(B)2470 27 oktober 2022 Beslissing over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag genomen met toepassing van artikel 40, van de gedragscode aardgas van 1 september 2022 Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.1. 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 .................................................................................. 5 1.1.2. Gasrichtlijn 2009/73 – gasverordening 2009/715 ........................................................... 7 1.2. 3. Gaswet ........................................................................................................................... 10 1.2.2. Gedragscode aardgas .................................................................................................... 11 Goedkeuringscriteria ............................................................................................................. 12 1.3.1. De sectorspecifieke wetgeving ...................................................................................... 14 1.3.2. Het mededingingsrecht ................................................................................................. 14 1.3.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels ........................................................................ 15 1.3.4. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 19 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 20 2.1. Evolutie van het marktmodel voor opslag van gas ............................................................... 20 2.2. Het gewijzigde marktmodel voor opslag ............................................................................... 24 2.3. Marktraadpleging .................................................................................................................. 25 2.4. Inwerkingtreding ................................................................................................................... 26 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 27 3.1. Het voorstel van Standaard Opslagcontract ......................................................................... 27 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden ............................................................................... 27 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities ............................................................................. 28 3.2. Het Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag ............................................................... 29 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten ....................................................................... 29 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen ........................... 29 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt .................. 29 3.2.4. Bijlage D1 – Operating Procedures................................................................................ 30 3.2.5. Bijlage F – Vultraject en Congestiebeheer .................................................................... 31 3.3. 4. Belgisch recht ........................................................................................................................ 10 1.2.1. 1.3. 2. Europees recht ........................................................................................................................ 5 Het voorstel van Dienstenprogramma voor opslag .............................................................. 33 BESLUIT .......................................................................................................................................... 34 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 36 Niet-vertrouwelijk 2/36 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt hierna, op grond van artikel 40 van de gedragscode aardgas de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, C1, C2, C3, D1 en F van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag. Voornoemde aanvraag tot goedkeuring werd door de N.V. Fluxys Belgium op 30 september 2022 ingediend bij de CREG per mail met bevestiging van ontvangst en omvat: - de aanvraag tot goedkeuring ; - het voorstel tot wijziging van : • het Standaard Opslagcontract, met inbegrip van het glossarium van definities; • het Toegangsreglement voor Opslag, meer bepaald de bijlagen B, C1, C2, D1 en F; • het Dienstenprogramma voor opslag. - het consultatieverslag 58. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 en beoogt de uitvoering van de bepalingen van de Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (hierna: gasopslagverordening). De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op: - de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag; - de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken; - de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen; - de afschaffing van de "standaard SBU" (inclusief voorwaardelijke capaciteit); - de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren en; - een aantal technische verbeteringen De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 27 oktober 2022. Niet-vertrouwelijk 3/36 LEXICON ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘gedragscode aardgas’: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022; ‘gasrichtlijn 2009/73’: Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG; 'gasverordening 2009/715’: Verordening 2009/715/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘SOS-Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 ‘gasopslagverordening 2022/1032’: De Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag Niet-vertrouwelijk 4/36 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 De nieuwe regels van de gasopslagverordening 2022/1032 vereisen dat de 18 EU-lidstaten de ondergrondse gas opslagfaciliteiten tot 80% van hun capaciteit opvullen tegen 1 november 2022 en tot 90% in de daaropvolgende jaren. Lidstaten zonder opslaginfrastructuur moeten, in een geest van solidariteit, bilaterale afspraken maken met hun buurlanden om daar voldoende hoeveelheden te laten opslaan die zij nadien kunnen gebruiken. Gasopslagfaciliteiten worden voortaan als kritieke infrastructuur beschouwd en alle opslagexploitanten in de Europese Unie zullen een nieuw certificeringsproces moeten doorlopen om het risico op inmenging van buitenaf te beperken. De gasopslagverordening 2022/1038 wijzigt bijgevolg onder meer de SOS-Verordening 2017/1938, die tot doel heeft de veiligstelling van de gaslevering te versterken, door maatregelen te introduceren om ervoor te zorgen dat alle lidstaten en partijen op de aardgasmarkt van tevoren actie kunnen ondernemen om potentiële verstoringen van de aardgaslevering te voorkomen mocht een verstoring optreden, en om de gevolgen daarvan zo goed mogelijk te ondervangen. De wijzigingen aangebracht aan de SOS-Verordening 2017/1938 door de gasopslagverordening 2022/1032 en die voor huidige beslissing van belang zijn, betreffen: “Artikel 6 bis: Vuldoelstellingen en vultrajecten1 1. Met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 behalen de lidstaten uiterlijk op 1 november van elk jaar de volgende vuldoelstellingen voor de totale capaciteit van alle ondergrondse gasopslaginstallaties die zich op hun grondgebied bevinden en rechtstreeks verbonden zijn met een afzetgebied op hun grondgebied en voor de in bijlage I ter vermelde opslaginstallaties:
(3)gebundelde als ontvlochten diensten die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de opslaginstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag voorzien in artikel 17, van de Verordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 19, van de Verordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Verordening 715/2009. 1.3.2. Het mededingingsrecht In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging in en het waken over het goed functioneren van de markt (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Niet-vertrouwelijk 14/36 Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. De wettelijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is nog des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van artikel 40, van de gedragscode aardgas (goedkeuren regulatoire documenten en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. Fluxys Belgium heeft een wettelijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie voor aardgas in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie4. De opslaggebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de opslag van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in het standaard opslagcontract die onbillijk zijn , namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 1.3.3. Algemene verbintenisrechtelijke regels Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het 4 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 15/36 voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 1.3.3.1. Wetboek van economisch recht Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; Niet-vertrouwelijk 16/36 • - - 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren5. 1.3.3.2. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: 5 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet-vertrouwelijk 17/36 - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractsluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij, bijvoorbeeld als gevolg van een monopoliepositie; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. Aangezien de beheerder van de opslag van een wettelijk toegekende monopoliepositie geniet, dringt een toetsing aan het principe van de gekwalificeerde benadeling zich bijgevolg op. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van belangrijkste voorwaarden voor opslag gaat dat Fluxys Belgium aan de opslaggebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het standaard opslagcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 1.3.3.3. De bindende partijbeslissing Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten of beter aan de contractuele verbintenissen de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst op zijn minst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 1.3.3.4. Bepaald/bepaalbaar voorwerp De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen woorden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.6 6 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet-vertrouwelijk 18/36 1.3.3.5. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak Onder de miskenning van de algemeen verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 1.3.4. Wet op het taalgebruik De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. Niet-vertrouwelijk 19/36 2. ANTECEDENTEN In haar beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011 heeft de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend bij de CREG op 8 november 2011 en het bijhorende erratum ingediend op 21 november 2011, goedgekeurd. In haar beslissing (B)120920-CDC-1194 van 20 september 2012 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform van het Toegangsreglement voor Opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 10 juli 2012 onder de vorm van twee documenten, met name de begeleidende brief en de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform die deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, goedgekeurd. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 van 21 februari 2013 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van aanpassing van het toegangsreglement voor opslag (corpus en bijlagen B, C1, C2, H1, H2), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (corpus en bijlage 3) van Fluxys Belgium, ingediend op 24 januari 2013, goedgekeurd. In haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en het aangepaste glossarium van definities van Fluxys Belgium, ingediend op 11 april 2014, goedgekeurd. In haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 11 juni 2021, goedgekeurd. 2.1. EVOLUTIE VAN HET MARKTMODEL VOOR OPSLAG VAN GAS In het opslagmodel, zoals goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, werd rekening gehouden met de vraag van zowel de beheerder van de opslag als de netgebruikers en de eindklanten om ook voor langere termijn opslagcapaciteit te kunnen reserveren. Na raadpleging van de markt werd de volgende indeling weerhouden: - Lange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 400 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 4 en 10 jaar. - Middellange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 100 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 2 en 3 jaar. - Jaarlijkse Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 180 Mm³(n), de looptijd van de dienst bedraagt 1 jaar. De opslagdiensten werden toegewezen via de volgende allocatieprocedure: - De lange- en middellange termijndiensten worden toegewezen via een onderschrijvingsvenster (Subscription Window), waarvan de specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster vermeld worden in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWSC. Niet-vertrouwelijk 20/36 - De jaarlijkse opslagdiensten worden aan de geïnteresseerde opslaggebruikers toegewezen via een veiling (Veilingvenster of Auctioning Window). De specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster, waaronder het type van de veiling en de veilingprocedure worden beschreven in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWAC. Om alle potentiële gebruikers, netgebruikers en eindklanten, de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de inschrijvingsprocedure via een onderschrijvingsvenster, werd in overleg met de markt bepaald dat de middellange termijndiensten pas aan de markt aangeboden zouden worden vanaf het opslagjaar 2013 – 2014. In afwachting van de organisatie van een aangepast intekenvenster voor middellange termijndiensten werd de hiervoor voorziene capaciteit voorlopig, en voor de duur van 1 (opslag)jaar, toegevoegd aan de capaciteit die ter beschikking gesteld werd voor de jaarlijkse termijn. Het dienstenaanbod voor 2012 -- 2013 voorzag bijgevolg een volume van 400 Mm³(
- n)voor de lange termijndiensten en 280 Mm³(
- n)voor de jaarlijkse diensten. Bij het onderschrijvingsvenster voor de lange termijndiensten, dat liep van 21 november tot 16 december 2011, was de vraag naar lange termijn opslag bijzonder groot. Bij de toewijzing bleek dat de vraag het aanbod overtrof en dit voor de maximaal toegestane diensttijd, zodat alle beschikbare LTcapaciteit voor de maximumperiode van 10 jaar kon toegewezen worden. De betreffende marktpartijen zijn leveranciers die een vooraanstaande rol spelen bij de bevoorrading van de Noordwest-Europese markt voor aardgas. Op 25 januari 2012 heeft Fluxys Belgium een veiling georganiseerd voor het aanbieden van haar jaarlijkse opslagdiensten inclusief de capaciteit die voorzien is voor onderschrijving op middellange termijn. Het betrof hier een primeur voor het aanbieden en toewijzen van (een deel van) haar diensten. In totaal werd 280 Mm³(
- n)aangeboden, verdeeld over 120 689 standaard bundels (SBU). Fluxys Belgium is erin geslaagd de jaardiensten voor het opslagseizoen 2012-2013 succesvol aan de man te brengen en de beschikbare capaciteit volledig toe te wijzen aan het gereguleerd tarief. Vanaf het opslagseizoen 2013 – 2014 voorzag het opslagmodel, goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, dat middellange termijndiensten aangeboden werden aan de opslaggebruikers via een onderschrijvingsvenster. Het onderschrijvingsvenster voor de middellange termijndiensten liep van 19 oktober tot 9 november 2012. Tijdens dit onderschrijvingsvenster heeft Fluxys Belgium met succes alle opslagcapaciteit op middellange termijn verkocht. In totaal waren 100 Mm³(
- n)opslagvolume aangevuld met injectiecapaciteit en uitzendcapaciteit beschikbaar voor contracten met een looptijd van 2 tot 3 jaar, vanaf 15 april 2013. De volledige capaciteit kon toegewezen worden voor de maximaal toegestane diensttijd van 3 jaar. Aansluitend bij de succesvolle onderschrijving van middellange termijndiensten en analoog als bij het aanbieden en toewijzen van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het opslagseizoen 2012 – 2013, heeft Fluxys Belgium op 28 november 2012 een veiling georganiseerd voor de toewijzing van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het seizoen 2013 - 2014. Fluxys Belgium is er bij deze gelegenheid niet in geslaagd de beschikbare capaciteit succesvol toe te wijzen: slechts 48% van de beschikbare capaciteit kon toegewezen worden. Naar aanleiding van dit ongunstig resultaat was een evaluatie van het veilingproces gewenst. Als onderliggende redenen voor de onvolledige toewijzing van haar diensten heeft Fluxys Belgium zelf verwezen naar de rechtstreekse concurrentie met andere fysische opslagoperatoren in de buurlanden. Daarnaast beweerde Fluxys Belgium een additionele commerciële druk te ondervinden ten gevolge van virtuele flexibiliteit contracten die door verschillende partijen onder verschillende vormen aangeboden werden. Het feit dat een aanzienlijk deel van de jaarlijkse opslagcapaciteit niet kon toegewezen worden, had niet alleen gevolgen op financieel vlak. Het was een aanwijzing dat aanbod en vraag van diensten met betrekking tot het gebruik van het aardgasvervoersnet en de vervoersinstallaties in het algemeen, technisch-commercieel niet volledig op elkaar afgestemd waren. Niet-vertrouwelijk 21/36 Fluxys Belgium heeft daarop in overleg en in samenwerking met de CREG onderzocht welke korte termijn alternatieven konden ontwikkeld worden. In het voorstel van Fluxys Belgium werden de middellange termijndiensten met een looptijd van 2 tot 3 jaar niet langer aangeboden als een aparte dienst via een apart onderschrijvingsvenster, maar werden zij geïntegreerd in het pakket lange termijndiensten. Een andere vernieuwing had betrekking op het vastleggen van de beschikbare capaciteit voor de respectieve looptijden: het voorstel voorzag dat de hoeveelheden niet op voorhand vastgelegd worden in het dienstenprogramma voor opslag, maar dat de opdeling van de capaciteit, afhankelijk van de marktomstandigheden van het moment en in overleg met de betrokken partijen, kon bepaald worden via specifieke voorwaarden vastgelegd in de bijzondere voorwaarden (zogenaamde Terms and Conditions) die de onderschrijvingsvensters en de veilingvensters begeleiden. Via een marktraadpleging die liep van 8 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 heeft Fluxys Belgium de marktpartijen uitgenodigd deze voorstellen te bestuderen en hun opmerkingen dienaangaande kenbaar te maken. Op 24 januari 2013 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het standaard opslagcontract bij de CREG ingediend. Het voorstel dat op 24 januari 2013 ter goedkeuring aan de CREG werd voorgelegd voorzag een integratie van de middellange termijndiensten in de lange termijndiensten en de versoepeling van de wijze waarop de capaciteit wordt aangeboden aan de markt. De CREG was van oordeel dat de voorgestelde wijziging meer mogelijkheden gaf aan Fluxys Belgium om haar opslagdiensten te commercialiseren en dat het ruimere dienstenpakket ook de opslaggebruikers ten goede zou komen. In haar beslissing (B)130221CDC-1232 heeft de CREG beslist de aanvraag door Fluxys Belgium goed te keuren. Een belangrijke vaststelling betreft de dynamiek in de ontwikkeling van de markt voor flexibiliteitsdiensten voor aardgas. De reeds sterk gegroeide en zich nog steeds ontwikkelende handelsactiviteit op beurzen en handelsplatformen in de regio NW-Europa heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten waarop marktpartijen een beroep kunnen doen om hun portfolio in evenwicht te houden. Een gevolg van de gegroeide activiteit op de beurzen is namelijk de sterk gestegen liquiditeit van de aangeboden diensten, waardoor zich stabiele en betrouwbare prijsreferenties voor aardgas en aardgasderivaten ontwikkeld hebben. Marktpartijen hoeven in deze context niet noodzakelijk contracten af te sluiten die verplichtingen inhouden op middellange of lange termijn, maar kunnen op ieder ogenblik een afweging maken tussen valabele en vlot verhandelbare alternatieven die op korte termijn beschikbaar zijn, waardoor zij volop kunnen beroep doen op flexibiliteitsinstrumenten zonder te moeten beschikken over contractuele rechten op de onderliggende assets. Een aanvullende ontwikkeling op de markt, die eveneens gekoppeld is aan de opkomst van vrij toegankelijke handelsplaatsen, is dat producenten op deze platformen nadrukkelijk aanwezig zijn als marktpartij. Daarbij beschikken deze producenten over de mogelijkheid om niet enkel aanbieder te zijn van commodity (aardgas), maar kunnen zij zelf rechtstreeks producten aanbieden die tegemoetkomen aan de behoeften van de markt. Hierbij staat de rol van de traditionele midstreampartijen als tussenschakel en bemiddelaar tussen producent en leveranciers onder druk vermits de producent rechtstreeks onderhandelde met de doorverkopers. Producenten bieden diensten aan die een alternatief vormen voor de traditionele flexibiliteitsproducten gebaseerd op opslag. Omdat deze producten aangeboden worden zonder een beroep te doen op vast toegewezen fysische assets worden ze dikwijls omschreven als virtuele producten (virtual storage). Voor de eindgebruiker is er geen enkel onderscheid tussen de virtuele en de fysische producten, noch op het vlak van zekerheid, noch op het vlak van prijs. Op deze wijze hebben aardgasproducenten zich ontpopt tot concurrenten voor aanbieders van traditionele opslagdiensten. Door het feit dat de prijs van de commodity voor een groot deel bepaald wordt door de markt en niet noodzakelijk de productiekosten reflecteert beschikken producenten over de mogelijkheid producten te ontwikkelen die een competitief voordeel hebben tegenover aanbieders van opslag. Niet-vertrouwelijk 22/36 Een overzicht van de marktomstandigheden voor opslag kan niet voorbijgaan aan het regulatoir regime waaraan opslag van aardgas in België onderworpen is. De Belgische wet kent aan de opslag van aardgas een wettelijk monopolie toe en heeft Fluxys Belgium aangesteld tot beheerder van de opslag. België behoort hiermee tot een beperkte groep van landen in de EU die de onderschrijving van opslagdiensten voor aardgas onderworpen hebben aan een regime van gereguleerde toegang (rTPA), op basis van gereguleerde tarieven. In de meeste landen van de EU valt opslag onder een regime van onderhandelde toegang (nTPA) met meerdere aanbieders, waarbij zowel de contractuele voorwaarden als de tarieven deel uitmaken van onderhandelingen tussen de opslaggebruiker en de beheerder van de opslag. Het regulatoir regime dat in België van toepassing is, bepaalt verder dat de opslagdiensten dienen aangeboden te worden volgens een kostplus principe. Dit legt aan de beheerder van de opslag beperkingen op wat betreft de mogelijkheden om een echt op de markt afgestemd commercieel beleid te voeren. Omdat het wettelijk kader van de gaswet slechts in beperkte mate toelaat om het dienstaanbod te differentiëren op het vlak van tariefzetting, diende een oplossing gezocht te worden in een verdere flexibilisering van het dienstenaanbod: uitbreiding van de diensttermijnen, versoepeling van de samenstelling van de diensten en optimalisering van de operationele mogelijkheden door betere kennis van de geologie van de ondergrond. In werkgroep vergaderingen die hebben plaatsgevonden beginnend in december 2013 en verderlopend tot maart 2014 heeft Fluxys Belgium aan de vertegenwoordigers van de CREG voorstellen voorgelegd waarin de hogergenoemde principes uitgewerkt werden. Deze werkgroep vergaderingen hebben geleid tot het beter op elkaar afstemmen van de maatregelen die noodzakelijk zijn om het dienstenaanbod voor opslag te optimaliseren vanuit de marktwerking enerzijds en anderzijds vanuit de inpassing van de voorstellen in het wettelijk regelgevend kader anderzijds. Finaal werden voorstellen weerhouden die zich concentreerden op het marktpotentieel voor alternatieven voor opslag en opslagdiensten die het mogelijk maken opslag aan te bieden op innovatieve wijze en met een korte looptijd. Aansluitend heeft Fluxys Belgium op 11 april 2014 heeft een aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en glossarium van definities die deel uitmaken van de belangrijkste voorwaarden voor opslag bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Met het voorstel beoogde Fluxys Belgium voor haar opslagdiensten een verdere flexibilisering van het aanbod met een uitbreiding van de diensttermijnen, een versoepeling van de samenstelling van de diensten en een vereenvoudiging van de regels voor de toewijzing van de diensten. De CREG heeft met haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 deze wijzigingen goedgekeurd. Op 11 juni 2021 heeft Fluxys Belgium een voorlopig laatste aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag, ingediend. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op de invoering van een nieuw commercieel model voor het aanbod van de opslagdiensten, een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product, de introductie van nieuwe verkoopmechanismen, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen, een nieuwe startdatum van het opslagjaar en een aantal technische verbeteringen. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 deze wijzigingen goedgekeurd. Niet-vertrouwelijk 23/36 2.2. HET GEWIJZIGDE MARKTMODEL VOOR OPSLAG Sinds voornoemde beslissing van de CREG is de gasmarkt in zijn geheel heel sterk verder geëvolueerd. De context waarbinnen opslagdiensten worden aangeboden aan de marktspelers is het jongste decennia ingrijpend veranderd. Tot voor het jaar 2000 werden opslagfaciliteiten beheerd door actoren die tegelijk ook aardgas produceerden, transporteerden en verhandelden. Tijdens de eerste liberaliseringsgolf, tussen 2000 en 2010, werden deze activiteiten ontbundeld. Omdat gasopslagplaatsen niet alleen een economische waarde hebben maar ook belangrijk zijn voor het energiesysteem als zodanig, legde de overheid regels op. Die regels omvatten bijvoorbeeld verplichte vullingsgraden, om ervoor te zorgen dat de gasopslagplaats de leveringszekerheid bij incidenten kan helpen waarborgen. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is opslag een concurrentiële activiteit. De opslagsite in Loenhout concurreert met andere opslagsites in Noordwest-Europa. Naarmate de aardgasmarkten evolueerden naar liquide markten en de prijzen losgekoppeld werden van de olieprijzen, werd de verkoop van opslagcapaciteit steeds meer afhankelijk van de zomer-winter spreads op de gasmarkt. Die spread is het verschil tussen de aardgasprijs voor de komende zomer en de prijs voor de komende winter. Ligt die spread hoger dan de kosten voor opslag, dan overtreft de vraag naar opslagcapaciteit het aanbod. Naarmate de spread kleiner wordt, wordt het voor gasopslaggebruikers minder aantrekkelijk om aardgas op te slaan, wat het bedrijfsmodel voor opslaginstallaties onder druk zet. Volatiele zomer-winter spreads hebben de laatste jaren geresulteerd in onvoorspelbare verkopen voor Loenhout. Sinds 2010 kennen de spreads een dalende trend en gingen ze van 6 €/MWh naar 2 €/MWh. In de zomer van 2018 daalde de zomer-winterspread zelfs onder 1 €/MWh. Voor Loenhout leidde dat ertoe dat er – boven op de bestaande langetermijncontracten – geen extra korte termijn verkopen konden worden gerealiseerd. Toen de zomer-winterspread begin 2019 tot 3,8 €/MWh steeg, resulteerde dat voor het opslagseizoen 2019-2020 wel in extra verkopen. Een gelijkaardig fenomeen deed zich voor eind 2019 en begin 2020: toen de zomer-winterspread steeg tot 4,1 €/MWh kon de resterende opslagcapaciteit voor de gasopslagseizoenen 2020-2021 en 2021-2022 worden verkocht. Volgens alle vooruitzichten zullen de zomer-winterspreads erg onvoorspelbaar en volatiel blijven. Voor Fluxys Belgium blijft het dus elk jaar opnieuw afwachten of de gereguleerde toegelaten omzet kan worden gerealiseerd. Daar komt nog bij dat de markt eerder geneigd is capaciteit te kopen op de korte termijn: langetermijncontracten – tot 2022 nog goed voor 60 procent van de in Loenhout geboekte opslagcapaciteit - worden uitzonderlijk. De overgang van lange- naar korte termijncontracten kan voornamelijk worden toegeschreven aan de netwerkgebruikers die de focus steeds meer leggen op financiële optimalisatie, meer dan op zekerheid van gastoevoer. De gewijzigde marktomstandigheden zijn niet de enige uitdaging waar de gasopslag van Loenhout mee kampt. Omdat de gasopslag in de buurlanden van België anders of helemaal niet wordt gereguleerd, wordt Loenhout geconfronteerd met een aantal grote uitdagingen: - in de buurlanden worden gasopslagproducten doorgaans verkocht via veilingen waarbij soms hele lage reserveprijzen worden gehanteerd. De huidige regelgeving laat dit nog niet toe in België; - in Nederland en Duitsland staan de niet-gereguleerde opslagoperatoren met elkaar in concurrentie. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze spelers sinds enkele jaren een doorgedreven commerciële aanpak hebben ontwikkeld waardoor marktspelers nu kunnen kiezen uit een waaier van opslag- en flexibiliteitsproducten aangepast aan hun behoefte aan concurrentiële prijzen. De niet-gereguleerde opslagoperatoren hebben een Niet-vertrouwelijk 24/36 niet onoverkomelijke voorsprong opgebouwd wat betreft marktkennis en commerciële politiek; - in Frankrijk werd gekozen voor een gereguleerde aanpak. Opslagproducten worden aangeboden via veiling waarbij de reserveprijzen vrij te bepalen zijn. Het tekort aan inkomsten wordt gecompenseerd met een extra vergoeding op vervoerdiensten. Dit maakt dat de Franse opslagoperatoren zeer lage reserveprijzen kunnen hanteren bij de veiling van hun opslagdiensten ten nadele van hun naburige concurrenten in Duitsland en in België in het bijzonder. Hun inkomsten zijn immers altijd gegarandeerd. Het is duidelijk dat er hier geen sprake is van een gelijk speelveld met nadelige impact op de nietgereguleerde opslagoperatoren7. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor de leefbaarheid op langere termijn van de opslagsite Loenhout onder heel grote druk komt te staan. De Europese Commissie oordeelde op 28 juni 2021 dat een dergelijke vorm van staatsteun is toegelaten8. Om te overleven in een concurrentiële NW-Europese markt voor opslag en flexibiliteit, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG en de marktspelers een nieuwe commerciële aanpak ontwikkeld waarbij heel sterk wordt ingespeeld op de noden en behoeften van de marktspelers. Dit op basis van een doorgedreven proactieve opvolging van de gasmarkt in het algemeen en de markt voor flexibiliteit in het bijzonder. Deze nieuwe commerciële aanpak werd na overleg met de marktspelers vastgelegd in het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 deze wijzigingen goedgekeurd. 2.3. MARKTRAADPLEGING In uitvoering van de bepalingen van de Gasopslagverordening 2022/1032, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG een aantal wijzigingen doorgevoerd aan het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag, de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken, de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen, de afschaffing van de "standaard SBU" (inclusief de voorwaardelijke capaciteit), de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren en een aantal technische aanpassingen. Fluxys Belgium heeft de marktpartijen via een formele marktbevraging over de betreffende wijzigingen van het toegangsreglement voor opslag, meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F, het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract, inclusief het glossarium van definities, uitgenodigd om hun opmerkingen hieromtrent mee te delen. Deze marktbevraging liep van 30 augustus 2022 tot en met 19 september 2022. Fluxys Belgium heeft haar voorstellen tot aanpassing van voornoemde documenten toegelicht tijdens een informatiesessie op 13 september 2022. 7 Zie in dit verband het onderzoek van de Europese Commissie Steunmaatregel SA.49414 (2019/NN) — Hervorming van het wet- en regelgevende kader voor de opslag van gas in Frankrijk. Procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52020AS49414 8 Zie ook de beslissing van de Europese Commissie van 28 juni 2021: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/fr/IP_21_3281 Niet-vertrouwelijk 25/36 De CREG stelt vast dat door het organiseren van deze raadpleging, Fluxys Belgium voldoet aan de bepalingen die dienaangaande zijn voorzien in het huishoudelijk reglement van de directie van de CREG9. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium op de pagina “Marktbevragingen”. Het consultatierapport nummer 58 werd door Fluxys Belgium opgesteld en aan de CREG meegedeeld op 30 september 2022 en wordt in bijlage toegevoegd aan deze beslissing (bijlage 2). Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben twee marktpartijen gereageerd. Volgens Fluxys Belgium houdt het voorliggende voorstel rekening met de commentaren die ze van de marktpartijen ontvangen heeft. Voornoemde marktpartijen hebben bevestigd dat hun gemaakte commentaar en opmerkingen te beschouwen zijn als niet-vertrouwelijk. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden, en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op beide voorstellen te reageren. 2.4. INWERKINGTREDING In haar aanvraag tot goedkeuring heeft Fluxys Belgium aangegeven dat de wijzigingen, aangebracht in het toegangsreglement voor opslag, het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract, in werking zullen treden vanaf 1 april 2023, start van het volgende opslagjaar. Fluxys Belgium zal evenwel in de loop van de maand november 2022 starten met het aanbieden van haar opslagdiensten voor het komende opslagjaar 2023 – 2024 en zal bij deze gelegenheid de marktpartijen informeren over de nieuwe toepasselijke gereguleerde en door de CREG goedgekeurde documenten. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum waarop ze haar eerste aanbod van opslagdiensten organiseert, aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment als deze datum aan de netgebruikers wordt meegedeeld. 9 http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 26/36 3. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL Hierna wordt nagegaan of de wijzigingen die door Fluxys Belgium voorgesteld worden voor het toegangsreglement voor opslag (meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (inclusief het glossarium van definities), ingediend bij de CREG op 30 september 2022, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben twee markpartijen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen specifiek commentaar geleverd. Deze zullen behandeld worden in de puntsgewijze bespreking van de respectievelijke documenten. 3.1. HET VOORSTEL VAN STANDAARD OPSLAGCONTRACT Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 30 september 2022 ingediende voorstel tot wijziging van het standaard opslagcontract. Het corpus en de bijlage 1 van het standaard opslagcontract werden niet gewijzigd. 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden Artikel 16.3 Om te voldoen aan het in de gasopslagverordening 2022/1032 vastgelegde vultraject en vuldoelstelling, wordt bepaald dat de opslagdiensten onderschreven op jaarbasis niet kunnen worden opgezegd voor het betreffende opslagjaar. Indien de beheerder van de opslag vaststelt dat de opslaggebruiker zijn opslagdiensten niet gebruikt, en dat hierdoor de regel inzake de vuldoelstelling niet kan worden nageleefd in overeenstemming met artikel 2.7.4 van bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag, wordt de procedure voor het beheer van de vuldoelstelling toegepast voor de betrokken opslaggebruiker, zoals beschreven in artikel 3 van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag (zie verder in deze beslissing punt 3.2.5). De regels inzake opzeg voor wat betreft de opslagdiensten onderschreven op langere termijn, werden niet gewijzigd. De aanpassingen zijn een verduidelijking waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen opslagdiensten verkocht tegen een prijs die gelijk is aan of hoger dan de gereguleerde tarieven, en opslagdiensten die verkocht zijn tegen een prijs onder het gereguleerde tarief. Niet-vertrouwelijk 27/36 De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen betreffende deze aanpassingen en verduidelijkingen, en keurt deze wijzigingen bijgevolg goed. Artikel 16.5 Dit artikel werd ingevoegd en bepaalt de regels van toepassing indien de beheerder van de opslag de opslagdiensten van de opslaggebruiker moet verminderen in toepassing van de bepalingen van artikel 3 van bijlage F van het Toegangsreglement voor opslag. In dat geval past de beheerder van de opslag een opzegvergoeding toe die overeenstemt met 100% van de bedragen die nog gefactureerd moeten worden voor dergelijke ongebruikte opslagdiensten indien de diensten verkocht worden aan een prijs gelijk aan of hoger dan de gereguleerde tarieven. Wanneer de diensten zijn verkocht tegen een prijs onder de gereguleerde tarieven, dan is de opzegvergoeding gelijk aan de hoeveelheid diensten die nog moet worden gefactureerd maal de gereguleerde tarieven. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage 2 van het standaard opslagcontract en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities De definities van de nieuwe begrippen: ‘Huidige Vultraject Doelstellingen’, ‘Seizoensgebonden Opslagvolume’, ‘Straf Regeling’, ‘Vuldoelstelling’, ‘Vuldoelstelling Boete’, ‘Vultraject’ en ‘Vultraject Boete’ werden toegevoegd. Deze nieuwe begrippen hebben betrekking op de invoering van bepalingen in uitvoering van de gasopslagverordening 2022/1032. Een aantal definities van begrippen die niet langer gebruikt worden in de regulatoire documenten voor opslag, zijn uit de definitielijst verwijderd. Dit is een gevolg van de afschaffing van de "standaard SBU" inclusief voorwaardelijke capaciteit. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage 3 glossarium van definities van het standaard opslagcontract en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 28/36 3.2. HET VOORSTEL VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR OPSLAG 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten Het punt 4.4 ‘Straf Regeling’ werd toegevoegd. Indien de beheerder van de opslag een "Vuldoelstelling Boete" of een "Vultraject Boete" moet toepassen, wordt een maandelijkse regeling uitgevoerd in contanten waarbij de dagelijkse regelingen voor de betrokken periode worden opgeteld. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage B van het toegangsreglement voor opslag, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. 3.2.2. Bijlage C1 – Onderschrijving en toewijzing van diensten - algemeen Onder punt 2.2.2 worden de SBU’s omschreven. Dit punt wordt aangepast als gevolg van de afschaffing van de "standaard SBU" inclusief de voorwaardelijke capaciteit. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.3. Bijlage C2 – Onderschrijving en toewijzing van diensten – Primaire markt Onder punt 2 wordt met behulp van een schema op overzichtelijke wijze aangegeven welke de toewijzingsmechanismen zijn die Fluxys Belgium in het kader van haar huidig marktmodel zal kunnen gebruiken bij het aanbieden van haar diensten aan de markt. Punt 2.2.1 ‘Aanvraag voor Diensten’ bepaalt hoe de opslaggebruiker een deelnemer kan worden tot een onderschrijvingsvenster voor opslagdiensten door zich te registreren als deelnemer in overeenstemming met de relevante TCSW. De beheerder van de opslag zal in deze fase niet langer vragen om een minimum lot grootte op te geven. Punt 2.3 bevat de bepalingen en regels met betrekking tot de organisatie van een veilingvenster: onder meer de bepalingen inzake de registratie, het veilingprincipe, training en praktische instructies, en het veilingproces. Punt 2.3.4.2.5 omvat de toewijzingsregels. Deze zijn gewijzigd in die zin dat niet langer prioriteit wordt gegeven aan opslaggebruikers die onderschrijven met de langste periode. De deelnemer met de hoogste combinatie aangevraagde bieding hoeveelheid maal bieding prijs maal periode, heeft voorrang bij de toewijzing van de aangeboden opslagdiensten. Ook worden de niet-vervullingsregels toegevoegd. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 58 geen opmerkingen geformuleerd. Niet-vertrouwelijk 29/36 De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage C2 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.4. Bijlage D1 – Operating Procedures Het doel van dit deel is om alle operationele procedures te beschrijven die vereist zijn voor het correcte en optimale gebruik van de opslagdiensten. Dit deel bevat informatie over de toepasselijke operationele regels, procedures, bepalingen, voorschriften, voorwaarden en communicatiemiddelen die het aanbod en het gebruik van opslagdiensten regelen tussen de beheerder van de opslag en de opslaggebruikers. Deze bijlage werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben de afschaffing van de ‘Standaard SBU’, inclusief de voorwaardelijke capaciteit en de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren. Punt 2.7 omvat de regels inzake gas op voorraad. Punt 2.7.4 ‘Gas op Voorraad op 1 november – Vuldoelstelling regel’ - bepaalt dat de opslaggebruikers, die seizoensgebonden opslagdiensten hebben onderschreven, ervoor moeten zorgen dat de ‘Gas op Voorraad op 1 november’ niet minder is dan de vuldoelstelling toegepast op de opslaggebruiker seizoensgebonden opslag volume. In het geval dat de opslaggebruiker niet is staat is om te voldoen aan deze regel, zullen de bepalingen van bijlage F van het toegangsreglement voor opslag van toepassing zijn, d.w.z. dat de opslaggebruiker een deel van zijn diensten verliest terwijl hij minstens de gereguleerde tarieven voor de resterende dienstperiode betaalt. Punt 2.7.5 ‘Gas op Voorraad Traject – Vultraject regel’ – bepaalt dat tussen mei en februari de opslaggebruikers die seizoensgebonden opslagdiensten hebben onderschreven er gezamenlijk voor zorgen dat de som van hun gas op voorraad niet minder is dan de huidige vultraject doelstelling toegepast op de som van hun seizoensgebonden opslagvolumes. Indien de som van het gas op voorraad niet voldoet aan de vultraject regel, analyseert de beheerder van de opslag het gas op voorraad van elk opslaggebruiker. Indien het gas op voorraad van één van deze opslaggebruikers lager is dan de huidige vultraject doelstelling, betaalt de betrokken opslaggebruiker een dagelijkse boete berekend volgens de onder dit punt opgenomen formule. De marktpartijen hebben naar aanleiding van raadpleging nummer 58 de volgende opmerkingen geformuleerd: - Een partij merkte op dat in plaats van het gas op voorraad van elke shipper afzonderlijk te controleren, het de markt meer flexibiliteit zou bieden om het algemene niveau van de opslaginstallatie te controleren om de naleving van de regel inzake het vultraject te beoordelen. Aangezien het vultraject in de gasopslagverordening 2022/1032 op het niveau van de lidstaat en niet per opslaggebruiker wordt gedefinieerd, gaat Fluxys Belgium akkoord met dit voorstel en werd de bepaling inzake het vultraject in die zin aangepast. Voor alle duidelijkheid: het blijft de verantwoordelijkheid van de opslaggebruikers om erop toe te zien dat zij collectief de regel inzake het vultraject naleven. Het blijft immers de verantwoordelijkheid van elke opslaggebruiker om ervoor te zorgen dat zijn gas op voorraad in lijn is met de doelstelling van het vullingstraject die op zijn seizoensgebonden opslagvolume wordt toegepast. - Een marktpartij stelde voor om de het percentage voor de berekening van de boete, indien de doelstellingen van het vultraject niet worden gehaald, te verlagen naar 5% van de ZTP DA-prijs in plaats van 10%. Niet-vertrouwelijk 30/36 Aangezien het vultraject een rol speelt in de Europese bevoorradingszekerheid, vindt Fluxys Belgium het belangrijk dat er een sterke stimulans is voor opslaggebruikers om de opslaginstallatie volgens het opgelegde vultraject te vullen. Gelet op de tolerantie van 5% die op het vultraject wordt toegepast, stelt Fluxys Belgium voor het niveau van de boete te houden op 10%. - Een marktpartij benadrukt dat het van cruciaal belang is dat de vuldoelstellingen en vultrajecten worden gevalideerd en gepubliceerd voordat opslagcapaciteit voor een bepaald opslagjaar wordt aangeboden. Netgebruikers zouden alle technische beperkingen voorhanden moeten hebben alvorens opslagdiensten aan te kopen. Fluxys Belgium begrijpt dit standpunt en de noodzaak om zicht te hebben op de toekomstige beperkingen. Fluxys Belgium moet echter ook rekening houden met de behoeften van de opslagmarkt. Indien potentiële opslaggebruikers de bereidheid uiten om opslagcapaciteit te kopen, behoudt Fluxys Belgium zich het recht voor om een deel of de volledige opslagcapaciteit te commercialiseren, ook al is het vullingstraject nog niet officieel gepubliceerd. Fluxys Belgium zal op zijn website het voorstel voor een vultraject publiceren zoals dat door België wordt meegedeeld op 15 september van elk jaar. - Een marktpartij merkt op dat Fluxys voorstelt om een vuldoelstelling in te voeren (voorheen omschreven als de "GIS 90%-regel"), plus doelstellingen voor het vultraject tussen mei en februari voor elk opslagjaar. Hoewel deze maatregelen ervoor zouden zorgen dat de opslag voldoet aan de gasopslagverordening 2022/1032 betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening (EU), kunnen ze ook het gebruik van de opslag beperken. Deze beperkingen zullen het grootst zijn rond de data met de vuldoelstellingen, in een ZTP-zone die al weinig flexibel is, vooral met de nieuwe lagere balanceringsmarktdrempels die sinds 1 september 2022 van kracht zijn geworden. Fluxys stelt dat het voorstel inzake het vultraject is ontworpen met een dubbel doel voor ogen: