← België

Beslissing tot vaststelling van de Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme

Obsah (12)§ 1§292§368§ 403§ 566§ 569§§ 565§ 568§ 578§§ 553§ 723§§ 852

wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be

HOUDSOPGAVE

HOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2

LEIDING ................................................................................................................................................ 4

  1. Wettelijk kader ................................................................................................................................ 4
  2. Antecedenten .................................................................................................................................. 7 2.
  3. Algemeen................................................................................................................................. 7 2.
  4. Openbare raadpleging ............................................................................................................. 8 2.2.
  5. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren ................................................................................................... 8 2.2.
  6. Wat betreft de raadpleging PRD 2533 ............................................................................ 9 Analyse van het Voorstel

het licht van de vereisten van de elektriciteitswet .......................... 10 3.1. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel van Werkingsregels met de wettelijk voorgeschreven minimALE

houd.................................................................................................... 10 3.

  1. Wat betreft de conformiteit van het Voorstel Van Werkingsregels met de wettelijk vastgelegde doelstellingen ................................................................................................................ 10
  2. wijzigingen Door de CREG aangebrachte aan het Voorstel van Werkingsregels en analyse van de reacties op de openbare raadpleging.................................................................................................... 11 4.
  3. Waarschuwing ....................................................................................................................... 11 4.
  4. Hoofdstuk 2 – Algemene bepalingen .................................................................................... 11 4.
  5. Hoofdstuk 3 – Definities ........................................................................................................ 14 4.
  6. Hoofdstuk 5 - Prekwalificatieprocedure................................................................................ 15 4.4.
  7. Bepaling van het Nominaal Referentievermogen voor bestaande Leveringspunten ... 15 4.4.
  8. Degradatiefactor van de Gecontracteerde Capaciteit .................................................. 16 4.4.
  9. Classificatie van Opt-out volumes ................................................................................. 17 4.
  10. Hoofdstuk 6 – Veilingen ........................................................................................................ 18 Aanpassingen en correcties van de Vraagcurve ............................................................................ 18 4.
  11. Hoofdstuk 8 – Preleveringscontrole ...................................................................................... 22 Totale Gecontracteerde Capaciteit ............................................................................................... 22 4.
  12. Hoofdstuk 9 – Beschikbaarheidsverplichting ........................................................................ 25 4.
  13. Hoofdstuk 10 - Secundaire markt.......................................................................................... 28 4.
  14. Hoofdstuk 12 - Terugbetalingsverplichting ........................................................................... 29 4.9.
  15. Sectie 12.3.
  16. Formule van de terugbetalingsverplichting ............................................ 29 4.9.
  17. Sectie 12.3.1.2.
  18. Actualisering van de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Transactie

de tijd 31 4.9.

  1. Sectie 12.3.1.2.
  2. Bepaling van de Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU zonder Dagelijks Programma......................................................................................................... 33 4.
  3. 4.10.
  4. Chapitre 18 – Bijlage A.
  5. – CO2 emissiedrempels ............................................................. 34

leiding ......................................................................................................................... 34 Niet-vertrouwelijk 2/41 4.10.

  1. Samenvatting van de reacties op de openbare raadpleging ......................................... 34 4.10.
  2. Antwoorden van de AD Energie .................................................................................... 36 4.
  3. Hoofdstuk 18 – Bijlage H – Toepassing van de bepalingen van de werkingsregels op de reeds afgesloten capaciteitscontracten ............................................................................................ 37 4.
  4. Punctuele aanpassingen .................................................................................................... 38
  5. Aan te brengen aanpassingen aan de volgende Werkingsregels .................................................. 39
  6. Beslissing ....................................................................................................................................... 39 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 41 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 41 Niet-vertrouwelijk 3/41

LEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelt

onderhavig document de werkingsregels van de capaciteitsvergoedingsmarkt vast (hierna de “Werkingsregels”). Deze Werkingsregels worden vastgesteld op basis van een voorstel van werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dat op 1 februari 2023 door Elia Transmission Belgium NV (“Elia”) bij de CREG werd

gediend en op basis van een voorstel van werkingsregels van het capaciteitsmechanisme en de aanbesteding lage koolstofuitstoot dat Elia op 1 maart 2023 bij de CREG heeft

gediend (hierna: “het Voorstel van Werkingsregels”). Onderhavige beslissing bevat de volgende hoofdstukken: - wettelijk kader (hoofdstuk 1) - antecedenten (hoofdstuk 2); - analyse van het Voorstel van Werkingsregels

het licht van de Elektriciteitswet (hoofdstuk 3); - wijzigingen van het Voorstel van Werkingsregels (hoofdstuk 4); - aan te brengen aanpassingen aan de volgende Werkingsregels (hoofdstuk 5); - beslissing (hoofdstuk 6). De Werkingsregels worden

bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG via een schriftelijke procedure op 11 mei

  1. WETTELIJK KADER
  2. Artikel 7undecies, § 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de 'Elektriciteitswet') zoals

gevoegd door de wet van 15 maart 2021, en aangepast door de wetten van 14 en 28 februari 2022, bepaalt het volgende: "§ 12. De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast. Deze werkingsregels beogen: 1° de concurrentie

de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; Niet-vertrouwelijk 4/41 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de

diening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten. De werkingsregels omvatten

het bijzonder: 1° een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld

paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure; 2° de criteria en nadere regels

zake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld

paragraaf 10, en aan de secundaire markt.

ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria: a)

dien de beoogde

vestering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet wordt geacht vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 3, beschikt de

diener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld

artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste

dieningsdatum van de biedingen

het kader van de veiling bedoeld

paragraaf 10;

  1. b)de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig art 22, § 4
  2. a)en
  3. b)van de Verordening (EU) nr. 2019/943; c)

dien (een) vergunning(

  1. en)krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(
  2. en)afgeleverd

laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste

dieningsdatum van de biedingen

het kader van de veilingen bedoeld

paragraaf 10; 3° de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld

paragraaf 10, voorlaatste lid; 4° de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald

of

overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid; 5° de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen; 6° de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren; 7° ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt; 8° de nadere regels voor de uitwisseling van

formatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen; 9° de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten. De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel

voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website. De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan

het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of,

de plaats van de commissie optreden

dien deze

gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen. […]" Niet-vertrouwelijk 5/41

  1. Met deze beslissing wordt uitvoering gegeven aan artikel 7undecies, § 12 van de Elektriciteitswet.
  2. Op het moment dat deze beslissing wordt opgesteld, lopen er verschillende procedures met het oog op de wijziging van de elektriciteitswet. Enerzijds wordt er

de Kamer van Volksvertegenwoordigers momenteel een wetsontwerp “houdende diverse bepalingen

zake energie” besproken1. Het doel van dit wetsontwerp is o.a. het verduidelijken van de vereisten en modaliteiten van de organisatie van een gerichte veiling

de zin van artikel 7duodecies van de elektriciteitswet. Anderzijds werd er bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers eveneens een wetsontwerp

gediend “houdende wijzigingen

zake de werkingsregels en de betrouwbaarheidsopties

het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme zoals bedoeld

hoofdstuk IIbis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt”2. Dit wetsontwerp beoogt enerzijds de koning te machtigen om de vraagrespons vrij te stellen van de terugbetalingsverplichting en anderzijds te bepalen volgens welke modaliteiten de bepalingen van de nieuwe versies van de Werkingsregels op de reeds afgesloten capaciteitscontracten van toepassing zijn. 4.

het kader van deze beslissing moet ook rekening worden gehouden met artikel 22 van de Europese verordening (EU) 2019/943 van 5 juni 2019 betreffende de

terne markt voor elektriciteit (hierna de “Verordening 2019/943”), waarin met name het volgende is bepaald: "1. Capaciteitsmechanismen:

  1. a)zijn tijdelijk;
  2. b)leiden niet tot onnodige marktverstoringen en beperken de zone-overschrijdende handel niet;
  3. c)gaan niet verder dan wat nodig is om de

artikel 20 bedoelde zorgpunten met betrekking tot de toereikendheid aan te pakken;

  1. d)selecteren capaciteitsaanbieders via een transparante, niet-discriminerende en concurrerende procedure;
  2. e)bieden stimulansen voor capaciteitsaanbieders om op momenten waarop systeemstress verwacht wordt beschikbaar te blijven;
  3. f)waarborgen dat de vergoeding wordt bepaald via de concurrerende procedure;
  4. g)bepalen de technische voorwaarden voor de deelname van capaciteitsaanbieders voordat de selectieprocedure van start gaat;
  5. h)staan open voor deelname van alle hulpbronnen die de vereiste technische prestaties kunnen verstrekken, met

begrip van energieopslag en vraagzijdebeheer; i) leggen passende sancties op aan capaciteitsaanbieders die niet beschikbaar zijn

tijden van systeemstress. […] 3. Naast de voorschriften van lid 1, geldt voor capaciteitsmechanismen, afgezien van strategische reserves:

  1. a)dat zij zo dienen te worden opgezet dat verzekerd wordt dat de prijs die voor het beschikbaar houden wordt betaald, automatisch naar nul tendeert wanneer de omvang van 1 2 Doc. Parl. St. Kamer, zitting 2022-2023, nr. 55/3238. Doc. Parl. St. Kamer, zitting 2022-2023, nr. 55/3326. Niet-vertrouwelijk 6/41 het aangeboden vermogen naar verwachting afdoende is om te voldoen aan de omvang van de vraag naar vermogen;
  2. b)dat zij de participerende middelen alleen dienen te vergoeden naargelang hun beschikbaarheid, en dienen te verzekeren dat deze vergoeding geen gevolgen heeft voor de beslissing van de capaciteitsaanbieder om al dan niet elektriciteit op te wekken;
  3. c)dat zij dienen te waarborgen dat capaciteitsverplichtingen overgedragen kunnen worden tussen

aanmerking komende capaciteitsaanbieders."

  1. ANTECEDENTEN 2.
  2. ALGEMEEN
  3. Aan de hand van beslissing (B)2397 van 13 mei 20223 stelde de CREG de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast
  4. Deze beslissing werd goedgekeurd door het koninklijk besluit van 29 mei 2022 dat op 9 juni 2022

het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

  1. Tussen 25 november 2022 en 4 januari 2023 heeft Elia een nieuw voorstel van Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme ter openbare raadpleging voorgelegd.
  2. Op 18 januari 2023 heeft de CREG een vergadering met Elia georganiseerd om haar,

formeel, haar opmerkingen te geven over de Werkingsregels die ter openbare raadpleging werden voorgelegd. 8. Op 1 februari 2023 heeft Elia haar Voorstel van Werkingsregels samen met een raadplegingsverslag bij de CREG

gediend. Dit voorstel werd ook aan de Algemene Directie Energie van de FOD Economie bezorgd.

  1. Op 1 maart 2023 heeft Elia aan de CREG een nieuwe versie overgemaakt van haar voorstel met een bijkomend hoofdstuk over de Werkingsregels van de LCT-veiling (Low Carbon Tender) evenals, officieus, een licht gewijzigde versie van de tekst van haar voorstel van 1 februari.
  2. Op 10 maart 2023 heeft Elia op vraag van de CREG een laatste versie van de Werkingsregels overgemaakt die een verbeterde versie van de Werkingsregels van de LCT-veiling bevatte.
  3. Op 3 en 10 maart 2023 heeft de CREG vragen en opmerkingen over dit voorstel naar Elia gemaild. Naar aanleiding van deze e-mails hebben de diensten van de CREG en Elia op 7 en 16 maart vergaderd om de

voornoemde e-mails aangehaalde onderwerpen te bespreken. 12. De CREG heeft

haar e-mails van 10, 16, 24 en 27 maart 2023 nog bijkomende vragen gesteld aan Elia, waarop Elia heeft geantwoord

haar e-mails van 14, 20, 21, 27 en 28 maart

  1. Vervolgens heeft de CREG tussen 31 maart en 21 april 2023 een openbare raadpleging gehouden met betrekking tot wijzigingen die zij overwoog aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels (hierna: “het Ontwerp van Werkingsregels”).
  2. Op 18 april 2023 heeft de minister van Energie,

de Commissie Klimaat en Energie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, aangegeven dat er, volgens de berekeningen van de 3 4 Hierna “beslissing (B)2397”. Hierna “versie 2022 van de werkingsregels”. Niet-vertrouwelijk 7/41 netbeheerder voor het jaar 2024-2025, geen enkele gap was vastgesteld en dat de beslissing om de LCT te organiseren bijgevolg niet zou worden genomen door de federale regering. 2.

  1. OPENBARE RAADPLEGING 2.2.
  2. Wat betreft de verplichting om vooraf een openbare raadpleging over de ontwerpbeslissing te organiseren
  3. Artikel 7undecies, § 12 van de elektriciteitswet voorziet dat de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme door de CREG worden vastgesteld op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktspelers raadpleegt. De netbeheerder moet dus een raadpleging over het voorstel van regels organiseren; die werd georganiseerd tussen 25 november 2022 en 4 januari
  4. Men kan zich afvragen of de CREG wettelijk gezien een openbare raadpleging moet organiseren omwille van de wijzigingen aan dit voorstel die de CREG zelf overweegt aan te nemen.
  5. Uit artikel 7undecies, § 12 van de elektriciteitswet volgt dat enkel goedkeuring bij koninklijk besluit rechtsgevolgen verleent aan de Werkingsregels. Bijgevolg is de beslissing van de CREG tot vaststelling van deze regels op zich niet erkend als een beslissing met dergelijke gevolgen. Met andere woorden, de beslissing van de CREG is strikt gezien geen beslissing

de juridische zin van het woord aangezien zij geen bindende kracht heeft. Hieruit volgt dat tegen deze beslissing geen beroep bij het Marktenhof kan worden

gesteld. Zo heeft het Marktenhof

een arrest van 9 mei 2018 reeds geoordeeld dat een handeling van de CREG dwingende rechtsgevolgen moet hebben om vatbaar te zijn voor beroep krachtens artikel 29bis van de elektriciteitswet5. Mutatis mutandis werd er

het kader van een gelijkaardige wetgeving

het arrest van 4 maart 2016 van de Raad van State6 geoordeeld dat tegen een door de FSMA vastgesteld reglement geen beroep kon worden

gesteld bij de Raad van State en dat enkel tegen het koninklijk besluit tot goedkeuring van dit reglement beroep kon worden

gesteld. 18. De verplichting voor de CREG om vooraf een raadpleging te organiseren vloeit voort uit artikel 23, § 2bis van de elektriciteitswet. Deze bepaling voorziet het volgende: “§ 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken. De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven

het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes: -

de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is; - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden; - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd

de eindbeslissing; - de akten met een

dividuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen

uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op 5 6 Marktenhof, arrest 2017/AR/2099,

zaak EPEX SPOT. Raad van State, arrest nr. 234.037 van 4 maart 2016,

zaak n.v. Settlements. Niet-vertrouwelijk 8/41 de website van de commissie, met

achtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter." (Onderlijning door de CREG.) 19. Ter uitvoering van deze bepaling heeft het huishoudelijk reglement van de CREG voorzien

de modaliteiten voor de organisatie van voorafgaande (openbare) raadplegingen. Het huishoudelijk reglement bevat onder andere de volgende bepalingen: “Art.

  1. §
  2. Alvorens het een beslissing neemt, organiseert het directiecomité een openbare raadpleging, onverminderd de uitzonderingen bedoeld

afdeling 3 van dit hoofdstuk. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de commissie. § 2.

alle gevallen niet bedoeld

§ 1

,

het bijzonder

het kader van andere akten dan beslissingen die het overweegt, zoals voorstellen, adviezen, aanbevelingen, studies, onderzoeken, rapporten, verslagen en richtsnoeren, kan het directiecomité raadplegingen, openbare en/of niet-openbare, organiseren. […]” (Onderlijnd door de CREG.) Artikel 2 van het huishoudelijk reglement voorziet bovendien het volgende: “Onder “beslissing” of “beslissingen” wordt

hoofdstukken 3 tot 5 [7] (met uitzondering van de artikelen 39, 6°, en 43) en

artikel 23, § 1, begrepen de beslissing of beslissingen van het directiecomité bedoeld

de artikelen 29bis en 29ter van de elektriciteitswet en de artikelen 15/20 en 15/20bis van de gaswet, met uitzondering van de beslissingen van het directiecomité

zake overheidsopdrachten.”

  1. Uit het voorafgaande blijkt dat de CREG wettelijk gezien niet verplicht is om een (openbare) raadpleging te organiseren vóór het nemen van de beslissing waarin zij de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vastlegt. De CREG vond het echter opportuun om de opmerkingen van de marktspelers te verzamelen over de wijzigingen die zij, of de minister van Energie, overwoog aan te brengen aan het Voorstel. 2.2.
  2. Wat betreft de raadpleging PRD 2533
  3. Zoals eerder vermeld (supra, nr. 13) heeft de CREG tussen 31 maart en 21 april 2023 een openbare raadpleging georganiseerd over de wijzigingen aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels.
  4. De volgende marktspelers hebben hun schriftelijke opmerkingen binnen de vastgestelde termijn

gediend: - Centrica; - Elia; - FEBEG; - Febeliec; - Zandvliet Power N.V. 7 Het hoofdstuk van het huishoudelijk reglement van de CREG met betrekking tot de voorafgaande raadplegingen is hoofdstuk 4. Niet-vertrouwelijk 9/41 23. Alle antwoorden die de CREG

het kader van deze openbare raadpleging ontving, zijn nietvertrouwelijk en worden op de site van de CREG gepubliceerd. 24. De analyse van de ontvangen antwoorden wordt behandeld

hoofdstuk

  1. ANALYSE VAN HET VOORSTEL

HET LICHT VAN DE VEREISTEN VAN DE ELEKTRICITEITSWET 3.1. WAT BETREFT DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS MET DE WETTELIJK VOORGESCHREVEN MINIMALE

HOUD 25.

dit onderdeel vergewist de CREG zich ervan dat de minimale

houd van de Werkingsregels, zoals opgesomd

artikel 7undecies, § 12, derde lid van de elektriciteitswet, wel degelijk is opgenomen

het Voorstel van Werkingsregels. 26.

dat verband, en rekening houdend met het feit dat deze versie van de Werkingsregels niet fundamenteel verschilt van de versie van 2021, verwijst de CREG naar de analyse die zij heeft gemaakt

beslissing (B)2227 van 14 mei

  1. 3.
  2. WAT BETREFT DE CONFORMITEIT VAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS MET DE WETTELIJK VASTGELEGDE DOELSTELLINGEN 27.

dit onderdeel gaat de CREG na of het Voorstel van Werkingsregels wel degelijk beantwoordt aan de doelstellingen die de elektriciteitswet aan de Werkingsregels heeft toegekend, namelijk (art. 7undecies, § 12, tweede lid): “1° de concurrentie

de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren; 2° elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen; 3° de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt mogelijk zijn; 4° de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de

diening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten.” 28. Bij gebrek aan fundamentele wijzigingen aan het design van het CRM door het Voorstel van Werkingsregels verwijst de CREG

dit verband naar de analyse

haar beslissing (B)2227 van 14 mei 2021 die relevant blijft. Niet-vertrouwelijk 10/41

  1. WIJZIGINGEN DOOR DE CREG AANGEBRACHTE AAN HET VOORSTEL VAN WERKINGSREGELS EN ANALYSE VAN DE REACTIES OP DE OPENBARE RAADPLEGING 4.
  2. WAARSCHUWING
  3. Omwille van de omvang van het Voorstel van Werkingsregels kan de CREG enkel de

houdelijke wijzigingen aan het Voorstel van Werkingsregels bespreken. Volgende wijzigingen worden

deze beslissing dus niet gemotiveerd: de zuiver formele (vertalingen enz.) of tekstuele wijzigingen, wijzigingen die eenvoudigweg overbodige herhalingen weghalen, wijzigingen die het gevolg zijn van het gebruik van specifieke termen krachtens de wetgeving enz. 30.

het kader van deze analyse gebruikt de CREG de begrippen die

de Werkingsregels worden gedefinieerd. Deze worden aangeduid met een hoofdletter. 4.

  1. HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE BEPALINGEN Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  2. Op vier punten wilde het Ontwerp van Werkingsregels vooruitlopen op de wijzigingen

de weten regelgeving die

het ontwerp van het CRM worden overwogen. Het gaat om:

  1. a)het actualisatiemechanisme van de Uitoefenprijs (punt 12.3.1.2.2);
  2. b)de toepassing van dit nieuwe actualisatiemechanisme van de Uitoefenprijs op reeds gesloten capaciteitscontracten (bijlage 19.8);
  3. c)de vrijstelling van de terugbetalingsverplichting voor de vraagrespons;
  4. d)de aanbesteding voor capaciteiten met lage koolstofuitstoot (LCT) (hoofdstuk 18). 32.

dit verband bevat het Ontwerp van Werkingsregels de volgende paragraaf: "§ 11. Overeenkomstig het voorstel van Elia lopen sommige bepalingen van de werkingsregels vooruit op wijzigingen aan het wettelijk of reglementair kader die nog niet van kracht waren op het ogenblik van de vaststelling van de werkingsregels. De betrokken bepalingen zijn duidelijk aangegeven.

dien de aanpassing van het wettelijk en reglementair kader niet

werking is getreden op het ogenblik van de goedkeuring van de werkingsregels bij koninklijk besluit, vervallen de betrokken bepalingen en blijft versie 2 van de werkingsregels op deze punten van toepassing." 33. Meer bepaald wat betreft het mechanisme voor de actualisatie van de uitoefenprijs, hangen de wijzigingen aan de Werkingsregels af van de

werkingtreding van een wijziging die wordt beoogd

artikel 26, § 2, van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald,

clusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en de voorwaarden tot het verkrijgen van

dividuele uitzonderingen op de toepassing van de

termediaire prijslimiet(en)

het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna het Koninklijk Besluit “Methodologie"). Niet-vertrouwelijk 11/41 Volgens deze wijziging moet artikel 26, § 2, van het voornoemde koninklijk besluit van 28 april 2021 nu als volgt luiden: " § 2. De uitoefenprijs wordt tijdens de leveringsperiode maandelijks geactualiseerd op basis van de evolutie van de Belgische elektriciteitsprijs. De modaliteiten betreffende de actualisatie worden

de werkingsregels gedefinieerd." 34. Wat betreft de toepassing van het nieuwe actualisatiemechanisme voor de Uitoefenprijs op de reeds gesloten Capaciteitscontracten, hangt deze toepassing af van het resultaat van een wetsontwerp 8 dat recent is

gediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.

houdelijk voorziet dit voorontwerp van wet onder meer

de

voeging van het volgende lid

artikel 7undecies, § 12, van de Elektriciteitswet: "De bepalingen

de opeenvolgende versies van de werkingsregels zijn van toepassing op capaciteitsleveranciers die op het tijdstip van hun

werkingtreding reeds een capaciteitscontract hebben gesloten, met uitzondering van de door de commissie aangeduide nieuwe bepalingen die van dien aard zijn dat,

dien de capaciteitsleverancier er op het tijdstip van het uitbrengen van zijn bieding kennis van had gehad, hij redelijkerwijs geen of een wezenlijk ander aanbod zou hebben gedaan. Deze uitzondering geldt niet voor nieuwe bepalingen waarvan de toepassing op capaciteitscontracten die op het tijdstip van de

werkingtreding van deze nieuwe bepalingen reeds zijn gesloten, noodzakelijk is om het contractuele evenwicht te herstellen dat als gevolg van een plotselinge crisis op de energiemarkt is verbroken." 35. Met betrekking tot de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor de Vraagrespons bevat hetzelfde wetsontwerp de volgende bepaling: "

afwijking van het tweede lid, kan de Koning bepalen dat vraagrespons niet onderworpen is aan de terugbetaalverplichting van het capaciteitsvergoedingsmechanisme alsook de voorwaarden waaronder die uitzondering geldt." Ter uitvoering van deze bepaling is het de bedoeling dat het Koninklijk Besluit “Methodologie” wordt gewijzigd om

deze vrijstelling te voorzien. 36. Wat ten slotte de LCT betreft, hangt de toevoeging van hoofdstuk 18

het Ontwerp van Werkingsregels samen met de wijziging van artikel 7duodecies, § 1, van de Elektriciteitswet, waarvan de nieuwe tekst, die thans bij de Kamer van volksvertegenwoordigers9 is

gediend, als volgt luidt: " Op basis van elke door de netbeheerder overgemaakte

formatie of verslag waaruit blijkt dat er een duidelijk risico bestaat voor de bevoorradingszekerheid

de Belgische regelzone

de periode voorafgaand aan de eerste periode van capaciteitslevering van het

artikel 7undecies bedoelde capaciteitsvergoedingsmechanisme, kan de Koning bij een

Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de minister, de netbeheerder

structie geven een gerichte veiling te organiseren. Voorafgaand aan en met het oog op de vaststelling van het besluit bedoeld

het eerste lid, kan de minister elk

itiatief nemen en elke maatregel van de netbeheerder en de Commissie verlangen. Zo nodig bepaalt de minister op basis van de beschikbare gegevens een referentiescenario. Daarbij neemt de minister zoveel mogelijk de verschillende fasen van de procedure

acht die zijn opgenomen

het koninklijk besluit bedoeld

artikel 7undecies, § 2, eerste lid, tenzij mits specifieke motivatie. 8 Ontwerp van wet "houdende wijzigingen

zake de werkingsregels en de betrouwbaarheidsopties

het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme zoals bedoeld

hoofdstuk IIbis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt”, Doc. Parl., Kamer, sess.2022-2023, n°55-3326/1. 9 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen

zake energie, Doc.. parl., Kamer, sess. 2022-2023, n° 3238/1 Niet-vertrouwelijk 12/41 Het besluit zoals bedoeld

het eerste lid stelt minstens de volgende elementen vast: 1° op voorstel van de commissie, gedaan op basis van een verslag van de netbeheerder en na advies van de Algemene Directe Energie, het vereiste volume capaciteit

het kader van de gerichte veiling; 2° op voorstel van de netbeheerder, de andere parameters van de gerichte veiling dan die bedoeld

1°, te weten de reductiefactoren, de referentieprijs, de limiet(en) voor de tussentarieven voor bepaalde capaciteiten die aan specifieke criteria voldoen en de uitoefenprijs; 3° de ontvankelijkheidscriteria voor deelname aan de gerichte veiling; 4° de voorwaarden, criteria en procedure voor de gunning van een contract voor een langere periode dan de leveringsperiode waarop de gerichte veiling betrekking heeft; 5° de methode en de voorwaarden voor het verlenen van een

dividuele afwijking door de commissie van de toepassing van de

termediaire prijslimiet(en). De

het derde lid, onder de bepalingen 3° tot en met 5°, genoemde elementen worden zo mogelijk gebaseerd op de beginselen die van toepassing zijn op het

artikel 7undecies bedoelde capaciteitsvergoedingsmechanisme. De

het derde lid, onder de bepaling 2° bedoelde parameters worden zoveel mogelijk gebaseerd op de parameter voor de veilingen

2021 en 2022 van het

artikel 7undecies bedoelde capaciteitsvergoedingsmechanisme. Na de gerichte veiling sluit de netbeheerder een contract met de geselecteerde capaciteitsleveranciers waarin het recht op een capaciteitsvergoeding of het recht op enige andere vorm van subsidie wordt toegekend. De kenmerken en voorwaarden die van toepassing zijn op het capaciteitscontract overeenkomstig artikel 7undecies, §11, zijn van toepassing op dit contract." 37. Samengevat hangt de toepassing van de bepalingen van de Werkingsregels op de vier bovengenoemde punten af van het resultaat van de beoogde wijzigingen

de wet- en regelgeving.

dien deze wijzigingen niet van kracht zijn op het ogenblik van de goedkeuring van de Werkingsregels door de Koning, vervallen deze nieuwe overeenkomstige bepalingen van de Werkingsregels. Antwoorden op de raadpleging

  1. Febeliec stelt voor om de verwijzingen naar de LCT-veiling te schrappen.
  2. FEBEG stelt voor om de deadline voor de goedkeuring van de wijzigingen aan het wettelijk kader,

het bijzonder de wijzigingen voor de implementatie van de actualisatie van de Gekalibreerde Uitoefenprijs (12.3.1.2.2.) en voor de retroactieve toepassing van deze regel op de contracten die al zijn afgesloten (bijlage 19.8), vast te leggen op 15 juni 2023. 40. Febeliec herhaalt dat de wijzigingen aan de Uitoefenprijs en de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting hand

hand gaan met de andere wijzigingen van de design en betreurt dat de CREG voorziet dat deze nieuwe bepalingen niet worden geïmplementeerd als het aangepast wettelijk kader niet wordt aangenomen op het moment dat de Werkingsregels bij koninklijk besluit worden goedgekeurd. Beslissing 41. De CREG heeft verkozen om, gezien de verscheidenheid aan situaties, algemeen §11 van de Werkingsregels te wijzigen en niet te voorzien

een afzonderlijk mechanisme voor het geval dat de wijzigingen

de wet- en regelgeving niet

werking treden op het ogenblik van de goedkeuring van de Werkingsregels door de Koning. Niet-vertrouwelijk 13/41

  1. Wat betreft de LCT heeft het verslag van de netbeheerder dat op 12 april 2023 is gepubliceerd10 geen toereikendheidsprobleem vastgesteld voor de Leveringsperiode 2024-
  2. Bijgevolg heeft de minister van Energie aan de Kamer van volksvertegenwoordigers11 meegedeeld dat het niet nodig is om deze gerichte veiling te organiseren. De CREG heeft de Werkingsregels dienovereenkomstig aangepast en hoofdstuk 18 van het Ontwerp van Werkingsregels geschrapt.
  3. Wat betreft het mechanisme voor de actualisatie van de Uitoefenprijs en de toepassing ervan op de lopende Capaciteitscontracten, bepaalt § 839 van de Werkingsregels dat

dien de wijziging van het Koninklijk Besluit “Methodologie”, die de basis vormt van het nieuwe mechanisme, niet

werking treedt, het nieuwe mechanisme van rechtswege wordt vervangen door de oude versie van de sectie die voorziet

het mechanisme voor de actualisatie van de Uitoefenprijs. De toepassing ervan op de lopende Capaciteitscontracten hangt ook af van de

werkingtreding van de wettelijke bepaling die de CREG machtigt om de nieuwe versie van de Werkingsregels toe te passen op de lopende contracten en die momenteel wordt besproken. 44. Wat betreft de afwijking van de Terugbetalingsverplichting voor de Leveringspunten met Vraagrespons, vloeit het bijzondere karakter voort uit het feit dat deze afwijking moet worden goedgekeurd door de Europese Commissie met betrekking tot de regels

zake staatssteun. De

werkingtreding van het ontwerp van wijziging van het Koninklijk Besluit “Methodologie” is onder voorbehoud van deze goedkeuring, en de

werkingtreding van de overeenkomstige regels

de Werkingsregels is zelf onder voorbehoud van de

werkingtreding van de wijziging van het Koninklijk Besluit "Methodologie” (§850). Voor zover deze kwestie voor de betrokken CRM-Actoren doorslaggevend is voor de bepaling van de hoogte van hun Bieding, bepaalt §850 van de Werkingsregels dat, bij gebreke van

werkingtreding uiterlijk 15 dagen vóór de uiterste datum voor het

dienen van Biedingen, de vrijstelling niet van toepassing is. 4.

  1. HOOFDSTUK 3 – DEFINITIES Gedragscode Voorstel van Werkingsregels
  2. Het Voorstel van Werkingsregels werd niet bijgewerkt om rekening te houden met de

werkingtreding van de Gedragscode op 20 oktober

  1. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  2. De CREG heeft de definitie van de “Gedragscode” toegevoegd en heeft de verwijzingen naar het federaal technisch reglement vervangen door verwijzingen naar de Gedragscode waar dat relevant was. Antwoorden op de raadpleging
  3. Elia erkent dat de Gedragscode nu de bepalingen vastlegt omtrent aansluitingsprocedures, maar wijst de CREG erop dat er nog capaciteitsreserveringen of akkoorden over technische oplossingen mogelijk zijn die zijn toegekend

het kader van het Federaal Technisch Reglement van 2002 of 2019. Voor deze laatste gevallen vreest Elia dat de vervanging van de verwijzingen naar het Federaal Technisch Reglement door verwijzingen naar de Gedragscode een onvolledig wettelijk kader scheppen en dus leiden tot juridische onzekerheid. Elia gaat bijgevolg niet akkoord met de wijzigingen van de 10 Adequacy assessment for delivery year 2024-2025 executed

the framework of the assessment of the need to organise a Low Carbon Tender 11 Commissie Energie, Leefmilieu en Klimaat van 18 april 2023 Niet-vertrouwelijk 14/41 CREG

paragrafen 82 (tabel), 93, 270, 323 en 361 en

de definitie van een “detailstudie” en vraagt aldus om eveneens de verwijzingen naar het Federaal Technisch Reglement te behouden. Beslissing 48. De CREG gaat akkoord dat

de paragrafen waarnaar verwezen door Elia, de verwijzing naar de Gedragscode kan worden toegevoegd naast de verwijzing naar het Federaal Technisch Reglement en niet ter vervanging van deze laatste. Bijgevolg trekt de CREG de eerder voorgestelde verwijdering van de verwijzing naar het Federaal Technisch Reglement

de §§ 82, 93, 270, 323 en 361 en

de definitie van een “Detailstudie”. 49. Aangezien § 93 verwijst naar expliciete artikels

zowel het Federaal Technisch Reglement van 2019 als het Federaal Technisch Reglement van 2002, voegt de CREG een aparte definitie toe voor het Federaal Technisch Reglement van 2002. 50. De CREG vraagt niettemin aan Elia om de CREG te

formeren over alle gevallen van gereserveerde capaciteiten en akkoorden over technische oplossingen

overeenkomst met het Federaal Technisch Reglement van 2002 die nog niet zijn opgenomen

een Aansluitingscontract tussen Elia en een Netgebruiker. 4.

  1. HOOFDSTUK 5 - PREKWALIFICATIEPROCEDURE 4.4.
  2. Bepaling van het Nominaal Referentievermogen voor bestaande Leveringspunten Voorstel van Werkingsregels 51.

het Voorstel van Werkingsregels werd er een aanpassing aangebracht

de beschrijving van de eerste methode voor de bepaling van het Nominaal Referentievermogen - gebruik van de historische gegevens. Om het Voorlopig Nominaal Referentievermogen te bepalen van de Leveringspunten waarvoor het Nominaal Referentievermogen louter op basis van de

jectiegegevens kan worden bepaald, stelt Elia nu voor om niet langer de hoogste meting te gebruiken, maar de absolute waarde van het gemiddelde van de drie hoogste geobserveerde maandelijkse kwartiermetingen. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 52. Volgens de CREG is het

aanmerking nemen van drie metingen arbitrair en zou een gemiddelde van de twee hoogste metingen moeten volstaan om het risico te vermijden dat er rekening wordt gehouden met een niet-representatieve meting. Antwoorden op de raadpleging

  1. FEBEG merkt op dat ze niet akkoord gaat met het Ontwerp van Werkingsregels van de CREG, maar wel met het Voorstel van Werkingsregels zonder echter tastbare elementen te geven die het volgende kunnen staven: “the new methodology will continue to generate exceptionally high NRP not representative of the power somme CMUs can deliver under normal circumstances”. Beslissing
  2. Rekening houdend enerzijds met het feit dat deze maatregel voornamelijk betrekking heeft op de thermische capaciteiten waarvan de verwachte bijdrage aan de bevoorradingszekerheid bijzonder kritiek is

de Winterperiode, d.w.z. wanneer de voorwaarden optimaal zijn voor de werking ervan en anderzijds met het feit dat de methode rust op maatregelen die bewijzen dat deze capaciteiten

het verleden

staat waren deze vermogensniveaus te leveren, schaadt de voorgestelde aanpassing de Niet-vertrouwelijk 15/41 bevoorradingszekerheid niet terwijl het risico om de behoefte aan bijkomende capaciteit die de kost van het CRM negatief zou beïnvloeden te overschatten, beperkt wordt. 55. Bovendien heeft de CRM-Actor nog steeds de mogelijkheid om een gedeeltelijke Opt-out te notificeren als hij geen capaciteitscontract wenst te ondertekenen op basis van de NRP naar aanleiding van historische gegevens. De rangschikking van dit volume als “

” of “OUT” gebeurt volgens de classificatieregels van de Opt-outvolumes uit deel 5.4.2.2 van de Werkingsregels. 56. De CREG beslist dan ook om haar aanpassing

het Ontwerp van Werkingsregels te behouden. 4.4.2. Degradatiefactor van de Gecontracteerde Capaciteit Voorstel van Werkingsregels 57.

haar Voorstel van Werkingsregels voorziet Elia

de mogelijkheid voor CRM-kandidaten die een prekwalificatie wensen voor een extra CMU met het oog op het verkrijgen een meerjarencontract, om een degradatiefactor van de Gecontracteerde Capaciteit mee te delen, ongeacht de technologie. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 58. De CREG meent dat deze mogelijkheid moet worden voorbehouden voor energieopslagtechnologieën waarvan de energieopslagcapaciteit

de loop der tijd kan verslechteren en stelt voor om tabel 2 van de Werkingsregels dienovereenkomstig aan te passen. De CREG vervangt de term “degradatiepercentage” door “energiebehoudspercentage” aangezien de vermelde waarde

de eerste Leveringsperiode 100 % bedraagt. Antwoorden op de raadpleging 59. FEBEG geeft aan dat de MW van de STEG-centrales die

aanmerking komen voor een meerjarig Capaciteitscontract eveneens mettertijd zouden kunnen verminderen, maar erkent dat het niet om dezelfde grootteorde zou gaan.

  1. FEBEG vindt dat de term “energiebehoudspercentage” voor verwarring zorgt en stelt voor om de term “degradatiepercentage” te behouden. Beslissing
  2. De degradatie van de geïnstalleerde capaciteit is kenmerkend voor batterijen, maar niks wijst erop dat dit vanuit technisch oogpunt ook kan gestaafd worden voor andere technologieën.
  3. Bovendien is de vervanging van de term “degradatie” door de term “behoud” noodzakelijk vanaf het moment waarop de door Elia

tabel 2 van het Voorstel van Werkingsregels vermelde waarde voor de eerste Leveringsperiode 100 % bedraagt. Een degradatiepercentage van 100 % zou willen zeggen dat er geen capaciteit wordt geleverd. Bovendien komt de term “behoud” uit documenten van offertes van leveranciers van batterijen.

  1. Om een gelijke behandeling van batterijen en andere capaciteitstypes te verzekeren evenals de coherentie met de mee te delen percentages beslist de CREG om de aanpassing aangebracht aan tabel 2 van de Werkingsregels te behouden. Niet-vertrouwelijk 16/41 4.4.
  2. Classificatie van Opt-out volumes Voorstel van Werkingsregels 64.

sectie 5.4.2.2.1. van het Voorstel van Werkingsregels heeft Elia een belangrijke wijziging aangebracht aan de Opt-out OUT classificatie. Het volume dat betrekking heeft op een CMU die gekoppeld is aan een SLA-categorie wordt als Opt-out OUT beschouwd voor zover de Capaciteiten die deel uitmaken van de CMU niet verplicht zijn om een prekwalificatiedossier

te dienen zoals beschreven

artikel 7undecies, § 8, 2de lid van de elektriciteitswet. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 65. De CREG meent dat de Capaciteiten die zich gemanifesteerd hebben door een Prekwalificatiedossier

te dienen en succesvol geprekwalificeerd werden, kunnen beschouwd worden als capaciteiten die zullen bijdragen tot de bevoorradingszekerheid

de beoogde Leveringsperiode. Antwoorden op de raadpleging 66. Centrica ondersteunt de visie dat geprekwalificeerde CMU’s met een SLA en die bestaan uit Capaciteiten die geen verplichting hebben om zich te prekwalificeren, als Opt-Out

kunnen worden beschouwd, gezien deze kunnen bijdragen aan de bevoorradingszekerheid gedurende de Leveringsperiode. 67. Febeliec meent dat de classificatie van de Opt-out volumes

het Voorstel van Werkingsregels te restrictief was en daardoor het criterium van de “laagst mogelijke kost voor het CRM” ondermijnde. Febeliec pleit voor een correcte presentatie van de verwachte beschikbaarheid van de Capaciteiten die bijdragen aan de bevoorradingszekerheid over alle tijdshorizonten. 68. FEBEG verzet zich sterk tegen de aanpassingen

het Ontwerp van Werkingsregels en wijst op de gaming-opportuniteiten die kunnen ontstaan. FEBEG wijst op het feit dat DSM-capaciteiten,

tegenstelling tot productiecapaciteiten geen verplichting hebben om een definitieve of tijdelijke uitdienstneming of capaciteitsvermindering aan te melden. Hierdoor is het mogelijk dat deze geprekwalificeerde Capaciteiten reeds de markt verlaten hebben na de prekwalificatiefase, en dus niet kunnen bijdragen tot de bevoorradingszekerheid. Aldus kan een groot volume DSM dat zich prekwalificeert

de Y-4 veiling, met de

tentie om niet deel te nemen aan de veiling, een significante impact hebben op het te contracteren volume

de Y-4 veiling, en dus op de mogelijkheden voor nieuwe capaciteiten met een lead time langer dan één jaar, om zich succesvol deel te nemen aan de veiling. Dit kan op zijn beurt een risico creëren voor de bevoorradingszekerheid. 69. Elia gaat niet akkoord met de voorgestelde aanpassing van de CREG omdat er geen zekerheid bestaat dat deze volumes beschikbaar zullen zijn

de beoogde Leveringsperiode en omdat aldus een schaarste kan gecreëerd worden

de Y-1 veiling. Elia wijst erop dat de DSM-volumes die berekend worden met de NRP-methode, geen garantie bieden dat deze volumes daadwerkelijk zouden aangeboden worden door de marktpartijen die omwille van andere overwegingen mogelijks slechts een gedeelte van dit volume willen laten bijdragen tot de bevoorradingszekerheid. Verder wijst Elia evenals FEBEG op de mogelijkheid voor gaming. 70. Zandvliet Power (ZVP) drukt zijn bezorgdheid uit over de voorgestelde correctie van de Vraagcurve. ZVP verwijst naar de hoge Opt-out

volumes die

de voorgaande Y-4 veilingen werden

rekening gebracht

de Vraagcurve zonder een garantie dat deze Capaciteiten zullen bijdragen tot Niet-vertrouwelijk 17/41 de bevoorradingszekerheid. ZVP meent dat alleen volumes

overweging kunnen worden genomen waarin voldoende vertrouwen bestaat dat zij daadwerkelijk zullen bijdragen aan de bevoorradingszekerheid. ZVP stelt dat de meeste technologieën een project lead time hebben van meer dan één jaar en die bij niet selectie

de Y-4 veiling, niet kunnen deelnemen aan de Y-1 veiling, waardoor

de Y-1 veiling het risico bestaat dat er onvoldoende capaciteit zal aangeboden worden en de bevoorradingszekerheid gevaar loopt. Beslissing 71. De CREG meent dat op basis van de aangedragen argumenten, en

het bijzonder het risico op gaming, de Opt-out volumes van geprekwalificeerde CMU geassocieerd aan een SLA-categorie, die niet verplicht zijn om een Prekwalificatiedossier

te dienen, overeenkomstig het Voorstel van Werkingsregels als “OUT” dienen te worden beschouwd. 4.5. HOOFDSTUK 6 – VEILINGEN Aanpassingen en correcties van de Vraagcurve Voorstel van Werkingsregels 72.

haar Voorstel van Werkingsregels heeft Elia de sectie 6.3.

  1. “Aanpassingen en correcties van de Vraagcurve” grondig herwerkt, verduidelijkt en aangevuld. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  2. De CREG meent dat de lijst van opgesomde gevallen die aanleiding geven tot een neerwaartse of opwaartse volumecorrectie verder dient aangevuld te worden met een aantal bijkomende gevallen, die hierna worden toegelicht.
  3. De Gecontracteerde Capaciteiten tijdens veilingen

de voorgaande jaren die de beoogde Leveringsperiode omvatten worden

principe

rekening gebracht

de Vraagcurve die bij ministerieel besluit met de

structie tot het organiseren van de veiling wordt bepaald. De CREG meent dat een aantal mogelijke wijzigingen

de Gecontracteerde Capaciteit die niet werden opgenomen

dit ministerieel besluit via een correctie van de vraagcurve

rekening moeten worden gebracht. De CREG denkt onder meer aan volgende gevallen: - wijzigingen

de Gecontracteerde Capaciteit (cfr. Herstelveiling

2022, waarbij de STEG van Seraing werd gecontracteerd nadat het afgesloten CRM-contract voor de STEG van Vilvoorde werd verbroken), zowel opwaartse als neerwaartse correctie; - wijzigingen

de Gecontracteerde Capaciteit naar aanleiding van een beslissing van de Geschillencommissie, zowel opwaartse als neerwaartse correctie; - vermindering van

vorige Veilingen Gecontracteerde Capaciteit ten gevolge van Vertragingen bij

frastructuurwerken, enkel opwaartse correctie; -

dien meerdere Veilingen

hetzelfde jaar worden georganiseerd (bijvoorbeeld een Y-1- (of LCT) en een Y-4 Veiling), dan dienen de geselecteerde Biedingen

de eerst geclearde Veiling (bijvoorbeeld de Y-1 Veiling) die een meerjarencontract zullen afsluiten met een Leveringsperiode die overlapt met de eerste Leveringsperiode van de andere Veiling ook worden

rekening gebracht, enkel neerwaartse correctie van de Vraagcurve; - de capaciteiten die geen Prekwalificatiedossier hebben

gediend (onafhankelijk van het feit of ze daartoe verplicht waren), en die geen tijdelijke of definitieve sluiting of vermindering van Niet-vertrouwelijk 18/41 capaciteit hebben aangekondigd volgens art. 4bis van de Elektriciteitswet, en die niet

rekening werden gebracht

de Vraagcurve, enkel neerwaartse correctie. 75. Verder meent de CREG dat Bestaande Capaciteiten die deelnemen aan de veiling en niet werden geselecteerd moeten worden beschouwd als Capaciteiten die kunnen bijdragen tot de bevoorradingszekerheid en bijgevolg aanleiding moeten geven tot een neerwaartse correctie van de Vraagcurve. Dit principe kan niet worden toegepast op Nieuw Geconstrueerde Capaciteiten, gezien bij niet selectie

de Veiling mag worden verondersteld dat deze capaciteit niet zal worden gerealiseerd. Antwoorden op de raadpleging 76. Centrica gaat akkoord met de correctie van de Vraagcurve voor de meeste van de door de CREG geciteerde gevallen. Centrica is evenwel niet overtuigd dat niet-geselecteerde Bestaande Capaciteiten deel moeten uitmaken van deze lijst. Mogelijks kunnen Bestaande Capaciteiten die niet worden geselecteerd

de veiling zich uit de markt terugtrekken als ze verwachten niet

staat te zullen zijn om hun kosten te dekken.

  1. Voor wat de reactie van Febeliec betreft kan verwezen worden naar randnummer
  2. Voor wat de reactie van Zandvliet Power betreft kan verwezen worden naar randnummer
  3. FEBEG meent dat de meeste van de door de CREG voorgestelde aanpassingen niet aanvaard kunnen worden, gezien ze een negatieve impact op de bevoorradingszekerheid hebben. FEBEG is van mening dat Capaciteiten die geen Prekwalificatiedossier

gediend hebben, onafhankelijk of ze daar al dan niet toe verplicht waren, die geen sluiting en ook geen tijdelijke of definitieve vermogensvermindering hebben aangekondigd, en die niet

rekening werden gebracht

de Vraagcurve, moeten beschouwd worden als capaciteiten die niet bijdragen tot de bevoorradingszekerheid. Verder meent FEBEG dat Bestaande Capaciteiten die deelnamen aan de veiling en niet geselecteerd werden, niet mogen leiden tot een correctie van de Vraagcurve. Een dergelijke correctie kan volgens FEBEG niet enkel het veilingproces verstoren, maar ook de bevoorradingszekerheid

het gevaar brengen. FEBEG stelt verder dat de niet-weerhouden Capaciteiten niet nodig zijn voor de bevoorradingszekerheid. FEBEG vraagt

haar reactie dat Elia, de FOD Economie en de Gewesten te verzekeren dat de berekening van het niet-

aanmerking komend volume zo nauwkeurig mogelijk gebeurt, om ex-post correcties bij de clearing van de veiling te vermijden. Voor FEBEG is het essentieel om bij de publicatie van het kalibratierapport een duidelijk beeld te krijgen van de nodige bijkomende capaciteit opdat de nodige

vesteringen tijdig zouden kunnen worden voorbereid met het oog op de veiling. Ten slotte vraagt FEBEG dat de criteria

zake de verplichting tot Prekwalificatie zo duidelijk mogelijk zouden zijn om ex-post aanpassingen te vermijden. 80. Elia gaat niet akkoord met de twee laatste punten die door de CREG werden toegevoegd

§292

het Ontwerp van Werkingsregels. Wat het voorlaatste punt van §292 betreft (de correctie voor Bestaande Capaciteiten die 1) niet

rekening werden gebracht

de Vraagcurve en die 2) geen notificatie van definitieve sluiting of definitieve capaciteitsvermindering conform art.4bis van de Elektriciteitswet hebben

gediend en die 3) niet hebben deelgenomen aan de Prekwalificatieprocedure), is de praktische toepassing van deze regel voor Elia onduidelijk. Bovendien gaat Elia ook niet akkoord met het onderliggende principe van een dergelijke correctie, gezien hierdoor bijkomende ongedefinieerde en niet-

geboden volumes worden afgetrokken van de Vraagcurve, waarvoor geen beschikbaarheidsgarantie bestaat. Niet-vertrouwelijk 19/41 Wat het laatste punt van §292 betreft, gaat Elia niet akkoord met de correctie betreffende de niet geselecteerde Bestaande Capaciteiten

de Y-4 Veiling. Dergelijke correctie waarbij verondersteld wordt dat Capaciteiten die een “missing money” aangeven via het

dienen van een Bieding

een veiling, toch

de markt zouden blijven en dus zouden bijdragen tot de bevoorradingszekerheid, zelfs als ze niet weerhouden worden ondermijnt de werking van het CRM. Elia merkt op dat, gezien de voorgestelde correctie enkel de Y-4 veiling viseert, er kan geargumenteerd worden dat deze Capaciteiten nog aan de Y-1 veiling kunnen deelnemen. Elia stelt echter dat er geen enkele garantie bestaat dat deze Capaciteiten nog beschikbaar zullen zijn, en zeker niet tegen dezelfde prijs. Elia stelt ook dat het “level playing field” verdwijnt voor Bestaande Capaciteiten, gezien sommige Capaciteiten een vergoeding via het CRM zullen ontvangen en andere niet, ondanks dat elk van deze Capaciteiten deelgenomen heeft aan de Veiling en daarmee hun “missing money”-probleem kenbaar hebben gemaakt. Elia meent ook dat de praktische implementatie van het deze aanpassing te complex is, gezien dit een iteratief proces vereist waarvan de uitkomst onzeker is. Elia verwijst ten slotte ook naar de aanpassing van artikel 4bis

de Elektriciteitswet die momenteel wordt overwogen. 81. Samengevat stellen de volgende correcties

§ 292

problemen: - voor FEBEG : alle neerwaartse volumecorrecties voor capaciteiten die geen prekwalificatiedossier hebben

gediend of die niet geselecteerd zijn; - voor Elia : de laatste 2 puntjes van §292; - voor Centrica : laatste puntje van § 292; - voor ZVP : minstens het laatste puntje van §

  1. Beslissing
  2. De CREG stelt vast dat de reacties enkel betrekking hebben op de neerwaartse correctie van de Vraagcurve. Er dient opgemerkt te worden dat de CREG voor bepaalde correcties een symmetrische aanpassing voorstelde, waarbij bepaalde situaties, hetzij tot een neerwaartse, hetzij tot een opwaartse correctie kon leiden. Het lijkt de CREG

ieder geval niet aangewezen om voor situaties die kunnen leiden tot zowel een verhoging als een verlaging van de Vraagcurve (bij voorbeeld een aanpassing van het gecontracteerd vermogen na de

structie van de Minister ) enkel opwaartse correcties

rekening te brengen. 83. Met betrekking tot de Capaciteiten die niet geselecteerd worden

de Veiling, meent de CREG dat hun bijdrage tot de bevoorradingszekerheid gedurende de

de Veiling beoogde Leveringsperiode, niet met zekerheid te voorspellen valt. Deze onzekerheid is bovendien nog groter bij de Y-4 Veiling dan bij de Y-1 Veiling. Een correcte

schatting van de Capaciteiten die effectief zullen bijdragen tot de bevoorradingszekerheid is belangrijk om enerzijds de bedoeling van het CRM na te streven (bevoorradingszekerheid) en anderzijds het laagste-kosten-criterium te respecteren (door onder meer geen overcapaciteit te contracteren). 84. De CREG stelt vast dat verscheidene respondenten de doelstelling om tot een correcte

schatting van de bijdrage van niet geselecteerde capaciteiten aan de bevoorradingszekerheid te komen (wat eveneens de betrachting van de CREG is) wensen na te streven. 85. Vaak wordt door respondenten verwezen naar het onzekere karakter

zake de beschikbaarheid van de Capaciteiten die niet hebben deelgenomen aan of,

dien ze wel hebben deelgenomen, niet Niet-vertrouwelijk 20/41 werden geselecteerd

de Veiling. De CREG meent dat deze onzekerheid

herent is aan het design van een capaciteitsvergoedingsmechanisme, waarbij Capaciteitshouders geen verplichting hebben om deel te nemen aan de veilingen. De Capaciteiten die niet hebben deelgenomen aan de veiling, en bij uitbreiding de Capaciteiten die niet werden geselecteerd, hebben geen recht op een capaciteitsvergoeding maar evenmin een beschikbaarheidsverplichting. Daaronder vallen ook de capaciteiten die als “niet

aanmerking komend" worden beschouwd, en bijgevolg worden afgetrokken bij de kalibratie van de Vraagcurve : zij hebben evenmin een beschikbaarheidsverplichting. Vooreerst wenst de CREG op te merken dat Beschikbaarheidsverplichtingen (die ontstaan door het afsluiten van een Capaciteitscontract) geen absolute garantie biedt voor de bijdrage aan de bevoorradingszekerheid. De penaliteiten voorzien

de Werkingsregels hebben weliswaar tot doel om de beoogde beschikbaarheid na te streven, maar ontslaan tevens de Capaciteitshouder van de Beschikbaarheidsverplichtingen. De CREG meent dat het al dan niet onderworpen zijn aan Beschikbaarheidsverplichtingen (via een Capaciteitscontract) geen criterium kunnen vormen om te bepalen of een Capaciteit al dan niet bijdraagt aan de bevoorradingszekerheid. Deze zienswijze van de CREG wordt door het wettelijk kader ondersteund, gezien het Koninklijk Besluit ”Methodologie” stelt dat de

schatting van het niet

aanmerking komende volume

mindering dient te worden gebracht bij het opstellen van de Vraagcurve. 86. Met betrekking tot de Capaciteiten die deelnemen aan de Veiling, wordt door de respondenten aangenomen dat het

dienen van een Bieding aantoont dat de Capaciteitshouder een “missing money” heeft ter hoogte van de

gediende Bieding. Gezien er voor elke Leveringsperiode 2 veilingen worden georganiseerd (Y-4 en Y-1-veiling), meent de CREG dat niet kan worden uitgesloten dat sommige Biedingen (van Capaciteiten zonder

vesteringen met een lead time van minder dan een jaar en die dus nog kunnen deelnemen

de Y-1 veiling)

de Y-4 veiling een hogere prijs bieden dan de verwachte “missing money”.

dergelijk geval, lijkt het de CREG niet opportuun om ervan uit te gaan dat deze Capaciteiten geen bijdrage meer zullen leveren aan de bevoorradingszekerheid

de beoogde Leveringsperiode. De CREG kan echter wel

stemmen met het argument dat sommige Capaciteiten effectief

de Y-4 veiling hun beste

schatting van hun “missing money”

bieden en dus mogelijks bij niet-selectie niet beschikbaar zullen zijn

de beoogde Leveringsperiode. De CREG besluit daarom rekening te houden met de argumenten van de respondenten (zie randnummer 89). 87. Met betrekking tot de Capaciteiten die geen prekwalificatieverplichting hebben en nog niet

rekening werden gebracht

de Vraagcurve (met andere woorden Capaciteiten die ex-ante als

aanmerking komend worden beschouwd), en waarvoor geen notificatie van definitieve sluiting of structurele capaciteitsvermindering werd aangekondigd, dienen volgens de CREG te worden beschouwd als Capaciteiten die bijdragen tot de bevoorradingszekerheid. De CREG erkent het belang, zoals aangehaald door FEBEG, om het niet

aanmerking komend volume zo correct mogelijk

te schatten bij de kalibratierapport en aldus het aantal wijzigingen

de Vraagcurve bij de clearing te beperken.

haar voorstellen van Vraagcurve heeft de CREG telkens gepleit om het totale niet

aanmerking komend volume te

dividualiseren, maar erkent dat dit een moeilijke oefening blijft vooral wat de kleinere Capaciteiten betreft die op de distributienetten zijn aangesloten. De CREG wenst echter ook te wijzen op het feit dat zelfs bij een perfecte

schatting van het niet

aanmerking komend volume, nog steeds Capaciteiten afstand kunnen doen van de ondersteuningsmaatregelen en terug als

aanmerking komend moeten worden beschouwd. 88. Op basis van de hierboven aangehaalde argumenten meent de CREG dat er onvoldoende redenen zijn om te besluiten dat de Bestaande Capaciteiten die: - niet

rekening werden gebracht

de Vraagcurve, en Niet-vertrouwelijk 21/41 - die geen notificatie van definitieve sluiting of definitieve structurele capaciteitsvermindering conform art.4bis van de Elektriciteitswet hebben

gediend, en - die niet hebben deelgenomen aan de Prekwalificatieprocedure, geen bijdrage zullen leveren aan de bevoorradingszekerheid

de beoogde Leveringsperiode. De CREG meent dan ook dat het principe om deze Capaciteiten

rekening te brengen voor de bevoorradingszekerheid behouden moet blijven. De praktische bepaling van dit volume dient te gebeuren op basis van de meest recente

formatie beschikbaar

de Pisa-databank van Elia. Voor de praktische implementatie houdt Elia rekening met volgende criteria : - Veld “CRM DP ID” = “Not

CRM”; - Veld “Out of service date” : na einde van de beoogde Leveringsperiode, dus na 31/10/2028; - Veld “Status” = “

service”; - Veld “Fuel Type” = alles met uitsluiting van “Water” - Veld “Profile Type” = alles met uitsluiting van de verschillende vormen van CHP, Run of River, Solar of wind - Uitsluiting van alle capaciteiten die reeds op een andere manier werden

rekening gebracht

de vraagcurve. 89. Rekening houdend met de hierboven aangehaalde argumenten meent de CREG dat er redenen zijn om de bijdrage aan de bevoorradingzekerheid

de beoogde Leveringsperiode van Capaciteiten die deelgenomen hebben aan de veiling en niet geselecteerd werden,

vraag te stellen. De CREG stelt daarom voor om deze Capaciteiten niet

mindering te brengen van de Vraagcurve. Het laatste puntje van §292

het Ontwerp van de Werkingsregels wordt bijgevolg niet hernomen. De CREG meent echter dat, met het oog op een zo goed mogelijke

schatting

de toekomst van de bijdrage aan de bevoorradingszekerheid van deze Capaciteiten, de Bieding eveneens een

dicatie zou moeten geven of de Capaciteit al dan niet zal bijdragen aan de bevoorradingszekerheid

de beoogde Leveringsperiode

geval van niet selectie

de veiling. De CREG stelt voor om §252, waarin de elementen van de Bieding beschreven worden, aangevuld zou moeten worden met het volume (

MW) van de CMU dat volgens de Bieder zal blijven bijdragen aan de bevoorradingszekerheid voor de beoogde Leveringsperiode

geval van niet-selectie van de Bieding

de veiling. 4.

  1. HOOFDSTUK 8 – PRELEVERINGSCONTROLE Totale Gecontracteerde Capaciteit Voorstel van Werkingsregels
  2. Het Voorstel van Werkingsregels stelde

sectie 8.2 het volgende: “Er zijn evenveel Pre-leveringsperiodes als er Periodes van Capaciteitslevering zijn.” Niet-vertrouwelijk 22/41 91. Het Voorstel van Werkingsregels lijst

sectie 8.3.2. de vier voorwaarden op waaraan Gecontracteerde Capaciteiten van een CMU dienen te voldoen om

rekening te worden genomen

de berekening van de Totale Gecontracteerde Capaciteit van een CMU die onderworpen is aan een pre-leveringscontrole. Deze voorwaarden zijn de volgende: “- de bijbehorende Transactievalidatiedatum ligt voor het begin van de Leveringsperiode; en - de bijbehorende Transactieperiode bestrijkt de Leveringsperiode geheel of gedeeltelijk; en - de bijbehorende Transactieperiode is niet gestart op het ogenblik van de preleveringscontrole (𝑡𝑐𝑜𝑛𝑡𝑟𝑜𝑙𝑒 1 of 𝑡𝑐𝑜𝑛𝑡𝑟𝑜𝑙𝑒 2); en -

geval van een Transactieperiode die meerdere Leveringsperiodes omvat: het moment van controle heeft betrekking op de eerste Leveringsperiode van de Transactieperioden.” Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 92. De CREG heeft

§368

van het Ontwerp van de Werkingsregels de bepaling

het Voorstel van Werkingsregels dat er evenveel Pre-leveringsperiodes zouden zijn als er Leveringsperiodes zijn, gecorrigeerd. Deze bepaling was immers niet

lijn met de definitie van de Pre-leveringsperiode, namelijk: “De periode waarin de pre-leveringscontrole(s) worden georganiseerd door ELIA voor een CMU om de effectieve beschikbaarheid van de Gecontracteerde Capaciteiten met betrekking tot een CMU te verzekeren voor de Leveringsperiode waarin de startdatum van de Transactieperiode van de CMU valt.” (eigen nadruk) Uit de definitie volgt dat een Pre-leveringsperiode enkel betrekking heeft op de eerste Leveringsperiode van een Transactieperiode (aangezien deze de startdatum bevat), ongeacht het totaal aantal Leveringsperiodes

een Transactieperiode. De CREG heeft bijgevolg de bepaling

§368

overeenkomstig aan deze definitie geherformuleerd tot: “Er zijn evenveel Pre-leveringsperiodes als er Leveringsperiodes zijn waarin de startdatum van een Transactieperiode valt.” 93. De CREG heeft de tekst

sectie 8.3.2. van het Voorstel van Werkingsregels vereenvoudigd en de eerstvermelde en laatstvermelde voorwaarde, zoals geciteerd

het randnummer 0 geschrapt. 94.

§ 403

van de Ontwerp van Werkingsregels heeft de CREG verduidelijkt dat de Reductiefactor van een CMU op moment t deze is zoals voorgesteld door Elia, maar wordt berekend op basis van de Totale Gecontracteerde Capaciteiten op het betreffende controlemoment, zijnde “op het moment tcontrole 1”. Antwoorden op de raadpleging 95. Elia gaat niet akkoord met de verandering aan sectie 8.3.2. Met betrekking tot de eerstvermelde voorwaarde geciteerd

randnummer 0 is Elia van mening dat de expliciete vermelding van de voorwaarde nodig is om de impact van Transacties volgend uit de Secundaire Markt te kunnen bepalen. Met betrekking tot de laatstvermelde voorwaarde geciteerd

randnummer 0 is Elia van mening dat de voorwaarde expliciet werd vermeld

het Voorstel van Werkingsregels om een onnodige monitoring van de Capaciteitshouders te vermijden. Het schrappen van de voorwaarde zou volgens Elia leiden tot kort op elkaar volgende controles die een onnodige administratieve werklast met zich meebrengen. Elia verduidelijkt dit aan de hand van een illustratief voorbeeld. Niet-vertrouwelijk 23/41 96. Elia wijst er op dat de CREG de veranderingen aangebracht

sectie 8.3.2 niet heeft herhaald

bijlage 19 dat een voorbeeld geeft over de berekening van de Totale Gecontracteerde Capaciteiten.

bijlage 19 worden immers dezelfde voorwaarden door Elia herhaald. 97. FEBEG en Elia wijzen er op dat de toevoeging

§ 403dient te worden veralgemeend om ook controlemoment tcontrole 2 te bevatten.

98. FEBEG merkt verder op dat de uiterste datum voor de overgang van “Additioneel” naar “Bestaand”

het Voorstel van Werkingsregels gewijzigd is van 31/10 naar 15/

  1. FEBEG gaat niet akkoord met deze striktere timing. Beslissing
  2. De CREG gaat niet akkoord met de opmerkingen van Elia omtrent de voorwaarden voor de berekening van de Totale Gecontracteerde Capaciteit van een CMU die onderworpen is aan een preleveringscontrole voor een bepaalde Leveringsperiode. De wijzigingen van de CREG betreffen een vereenvoudiging en bijgevolg verduidelijking van de tekst zonder een

houdelijke wijziging. Met betrekking tot de eerstvermelde voorwaarde geciteerd

randnummer 0, zijnde "de bijbehorende Transactievalidatiedatum ligt voor het begin van de Leveringsperiode,” is de CREG van mening dat deze niet expliciet dient te worden vermeld. De momenten van de pre-leveringscontrole vinden per definitie plaats vóór de Leveringsperiode. Bijgevolg is het niet mogelijk dat rekening wordt gehouden met de Gecontracteerde Capaciteiten uit Transacties die niet voldoen aan de hierboven vermelde voorwaarde, zijnde Transacties met een Transactievalidatiedatum die na het begin van de Leveringsperiode zou liggen. Ex-ante Transacties op de Secundaire Markt kunnen dus wel

rekening worden genomen voor zover de Transactievalidatiedatum plaatsvindt op of voor de datum van het controlemoment. Overige Ex-ante Transacties op de Secundaire Markt alsook Ex-post Transacties op de Secundaire Markt kunnen per definitie niet

rekening worden genomen aangezien deze nog niet gekend zijn op het moment van controle. Met betrekking tot de laatstvermelde voorwaarde geciteerd

randnummer 0, zijnde "

geval van een Transactieperiode die meerdere Leveringsperiodes omvat: het moment van controle heeft betrekking op de eerste Leveringsperiode van de Transactieperiode,” is de CREG van mening dat deze niet expliciet dient te worden vermeld, aangezien deze logischerwijze volgt uit de correctie die de CREG heeft aangebracht aan § 368 zoals uitgelegd

randnummer

  1. De CREG gaat akkoord met Elia om de toelichting

het voorbeeld

bijlage 19 van het Ontwerp van Werkingsregels coherent aan te passen aan de tekst

sectie 8.3.

  1. De CREG gaat akkoord met Elia en FEBEG dat de toevoeging “op het moment tcontrole 1”

§ 403van het Ontwerp van Werkingsregels dient te worden veralgemeend.

Bijlage 18 evenals § 403 van de Werkingsregels werden bijgevolg aangepast. 102. De CREG gaat akkoord met de opmerking van FEBEG

randnummer 98, en heeft de bepaling

zake de timing geschrapt. De CREG vraagt aan Elia om dit punt

de WG Adequacy te bespreken en naar een consensus te streven met het oog op de

diening van de Werkingsregel

  1. Niet-vertrouwelijk 24/41 4.
  2. HOOFDSTUK 9 – BESCHIKBAARHEIDSVERPLICHTING Sectie 9.4.3.2.3 Bepaling van de Beschikbare Capaciteit voor CMU's zonder Dagelijks Programma Actief en Passief Volume Voorstel van Werkingsregels
  3. Het Voorstel van de Werkingsregels bevat regels voor de berekening van een Actief Volume en een Passief Volume als onderdeel van de bepaling van de Beschikbare Capaciteit voor CMU’s zonder Dagelijks Programma (sectie 9.4.3.2.3.). Het Voorstel van Werkingsregels brengt geen

houdelijke, maar enkel redactionele wijzigingen aan voor de berekening van het Actief Volume en het Passief Volume ten opzichte van versie 2 van de Werkingsregels. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging

  1. De CREG wijst erop dat op basis van de definities van Actief Volume en Passief Volume er geen overlapping kan zijn tussen beide volumes. Immers, een gedeelte van de Beschikbare Capaciteit reageert hetzij wel op een marktprijssignaal hetzij niet: het behoort dus hetzij tot Actief Volume hetzij tot Passief Volume, maar het kan niet tot beide behoren.
  2. De CREG heeft de bepaling van de correctie voor deelname aan frequentiegerelateerde ondersteunende diensten herbekeken en

haar Ontwerp van de Werkingsregels de volgende verbeteringen voorgesteld

sectie 9.4.3.2.3.1.2. met de volgende toelichting: -

dien het

itieel Actief Volume enkel zou moeten worden gecorrigeerd om rekening te houden met de impact van deelname aan opwaartse balanceringsdiensten, dan zou het finaal Actief Volume dienen gelijk te zijn aan het gemeten volume minus de activatie van balanceringsenergie rekening houdende met de beperking volgend uit balanceringscapaciteit. Deze beperking leidt ertoe dat het Actief Volume maximaal kan gelijk zijn aan de waarde van de NRP minus de bijdrage van de betreffende CMU aan balancering omwille van ‘reservering’ (zijnde de bijdrage volgend uit balanceringscapaciteit en tot uiting gebracht

een gecontracteerde balanceringsenergiebieding bepaald volgens § 563 van het Ontwerp van de Werkingsregels). Immers,

dien zonder activering voor balancering het gemeten volume hoger zou zijn dan deze maximale waarde dan impliceert dit dat de CRM-Actor energie die is behouden voor balancering gebruikt om te reageren op marktprijssignalen en zo de voorwaarden voor balanceringscapaciteit niet respecteert. - Deze visie komt tot uiting

de volgende formule die de correctie voor deelname aan balanceringsdiensten aan het

itieel Actief Volume weergeeft en de eerdere formule vervangt

§ 566

het Ontwerp van de Werkingsregels : Het volgende voorbeeld12 licht de formule toe. Veronderstel een CMU met de volgende parameters: 12 • NRP = 100 MW • gemeten vermogen = 75MW De cijfers zijn enkel illustratief. Niet-vertrouwelijk 25/41 • de bijdrage aan balanceringscapaciteit

geschat volgens paragraaf 563

het document

bijlage tot deze nota = 60 MW • de geleverde, geactiveerde opwaarste balanceringsenergie = 45 MW Dan zou het finaal Actief Volume gelijk moeten zijn aan 30 MW zijnde, de laagste waarde van : • gemeten vermogen – geleverde balanceringsenergie = 75 MW – 45 MW = 30 MW • NRP – bijdrage tot balanceringscapaciteit (VPAS,AS,i) = 100 MW – 60 MW = 40 MW Om dit eindresultaat te bereiken, dient de correctie voor deelname aan balanceringsdiensten opgenomen

§ 566

het Ontwerp van Werkingsregels te worden geformuleerd als volgt op basis van het voorbeeld. De correctie moet gelijk zijn aan 45 MW, zijnde de maximale waarde van: • de geleverde, geactiveerde balanceringsenergie = 45 MW (= de som van VAct,AS,i) • het deel van het

itieel Actief Volume dat resteert na de beperking op basis van de bijdrage tot balanceringscapaciteit = VAct,

itieel,i – het verschil tussen de NRP en VPASAS,i = 75 MW – (100 MW – 60 MW) = 35 MW Volgens de berekening

§ 569

het Ontwerp van Werkingsregels leidt het bovenstaande effectief tot een finaal Actief Volume van 30 MW, zijnde het verschil tussen het

itieel Actief Volume (of het Gemeten vermogen) van 75 MW en de correctie voor balanceringsdiensten 45 MW. 106. Bovendien is de CREG van mening dat de bepalingen

sectie 9.4.3.2.3.1.2. eveneens van toepassing zijn

geval van niet-gecontracteerde deelname aan balanceringsdiensten (dus bij aanbieding van balanceringsenergie zonder voorafgaande contractering van balanceringscapaciteit).

dit geval is VPAS,AS,i = 0 MW. 107. De CREG wijst erop dat volgens § 551

het Ontwerp van Werkingsregels op basis van het Voorstel van Werkingsregels van Elia bij de bepaling van de Beschikbare Capaciteit rekening wordt gehouden met elke deelname aan de drie frequentiegerelateerde Ondersteunende Diensten FCR, aFRR en mFRR. Dit is het geval voor balanceringscapaciteit. Echter wat betreft geleverde balanceringsenergie houden de bepalingen

§§ 565, 566, 576 en 577 enkel rekening met de levering van balanceringsenergie van het type m

FRR. De CREG is van mening dat dit te beperkt is en kan worden uitgebreid naar levering van balanceringsenergie

de dienst aFRR. 108. De CREG heeft de bepaling van de correctie voor deelname aan redispatchingdiensten herbekeken en heeft de volgende verbeteringen voorgesteld

secties 9.4.3.2.3.1.3 en 9.4.3.2.3.2.3 van de Werkingsregels met de volgende toelichting: - De aangebrachte aanpassingen

deze secties dienen om de overlapping tussen Actief en Passief Volume te vermijden. Om het finaal Actief Volume te bepalen dient het

itieel Actief Volume immers te worden gecorrigeerd voor de levering van zowel opwaarste (VAct_up,RD,i) als neerwaartse redispatchingenergie (VAct_down,RD,i). - De absolute waarde van de neerwaartse redispatchingenergie dient, zoals voorgesteld voor Elia, te worden opgeteld bij het

itieel Actief Volume aangezien dit volume

itieel (vóór de activering voor redispatching) wel geleverd werd als reactie op een marktprijssignaal. De opwaartse redispatchingenergie heeft echter ook een

vloed op de bepaling van het Actief volume aangezien dit gemeten vermogen niet heeft gereageerd op een marktprijssignaal maar op een

structie van Elia. Bijgevolg dient het

itieel Actief Volume te worden verminderd met deze geleverde opwaartse redispatchingenergie. De Niet-vertrouwelijk 26/41 CREG voert deze wijziging uit

§ 568

, alsook de gelijkaardige wijziging

§ 578

met betrekking tot de correctie van het Passief Volume,

het Ontwerp van Werkingsregels. Antwoorden op de raadpleging 109. FEBEG en Elia wijzen erop dat de veranderingen met betrekking tot de impact van balanceringsdiensten op het Actief Volume ertoe leidt dat gecontacteerde balanceringscapaciteit niet langer wordt erkend als Actief Volume en bijgevolg leidt tot een lagere Beschikbare Capaciteit

dien berekend volgens methode 2

sectie 9.4.3.2.3. van het Ontwerp van de Werkingsregels. FEBEG en Elia zijn van mening dat de oorspronkelijke formule

het Voorstel van Werkingsregels moet behouden blijven aangezien deze erkent dat het volume,

dien niet gecontracteerd als balanceringscapaciteit, beschikbaar was geweest om te reageren op de marktprijssignalen. Elia is van mening dat nergens expliciet is bepaald dat de som van Actief Volume en Passief Volume nooit groter kan zijn dan de NRP. 110. FEBEG vraagt meer duidelijkheid

de Werkingsregels over de manier waarop neerwaartse aFRR

rekening zou worden genomen. FEBEG vraagt om dit te bespreken

de WG Adequacy. 111. Met betrekking tot de correctie om rekening te houden met activaties voor Redispatching Services, kan Elia niet akkoord gaan met het Ontwerp van Werkingsregels omwille van twee redenen: - Elia acht de veranderingen

het Ontwerp van Werkingsregels overbodig. Hoewel deze een impact hebben op de finale waarden voor het Actief Volume en het Passief Volume, zouden ze volgens Elia geen impact hebben op de manier waarop deze volumes zijn gebruikt

de formules

de berekeningen van Beschikbare Capaciteit volgens methoden 2 en 3

sectie 9.4.3.2.3. van het Ontwerp van Werkingsregels; - Elia acht het Ontwerp van de Werkingsregels onnodig gecompliceerd, aangezien de CREG voor zowel Actief Volume als Passief Volume het onderscheid maakt tussen opwaartse en neerwaartse redispatching

de benamingen. Aangezien dezelfde getallen worden gebruikt, stelt Elia voor om enkel de afkortingen 𝑉𝑅𝐷,𝑢𝑝,𝑖 en 𝑉𝑅𝐷,𝑑𝑜𝑤𝑛,𝑖 te gebruiken. Beslissing 112. De CREG gaat akkoord met Elia en FEBEG dat volume dat gecontacteerd werd als balanceringscapaciteit mag worden

rekening genomen bij de bepaling van de Beschikbare Capaciteit. De CREG wijst er echter op dat

de definitie van Actief Volume noch

de tekst bij de berekening van de Beschikbare Capaciteit volgens methode 2

sectie 9.4.3.2.3. van het Ontwerp van Werkingsregels, dit volume wordt erkend als beschikbaar Actief Volume. Bijgevolg dringen wijzigingen aan de Werkingsregels zich hoe dan ook op om dit te verduidelijken. Teneinde geen te

grijpende wijzigingen aan te brengen aan de Werkingsregels voert de CREG de volgende wijzigingen door ten aanzien van haar Ontwerp van de Werkingsregels: -

§ 566

van de Werkingsregels behoudt de CREG de formule zoals opgenomen

het Voorstel van Werkingsregels. - De CREG past de definitie van Actief Volume aan

hoofdstuk 3 om te erkennen dat balanceringscapaciteit kan worden erkend als Actief volume hoewel het niet kan reageren op marktprijssignalen. -

sectie 9.4.3.2.3., specifiek

§§ 553

-554 over de methoden 2 en 3 voor de berekening van de Beschikbare Capaciteit, past de CREG de tekst aan om de

terpretatie te vermijden dat balanceringscapaciteit niet kan worden beschouwd als Beschikbare Capaciteit Niet-vertrouwelijk 27/41 aangezien het niet wordt geacht te reageren op marktprijssignalen, maar wel op een

structie van Elia. -

sectie 9.4.3.2.3.1.2. past de CREG de tekst aan om de

terpretatie te vermijden dat balanceringscapaciteit niet kan worden beschouwd als Actief Volume aangezien het niet wordt geacht te reageren op marktprijssignalen, maar wel op een

structie van Elia. 113. De CREG oordeelt dat de bepalingen

de Werkingsregels reeds gelden voor zowel opwaartse als neerwaartse balanceringsdiensten en voegt bijgevolg geen wijzigingen toe ten aanzien van haar Ontwerp van Werkingsregels. De CREG steunt niettemin de vraag van FEBEG om de impact van neerwaartse aFRR te verduidelijken en om dit punt

de WG Adequacy te bespreken. 114. Met betrekking tot de correctie om rekening te houden met activaties voor Redispatching Services, volgt de CREG het voorstel van Elia ter vereenvoudiging van de afkortingen: VRD,up,i (respectievelijk VRD,down,i ) wordt gebruikt voor de impact van een opwaartse (respectievelijk neerwaartse) activatie voor Redispatching Services

zowel de berekening van Actief Volume als Passief Volume. 115. De CREG wijst erop dat de overige veranderingen met betrekking tot Redispatching Services zoals voorgesteld

haar Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging via een impact op het Actief Volume ook een impact kunnen hebben op de berekening van de Beschikbare Capaciteit volgens methode 2. Deze verandering zou echter terecht leiden tot een lagere Beschikbare Capaciteit ten aanzien van het Voorstel van Werkingsregels aangezien het volume beschikbaar werd gesteld voor opwaartse Redispatching Services en dus zonder de

structie van Elia ook niet had gereageerd op marktprijssignalen. De CREG oordeelt dat de veranderingen zoals voorgesteld

haar Ontwerp van Werkingsregels geen impact hebben op de berekening van de Beschikbare Capaciteit volgens methode 3 wegens een tegengestelde impact op het Actief Volume en het Passief Volume. 116. Algemeen is de CREG van mening dat hoofdstuk 9

de Werkingsregels over de Beschikbaarheidsverplichting baat zou hebben bij een verduidelijking van de bepalingen. De CREG vraagt aan Elia op voor de volgende versie van de Werkingsregels deze verduidelijking te verschaffen,

overleg met de belanghebbenden

de WG Adequacy. 4.

  1. HOOFDSTUK 10 - SECUNDAIRE MARKT Voorstel van Werkingsregels
  2. Sectie 10.5.
  3. van het Voorstel van Werkingsregels bevat de lijst van negen mogelijke statussen van een aan Elia gemelde transactie op de Secundaire Markt. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  4. De CREG heeft

§ 723

van haar Ontwerp van Werkingsregels één status verwijderd uit de lijst, namelijk de status “Afgesloten”, aangezien deze na bespreking met Elia bleek gelijk te zijn aan de status “Contract ondertekend”. De CREG heeft daarom de naam van de laatste aangepast naar “Contract ondertekend – Afgesloten”. 119. De CREG heeft

de lijst van statussen tussen haakjes korte beschrijvingen van de betreffende status toegevoegd, namelijk voor de statussen “

gediend”, “Geannuleerd”, “Afgewezen door de CRMActor”, en “

behandeling”, zonder de namen van de statussen te veranderen. Niet-vertrouwelijk 28/41 Antwoorden op de raadpleging 120. Elia wijst erop dat, aangezien één van de statussen is verwijderd uit de lijst,

de

troductiezin van § 723 de verwijzing naar de “negen” statussen moet worden verminderd naar “acht”. 121. Elia verduidelijkt de

terpretatie voor twee statussen en stelt ook een naamsverandering voor: - Status “Geannuleerd”: Elia verduidelijkt dat enkel de eerste Partij op de Secundaire Markt die de transactie

dient, deze ook kan annuleren en dat een Beurs geen transactie kan annuleren. - Status “Afgewezen door de CRM-Actor”: • Elia stelt voor de naam te veranderen naar “Afgewezen door de tegenpartij”; • Elia verduidelijkt dat deze status ook wordt toegepast wanneer de tegenpartij de transactie niet heeft bevestigd binnen 3 Werkdagen. Beslissing 122. De CREG gaat akkoord met de opmerkingen van Elia en past § 723 van de Werkingsregels aan als volgt: “De negen acht mogelijke statussen van een aan ELIA gemelde transactie op de Secundaire Markt zijn: - “

gediend” (zijnde, wanneer de eerste Partij op de Secundaire Markt de transactie

dient); - “Geannuleerd” (zijnde, wanneer één van de twee Partijen op de Secundaire Markt of een Beurs de eerste Partij op de Secundaire Markt die de transactie heeft

gediend met status “

gediend” , deze

trekt); - “Afgewezen door de CRM-Actor tegenpartij” (zijnde, wanneer de tweede Partij op de Secundaire Markt de transactie afwijst of niet bevestigt binnen drie Werkdagen); - “

behandeling” (zijnde, wanneer een Beurs de transactie

dient of wanneer de tweede Partij op de Secundaire Markt de transactie heeft bevestigd, maar Elia de transactie nog niet heeft goedgekeurd noch afgewezen); - “Afgewezen door ELIA” (overeenkomstig §§718, 729 en 730); - “Goedgekeurd door ELIA” (overeenkomstig §728); - “Contract afgewezen” ; - “Contract ondertekend - Afgesloten”.” 4.9. HOOFDSTUK 12 - TERUGBETALINGSVERPLICHTING 4.9.1. Sectie 12.3.2. Formule van de terugbetalingsverplichting Voorstel van Werkingsregels 123.

§§ 852

en 854 van het Voorstel van Werkingsregels stelt Elia: “Demand Side Management (DSR) zoals gedefinieerd

hoofdstuk 3 wordt van de betaling van de Terugbetalingsverplichting vrijgesteld.” Niet-vertrouwelijk 29/41

sectie 3 van het Voorstel van Werkingsregels geeft Elia de volgende definitie: “Demand Side Management (DSM): Zoals gedefinieerd

artikel 2, 66° van de Elektriciteitswet.” Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 124. De CREG heeft de verwijzing naar “Gestion de la Demande”

de Franstalige versie vervangen door de verwijzing naar “Participation active de la demande ” zoals gedefinieerd

artikel 2, 112° van de elektriciteitswet. Aanpassing van het wettelijk kader

  1. Sinds de raadpleging georganiseerd door de CREG is het ontwerp van wijziging van het wettelijk kader geëvolueerd.
  2. Een ontwerp van wijziging van de elektriciteitswet dat

de goedkeuringsfase zit, beoogt, onder andere, de wijziging van artikel 7undecies, § 11 als volgt: § 11. De netbeheerder sluit een capaciteitscontract af met de capaciteitsleveranciers. Het capaciteitscontract beschrijft de rechten en de verplichtingen van de netbeheerder en van de capaciteitsleverancier, met name de verplichtingen vóór de periode van capaciteitslevering, de beschikbaarheidsverplichting en de verplichting tot het terugbetalen aan de netbeheerder van het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs, de betrouwbaarheidsopties die van toepassing zijn en de terugbetalingsverplichting van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Het capaciteitscontract is

overeenstemming met de werkingsregels bedoeld

paragraaf 12. Het standaardcapaciteitscontract wordt goedgekeurd door de commissie, op voorstel van de netbeheerder, en wordt gepubliceerd op de website van de netbeheerder. Gedurende de hele periode van capaciteitslevering gaat de netbeheerder de beschikbaarheid na van de gecontracteerde capaciteit,

overeenstemming met de werkingsregels bedoeld

paragraaf 12.

afwijking van het tweede lid, kan de Koning bepalen dat vraagrespons niet onderworpen is aan de terugbetalingsverplichting van het capaciteitsvergoedingsmechanisme alsook de voorwaarden waaronder die uitzondering geldt. 127. Dit ontwerp tot aanpassing van de elektriciteitswet vereist een aanpassing van artikel 23 van het Koninklijk Besluit “Methodologie”. Momenteel wordt een ontwerp tot wijziging van een koninklijk besluit genomen om dit artikel aan te vullen met de volgende paragraaf: “§ 5bis. Actieve leveringspunten voor vraagrespons

de zin van artikel 2, 66°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, die deel uitmaken van capaciteitsmarkteenheden zijn voor de gehele periode van capaciteitslevering vrijgesteld van de terugbetaalverplichting van het capaciteitsvergoedingsmechanisme als bedoeld

artikel 7undecies, §11, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.” Beslissing 128. Het wettelijk kader dat

de goedkeuringsfase zit, bevestigt dat de term “Gestion de la Demande” vervangen moet worden door de term “Participation Active de la demande”

de Franstalige versie. De CREG behoudt haar correctie dan ook. Niet-vertrouwelijk 30/41 129. De CREG stelt vast dat Elia de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting

haar Voorstel van Werkingsregels pas

de hoofdstukken 12.3.2.

  1. en 12.3.2.
  2. over de ex ante en ex post Transacties van een CMU met Energiebeperking(en) heeft vermeld.

de Werkingsregels wordt een “CMU met Energiebeperking(en)” gedefinieerd als: “Een CMU met een dagelijkse limiet van uren waarin ze energie kan leveren of haar vraag kan beperken.” Deze definitie impliceert dat de Vraagrespons noodzakelijkerwijs beperkt is

energie. De CREG merkt echter op dat er bij de parameters die nodig zijn om een Veiling te organiseren een categorie zit van een onbeperkt Dienstverleningsniveau (SLA) waaraan een Reductiefactor van 100 % is gekoppeld die door de Vraagrespons gekozen kan worden. Dit houdt

dat bepaalde Leveringspunten met Vraagrespons geen energiebeperking hebben. Voor alle duidelijkheid, de CREG vindt dat,

dien de vrijstelling er komt, deze vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting voor de Leveringspunten voor Vraagrespons een algemene regel moet zijn die van toepassing is op de secties 12.3.2.1, 12.3.2.2 en 12.3.2.

  1. De CREG merkt eveneens op dat het wetsontwerp verwijst naar “vraagrespons” terwijl het Voorstel van Werkingsregels meer beperkend is en “Eenheden

de Capaciteitsmarkt” (hierna: CMU) beogen, waaruit kan worden geconcludeerd dat een CMU, om vrijgesteld te kunnen worden van een Terugbetalingsverplichting, uitsluitend moet bestaan uit Leveringspunten uit de categorie “vraagrespons”. Een CMU die bestaat uit verschillende Leveringspunten (bijvoorbeeld productie en vraagrespons) zou dus geen vrijstelling kunnen krijgen. Om te vermijden dat Leveringspunten met Vraagrespons die kiezen om aan te sluiten bij een gemengde CMU en Leveringspunten met Vraagrespons die kiezen om aan te sluiten bij een CMU die uitsluitend bestaat uit Leveringspunten met Vraagrespons ongelijk behandeld worden, heeft de CREG een regel toegevoegd die aangeeft dat de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt moet gebeuren. De Werkingsregels werden bijgevolg aangepast. Er wordt bovendien aan Elia gevraagd om de praktische modaliteiten van de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt zo snel mogelijk aan de marktspelers over te maken. 4.9.2. Sectie 12.3.1.2.2. Actualisering van de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Transactie

de tijd Voorstel van Werkingsregels 131. Het Voorstel van Werkingsregels bevatte

sectie 12.3.1.2.2 grondige wijzigingen aan de actualisatie van de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Transactie

de tijd. Het Voorstel van Werkingsregels betrof een maandelijkse update van de Gekalibreerde Uitoefenprijs: - die zou bestaan uit een vaste component (gelijk aan het verschil tussen de Gekalibreerde Uitoefenprijs en de eenvoudig gemiddelde DAM-prijzen voor de wintermaanden van dezelfde jaren als die gebruikt bij de kalibratie) en een variabele component (gelijk aan de eenvoudige gemiddelde DAM-prijzen van de maand van de lopende Leveringsperiode waarvoor de maandelijkse update van de Gekalibreerde Uitoefenprijs wordt doorgevoerd); - voor elke Leveringsperiode, ongeacht de duur van het Capaciteitscontract. Niet-vertrouwelijk 31/41 Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging 132.

de sectie 12.3.1.2 over de Uitoefenprijs heeft de CREG de terminologie en formuleringen verduidelijkt op basis de volgende types “uitoefenprijs”:

  1. a)de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Veiling (bepaald bij Ministerieel Besluit);
  2. b)de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU (= a));
  3. c)de Geïndexeerde Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU (zijnde het resultaat van de actualisering na afloop van elke maand M);
  4. d)de Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU (zijnde de finale waarde die gebruikt wordt

de bepaling van de Terugbetalingsverplichting). 133. De CREG heeft de paragraaf 837

het Ontwerp van Werkingsregels, over de toepassing van het actualisatiemechanisme van de Uitoefenprijs van een Transactie op capaciteiten met een ondertekend Capaciteitscontract geschrapt. De kwestie van retro-activiteit wordt immers behandeld

bijlage H van de Werkingsregels, zijnde sectie 19.8

het Ontwerp van de Werkingsregels. 134. Met betrekking tot het gemiddelde van “DAM-prijzen voor de wintermaanden van dezelfde jaren dan die welke gebruikt zijn voor de kalibratie van de Uitoefenprijs” die deel uitmaakt van de vaste component van de berekening van de Geïndexeerde Gekalibreerde Uitoefenprijs, is de CREG van mening dat met dezelfde uren dient te worden rekening gehouden als voor de bepaling van de andere factor

de vaste component, zijnde van de Gekalibreerde Uitoefenprijs van een Veiling. De “Gemiddelde DAM (wintermaandenkalibratie)” dient bijgevolg te worden bepaald op basis van de piekuren van de werkdagen

de wintermaanden die werden gebruikt voor de kalibratie van de Uitoefenprijs zoals uiteengezet

artikel 26 van het Koninklijk Besluit “Methodologie”. Antwoorden op de raadpleging 135. Elia deelt twee opmerkingen met betrekking tot de wijzigingen aan de berekening van de “Gemiddelde DAM (wintermaandenkalibratie)”

het Ontwerp van de Werkingsregels: - Elia is van mening dat de waarde van de vaste component gebruikt voor de berekening van de Geïndexeerde, Gekalibreerde Uitoefenprijs te klein zou worden en zou leiden tot frequentere Terugbetalingsverplichting dan was geanticipeerd met de formule hernomen

het Voorstel van Werkingsregels, en bijgevolg tot hogere kosten

de Veiling. - Elia kan akkoord gaan met de toepassing van de filters gebruikt voor de bepaling van de vaste component van de Gekalibreerde Uitoefenprijs op voorwaarde dat deze filters ook zouden worden beschouwd voor de bepaling van de variabele component. 136. Zandvliet Power wijst eveneens op het risico op een hogere Terugbetalingsverplichting ten gevolge van de wijzigingen

het Ontwerp van de Werkingsregels

vergelijking met het Voorstel van Werkingsregels . 137. FEBEG is van mening dat de wijzigingen aan de actualisatie van de Gekalibreerde Uitoefenprijs

het Ontwerp van de Werkingsregels een nadeel

houden voor capaciteiten die onderhevig zijn aan de Terugbetalingsverplichting

vergelijking met capaciteiten wiens Uitoefenprijs wordt bepaald door een Aangegeven Markprijs en met capaciteiten die verwacht worden te worden vrijgesteld van de Terugbetalingsverplichting. FEBEG benadrukt te verwachten dat zelfs de actualisatie van de Gekalibreerde Uitoefenprijs volgens het voorstel van Werkingsregels van Elia

bepaalde omstandigheden verkeerdelijk zal leiden tot een Terugbetalingsverplichting. Niet-vertrouwelijk 32/41 Beslissing 138. De wijziging van de actualisatie van de Gekalibreerde Uitoefenprijs

het Voorstel van Werkingsregels beoogde de niet te voorziene marktevoluties

rekening te kunnen nemen bij de bepaling van de Uitoefenprijs en zo het risico op Terugbetalingsverplichting terug te brengen naar een gerechtvaardigd niveau. Het Ontwerp van de Werkingsregels respecteert de geest van deze aanpassing. De vaste component dient om de waarde van de Gekalibreerde Uitoefenprijs

perspectief te plaatsen ten aanzien van de Day-aheadmarkt

de betreffende periode. De Gekalibreerde Uitoefenprijs is immers niet bepaald op basis van de evenwichtsprijzen op de Day-aheadmarkt, maar op basis van de orderboeken

de Day-aheadmarkt op specifieke momenten. Om de Gekalibreerde Uitoefenprijs correct

perspectief te plaatsen dient de volledige, vaste component van de Geactualiseerde, Gekalibreerde Uitoefenprijs te worden bepaald aan de hand van gegevens voor dezelfde momenten en dienen bijgevolg dezelfde filters te worden toegepast voor de “Gemiddelde DAM (wintermaandenkalibratie)”

de berekening van de vaste component als deze voor de bepaling van de Gekalibreerde Uitoefenprijs. De variabele component dient om de Uitoefenprijs

perspectief te plaatsen van de maand waarvoor de Geactualiseerde, Gekalibreerde Uitoefenprijs specifiek wordt berekend. Deze laatste is geldig voor de hele maand waarvoor de Terugbetalingsverplichting wordt geverifieerd, zonder toepassing van een filter.

  1. De CREG is van mening dat de “nadelen” vermeld door FEBEG niet rechtstreeks voortvloeien uit het Ontwerp van Werkingsregels.
  2. De CREG behoudt bijgevolg de wijzigingen overeenkomstig haar Ontwerp van de Werkingsregels.
  3. De CREG vraagt niettemin aan Elia om verdere, mogelijke verbeteringen aan de bepaling van zowel de Gekalibreerde Uitoefenprijs als de Geïndexeerde Gekalibreerde Uitoefenprijs te bestuderen en bespreken

de Werkgroep Adequacy. 4.9.

  1. Sectie 12.3.1.2.
  2. Bepaling van de Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU zonder Dagelijks Programma Voorstel van Werkingsregels
  3. De Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU zonder Dagelijks Programma wordt

het Voorstel van de Werkingsregels niet enkel bepaald op basis van de Aangegeven Marktprijs, maar ook rekening houdende met de Gekalibreerde Uitoefenprijs van de Transactie van de CMU “bepaald overeenkomstig sectie 12.3.1.2.1 en geïndexeerd volgens sectie 12.3.1.2.2.”. Aangezien uit sectie 9.4.2.1.

  1. volgt dat de Capaciteitsleverancier de DDAP (die bepalend is voor de Aangegeven Marktprijs) net vóór het begin van elke Leveringsperiode dient aan te geven en deze nadien ook kan actualiseren, betreft het hier een recentere waarde dan de Gekalibreerde Uitoefenprijs van de Transactie van de CMU. Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  2. De CREG is van mening dat er geen nood is aan een dergelijke actualisering en dat bijgevolg de Uitoefenprijs van een Transactie van een CMU zonder Dagelijks Programma gelijk dient te zijn aan de Aangegeven Marktprijs (DMP). Niet-vertrouwelijk 33/41 Antwoorden op de raadpleging
  3. Elia en FEBEG geven aan dat ze niet akkoord zijn met de voorgestelde wijziging

het geval dat een CMU zonder Dagelijks Programma zich kan activeren aan een Aangegeven Marktprijs die lager is dan de Uitoefenprijs. De CMU zou dan het verschil tussen de Uitoefenprijs en de Day-aheadmarktprijs moeten terugbetalen zonder dat ze deze marktprijs heeft geïnd.

  1. FEBEG merkt bovendien op dat deze wijziging een aanpassing van artikel 26, § 3 van het Koninklijk Besluit “Methodologie” vereist. Beslissing
  2. De CREG houdt rekening met deze opmerkingen en past dit punt van de Werkingsregels niet aan. 4.
  3. CHAPITRE 18 – BIJLAGE A.
  4. – CO2 EMISSIEDREMPELS 4.10.1.

leiding 147. Voor de openbare raadpleging die van 31 maart tot 21 april 2023 door de CREG wordt gehouden over de Werkingsregels heeft de Algemene Directie Energie, op verzoek van het kabinet van de Minister van Energie, een voorstel

gediend voor de wijziging van de emissiedrempels die de toegang tot de veilingen van het capaciteitsremuneratiemechanisme voor de veilingen van de komende vijf jaar (2023-2032) bepalen.

  1. De volgende regels zijn voorgesteld aan de CREG. De specifieke emissiedrempel van 550 gCO2 /kWh die op het moment van de Y-4 veiling van oktober 2022 van kracht was, blijft van toepassing, maar daarnaast wordt een nieuwe drempel voorgesteld voor de productie-eenheden waarvan de commerciële productie vóór 04 juli 2019 is gestart: een jaarlijkse emissiedrempel van 306 kgCO2 /kWe/jaar, afhankelijk van een specifieke emissieplafonddrempel van 600 gCO2 /kWh. Deze nieuwe drempel moet worden beschouwd als het eerste plateau van een potentieel traject van CO 2 emissiereductie dat door het kabinet van de Minister wordt gewenst. Over dit traject wordt nog nagedacht. 4.10.
  2. Samenvatting van de reacties op de openbare raadpleging 149.

het kader van de openbare raadpleging over de werkingsregels ontving de CREG vier reacties met betrekking tot de CO2-emissiedrempels. Alle bijdragen zijn niet-vertrouwelijk. 4.10.2.1. Febeliec - Belgische federatie van

dustriële verbruikers 150. Wat de CO2-emissiedrempels betreft, is Febeliec

genomen met de door de FOD Economie voorgestelde wijzigingen, aangezien deze de meeste van de vastgestelde problemen verlichten, maar pleit zij voor waakzaamheid opdat geen perverse effecten ontstaan voor specifieke leveringsjaren door de deelname van bestaande eenheden

het gedrang te brengen, met gevolgen voor het juridisch kader en voor het beginsel van de laagste kosten. Niet-vertrouwelijk 34/41 4.10.2.2. Zandvliet Power 151. Zandvliet Power wenst dat de

de raadpleging voorgestelde drempels definitief worden gedurende de

de openbare raadpleging vastgestelde periode van vijf jaar om de nodige juridische stabiliteit te bieden aan

vesteerders zoals Zandvliet Power. 4.10.2.

  1. FEBEG - Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven
  2. De FEBEG is

genomen met het voorstel voor drempels dat ter raadpleging is voorgelegd. De FEBEG herinnert eraan dat zij

eerdere bijdragen haar bezorgdheid heeft geuit over de

voering van restrictievere drempels dan die van Verordening 2019/943 en met name over de eventuele uitsluiting van thermische eenheden, met

begrip van warmtekrachtkoppelingscapaciteit. 153. De FEBEG zou graag zien dat de drempelregeling

een "hoger" wettelijk kader wordt opgenomen en niet alleen

de werkingsregels. 154. De FEBEG stelt dat het van het grootste belang is dat de CO2-emissiedrempels

de toekomst niet worden gewijzigd om te zorgen voor een stabiel

vesteringsklimaat dat nodig is voor bepaalde

vesteringsbeslissingen. De FEBEG noemt met name het geval van

vesteerders die geen toegang hebben tot langetermijncontracten en aan verschillende veilingen moeten deelnemen.

  1. De FEBEG vindt de voorgestelde drempel echter onvoldoende duidelijk. Daarom stelt de FEBEG de volgende wijziging voor: "Voor capaciteit die vóór 4 juli 2019 is begonnen met commerciële productie met specifieke emissies van meer dan 550 g/kWh, wordt de specifieke emissiegrenswaarde verhoogd tot 600 g/kWh met een jaarlijkse emissiegrenswaarde van 306 kg/kWh/jaar."
  2. De FEBEG stelt dat vergelijking 1 moet worden opgesplitst volgens het begin van het bedrijfsvermogen van de eenheid, zoals hierboven voorgesteld.
  3. Ten slotte geeft de FEBEG aan dat deze drempels ook moeten gelden voor de Y-1 veiling van 2026-
  4. 4.10.2.
  5. Centrica
  6. Centrica verklaart dat zij opheldering wenst over de Y-1 veiling van 2024 voor het leveringsjaar 2025-
  7. Centrica zegt te begrijpen dat deze nieuwe drempels moeten worden gezien als het eerste plateau

het traject van CO2-emissiereducties

het CRM.

  1. Centrica merkt op dat deze drempels alleen gelden vanaf het leveringsjaar 2027-2028 en niet voor alle veilingen vanaf
  2. Centrica wijst erop dat de drempels niet erg restrictief zijn

de 2024 Y-1 veiling voor het leveringsjaar 2025-2026, na de jaarlijkse emissiedrempel van 350kgCO2/kWe/jaar,

lijn met de 2021 Y-4 veiling.

  1. Centrica zou graag zien dat de overheid deze analyse bevestigt en zo nodig een aanvullende rechtvaardiging geeft. Niet-vertrouwelijk 35/41 4.10.
  2. Antwoorden van de AD Energie 4.10.3.
  3. Febeliec
  4. De AD Energie neemt nota van de positieve feedback van Febeliec over de ter raadpleging voorgelegde drempels. De AD Energie herinnert eraan dat het belangrijkste effect van de herinvoering van een jaarlijkse drempel die afhankelijk is van de plafonddrempel, de uitsluiting is van eenheden met een specifieke uitstoot van meer dan 600 gCO2/kWh. De wens van het kabinet is om een CO2emissiereductietraject te kunnen

voeren dat de facto een beperkend effect heeft op de deelname van bepaalde meer vervuilende eenheden. Deze wens wordt ook ondersteund door het recente voorstel tot hervorming van EU-verordening 2019/943 . 163. De studie van het CO2 traject die momenteel wordt geanalyseerd/ontwikkeld zal ten minste kijken naar de gevolgen van de

voering van restrictievere drempels voor de Belgische en Europese dispatch. De AD Energie vestigt echter de aandacht van Febeliec op de dynamiek die

de Compass Lexecon-studie wordt waargenomen en die wijst op een geleidelijke overgang naar koolstofarme technologieën. Zowel

België als

Europa zullen de CO2-emissies naar verwachting dalen als gevolg van de nationale NEKP-plannen, de verwachte CO2-prijzen en de geplande uitfasering van thermische centrales (bijvoorbeeld

Duitsland). Daarom zal het effect van restrictievere drempels op de

schakeling niet zo'n pervers effect hebben

een overgangsschakeling en zal een kwantificering van dit effect worden ontwikkeld voordat restrictievere drempels worden toegepast. 4.10.3.

  1. Zandvliet Power
  2. De AD Energie neemt nota van de opmerkingen van Zandvliet Power over de stabiliteit van de vastgestelde drempels voor de veilingen van de komende vijf jaar.
  3. Zoals het kabinet tijdens de presentatie van de nieuwe drempels

WG Adequacy (23/03/2023) heeft benadrukt, is de stabiliteit van de opgelegde drempels echter afhankelijk van toekomstige politieke beslissingen. 166. Momenteel is bepaald dat deze drempels gedurende een periode van vijf jaar van kracht blijven voordat een definitief CO2-reductietraject

het CRM wordt uitgevoerd om de

het Europese wetgevingsvoorstel FitFor55 en de Europese Green Deal vastgestelde netto-nul-doelstelling te bereiken. 4.10.3.

  1. FEBEG
  2. De AD Energie neemt nota van de positieve feedback van de FEBEG over het voorstel voor nieuwe CO2-drempels.
  3. Wat betreft het juridisch kader van het CRM met betrekking tot de CO2-emissiedrempels en de controle en sancties bij niet-naleving van dit prekwalificatiecriterium, worden deze kwesties momenteel besproken door het kabinet en de AD Energie en binnen het toezichtcomité. Een wijziging van de wet van 29/04/1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en een koninklijk besluit

zake CO2 worden momenteel voorbereid. De nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor de CO2-regulering moet nog worden aangewezen. Er wordt ook nagedacht over de controlemethoden en de sancties die van toepassing zijn op de niet-naleving van de verbintenis betreffende de energietransitie van eenheden met een meerjarencontract. Niet-vertrouwelijk 36/41 169. Zoals het kabinet tijdens de presentatie van de nieuwe drempels

WG Adequacy (23/03/2023) heeft benadrukt, is de stabiliteit van de opgelegde drempels echter afhankelijk van toekomstige politieke beslissingen. 170. Momenteel is bepaald dat deze drempels gedurende een periode van vijf jaar worden van kracht blijven voordat een definitief CO2-reductietraject

het CRM wordt uitgevoerd om de netto-nuldoelstelling van de FitFor55 en de Europese Green Deal-pakketten te bereiken. 171. Rekening houdend met de formulering van de opmerking van de FEBEG en hoewel het duidelijk is dat de drempels niet zullen worden gewijzigd, zelfs niet na de oorspronkelijk aangekondigde vijf jaar, herinnert de AD Energie eraan dat deze drempels de emissiegrenzen bepalen van het eerste plateau van het traject voor de vermindering van de CO2-uitstoot

het kader van het CRM . Ook volgens de resultaten van de door Compass Lexecon uitgevoerde studie en de feedback van de marktdeelnemers sluiten vijfjarige plateaus aan bij

vesteringscycli en zorgen zij dus voor een gunstig

vesteringsklimaat. 172. De AD Energie dankt de FEBEG voor de voorgestelde herformulering, maar het begrip "plafonddrempel" zoals opgenomen

de voor raadpleging voorgelegde werkingsregels maakt het mogelijk de maximale specifieke emissies van

aanmerking komende eenheden gemakkelijker aan te passen aan de jaarlijkse drempel

het kader van het CO2-emissiereductietraject

het CRM.

  1. De AD Energie houdt echter rekening met de behoefte aan verduidelijking van vergelijking 1, zoals gevraagd door de FEBEG. 4.10.3.
  2. Centrica
  3. De AD Energie neemt nota van de opmerkingen van Centrica over de Y-1-veiling van 2024 voor het leveringsjaar 2025-
  4. De AD Energie wenst eraan te herinneren dat de drempels worden gedefinieerd als een prekwalificatiecriterium voor hetzelfde leveringsjaar en niet volgens de veilingjaren.
  5. De AD Energie bevestigt dat de jaarlijkse emissiedrempel voor eenheden waarvan de commerciële productie is gestart vóór 04/07/2019 van veiling Y-1 van de leveringsperiode 2025-2026 350 kg/kW/jaar bedraagt, alsook veiling Y-4 van dezelfde leveringsperiode. 4.
  6. HOOFDSTUK 18 – BIJLAGE H – TOEPASSING VAN DE BEPALINGEN VAN DE WERKINGSREGELS OP DE REEDS AFGESLOTEN CAPACITEITSCONTRACTEN Ontwerp van Werkingsregels voorgelegd ter raadpleging
  7. Voor de toepassing van de nieuwe Werkingsregels op de reeds afgesloten Capaciteitscontracten verwijst de CREG naar § 44 tot 49 van beslissing (B)2397 van 13 mei 2022 tot vaststelling van de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Ze vindt

grote lijnen dat de nieuwe versie van de Werkingsregels onmiddellijk moet worden toegepast, ook op de reeds afgesloten Capaciteitscontracten, tenzij de wijzigingen aan de Werkingsregels van die aard zouden zijn dat de Capaciteitsleverancier geen Bieding zou hebben uitgebracht of een aanzienlijk andere Bieding zou hebben uitgebracht

dien hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest op het moment van het uitbrengen van de Bieding. De CREG legt

een bijlage aan de Werkingsregels vast welke bepalingen van de nieuwe regels niet van toepassing zijn op de lopende Capaciteitscontracten en welke bepalingen van de vroegere versies op deze contracten van toepassing blijven. Niet-vertrouwelijk 37/41

casu vermeldt bijlage 19.8 van het Ontwerp van Werkingsregels de lijst van bepalingen van de eerste versie van de Werkingsregels die van toepassing blijven op de Capaciteitscontracten afgesloten

het kader van de Veiling 2021 (met

begrip van de bijkomende toewijzing uit 2022) en de bepalingen van de derde versie van de Werkingsregels die niet van toepassing zijn op de contracten afgesloten

het kader van de Veiling

  1. Aangezien er geen enkel contract is afgesloten tijdens de Veiling van 2022 stelt de kwestie van de toepassing van de nieuwe regels zich niet.
  2. Om dit mechanisme meer juridische grondslag te geven wordt een wijziging van de elektriciteitswet overwogen. Hiervoor wordt verwezen naar § 34 hierboven. Antwoorden op de raadpleging
  3. Febeliec apprecieert de

spanningen van de CREG maar vreest dat het, met de stijging van het aantal Veilingen,

combinatie met de transacties op de Secundaire Markt, steeds

gewikkelder wordt om te weten welke regels van toepassing zijn op een

stallatie of een Transactie. 180. FEBEG aanvaardt en steunt het principe dat bepaalde operationele regels retroactief kunnen worden toegepast als dat gegrond is, maar wenst dat een retroactieve toepassing

principe gebaseerd is op een voorafgaand akkoord van de stakeholders.

  1. FEBEG steunt het voorstel om de nieuwe formule voor de bepaling van de Referentieprijs op de bestaande contracten toe te passen.
  2. Centrica verzet zich tegen een mogelijke retroactieve toepassing van de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting. Beslissing
  3. Aangezien er geen negatieve reactie is, beslist de CREG om de formulering

haar Ontwerp van Werkingsregels te behouden en heeft ze de Werkingsregels bijgevolg aangepast. 184. Volgens de

formatie waarover de CREG beschikt voorziet het nieuwe wettelijke kader geen retroactieve toepassing van de vrijstelling van de Terugbetalingsverplichting. 4.

  1. PUNCTUELE AANPASSINGEN Antwoorden op de raadpleging
  2. FEBEG stelt punctuele aanpassingen voor aan de Franse en Nederlandse versies van de regels die ter raadpleging werden voorgelegd. Beslissing
  3. De Werkingsregels werden bijgevolg aangepast. Niet-vertrouwelijk 38/41
  4. AAN TE BRENGEN AANPASSINGEN AAN DE VOLGENDE WERKINGSREGELS De CREG verzoekt Elia om de volgende wijzigingen aan te brengen aan het Voorstel van Werkingsregels dat zij op 1 februari 2024 bij de CREG zal

dienen.

  1. Sectie 12.3.2 – Formule voor de Terugbetalingsverplichting zal de modaliteiten van de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt moeten bevatten.
  2. De bepaling van de timing voor de overgang van “Additioneel” naar “Bestaand” overeenkomstig randnummer
  3. Hoofdstuk 17 van de Werkingsregels over de deelname van directe en

directe buitenlandse capaciteit zal moeten worden herzien en aangevuld om het dispositief operationeel te maken voor de Veilingen die

2024 worden georganiseerd. 190. Bij de bepaling van de Verplichte Capaciteit van een CMU met Energiebeperking(en) wordt

sectie 9.4.3.1.

  1. van het Voorstel van Werkingsregels één activatie per dag voorzien. De CREG stelt zich de vraag of het opportuun is om deze beperking van één activatie per dag te behouden. De CREG vraagt Elia om de modaliteiten van het dienstverleningsniveau voor een CMU met Energiebeperking te onderzoeken en desgevallend aan te passen.
  2. De CREG is van mening dat hoofdstuk 9

de Werkingsregels over de Beschikbaarheidsverplichtingen baat zou hebben bij een verduidelijking van de bepalingen. De CREG vraagt aan Elia om voor de volgende versie van de Werkingsregels deze verduidelijking te verschaffen,

overleg met de belanghebbenden binnen de WG Adequacy. 192. De CREG vraagt aan Elia om verdere, mogelijke verbeteringen aan de bepaling van zowel de Gekalibreerde Uitoefenprijs als de Geactualiseerde Gekalibreerde Uitoefenprijs te bestuderen en bespreken

de WG Adequacy. 6. BESLISSING Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt,

het bijzonder artikel 7undecies, § 12; Gelet op het Voorstel van Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dat Elia op 1 februari 2023 aan de CREG heeft overgemaakt; Gelet op de openbare raadpleging die de CREG tussen 31 maart en 21 april 2023 heeft georganiseerd; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 7undecies, § 12 van de elektriciteitswet, de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme dient op te stellen en uiterlijk op 15 mei 2023 op haar website dient te publiceren; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels

overeenstemming is met de algemene doelstellingen die de wet van 29 april 1999 eraan toekent; Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels de minimale

houd van de Werkingsregels zoals vastgelegd door artikel 7undecies, § 12, 3de lid van de wet van 29 april 1999 bevat; Niet-vertrouwelijk 39/41 Overwegende dat het Voorstel van Werkingsregels ook moet worden gewijzigd, om de redenen en voor zover uiteengezet

hoofdstuk 4; Beslist de CREG om de Werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, die

bijlage 1 zijn opgenomen, vast te stellen. De CREG vraagt aan Elia om gevolg te geven aan hoofdstuk 5 van deze beslissing en aan randnummers 50, 113 en 116. De CREG vraagt aan Elia om aan de marktspelers zo spoedig mogelijk de praktische details van de berekening van de Terugbetalingsverplichting per Leveringspunt mee te delen.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 40/41 BIJLAGE 1 Werkingsregels van het Capaciteitsvergoedingsmechanisme BIJLAGE 2 Antwoorden op de publieke raadpleging Niet-vertrouwelijk 41/41

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.