(B)2489 9 maart 2023 Beslissing inzake de modernisering van een verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK] gelegen op de site te [VERTROUWELIJK] (vervanging van de hoofdvermogenschakelaars aan de secundaire zijde van de 150kV/6kV hoogspanningstransformator ) Artikel 4.1(a)(iii) van de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. WETTELIJK EUROPEES KADER .................................................................................................. 4 1.2. NATIONAAL WETTELIJK KADER ............................................................................................... 6 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 10 2.1. ALGEMEEN............................................................................................................................. 10 2.2. RAADPLEGING ....................................................................................................................... 10 BEOORDELING ............................................................................................................................... 11 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 13 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 15 Niet-vertrouwelijke versie 2/15 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 4.1(a)(iii) van de Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers, de analyse van de NV Elia Transmission Belgium in verband met de substantiële modernisering van een verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK], met zetel te [VERTROUWELIJK], gelegen op de site te [VERTROUWELIJK]. Deze analyse werd door de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) per brief van 12 oktober 2022, ontvangen op dezelfde datum, bij de CREG ter beslissing ingediend. De Algemene Directie Energie heeft haar advies dd. 6 december 2022 aan de CREG bezorgd per e-mail op 12 december 2022 overeenkomstig artikel 162, §3, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. De CREG heeft een niet-openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing georganiseerd van 8 december 2022 tot 5 januari 2023. Het directiecomité van de CREG heeft deze beslissing over de analyse van de NV Elia Transmission Belgium in verband met de substantiële modernisering van een verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK], ingediend in het Frans door Elia per brief van 12 oktober 2022, genomen tijdens zijn vergadering van 9 maart 2023. Niet-vertrouwelijke versie 3/15 WETTELIJK KADER 1.1. WETTELIJK EUROPEES KADER Artikel 4 van de Europese netcode DCC luidt als volgt: “Toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die worden gebruikt om diensten voor vraagsturing te leveren. 1) De eisen van deze verordening zijn niet van toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt of kunnen worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of relevante TSB te leveren, tenzij: een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een bestaande transmissiegekoppelde distributie-installatie, een bestaand distributiesysteem of een bestaande verbruikseenheid binnen een verbruiksinstallatie op een spanningsniveau van meer dan 1 000 V of een gesloten distributiesysteem met een spanningsniveau van meer dan 1 000 V zodanig is aangepast dat de desbetreffende aansluitovereenkomst ingrijpend moet worden herzien overeenkomstig de onderstaande procedure: i. eigenaren van verbruiksinstallaties, DSB's of GDSB's die van plan zijn een installatie te moderniseren of apparatuur te vervangen op een wijze die effect heeft op de technische mogelijkheden van de transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, de transmissiegekoppelde distributie-installatie, het distributiesysteem of de verbruikseenheid, stellen de relevante systeembeheerder hiervan van tevoren in kennis; ii. wanneer de relevante systeembeheerder oordeelt dat de modernisering of vervanging van apparatuur van zulke omvang is dat een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is, stelt de systeembeheerder de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat daarvan in kennis; en iii. de desbetreffende regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat besluit of de bestaande aansluitovereenkomst moet worden herzien, dan wel of een nieuwe aansluitovereenkomst vereist is en welke eisen van deze verordening van toepassing zijn; of een regulerende instantie of, indien van toepassing, een lidstaat besluit een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een bestaande transmissiegekoppelde distributie-installatie, een bestaand distributiesysteem of een bestaande verbruikseenheid laten voldoen aan alle of aan bepaalde eisen van deze verordening, op basis van een overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 ingediend voorstel van de relevante TSB. 2) Voor de toepassing van deze verordening wordt een transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een transmissiegekoppelde distributie-installatie, een distributiesysteem of een verbruikseenheid die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem wordt gebruikt of kan worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of een relevante TSB te leveren, als bestaand beschouwd, indien: deze voorziening op de datum van inwerkingtreding van deze verordening reeds met het net is gekoppeld; of de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van de belangrijkste verbruiksapparaten of de verbruikseenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB stelt de relevante Niet-vertrouwelijke versie 4/15 systeembeheerder en de relevante TSB binnen een termijn van 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de sluiting van dit contract. De door de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB of de GDSB aan de relevante systeembeheerder en de relevante TSB toegezonden kennisgeving bevat ten minste de volgende elementen: de benaming van het contract, de datum van ondertekening en de datum van inwerkingtreding, en de specificaties van de te bouwen, te assembleren of aan te kopen belangrijkste verbruiksapparaten of verbruikseenheid. Een lidstaat kan erin voorzien dat de regulerende instantie in gespecificeerde omstandigheden kan bepalen of de transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, de transmissiegekoppelde distributie-installatie, het distributiesysteem of de verbruikseenheid als bestaand dan wel als nieuw moet worden beschouwd. 3) Na een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 9 en teneinde een antwoord te bieden op significante werkelijke wijzigingen van omstandigheden, zoals de ontwikkeling van systeemeisen, inclusief de penetratie van hernieuwbare energiebronnen, slimme netwerken, gedistribueerde productie of vraagsturing, kan de relevante TSB aan de betrokken regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat voorstellen de toepassing van deze verordening uit te breiden tot bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of een relevante TSB te leveren. Daartoe wordt overeenkomstig de artikelen 48 en 49 een grondige en transparante kwantitatieve kosten-batenanalyse uitgevoerd. De analyse omvat de volgende elementen: de kosten om bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden in overeenstemming te brengen met deze verordening; de sociaaleconomische baten van toepassing van de eisen van deze verordening; en de mogelijkheid om met alternatieve maatregelen de vereiste prestatie te bereiken. 4) Alvorens de in lid 3 bedoelde kwantitatieve kosten-batenanalyse te ondernemen: voert de relevante TSB een voorbereidende kwalitatieve vergelijking uit van de kosten en baten; en verkrijgt de relevante TSB de goedkeuring van de relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat. 5) De relevante regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat neemt een besluit betreffende de uitbreiding van de toepassing van deze verordening tot bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributieinstallaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden, en wel binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van het verslag en de aanbeveling van de relevante TSB overeenkomstig artikel 48, lid 4. Het besluit van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat wordt gepubliceerd. Niet-vertrouwelijke versie 5/15 6) De relevante TSB houdt rekening met de legitieme verwachtingen van de eigenaren van verbruiksinstallaties, de DSB's en GDSB's bij de afweging inzake de eventuele toepassing van deze verordening op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden. 7) De relevante TSB kan de toepassing van sommige of alle bepalingen van deze verordening op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen of bestaande verbruikseenheden om de drie jaar in overweging nemen overeenkomstig de in de leden 3 tot en met 5 bedoelde eisen en procedure.” De artikelen 4.1(
- a)en 4.2 van de Europese netcode DCC zijn relevant in deze context aangezien het de modernisering betreft van een individuele bestaande verbruiksinstallatie. Artikel 4.1(
- b)en artikelen 4.3 tot 4.7 zijn daarentegen slechts relevant in de context van een vraag vanwege Elia naar uitbreiding van de toepassing van de Europese netcode DCC op een categorie van bestaande installaties, wat hier niet het geval is. 1.2. NATIONAAL WETTELIJK KADER Wat betreft de aansluitingsaanvragen met betrekking tot de installaties van de gebruikers van het transmissienet die werden gemoderniseerd, werd het interne wettelijke kader geregeld door enerzijds de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de "elektriciteitswet") en anderzijds door het koninklijk besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna het "federaal technisch reglement"), met name de artikelen 159, 161 en 162. Ten gevolge van de wetswijzigingen ingevoerd door de wet van 21 juli 2021, geeft het nieuwe artikel 11 §2 van de Elektriciteitswet de CREG de exclusieve bevoegdheid om de berekeningsmethoden voor de vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot de nationale netten1, de voorwaarden voor de levering van balanceringsdiensten2 en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en het beheer van congestie3, goed te keuren. De CREG heeft bij beslissing van 20 oktober 20224 de eerste gedragscode voor het beheer van het transmissienet voor elektriciteit opgesteld, die een deel van het federaal technisch reglement vervangt. Dat voorziet in een overgangsbepaling in artikel 244 die bepaalt dat: "Elk verzoek om aansluiting, elk verzoek om het statuut van evenwichtsverantwoordelijke te verkrijgen, en elk verzoek om toegang dat vóór de inwerkingtreding van deze gedragscode wordt ingediend overeenkomstig de artikelen 148 tot 153, 217 tot 218 en 189 tot 190 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wordt behandeld volgens de voornoemde procedures van dat koninklijk besluit. Dit doet geen afbreuk aan de overige overgangsbepalingen van deze titel." Deze overgangsbepaling strekt ertoe dat aansluitingsaanvragen die vóór de inwerkingtreding van de gedragscode zijn ingediend, verder kunnen worden behandeld volgens de procedures van het federaal technisch reglement. 1 Art. 23 46° nieuwe elektriciteitswet Art. 23 47° nieuwe elektriciteitswet 3 Art. 23 48° nieuwe elektriciteitswet 4 Beschikbaar op https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2409Annex1.pdf 2 Niet-vertrouwelijke versie 6/15 Aangezien de moderniseringsstudie van 22 augustus 2022, waarin Elia meent dat de betrokken wijziging een impact heeft op het aansluitingscontract, bij brief van 12 oktober 2022, dus vóór de inwerkingtreding van de gedragscode, aan de CREG werd voorgelegd, zijn de desbetreffende bepalingen van het federaal technisch reglement erop van toepassing. De artikelen 71, §1, 159, 161 en 162 van het federaal technisch reglement bepalen in verband met substantiële modernisering wat volgt: “Art. 71. § 1. Eén of meerdere in deze titel vastgestelde technische eisen zijn ook toepasselijk op de aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid, 8 en 9, nadat een van de hierna beschreven specifieke procedures is toegepast: 1° in geval van substantiële modernisering van de elektriciteitsproductie-eenheden van de types C of D, de verbruiksinstallaties, de HVDC-systemen of de op gelijkstroom aangesloten power park modules, overeenkomstig artikel 4.1, a), de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, of de elektriciteitsproductie-eenheden van de type B of de asynchrone opslagpark waarvan de procedure is voltooid of vastgesteld in de artikelen 161 tot en met 163; 2° wanneer de commissie beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel op te leggen overeenkomstig de procedure die wordt beschreven in de artikelen 4.1, b), en 4.3 tot 4.5 van de Europese netwerkcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, op een categorie van aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid en 8; 3° wanneer de commissie beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel toe te passen op een categorie van elektriciteitsproductie-eenheden van type B of op een categorie van asynchrone opslagparken beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 7, eerste lid, 8 en 9; 4° wanneer een Europese netwerkcode voorziet in de toepassing van bepaalde technische eisen op bestaande aansluitingsinstallaties of bestaande installaties van transmissienetgebruikers.” “Art. 159. § 1. Zo spoedig mogelijk maar ten laatste binnen de twintig werkdagen vanaf de ontvangst van de behoorlijk ingevulde aansluitingsaanvraag in de zin van artikel 151 deelt de transmissienetbeheerder aan de aanvrager het resultaat van de evaluatie van de geringe aard van zijn aansluitingsaanvraag mee, wanneer het een wijzigingsverzoek betreft. In verband hiermee, wanneer de aanvrager een wijziging van zijn aansluiting of van een installatie beoogt, zoals bedoeld in artikel 148, beoordeelt en motiveert de transmissienetbeheerder de eventueel geringe aard van deze wijziging. Wordt er geoordeeld dat het om een geringe wijziging gaat, dan kan de transmissienetbeheerder: 1° de beoogde wijzigingen goedkeuren zonder dat welke andere formaliteiten ook moeten worden vervuld en zonder wijziging van het aansluitingscontract van de transmissienetgebruiker; 2° een wijziging van zijn aansluitingscontract voorstellen aan de betrokken transmissienetgebruiker om de geringe aard van de wijziging te omkaderen, in voorkomend geval met het sluiten van een bijlage bij dit contract. De wijzigingen aan het aansluitingscontract bedoeld in 2° ontslaat de betrokken transmissienetgebruiker niet, in dit geval, van het bekomen vanwege de transmissienetgebruiker van de bedrijfsvoeringsnotificatie van de conformiteit van zijn Niet-vertrouwelijke versie 7/15 aansluiting of van zijn installaties, overeenkomstig met de regels bepaald in titel 4 van Boek 2 van Deel 3 en de toepasselijke wetgeving. De transmissienetbeheerder brengt de commissie op de hoogte van de beslissing die in verband met de geringe aard van de wijziging is genomen. § 2. Is de beoogde wijziging niet van geringe aard, dan stelt de transmissienetbeheerder aan de betrokken transmissienetgebruiker voor, binnen de termijn bepaald in § 1, eerste lid, dat het vervolg van de procedure verloopt bij toepassing van de artikelen 160 tot en met 163. In dit geval bestelt de betrokken transmissienetgebruiker de uitvoering van de detailstudie, met inbegrip van, in voorkomend geval, het luik modernisering van deze studie zoals bedoeld in artikel 161, en neemt hij de kosten daarvan voor zijn rekening. “ “Art. 161. § 1. Bij de uitvoering van de detailstudie zoals bedoeld in artikel 160, § 3, en indien de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een wijziging van installaties van de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 4.1.,a), beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, § 7, lid 1 en § 8, respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC en HVDC, dan onderzoekt de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze of deze wijziging binnen het toepassingsgebied van voornoemd artikel 4.1., a), valt. In dat kader zijn de analysecriteria zoals vastgesteld in artikel 162, §§ 1 en 2, van toepassing. De in artikel 160, § 3, bedoelde detailstudie vermeldt de resultaten van dit onderzoek en, in voorkomend geval, de beslissing van de commissie overeenkomstig artikel 4.1.,a), iii), van de Europese netwerkcode RfG, de Europese netwerkcode DCC en de Europese netwerkcode HVDC. § 2. Bij het uitvoeren van detailstudie bedoeld in artikel 160, § 3, wanneer de aansluitingsaanvraag betrekking heeft op een wijziging van een asynchroon opslagpark of een energie-opwekkingseenheid van het type B, beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 35, §§ 8 en 9, onderzoekt de transmissienetbeheerder op gedetailleerde wijze of deze een substantiële modernisering uitmaakt of een vervanging van de uitrusting in de asynchrone opslagparkvoorziening of de elektriciteitsopwekkingseenheid van type B, van die aard dat hun technische capaciteiten zijn aangepast. In dat kader zijn de analysecriteria zoals vastgesteld in artikel 162, §§ 1 en 2 van toepassing. Indien de transmissiesysteembeheerder van mening is dat de omvang van de modernisering of vervanging van de uitrustingen van dien aard is dat een nieuw aansluitingscontract vereist is, stelt hij de commissie daarvan in kennis. De commissie beslist of het bestaande aansluitingscontract moet worden herzien of dat een nieuw aansluitingscontract vereist is en stelt de eisen van dit besluit vast die van toepassing zijn op die asynchrone opslagpark of elektriciteitsproductie-eenheid van het type B. In de in artikel 160, § 3, bedoelde detailstudie worden de resultaten van dit onderzoek en, in voorkomend geval, het besluit van de commissie uit hoofde van deze paragraaf vermeld. § 3. In de gevallen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 worden de in artikel 160, § 3, vastgestelde termijnen opgeschort tot op het einde van de procedure die wordt beschreven in artikel 4.1., a), respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC en HVDC of tot het einde van de in paragraaf 2 bedoelde procedure.” “Art. 162. § 1. Het moderniseringsluik van deze detailstudie, met name de moderniseringsstudie zoals bedoeld in artikel 161, evalueert op gedetailleerde wijze de beoogde wijzigingen ten opzichte van de hierna genoemde elementen: Niet-vertrouwelijke versie 8/15 1° elke wijziging van technologie als gevolg waarvan de nominale productie van de elektriciteitsproductie-eenheid type B of de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode RfG, of een bestaande DC-aangesloten power park module bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode HVDC, op een manier dat de betrokken eenheid de hogere drempel naar het type C of D overschrijdt; 2° de omvang van de toename van de nominale productie van de betrokken elektriciteitsproductie-eenheid type B of de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode RfG of van de toename van het vermogen het betrokken HVDC-systeem module bedoeld in artikel 4.1 van de Europese netwerkcode HVDC, of van een asynchroon opslagpark; 3° de vernieuwing van één of meerdere essentiële technische elementen van een installatie van de netgebruiker bedoeld in artikel 4.1 van respectievelijk de Europese netwerkcode RfG, DCC en HVDC of een asynchroon opslagpark. Het plaatsen van identieke reserveonderdelen door de vervoergebruiker in zijn installaties wordt niet beschouwd als de vernieuwing van een of meer essentiële technische elementen van die installaties. § 2. De transmissienetbeheerder ontwikkelt richtsnoeren voor de toepassing van artikel 4.1. respectievelijk van de Europese netwerkcode RfG, DCC en HVDC, van artikel 161, § 2, en voor de toepassing van paragraaf 1. Hij stelt de commissie de eerste keer voor advies in kennis uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. § 3. Wanneer de transmissienetbeheerder een kennisgeving aan de commissie doet overeenkomstig artikel 4.1. van respectievelijk de Europese netwerkcodes RfG, DCC, HVDC, artikel 161, § 2, derde lid, en op grond van paragraaf 2, maakt hij een kopie voor advies over aan de Algemene Directie Energie. Zij stuurt haar advies binnen een maand naar de commissie en naar de transmissienetbeheerder.” Niet-vertrouwelijke versie 9/15 ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN Elia heeft haar analyse in verband met de substantiële modernisering van een verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK] bezorgd per brief van 12 oktober 2022, ontvangen op dezelfde datum. De Algemene Directie Energie heeft haar advies aan de CREG bezorgd per e-mail op 22 december 2022 overeenkomstig artikel 162, §3, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Het directiecomité van de CREG heeft een ontwerpbeslissing (B)2489 over de analyse van Elia genomen tijdens zijn vergadering van 8 december 2022 (zie onder 2.2). 2.2. RAADPLEGING Het directiecomité van de CREG besliste, op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement5, in het kader van de huidige beslissing, om, met toepassing van artikel 41 van zijn huishoudelijk reglement, als uitzondering op de openbare raadpleging die de regel vormt, een nietopenbare raadpleging te organiseren van [VERTROUWELIJK] en Elia over de ontwerpbeslissing (B)2489 van 8 december 2022, aangezien de voorgenomen beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor hen. De raadplegingsperiode bedroeg vier weken. De CREG heeft op 14 december 2022 een antwoord ontvangen van [VERTROUWELIJK] en op 5 januari 2023 van Elia. Zij maakten daarin geen inhoudelijke opmerkingen bij de voormelde ontwerpbeslissing. 5 Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen eraan werden respectievelijk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 december 2015 en van 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 10/15 BEOORDELING De procedure inzake substantiële modernisering vervat in artikel 4.1(
- a)van de Europese netcode DCC is van toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt of kunnen worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan een relevante systeembeheerder of relevante TSB te leveren op een spanningsniveau van meer dan 1000 V. In voorkomend geval vormt de betrokken installatie van [VERTROUWELIJK] die gemoderniseerd wordt, een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie. De installatie betreft de staalproductie-vestiging van [VERTROUWELIJK] die rechtstreeks aangesloten is op het 150 kV-transmissienet en vormt derhalve een “installatie die elektriciteit verbruikt en via één of meer aansluitpunten met het transmissie- of distributiesysteem is verbonden” oftewel een “verbruiksinstallatie” in de zin van artikel 2, tweede lid,
(1), van de Europese netcode DCC. Deze installatie was bovendien reeds aangesloten op het transmissienet op de datum van inwerkingtreding van de Europese netcode DCC (7 september 2016) en maakt derhalve een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie uit in de zin van de artikelen 2, tweede lid,
(2), en 4.2, van de Europese netcode DCC. Er is sprake van de vervanging van de 6 kV hoofdvermogenschakelaars aan de secundaire zijde van de hoogspanningstransformator (150kV/6kV) (hierna: stroomonderbrekers) gesitueerd in de verbruiksinstallatie en derhalve van een aanpassing van de verbruiksinstallatie. Deze verbruiksinstallatie bevat overigens mogelijks ook een verbruikseenheid die kan worden gebruikt voor diensten van vraagsturing. [VERTROUWELIJK] heeft haar voornemen om de installatie te wijzigen aan Elia meegedeeld op 25 mei
- [VERTROUWELIJK] heeft Elia eveneens meegedeeld dat de stroomonderbrekers niet vervangen zullen worden door identieke reserveonderdelen zoals gedefinieerd in de richtsnoeren, getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw federaal technisch reglement van 22 april 2019” (versie 02.04.2021). Elia is van mening dat deze wijziging een invloed heeft op het aansluitingscontract en heeft haar moderniseringsstudie van 22 augustus 2022 aan de CREG bezorgd per schrijven van 12 oktober 2022 (bijlage 1). Meer bepaald is Elia van mening dat in voorliggend geval sprake is van een gedeeltelijke substantiële modernisering van de bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK] overeenkomstig de richtsnoeren, getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw federaal technisch reglement van 22 april 2019” (versie 02.04.2021)”, die Elia op 2 april 2021 bekend maakte op haar website. Deze richtlijnen kwamen tot stand onder meer na advies van de Algemene Directie Energie en de CREG
- Elia is meer bepaald van mening dat de volgende eisen voor nieuwe installaties uit de Europese netcode DCC en het federaal technisch reglement op het nieuwe vervangstuk (de nieuwe stroomonderbreker) toepassing moeten vinden: 6 Advies (A)2148 van 7 januari 2021 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van 9 september 2020 getiteld “Substantiële modernisering: richtlijnen voor het definiëren van ‘substantiële modernisering’ in het kader van het nieuw Federaal technisch reglement van 22 april 2019”, www.creg.be. Niet-vertrouwelijke versie 11/15 - Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 2 van het federaal technisch reglement, d.w.z. alle artikelen gaande van artikel 72 tot 80, - alle bepalingen van de Europese netcode DCC. De CREG merkt op dat dit concreet volgens Elia betekent dat het nieuwe vervangstuk moet voldoen aan alle vereisten in de Europese netcode DCC en de artikelen 72 tot 80 van het federaal technisch reglement die voor stroomonderbrekers van toepassing zijn en geen beperkend element mag vormen met betrekking tot de toekomstige conformiteit van de gehele installatie (in het geval dat in de toekomst alle bestaande elementen worden vervangen). Elia is van mening dat Bijlage 1 van het aansluitingscontract met [VERTROUWELIJK], waaruit momenteel blijkt dat een aantal stroomonderbrekers niet voldoen en aan vervanging toe zijn, moet worden aangepast om deze technische eisen te verankeren na beslissing van de CREG. Bijlage 8 van het aansluitingscontract werd alvast gewijzigd, in afwachting van de beslissing van de CREG, om [VERTROUWELIJK] te wijzen op de lopende procedure die kan leiden tot de toepassing van nieuwe technische eisen. De CREG kan akkoord gaan met de gedeeltelijke substantiële modernisering om de volgende redenen. Ten eerste is de conformiteit van een nieuw vervangstuk met de toepasselijke wetgeving op het ogenblik van de vervanging volgens de CREG een principe dat opgaat voor de vervanging van onderdelen voor elk installatietype en het logische gevolg van de aangepaste regelgeving. Het valt bovendien te verwachten dat nieuwe onderdelen die op de markt worden aangeboden sowieso aan de nieuwe normen zullen voldoen (zie ook CREG Advies (A)2148, paragraaf 24, vermeld in voetnoot 2). Ten tweede ziet de CREG op basis van de informatie waarover ze nu beschikt geen reden om de conformiteit van de volledige verbruiksinstallatie (‘gehele substantiële modernisering’) te vereisen bij de vervanging van een stroomonderbreker aangezien Elia de noodzaak of baten hiervan niet heeft aangetoond. De CREG sluit zich daarom aan bij het voorstel van Elia dat het nieuwe vervangstuk geen beperking mag vormen voor een volledige conformiteit van de verbruiksinstallatie indien later andere onderdelen worden vervangen. De CREG stelt vast dat ook de Algemene Directie Energie de analyse van Elia deelt (cf. advies van de Algemene Directie Energie, ontvangen per e-mail op 22 december 2022). De CREG begrijpt dat Elia, om de reden uiteengezet in paragraaf 8 van deze beslissing, ervoor kiest om geen limitatieve lijst van artikelen uit het federaal technisch reglement of de Europese netwerkcode DCC op te sommen en die louter op stroomonderbrekers van toepassing zou zijn. Een exhaustieve lijst zou immers het risico inhouden dat het nieuwe vervangstuk alsnog beperkend zou kunnen blijken om de conformiteit van de volledige verbruiksinstallatie bij de vervanging van latere onderdelen toe te laten. De CREG kan deze redenering volgen. De CREG merkt echter op dat bv. artikel 72 van het federaal technisch reglement en de artikelen 74, §2, en 76, §2, van het federaal technisch reglement enkel van toepassing zijn op nieuwe installaties van een publiek distributienet die op het transmissienet worden aangesloten en op nieuwe publieke distributienetten resp. op gesloten distributiesystemen en deze bepalingen voor de verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK] niet aan de orde zijn. De CREG is daarom van mening dat: - de nieuwe stroomonderbrekers moeten voldoen aan alle bepalingen van de Europese netcode DCC en van Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 2 van het federaal technisch reglement, van toepassing op transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en op verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie worden of kunnen worden gebruikt Niet-vertrouwelijke versie 12/15 om diensten voor vraagsturing te leveren, die relevant zijn voor stroomonderbrekers die daarvan deel uitmaken, en - de nieuwe stroomonderbrekers van die aard moeten zijn dat deze niet verhinderen dat de gehele verbruiksinstallatie en verbruikseenheid conform worden met de toepasselijke vereisten van de Europese netcode DCC en van Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 2 van het federaal technisch reglement op het ogenblik dat andere onderdelen van de verbruiksinstallatie later vervangen worden. CONCLUSIE Overwegende de bevoegdheid voor de CREG om een beslissing te nemen over gevallen van substantiële modernisering van o.m. bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en bestaande verbruikseenheden die door verbruiksinstallaties worden of kunnen worden gebruikt om diensten van vraagsturing te leveren met toepassing van artikel 4.1(a)(iii) van de Europese netcode DCC, Gelet op artikel 244 van de gedragscode van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot het transmissienet en de methoden voor de berekening of vaststelling van de voorwaarden voor de vrijstelling van ondersteunende diensten en de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en het beheer van congestie; Gelet op het koninklijk besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van een technisch reglement voor het beheer van en de toegang tot het elektriciteitstransmissienet, in het bijzonder de artikelen 159, 161 en 162; Overwegende de moderniseringsstudie van Elia van 12 oktober 2022 betreffende de vervanging van de 6 kV hoofdvermogenschakelaars aan de secundaire zijde van de hoogspanningstransformator gesitueerd in de verbruiksinstallatie van [VERTROUWELIJK] gelegen op de site te [VERTROUWELIJK] (bijlage 1), Overwegende dat de CREG akkoord gaat met de door Elia geadviseerde gedeeltelijke substantiële modernisering, meer bepaald van de genoemde stroomonderbrekers, Overwegende de noodzaak tot aanpassing van de bijlage 1 van het aansluitingscontract tussen Elia en [VERTROUWELIJK] als gevolg daarvan, Beslist de CREG dat: - de nieuwe stroomonderbrekers moeten voldoen aan alle bepalingen van de Europese netcode DCC en van Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 2 van het federaal technisch reglement, van toepassing op transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties en verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie worden of kunnen worden gebruikt om diensten voor vraagsturing te leveren, die relevant zijn voor stroomonderbrekers, en - de nieuwe stroomonderbrekers van die aard moeten zijn dat deze niet verhinderen dat de gehele verbruiksinstallatie en verbruikseenheid conform worden met de toepasselijke vereisten van de Europese netcode DCC en van Deel 3, Boek 1, Titel 4, Hoofdstuk 2 van het federaal technisch reglement op het ogenblik dat andere onderdelen van de verbruiksinstallatie later vervangen worden. Niet-vertrouwelijke versie 13/15 Beslist de CREG dat het bestaande aansluitingscontract tussen Elia en [VERTROUWELIJK] moet worden herzien teneinde de conformiteit met deze technische eisen te integreren overeenkomstig de beslissing van de CREG. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Andreas TIREZ Directeur Niet-vertrouwelijke versie Laurent JACQUET Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 14/15 BIJLAGE 1 [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 15/15