(B)2526 30 maart 2023 Beslissing inzake de vormvereisten voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs Artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ......................................................................................................................... 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 5 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS ....................................................................................... 6 3.1. In aanmerking komende kosten in het verzoek tot afwijking ................................................. 6 3.2. Gegevens die moeten worden verstrekt in het kader van het verzoek tot afwijking van het IPC ............................................................................................................................................ 7 3.3. Aanvullende opmerkingen ....................................................................................................... 8 4. AANPASSINGEN VAN DE FORMELE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS ................................................................................................. 9 5. VORMVEREISTEN VOOR EEN VERZOEK TOT AFWIJKING ............................................................ 10 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 11 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 11 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 11 Niet-vertrouwelijke versie 2/11 INLEIDING Met toepassing van artikel 22, § 2, 2de lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, wordt met deze ontwerpbeslissing beoogd de vormvereisten vast te stellen waaraan een verzoek tot afwijking van de voor de veiling van 2023 in aanmerking te nemen intermediaire maximumprijs, moet voldoen. Deze beslissing bestaat uit vijf delen. In het eerste deel wordt het juridisch kader kort beschreven. Het tweede deel beschrijft de antecedenten. Het derde deel geeft een antwoord op de commentaren ontvangen naar aanleiding van de openbare raadpleging. In het vierde deel zet de CREG de aanpassingen uiteen die werden aangebracht aan de vormvereisten voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs. Het vijfde deel bevat de vormvereisten voor een verzoek tot afwijking. De huidige beslissing werd op 30 maart 2023 goedgekeurd door het directiecomité van de CREG. 1. WETTELIJK KADER 1. In overeenstemming met artikel 22, § 2, 2de lid van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(
- en)in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna : BK Methodologie), is het aan de CREG om de vormvereisten te bepalen van een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs (hierna : IPC). 2. Dit artikel geeft het volgende overzicht van de elementen die dit verzoek op zijn minst moet bevatten: “1° identificatie van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, via een uniek identificatienummer afkomstig van de prekwalificatieprocedure zoals bepaald in de werkingsregels, en de veiling waarop de aanvraag van toepassing is; 2° een nauwkeurige inschatting en beschrijving, of beschrijving van de desgevallende afwezigheid, van volgende kostencomponenten met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is:
- a)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, jaarlijkse vaste operationele en onderhoudskosten (in S/jaar), inclusief verdere specificatie van vaste nettarieven en de activatiekosten voor de beschikbaarheidstests gevraagd door Elia zoals bepaald in de werkingsregels indien deze relevant geacht worden, aangevuld met, indien van toepassing, de hypothesen met betrekking tot minstens het aantal uren tijdens dewelke de eenheid (eenheden) geactiveerd is (zijn) en het aantal starts of activaties waarop Niet-vertrouwelijke versie 3/11 deze inschattingen gebaseerd zijn, alsook de relatie tussen de vaste kosten en enerzijds het aantal activaties en anderzijds het aantal draaiuren;
- b)vaste kosten gerelateerd aan het beheer van een portfolio van leveringspunten relevant voor het opereren in de energiemarkt (in €/jaar) door de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is;
- c)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, recurrente investeringskosten op jaarbasis die niet rechtstreeks verband houden met een verlenging van de technische levensduur van de installatie of met een verhoging van het nominaal referentievermogen, in voorkomend geval met inbegrip van de provisies voor grote onderhoudswerken aan installaties die niet noodzakelijk elk jaar gebeuren (in €/jaar), aangevuld met, indien van toepassing, de hypothesen met betrekking tot minstens het aantal uren tijdens dewelke de eenheid (eenheden) geactiveerd is (zijn) en aantal starts of activaties waarop deze inschattingen gebaseerd zijn, alsook de relatie tussen de vaste kosten en enerzijds het aantal activaties en anderzijds het aantal draaiuren;
- d)opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, geannualiseerde niet-recurrente investeringskosten relevant voor het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is (in €/jaar);
- e)variabele kosten voor het aanbieden van energie (in €/MWh), inclusief verdere specificatie van, indien van toepassing, ten minste volgende elementen die in deze variabele kosten inbegrepen zijn : variabele operationele en onderhoudskosten inclusief variabele nettarieven indien deze relevant geacht worden, efficiëntiefactor of in geval van opslagsystemen, round trip efficiëntie;
- f)Voor een geaggregeerde offerte, het verschil tussen de aangeboden capaciteit en de som van de geïnstalleerde capaciteit van de verschillende leveringspunten;
- g)Opstartkosten of vaste activatiekosten door specificatie van de kost per start of activatie exclusief kosten gerelateerd aan de louter voor de opstart noodzakelijke brandstof (in €/start of €/activatie), aangevuld met, indien van toepassing, indicatie van het type en de hoeveelheid louter voor de opstart noodzakelijke brandstof (in GJ/start). Voor elke investering dienen minstens de volgende gegevens te worden aangeleverd : totale investeringskost, financieringskost inclusief gewogen gemiddelde kapitaalskost, economische levensduur van de investering, motivatie m.b.t. de relevantie voor het leveren van de dienst, realisatiejaar van de investering en geannualiseerde kost die daaruit voortvloeit. De in aanmerking komende niet-recurrente investeringskosten voor het berekenen van de ‘missing-money’ van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zijn de initiële en niet terugkerende investeringsuitgaven die worden besteld vanaf de eerste beslissing in toepassing van artikel 7undecies, § 6 van de Elektriciteitswet en die ten laatste de dag voorafgaand aan de eerste dag van de periode van capaciteitslevering worden uitgevoerd. 3° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting en beschrijving van de inkomsten (in €/jaar) met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, andere dan de jaarlijkse inframarginale inkomsten en netto opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten bedoeld in paragraaf 8, 3° en 4°, zoals bijvoorbeeld maar niet noodzakelijk beperkt tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten; Niet-vertrouwelijke versie 4/11 4° indien van toepassing, een nauwkeurige inschatting van de operationele beperkingen gelinkt aan de uitbating die een invloed hebben op het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, en een beschrijving van de impact van die beperkingen op de inkomsten, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is, zoals bijvoorbeeld en maar niet noodzakelijk beperkt tot : energiebeperkingen, activatiebeperkingen, geplande onderhoudsmomenten, must run beperkingen; 5° een nauwkeurige inschatting en berekening van het “missing-money” (in €/MW/jaar) van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is. De componenten aangeleverd door de derogatieaanvrager bedoeld in punt 2° tot 4° ter ondersteuning van zijn aanvraag dienen specifiek te zijn aan de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft.” 2. ANTECEDENTEN 3. In haar beslissing (B)2237 heeft de CREG eerder de vormvereisten vastgelegd voor een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs die in aanmerking moet worden genomen in de veiling van 2021. Deze werden op 12 mei 2021 op haar website beschikbaar gesteld. 4. Om de interpretatie ervan te vergemakkelijken, heeft de CREG vervolgens een aangepaste versie van deze vormvereisten gepubliceerd in haar beslissing (B)2237-2 van 17 juni 2021. De CREG heeft ook een Excel-versie van deze vormvereisten gepubliceerd om de invoer van gegevens door de aanvragers tot afwijking te vergemakkelijken. 5. De CREG heeft in haar beslissing (B)2356 de vormvereisten bepaald waaraan een aanvraag tot afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in het kader van de veiling van 2022. Deze vormvereisten werden op 31 maart 2022 op haar website gepubliceerd. De wijzigingen aangebracht aan de vormvereisten voor de veiling van 2022 hebben voornamelijk tot doel de voorspelbaarheid voor de marktactoren bij de behandeling van de aanvragen tot afwijking van de intermediaire maximumprijs te vergroten. Het doel van de CREG is ook te zorgen voor samenhang tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de gegrondheid van de aanvragen tot afwijking van de intermediaire maximumprijs. De CREG heeft ook de Excel-versie van deze vormvereisten aangepast zodat de aanvragers tot afwijking gemakkelijker gegevens kunnen invoeren. 6. Beslissing (B)2356 maakt momenteel het voorwerp uit van een beroep voor het Marktenhof. In het kader van dit beroep heeft het Marktenhof het advies van de Europese Commissie gevraagd over de draagwijdte van beslissingen waarmee deze instantie zich over het CRM heeft uitgesproken en, meer bepaald over het mechanisme tot afwijking van de IPC voorzien in het KB methodologie. Op 22 maart 2023 heeft de Europese Commissie haar advies gegeven. 7. Het directiecomité van de CREG heeft beslist, krachtens artikel 23, § 1 van zijn huishoudelijk reglement, om een openbare raadpleging te organiseren op haar website over ontwerpbeslissing (B)2526 inzake de vormvereisten waaraan een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen om in aanmerking te worden genomen in het kader van de veiling van 2023. Deze openbare raadpleging liep van 14 maart 2023 tot 21 maart 2023. Niet-vertrouwelijke versie 5/11 3. RAADPLEGING VAN DE MARKTSPELERS 8. In het kader van haar openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing (B)2526 van 14 maart 2023 heeft de CREG drie antwoorden ontvangen van Febeg, Febeliec en Engie, waaronder één gedeeltelijk vertrouwelijk antwoord. 9. De opmerkingen over het KB méthodologie, de kalibratie van de IPC en een grondige herziening van de modaliteiten volgens dewelke de bestaande capaciteiten mogen deelnemen aan het CRM en hun kosten kunnen terugvorderen vallen buiten de scope van de raadpleging inzake de vormvereisten waaraan een verzoek tot afwijking van de intermediaire maximumprijs moet voldoen en zullen niet worden behandeld in het kader van de onderhavige beslissing. 10. 3.1. Engie geeft aan de standpunten van Febeg volledig te steunen. IN AANMERKING KOMENDE KOSTEN IN HET VERZOEK TOT AFWIJKING 11. Febeg en Engie zijn het niet eens met de CREG dat bepaalde kosten (algemene kosten, lokale belastingen, huurkosten en kosten voor de optimalisering van de logistiek van gas) buiten beschouwing worden gelaten bij de beoordeling van het missing money van de verzoeken tot afwijking van de IPC indien zij niet in de IPC-berekening zijn opgenomen. Febeg en Engie zijn van mening dat deze kosten reëel zijn en door de betrokken activa worden gedragen, en dat zij bijgevolg in de berekening van het missing money moeten worden opgenomen. [VERTROUWELIJK] Vooreerst bevestigt de CREG dat de kostencategorieën die in het verzoek tot afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën die in aanmerking zijn genomen in de AFRY-studie "Update of Peer Review of "Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM"", waarop Elia zich in haar kalibratieverslag heeft gebaseerd voor haar voorstel voor de intermediaire maximumprijs. Het verslag aan de Koning van het KB methodologie1 vermeldt immers uitdrukkelijk het verband tussen de kostenraming voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs door Elia en de evaluatie van de afwijking van de intermediaire maximumprijs door de CREG: Specifiek om bepaalde vereiste kostencomponenten te bepalen, vraagt Elia de hulp van een onafhankelijke expert. In dit verband zal de onafhankelijke expert in een studie, op een onderbouwde wijze, diverse gegevens met betrekking tot de kostenelementen die relevant zijn voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs voor alle beschouwde bestaande technologieën op de energiemarkt voorstellen. Het wordt passend geacht dat de selectie van de onafhankelijke expert en de opvolging van deze studie indien mogelijk in overleg met de commissie plaatsvindt, aangezien er een verband bestaat tussen de kostenraming voor de bepaling van de netCONE parameter relevant voor de kalibratie van de vraagcurve uitgevoerd en de kosten voor de bepaling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de derogaties van de intermediaire maximumprijs door de commissie. De CREG is dan ook van mening dat deze kosten (algemene kosten, lokale belastingen, huurkosten en kosten voor de optimalisering van de logistiek van gas), die bij de berekening van het IPC buiten beschouwing worden gelaten, niet in aanmerking moeten worden genomen bij de analyse van de verzoeken tot afwijking van het IPC. 1 http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2021/04/28/2021041351/justel#rapportroi Niet-vertrouwelijke versie 6/11 Die benadering wordt bevestigd in het advies van de Europese Commissie van 22 maart 2023. In dat advies geeft de instelling immers aan dat onder meer de algemene kosten, de lokale belastingen en de huurkosten niet onder de in het KB methodologie genoemde categorieën vallen. In hetzelfde advies verklaart de Commissie dat zij zich op het genoemde KB methodologie heeft gebaseerd om te concluderen dat het CRM in overeenstemming is met de interne markt. Daaruit volgt dat, volgens de Europese Commissie, een IPC-afwijkingsmechanisme zoals dat van het KB methodologie, dat niet voorziet dat de bedoelde kosten in aanmerking worden genomen, in overeenstemming is met het Europees recht. 12. Febeg en Engie ondersteunen het feit dat de kosten voor afname van elektriciteit nu uitdrukkelijk als in aanmerking komend worden beschouwd. Engie geeft echter aan dat het niet duidelijk is waar die kosten in het XLS-bestand moeten worden gerapporteerd en verzoekt de CREG dit punt in het XLS-bestand te verduidelijken (door een specifieke regel toe te voegen). Febeliec zou kunnen instemmen met de voorgestelde beperking van de kosten voor aankoop van elektriciteit die in het verzoek tot afwijking kunnen worden opgenomen, maar vraagt dat dit element evenals andere elementen van een verzoek tot afwijking door de regulator naar behoren worden onderzocht. Febeliec benadrukt dat een afwijking van de intermediaire maximumprijs niet lichtzinnig mag worden toegestaan en dat alle bestanddelen naar behoren moeten worden beoordeeld, daar een afwijking onbetwistbaar zal leiden tot een stijging van de kosten van het CRM voor de consument en dus een impact zal hebben op het criterium van de laagst mogelijke kostprijs indien ze niet met de grootste zorgvuldigheid wordt toegepast. De CREG wijst erop dat de AFRY-studie 'Update of Peer Review of Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM' bepaalt dat elektriciteit van het net wordt afgenomen wanneer een elektriciteitscentrale wordt stilgelegd (voor gepland onderhoud of als gevolg van een gedwongen stillegging). Gelet op het sterke verband tussen het bedrag van de afname en de werkingsuren van de centrale is AFRY van mening dat die kosten in het algemeen als variabele kosten worden behandeld. De CREG is dus van mening dat de kosten voor de aankoop van elektriciteit die kunnen worden opgenomen, beperkt zijn tot de elektriciteit die van het net wordt afgenomen wanneer de eenheid wordt stilgelegd (voor gepland onderhoud of als gevolg van een gedwongen stillegging). Die kosten worden beschouwd als variabele kosten. De CREG verduidelijkt dat die kosten kunnen worden opgenomen in de regel '[Andere variabele kosten 1]'. 3.2. GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN VERSTREKT IN HET KADER VAN HET VERZOEK TOT AFWIJKING VAN HET IPC 13. Febeg en Engie zijn van mening dat de gegevens die in het verzoek tot afwijking van de IPC moeten worden verstrekt, beperkt moeten blijven tot de gegevens die absoluut noodzakelijk zijn om het missing money van de door de veiling bestreken leveringsperiode te beoordelen. Febeg en Engie zijn met name van mening dat de opbrengstengegevens niet nuttig zijn voor de CREG, aangezien de opbrengsten voor de leveringsperiode door Elia worden berekend. Engie is van mening dat twee jaar historische kostengegevens een maximum zou moeten zijn. Vooreerst herinnert de CREG eraan dat art. 22, § 2, 5° van het KB methodologie bepaalt dat het verzoek tot afwijking van de IPC minstens moet bevatten : Een nauwkeurige inschatting en berekening van het "missing-money" (in €/MW/jaar) van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is. Niet-vertrouwelijke versie 7/11 De CREG is daarom van mening dat het verzoek tot afwijking van de IPC de gegevens moet bevatten betreffende het inkomen dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van het missing money voor de periode waarin het CRM werd geleverd. Bovendien vraagt de CREG een historiek van alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van het missing money, zodat zij de gegrondheid van elk verzoek tot afwijking kan beoordelen. De CREG beoordeelt de geldigheid van de meegedeelde gegevens voor het jaar waarin het CRM wordt geleverd immers op basis van de motiveringen die worden meegedeeld om de historische gegevens te certificeren en om de verwachte wijzigingen in deze historische gegevens te rechtvaardigen. 3.3. AANVULLENDE OPMERKINGEN 14. Febeliec is fel gekant tegen een raadpleging met een antwoordtermijn van slechts één week. Hoewel Febeliec begrijpt dat de CREG de wijzigingen als gering beschouwt, is zij van mening dat er het afgelopen jaar te veel raadplegingen waren korter dan de minimumduur volgens de interne richtlijnen van de CREG voor raadplegingen. Voor Febeliec vormt een raadpleging van één week een zeer zorgwekkend precedent, aangezien die termijn duidelijk onvoldoende is om een advies op te stellen en een grondige interne bespreking met de leden en andere belanghebbenden mogelijk te maken zodat een waardevolle input kan worden geleverd. Febeliec is er sterk van overtuigd dat ofwel een raadpleging de nodige aandacht moet krijgen, met inbegrip van een voldoende lange looptijd, ofwel de uitvaardigende partij geen raadpleging moet organiseren en dan de volledige verantwoordelijkheid draagt voor een dergelijke benadering. De dialoog en de raadpleging van de belanghebbenden vormen terecht een centraal element van het regelgevend besluitvormingsproces en mogen niet worden ondermijnd. Bijgevolg verzet Febeliec zich tegen de door de CREG gekozen aanpak en in het bijzonder tegen het gevaarlijke precedent dat wordt geschapen. Ook de FEBEG voert aan dat een raadplegingsperiode van één week helemaal niet redelijk is. De CREG beschouwt dialoog en overleg met de belanghebbenden als een centraal element van het besluitvormingsproces en zorgt er in de mate van het mogelijke voor dat voldoende tijd wordt uitgetrokken om op haar raadplegingen te reageren. De CREG is zich ervan bewust dat de antwoordtermijn in het huidige geval bijzonder kort was. De inhoud van de vormvereisten die in het huidige geval worden aangenomen is echter grotendeels gebaseerd op de vormvereisten die de bijlage vormen van beslissing (B)2356, die zelf het voorwerp heeft uitgemaakt van een openbare raadpleging met een looptijd van tien dagen. De CREG is dan ook van mening dat de looptijd van de raadpleging die voorafging aan het nemen van de beslissing, voldoende is om de belanghebbenden in staat te stellen hun opmerkingen te formuleren over de beperkte wijzigingen van de vormvereisten. 15. Engie betwist dat zowel de personeelskosten als de lonen onderhevig zijn aan de groei van de consumentenprijsindex (CPI) die door het Federaal Planbureau wordt voorspeld. De sector van de elektriciteitsproductie vereist en moet zeer specifieke en technische profielen aantrekken. [VERTROUWELIJK] De evaluatie van de inkomsten door Elia maakt het voorwerp uit van een indexering in Euro 2027-2028 op basis van de door het Federaal Planbureau voorspelde groei van de index van de consumptieprijzen. Om de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de kosten en de beoordeling van de inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de berekening van het missing money is de CREG, in overeenstemming met haar beslissing (B)2356, van oordeel dat alle kosten uitsluitend moeten worden geïndexeerd op basis van de groei van dezelfde index van de consumptieprijzen. 16. [VERTROUWELIJK] 17. [VERTROUWLEIJK] Niet-vertrouwelijke versie 8/11 18. [VERTROUWELIJK] 19. Engie is van mening dat indien documentatie van derden niet beschikbaar is [VERTROUWELIJK] om de kapitaalkosten te rechtvaardigen, de CRM-aanvrager de hoogte van deze kosten moet kunnen aantonen op basis van ander bewijsmateriaal [VERTROUWELIJK] De CREG zal rekening houden met elke relevante rechtvaardiging die de CRM-kandidaat toestuurt indien documenten van derden niet beschikbaar zijn (bv. wegens interne werkzaamheden of om een andere reden), op voorwaarde dat die onbeschikbaarheid naar behoren wordt gemotiveerd. 20. Engie vestigt de aandacht van de CREG op de redelijkheid van mogelijke verzoeken om aanvullende informatie. Engie herinnert de CREG aan de beperkte tijd om op deze verzoeken in te gaan en aan de periode waarin ze zullen worden gelanceerd (zomer met veel werknemers op vakantie). Bovendien zal het opvragen van informatie bij derden meer tijd in beslag nemen dan het intern verzamelen van gegevens. Engie is bovendien van mening dat de marktdeelnemers alle bewijsstukken moeten kunnen voorleggen die zij relevant achten [VERTROUWELIJK]. De CREG bevestigt dat zij erop zal toezien dat de verzoeken om bijkomende informatie tot een minimum beperkt blijven en dat zij dit enkel zal doen indien zij van oordeel is dat bijkomende informatie noodzakelijk is voor haar beoordeling. Om te vermijden dat verzoeken om aanvullende informatie nodig zijn, beveelt de CREG aan dat zoveel mogelijk uitleg wordt verschaft over de berekeningen die hebben geleid tot de waarden die in de verzoeken tot afwijking van de IPC zijn opgenomen, en dat alle bewijsstukken die bij deze berekeningen zijn gebruikt, worden gerechtvaardigd aan de hand van documenten van derden, of aan de hand van enig ander bewijsstuk indien geen documenten van derden beschikbaar zijn. 21. [VERTROUWELIJK] 22. [VERTROUWELIJK] 4. AANPASSINGEN VAN DE FORMELE VEREISTEN VOOR EEN VERZOEK OM AFWIJKING VAN DE INTERMEDIAIRE MAXIMUMPRIJS 23. De aanpassingen van de vormvereisten voor de veiling van 2023 hebben voornamelijk tot doel rekening te houden met de evolutie van de consumptieprijsindex verwacht voor de leveringsperiode van november 2027 tot oktober 2028. 24. Om de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de gegrondheid van de verzoeken tot afwijkingen van de intermediaire maximumprijs, is in de vormvereisten bepaald dat de kostencategorieën die in het verzoek tot afwijking zijn opgenomen, moeten overeenstemmen met de categorieën uit de AFRY-studie "Update of Peer Review of "Cost of Capacity for Calibration of Belgian CRM"2, waarop Elia haar beoordeling van de intermediaire maximumprijs in haar kalibratierapport3 heeft gebaseerd. Op basis van de 2 https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/public-consultations/2022/20221028_afry_update-of-the-peer-reviewof-cost-of-capacity-for-calibration-of-belgian-crm.pdf 3 https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/users-group/ug/wg-adequacy/2022/20221128_dy2027---y-4-auction--calibration-report.pdf Niet-vertrouwelijke versie 9/11 verduidelijking aangebracht door AFRY over de kostencategorieën waarmee rekening werd gehouden in haar beoordeling, heeft de CREG de vormvereisten aangepast door te verduidelijken dat de kosten voor de aankoop van elektriciteit die mogen worden opgenomen in de vraag tot afwijking van de IPC zijn beperkt tot de elektriciteit die van het net wordt afgenomen wanneer de eenheid wordt stilgelegd (voor gepland onderhoud of als gevolg van een gedwongen stillegging). Deze kosten worden als variabele kosten beschouwd. 5. VORMVEREISTEN AFWIJKING VOOR EEN VERZOEK TOT 25. De vormvereisten waaraan moet worden voldaan opdat een verzoek tot afwijking in aanmerking wordt genomen, worden opgenomen in bijlage 1. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 10/11 BIJLAGE 1 Aanvraagformulier voor afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 2 Verklaring op erewoord inzake afwijking van de intermediaire maximumprijs BIJLAGE 3 Antwoorden ontvangen naar aanleiding van de publieke raadpleging 3.1 Febeg 3.2 Febeliec 3.3 Engie (gedeeltelijk vertrouwelijke reactie) Niet-vertrouwelijke versie 11/11