← België

Beslissing over het voorstel van Interconnector Limited tot wijziging van het Toegangscontract Interconnector (IAA), het Toegangsreglement (IAC) en he

(B)2490 30 november 2022 Beslissing over het voorstel van Interconnector Limited tot wijziging van het Toegangscontract Interconnector (IAA), het Toegangsreglement (IAC) en het Toegangsprogramma Interconnector (IAAS). genomen met toepassing van de artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas Niet vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 LEXICON ................................................................................................................................................... 5 2. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 7 2.1. Brexit ....................................................................................................................................... 7 2.2. Gasrichtlijn............................................................................................................................. 10 2.3. Gasverordening ..................................................................................................................... 11 2.4. Netwerkcodes........................................................................................................................ 12 2.5. Belgisch recht ........................................................................................................................ 13 2.5.1. De Gaswet ..................................................................................................................... 13 2.5.2. De Gedragscode aardgas ............................................................................................... 15 2.6. 3. 4. Toetsingscriteria .................................................................................................................... 18 2.6.1. Recht van toegang tot de interconnector ..................................................................... 18 2.6.2. Algemeen belang ........................................................................................................... 19 2.6.3. Goedkeuringscriteria van het transportcontract .......................................................... 20 2.7. Openbare Raadpleging .......................................................................................................... 25 2.8. Inwerkingtreding van het Transportcontract ........................................................................ 26 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 27 3.1. Algemeen............................................................................................................................... 27 3.2. Marktconsultatie ................................................................................................................... 29 BEOORDELING ............................................................................................................................... 31 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 31 4.2. Onderzoek van het toegangscontract Interconnector (IAA) ................................................. 32 4.2.1. Het corpus ..................................................................................................................... 32 4.2.2. Bijlage A: Algemene voorwaarden ................................................................................ 32 4.2.3. Bijlage B: Definities en interpretatie ............................................................................. 37 4.3. Onderzoek van het Toegangsreglement ( IAC)...................................................................... 37 4.3.1. - Deel A: Inleiding .......................................................................................................... 37 4.3.2. - Deel B: Interconnectie-diensten ................................................................................. 38 4.3.3. - Deel C: Nominaties en matchingprocedures............................................................... 40 4.3.4. - Deel D: Allocatie van gas ............................................................................................. 40 4.3.5. - Deel E: Balancering en verhandelingskennisgeving .................................................... 41 4.3.6. - Deel F: Vergoeding ...................................................................................................... 41 4.3.7. - Deel G: Meting............................................................................................................. 42 4.3.8. - Deel H: Kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden ........................................ 42 Niet vertrouwelijke versie 2/48 4.3.9. - Deel I: Onderbreking, beperkingen, voorwaardelijkheden en onderhoud ................. 43 4.3.10. - Deel J: Informatiesysteem van INT .............................................................................. 43 4.4. 5. Onderzoek van toegangsrogramma Interconnector (IAAS) .................................................. 45 BESLISSING..................................................................................................................................... 46 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 47 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 48 Niet vertrouwelijke versie 3/48 1. INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas het door Interconnector Limited ingediend voorstel tot wijziging van het toegangscontract Interconnector (IAA), het toegangsreglement (IAC) en het toegangsprogramma Interconnector (IAAS). De aanvraag werd door Interconnector Limited (hierna: “INT”) per brief van 23 september 2022 bij de CREG ingediend. Voor huidige beslissing worden volgende bijlagen van de brief van INT van 23 september 2022 weerhouden: - De schriftelijke antwoorden van de marktpartijen naar aanleiding van de openbare raadpleging (bijlage 6, van de brief van INT van 23 september 2022), in het Engels (Bijlage 2 van huidige beslissing); - Het verslag aan Ofgem en de CREG over de voorgestelde wijzigingen aan de toegangsregels en de tariferingsmethodologie van INT, van 23 september 2022, in het Engels (Bijlage 2 van huidige beslissing); - De toegangscontract Interconnector (IAA), ingediend in track changes en clean versie, in het Nederlands en het Engels (Bijlage 1 van huidige beslissing); - Het toegangsreglement (IAC), ingediend in track changes en clean versie, in het Nederlands en het Engels (Bijlage 1 van huidige beslissing); - Het toegangsprogramma Interconnector (IAAS), ingediend in track changes en clean versie, in het Nederlands en het Engels (Bijlage 1 van huidige beslissing). Naast het lexicon bestaat de beslissing uit vijf delen, meer bepaald de huidige inleiding, het wettelijk kader, de antecedenten, de beoordeling van de ingediende documenten en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 30 november 2022.  Niet vertrouwelijke versie 4/48 LEXICON ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Ofgem’: de Britse nationale regulerende autoriteit (Office of Gas and Electricity Markets). ‘INT’: de vennootschap naar Engels recht Interconnector Limited die werd gecertificeerd door de CREG op 11 juli 2013; ‘Gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 30 oktober 2022; ‘Gedragscode aardgas’: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022; ‘Richtlijn 2009/73’: van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG en gewijzigd ingevolge de Richtlijn (EU) 2019/692 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/73/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas. 'Verordening 715/2009': van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005. ‘CMP’: Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten. ‘NC BAL’: Verordening (EU) 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten. ‘NC INT’: Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode interoperabiliteit en gegevensuitwisseling. ‘NC CAM’: Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013. ‘NC TAR’: Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. ‘Transportcontract’: bestaat uit een toegangscontract Interconnector (IAA), een toegangsreglement (IAC) en een toegangsprogramma Interconnector (IAAS); ‘IAA’: de toegangscontract Interconnector (IAA). ‘IAC’: het toegangsreglement (IAC). ‘IAAS’: het toegangsprogramma Interconnector (IAAS) dat een samenvatting is van de toegangscontract Interconnector (IAA) en het toegangsreglement (IAC). ‘SUA’: De Systeemgebruikersovereenkomst. Niet vertrouwelijke versie 5/48 ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder ‘ISIS’: Interconnector Shippers Information System ‘STA’: Standaard Transport Overeenkomst Niet vertrouwelijke versie 6/48 2. WETTELIJK KADER 2.1. BREXIT 1. Ingevolge de Brexit werd tussen de Europese Unie en het Verenigd Koningrijk een handels- en samenwerkingsovereenkomst1 afgesloten dat preferentiële regelingen bevat op gebieden als de handel in goederen en diensten, digitale handel, intellectuele eigendom, overheidsopdrachten, luchtvaart en wegvervoer, energie, visserij, coördinatie van de sociale zekerheid, rechtshandhaving en justitiële samenwerking in strafzaken, thematische samenwerking en deelname aan EU-programma’s. Zij berust op bepalingen die zorgen voor een gelijk speelveld voor eerlijke concurrentie en eerbiediging van de grondrechten. De handels- en samenwerkingsovereenkomst is op 30 december 2020 ondertekend, werd met ingang van 1 januari 2021 voorlopig toegepast en is op 1 mei 2021 in werking getreden. 2. Onder TITEL VIII – ENERGIE van voornoemd handels- en samenwerkingsovereenkomst zijn volgende definities opgenomen: - "gasinterconnector": een transmissieleiding die de grens tussen de Partijen overschrijdt of overspant; - "interconnectiepunt": met betrekking tot gas, een fysiek of virtueel punt dat entry-exitsystemen van de Unie en het Verenigd Koninkrijk met elkaar verbindt of een entry-exitsysteem met een interconnector verbindt, mits voor die punten boekingsprocedures voor netwerkgebruikers gelden; - "standaardcapaciteitsproduct": in verband met gas, een bepaalde hoeveelheid transportcapaciteit gedurende een bepaalde periode, op een specifiek interconnectiepunt; 3. Zijn verder ook van belang voor huidige beslissing: - Art. 300.1: Voor de toepassing van deze titel wordt onder verwijzingen naar "nietdiscriminerend" en "non-discriminatie" verstaan: de behandeling als meest begunstigde natie als gedefinieerd in de artikelen 130 en 138 en de nationale behandeling als gedefinieerd in de artikelen 129 en 137, alsook de behandeling onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke aan andere soortgelijke entiteiten worden toegekend onder soortgelijke omstandigheden. - Art. 306 - Toegang van derden tot transmissie- en distributienetwerken: 1) Elke Partij zorgt voor de invoering van een systeem voor toegang van derden tot haar transmissie- en distributienetwerken, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven die op objectieve en niet-discriminerende wijze worden toegepast. 2) Onverminderd artikel 302 waarborgt elke Partij dat transmissie- en distributiesysteembeheerders op haar grondgebied toegang verlenen tot hun transmissie- of distributiesystemen aan entiteiten op de markt van die Partij, binnen een redelijke termijn vanaf de datum waarop daartoe een verzoek werd ingediend. … De transmissie- of distributiesysteembeheerder kan de toegang weigeren wanneer hij niet 1 https://ec.europa.eu/info/strategy/relations-non-eu-countries/relations-united-kingdom/eu-uk-trade-and-cooperationagreement_nl Niet vertrouwelijke versie 7/48 over de nodige capaciteit beschikt. Een dergelijke weigering wordt naar behoren met redenen omkleed. - - 3) Onverminderd legitieme doelstellingen van overheidsbeleid waarborgt elke Partij dat de tarieven die transmissie- en distributiesysteembeheerders op de markt van die Partij aan entiteiten aanrekenen voor de toegang tot, de aansluiting op of het gebruik van netwerken en, indien van toepassing, tarieven voor gerelateerde versterkingen van netten een weerspiegeling zijn van de kosten en transparant zijn. Elke Partij zorgt voor de bekendmaking van de voorwaarden, tarieven en alle andere informatie die nodig kan zijn om het recht op toegang tot en gebruik van de transmissie- en distributiesystemen doeltreffend uit te oefenen. 4) Elke Partij waarborgt dat de in de leden 1 en 3 bedoelde tarieven en heffingen op nietdiscriminerende wijze worden toegepast ten aanzien van entiteiten op haar markt. Art. 307 - Systeembeheer en ontvlechting van transmissienetwerkbeheerders: 1) Elke Partij waarborgt dat transmissiesysteembeheerders hun taken op transparante en niet-discriminerende wijze uitvoeren. 2) Elke Partij past regelingen toe voor transmissiesysteembeheerders die doeltreffend zijn voor het wegnemen van belangenconflicten ten gevolge van het feit dat eenzelfde persoon zeggenschap uitoefent over een transmissiesysteembeheerder en over een producent of leverancier. Art. 308 - Doelstellingen van overheidsbeleid voor toegang van derden en ontvlechting van eigendom: 1) 2) Indien noodzakelijk ter verwezenlijking van een legitieme doelstelling van overheidsbeleid kan een Partij op basis van objectieve criteria besluiten de artikelen 306 en 307 niet toe te passen op: ▪

  1. a)opkomende of geïsoleerde markten of systemen; ▪
  2. b)infrastructuur die voldoet aan de voorwaarden van bijlage 28. Indien noodzakelijk ter verwezenlijking van een legitieme doelstelling van overheidsbeleid, kan een Partij op basis van objectieve criteria besluiten de artikelen 303 en 304 niet toe te passen op: ▪
  3. a)kleine of geïsoleerde elektriciteitsmarkten of -systemen; ▪
  4. b)kleine, opkomende of geïsoleerde aardgasmarkten of -systemen. - Art. 309 - Bestaande ontheffingen voor interconnectoren: Elke Partij waarborgt dat ontheffingen die in hun respectieve rechtsgebieden zijn toegekend aan interconnecties tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk uit hoofde van artikel 36 van Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad, waarvan de bepalingen ook geldig blijven na de overgangsperiode, van toepassing blijven in overeenstemming met het recht van hun respectieve rechtsgebieden en de toepasselijke voorwaarden. - Art. 310 - Onafhankelijke regelgevingsinstantie: 1) Elke Partij zorgt voor de aanwijzing en instandhouding van een of meer operationeel onafhankelijke regelgevingsinstanties voor elektriciteit en gas met de volgende bevoegdheden en taken: Niet vertrouwelijke versie 8/48 2) - ▪
  5. a)het vaststellen of goedkeuren van tarieven, heffingen en voorwaarden voor toegang tot de in artikel 306 bedoelde netwerken of de daaraan ten grondslag liggende methodologieën; ▪
  6. b)het waarborgen van de naleving van de in de artikelen 307 en 308 bedoelde regelingen; ▪
  7. c)het uitvaardigen van bindende besluiten met betrekking tot minstens de punten
  8. a)en b); ▪
  9. d)het opleggen van doeltreffende rechtsmiddelen. Bij het uitvoeren van hun taken en uitoefenen van hun bevoegdheden handelen de onafhankelijke regelgevingsinstanties op onafhankelijke en transparante wijze. Art. 313 - Efficiënt gebruik van gasinterconnectoren: 1) Om te zorgen voor efficiënt gebruik van gasinterconnectoren en om belemmeringen voor de handel tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk te beperken, waarborgt elke Partij dat: ▪ ▪ 2) 3)
  10. a)het maximale capaciteitsniveau van gasinterconnectoren ter beschikking wordt gesteld, met inachtneming van het beginsel van niet-discriminatie en rekening houdende met: •
  11. i)de noodzaak om te zorgen voor een beveiligde werking van het systeem; en •
  12. ii)een zo efficiënt mogelijk gebruik van de systemen;
  13. b)mechanismen voor capaciteitstoewijzing en procedures voor congestiebeheer voor gasinterconnectoren marktgebaseerd, transparant en niet-discriminerend zijn, en dat de toewijzing van capaciteit op interconnectiepunten in het algemeen geschiedt via veilingen. Elke Partij neemt de nodige maatregelen om te waarborgen dat: ▪
  14. a)transmissiesysteembeheerders inspanningen leveren om gezamenlijk standaardcapaciteitsproducten aan te bieden die bestaan uit overeenkomstige entry- en exitcapaciteit aan beide zijden van een interconnectiepunt; ▪
  15. b)transmissiesysteembeheerders de procedures voor het gebruik van gasinterconnectoren tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk coördineren. De in lid 2, punt b), bedoelde coördinatie omvat noch impliceert deelname door transmissiesysteembeheerders van het Verenigd Koninkrijk aan procedures van de Unie inzake het gebruik van gasinterconnectoren. Niet vertrouwelijke versie 9/48 2.2. GASRICHTLIJN 4. De gasrichtlijn 2009/73 werd bij richtlijn (EU) 2019/692 van 17 april 2019 gewijzigd. Deze wijziging heeft tot doel obstakels voor de voltooiing van de interne markt voor aardgas, die het gevolg zijn van de niet-toepassing van de marktregels van de Unie op gastransmissieleidingen van en naar derde landen, weg te nemen. De bij deze richtlijn ingevoerde wijzigingen beogen ervoor te zorgen dat de regels die gelden voor gastransmissieleidingen tussen twee of meer lidstaten, binnen de Unie ook gelden voor gastransmissieleidingen van en naar derde landen. 5. Ingevolge deze wijziging werd de definitie ‘interconnector’ vervangen door: "interconnector": transmissieleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met de bedoeling de nationale transmissiesystemen van die lidstaten aan elkaar te koppelen, of een transmissieleiding tussen een lidstaat en een derde land tot aan het grondgebied van de lidstaten of tot aan de territoriale wateren van die lidstaat;". 6. Artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2009/73 stelt verder: “Voordat een bedrijf wordt goedgekeurd en als transmissiesysteembeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd volgens de procedures van de leden 4 tot en met 6 van dit artikel, en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009”. 7. Bij beslissing van 13 juli 20132 heeft de CREG met toepassing van artikel 10.1 van de gasrichtlijn 2009/73/EG en met toepassing van artikel 15/14, § 2, 26°, van de gaswet INT gecertificeerd onder voorwaarden, te vervullen door INT op 3 maart 2015 ten laatste. Bij beslissing van 9 oktober 20153 heeft de CREG met toepassing van de artikelen 8, §4ter en 15/14, § 2, 26°, van de gaswet naar aanleiding van het heropenen van een certificeringsprocedure tegenover INT, een positieve beslissing getroffen met betrekking tot de procedure van certificering. 8. Artikel 41.6, van Richtlijn 2009/73 stelt: “De regulerende instanties zijn bevoegd om ten minste de methodes voor het berekenen of tot stand komen van de volgende voorwaarden vast te stellen of voldoende ruim vóór hun inwerkingtreding goed te keuren: (
  16. c)de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. 9. Artikel 41.9, van de Richtlijn 2009/73 vervolgt: “De regulerende instanties monitoren het congestiebeheer van de nationale gastransmissienetwerken, inclusief interconnectoren, en de uitvoering van de regels inzake congestiebeheer. Hiertoe leggen de transmissiesysteembeheerders of marktdeelnemers hun congestiebeheersprocedures, inclusief de toewijzing van capaciteit, aan de nationale regulerende instanties ter goedkeuring voor. De nationale regulerende instanties mogen verzoeken om wijzigingen in deze procedures.” 2 Eindbeslissing (B)130711-CDC-1236 over “de aanvraag tot certificering van Interconnector (UK) Limited” Eindbeslissing (B) 151009-CDC-1429 over “het openen van een certificeringsprocedure ten aanzien van Interconnector (UK) Limited” 3 Niet vertrouwelijke versie 10/48 2.3. 10. op: GASVERORDENING Artikel 30, van de gasverordening 2009/715 bepaalt dat deze verordening is niet van toepassing “
  17. b)belangrijke nieuwe infrastructuur, d.w.z. de in artikel 36, leden 1 en 2, van Richtlijn 2009/73/EG bedoelde interconnectoren, …, die zijn ontheven van de toepassing van de artikelen 9, 14, 32, 33 en 34 of van artikel 41, leden 6, 8 en 10, van die richtlijn, voor de duur van de ontheffing van de onder dit punt vermelde bepalingen, met uitzondering van artikel 19, lid 4, van deze verordening.” 11. INT geniet geen ontheffing in de zin van artikel 36, van de Richtlijn 2009/73. 12. Verder beoogt de Verordening 715/2009 nadere niet-discriminerende regels vast te stellen betreffende de toegangsvoorwaarden voor aardgastransmissiesystemen teneinde een goede werking van de interne markt voor gas te waarborgen en te voorzien in mechanismen om de regels inzake netwerktoegang voor grensoverschrijdende uitwisseling van gas te harmoniseren. Dit omvat onder meer de vaststelling van geharmoniseerde beginselen inzake de instelling van derde toegangsdiensten, de vaststelling van geharmoniseerde beginselen inzake capaciteitsallocatie en congestiebeheer, de bepaling van transparantievereisten, balanceringsregels, alsmede de bevordering van capaciteitsverhandeling4. Overeenkomstig artikel 12 lid 2 van de Verordening 715/2009 bevorderen de TSO’s het treffen van operationele regelingen om een optimaal beheer van het netwerk te garanderen en bevorderen tevens de ontwikkeling van energiebeurzen, de gecoördineerde toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit via non-discriminerende marktgeoriënteerde oplossingen met voldoende aandacht voor de specifieke verdiensten van impliciete veilingen voor korte termijn toewijzingen en de integratie van balanceringsmechanismen. 13. In het bijzonder bepaalt artikel 14 van de Verordening 715/2009 inzake derde toegangsdiensten dat TSO’s : “(
  18. a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden; (b)zowel vaste als afschakelbare derde toegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling; (
  19. c)netgebruikers zowel lange- als korte termijndiensten aanbieden; Wanneer in verband met punt
  20. c)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontract en of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG goedgekeurde gemeenschappelijke netcode.” 14. Inzake kredietgaranties bepaalt artikel 14.3 van de Verordening 715/2009 dat: “Zo nodig kunnen derdetoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn.” 4 Zie toepassingsgebied in art. 1 van Verordening 715/2009 Niet vertrouwelijke versie 11/48 15. Verder worden in de artikelen 16, 18 en 20, van de Verordening 2009/715 algemene beginselen uiteengezet inzake respectievelijk mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures bij congestiebeheer bij TSO’s, de transparantievereisten voor TSO’s en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 16. Deze beginselen, voortvloeiende uit voornoemde verordening en welke een rechtstreekse toepassing genieten in de lidstaten van de Europese Unie, hebben voorrang op de bepalingen van de nationale wetgeving voor zover deze bepalingen van de nationale wetgeving hiermee strijdig zouden zijn. 17. De regulerende instanties van de lidstaten van de Europese Unie zorgen er ook voor dat de richtsnoeren van bijlage 1, van de Verordening 715/2009 in acht worden genomen. Deze richtsnoeren betreffende CMP werden gewijzigd bij Besluit van 30 april 2015 en traden in werking op 20 mei 2015. 2.4. NETWERKCODES 18. Tot slot, vloeit uit het derde energiepakket ook voort dat, dat om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen TSO's, het vereist is om netwerkcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 19. In dit kader zijn volgende netwerkcodes reeds van kracht geworden:
  21. a)NC BAL, trad in werking op 1 oktober 2015. In overweging 8 staat vermeld: "Deze verordening wordt ten uitvoer gelegd met inachtneming van de specifieke aard van interconnectoren."
  22. b)De CMP regels traden in werking op 20 mei 2015.
  23. c)De NC INT trad in werking op 21 mei 2015.
  24. d)NC CAM trad in werking op 6 april 2017. 20. Artikel 2.1. van de NC CAM bepaalt dat deze verordening van toepassing is op interconnectiepunten en dat deze verordening ook van toepassing kan zijn op entrypunten van en exitpunten naar derde landen, naargelang van het besluit van de desbetreffende nationale regulerende instantie. 21. De CREG beslist dat de NC CAM op het entrypunt van en exitpunt naar het Verenigd Koningrijk van toepassing is. 22. Met toepassing van artikel 2.5, NC CAM kunnen nationale regulerende instanties besluiten om de artikelen 8 tot en met 37 niet toe te passen wanneer impliciete capaciteitstoewijzingsmethoden worden gebruikt. 23. In overeenstemming met artikel 3.6, NC CAM houdt de impliciete capaciteitstoewijzingsmethode een toewijzingsmethode in waarbij, eventueel door een veiling, gelijktijdig transmissiecapaciteit als een dienovereenkomstige hoeveelheid gas wordt toegewezen. 24. In huidig voorstel vraagt INT onder meer om geen toepassing te moeten maken van de artikelen: - 11.8: Ten minste één maand voor de veiling begint, stellen de transmissiesysteembeheerders de netgebruikers in kennis van de hoeveelheid voor elk jaar op de komende jaarlijkse jaarcapaciteitsveiling aan te bieden vaste capaciteit. Niet vertrouwelijke versie 12/48 - 12.6: Twee weken voor de veilingen beginnen, stellen de transmissiesysteembeheerders de netgebruikers in kennis van de hoeveelheid voor elk kwartaal op de komende jaarlijkse kwartaalcapaciteitsveiling aan te bieden capaciteit. - 13.6: Eén week voor de veiling begint, stellen de transmissiesysteembeheerders de netgebruikers in kennis van de hoeveelheid voor elk kwartaal op de komende doorlopende maandcapaciteitsveiling aan te bieden capaciteit. 2.5. BELGISCH RECHT 2.5.1. De Gaswet 25. Bij wet van 18 mei 20215 werd in artikel 1, van de gaswet de definitie 60° gewijzigd als volgt: "interconnector": een vervoersleiding die een grens tussen lidstaten overschrijdt of overspant met de bedoeling de nationale vervoersnetten van die lidstaten aan elkaar te koppelen, of een vervoersleiding tussen een lidstaat en een derde land tot aan het grondgebied van de lidstaten of tot aan de territoriale wateren van die lidstaat; 26. Bij wet van 25 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake energie6 werd in artikel 1, van de gaswet 60°bis ingevoegd, luidende: "beheerder van een interconnector": een natuurlijke of rechtspersoon die het beheer van een interconnector verzorgt en aangewezen is overeenkomstig artikel 8/1bis." 27. In diezelfde wet wordt in artikel 15/5undecies een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt: " § 3. De beheerder van een interconnector is gehouden de volgende verplichtingen te respecteren: 1° hij ontwikkelt, exploiteert en onderhoudt de interconnector en houdt toezicht op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de doeltreffendheid van de interconnector, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energieefficiëntie; 2° op de beheerder van een interconnector zijn van toepassing de netwerkcodes en de Europese richtlijnen, vastgesteld op basis van de Verordening (EG) nr. 715/2009, rekening houdende met de specifieke aard van de interconnector; 3° alle netgebruikers hebben toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten op korte en op lange termijn en dit op een niet-discriminerende en transparante wijze, met gebruikmaking van een transportcontract; 4° de voorwaarden voor toegang tot de interconnector en de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, moeten bevorderlijk zijn voor een efficiënte grensoverschrijdende handel in gas en voor de concurrentie. Zij streven naar convergentie met de voorwaarden voor toegang tot de vervoersdiensten, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer, van de aansluitende vervoersnetten. 5 6 Gepubliceerd in het B.S. op 27 mei 2021 Gepubliceerd in het B.S. op 29 december 2016 Niet vertrouwelijke versie 13/48 Ruim voor de inwerkingtreding stelt de beheerder van een interconnector een transportcontract op dat op een gedetailleerde wijze bovenvermelde verplichtingen uiteenzet. Het transportcontract bestaat uit een toegangscontract, een toegangsreglement en een toegangsprogramma. Na raadpleging van de markt wordt het transportcontract door de beheerder van een interconnector bij de commissie ingediend voor goedkeuring. De commissie is bevoegd om zo nodig van de beheerder van een interconnector te verlangen dat hij de voorwaarden van het transportcontract wijzigt om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast. Iedere wijziging van het transportcontract, op initiatief van de beheerder van een interconnector of op vraag van de commissie, kan pas in werking treden na raadpleging van de markt en mits goedkeuring door de commissie." 28. Bij wet van 21 juli 2021 werd onder meer artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet gewijzigd als volgt: “Na raadpleging van de netgebruikers en van de netbeheerder, stelt de commissie een gedragscode vast met betrekking tot het beheer van het aardgasvervoersnet en in het bijzonder met betrekking tot: 1° de voorwaarden voor de aansluiting op het vervoersnet en voor de toegang ertoe, alsook voor de toegang tot de opslaginstallatie voor aardgas en tot de LNG-installatie; 2° de voorwaarden inzake de verstrekking van balanceringsdiensten; 3° de voorwaarden inzake de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. De gedragscode bepaalt : 1° de procedures en regels inzake de indiening en de behandeling van de aanvraag van aansluiting en van toegang tot het net; 2° de gegevens die de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie aan de beheerder van het aardgasvervoersnet, aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en aan de beheerder van de LNG-installatie moeten verstrekken; 3° de voorzorgsmaatregelen die de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie dienen te nemen om de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens met betrekking tot de gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNGinstallatie te beschermen; 4° de termijnen waarbinnen de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie moeten antwoorden op de aanvragen om toe te treden en aan te sluiten op]2 tot hun net en hun installatie; 5° de maatregelen om elke discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNG-installatie te vermijden; 7° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie, en, anderzijds, de gebruikers voor de toegang tot en Niet vertrouwelijke versie 14/48 de aansluiting op het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas of de LNGinstallatie; 8° de basisbeginselen met betrekking tot facturering die verband houdt met aansluiting op en toegang tot het vervoersnet; 9° de basisbeginselen met betrekking tot de rechten en verplichtingen van, enerzijds, de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en de beheerder van de LNG-installatie en, anderzijds, de gebruikers van het desbetreffende aardgasvervoersnet, van de opslaginstallatie voor aardgas of van de LNG-installatie inzake het gebruik ervan en meer bepaald, inzake onderhandelingen over de toegang tot vervoer, over het congestiebeheer en over de publicatie van informatie; 10° maatregelen die in het verbintenissenprogramma moeten worden opgenomen om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten en om te voorzien in een adequaat toezicht op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het verbintenissenprogramma dient bij de Commissie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd; 11° de vereisten inzake onafhankelijkheid van het personeel van de beheerders ten opzichte van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen. 12° de regels en de organisatie van de secundaire markt waarvan sprake in artikel 15/1, § 1, 9°bis; 13° de basisprincipes betreffende de organisatie van de toegang tot de hubs. De toekenning en het behoud van elke vervoers- of leveringsvergunning zijn onderworpen aan het naleven van de gedragscode.” 29. Met toepassing van de artikelen 15/5undecies, § 3 en 15/14, § 2, 2e lid, 6°bis van de gaswet is de CREG bevoegd om het transportcontract goed te keuren. 2.5.2. De Gedragscode aardgas 30. Met toepassing van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet, heeft de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022 een gedragscode aardgas vastgesteld7, die in werking is getreden op datum van publicatie op de website van de CREG, met name 20 september 2022. 31. Op 23 november 2022 werd een bericht door de CREG gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad betreffende de gedragscode aardgas8. 32. Artikel 40, van de gedragscode aardgas bepaalt: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van vervoerscontract op dat na openbare raadpleging van de markt door de betrokken beheerder aan de CREG wordt voorgelegd voor goedkeuring. 7 8 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 https://www.ejustice.just.fgov.be/doc/rech_n.htm Niet vertrouwelijke versie 15/48 Teneinde dit voorstel van vervoerscontract of dit voorstel tot wijziging van het vervoerscontract te kunnen goedkeuren, kan de CREG een gemotiveerd wijzigingsverzoek richten tot de betrokken beheerder, die binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek, een gewijzigd voorstel van vervoerscontract indient bij de CREG voor goedkeuring, zonder dat dit gewijzigd voorstel voorafgaand geraadpleegd moet worden. De beheerders kunnen te allen tijde een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract na openbare raadpleging van de markt bij de CREG indienen voor goedkeuring. Ook de CREG kan aan de beheerders vragen een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract op te stellen, dat zij na openbare raadpleging van de markt, bij de CREG indienen voor goedkeuring. Telkens wanneer de beheerders verplicht zijn een openbare raadpleging te organiseren wordt hiervan een gedetailleerd consultatierapport opgesteld dat samen met het voorstel bij de CREG wordt ingediend. De CREG kan ten alle tijde alle informatie bij de betrokken beheerder en/of de netgebruikers opvragen die zij nuttig acht voor het nemen van haar beslissing tot goedkeuring. De CREG beslist binnen een redelijke termijn en motiveert omstandig haar beslissing in geval van afkeuring of een wijzigingsverzoek. De aldus goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen treden in werking op datum vastgesteld door de CREG. De goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen worden door de beheerders op hun Website gepubliceerd.” 33. Verder bepaalt artikel 42, van de gedragscode aardgas: “§ 1. Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van toegangsreglement op waarop dezelfde procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. § 2. De toegangsreglementen bevatten onder meer: 1° de regels voor de behandeling van de aanvragen voor toegang en onderschrijving van diensten met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van diensten; 2° de toewijzingsregels met inbegrip van de toepasselijke prioriteitsregels; 3° de regels inzake congestiebeheer; 4° de regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt; 5° het plan voor incidentenbeheer. “ 34. Artikel 44, van de gedragscode bepaalt: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, LNG, opslag en netevenwicht stellen de beheerders en de gemeenschappelijke balancerings-onderneming respectievelijk een dienstenprogramma of een toegangsprogramma Interconnector, of een balanceringsprogramma op dat uitvoerig het vervoers-, opslag-, LNG- of balanceringsmodel beschrijft en waarop de procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. Zij publiceren de goedgekeurde dienstenprogramma’s, toegangsprogramma Interconnector en balanceringsprogramma op hun Website.” Niet vertrouwelijke versie 16/48 35. Artikel 69, van de gedragscode bepaalt: § 1. Het standaard aardgasvervoerscontract respectievelijk het toegangscontract Interconnector bevat naast algemene bepalingen en definities, onder meer bepalingen inzake: 1° het voorwerp; 2° de voorwaarden waaraan de vervoersrespectievelijk interconnectie-diensten geleverd worden; 3° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde vervoers- respectievelijk interconnectie-diensten; 4° de facturatie en betalingsmodaliteiten; 5° de financiële garanties en andere waarborgen; 6° de aansprakelijkheid van partijen; 7° de verplichtingen van partijen inzake aardgaskwaliteit; 8° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; 9° overmacht, noodsituaties en incidentenbeheer; 10° verhandelbaarheid en overdracht van vervoers- respectievelijk interconnectie-diensten; 11° de duur en opzeg van het standaard aardgasvervoerscontract respectievelijk het toegangscontract Interconnector; 12° de duur, de opschorting, de opzeg en de beëindiging van de toegewezen vervoersrespectievelijk interconnectie-diensten; 13° de kennisgevingen tussen partijen; 14° de informatie-uitwisseling en -verplichtingen en de vertrouwelijkheid tussen partijen; 15° de geschillenregeling; 16° het toepasselijke recht. § 2. Behalve wanneer uitdrukkelijk voorzien in de gaswet en/of andere toepasselijke wet- en regelgeving, zoals het Engels recht en/of ‘common law’, mag het standaard aardgasvervoerscontract respectievelijk het toegangscontract Interconnector geen uitdrukkelijk ontbindende bedingen bevatten ten voordele van deze beheerders, die aan deze beheerders het recht verleent over te gaan tot een onmiddellijke beëindiging van het standaard aardgasvervoerscontract respectievelijk het toegangscontract Interconnector zonder rechterlijke tussenkomst.” 36. Verder bepaalt artikel 70, van de gedragscode aardgas: Het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het toegangsreglement Interconnector bevat naast algemene bepalingen en definities onder meer operationele regels en procedures inzake: 1° het type dienstenformulier van toepassing op het aardgasvervoersnet ; Niet vertrouwelijke versie 17/48 2° het toegepast vervoersmodel; 3° de wijze van onderschrijving en toewijzing van vervoers- of interconnectie-diensten; 4° nominatie, hernominatie en toewijzing; 5° reducties en onderbrekingen; 6° aardgasspecificaties; 7° metingen en testen; 8° congestiebeheer en incidentbeheer; 9° onderhoud van installaties; 10° toegang tot het elektronisch gegevensplatform.” 37. Tot slot bepaalt artikel 71, van de gedragscode aardgas dat: “Het dienstenprogramma voor aardgasvervoer of het toegangsprogramma Interconnector beschrijft uitvoerig het vervoersmodel van toepassing op het aardgasvervoersnet of de interconnector.” 2.6. TOETSINGSCRITERIA 2.6.1. Recht van toegang tot de interconnector 38. In geval van een goedkeuringsbevoegdheid gaat de goedkeurende overheid na of de goed te keuren akte regelmatig is en conform is met het algemeen belang9. 39. Een akte is niet strijdig met enige rechtsregel indien zij overeenstemt met de Europese en nationale wetgeving. Zodoende is de CREG via haar goedkeuringsbevoegdheid belast toe te zien dat

(1)het transportcontract dat bestaat uit een IAA, een IAC en een IAAS in overeenstemming is met de wetgeving, in de eerste plaats met de (hogere) sectorspecifieke wetgeving, en
(2)ervoor te zorgen dat het recht van toegang tot het vervoersnet en de wettelijke regels die dit recht van toegang reguleren, worden aangevuld op een manier dat aan elke Interconnector-gebruiker zijn recht van toegang tot de interconnector effectief gegarandeerd wordt. 40. De CREG zal hierbij in het bijzonder nagaan of de IAA, de IAC en het IAAS de toegang tot de interconnector niet belemmeren (en zodoende de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoeld in paragraaf 1 en volgende, het Unierecht en artikel 15/7 van de gaswet respecteren) en de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de interconnector en de aangrenzende vervoersnetten niet in gevaar brengen (en zodoende naar analogie in overeenstemming zijn met de verplichtingen voorzien voor de beheerder in de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoeld in paragraaf 1 en volgende, het Unierecht en artikel 15/1, §1, 1° en 2°, van de gaswet volgens hetwelk de respectieve beheerders de vervoersinstallaties dienen te exploiteren, te onderhouden en te ontwikkelen op economisch aanvaardbare, veilige, betrouwbare en efficiënte wijze). 9 Zie onder meer VAN MENSEL, A., CLOECKAERT, I., ONDERDONCK, W. en WYCKAERT, S., De administratieve rechtshandeling – Een Proeve, Mys &Breesch, Gent, 1997, p. 101; DEMBOUR, J., Les actes de la tutelle administrative en droit belge, Maison Ferdinand Larcier, Bruxelles, 1955, p. 98, nr. 58. Niet vertrouwelijke versie 18/48 41. De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt en derhalve van openbare orde. Het recht van toegang tot de vervoersnetten10, is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt11. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou kunnen komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een nietdiscriminatoire wijze. Het is immers via de vervoersnetten dat nagenoeg elke ingevoerde en verbruikte of opnieuw uitgevoerde aardgasmolecule passeert. Een leverancier kan maar het door hem verkochte aardgas effectief aan zijn klant leveren indien hij en zijn klant elk toegang hebben tot de vervoersnetten. Daarbij komt dat het beheer van de interconnector Zeebrugge-Bacton wordt verzekerd door INT, gecertificeerd overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van de Richtlijn 2009/73. Het recht van toegang tot de interconnector is dan ook een basisprincipe en een principieel recht dat niet beperkend mag worden geïnterpreteerd opdat grensoverschrijdende uitwisseling van gas mogelijk wordt. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. Zo bepaalt artikel 15/7, van de gaswet dat de beheerders de toegang tot het vervoersnet enkel geldig kunnen weigeren indien onder meer het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren. De weigering moet met redenen omkleed zijn. 42. De CREG meent dan ook dat niet kan worden toegelaten dat INT op enige wijze het recht van toegang tot de interconnector zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke, onevenwichtige, onredelijke of disproportionele voorwaarden, wat eveneens strijdig zou zijn met het algemeen belang. 43. Het principe van niet-discriminatie vloeit rechtstreeks voort uit artikel 16.3, van de verordening 715/2009, zeggende dat: “TSOs implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante procedures voor congestiebeheer die de grensoverschrijdende uitwisseling van gas op niet-discriminerende basis bevorderen, waarbij de beginselen van non-discriminatie en vrije concurrentie worden gerespecteerd.” De interconnector-diensten die INT aanbiedt, moeten voldoen aan de beginselen van transparantie, objectiviteit, niet-discriminatie en aan de behoeften van een goed functionerende interne markt, hetgeen in het handels- en samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koningrijk bevestigd wordt. 2.6.2. Algemeen belang 44. Als administratieve overheid heeft de CREG de taak het algemeen belang te behartigen. Het algemeen belang is een essentieel toetsingscriterium voor de CREG om te bepalen of het voorgestelde transportcontract al dan niet haar goedkeuring kan wegdragen. 45. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing hiervan interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving en het mededingingsrecht. Daarnaast moeten ook deze regels die 10 vervoernet: het geheel van vervoersinstallaties met inbegrip van een interconnector, maar met uitsluiting van de upstreaminstallaties en directe leidingen (artikel 2, 79°, gedragscode aardgas); 11 Zie ook considerans 7 van de Richtlijn 2009/73 waarin ook uitdrukkelijk gesteld werd dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de Richtlijn 2009/73 waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Tot slot, kan ook verwezen worden naar de considerans 11 van de Verordening 715/2009 Niet vertrouwelijke versie 19/48 louter contractueel van aard zijn in overeenstemming zijn met het algemeen belang door een juist evenwicht te vinden tussen de beheerder van een interconnector en de interconnector-gebruiker in hun contractuele relatie. Deze contractuele relatie is immers geen resultaat van een onderhandeling, maar betreft voor de netgebruiker een toetredingscontract. 2.6.3. Goedkeuringscriteria van het transportcontract 2.6.3.1. Sectorspecifieke wetgeving 46. In de sectorspecifieke wetgeving verstaat de CREG onder het begrip “algemeen belang” alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). 47. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode aardgas, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG voorzien in de gedragscode aardgas, hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 48. Verder, stelt artikel 14, van de gasverordening 715/2009 dat TSOs: “
  1. a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
  2. b)zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  3. c)netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden.” 49. Wanneer in verband met punt
  4. c)van de eerste alinea een TSO dezelfde dienst aan meerdere netgebruikers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van gasrichtlijn 2009/73 goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. 50. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaard-transportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, van de gasverordening 715/2009 vermelde principes. 51. Tot slot, en zo nodig, kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. 52. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de interconnector, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Niet vertrouwelijke versie 20/48 53. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 16, van de gasverordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de gasverordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de gasverordening 715/2009. 2.6.3.2. Het mededingingsrecht 54. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. 55. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang, gaat verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. 56. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 2.6.3.3. Algemeen verbintenisrechtelijke regels 57. Het openbare orde karakter van de hierna besproken algemene verbintenissenrechtelijke regels, zoals de gekwalificeerde benadeling, de bindende partijbeslissing, de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van het contract en het voorkomen van interpretatieproblemen of het streven naar duidelijke en transparante contractsbepalingen, is algemeen aanvaard. 2.6.3.4. Wetboek van economisch recht 58. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van economische afhankelijkheid. De derde set van regels tot slot, onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 59. Worden als belangrijk in dezer weerhouden: - Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Niet vertrouwelijke versie 21/48 - Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. - Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. - § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten, in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. - Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. - De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. - Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : - • 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; • 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; • 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; • 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : • 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; • 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; • 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; Niet vertrouwelijke versie 22/48 • 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; • 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; • 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen, te beperken; • 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. - 60. De wetgever heeft er dus voor gekozen om ondernemingscontracten aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn contractuele clausules niet alleen in consumentencontracten maar ook in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen creëren12. 2.6.3.5. 61. De gekwalificeerde benadeling De cumulatieve voorwaarden van de gekwalificeerde benadeling zijn: - er bestaat een groot (kennelijk) onevenwicht tussen de wederzijdse prestaties; - de ene partij maakt misbruik van de concrete omstandigheden waarin de medecontractant zich ten aanzien van haar bevond, om zich bij de contractsluiting een disproportioneel voordeel toe te eigenen. Dit kan ondermeer het geval zijn wanneer er sprake is van economische superioriteit van de misbruik plegende partij; - het contract dan wel een of meerdere clausules zouden, ofwel niet, ofwel tegen voor de zwakkere partij minder ongunstige voorwaarden, zijn gesloten, indien er niet van misbruik sprake zou zijn geweest. 62. De taak van de CREG bestaat er hier in om preventief te werken, m.a.w. misbruiken te voorkomen. Zij beoogt hier niet het bewijs te leveren van een misbruik in een concreet geval: aangezien het hier om een voorstel van transportcontract gaat dat INT aan de interconnectorgebruikers wenst aan te bieden, is het immers ook niet mogelijk dat er reeds een concreet misbruik heeft plaatsgevonden daar het transportcontract nog niet afgesloten werd. Door een voorafgaande toetsing aan de desbetreffende verbintenisrechtelijke regel, wordt vermeden dat achteraf inbreuken op deze verbintenisrechtelijke regel van openbare orde door de rechter zouden kunnen worden vastgesteld. 12 Working Paper: ‘De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken’, Ignace Claeys en Thijs Tanghe: https://www.ugent.be/re/mpor/nl/onderzoeksgroepen/centrumverbintenissenrecht/b2bwet19april2019#:~:text=Door%20een%20wet%20van%204,relaties%20tussen%20ondernemingen %20(b2b).&text=De%20derde%20set%20van%20regels,werking%20op%201%20september%202019 Niet vertrouwelijke versie 23/48 2.6.3.6. De bindende partijbeslissing 63. Overeenkomstig artikel 1129 van het Burgerlijk Wetboek is één van de voorwaarden voor de geldigheid van een overeenkomst dat ze een bepaald of minstens bepaalbaar voorwerp heeft. Door aan overeenkomsten, of beter aan de contractuele verbintenissen, de vereiste van een bepaalbaar voorwerp te stellen, heeft de wetgever geoordeeld aan overeenkomsten alleen binnen welbepaalde grenzen, rechtsgevolgen te willen verlenen. De wilsovereenstemming volstaat niet omdat er ook nog een zekere maatschappelijke controle op de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgeoefend. 64. Het principe van de bindende partijbeslissing vereist ten minste dat de overeenkomst de nodige objectieve gegevens moet bevatten om het voorwerp te kunnen bepalen, zonder dat nog een nieuwe wilsuiting van één van hen vereist is. De inhoud van de rechten en verplichtingen uit een overeenkomst mag niet aan een geheel arbitraire beslissing van een van de contractspartijen worden overgelaten. 2.6.3.7. Bepaald/bepaalbaar voorwerp 65. De wetgever heeft in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek duidelijk gemaakt dat elke verbintenis bij haar totstandkoming een voorwerp moet hebben dat bovendien bepaald moet zijn. Het voorwerp van de verbintenis is het concrete doel, het concrete resultaat waartoe de aangegane verbintenis –bij volmaakte uitvoering- moet leiden. Het voorwerp zal de inzet worden van alle latere aansprakelijkheids- en uitvoeringsincidenten. Daarom is de rechtspraak terughoudend m.b.t. bedingen, waardoor het (bestaand) voorwerp naderhand in zekere zin kan worden geneutraliseerd. Dergelijke bedingen worden soms nietig verklaard om aldus het voorwerp van de verbintenis te kunnen vrijwaren.13 2.6.3.8. De geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak 66. Onder de miskenning van de algemene verbintenissenrechtelijke regel van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van een overeenkomst, verstaat de CREG ook de miskenning van een rechtsregel van openbare orde. Bijgevolg, telkens de CREG van oordeel is dat het algemeen belang geschonden werd door een van de contractvoorwaarden (die uiteraard het voorwerp of de oorzaak van dit contract betreffen), wordt het principe van de geoorloofdheid van het voorwerp en de oorzaak van contracten geschonden. 2.6.3.9. Wet op het taalgebruik 67. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op het transportcontract. 13 CORNELIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Intersentia, Antwerpen-Groningen, 2000, p. 121 ev. Niet vertrouwelijke versie 24/48 2.7. OPENBARE RAADPLEGING 68. Van 23 mei tot 20 juni 2022 hebben INT en Fluxys Belgium een gezamenlijke openbare raadpleging georganiseerd14 over de integratie van de BeLux-marktzone en INT en over verschillende andere kleinere wijzigingen. INT consulteerde de interconnector-gebruikers over wijzigingen aan haar toegangscontract. In dezelfde periode organiseerde INT ook een openbare raadpleging over wijzigingen aan haar tariferingsmethode ("Charging Methodology" of "CM"), d.w.z. de methodologie die INT toepast voor het aanrekenen van zijn interconnectie-diensten onder het toegangscontract15. 69. INT is tijdens de consultatieperiode in gesprek gegaan met de marktpartijen en stelde bilaterale sessies voor aan de geregistreerde interconnector-gebruikers (39 op dat moment). Eerst werden gesprekken gevoerd met 10 interconnector-gebruikers en vervolgens, tijdens de eWorld Trade Fair, werden nog eens gesprekken gevoerd met 16 andere interconnector-gebruikers. 70. De consultatiedocumenten werden gepubliceerd op de website van INT, waar ze door alle geïnteresseerde marktpartijen konden worden geraadpleegd. Ze werden ook elektronisch opgestuurd naar alle interconnector-gebruikers van INT. INT had de voorstellen ook al voorafgaand aan de lancering van de consultatieronde toegelicht tijdens de vergadering met de marktpartijen in maart 2022, vergadering die door meer dan 35 deelnemers werd bijgewoond. INT en Fluxys Belgium hielden ook een gezamenlijke informatiesessie voor de hele aardgasmarkt op 20 maart 2022 met meer dan 85 deelnemers waar een gedetailleerde beschrijving van de voorstellen en het verwachte tijdskader werden gegeven16. 71. Er werden 6 schriftelijke reacties op de openbare raadpleging ontvangen, te weten vanwege Uniper Global Commodities SE, Eni Global Energy Markets S.p.A, Centrica PLC, EnBW Energie BadenWuerttemberg AG, TotalEnergies Gas & Power Limited en European Federation of Energy Traders (EFET). Vier marktpartijen hebben de vertrouwelijkheid van hun reactie ingeroepen. 72. INT heeft bij haar aanvraag van 23 september 2022 tot goedkeuring van het toegangscontract, een samenvatting van de opmerkingen, vragen en reacties alsook de voorstellen tot verbetering voorgesteld door de marktpartijen, toegevoegd. Het verslag aan Ofgem en de CREG over de voorgestelde wijzigingen aan het toegangscontract en de tariferingsmethodologie van INT samen met de schriftelijke antwoorden van voornoemde marktpartijen, is terug te vinden in bijlage 2 van huidige beslissing. 73. Het Huishoudelijk Reglement van de CREG17 bepaalt in artikel 42 dat: “Het directiecomité kan tenslotte beslissen om geen raadpleging te organiseren of een nietopenbare raadpleging te organiseren: 1° onverminderd artikel 40, 2°, telkens wanneer reeds een raadpleging in een eerder stadium plaatsvond, op initiatief van het directiecomité of van een derde, en afhankelijk van de effectiviteit van deze raadpleging in het licht van de voorgenomen beslissing waarover het directiecomité oordeelt. In geval van een raadpleging door een derde zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en 14 https://www.fluxys.com/en/news/interconnector/2022/20220523-belux-and-interconnector-market-integration 15 De consultatiedocumenten en voorgestelde wijzigingen aan de AR en CM van Interconnector: https://www.fluxys.com/en/products- services/empowering-you/customer-interactions/consultations-in-the-uk/2022---integration-of-the-belux-market-area-and-interconnector 16 De opname van de informatiesessie vindt u hier: https://www.fluxys.com/en/news/fluxys-belgium/2022/220316_info-session-20220331flx-be-interconnector 17 Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 12 januari 2017 Niet vertrouwelijke versie 25/48 informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt.” 74. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van de CREG, zij geen openbare raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing voldoende voorafgaandelijk werd gecommuniceerd, en er een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op de voorstellen te reageren. 2.8. INWERKINGTREDING VAN HET TRANSPORTCONTRACT 75. Het transportcontract treedt in werking nadat zowel de CREG als Ofgem hun goedkeuring hebben verleend over de wijzigingen. Voor de datum van inwerkingtreding verwijst de CREG naar deel 5 van onderhavige beslissing. 76. Met toepassing van de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas wordt het gewijzigd transportcontract gepubliceerd op de website van INT. Niet vertrouwelijke versie 26/48 3. ANTECEDENTEN 3.1. ALGEMEEN 77. Bij beslissing van 9 oktober 2015 (B)151009-CDC 146518 heeft de CREG de IAA, het IAC en de SUA, ingediend door INT bij de CREG per drager op 13 juli 2015 en op 14 en 21 augustus 2015, goedgekeurd met uitzondering van de ‘ratingtest’ vermeld in artikel 2 alsook artikel 2.11 van bijlage 2 van de IAA. De goedkeuring van de IAA is in werking getreden op 1 november 2015, datum waarop NC CAM in werking is getreden. De CREG heeft INT uitgenodigd om met toepassing van artikel 41.10 van de gasrichtlijn, en dit naar aanleiding van de eerstkomende aanpassing, wijziging en/of aanvulling van de IAA, de IAC en de SUA doch ten laatste drie maanden voor 1 oktober 2018 en na raadpleging, een aangepast voorstel in te dienen bij de CREG dat rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd in deel III en IV van haar beslissing 1465. 78. Op 1 februari 2017 heeft de CREG beslissing (B) 170201-CDC-160819 het door INT ingediende voorstel van wijzigingen aan het IAC en de regels van de Profielherzieningsdienst 2017 en van de Vereenvoudigde Conversiedienst 2017 niet goedgekeurd. 79. Bij beslissing (B)1729 van 1 maart 201820 heeft de CREG het door INT ingediende voorstel van wijzigingen aan de IAA, het IAC, de Systeemgebruikersovereenkomst en het Toegangsprogramma goedgekeurd. Aan INT werd meegedeeld om rekening te houden met wat volgt: - dat de goedkeuring van de artikelen 7.4 tot 7.8 en 8.11 tot 8.15 van de IAA voorlopig is om redenen uiteengezet in de paragrafen 85, 87, 91, 93 en 186 van de beslissing 1729; De opmerkingen in de beslissing 1729 houden verband met kwaliteit van aardgas en de aansprakelijkheid. De CREG verwijst in dit verband naar paragrafen 79, 80 en 81 van haar beslissing (B) 1908 van 28 februari 201921. - gevolg te geven aan de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 65, 87, 88, 155, 161 en 186 van de beslissing 1729; De CREG stelt vast dat INT in haar definitieve versie IAA meegedeeld aan de CREG per email op 28 maart 2018 gevolg heeft gegeven aan de opmerking geformuleerd in paragraaf 65. De opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 87, 88 van de beslissing 1729 houden verband met kwaliteit van aardgas en de aansprakelijkheid. De CREG verwijst in dit verband naar paragrafen 79, 80 en 81 van haar beslissing (B) 1908 van 28 februari 201922. Met betrekking tot de opmerking geformuleerd in paragraaf 155 van de beslissing 1729 antwoordt INT per brief van 27 maart 2018 (zie BIJLAGE II van beslissing (B) 1908 van 28 februari 2019) dat voor capaciteit toegekend via veilingen, via IAM of via overboeking de bevestiging gebeurt via het INT informaticasysteem. Voor capaciteit toegekend via het onderschrijvingsvenster zal de template de vorm aannemen van een ondertekende brief die in Bijlage B-3 van het IAC gevoegd is. 18 http://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1465NL.pdf https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1608NL.pdf 20 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1729NL.pdf 21 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1908NL.pdf 22 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1908NL.pdf 19 Niet vertrouwelijke versie 27/48 - de materiële fouten vastgesteld in de paragrafen 90, 105, 106, 107, 110, 111 en 142 van de beslissing 1729 en deze te verbeteren voor de inwerkingtreding van de beslissing 1729. De CREG stelt vast dat in de versie IAA meegedeeld door INT per email op 28 maart 2018 deze materiële fouten zijn rechtgezet, met uitzondering de opmerkingen in de paragrafen 110 en 111. De CREG stelt vast dat de materiële fout vastgesteld in paragraaf 110 van de beslissing 1729 in huidige versie IAA ingediend bij de CREG op 7 december 2018 een juiste referentie naar artikel 15.5(
  5. b)opneemt. Hetzelfde geldt voor de opmerking verwoord in paragraaf 111 van de beslissing 1729. De versie IAA ingediend door INT bij de CREG op 7 december 2018 verwijst terecht naar artikel 15.5, (
  6. a)(zie BIJLAGE II van beslissing (B) 1908 van 28 februari 2019). - de vragen gesteld door de CREG in de paragrafen 86, 92, 155, 157 en 161 van de beslissing 1729 en deze te beantwoorden per brief voor de inwerkingtreding van de beslissing 1729; Per brief van 16 maart 2018 heeft INT aan de CREG uitleg verschaft wat verstaan moet worden onder artikel 8.1 (
  7. b)van de IAA, zijnde ‘enig bijzonder(
  8. e)of incidente(e)l(
  9. e)verlies of schade’. Hetzelfde geldt voor de opmerkingen in paragraaf 92 van de beslissing 1729 (zie BIJLAGE II van beslissing (B) 1908 van 28 februari 2019). Voor de opmerkingen verwoord in de paragrafen 155, 157 en 161 verwijst de CREG naar het antwoord van INT per brief van 27 maart 2018 (zie BIJLAGE II van beslissing (B) 1908 van 28 februari 2019). Tot slot, met toepassing van artikel 2.5, van NC CAM heeft de CREG in haar beslissing 1729 ingestemd met de vraag van INT dat op de impliciete toewijzingsmethode de artikelen 8 tot 10, 19 en 37 van NC CAM niet moeten worden toegepast. 80. Met haar beslissing (B) 1908 van 28 februari 201923 heeft de CREG de gewijzigde Toegangsovereenkomst met INT (IAA), het gewijzigd Toegangsreglement met INT (IAC) en het document genaamd ‘de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door INT tussen GB en België’ dat het Toegangsprogramma is, ingediend bij de CREG per brief van 17 december 2018, goedgekeurd. Belangrijkste aanpassingen hadden betrekking op de verhoging van de maximale hoeveelheid aan de markt aangeboden capaciteit via IAM van 50% naar 75% in beide stroomrichtingen en de update van de vereisten voor kredietondersteuning voor de bevrachters die niet voldoen aan de rating-vereisten. Aan INT werd meegedeeld om rekening te houden met wat volgt: - het rechtzetten van de materiële fout vastgesteld in de paragraaf 81; - de opmerking gemaakt in paragrafen 120 en 148. De CREG stelt vast dat in de versie nummer zeven van de IAA, het IAC en het Toegangsprogramma, meegedeeld door INT op 17 juli 2019, de materiële fout werd rechtgezet (aanpassing IAA) en dat aan de opmerkingen gemaakt in paragrafen 120 (aanpassing IAC) en 148 (aanpassing Toegangsprogramma) werd tegemoet gekomen 81. Met haar beslissing (B) 1982 van 12 september 201924 heeft de CREG het gewijzigd Toegangscontract van INT (IAA), het gewijzigd Toegangsreglement met INT (IAC) en het document genaamd ‘de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door INT tussen GB en België’ dat het Toegangsprogramma is, ingediend bij de CREG per brief van 17 juli 2019 goedgekeurd. De voornaamste wijziging van het IAA is een aanpassing die het mogelijk maakt dat alle capaciteitsproducten in geval van overmacht in aanmerking komen voor een reductie van de te betalen capaciteitsvergoeding. De 23 24 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1908NL.pdf https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1982NL.pdf Niet vertrouwelijke versie 28/48 voornaamste wijzigingen van het IAC zijn: verlenging van de capaciteitstoewijzingsperiode voor het aanbod van capaciteitsproducten via het impliciet allocatie mechanisme (IAM), mogelijkheid om het IAM te gebruiken, niet enkel in combinatie met aankoop van aardgas maar ook gecombineerd met verkoop van aardgas, het aanbod van een Voorwaardelijk Vaste Capaciteitsproduct en wijzigingen die het mogelijk maken om van het huidige gebruikte INT Shipper Information System over te stappen naar het GSmart aardgas Management Systeem in combinatie met een elektronisch dataplatform EDP. 82. Met haar beslissing (B) 2325 van 10 maart 202225 heeft de CREG het gewijzigd Toegangscontract van INT (IAA), het gewijzigd Toegangsreglement met INT (IAC) en het document genaamd ‘de diensten voor het Vervoer van Aardgas verricht door INT tussen GB en België’ dat het Toegangsprogramma is, ingediend bij de CREG per brief van 21 december 2021, goedgekeurd. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op het verhogen van de hoeveelheid capaciteit die via het impliciet allocatie mechanisme kan worden aangeboden van 75 % naar 90 %, het verkleinen van het publicatievenster voor capaciteit aangeboden via Prisma naar 3 dagen, het aanbieden van een gedifferentieerde bijkomende koolstof neutrale dienst, het publiceren van een ontwerpplanning voor het lange termijn onderhoud en dit voor de aanvang van het kalenderjaar en de bepalingen inzake kredietondersteuning. 3.2. MARKTCONSULTATIE 83. Van 23 mei tot 20 juni 2022 heeft INT over de door haar voorgestelde wijzigingen van het transportcontract een openbare raadpleging georganiseerd. Tijdens deze raadplegingsperiode werden bijkomend bilaterale vergaderingen gehouden met een aantal interconnector-gebruikers. Tevens werd een consultatiedag georganiseerd waarop alle marktpartijen werden uitgenodigd en tijdens dewelke de voorgestelde wijzigingen van het toegangscontract werden toegelicht en besproken. 84. INT raadpleegde over versie nummer 9 van transportcontract welke een gemarkeerde versie is met voorgestelde wijzigingen op grond van een versie nummer 8 van het transportcontract, door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B) 2325 van 10 maart 202226. 85. Zes marktpartijen hebben schriftelijk (per brief of per mail) hun opmerkingen gegeven en vragen gesteld die verband hielden met het toegangscontract. Van 4 marktpartijen is de reactie als vertrouwelijk te beschouwen. Verder ontving INT via informele bilaterale gesprekken met verschillende marktpartijen, bijkomende opmerkingen en suggesties. 86. INT heeft bij haar aanvraag van 23 september 2022 tot goedkeuring van de wijzigingen aan het transportcontract, een samenvatting van de opmerkingen, vragen en reacties alsook de voorstellen tot verbetering van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie, toegevoegd. De CREG verwijst in dit verband naar bijlage 2 van huidige beslissing dat het verslag aan Ofgem en de CREG is over de voorgestelde wijzigingen aan het transportcontract en de tariferingsmethodologie van INT. 87. De wijzigingen waren bedoeld om de voorgestelde integratie van de BELUX-marktzone en Interconnector mogelijk te maken, wat de handelsregelingen voor gastransporten tussen de markten op het vasteland en de markten in GB zou vereenvoudigen. 88. De marktpartijen zagen de vereenvoudiging van de handelsregelingen door de integratie van INT en het BELUX-marktgebied als waardevol, maar er werd bezorgdheid geuit over de 25 26 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2325NL.pdf https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2325NL.pdf Niet vertrouwelijke versie 29/48 overgangsmaatregelen voor de interconnector-gebruikers en bevrachters die al een vervoerscontract27 hebben ondertekend. Hoewel Fluxys Belgium een aantal flexibiliteits- en herverdelingsmogelijkheden had voorgesteld, gaven verschillende marktpartijen aan dat deze maatregelen onvoldoende tegemoet kwamen aan hun bezorgdheden en dat de impact te groot zou zijn, vooral in de huidige marktomstandigheden. 89. Op basis van deze feedback concludeerden INT en Fluxys Belgium dat de huidige timing voor de herziening van het marktmodel niet geschikt is en besloten ze daarom dit initiatief tijdelijk op te schorten. 90. De ambitie om de handelsregelingen te verbeteren en te vereenvoudigen blijft wel bestaan en INT kan in de toekomst alternatieve structuren en wijzigingen in haar toegangscontract voorstellen. De feedback en de ervaringen die tijdens dit consultatieproces zijn verzameld zullen worden gebruikt voor mogelijke toekomstige voorstellen. 91. Om voornoemde redenen zal INT de voorgestelde wijzigingen in het toegangscontract en tariferingsmethodologie die betrekking hebben op de integratie van INT en het BELUX-marktgebied niet doorvoeren. In plaats daarvan vraagt INT alleen goedkeuring voor de resterende technische wijzigingen waarover ook overleg werd gepleegd tijdens de openbare raadpleging van 23 mei tot 20 juni 2022. 92. De opmerkingen van de marktpartijen worden besproken in deel 4 van onderhavige beslissing. 27 " vervoerscontract(
  10. en)": verzamelnaam van het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract, het standaard LNGcontract en het toegangscontract Interconnector (artikel 2, 30°, van de gedragscode aardgas Niet vertrouwelijke versie 30/48 4. BEOORDELING 4.1. ALGEMEEN 93. De CREG laat opmerken dat zij een Nederlandse versie van het voorstel tot wijziging van het toegangscontract, versie 9, heeft ontvangen welke zij onderzoekt voor goedkeuring. De Engelse versie gebruikt de CREG enkel in haar onderzoek ter informatie. 94. Hierna wordt nagegaan of de nieuwe en/of gewijzigde bepalingen en voorwaarden uiteengezet in het toegangscontract dat INT aan haar interconnector-gebruikers oplegt, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn, en dus overeenstemmen met de wetgeving en het algemeen belang. 95. Het ontbreken van opmerkingen over de door INT ingediende documenten of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstig (gemotiveerd) gebruik van de bevoegdheid van de CREG om een voorstel tot wijziging in te dienen, zelfs indien het punt reeds zou zijn goedgekeurd. 96. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels zoals de door INT ingediend. 97. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van de documenten betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. 98. Als voorafgaande opmerking acht de CREG het noodzakelijk te herhalen dat overeenkomstig artikel 15/5undecies, § 3, van de gaswet het transportcontract bestaat uit: - een ‘toegangscontract’, dat in de gedragscode aardgas benoemd wordt als toegangscontract Interconnector28 en door INT als IAA; - een ‘toegangsreglement’ dat door INT benoemd wordt als IAC; en - een ‘toegangsprogramma’, dat in de gedragscode toegangsprogramma Interconnector29en door INT als IAAS. aardgas benoemd wordt als 99. INT benoemt voormelde documenten anders. INT wordt uitgenodigd om bij een volgende wijziging van het transportcontract de Nederlandse versie volledig te screenen op een correct woordgebruik, zijnde de terminologie te gebruiken zoals deze gekend is in de gaswet en in de gedragscode aardgas. Deze screening betreft een screening van alle begrippen die in het toegangscontract toegepast worden en die in de definitielijst zijn opgenomen. 100. De CREG heeft daarnaast per mailbericht van 21 april 2022 aan INT een grondige analyse betreffende het toegangscontract Interconnector (IAA) meegedeeld, met de vraag om de suggesties en opmerkingen te verwerken naar aanleiding van een volgende wijziging van het transportcontract. Dit is niet gebeurd. De CREG verzoekt INT dan ook om naar aanleiding van de eerst volgende wijziging van het transportcontract hiervan werk te maken en een gewijzigd voorstel van toegangscontract Interconnector (IAA) ter openbare raadpleging voor te leggen om vervolgens bij de CREG ter goedkeuring in te dienen. 28 29 Artikel 2, 29°, gedragscode aardgas. Artikel 44, gedragscode aardgas. Niet vertrouwelijke versie 31/48 4.2. ONDERZOEK VAN HET TOEGANGSCONTRACT INTERCONNECTOR (IAA) 101. Het toegangscontract Interconnector (IAA) bestaat uit drie delen, met name: het corpus (7 artikelen), bijlage A - Algemene voorwaarden (16 artikelen) en bijlage B - Definities en interpretatie. 4.2.1. Het corpus 102. Artikel 4 – Toetreding van de Nieuwe Bevrachter: De CREG herhaalt haar opmerking gegeven in haar beslissing (B) 2325 van 10 maart 2022 en vraagt om een definitie van het begrip “Know Your Customer” toe te voegen aan de definitielijst in bijlage B. De CREG verwijst in dat verband naar de definitielijst Bijlage 3 van het STA van Fluxys Belgium. 103. Overeenkomstig de gedragscode aardgas wordt een klant van INT benoemd als ‘interconnectorgebruiker’. De term ‘Bevrachter’ is enkel van toepassing op een klant van Fluxys Belgium. 104. De CREG heeft verder geen opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aangebracht in de Corpus versie 9 en keurt deze goed. 105. Wijzigingen aan het Corpus heeft voor gevolg dat de interconnector-gebruikers het transportcontract (IAA) in principe moeten ondertekenen. 4.2.2. Bijlage A: Algemene voorwaarden Artikel 1: Inleiding 106. Artikel 1.1 wordt aangepast wat de duidelijkheid en leesbaarheid ten goede komt. 107. De CREG heeft geen opmerkingen, dan tenzij vermeld in paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, over de voorgestelde wijzigingen in artikel 1 en keurt deze bijgevolg goed. Artikel 2: Facturering en betaling 108. Artikel 2.2 biedt de interconnector-gebruiker de factuur te betalen hetzij in Pond Sterling, hetzij in Euro. 109. In artikel 2.5 en 2.6 wordt de verwijzing naar SONIA vervangen door EURIBOR. 110. Artikel 2.9 wordt als nieuw artikel ingevoegd en bepaalt de wijze waarop de omrekening van Pond Sterling naar Euro zal worden uitgevoerd. 111. In artikel 2.10 wordt het minimum bedrag voor tussenkomst van de deskundige bij een geschil gewijzigd van 10.000 Pond Sterling naar 15.000 Euro. 112. De CREG heeft geen opmerkingen over de voorgestelde wijzigingen in artikel 2 en keurt deze bijgevolg goed. Niet vertrouwelijke versie 32/48 Artikel 3: Kredietvoorwaarden 113. In artikel 3.1 wordt in het laatste deel van de zin verwezen naar de criteria in subparagrafen (
  11. i)en (ii). Deze verwijzing is niet correct. De CREG vraagt deze aan te passen voor de inwerkingtreding van de goedgekeurde wijzigingen. Daarnaast stelt de CREG vast dat in de Engelse versie de nummering van de artikels 3.1 en volgende niet correct zijn. 114. Op de wijzigingen aangebracht in de artikel 3.1 (c), (a); artikel 3.2, (a), (
  12. b)en (b), (
  13. a)en in de nieuw genummerde artikelen 3.5 en 3.9 heeft de CREG geen opmerkingen tenzij hetgeen vermeld wordt in de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, 115. CREG keurt de voorgestelde wijzigingen in artikel 3 bijgevolg goed. Artikel 4: Verklaringen en garanties 116. In artikel 4.2 (
  14. a)wordt entrypunt vervangen door connectiepunt. Dit is een technische aanpassing. 117. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, heeft de CREG geen opmerkingen over de voorgestelde wijzigingen in artikel 4 en keurt deze bijgevolg goed. Artikel 5: Overmacht 118. Dit artikel wordt op twee plaatsen licht gewijzigd. Het betreft hier technische aanpassingen. 119. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, heeft de CREG geen opmerkingen over de voorgestelde wijzigingen in artikel 5 en keurt deze bijgevolg goed . Artikel 6: Opschorting en beëindiging 120. Dit artikel wordt op vier plaatsen licht gewijzigd. Het betreft hier technische aanpassingen. 121. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, heeft de CREG heeft geen opmerkingen over de voorgestelde wijzigingen in artikel 6 en keurt deze bijgevolg goed. Artikel 7: Kwaliteit 122. Dit artikel wordt op een aantal plaatsen grondig gewijzigd. 123. De CREG verwijst in dit verband naar paragrafen 79, 80 en 81 van haar beslissing (B) 1908 van 28 februari 201930 en naar paragraaf 83 en 84 van haar beslissing (B)1729 van 1 maart 201831 waar werd afgesproken dat de aansprakelijkheid van INT en/of de interconnector-gebruiker ingevolge het niet naleven van de gaskwaliteit voorwerp zal uitmaken van een overleg met de aangrenzende TSO, meer bepaald Fluxys Belgium. 30 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1908NL.pdf 31 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1729NL.pdf Niet vertrouwelijke versie 33/48 124. Verder verwijst de CREG ook naar haar beslissing (B) 100512-CDC-1155 van 10 mei 201232 die de basis vormt voor de goedkeuring door de CREG van het huidige marktgebaseerde vervoerssysteem van Fluxys Belgium, meer specifiek naar paragraaf 121, waarin gevraagd wordt aan Fluxys Belgium om onderhandelingen op te starten met de aangrenzende TSO’s teneinde met hen interconnectieovereenkomsten af te sluiten die onder meer deze problematiek uitklaren. 125. De CREG verwijst ook nog naar paragraaf 98 e.v. van haar beslissing (B)151009-CDC-1465 van 15 oktober 200933 , meer bepaald dat het waarborgen van de kwaliteit van het aardgas een exclusieve gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Fluxys Belgium en INT. 126. De CREG verwijst tot slot ook naar artikel 116, van de gedragscode aardgas betreffende het afsluiten van interconnectie-overeenkomst met beheerder van aangrenzende vervoersnetten. De CREG verzoekt INT de interconnectie-overeenkomst afgesloten tussen INT en Fluxys Belgium aan de CREG mede te delen. 127. Sinds 1 januari 2021 is het Verenigd Koninkrijk geen EU-lidstaat meer. Bijgevolg, geldt het standpunt van de CREG hieronder uiteengezet enkel voor de aardgaskwaliteit op het connectiepunt van de interconnector (INT) en het aardgasvervoersnet (Fluxys Belgium). Dit betekent concreet dat van zodra het aardgas dit connectiepunt heeft overschreden, met een flow hetzij richting Europa, hetzij richting Verenigd Koningrijk, en INT het aardgas komende van Bacton of komende van het aardgasvervoersnet Fluxys Belgium heeft aanvaard, de interconnector-gebruiker niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de gaskwaliteit die geïnjecteerd wordt in of uitgezonden wordt van de interconnector. Anders gezegd, wanneer het aardgas van de interconnector uitgezonden wordt naar het aardgasvervoersnet Fluxys Belgium of omgekeerd wanneer het aardgas van het aardgasvervoersnet Fluxys Belgium uitgezonden wordt naar de interconnector, kan aan de interconnector-gebruiker geen enkele verantwoordelijkheid verweten worden inzake gaskwaliteit. De vraag stelt zich hoe een interconnector-gebruiker invloed zou kunnen uitoefenen op de gaskwaliteit van aardgas dat, hetzij door Fluxuys Belgium, hetzij door National Grid ter beschikking wordt gesteld aan INT. De interconnector is een ondergrondse pijpleiding die rechtstreeks is aangesloten op het vervoersnet van National Grid en op het aardgasvervoersnet van Fluxys Belgium. Ter hoogte van het connectiepunt interconnector-aardgasvervoersnet Fluxys Belgium is er geen enkele aansluiting met een productieveld. De CREG stelt vast dat INT met voorgaand principe, dat haar sinds lang gekend is, geen rekening houdt. 128. Daarom verzoekt de CREG INT om met toepassing van artikel 40, tweede lid, van de gedragscode een gewijzigd voorstel betreffende artikel 7, van het toegangscontract Interconnector (IAA) bij de CREG in te dienen, binnen de 2 maanden te rekenen vanaf de betekening van huidige beslissing. Tenzij INT kan motiveren waarom geen gevolg gegeven kan worden aan hetgeen volgt, houdt het gewijzigd voorstel betreffende artikel 7, van het toegangscontract (IAA) rekening met wat volgt: - Artikel 7.1: niet de interconnector-gebruiker maar de aangrenzende TSO stelt het aardgas ter beschikking aan INT; 32 Beslissing (B)100512-CDC-1155 over de aanvraag tot goedkeuring van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Aardgasvervoersprogramma van de N.V. Fluxys. 33 Beslissing (B)151009-CDC-1465 over “het door Interconnector (UK) Limited ingediende voorstel van Toegangsovereenkomst met IUK, Toegangsreglement met IUK en Systeemgebruikersovereenkomst voor toegang tot de Interconnector Zeebrugge – Bacton. Niet vertrouwelijke versie 34/48 - Artikel 7.2: de kennisgeving waarvan sprake in artikel 7.2 kan enkel gebeuren door de TSOs, inclusief INT; - Artikel 7.3: gelet op de opmerking geformuleerd voor artikel 7.1, moet artikel 7.3 anders geformuleerd worden; - Artikel 7.6: een verwijzing naar de Interconnectieovereenkomst die de CREG niet goedkeurt, is niet gepast. Immers, de interconnectieovereenkomst kan clausules bevatten waardoor artikel 7.6 van het toegangscontract (IAA) volledig uitgehold wordt en dus een lege doos is; - Artikel 7.7: dit artikel is voor de CREG onaanvaardbaar. Niettegenstaande de aansprakelijkheid van National Grid en/of Fluxys Belgium vaststaat, maar door de Interconnectieovereenkomst INT bij hen geen schadevergoeding kan vorderen, in dat geval de interconnector-gebruiker, die geen enkele aansprakelijkheid treft, toch aan INT de schadevergoeding moet vergoeden; - Artikel 7.8: hier geldt dezelfde opmerking als voor artikel 7.1. Niet de interconnector-gebruiker maar de aangrenzende TSO stelt het aardgas ter beschikking aan INT; - Artikel 7.9: hier geldt dezelfde opmerking als voor artikel 7.1. Niet de interconnector-gebruiker maar de aangrenzende TSO stelt het aardgas ter beschikking aan INT; - Artikel 7.10: de CREG aanvaardt niet dat voor gaskwaliteit INT zich kan beroepen op overmacht voor de toepassing van artikel 7.10; - Artikel 7.11: de CREG stelt de vraag of in de Nederlandse versie punt (iii) niet moet zijn Aardgas ‘afneemt’ in plaats van ‘herlevert’? Ook hier geldt dezelfde opmerking als voor artikel 7.1. Niet de interconnector-gebruiker maar de aangrenzende TSO stelt het aardgas ter beschikking aan INT. De verwijzing naar artikel 7.12 ‘overmacht’ is voor de CREG niet aanvaardbaar; - Artikel 7.12: de CREG aanvaardt niet dat ingevolge overmacht INT de interconnector-gebruiker niet hoeft schadeloos te stellen voor de schade die deze laatste lijdt ingevolge ‘off spec’ aardgas. Artikel 8: Aansprakelijkheid en risico’s 129. In de artikelen 8.1, 8.2, 8.10, 8.11 en 8.12 wordt verwezen naar artikel 7.6 (c). Dit is een foutieve verwijzing, daar het artikel 7.6 (
  15. c)niet bestaat. INT wordt uitgenodigd deze verwijzing te verbeteren alvorens de goedgekeurde wijzigingen van het toegangscontract Interconnector (IAA) in werking kunnen treden. Bovendien verwijst de CREG naar haar opmerking gemaakt over artikel 7.6, van het toegangscontract Interconnector (IAA) (paragraaf 128 van huidige beslissing). Rekening houdend met de opmerkingen geformuleerd over artikel 7, van het toegangscontract Interconnector (IAA), heeft de CREG voor de overige wijzigingen, doorgevoerd in artikel 8.2; artikel 8.10 (
  16. a)en (b), artikel 8.11; artikel 8.12; artikel 8.13; artikel 8.14 en artikel 8.15, geen opmerkingen. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, keurt de CREG deze voorgestelde wijzigingen in artikel 8 goed Artikel 9: Vertrouwelijkheid 130. In artikel 9 wordt een nieuw artikel 9.3 (
  17. a)ingevoegd. Niet vertrouwelijke versie 35/48 131. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen in artikel 9 goed. Artikel 10: Kennisgevingen 132. Dit artikel wordt op twee plaatsen licht gewijzigd. Het betreft hier technische aanpassingen. 133. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing, keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen in artikel 10 goed. Artikel 11: Mededelingen en informatie-uitwisseling 134. In artikel 11.1 wordt enerzijds het Platform voor impliciete alloactie toegevoegd en anderzijds wordt artikel 11 op verschillende plaatsen licht gewijzigd. Het betreft hier een technische aanpassing. 135. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen in artikel 11 goed. Artikel 12: Compliance 136. Artikel 12.9 wordt licht gewijzigd. Het betreft hier een technische aanpassing. 137. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen in artikel 12.9 goed. Artikel 15: Arbitrage 138. Dit artikel wordt op twee plaatsen licht gewijzigd, zijnde artikel 15.5, (
  18. a)en artikel 15.6, (b). Het betreft hier technische aanpassingen. 139. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen in artikel 15 goed. Gebruikte valuta 140. INT heeft een aantal wijzigingen aangebracht om betalingen in euro mogelijk te maken. Hierdoor krijgt INT de mogelijkheid om haar capaciteits- en handelswaarheffingen in pond sterling of euro te publiceren en te factureren. Deze wijziging is aangewezen omdat een groot deel van de handelsactiviteit op INT betrekking heeft op de notionele TTF-, THE- of ZTP-handelshubs, die alle in euro's werken. De wijziging biedt daarom extra keuzemogelijkheden (zie paragraaf 108 van huidige beslissing) en zorgt ervoor dat INT goed voorbereid is op toekomstige initiatieven voor de Europese marktintegratie. 141. Met betrekking tot de INT-BELUX-integratie ontving INT opmerkingen van ENI en Centrica over de operationele valuta. ENI merkte op dat sommige interconnector-gebruikers de voorkeur geven aan hedging in pond sterling vanwege het huidige verschil in liquiditeit op de NBP- en ZTP-markten. Er werden geen specifieke opmerkingen ontvangen over de algemene formulering. 142. Het voorstel van toegangscontract dat door INT bij de CREG is ingediend voor goedkeuring is het voorstel dat tijdens de openbare raadpleging aan de marktpartijen werd voorgelegd. Het voorstel stelt Niet vertrouwelijke versie 36/48 INT in staat de capaciteits- en handelswaarheffingen in pond sterling of euro te publiceren, zijn transparant, aangezien interconnector-gebruikers deze vergoedingen precies zoals gepubliceerd op de website van INT gefactureerd zullen krijgen. Om het nog gebruiksvriendelijker te maken, zou het ook goed zijn om gelijktijdig zowel de valuta Pond Sterling als Euro naast elkaar te publiceren. Het is ook niet discriminerend, aangezien voor alle interconnector-gebruikers dezelfde boekingsvoorwaarden gelden. Bovendien is de mogelijkheid voor interconnector-gebruikers om kredietvoorwaarden bedoeld in artikel 3 van het toegangscontract (IAA) te verlenen in de valuta van hun voorkeur, euro of pond sterling, objectiever en minder discriminerend dan de huidige regeling. 143. De CREG heeft verder geen opmerkingen over de voorgestelde wijzigingen betreffende de gebruikte valuta en keurt deze bijgevolg goed. 4.2.3. Bijlage B: Definities en interpretatie 144. Bijlage B werd op een aantal plaatsen aangepast. 145. De CREG stelt vast dat volgende begrippen worden geschrapt: Entrypunt Bacton, Exitpunt Bacton, Entrypunt, Exitpunt, Faciliteiten Bacton, Fluxysentrykosten, Fluxysexitkosten, LTUIOLI en SONIA. 146. De CREG stelt vast dat een aantal begrippen worden gewijzigd: Beperking AT Systeem, Connectiepunt, Grondstof Eenheidskost Bacton, Grondstof Eenheidskost Zeebrugge, Entry, Entrycapaciteit, Exit, Exitcapaciteit, Euro, Overheidsinstanties, Interconnectieovereenkomst, Maximumtekort, Dagelijkse Gasprijs voor Negatieve Onevenwichten, Dagelijkse Gasprijs voor Positieve Onevenwichten, Pijpleiding, Systeem, Technische Capaciteit en Zeebrugge Connectiepunt. 147. Daarnaast stelt de CREG vast dat een aantal nieuwe definities zijn opgenomen: Agent, Euribor, Uur, Per Uur, HMRC, Interconnectiepunt, IBT, NTS Bevrachter, Standaard Capaciteitsproduct en Zeebrugge Entrypunt. 148. Tijdens de openbare raadpleging hebben marktpartijen over deze wijzigingen in de definitielijst geen opmerkingen geformuleerd. 149. Zonder afbreuk te doen aan de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing keurt de CREG de wijzigingen van de definitielijst goed en herhaalt haar vraag om een definitie van het begrip “Know Your Customer” op te nemen in de definitielijst (zie paragraaf 102 van huidige beslissing). 4.3. ONDERZOEK VAN HET TOEGANGSREGLEMENT ( IAC) 4.3.1. - Deel A: Inleiding 150. Het toegangsreglement (IAC) stelt de regels vast van toepassing op Interconnector-gebruikers welke interconnectie-diensten wensen aan te kopen en te gebruiken. 151. De inleiding van het IAC geeft een kort overzicht van de daaropvolgende delen B tot en met J. 152. Deel A werd op een paar correcties betreffende taalkundige fouten na niet gewijzigd. Bijgevolg keurt de CREG Deel A Inleiding goed. Niet vertrouwelijke versie 37/48 4.3.2. - Deel B: Interconnectie-diensten 153. Deel B van het toegangsreglement (IAC) bevat de bepalingen van toepassing op de interconnectie-diensten aangeboden door INT. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) beschrijft achtereenvolgend de interconnectie-diensten, de kenmerken van de capaciteit, de wijze van verkrijging en vrijgave van capaciteit, de wijze waarop de aanvraag voor interconnectie-diensten moet worden ingediend, de alloactie en registratie van de capaciteit, afstand van capaciteit, capaciteitsoverdracht, capaciteitstoewijzing en capaciteitsconversie. 154. Deel B wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 155. INT heeft een aantal wijzigingen aangebracht om heffingen in euro mogelijk te maken. Hierdoor krijgt INT de mogelijkheid om haar capaciteits- en handelswaarheffingen in pond sterling of euro te publiceren en te factureren. Deze wijziging is aangewezen omdat een groot deel van de handelsactiviteit op INT betrekking heeft op de notionele TTF-, THE- of ZTP-handelshubs, die allen in euro's werken. De wijziging biedt daarom extra keuzemogelijkheden en zorgt ervoor dat INT goed voorbereid is op toekomstige initiatieven voor marktintegratie. Zo wordt punt 5.1 (
  19. d)gewijzigd door schrapping van een specifieke valuta bij verwijzing naar de gecontracteerde capaciteitsprijs, zodat INT hiervoor zowel de euro als de pond sterling kan gebruiken. 156. De wijzigingen opgenomen in Deel B van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd. Bijlage B-1: Capaciteitsveilingregels 157. Bijlage B-1 wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 158. De wijzigingen opgenomen in Deel B, Bijlage B-1 van het toegangsreglement (IAC)worden door de CREG goedgekeurd. Bijlage B-2: LTUIOLI-Procedures 159. Bijlage B-2 wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 160. De wijzigingen opgenomen in Deel B, Bijlage B-2 van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd. Bijlage B-3: Regels voor Impliciete Allocatie 161. Bijlage B-3 omvat de regels voor impliciete allocatie en de algemene voorwaarden van het Platform voor Impliciete Allocatie (PIA). Deze bijlage omvat achtereenvolgend de bepalingen die gelden voor de aanstelling van het PIA, de bekendmaking van informatie over impliciete allocatie, de aanvragen, allocatie en prijsvorming, kennisgeving, de verhouding tussen de interconnector- Niet vertrouwelijke versie 38/48 gebruikers en het PIA, de selectiecriteria voor interconnector-gebruikers, de aansprakelijkheid van INT voor de activiteiten van het PIA, de betaling, algemeen en marktgedrag. 162. Bijlage B-3 wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. 163. Een aantal geregistreerde interconnector-gebruikers van INT maakt gebruik van Agenten bij het kopen of verkopen van gas op de OTC-markt ("Over the Counter"). Deze agenten zijn derden die ook geregistreerde interconnector-gebruikers zijn onder het toegangscontract Interconnector (IAA). 164. Een Agent is een bedrijf dat door de interconnector-gebruiker wordt aangezocht met de bedoeling toegang te krijgen tot een Platform voor impliciete allocatie van een impliciete allocatiepartner en treedt namens de interconnector-gebruiker op om passende hoeveelheden gas en capaciteit te kopen op de OTC-markt. Hierna volgt er een tweede transactie tussen de agent en de interconnector-gebruiker zodat deze eigenaar wordt van het gas en de capaciteit. Deze tweede transactie komt volledig in aanmerking voor het IAM van INT. 165. INT heeft de formulering in Bijlage B-3 van de toegangsreglement (IAC) aangepast zodat een agent namens een INT- interconnector-gebruiker kan optreden in het IAM-proces. De wijziging maakt het transparanter zodat dat een interconnector-gebruiker die gebruik maakt van een agent kan deelnemen aan het IAM. 166. INT heeft een uurcapaciteitsproduct geïntroduceerd en hiermee kan korte termijn capaciteit worden aangeboden voor afzonderlijke uren van een gasdag in plaats van de interconnector-gebruiker te binden aan het boeken van alle resterende uren van die gasdag, wat een vereiste is voor de huidige Within Day PRISMA-veilingen. 167. Door de marktpartijen werd geen specifieke feedback gegeven over deze voorstellen. Voordat de consultatieronde van start ging, toonden verschillende interconnector-gebruikers belangstelling om via hun agent toegang te krijgen tot het IAM. 168. Het definitieve voorstel van INT is het voorstel dat in de consultatieronde aan de marktpartijen werd voorgelegd. Door het gebruik van een agent toe te staan om OTC-boekingen van gas en capaciteit te vergemakkelijken, kunnen meer interconnector-gebruikers van INT deelnemen aan het IAM, wat de toegankelijkheid verbetert. Dit voorstel blijft in overeenstemming met de CAM NC, aangezien de capaciteits- en gashandel gelijktijdig door dezelfde tegenpartij zal worden aangekocht, overeenkomstig de vereisten van een impliciet toewijzingsmechanisme. 169. De invoering van een uurcapaciteitsproduct is objectief en niet-discriminerend, aangezien het een extra capaciteitsoptie biedt voor alle interconnector-gebruikers van INT en dit hen in staat zal stellen om actief handel te drijven tijdens de gasdag. 170. De CREG keurt de wijzigingen van Deel B, Bijlage B-3 Regels voor impliciete allocatie goed. Niet vertrouwelijke versie 39/48 4.3.3. - Deel C: Nominaties en matchingprocedures 171. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) bevat bepalingen die de wijze regelen waarop een interconnector-gebruiker gebruik kan maken van zijn entrycapaciteit door hoeveelheden aardgas te nomineren voor levering op een connectiepunt en van zijn exitcapaciteit door hoeveelheden aardgas te nomineren voor herlevering op een connectiepunt. 172. Naast (her)nominatieregels bevat dit deel van het toegangsreglement (IAC) tevens de regels betreffende nominatiematching en nominatiebevestiging. Het is de interconnector-gebruiker niet toegelaten om meer te nomineren dan zijn geregistreerde capaciteit tenzij hij een nominatie indient uit hoofde van het allocatiemechanisme bij overnominatie, een mechanisme waarmee INT onderbreekbare capaciteit ter beschikking stelt als binnen-de-dag capaciteit. 173. In dit deel van de toegangsreglement (IAC) worden tevens de regels van toepassing inzake terugkoop en gedwongen terugkoop vastgelegd. 174. Bijlage C wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 175. De invoering van een uurcapaciteitsproduct vraagt een aanpassing van punt 2.1.3 en 2.1.4. 176. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 177. De wijzigingen opgenomen in Deel C van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd. 4.3.4. - Deel D: Allocatie van gas 178. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) bevat de bepalingen die de wijze regelen waarop INT aardgas, dat de interconnector-gebruiker heeft genomineerd voor levering of herlevering, toewijst. Voor het beheer van de sturingsverschillen heeft INT met de aangrenzende TSO’s operationele balanceringsovereenkomsten afgesloten. Hierdoor zijn de toewijzingen op de connectiepunten in principe gelijk aan de bevestigde nominatiehoeveelheden. In buitengewone omstandigheden waarbij het voor INT niet mogelijk is om bovenstaande regeling toe te passen worden de gashoeveelheden toegewezen pro rata de bevestigde nominatiehoeveelheden. 179. Bijlage D wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 180. In Bijlage D wordt een nieuw punt 4 - Aanpassing van de allocatie van aardgas - toegevoegd. Dit is een verplaatsing van het punt 4.2 van Bijlage G – Meeting naar deze bijlage. 181. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 182. De wijzigingen opgenomen in Deel D van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd. Niet vertrouwelijke versie 40/48 4.3.5. - Deel E: Balancering en verhandelingskennisgeving 183. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) bevat de bepalingen van toepassing op het behoud van het evenwicht tussen levering en herlevering en de verhandeling van hoeveelheden aardgas tussen de interconnector-gebruikers onderling op de Interconnector pijpleiding. 184. De interconnector-gebruiker zal ervoor zorgen dat de som van de bevestigde nominatiehoeveelheden op de connectiepunten en de verhandelde hoeveelheden voor aankoop gelijk zijn aan de som van de bevestigde nominatiehoeveelheden op de connectiepunten en de verhandelde hoeveelheden voor verkoop, en dit voor elk uur van de gasdag. INT kan een tolerantiedrempel instellen die het mogelijk maakt van bovenstaande regel af te wijken en zal de interconnector-gebruikers hierover informeren. Het dagelijks onevenwicht dat binnen deze tolerantiedrempel ligt wordt meegenomen naar de volgende dag. Het dagelijks onevenwicht dat buiten de tolerantiedrempel ligt (positief of negatief) wordt afgerekend in overeenstemming met de regels zoals bepaald in deel F van het toegangsreglement (IAC). 185. Dit deel bevat tot slot de regels van toepassing voor wat betreft de verhandeling van aardgas binnen de INT pijpleiding. 186. Bijlage E wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 187. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 188. De wijzigingen opgenomen in Deel E van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd. 4.3.6. - Deel F: Vergoeding 189. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) stelt de vergoedingen vast die door de interconnectorgebruiker aan INT verschuldigd zijn evenals de betalingen en kortingen die INT aan een interconnectorgebruiker kan toekennen. 190. Verder zijn in dit deel bepalingen opgenomen over de vergoedingsverklaring van INT, de maandelijkse administratievergoeding, de maandelijkse vergoedingen, de capaciteitsvergoedingen, de betalingen voor geheralloceerde capaciteit, de terugkoopbetalingen, de balanceringsvergoeding, de grondstofvergoeding en de rekening voor netto-overboekingsinkomsten. 191. Bijlage F wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 192. In punt 5 en 6 worden de vergoedingen in pond sterling en euro mogelijk. De CREG verwijst naar paragraaf 155 van deze beslissing. 193. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 194. De wijzigingen opgenomen in Deel F van het toegangsreglement (IAC)worden door de CREG goedgekeurd. Niet vertrouwelijke versie 41/48 4.3.7. - Deel G: Meting 195. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) bevat de bepalingen betreffende de meting van de hoeveelheden aardgas op het entry- en exitpunt. 196. Verder worden de regels vastgelegd inzake onderhoud en ijking van de meettoestellen en wordt bepaald hoe eventuele aanpassingen van de hoeveelheden toegewezen aardgas naar aanleiding van een meetfout worden gecorrigeerd. Wanneer de toewijzing gebeurt op een interconnectiepunt waar een operationele balanceringsovereenkomst van toepassing is worden de verschillen tussen nominaties en toegewezen hoeveelheden beheerd zoals bepaald in deel D van het IAC. 197. Bijlage G wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 198. Punt 4.2 - Aanpassing van de allocatie van aardgas – wordt verplaatst van het punt 4 van Bijlage D – Allocatie van gas (zie paragraaf 180 van deze beslissing). 199. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 200. De wijzigingen opgenomen in Deel G van het toegangsreglement (IAC) worden door de CREG goedgekeurd 4.3.8. - Deel H: Kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden 201. Deel H van het toegangsreglement (IAC)bevat de bepalingen inzake de kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden met betrekking tot de entryvoorwaarden en de wijzigingen aan de NTS of FTS specificaties. 202. Bijlage H wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 203. Punt 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 2 werden verwijderd en deze bepalingen worden overgenomen in artikel 7 van het toegangscontract Interconnector (zie paragraaf 128 van deze beslissing). Bijlage H-1 Kwaliteitsvereisten en operationele voorwaarden 204. Deze bijlage bevat de specifieke kwaliteitseisen en werd op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. 205. De maximum temperatuur op connectiepunt Bacton werd gewijzigd van 28 °C naar 38 °C en in de tabel werd een specificatie met betrekking tot de relatieve dichtheid toegevoegd. In de opmerkingen onderaan de tabel werd met betrekking tot de GSMR34 voorschriften toegevoegd dat indien wijzigingen in de GSMR voorschriften specifieke parameters opheffen, deze ook niet langer van 34 https://www.legislation.gov.uk/uksi/1996/551/contents/made Niet vertrouwelijke versie 42/48 toepassing zijn. De relatieve dichtheidslimiet is van toepassing vanaf de datum waarop de GSMR wordt gewijzigd met de toevoeging van deze parameter. 206. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 207. De wijzigingen opgenomen in Deel H en haar bijlage H-1 van het toegangsreglement (IAC)worden door de CREG goedgekeurd. 4.3.9. - Deel I: Onderbreking, beperkingen, voorwaardelijkheden en onderhoud 208. Dit deel van het toegangsreglement (IAC) bevat de bepalingen inzake onderbrekingen, systeembeperkingen, AT-systeembeperkingen, voorwaardelijkheden samen met de regels van toepassing inzake onderhoud van de vervoersinstallatie van INT. 209. De wijze waarop onderbreekbare capaciteit zal worden onderbroken of gereduceerd, zoals is vastgelegd onder punt 1, is in overeenstemming met de artikelen 33 tot en met 36 van NC CAM. Voor wat betreft de beperkingen wordt een onderscheid gemaakt tussen de beperkingen die het gevolg zijn van beperkingen op het vervoersysteem INT en deze die het gevolg zijn van beperkingen op de naburige vervoersystemen. 210. Verder bevat dit deel de bepalingen met betrekking tot het aanbod van voorwaardelijke vaste capaciteitsproducten en tot slot tevens de bepalingen inzake onderhoud waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen gepland lange termijn onderhoud en gepland korte termijn onderhoud niet opgenomen in het gepland lange termijn onderhoud. Indien het totale aantal geplande onderhoudsdagen hoger ligt dan 15 dagen wordt de door de -interconnector-gebruikers verschuldigde capaciteitsvergoeding verminderd voor de dagen boven deze drempel. 211. Bijlage I wordt op een aantal plaatsen aangepast als gevolg van de wijziging van de definitie van het begrip Connectiepunt en het schrappen van de begrippen Entrypunt en Exitpunt. Verder worden er op een paar plaatsen een aantal wijzigingen doorgevoerd van technische aard. 212. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 213. De CREG keurt de wijzigingen van Deel I Onderbreking, beperkingen, voorwaardelijkheden en onderhoud van het toegangsreglement (IAC) goed. 4.3.10. - Deel J: Informatiesysteem van INT 214. Deel J van het toegangsreglement (IAC) geeft de bepalingen met betrekking tot het informatiesysteem van INT: gebruik van het systeem, wijziging in en beschikbaarheid van het informatiesysteem van INT, gebruiksvoorwaarden van apparatuur en toegang tot het informatiesysteem van INT, intellectuele eigendomsrechten, gegevensbescherming en schadevergoeding. Niet vertrouwelijke versie 43/48 215. Bijlage J wordt op een aantal plaatsen aangepast: - Punt 1.4 wordt aangepast en punt 1.10 wordt geschrapt; - Punt 2.1 wordt licht gewijzigd; - Punt 4 wordt aangepast door schrapping van 4.2, 4.3 en 4.4 en beperkt zich nu tot bepalingen inzake intellectuele eigendomsrechten. 216. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deelnamen aan de consultatie. 217. De CREG keurt de wijzigingen van Deel J Informatiesysteem van het toegangsreglement (IAC) goed. Niet vertrouwelijke versie 44/48 4.4. ONDERZOEK VAN TOEGANGSROGRAMMA INTERCONNECTOR (IAAS) 218. Het document “Aardgasvervoersdiensten verleend door Interconnector tussen het Verenigd Koninkrijk en België”, dat het Toegangsprogramma Interconnector35 is, wordt op een aantal plaatsen aangepast rekening houdend met de wijzigingen die werden aangebracht in de toegangscontract Interconnector (IAA) en het toegangsreglement (IAC) zoals besproken in punt 4.2 en 4.3 van deze beslissing. 219. Het toegangsprogramma Interconnector beschrijft op een gebruiksvriendelijke wijze het Systeem van Interconnector, de IAA-dienstverlening, het gebruik van de capaciteit, de congestiebeheersprocedure, het contractuele kader, de kosten en facturering en de gegevenstransparantie. 220. Er waren geen opmerkingen van de marktpartijen die deel genomen hebben aan de openbare raadpleging. 221. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt het document genaamd “Aardgasvervoersdiensten verleend door Interconnector tussen het Verenigd Koninkrijk en België”, of luidens de gedragscode aardgas het “toegangsprogramma Interconnector” goed. 35 Artikel 44, van de gedragscode aardgas. Niet vertrouwelijke versie 45/48 5. BESLISSING Met toepassing van de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas, keurt de CREG het voorstel tot wijziging van het transportcontract dat bestaat uit het toegangscontract Interconnector (IAA), het toegangsreglement(IAC) en het toegangsprogramma Interconnector (IAAS) ingediend bij de CREG per brief van 23 september 2022, goed, met uitzondering van artikel 7, van het toegangscontract Interconnector (IAA). Met toepassing van artikel 40, tweede lid van de gedragscode aardgas, verzoekt de CREG om binnen de twee maanden na kennisgeving van huidige beslissing een gewijzigd voorstel van artikel 7, van het toegangscontract Interconnector (IAA) bij de CREG in te dienen voor goedkeuring, dat rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd in paragraaf 128 van huidige beslissing. Er wordt aan Interconnector Limited gevraagd rekening te houden met paragraaf 102 en de vastgestelde fouten geformuleerd in de paragrafen 113 en 129 van huidige beslissing recht te zetten alvorens de goedgekeurde wijzigingen aan het transportcontract (versie 9) toegepast kunnen worden. De goedgekeurde wijzigingen treden in werking op datum van huidige beslissing en worden door Interconnector Limited op haar website gepubliceerd. De CREG verwijst vervolgens naar de paragrafen 99 en 100 van huidige beslissing en nodigt Interconnector Limited uit om bij

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.