← België

Beslissing betreffende de vaststelling van een gedragscode aardgas

(B)2411 31 augustus 2022 Beslissing betreffende de vaststelling van een gedragscode aardgas Met toepassing van de artikelen 15/5undecies, § 1 en 15/14, § 2, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen. Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. De Gasverordening .................................................................................................................. 4 1.2. De Gasrichtlijn ......................................................................................................................... 8 1.3. De Gaswet ............................................................................................................................... 8 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 14 3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 14 4. BEOORDELING ............................................................................................................................... 14 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 14 4.2. Overzicht opmerkingen en vragen van marktdeelnemers .................................................... 18 BESLISSING ............................................................................................................................................ 51 BIJLAGE I : GEDRAGSCODE AARDGAS - versie: 31 augustus 2022 -Nederlands-Frans .......................... 52 BIJLAGE II : GEDRAGSCODE AARDGAS – aangepast ingevolge openbare raadpleging -NederlandsFrans ...................................................................................................................................................... 53 Niet-vertrouwelijke versie 2/53 INLEIDING Overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (hierna: Gaswet) en dat in werking treedt op 1 september 2022, stelt de COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN AARDGAS (hierna: CREG) een gedragscode aardgas vast betreffende : 1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie; 2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten; 3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. De beslissing bestaat, naast de inleiding en de beslissing uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader, de antecedenten, de raadpleging en de beoordeling. De beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op 31 augustus 2022. Niet-vertrouwelijke versie 3/53 1. WETTELIJK KADER 1.1. DE GASVERORDENING 1. Artikel 8.7, van de Gasverordening1 bepaalt: De netcodes worden ontwikkeld voor grensoverschrijdende aangelegenheden en aangelegenheden betreffende de marktintegratie en doen geen afbreuk aan de rechten van de lidstaten om nationale netcodes vast te stellen die niet van invloed zijn op de grensoverschrijdende handel. 2. Artikel 14, van de Gasverordening bepaalt: Transmissiesysteembeheerders:

  1. a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
  2. b)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  3. c)dat zij de netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden; Wanneer in verband met punt
  4. a)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaardtransportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, vermelde principes. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. 3. Artikel 15, van de Gasverordening bepaalt: LNG- en opslagsysteembeheerders:
  5. a)bieden op niet-discriminerende basis aan alle netgebruikers diensten aan die aan de marktbehoefte voldoen. Met name wanneer een LNG of opslagsysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden;
  6. b)bieden diensten aan die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerder, en
  7. c)relevante informatie publiceren, en met name gegevens over het gebruik en de beschikbaarheid van diensten, binnen een tijdskader dat verenigbaar is met de redelijke commerciële behoeften van gebruikers van opslag- en LNG-installaties en onder toezicht van de nationale regulerende instantie. Opslagsysteembeheerders:
  8. a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  9. b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
  10. c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. LNG- en opslaginstallatiecontracten leiden niet tot willekeurig hogere tarieven wanneer ze gesloten worden:
  11. a)buiten een aardgasjaar met niet-standaardaanvangsdata, of
  12. b)met een kortere duur dan een standaard-LNG- en opslaginstallatiecontract op jaarbasis. 1 Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees parlement en de raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 Niet-vertrouwelijke versie 4/53 Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van LNG-installatiecapaciteit en opslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten. 4. Artikel 16, van de Gasverordening bepaalt: Marktspelers krijgen de beschikking over de maximale capaciteit op alle relevante punten waaraan in artikel 18, lid 3, wordt gerefereerd, met inachtneming van systeemintegriteit en efficiënte netexploitatie. Transmissiesysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie, welke
  13. a)passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de technische capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken en de grensoverschrijdende uitwisseling van aardgas bevorderen;
  14. b)zorgen voor compatibiliteit met de marktmechanismen, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en
  15. c)compatibel zijn met de nettoegangssystemen van de lidstaten. Transmissiesysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante procedures voor congestiebeheer die de grensoverschrijdende uitwisseling van gas op nietdiscriminerende basis bevorderen, waarbij de beginselen van non-discriminatie en vrije concurrentie worden gerespecteerd:
  16. a)in geval van contractuele congestie biedt de transmissiesysteembeheerder ongebruikte capaciteit ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar op de primaire markt aan;
  17. b)netgebruikers die hun ongebruikte gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen doorverkopen of -verhuren, hebben daartoe het recht. In verband met punt
  18. b)van de eerste alinea kunnen de lidstaten kennisgeving of informatieverstrekking aan de transmissiesysteembeheerder door de netgebruikers verlangen. In geval van fysieke congestie worden door de transmissiesysteembeheerder of, in voorkomend geval, de regulerende instanties niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie toegepast. Transmissiesysteembeheerders beoordelen op gezette tijden de marktbehoefte aan nieuwe investeringen. Bij de planning van nieuwe investeringen beoordelen zij de marktbehoefte en houden zij rekening met de zekerheid van de voorziening. 5. Artikel 17, van de Gasverordening bepaalt: Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale opslagen LNG-installatiecapaciteit, met inachtneming van systeemintegriteit en exploitatie. LNG- en opslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke:
  19. a)passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken;
  20. b)zorgen voor compatibiliteit met het marktmechanisme, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en
  21. c)compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de LNG-opslagsystemen verbonden zijn. LNG- en opslaginstallatiecontracten bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende bij contractuele congestie geldende beginselen:
  22. a)de systeembeheerder moet ongebruikte LNG-installatie- en opslagcapaciteit zonder uitstel op de primaire markt aanbieden; dit geschiedt bij opslaginstallaties ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar;
  23. b)LNG- en opslaginstallatiegebruikers die hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen wederverkopen, moeten daartoe het recht hebben. Niet-vertrouwelijke versie 5/53 6. Artikel 18, van de Gasverordening bepaalt: De transmissiesysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie betreffende de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden alsook de technische informatie die nodig is opdat netgebruikers effectieve nettoegang verkrijgen. Om transparante, objectieve en niet-discriminerende tarieven te garanderen en een efficiënt gebruik van het gasnet te bevorderen, publiceren de transmissiesysteembeheerders of de betrokken nationale instanties beknopte en voldoende gedetailleerde informatie over tariefderivatie, methodologie en structuur. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceert iedere transmissiesysteembeheerder voor alle relevante punten, waaronder de entry en exitpunten, regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke en gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over technische, gecontracteerde en beschikbare capaciteit. De relevante punten van een transmissiesysteem waarover de informatie moet worden gepubliceerd, worden door de bevoegde instanties na overleg met de netgebruikers goedgekeurd. De transmissiesysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op niet-discriminerende basis. Transmissiesysteembeheerders publiceren vooraf en achteraf informatie over vraag en aanbod die berust op nominaties, prognoses en de gerealiseerde flows in en uit het systeem. De nationale regelgevende instantie zorgt ervoor dat al deze informatie wordt gepubliceerd. De mate van gedetailleerdheid van de gepubliceerde informatie is een afspiegeling van de informatie die de transmissiesysteembeheerder tot zijn beschikking heeft. Transmissiesysteembeheerders publiceren de getroffen maatregelen, de gemaakte kosten en de gegenereerde opbrengsten in verband met de balancering van het systeem. De betrokken marktspelers verstrekken de in dit artikel bedoelde gegevens aan de transmissiesysteembeheerders. 7. Artikel 19, van de Gasverordening bepaalt: De LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbiedt en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat LNGen opslaginstallatiegebruikers effectieve toegang tot deze installaties verkrijgen. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren de LNG- en opslagsysteembeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op niet-discriminerende basis. Alle LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de hoeveelheid gas in elke opslag- en LNG-installatie of — als dit overeenkomt met de manier waarop de gebruikers van het systeem toegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derden toegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd. Indien de gebruiker van een opslagsysteem de enige gebruiker van een opslaginstallatie is, kan de opslaggebruiker bij de nationale regulerende instantie een met redenen omkleed verzoek om vertrouwelijke behandeling van de in de eerste alinea bedoelde informatie indienen. Indien de nationale regulerende instantie concludeert dat het verzoek gegrond is, rekening houdend met name met de noodzaak om het belang van de opslaggebruiker bij de rechtmatige bescherming van zijn zakengeheimen waarvan de bekendmaking zijn algehele handelsstrategie zou schaden, af te wegen tegen de doelstelling om een concurrerende interne markt voor gas tot stand te brengen, kan zij de opslagsysteembeheerder toestaan om de in de eerste alinea genoemde informatie gedurende ten hoogste een jaar niet bekend te maken. Niet-vertrouwelijke versie 6/53 De tweede alinea laat de in de eerste alinea genoemde verplichtingen van de transmissiesysteembeheerder onverlet, tenzij de geaggregeerde gegevens identiek zijn met de afzonderlijke opslagsysteemgegevens waarvoor de regulerende instantie de niet-bekendmaking heeft toegestaan. Om te zorgen voor transparante, objectieve en niet-discriminerende tarieven en om een efficiënt gebruik van de infrastructuurvoorzieningen te bevorderen publiceren de beheerders van LNG- en opslaginstallaties of de betrokken nationale regelgevende instanties voldoende gedetailleerde informatie over tariefafwijkingen, methodologieën en tariefstructuren voor infrastructuur onder geregelde derdentoegang. 8. Artikel 21, van de Gasverordening bepaalt: De balanceringsregels worden ontworpen op eerlijke, niet-discriminerende en transparante wijze en zijn gebaseerd op objectieve criteria. De balanceringsregels zijn een afspiegeling van de werkelijke systeembehoeften, rekening houdend met de voor de transmissiesysteembeheerder beschikbare hulpmiddelen. Balanceringsregels zijn marktgericht. Om de netgebruikers in staat te stellen tijdig corrigerende maatregelen te nemen, verstrekken de transmissiesysteembeheerders voldoende, tijdige en betrouwbare online-informatie over de balanceringsstatus van de netgebruikers. De verstrekte informatie is een afspiegeling van het niveau van de informatie die de transmissiesysteembeheerder tot zijn beschikking heeft, en sluit aan bij de verrekeningsperiode waarover onbalanskosten worden berekend. Voor deze informatie krachtens dit lid worden geen kosten in rekening gebracht. De tarieven voor onbalans zijn zoveel mogelijk kostengeoriënteerd en stimuleren in voorkomende gevallen de netgebruikers om hun invoeding en onttrekking van gas te balanceren. Zij zijn gericht op het vermijden van kruissubsidiëring tussen de netgebruikers en houden geen belemmering in voor het betreden van de markt door nieuwkomers. De methoden voor de berekening van de tarieven voor onbalans en de definitieve tarieven worden gepubliceerd door de bevoegde instanties of de transmissiesysteembeheerder, naar gelang van het geval. De lidstaten zien erop toe dat de transmissiesysteembeheerders streven naar harmonisatie van de balanceringsstelsels en naar stroomlijning van de structuren en de niveaus van de balanceringstarieven om de handel in gas te bevorderen. 9. Artikel 22, van de Gasverordening bepaalt: Elke transmissie-, opslag- en LNG-systeembeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en nietdiscriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en -procedures op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen, en erkent de overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan. 10. In bijlage I, van de Gasverordening zijn richtsnoeren opgenomen: betreffende

(1)derdentoegangsdiensten bij transmissiesysteembeheerders; inzake
(2)mechanismen voor capaciteitsallocatie en de procedures voor congestiebeheer bij transmissiesysteembeheerders en de toepassing van deze procedures bij contractuele congestie en de
(3)definitie inzake technische informatie die netgebruikers nodig hebben om effectieve toegang tot het systeem te kunnen verkrijgen, alle voor de transparantievereisten relevante punten en de op alle relevante punten te publiceren informatie en het tijdschema voor de publicatie van deze informatie. Niet-vertrouwelijke versie 7/53 1.2. 11. DE GASRICHTLIJN Artikel 41.6 tot 10, van de Gasrichtlijn2 bepaalt: “6. De regulerende instanties zijn bevoegd om ten minste de methodes voor het berekenen of tot stand komen van de volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim vóór hun inwerkingtreding goed te keuren:
  1. a)de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven en voorwaarden en tarieven voor toegang tot LNG-installaties. Deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten en LNG-installaties op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten en de LNG-installaties kunnen waarborgen;
  2. b)de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria, en
  3. c)de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 7. De in lid 6 vermelde methoden of de voorwaarden worden gepubliceerd. 8. Bij de vaststelling of goedkeuring van de tarieven of methoden en de balanceringsdiensten zorgen de regulerende instanties ervoor dat de transmissie- en distributiesysteembeheerders passende stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de efficiëntie te verbeteren, de marktintegratie en de leverings- en voorzieningszekerheid te versterken en verwante onderzoeksactiviteiten te ondersteunen. 9. De regulerende instanties monitoren het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief Interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer. Hiertoe leggen de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures. 10. De regulerende instanties zijn bevoegd om zo nodig van de beheerders van transmissie-, opslag-, LNGen distributiesystemen te verlangen dat zij de voorwaarden, inclusief de in dit artikel bedoelde tarieven en methodologieën, wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. Indien de toegangsregeling voor opslag is omschreven overeenkomstig artikel 33, lid 3, omvat deze taak niet de wijziging van de tarieven. In geval van vertraging bij de vaststelling van transmissie- en distributietarieven hebben de regulerende instanties de bevoegdheid om transmissie- en distributietarieven en de berekeningswijzen hiervan voorlopig vast te stellen of goed te keuren en een besluit te nemen over passende compensatiemaatregelen indien de definitieve tarieven of berekeningswijzen afwijken van deze voorlopige tarieven of berekeningswijzen.” 1.3. DE GASWET 12. Bij wet van 21 juli 2021, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 september 2021, werd artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet gewijzigd als volgt: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt3 : 2 Richtlijn 2009/73/EG van het Europees parlement en de raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG 3 Vet gedrukte tekst zijn invoegingen en doorstreepte tekst zijn weglatingen. Niet-vertrouwelijke versie 8/53 “Art. 15/5 undecies, §1 Na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, stelt de commissie een gedragscode vast met betrekking tot het beheer van het aardgasvervoersnet en in het bijzonder met betrekking tot: 1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie; 2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten; 3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.” 2° in het tweede lid worden in de bepaling onder 1°, de woorden “de aanvraag” vervangen door de woorden “de indiening en de behandeling van de aanvraag van aansluiting en”; “De gedragscode bepaalt : 1° de procedures en regels inzake de indiening en de behandeling van de aanvraag van aansluiting en van toegang tot het net; 2° de gegevens die de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en aan de beheerder van de LNG-installatie moeten verstrekken; 3° de voorzorgsmaatregelen die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie dienen te nemen om de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens met betrekking tot de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te beschermen;” 3° in het tweede lid worden in de bepaling onder 4° de woorden “en aan te sluiten op” ingevoegd tussen de woorden “om toe te treden tot” en de woorden “tot hun net en hun installatie”. “4° de termijnen waarbinnen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie moeten antwoorden op de aanvragen om toe te treden tot en aan te sluiten op hun net en hun installatie; 5° de maatregelen om elke discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te vermijden;” 4° in het tweede lid wordt de bepaling onder 6° opgeheven; 6° de minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van de vervoers- en leveringsfuncties van aardgas binnen de geïntegreerde beheerders van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie; 5° in het tweede lid worden in de bepaling onder 7° de woorden “en de aansluiting op” ingevoegd tussen de woorden “de gebruikers voor de toegang tot” en de woorden “het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie.”; “7° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNGinstallatie, en, anderzijds, de gebruikers voor de toegang tot en de aansluiting op het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie;” 6° in het tweede lid wordt de bepaling onder 8° aangevuld met de woorden “die verband houdt met aansluiting op en toegang tot het vervoersnet”; “8° de basisbeginselen met betrekking tot facturering die verband houdt met aansluiting op en toegang tot het vervoersnet; 9° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG- Niet-vertrouwelijke versie 9/53 installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie;” 7° in het tweede lid worden de bepalingen onder 10° en 11° opgeheven.” “10° maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het verbintenissenprogramma dient bij de Commissie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd; 11° de vereisten inzake onafhankelijkheid van het personeel van de beheerders ten opzichte van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen . 12° de regels en de organisatie van de secundaire markt waarvan sprake in artikel 15/1, § 1, 9°bis; 13° de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. De toekenning en het behoud van elke vervoers- of leveringsvergunning zijn onderworpen aan het naleven van de gedragscode.” 13. Paragraaf 3, van artikel 15/5undecies, van de Gaswet is ongewijzigd gebleven en luidt als volgt. “§ 3. De beheerder van een Interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren: 1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de Interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de Interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie; 2° op de beheerder van een Interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de Interconnector; 3° alle netgebruikers hebben toegang tot de Interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract; 4° de voorwaarden voor toegang tot de Interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten . Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een Interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een Interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring.” 14. Verder werd artikel 15/14, § 2, alinea 2, van de Gaswet gewijzigd als volgt: “§ 2. De Commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de aardgasmarkt, enerzijds, en met een taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds. Te dien einde zal de Commissie : 6° de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot de vervoernetten en de LNG-installaties, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. Die voorwaarden maken het mogelijk dat de Niet-vertrouwelijke versie 10/53 noodzakelijke investeringen in de netten en LNG-installaties op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten en de LNG-installaties kunnen waarborgen; 34° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen. De balanceringsdiensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria; 35° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, vaststellen.” Overeenkomstig artikel 15/1, § 3, 7°, van de Gaswet is de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot: 15. “een ontwerp van regels voor het beheer van de congestie op te stellen dat hij aan de commissie en de Algemene Directie Energie betekent. De commissie keurt dit ontwerp goed en kan hem op gemotiveerde wijze verzoeken deze regels te wijzigen mits het naleven van de regels voor de congestie die bepaald zijn door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in overleg met het ACER. De commissie publiceert op haar internetsite de regels voor het beheer van de congestie. De implementering van de regels wordt gemonitord door de commissie;” Overeenkomstig artikel 15/2quinquies, van de Gaswet zijn op de gemeenschappelijke balancerings-onderneming van toepassing: 16. “ § 1 … De Verordening (EU) nr. 312/2014, evenals alle bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten die verband houden met balanceringsactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 15/2bis, voor zover deze niet strijdig zijn met de Verordening (EU) nr. 312/2014. Op de gemeenschappelijke onderneming zijn in het bijzonder van toepassing de artikelen 15/16, 15/18, 15/18bis, 15/20, 15/20bis, 15/21, 15/22, 18, 19, 19bis, 20, 20/1, 20/1bis, 20/2 en 23. § 2. De Commissie is, ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, als bedoeld in artikel 15/2bis, bevoegd voor de uitvoering van de taken opgenoemd in artikel 15/14, § 2, tweede lid, met uitzondering van punten 26°, 30°, 31°, 32° en 33°, voor zover zij verband houden met balanceringsactiviteiten uit te voeren door de gemeenschappelijke onderneming. De Commissie bekrachtigt, op voorstel van de gemeenschappelijke onderneming : 1° het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode die de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers in het kader van de balanceringsactiviteit beheerst. Het balanceringscontract en, in voorkomend geval, de balanceringscode bevatten in elk geval op gedetailleerde wijze :
  4. a)de definities van de in het balanceringscontract gebruikte terminologie;
  5. b)het voorwerp van het balanceringscontract;
  6. c)de voorwaarden waaraan de balanceringsactiviteit door de gemeenschappelijke onderneming geleverd wordt;
  7. d)de rechten en plichten verbonden aan de geleverde balanceringsactiviteit;
  8. e)de facturatie en betalingsmodaliteiten;
  9. f)de financiële garanties en andere waarborgen;
  10. g)de bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming en de netgebruikers; Niet-vertrouwelijke versie 11/53
  11. h)de impact van situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen;
  12. i)de bepalingen in verband met de verhandelbaarheid en overdracht van het balanceringscontract;
  13. j)de duur van het balanceringscontract;
  14. k)de bepalingen inzake opschorting en opzeg van het balanceringscontract, met uitzondering van uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de gemeenschappelijke onderneming;
  15. l)overeengekomen vormen inzake kennisgevingen tussen partijen;
  16. m)de bepalingen die van toepassing zijn wanneer de netgebruiker foutieve en onvolledige informatie geeft;
  17. n)het stelsel van geschillenregeling;
  18. o)het toepasselijke recht;
  19. p)de regels en procedures die van toepassing zijn op de geïntegreerde balanceringszone en het balanceringsmodel. 2° het balanceringsprogramma, dat het balanceringsmodel beschrijft; 3° de balanceringstarieven. Het voorstel van het balanceringscontract, van het balanceringsprogramma en van de balanceringscode, evenals de eventuele wijzigingen ervan, worden door de gemeenschappelijke onderneming opgesteld na raadpleging door deze laatste van de netgebruikers. Daartoe richt de gemeenschappelijke onderneming een overlegstructuur op binnen dewelke zij de netgebruikers kan ontmoeten. De gemeenschappelijke onderneming stelt een verslag op over de raadpleging dat zij toevoegt aan de documenten die ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor zover dat de gemeenschappelijke onderneming nog niet zou zijn opgericht ten tijde van de eerste raadpleging van de netgebruikers inzake het balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode, zal deze raadpleging worden uitgevoerd door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De Commissie kan, rekening houdend met gewijzigde marktomstandigheden, met inbegrip van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving, en/of met haar evaluatie van de marktwerking, de gemeenschappelijke onderneming de opdracht geven het goedgekeurde balanceringscontract, het balanceringsprogramma en de balanceringscode aan te passen en daartoe een voorstel tot wijziging ter goedkeuring voor te leggen aan haar .” 17. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 3, van de Gaswet is de beheerder van een Interconnector gehouden de volgende verplichtingen te respecteren: “ 1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de Interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de Interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie; 2° op de beheerder van een Interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de Interconnector; 3° alle netgebruikers hebben toegang tot de Interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract; 4° de voorwaarden voor toegang tot de Interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten. Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een Interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit Niet-vertrouwelijke versie 12/53 een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een Interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring. De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een Interconnector te verlangen dat hij de voorwaarden van het transportcontract wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op nietdiscriminerende wijze worden toegepast. Iedere wijziging van het transportcontract, op initiatief van de beheerder van een Interconnector of op vraag van de commissie, kan pas in werking treden na raadpleging van de markt en mits goedkeuring door de commissie.” 18. Overeenkomstig artikel 15/11, § 2, van de Gaswet wijst de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas de capaciteiten van de opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en nietdiscriminerende criteria en op basis van door de CREG goedgekeurde toewijzingsregels. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, van de Gaswet en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De CREG keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. 19. Artikel 23.1, van de gasrichtlijn bepaalt dat : “De transmissiesysteembeheerder stelt transparante en efficiënte procedures en tarieven op voor de niet-discriminerende aansluiting van opslaginstallaties, LNGhervergassingsinstallaties en industriële afnemers op het transmissiesysteem, en publiceert deze. Deze procedures worden door de regulerende instantie goedgekeurd.” 20. Een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 februari 2022, C-290/204 heeft geoordeeld dat aangezien artikel 23 van de gasrichtlijn onder Hoofdstuk IV gerangschikt is de toepassing ervan niet geldt voor transmissiesysteembeheerders die OU-gecertificeerd zijn (zie hiervoor de randnummers 35, 36, 37 en 38). 21. Het wetgevingspakket voorgesteld door de Europese Commissie op 14 juli 2021 herneemt artikel 23.1, van de Gasrichtlijn en breidt het toepassingsgebied ervan uit tot waterstof. Huidig artikel 23.1 wordt artikel 38.1 en staat gerangschikt onder Hoofdstuk V, “Voorschriften voor transmissie-, opslag- en systeembeheerders van aardgas”. Het nieuwe artikel 38 draagt als titel: “Besluitvormingsbevoegdheden inzake de aansluiting van opslaginstallaties, LNG-hervergassingsinstallaties en industriële verbruikers op het transmissiesysteem en het waterstofnet”. 22. Het ontwerp van artikel 38.1 luidt als volgt: “De transmissiesysteembeheerder en de waterstofnetbeheerder stellen transparante en efficiënte procedures en tarieven op voor de niet-discriminerende aansluiting van opslaginstallaties voor aardgas of waterstof, LNG-hervergassingsinstallaties , waterstofterminals en industriële afnemers op het transmissiesysteem en het waterstofnet, en publiceert deze. Deze procedures worden door de regulerende instantie goedgekeurd .” De CREG zal de gedragscode aardgas in die zin aanpassen van zodra het voorstel van Gasrichtlijn zal zijn aangenomen door het Europees Parlement en de Raad. 4 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:C:2020:297:FULL&from=NL Niet-vertrouwelijke versie 13/53 2. ANTECEDENTEN 23. Ingevolge het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 (C-767/19) werd de Gaswet bij wet van 21 juli 2021, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 september 2021, aangepast en is de CREG voortaan bevoegd om bij middel van een beslissing een gedragscode aardgas vast te stellen betreffende: 1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie; 2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten; 3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 3. RAADPLEGING 24. Artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet vereist dat de CREG over de vaststelling van een gedragscode aardgas een openbare raadpleging organiseert. 25. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG heeft het directiecomité beslist een openbare raadpleging te lanceren over huidige beslissing op de website van de CREG. 26. Deze openbare raadpleging heeft plaats gehad van 4 juli 2022 tot en met 31 juli 2022. 27. Op de openbare raadpleging hebben vijf marktpartijen gereageerd, te weten: Eni, Interconnector, Engie, Fluxys Belgium en Febeg. Geen van de marktspelers heeft ingeroepen dat hun reactie als vertrouwelijk moet worden beschouwd. Voor de antwoorden van de CREG op de opmerkingen en vragen van de marktpartijen, verwijst de CREG naar 4.2 van huidige beslissing, ‘Overzicht opmerkingen en vragen van marktdeelnemers'. 4. BEOORDELING 4.1. ALGEMEEN 28. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet is de CREG bevoegd verklaard om de gedragscode aardgas vast te stellen. Voorheen werd de gedragscode door de Koning bekrachtigd bij koninklijk besluit op voorstel van de CREG. 29. Overeenkomstig artikel 15/14, § 2, 6°, van de Gaswet is de CREG niet langer meer bevoegd om de belangrijkste voorwaarden van de beheerders voor aardgasvervoer, van de opslaginstallatie voor aardgas en van de LNG-installatie goed te keuren. Niet-vertrouwelijke versie 14/53 Onder ‘belangrijkste voorwaarden’ moet worden verstaan: het standaardcontract voor de toegang tot het vervoersnet en de daarmee verbonden operationele regels (artikel 1, 51°, van de Gaswet). 30. Overeenkomstig artikel 3, van het koninklijk besluit van 23 december 2010 betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001 betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (hierna: K.B. gedragscode), vallen de belangrijkste voorwaarden uiteen in: - het standaard aansluitingscontract; - het standaard DNB-aansluitingscontract; - het standaard aardgasvervoerscontract, onverminderd artikel 110; - het standaard opslagcontract, onverminderd artikel 169, § 2; - het standaard LNG-contract, onverminderd artikel 201, §§ 2 en 3; - de toegangsreglementen voor aardgasvervoer, LNG en opslag. 31. Concreet betekent dit dat door de wetswijziging van artikel 15/14, § 2, 6°, van de Gaswet de CREG voornoemde regulatoire documenten, die de aansluiting op en de toegang tot de vervoersinstallaties preciseren, niet langer meer zou kunnen goedkeuren. Echter, wat betreft de regulatoire documenten van de beheerder van een Interconnector, met name het transportcontract dat bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma, blijft de CREG wel bevoegd om deze goed te keuren aangezien artikel 15/5undecies, § 3, van de Gaswet niet werd gewijzigd. Hetzelfde geldt voor de gemeenschappelijke balancerings-onderneming. Ingevolge artikel 15/2quinquies, § 2, van de Gaswet, blijft de CREG bevoegd om het balanceringscontract, de balanceringscode en het balanceringsprogramma goed te keuren. Ieder van deze regulatoire documenten preciseren de algemene en specifieke voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot met toepassing van de algemene principes voorzien in het K.B. gedragscode, dat nu de gedragscode aardgas wordt, vastgesteld door de CREG. Eveneens passen deze regulatoire documenten de algemene principes voorzien in de Gaswet en de Europese regelgeving, toe. Het komt dan ook meer dan onlogisch over dat betreffende de belangrijkste voorwaarden de CREG deze niet langer meer zou mogen goedkeuren, terwijl voor de Interconnector en de gemeenschappelijke balancerings-onderneming dit wel nog steeds het geval is. Bovendien moet verwezen worden naar artikelen 41.6, van de Gasrichtlijn (paragraaf 11 van huidige beslissing), artikel dat is omgezet naar aanleiding van de gaswetswijziging op 21 juli 2021 (artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet) en dat het toepassingsgebied van de gedragscode aardgas uitbreidt tot de voorwaarden voor grensoverschrijdende infrastructuren (Interconnector). Voor de CREG maken evenwel de regulatoire documenten integraal deel uit van de voorwaarden om aansluiting te kunnen bekomen op en toegang te verkrijgen tot, hetgeen dus minstens een goedkeuring van de CREG vereist. 32. De CREG stelt vast dat de termen “vaststellen” en “goedkeuren” in de wettelijke bepalingen die het kader scheppen om ‘aansluiting te kunnen bekomen op’ en de ‘toegang tot’ in de Gaswet door elkaar worden gebruikt alsof dit synoniemen zijn. En dit terwijl beide noties een juridisch eigen betekenis hebben. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid zal de beheerder een nieuw voorstel moeten indienen om een goedkeuring te kunnen bekomen wanneer de regulerende instantie niet Niet-vertrouwelijke versie 15/53 akkoord gaat met het initieel voorstel. Een vaststellingsbevoegdheid impliceert daarentegen dat de regulerende instantie het initieel voorstel van de beheerder zelf kan wijzigen. Hiervoor kan ook verwezen worden naar de Interpretatieve nota van de Europese Commissie van 22 januari 2010 betreffende de bevoegdheden van de regulerende instanties. Op pagina 14 bevestigt de Europese Commissie bovenvermelde lezing wat verstaan moet worden onder ‘goedkeuring’ en ‘vaststelling’ aangaande de voorwaarden bedoeld in artikel 41.6, van de gasrichtlijn. 33. Gezien de artikelen 15/1, § 3, 7° (goedkeuren door de CREG van regels voor het beheer van de congestie van de beheerder van het aardgasvervoersnet), 15/2bis (goedkeuring door de CREG van de regulatoire documenten van de gemeenschappelijke balancerings-onderneming), 15/11, § 2 (goedkeuring door de CREG van de derdetoegangsvoorwaarden voor opslag) en tot slot, 15/5undecies, § 3, van de Gaswet (goedkeuring regulatoire documenten van de beheerder van een Interconnector), en rekening houdende met wat is uiteengezet in paragraaf 31 van huidige beslissing, is de CREG van oordeel dat voor de activiteiten van aardgasvervoer (beheerder van het aardgasvervoersnet), van opslag (beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas) en LNG (beheerder van de LNG-installatie) zij de regulatoire documenten moet blijven goedkeuren. 34. De CREG heeft het K.B. gedragscode als basistekst genomen voor de opmaak van de gedragscode aardgas (Bijlage 1 van huidige beslissing). Vet gedrukte tekst moeten gelezen worden als ‘wijzigingen/invoegingen’ en doorstreepte tekst moet gelezen worden als ‘weglatingen’. De wijzigingen na openbare raadpleging zijn in 4.2 van huidige beslissing in het geel gekleurd. 35. Het vervoersmodel betreffende ‘aardgasvervoer’, ‘opslag’, ‘LNG’, het vervoersmodel van toepassing op de beheerder van een Interconnector en het ’balanceringsmodel’ van toepassing op de gemeenschappelijke balancerings-onderneming werden niet gewijzigd. Voor een uitvoerige beschrijving van voornoemde vervoersmodellen kan verwezen worden naar volgende beslissingen van de CREG: - vervoersmodel voor aardgasvervoer van toepassing op Fluxys Belgium NV: Beslissing (B)2331 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, Toegangsreglement voor aardgasvervoer en Aardgasvervoersprogramma, van 3 februari 20225; - vervoersmodel voor opslag van toepassing op Fluxys Belgium NV: Beslissing (B)2258 over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Opslagprogramma, van 16 juli 20216; - vervoersmodel voor LNG van toepassing op Fluxys LNG NV: Beslissing (B)2290 over de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde LNG Toegangsreglement voor de LNG Terminal van Zeebrugge en het gewijzigde LNG Terminalling Programma, van 21 oktober 20217; - vervoersmodel van toepassing op Interconnector Ltd: Beslissing (B)2325 over het voorstel van Interconnector Limited tot wijziging van de Toegangsovereenkomst met INT, het Toegangsreglement van INT en het Toegangsprogramma, van 10 maart 20228; - balanceringsmodel van toepassing op Balansys NV: Beslissing (B)2231 over de aanvraag tot goedkeuring van het door de NV Balansys ingediende voorstel tot wijziging van het Balanceringscontract, de Balanceringscode en het Balanceringsprogramma, van 3 juni 20219. 5 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2331 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2258 7 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2290 8 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2325 9 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2231 6 Niet-vertrouwelijke versie 16/53 Voor een uitvoerige beschrijving van aansluiting op het aardgasvervoersnet kan verwezen worden naar volgende beslissingen van de CREG: - aansluiting Eindafnemer: Beslissing (B)2332 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het standaard Aansluitingscontract – Eindafnemer, van 17 februari 202210; - aansluiting Lokaal Gasproductiepunt: Beslissing (B)2191 over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het standaard aansluitingscontract voor het Lokaal Gasproductiepunt, van 11 maart 202111; - aansluiting Distributienetbeheerder: Beslissing (B)1508 over het door de NV Fluxys Belgium voorgestelde standaard DNB-aansluitingscontract (d.w.z. voor de aansluiting van de distributienetbeheerders op het aardgasvervoersnet), van 8 september 201612. 36. De belangrijkste wijzigingen in het ontwerp van gedragscode aardgas (Bijlage 1 van huidige beslissing) kunnen als volgt worden samengevat: - opname van de voorwaarden van de derdetoegangsdiensten van toepassing op een Interconnector als grensoverschrijdende infrastructuur; - opname van de markt-gebaseerde balanceringsactiviteiten van toepassing op de gemeenschappelijke balancerings-onderneming en de netgebruikers; - vele aanpassingen/nieuwigheden zijn een in overeenstemming brengen van de oorspronkelijk tekst (K.B. gedragscode) met de van toepassing geworden Europese wetgeving; - se definities zijn geordend per thema en per thema alfabetisch gerangschikt (Nederlands als standaard). Om de leesbaarheid van de artikelen in Deel I en Deel II te vergemakkelijken, werden tal van definities opgenomen in de definitielijst die een verzamelnaam zijn van een aantal zelfstandige begrippen. Bijvoorbeeld het begrip ‘Vervoerscontracten’ is een verzamelnaam van het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract, het standaard LNGcontract en het toegangscontract Interconnector. Dit geldt ook voor de begrippen ‘Toegangsreglement(en)’, ‘Dienstenprogramma’s’, ‘Netgebruikers’, ‘Diensten’ en ‘Beheerders’. Ieder van deze begrippen zijn gedefinieerd als een verzamelnaam. Definities die niet in de tekst die daarop volgt, worden gebruikt, zijn weggelaten; - afdeling 2.3 betreffende de ‘Open Season procedure’ is in overeenstemming gebracht met wat vandaag door de beheerders wordt toegepast. Dit geldt ook voor heel wat andere thema’s, zoals de organisatie van de secundaire markt, de toegang tot de virtuele handelsplaatsen, de hubs, noodsituaties en overmacht. In Afdeling 2.8, Deel I inzake Netontwikkeling zijn ook tal van wijzigingen en aanpassingen doorgevoerd; - opsplitsing van de voorwaarden inzake ‘aansluiting op’ en ‘toegang tot’ heeft geleid tot twee aparte hoofdstukken (Hoofdstuk 3, Deel I betreffende toegang en Hoofdstuk 4, Deel I betreffende aansluiting), teneinde de leesbaarheid van de gedragscode aardgas te vergemakkelijken; - zoals uiteengezet in paragraaf 33 van huidige beslissing keurt de CREG de regulatoire documenten goed op voorstel van de beheerder of de gemeenschappelijk balanceringsonderneming en dit na raadpleging van de markt door hen. Indien de CREG het niet eens is met het voorstel, kan de CREG aan de beheerder of de gemeenschappelijk balanceringsonderneming vragen om een gewijzigd voorstel binnen de twee maanden in te dienen waarover 10 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2332 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2191 12 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b160908-cdc-1508 11 Niet-vertrouwelijke versie 17/53 niet geraadpleegd moet worden, en dit teneinde de CREG toe te laten het voorstel te kunnen goedkeuren; - er werd een nieuw Hoofdstuk 5, Deel I betreffende monitoring van de aardgasmarkt aan de gedragscode aardgas toegevoegd; - voor iedere activiteit – aardgasvervoer, opslag en LNG – werd volgende structuur in Deel II toegepast: 1° opsomming van de basisprincipes van het vervoersmodel van toepassing op de activiteit, 2° de inhoud van het daarop van toepassing zijnde contract, 3° de inhoud van het daarop van toepassing zijnde toegangsreglement/balanceringcode, 4° het diensten- / toegangsprogramma, 5° de rechten en plichten van de beheerder/gemeenschappelijke balancerings-onderneming en 6° rechten en plichten van de netgebruikers. 37. Volledigheidshalve, laat de CREG nog gelden dat op datum van vaststelling van de gedragscode aardgas de door de CREG reeds goedgekeurde vervoerscontracten, toegangsreglementen, dienstenprogramma’s, balanceringscontract, balanceringscode, balanceringsprogramma, standaard aansluitingscontract voor de eindafnemer en het standaard DNB-aansluitingscontract van toepassing blijven en dit tot de datum waarop de CREG een voorstel tot wijziging van deze regulatoire documenten goedkeurt, ingediend bij de CREG na datum van inwerkingtreding van de gedragscode aardgas. 38. De gedragscode aardgas treedt in werking op de datum van de publicatie op de website van de CREG: www.creg.be. 4.2. OVERZICHT OPMERKINGEN EN VRAGEN VAN MARKTDEELNEMERS 39. Hierna volgen de vragen en opmerkingen van de marktdeelnemers op het ontwerp van gedragscode aardgas. Alles wat in Bijlage II van huidige beslissing in het geel is gemarkeerd zijn ofwel wijzigingen ingevolge de opmerkingen geformuleerd door de marktpartijen en/of verbeteringen aangebracht aan de tekst door de CREG na raadpleging. 40. ENI (08 augustus 2022) en FEBEG (19 juli 2022) hebben aan de CREG gemeld geen opmerkingen te hebben. 41. INTERCONNECTOR heeft op 31 juli 2022 haar opmerkingen aan de CREG meegedeeld. Daarnaast hebben ENGIE en Fluxys Belgium beiden op 29 juli 2022 hun opmerkingen meegedeeld aan de CREG. 42. Hierna zijn de opmerkingen van de marktpartijen met het antwoord van de CREG gegroepeerd per artikel: INTERCONNECTOR Algemene opmerkingen: Een aantal verplichtingen die voor beheerders in het algemeen worden opgesteld, zijn niet verenigbaar voor beheerders van Interconnectoren vanwege hun specifieke aard. Het is daarom noodzakelijk een onderscheid te maken tussen “beheerders” van gasinfrastructuur en “beheerders van een Interconnector”. Interconnector stelt daarom voor om een nieuwe term “beheerder van Interconnector” toe te voegen, die als volgt Niet-vertrouwelijke versie De CREG verwijst naar artikel 1, 60° en 60°bis van de Gaswet. Bijgevolg, acht de CREG het niet noodzakelijk om een definitie van ‘beheerder van een Interconnector’ op te nemen in de gedragscode aardgas. De CREG leest in het tweede lid van artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet niet dat het tweede lid van dit artikel niet van toepassing zou zijn op grensoverschrijdende infrastructuren. De lezing van de bepalingen inzake aansluiting in Hoofdstuk 4, van de gedragscode aardgas tonen 18/53 wordt gedefinieerd: “Beheerder van een Interconnector”: een beheerder van een transmissielijn die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met het oog op de koppeling van het nationale transmissiesysteem van die lidstaten of een transmissielijn tussen een lidstaat en een derde land tot op het grondgebied van de lidstaten of de territoriale zee van die lidstaat.” Toepassingsgebied dient consistent te zijn met de vereisten van de Belgische Gaswet en definities in overeenstemming te zijn met de Gasverordening. Interconnector is van oordeel dat het tweede lid van artikel 15/5undecies, § 1, van de Gaswet, waarin wordt bepaald welke aspecten de gedragscode aardgas moet vaststellen, niet van toepassing is op de voorwaarden voor toegang tot grensoverschrijdende installaties. Bijgevolg is Interconnector van mening dat alle ontworpen bepalingen die verder gaan dan het vaststellen van voorwaarden voor toegang tot grensoverschrijdende installaties, opgenomen zijn zonder de vereiste wettelijke grondslag in de Gaswet. Dit geldt voor de ontwerpvoorschriften inzake aansluiting, de inhoud van het contract voor toegang tot de Interconnector, de secundaire markt, de ontwikkeling van het net, het netbeheer, de factureringsbeginselen, monitoring, incidentenbeheer, overmacht, informatie over relevante punten en capaciteit, informatie over het onderhoud van een Interconnector en metingen. Interconnector verzoekt bijgevolg om in al deze bepalingen de beheerder van een Interconnector te schrappen. Aangezien de Interconnector zich gedeeltelijk op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk bevindt, verzoekt Interconnector om een erkenning van de regelgeving van het Verenigd Koninkrijk en de rol van Ofgem bij de goedkeuring van de toegangsregels op te nemen in de gedragscode aardgas, met een verplichting van verenigbaarheid van beide regelingen. Interconnector is voorstaander van een flexibelere gedragscode, met enkel focus op de algemene principes waarvan de details verder uitgewerkt worden in de toegangsreglementen. Niet-vertrouwelijke versie aan dat deze bepalingen enkel van toepassing zijn op de beheerder van het aardgasvervoersnet en niet op de beheerder van een Interconnector. Interconnector heeft ook geen opmerkingen geformuleerd op de artikelen opgenomen in Hoofdstuk 4. De bepalingen in de gedragscode aardgas die verband houden met de opsomming waaraan de inhoud van het transportcontract (toegangscontract toegangsreglement, toegangsprogramma) minimaal moet beantwoorden (artikelen 68, 69 en 70 van de gedragscode aardgas), zijn een invulling van wat onder de voorwaarden van toegang tot het vervoersnet, met inbegrip van grensoverschrijdende infrastructuren, verstaan moet worden. Deze bepalingen sommen enkel de thema’s op met hieraan gekoppeld hogere principes. De concrete invulling moet gebeuren door de beheerder zelf. Het voorstel van de beheerder wordt na raadpleging van de markt door de CREG goedgekeurd. Enkel deze werkwijze waarborgt dat een netgebruiker op een objectieve en niet discriminerende wijze via geharmoniseerde vervoerscontracten toegang kan verwerven tot een vervoersnet. Voor wat betreft de bepalingen in de gedragscode aardgas die verband houden met de secundaire markt verwijst de CREG naar onder meer artikel 16.3, b), van de Gasverordening en bijlage I van de Gasverordening 715/2009. Verder verwijst de CREG ook naar de artikelen 15/5undecies, § 1, tweede lid, 12°, en 15/14, § 2, 29°, van de Gaswet. De organisatie van een secundaire markt is een voorwaarde voor de toegang tot een grensoverschrijdende infrastructuur. In het toegangscontract Interconnector is een definitie ’secundaire markt’ opgenomen en zijn de regels van de werking hiervan opgenomen in Annex B2 van het toegangsreglement Interconnector. Hetzelfde geldt voor de factureringsbeginselen (artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 8°, van de Gaswet, uitgewerkt in het toegangscontract en toegangsreglement Interconnector). Monitoring laat de CREG toe niet alleen toezicht uit te oefenen op de beheerders in de naleving van hun wettelijke verplichtingen inzake toegang tot en aansluiting op het vervoersnet (artikel 15/14, § 2, 5° en 24°, van de Gaswet), maar ook toezicht uit te oefenen op de goede werking van de gasmarkt om, indien nodig, bij te sturen al 19/53 dan niet via een aanpassing van de gedragscode aardgas. De thema’s incidentenbeheer, overmacht, informatie over relevante punten en capaciteit, informatie over het onderhoud van een Interconnector en metingen, zijn één voor één voorwaarden die de toegang tot het vervoersnet op een objectieve en nietdiscriminerende wijze voor de netgebruikers mogelijk maakt. Ieder van deze thema’s zijn uitgewerkt door Interconnector in het toegangscontract en/of toegangsreglement Interconnector. De verplichting tot samenwerking met andere bevoegde autoriteiten van derde landen, zoals met Ofgem, is wettelijk verankerd in artikel 42.6, van de Gasrichtlijn en in artikel 15/14, § 1, zesde lid, van de Gaswet. Het feit dat de gedragscode aardgas voortaan vastgesteld wordt door een beslissing van de CREG en de gedragscode aardgas niet langer meer een Koninklijk besluit is, heeft als voordeel dat de gedragscode aardgas gemakkelijker kan worden aangepast en/of gewijzigd bij beslissing. ENGIE: Algemene opmerking: goedkeuringsbevoegdheid CREG inzake de standaard toegangs- en aansluitingscontracten van Fluxys Belgium (vervoer en opslag) en van Fluxys LNG (LNG): Engie sluit zich aan bij het standpunt van de CREG. (vrije vertaling) INTERCONNECTOR: Artikel 1: Zie algemene opmerking in verband De CREG verwijst naar haar antwoord met toepassingsgebied. Voor de geformuleerd hierboven en naar artikel rechtvaardigingen in verschillende ontworpen 15/5undecies, § 1, van de Gaswet. bepalingen, waarbij verwezen wordt naar de uitbreiding van het toepassingsgebied tot de Interconnector, geldt telkens dezelfde algemene opmerking die niet hernomen wordt. Om elk misverstand uit te sluiten (onder andere in hoofde van andere netgebruikers) merken we in het algemeen op dat Interconnector ook voorwerp is van de regelgeving geldend in het Verenigd Koninkrijk. INTERCONNECTOR: Artikel 2: Algemene opmerking: Bepaalde definities zijn geen letterlijke overname van de definities uit de Verordening nr. 715/2009. Er dient op gewezen worden dat Verordening nr. Niet-vertrouwelijke versie Er wordt niet gespecifieerd over welke definities het gaat. De CREG laat opmerken dat in het transportcontract Interconnector evenmin alle definities volledig conform zijn met de definities 20/53 715/2009 rechtstreeks van toepassing is. Verschillende definities uit verschillende regelgeving leiden tot verwarring en mogelijke onverenigbaarheden. Aangezien de Gasverordening rechtstreeks van toepassing is en een hogere juridische waarde heeft dan de Gedragscode, is het niet nodig de in de Gasverordening gebruikte definities te hernemen, of, indien dergelijke definities in de Gedragscode worden overgenomen, ervoor te zorgen dat deze een correcte overname zijn van de definities zoals opgenomen in de Gasverordening. Interconnector merkt ook op dat sommige definities zijn overgenomen uit Verordening nr. 2017/459, maar niet gehanteerd worden. Interconnector raadt aan om niet-gehanteerde definities weg te laten om ervoor te zorgen dat de Gedragscode zo duidelijk en beknopt mogelijk is. INTERCONNECTOR: Definitie 1° aanvrager: Interconnector vraagt om deze definitie te schrappen daar het begrip verder in de tekst niet zou worden gebruikt, noch toepassing kan hebben op Interconnector. INTERCONNECTOR: Definitie 6° netgebruiker: Interconnector stelt om de definitie als volgt te wijzigen: "...opslaggebruiker of terminalgebruiker" in plaats van naar "...opslaggebruiker en terminalgebruiker", aangezien het niet zo is dat een netgebruiker voor het gebruik van alle elementen van het netwerk die in deze definitie worden geschetst een contract zal afsluiten. Niet-vertrouwelijke versie van de Gasrichtlijn en of Gasverordening. Soms is het noodzakelijk definities lichtjes aan te passen aan de feitelijke situatie zonder dat afbreuk gedaan wordt aan de betekenis van het begrip. De CREG heeft andermaal de controle uitgevoerd of de begrippen van de definitielijst wel of niet in de tekst van de gedragscode aardgas worden gebruikt. De CREG stelt vast dat het begrip ‘aanvrager’ twee keer gebruikt wordt in de gedragscode aardgas. Enerzijds, in artikel 36, § 2, van de gedragscode aardgas dat uitsluitend toepassing vindt op het standaard aardgasvervoerscontract. Anderzijds, in artikel 51, § 2, van de gedragscode aardgas dat uitsluitend toepassing vindt op de aansluitingsprocedure op het aardgasvervoersnet. Beide artikelen vinden enkel toepassing op de beheerder van het aardgasvervoersnet. Om deze reden wordt de definitie ‘aanvrager’ aangepast. De CREG is het hiermee niet eens. Telkens in de bepalingen van de gedragscode aardgas gebruik gemaakt wordt van de term ‘netgebruiker’ betekent dit dat de bepaling van toepassing is op de cliënten van de vier beheerders en niet op de cliënten van één en/of meerdere beheerders. De CREG heeft wel vastgesteld dat her en der het woord ‘netgebruiker’ nog wordt gebruikt terwijl gespecifieerd moet worden over welk type van netgebruiker het gaat. De CREG heeft dit dan ook verbeterd. 21/53 FLUXYS BELGIUM: Definitie 10°: maakt melding van bruikbare De CREG past definitie 10° in die zin aan. capaciteit terwijl dit ‘technische’ capaciteit moet zijn. (vrije vertaling) INTERCONNECTOR: Definitie 18° toegewezen capaciteit: Interconnector is van mening dat ‘toegewezen capaciteit’ moet verwijzen naar de capaciteit die is toegewezen aan een netgebruiker, in plaats van de hoeveelheid die door de netgebruiker wordt gevraagd. Dit is beter afgestemd op de Europese netcodes. Interconnector stelt daarom voor om de definitie als volgt aan te passen: ‘het deel of het geheel van de capaciteit toegewezen aan de netgebruiker door de beheerder van een aardgasvervoersnet en/of de beheerder van een Interconnector’. INTERCONNECTOR: Definitie 21° congestiebeheer: Gelieve exact dezelfde definitie te gebruiken als in artikel 2.5° van de Gasverordening. Verschillende definities in verschillende regelingen leiden tot verwarring en mogelijke onverenigbaarheid. De definitie in de Gasverordening luidt: ‘‘congestiebeheer’: beheer van de capaciteitsportefeuille van de transmissiesysteembeheerder met het oog op het optimale en maximale gebruik van de technische capaciteit en de tijdige detectie van toekomstige congestie- en saturatiepunten;’. De definitie beperkt zich niet tot de door de netgebruiker aangevraagde capaciteit maar wordt vervolledigd door te melden dat het gaat om gevraagde capaciteit, zoals vastgelegd in het vervoerscontract en/of het toegangscontract Interconnector. De CREG past de definitie wel aan maar niet om de reden aangehaald door Interconnector. Wel omdat het begrip ‘vervoerscontract’ een verzamelnaam is, met inbegrip van het toegangscontract Interconnector (zie definitie 31°, gedragscode aardgas). De CREG heeft geen probleem om dezelfde definitie te hanteren als in de Gasverordening. Bijgevolg, wordt de definitie in de gedragscode aardgas geschrapt en worden de nummers van de definities die hierop volgen aangepast. INTERCONNECTOR: Definitie 30°: toegangscontract Interconnector: De CREG past de definities 29° en 30° aan. De gehanteerde bewoordingen wekken de indruk dat elk contract de goedkeuring van de CREG vereist in plaats van het toegangscontract goed te keuren. Interconnector’s voorstel zou zijn de term ‘toegangscontract Interconnector’ te definiëren als ‘het standaardcontract voor toegang tot de Interconnector, zoals goedgekeurd door de CREG’. INTERCONNECTOR EN ENGIE: Definitie 31°: vervoerscontracten: De CREG verwijst naar haar antwoord over Interconnector verwijst naar haar opmerking netgebruiker hierboven. over netgebruiker. De CREG verkiest om het begrip ‘vervoerscontracten’ te behouden. De reden Niet-vertrouwelijke versie 22/53 Voorstel van ENGIE om het begrip waarom een ander begrip gebruikt zou moeten ‘vervoerscontract(en)’ te wijzigingen in worden, is niet duidelijk voor de CREG. ‘contract(
  20. en)voor toegang tot gasinstallaties’. (vrije vertaling) INTERCONNECTOR Definitie 40°: dienstenformulier: Er dient op gewezen worden dat dit proces volledig elektronisch verloopt bij Interconnector. In het toegangscontract van Interconnector wordt dan ook naar deze elektronische processen en niet naar dienstenformulieren verwezen. De CREG past de definitie aan door uitdrukkelijk de begrippen ‘standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract en het standaard LNG-contract’ erin op te nemen. INTERCONNECTOR: Definitie 46°: toegewezen vervoersdiensten: De De CREG past de definitie 46°, dat 43° is toewijzing van een dienst is niet louter geworden, aan. afhankelijk van de vraag van de netgebruiker. Het zou juister zijn een term te gebruiken die vergelijkbaar is met die van de Europese balanceringsnetwerkcode, die naar allocatie verwijst als "toegekend". Om die reden wordt dit beter gedefinieerd als ‘het deel of het geheel van diensten toegekend aan de netgebruiker door de beheerder zoals opgenomen in het vervoerscontract’. INTERCONNECTOR: Definitie 52°: beheerders: Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen beheerders en Interconnector-beheerders. Gelieve een nieuwe term "Interconnectorbeheerder" toe te voegen. Die kan worden gedefinieerd als: "beheerder van een Interconnector" betekent een beheerder van een transmissieleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met het oog op het verbinden van het nationale transmissiesysteem van die lidstaten of een transmissieleiding tussen een lidstaat en een derde land tot aan het grondgebied van de lidstaten of de territoriale zee van die lidstaat;"; Gelieve op te merken dat dit sterk lijkt op de definitie van een Interconnector in de Gasrichtlijn. Zoals hieronder vastgesteld kan worden, zijn sommige van de verplichtingen die voor de beheerders worden geschetst, niet verenigbaar voor beheerders van Interconnectoren, gezien de specifieke aard van Interconnectoren, die verschilt van het nationale vermaasde transmissiesysteem. Niet-vertrouwelijke versie De CREG wenst de verzamelnaam ‘beheerders’ te behouden. Wanneer een bepaling van de gedragscode aardgas niet van toepassing is op alle in de term opgesomde beheerders dan wordt dit uitdrukkelijk gespecifieerd in de bepaling zelf, zodat er geen verwarring kan bestaan. De CREG acht het niet noodzakelijk een definitie van ,beheerder van een Interconnector, in de gedragscode aardgas op te nemen, gelet artikel 1, 60° en 60°bis, van de Gaswet. De verwijzing naar de NC TAR is ter zake niet pertinent. In de NC TAR zijn uitzonderingen voorzien voor de tarieven van toepassing op een Interconnector. M.a.w. de NC TAR behandelt een ander onderwerp (uitwerken van geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas, zoals omschreven in artikel 8.6, van de Gasverordening), dan de gedragscode aardgas (aansluiting op en toegang tot een aardgasinfrastructuur). 23/53 De kenmerken van dergelijke Interconnectoren zijn erkend bij de ontwikkeling van de Europese netwerkcodes (TAR-code) en de tenuitvoerlegging van de Balanceringscode. In het TAR-implementatiedocument van ENTSOG https://www.entsog.eu/sites/default/files/2019 10/entsog_TAR_NC_2017_2nd_ed_update_191 0_web.pdf, worden bijvoorbeeld de volgende kenmerken van dergelijke Interconnectoren genoemd: • het zijn enkelvoudige pijpleidingen met zeer weinig ingangs-/uitgangspunten; • ze hebben geen gebonden vraag, d.w.z. geen rechtstreeks aangesloten eindgebruikersvraag; • ze zijn niet rechtstreeks verbonden met downstream-distributienetwerken; • zij kunnen rechtstreeks concurreren met andere activa zoals opslag, LNG en andere pijpleidingen bij het bieden van flexibiliteit aan de aangesloten transmissienetwerken; • het kan gaan om commerciële activa zonder toegestane of beoogde inkomsten overeenkomstig artikel 41, lid 6, onder a), van de gasrichtlijn. Interconnector beantwoordt aan al deze kenmerken en zijn netgebruikers verwerven Interconnectorcapaciteit omwille van een aantal redenen: dit kan arbitrage tussen markten zijn, hedging, of aansluiting op hun ruimere portfolioposities op aansluitende markten. Het is belangrijk dit onderscheid tussen Interconnector en de nationale TSO in een afzonderlijke definitie te erkennen om ervoor te zorgen dat de regels zinvol zijn en evenredig, doeltreffend en efficiënt blijven. INTERCONNECTOR: Definitie 56°: aansluitingspunt: Deze term wordt De CREG stelt vast dat de term wordt gebruikt in niet verder gebruikt. Interconnector stelt de artikelen 54, § 3 en 55, §§ 2 tot en met 5, van daarom voor deze te schrappen. de gedragscode aardgas. Definitie 53° wordt bijgevolg niet geschrapt. INTERCONNECTOR: Definitie 79° nominatie: Zoals eerder opgemerkt, is het belangrijk dat in de verschillende regelgeving, definities consistent worden gebruikt. Verschillende definities leiden tot verwarring, onverenigbaarheid en mogelijke onenigheid. De Gasverordening bevat reeds een Niet-vertrouwelijke versie De CREG past de definitie niet aan om redenen dat het woordgebruik ‘de werkelijke flow’ zeer vaag is, terwijl ‘hoeveelheid energie per tijdseenheid’ veel duidelijker is om te begrijpen wat onder nominatie verstaan moet worden. De begrippen ‘injecteren of te onttrekken van het 24/53 definitie die rechtstreeks van toepassing is en die vervoersnet’ betekenen hetzelfde dan de hier moet worden gebruikt of waarnaar hier woorden ‘invoeden op of onttrekken aan het moet worden verwezen: systeem’. Artikel 2.1.7) van de Gasverordening luidt: ‘‘nominatie’: het vooraf opgeven door de netgebruiker aan de transmissiesysteembeheerder van de werkelijke flow die hij wil invoeden op of onttrekken aan het systeem’. INTERCONNECTOR: Definitie 80°: systeemintegriteit: Dezelfde opmerking als hierboven: gebruik of verwijs naar Artikel 2.1.9) van de Gasverordening, dat reeds een definitie van systeemintegriteit bevat als zijnde: ‘’systeemintegriteit’: elke situatie met betrekking tot een transmissienet, met inbegrip van de noodzakelijke transmissiefaciliteiten, waarin de druk en de kwaliteit van het aardgas binnen de door de transmissiesysteembeheerder vastgestelde minimum- en maximumgrenzen blijven, zodat de transmissie van aardgas uit een technisch oogpunt gegarandeerd is’. INTERCONNECTOR: Definitie 82°: vervoersnet: Het zou nuttig kunnen zijn een afzonderlijke definitie te overwegen voor “aardgasvervoersnet”, ter onderscheiding van “vervoersnet”. Het “aardgasvervoersnet” is specifieker, aangezien het betrekking heeft op het nationale vervoersnet dat door Fluxys Belgium wordt beheerd. Dit ook om de rechten en plichten tussen deze 2 categorieën duidelijk te onderscheiden. We willen ook benadrukken dat Interconnector een link is tussen het BE- en het GB-vervoersnet, maar dat het los staat van beide en geen deel uitmaakt van een van beide nationale netten. Dit moet worden overwogen en weerspiegeld in de Gedragscode. INTERCONNECTOR: Artikel 3: §§ 1 en 2 worden reeds geregeld in artikel 15/7 van de Gaswet van 12 april 1965. De herneming is overbodig Interconnector merkt ook op dat is de CREG weliswaar de voorwaarden inzake toegang tot de Niet-vertrouwelijke versie De CREG past de definitie niet aan om redenen dat systeemintegriteit niet enkel van toepassing is op het aardgasvervoersnet en de Interconnector, maar ook op de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie (zie onder meer artikel 17, van de Gasverordening). De definitie ‘vervoersnet’ (79° geworden) is een verzamelnaam dat alle vervoersinstallaties inhoudt, inclusief de Interconnector. Wanneer een bepaling van de gedragscode van toepassing is op een specifieke vervoersinstallatie (zoals het aardgasvervoersnet, of de opslaginstallatie voor aardgas, of de LNG-installatie, of de Interconnector) dan wordt dit ook zo vermeld in de desbetreffende bepaling. In de Gaswet zijn de definities voor ieder van deze specifieke vervoersinstallaties opgenomen en bijgevolg moeten deze begrippen in de gedragscode aardgas niet nogmaals gedefinieerd worden (zie artikel 1, 10°bis, 32°, 34° en 60°, van de Gaswet). De CREG past bijgevolg definitie 79° niet aan. Artikel 15/7, van de Gaswet is van toepassing op ‘vervoersondernemingen’ die de toegang tot het vervoersnet enkel mogen weigeren in drie specifieke gevallen. De opsomming van weigering van toegang is bijgevolg limitatief. 25/53 Interconnector goedkeurt, maar dat de Gaswet niet verwijst naar bevoegdheden over aansluitingen. Interconnector moet dus uit dergelijke verwijzingen worden geschrapt. Interconnector merkt ook op dat de regels inzake weigering van toegang of aansluitingen te beperkt zijn. Interconnector vraagt dat deze gronden legitieme weigeringsgronden, zoals kredietwaardigheid kunnen omvatten (zie artikel 14, lid 3 van Verordening nr. 715/2009). Artikel 15/7, van de Gaswet vindt zijn grondslag in artikel 35 van de Gasrichtlijn. Voor het toepassingsgebied van artikel 15/7, van de Gaswet verwijst de CREG naar de definities ‘vervoersonderneming’ (artikel 1, 9°, van de Gaswet), waaronder ook Interconnector valt en naar de definitie ‘vervoer van aardgas’ (artikel 1, 7°, van de Gaswet), activiteit die de Interconnector uitvoert. Verder, verwijst de CREG naar haar beslissingen inzake de goedkeuring van de vervoerscontracten, meer bepaald de motivering dat het recht van toegang tot het vervoersnet van openbare orde is. De CREG hecht heel veel belang aan het feit dat dit recht gewaarborgd blijft en is bijgevolg de mening toegedaan dat een verdere verfijning van de principes op basis waarvan toegang tot het vervoersnet geweigerd kan worden, verder uiteengezet moet worden in de gedragscode aardgas. De voorwaarde van ‘kredietwaardigheid’ valt niet onder het toepassingsgebied van artikel 15/7, van de Gaswet en bijgevolg ook niet van artikel 3, van de gedragscode aardgas. De voorwaarde van kredietwaardigheid, naast andere voorwaarden is een voorwaarde om een vervoerscontract te kunnen ondertekenen. Wanneer een netgebruiker niet kredietwaardig wordt beschouwd, kan hij geen vervoerscontract ondertekenen. Dit betekent niet dat hem het recht van toegang tot het vervoersnet wordt geweigerd. Indien de netgebruiker in de loop van zijn vervoerscontract niet langer meer voldoet aan de kredietwaardigheidsvereisten, kan de beheerder, indien hij dit voorziet in zijn contract, de diensten opschorten. Opnieuw betekent dit niet dat hem de toegang tot het vervoersnet wordt geweigerd. Hoofdstuk 4 inzake aansluiting is enkel van toepassing op de beheerder van het aardgasvervoersnet. Artikel 4: Opmerking bij punt 2 – Interconnector gebruikt geen dienstenformulieren. Al haar processen zijn elektronisch. Ofwel moet dienstenformulieren in de Gedragscode in ruime zin worden gedefinieerd (zodat ook elektronische processen eronder vallen), ofwel moet deze specifieke verwijzing worden geschrapt. De CREG past artikel 4, § 1 aan door in 2° het woord ‘netgebruikers’ te vervangen door bevrachter, opslaggebruiker of terminalgebruiker en het woord ‘vervoerscontract’ te vervangen door ‘standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract of het standaard LNG-contract’. Niet-vertrouwelijke versie 26/53 Punt 4 – Opgemerkt dient et worden dat Het toepassingsgebied 4° wordt beperkt tot de Interconnector niet rechtstreeks verbonden is beheerder van het aardgasvervoersnet en de met DNBs of beheerders van een beheerder van de opslag. opslaginstallatie en in de huidige formulering is het niet praktisch uitvoerbaar. Het zou de voorkeur verdienen hier een onderscheid te maken tussen de beheerder van Interconnector en andere beheerders, zoals hierboven is voorgesteld. INTERCONNECTOR: Artikel 5: Zoals eerder opgemerkt is het belangrijk om de specifieke aard van Interconnectoren in de Gedragscode te erkennen. Met betrekking tot Interconnector is het ook onduidelijk waar de rechtsgrondslag voor de ontwikkeling van een transportmodel vandaan komt (het lijkt niet uit de Gaswet te komen). Met betrekking tot artikel 5.1°. Er dient te worden opgemerkt dat de tarieven van Interconnector niet door de CREG worden goedgekeurd. Haar tariefmethodologie wordt goedgekeurd door zowel de CREG als Ofgem. Artikel 5.2° moet onderworpen zijn aan de voorwaarde dat het een veilige, economische en efficiënte beheerder is. Artikel 5. 5° Het blijft onduidelijk waarom van Interconnector zou worden verwacht dat zij zowel opslag- en LNG-beheerders als DNB’s raadplegen over nominaties en hernominaties. Dit is onnodig en niet efficiënt en een voorbeeld van de noodzaak om een onderscheid te maken tussen Interconnector-beheerders en beheerders in het algemeen. De verplichting tot het uitwerken van een marktmodel voor de gasinfrastructuur die een beheerder beheert, is de fundering op grond waarvan de beheerder aan de netgebruikers diensten zal aanbieden. Ieder van de beheerders ontwikkelen zelf hun marktmodel (met al dan niet aanpassingen in de loop van de tijd). Artikel 5 bevestigt voorgaande. De CREG past artikel 5.1° en in 2° aan door de woorden ‘op een veilige, economische en efficiënte wijze ‘ toe te voegen. 5° wordt aangepast als volgt: ‘implementeren de beheerders gestandaardiseerde nominatie- en hernominatieprocedures, waarover overleg plaats vindt tussen de beheerders en de distributienetbeheerders op voorwaarde dat hun vervoersinstallaties met elkaar geïnterconnecteerd zijn;’ INTERCONNECTOR: Artikel 6: Zie eerdere opmerkingen over Gelet op de aanpassing van de definitie dienstenformulieren. Interconnector ‘dienstenformulieren (definitie 39°) past de Netgebruikers maken capaciteitsboekingen CREG artikel 6, § 2 aan. elektronisch. INTERCONNECTOR: Artikel 12: Deze bepaling gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang en van de procedures voor de toewijzing van capaciteit. Geen rechtsgrondslag in de Gaswet voor een dergelijke bepaling in de Gedragscode m.b.t. Interconnector. Ook herneemt deze bepaling deels artikel 16.2 van de Verordening nr. 715/2009. Dit is Niet-vertrouwelijke versie De CREG verwijst naar artikel 15/5undecies, § 3, 4°, van de Gaswet dat zegt: “§ 3. De beheerder van een Interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren: 4° de voorwaarden voor toegang tot de Interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor 27/53 verwarrend. Bovendien gaat het niet om meer gedetailleerde voorschriften, maar wel om bijkomende voorschriften. Artikel 16.2 (
  21. a)verwijst niet naar flexibiliteit, zoals wel het geval is in het ontworpen artikel 11, 1°. Verschillende definities kunnen leiden tot verwarring, onverenigbaarheid en discussie. De Gasverordening heeft rechtstreekse toepassing. In het ontworpen 3° wordt verwezen naar virtuele handelsplaatsen. Interconnector biedt dit echter niet aan. We stellen voor tussen ‘van’ en ‘virtuele’ het volgende toe te voegen: ‘(voor zover beschikbaar)’. INTERCONNECTOR: Artikel 14: Deze bepaling gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang, capaciteitstoewijzing en van congestiebeheer. Interconnector valt niet onder de verplichting om een investeringsplan (zie artikel 15/1, § 5 van de Gaswet van 12 april 1965). Gelieve Interconnector derhalve te ontheffen van dergelijke verplichtingen die hier worden geschetst. Zoals eerder vermeld, in plaats van Interconnector op dezelfde manier te behandelen als de beheerder van het aardgasvervoersnet is het aangewezen om Interconnector als beheerder van de Interconnector, die proportioneel is, rekening houdt met de eigenheid van Interconnector en afgestemd werd met Ofgem. Voorts moet worden opgemerkt dat de Gasverordening reeds CMP-regels omvat en dat Interconnector OS en Buy Back heeft ingevoerd en UIOLI zoals gedefinieerd in de CMP-regels op lange termijn monitort. Het verstrekt gegevens aan ENTSOG en ACER voor CMPmonitoringdoeleinden. Wij vragen ons dan ook af of het proportioneel, efficiënt en een toegevoegde waarde is om Interconnector bijkomende verplichtingen en jaarlijkse rapportering op te leggen, zoals hier geschetst, die een bijkomende administratieve last en middelen voor Interconnector zouden betekenen. Niet-vertrouwelijke versie een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten.” Onder voorwaarden voor toegang tot de Interconnector wordt ook begrepen de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Tot slot, zonder toewijzingsregels voor capaciteit is toegang tot een vervoersnet onmogelijk. Artikel 12 van de gedragscode aardgas is evenmin strijdig met artikel 16.2 van de Gasverordening waar ook sprake is van compatibiliteit met marktmechanismen, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs. De CREG past artikel 12, 3° aan. Het uitvoeren van investeringen is volgens de CREG een onderdeel van een pro-actief congestiebeleid (artikel 16.5, van de Gasverordening). De CREG past artikel 14, § 2, 1° aan door het toepassingsgebied te beperken tot de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslag en de beheerder van de LNGinstallatie. Rapportering waarvan sprake in § 4 is beperkt tot het weergeven of in het afgelopen exploitatiejaar er wel of geen congestie is opgetreden en indien ja, hoe de beheerder hiermee is omgegaan of zal omgaan. 28/53 INTERCONNECTOR: Artikel 15: Als een aanbieder van flexibiliteitsdiensten aan de markt, Interconnector’s netgebruikers bevat deze met productie-, leverings- en handelsportfolio’s. We hebben vastgesteld dat velen van de onze netgebruikers voor een veelheid van redenen capaciteit boeken, zoals bijvoorbeeld om commerciële posities in te dekken of om risico’s af te dekken. Dit omvat soms de aankoop van capaciteit in beide richtingen (bv. in de huidige marktomstandigheden gezien de onzekerheid over de winter). Om die reden is het niet gepast om te verwijzen naar de levering aan afnemers voor Interconnector. We menen dat een algemene verwijzing naar mededingingsrecht meer geschikt is met betrekking tot onze netgebruikers. INTERCONNECTOR: Artikel 16: We stellen ons vragen bij de praktische uitvoerbaarheid van deze bepaling voor een beheerder van een Interconnector. Dit artikel zou niet van toepassing mogen zijn op Interconnectoren. De reden hiervoor is dat netgebruikers op Interconnector kunnen nomineren en hernomineren tot Uur - 2. Vooral voor Interconnector is deze flexibiliteit, gezien de specifieke aard ervan, van grote waarde voor netgebruikers aangezien marktsituaties zeer snel wijzigen en een dergelijke flexibiliteit bijdraagt tot een efficiënte grensoverschrijdende handel. Interconnector heeft geen zichtbaarheid op Day Ahead-basis. In de veronderstelling dat onderbreekbare capaciteit werd aangeboden en gekocht, kan het ook zijn dat Interconnector zeer vaak moet onderbreken - en ook een aankondiging van 1-2 uur nodig heeft. Dit zou leiden tot conflicten en een niet haalbare implementatie. INTERCONNECTOR: Artikel 17: Zoals eerder vermeld, moet een onderscheid gemaakt worden tussen een Interconnector beheerder en beheerders. Dit is noodzakelijk om rekening te houden met de specifieke aard van Interconnectoren (geen captieve vraag en bidirectioneel, arbitrage, flexibiliteitsdienst). Niet-vertrouwelijke versie De CREG schrapt § 1 van artikel 15 van de gedragscode aardgas om redenen dat door de verplichtingen opgenomen in Bijlage I van de gasverordening (CMP) deze paragraaf overbodig is geworden. De CREG verwijst naar artikel 16, § 3, van de gedragscode aardgas dat de wijze waarop diensten en capaciteit zullen worden aangeboden door de beheerder zelf verder moet worden uitgewerkt in een voorstel van toegangsreglement. De praktische uitvoering behoort dus tot de taak van de beheerder. De flexibiliteit die de Interconnector beschrijft in haar opmerking, omtrent artikel 16, van de gedragscode aardgas, is in haar toegangsreglement opgenomen. Tot slot, verwijst de CREG naar de Gasverordening, meer bepaald naar de CMPregels. Interconnector heeft OS en Buy Back ingevoerd en opgenomen in haar toegangsreglement. Ook betreffende artikel 17, van de gedragscode aardgas wordt de praktische uitwerking ervan opgenomen worden in het toegangsreglement Interconnector dat opgesteld wordt op voorstel van Interconnector (zie paragraaf § 2). 29/53 Het ontworpen § 3 is niet haalbaar voor Interconnector. De reden hiervoor is dat een Interconnector beheerder geen zicht heeft op de onderliggende ratio van de boekingen & nominaties gezien de specifieke aard van Interconnectoren en de onvoorspelbare aard van de stromen. Een verwijzing naar de transparantievereisten van artikel 18 van Verordening nr. 715/2009 volstaat. Tenzij er sprake is van congestie, begrijpt Interconnector niet wat het doel is van een jaarlijks verslag van een Interconnector over de punten opgelijst in § 6. Dit brengt extra administratieve lasten en middelen mee voor Interconnector Wat de definitie van ‘ongebruikte capaciteit’ betreft - gelieve de definitie van de Gasverordening 715/2009 te gebruiken om voor consistentie te zorgen en verwarring en het risico van niet-compatibiliteit te vermijden. Onder “ongebruikte capaciteit” wordt vaste capaciteit verstaan die een netgebruiker in het kader van een transportcontract heeft verworven, maar die deze gebruiker niet binnen de in het contract gespecificeerde termijn heeft genomineerd. INTERCONNECTOR: Artikel 18: Andermaal geldt dat het aangewezen is om een onderscheid te maken tussen Interconnector beheerders en beheerders, waarbij rekening kan gehouden worden met de specifieke aard van Interconnector. We menen dat een verwijzing naar de beginselen inzake congestiebeheer onder Verordening nr. 715/2009 volstaat. Daarnaast dient nog het volgende opgemerkt te worden: - § 1 : een verwijzing naar ‘dreigende congestie’ is te ruim. Iedere veiling kan potentieel een dreiging uitmaken. Bovendien valt dit moeilijk af te bakenen. - § 1: volstaat de ter beschikking stelling via het Electronic Data Platform (https://gasdata.int.gsmartsuite.com/
  22. en)? - § 2: de netgebruikers krijgen deze informatie wanneer hun bod in de veiling deels of volledig niet wordt toegewezen. Vervolgens wordt deze informatie publiek beschikbaar gesteld via Niet-vertrouwelijke versie Betreffende § 3 verwijst de CREG naar de woorden ‘onder andere’. Indien de toevoer- en afnamepatronen niet gekend zijn kan de beheerder er bijgevolg ook geen rekening mee houden. De CREG heeft het recht om elke informatie die zij nodig acht, teneinde toezicht te kunnen uitoefenen op de goede werking van de aardgasmarkt, op te vragen (artikel 15/16, van de Gaswet). De informatie dat opgevraagd wordt aan de hand van een jaarlijks rapport over de benuttigingsgraad is gerechtvaardigd gelet op haar controle- en toezichtstaken vermeld in artikel 15/14, § 2, van de Gaswet. § 4. is een opsomming wanneer capaciteiten als niet gebruikt worden beschouwd. Deze opsomming is niet strijdig met de definitie ‘ongebruikte capaciteit’ van de Gasverordening 715/2009. Artikel 18 vertrekt vanuit het standpunt dat het vaststellen van congestie of van een dreiging van congestie een beslissing is die door de beheerder zelf moet worden genomen. Alleen de beheerder is in staat om dit vast te stellen. Eens de beheerder congestie of een dreiging van congestie heeft vastgesteld, vergt de toepassing artikel 18 van de gedragscode aardgas enkel dat informatie hierover aan de CREG wordt meegedeeld. De CREG schrapt artikel 18, § 2, van de gedragscode aardgas. § 3, dat § 2 wordt, wordt als volgt aangepast: ‘§ 2. Van zodra netgebruikers geïnformeerd zijn over het bestaan van contractuele congestie, wordt de prijs van de desbetreffende op de secundaire markt verhandelde diensten geplafonneerd op het niveau van de tarieven.‘ De informatie waarvan sprake in het nieuwe § 2 is terug te vinden op het platform waar capaciteit kan worden verhandeld op de secundaire markt (meestal het Prisma-platform). 30/53 PRISMA en dan het Electronic Data Platform. De verwijzing naar de CREG is overbodig gezien § 1. - § 3: de proportionaliteit en rechtvaardiging van deze regel blijkt niet. Als beheerder heeft Interconnector geen zicht of gezag over het functioneren & prijsvorming op de secundaire markt. Dit kan enkel werken mits harmonisering op Europees niveau en op niveau van derde landen. Bovendien zijn Interconnector’s tarieven niet per se gereguleerd (haar tarieven worden niet goedgekeurd door de CREG hoewel dit wel zo is voor de methodologie. Het is ook niet gerechtvaardigd om deze prijs op de secondaire markt te beperken tot de tarieven op het moment van toewijzing. - § 4: deze bepaling is onduidelijk. Ook is niet duidelijk hoe de netgebruiker de behoeften van de markt kan schatten. Zoals eerder aangegeven menen wij dat het noodzakelijk is een onderscheid te maken tussen Interconnector beheerders en andere beheerders. INTERCONNECTOR: Afdeling 2.6: Secundaire markt: Deze afdeling gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang. We stellen voor dat deze sectie niet van toepassing is op Interconnector beheerders. INTERCONNECTOR: Artikel 19: Interconnector’s capaciteitsrechten kunnen volledig op de secundaire markt verhandeld worden door de netgebruikers. Interconnector organiseert geen secundaire markt en deze bijkomende voorwaarde lijkt niet efficiënt of evenredig indien hij op Interconnector wordt toegepast. INTERCONNECTOR: Artikel 20: Zoals in de opmerkingen hierboven. Interconnector is bezorgd over de kosten en de workload die het opzetten van dergelijke markt met zich meebrengt. Het lijkt niet evenredig of efficiënt. Ten tweede bevat de tekst een verplichting voor netgebruikers om hun ongebruikte capaciteit aan te bieden. Niet-vertrouwelijke versie § 2 legt aan een beheerder geen enkele verplichting op. Voor de CREG is het principe, uiteengezet in § 2, van groot belang. Deze maatregel belet netgebruikers contractuele congestie in stand houden door op de secundaire markt prijzen artificieel hoog te houden. Het is duidelijk dat deze maatregel een onderdeel is van toegang tot het vervoersnet. In geval van fysische congestie is er geen beperking voor wat betreft de prijs op de secundaire markt. § 4, dat § 3 is geworden, is een maatregel die door de netgebruiker nageleefd moet worden. Deze maatregel is gestoeld op dezelfde beweegredenen als uiteengezet voor § 2. De CREG verwijst naar artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 12°, van de Gaswet. Daarnaast verwijst de CREG naar artikel 16.3, van de Gasverordening. Artikel 19 van de gedragscode aardgas houdt enkel een toelating in dat een netgebruiker zich tot de secundaire markt kan wenden. Beheerders moeten er enkel voor zorgen dat een netgebruiker zich tot de secundaire markt kan wenden. Dit betekent geenszins dat de beheerder de secundaire markt zelf moet gaan organiseren. Artikel 20 van de gedragscode aardgas is een verplichting die aan de netgebruiker wordt opgelegd, zijnde dat hij niet-gebruikte capaciteit moet aanbieden op de secundaire markt. Deze verplichting heeft als positief effect dat hierdoor congestie vermeden wordt waardoor geen nutteloze investeringen uitgevoerd moeten worden. Bovendien belet dit dat de toegang tot de markt niet geblokkeerd wordt door een 31/53 In de Gasverordening nr. 715/2009 staat dat "netgebruikers die hun ongebruikte gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt wensen te verkopen, daartoe het recht hebben", en niet dat er sprake is van een dwingende verplichting. In het kader van de CMP-regels zijn er duidelijk langetermijnvereisten inzake UIOLI. De voorschriften hier lijken verder te gaan dan dat. Er zij op gewezen dat Interconnector-gebruikers capaciteit verwerven om een aantal redenen, waaronder arbitrage, hedging, verzekering, en het in evenwicht houden van hun portefeuilleposities op naburige markten in ruimere zin. Flows/nominaties zullen ook afhangen van de prijsspreiding tussen de verbonden markten, die kan variëren en onvoorspelbaar kan zijn. Gezien dit feit en ook de tendens van Interconnector-gebruikers om typisch te kiezen voor contracten met een korte looptijd strookt deze voorgestelde voorwaarde niet met de marktpraktijk voor Interconnectorgebruikers. We zijn derhalve van mening dat Interconnectoren hier niet onder moeten vallen. INTERCONNECTOR: Artikel 21: Zelfde opmerking als hierboven. Wij geloven niet dat het gepast/proportioneel of praktisch is om Interconnector in deze verplichtingen op te nemen en zijn van oordeel dat dit verder gaat dan de eisen van de Gaswet en de Gasverordening. Wat punt 4 betreft, beschikt Interconnector niet over een secundair platform, noch over informatie over prijzen van secundaire transacties. Deze worden bilateraal tussen netgebruikers overeengekomen. Andermaal geldt dat het aangewezen is om een onderscheid te maken tussen Interconnector als beheerder van de Interconnector en de nationale netbeheerder. INTERCONNECTOR: Afdeling 2.7: Toegang tot virtuele handelsplaatsen voor aardgas en hubs: Gelieve op te merken dat Interconnector geen deel uitmaakt van de BE-balanceringszone, maar een verbinding met zones vormt. Het betreft in = uit voor balanceringsdoeleinden en GEEN trading hub. Interconnector mag niet in deze sectie worden opgenomen en daarom moet volgens Niet-vertrouwelijke versie marktspeler die een grote hoeveelheid capaciteit heeft gereserveerd, maar niet gebruikt. Het ‘elektronisch secundair platform’ waarnaar artikel 20, § 1 van de gedragscode aardgas verwijst, is vandaag het Prisma-platform waarvan de beheerders lid van zijn. De CREG past artikel 20, § 1. aan door de woorden ‘hetzij anoniem, hetzij via registratie van ‘over-the-counter’/OTC transacties’ te schrappen . Voor de wettelijke basis verwijst de CREG naar haar antwoord betreffende de algemene opmerking van Interconnector op Afdeling 2.6: Secundaire markt. De CREG past artikel 21, § 4 aan door de laatste zin te schrappen. Afdeling 2.7. houdt geen verband met netevenwicht maar met het recht van de netgebruikers om toegang te hebben tot virtuele handelsplaatsen voor aardgas en hubs. 32/53 ons een onderscheid worden gemaakt tussen Interconnector beheerders en beheerders. INTERCONNECTOR: Artikel 22: Dit is niet van toepassing op Interconnector. In lijn met de NC BAL heeft Interconnector geen virtueel handelspunt en geen HUB. We stellen voor om deze bepaling zo te herformuleren dat ze enkel van toepassing is op Fluxys Belgium, wat meer gerechtvaardigd, proportioneel en haalbaar zou zijn. De CREG stelt vast dat Interconnector haar Interconnector-gebruikers de mogelijkheid biedt om onderling aardgas uit te wisselen. Artikel 22, van de gedragscode aardgas bepaalt enkel dat de beheerder dit recht moet mogelijk maken. INTERCONNECTOR: Artikel 23: Niet van toepassing op De CREG verwijst naar haar antwoord gegeven Interconnector. Wij zijn van oordeel dat het voor artikel 22. noodzakelijk is een onderscheid te maken tussen "beheerders" en "Interconnector beheerder". INTERCONNECTOR: Artikel 24: Niet van toepassing op Artikel 24, van de gedragscode aardgas is niet Interconnector. Zie opmerkingen hierboven. dwingend. Artikel 24 meldt: ‘De beheerder mag beroep …’ INTERCONNECTOR EN FLUXYS BELGIUM: Artikel 25: Deze verplichting lijkt verder te gaan dan de verplichtingen in de Gaswet (zie artikel 15/1, § 5 van de Gaswet van 12 april 1965) en de Gasverordening met betrekking tot Interconnector. Er zij op gewezen dat Interconnector een "merchant operator" is en dat investeringen geen deel uitmaken van RAB en prijscontroleregelingen, in tegenstelling tot Fluxys Belgium, LNG of opslaginstallaties in België. Ook dient te worden opgemerkt dat Interconnector, in tegenstelling tot een operator met een vermaasd monopolie, concurreert in een competitieve flexibiliteitsmarkt (bv. een andere Interconnector tussen de markten van GB en het vasteland). Alle investeringsplannen zullen commercieel gevoelige informatie bevatten. Publicatie van dergelijke plannen zal concurrenten een oneerlijk concurrentievoordeel opleveren en de concurrentie mogelijk verstoren, waarbij § 5 asymmetrische publicatieverplichtingen zal opleggen. Dit kan geïmplementeerd worden door het onderscheid tussen Interconnector beheerders en andere beheerders toe te passen om ervoor Niet-vertrouwelijke versie De CREG past artikel 25, van de gedragscode aardgas aan door het toepassingsgebied te beperken tot ‘De beheerders van een aardgasvervoersnet, van de opslag en van de LNG-installatie’. De CREG verplaatst artikel 25, § 5, van de gedragscode naar een nieuw artikel 26 om redenen dat dit van toepassing is op alle beheerders. De CREG deelt de mening van Fluxys Belgium niet in de zin dat zowel de gedragscode aardgas als het Besluit (Z)1110/12 van 30 juni 2022 betreffende de tariefmethodologie, beslissingen zijn en dus wat betreft hun rechtskracht, beiden aan elkaar evenwaardig zijn. Bijgevolg, kunnen beide beslissingen naast elkaar toegepast worden voor zover ze niet met elkaar strijdig zijn. Om deze reden verkiest de CREG de limiet van 20 miljoen niet op te nemen in de gedragscode aardgas. Deze limiet kan in de toekomst wijzigen, hetgeen op zijn beurt een wijziging van de gedragscode aardgas voor gevolg zou hebben. 33/53 te zorgen dat de voorschriften evenredig zijn. In ieder geval dient te worden opgemerkt dat Interconnector reeds bijdraagt tot de ontwikkeling van ENTSOGnetwerkontwikkelingsplannen voor 10 jaar en voor 2 jaar incrementeel capaciteitsoverleg voert met aangrenzende TSO's als onderdeel van de CAM Incremental-regels. Regels die in overeenstemming zijn met die van andere concurrerende Interconnectoren. Artikel 25, § 3 : Fluxys Belgium verzoekt om rekening te houden met de limiet van 20 miljoen euro in de laatste zin van de paragraaf om in overeenstemming te zijn met het Besluit (Z)1110/12 van 30 juni 2022 betreffende de tariefmethodologie. (vrije vertaling) INTERCONNECTOR: Artikel 26: Deze bepaling gaat verder dan het De CREG past nieuw artikel 27, § 1 aan. vaststellen van voorwaarden inzake toegang. Het is niet gepast voor Interconnector om netbeheerders te raadplegen met wiens net Interconnector niet geconnecteerd is, bv. over onderhoudswerkzaamheden met DNB’s. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen Interconnector beheerders en andere beheerders. INTERCONNECTOR: Artikel 31: De zinssnede "voor een periode die De CREG past artikel 32 aan. nodig is om de markt te reorganiseren" is onduidelijk en heeft betrekking op externe factoren. Het zou duidelijker zijn te zeggen: middelen die worden ingezet voor de duur van een beheerders eigen systeemintegriteitsprobleem (waarvoor de beheerder verantwoordelijk is). INTERCONNECTOR: Artikel 32: Deze bepaling gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang, capaciteitstoewijzing of congestiebeheer. Geen rechtsgrondslag in de Gaswet voor deze regels in de Gedragscode met betrekking tot de beheerder van een Interconnector. Dit is praktisch gezien niet zinvol voor Interconnector, gezien de specifieke aard ervan, en zou suboptimale beperkingen opleggen aan Interconnector in strijd met de doelstelling van effectieve grensoverschrijdende handelsregelingen. Nominaties kunnen Niet-vertrouwelijke versie Artikel 18.6, van de Gasverordening bepaalt dat: “Transmissiesysteembeheerders publiceren vooraf en achteraf informatie over vraag en aanbod die berust op nominaties, prognoses en de gerealiseerde flows in en uit het systeem. De nationale regelgevende instantie zorgt ervoor dat al deze informatie wordt gepubliceerd. De mate van gedetailleerdheid van de gepubliceerde informatie is een afspiegeling van de informatie die de transmissiesysteembeheerder tot zijn beschikking heeft.” 34/53 veranderen met een kennisgevingstermijn van slechts twee uur en aangezien het een bidirectionele pijpleiding betreft, kunnen stromen binnen een dag van richting veranderen. Veranderingen in de markten/prijzen die op Interconnector zijn aangesloten, hebben ook gevolgen voor nominaties en stromen. De flexibiliteit van de regelingen wordt door de netgebruikers van Interconnector ten zeerste gewaardeerd. Het is daarom belangrijk om een onderscheid te maken tussen "beheerders" en "Interconnector beheerders" om rekening te houden met het feit dat nominaties met kortere kennisgeving door Interconnector worden gebruikt. Het is voldoende te bepalen dat de beheerder van de Interconnector de dagelijkse exploitatie van de activa op de meest efficiënte wijze moet beheren om te voldoen aan de nominaties van de gasstromen van de netgebruikers. INTERCONNECTOR: Artikel 34: Nu Interconnector een in=out systeem beheert, zijn netgebruikers steeds gebalanceerd en is er geen balanceringsperiode. We stellen voor de verwijzing naar de beheerder van een Interconnector weg te laten. INTERCONNECTOR: Hoofdstuk 3. – Procedures en modaliteiten inzake toegang tot het vervoersnet en de Interconnector: De uitgewerkte vereisten zitten vervat in Interconnector’s regels. Nu deze vereisten kunnen wijzigen in de tijd (bijv. sancties, compliance, ESG, ABC) en om ervoor te zorgen dat er flexibiliteit is om dit te doen, suggereert Interconnector dat het oplijsten van alle vereisten waaraan een netgebruiker moet voldoen, onnodig en te voorschrijvend is. Dit kan namelijk inflexibiliteit creëren, gezien de snelle wijzigingen die zich in de energiemarkten heden ten dage voordoen. Het zou moeten volstaan op te merken dat de CREG de toegangsregels voor toegang tot de Niet-vertrouwelijke versie Verder, verwijst de CREG naar bijlage I, punt 1.10 van de Gasverordening dat bepaalt: “De transmissiesysteembeheerders houden dagelijks een logboek bij van de werkelijke onderhouds- en flowstoringen die zich hebben voorgedaan en stellen dit op verzoek ter beschikking van de bevoegde instantie. Deze informatie wordt op verzoek eveneens ter beschikking gesteld van degenen die door een storing zijn getroffen.” Punt 3.1.2, van de bijlage I van de Gasverordening meldt eveneens: “
  23. l)de door de transmissiesysteembeheerders overeengekomen procedures bij interconnectiepunten, van belang voor toegang van netwerkgebruikers tot de desbetreffende transmissiesystemen, met betrekking tot de interoperabiliteit van het netwerk, overeengekomen nominatie- en matchingsprocedures en andere overeengekomen procedures die bepalingen bevatten betreffende de toewijzing van gasflows en balancering, inclusief de gebruikte methoden;” Betreffende de op alle relevante punten te publiceren informatie en het tijdschema voor de publicatie van deze informatie, verwijst de CREG naar bijlage I, punt 3.3, 1),
  24. a)en e), van de Gasverordening. Artikel 34 dat artikel 35, van de gedragscode aardgas is geworden, wordt aangepast door het toepassingsgebied te beperken tot de beheerder van het aardgasvervoersnet. Artikel 37, van de gedragscode aardgas somt op zeer algemene wijze de voorwaarden op, op grond waarvan een dienst onderschreven kan worden. De concrete invulling hiervan gebeurt op voorstel van de beheerder, voorstel dat, na raadpleging van de markt, door de CREG wordt goedgekeurd. Bijgevolg, kan Interconnector alle wijzigingen aanbrengen die zij wenst te doen zoals verwoord in haar opmerking, mits het respecteren van de te volgens procedure om goedkeuring te kunnen bekomen van de CREG. Hetzelfde geldt voor de artikelen 38 en 39, van de gedragscode aardgas die zeer algemeen zijn. Artikel 40, van de gedragscode aardgas beschrijft de goedkeuringsprocedure van de 35/53 Interconnector moet goedkeuren. De CREG kan dan beoordelen of het contract beantwoordt aan de relevante doelstellingen (zonder gebruik te moeten maken van een statische/ rigide lijst) INTERCONNECTOR: Artikel 36: § 2 is onnauwkeurig en moet gewijzigd worden. Interconnector is in = out voor balanceringsdoeleinden en zijn netgebruikers kunnen andere netgebruikers zijn dan de beheerders binnen de BE-zone. Interconnector maakt geen deel uit van de "gemeenschappelijke balanceringsmaatschappij". Ofwel worden de Interconnector beheerders uit deze afdeling geschrapt, ofwel wordt de verwijzing naar een contract met het gemeenschappelijk balanceringsbedrijf voor Interconnector beheerders geschrapt. INTERCONNECTOR: Artikel 39: In tegenstelling tot de andere beheerders wordt het toegangscontract van Interconnector goedgekeurd door zowel de CREG als Ofgem. Het is belangrijk dat de regels/processen op elkaar worden afgestemd, aangezien er in die regels ook termijnen voor overleg en beslissingen zijn vastgelegd. Niet-vertrouwelijke versie vervoerscontracten en artikel 41, van de gedragscode aardgas beschrijft de goedkeuringsprocedure betreffende het balanceringscontract. Artikel 42, van de gedragscode aardgas bepaalt hoe de toegangsreglementen worden goedgekeurd en wat minimaal de inhoud hiervan moet zijn. Artikel 43, van de gedragscode aardgas is dan weer uitsluitend van toepassing op de gemeenschappelijke balanceringsonderneming. Artikel 44, van de gedragscode aardgas behandelt wat de inhoud van het toegangsprogramma is. Afdeling 3.7 beschrijft de verplichtingen van de netgebruikers en 3.8 de factureringsprincipes (zie hiervoor antwoord hierboven). Eén voor één gaat het hier om zeer algemene bepalingen waarvan de concrete invulling moet gebeuren op voorstel van de beheerder. Ieder van deze bepalingen zijn noodzakelijk om invulling te geven hoe een netgebruiker toegang kan verwerven tot het vervoersnet. Tot slot, beschrijven de artikelen in Hoofdstuk 3 hetgeen vandaag reeds toegepast wordt door de beheerders. Artikel 36, § 2, van de gedragscode aardgas, dat artikel 37 is geworden, is enkel van toepassing op een bevrachter die naast een standaard aardgasvervoerscontract ook een balanceringscontract moet onderschrijven om toegang te kunnen verwerven tot het aardgasvervoersnet. De CREG heeft in het verleden steeds overleg gepleegd met Ofgem inzake goedkeuring van het transportcontract. Dit is een praktijk dat bij de CREG ingebed is. Er bestaat geen enkele reden waarom de CREG zich niet langer meer aan deze verplichting zou houden. Zie bovendien ook artikel 15/14quater, § 1, laatste lid, van de Gaswet. 36/53 Voor wat de goedkeuring van het voorstel van vervoerscontract betreft dient een bindende tijdslijn voorzien te worden. Ook dient voorzien te worden dat bij gebreke van tijdige goedkeuring het voorstel van de beheerder geacht wordt goedgekeurd te zijn. Bij impliciete goedkeuring dient een tijdslijn waarbinnen het goedgekeurde voorstel in werking treedt, voorzien te worden. Er dient bepaald te worden in welke gevallen en onder welke voorwaarden de CREG een wijzigingsverzoek of een vraag tot informatie kan richten aan de beheerders. Ook de verwijzing dat de CREG op elk moment alle informatie kan opvragen is te ruim en onduidelijk. Wij vragen dat dit als volgt komt te luiden "De CREG kan, tijdig na ontvangst van een verzoek tot wijziging van het toegangscontract, aan de betrokken exploitant alle bijkomende informatie vragen die nodig is voor het nemen van haar goedkeuringsbeslissing. Elk verzoek zal verband houden met het verzoek tot wijziging, proportioneel en gerechtvaardigd zijn. " INTERCONNECTOR: Artikel 41: Voor wat het toegangsreglement Interconnector betreft dienen de voorschriften afgestemd te worden met Ofgem/GB Interconnectorvergunningsregelgeving. § 2, 4° en 5° gaat verder dan vereist voor het vaststellen van voorwaarden inzake toegang. INTERCONNECTOR: Artikel 43: Dit gaat verder dan vereist voor Interconnector. Het toegangscontract/de Interconnector website bevat reeds details over de geleverde diensten. Niet-vertrouwelijke versie De CREG verwijst naar artikel 15/14, § 5, tweede lid, van de Gaswet, dat bepaalt waaraan de beslissingen van de CREG moeten beantwoorden. De CREG heeft steeds binnen een redelijke termijn haar beslissingen getroffen. Wegens het niet nemen van een tijdige beslissing, laat staan wegens verzuim, werd tot op heden de CREG, in haar twintigjarig bestaan, nog nooit aangeklaagd voor de rechtbank. Een wijzigingsverzoek kan uiteraard enkel gebeuren indien het voorstel strijdig is met de vigerende wetgeving, onvolledig zou zijn en/of geen gevolg geeft aan een opmerking van een marktspeler geuit tijdens de openbare raadpleging en waarvan de CREG van oordeel is dat het een pertinente opmerking is maar waaraan de beheerder geen gevolg heeft gegeven. Inzake het opvragen van informatie, zie hiervoor artikel 15/16, van de Gaswet. Inzake punt 4°, verwijst de CREG naar haar antwoord hierboven op de algemene opmerking inzake de secundaire markt. Inzake punt 5°, is de CREG van oordeel dat ook de Interconnector moet beschikken over een plan voor incidentenbeheer. Indien zich een incident voordoet op de Interconnector moet vooraf gekend zijn welke procedure Interconnector zal volgen om het incident te beheren en in welke mate de toegangscontracten in hun geheel of deels nog gerespecteerd kunnen worden. Hieruit volgt dat incidentenbeheer wel degelijk onder toepassing valt van de voorwaarden inzake toegang. Artikel 43, van de gedragscode aardgas, dat artikel 44 is geworden, legt enkel de verplichting op te beschikken over een toegangsprogramma Interconnector. De CREG verwijst hiervoor naar artikel 15/5undecies, § 3, van de Gaswet. Verder, beschrijft artikel 44, van de gedragscode enkel de goedkeuringsprocedure en het feit dat dit op de website van de beheerder gepubliceerd moet worden. 37/53 INTERCONNECTOR EN ENGIE: Artikel 44: Het is onduidelijke voor Interconnector op welke basis in de Gaswet CREG verplichtingen voor netgebruikers moet opnemen. Zoals eerder opgemerkt, betekent de specifieke aard van Interconnectoren dat netgebruikers om uiteenlopende redenen capaciteit kopen. Sommige daarvan omvatten arbitragehandel tussen markten. Er is geen reden om de inschrijving op capaciteit uitsluitend te koppelen aan contractuele leveringsverplichtingen op Interconnectoren. Dit zou de grensoverschrijdende handel alleen maar beperken in plaats van deze te vergemakkelijken, hetgeen in strijd is met de doelstellingen van de Gasverordening. Gelieve een onderscheid te maken tussen Interconnector-gebruikers en netgebruikers of dit onderscheid te schrappen. ENGIE vraagt om de zin ‘Netgebruikers onderschrijven de capaciteit die nodig is om aardgas te transporteren op basis van contractuele leveringsen leveringsverplichtingen’ te schrappen daar dit een bevooroordeelde formulering zou zijn. Minstens de zin te vervangen door ‘Alle netgebruikers moeten redelijk en voorzichtig zijn in hun gebruik van de diensten van de beheerders.’ (vrije vertaling) INTERCONNECTOR: Afdeling 3.8. – Principes inzake facturatie: Deze afdeling gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang, capaciteitstoewijzing of congestiebeheer in de Gaswet. Er is geen rechtsgrondslag in de Gaswet voor deze bepalingen inzake Interconnector beheerders. Interconnector beheerders moeten uit deze afdeling worden verwijderd. INTERCONNECTOR: Artikel 50: Het kan betwijfeld worden of het nieuwe artikel 15/5undecies, § 1 van de Gaswet de vereiste grondslag biedt voor de aanpassingen en uitbreidingen ten aanzien van Interconnector. Niet-vertrouwelijke versie Artikel 44, van de gedragscode, dat artikel 45 is geworden, is een verplichting die opgelegd wordt aan de netgebruiker en niet aan de beheerder. In artikel 45, van de gedragscode aardgas wordt aan de netgebruiker enkel gevraagd om op een redelijke en voorzichtige wijze gebruik te maken van de diensten die hij onderschreven heeft (zie aanpassing ingevolge de opmerking van ENGIE). De CREG past artikel 45 aan door de eerste zin te schrappen. De CREG verwijst naar artikel 15/5undecies, § 1, tweede lid, 8°, van de Gaswet. Deze afdeling beschrijft enkel de basisbeginselen over de frequentie van een factuur dat aan de netgebruiker moet worden meegedeeld, wat de inhoud moet zijn, het recht van de netgebruiker om een afrekeningsstaat op te vragen en dat de netgebruiker en de beheerder elkaar de nodige informatie moeten uitwisselen opdat een factuur kan worden opgesteld. De CREG verwijst naar artikel 14.3, van de Gasverordening. Artikel 50 van de gedragscode aardgas, dat artikel 51 is geworden, bepaalt enkel de algemene principes waaraan financiële garanties moeten voldoen wanneer deze geëist worden door een beheerder en dit opdat iedere 38/53 netgebruiker, ook kleinere marktspelers, toegang zouden kunnen verkrijgen tot een vervoersnet op een niet discriminerende en objectieve wijze. Te hoge financiële garanties die niet in verhouding staan met de gefactureerde bedragen kan kleinere marktspelers de toegang tot het vervoersnet belemmeren. INTERCONNECTOR: Hoofdstuk 5. – Monitoring: Dit hoofdstuk gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang, capaciteitstoewijzing of congestiebeheer. INTERCONNECTOR: Hoofdstuk 6. – Aardgasvervoer: Dit hoofdstuk gaat verder dan het vaststellen van voorwaarden inzake toegang, capaciteitstoewijzing of congestiebeheer. Het vervoersmodel maakt geen deel uit van deze regels. Het is van belang een onderscheid te maken tussen Interconnector beheerders en de nationale transmissiebeheerder. Deze voorschriften mogen niet van toepassing zijn op Interconnector beheerders. INTERCONNECTOR EN ENGIE: Artikel 67: Het is van belang een onderscheid te maken tussen Interconnector beheerders en de nationale transmissiebeheerder. Deze voorschriften mogen niet van toepassing zijn op Interconnector beheerders. Dit vervoersmodel is niet geschikt voor Interconnector. De vraag van ENGIE betreffende punt 4° in § 2 is om ‘a rato’ te vervangen door ‘binnen de limiet’. (vrije vertaling Het in punt 11° voorgestelde balanceringsregime stemt volgens Interconnector niet overeen met hoe balancering werkt voor Interconnector. Niet-vertrouwelijke versie Het monitoren van het respecteren van de regels van aansluiting op en toegang tot biedt de mogelijkheid zowel voor de beheerders als voor de CREG om het vervoers- of balanceringsmodel bij te sturen waar nodig en/of over te gaan tot een aanpassing van de vervoerscontracten. Daarnaast bieden de resultaten van de monitoring ook de mogelijkheid om eventueel de gedragscode aan te passen, omwille van bijvoorbeeld gewijzigde marktomstandigheden. De CREG verwijst ook naar artikel 15/16, van de Gaswet. De CREG herhaalt dat, in tegenstelling tot Deel I dat algemene bepalingen bevat van toepassing op alle beheerders, tenzij uitdrukkelijk anders gemeld, Hoofdstuk 6 uitsluitend specifieke en algemene regels bevat die typisch van toepassing zijn op hoe toegang verworven kan worden tot het aardgasvervoersnet of de Interconnector. Daar waar een bepaling niet van toepassing zou zijn op de beheerder van een Interconnector wordt enkel m

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.