← België

Beslissing tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de meth

(B)2409 20 oktober 2022 Beslissing tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet Artikelen 11, §2, 15, §1, eerste lid, en 23, §2, tweede lid, 46° tot 48°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 10 2.1. Algemeen............................................................................................................................... 10 2.2. Raadpleging ........................................................................................................................... 10 3. CONTEXT OPDELING TEN AANZIEN VAN HET TECHNISCH REGLEMENT ....................................... 11 4. TOELICHTING EN BEHANDELING VAN DE ONTVANGEN OPMERKINGEN ...................................... 13 4.1. Boek 1 – Algemeen ................................................................................................................ 18 4.1.1. Titel 1.1 - Definities en toepassingsgebied .................................................................... 18 4.1.2. Titel 1.2 - Basisbeginselen ............................................................................................. 25 4.1.3. Titel 1.3 - Informatie, voorzorgen met het oog op het bewaren van de vertrouwelijkheid, openbaarheid ................................................................................................................................ 30 4.1.4. Titel 1.4 - Uitvoering van de taken en opdrachten bedoeld in deze gedragscode op de uitrustingen, goederen en installaties........................................................................................... 30 4.1.5. Titel 1.5 - Formaliteiten ................................................................................................. 30 4.1.6. Titel 1.6 - Brugbepalingen ten aanzien van het technisch reglement ........................... 31 4.2. Boeken 2 tot 7 – Voorstel van Elia van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet ............................................................................................................................. 31 4.2.1. Vooraf ............................................................................................................................ 31 4.2.2. Analyse van het voorstel van Elia van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet ..................................................................................................... 32 4.2.3. 4.3. Conclusie betreffende het voorstel van Elia.................................................................. 86 Boek 8 – Voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten ...................... 87 4.3.1. Vooraf ............................................................................................................................ 87 4.3.2. Voorwaarden voor het verstrekken van ondersteunende diensten in het algemeen .. 88 4.3.3. Voorwaarden voor het verstrekken van balanceringsdiensten .................................... 92 4.3.4. Voorwaarden voor het verstrekken van blindvermogensdiensten............................. 103 4.3.5. Voorwaarden voor het verstrekken van hersteldiensten ........................................... 113 4.3.6. Voorwaarden voor het verstrekken van beschermingsdiensten ................................ 118 4.4. Boek 9 – Voorwaarden voor toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur met inbegrip van capaciteitstoewijzing en congestiebeheer ............................................................................... 120 4.5. Boek 10 – Permanente dialoog met de marktoperatoren in het kader van de in deze gedragscode behandelde onderwerpen ......................................................................................... 125 4.6. 5. Boek 11 - Slotbepalingen ..................................................................................................... 128 CONCLUSIE .................................................................................................................................. 138 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................. 139 Niet-vertrouwelijk 2/141 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................. 140 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................. 141 Niet-vertrouwelijk 3/141 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt hierna de gedragscode vast bedoeld in artikel 11, §2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Deze gedragscode bevat de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake het verstrekken van ondersteunende diensten en toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer (hierna: de “gedragscode”). De CREG onderzoekt in dat kader het voorstel van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet dat werd ingediend bij de CREG door Elia Transmission Belgium NV (“Elia”), en dit ter goedkeuring door de CREG wat betreft het deel “aansluitingsprocedures”. De Nederlandstalige versie van het voorstel werd ingediend op 16 mei 2022; de Franstalige versie van het voorstel, samen met een aanpassing van de Nederlandstalige versie, werden ingediend per brief van 3 juni 2022. De CREG heeft een openbare raadpleging georganiseerd over haar ontwerpbeslissing (B)24091 van 16 juni tot 28 juli 2022. De CREG heeft vijf reacties op deze raadpleging ontvangen, nl. van Elia, Febeg, Febeliec, BSTOR en ODE. Elia heeft een aangepast voorstel van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet, meer bepaald van de aansluitingsprocedures en ter uitbreiding waar nodig van de bepalingen van haar initieel voorstel naar energieopslagfaciliteiten en verbruiksinstallaties, ingediend bij de CREG per brief van 11 oktober 2022. De gedragscode wordt in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Het voorstel van Elia, zoals ingediend door Elia per brieven van 16 mei en 3 juni 2022 samen met een begeleidende nota, het aangepaste voorstel van Elia, zoals ingediend per brief van 11 oktober 2022, alsmede de gecoördineerde versie van het voorstel van Elia met wijzigingen vanwege de CREG (aangeduid via track changes), worden in bijlage 2 van deze beslissing toegevoegd. Bijlage 3 bevat tenslotte het resultaat van de openbare raadpleging die de CREG organiseerde (de niet-vertrouwelijke reacties). Deze beslissing werd genomen door het directiecomité van de CREG op 20 oktober 2022. 1 Ontwerpbeslissing (B)2409 van 16 juni 2022 tot vaststelling van de gedragscode houdende de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en houdende de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, en tot goedkeuring in dat kader van het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures op het transmissienet. Niet-vertrouwelijk 4/141 1. WETTELIJK KADER 1. Bij arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 werd België o.m. veroordeeld tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,

  1. a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. Dit brengt met zich mee dat een belangrijk aantal materies die op heden met toepassing van artikel 11 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: “de elektriciteitswet”) geregeld worden in het technisch reglement vastgesteld door de Koning tot de exclusieve bevoegdheden van de CREG behoren. De elektriciteitswet werd in dit kader aangepast door middel van de wet van 21 juli 2021 en deze laatstgenoemde wet geeft onder meer de bevoegdheid aan de CREG, per 1 september 2022, om een gedragscode vast te stellen. 2. Artikel 11 van de elektriciteitswet bepaalt meer bepaald het volgende met ingang vanaf 1 september 20222: “§ 1. De Koning stelt een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet. Na overleg met de netbeheerder en na advies van de commissie, bepaalt de Koning in het technisch reglement, bedoeld in het eerste lid, minstens: 1° de technische veiligheidscriteria en technische voorschriften met de minimumeisen inzake het technische ontwerp, de bedrijfsvoering en de exploitatie van productie-installaties, de distributiesystemen, de apparatuur van direct aangesloten afnemers, de interconnector circuits en de directe lijnen, waaraan moet worden voldaan. Die technische voorschriften zijn objectief en niet-discriminerend. 2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepalingen 1° en 2° van paragraaf 2, tweede lid; 3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling; 4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten; 5° [1 ...] 6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepaling onder 2° van paragraaf 2, tweede lid. 7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de 2 Artikel 11 werd gewijzigd door artikel 6 van de wet van 21 juli 2021 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Deze wijzigingen treden in werking vanaf 1 september 2022 met toepassing van artikel 22 van de wet van 21 juli 2022. Niet-vertrouwelijk 5/141 gebruikers met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepaling onder 1° van paragraaf 2, tweede lid; 8° de omstandigheden waarin de commissie kan beslissen dat de elektriciteitsproductieeenheid, de verbruikersinstallatie, de installatie van een distributienet aangesloten op een transmissienet, het distributienet aangesloten op het transmissienet, het HVDC-systeem of DC-aangesloten power park module op het transmissienet, bedoeld door de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC, te beschouwen is als bestaand of nieuw, voor de toepassing van deze Europese netwerkcodes en het technisch reglement; 9° de bepalingen inzake voorafgaande goedkeuring van het systeembeschermingsplan, het herstelplan en het testplan, alsook de elementen die deze plannen moeten bevatten, onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van de Europese netwerkcode E&R; deze plannen bevatten onder meer de methodologie voor de dimensionering van de behoeften aan systeembeschermingsdiensten en hersteldiensten, alsmede deze voor de bepaling van de middelen om aan deze behoeften te voldoen; 10° de elementen die het risicoparaatheidsplan moet bevatten onverminderd de elementen daarin op te nemen met toepassing van Verordening (EU) 2019/941. Overeenkomstig het technisch reglement, verduidelijken de contracten van de netbeheerder met betrekking tot de toegang tot het net de toepassingsmodaliteiten hiervan voor de gebruikers van het net, de distributeurs of de tussenpersonen op een niet discriminatoire manier. Op voorstel van de netbeheerder, en na advies van de commissie, keurt de Koning de volgende onderdelen van het technisch reglement bedoeld in het eerste en tweede lid goed: 1° de maximumcapaciteitsdrempelwaarden van toepassing op elektriciteitsproductieeenheden van de types A, B, C en D overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de Europese netwerkcode RfG; 2° de eisen voor algemene toepassing. In het technisch reglement bedoeld in het eerste lid wijst de Koning de bevoegde instantie aan bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 2019/941. § 2. De commissie legt een gedragscode vast. In die gedragscode bepaalt de commissie, op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet. In die gedragscode bepaalt de commissie, na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake: 1° de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers, om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en 2° toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. § 3. De commissie en de Algemene Directie Energie informeren elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement.” Niet-vertrouwelijk 6/141 3. Artikel 15, § 1, eerste lid, van de elektriciteitswet bepaalt wat volgt met inwerkingtreding op 3 september 2021: “De netbeheerder maakt aan de commissie een voorstel over met transparante en efficiënte procedures en voorwaarden voor de niet-discriminerende toegang tot en aansluiting op het transmissienet, met inbegrip van de te verstrekken gegevens, de aansluitingstermijnen, de criteria en de transmissienettarieven. Die procedures worden door de netbeheerder bekend gemaakt voor zover voornoemde aansluitingsprocedures werden goedgekeurd door de commissie.” 4. Artikel 23, §2, tweede lid, van de elektriciteitswet voorziet terzake volgende bevoegdheden voor de CREG met ingang vanaf 1 september 2022: “46° de methoden goedkeuren voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden bedoeld in artikel 11, § 2, eerste lid, inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, inclusief de transmissietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen. 47° de methoden vastleggen voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten bedoeld in artikel 11, § 2, tweede lid, 1°, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria; 48° de voorwaarden vastleggen inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur bedoeld in artikel 11, § 2, tweede lid, 2°, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.” 5. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan de artikelen 11, §2, 15, §1, eerste lid, en 23, §2, tweede lid, 46° tot 48°, van de elektriciteitswet. 6. De CREG stelt vast dat de termen “vaststellen” en “goedkeuren” in deze wettelijke bepalingen die het kader scheppen voor vaststelling van de gedragscode door elkaar worden gebruikt alsof dit synoniemen zijn. Dit terwijl beide noties in de nationale context een juridisch eigen betekenis hebben. Een goedkeuringsprocedure van een voorstel van Elia noopt de CREG tot een afkeuring indien ze niet akkoord kan gaan met het voorstel van Elia, waarbij Elia een aangepast voorstel aan de CREG moet richten om haar goedkeuring te bekomen. Een vaststelbevoegdheid voor de CREG, al dan niet op voorstel van Elia, impliceert dat de CREG hetzij van bij het begin zelf de regeling opstelt, hetzij het voorstel van Elia zelf kan wijzigen3, weliswaar mits behoorlijke motivering en raadpleging van de netbeheerder en de marktpartijen. 3 Zie ook COMMISSION STAFF WORKING PAPER - INTERPRETATIVE NOTE ON DIRECTIVE 2009/72/EC CONCERNING COMMON RULES FOR THE INTERNAL MARKET IN ELECTRICITY AND DIRECTIVE 2009/73/EC CONCERNING COMMON RULES FOR THE INTERNAL MARKET IN NATURAL GAS dd. 22 January 2010 - THE REGULATORY AUTHORITIES, p. 14: “As a result, it is now up to the NRA alone to fix or approve either the network tariff or the network tariff methodology. These new provisions give Member States four options as regards the way tariffs for network access and balancing services are established: the NRA fixes the tariffs, the NRA fixes the methodology, the NRA approves the tariffs or the NRA approves the methodology. Recital 36 of the Electricity Directive and recital 32 of the Gas Directive mention that the NRA will fix or approve the tariff or the methodology on the basis of a proposal by the TSO or distribution system operator(
  2. s)or liquefied natural gas (LNG) system operator(s), or on the basis of a proposal agreed between those operator(
  3. s)and the users of the network. This means that the NRA also has the power to reject and amend such proposal. If the NRA is given the power over the methodology (fixing or approving), it is up to the TSOs to calculate the tariffs (which have to be in line with the methodology approved by the NRA)” (eigen nadruk). Niet-vertrouwelijk 7/141 Verder geven een aantal van de voornoemde wettelijke bepalingen de indruk dat de tarieven of methoden deel uitmaken van de gedragscode, terwijl dit uiteraard niet de bedoeling kan zijn. De wettelijke bepalingen inzake het vaststellen door de CREG van de tariefmethodologie en de goedkeuring van de tarieven zijn opgenomen in artikel 12 van de elektriciteitswet. De totstandkoming ervan is onderworpen aan eigen procedures en vormvereisten, die op zich al de nodige complexiteit hebben. De CREG meent de wettelijke bepalingen in die zin te kunnen lezen dat de tariefmaterie buiten de gedragscode geregeld blijft. De CREG meent verder dat de term “goedkeuring” in artikel 23, §2, tweede lid, 46°, van de elektriciteitswet hier niet in strikte betekenis kan worden gelezen, aangezien dit artikel in wezen strekt tot de herhaling/oplijsting van de bevoegdheden van de CREG reeds bepaald in andere artikelen van de elektriciteitswet, zoals in casu artikel 11, §2, waarin sprake is van “vaststellen”, en dit ook in strijd zou komen met andere bepalingen in de elektriciteitswet, bv. wat betreft de tariefmethodologie waar de CREG met toepassing van artikel 12 van de elektriciteitswet duidelijk een vaststelbevoegdheid heeft, en geen goedkeuringsbevoegdheid, en derhalve voorrang moet worden gegeven aan de term “vaststellen” in artikel 11, §2, van de elektriciteitswet. Gezien echter artikel 15, §1, eerste lid, van de elektriciteitswet uitdrukkelijk in de context van de aansluitingsprocedures gewag maakt van een goedkeuring door de CREG, heeft de CREG geoordeeld de wettelijke bepalingen in die zin te moeten lezen dat het deel “aansluitingsprocedures” van het voorstel van Elia van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet, onderworpen is aan de goedkeuring van de CREG alvorens vaststelling daarvan in de gedragscode. Dit betekent concreet dat, als het deel “aansluitingsprocedures” aanpassing behoeft, de CREG het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures zal afkeuren, waarna Elia een aangepast voorstel aan de CREG moet bezorgen dat beantwoordt aan de opmerkingen van de CREG. Dit betekent ook dat, voor de andere delen van het voorstel van Elia, die niet onderworpen zijn aan de goedkeuring van de CREG, de CREG deze bepalingen zelf kan wijzigen, mits motivering daarvan in haar beslissing en na behoorlijke raadpleging van de netbeheerder en de marktpartijen. 7. Verder heeft de CREG de bepalingen omtrent de goedkeuringsbevoegdheid van de typeovereenkomsten die Elia hanteert voor de aansluiting op, de toegang tot het transmissienet en het verstrekken van ondersteunende diensten opgenomen in de gedragscode. Hoewel de hiernavolgende artikelen van de elektriciteitswet (samen gelezen) het voorstel van de netbeheerder en de goedkeuring door de CREG van de type-overeenkomsten voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en voor het verstrekken van ondersteunende diensten (althans ten dele) nog als onderdeel van het technisch reglement lijken te beschouwen, is de CREG immers van mening dat de type-overeenkomsten voor de genoemde materies en de vaststelling van de voorwaarden daarvoor, waaronder ook de voorwaarden voor goedkeuring ervan, tot de exclusieve bevoegdheid van de CREG behoren gelet op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 (zie paragraaf 1 van deze beslissing) en artikel 11, §2, van de elektriciteitswet. De CREG gaat er derhalve vanuit dat de verwijzingen in de hiernavolgende bepalingen naar het technisch reglement wat betreft de voornoemde type-overeenkomsten als verwijzingen naar de gedragscode te beschouwen zijn. In de bewoordingen van artikel 23 , §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet leest de CREG bovendien de bevestiging dat zij inzake de type-overeenkomsten over een goedkeuringsbevoegdheid moet beschikken. Niet-vertrouwelijk 8/141 Ingevolge artikel 11, §1, eerste lid, 7°, van de elektriciteitswet bepaalt de Koning in het technisch reglement: “de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers *met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden bedoeld in de bepaling onder 1° van paragraaf 2, tweede lid;” [*lees: “met uitzondering van de vaststelling van de methode en de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten”]. Artikel 11, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “Overeenkomstig het technisch reglement, verduidelijken de contracten van de netbeheerder met betrekking tot de toegang tot het net de toepassingsmodaliteiten hiervan voor de gebruikers van het net, de distributeurs of de tussenpersonen op een niet discriminatoire manier”. (eigen nadruk) Met toepassing van artikel 23, §2, tweede lid, 9°, van de elektriciteitswet : “ controleert [de CREG] de toepassing van het technisch reglement, keurt de documenten goed die door dit reglement worden beoogd met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet evenals de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de regelzone en evalueert de prestaties uit het verleden van de regels van het technisch reglement die de veiligheid en de betrouwbaarheid van het transmissienet regelen”. (eigen nadruk) Het wetsontwerp nr. 2831/004, aangenomen door de Kamer op 6 oktober 2022 (www.dekamer.be), voorziet4 de invoeging van een punt 35°bis in artikel 23, §2, tweede lid, van de elektriciteitswet, dat luidt als volgt: “35°bis Bij ontvangst van een voorstel van de netbeheerder op grond van de bepaling onder 9°, kan de commissie, mits behoorlijke motivatie, de netbeheerder verzoeken om een aangepast voorstel te bezorgen binnen 40 kalenderdagen. Na ontvangst van een nieuw voorstel beslist de commissie, mits behoorlijke motivatie, over de typecontracten voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet, de verstrekking van ondersteunende diensten en de methoden voor de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur.” (eigen nadruk) 8. De CREG merkt tenslotte nog op dat het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna: “het koninklijk besluit van 22 april 2019”) sinds 1 september 2022 niet langer rechtsgrond vindt in artikel 11, §1, van de elektriciteitswet in zoverre het de aan de CREG voorbehouden materies betreft bedoeld in artikel 11, §2, van de elektriciteitswet. De verwijzingen in deel 4 van deze beslissing naar het koninklijk besluit van 22 april 2019 dienen dan ook in die context te worden begrepen. 4 Zie artikel 25, 2°,
  4. f)van het aangenomen wetsontwerp. Niet-vertrouwelijk 9/141 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 9. Artikel 11, § 3, van de elektriciteitswet bepaalt dat de CREG en de Algemene Directie Energie elkaar regelmatig en minstens twee maal per jaar informeren over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement. 10. De CREG en de Algemene Directie Energie hebben elkaar regelmatig geïnformeerd over hun werkzaamheden betreffende de gedragscode en het technisch reglement. De eerste twee overlegvergaderingen werden georganiseerd op 8 september 2021 en 18 oktober 2021, meer in het bijzonder om tot een opsplitsing te komen van het koninklijk besluit van 22 april 2019 en de gedragscode rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de CREG en de Koning (hierna “de opsplitsingsoefening”). Nadien vonden nog verdere overlegmomenten en e-mail uitwisselingen tussen de medewerkers van de CREG en de Algemene Directie Energie plaats. 11. In dezelfde periode vonden ook informele overlegvergaderingen plaats met medewerkers van Elia teneinde hen op de hoogte te houden van het resultaat van de opsplitsingsoefening met de Algemene Directie Energie en om het voorstel voor te bereiden dat Elia aan de CREG moet richten betreffende de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet met toepassing van artikel 11, §2, van de elektriciteitswet. 12. Binnen de werkgroep “Belgian Grid” van de Users’ Group van Elia werden de marktpartijen geïnformeerd van de opsplitsingsoefening die liep tussen CREG en de Algemene Directie Energie op 17 september 2021 en op 1 april 2022. De marktpartijen ontvingen van Elia een informele draft van het voorstel dat Elia aan de CREG moet richten betreffende de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet met de mogelijkheid om opmerkingen aan Elia te bezorgen van 19 april tot 3 mei 2022. Tijdens de bijeenkomst van de werkgroep “Belgian Grid” op 23 juni 2022 heeft de CREG een presentatie gegeven over de ontwerpbeslissing en de openbare raadpleging (zie sectie 2.2). 13. De CREG wenst te benadrukken dat de relatief korte tijdsspanne voor het tot stand brengen van de gedragscode, die zoals gezegd een opsplitsing inhoudt ten aanzien van het koninklijk besluit van 22 april 2019, waarbij de totstandkoming van de gedragscode in parallel met de wijziging van het technisch reglement plaatsvindt, onvermijdelijk tot gevolg zal hebben dat nog inconsistenties kunnen bestaan tussen beide teksten. De CREG zal ook nog een advies moeten uitbrengen over het ontwerp van gewijzigd technisch reglement. De CREG kan zich enkel baseren op de wettelijke bepalingen en de algemene principes inzake opdeling waarover de CREG en de Algemene Directie Energie overleg pleegden. 2.2. RAADPLEGING 14. Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement, in het kader van het vaststellen van de gedragscode, om, met toepassing van artikel 11, §2, van de elektriciteitswet en artikel 33, §1, van zijn huishoudelijk reglement, een openbare raadpleging te organiseren op de website van de CREG van 16 juni 2022 tot en met 28 juli 2022 over haar ontwerpbeslissing met als bijlagen het ontwerp van gedragscode van de CREG en het voorstel van Elia van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet in dat kader, met de wijzigingen daarvan door de CREG aangeduid via markering (track changes). De CREG heeft vijf reacties op deze raadpleging ontvangen, nl. van Elia, Febeg, Febeliec, BSTOR en ODE. Niet-vertrouwelijk 10/141 Het ontwerp van gedragscode van de CREG waarover zij de voornoemde openbare raadpleging hield, wordt in deze beslissing aangeduid als “de ontworpen gedragscode” of “haar ontwerp van gedragscode”. 3. CONTEXT OPDELING TEN AANZIEN VAN HET TECHNISCH REGLEMENT 15. Zoals aangegeven in deel 2 van deze beslissing vindt de totstandkoming van de gedragscode plaats in parallel met een wijziging van het technisch reglement. Beide documenten moeten tot stand gebracht worden tegen of zo snel als mogelijk na 1 september 2022, datum waarop artikel 11, §2, van de elektriciteitswet dat aan de CREG de bevoegdheid tot het vaststellen van een gedragscode geeft, in werking treedt. De gedragscode als bijlage bij deze beslissing gaat uit van de door de CREG verwachte wijziging van het technisch reglement op basis van de informele informatie-uitwisseling tussen de CREG en de Algemene Directie Energie vóór oktober 2022 in het kader van de totstandkoming van deze gedragscode. Aangezien de marktpartijen niet betrokken waren bij deze informele informatieuitwisseling, voegde de CREG, ter informatie van de marktpartijen, de informele opdeling besproken met de Algemene Directie Energie, die het uitgangspunt vormt voor de gedragscode, als bijlage bij haar ontwerpbeslissing (B)2409. De CREG beoogt uiteraard de maximale consistentie met de wijziging van het technisch reglement, voor zover de timing het toelaat, en zo nodig zal de CREG vrij snel nadien een evaluatie doen met het oog op een wijziging van de gedragscode om een betere consistentie met het gewijzigde technisch reglement te bereiken. 16. Verwijzingen naar specifieke artikelen van het technisch reglement worden vermeden in de gedragscode gezien de huidige nummering van artikelen wellicht zal veranderen. Indien de CREG tijdig zicht heeft op de nieuwe nummering van artikelen in het gewijzigde technisch reglement zal zij, waar nuttig, de algemene verwijzingen in de gedragscode nog vervangen door verwijzingen naar specifieke artikelen van het technisch reglement. Zo niet zal zij dit doen ter gelegenheid van de eerstvolgende wijziging van de gedragscode. Niet-vertrouwelijk 11/141 17. De gedragscode volgt een andere structuur dan het koninklijk besluit van 22 april 2019. De gedragscode bevat 11 boeken: 1. Algemeen 2. Aansluiting op het transmissienet aansluitingsvoorwaarden en planningsgegevens) (omvat aansluitingsprocedures, 3. Toegang tot het transmissienet (omvat toegang sensu stricto, evenwicht, programmaverantwoordelijkheid, verantwoordelijkheid voor de nietbeschikbaarheidsplanning) 4. Meteropnames en metingen 5. Specifieke modaliteiten tussen de transmissienetbeheerder enerzijds en de lokale transmissienetbeheerders en publieke distributienetbeheerders anderzijds, voor wat betreft de aansluiting van het lokaal transmissienet of het publiek distributienet op en de toegang tot het transmissienet 6. Regels van toepassing op de CDS-beheerders, aangesloten op het transmissienet en op hun relaties met de transmissienetbeheerder, met betrekking tot aansluiting op en toegang tot het transmissienet 7. Registratie van gegevens 8. Ondersteunende diensten 9. Toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer 10. Permanente dialoog met de marktoperatoren in het kader van de in deze gedragscode behandelde onderwerpen 11. Slotbepalingen. Niet-vertrouwelijk 12/141 4. TOELICHTING EN BEHANDELING ONTVANGEN OPMERKINGEN VAN DE 18. In dit deel geeft de CREG een toelichting bij de bepalingen van de gedragscode en behandelt zij de resultaten van de openbare raadpleging. De CREG geeft telkens de ontvangen opmerkingen weer in de linkerkolom5 en de reacties van de CREG in de rechterkolom. Indien de CREG, ingevolge de opmerkingen van marktpartijen ontvangen tijdens de openbare raadpleging, de betreffende bepaling in de gedragscode aanpast, wordt dit in de rechterkolom weergegeven (toevoegingen worden in vet aangeduid en schrappingen worden doorstreept). 19. De CREG ontving volgende algemene commentaren van marktpartijen: Febeliec Als eerste maar zeer essentiële opmerking betreurt Febeliec dat het de nieuwe versie van het federaal technisch reglement niet heeft ontvangen, aangezien het zeer moeilijk is zich uit te spreken over de gedragscode zonder te weten wat er in het federaal technisch reglement is behouden en hoe beide documenten op elkaar inwerken en elkaar mogelijk tegenwerken. Als zodanig zijn alle opmerkingen van Febeliec in dit stadium slechts voorlopig en zouden zij, na bestudering van het toekomstige federaal technisch reglement gewijzigd of aangepast kunnen worden met aanvullende opmerkingen. Als tweede belangrijke opmerking dringt Febeliec erop aan dat aan de netgebruikers voldoende tijd moeten krijgen om te voldoen aan eventuele wijzigingen in de gedragscode (en het nieuwe federaal technisch reglement) ten opzichte van het huidige federaal technisch reglement. Een zeer groot deel van het (huidige) federaal technisch reglement, de gedragscode en het (toekomstige) federaal technisch reglement hebben betrekking op de fysieke aansluitingen en de "hardware" van Reactie CREG De CREG begrijpt deze opmerking van Febeliec. Dit heeft alles te maken met het feit dat de opsplitsingsoefening van het koninklijk besluit van 22 april 2019 in een gedragscode en een herziening van dit technisch reglement parallel plaatsvinden. Beide teksten dienen zo snel als mogelijk tot stand te komen teneinde het arrest van het Europese Hof van Justitie alsook de wet van 21 juli 2021 te respecteren (Cf. onder deel 1 Wettelijk kader). De CREG benadrukt dat zij de gedragscode aan een regelmatige evaluatie zal onderwerpen en zal overgaan tot wijziging ervan telkens wanneer daartoe een legitieme nood bestaat. Elia geeft reeds zelf aan in haar begeleidend schrijven van 16 mei 2022 dat zij een aangepast voorstel inzake de regels inzake capaciteitsreservering in het vooruitzicht stelt. In deze oefening kunnen ook verbeteringen worden meegenomen teneinde beide teksten waar nodig beter op elkaar af te stemmen. De CREG is het eens met Febeliec dat waar nodig overgangsbepalingen moeten worden voorzien teneinde de impact van nieuwe maatregelen te mitigeren. De CREG is van mening dat de nieuwe maatregelen sowieso beperkt zijn aangezien de eerste versie van de gedragscode de bestaande regels uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 zoveel mogelijk beoogt over te nemen. 5 In dit kader merkt de CREG graag op dat ze de opmerkingen van de marktpartijen heeft vertaald naar het Nederlands en/of het Frans ten behoeve van de opmaak van beide taalversies van deze beslissing. Het betreft derhalve vrije vertalingen van de CREG; voor de originele versie van de opmerkingen verwijst de CREG naar bijlage 3 van deze beslissing met het geheel van de ontvangen niet-vertrouwelijke reacties. Niet-vertrouwelijk 13/141 installatienetgebruikers, met name industriële verbruikers, in tegenstelling tot sommige andere delen of andere regelgevende en juridische documenten die meer betrekking hebben op de werking en de "software" van deze installaties, en als zodanig kunnen plotse wijzigingen in de eisen een zeer belangrijke impact hebben op netgebruikers (die heel dure investeringen moeten doen of wijzigingen doorvoeren). Bijgevolg moeten netgebruikers voldoende tijd krijgen om aan de nieuwe eisen te voldoen. Hetzelfde geldt voor de wijziging van alle gerelateerde (regelgevende, wettelijke en andere) documenten, die alle zeer gedetailleerde en dus langdurige wijzigings- en goedkeuringsprocedures hebben ondergaan of nog ondergaan om ervoor te zorgen dat er geen ongewenste negatieve neveneffecten ontstaan. Febeliec dringt er dan ook met klem op aan dat bij de publicatie van een nieuwe gedragscode voldoende aandacht gaat naar deze aspecten om belangrijke kostenstijgingen en inefficiënties of zelfs erger te voorkomen. Zo lijkt een rechtstreekse inwerkingtreding op 1 september 2022 zonder overgangsbepalingen voor Febeliec onaanvaardbaar, omdat dit een ramp zou kunnen betekenen voor de netgebruikers. Febeliec verwelkomt de inspanningen die de CREG reeds heeft geleverd om dit effect te verzachten, maar dringt erop aan, vooral ook in het licht van de allereerste opmerking, dat terdege rekening wordt gehouden met dit punt om te voorkomen dat netgebruikers zich buiten hun eigen wil om niet aan de regels houden. Bovendien blijven de technische eisen deel uitmaken van het technisch reglement. Wat betreft de aansluitingsaanvragen, de aanvragen tot het bekomen van het statuut van balanceringsverantwoordelijke en iedere toegangsaanvraag ingediend voor de inwerkingtreding van de gedragscode wordt bepaald dat deze behandeld worden overeenkomstig de regels van het koninklijk besluit van 22 april 2019 (art. 244). De aanpassingen die worden doorgevoerd in de regels inzake de substantiële modernisering van installaties van transmissienetgebruikers betreffen geen inhoudelijke wijzigingen. Deze aanpassingen betreffen daarentegen de procedure voor behandeling van dergelijke dossiers. Zo wordt een voorafgaande raadpleging door de transmissienetbeheerder van de transmissienetgebruiker voorzien en wordt een beslissingstermijn van 60 kalenderdagen voorzien voor de CREG (weliswaar met de mogelijkheid tot eenmalige verlenging indien bijkomende informatie nodig is of de complexiteit van het dossier dit vereist). Beide maatregelen zijn in het voordeel van de transmissienetgebruikers: zij hebben de zekerheid hun stem in het dossier te kunnen laten horen en kennen de doorlooptijd (in de regel) voor beslissing door de CREG. Volgens de CREG noodzaken deze wijzigingen geen overgangsbepalingen. Verder houden de wijzigingen in de regels voor gedeelde aansluitingen preciseringen in van de zeer algemene bepalingen in het koninklijk besluit van 22 april 2019. Volgens de CREG noodzaken deze evenmin enige bijkomende overgangsbepaling ten aanzien van hogervermelde. De aanpassingen inzake de voorwaarden voor ondersteunende diensten vragen eerder om wijzigingen in de betreffende typeovereenkomsten waarvoor overgangsbepalingen voorzien zijn (art. 240 en 242 van de gedragscode). Verder bevat de gedragscode een nieuwe informatieplicht voor de netgebruiker, te weten over blindvermogensdiensten aan de toegangshouder (art. 222, §2) en over Niet-vertrouwelijk 14/141 Febeg Over het algemeen is Febeg tevreden vast te stellen dat de opsplitsing van het huidige technisch reglement in een nieuw technisch reglement en een gedragscode aangegrepen werd om de algemene kwaliteit en leesbaarheid te verhogen. Meer specifiek, waardeert Febeg de verbeterde afstemming op de Europese regels en richtsnoeren. Febeg benadrukt dat het nieuwe technisch reglement nog niet beschikbaar is. Als gevolg daarvan kunnen marktpartijen de consistentie tussen beide documenten niet verifiëren, noch in vraag stellen. Aangezien ze niet alle informatie hebben kunnen de marktpartijen niet op beslissende wijze de voorstellen in de gedragscode beoordelen. Bijgevolg is Febeg van mening dat sommige voorstellen de inhoud van de rechten en plichten van de betrokken partijen aanzienlijk wijzigen. Febeg betreurt dat deze wijzigingen worden voorgesteld zonder voorafgaande presentatie aan en bespreking met de marktpartijen. De achtergrond en de motivering van sommige wijzigingen worden niet goed begrepen. Febeg zou een diepgaandere discussie over de meest ingrijpende van de bovengenoemde punten (voornamelijk de door de CREG voorgestelde wijzigingen in "boeken" 8, 10 en 11) zeker op prijs stellen. Niet-vertrouwelijk hersteldiensten aan de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning (art. 227, §2). Deze informatieplicht heeft enkel een beperkte impact in de praktijk indien de betreffende rollen worden opgenomen door verschillende partijen. De CREG acht een overgangsbepaling hier niet nodig. Verder bevat de gedragscode, in tegenstelling tot het koninklijk besluit van 22 april 2019, ook bepalingen over de nadere regels inzake spanningsregeling en blindvermogensbeheer (art. 224). Deze houden echter eerder een formalisering in van het bestaande document, zonder deadline voor verdere wijzigingen die zullen besproken worden tussen de CREG en Elia. Reactie CREG De CREG neemt nota van deze opmerking van Febeg en bevestigt dat het inderdaad één van de doelstellingen is dat de gedragscode afgestemd is en blijft op de Europese regelgeving terzake. De CREG begrijpt de opmerking van Febeg en verwijst naar wat zij hoger uiteengezet heeft bij de gelijkaardige opmerking van Febeliec. De CREG erkent dat de ontworpen gedragscode niet artikelsgewijze is toegelicht en besproken met de marktpartijen. Dit heeft alles te maken met de relatief korte periode voor de opstelling ervan, die een intensief overleg heeft gevergd met de Algemene Directie Energie om tot een correcte opsplitsing te komen met het technisch reglement. De CREG heeft de marktpartijen via twee presentaties ingelicht over de globale aanpak voor het tot stand brengen van de eerste versie van de gedragscode (in de regel overname van de bepalingen uit het technisch reglement) en over het waarom van de wijzigingen die ze desalniettemin wenst door te voeren ten opzichte van het koninklijk besluit van 22 april 2019. De openbare raadpleging van de marktpartijen is uiteraard bedoeld om de standpunten van de marktpartijen te vernemen bij alle aspecten van de ontworpen gedragscode. 15/141 De CREG heeft de nodige zorg besteed aan de motivering van de ontworpen gedragscode in haar ontwerpbeslissing (B)2409 die daarmee gepaard ging. Febeg verwijst specifiek naar de boeken 8, 10 en 11 van de gedragscode. Wat betreft boek 8 heeft de CREG voornamelijk de structuur en de formulering van de bepalingen voor de verschillende ondersteunende diensten trachten te harmoniseren. De veranderingen waartoe de gedragscode leidt, acht de CREG beperkt. Het betreft: - de verplaatsing van de verplichte aanbieding van balanceringsenergie van de gedragscode naar de typeovereenkomst voor balanceringsdiensten (wat niet per definitie leidt tot een verandering in praktijk); - de verduidelijking van de voorwaarden voor verplichte aanbieding van blindvermogensdiensten; - verplichte informatieverstrekking door de netgebruiker aan de toegangshouder over blindvermogensdiensten en aan de verantwoordelijke voor nietbeschikbaarheidsplanning over hersteldiensten; - de introductie van de verplichting voor de transmissienetbeheerder tot opstelling van nadere regels inzake spanningsregeling en blindvermogensbeheer; - de regels omtrent indiening van een voorstel van de type-overeenkomst voor herstelof beschermingsdiensten volgend uit een goedgekeurd herstelplan of systeembeschermingsplan. De meeste van deze punten hebben in de eerste plaats een impact op Elia en zijn met Elia besproken in aanloop van het ontwerp van de gedragscode. De CREG beschouwt de verduidelijking van de voorwaarden voor verplichte aanbieding van blindvermogensdiensten als het meest relevant voor de marktpartijen, maar oordeelt dat de veranderde formulering in praktijk hetzij geen impact heeft hetzij een positieve impact heeft op de marktpartijen die onderhevig zijn aan de verplichting. Deze wijziging brengt de Niet-vertrouwelijk 16/141 Elia Verwijzing naar energieopslagfaciliteiten en verbruikseenheden Elia merkt op dat in bepaalde artikels van de gedragscode, ook in artikels voorgesteld door Elia, specifieke verwijzingen naar energieopslagfaciliteiten en/of verbruikseenheden ontbreekt. Zo heeft Elia volgende artikels (niet-exhaustieve lijst) geïdentificeerd waarin de uitbreiding naar energieopslagfaciliteiten of naar verbruikseenheden voorzien moet worden: Voor energieopslagfaciliteiten: 61 [170] , 82 [26], 138 [267], 180 [316 ], 201 [355], bijlage 1 Niet-vertrouwelijk formulering van de verplichting in de gedragscode ook beter in lijn met de bepalingen van de Europese richtsnoeren SOGL. De CREG begrijpt uit de reactie van Febeg ontvangen tijdens de openbare raadpleging dat ook andere bepalingen in de gedragscode door Febeg als wijziging worden geïnterpreteerd, zoals over de redelijkheid van de prijzen voor ondersteunende diensten in artikel 208, waarmee de CREG geen wijziging in de praktijk beoogt. Boek 10 houdt in grote mate de overname in van de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019. De CREG heeft daaraan niets willen veranderen ten opzichte van de activiteiten van de Users’ Group vandaag. Alleen heeft zij de scope van die permanente dialoog in de gedragscode afgestemd op de onderwerpen waarvoor de CREG bevoegd is, nl. aansluiting, toegang, ondersteunende diensten en toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur. Het technisch reglement zal ongetwijfeld een analoge bepaling behouden wat betreft andere onderwerpen die in de Users‘ Group aan bod komen. De CREG wenst enkel de idee toe te voegen dat Elia ook een dialoog met de publieke distributienetbeheerders moet aanhouden, gezien het toenemend belang van onderlinge samenwerking tussen hen. Voor boek 11 heeft de CREG de reeds bestaande overgangsbepalingen in het huidige technische reglement onder de loep genomen en deze geactualiseerd. Verder heeft zij een tweetal overgangsbepalingen toegevoegd, waarvoor zij verwijst naar de uiteenzetting onder boek 11 van de gedragscode. Reactie CREG De CREG gaat akkoord met Elia dat de verschillende technologieën zoveel mogelijk op gelijke voet moeten worden behandeld. In haar aangepast voorstel van 11 oktober 2022 heeft Elia het toepassingsgebied van de bepalingen in : - artikel 136, §1, 4°, - artikel 137, tweede lid, - artikel 145, 6°, - artikel 149, tweede lid, - artikel 160, §2, - artikel 71, derde en vierde lid, - artikel 170, §§1 en 2, - artikel 26, 17/141 Voor verbruikseenheden: 44§2 [160], 61[170] , 131 [249] artikel 267, §1, 1°, artikel 316, eerste lid, 6° en artikel 355 van haar voorstel uitgebreid energieopslagfaciliteiten verbruiksinstallaties. - met en/of De CREG gaat daarmee akkoord. Deze aanpassingen zijn terug te vinden in artikelen 17, 18, 26, 30, 46, 56, 61, 82, 138, 180 en 201 van de gedragscode. 4.1. BOEK 1 – ALGEMEEN 4.1.1. Titel 1.1 - Definities en toepassingsgebied 20. Artikel 1 van de gedragscode bepaalt dat de definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, van de gedragscode van toepassing zijn op deze gedragscode, naar analogie met wat bepaald wordt in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 april 2019. De CREG heeft ervoor geopteerd om de definities in het koninklijk besluit van 22 april 2019 in belangrijke mate ongewijzigd over te nemen in artikel 2 van de gedragscode. Een aantal louter redactionele verbeteringen worden daarin doorgevoerd. Zo wordt in de definities betreffende de Europese netcodes en richtsnoeren in artikel 2, §1, telkens de term “netwerkcode” vervangen door “netcode”. De termen “een gesloten industrieel net, een gesloten distributienet” worden in opsommingen in definities vervangen door de term “CDS” die beide voorgaande termen omvat. De term “publiek distributienet” wordt verduidelijkt, teneinde het lokaal transmissienet daarvan expliciet uit te sluiten. De verwijzingen naar specifieke artikelen in het koninklijk besluit van 22 april 2019 worden geschrapt, aangezien de nieuwe nummering van artikelen niet gekend is en een dergelijke verwijzing bovendien niet nodig is. Daarnaast wordt de definitie van “asynchroon opslagpark” geschrapt. Waar nodig, is voortaan sprake van de term “energieopslagfaciliteit” die gedefinieerd wordt in artikel 2, 102°, van de elektriciteitswet. De definitie van “lokale elektriciteitsproductie” wordt behouden, maar het gedefinieerde begrip wordt vervangen door “lokale elektriciteitsproductie-eenheid” en er wordt een analoge definitie toegevoegd voor het begrip “lokale energieopslagfaciliteit”. Verder worden een aantal nieuwe definities toegevoegd, nl. voor de termen “CREG”, “register van toegangspunten”, “publieke distributienetbeheerder”, “lokale transmissienetbeheerder”, “publieke distributienetgebruiker”, “lokale transmissienetgebruiker”, “grensoverschrijdende infrastructuur”, ‘”derde land”, “aanbieder van blindvermogensdiensten”, “blindvermogenscapaciteit”, “CDSbeheerder”, “netbeheerder”, “balanceringsverantwoordelijke” en “nominatie”. Op vraag van Elia ontvangen tijdens de openbare raadpleging bevat de gedragscode ook een definitie voor “diensten voor coördinatie en congestiebeheer” (zie verder). De term “balanceringsverantwoordelijke” in de Nederlandstalige versie van de gedragscode vervangt de term “evenwichtsverantwoordelijke” in het koninklijk besluit van 22 april 2019. Hoewel een definitie van “balanceringsverantwoordelijke” opgenomen is in de Europese richtsnoeren EBGL en het derhalve strikt genomen niet nodig is om deze op te nemen in de definitielijst van de gedragscode, heeft de CREG ervoor geopteerd dit toch te doen, althans in een overgangsfase, aangezien nog de term “evenwichtsverantwoordelijke” gehanteerd Niet-vertrouwelijk 18/141 wordt in de elektriciteitswet en zodoende duidelijk is dat daarmee dezelfde persoon wordt bedoeld. De CREG maakt in de Nederlandstalige versie van de gedragscode echter nog uitsluitend gebruik van de term “balanceringsverantwoordelijke” aangezien de terminologie uit Europese regelgeving zoveel mogelijk moet worden gehanteerd, ook in de documenten die opgesteld worden in uitvoering van de gedragscode. De definities voorgesteld door Elia worden samengevoegd met de definities opgesteld door de CREG. Waar nodig ondergingen de definities voorgesteld door Elia aanpassingen om met de voormelde opmerkingen rekening te houden. De door Elia voorgestelde definities voor de begrippen “aanbieder van balanceringsdiensten”, “aanbieder van hersteldiensten” en “aanbieder van beschermingsdiensten” worden niet overgenomen, enerzijds omdat deze te maken hebben met het deel “ondersteunende diensten” van de gedragscode dat op initiatief van de CREG wordt vastgesteld en anderzijds omdat deze overbodig zijn aangezien deze begrippen reeds worden gedefinieerd in de Europese richtsnoeren EBGL resp. de Europese netcode E&R. De CREG definieert daarentegen wel het begrip “aanbieder van blindvermogensdiensten” aangezien voor dit begrip geen definitie bestaat in de Europese netcodes en richtsnoeren (en niet het begrip “aanbieder van reactief vermogen” bovenop het begrip “aanbieder van blindvermogensdiensten” zoals in het voorstel van Elia). Het begrip “register der meetuitrustingen” uit het voorstel van Elia (en overgenomen uit het koninklijk besluit van 22 april 2019) wordt niet opgenomen in de gedragscode, aangezien de term geen enkele keer daarin gebruikt wordt. De definitie van het begrip “nominatie” in het voorstel van Elia wordt aangepast; de CREG neemt de definitie over die vervat zit in artikel 210, eerste lid, van het koninklijk besluit van 22 april 2019. De CREG heeft de definities niet langer alfabetisch gerangschikt zoals het geval is in het koninklijk besluit van 22 april 2019, maar volgens onderwerp (wetgeving, infrastructuur, actoren, …). Deze “onderwerpen” worden benoemd en weergegeven in de definitielijst. De CREG heeft na de openbare raadpleging beslist om deze in de gedragscode te behouden zoals zij ook deed in de gedragscode voor gas. De CREG heeft thans de definities binnen deze “onderwerpen” alfabetisch gerangschikt. 21. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerkingen ontvangen bij de definities (artikel 2, §1, van de gedragscode). Definities 30° en 31°: “lokale elektriciteitsproductie-eenheid” en “lokale energieopslagfaciliteit” (definities 33° en 34° van de ontworpen gedragscode) Elia: Reactie CREG: Voor de duidelijkheid zou, naast de termen De CREG kan akkoord gaan met de door Elia “elektriciteitsproductie-eenheid” en gevraagde verduidelijking en past de definities “energieopslagfaciliteit” kunnen verwezen als volgt aan: worden naar de hogerliggende wetgeving die deze begrippen definieert. “30° "lokale elektriciteitsproductie-eenheid": een elektriciteitsproductie-eenheid in de zin van artikel 2, tweede lid, 5., van de Europese netcode RfG waarvan het injectiepunt identiek is aan het afnamepunt van één of meerdere in het technisch reglement bedoelde verbruiksinstallaties van een transmissienetgebruiker of, in het geval van een CDS, van een CDS-gebruiker, en die zich op dezelfde geografische site bevindt als deze verbruiksinstallaties;” “31° “lokale energieopslagfaciliteit” : een energieopslagfaciliteit in de zin van artikel 2, 102°, van de wet waarvan het afname- en Niet-vertrouwelijk 19/141 ODE: - Valt een productie-eenheid die op een ander kadastraal perceel bevindt ook als lokale elektriciteitsproductie beschouwd worden zolang het injectiepunt identiek is? Wat is de definitie van een geografische site? Soms zijn er op een bedrijfssite meerdere percelen. Soms is er ook een directe lijn die de eigen site overschrijdt, dit wordt idealiter ook als lokale elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd. - Wat met de combinatie van lokale productie met lokale opslag. Valt dit ook onder deze definitie? Kan de definitie verduidelijkt worden? injectiepunt identiek is aan het afnamepunt van één of meerdere in het technisch reglement bedoelde verbruiksinstallaties van een transmissienetgebruiker of, in het geval van een CDS, van een CDS-gebruiker, en die zich op dezelfde geografische site bevindt als deze verbruiksinstallaties ;” - In het begrip “lokale elektriciteitsproductieeenheid” is sprake van de woorden “die zich op dezelfde geografische site bevindt als de verbruiksinstallatie”. De CREG heeft deze definitie overgenomen uit het koninklijk besluit van 22 april 2019. Het is duidelijk dat hier naar een zinvolle interpretatie moet worden gezocht van het begrip “geografische site” onverminderd de regelgeving inzake gesloten distributienetten. Uit gesprekken met Elia is gebleken dat het hanteren van het criterium van één en hetzelfde kadastraal perceel als determinerend criterium te beperkend zou zijn in de praktijk en dat volgens de huidige praktijk de hypotheses zoals vermeld door ODE ook kwalificeren als lokale elektriciteitsproductie-eenheid. In elk geval is het zo dat het begrip “lokale elektriciteitsproductie-eenheid” enkel wordt gehanteerd in afdeling 2.2.2.3 inzake de controle van technische eisen, hoofdstuk 3.6.2 inzake de geïntegreerde coördinatie van elektrische installaties voor de planning, de programmering en het beheer van congesties en boek 7 inzake de registratie van gegevens, en dat de relevantie van dit begrip derhalve in deze context moet worden geplaatst. De definities van lokale elektriciteitsproductieeenheid en lokale energieopslagfaciliteit zijn van toepassing ongeacht of er één dan wel meerdere elektriciteitsproductie-eenheden en/of energieopslagfaciliteiten zijn met een injectiepunt identiek aan hetzelfde afnamepunt van één of meerdere verbruiksinstallaties. De combinatie waarnaar ODE verwijst, vraagt bijgevolg volgens de CREG geen verduidelijking van de definitie. ODE: - Valt een opslagfaciliteit die op een ander De CREG verwijst naar wat zij uiteengezet heeft kadastraal perceel bevindt ook als lokale bij de vorige opmerking van ODE. elektriciteitsproductie beschouwd worden zolang het injectiepunt identiek is? Wat is de definitie van een geografische site? Soms zijn er Niet-vertrouwelijk 20/141 op een bedrijfssite meerdere percelen. Soms is er ook een directe lijn die de eigen site overschrijdt, dit wordt idealiter ook als lokale elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd. - Wat met de combinatie van lokale energieopslag met lokale productie en lokale afname. Valt dit ook onder deze definitie? Kan de definitie verduidelijkt worden? - Moet er hiervoor iets aan de definitie van energieopslagfaciliteit zoals gedefinieerd in artikel 2, 102° van de elektriciteitswet gewijzigd worden? De eventuele wijziging van de definitie van energieopslagfaciliteit in de elektriciteitswet valt buiten de bevoegdheid van de CREG. De CREG meent echter dat een wijziging niet nodig is aangezien deze definitie conform is met de definitie van dit begrip in Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: “Richtlijn 2019/944”). Definitie 45°: “toegangscontract” (definitie 36° van de ontworpen gedragscode) Elia: Reactie CREG: Deze definitie werd door de CREG voorgesteld De CREG gaat akkoord om in deze eerste versie en ook opgenomen in het voorstel van Elia. Bij van de gedragscode de definitie van nader inzien lijkt ons de definitie van “toegangscontract” uit het koninklijk besluit van toegangscontract die opgenomen is het Federaal 22 april 2019 te behouden. In het kader van een Technisch Reglement een betere definitie gezien volgende versie van de gedragscode zal dit het begrip van HVDC uitsluit. Dit wordt weliswaar een analyse nodig zijn om na te gaan anders nergens bepaald. Elia vraagt aan de CREG of en welke specifieke bepalingen nodig zijn om om de volgende definitie in de gedragscode te de toegang tot het transmissienet voor een hanteren: HVDC-systeem te regelen. Art. 2 §1 36° ″toegangscontract″: de overeenkomst tussen de De CREG past de definitie dus aan als volgt: transmissienetbeheerder en een “45° "toegangscontract": de overeenkomst transmissienetgebruiker die geen eigenaar van tussen de transmissienetbeheerder en een een HVDC-systeem is, of tussen de toegangshouder overeenkomstig deze transmissienetbeheerder en de toegangshouder gedragscode een transmissienetgebruiker die die door de transmissienetgebruiker geen eigenaar van een HVDC-systeem is, of overeenkomstig dit besluit aangeduid wordt; tussen de transmissienetbeheerder en de toegangshouder die door de transmissienetgebruiker overeenkomstig deze gedragscode aangeduid wordt;” Definitie 47°: “toegangspunt in het CDS” (definitie 39° van de ontworpen gedragscode) Febeliec: Reactie CREG: De definitie 39 “toegangspunt in het CDS”: CREG De definitie is dezelfde als deze in het koninklijk maakt melding van “meetconfiguraties”: besluit van 22 april 2019. De CREG bevestigt dat Febeliec vraagt de CREG om te valideren dat dit de huidige regels van toepassing blijven. ook de huidige praktijk van “berekende waarden Niet-vertrouwelijk 21/141 overeenkomstig de huidig toepasselijke regels De CREG heeft bovendien navraag gedaan bij daarvoor” omvat. Elia: Elia bevestigt eveneens dat er geen wijzigingen gepland zijn in de praktijk en wijst erop dat Elia geen zicht heeft op de bepaling door de CDS-beheerder van de toegangspunten in een CDS. Definitie 39°: “nominatie” (definitie 45° van de ontworpen gedragscode) Elia: Reactie CREG: Elia stelt de verwijzing naar een “voorlopig” De CREG kan akkoord gaan met de schrapping programma in vraag. Op het moment van de van de term “voorlopig” in de definitie en past nominatie is dit programma de referentie voor de definitie derhalve als volgt aan: de verdere contractuele handelingen en 39° “nominatie”: kennisgeving aan de bepalingen. transmissienetbeheerder van een voorlopig programma van injectie en/of afname; Nieuwe definitie 36°: “diensten voor coördinatie en congestiebeheer”” Elia: Reactie CREG: omdat het begrip “dienst voor congestiebeheer” Het begrip “diensten voor congestiebeheer” niet meer onder de noemer van ondersteunende komt niet voor in Richtlijn 2019/944 en diensten valt, stelt Elia zich de vraag of het nuttig Verordening 2019/943. Er is daarentegen sprake zou zijn om een definitie voor dit begrip toe te van congestiebeheersprocedures of regels voegen in de gedragscode, desgevallend met inzake congestie of maatregelen inzake een specifieke verwijzing naar de hogerliggende congestie. wetgeving. De CREG begrijpt wel dat door de wijziging van Gelet op de definitie van OD die congestiebeheer de definitie van “ondersteunende diensten”, bij nu niet meer omvat vraagt Elia de CREG om waar het gebruik van deze term doorheen de nodig de verwijzing naar ondersteunende gedragscode moet worden gecontroleerd of de diensten uit te breiden door de verwijzing naar bepaling ook van toepassing is in het kader van de diensten voor congestiebeheer expliciet toe de programmaverantwoordelijkheid en/of de te voegen. verantwoordelijkheid voor de nietZo heeft Elia reeds een aantal artikels (niet- beschikbaarheidsplanning. In dit geval, dient de exhaustieve lijst) geïdentificeerd waar deze tekst inderdaad te worden aangevuld. verwijzing ontbreekt: 2 §2, 60 [169], 136 [265], De CREG verkiest om te spreken van ”diensten 138, [267], 157 [290], 187 [340], 188 [342], 191 voor coördinatie en congestiebeheer” in [345], 196 [350], 209. dezelfde geest als de regels van Elia voor coördinatie en congestiebeheer aangezien de maatregelen die volgen uit de uitvoering van de contracten met de programma-agent of de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning niet altijd kaderen in congestiebeheer, maar breder kaderen in coördinatie ten bate van de veilige uitbating van het net. De CREG voegt bijgevolg de volgende definitie toe in artikel 2, §1: 36° “diensten voor coördinatie en congestiebeheer”: elke verplichting in hoofde van de verantwoordelijke voor de niet- Niet-vertrouwelijk 22/141 beschikbaarheidsplanning en van de programma-agent ten aanzien van de transmissienetbeheerder zoals opgenomen in de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning of de typeovereenkomst van de programma-agent”. De CREG voegt bijgevolg ook de term “diensten voor coördinatie en congestiebeheer” of een verwijzing naar de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning en de typeovereenkomst van de programma-agent toe in de volgende artikelen van de gedragscode: - art. 2, §2 - art. 60, §2, 13° - art. 130, nieuwe §5 - art. 136 - art. 138 §§1 en 2 - art. 145 - art. 151 - art. 157 - art. 165 - art. 168 - art. 181 - art. 187, §3, 1° - art. 188, §3, 3° - art. 191, §2, 3° - art. 196 - art. 198, §3 22. De definitie van “netbeheerder”, een begrip dat ook in het deel aansluitingsprocedures van het voorstel van Elia wordt gehanteerd (artikel 17), heeft Elia in haar aangepast voorstel van 11 oktober 2022 opnieuw uitgebreid met de beheerder van het gewestelijk tractienet spoor, in de praktijk MIVB, vanuit het oogpunt van volledigheid. De CREG schrapte dit element ten onrechte uit het initiële voorstel van Elia in haar ontworpen gedragscode. Voor het overige heeft Elia in dit begrip “netbeheerder” “distributienet” vervangen door “publiek distributienet” en “gesloten distributienet, gesloten industrieel net” door “CDS” in lijn met de tekst van de ontworpen gedragscode. Gezien de begrippen “netbeheerder” en “transmissienetbeheerder” alsmede de begrippen “netgebruiker” en “transmissienetgebruiker” voor de toepassing van de gedragscode verschillend gedefinieerd zijn, heeft de CREG op een paar plaatsen de term “netbeheerder” nog vervangen door “transmissienetbeheerder” en “netgebruiker” door “transmissienetgebruiker” omdat duidelijk die laatsten bedoeld worden en om op die manier zo correct mogelijk gebruik te maken van de gedefinieerde begrippen, nl. in artikel 60, §1, 4°, en artikel 63, derde lid. De definities voor de begrippen “FCR”, “systeembeschermingsplan” en “herstelplan” in artikel 2, §1, 55°, 74° en 75°, van de ontworpen gedragscode worden thans geschrapt, aangezien deze begrippen, bij nader inzicht, reeds worden gedefinieerd in artikel 3, lid 2,

(6)en
(63)van de Europese richtsnoeren SOGL resp. artikel 3, lid 2, 5), van de Europese netcode E&R. Deze definities zijn van toepassing op de gedragscode met toepassing van artikel 1 van de gedragscode. De definities van “black-startdienst”, Niet-vertrouwelijk 23/141 “dag D-1”, “dag D”, “railstel”, “FRR” en “elektrisch systeem” in artikel 2, §1, 10°, 26°, 52°, 56°, 69° en 70° van de ontworpen gedragscode worden eveneens geschrapt, omdat deze begrippen bij nader inzicht niet worden gehanteerd in de gedragscode. In de definitie van “gesloten industrieel net” wordt het cijfer “2” in de Nederlandstalige versie geschrapt in “in artikel 2, tweede alinea, 5., van de Europese netcode DCC” (zie doorstreept) en worden de woorden ”du 29 avril 1999” in de Franstalige versie geschrapt na het woord “loi” teneinde op die manier redactionele onzorgvuldigheden te corrigeren. In de marge van haar aangepast voorstel van 11 oktober 2022 stelt Elia voor om bij het begin van artikel 2 de woorden “in afwijking van artikel 1” toe te voegen. Elia motiveert dit voorstel als volgt in haar aangepast voorstel van 11 oktober 2022: “Na bespreking van het ontwerp KB Federaal Technisch Reglement m.b.t. hiërarchie van definities stelt Elia de CREG voor om deze zinslede als volgt te herformuleren: "In afwijking van artikel 1, wordt voor de toepassing van deze gedragscode verstaan onder:" Op die manier wordt de hiërarchie tussen paragraaf 1 en 2 duidelijk en coherent. Definities die voor de toepassing van de gedragscode afwijken van de definities in hogerliggende wetgeving worden opgenomen in art. 2”. De CREG is van mening dat deze redenering, althans in grote mate, niet opgaat. De gedragscode definieert in artikel 2 nieuwe begrippen (bv. de begrippen “Europese netcodes en richtsnoeren”, “hersteldiensten”, “grensoverschrijdende infrastructuur”, …) of preciseert bepaalde begrippen voor de toepassing van de gedragscode zonder inhoudelijk af te wijken van de definities in de hogere wetgeving genoemd in artikel 1 (bv. het begrip “ondersteunende diensten”, “gesloten industrieel net”, …). Die precisering gebeurt vaak noodgedwongen, bv. omdat de Europese regelgeving enkel het begrip “gesloten distributiesysteem” kent, terwijl er op nationaal niveau verschillende noties bestaan voor dergelijke netten afhankelijk of deze onder federale dan wel regionale bevoegdheid ressorteren. Een enkele keer wijkt de definitie af van de hogere wetgeving; zo wordt het begrip “netbeheerder” anders gedefinieerd dan in de elektriciteitswet en dit om in de gedragscode (net zoals reeds het geval was in het koninklijk besluit van 22 april 2019) een overkoepelende term te hebben die de daarin bedoelde netbeheerders omvat, in tegenstelling tot het begrip “transmissienetbeheerder” dat uitsluitend de beheerder van het transmissienet (Elia) beoogt. De CREG verkiest derhalve om de formulering bij het begin van artikel 2, §1, die overgenomen werd uit het koninklijk besluit van 22 april 2019, te behouden en bij de eerstvolgende gelegenheid tot wijziging van de gedragscode nader te evalueren of en op welke manier de formulering eventueel kan worden verbeterd, desgevallend om zoveel mogelijk ook af te stemmen op het tegen die tijd nieuwe of gewijzigde technisch reglement. Niet-vertrouwelijk 24/141 4.1.2. Titel 1.2 - Basisbeginselen 23. In titel 1.2 worden een aantal algemene bepalingen opgenomen betreffende de typeovereenkomsten die de transmissienetbeheerder moet hanteren. 24. Artikel 3, §1, van de gedragscode is gebaseerd op artikel 4, §1, van het koninklijk besluit van 22 april 2019. Ten opzichte van dit laatste artikel wordt het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL als een onderdeel beschouwd van de type-overeenkomst voor de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders en niet als een afzonderlijke type-overeenkomst. Dit spreekt voor zich aangezien de informatieuitwisseling bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL een belangrijk onderdeel vormt en moet vormen van deze type-samenwerkingsovereenkomst. Artikel 182 [art. 317bis in het voorstel van Elia] van de gedragscode voorziet weliswaar dat er geen samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen de transmissienetbeheerder en de lokale transmissienetbeheerder, als de transmissienetbeheerder en de lokale transmissienetbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, dezelfde rechtspersoon zijn. De in artikel 3, §1, van de gedragscode opgesomde type-overeenkomsten worden verderop in de gedragscode aangeduid als volgt:
  1. a)voor de aansluiting op het transmissienet, de “type-aansluitingsovereenkomst”,
  2. b)voor de toegang tot het transmissienet, de “type-toegangsovereenkomst”,
  3. c)voor de balanceringsverantwoordelijkheid, balanceringsverantwoordelijke”, de “type-overeenkomst van de
  4. d)voor het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder, respectievelijk de “type-overeenkomst voor ondersteunende diensten”, de “typeovereenkomst voor balanceringsdiensten/de respectieve balanceringsdienst”, de “typeovereenkomst voor blindvermogensdiensten”, de “type-overeenkomst voor beschermingsdiensten” en de “type-overeenkomst voor hersteldiensten”,
  5. e)voor de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet, de “type-overeenkomst van de programma-agent”,
  6. f)voor de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet, de “type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning”,
  7. g)de informatie-uitwisseling met de aanbieders van ondersteunende diensten en de leveranciers op het transmissienet,
  8. h)de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL, de “type-samenwerkingsovereenkomst”. 25. Artikel 3, §2, van de gedragscode bepaalt bijkomend ook dat de ontwerpen van de typeovereenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen ter goedkeuring bij de CREG worden ingediend na publieke raadpleging door de transmissienetbeheerder, georganiseerd op zijn website en dat de transmissienetbeheerder de goedgekeurde type-overeenkomsten zo snel mogelijk moet publiceren op zijn website. Ten opzichte van artikel 4, §2, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 wordt derhalve voornamelijk een algemene verplichting tot openbare raadpleging door de transmissienetbeheerder alsook een verplichting tot publicatie van de goedgekeurde typeovereenkomsten in hoofde van de transmissienetbeheerder toegevoegd, wat overigens geen wijziging inhoudt ten opzichte van wat reeds in de praktijk gebeurt en al voor bepaalde aangelegenheden Niet-vertrouwelijk 25/141 voorzien wordt in de Europese netcodes en richtsnoeren en zelfs in het koninklijk besluit van 22 april 2019. De procedure in artikel 3, §2, geldt onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren en de daarin bepaalde procedures voor de goedkeuring van modaliteiten en voorwaarden (“T&C”
  9. s)uiteraard (cf. de precisering in die zin in artikel 3, §§1 en 2). 26. Artikel 3, §3, van de gedragscode neemt artikel 4, §3, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 over. Het betreft hier een verplichting voor Elia om de formulieren bedoeld in deze gedragscode (formulieren voor een aanvraag voor oriëntatiestudie enz.) aan de CREG te bezorgen, waarbij de CREG haar opmerkingen bij deze formulieren aan de transmissienetbeheerder bezorgt. 27. Artikel 3, §4, neemt artikel 4, §4, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 over i.v.m. de ingangsdatum van goedgekeurde type-overeenkomsten en van wijzigingen daarvan. 28. In artikel 4, §1, van de gedragscode wordt de algemene inhoud van de type-overeenkomsten bepaald alsook de structuur waaraan deze minimaal moeten beantwoorden. Zo wordt bepaald dat de transmissienetbeheerder, op transparante en niet-discriminerende wijze, in de type-overeenkomsten bedoeld in artikel 3, de wederzijdse rechten en verplichtingen bepaalt van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant betreffende het voorwerp van de betrokken type-overeenkomst. De type-overeenkomsten dienen ten minste te beantwoorden aan de volgende structuur: 1° het voorwerp van de overeenkomt; 2° de algemene voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 3° de specifieke voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 4° de bijlagen. 29. In artikel 4, §2, van de gedragscode wordt de algemene verplichting voorzien voor de medecontractanten van de transmissienetbeheerder om een contract te sluiten overeenkomstig de goedgekeurde type-overeenkomst en wordt de algemene relatie tussen een type-overeenkomst goedgekeurd door de CREG en het contract tussen twee partijen verduidelijkt. Meer bepaald wordt voorzien dat een contract tussen Elia en de medecontractant bestaat uit de door de CREG goedgekeurde type-overeenkomst aangevuld met de elementen die individueel kunnen of moeten worden bepaald door de transmissienetbeheerder en de medecontractant in de modelbijlagen. Op die manier wordt uitdrukkelijk bevestigd dat de type-overeenkomsten toetredingsovereenkomsten zijn en daarvan bilateraal niet kan worden afgeweken. Een aantal zaken moeten of kunnen bilateraal worden afgesproken, maar binnen het kader van de door de CREG goedgekeurde modelbijlagen bij de typeovereenkomsten. 30. Artikel 4, §3, stelt dat de transmissienetbeheerder informatie verkregen van een medecontractant mag aanwenden ten bate van de uitvoering van een ander contract met een andere medecontractant, mits de informatie op geaggregeerde of op zijn minst geanonimiseerde wijze wordt behandeld. Voorbeelden waarvoor dit nuttig is, betreffen het gebruik van informatie ontvangen van de ene medecontractant voor controle van kwaliteit van gegevens ontvangen van een andere medecontractant (controle van coherentie over beschikbaarheid van een elektriciteitsproductieeenheid en de aanbieding van energie voor redispatching of balancering) of het gebruik van nietbeschikbaarheidsplanning voor de bepaling van de vergoeding van hersteldiensten. 31. In artikel 4, §4, van de gedragscode wordt voorzien dat de transmissienetbeheerder de medecontractanten op de hoogte stelt van het systeembeschermingsplan, herstelplan en testplan zowel bij ondertekening van het betreffende contract alsook nadien in geval van wijzigingen aan deze plannen. Deze bepaling vangt bijgevolg de huidige bepalingen op die terug te vinden zijn in artikel 261 Niet-vertrouwelijk 26/141 §2, laatste lid (aangaande het systeembeschermingsplan), en in artikel 262, §1, laatste lid (aangaande het herstelplan), van het koninklijk besluit van 22 april 2019 en voegt een zelfde verplichting voor de transmissienetbeheerder toe aangaande het testplan. Deze paragraaf vervangt eveneens de artikelen 261, 262 en 262bis van het voorstel van Elia met betrekking tot deze materie. Elia stelt voor dat het systeembeschermingsplan, herstelplan en testplan “wordt opgenomen in het aansluitingscontract, het toegangscontract, of ieder ander contract of overeenkomst gesloten met de transmissienetbeheerder met toepassing van deze gedragscode”. Een opname in een contract veronderstelt de handtekening van de medecontractant. Aangezien Elia rechtstreeks op grond van de Europese netcode E&R (cf. artikelen 13.3 en 25.3) instructies kan geven aan medecontractanten op grond van het systeembeschermingsplan en herstelplan, is de aanvaarding van deze plannen vanwege de medecontractant niet nodig. Bijgevolg stelt de CREG een kennisgeving voor in plaats van een opname in de contracten. Eventuele bijkomende bepalingen kunnen zo nodig nog worden opgenomen in de type-overeenkomsten. 32. Artikel 4, §5, van de gedragscode bepaalt tenslotte dat de algemene voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant bedoeld in §1, 2°, ten minste volgende zaken bevatten: 1° de bepalingen inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie, 2° de bepalingen inzake de wederzijdse aansprakelijkheid, 3° de bepalingen inzake het toepasselijk recht en de behandeling van geschillen, 4° de bepalingen inzake de inwerkingtreding en duur van het contract. 33. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerkingen ontvangen bij de basisbeginselen. Artikel 3 van de gedragscode Elia (met betrekking tot §1): In dit artikel somt de CREG de typeovereenkomsten op, waaronder ook deze voor “de balanceringsverantwoordelijkheid op het transmissienet”. Elia heeft uiteraard geen bezwaar tegen het opnemen van de zogenaamde T&C BRP in dit artikel, wel tegen het begrip van “balanceringsverantwoordelijkheid op het transmissienet”. De balanceringsverantwoordelijkheid wordt namelijk opgenomen over de volledige Belgische regelzone en is niet beperkt tot het transmissienet. Hetzelfde geldt dus ook voor punt
  10. d)van deze paragraaf: het verstrekken van ondersteunende diensten is voor wat betreft balanceringsdiensten niet beperkt tot het transmissienet. Niet-vertrouwelijk Reactie CREG: De CREG kan zich vinden in deze opmerking van Elia. De CREG herformuleert artikel 3, §1, als volgt: “Art. 3. § 1. Worden aan de goedkeuring van de CREG onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren, de ontwerpen van type-overeenkomsten, evenals de wijzigingen ervan, voor:
  11. a)de aansluiting op het transmissienet;
  12. b)de toegang tot het transmissienet;
  13. c)de balanceringsverantwoordelijkheid op het transmissienet;
  14. d)het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder op het transmissienet;
  15. e)de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet;
  16. f)de verantwoordelijkheid voor de nietbeschikbaarheidsplanning op het transmissienet; 27/141 Elia (met betrekking tot §2): Elia merkt op dat de CREG geen maximumtermijn definieert voor het nemen van beslissingen over de type-overeenkomsten. Elia vraagt de CREG echter om zeker vermelding te maken van een maximumtermijn van 6 maanden, zoals ook voorgeschreven in het Europees kader. Daarnaast merkt Elia ook op dat de CREG ofwel kan goedkeuren, ofwel afkeuren, maar ook een verzoek om herziening van bepaalde clausules kan nemen. Dit laatste is enkel mogelijk voor bepaalde type-overeenkomsten voor zover voorzien door de Europese wetgeving. Elia vraagt dat deze voorwaarde wordt toegevoegd.
  17. g)de informatie-uitwisseling met de aanbieders van ondersteunende diensten en de leveranciers op het transmissienet;
  18. h)de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL.” Reactie CREG: Indien een wettelijke termijn reeds voorzien is in de Europese regelgeving, is herhaling in de gedragscode ervan niet aangewezen. Indien geen wettelijke termijn wordt voorzien in de Europese regelgeving, is het niet vereist dat de CREG een termijn opneemt in de gedragscode. De CREG verkiest de vereiste om haar beslissingen binnen een redelijke termijn te nemen, te behouden. De CREG opteert ervoor om de bepaling die voorziet in de mogelijkheid tot goedkeuring, afkeuring, of verzoek tot herziening van bepaalde clausules te behouden. Een dergelijke bepaling bestond reeds in het technisch reglement, vastgelegd bij koninklijk besluit van 19 december 2002, vooraleer er sprake was van Europese netcodes en richtsnoeren. Uiteraard doet deze bepaling geen afbreuk aan de bevoegdheden die de CREG bezit op grond van de Europese netcodes en richtsnoeren. De CREG kan akkoord gaan om die idee uitdrukkelijk toe te voegen in de tekst door toevoeging van de woorden “onverminderd de bevoegdheden voor de CREG in de Europese netcodes en richtsnoeren” bovenop de algemene verwijzing naar de Europese netcodes en richtsnoeren die reeds is vervat in artikel 3, §1. De CREG gaat bovendien akkoord om de vermelding “onverwijld” hier in artikel 3 en in de artikelen 4, 16, 73, 76, 150, 214, 235 en 241 aan te passen naar “zo snel als mogelijk”, behalve in artikel 133 waar het gaat over de opvolging van een vraag van de transmissienetbeheerder om het laatst voorgelegde programma te volgen wanneer deze merkt dat de installatie van het programma afwijkt. De CREG vraagt ook dat Elia de goedgekeurde documenten ‘onverwijld’ of ‘sans délai’ op haar website publiceert. We moeten echter vaststellen dat dit soms niet mogelijk is, indien bijvoorbeeld de beslissing net voor het weekend of verlof aan Elia wordt gecommuniceerd. Elia vraagt aan de CREG om dit te vervangen door ‘zo snel mogelijk’ (‘dans les plus brefs délais’). Hetzelfde geldt voor §4 van ditzelfde artikel en voor alle andere artikelen die dit vermelden De CREG heeft de formulering van §2 derhalve (zoals 213 en 214). aangepast als volgt: “De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en Niet-vertrouwelijk 28/141 de hieraan aangebrachte wijzigingen. De ontwerpen van de type-overeenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen worden ingediend na publieke raadpleging door de transmissienetbeheerder, georganiseerd op zijn website. Onverminderd de bevoegdheden voor de CREG in de Europese netcodes en richtsnoeren, neemt dDe CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. De transmissienetbeheerder publiceert de goedgekeurde typeovereenkomsten onverwijld zo snel mogelijk op zijn website.” Artikel 4 van de gedragscode Febeliec: Febeliec betreurt sterk dat de voormalige titel 3.6.3 in verband met het systeembeschermingsplan, het herstelplan en het testplan volledig werd verwijderd, gezien het belangrijk is voor netgebruikers dat er een wettelijk of regulatoir kader is om te verzekeren dat ze tijdig en volledig geïnformeerd worden over deze plannen, met inbegrip specifiek van de (vertrouwelijke) elementen die toepasselijk zijn op hun specifieke installaties. Een meer dan substantieel gedeelde van voornoemde plannen is immers niet publiek beschikbaar en op zich zou het erg moeilijk zijn voor netgebruikers om in regel te zijn indien ze niet tijdig toegang krijgen tot deze elementen die op hen van toepassing zijn. Febeliec verkiest een wettelijk of regulatoir kader dat dit element verzekert, met inbegrip van de toepasselijke timing. Reactie CREG: De bepalingen over het systeembeschermingsplan, het herstelplan en het testplan horen thuis in het technisch reglement, gelet op artikel 11, §1, 9°, van de elektriciteitswet. Echter, de opmerking van Febeliec betreft vooral de kennisgeving van de plannen met de vertrouwelijke elementen van belang voor de netgebruiker. Daaromtrent bevat de gedragscode wel degelijk nog een bepaling met inbegrip van de toepasselijke timing die luidt als volgt (de term “onverwijld” in artikel 4 van de ontworpen gedragscode werd vervangen door “zo snel mogelijk”, zie onder artikel 3): “Art. 4. § 4. De transmissienetbeheerder brengt de medecontractanten met wie hij een contract sluit bedoeld in paragraaf 2 in kennis van de op zijn website bekendgemaakte versie van het systeembeschermingsplan, herstelplan en testplan, met inbegrip in voorkomend geval van de vertrouwelijke maatregelen voor de betrokken medecontractant, en dit bij ondertekening van het contract alsook onverwijld zo snel mogelijk in geval van goedgekeurde wijzigingen aan de voornoemde plannen.” Volgens de CREG komt deze bepaling aan de bezorgdheid van Febeliec tegemoet. Niet-vertrouwelijk 29/141 4.1.3. Titel 1.3 - Informatie, voorzorgen met het oog op het bewaren van de vertrouwelijkheid, openbaarheid 34. De artikelen 5 tot 7 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 worden in de gedragscode overgenomen maar de draagwijdte ervan wordt beperkt tot de communicatie van informatie en/of gegevens bedoeld in deze gedragscode. 4.1.4. Titel 1.4 - Uitvoering van de taken en opdrachten bedoeld in deze gedragscode op de uitrustingen, goederen en installaties 35. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 wordt in de gedragscode overgenomen maar de verwijzing naar het technisch reglement wordt logischerwijze vervangen door een verwijzing naar de gedragscode. Het voorstel van Elia wordt in die zin aangepast. 4.1.5. Titel 1.5 - Formaliteiten 36. Artikelen 15 tot 20 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 worden in de gedragscode overgenomen in artikelen 9 tot 14 maar de draagwijdte ervan wordt beperkt tot de kennisgevingen bedoeld in deze gedragscode en het houden van registers en publicaties bedoeld in deze gedragscode. 37. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerkingen ontvangen bij deze titel. Artikelen 9 tot 14 van de gedragscode Febeliec In artikel 10, maar ook in meerdere andere artikelen (bv. 11, 12, 13, …), verwijst de CREG naar alle toepasselijke wetgeving, met uitzondering van de gedragscode en/of het federaal technisch reglement. Aangezien de tekst van het (toekomstige) federaal technisch reglement niet beschikbaar is, is het erg moeilijk voor Febeliec om dergelijke artikelen te valideren, en zodoende, ook verwijzend naar de hoger gemaakte algemene opmerkingen. Daardoor kunnen de opmerkingen van Febeliec op deze gedragscode hoogstens preliminair zijn en niet-exhaustief. Niet-vertrouwelijk Reactie CREG De artikelen 9 tot 14 van de gedragscode zijn sterk analoog met de artikelen 15 tot 20 van het koninklijk besluit van 22 april 2019. De bedoeling van deze bepalingen is dat ze zowel in de gedragscode als in het technisch reglement worden opgenomen, doch ieder voor wat betreft de formaliteiten bedoeld in de gedragscode resp. het technisch reglement. Daarbij willen we dus ook vermijden dat een hiërarchie wordt gecreëerd tussen de gedragscode en het technisch reglement. Met andere woorden, concreet wat betreft de gedragscode, zijn de formaliteiten in titel 1.5 van toepassing op de kennisgevingen bedoeld in de gedragscode en het houden van registers bedoeld in de gedragscode, behoudens: 1) indien anders bepaald in andere bepalingen van de gedragscode of 2) indien anders bepaald in de toepasselijke wetgeving uitgezonderd het technisch reglement (bv. in de elektriciteitswet). 30/141 4.1.6. Titel 1.6 - Brugbepalingen ten aanzien van het technisch reglement 38. De CREG heeft de artikelen 52 en 53 van de ontworpen gedragscode ondergebracht in een nieuwe titel I.6. van de gedragscode, getiteld “Brugbepalingen ten aanzien van het technisch reglement” ingevolge de opmerkingen gemaakt door Elia tijdens de openbare raadpleging. De CREG verwijst naar wat zij daarover uiteenzet in de beslissing onder punt 4.2.2.3. 4.2. BOEKEN 2 TOT 7 – VOORSTEL VAN ELIA VAN DE VOORWAARDEN VOOR AANSLUITING OP EN TOEGANG TOT HET TRANSMISSIENET6 4.2.1. Vooraf 39. Artikel 11, §2, eerste lid, van de elektriciteitswet, dat in werking treedt op 1 september 2022, bepaalt vooreerst dat de CREG een gedragscode vastlegt. In dit eerste lid wordt bovendien bepaald dat in die gedragscode de CREG, op voorstel van de netbeheerder en na raadpleging van de netgebruikers, de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet bepaalt. De CREG heeft een dergelijk eerste voorstel met de voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet ontvangen van Elia op 16 mei 2022 in het Nederlands en op 3 juni 2022 in het Frans (hierna: “het voorstel van Elia van 16 mei 2022”). Samen met de Franstalige versie gaf Elia kennis van een wijziging die ze wenste door te voeren in de Nederlandstalige versie. Per brief van 11 oktober 2022 heeft Elia vervolgens een aangepast voorstel ingediend, te weten een aangepast voorstel van aansluitingsprocedures geïntegreerd in het oorspronkelijke voorstel van voorwaarden inzake aansluiting en toegang tot het transmissienet, en een uitbreiding van haar oorspronkelijke voorstel waar nodig tot energieopslagfaciliteiten en verbruiksinstallaties (hierna: “het aangepaste voorstel van Elia van 11 oktober 2022”). In dit schrijven van 11 oktober 2022 geeft Elia aan dat ze dit doet ingevolge de bespreking met de diensten van de CREG na afloop van de publieke consultatie van de door de CREG voorgelegde wijzigingen in het ontwerp van gedragscode en de opmerkingen van de marktpartijen op het voorstel van Elia over aansluitingsprocedures. De uiteindelijke, geconsolideerde tekst van dit voorstel (in het Nederlands en Frans) wordt hierna aangeduid als “het voorstel van Elia”. 40. Verder bepaalt artikel 15, § 1, eerste lid, van de elektriciteitswet dat de netbeheerder aan de CREG een voorstel overmaakt met transparante en efficiënte procedures en voorwaarden voor de nietdiscriminerende toegang tot en aansluiting op het transmissienet, met inbegrip van de te verstrekken gegevens, de aansluitingstermijnen, de criteria en de transmissienettarieven. Die procedures worden door de netbeheerder bekend gemaakt voor zover voornoemde aansluitingsprocedures werden goedgekeurd door de commissie. 41. De CREG besluit uit de gecombineerde lezing van beide voornoemde artikelen dat het deel aansluitingsprocedures van het voorstel van de netbeheerder inzake de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet onderworpen wordt aan de goedkeuring van de CREG. Dit betekent dat dit deel aansluitingsprocedures (Deel 2, Boek 2.1, van het voorstel van Elia) in geval van goedkeuring door de CREG vervolgens in de gedragscode wordt opgenomen/vastgesteld door de CREG. Bij afkeuring door de CREG van dit deel aansluitingsprocedures dient de netbeheerder eerst een aangepast voorstel ter goedkeuring bij de CREG in te dienen dat rekening houdt met de opmerkingen van de CREG. 6 Verwijzingen naar delen, boeken, artikelen in het voorstel van Elia worden schuingedrukt weergegeven in deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 31/141 4.2.2. Analyse van het voorstel van Elia van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet 4.2.2.1. Structuur van het voorstel van Elia 42. Het voorstel van Elia bestaat uit zeven delen en is verder onderverdeeld in Boeken, Titels enz. Elia heeft de volgende zeven delen opgenomen in dit voorstel: 1) Algemeen 2) Aansluiting 3) Toegang tot het transmissienet en het toegangscontract 4) Meteropnames en metingen 5) Specifieke modaliteiten tussen de transmissienetbeheerder en de publieke distributienetbeheerders, voor wat betreft de aansluiting van het publiek distributienet op en de toegang tot het transmissienet 6) Regels van toepassing op de CDS-beheerders, aangesloten op het transmissienet en op hun relaties met de transmissienetbeheerder, met betrekking tot aansluiting op en toegang tot het transmissienet 7) Registratie van gegevens 43. Elia heeft daarbij de nummering van artikelen uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 voorlopig behouden, zodat voor de CREG gemakkelijk zichtbaar is welke artikelen uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 worden overgenomen. De CREG heeft in haar ontwerp van gedragscode waarover zij een openbare raadpleging hield een nieuwe nummering gehanteerd, maar tussen vierkante haken ook de nummering uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 toegevoegd om ook duidelijkheidshalve de traceerbaarheid te bewaren voor de marktpartijen. De nummering tussen vierkante haken wordt weggelaten in de bijgevoegde gedragscode. Indien de CREG in deze beslissing verwijst naar een artikel uit het voorstel van Elia, zal de CREG de artikelnummering van het voorstel van Elia overnemen en schuingedrukt weergeven. 44. Hoewel het voorstel van Elia, gezien de opname daarin van delen die niet de titel “aansluiting” of “toegang” dragen, op het eerste gezicht ruimer gaat dan de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet, kan de CREG akkoord gaan dat de zeven delen van het voorstel van Elia globaal genomen inhoudelijk voorwaarden betreffen voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet. Een aantal keren bevat het voorstel van Elia bepalingen die van toepassing zijn op aansluiting en toegang alsook op ondersteunende diensten. Dit is het geval in het deel over “Meteropnames en metingen” aangezien de regels dezelfde zijn voor de drie voornoemde onderwerpen. Dit stelt geen problemen aangezien de CREG akkoord gaat met zowel de inhoud van de regels als de plaats ervan in de gedragscode. Wanneer het voorstel van Elia een bepaling bevat die thuishoort in het deel van de gedragscode betreffende de ondersteunende diensten, dat de CREG op eigen initiatief opstelt en onderbrengt onder boek 8, gaat de CREG er hierna verder op in. 45. De CREG heeft geen opmerkingen bij de structuur van het voorstel van Elia. Alleen past zij de opsplitsing in delen, boeken, titels enz. aan in functie van de benodigde niveaus in de gedragscode. Er zijn uiteindelijk vijf niveaus, wat betekent dat de ontworpen gedragscode boeken, titels, hoofdstukken, afdelingen en onderafdelingen bevat. Niet-vertrouwelijk 32/141 4.2.2.2. In de regel: overname door Elia van de bepalingen inzake aansluiting op en toegang tot het transmissienet uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 46. Ten opzichte van het koninklijk besluit van 22 april 2019 ondergingen de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet in het voorstel van Elia inhoudelijk geen grondige wijzigingen, behalve in verband met de topics “gedeelde aansluitingen”, “substantiële modernisering van installaties van transmissienetgebruikers”, en de “eenzijdige beëindiging van de aanduiding als toegangshouder en balanceringsverantwoordelijke in geval van wanbetaling”. Daarnaast werd Deel 3, Boek 1 “Technische aansluitingseisen”, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 niet overgenomen in het voorstel van Elia aangezien de “maximumcapaciteitsdrempelwaarden” en de “eisen voor algemene toepassing” (voor nieuwe installaties) bedoeld in artikel 11, §1, vierde lid, van de elektriciteitswet alsmede “de technische veiligheidscriteria en technische voorschriften met de minimumeisen inzake het technische ontwerp, de bedrijfsvoering en de exploitatie van productieinstallaties, de distributiesystemen, de apparatuur van direct aangesloten afnemers, de interconnector circuits en de directe lijnen, waaraan moet worden voldaan” bedoeld in artikel 11, §1, 1°, van de elektriciteitswet tot de bevoegdheid van de Koning blijven behoren. Er worden in het voorstel van Elia een aantal bepalingen gewijd (in het bijzonder art. XX en art. XY) aan de op grond van de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC of het technisch reglement bilateraal af te spreken technische eisen tussen Elia en de transmissienetgebruiker (waar die moeten of kunnen worden gemaakt met toepassing van de voornoemde wetgeving) en aan de gevallen waar Elia gerechtigd is om lokale eisen op te leggen die gepreciseerd worden in het relevante contract tussen Elia en de medecontractant. Dit maakt deel uit van het voorstel van Elia voor de gedragscode omdat de bepaling dat iets in het aansluitingscontract, het relevante contract voor het verstrekken van ondersteunende diensten, het contract van de programma-agenten/of het contract van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning thuishoort, een voorwaarde inhoudt voor de aansluiting op of de toegang tot het transmissienet of het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder en derhalve tot de bevoegdheid van de CREG behoort. 47. De CREG gaat in het algemeen akkoord dat dit voorstel van Elia in grote mate een overname inhoudt van de bepalingen inzake aansluiting op en toegang tot het transmissienet uit het koninklijk besluit van 22 april 2019, met uitzondering echter van: - de maximumcapaciteitsdrempelwaarden, de eisen voor algemene toepassing en de andere technische eisen die met toepassing van artikel 11, §1, van de elektriciteitswet in het technisch reglement moeten blijven en - de topics “gedeelde aansluitingen”, “substantiële modernisering van installaties van transmissienetgebruiker” en de “eenzijdige beëindiging van de aanduiding als toegangshouder en balanceringsverantwoordelijke in geval van wanbetaling” die rijp zijn voor een update in de gedragscode. Hier en daar worden bij de overname van bepalingen uit het koninklijk besluit van 22 april 2019 in het voorstel van Elia weliswaar een aantal louter redactionele verbeteringen door Elia doorgevoerd, hetzij om de Nederlandstalige en Franstalige versies beter op elkaar af te stemmen, hetzij puur taalkundig, hetzij om een consequent gebruik te maken van de gedefinieerde begrippen. Hier en daar wordt bij de overname van bepalingen in het voorstel van Elia bovendien geherstructureerd. Zo worden de bepalingen van de artikelen 321 tot 338 van het koninklijk besluit van 22 april 2019, voor zover deze niet blijven thuishoren in het technisch reglement, bij de overbrenging ervan naar de gedragscode ondergebracht in artikel 316, punten 5° tot 15° in het voorstel van Elia, dat de verplichte minimuminhoud van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia, de lokale transmissienetbeheerders en publieke distributienetbeheerders bepaalt. Niet-vertrouwelijk 33/141 Een aantal keer wordt in het voorstel van Elia een nieuw artikel ten opzichte van het koninklijk besluit van 22 april 2019 toegevoegd, zoals artikel 317bis “Er wordt geen samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de transmissienetbeheerder en de lokale transmissienetbeheerder, als de transmissienetbeheerder en de lokale transmissienetbeheerder aan wiens net hij gekoppeld is, dezelfde rechtspersoon zijn.” 48. Dit strookt met het opzet van de eerste gedragscode en de voorziene wijziging van het technisch reglement zoals besproken met de Algemene Directie Energie, teneinde voor zover mogelijk een eerste gedragscode te kunnen hebben op 1 september 2022 of zo snel mogelijk daarna zodat een einde wordt gemaakt aan de schending van bevoegdheden van de CREG en rechtszekerheid wordt verschaft. Deze strakke timing laat niet toe een algehele herziening van de bepalingen omtrent aansluiting, toegang en ondersteunende diensten in het koninklijk besluit van 22 april 2019 uit te voeren met de nodige raadpleging van de marktpartijen. Om die reden wordt ervoor geopteerd om de bestaande bepalingen in een eerste fase over te nemen, met uitzondering van de bepalingen betreffende de hiervoor genoemde thema’s omdat reeds op grond van opgedane ervaring met deze dossiers is gebleken dat deze niet meer up-to-date zijn. De CREG benadrukt dat zij de gedragscode aan een regelmatige evaluatie zal onderwerpen en zal overgaan tot wijziging ervan telkens wanneer daartoe een legitieme nood bestaat. Elia geeft reeds zelf aan in haar begeleidend schrijven van 16 mei 2022 dat zij een aangepast voorstel inzake de regels inzake capaciteitsreservering in het vooruitzicht stelt. 49. De CREG heeft volgende algemene aansluitingsprocedures voorgesteld door Elia : BSTOR Noch in het Federaal Technisch Reglement noch in het ontwerp van gedragscode is er sprake van gevolgen in geval van niet-inachtneming door Elia van de verschillende termijnen die zijn vastgesteld voor het aansluitingsproces (termijnen voor indiening van offertes en uitvoering van de oriënterende studie en de detailstudie). Voor de kandidaat-netgebruiker is het nochtans essentieel om te weten over welke verhaalmiddelen hij beschikt in geval van eventuele overschrijding van deze termijnen. Algemener lijkt het ons uiterst belangrijk dat het regelgevingskader voldoende stimulansen biedt opdat Elia over genoeg middelen zou beschikken om deze studies uit te voeren binnen de opgelegde termijnen. Dit kan de vorm aannemen van een alternatief voor een boete: bijvoorbeeld een geleidelijke vermindering van de kostprijs van de studies naargelang de door Elia opgelopen vertraging, of een tariefstimulans. BSTOR neemt op dit punt geen standpunt in, maar stelt enkel vast dat het duidelijk ontbreekt aan expliciete stimulansen om deze termijnen na te leven. Elia In randnummers 29 en 51 van haar ontwerpbeslissing maakt de CREG een analyse van haar bevoegdheid volgens artikels 11 en 15 van de Elektriciteitswet. Zo besluit de CREG dat Niet-vertrouwelijk opmerkingen ontvangen betreffende de Reactie CREG De CREG acht deze vragen interessant; zij verdienen verdere analyse. Indien tarifaire incentives of een aanpassing van tarieven zich zouden opdringen ingevolge deze analyse, zal dit moeten worden geregeld binnen de tarifaire dossiers die de CREG behandelt (en dus buiten de gedragscode moeten worden geregeld). Reactie CREG De CREG heeft de kritiek van Elia geanalyseerd en is zich ervan bewust dat een aantal wijzigingen door de CREG in de ontworpen gedragscode ten aanzien van het voorstel van 34/141 “uit de gecombineerde lezing van beide voornoemde artikelen dat het deel aansluitingsprocedures van het voorstel van de netbeheerder inzake de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet onderworpen wordt aan de goedkeuring van de CREG. Dit betekent dat dit deel aansluitingsprocedures (Deel 2, Boek 2.1, van het voorstel van Elia) in geval van goedkeuring door de CREG vervolgens in de gedragscode wordt opgenomen/vastgesteld door de CREG.” Vervolgens stelt de CREG akkoord te gaan met het voorstel van Elia van aansluitingsprocedures maar wenst de CREG een aantal bepalingen vanuit redactioneel oogpunt te verbeteren of bepaalde zaken te verduidelijken zonder inhoudelijke impact op het voorstel van Elia. Tenslotte stelt de CREG dat deze aanpassingen de goedkeuring van het deel aansluitingsprocedures niet in de weg staan en vergen deze aanpassingen met andere woorden geen aangepast voorstel vanwege Elia, gezien deze, zoals reeds gezegd, louter strekken tot redactionele verbetering of verduidelijking van de tekst zonder inhoudelijke wijziging van het voorstel van Elia. Reactie Elia: zoals de CREG ook aangeeft in haar ontwerpbeslissing, kan er door de CREG geen enkele aanpassing aan het voorstel gemaakt worden, wanneer dit gereguleerd document op voorstel van Elia door de CREG goedgekeurd dient te worden. Wij hebben bezwaar tegen de door de CREG gehanteerde aanpak gezien het door de CREG aanbrengen van wijzigingen aan een voorstel van Elia een duidelijke inbreuk op de goedkeuringsprocedures en –bevoegdheid van de CREG vormt. Elia stelt zich de vraag waarom de CREG in haar ontwerpbeslissing ervoor kiest om de toepasselijke procedures niet te volgen, voor wijzigingen die de CREG als louter redactioneel bestempeld. In hoeverre zijn deze redactionele aanpassingen absoluut noodzakelijk voor het goedkeuren van het voorstel in de gedragscode? Elia identificeert echter inhoudelijke wijzigingen (de nummering verwijst naar de gebruikte artikelnummering van het voorstel van Elia): - In artikel 141, §1, 9°: de woorden “aangesloten op verbruiksinstallaties” verwijderd. Niet-vertrouwelijk aansluitingsprocedures van Elia niet louter taalkundig zijn, maar de verduidelijking voor ogen hadden van de tekst of de correctie inhielden van foutieve verwijzingen. Hoewel deze verduidelijkingen en correcties volgens de CREG geen inhoudelijke impact hadden op het voorstel van Elia, is uit de gesprekken die medewerkers van Elia en van de CREG met elkaar hadden na afloop van de openbare raadpleging gebleken dat toch enige inhoudelijke afstemming noodzakelijk was. Ingevolge de voornoemde informele gesprekken en analyse door Elia van het resultaat van de openbare raadpleging georganiseerd door de CREG, heeft Elia per brief van 11 oktober 2022 aanpassingen voorgesteld ten opzichte van haar voorstel van 16 mei, zoals gecorrigeerd per brief van 3 juni 2022. Elia heeft bij die gelegenheid derhalve ook een aantal aanpassingen doorgevoerd ingevolge de opmerkingen van marktpartijen en de louter taalkundige wijzigingen die de CREG aanbracht in de ontworpen gedragscode meegenomen. De door Elia als inhoudelijk aangemerkte wijzigingen door de CREG worden als volgt behandeld in het aangepaste voorstel van Elia van 11 oktober 2022: - In artikel 141, §1, 9°, worden de woorden “aangesloten op verbruiksinstallaties” verwijderd: de CREG is inderdaad van mening dat deze woorden een onterechte beperking inhielden. - In artikel 141, §4, worden de woorden “om redenen van gebrek aan capaciteit” opnieuw toegevoegd; de verwijzing naar artikel 15, §1, tweede lid, wordt geüpdatet naar “artikel 15, §1, derde lid”: de CREG kan akkoord gaan omdat de woorden “om redenen van gebrek aan capaciteit” eerst overbodig leken, maar wel degelijk correct zijn en behouden kunnen blijven. De verwijzing naar artikel 15, §1, tweede lid, van de elektriciteitswet wordt terecht aangepast naar artikel 15, §1, derde lid (het tweede lid werd het derde lid ingevolge de wet van 21 juli 2021). - In de artikelen 153 en 160 worden de referenties naar de B, C, D drempelwaarden geschrapt, zodat het toepassingsgebied van 35/141 - - - - In artikel 141, §4, worden de woorden “om redenen van gebrek aan capaciteit” verwijderd. In artikel 153 en 160 worden de referenties naar de A, B, C, D drempelwaarden vervangen door een loutere verwijzing naar het minimale vermogen In artikel 154 wordt een referentie naar de regionale wetgeving toegevoegd. In artikel 159 worden de termen ‘installatie’ vervolledigd door ‘van de transmissienetgebruiker’ en wordt de verwijzing naar de wijziging aangevuld met de precisering ‘van de aansluiting’. Elia vraagt daarom aan de CREG om haar beslissing te nemen over het oorspronkelijke voorstel van Elia. Enkel de wijzigingen aan artikel 159 die reeds met de CREG werden besproken en waarvoor Elia haar akkoord had gegeven, met name het vervolledigen van de termen ‘installatie’ door het toevoegen van ‘van de transmissienetgebruiker’, kunnen worden meegenomen in de beslissing. deze bepalingen alle elektriciteitsproductieeenheden aangesloten op het transmissienet betreft zonder onderscheid: de CREG achtte die verwijzing naar de drempelwaarden B, C en D verwarrend in deze context. In deze artikelen worden alle elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het transmissienet bedoeld, ongeacht het vermogen. In die zin was ook de wijziging die de CREG had aangebracht in haar ontworpen gedragscode onjuist, aangezien Elia niet de intentie had met de referentie naar de B, C, D drempelwaarden om de elektriciteitsproductie-eenheden bedoeld in deze artikelen te beperken tot deze met een maximaal vermogen van 1MW of meer. - In artikel 154 wordt de referentie naar de regionale wetgeving uit de ontworpen gedragscode geschrapt: bij nader inzien kan de CREG hiermee akkoord gaan, aangezien de regionale wetgeving steeds moet worden nageleefd naast de federale wetgeving, en de CREG kan aannemen dat de toevoeging van een dergelijke precisering op één plaats en niet op andere voor verwarring kan zorgen, - In artikel 159 worden de termen ‘installatie’ vervolledigd door ‘van de transmissienetgebruiker’ en wordt de verwijzing naar de geringe wijziging aangevuld met de precisering ‘van de aansluiting, al dan niet als gevolg van de wijziging van een installatie van de transmissienetgebruiker’: de CREG kan hiermee akkoord gaan omdat deze wijzigingen correcte verduidelijkingen inhouden van de tekst. De CREG verwijst voor een meer uitgebreide motivering van voormelde punten naar de bespreking verderop in de beslissing. 50. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze aanpak en derhalve het voorstel van Elia in zoverre het bepalingen van het koninklijk besluit van 22 april 2019 overneemt, behalve de hiernavolgende. Hieronder wordt de lijst van opmerkingen van de CREG opgenomen in haar ontwerpbeslissing (B)2409 weergegeven, samen met (en geactualiseerd ingevolge) de behandeling van de reacties die ze daarbij ontvangen heeft tijdens de openbare raadpleging: - in zoverre een aantal van die bepalingen gewag maken van elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B en/of C. Niet-vertrouwelijk 36/141 Aangezien alle elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het transmissienet van het type D zijn met toepassing van artikel 5.2.d), van de huidige Europese netcode RfG, aangezien deze allemaal aangesloten zijn op een spanningsniveau op of hoger dan 110 kV, is uit de opgedane ervaring met het technisch reglement reeds gebleken dat het reële verwarring zaait om te spreken van types B, C en D. Er zijn namelijk geen elektriciteitsproductie-eenheden van het type B of C aangesloten op het transmissienet. Het is correct dat afwijkingen werden goedgekeurd door de CREG voor eenheden met een maximaal vermogen <25 MW en een spanning op het aansluitingspunt hoger dan of gelijk aan 110 kV om te voldoen aan bepaalde vereisten die gelden voor type D-installaties, maar dit maakt van deze eenheden geen type A of type B- eenheden. De CREG was derhalve van mening dat artikel 153, artikel 160, §§2 en 5, artikel 170, §1, artikel 32, artikel 316, 6°, aanpassing vergden, teneinde de verwijzingen naar “types” voor wat betreft elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het transmissienet te vervangen door de corresponderende maximale vermogens van deze installaties, in de veronderstelling dat Elia met de verwijzing naar de types B, C en D, de maximale vermogens van het type A beoogde uit te sluiten van het toepassingsgebied. De verwijzingen naar types A, B, C en/of D kunnen wel behouden blijven voor energieopslagfaciliteiten aangesloten op het transmissienet omdat deze niet onder het toepassingsgebied van de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC vallen (en voor zover het technisch reglement in die opdeling blijft voorzien) en voor elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op een CDS aangezien deze aansluitingen vaak plaatsvinden op een spanningsniveau < 110 kV, zoals bv. in artikel 242, §2. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerkingen ontvangen hierbij. Artikelen 34, 46, 61 en 180 van de gedragscode Elia Reactie CREG Elia maakt de opmerking dat in artikel 153 en Uit gesprekken met Elia na afloop van de 160 de referenties naar de A, B, C, D openbare raadpleging is gebleken dat de drempelwaarden vervangen worden door de verwijzingen in de artikelen 153 CREG door een loutere verwijzing naar het (capaciteitsreservering) en 160 (met minimale vermogen en dat dit een verwijzing naar artikel 170 over flexibele inhoudelijke wijziging uitmaakt van het toegang) van haar voorstel van voorstel van Elia wat niet kan. aansluitingsprocedures naar de types B, C en D, niet bedoeld zijn om de installaties De CREG rechtvaardigt haar wijziging door met een vermogen van <1 MW van het het feit dat er afwijkingen werden toegepast toepassingsgebied uit te sluiten. voor installaties met een vermogen < 25 MW Bij nader inzien kan dit ook niet de die aangesloten zijn op het transmissienet (> bedoeling zijn aangezien deze artikelen 110kV) en dat de verwijzing naar type anders een verschillende behandeling A/B/C/D zoals gedefinieerd in de Europese zouden invoeren voor netcode RfG bijgevolg niet langer volledig elektriciteitsproductie-eenheden op het correct is . Dit zou tot verwarring kunnen vlak van capaciteitsreservaties waarvoor leiden. geen objectieve verantwoording voorligt. Reactie Elia: Volgens Elia zijn de installaties aangesloten > 110 kV en met P <25 MW, De CREG blijft niettemin van oordeel dat rekening houdende met de derogaties die op deze verwijzingen naar de types B, C en D nationaal niveau door de netbeheerder zijn verwarrend zijn. Vooreerst omdat er geen vastgesteld, nog steeds installaties van het installaties van het type B en C zijn op het type D , maar zijn de vereiste technische transmissienet. Alle elektriciteitsproductiespecificaties deze van het type A of B. De eenheden aangesloten op het Niet-vertrouwelijk 37/141 verwijzing naar het type installatie is dus nog steeds belangrijk. De vervanging van deze verwijzing door vermogenswaarden zou het risico inhouden dat er meer verwarring ontstaat, zoals bijvoorbeeld inconsistenties in de tijd indien de nationale implementatie van de Netwerkcodes zou veranderen ; inconsistenties in de inhoud van documenten indien verschillende aanduidingen worden gebruikt om de eenheden te categoriseren . ELIA is van mening dat het de voorkeur geniet de verwijzing naar de types A/B/C/D te behouden en in de gedragscode duidelijk te stellen dat het type van een installatie moet worden vastgesteld na toepassing van de derogatie die op nationaal niveau geldt . transmissienet zijn immers van het type D met toepassing van artikel 5.2.d), van de huidige Europese netcode RfG, aangezien deze allemaal aangesloten zijn op een spanningsniveau op of hoger dan 110 kV. Bovendien, door het type A niet te vermelden wordt de indruk gewekt dat men kleine vermogens van het toepassingsgebied wil uitsluiten, terwijl de verwijzing naar type D deze kleine vermogens toch omvat. De CREG gaat akkoord met Elia dat de installaties aangesloten > 110 kV en met een maximaal vermogen <25 MW, waarvoor derogaties op nationaal niveau zijn vastgesteld door de CREG op voorstel van de netbeheerder nog steeds installaties van het type D zijn, maar de vereiste technische specificaties deze zijn van het type A of B. Elia heeft dit in haar aangepast voorstel van 11 oktober 2022, deel aansluitingsprocedures, meegenomen en zodoende de verwijzingen naar de types B, C en D in de artikelen 153 en 160 van haar initieel voorstel geschrapt zodat het toepassingsgebied van deze artikelen duidelijk geldt voor alle elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op het transmissienet (zie ook reeds in paragraaf 49). Ten aanzien van de tekst van de ontworpen gedragscode, schrapt de CREG, ingevolge de bovenstaande redenering, ook de woorden “met een maximaal vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW” in de artikelen 61, §1, en 180, eerste lid, 6°, (en derhalve ook de verwijzingen naar de types eenheden in de artikelen 170, §1, en 316, eerste lid, 6°, van het voorstel van Elia). - De formulering van artikel 31 wordt verduidelijkt. De woorden “de respectievelijke data van indienstneming” worden vervangen door de woorden “de beoogde data van indienstneming van de installaties van de transmissienetgebruiker” aangezien niet duidelijk was over welke indienstneming het gaat. - De formulering in artikel 71, tweede lid, verdient wat verduidelijking. De CREG vervangt de zin “Wanneer binnen deze termijn geen overeenstemming is bereikt, is lid 1 van toepassing” door de twee volgende zinnen: “Wanneer binnen deze termijn geen overeenstemming is bereikt, kan elke partij de CREG verzoeken om binnen een tijdsbestek van zes maanden een beslissing Niet-vertrouwelijk 38/141 te nemen daarover. Indien een partij de CREG een dergelijk verzoek bezorgt, worden de in de aansluitingsprocedure bedoelde termijnen opgeschort totdat de partijen in kennis worden gesteld van de beslissing van de CREG.”. Dit vormt volgens de CREG geen inhoudelijke verandering; deze is enkel bedoeld om te verzekeren dat de bedoeling correct wordt weergegeven aangezien de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC als dusdanig geen toepassing vinden op energieopslagfaciliteiten. - In artikel 141, §4, had de CREG de woorden “om redenen van gebrek aan capaciteit” vóór de woorden “overeenkomstig artikel 15, §1, tweede lid, van de wet” in de ontworpen gedragscode verwijderd omdat ze deze overbodig achtte, doch bij nader inzien kunnen deze worden behouden (naar analogie met artikel 160, §2). Echter, de verwijzing naar artikel 15, §1, tweede lid, van de wet vergt correctie aangezien dit het derde lid is geworden ingevolge de wet van 21 juli 2021. Het aangepaste voorstel van Elia van 11 oktober 2022 komt daaraan tegemoet. - In artikel 172 van het voorstel van Elia betreffende testen en simulaties worden de woorden “uit te voeren bij toepassing van de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC of van deze gedragscode”, geschrapt aangezien deze onnodig zijn volgens de CREG en de zin bovendien moeilijk leesbaar maken. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerkingen ontvangen hierbij. Artikel 63 van de gedragscode Febeliec Febeliec betreurt dat alle bepalingen betreffende testen en simulaties teneinde de conformiteit van de installaties te valideren warden verwijderd in de gedragscode, waardoor het minder duidelijk wordt voor netgebruiker welke elementen ze moeten naleven. Bovendien is onduidelijk waar dergelijke bepalingen nu zullen worden voorzien, wat ook een probleem creëert inzake de stabiliteit van deze bepalingen. - Reactie CREG Alle bepalingen in verband met testen en simulaties zijn wel degelijk opgenomen in de artikelen 62 tot 77 van de gedragscode. De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerking ontvangen bij artikel 174 van het voorstel van Elia. Artikel 65 van de gedragscode ODE §1: Laten deze technische eisen de implementatie van provisie 15 van het Europese Electricity Market Design (EMD) toe om dubbele nettarieven te vermijden? Niet-vertrouwelijk Reactie CREG Artikel 65, §1, van de gedragscode handelt over het testen van conformiteit met de technische vereisten in het technisch reglement. Het artikel handelt bijgevolg niet over de technische eisen zelf, die in het technisch reglement blijven. Deze opmerking valt derhalve buiten het kader van de gedragscode. De CREG raadt ODE aan de komende wijziging van het technisch reglement op te volgen en in dat kader desgewenst contact te nemen met de Algemene Directie Energie. 39/141 - De verwijzing in artikel 176 naar de gedragscode is op één plaats niet correct volgens de CREG aangezien de technische eisen worden vastgesteld in het technisch reglement, niet in de gedragscode. De CREG voert derhalve deze aanpassing door. - Elia heeft in haar voorstel in artikel 195, in vergelijking met het koninklijk besluit van 22 april 2019, de bepaling geschrapt dat de toevoeging van een toegangspunt aan de portefeuille van een toegangshouder een aanvang neemt op de eerste dag van de kalendermaand die bepaald is in het ontwerp van aanduiding. De CREG gaat akkoord met deze schrapping aangezien de concrete aanvang bepaald wordt in het contract. De CREG wenst bijgevolg de volgende zin toe te voegen om dit te benadrukken: “De type-toegangsovereenkomst bepaalt wanneer de aanduiding een aanvang neemt.” - De CREG heeft tijdens de openbare raadpleging volgende opmerking ontvangen bij hoofdstuk 3.2.2. (artikelen 192-195 in het voorstel van Elia). Artikelen 96 tot 99 van de gedragscode ODE Laat dit hoofdstuk de implementatie van provisie 15 van het Europese Electricity Market Design (EMD) toe om dubbele nettarieven te vermijden? Wat als de batterij een apart toegangspunt is? Reactie CREG Ho

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.