← België

Beslissing over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium

(B)2470 27 oktober 2022 Beslissing over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag genomen met toepassing van artikel 40, van de gedragscode aardgas van 1 september 2022 Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.1. 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 .................................................................................. 5 1.1.2. Gasrichtlijn 2009/73 – gasverordening 2009/715 ........................................................... 7 1.2. 3. Gaswet ........................................................................................................................... 10 1.2.2. Gedragscode aardgas .................................................................................................... 11 Goedkeuringscriteria ............................................................................................................. 12 1.3.1. De sectorspecifieke wetgeving ...................................................................................... 14 1.3.2. Het mededingingsrecht ................................................................................................. 14 1.3.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels ........................................................................ 15 1.3.4. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 19 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 20 2.1. Evolutie van het marktmodel voor opslag van gas ............................................................... 20 2.2. Het gewijzigde marktmodel voor opslag ............................................................................... 24 2.3. Marktraadpleging .................................................................................................................. 25 2.4. Inwerkingtreding ................................................................................................................... 26 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 27 3.1. Het voorstel van Standaard Opslagcontract ......................................................................... 27 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden ............................................................................... 27 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities ............................................................................. 28 3.2. Het Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag ............................................................... 29 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten ....................................................................... 29 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen ........................... 29 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt .................. 29 3.2.4. Bijlage D1 – Operating Procedures................................................................................ 30 3.2.5. Bijlage F – Vultraject en Congestiebeheer .................................................................... 31 3.3. 4. Belgisch recht ........................................................................................................................ 10 1.2.1. 1.3. 2. Europees recht ........................................................................................................................ 5 Het voorstel van Dienstenprogramma voor opslag .............................................................. 33 BESLUIT .......................................................................................................................................... 34 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 36 Niet-vertrouwelijk 2/36 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt hierna, op grond van artikel 40 van de gedragscode aardgas de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, C3, D1 en F van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag. Voornoemde aanvraag tot goedkeuring werd door de N.V. Fluxys Belgium op 30 september 2022 ingediend bij de CREG per mail met bevestiging van ontvangst en omvat: - de aanvraag tot goedkeuring ; - het voorstel tot wijziging van : • het Standaard Opslagcontract, met inbegrip van het glossarium van definities; • het Toegangsreglement voor Opslag, meer bepaald de bijlagen B, C1, C2, D1 en F; • het Dienstenprogramma voor opslag. - het consultatieverslag 58. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 en beoogt de uitvoering van de bepalingen van de Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (hierna: gasopslagverordening). De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op: - de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag; - de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken; - de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen; - de afschaffing van de "standaard SBU" (inclusief voorwaardelijke capaciteit); - de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren en; - een aantal technische verbeteringen De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 27 oktober 2022. Niet-vertrouwelijk 3/36 LEXICON ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘gedragscode aardgas’: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022; ‘gasrichtlijn 2009/73’: Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG; 'gasverordening 2009/715’: Verordening 2009/715/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘SOS-Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 ‘gasopslagverordening 2022/1032’: De Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag Niet-vertrouwelijk 4/36 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 De nieuwe regels van de gasopslagverordening 2022/1032 vereisen dat de 18 EU-lidstaten de ondergrondse gas opslagfaciliteiten tot 80% van hun capaciteit opvullen tegen 1 november 2022 en tot 90% in de daaropvolgende jaren. Lidstaten zonder opslaginfrastructuur moeten, in een geest van solidariteit, bilaterale afspraken maken met hun buurlanden om daar voldoende hoeveelheden te laten opslaan die zij nadien kunnen gebruiken. Gasopslagfaciliteiten worden voortaan als kritieke infrastructuur beschouwd en alle opslagexploitanten in de Europese Unie zullen een nieuw certificeringsproces moeten doorlopen om het risico op inmenging van buitenaf te beperken. De gasopslagverordening 2022/1038 wijzigt bijgevolg onder meer de SOS-Verordening 2017/1938, die tot doel heeft de veiligstelling van de gaslevering te versterken, door maatregelen te introduceren om ervoor te zorgen dat alle lidstaten en partijen op de aardgasmarkt van tevoren actie kunnen ondernemen om potentiële verstoringen van de aardgaslevering te voorkomen mocht een verstoring optreden, en om de gevolgen daarvan zo goed mogelijk te ondervangen. De wijzigingen aangebracht aan de SOS-Verordening 2017/1938 door de gasopslagverordening 2022/1032 en die voor huidige beslissing van belang zijn, betreffen: “Artikel 6 bis: Vuldoelstellingen en vultrajecten1 1. Met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 behalen de lidstaten uiterlijk op 1 november van elk jaar de volgende vuldoelstellingen voor de totale capaciteit van alle ondergrondse gasopslaginstallaties die zich op hun grondgebied bevinden en rechtstreeks verbonden zijn met een afzetgebied op hun grondgebied en voor de in bijlage I ter vermelde opslaginstallaties:

  1. a)voor 2022: 80 %;
  2. b)met ingang van 2023: 90 %. Voor de naleving van dit lid houden de lidstaten rekening met de doelstelling om de gasleveringszekerheid in de Unie veilig te stellen overeenkomstig artikel 1. Overeenkomstig Bijlage Ibis, van de gasopslagverordening 2022/1032 is het vultraject voor België vastgesteld als volgt: Lidstaat Tussentijds streefdoel 1/8 Tussentijds streefdoel 1/9 Tussentijds streefdoel 1/10 Tussentijds streefdoel 1/11 BE 49% 62% 75% 80% 5. Een lidstaat kan gedeeltelijk de vuldoelstelling behalen door het fysiek opgeslagen LNG dat beschikbaar is in zijn LNG-installaties mee te tellen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
  3. a)het gassysteem omvat aanzienlijke capaciteit voor LNG-opslag, die jaarlijks meer dan 4 % van het gemiddelde nationale verbruik over de voorgaande vijf jaar vertegenwoordigt; 1 Wijzigingen in SOS-Verordening 2017/1938 Niet-vertrouwelijk 5/36
  4. b)de lidstaat heeft de gasleveranciers overeenkomstig artikel 6 ter, lid 1, punt a), verplicht om minimumvolumes gas in ondergrondse gasopslaginstallaties en/of LNG-installaties op te slaan. België heeft voor 2022 de vuldoelstelling bereikt. Artikel 6 ter Verwezenlijking van de vuldoelstellingen 1. De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van financiële stimulansen of compensatie voor marktdeelnemers, om de op grond van artikel 6 bis bepaalde vuldoelstellingen te behalen. Wanneer zij ervoor zorgen dat de vuldoelstellingen worden behaald, geven de lidstaten, waar mogelijk, voorrang aan marktgebaseerde maatregelen. Voor zover een van de in dit artikel bepaalde maatregelen op grond van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG taken en bevoegdheden van de nationale regulerende instantie betreffen, zijn de nationale regulerende instanties verantwoordelijk voor het nemen van die maatregelen. De op grond van dit lid genomen maatregelen kunnen met name omvatten:
  5. a)van gasleveranciers vereisen dat zij minimumvolumes gas opslaan in opslaginstallaties, met inbegrip van ondergrondse gasopslaginstallaties en/of van LNG-opslaginstallaties, waarbij die volumes dienen te worden bepaald op basis van de hoeveelheid gas die door de gasleveranciers aan beschermde afnemers wordt geleverd;
  6. b)van opslagsysteembeheerders vereisen dat ze hun capaciteiten aan marktdeelnemers aanbieden;
  7. c)van transmissiesysteembeheerders of door de lidstaten aangewezen entiteiten vereisen dat ze balanceringsvoorraden aankopen en beheren, uitsluitend voor de uitvoering van hun taken als transmissiesysteembeheerder en waar nodig een verplichting opleggen aan een andere aangewezen entiteit met het oog op veiligstelling van de gasleveringszekerheid in een noodsituatie als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt c);
  8. d)gebruikmaken van met andere lidstaten gecoördineerde instrumenten, zoals platformen voor de aankoop van LNG, teneinde het gebruik van LNG voor het vullen van opslaginstallaties te maximaliseren en de infrastructuur- en regelgevingsbelemmeringen voor het gedeelde gebruik van LNG voor het vullen van ondergrondse gasopslaginstallaties te verminderen;
  9. e)gebruikmaken van een vrijwillig mechanisme voor de gezamenlijke aankoop van aardgas, betreffende de toepassing waarvan de Commissie, indien nodig, uiterlijk op 1 augustus 2022 richtsnoeren kan uitvaardigen;
  10. f)verstrekken van financiële stimulansen voor marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, zoals contracten ter verrekening van verschillen, of compensatie aan marktdeelnemers voor inkomstenderving of voor kosten die voortvloeien uit aan marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, opgelegde verplichtingen en die niet door inkomsten kunnen worden gedekt;
  11. g)van houders van opslagcapaciteit vereisen dat ze geboekte maar niet gebruikte capaciteit ofwel gebruiken, ofwel vrijgeven, waarbij de houder van opslagcapaciteit die niet wordt gebruikt, verplicht blijft de overeengekomen prijs te betalen voor de gehele looptijd van het opslagcontract;
  12. h)vaststellen van doeltreffende instrumenten voor de aankoop en het beheer van strategische opslag door publieke of private entiteiten, op voorwaarde dat dergelijke instrumenten niet leiden tot verstoring van de mededinging of de goede werking van de interne markt;
  13. i)aanwijzen van een specifieke entiteit die belast wordt met het behalen van de vuldoelstelling ingeval de vuldoelstelling anders niet zou worden behaald;
  14. j)kortingen te geven op de opslagtarieven;
  15. k)innen van de inkomsten die nodig zijn om de kapitaal- en operationele uitgaven in verband met gereguleerde opslaginstallaties terug te vorderen in de vorm van opslagtarieven en als een specifiek in de transmissietarieven opgenomen heffing, die uitsluitend wordt geïnd van exitpunten naar Niet-vertrouwelijk 6/36 eindafnemers in dezelfde lidstaten, mits de inkomsten die via tarieven worden geïnd niet hoger zijn dan de toegestane inkomsten. 2. De door de lidstaten op grond van dit lid genomen maatregelen blijven beperkt tot hetgeen noodzakelijk is om de vultrajecten en vuldoelstellingen te behalen. Ze worden duidelijk omschreven en zijn transparant, evenredig, niet discriminerend en controleerbaar. Zij verstoren niet onrechtmatig de mededinging of de goede werking van de interne gasmarkt en brengen de gasleveringszekerheid in andere lidstaten of in de Unie niet in gevaar. 3. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om het gebruik van de bestaande infrastructuur op nationaal en regionaal niveau te waarborgen, teneinde de gasleveringszekerheid op doelmatige wijze te bevorderen. Die maatregelen blokkeren of beperken in geen geval het grensoverschrijdende gebruik van opslaginstallaties of LNG-installaties en leiden niet tot beperking van de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie (*) toegewezen grensoverschrijdende transmissiecapaciteit. 4. De lidstaten passen bij het nemen van maatregelen op grond van dit artikel het “energie-efficiëntie eerst”-beginsel toe en blijven de doelstellingen van hun respectieve maatregelen verwezenlijken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad (**). 1.1.2. Gasrichtlijn 2009/73 – gasverordening 2009/715 Met toepassing van artikel 33.1 van de gasrichtlijn 2009/73 kunnen de lidstaten, met het oog op de organisatie van de toegang tot opslaginstallaties en leidingbuffer, de toegang hiertoe hetzij via onderhandelingen, hetzij gereguleerd, organiseren. Voor beide procedures moeten objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden gehanteerd. Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot opslaginstallaties. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van toepassing: Artikel 33.4, van de gasrichtlijn 2009/73: Toegang tot opslag “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten. De regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten raadplegen de systeem gebruikers bij het opstellen van de tarieven of de methodes voor de berekening hiervan. Dit recht van toegang voor in aanmerking komende afnemers kan worden verleend door hen in staat te stellenleveringscontracten te sluiten met andere concurrerende aardgasbedrijven dan de eigenaar en/of beheerder van het systeem of een verwant bedrijf.” Niet-vertrouwelijk 7/36 Artikel 15, van de gasverordening 2009/715: Derdentoegangsdiensten bij opslag- en LNG-installaties “2. Opslagsysteembeheerders
  16. a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  17. b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
  18. c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. … 4. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. 5. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van LNGinstallatiecapaciteit en opslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere Opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten.” Artikel 17, van de gasverordening 2009/715; Beginselen inzake mechanismen capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag- en LNG-installaties: voor “1. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale opslag- en LNGinstallatiecapaciteit, met inachtneming van systeemintegriteit en exploitatie. 2. LNG- en opslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke: passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken; zorgen voor compatibiliteit met het marktmechanisme, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de LNG-opslagsystemen verbonden zijn. 3. LNG- en opslaginstallatiecontracten bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende bij contractuele congestie geldende beginselen: de systeembeheerder moet ongebruikte LNGinstallatie- en opslagcapaciteit zonder uitstel op de primaire markt aanbieden; dit geschiedt bij opslaginstallaties ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar; LNG- en opslaginstallatiegebruikers die hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen wederverkopen, moeten daartoe het recht hebben.” Niet-vertrouwelijk 8/36 Artikel 19, van de gasverordening 2009/715: Transparantievereisten voor opslag- en LNG-installaties “1. De LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat LNG- en opslaginstallatiegebruikers effectieve toegang tot deze installaties verkrijgen. 2. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren de LNG- en opslagsysteembeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare opslag- enLNG-installatiecapaciteit. 3. LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op nietdiscriminerende basis. 4. Alle LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de hoeveelheid gas in elke opslag- en LNG-installatie of — als dit overeenkomt met de manier waarop de gebruikers van de systeemtoegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derdentoegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd. … Artikel 22, van de gasverordening 2009/715: Verhandeling van capaciteitsrechten “Elke transmissie-, opslag- en LNG-systeembeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en niet-discriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en -procedures op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen, en erkent de overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en- procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan.” Artikel 24, van de gasverordening 2009/715: Regulerende instanties “Bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening zorgen de regulerende instanties ervoor dat deze verordening …” Niet-vertrouwelijk 9/36 1.2. BELGISCH RECHT 1.2.1. Gaswet Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot de opslaginstallaties en werd de CREG aangeduid om hierover toezicht uit te oefenen alsmede de toegangsvoorwaarden ervan goed te keuren. Zijn van belang voor huidige beslissing, artikel 15/11, §2, van de gaswet dat bepaalt: “§ 2 De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. § 3. In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden; § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010. In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie. " Niet-vertrouwelijk 10/36 1.2.2. Gedragscode aardgas Met toepassing van artikel 15/5undecies, van de gaswet heeft de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022 een gedragscode aardgas vastgesteld die op de website van de CREG is gepubliceerd op 20 september 2022, datum waarop de gedragscode aardgas in werking is getreden2. Artikel 40, van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van vervoerscontract op dat na openbare raadpleging van de markt door de betrokken beheerder aan de CREG wordt voorgelegd voor goedkeuring. Teneinde dit voorstel van vervoerscontract of dit voorstel tot wijziging van het vervoerscontract te kunnen goedkeuren, kan de CREG een gemotiveerd wijzigingsverzoek richten tot de betrokken beheerder, die binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek, een gewijzigd voorstel van vervoerscontract indient bij de CREG voor goedkeuring, zonder dat dit gewijzigd voorstel voorafgaand geraadpleegd moet worden. De beheerders kunnen te allen tijde een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract na openbare raadpleging van de markt bij de CREG indienen voor goedkeuring. Ook de CREG kan aan de beheerders vragen een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract op te stellen, dat zij na openbare raadpleging van de markt, bij de CREG indienen voor goedkeuring. Telkens wanneer de beheerders verplicht zijn een openbare raadpleging te organiseren wordt hiervan een gedetailleerd consultatierapport opgesteld dat samen met het voorstel bij de CREG wordt ingediend. De CREG kan ten alle tijde alle informatie bij de betrokken beheerder en/of de netgebruikers opvragen die zij nuttig acht voor het nemen van haar beslissing tot goedkeuring. De CREG beslist binnen een redelijke termijn en motiveert omstandig haar beslissing in geval van afkeuring of een wijzigingsverzoek. De aldus goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen treden in werking op datum vastgesteld door de CREG. De goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen worden door de beheerders op hun Website gepubliceerd.” Onder het begrip vervoerscontract wordt verstaan: “verzamelnaam van het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract, het standaard LNG-contract en het toegangscontract Interconnector;” (Artikel 2, 30°, gedragscode aardgas). Artikel 42, §1, van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van toegangsreglement op waarop dezelfde procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is.” Tot slot, bepaalt artikel 44, van de gedragscode aardgas dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, LNG, opslag en netevenwicht stellen de beheerders en de gemeenschappelijke balancerings-onderneming respectievelijk een dienstenprogramma of een toegangsprogramma Interconnector, of een balanceringsprogramma op dat uitvoerig het vervoers-, opslag-, LNG- of balanceringsmodel beschrijft en waarop de procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. Zij publiceren de 2 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 Niet-vertrouwelijk 11/36 goedgekeurde dienstenprogramma’s, toegangsprogramma balanceringsprogramma op hun Website.” 1.3. Interconnector en GOEDKEURINGSCRITERIA Overeenkomstig de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas keurt de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag goed. Overeenkomstig artikel 127, § 1, gedragscode aardgas wordt in het standaard opslagcontract inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1) het voorwerp; 2) de voorwaarden waaraan de opslagdiensten geleverd worden; 3) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde opslagdiensten; 4) de facturatie en betalingsmodaliteiten; 5) de financiële garanties en andere waarborgen; 6) de aansprakelijkheid van partijen; 7) de aardgaskwaliteitsspecificaties; 8) rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de opslaginstallaties; 9) noodsituaties, incidentenbeheer en overmacht; 10) verhandelbaarheid en overdracht van opslagdiensten; 11) de duur en opzeg van het standaard opslagcontract; 12) de duur, de opschorting, de opzeg en de beëindiging van de toegewezen opslagdiensten; 13) kennisgeving tussen partijen; 14) de informatie-uitwisseling en -verplichtingen tussen partijen en de vertrouwelijkheid van gegevens; 15) de geschillenregeling; 16) het toepasselijke recht. Overeenkomstig artikel 131, van de gedragscode aardgas bevat het toegangsreglement voor opslag: 1) het type-dienstenformulier; 2) het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3) nominatie voor injectie en uitzending; 4) reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5) de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen; 6) de overschrijding van toegewezen capaciteiten; Niet-vertrouwelijk 12/36 7) injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8) onderhoud van opslaginstallaties; 9) het testen en meten, met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10) uitzend- en injectietesten; 11) de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas.. Tot slot, stelt artikel 132, van de gedragscode aardgas dat het dienstenprogramma voor opslag het opslagmodel uitvoerig beschrijft dat van toepassing is op de beheerder van de opslag opgenomen moet worden: De CREG weigert haar goedkeuring in geval van onvolledige en/of met de wet strijdige regulatoire documenten3. Dit is het geval wanneer de regulatoire documenten slechts ten dele of niet de toegang tot het vervoersnet uitwerken en bijgevolg de doelstellingen van de Europese wetgeving uiteengezet in deel 1 van deze beslissing, niet verwezenlijken. Nochtans is de bevoegdheid van de CREG hiertoe niet beperkt. Als administratieve overheid heeft de CREG ook de taak om het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of de voorgestelde regulatoire documenten al dan niet haar goedkeuring kunnen wegdragen. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die louter contractueel van aard zijn, in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de beheerder van de opslag en de opslaggebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de opslaggebruiker een toetredingscontract. 3 In casu, Standaard opslagcontract, Toegangsreglement voor opslag en Dienstenprogramma voor opslag. Niet-vertrouwelijk 13/36 1.3.1. De sectorspecifieke wetgeving De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode aardgas, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2 van de gaswet). Dankzij artikel 40, van de gedragscode aardgas hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, aan de betrokken beheerder een verzoek tot wijziging van de regulatoire documenten vragen die de betrokken beheerder bij de CREG indient voor goedkeuring, na raadpleging. Verder stelt artikel 15 van de Verordening 715/2009 dat opslagsysteembeheerders: 1) op niet-discriminerende basis aan alle netgebruikers diensten aanbieden die aan de marktbehoefte voldoen. Met name, wanneer een opslagsysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden; 2) diensten aanbieden die aansluiten bij het gebruik van het stelsel van onderling verbonden gastransportsystemen en de toegang vergemakkelijken door samenwerking met de transmissiesysteembeheerder, en 3) relevante informatie publiceren, met name gegevens over het gebruik en de beschikbaarheid van diensten, binnen een tijdskader dat verenigbaar is met de redelijke commerciële behoeften van gebruikers van opslaginstallaties en onder toezicht van de nationale regulerende instantie . Tot slot, bieden opslagsysteembeheerders aan zowel

(1)vaste als afschakelbare derdetoegangsdiensten
(2)lange- als korte termijndiensten, en
(3)gebundelde als ontvlochten diensten die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de opslaginstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag voorzien in artikel 17, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 19, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. 1.3.2. Het mededingingsrecht In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging in en het waken over het goed functioneren van de markt (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Niet-vertrouwelijk 14/36 Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 40, van de gedragscode aardgas (goedkeuren regulatoire documenten en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. Fluxys Belgium heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie4. De opslaggebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de opslag van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in het standaard opslagcontract die onbillijk zijn , namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 1.3.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het 4 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 15/36 voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 1.3.3.1. Wetboek van economisch recht Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; Niet-vertrouwelijk 16/36 • - - 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren5. 1.3.3.2. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: 5 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet-vertrouwelijk 17/36 - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractsluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de beheerder van de opslag van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor opslag gaat dat Fluxys Belgium aan de opslaggebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het standaard opslagcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 1.3.3.3. De bindende partijbeslissing Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 1.3.3.4. Bepaald/bepaalbaar voorwerp De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.6 6 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet-vertrouwelijk 18/36 1.3.3.5. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 1.3.4. Wet op het taalgebruik De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. Niet-vertrouwelijk 19/36 2. ANTECEDENTEN In haar beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011 heeft de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend bij de CREG op 8 november 2011 en het bijhorende erratum ingediend op 21 november 2011, goedgekeurd. In haar beslissing (B)120920-CDC-1194 van 20 september 2012 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform van het Toegangsreglement voor Opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 10 juli 2012 onder de vorm van twee documenten, met name de begeleidende brief en de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform die deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, goedgekeurd. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 van 21 februari 2013 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van aanpassing van het toegangsreglement voor opslag (corpus en bijlagen B, C1, C2, H1, H2), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (corpus en bijlage 3) van Fluxys Belgium, ingediend op 24 januari 2013, goedgekeurd. In haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en het aangepaste glossarium van definities van Fluxys Belgium, ingediend op 11 april 2014, goedgekeurd. In haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 11 juni 2021, goedgekeurd. 2.1. EVOLUTIE VAN HET MARKTMODEL VOOR OPSLAG VAN GAS In het opslagmodel, zoals goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, werd rekening gehouden met de vraag van zowel de beheerder van de opslag als de netgebruikers en de eindklanten om ook voor langere termijn opslagcapaciteit te kunnen reserveren. Na raadpleging van de markt werd de volgende indeling weerhouden: - Lange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 400 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 4 en 10 jaar. - Middellange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 100 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 2 en 3 jaar. - Jaarlijkse Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 180 Mm³(n), de looptijd van de dienst bedraagt 1 jaar. De opslagdiensten werden toegewezen via de volgende allocatieprocedure: - De lange- en middellange termijndiensten worden toegewezen via een onderschrijvingsvenster (Subscription Window), waarvan de specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster vermeld worden in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWSC. Niet-vertrouwelijk 20/36 - De jaarlijkse opslagdiensten worden aan de geïnteresseerde opslaggebruikers toegewezen via een veiling (Veilingvenster of Auctioning Window). De specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster, waaronder het type van de veiling en de veilingprocedure worden beschreven in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWAC. Om alle potentiële gebruikers, netgebruikers en eindklanten, de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de inschrijvingsprocedure via een onderschrijvingsvenster, werd in overleg met de markt bepaald dat de middellange termijndiensten pas aan de markt aangeboden zouden worden vanaf het opslagjaar 2013 – 2014. In afwachting van de organisatie van een aangepast intekenvenster voor middellange termijndiensten werd de hiervoor voorziene capaciteit voorlopig, en voor de duur van 1 (opslag)jaar, toegevoegd aan de capaciteit die ter beschikking gesteld werd voor de jaarlijkse termijn. Het dienstenaanbod voor 2012 -- 2013 voorzag bijgevolg een volume van 400 Mm³(
  1. n)voor de lange termijndiensten en 280 Mm³(
  2. n)voor de jaarlijkse diensten. Bij het onderschrijvingsvenster voor de lange termijndiensten, dat liep van 21 november tot 16 december 2011, was de vraag naar lange termijn opslag bijzonder groot. Bij de toewijzing bleek dat de vraag het aanbod overtrof en dit voor de maximaal toegestane diensttijd, zodat alle beschikbare LTcapaciteit voor de maximumperiode van 10 jaar kon toegewezen worden. De betreffende marktpartijen zijn leveranciers die een vooraanstaande rol spelen bij de bevoorrading van de Noordwest-Europese markt voor aardgas. Op 25 januari 2012 heeft Fluxys Belgium een veiling georganiseerd voor het aanbieden van haar jaarlijkse opslagdiensten inclusief de capaciteit die voorzien is voor onderschrijving op middellange termijn. Het betrof hier een primeur voor het aanbieden en toewijzen van (een deel van) haar diensten. In totaal werd 280 Mm³(
  3. n)aangeboden, verdeeld over 120 689 standaard bundels (SBU). Fluxys Belgium is erin geslaagd de jaardiensten voor het opslagseizoen 2012-2013 succesvol aan de man te brengen en de beschikbare capaciteit volledig toe te wijzen aan het gereguleerd tarief. Vanaf het opslagseizoen 2013 – 2014 voorzag het opslagmodel, goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, dat middellange termijndiensten aangeboden werden aan de opslaggebruikers via een onderschrijvingsvenster. Het onderschrijvingsvenster voor de middellange termijndiensten liep van 19 oktober tot 9 november 2012. Tijdens dit onderschrijvingsvenster heeft Fluxys Belgium met succes alle opslagcapaciteit op middellange termijn verkocht. In totaal waren 100 Mm³(
  4. n)opslagvolume aangevuld met injectiecapaciteit en uitzendcapaciteit beschikbaar voor contracten met een looptijd van 2 tot 3 jaar, vanaf 15 april 2013. De volledige capaciteit kon toegewezen worden voor de maximaal toegestane diensttijd van 3 jaar. Aansluitend bij de succesvolle onderschrijving van middellange termijndiensten en analoog als bij het aanbieden en toewijzen van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het opslagseizoen 2012 – 2013, heeft Fluxys Belgium op 28 november 2012 een veiling georganiseerd voor de toewijzing van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het seizoen 2013 - 2014. Fluxys Belgium is er bij deze gelegenheid niet in geslaagd de beschikbare capaciteit succesvol toe te wijzen: slechts 48% van de beschikbare capaciteit kon toegewezen worden. Naar aanleiding van dit ongunstig resultaat was een evaluatie van het veilingproces gewenst. Als onderliggende redenen voor de onvolledige toewijzing van haar diensten heeft Fluxys Belgium zelf verwezen naar de rechtstreekse concurrentie met andere fysische opslagoperatoren in de buurlanden. Daarnaast beweerde Fluxys Belgium een additionele commerciële druk te ondervinden ten gevolge van virtuele flexibiliteit contracten die door verschillende partijen onder verschillende vormen aangeboden werden. Het feit dat een aanzienlijk deel van de jaarlijkse opslagcapaciteit niet kon toegewezen worden, had niet alleen gevolgen op financieel vlak. Het was een aanwijzing dat aanbod en vraag van diensten met betrekking tot het gebruik van het aardgasvervoersnet en de vervoersinstallaties in het algemeen, technisch-commercieel niet volledig op elkaar afgestemd waren. Niet-vertrouwelijk 21/36 Fluxys Belgium heeft daarop in overleg en in samenwerking met de CREG onderzocht welke korte termijn alternatieven konden ontwikkeld worden. In het voorstel van Fluxys Belgium werden de middellange termijndiensten met een looptijd van 2 tot 3 jaar niet langer aangeboden als een aparte dienst via een apart onderschrijvingsvenster, maar werden zij geïntegreerd in het pakket lange termijndiensten. Een andere vernieuwing had betrekking op het vastleggen van de beschikbare capaciteit voor de respectieve looptijden: het voorstel voorzag dat de hoeveelheden niet op voorhand vastgelegd worden in het dienstenprogramma voor opslag, maar dat de opdeling van de capaciteit, afhankelijk van de marktomstandigheden van het moment en in overleg met de betrokken partijen, kon bepaald worden via specifieke voorwaarden vastgelegd in de bijzondere voorwaarden (zogenaamde Terms and Conditions) die de onderschrijvingsvensters en de veilingvensters begeleiden. Via een marktraadpleging die liep van 8 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 heeft Fluxys Belgium de marktpartijen uitgenodigd deze voorstellen te bestuderen en hun opmerkingen dienaangaande kenbaar te maken. Op 24 januari 2013 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het standaard opslagcontract bij de CREG ingediend. Het voorstel dat op 24 januari 2013 ter goedkeuring aan de CREG werd voorgelegd voorzag een integratie van de middellange termijndiensten in de lange termijndiensten en de versoepeling van de wijze waarop de capaciteit wordt aangeboden aan de markt. De CREG was van oordeel dat de voorgestelde wijziging meer mogelijkheden gaf aan Fluxys Belgium om haar opslagdiensten te commercialiseren en dat het ruimere dienstenpakket ook de opslaggebruikers ten goede zou komen. In haar beslissing (B)130221CDC-1232 heeft de CREG beslist de aanvraag door Fluxys Belgium goed te keuren. Een belangrijke vaststelling betreft de dynamiek in de ontwikkeling van de markt voor flexibiliteitsdiensten voor aardgas. De reeds sterk gegroeide en zich nog steeds ontwikkelende handelsactiviteit op beurzen en handelsplatformen in de regio NW-Europa heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten waarop marktpartijen een beroep kunnen doen om hun portfolio in evenwicht te houden. Een gevolg van de gegroeide activiteit op de beurzen is namelijk de sterk gestegen liquiditeit van de aangeboden diensten, waardoor zich stabiele en betrouwbare prijsreferenties voor aardgas en aardgasderivaten ontwikkeld hebben. Marktpartijen hoeven in deze context niet noodzakelijk contracten af te sluiten die verplichtingen inhouden op middellange of lange termijn, maar kunnen op ieder ogenblik een afweging maken tussen valabele en vlot verhandelbare alternatieven die op korte termijn beschikbaar zijn, waardoor zij volop kunnen beroep doen op flexibiliteitsinstrumenten zonder te moeten beschikken over contractuele rechten op de onderliggende assets. Een aanvullende ontwikkeling op de markt, die eveneens gekoppeld is aan de opkomst van vrij toegankelijke handelsplaatsen, is dat producenten op deze platformen nadrukkelijk aanwezig zijn als marktpartij. Daarbij beschikken deze producenten over de mogelijkheid om niet enkel aanbieder te zijn van commodity (aardgas), maar kunnen zij zelf rechtstreeks producten aanbieden die tegemoetkomen aan de behoeften van de markt. Hierbij staat de rol van de traditionele midstreampartijen als tussenschakel en bemiddelaar tussen producent en leveranciers onder druk vermits de producent rechtstreeks onderhandelde met de doorverkopers. Producenten bieden diensten aan die een alternatief vormen voor de traditionele flexibiliteitsproducten gebaseerd op opslag. Omdat deze producten aangeboden worden zonder een beroep te doen op vast toegewezen fysische assets worden ze dikwijls omschreven als virtuele producten (virtual storage). Voor de eindgebruiker is er geen enkel onderscheid tussen de virtuele en de fysische producten, noch op het vlak van zekerheid, noch op het vlak van prijs. Op deze wijze hebben aardgasproducenten zich ontpopt tot concurrenten voor aanbieders van traditionele opslagdiensten. Door het feit dat de prijs van de commodity voor een groot deel bepaald wordt door de markt en niet noodzakelijk de productiekosten reflecteert beschikken producenten over de mogelijkheid producten te ontwikkelen die een competitief voordeel hebben tegenover aanbieders van opslag. Niet-vertrouwelijk 22/36 Een overzicht van de marktomstandigheden voor opslag kan niet voorbijgaan aan het regulatoir regime waaraan opslag van aardgas in België onderworpen is. De Belgische wet kent aan de opslag van aardgas een wettelijk monopolie toe en heeft Fluxys Belgium aangesteld tot beheerder van de opslag. België behoort hiermee tot een beperkte groep van landen in de EU die de onderschrijving van opslagdiensten voor aardgas onderworpen hebben aan een regime van gereguleerde toegang (rTPA), op basis van gereguleerde tarieven. In de meeste landen van de EU valt opslag onder een regime van onderhandelde toegang (nTPA) met meerdere aanbieders, waarbij zowel de contractuele voorwaarden als de tarieven deel uitmaken van onderhandelingen tussen de opslaggebruiker en de beheerder van de opslag. Het regulatoir regime dat in België van toepassing is, bepaalt verder dat de opslagdiensten dienen aangeboden te worden volgens een kostplus principe. Dit legt aan de beheerder van de opslag beperkingen op wat betreft de mogelijkheden om een echt op de markt afgestemd commercieel beleid te voeren. Omdat het wettelijk kader van de gaswet slechts in beperkte mate toelaat om het dienstaanbod te differentiëren op het vlak van tariefzetting, diende een oplossing gezocht te worden in een verdere flexibilisering van het dienstenaanbod: uitbreiding van de diensttermijnen, versoepeling van de samenstelling van de diensten en optimalisering van de operationele mogelijkheden door betere kennis van de geologie van de ondergrond. In werkgroep vergaderingen die hebben plaatsgevonden beginnend in december 2013 en verderlopend tot maart 2014 heeft Fluxys Belgium aan de vertegenwoordigers van de CREG voorstellen voorgelegd waarin de hogergenoemde principes uitgewerkt werden. Deze werkgroep vergaderingen hebben geleid tot het beter op elkaar afstemmen van de maatregelen die noodzakelijk zijn om het dienstenaanbod voor opslag te optimaliseren vanuit de marktwerking enerzijds en anderzijds vanuit de inpassing van de voorstellen in het wettelijk regelgevend kader anderzijds. Finaal werden voorstellen weerhouden die zich concentreerden op het marktpotentieel voor alternatieven voor opslag en opslagdiensten die het mogelijk maken opslag aan te bieden op innovatieve wijze en met een korte looptijd. Aansluitend heeft Fluxys Belgium op 11 april 2014 heeft een aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en glossarium van definities die deel uitmaken van de belangrijkste voorwaarden voor opslag bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Met het voorstel beoogde Fluxys Belgium voor haar opslagdiensten een verdere flexibilisering van het aanbod met een uitbreiding van de diensttermijnen, een versoepeling van de samenstelling van de diensten en een vereenvoudiging van de regels voor de toewijzing van de diensten. De CREG heeft met haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 deze wijzigingen goedgekeurd. Op 11 juni 2021 heeft Fluxys Belgium een voorlopig laatste aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag, ingediend. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op de invoering van een nieuw commercieel model voor het aanbod van de opslagdiensten, een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product, de introductie van nieuwe verkoopmechanismen, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen, een nieuwe startdatum van het opslagjaar en een aantal technische verbeteringen. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 deze wijzigingen goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 23/36 2.2. HET GEWIJZIGDE MARKTMODEL VOOR OPSLAG Sinds voornoemde beslissing van de CREG is de gasmarkt in zijn geheel heel sterk verder geëvolueerd. De context waarbinnen opslagdiensten worden aangeboden aan de marktspelers is het jongste decennia ingrijpend veranderd. Tot voor het jaar 2000 werden opslagfaciliteiten beheerd door actoren die tegelijk ook aardgas produceerden, transporteerden en verhandelden. Tijdens de eerste liberaliseringsgolf, tussen 2000 en 2010, werden deze activiteiten ontbundeld. Omdat gasopslagplaatsen niet alleen een economische waarde hebben maar ook belangrijk zijn voor het energiesysteem als zodanig, legde de overheid regels op. Die regels omvatten bijvoorbeeld verplichte vullingsgraden, om ervoor te zorgen dat de gasopslagplaats de leveringszekerheid bij incidenten kan helpen waarborgen. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is opslag een concurrentiële activiteit. De opslagsite in Loenhout concurreert met andere opslagsites in Noordwest-Europa. Naarmate de aardgasmarkten evolueerden naar liquide markten en de prijzen losgekoppeld werden van de olieprijzen, werd de verkoop van opslagcapaciteit steeds meer afhankelijk van de zomer-winter spreads op de gasmarkt. Die spread is het verschil tussen de aardgasprijs voor de komende zomer en de prijs voor de komende winter. Ligt die spread hoger dan de kosten voor opslag, dan overtreft de vraag naar opslagcapaciteit het aanbod. Naarmate de spread kleiner wordt, wordt het voor gasopslaggebruikers minder aantrekkelijk om aardgas op te slaan, wat het bedrijfsmodel voor opslaginstallaties onder druk zet. Volatiele zomer-winter spreads hebben de laatste jaren geresulteerd in onvoorspelbare verkopen voor Loenhout. Sinds 2010 kennen de spreads een dalende trend en gingen ze van 6 €/MWh naar 2 €/MWh. In de zomer van 2018 daalde de zomer-winterspread zelfs onder 1 €/MWh. Voor Loenhout leidde dat ertoe dat er – boven op de bestaande langetermijncontracten – geen extra korte termijn verkopen konden worden gerealiseerd. Toen de zomer-winterspread begin 2019 tot 3,8 €/MWh steeg, resulteerde dat voor het opslagseizoen 2019-2020 wel in extra verkopen. Een gelijkaardig fenomeen deed zich voor eind 2019 en begin 2020: toen de zomer-winterspread steeg tot 4,1 €/MWh kon de resterende opslagcapaciteit voor de gasopslagseizoenen 2020-2021 en 2021-2022 worden verkocht. Volgens alle vooruitzichten zullen de zomer-winterspreads erg onvoorspelbaar en volatiel blijven. Voor Fluxys Belgium blijft het dus elk jaar opnieuw afwachten of de gereguleerde toegelaten omzet kan worden gerealiseerd. Daar komt nog bij dat de markt eerder geneigd is capaciteit te kopen op de korte termijn: langetermijncontracten – tot 2022 nog goed voor 60 procent van de in Loenhout geboekte opslagcapaciteit - worden uitzonderlijk. De overgang van lange- naar korte termijncontracten kan voornamelijk worden toegeschreven aan de netwerkgebruikers die de focus steeds meer leggen op financiële optimalisatie, meer dan op zekerheid van gastoevoer. De gewijzigde marktomstandigheden zijn niet de enige uitdaging waar de gasopslag van Loenhout mee kampt. Omdat de gasopslag in de buurlanden van België anders of helemaal niet wordt gereguleerd, wordt Loenhout geconfronteerd met een aantal grote uitdagingen: - in de buurlanden worden gasopslagproducten doorgaans verkocht via veilingen waarbij soms hele lage reserveprijzen worden gehanteerd. De huidige regelgeving laat dit nog niet toe in België; - in Nederland en Duitsland staan de niet-gereguleerde opslagoperatoren met elkaar in concurrentie. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze spelers sinds enkele jaren een doorgedreven commerciële aanpak hebben ontwikkeld waardoor marktspelers nu kunnen kiezen uit een waaier van opslag- en flexibiliteitsproducten aangepast aan hun behoefte aan concurrentiële prijzen. De niet-gereguleerde opslagoperatoren hebben een Niet-vertrouwelijk 24/36 niet onoverkomelijke voorsprong opgebouwd wat betreft marktkennis en commerciële politiek; - in Frankrijk werd gekozen voor een gereguleerde aanpak. Opslagproducten worden aangeboden via veiling waarbij de reserveprijzen vrij te bepalen zijn. Het tekort aan inkomsten wordt gecompenseerd met een extra vergoeding op vervoerdiensten. Dit maakt dat de Franse opslagoperatoren zeer lage reserveprijzen kunnen hanteren bij de veiling van hun opslagdiensten ten nadele van hun naburige concurrenten in Duitsland en in België in het bijzonder. Hun inkomsten zijn immers altijd gegarandeerd. Het is duidelijk dat er hier geen sprake is van een gelijk speelveld met nadelige impact op de nietgereguleerde opslagoperatoren7. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor de leefbaarheid op langere termijn van de opslagsite Loenhout onder heel grote druk komt te staan. De Europese Commissie oordeelde op 28 juni 2021 dat een dergelijke vorm van staatsteun is toegelaten8. Om te overleven in een concurrentiële NW-Europese markt voor opslag en flexibiliteit, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG en de marktspelers een nieuwe commerciële aanpak ontwikkeld waarbij heel sterk wordt ingespeeld op de noden en behoeften van de marktspelers. Dit op basis van een doorgedreven proactieve opvolging van de gasmarkt in het algemeen en de markt voor flexibiliteit in het bijzonder. Deze nieuwe commerciële aanpak werd na overleg met de marktspelers vastgelegd in het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 deze wijzigingen goedgekeurd. 2.3. MARKTRAADPLEGING In uitvoering van de bepalingen van de Gasopslagverordening 2022/1032, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG een aantal wijzigingen doorgevoerd aan het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag, de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken, de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen, de afschaffing van de "standaard SBU" (inclusief de voorwaardelijke capaciteit), de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren en een aantal technische aanpassingen. Fluxys Belgium heeft de marktpartijen via een formele marktbevraging over de betreffende wijzigingen van het toegangsreglement voor opslag, meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F, het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract, inclusief het glossarium van definities, uitgenodigd om hun opmerkingen hieromtrent mee te delen. Deze marktbevraging liep van 30 augustus 2022 tot en met 19 september 2022. Fluxys Belgium heeft haar voorstellen tot aanpassing van voornoemde documenten toegelicht tijdens een informatiesessie op 13 september 2022. 7 Zie in dit verband het onderzoek van de Europese Commissie Steunmaatregel SA.49414 (2019/NN) — Hervorming van het wet- en regelgevende kader voor de opslag van gas in Frankrijk. Procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52020AS49414 8 Zie ook de beslissing van de Europese Commissie van 28 juni 2021: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/fr/IP_21_3281 Niet-vertrouwelijk 25/36 De CREG stelt vast dat door het organiseren van deze raadpleging, Fluxys Belgium voldoet aan de bepalingen die dienaangaande zijn voorzien in het huishoudelijk reglement van de directie van de CREG9. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium op de pagina “Marktbevragingen”. Het consultatierapport nummer 58 werd door Fluxys Belgium opgesteld en aan de CREG meegedeeld op 30 september 2022 en wordt in bijlage toegevoegd aan deze beslissing (bijlage 2). Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben twee marktpartijen gereageerd. Volgens Fluxys Belgium houdt het voorliggende voorstel rekening met de commentaren die ze van de marktpartijen ontvangen heeft. Voornoemde marktpartijen hebben bevestigd dat hun gemaakte commentaar en opmerkingen te beschouwen zijn als niet-vertrouwelijk. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden, en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op beide voorstellen te reageren. 2.4. INWERKINGTREDING In haar aanvraag tot goedkeuring heeft Fluxys Belgium aangegeven dat de wijzigingen, aangebracht in het toegangsreglement voor opslag, het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract, in werking zullen treden vanaf 1 april 2023, start van het volgende opslagjaar. Fluxys Belgium zal evenwel in de loop van de maand november 2022 starten met het aanbieden van haar opslagdiensten voor het komende opslagjaar 2023 – 2024 en zal bij deze gelegenheid de marktpartijen informeren over de nieuwe toepasselijke gereguleerde en door de CREG goedgekeurde documenten. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum waarop ze haar eerste aanbod van opslagdiensten organiseert, aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment als deze datum aan de netgebruikers wordt meegedeeld. 9 http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 26/36 3. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL Hierna wordt nagegaan of de wijzigingen die door Fluxys Belgium voorgesteld worden voor het toegangsreglement voor opslag (meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (inclusief het glossarium van definities), ingediend bij de CREG op 30 september 2022, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben twee markpartijen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen specifiek commentaar geleverd. Deze zullen behandeld worden in de puntsgewijze bespreking van de respectievelijke documenten. 3.1. HET VOORSTEL VAN STANDAARD OPSLAGCONTRACT Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 30 september 2022 ingediende voorstel tot wijziging van het standaard opslagcontract. Het corpus en de bijlage 1 van het standaard opslagcontract werden niet gewijzigd. 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden Artikel 16.3 Om te voldoen aan het in de gasopslagverordening 2022/1032 vastgelegde vultraject en vuldoelstelling, wordt bepaald dat de opslagdiensten onderschreven op jaarbasis niet kunnen worden opgezegd voor het betreffende opslagjaar. Indien de beheerder van de opslag vaststelt dat de opslaggebruiker zijn opslagdiensten niet gebruikt, en dat hierdoor de regel inzake de vuldoelstelling niet kan worden nageleefd in overeenstemming met artikel 2.7.4 van bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag, wordt de procedure voor het beheer van de vuldoelstelling toegepast voor de betrokken opslaggebruiker, zoals beschreven in artikel 3 van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag (zie verder in deze beslissing punt 3.2.5). De regels inzake opzeg voor wat betreft de opslagdiensten onderschreven op langere termijn, werden niet gewijzigd. De aanpassingen zijn een verduidelijking waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen opslagdiensten verkocht tegen een prijs die gelijk is aan of hoger dan de gereguleerde tarieven, en opslagdiensten die verkocht zijn tegen een prijs onder het gereguleerde tarief. Niet-vertrouwelijk 27/36 De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen betreffende deze aanpassingen en verduidelijkingen, en keurt deze wijzigingen bijgevolg goed. Artikel 16.5 Dit artikel werd ingevoegd en bepaalt de regels van toepassing indien de beheerder van de opslag de opslagdiensten van de opslaggebruiker moet verminderen in toepassing van de bepalingen van artikel 3 van bijlage F van het Toegangsreglement voor opslag. In dat geval past de beheerder van de opslag een opzegvergoeding toe die overeenstemt met 100% van de bedragen die nog gefactureerd moeten worden voor dergelijke ongebruikte opslagdiensten indien de diensten verkocht worden aan een prijs gelijk aan of hoger dan de gereguleerde tarieven. Wanneer de diensten zijn verkocht tegen een prijs onder de gereguleerde tarieven, dan is de opzegvergoeding gelijk aan de hoeveelheid diensten die nog moet worden gefactureerd maal de gereguleerde tarieven. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage 2 van het standaard opslagcontract en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities De definities van de nieuwe begrippen: ‘Huidige Vultraject Doelstellingen’, ‘Seizoensgebonden Opslagvolume’, ‘Straf Regeling’, ‘Vuldoelstelling’, ‘Vuldoelstelling Boete’, ‘Vultraject’ en ‘Vultraject Boete’ werden toegevoegd. Deze nieuwe begrippen hebben betrekking op de invoering van bepalingen in uitvoering van de gasopslagverordening 2022/1032. Een aantal definities van begrippen die niet langer gebruikt worden in de regulatoire documenten voor opslag, zijn uit de definitielijst verwijderd. Dit is een gevolg van de afschaffing van de "standaard SBU" inclusief voorwaardelijke capaciteit. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage 3 glossarium van definities van het standaard opslagcontract en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 28/36 3.2. HET VOORSTEL VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR OPSLAG 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten Het punt 4.4 ‘Straf Regeling’ werd toegevoegd. Indien de beheerder van de opslag een "Vuldoelstelling Boete" of een "Vultraject Boete" moet toepassen, wordt een maandelijkse regeling uitgevoerd in contanten waarbij de dagelijkse regelingen voor de betrokken periode worden opgeteld. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage B van het toegangsreglement voor opslag, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen Onder punt 2.2.2 worden de SBU’s omschreven. Dit punt wordt aangepast als gevolg van de afschaffing van de "standaard SBU" inclusief de voorwaardelijke capaciteit. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt Onder punt 2 wordt met behulp van een schema op overzichtelijke wijze aangegeven welke de toewijzingsmechanismen zijn die Fluxys Belgium in het kader van haar huidig marktmodel zal kunnen gebruiken bij het aanbieden van haar diensten aan de markt. Punt 2.2.1 ‘Aanvraag voor Diensten’ bepaalt hoe de opslaggebruiker een deelnemer kan worden tot een onderschrijvingsvenster voor opslagdiensten door zich te registreren als deelnemer in overeenstemming met de relevante TCSW. De beheerder van de opslag zal in deze fase niet langer vragen om een minimum lot grootte op te geven. Punt 2.3 bevat de bepalingen en regels met betrekking tot de organisatie van een veilingvenster: onder meer de bepalingen inzake de registratie, het veilingprincipe, training en praktische instructies, en het veilingproces. Punt 2.3.4.2.5 omvat de toewijzingsregels. Deze zijn gewijzigd in die zin dat niet langer prioriteit wordt gegeven aan opslaggebruikers die onderschrijven met de langste periode. De deelnemer met de hoogste combinatie aangevraagde bieding hoeveelheid maal bieding prijs maal periode, heeft voorrang bij de toewijzing van de aangeboden opslagdiensten. Ook worden de niet-vervullingsregels toegevoegd. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. Niet-vertrouwelijk 29/36 De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C2 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.4. Bijlage D1 – Operating Procedures Het doel van dit deel is om alle operationele procedures te beschrijven die vereist zijn voor het correcte en optimale gebruik van de opslagdiensten. Dit deel bevat informatie over de toepasselijke operationele regels, procedures, bepalingen, voorschriften, voorwaarden en communicatiemiddelen die het aanbod en het gebruik van opslagdiensten regelen tussen de beheerder van de opslag en de opslaggebruikers. Deze bijlage werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben de afschaffing van de ‘Standaard SBU’, inclusief de voorwaardelijke capaciteit en de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren. Punt 2.7 omvat de regels inzake gas op voorraad. Punt 2.7.4 ‘Gas op Voorraad op 1 november – Vuldoelstelling regel’ - bepaalt dat de opslaggebruikers, die seizoensgebonden opslagdiensten hebben onderschreven, ervoor moeten zorgen dat de ‘Gas op Voorraad op 1 november’ niet minder is dan de vuldoelstelling toegepast op de opslaggebruiker seizoensgebonden opslag volume. In het geval dat de opslaggebruiker niet is staat is om te voldoen aan deze regel, zullen de bepalingen van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag van toepassing zijn, d.w.z. dat de opslaggebruiker een deel van zijn diensten verliest terwijl hij minstens de gereguleerde tarieven voor de resterende dienstperiode betaalt. Punt 2.7.5 ‘Gas op Voorraad Traject – Vultraject regel’ – bepaalt dat tussen mei en februari de opslaggebruikers die seizoensgebonden opslagdiensten hebben onderschreven er gezamenlijk voor zorgen dat de som van hun gas op voorraad niet minder is dan de huidige vultraject doelstelling toegepast op de som van hun seizoensgebonden opslagvolumes. Indien de som van het gas op voorraad niet voldoet aan de vultraject regel, analyseert de beheerder van de opslag het gas op voorraad van elk opslaggebruiker. Indien het gas op voorraad van één van deze opslaggebruikers lager is dan de huidige vultraject doelstelling, betaalt de betrokken opslaggebruiker een dagelijkse boete berekend volgens de onder dit punt opgenomen formule. De marktpartijen hebben naar aanleiding van raadpleging nummer 58 de volgende opmerkingen geformuleerd: - Een partij merkte op dat in plaats van het gas op voorraad van elke shipper afzonderlijk te controleren, het de markt meer flexibiliteit zou bieden om het algemene niveau van de opslaginstallatie te controleren om de naleving van de regel inzake het vultraject te beoordelen. Aangezien het vultraject in de gasopslagverordening 2022/1032 op het niveau van de lidstaat en niet per opslaggebruiker wordt gedefinieerd, gaat Fluxys Belgium akkoord met dit voorstel en werd de bepaling inzake het vultraject in die zin aangepast. Voor alle duidelijkheid: het blijft de verantwoordelijkheid van de opslaggebruikers om erop toe te zien dat zij collectief de regel inzake het vultraject naleven. Het blijft immers de verantwoordelijkheid van elke opslaggebruiker om ervoor te zorgen dat zijn gas op voorraad in lijn is met de doelstelling van het vullingstraject die op zijn seizoensgebonden opslagvolume wordt toegepast. - Een marktpartij stelde voor om de het percentage voor de berekening van de boete, indien de doelstellingen van het vultraject niet worden gehaald, te verlagen naar 5% van de ZTP DA-prijs in plaats van 10%. Niet-vertrouwelijk 30/36 Aangezien het vultraject een rol speelt in de Europese bevoorradingszekerheid, vindt Fluxys Belgium het belangrijk dat er een sterke stimulans is voor opslaggebruikers om de opslaginstallatie volgens het opgelegde vultraject te vullen. Gelet op de tolerantie van 5% die op het vultraject wordt toegepast, stelt Fluxys Belgium voor het niveau van de boete te houden op 10%. - Een marktpartij benadrukt dat het van cruciaal belang is dat de vuldoelstellingen en vultrajecten worden gevalideerd en gepubliceerd voordat opslagcapaciteit voor een bepaald opslagjaar wordt aangeboden. Netgebruikers zouden alle technische beperkingen voorhanden moeten hebben alvorens opslagdiensten aan te kopen. Fluxys Belgium begrijpt dit standpunt en de noodzaak om zicht te hebben op de toekomstige beperkingen. Fluxys Belgium moet echter ook rekening houden met de behoeften van de opslagmarkt. Indien potentiële opslaggebruikers de bereidheid uiten om opslagcapaciteit te kopen, behoudt Fluxys Belgium zich het recht voor om een deel of de volledige opslagcapaciteit te commercialiseren, ook al is het vullingstraject nog niet officieel gepubliceerd. Fluxys Belgium zal op zijn website het voorstel voor een vultraject publiceren zoals dat door België wordt meegedeeld op 15 september van elk jaar. - Een marktpartij merkt op dat Fluxys voorstelt om een vuldoelstelling in te voeren (voorheen omschreven als de "GIS 90%-regel"), plus doelstellingen voor het vultraject tussen mei en februari voor elk opslagjaar. Hoewel deze maatregelen ervoor zouden zorgen dat de opslag voldoet aan de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening (EU), kunnen ze ook het gebruik van de opslag beperken. Deze beperkingen zullen het grootst zijn rond de data met de vuldoelstellingen, in een ZTP-zone die al weinig flexibel is, vooral met de nieuwe lagere balanceringsmarktdrempels die sinds 1 september 2022 van kracht zijn geworden. Fluxys stelt dat het voorstel inzake het vultraject is ontworpen met een dubbel doel voor ogen:
(1)het bereiken van de door de Commissie op 1 november opgelegde vullingsdoelstelling van 90% en
(2)de opslaggebruikers zoveel mogelijk flexibiliteit bieden om de opslag van Loenhout te vullen. Uit gegevens uit het verleden blijkt dat de vulgraad zodanig is vastgesteld dat deze realistisch gezien kan worden bereikt. Om de flexibiliteit voor de opslaggebruikers nog te verhogen, zal Fluxys Belgium de regel inzake het vultraject aanpassen zoals uiteengezet in punt 1 van deze alinea hierboven. De CREG heeft geen opmerkingen bij de door Fluxys Belgium voorgestelde wijziging van bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag zoals opgenomen onder punt 1 van paragraaf 119 hierboven, en keurt bijgevolg deze en andere wijzigingen goed. 3.2.
  1. Bijlage F – Vultraject en Congestiebeheer De gedragscode aardgas legt de beheerder van de opslag en de opslaggebruiker een aantal minimumvereisten op die ze te allen tijde moeten naleven om ervoor te zorgen dat de capaciteit efficiënt en maximaal wordt benut om op die manier congestie te vermijden. De beheerder van de opslag staat in voor de opvolging van het gebruik van de opslagdiensten die de opslaggebruikers op de primaire markt hebben onderschreven en de naleving van het vultraject en de vuldoelstelling regels. De gasopslagverordening 2022/1032 vereist dat opslaginstallaties in Europa elk jaar tegen 1 november een duidelijk omschreven vuldoelstelling bereiken. In lijn met deze Europese verplichtingen, is de opslaggebruiker verplicht om te voldoen aan de vuldoelstelling regel gedefinieerd in bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag (zie hierboven). De opslaggebruiker moet zijn gas op voorraad proactief opvolgen om er zeker van te zijn dat hij steeds in staat is om de vuldoelstelling te bereiken. Niet-vertrouwelijk 31/36 Punt 2.1 ‘Criteria en Simulaties’ werd gewijzigd en aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag en de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken. Punt 3 ‘Beheer van de Vuldoelstelling’ werd toegevoegd. Dit punt beschrijft de te volgen procedure indien de beheerder van de opslag opmerkt dat de opslaggebruiker niet in staat is om de vuldoelstelling te bereiken bij gebruik van 90% van de gemiddelde vaste injectiecapaciteit van de opslaggebruiker. De procedure omvat de verschillende stappen die eventueel kunnen leiden tot vrijgave van de capaciteit en de beslissing tot een nieuwe toewijzing. Een marktpartij heeft naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 een opmerking geformuleerd: - Deze marktpartij merkt op dat Fluxys Belgium bij de berekening van de onbenutte opslagcapaciteit van een opslaggebruiker alleen rekening houdt met de vaste injectiecapaciteit die de opslaggebruiker heeft onderschreven, en niet met de totale fysieke injectiecapaciteit (inclusief boostercapaciteit). Fluxys Belgium benadrukt dat het belangrijk is om als beheerder van de opslag zo snel mogelijk te detecteren wanneer het risico bestaat dat een vuldoelstelling niet kan worden bereikt en bijgevolg ongebruikte opslagcapaciteit moet worden vrijgegeven. Fluxys Belgium zal daarom de berekening op basis van de vaste injectiecapaciteit handhaven. Fluxys Belgium stelt verder voor de onbenutte opslagcapaciteit niet automatisch vrij te geven. Zij zal eerst de beschikbare injectiecapaciteit onderzoeken alvorens een besluit te nemen over het vrijgeven van onbenutte capaciteit. Wanneer de seizoensgebonden opslagdiensten worden toegewezen via een toewijzingsvenster en aanvullende maatregelen nodig zijn om de vrijgegeven seizoensgebonden opslagdiensten te kunnen verkopen, beslist de bevoegde overheid, in overleg met de CREG, welke aanvullende maatregelen moeten worden toegepast om redenen van bevoorradingszekerheid. Een boete ("Vuldoelstelling Boete") die overeenstemt met de kosten verbonden aan de bijkomende maatregelen wordt door de beheerder van de opslag aan de opslaggebruiker gefactureerd. De CREG merkt op dat er geen formule voor de berekening van deze boete is opgenomen in deze bijlage van het toegangsreglement voor opslag. Dit zal gebeuren van zodra de aanvullende maatregelen te nemen door de bevoegde overheid, zijn gekend. De CREG heeft verder geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 32/36 3.
  2. HET VOORSTEL VAN DIENSTENPROGRAMMA VOOR OPSLAG Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 30 september 2022 ingediende voorstel tot wijziging van het dienstenprogramma voor opslag. Het dienstenprogramma voor opslag werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag, de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken, de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen, de afschaffing van de ‘Standaard SBU’ (inclusief voorwaardelijke capaciteit) en de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren. De wijzigingen door Fluxys Belgium voorgesteld, hebben tot doel het dienstenaanbod zoals beschreven in het dienstenprogramma voor opslag in lijn te brengen met de inhoudelijke en technische wijzigingen die betrekking hebben op het toegangsreglement voor opslag, zoals besproken in deel 3.2 van deze beslissing. De CREG is van oordeel dat de voorgestelde wijzigingen geen nieuwe elementen bevatten behalve deze die al becommentarieerd worden in het kader van de wijzigingen van het toegangsreglement voor opslag onder punt 3.2 van deze beslissing. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg het gewijzigde dienstenprogramma voor opslag goed. Niet-vertrouwelijk 33/36
  3. BESLUIT Met toepassing van artikel 40, van de gedragscode aardgas beslist de CREG de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van het standaard opslagcontract met glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het toegangsreglement voor opslag, de wijzigingen van het dienstenprogramma voor opslag, ingediend bij de CREG per mail op 30 september 2022, goed te keuren. De door de CREG goedgekeurde wijzigingen aan het standaard opslagcontract met glossarium van definities, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag treden overeenkomstig artikel 40 van de gedragscode aardgas in werking vanaf de datum waarop Fluxys Belgium de goedgekeurde wijzigingen in een geïntegreerde versie zal publiceren op haar website. Zij worden uitvoerbaar tegenover de opslaggebruikers vanaf de datum van hun bekendmaking op de website van Fluxys Belgium. Fluxys Belgium deelt de datum van de publicatie onverwijld mee aan de CREG.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité Niet-vertrouwelijk 34/36 BIJLAGE 1 Voorstel van Fluxys Belgium tot wijziging van het standaard opslagcontract met glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag in het Nederlands – 30 september 2022 Niet-vertrouwelijk 35/36 BIJLAGE 2 Consultatieverslag Fluxys Belgium nummer 58 in het Engels – 30 september 2022 Niet-vertrouwelijk 36/36

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.