← België

Beslissing over de klacht met het oog op een nieuw onderzoek die Elia Transmission Belgium nv heeft ingediend tegen beslissing (B)2433 van 19 juli 202

(B)2450 29 september 2022 Beslissing over de klacht met het oog op een nieuw onderzoek die Elia Transmission Belgium nv heeft ingediend tegen beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 over het voorstel van ELIA TRANSMISSION BELGIUM tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten Artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 1.
  2. Belgisch wettelijk kader........................................................................................................... 3 1.
  3. Europees wetgevend kader ..................................................................................................... 4
  4. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 5
  5. RAADPLEGING ................................................................................................................................. 6
  6. ANALYSE VAN DE KLACHT MET HET OOG OP EEN NIEUW ONDERZOEK......................................... 7
  7. 4.
  8. Ontvankelijkheid van de klacht ............................................................................................... 7 4.
  9. Over de grond .......................................................................................................................... 7 4.2.
  10. Over het gebrek aan voorafgaande raadpleging ............................................................. 7 4.2.
  11. Schending van de elektriciteitswet en het tarifaire juridische kader ............................ 10 4.2.
  12. Gebrek aan nut van de overdracht en onrealistische timing ........................................ 12 4.2.
  13. Inconsistentie van het proces als gevolg van beslissing (B)2433 .................................. 13 4.2.
  14. Over de grond ................................................................................................................ 15 BESLISSING..................................................................................................................................... 18 Niet-vertrouwelijk 2/18 INLEIDING Op 19 juli 2022 nam het directiecomité van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) beslissing (B)2433 over het voorstel van ELIA TRANSMISSION BELGIUM tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten (hierna: “beslissing (B)2433”). Op 3 augustus 2022 diende Elia Transmission Belgium (hierna: "Elia") tegen deze beslissing met toepassing van artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: ”de elektriciteitswet”) een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek,. Deze klacht wordt in deze beslissing behandeld. Deze beslissing bevat, naast de inleiding, vijf delen: het eerste deel bevat het wettelijk kader; het tweede deel beschrijft de antecedenten; het derde deel zet de redenen van het gebrek aan consultatie uiteen; het vierde deel omvat de analyse van de CREG over de argumenten van Elia in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek; het vijfde en laatste deel betreft de eigenlijke beslissing. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd door middel van een schriftelijke procedure op 3 oktober
  15. WETTELIJK KADER 1.
  16. BELGISCH WETTELIJK KADER
  17. Artikel 28, van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de commissie genomen beslissing mag, binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van deze beslissing een klacht indienen bij de commissie teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken. Deze klacht heeft geen schorsende werking en sluit de indiening van een beroep voor het Marktenhof met toepassing van artikel 29bis niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe. De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt via aangetekend schrijven of mits neerlegging met ontvangstbewijs tot de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden. De commissie neemt haar beslissing met betrekking tot de klacht binnen een termijn van twee maanden vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek.”
  18. Artikel 12, § 5 van de elektriciteitswet bevat onder andere de volgende bepaling: “De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van volgende richtsnoeren : 1° […]; 10° de compensatiediensten van de onevenwichten van de Belgische regelzone worden op de meest kostefficiënte wijze verzekerd en leveren aan de gebruikers van het net geëigende Niet-vertrouwelijk 3/18 stimuli opdat zij hun injectie en hun afname in evenwicht brengen. De met deze diensten verbonden tarieven zijn billijk, niet discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria; […]. “
  19. Bijlage 2 van de tariefmethodologie1, voorziet het volgende over het tarief voor het handhaven en herstellen van het individueel evenwicht van de toegangsverantwoordelijken: “4.4 Het tarief bedoeld in 4.2.2° is van toepassing op elk toegangspunt en is afhankelijk van de concrete evenwichtssituatie van de individuele toegangsverantwoordelijke, van de kosten en de directe producten van de netbeheerder met betrekking tot de aankoop of de verkoop van energie om het onevenwicht te compenseren, van het rekenkundig teken van het netto regelvolume (positief of negatief, wat wijst op een algemeen tekort, respectievelijk surplus in de Belgische regelzone) et de parameters die de individuele toegangsverantwoordelijken aansporen om een permanent evenwicht in stand te houden. 4.5 Het tarief voor het in stand houden en het herstellen van het individuele evenwicht van de toegangsverantwoordelijken laat toe om de onevenwichten in de Belgische regelzone zo goed mogelijk te compenseren en biedt de netgebruikers gepaste stimulansen om hun injectie en hun afname in evenwicht te brengen.” 1.
  20. EUROPEES WETGEVEND KADER
  21. Artikel 18, van de verordening 2017/2195 van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna "EBGL") bepaalt in het bijzonder het volgende: “
  22. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stellen de TSB's van een lidstaat, voor alle programmeringszones van die lidstaat, een voorstel op betreffende: de voorwaarden voor BSP's; de voorwaarden voor BRP's. […]
  23. De voorwaarden voor BRP's bevatten het volgende: a) […] ; f) de regels voor de verrekening van BRP's, overeenkomstig hoofdstuk 4 van titel V; […]; k) de verrekeningsregels overeenkomstig de artikelen 52, 53, 54 en 55; […]."
  24. Artikel 5.4, van de EBGL bepaalt in het bijzonder het volgende: "De voorstellen voor de volgende voorwaarden of methodologieën, alsmede wijzigingen daarvan, worden per geval ter goedkeuring voorgelegd aan alle regulerende instanties van elke betrokken lidstaat: a) […] ; c) de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18; 1 Besluit (Z)1109/10 van 28 juni 2018 tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteits-transmissienet en voor de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regulatoire periode 2020-
  25. Niet-vertrouwelijk 4/18 […].”
  26. Artikel 6.3, van de EBGL stelt het volgende: "Het Agentschap of de regulerende instanties, wanneer zij verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën, kunnen respectievelijk overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, voorstellen tot wijziging van die voorwaarden of methodologieën aanvragen en een termijn vaststellen voor de indiening van die voorstellen. De TSB’s die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën kunnen bij de regulerende instanties of het Agentschap voorstellen tot wijziging van deze voorwaarden of methodologieën doen. De voorstellen voor wijzigingen van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 10 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in de artikelen 4 en 5 uiteengezette procedure."
  27. Artikel 4.1, van de EBGL bepaalt het volgende: "De TSB’s ontwikkelen de bij deze verordening vereiste voorwaarden of methodologieën en dienen die ter goedkeuring in bij het Agentschap overeenkomstig artikel 5, lid 2, dan wel bij de relevante regulerende instanties overeenkomstig artikel 5, lid 3, binnen de bij deze verordening vastgestelde respectievelijke termijnen. In uitzonderlijke omstandigheden, met name in gevallen waarin een termijn niet kan worden gehaald als gevolg van omstandigheden buiten de verantwoordelijkheid van de TSB’s, kunnen de termijnen voor voorwaarden of methodologieën worden verlengd door het Agentschap in procedures overeenkomstig artikel 5, lid 2, gezamenlijk door alle relevante regulerende instanties in procedures overeenkomstig artikel 5, lid 3, en door de relevante regulerende instantie in procedures overeenkomstig artikel 5, lid 4.”
  28. ANTECEDENTEN
  29. In beslissing (B)658E/77 van 3 februari 2022 over de vraag tot goedkeuring van het geactualiseerd tariefvoorstel 2020-2023, ingediend door de nv Elia Transmission Belgium, met het oog op de wijziging van parameter alpha van het tarief voor het in stand houden en het herstellen van het individuele evenwicht van de toegangs-verantwoordelijken, stelt de CREG het volgende: “
  30. De alpha component maakt deel uit van de onbalansverrekening krachtens Hoofdstuk 4 van Titel V van Verordening (EU) 2017/2195 van 13 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering (hierna: EBGL). Deze onbalansverrekening werd op 15 juli 2020 door het ACER besluit 18/2020 met betrekking tot de harmonisering van de belangrijkste eigenschappen van de onbalansverrekening (hierna: ACER besluit), deels geharmoniseerd. Onder andere de bepaling van de onbalansprijs voor positieve en negatieve onbalansen vormt het onderwerp van het ACER besluit.
  31. Artikelen 9

(6)en 12
(2)van het ACER besluit stellen dat, indien de TNB een additionele componenten wilt toepassing bij de berekening van onbalansprijzen, deze additionele componenten ten laatste achttien maanden na de goedkeuring ervan (namelijk op 15 januari 2022) beschreven moeten worden in de nationale methodologieën en voorwaarden voor balanceringsverantwoordelijken (hierna: T&C BRP). 35. De CREG erkent dat de onbalansprijsberekening, inclusief de hierboven vermelde additionele componenten, krachtens artikelen 18
(6)(f) en artikel 18
(6)(k), van EB GL, als onderdeel van de T&C BRP opgenomen moeten worden. De opname van de onbalansprijsberekening in de T&C BRP verzekert een afstemming met de Europese Niet-vertrouwelijk 5/18 wetgeving en de daaruit vloeiende processen van goedkeuring of wijziging van de voorwaarden voor balancering.
  1. Als gevolg is de CREG van mening dat de berekening van de alpha component opgenomen moet worden in de T&C BRP. Tegelijkertijd met de opname van de berekening van de alpha component in de T&C BRP, moet de impact die het gebruik van FRR-middelen hebben op de onbalansprijs4 ook beschreven worden in de T&C BRP.”
  2. Dit standpunt werd concreet gemaakt in een brief die de CREG op 7 april 2022 aan Elia heeft gericht en de volgende passage bevatte: “Gelijktijdig met hetgeen hierboven aan Elia wordt gevraagd, verzoekt de CREG op grond van artikel 6
(3)van de EB GL dat Elia een voorstel tot wijziging van de berekening van de onbalansprijs, inclusief de additionele componenten, zoals opgenomen in artikel 9 van bijlage 1 van ACER Beslissing No 18/2020 van 15 juli 2020 betreffende de harmonisatie van de belangrijkste kenmerken van de onbalansverrekening, opgenomen in de T&C BRP overeenkomstig artikel 5
(4)(c) en artikel 18
(6)(
  1. k)van de EB GL, na raadpleging van de markt, bij de CREG indient voor goedkeuring. Ook dit voorstel wenst de CREG van Elia te ontvangen tegen ten laatste 24 mei 2022.” 10. Per brief van 16 mei 2022 heeft Elia het volgende op deze vraag geantwoord: “Wat betreft uw vraag om een voorstel tot wijziging van de berekening van de onbalansprijs op te maken en te integreren willen wij verwijzen naar de discussies die gaande zijn met betrekking tot de aanpassing van de balanceringsregels in het kader van de aansluiting op het Picasso platform. Wij begrijpen dat de CREG van mening is dat de additionele componenten zouden moeten worden geïntegreerd in de T&C BRP. Elia ziet echter geen urgentie om deze vraag tot administratieve wijziging op korte termijn te behandelen. Rekening houdend met tal van andere door de CREG welgekende acties die in parallel behandeld moeten worden (bv. deze additionele hierboven vermeld) en met de limieten van onze beschikbare experten om deze te realiseren, stelt Elia voor om dit verder te bespreken bij een volgende wijziging van de T&C BRP.” 11. Op 19 juli 2022 heeft de CREG een beslissing (B)2433 over het voorstel van Elia Transmission Belgium tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten genomen. 12. Op 3 augustus 2022 diende Elia met toepassing van artikel 28 van de elektriciteitswet een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek. 13. Op 29 september 2022 hielden Elia en de CREG, op vraag van Elia, een overlegvergadering over de punten uit de klacht met het oog op een nieuw onderzoek. 3. 14. RAADPLEGING Artikel 39, van het huishoudelijk reglement van de CREG bepaalt het volgende: "Het directiecomité zal geen raadpleging, noch een openbare, noch een niet-openbare, organiseren: 1° […]; 4° wanneer de voorgenomen beslissing tot goedkeuring geen inhoudelijke wijzigingen betreft, zoals de rechtzetting van materiële vergissingen en/of het doorvoeren van louter redactionele verbeteringen; Niet-vertrouwelijk 6/18 […].” 15. Op basis van deze bepaling vindt de CREG dat ze geen raadpleging over deze beslissing moet organiseren. Volgens de hiernavolgende analyse blijkt immers dat de door Elia aangehaalde elementen niet kunnen leiden tot een wijziging van beslissing (B)2433. Het gaat in casu niet om een "beslissing tot goedkeuring" zoals bedoeld in artikel 39, 4° van het huishoudelijk reglement. Volgens de CREG dient deze bepaling echter te worden geïnterpreteerd als een bepaling die betrekking heeft op een beslissing van de CREG die, zoals in casu, niet leidt tot een wijziging van de rechtsordening en dus puur bevestigend is. 4. ANALYSE VAN DE KLACHT MET HET OOG OP EEN NIEUW ONDERZOEK 4.1. ONTVANKELIJKHEID VAN DE KLACHT 16. Conform artikel 28, van de elektriciteitswet dient een klacht met het oog op een nieuw onderzoek om ontvankelijk te zijn aan de volgende voorwaarden te voldoen: - ze moet ingediend worden binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van de bestreden beslissing; - ze moet ingediend worden via aangetekend schrijven of mits neerlegging met ontvangstbewijs; - ze moet een afschrift bevatten van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden. 17. De CREG stelt vast dat beslissing (B)2433 op 19 juli 2022 aan Elia werd betekend en dat de klacht werd ingediend op 3 augustus 2022, hetzij de laatste dag van de wettelijke termijn. De klacht bevat bovendien de motieven die een herziening van de bekritiseerde beslissing rechtvaardigen, alsook de kopie van deze beslissing, als één van de bijlagen. Bovendien kan de verzending van de klacht via e-mail met ontvangstbevestiging worden beschouwd als gelijkwaardig met de manier waarop een klacht wordt ingediend conformartikel 28 van de elektriciteitswet. 18. De klacht is dus ontvankelijk. 4.2. OVER DE GROND 4.2.1. Over het gebrek aan voorafgaande raadpleging 4.2.1.1. Samenvatting van de argumentatie van Elia 19. In haar klacht stelt Elia vast dat ze niet vooraf werd geraadpleegd over beslissing (B)2433, wat in strijd is met artikel 23, § 2 bis, van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 7/18 4.2.1.2. Antwoord van de CREG 20. De CREG erkent dat ze vóór beslissing (B)2433 geen raadpleging heeft georganiseerd. 21. Ter herinnering, artikel 23, § 2bis, van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: “De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing; - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen, worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens van persoonlijke aard.” (onderlijnd door de CREG) 22. Artikel 40, van het huishoudelijk reglement van de CREG bevat in het bijzonder de volgende bepalingen: “Het directiecomité zal geen openbare raadpleging organiseren: 1° […] 2° onverminderd punt 3°, wanneer de netbeheerder of één van de beheerders of een persoon die daartoe rechtmatig (mede) door de netbeheerder of één van de beheerders wordt belast, reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. […] In de gevallen bedoeld in 1° en 2° kan het directiecomité nog wel beslissen tot een nietopenbare raadpleging, in het bijzonder van diegene van wie het voorstel ter goedkeuring door het directiecomité uitgaat. Het directiecomité zal daartoe beslissen indien de betrokken persoon of personen nog niet de mogelijkheid had(den) zijn/hun opmerkingen te laten gelden in het kader van de voorgenomen beslissing . In dit artikel wordt onder een « effectieve openbare raadpleging » begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of emailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. In geval van een raadpleging bedoeld in het eerste lid, 2°, door een persoon die daartoe rechtmatig (mede) door de netbeheerder of één van de beheerders wordt belast, is slechts sprake van een effectieve openbare raadpleging indien, bovenop de voorwaarden bedoeld in de vorige zin, de website van de netbeheerder of de betrokken beheerder een duidelijke verwijzing bevat naar deze raadpleging." Niet-vertrouwelijk 8/18 23. In de beslissing (B)2433 heeft de CREG, overeenkomstig haar huishoudelijk reglement, onderzocht of de door Elia georganiseerde raadpleging over het voorstel van onbalansverrekeningsproces als effectief kon worden beschouwd. De CREG heeft in verband daarmee het volgende vastgesteld: “17. Het directiecomité van de CREG is van oordeel dat op grond van haar huishoudelijk reglement, de CREG geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing om redenen dat: - de duur van de raadpleging 6 weken bedroeg en dat over de wijzigingen aangebracht aan de consultatieversie, Elia voldoende overleg heeft gepleegd met de belanghebbenden van wie zij bovendien de steun heeft gekregen en het voor hen evenmin nodig bleek te zijn om over de aanpassingen een extra openbare raadpleging te organiseren.” 24. Ondanks het beperkte karakter van de gemaakte analyse, zoals opgenomen in de vorige paragraaf, vond de CREG, in haar beslissing (B)2433, duidelijk dat de raadpleging die Elia over haar voorstel van onbalansverrrekeningsproces heeft uitgevoerd, kon worden beschouwd als effectief in de zin van het huishoudelijk reglement, en dat ze dus geen nieuwe openbare raadpleging hierover meer moest organiseren. 25. Over de noodzaak om specifiek Elia te raadplegen, dient te worden vastgesteld dat het huishoudelijk reglement van de CREG voorziet dat het enkel gaat om een mogelijkheid die aan het directiecomité wordt geboden. Dat gebeurt enkel “indien de betrokken persoon of personen nog niet de mogelijkheid had(den) zijn/hun opmerkingen te laten gelden in het kader van de voorgenomen beslissing”. Zoals hiervoor al werd vermeld stond het principe van de overdracht van de bepalingen over de berekening van de onevenwichtsprijzen naar de T&C BRP al in de beslissing (B)658E/77 van 3 februari 2022. Het heeft bovendien het voorwerp uitgemaakt van een aanvraag tot wijziging uitdrukkelijk gebaseerd op artikel 6.3, van de EBGL per brief van 7 april 2022. In het kader van deze aanvraag tot wijziging heeft Elia haar opmerkingen laten gelden per brief van 16 mei 2022 met de vermelding dat ze de hoogdringendheid niet inzag van een dergelijke administratieve wijziging, zonder evenwel het principe ervan te betwisten. In de mate dat de beslissing (B)2433 enkel de aanvraag tot wijziging van 7 april 2022 herhaalt door gewoon de termijn aan te passen die Elia heeft om haar voorstel in te dienen, dient te worden besloten dat Elia al de mogelijkheid heeft gehad om haar opmerkingen hiervoor te laten gelden. De CREG was bijgevolg niet verplicht om Elia te raadplegen voor ze haar beslissing (B)2433 nam. 26. Bovendien dient er te worden benadrukt dat de beslissing (B)2433, aangezien ze Elia vraagt om een wijziging van de T&C BRP tegen 7 oktober 2022 in te dienen, in dit opzicht enkel een vraag is en geen definitieve beslissing is voor Elia, aangezien ze, in overeenstemming met de EBGL, nog ervoor kan kiezen om een dergelijk voorstel al dan niet in te dienen en, in geval van indiening, de gewenste inhoud eraan kan geven. Elia zal in elk geval geraadpleegd worden over de definitieve beslissing die de CREG ter zake zal nemen. 27. Voor het overige stelt de CREG vast dat de doelstelling van de procedure voor de klacht met het oog op een nieuw onderzoek, bedoeld in artikel 28, van de elektriciteitswet is om de CREG toe te laten om, op basis van de argumenten van de klager, te evalueren of de bedoelde beslissing al dan niet moet worden gewijzigd. Het gebrek aan raadpleging vóór de beslissing is op zich geen argument dat kan leiden tot de wijziging ervan. Gelden enkel de argumenten die ten gronde in het kader van deze klacht, worden ingeroepen. Niet-vertrouwelijk 9/18 4.2.2. Schending van de elektriciteitswet en het tarifaire juridische kader 4.2.2.1. Samenvatting van de argumentatie van Elia 28. Nadat ze de bepalingen van artikel 12, § 5, van de elektriciteitswet en de tariefmethodologie heeft herhaald, stelt Elia vast dat het onevenwichtstarief wordt omkaderd door de tariefmethodologie, die een reglementaire basis vormt, genomen in overeenstemming met de tarifaire richtlijnen zoals voorzien in de elektriciteitswet. In uitvoering van deze bepalingen beschrijft het tariefvoorstel van Elia, dat door de CREG werd goedgekeurd, de eigenschappen van het onevenwichtstarief. 29. Volgens Elia miskent de aanvraag tot overdracht van de regels inzake de berekening van de onevenwichten naar de T&C BRP dit wettelijk en reglementair kader en heeft dit als gevolg dat het voor Elia onmogelijk is om zich daaraan te houden, georkestreerd wordt (sic). De CREG zou zich in dit opzicht noch rechtsgeldig kunnen beroepen op de bepalingen van de EBGL, noch op de beslissing van ACER nr. 18/2020 zonder afbreuk te doen aan de regels voorzien door de richtlijn 2019/944 en de bepalingen van nationaal recht die deze richtlijn omzetten. 4.2.2.2. 30. Antwoord van de CREG De CREG stelt vast dat de argumentatie van Elia gebaseerd is op een aantal verwarringen. 31. Enerzijds, verwart Elia de onevenwichtsprijs en het onevenwichtstarief. De tariefmethodologie verplicht de facturering van het onevenwichtstarief aan de BRP’s en bevat de parameters die in aanmerking moeten worden genomen om de waarde ervan te bepalen. Het onevenwichtstarief dat aan een BRP wordt gefactureerd, in overeenstemming met het goedgekeurde tariefvoorstel, is het resultaat van de toepassing van een tariefmechanisme aan deze BRP dat rekening houdt met de onevenwichtsprijzen. De onevenwichtsprijzen zijn de combinatie van de marginale prijzen van de opwaartse of neerwaartse activeringen (hierna “MIP” en “MDP” voor Marginal Incremental Price en Marginal Decremental Price) en de stimulerende parameter alpha. De waarden van de MIP’s en MDP’s zijn momenteel vastgelegd in de onevenwichtsregels; de parameter alpha wordt daarentegen in het tariefvoorstel beschreven. De wil van de CREG is om, in overeenstemming met de bepalingen van de EBGL en van de ACER-beslissing nr. 18/2020, alle parameters van de onevenwichtsprijs in één document te verzamelen, in dit geval de T&C BRP. Het tariefvoorstel kan bijgevolg beperkt worden tot de beschrijving van het tariefmechanisme en verwijzen naar de onevenwichtsprijzen die bovendien worden bepaald. De CREG zal dan controleren of het onevenwichtstarief, dus de combinatie van het tariefmechanisme en de onevenwichtsprijzen, de bepalingen van artikel 12, § 5, van de elektriciteitswet en de tariefmethodologie naleven. 32. Anderzijds, leest Elia de principes m.b.t. de toepassing van het Europees recht verkeerd. De CREG deelt het standpunt van Elia over het feit dat de EBGL, als uitvoeringshandeling die de Europese Commissie heeft aangenomen, geen afbreuk kan doen aan de bepalingen van richtlijn 2019/944, in het bijzonder met betrekking tot de bevoegdheden die erin werden toegekend aan de nationale reguleringsinstanties inzake tarieven. Dit punt werd trouwens bevestigd door het Hof van Justitie in een arrest C-767/19 van 3 december 2020. Daarentegen, ervan uitgaan dat de EBGL geen voorrang zou kunnen hebben op de regels van nationaal recht die de lidstaten hebben afgekondigd om de bepalingen van een richtlijn om te zetten, is niet juist. De EBGL blijft als uitvoeringsverordening een Europese verordening met alle bijhorende kenmerken, in het bijzonder de rechtstreekse toepasselijkheid en voorrang op het nationaal recht. Niet-vertrouwelijk 10/18 33. Men moet zich bijgevolg afvragen of de bepalingen van de EBGL, in de lezing dat de CREG ervan maakt, voor gevolg zou hebben dat de regels, voorzien door de richtlijn 2019/944, ervan zouden wijzigen. Dat is echter niet het geval. 34. Ter herinnering, artikel 59, van richtlijn 2019/944 bevat onder andere de volgende bepalingen: “1. De regulerende instantie heeft de volgende taken:
  2. a)vaststellen of goedkeuren, volgens transparante criteria, van transmissie- of distributietarieven of de berekeningsmethodes hiervoor of beide; […] 7. Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
  3. a)de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen;
  4. b)de verstrekking van ondersteunende diensten, die zo economisch mogelijk worden uitgevoerd en passende stimuleringsmaatregelen bieden voor netwerkgebruikers om hun input en output op elkaar af te stemmen; dergelijke ondersteunende diensten worden op billijke en niet-discriminerende wijze verstrekt en zijn gebaseerd op objectieve criteria; […].” 35. Ten eerste, en zoals de CREG hierboven heeft uiteengezet, mag de bepaling van de onevenwichtsprijzen, zoals bedoeld door de EBGL, niet worden verward met de vastlegging of goedkeuring van de tarieven - in het bijzonder de onevenwichtstarieven - bedoeld door richtlijn 2019/944. Deze beschouwing geldt nog altijd als het onevenwichtstarief wordt vastgelegd op het niveau van de onevenwichtsprijs. 36. Ook al zouden de onevenwichtsprijs en het onevenwichtstarief op gelijke voet moeten gesteld worden, toch dient er vervolgens te worden vastgesteld dat het mechanisme voor de bepaling van de T&C BRP, zoals voorzien door de EBGL, geenszins afbreuk doet aan de bevoegdheden van de nationale regulator zoals georganiseerd door richtlijn 2019/944. Inderdaad: - richtlijn 2019/944 vereist van de lidstaten dat de regulerende instantie ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de transmissietarieven vastlegt of goedkeurt; de EBGL voorziet dat de nationale reguleringsinstantie het voorstel van T&C BRP goedkeurt; - de richtlijn bepaalt dat de regulerende instanties bevoegd zijn om van de transmissie- en distributiesysteembeheerders te verlangen dat zij de voorwaarden wijzigen, met inbegrip van de in artikel 59, van deze richtlijn bedoelde tarieven of berekeningsmethoden, om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast; de EBGL voorziet dat de reguleringsinstantie de netbeheerder kan vragen om een voorstel tot wijziging van de T&C in te dienen. Aangezien het mechanisme voor de goedkeuring van de T&C BRP, zoals voorzien door de EBGL, deel uitmaakt van de door richtlijn 2019/944 aan de lidstaten geboden omzettingsopties kan men niet zoals Niet-vertrouwelijk 11/18 Elia concluderen dat de EBGL de door deze richtlijn voorziene regels wijzigt. De EBGL respecteert daarentegen het door de richtlijn vastgelegde kader en de bevoegdheden. 37. Er dient eveneens te worden opgemerkt dat, volgens artikel 59.7, van richtlijn 2019/944, de bevoegdheid van de reguleringsinstanties inzake de vastlegging of goedkeuring van de methodes om onder andere de tarieven te bepalen of te berekenen geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van ACER “om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren”. Aangezien deze uitzondering uitdrukkelijk is voorzien door de richtlijn, kan het standpunt van Elia volgens dewelke: “ de beslissing van ACER nr. 18/2020, waarnaar de CREG eveneens verwijst […] om haar aanvraag te motiveren, mag evenmin voorrang hebben op de elektriciteitswet aangezien ze genomen is door te verwijzen naar de EBGL”, redelijkerwijze niet worden aangenomen. 38. Het tweede argument van Elia kan dus niet worden aanvaard. 4.2.3. Gebrek aan nut van de overdracht en onrealistische timing 4.2.3.1. Samenvatting van de argumentatie van Elia 39. In haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek vermeldt Elia dat de timing voor de indiening van een voorstel tot wijziging van de T&C BRP niet realistisch is, gezien de noodzaak om de markt vooraf te raadplegen over dit voorstel. Elia merkt hierbij op dat, hoewel de termijn die de CREG haar toekent enkel een verlenging is van de termijn die vroeger was vastgelegd, zij in haar brief van 16 mei 2022 heeft uiteengezet om welke redenen ze de gevraagde werkzaamheden niet uitvoert terwijl andere wijzigingen die waren gevraagd in het kader van de brief van 7 april 2022 dan weer door Elia werden voorgesteld binnen de vereiste termijn en door de CREG werden goedgekeurd. 40. Elia stelt zich bovendien vragen bij het nut van deze overdracht van regels van de balanceringsregels naar de T&C BRP, twee door de CREG gereguleerde documenten, terwijl geen enkele marktspeler tot nu toe een probleem heeft aangekaart met de reglementaire basis van deze regels en de CREG in haar vorige beslissingen over de T&C BRP nooit iets vermeld heeft over een onverenigbaarheid met de EBGL. Volgens Elia miskent de CREG de wet van de veranderlijkheid door in haar beslissing (B)2433 de noodzaak van deze wijziging niet te motiveren. 4.2.3.2. Antwoord van de CREG 41. Wat het argument van de te korte termijn om een nieuw voorstel in te dienen betreft, verwijst Elia naar de elementen uit haar brief van 16 mei 2022 en de inzet van middelen door Elia om te voldoen aan de andere door de CREG gevraagde wijzigingen in het kader van de brief van 7 april 2022. 42. De laatste paragraaf van de brief van 16 mei 2022 bevat de argumenten voor het feit dat Elia de berekening van de onbalansprijs tegen 24 mei 2022 niet heeft kunnen opnemen in de BRP T&C. Deze argumenten bevatten (
  5. i)besprekingen die toen liepen over de aanpassing van de balanceringsregels, (
  6. ii)het standpunt van Elia dat de gevraagde wijziging niet dringend is op korte termijn en (iii) de beperkte middelen van Elia om te voldoen aan de vraag rekening houdend met de andere acties waarvoor de CREG aan Elia in haar brief van 7 april 2022 gevraagd heeft ze te behandelen. 43. De CREG stelt vast dat de besprekingen over de aanpassing van de balanceringsregels en het gebruik van de bijbehorende middelen afgelopen waren op het moment dat de CREG haar aanvraag tot wijziging via beslissing (B)2433 heeft gevraagd. Bovendien werd de berekening van de Niet-vertrouwelijk 12/18 onevenwichtsprijs, in het kader van de aanpassing van de balanceringsregels, uitvoerig besproken met de stakeholders, zowel voor als na de raadpleging die Elia van 23 december 2021 tot 2 februari 2022 heeft georganiseerd. Tot slot, de vraag tot wijziging van de CREG, waar Elia geen gevolg aan heeft gegeven, is ten gevolge van de reacties van Febeg op de raadpleging betreffende het principe dat de onevenwichtsprijs te allen tijde de juiste waarde van energie moet weerspiegelen. De CREG besluit dus dat de vraag tot wijziging van de CREG geen nieuwe methode voor de berekening van de onevenwichtsprijs invoert die de marktspelers of Elia niet kennen maar dat ze daarentegen een berekeningsmethode bevat die uitvoerig werd besproken. Bijgevolg, vereist de vraag van de CREG geen enkele inzet van middelen door Elia of de stakeholders om de inhoud ervan te begrijpen en er een onderbouwd advies over te geven. 44. De CREG stelt vast dat ze haar vraag tot wijziging aan Elia heeft overgemaakt via beslissing (B)2433 met een termijn die loopt tot 7 oktober 2022. De CREG stelt vast dat haar vraag tot wijziging, in overeenstemming met de paragrafen 71 en 74 van beslissing (B)2433, beperkt is tot de schrapping van twee correcties, bedoeld in de paragrafen 66 tot 70 van beslissing (B)2433. Bijgevolg, was er nog genoeg tijd op het ogenblik dat de beslissing (B)2433 aan Elia was overgemaakt om eventuele tekstuele wijzigingen aan te brengen, een openbare raadpleging te organiseren en het gewijzigde voorstel aan de CREG voor te leggen vóór 7 oktober 2022. 45. De CREG stelt eveneens vast dat de andere acties waarvoor de CREG in haar brief van 7 april 2022 aan Elia gevraagd heeft ze te behandelen, deel uitmaken van een vraag tot wijziging die de CREG op 19 juli 2022 aan Elia heeft overgemaakt, met een termijn tot 19 februari 2023. De CREG vindt dat deze periode van zeven maanden voldoende lang is om Elia toe te laten de inzet van haar middelen te plannen en te prioriteren. 46. Over het nut of de noodzaak van overdracht van de modaliteiten van de berekening van de onevenwichtsprijs naar de T&C BRP, dat door Elia wordt betwist, dient er te worden opgemerkt dat een dergelijke overdracht vereist is krachtens de Europese regelgeving die de CREG in haar verschillende documenten heeft vermeld, namelijk enerzijds, de EBGL en anderzijds, de beslissing nr. 18/2020 van ACER. Deze overdracht moet gebeuren zelfs als geen enkele marktspeler een probleem maakt over de reglementaire basis van het huidige mechanisme en zelfs als de CREG het niet heeft opgelegd in haar vorige beslissingen over de T&C BRP. 47. Door de wet van de veranderlijkheid heeft de overheidsinstantie juist de mogelijkheid om te wijzigen wat ze vooraf heeft geformuleerd, zonder dat de gebruikers van de overheidsdienst een verworven recht ter zake kunnen inroepen. De wijziging wordt voldoende gemotiveerd door de noodzaak die de CREG heeft aangehaald sinds haar vraag tot wijziging van 7 april 2022, en hernomen in de beslissing (B)2433, om de bepalingen van de EBGL en de beslissing nr. 18/2020 van ACER na te leven. 48. Tot slot, merkt de CREG op dat een verlenging van de termijn waarin Elia een nieuw voorstel van T&C BRP moet indienen enkel kan worden toegekend als dit het gevolg is van omstandigheden buiten de wil van Elia, in overeenstemming met artikel 4
(1), van de EBGL. De CREG stelt vast dat Elia geen dergelijke omstandigheden vermeldt in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek. De CREG besluit dat de redenering van Elia een tweede verlenging van de termijn niet toelaat. 4.2.4. Inconsistentie van het proces als gevolg van beslissing (B)2433 4.2.4.1. Samenvatting van de argumentatie van Elia 49. In haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek vermeldt Elia dat de huidige methode voor de berekening van de onevenwichtsprijs, die beschreven wordt in de balanceringsregels die de CREG heeft goedgekeurd aan de hand van beslissing (B)2433, slechts enkele weken van toepassing zou Niet-vertrouwelijk 13/18 blijven vooraleer ze zou worden vervangen door een nieuwe methode, die in de T&C BRP zou moeten worden geïntegreerd, gebaseerd op een andere filosofie en andere parameters. De gevolgen volgens de klacht met het oog op een nieuw onderzoek, is dat ze de implementatie van de methode, als gevolg van de balanceringsregelsmoet verzekeren, terwijl de vraag tot wijziging van de T&C BRP de methode sterk in vraag stelt. Elia verwijst naar het intensief overleg met de marktspelers dat heeft geleid tot de methodologie, de kosten i.v.m. de implementatie van de methodologie, het gebrek aan ervaring met de methodologie alvorens ze te wijzigen en de beperkte geldigheid van de evaluaties die Elia heeft uitgevoerd in het kader van beslissing 2412 van 14 juli 2022 van de CREG. Bijgevolg, beweert Elia dat beslissing (B)2433 zorgt voor een manifeste inconsistentie in de acties die Elia moet ondernemen. 4.2.4.2. Antwoord van de CREG 50. Wat de geldigheidsduur van beslissing (B)2433 betreft, stelt de CREG vast dat Elia de indieningsdatum van het voorstel tot wijziging van de T&C BRP bij de CREG verwart met de toepassingsdatum van dit voorstel dat de CREG heeft goedgekeurd. Inderdaad, de deadline van 7 oktober 2022 is een streefdatum voor Elia om een voorstel tot wijziging van de T&C BRP in te dienen. In overeenstemming met artikel 5, paragraaf 5, van de EBGL zou het door Elia ingediende voorstel een tijdschema voor de implementatie ervan moeten bevatten. Na de indiening beschikt de CREG, in overeenstemming met artikel 5, paragraaf 5, van de EBGL, over een termijn van maximum zes maanden om dit voorstel goed te keuren, te herzien of een aanvraag tot wijziging naar Elia te sturen. Met andere woorden, toen de CREG de beslissing (B)2433 aan Elia heeft overgemaakt, bestond er geen enkele zekerheid over de geldigheidsperiode van de methode voor de berekening van de onevenwichtsprijs opgenomen in de beslissing (B)2433, omdat deze geldigheidsperiode losstaat van de datum van indiening van het voorstel tot wijziging van de T&C BRP. 51. Met betrekking tot de mogelijke gevolgen van beslissing (B)2433, herhaalt de CREG dat de methode voor de berekening van de onevenwichtsprijs niet in overeenstemming is met artikel 6, paragraaf 5, van verordening 2019/943, artikel 44, paragraaf 1, punt b), van de EBGL en, bijgevolg, eveneens artikel 3, paragraaf 1, punt
  1. b)en artikel 3, paragraaf 1, punt g), van de EBGL zoals beschreven in de paragrafen 66 tot 70 van de beslissing (B)2433. Elk compromis tussen de stakeholders en/of elke leercurve die gebaseerd is op ervaring zijn ondergeschikt aan deze wettelijke vereisten. Bovendien zijn de enige wijzigingen die de CREG heeft gevraagd aan de berekeningsmethode, schrappingen. Daardoor zouden de bijkomende kosten i.v.m. van de vraag tot wijziging zeer beperkt moeten zijn. Tot slot, de door Elia uitgevoerde evaluatie van de impact van de deelname van het LFC-blok van Elia aan het Europees aFRR-platform, onderzoekt de kosten van de deelname ervan. Aangezien de vraag tot wijziging van de CREG ervoor zorgt dat de evenwichtsverantwoordelijken bijkomende voordelen hebben in vergelijking met de goedgekeurde methodologie, gaat de CREG ervan uit dat de vraag tot wijziging geen negatief effect zal hebben op de conclusies van deze evaluatie. Met andere woorden, als de analyse van Elia zou aantonen dat het goed is om zich aan het Europese aFRR-platform te koppelen, kan deze keuze niet in het gedrang komen door de vraag tot wijziging. 52. Zoals beschreven in paragraaf 71 van beslissing (B)2433 beoogt de goedkeuring van de methodologie voor de berekening van de onevenwichtsprijzen, om de eindverbruikers geen voordelen van de deelname aan het Europese aFRR-platform te ontnemen. De vraag tot wijziging van 19 juli 2022 laat toe om de methode voor de berekening van de onevenwichtsprijs te laten evolueren naar een onevenwichtsprijs die de toestand van het Europees systeem weergeeft, in overeenstemming met de EBGL en de verordening 2019/943. Dit stapsgewijze proces, dat voldoende op voorhand is aangekondigd, is volgens de CREG volkomen coherent. Niet-vertrouwelijk 14/18 4.2.5. Over de grond 4.2.5.1. Samenvatting van de argumentatie van Elia 53. In haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek vermeldt Elia dat een BRP, waarvan de impliciete reactie een verzadiging van de grenzen in de loop van het kwartuur creëert, niet onmiddellijk een stimulans zal krijgen om zijn reactie af te remmen/te verminderen. Het zou kunnen dat de BRP geen dergelijk signaal krijgt voor het begin van het volgende kwartuur. Het voorstel van de CREG maakt het dus in geen geval mogelijk om het risico op de creatie van congesties in realtime op het (Belgisch of buitenlands) net uit te sluiten. 54. Elia bevestigt ook dat de door de CREG voorgestelde oplossing om het risico op congestie te verminderen erin bestaat om aan de operatoren van het Nationaal Controlecentrum te vragen om de lokale mFRR te activeren als de grenzen verzadigd dreigen te raken om het naar de BRP’s verstuurde prijssignaal onmiddellijk te corrigeren. Zoals Elia vooraf reeds heeft uitgelegd, houdt deze oplossing absoluut geen rekening met de operationele realiteit die eigen is aan de exploitatie van het net in realtime, noch met wat de operatoren in die omstandigheden al dan niet kunnen realiseren. 55. Elia is ervan overtuigd dat het volume door Elia te contracteren balanceringscapaciteit kan verhogen indien het voorstel van de CREG zou worden geïmplementeerd. Elia zou te allen tijde de netting mogelijkheid kunnen verliezen en te maken kunnen krijgen met een System Imbalance die niet volledig zou kunnen worden opgevangen door de activering van lokale reserves. Dit gezegd zijnde, zal België onvermijdelijk tijdelijk een aanzienlijke ACE hebben en op lange termijn zal dat automatisch (en logischerwijze) de FRR-behoeften in België verhogen. 4.2.5.2. Antwoord van de CREG 56. Ten eerste merkt de CREG op dat de redenering van Elia ervan uitgaat dat de BRP’s enkel reageren door de huidige waarde van de onevenwichtsprijs te bekijken (wat verderop een kortzichtige strategie wordt genoemd). De CREG merkt op dat dit geen optimale strategie is voor een BRP. Inderdaad, een BRP die aan het einde van een onevenwichtsperiode zich een ruim onevenwicht toeëigent omdat de onevenwichtsprijs voor hem gunstig is, zou (
  2. i)de onevenwichtsprijs van het huidige kwartuur in zijn nadeel beïnvloeden (cf. voorbeeld in paragraaf 21 van beslissing (B)2433), en (
  3. ii)het volgende kwartuur starten met een onevenwicht dat moet worden weggewerkt, wat het risico in geval van een onevenwicht van zijn portefeuille zou verhogen. De CREG is van mening dat het voorstel van Elia niet verhindert dat een BRP, met een kortzichtige strategie, een congestie kan creëren. Om dat te illustreren nemen we het voorbeeld van een BRP met een asset met een marginale kost van 200 €/MWh. We gaan ook uit van de volgende hypothesen: (
  4. i)België heeft een ATC van maximale export van 100 MW (
  5. ii)België heeft een ATC van maximale import van 200 MW (iii) het systeem was 150 MW short tijdens de 12 eerste minuten van het interval met een marginale grensoverschrijdende prijs van 500 €/MWh; en (
  6. iv)100 MW long de dertiende en veertiende minuut met een marginale grensoverschrijdende prijs van 50 €/MWh. In dit geval zou de 12⋅150 ⋅500+2⋅100⋅50 onevenwichtsprijs, met de formule van Elia, = 455 €/MWh bedragen. Met deze 12⋅150+2⋅100 onevenwichtsprijs heeft de BRP een stimulans om zijn productie nog te verhogen, waardoor de beschikbare ATC’s zouden worden overschreden. Uit dit voorbeeld kan worden besloten dat de formule van Elia ook kan leiden tot een niet-naleving van de ATC’s. De CREG is van mening dat het feit dat de onevenwichtsprijs niet onmiddellijk een stimulans geeft om de reactie van een BRP te stoppen, niet komt door een specifiek kenmerk van de formule van de CREG maar eerder een gemeenschappelijk punt is van de verschillende formules - de reden is dat de onevenwichtsprijs wordt Niet-vertrouwelijk 15/18 berekend op basis van een gemiddelde waarbij rekening gehouden wordt met de optimaliseringscycli uit het verleden. De CREG merkt op dat de klacht met het oog op een nieuw onderzoek van Elia erkent dat de BRP’s niet onmiddellijk zullen reageren op de marginale grensoverschrijdende prijs voor de levering van aFRRbalanceringsenergie. In de klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt deze laattijdige reactie van de BRP’s opgemerkt in de context van de stimulans die een BRP krijgt om zijn onevenwicht te herstellen. De CREG merkt op dat dit argument symmetrisch wordt toegepast: namelijk dat hoge prijzen voor de aFRR-balanceringsenergie de BRP’s niet onmiddellijk zullen stimuleren om bewust af te stappen van hun onevenwichtspositie. Zelfs in geval van plotse wijzigingen van de ATC’s (als gevolg van de activering van de mFRR-balanceringsenergiebiedingen) is er fysisch een bepaalde tijd nodig (d.w.z. 15 minuten in geval van mFRR) vooraleer de geselecteerde staat door de markt wordt bereikt. Deze inertie tussen het prijssignaal en de fysische antwoorden bepaalt een tijdvenster waarin Elia het veiligheidsrisico, vermeld in de klacht met het oog op een nieuw onderzoek, kan beheren. Zoals vermeld in de vorige paragraaf, zou Elia een gelijkaardig risicobeheer moeten toepassen in de huidige formule. De CREG denkt dus niet dat dit risicobeheer onmogelijk kan worden toegepast op de formule zonder correcties. 57. Ten tweede merkt de CREG op dat de formule van Elia voor congesties op het Belgische net kan zorgen. Dit wordt geïllustreerd door de onderstaande figuur. In dit voorbeeld wordt er uitgegaan van twee elektrische zones in België. We beschouwen dat met de geprogrammeerde stromen, 135 MW van de elektrische zone 1 naar de elektrische zone 2 zou moeten gaan. Er wordt uitgegaan van de hypothese dat de vraag in de elektrische zone 2 40 MW hoger is dan voorzien. Er wordt ook verondersteld dat er 4 flexibele eenheden zijn in de zone 1 met een capaciteit van 10 MW, met een marginale kost van respectievelijk 10, 20, 30 en 40 €/MWh en een flexibele eenheid in de elektrische zone 2 met een capaciteit van 50 MW, met een marginale kost van 50 €/MWh. Als er verondersteld wordt dat alle BSP’s hun energie aan hun marginale kost aanbieden2, dan worden de biedingen van G1 en G5 doorgegeven aan het platform en wordt de G2-bieding gedeeltelijk aan het platform doorgegeven (de volledige activering ervan zou een interne congestie kunnen creëren). De G3- en G4biedingen worden daarentegen niet doorgegeven aan het platform. De balanceringsprijs zal door de G5-bieding worden vastgelegd op 50 €/MWh. Er kan worden opgemerkt dat deze prijs de BRP’s, die G2, G3 en G4 in hun portefeuille hebben, aanmoedigt om de productie van deze eenheden te verhogen. Dit gezegd zijnde, zullen de BRP’s de capaciteit van de lijn tussen de twee elektrische zones overschrijden. Er kan ook worden vastgesteld dat zelfs als de capaciteit van de lijn wordt overschreden, er nog steeds een stimulans is om de congestie te verhogen. Er kan ook worden besloten dat de door Elia voorgestelde onevenwichtsprijs, in deze situatie, kan stimuleren om congesties op het interne net te creëren. 2 Er kan worden opgemerkt dat de BSP’s van de elektrische zone 1 er geen belang bij hebben om hun echte kost aan te bieden als ze weten dat de balanceringsprijs door de eenheid van de zone 2 zal vastgelegd worden op 50 €/MWh. Ze weten immers dat enkel de minst dure 15 MW van hun elektrische zone aan het platform zal worden overgemaakt. Daardoor hebben ze er belang bij om te bieden onder hun marginale kost teneinde meer kans te hebben dat hun bieding aan het platform wordt doorgegeven. Niet-vertrouwelijk 16/18 Figuur 1: Voorbeeld van beschikbare biedingen in twee elektrische zones van een LFC blok 58. Ten derde steunt de CREG, in het kader van de grensoverschrijdende congesties, de opmerking van Elia in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek, volgens dewelke de reactie van de BRP’s – tijdens de toepassing van een flow-based en balancing berekening – dit beheer van het net nog ingewikkelder zal maken. Zelfs als de formule van Elia wordt toegepast, zou een reactie van de Belgische BRP’s voor congesties in Europa kunnen zorgen. Als besluit, staat dit risico van netveiligheid niet enkel in de vraag tot wijziging van de CREG maar ook in de door Elia voorgestelde berekeningsmethode. 59. Bijgevolg is de CREG van mening dat de berekening van de onevenwichtsprijs van Elia niet toelaat om de bovenvermelde risico’s op lange termijn op te lossen. De CREG vindt dus dat er andere, duurzame maatregelen moeten worden genomen. De CREG verduidelijkt dat ze twee opties heeft voorgesteld om het congestierisico te verminderen. Ten eerste: de activering van de mFRR. Het antwoord van Elia is dat deze oplossing absoluut geen rekening houdt met de operationele realiteit. De CREG merkt echter op dat Elia nooit uitgelegd heeft waarom deze optie in de praktijk niet realiseerbaar is. Het is voor de CREG immers niet duidelijk waarom deze activeringen van mFRR onmogelijk zouden kunnen uitgevoerd worden, aangezien het aantal te analyseren parameters vrij beperkt is (de ATC’s met de buurlanden). Ten tweede: de ontwikkeling van een return to schedule (gelijkaardig aan die voor de interne congesties) voor de congesties op de interconnectoren. De CREG merkt op dat Elia dit punt niet in vraag heeft gesteld. Het zou voor de CREG niet logisch lijken dat het technisch niet mogelijk zou zijn een return to schedule te doen op een asset die voor een congestie op een interconnector zorgt terwijl het mogelijk is een return to schedule te doen voor een interne congestie. 60. Wat de stijging van de te contracteren reserves betreft, merkt de CREG op dat zolang het in België gegenereerde onevenwicht genet is, dit de dimensionering van de reserves in België niet kan doen stijgen, zoals Elia ook heeft uiteengezet in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek. De CREG verwijst naar artikel 157
(2)(
  1. h)en (i), van de SOGL3 die het volgende vereist: “alle TSB's van een LFC-blok zorgen ervoor dat de positieve (negatieve) reservecapaciteit in de vorm van FRR of een combinatie van reservecapaciteit in de vorm van FRR en RR voldoende is om de positieve onbalansen van een LFC-blok gedurende ten minste 99 % van de tijd te dekken, op basis van de onder
  2. a)bedoelde historische gegevens”. Aangezien de genette onevenwichten niet meer moeten worden gedekt door 3 Verordening 2017/1485 van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen Niet-vertrouwelijk 17/18 de reserves, vermindert de netting de FRR-capaciteiten die moeten gecontracteerd worden in het kader van artikel 157
(2)(h) en (i), van de SOGL. Elia merkt in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek op dat het plotse verlies van netting aanzienlijke Frequency Restoration Control Errors (FRCE) zou kunnen veroorzaken waarmee in de dimensionering rekening zou moeten worden gehouden. De CREG verwijst naar het voorbeeld in paragraaf 19-27 van de beslissing (B)2433 waarin uitgelegd wordt dat een congestie creëren niet in het belang van een BRP is. De CREG verwijst eveneens naar paragraaf 6 van deze beslissing. 5. BESLISSING Gelet op artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; Gelet op beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 over het voorstel van ELIA TRANSMISSION BELGIUM tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten; Gelet op de klacht met het oog op een nieuw onderzoek tegen deze beslissing die Elia op 3 augustus 2022 heeft ingediend; Overwegende dat deze klacht ontvankelijk is; Overwegende de motivering uiteengezet in de paragrafen 19 tot 60 van deze beslissing; Beslist de CREG om de klacht met het oog op een nieuw onderzoek te verwerpen.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 18/18

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.