschikbaarheidstest uitgevoerd door ELIA tijdens de Transactieperiode." Gelet op het belang van de sanctie vindt de CREG dat die vergezeld moet gaan van een herinnering van Elia aan de betrokken Capaciteitsleverancier. 4.8. HOOFDSTUK 10 – SECUNDAIRE MARKT 4.8.1. Intrekking van een mandaat voor een Beurs Beslissing (B) 2227 bevatte het volgende verzoek: "In §§ 557 en 558 van het Voorstel wordt de intrekking van een beurs door de lastgever(
- s)ervan geregeld, evenals de gevolgen hiervan voor toekomstige transacties. Het in de tekst voorgestelde onderscheid tussen een intrekking door één lastgever en een intrekking door de twee lastgevers is onbegrijpelijk, evenals de manier waarop de termijnen zijn vastgesteld. Voor het opstellen van de versie voor 2022 verzoekt de CREG Elia om de formulering van deze bepalingen opnieuw te bekijken zodat deze duidelijk en ondubbelzinnig zijn." In haar Voorstel (§ 609 en 610) heeft Elia deze bepalingen op de volgende manier opnieuw geformuleerd: "609. De Capaciteitsleverancier of Geprekwalificeerde CRM-Kandidaat (al naargelang het geval) kan zijn eigen Mandaat voor een Beurs voor de Secundaire Markt eenzijdig intrekken middels verzending van een ingevuld en ondertekend exemplaar van bijlage 18.3.1 waarin 11 Zie in die zin de beslissing van de CREG (B)2245 van 20 augustus 2021, § 154. Niet-vertrouwelijk 29/40 optie B is geselecteerd, op voorwaarde dat hij dit ten laatste twintig Werkdagen voor het in werking treden van de intrekking verzendt. Indien deze minimum termijn niet gerespecteerd wordt en in afwezigheid van intrekking door beide partijen in overeenstemming met § 610 blijft het mandaat geldig voor toekomstige notificaties. 610. Een Mandaat voor een Beurs voor de Secundaire Markt kan zowel door de Beurs als de Geprekwalificeerde CRM-Kandidaat of de Capaciteitsleverancier worden ingetrokken voor toekomstige notificaties middels de verzending van een ingevuld en ondertekend exemplaar van bijlage 18.3.1, waarin optie B is geselecteerd. De intrekking is geldig vijf Werkdagen na ontvangst door ELIA. Vanaf het ogenblik van geldigheid keurt ELIA niet langer transacties op de Secundaire Markt goed die door de Beurs zijn ingediend voor de betrokken Geprekwalificeerde CRM-Kandidaat of Capaciteitsleverancier, ongeacht of die transacties nieuw of lopend zijn." De CREG heeft opnieuw moeten vaststellen dat deze bepalingen bijna onbegrijpelijk zijn omdat Elia geen enkele verantwoording heeft gegeven om bijvoorbeeld het verschil in formulering tussen eenzijdige intrekking en intrekking in onderlinge overeenstemming te begrijpen. De CREG heeft bovendien vastgesteld dat bijlage 18.3.1, waarnaar voor de twee soorten intrekking wordt verwezen, enkel betrekking heeft op eenzijdige intrekking. De CREG heeft deze twee paragrafen dan ook herschreven en de betrokken bijlage gewijzigd. 4.9. HOOFDSTUK 11 – FINANCIËLE GARANTIES Het Voorstel bevat de volgende bepaling: "716. Als er geen goedgekeurde Financiële Garantie is die het Gegarandeerde Bedrag van een CMU afdekt op de deadline voor het indienen van een Bod (zoals gerefereerd in § 275), zal deze CMU de toegang tot de Primaire Markt ontzegd worden. In het geval dat de goedgekeurde Financiële Garantie het Gegarandeerde Bedrag van de CMU niet dekt op de deadline voor het indienen van een Bod (zoals beschreven in § 275) de , moet het resterende gedeelte voorzien en goedgekeurd worden voor de mogelijke ondertekening van een Capaciteitscontract gelinkt aan de Transactie(
- s)van de geselecteerde CMU in de Veiling." De CREG vindt dat de twee leden van deze bepaling elkaar tegenspreken: het eerste legt een Financiële Garantie op die het Gegarandeerde Bedrag afdekt op de deadline voor het indienen van een Bod, terwijl het tweede die pas op het moment van de ondertekening van het Capaciteitscontract oplegt. Daarnaar gevraagd heeft Elia aangegeven dat de CRM-Kandidaat door deze bepaling een Financiële Garantie kan voorzien die 90% van het Gegarandeerde Bedrag afdekt op de deadline voor het indienen van Biedingen, en dat de rest ten laatste op het moment van de ondertekening van het Contract voorzien moet worden. De bepaling is aangepast om dit weer te geven. Bovendien, aangezien het op de deadline voor het indienen van Biedingen is dat de Financiële Garantie het Gegarandeerde Bedrag (of minstens 90% van dit bedrag) moet dekken, is het begin van de Geldigheidsperiode aangepast (i.e. 30 september en niet de 15de september). Sectie 11.4.2. en bijlage 18.4.3. van het Voorstel bevatten veel onnauwkeurigheden en enkele fouten. De CREG heeft de nodige correcties aangebracht en de formulering verduidelijkt door de begrippen “Maximale Verwachte Gecontracteerde Capaciteit” en “Te Garanderen Volume” in te voeren, zonder evenwel inhoudelijke wijzigingen aan te brengen. Niet-vertrouwelijk 30/40 4.10. HOOFDSTUK 13 – AANSPRAKELIJKHEID EN OVERMACHT Paragraaf 823 van het voorstel bepaalt: "Als de CRM-actor of ELIA als gevolg van een situatie van ‘overmacht’ niet in staat is om zijn of haar verplichtingen in het kader van de Werkingsregels te vervullen en deze situatie van ‘overmacht’ ten minste honderdtachtig opeenvolgende dagen aanhoudt, kan de CRM-actor of ELIA definitief van zijn of haar verplichtingen in het kader van de Werkingsregels worden ontslagen door een aangetekend schrijven of een e-mail met ontvangstbevestiging te sturen waarin de redenen voor de beëindiging worden beschreven." Enkele CRM-Actoren deelden met de CREG de wens dat uit de tekst duidelijker moet blijken dat het de partij is die zich op overmacht beroept, die uit hoofde van deze bepaling van haar verplichtingen kan worden ontslagen, en niet de andere partij. De tekst is dienovereenkomstig aangepast. 4.11. GESCHILLENBESLECHTING Los van de verhoging van het plafond van de verwijzingskosten van de CRM Geschillencommissie brengt Elia in haar Voorstel geen enkele wijziging aan noch in hoofdstuk 14 noch in het Procedurereglement van die commissie, dat is vervat in bijlage F van de Werkingsregels. De CREG is daarentegen van mening dat de organisatie en werking van die Geschillencommissie op een aantal punten moet worden verbeterd. 4.11.1. Hoofdstuk 14 De CREG merkt op dat bij de term "Voorzitter" in sectie 14.3.2 van het Voorstel, het niet altijd duidelijk is of die term enkel verwijst naar de persoon die door de CREG is aangesteld en/of naar de ad hoc Voorzitter, wat moeilijkheden kan opleveren bij de interpretatie van de bepalingen van Hoofdstuk 14. De voorgestelde nieuwe terminologie verduidelijkt het onderscheid tussen de vaste voorzitter (benoemd door de CREG) en de ad hoc Voorzitter, en voert afzonderlijke definities in voor de "Voorzitter van de CRM Geschillencommissie", de "ad hoc Voorzitter" en de "voorzitter" (in het algemeen). In sectie 14.3.3.2 van het Voorstel merkt de CREG op dat er momenteel onzekerheid bestaat over de juridische aard van de door de CRM Geschillencommissie genomen Bindende Beslissingen. Om elke discussie en eventuele problemen bij de uitvoering van de beslissing van de CRM Geschillencommissie te voorkomen, acht de CREG het nuttig om paragraaf [848] te verduidelijken en te bepalen dat de Bindende Beslissing van de CRM Geschillencommissie de waarde van een derdenbeslissing heeft, behalve als de partijen het bij het begin van het geschil uitdrukkelijk en schriftelijk met elkaar eens zijn om te erkennen dat de Bindende Beslissing de waarde heeft van een arbitrale uitspraak in de betekenis van de artikelen 1676 en volgende van het Gerechtelijk wetboek. Bovendien acht de CREG het nuttig om in paragraaf [853] van het Voorstel het principe te verduidelijken waarmee de Voorzitter van de CRM Geschillencommissie op voorhand de kosten kan bepalen. De CREG is echter van mening dat wanneer een ad hoc Voorzitter wordt aangesteld, de verwijzingskosten moeten worden vastgesteld in overleg met de ad hoc Voorzitter om zo goed mogelijk in te spelen op de specifieke kenmerken van het geschil. Bovendien acht de CREG het nuttig om uitdrukkelijk te voorzien in de mogelijkheid om die verwijzingskosten in de loop van de procedure aan te passen, volgens de regels die in het Procedurereglement zijn vastgelegd. Niet-vertrouwelijk 31/40 De CREG acht het opportuun om het principe in paragraaf [856] van het Voorstel zo aan te passen dat de informatie die tussen de partijen wordt uitgewisseld in de loop van de procedure voor een bindende beslissing, tenzij anders bepaald, vertrouwelijk is ten aanzien van derden. De CREG acht die wijziging nuttig gezien de commercieel gevoelige aard van de informatie die in dit kader kan worden uitgewisseld. De CREG merkt op dat paragraaf 858 moet worden aangepast om rekening te houden met de mogelijkheid voor de partijen om het toepassingsgebied van een Bindende Beslissing te bepalen. Bovendien is de CREG van oordeel dat het in het kader van de spoedprocedure aangewezen is de voorzitter toe te staan af te wijken van de meerderheidsregel en alleen te beslissen. Bovengenoemde aanpassingen zijn ook opgenomen in het Procedurereglement (bijlage F). 4.11.2. Procedurereglement (bijlage F) Gelet op de incoherenties in de procedure voor de benoeming van de ad hoc Voorzitter, acht de CREG het noodzakelijk om punt 13 van het Reglement zodanig aan te passen dat het op een duidelijke en systematische wijze de verschillende fasen vastlegt van de procedure voor de benoeming van een ad hoc Voorzitter door de partijen en de specifieke termijnen die daaraan verbonden zijn. Om elke blokkering of vertraging in de behandeling van een geschil te vermijden, acht de CREG het eveneens nuttig te bepalen dat de Voorzitter van de CRM Geschillencommissie bij gebrek aan akkoord tussen de partijen op eigen initiatief een ad hoc Voorzitter aanwijst. De CREG stelt vast dat er ook onduidelijkheid bestaat over de procedure voor de benoeming van de ad hoc leden van de CRM Geschillencommissie. Daarom worden punt 16 tot en met 18 herzien om een duidelijkere procedure en termijnen vast te leggen. In sectie 1.3.2 van het Reglement acht de CREG het van belang om de mogelijkheid op te nemen voor partijen om, in geval van akkoord en behoudens andersluidende beslissing van de voorzitter, het Engels als proceduretaal te hanteren. Sectie 1.3.5 van het Reglement bepaalt dat uitsluitend het Secretariaat de communicatie tussen de CRM Geschillencommissie en de partijen verzorgt. De CREG acht het evenwel nuttig te bepalen dat, wanneer een ad hoc Voorzitter wordt aangesteld, hij verantwoordelijk is voor het beheer van de communicatie met de ad hoc leden en de partijen. Om een zekere centralisatie van de informatie mogelijk te maken en de continuïteit van de activiteiten van de CRM Geschillencommissie te verzekeren, is de CREG bovendien van mening dat punt 39 ook een gecentraliseerde IT-tool moet invoeren die door het Secretariaat ter beschikking wordt gesteld aan de ad hoc Voorzitter. De CREG merkt ook op dat er momenteel te veel onzekerheid bestaat over de manier waarop bepaalde zaken in verband met de vaststelling van de verwijzingskosten moeten worden aangepakt. Bijgevolg is de CREG van oordeel dat de bepalingen rond de kosten moeten worden aangepast aan de verschillende situaties die zich kunnen voordoen bij de behandeling van een geschil door de CRM Geschillencommissie, om zo elke vertraging of blokkering in de behandeling van het dossier te vermijden. In het bijzonder legt de tekst nu de mogelijkheid vast om de verwijzingskosten in de loop van de procedure aan te passen, waarbij ze in principe lager blijven dan de voorziene maximumbedragen. Die maxima zelf worden met drie vermenigvuldigd, in overeenstemming met het voorstel van Elia. In sectie 1.3.10 van het Procedurereglement acht de CREG het aangewezen om paragraaf 61 te wijzigen en de Geschillencommissie de mogelijkheid te bieden om van bepaalde regels van het Procedurereglement af te wijken, mits het akkoord van alle partijen. Niet-vertrouwelijk 32/40 In sectie 1.4.8 merkt de CREG op dat de in punt 87 bepaalde spoedprocedure verduidelijkt moet worden. Er moet immers worden vastgelegd dat de eiser die procedure kan aanvragen in het kader van de Kennisgeving, en dat de andere partij in haar Bericht van Antwoord een standpunt over dat verzoek kan innemen. Om de snelheid die inherent is aan een spoedprocedure te verzoenen met de tijd die nodig is om het dossier zorgvuldig te bestuderen, acht de CREG het bovendien aangewezen om te bepalen dat de voorzitter niet langer over vijftien
(15)Werkdagen beschikt om een Bindende Beslissing te nemen, zoals nu vastgelegd in punt 88, maar over een termijn van minimaal vijftien
(15)tot maximaal vijfentwintig
(25)Werkdagen. Volgens de CREG moet die marge het mogelijk maken de termijnen te bepalen naargelang de complexiteit van de zaak en de tijd die nodig is om het dossier te onderzoeken. 4.12. CO2-EMISSIEGRENSWAARDEN Bijlage 18.1.10 van het Voorstel bevat de door het Directoraat-generaal Energie van de FOD Economie opgestelde richtsnoeren voor de kwantificering van de CO2-emissies met het oog op de prekwalificatie. Sectie 18.1.10.1. met betrekking tot de voorwaarden voor prekwalificatie worden de emissiegrenswaarden gespecificeerd waaraan productie-eenheden die fossiele brandstoffen gebruiken, moeten voldoen om te worden geprekwalificeerd. In overleg met het Kabinet van de Minister van Energie heeft het Directoraat-generaal Energie het noodzakelijk geacht deze grenswaarden aan te passen. Een snelle en drastische vermindering van de broeikasgasuitstoot in alle sectoren is inderdaad vereist om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te behalen en de opwarming te beperken tot maximum 2°C, en om toch een beperking van de opwarming tot 1,5°C na te streven. Rekening houdende, ook met de oproep tot een versnelde afbouw van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, zoals opgenomen in de RePower EU communicatie, en met met het feit dat de grenswaarden uit de Elektriciteitsverordening maximale waarden zijn en ACER er in haar opinie 22/1019 op wijst dat Lidstaten ook ambitieuzer kunnen zijn om de decarbonisatiedoelstellingen te ondersteunen, wordt daarom de tweede drempel van jaarlijkse emissies in het CRM naar nul bijgesteld. Bijlage 18.1.10 wordt dienovereenkomstig aangepast, in overeenstemming met de door het Directoraat-generaal Energie toegezonden tekst. Met het oog op de samenhang zijn ook in de Werkingsregels punctuele aanpassingen aangebracht. Niet-vertrouwelijk 33/40 5. AAN TE BRENGEN AANPASSINGEN AAN DE VOLGENDE WERKINGSREGELS De CREG verzoekt Elia om de volgende wijzigingen aan te brengen aan het Voorstel van de Werkingsregels die zij in 2023 bij de CREG zal indienen. 5.1. 5.1.1. ALGEMENE AANPASSINGEN Redactionele kwaliteit van het Voorstel Net als in 2021 vraagt de CREG aan Elia om ervoor te zorgen dat de Nederlandse en Franse versies van haar Voorstel even volledig zijn als de Engelse versie. In dit verband zal Elia: - voor de tekst van haar Voorstel 2023 niet de opnieuw vertaalde Engelse versie van de door de CREG vastgelegde Werkingsregels van 2022 als uitgangspunt nemen, maar de Nederlandse en Franse versies; - de gehele tekst systematisch nalezen op typfouten, syntactische fouten, vertaalfouten van vaak gebruikte begrippen ( in het Frans bv. "raccordement" en niet "connexion"), enz. De CREG herinnert Elia eraan dat zij, als Belgische administratieve overheid, verplicht is enkel de landstalen te gebruiken en dat de documenten die Elia officieel bij haar indient in het Frans en/of het Nederlands moeten zijn opgesteld. Gezien de aanzienlijke hoeveelheid tijd die de CREG zowel in 2021 als in 2022 heeft moeten besteden aan het aanbrengen van eenvoudige redactionele verbeteringen in de vaak onbegrijpelijke tekst, waarschuwt de CREG Elia dat indien haar Voorstel 2023 niet voldoet aan een minimumniveau van redactionele kwaliteit, de CREG kan beslissen om haar Voorstel pas in overweging te nemen wanneer dit minimumniveau wel wordt bereikt. 5.1.2. Reductiefactor De CREG heeft de regels geanalyseerd die in het Voorstel zijn opgenomen met betrekking tot een evolutie van de Reductiefactor voor CMU's met meerjarencontracten. Sectie 5.4.5 van het Voorstel bepaalt dat een Resterend In Aanmerking Komend Volume kan voortvloeien uit de bijwerking van de Reductiefactoren en vervolgens kan worden aangeboden op een nieuwe Veiling. Paragrafen 212 en 213 van het Voorstel stellen dat die update geen enkele invloed heeft op de verplichtingen in verband met de Gecontracteerde Capaciteit. Dat geldt zowel voor CMU's zonder Energiebeperking(
- en)als voor CMU's met Energiebeperking(en). In hoofdstukken 8 - Pre-leveringscontrole - en 9 - Beschikbaarheidscontrole - wordt echter een belangrijk onderscheid gemaakt tussen die twee types Capaciteiten. CMU's zonder Energiebeperking(
- en)verbinden zich er contractueel toe een percentage van hun capaciteit te leveren, rekening houdend met de in bijlage A van het Contract vermelde Reductiefactor. Een CMU van 1.000 MW met een Reductiefactor van 80% verbindt zich ertoe 800 MW beschikbaar te stellen voor de duur van het contract. Niet-vertrouwelijk 34/40 CMU's met Energiebeperking(en), daarentegen, verbinden zich ertoe het volledige gecontracteerde vermogen gedurende een beperkt aantal uren (SLA) beschikbaar te stellen. Een CMU met een vermogen van 100 MW met een Reductiefactor van 60% en 4 SLA-uren verbindt zich er dus toe om gedurende 4 uur 100 MW te leveren. Om de Vraagcurve voor de volgende Veiling te bepalen, wordt de bijdrage van die capaciteiten aan de dekking van de vraag beperkt tot het gecontracteerde volume, oftwel respectievelijk 800 MW en 60 MW. Een latere verlaging van de Reductiefactor heeft geen gevolgen voor bestaande contracten. De te leveren capaciteit verandert niet. Volgens de voorgestelde regels kan een latere verhoging van de Reductiefactor resulteren in een Resterend In Aanmerking Komend Volume. Afhankelijk van de keuze van de CRM-Actor, kan deze worden aangeboden op de Primaire Markt of voorwerp uitmaken van een Opt-Out IN. Deze mogelijkheid om een additioneel volume te valoriseren is gebaseerd op het principe dat een grotere bijdrage aan de bevoorradingszekerheid moet worden beloond. De CREG merkt echter een fundamenteel verschil op tussen de twee types Capaciteit. Als de Reductiefactor van de CMU zonder Energiebeperking(
- en)met een contract voor 800 MW wordt verhoogd van 80% tot 90%, kan er immers 100 MW meer worden gevaloriseerd. Als zij besluit die te contracteren, neemt zij een extra beschikbaarheidsverplichting op zich en is ze blootgesteld aan extra penaliteiten. Volgens de CREG rechtvaardigt die extra bijdrage tot de dekking van de vraag een bijkomende vergoeding. Daarentegen, voor de CMU met Energiebeperking(en), die al verplicht is haar volledige capaciteit beschikbaar te stellen tijdens SLA-uren, zal de verbetering van de Reductiefactor echter geen effect hebben op de beschikbaarheidsverplichting. Een aanvullende vergoeding is in dat geval dus niet gerechtvaardigd. Daarom kan dit niet resulteren in een Resterend In Aanmerking Komend Volume. De CREG is van oordeel dat niet de grotere bijdrage tot de bevoorradingszekerheid moet leiden tot een bijkomende vergoeding - voor zover die het gevolg is van toevallige elementen - maar wel het op zich nemen van bijkomende beschikbaarheidsverplichtingen. Dat is overigens in overeenstemming met de definitie van capaciteitsvergoeding in de Elektriciteitswet, namelijk "de periodiek toegekende vergoeding voor de capaciteitsleveranciers in ruil voor de terbeschikkingstelling van hun capaciteit" (art. 1, 76° - onderlijnd door de CREG). De CREG is dan ook van mening dat de door Elia voorgestelde Werkingsregels op dat punt moeten worden aangepast om CMU's met Energiebeperking(
- en)de mogelijkheid te ontnemen een extra vergoeding te genereren zonder tegenprestatie; de grotere bijdrage van die CMU's aan de bevoorradingscapaciteit moet in aanmerking worden genomen door de invoering van een extra dummy bid. De Werkingsregels met betrekking tot de Secundaire Markt zullen ook indie zin moeten worden herbekeken. Uit het antwoord van Elia op de openbare raadpleging van de CREG en de daaropvolgende uitwisselingen blijkt echter dat Elia vreest niet voldoende tijd te hebben om haar operationele processen voor de volgende Veiling aan te passen. Voorts hebben enkele marktspelers tijdens die raadpleging te kennen gegeven dat zij graag zouden worden geraadpleegd over het nieuwe ontwerp voordat het wordt uitgevoerd. De CREG vraagt Elia dan ook om in haar volgende Voorstel de nodige correcties aan te brengen aan de Werkingsregels, na overleg met de marktspelers. Die aanpassingen zouden van toepassing moeten zijn op de bestaande Capaciteitscontracten. Het feit dat de CREG het Voorstel op dit punt aanvaardt voor Niet-vertrouwelijk 35/40 de veiling van 2022 is ingegeven door operationele vereisten en kan in geen geval als argument worden gebruikt door die Capaciteitsleveranciers om een uitzondering te bekomen op de toepassing van deze nieuwe bepaling. 5.1.3. Behandeling van niet in een Veiling geselecteerde volumes De CREG vraagt aan Elia om de impact van niet op de Veiling geselecteerde volumes op de Vraagcurve opnieuw te onderzoeken. 5.2. PUNCTUELE AANPASSINGEN Zoals hierboven vermeld (§ Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.), wordt Elia verzocht in haar Voorstel 2023 de gevolgen te verduidelijken van een audit waaruit zou blijken dat de CRM-Actor onjuiste informatie heeft opgenomen in zijn Prekwalificatiedossier. Met betrekking tot de punten 5.4.2.2.1 en 5.4.2.2.2 (classificatie van Opt-outvolumes voor de Y4- en Y-1-Veilingen), en om de Opt-outvolumes zo correct mogelijk te classificeren, vraagt de CREG aan Elia, met het oog op het Voorstel 2023, de classificatie voor zowel de Y-4- als de Y-1-Veilingen opnieuw te beoordelen op basis van een analyse van de redenen voor een "gedeeltelijke opt-out". De paragrafen 306 en 307 van het Voorstel hebben betrekking op de impact van een vertraging in een netinfrastructuurproject op de mogelijkheid om al dan niet een CMU-combinatie te selecteren. Zoals de CREG het begrijpt bepaalt paragraaf 306 dat indien het vertraagde infrastructuurproject een voorwaarde is voor de haalbaarheid van de combinatie van CMU's, deze combinatie niet geselecteerd kan worden tijdens de Veiling. Anderzijds is de CREG er, ondanks talrijke pogingen, niet in geslaagd om van Elia een duidelijke uitleg te krijgen over de reikwijdte van § 307, die betrekking heeft op de hypothese dat dit vertraagde infrastructuurproject geen voorwaarde is voor de haalbaarheid van de combinatie van CMU's. Uit de huidige tekst ("zolang de haalbaarheid van het vertraagde netinfrastructuurproject […] gegarandeerd blijft") blijkt met name niet duidelijk wat het gevolg zou zijn voor de geselecteerde CMU-combinatie indien deze haalbaarheid niet langer gegarandeerd is. De CREG vraagt aan Elia om dit punt te verduidelijken in het kader van het Voorstel voor 2023. Om de verplichte capaciteit van een CMU met Energiebeperking(
- en)te bepalen, voorziet sectie 9.4.3.1.3 van het Voorstel één activatie per dag. De CREG stelt zich de vraag over de opportuniteit van deze beperking tot één activatie per dag, rekening houdend met het feit dat gesimuleerde momenten van tekorten een kortere duur hebben dan in het verleden (hetgeen deels de verhoging van de reductiefactoren verklaart), en dat deze capaciteiten vaak bestaan uit een pool van verschillende kleinere capaciteiten, zodat deze beperking eventueel kan worden versoepeld. De CREG verzoekt Elia om dit te onderzoeken en, desgevallend, de modaliteiten aan te passen op het dienstverleningsniveau voor een CMU met Energiebeperking(en). Uit paragraaf 521 van het Voorstel blijkt duidelijk dat de verificatie door Elia van het Actieve Volume enkel is vastgelegd voor Leveringspunten die zijn aangesloten op het ELIA-Net of op een CDSO die zelf is aangesloten op het ELIA-Net. Op de vraag hoe het zit met de Leveringspunten die aangesloten zijn op het DSO-net (of met een CDS die zelf is aangesloten op het DSO-net), antwoordde Elia dat hierover besprekingen zouden plaatsvinden met de distributienetbeheerders en dat het Voorstel 2023 het resultaat van die besprekingen zou bevatten. De CREG neemt nota van die aangekondigde wijzigingen. Niet-vertrouwelijk 36/40 De CREG is van mening dat het gebruik van de term "Transactie" of "transactie" verwarrend is, met name wegens de redactionele conventie dat alle termen die deel uitmaken van een gedefinieerd concept met een hoofdletter moeten worden geschreven. Bijvoorbeeld, met de term "Transactiedatum" verwijst men uitdrukkelijk naar een transactie op de Secundaire Markt, wat voor verwarring zorgt. Bovendien lijkt het moeilijk om, zoals vaak het geval is in de tekst van de Werkingsregels, een transactie op de Primaire Markt en een transactie op de Secundaire Markt aan elkaar gelijk te stellen, aangezien de eerstgenoemde een "Transactie" is in de betekenis waarin deze term is gedefinieerd, terwijl de tweede betrekking heeft op de overeenkomst tussen de Verkoper van een Verplichting en de Koper van een Verplichting (en niet de Transactie met Elia). De vraag rijst dan hoe om te gaan met Transacties die plaatsvinden na een transactie op de Secundaire Markt. De CREG vraagt Elia om te overwegen concepten in te voegen die elke dubbelzinnigheid in dit opzicht zouden wegnemen, door bijvoorbeeld de termen "Transactie van de Primaire Markt" en "Transactie van de Tweede Markt" te introduceren. Niet-vertrouwelijk 37/40 6. CONCLUSIE Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7undecies, § 12; Gelet op het nieuwe voorstel van werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dat Elia op 1 februari 2022 aan de CREG heeft overgemaakt; Gelet op de openbare raadpleging die de CREG tussen 13 april 2022 en 4 mei 2022 heeft georganiseerd; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme moet opstellen en uiterlijk op 15 mei 2022 op haar website moet publiceren; Overwegende dat de voorgestelde Werkingsregels in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen die hun zijn toegewezen door de wet van 29 april 1999; Overwegende het feit dat de minimale inhoud van de werkingsregels, zoals bepaald door artikel 7undecies, § 12, lid 3 van de wet van 29 april 1999, in het voorstel van de werkingsregels staat, onder voorbehoud van de overwegingen van de CREG in de secties 3.1.1 tot en met 3.1.2 hierboven, resulterend in de beschreven wijzigingen aan het voorstel van de werkingsregels; Overwegende dat de voorgestelde Werkingsregels ook moeten worden gewijzigd, om de redenen en voor zover uiteengezet in hoofdstuk 4, alsook om de leesbaarheid en consistentie tussen de Franse en de Nederlandse versie te verbeteren, en overlappingen te voorkomen; Overwegende, gezien de datum van invoering van de Werkingsregels en de wettelijke termijn voor de publicatie van de werkingsregels, dat bepaalde verbeteringen van genoemd voorstel, uiteengezet in hoofdstuk 5, bij deze beslissing niet kunnen worden opgenomen, maar zullen moeten worden geïmplementeerd in de versie voor het Voorstel van de Werkingsregels voor 2023; Beslist de CREG om de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, die in bijlage 1 zijn opgenomen, vast te stellen. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Digitally signed by CREG on behalf of Laurent Jacquet Date: 13/05/2022 16:56:33 Digitally signed by CREG on behalf of Andreas Tirez Date: 13/05/2022 16:56:51 Laurent JACQUET Directeur Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijk Digitally signed by CREG on behalf of Koen Locquet Date: 13/05/2022 16:57:38 Koen LOCQUET Wnd. voorzitter van het directiecomité 38/40 BIJLAGE 1 Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Niet-vertrouwelijk 39/40 BIJLAGE 2 Consultatierapport Niet-vertrouwelijk 40/40