← België

Beslissing over de vastlegging van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en

(B)2555 29 juni 2023 Beslissing over de vastlegging van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) toe te passen voor de jaren 2023, 2024 en 2025 Artikel 14, § 8, lid 25 van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ......................................................................................................................... 5 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 6 3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 7 4. ANALYSE VAN DE OPMERKINGEN VAN ELECTRABEL .................................................................... 8 4.1. Opmerkingen van Electrabel ................................................................................................. 8 4.1.1. Brandstofkost: fabricage ..................................................................................................... 8 4.1.2. Historische kosten aankoop van energie ............................................................................ 8 4.1.3. Afschrijvingen: berekening van de kost per jaar ................................................................ 8 4.2. Antwoord van de CREG op de opmerkingen van Electrabel ................................................. 9 4.2.1. Betreffende de brandstofkost: fabricage ........................................................................... 9 4.2.2. Betreffende de historische kosten voor de aankoop van energie...................................... 9 4.2.3. Betreffende de afschrijvingen : berekening van de kost per jaar....................................... 9 5. VASTSTELLING VAN DE VASTE EN DE VARIABELE KOSTEN ......................................................... 10 5.1. Algemeen............................................................................................................................. 10 5.2. Overzicht van de kosten meegedeeld door Electrabel ....................................................... 12 5.3. Overzicht van de kosten meegedeeld door Luminus .......................................................... 14 5.4. Controle van de kosten door de CREG ................................................................................ 14 6. ANALYSE VAN DE VARIABELE KOSTEN ........................................................................................ 15 6.1. Brandstofkost: bovenfase van de cyclus ............................................................................. 15 6.1.1. Berekening conform de methodologie ............................................................................. 15 6.2. Brandstofkost: fabricage ..................................................................................................... 16 6.2.1. Berekening conform de methodologie ............................................................................. 16 6.3. Brandstofkost: benedenfase van de cyclus ......................................................................... 16 6.3.1. Berekening conform de methodologie ............................................................................. 16 6.4. De variabele injectietarieven .............................................................................................. 18 6.4.1. Berekening conform de methodologie ............................................................................. 18 6.5. 7. Samenvatting van de variabele kosten ............................................................................... 19 ANALYSE VAN DE VASTE KOSTEN................................................................................................ 19 7.1. Vaste kosten die de kernexploitant boekhoudkundig voor 100 % aandeel verwerkt ........ 19 7.1.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten die door de kernexploitant boekhoudkundig voor 100 % aandeel verwerkt worden ................................................. 19 7.1.2. Controle van de historische kosten .................................................................................. 20 7.1.3. Berekening van de kost per jaar (gross-

  1. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren (Cn) ................................................................................... 22 Niet-vertrouwelijke versie 2/35 7.1.4. Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 ...................................................................................................................... 23 7.1.5. Berekening van de herziene kost Cr .................................................................................. 24 7.2. Bijkomende vaste kosten van de vennootschap bedoeld onder artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 ................................................................................................................. 24 7.2.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten van de vennootschap bedoeld onder artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 ............................................ 24 7.2.2. Controle van de historische kosten .................................................................................. 25 7.2.3. Berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  2. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren .......................................................................................... 25 7.2.4. Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 ...................................................................................................................... 25 7.2.5. Berekening van de herziene kost Cr .................................................................................. 26 7.3. Vaste kosten die de kernexploitant boekhoudkundig voor 89,81 % aandeel verwerkt ..... 26 7.3.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten die door de kernexploitant boekhoudkundig voor 89,81 % aandeel verwerkt worden .............................................. 26 7.3.2. Controle van de historische kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten .................................................................................. 27 7.3.3. Berekening van de kost voor het aandeel in de productie Cd voor de kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten .......................... 27 7.3.4. Berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  3. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren .......................................................................................... 28 7.3.5. Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 ...................................................................................................................... 28 7.3.6. Berekening van de herziene kost Cr voor de kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten ...................................................................... 28 7.3.7. Controle van de afschrijvingen die betrekking hebben op materiële vaste activa .......... 29 7.4. 8. Samenvatting van de vaste kosten...................................................................................... 33 CONCLUSIE .................................................................................................................................. 34 Niet-vertrouwelijke versie 3/35 INLEIDING In het kader van de bepaling van de repartitiebijdrage, opgelegd aan de exploitanten van kerncentrales bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage (hierna: de wet van 11 april 2003) 1, worden een aantal opdrachten aan de CREG toevertrouwd. Onderhavige beslissing heeft betrekking op de opdracht die in artikel 14, § 8, lid 25 van de wet van 11 april 2003 als volgt omschreven is: “Elke drie jaar, in 2020, 2023 en 2026 communiceert de CREG: - ten laatste op 30 juni haar beslissing over de vastlegging van de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, van de exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, toe te passen voor de jaren 2020/2021/2022, de jaren 2023/2024/2025 en het jaar 2026 aan de Minister bevoegd voor Energie en aan de Algemene Directie Energie, zoals bedoeld in artikel 2, 28°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; […]” Het vastleggen van de vaste en variabele kosten voor de kerncentrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2023 tot 2025 vloeit voort uit de driejaarlijkse controleopdracht van de vaste en variabele kosten. Deze controleopdracht is in de wet van 11 april 2003 (artikel 14, § 8, lid 23) vastgelegd: “In het bijzonder controleert de CREG, op driejaarlijkse basis, in 2020, 2023 en 2026, de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, van de exploitanten, bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, §1, in het kader van een analyse van de kosten door hen gedragen gedurende de drie jaren voorafgaand aan de herziening.[…] Na deze controle voert de CREG, in 2020, 2023 en 2026 de driejaarlijkse herziening door van de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, voor respectievelijk de jaren 2020 tot 2022, de jaren 2023 tot 2025 en het jaar 2026.” De CREG heeft zich, bij het vastleggen van de vaste en variabele kosten, gebaseerd op het wettelijk kader dat van kracht is bij het opmaken van deze beslissing en meer specifiek op de data van definitieve stillegging van de centrales zoals bepaald in de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie (hierna: de wet van 31 januari 2003). De datum van de stillegging van de centrales heeft een invloed op de berekening van een aantal kosten zoals bijvoorbeeld de afschrijvingen of bepaalde elementen van de voorzieningen. De CREG is er zich echter van bewust dat de onderhandelingen tussen de Belgische Staat en de vennootschappen die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage, met het oog op de verlenging van twee kerncentrales, zijn afgerond op de dag dat onderhavige beslissing werd genomen. Een dergelijke verlenging zal waarschijnlijk een impact hebben op de bepaling van de kosten en dus op de bepaling van het bedrag van de repartitiebijdrage. De CREG heeft het bereikte akkoord niet kunnen inzien. In ieder geval kan de CREG, bij gebrek aan een aangepaste rechtsgrond, niet anticiperen op een dergelijke verlenging in het kader van deze beslissing. De CREG verwijst in dit verband ook naar de toelichting over de voorzieningen in de geconsolideerde financiële staten over 2022 van de Engie Groep. 1 De exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 worden hierna gezamenlijk “de bijdrageplichtigen” genoemd. Niet-vertrouwelijke versie 4/35 De vastlegging van de kosten gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 11 april 2003 en met de modaliteiten vastgelegd in de methodologie voor het vastleggen van de vaste en variabele kosten aangenomen door de CREG op 30 januari 2020 en gewijzigd op 2 april 2020. Op basis van de analyse van de kosten van de drie voorgaande jaren en de controle ervan door de CREG worden de variabele en de vaste kosten als volgt vastgelegd: de variabele kosten bedragen € 11,3581/MWh en de vaste kosten voor 4 centrales bedragen 936,08 M€/jaar. Onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 29 juni 2023. 1. 1. WETTELIJK KADER Artikel 14, § 8, leden 22, 23, 25 en 27 van de wet van 11 april 2003 bepalen dat2: “[22] Onverminderd de haar door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt toevertrouwde opdrachten, is de CREG belast met een bijzondere jaarlijkse opdracht tot berekening van de opbrengsten, kosten en de winstmarge bedoeld in Afdeling 2 van de bijlage bij deze wet en met een bijzondere driejaarlijkse opdracht, in 2020, 2023 en 2026, op basis van de parameters vastgelegd in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, tot vaststelling van de vaste en variabele kosten bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet en tot berekening van het jaarlijks minimumbedrag van de repartitiebijdrage voor de jaren 2020 tot 2022, de jaren 2023 tot 2025 en het jaar 2026. [23] In het bijzonder controleert de CREG, op driejaarlijkse basis, in 2020, 2023 en 2026, de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, van de exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, in het kader van een analyse van de kosten door hen gedragen gedurende de drie jaren voorafgaand aan de herziening. Deze kosten hernemen noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, geen enkele kost die verband houdt met de nucleaire voorzieningen en met hun herziening, waaronder de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, met uitzondering van de oorspronkelijke voorziening voor de splijtstof die als variabele kost wordt opgenomen voor de verbruikte splijtstof gedurende deze periode. Na deze controle voert de CREG, in 2020, 2023 en 2026 de driejaarlijkse herziening door van de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, voor respectievelijk de jaren 2020 tot 2022, de jaren 2023 tot 2025 en het jaar 2026. [25] Elke drie jaar, in 2020, 2023 en 2026 communiceert de CREG: - ten laatste op 30 juni haar beslissing over de vastlegging van de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, van de exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, toe te passen voor de jaren 2020/2021/2022, de jaren 2023/2024/2025 en het jaar 2026 aan de Minister bevoegd voor Energie en aan de Algemene Directie Energie, zoals bedoeld in artikel 2, 28°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; […] [27] De exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, communiceren aan de CREG ten laatste op 30 maart van elk jaar de jaarlijkse gemaakte kosten van het voorgaande jaar. In afwijking van hetgeen voorafgaat zullen de kosten gemaakt tijdens het jaar 2016 gecommuniceerd worden ten laatste op 30 september 2017. De exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, zullen op eenvoudige vraag van de CREG elke bijkomende informatie leveren die ze nodig zou kunnen hebben voor het opstellen van haar verschillende adviezen en beslissingen krachtens deze wet.” 2 Om de lezing te vergemakkelijken werd het nummer van de leden vermeld tussen haakjes Niet-vertrouwelijke versie 5/35 Onderhavige beslissing geeft uitvoering aan deze bepalingen. 2. Deze beslissing houdt rekening met de bepalingen uit Afdeling 5 van de bijlage bij de wet3 getiteld “Driejaarlijkse herziening van de vaste en variabele kosten voor elk van de jaren 2020 en 2026”. 3. De vastlegging van de vaste en de variabele kosten gebeurt overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de modaliteiten van de methodologie voor de vastlegging van de vaste en de variabele kosten voorzien in de beslissing (B)1964 van de CREG van 30 januari 20204 en de beslissing (B)2066 tot wijziging van beslissing (B)1964 bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2020 tot 2026 van 2 april 20205 (hierna: “de methodologie”). 2. ANTECEDENTEN 4. De CREG heeft op 25 juni 2020 beslissing (B)2078 over de vastlegging van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) toe te passen voor de jaren 2020, 2021 en 2022 goedgekeurd. (hierna: beslissing (B)2078 over het vastleggen van de kosten). 5. De CREG heeft per e-mail van 25 maart 2021 van Luminus6 een overzicht ontvangen van de kosten van het jaar 2020 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage. Naar aanleiding van het verzoek van de CREG van 12 april 2021 ontving de CREG op 13 april 2021 het dossier conform de bijlage bij de methodologie. 6. De CREG heeft per brief van 26 maart 2021 van Electrabel7 een overzicht ontvangen van de gedragen kosten van het jaar 2020 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage. De gedetailleerde gegevens van bepaalde rubrieken werden per e-mail naar de CREG verstuurd. 7. De CREG heeft per e-mail van 17 maart 2022 van Luminus een overzicht ontvangen van de kosten van het jaar 2021 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage. 8. De CREG heeft per brief van 25 maart 2022 van Electrabel een overzicht ontvangen van de gedragen kosten van het jaar 2021 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage. De gedetailleerde gegevens van bepaalde rubrieken werden per e-mail naar de CREG verstuurd. 9. De CREG heeft per e-mail van 28 maart 2023 van Luminus een overzicht ontvangen van de kosten van het jaar 2022 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage 10. De CREG heeft per brief van 29 maart 2023 van Electrabel een overzicht ontvangen van de gedragen kosten van het jaar 2022 voor de kerncentrales die onderworpen zijn aan de 3 De 6 afdelingen van de bijlage bij de wet worden hierna verkort ‘Afdeling [nummer]’ genoemd. https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1964NL.pdf 5 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2066NL.pdf 6 Luminus (Luminus NV - BE0471.811.661) is een ‘andere vennootschap dan een kernexploitant die een aandeel heeft in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen’ zoals gedefinieerd in artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 (hierna ook: LUM) 7 Electrabel (Electrabel NV - BE0403.170.701) is de kernexploitant overeenkomstig artikel 2, 5° van de wet van 11 april 2003 (hierna ook: EBL) 4 Niet-vertrouwelijke versie 6/35 repartitiebijdrage. De gedetailleerde gegevens van bepaalde rubrieken werden per e-mail naar de CREG verstuurd. Deze details omvatten ook een overzicht van de kosten over de 3 jaren 2020-20212022, met de aanpassing van de O&M kosten voor het jaar 2021 naar aanleiding van het rapport (RA 2414) van de CREG van 23 juni 2022 over de verificatie van de inkomsten en de werkelijke kosten van de kerncentrale van Tihange 1 voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2021 overeenkomstig de Conventie aangaande de verlenging van de levensduur van Tihange 1 de dato 12 maart 2014 en de wijziging van de Conventie aangaande de verlenging van de levensduur de dato 31 maart 2017. 11. De CREG heeft via verschillende mails van 3, 7, 14, 19, 25, 28 april en 5, 13 mei 2023 bijkomende inlichtingen aan Electrabel gevraagd. Electrabel heeft deze vragen om inlichtingen op 5, 7, 13,17, 19, 20, 24, 25, 27 april, en op 2, 11 en 16 mei 2023 beantwoord. 12. Op 26 april 2023 hebben Electrabel en de CREG een Teams vergadering gehouden om sommige elementen en de boekingen van bepaalde kosten te verduidelijken. 13. De CREG heeft per mail van 4 mei 2023 bijkomende inlichtingen aan Luminus gevraagd. Luminus deze vraag om inlichtingen beantwoord op 4 mei 2023. 3. RAADPLEGING 14. Onderhavige beslissing is hoofdzakelijk gebaseerd op informatie over vaste en variabele kosten overgemaakt aan de CREG door de bijdrageplichtigen. Deze informatie wordt door hen als vertrouwelijk beschouwd. 15. In haar beslissing (B)2205 “Richtsnoeren over “de informatie die als vertrouwelijk te beschouwen is omwille van het commercieel gevoelige karakter of persoonlijke karakter ervan”, heeft de CREG aangeduid dat de informatie over “de methoden van kostenberekening en de kostenstructuur van ondernemingen” (§ 113) in principe als vertrouwelijk dient te worden beschouwd. De informatie over de vaste en variabele kosten van nucleaire eenheden dienen dus als vertrouwelijk te worden beschouwd. 16. Een deel van die informatie wordt in onderhavige beslissing opgenomen zodat de CREG een gedocumenteerde en gemotiveerde beslissing kan nemen over de vaste en variabele kosten voor de jaren 2023 tot 2025. 17. Artikel 40, 1ste lid,1° van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG bepaalt de CREG geen openbare raadpleging zal organiseren, “indien het dossier en/of het ontwerp van beslissing in die mate vertrouwelijke informatie bevat dat een openbare raadpleging over de resterende elementen onmogelijk of nutteloos voorkomt". 18. Dit is hier het geval. 19. In dit geval voorziet artikel 40, 2de lid van voormeld huishoudelijk reglement dat een niet openbare raadpleging wordt georganiseerd “indien de betrokken persoon of personen nog niet de mogelijkheid heeft/hebben gehad zijn/hun opmerkingen te laten gelden in het kader van de voorgenomen beslissing.” Het directiecomité heeft dus beslist de raadpleging te beperken tot de bijdrageplichtigen, te weten Electrabel en Luminus. Niet-vertrouwelijke versie 7/35 20. In dit kader heeft Electrabel aan de CREG gevraagd om de vertrouwelijke informatie die aan haar werd meegedeeld, niet aan Luminus over te maken. Er diende aldus een gespreide raadpleging over de ontwerpbeslissing te worden georganiseerd, nl.: - van 26 mei tot 16 juni 2023 voor Electrabel ; - van 1 juni tot 22 juni 2023 voor Luminus, op basis van een niet-vertrouwelijke versie voor Luminus. 21. Electrabel heeft haar opmerkingen over de ontwerpbeslissing meegedeeld per e-mail van 16 juni 2023; per e-mail van 20 juni 2023 heeft Luminus aangegeven dat zij niet de intentie heeft om in naam van Luminus opmerkingen over de ontwerpbeslissing (B)2555 van de CREG over te maken. 22. Het volgende hoofdstuk bevat een samenvattend overzicht van de commentaren van Electrabel alsook het antwoord van de CREG. De hoofdstukken 5 tot 7 van onderhavige beslissing geven vervolgens de vaststelling weer van de herziene vaste en variabele kosten voor de jaren 2023 tot 2025. 4. ANALYSE VAN DE OPMERKINGEN VAN ELECTRABEL 4.1. OPMERKINGEN VAN ELECTRABEL 4.1.1. Brandstofkost: fabricage 23. Electrabel heeft vastgesteld dat de tabel 11 van de ontwerpbeslissing in de kolom “kosten van het jaar N-1” niet de correcte waarde van de kosten bevat en dat de fabricagekost in neerwaartse zin zou moeten worden aangepast en € [VERTROUWELIJK]/MWh zou moeten zijn. 4.1.2. Historische kosten aankoop van energie 24. Volgens Electrabel is de weigering om de kosten te aanvaarden voor de aankoop van energie (voor een bedrag van € 1.008.595) tijdens de stillegging van de centrale Doel 3 tussen 24 en 30 september 2022 niet in overeenstemming met de wettelijke datum voor de definitieve stillegging van de eenheid (cfr. wet houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie en wet op de repartitiebijdrage), die op 30 september 2022 om middernacht is. Dit is volgens Electrabel bovendien de datum die voor de berekening van de opbrengsten van de G2 eenheden wordt gebruikt. 4.1.3. Afschrijvingen: berekening van de kost per jaar 25. Volgens Electrabel is de toepassing van de methodologie om de toekomstige jaarlijkse afschrijvingen te bepalen niet correct, aangezien de CREG verkeerdelijk de verminderingsfactoren van het verleden heeft gebruikt om de waarde van de toekomstige afschrijvingen te bepalen. Hoewel de afschrijvingsbedragen (inclusief de aanpassing voor Luminus) zoals berekend door de CREG volgens Electrabel correct zijn, voorziet de methodologie niet in de toepassing van de verminderingscoëfficiënten uit het verleden op toekomstige kosten. In haar voorstel, deelt de CREG de som van de projecties voor de jaren 2022, 2023 en 2024 door 295 %, hetzij de som van de kostenverminderingsfactoren voor de jaren 2020,2021 en 2022. Dit komt er in feite op neer dat de ‘gross up’ vergeten wordt, terwijl in de jaarlijkse berekening een vermindering wordt toegepast via de verminderingscoëfficiënten. Niet-vertrouwelijke versie 8/35 Electrabel stelt een berekening voor waarin de verminderingsfactoren voor de jaren 2022, 2023 en 2024 worden gebruikt. 4.2. ANTWOORD VAN DE CREG OP DE OPMERKINGEN VAN ELECTRABEL 4.2.1. Betreffende de brandstofkost: fabricage 26. De CREG heeft vastgesteld dat voor de brandstofkosten (fabricage) niet de correcte waarden werden opgenomen in de ontwerpbeslissing. De CREG past bijgevolg haar beslissing aan. 4.2.2. Betreffende de historische kosten voor de aankoop van energie 27. De CREG heeft de kosten voor de aankoop van energie gedurende de periode van 24 september 2022 tot 30 september 2022 verworpen omdat deze centrale voortijdig (dit is voor de wettelijke datum van de definitieve stillegging) gestopt is met het produceren van elektriciteit en omdat deze kosten niet worden beschouwd als recurrente kosten van de centrale die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de kosten voor de volgende jaren van de driejaarlijkse periode. Electrabel aanvaardt het verwerpen van de kosten niet omdat het de facto kosten zijn van voor de wettelijke datum van de stillegging. Electrabel vermeldt eveneens dat het die datum van 30 september 2022 is die gebruikt wordt voor he bepalen van de opbrengsten. Bovendien wordt in Afdeling 5 van de bijlage bij de wet bepaald : “de kosten zijn exclusief deze van de centrales die definitief zijn gestopt met de productie van elektriciteit” en verwijst dus expliciet naar de stopzetting van de productie (op 24 september 2022) en niet naar de wettelijke stopzettingsdatum (30 september 2022) zoals vermeld door Electrabel. 28. De opbrengsten van de centrale tijdens het jaar van de stillegging worden bepaald op basis van het effectief geïnjecteerde volume vermenigvuldigd met het gemiddelde van de uurprijzen vastgesteld over de periode van 1 januari tot de datum van stillegging. Het effectief geïnjecteerde volume houdt dus rekening met de productie tot 24 september 2022 (die weliswaar vermenigvuldigd wordt met het gemiddelde van de uurprijzen tot 30 september 2022). 29. De CREG blijft bij haar standpunt om deze kosten te verwerpen ook omdat dit niet recurrente kosten zijn. 4.2.3. Betreffende de afschrijvingen : berekening van de kost per jaar 30. De CREG verwijst naar het hoofdstuk 3.6.7 van de methodologie waarin de specifieke berekening van de afschrijvingen wordt behandeld. De bepaling van de kosten is gebaseerd op de afschrijvingskosten van 2022 en de nettoboekwaarde per 31 december 2022 voor de afschrijving van de jaren 2023 en 2024, waarop vervolgens verminderingsfactoren worden toegepast. De verminderingsfactoren die gebruikt worden voor de berekening van de jaarlijkse kost van de afschrijvingen (gross-
  4. up)dienen dus overeen te stemmen met de verminderingsfactoren voor de jaren 2022, 2023 en 2024. De CREG past bijgevolg haar beslissing aan. Niet-vertrouwelijke versie 9/35 5. VASTSTELLING VAN DE VASTE EN DE VARIABELE KOSTEN 5.1. ALGEMEEN 31. De repartitiebijdrage wordt opgelegd aan de bijdrageplichtigen pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen door de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage, met name Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3. Voormelde kerncentrales van de tweede generatie, worden gezamenlijk ook de G2 centrales worden genoemd. 32. De repartitiebijdrage van het jaar n wordt berekend op basis van de winstmarge van het jaar n- 1. De berekening van de winstmarge gebeurt op basis van de formule opgenomen in Afdeling 2. De driejaarlijkse herziening van de vaste kosten (hierna ook: CF) en de variabele kosten (hierna ook: CV) gebeurt in de jaren 2020, 2023 en 2026 (hierna ook: de jaren N) voor de berekening van de repartitiebijdragen voor deze jaren en desgevallend de twee daaropvolgende jaren. De aanpassingen van de kostenelementen worden gebaseerd op de kosten gedragen gedurende de drie jaren voorafgaand aan de herziening, dit zijn de driejaarlijkse periodes 2017-2018-2019, 2020-2021-2022 en 2023-2024-2025 (hierna ook: respectievelijk “N-3; N-2; N-1” en gezamenlijk “de drie voorgaande jaren” of “de referentieperiode”). De verschillende begrippen en de toepassing op de verschillende periodes worden hierna in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: Samenvatting van de begrippen en toepassing op de verschillende periodes Jaar van de repartitiebijdrage (
  5. n)Winstmarge van het jaar (n-1) Jaar van de driejaarlijkse herziening (N) Berekening van de vaste kosten (CF) en de variabele kosten (CV) gebaseerd op de gedragen kosten van de 3 voorgaande jaren (N3, N-2, N-1) 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2020 2017 2018 2019 2023 2020 2021 2022 2026 2023 2024 2025 33. Tabel 2 geeft een overzicht van de centrales met hun capaciteit berekend op basis van de transparency website van Engie8, de datum van de definitieve stillegging zoals voorzien in de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en het aandeel in de productie9. 8 Voir : https://umm.nordpoolgroup.com/#/messages?publicationDate=all&eventDate=all&areas=10YBE---------2&fuelTypes=nuclear 9 Het aandeel in de productie is berekend op basis van de oorspronkelijke aanschaffing van vermogen door Luminus (411,48 MW /4.037 MW) en blijft onveranderd, zelfs indien het vermogen van een centrale door technische aanpassingen (licht) gewijzigd wordt Niet-vertrouwelijke versie 10/35 Tabel 2: Overzicht van de centrales: capaciteit, datum van definitieve stillegging en aandeel in de productie 2020 eenheid 2021 2022 2022 Pro rata vermogen datum op basis van de definitieve datum definitieve stillegging stillegging (CAP
  6. i)vermogen in MW aandeel Doel 3 1.006,00 1.006,00 1.006,00 752,43 01/10/2022 89,807 % EBL/10,193 % LUM Doel 4 1.039,00 1.039,00 1.039,00 1.039,00 01/07/2025 89,807 % EBL/10,193 % LUM Tihange 2 1.008,00 1.008,00 1.008,00 1.008,00 01/02/2023 89,807 % EBL/10,193 % LUM Tihange 3 1.038,00 1.038,00 1.038,00 1.038,00 01/09/2025 89,807 % EBL/10,193 % LUM Totaal 4.091,00 4.091,00 4.091,00 3.837,43 34. Overeenkomstig paragraaf 111 van de methodologie wordt de geïnstalleerde capaciteit (CAP
  7. i)van elke eenheid i pro rata temporis berekend. Voor de centrale Doel 3, waarvan de wettelijke sluitingsdatum op 1 oktober 2022 is, wordt de gemiddelde geïnstalleerde capaciteit bepaald op basis van het prorata van de dagen waarop de centrale nog in dienst was. 35. Voor de berekening van de variabele kosten wordt gebruik gemaakt van de gegevens van tabel 3 die een overzicht geeft van de productie tijdens de jaren 2020, 2021 en 2022. Tabel 3: Overzicht van de productie per centrale in MWh 2020 eenheid 2021 2022 productie in MWh Doel 3 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Doel 4 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 2 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 3 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 36. Op basis van de Transparency Reporting10 melding van 12 juli 2022 was de stillegging van de centrale voorzien op 24 september 2022 om 0 u. Volgens de productiegegevens heeft de centrale Doel 3 haar productie stilgelegd op 23 september 2022 om 22u. 37. Op basis van de gegevens van tabel 2 blijkt dat de centrale van Doel 3 definitief werd stilgelegd op 1 oktober 2022 volgens de bepalingen van de wet van 31 januari 2003, zodat een gross-up van de kosten van voorgaande jaren moet worden toegepast bij de herziening van de driejaarlijkse kosten. De berekening van de kostenverminderingsfactor (Coef
  8. n)wordt in de volgende tabel berekend volgens het hoofdstuk 5.3.5.2 van de methodologie die verwijst naar de datum van de definitieve stillegging overeenkomstig de wet van 31 januari 2003. 10 https://umm.nordpoolgroup.com/#/messages/f19f18e3-9e4c-4b37-81f4-7bd3c30b7634/2 Niet-vertrouwelijke versie 11/35 Tabel 4 : Berekening van de verminderingsfactor 2020 aantal dagen 4 eenheden aantal dagen 3 eenheden aantal dagen verminderingsfactor 4 eenheden 2021 2022 365 365 365 365 273 92 365 100% 100% 100% verminderingsfactor 3 eenheden 80% verminderingsfactor van het jaar (Coef
  9. n)100,00% 100,00% 94,96% 38. Het herziene bedrag van de vaste kosten wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de consumentenprijsindex11 op basis van de index van januari, met referentie naar de basisindex van januari van het jaar voorafgaand aan de driejaarlijkse herziening van de kosten. Bij de driejaarlijkse herziening worden, overeenkomstig de bepalingen uit de methodologie, de vaste kosten van de jaren N-2 en N-3 geïndexeerd op basis van de index van het jaar N-1, zodat een objectieve vergelijkbare kostenbasis wordt bekomen. In tabel 5 volgt een overzicht van de consumptieprijsindex die bij de vaststelling van de vaste kosten gebruikt zal worden. Tabel 5: Overzicht van de consumptieprijsindex (basisjaar 2013 = 100) consumptieprijsindex (CPI) periode Januari 2020 Januari 2021 Januari 2022 5.2. 109,69 109,97 118,32 OVERZICHT VAN DE KOSTEN MEEGEDEELD DOOR ELECTRABEL 39. Electrabel heeft het rapporteringsmodel, opgenomen in de methodologie, voor elk jaar van de referentieperiode ingevuld. De bijkomende informatie over de verschillende kostenelementen werd eveneens meegedeeld. In tabel 6 volgt een samenvatting van de gegevens voor de G2 centrales voor de drie jaren voorafgaand aan de herziening van de kosten. Deze kosten worden hierna ook: de ‘gedragen kosten’ of de ‘historische kosten’ genoemd. 11 Zoals vermeld in Afdeling 2 (In het frans: “indice des prix à la consommation”). Hierna wordt de term ‘Consumptieprijsindex’ gebruikt conform de Statbel benaming. Niet-vertrouwelijke versie 12/35 Tabel 6: Samenvatting van de gegevens voor de G2 centrales voor de drie jaren voorafgaand aan de herziening van de kosten zoals meegedeeld door Electrabel definitieve stillegging van D3 op 30/09/2022 Herziening van de kosten in het jaar N Herziening van de kosten in het jaar 2023 CPI januari N-3 2020 N-2 2021 N-1 2022 109,69 109,97 118,32 Aa ndeel CAP1 - Doel 3 89,807% 1006,0 1006,0 1006,0 CAP2 - Doel 4 89,807% 1039,0 1039,0 1039,0 CAP3 - Ti ha nge 2 89,807% 1008,0 1008,0 1008,0 CAP4 - Ti ha nge 3 89,807% 1038,0 1038,0 1038,0 CAPn (MW) 4091,0 4091,0 4091,0 Productie van het jaar (MWh) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 1. CV - variabele kosten (in €/MWh)
  10. a)Brandstof
  11. i)Aan het begin van de cyclus (Amont) Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3
  12. ii)Fabricage [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 iii) Aan het einde van de cyclus (Aval) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  13. b)Variabele injectiekosten 2. FC - Vaste kosten (in €) % van aandeel
  14. a)Aankoop van energie 89,81% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  15. b)O&M 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  16. c)Revisies (normale periodieke herziening) 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  17. d)Grote werkzaamheden 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  18. e)Ondersteunende diensten 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  19. f)Verzekeringen 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Opbrengsten uit verzekeringen
  20. g)Vaste kosten betaald aan de transmissienetbeheerder Opbrengsten uit ondersteunende diensten 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  21. h)NIRAS 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  22. i)Personeel 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  23. j)Afschrijvingen 89,81% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  24. k)Provisies 89,81% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  25. l)Belastingen en heffingen 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  26. m)Algemene kosten 100% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK]
  27. n)facturatie aan partners Niet-vertrouwelijke versie 13/35 5.3. OVERZICHT VAN DE KOSTEN MEEGEDEELD DOOR LUMINUS 40. Luminus rapporteert enkel de kosten van afschrijvingen in het kader van Pax Electrica II en haar eigen algemene kosten. Tabel 7: Samenvatting van de gegevens voor de G2 centrales voor de drie jaren voorafgaand aan de herziening van de kosten zoals meegedeeld door Luminus Herziening van de kosten in het jaar N Herziening van de kosten in het jaar 2023 N-3 2020 N-2 2021 N-1 2022 Aa ndeel CAP1 - Doel 3 10,193% 1006,0 1006,0 1006,0 CAP2 - Doel 4 10,193% 1039,0 1039,0 1039,0 CAP3 - Ti ha nge 2 10,193% 1008,0 1008,0 1008,0 CAP4 - Ti ha nge 3 10,193% 1038,0 1038,0 1038,0 CAPn (MW) 4091,0 4091,0 4091,0 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 2. FC - Vaste kosten (in €)
  28. j)Afschrijvingen
  29. m)Algemene kosten 5.4. CONTROLE VAN DE KOSTEN DOOR DE CREG 41. Overeenkomstig artikel 14, § 8, lid 23 van de wet van 11 april 2003 heeft de CREG de gedragen kosten geanalyseerd. De CREG heeft geverifieerd of de kosten meegedeeld door de bijdrageplichtigen volgende principes vermeld in Afdeling 5 eerbiedigen: “ […] o geen dubbeltelling (met name tussen rubrieken) o realiteit van de kosten in de periode o de kosten waarmee rekening wordt gehouden zijn bestemd voor de bedoelde centrales o de kosten zijn exclusief deze van de centrales die definitief gestopt zijn met de productie van elektriciteit o de kosten zijn exclusief de centrales buiten de perimeter: Tihange 1 en Doel 1&2 o de relevantie van de verdeelsleutel (bv. tussen eenheden) o de recurrente elementen zijn inbegrepen. Voor de niet-recurrente kostenelementen zullen de representatieve kosten voor de volgende periode worden vastgelegd. […]” Daarnaast heeft de CREG geverifieerd of de kosten voldoen aan de bepalingen van de wet van 11 april 2003 en de redelijkheidscriteria opgenomen in de methodologie. 42. De CREG heeft een dossier opgemaakt waarin de uitgevoerde controles worden gedocumenteerd. Niet-vertrouwelijke versie 14/35 6. ANALYSE VAN DE VARIABELE KOSTEN 43. De variabele kosten worden bepaald op basis van de overzichten en de details meegedeeld door Electrabel. Voor de kosten met betrekking tot de kernbrandstof worden enkel de gegevens van het laatste jaar

(2022)weerhouden, de injectietarieven worden berekend op basis van de drie voorgaande jaren. 6.1. BRANDSTOFKOST: BOVENFASE VAN DE CYCLUS 6.1.1. Berekening conform de methodologie 44. Op basis van de gegevens van Electrabel wordt de berekening, overeenkomstig de methodologie, in verschillende etappes berekend. In tabellen 8 tot 10 worden de verschillende etappes opgenomen en de basiskost berekend. Tabel 8: Berekening van de kost van de bovenfase (brandstofgedeelte) (Cai) Brandstofgedeelte Eenheid Totaal van de facturen Synatom in € Waarvan Kosten van het regularisaties van jaar N-1 in € vorige cycli in € zonder regularisaties Kosten van het jaar N-1 in € Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Productie van Kost per MWh Kosten van de Productie het jaar N-1 in regularisaties tijdens de MWh cyclus [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 3 Totaal Regularisatie brandstofgedeelte [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] (Cai) Kost van de bovenfase (brandstofgedeelt
  1. e)Kost per MWh Kost per MWh [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tabel 9: Berekening van de kost van de bovenfase (gedeelte financiële en administratieve kosten) (Cfi) en de basiskost (Cb,
  2. i)Gedeelte financiële en administratieve kosten (Cf
  3. i)Eenheid Kosten van het jaar N-1 in € Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Cai + Cfi Kost per MWh [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 3 Totaal Productie van het Kost per MWh jaar N-1 in MWh Cbi : basiskost = [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie [VERTROUWELIJK] 15/35 45. Op basis van de basiskost wordt de herziene kost als volgt bepaald in tabel 10: Tabel 10: Berekening van de herziene kost: brandstof bovenfase van de cyclus Cbi : basiskost = Cai Cr : herziene kost + Cfi Eenheid Vermogen in MW Doel 3 752,43 Doel 4 1039,00 Tihange 2 1008,00 Tihange 3 1038,00 Totaal 3837,43 6.2. BRANDSTOFKOST: FABRICAGE 6.2.1. Berekening conform de methodologie Kost per MWh Kost per MWh [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 46. Op basis van de gegevens verstrekt door Electrabel wordt de herziene kost voor fabricage berekend in tabel 11. Tabel 11: Berekening van de herziene kost voor de brandstofkost: fabricage Eenheid Vermogen Kosten van het jaar N-1 in € Cbi : basiskost Cr : herziene kost Productie van het Kost per MWh jaar N-1 in MWh Kost per MWh Doel 3 752,43 Doel 4 1039,00 Tihange 2 1008,00 Tihange 3 1038,00 Totaal 3837,43 6.3. BRANDSTOFKOST: BENEDENFASE VAN DE CYCLUS 6.3.1. Berekening conform de methodologie [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 47. De kost van de benedenfase van de cyclus wordt berekend op basis van het tarief van de facturen van het jaar N-1. In 2022 gebeurde een aanpassing van de oorspronkelijk gefactureerde bedragen ingevolge een beslissing van de Commissie voor nucleaire voorzieningen (CNV). Electrabel heeft een Pro forma factuur, opgesteld door Synatom op 31 december 2022 geboekt. 48. Volgens de informatie verstrekt in het activiteitenrapport en de jaarlijkse geconsolideerde financiële staten van Engie blijkt : “ (…) De geboekte voorzieningen per 31 december 2022 nemen alle opmerkingen en hypotheses weerhouden door de CNV volledig in rekening. De Groep heeft echter een aantal opmerkingen van het CPN betwist omdat ze te conservatief of technisch ongeschikt zouden zijn, Niet-vertrouwelijke versie 16/35 en heeft op 14 februari 2023, in overeenstemming met de wet, een nieuw, aangepast voorstel ingediend waarin de redenen worden uiteengezet waarom ze volgens haar niet kunnen worden uitgevoerd. Het CPN zal dan zijn definitief advies uitbrengen, indien nodig onder de jurisdictionele controle van het Marktenhof te Brussel 1213 49. Zoals uiteengezet in de methodologie wordt rekening gehouden met deze laatst gekende en geboekte update van de CNV. Dit blijkt uit het overzicht in de tabel 12 en tabel 13. Tabel 12: Berekening van de kost voor de benedenfase (productie) Totaal van de facturen Synatom in € Productie van het jaar N-1 in MWh basiskost (Cb) = herziene kost (Cr) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tabel 13: Berekening kost van de benedenfase (administratie en financiële kosten) en de herziene kost Eenheid Totaal van de Aanpassingen in Kosten van facturen Synatom € het jaar N-1 in € in € zonder aanpassinge n Gedeelte gebruik brandstof Aanpassing van het gedeelte gebruik brandstof ingevolge de herziening van de voorziening Gedeelte gebruik brandstof = Cav Kosten van het jaar N-1 in € zonder aanpassing Aanpassing van de voorziening Productie van het jaar N-1 in MWh kost per MWh Productie van Kost per het jaar N-1 in MWh MWh Kost per MWh Doel 3 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Doel 4 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 2 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Tihange 3 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Eenheid Totaal Gedeelte financiële en administratieve kosten Aanpassing van het financiële gedeelte (aanpassing voorziening) ingevolge de herziening van de voorziening Kosten van het jaar N-1 in € Productie van het jaar N-1 in MWh Kost per MWh Kosten van het jaar N-1 in € [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Productie van Kost per het jaar N-1 in MWh MWh [VERTROUWELIJK] Gedeelte Cb (= Cav + financiële en Cf ) : administratiev basiskost = e kosten = Cf herziene kost (Cr) Kost per MWh Kost per MWh [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 12 Engie : Rapport d’activités et états financiers consolidés annuels 2022 - Note 17 Provisions (p 157 et suivants) https://www.engie.com/sites/default/files/assets/documents/202303/ENGIE_Rapport%20d%27activit%C3%A9%20et%20%C3%A9tats%20financiers%20consolid%C3%A9s%20annuels%20202 2.pdf 13 Vrije vertaling van : « (…) Les provisions comptabilisées au 31 décembre 2022 prennent intégralement en compte les remarques et hypothèses retenues par la CPN. Toutefois, contestant certaines remarques de la CPN du fait de leur caractère exagérément conservateur ou inadapté techniquement, le Groupe a remis le 14 février 2023, conformément à la loi, une nouvelle proposition adaptée expliquant les raisons pour lesquelles il considère qu’il ne peut leur être donné suite. La CPN rendra ensuite son avis définitif, le cas échéant, sous le contrôle juridictionnel de la Cour des marchés de Bruxelles.(…) » Niet-vertrouwelijke versie 17/35 6.4. DE VARIABELE INJECTIETARIEVEN 6.4.1. Berekening conform de methodologie 50. De variabele injectietarieven worden berekend door het totaal van de historische kosten van de drie voorgaande jaren te delen door de productie van die jaren. Electrabel heeft volgend overzicht gegeven van de variabele injectiekosten. Tabel 14: Berekening van de variabele injectiekosten (op basis van de gegevens van Electrabel) Variabele kosten Injectiekosten Productie van het jaar (in MWh) Kost per MWh N-3 2020 Historische kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal 51. De CREG stelt vast dat de variabele injectiekost gemiddeld [VERTROUWELIJK] bedraagt terwijl de injectietarieven € 0,6169/MWh bedragen voor de periode 2020-2023 conform de tarieflijst14 van Elia Transmission Belgium. De CREG stelt vast dat in de historische kosten die door Electrabel werden meegedeeld niet enkel de variabele injectietarieven zijn opgenomen maar eveneens kosten met betrekking tot de afname van energie die als vaste kosten kunnen worden gekwalificeerd. De CREG weerhoudt voor dit kostenelement van de variabele kosten enkel de variabele injectietarieven van € 0,6169/MWh zoals gedefinieerd in de beschrijving van de kostenelementen in Afdeling 5. Het resterende gedeelte van de gerapporteerde kosten wordt opgenomen als een element van de vaste kosten. Tabel 15: Berekening van de variabele injectiekosten Variabele kosten Injectiekosten (gerapporteerd door Electrabel) productie van het jaar (in MWh) kost per MWh Injectiekosten (berekend door de CREG ) kost per MWh Kosten betaald aan de transmissienetbeheerder (op te nemen als vaste kost) 14 N-3 2020 N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal Zie hiervoor : https://www.elia.be/nl/klanten/facturatie-en-tarieven, tarieven 2020-2023, p. 9, tableau 10 Niet-vertrouwelijke versie 18/35 6.5. SAMENVATTING VAN DE VARIABELE KOSTEN 52. Het herziene bedrag van de variabele kosten wordt op basis van voorgaande hoofdstukken als volgt bepaald: Tabel 16: Berekening van de herziene variabele productiekost
  4. a)De kosten verbonden met de kernbrandstof (
  5. i)aan de bovenfase van de cyclus (
  6. ii)de fabricagekosten (iii) aan de benedenfase van de brandstofcyclus
  7. b)De variabele injectietarieven in €/MWh [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Variabele kost in MWh [VERTROUWELIJK] 7. ANALYSE VAN DE VASTE KOSTEN 7.1. VASTE KOSTEN DIE DE KERNEXPLOITANT BOEKHOUDKUNDIG VOOR 100 % AANDEEL VERWERKT 7.1.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten die door de kernexploitant boekhoudkundig voor 100 % aandeel verwerkt worden 53. In hoofdstuk 5.3.5 van de methodologie worden de verschillende stappen vermeld om de historische kosten te herwerken naar de herziene kost. Aangezien de centrale van Doel 3 definitief werd stilgelegd op 30 september 2022, dient bij de herziening van de kosten een gross-up te gebeuren (Cf. § 37). Dit betekent dat bij driejaarlijkse herziening van het jaar 2022 volgende stappen uitgevoerd worden: - controle van de historische kosten door de CREG en bepaling van de voorlopige kosten Cn,prelim; - berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  8. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren; - berekening van de basiskost Cb gebaseerd op de kost per jaar aan de hand van de consumptieprijsindex van de maand januari 2022; - berekening van het gemiddelde om de herziene kost Cr te bepalen. 54. De bewerkingen vermeld in voorgaande paragraaf worden uitgevoerd voor volgende kostenelementen. Niet-vertrouwelijke versie 19/35 Tabel 17: Overzicht van de vaste kosten die door de kernexploitant voor 100 % aandeel worden verwerkt N-3 2020 Vaste kosten (in €)
  9. b)O&M
  10. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  11. d)Grote werkzaamheden
  12. e)Ondersteunende diensten
  13. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  14. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  15. h)Niras
  16. i)Personeel
  17. l)Belastingen en heffingen
  18. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant historische kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 7.1.2. Controle van de historische kosten 7.1.2.1. Resultaten van de uitgevoerde controles 7.1.2.1.1. Grote werkzaamheden 55. De CREG stelt vast dat de kosten voor grote werkzaamheden van 2020, 2021 en 2022 kosten bevatten die specifiek zijn voor de voorbereiding van de stillegging van de centrale. Het gaat niet om kosten “ (…) die bestemd zijn voor de veilige exploitatie van de kerncentrales onderworpen aan de repartitiebijdragen, die de productie van elektriciteit mogelijk maken uit hoofde waarvan de genoemde winstmarges worden genoten” die de basis zijn van de berekening van deze bijdragen. De redelijkheidscriteria van de methodologie vermelden : “kosten en investeringen die geen betrekking hebben op de exploitatie van de kerncentrales maar anticiperen op de periode waarin de productie van elektriciteit definitief stopgezet zal zijn, aangezien deze kosten niet voldoen aan de definitie van de kosten en deze kosten geen betrekking op de berekening van de winstmarge van het jaar en dienen ten laste te worden genomen van de nucleaire voorzieningen”. Deze kosten voldoen evenmin aan het volgende beginsel dat in Afdeling 5 van de bijlage wordt vermeld : “de recurrente elementen zijn inbegrepen. Voor de niet-recurrente kostenelementen zullen de representatieve kosten voor de volgende periode worden vastgelegd.” 56. De CREG verwerpt dus een bedrag van [VERTROUWELIJK]. Niet-vertrouwelijke versie 20/35 7.1.2.1.2. Ondersteunende diensten 57. De CREG stelt vast dat de kosten van cost receiver [VERTROUWELIJK] van de Ondersteunende diensten reeds zijn opgenomen in het detail van de kosten ‘O&M – O&M support’ en dat er een dubbeltelling van die kosten is. Een bedrag van [VERTROUWELIJK] voor 2021 en van [VERTROUWELIJK] voor 2022 worden dus verworpen op basis van Afdeling 5 van de bijlage bij de wet: “geen dubbeltelling (met name tussen rubrieken)”. 7.1.2.1.3. Verzekeringskosten 58. Bij de verificatie van de verzekeringskosten van 2022, heeft de CREG vastgesteld dat de totaalsom niet alle lijnen van het detailoverzicht bevat. Het bedrag van 2022 moet dus verminderd worden met [VERTROUWELIJK]. 7.1.2.1.4. De vaste vergoedingen en/of elektriciteitstransmissienetbeheerder injectietarieven betaald aan de 59. Zoals vermeld in hoofdstuk 6.4 wordt een gedeelte van de injectietarieven zoals meegedeeld door Electrabel niet weerhouden als variabele injectietarieven maar beschouwd als een vast kostenelement. De vaste kosten worden verhoogd zoals berekend in tabel 15. 7.1.2.2. Bepaling van de voorlopige kosten 60. Hierna volgt in tabel 18 het overzicht van de historische kosten, de uitgevoerde correcties en de vastgelegde voorlopige kosten. Tabel 18: Overzicht van de historische kosten de uitgevoerde correcties en de vastgelegde voorlopige kosten Vaste kosten (in €)
  19. b)O&M
  20. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  21. d)Grote werkzaamheden
  22. e)Ondersteunende diensten
  23. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  24. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  25. h)Niras
  26. i)Personeel
  27. l)Belastingen en heffingen
  28. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant N-3 2020 historische kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] correctie van de historische kosten N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 N-3 2020 Voorlopige kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 21/35 7.1.3. Berekening van de kost per jaar (gross-
  29. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren (Cn) 61. De berekening van de kost per jaar Cn gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 18 en de kostenverminderingsfactoren opgenomen in tabel 4. Tabel 19: Berekening van de kost per jaar Cn verminderingsfactor van het jaar (Coefn) Vaste kosten (in €)
  30. b)O&M
  31. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  32. d)Grote werkzaamheden
  33. e)Ondersteunende diensten
  34. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  35. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  36. h)Niras
  37. i)Personeel
  38. l)Belastingen en heffingen
  39. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant Niet-vertrouwelijke versie N-3 2020 Voorlopige kosten N-2 2021 N-1 2022 100% 100% 94,96% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Berekening van de kost per jaar (gross
  40. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 22/35 7.1.4. Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 62. De berekening van de basiskost Cb gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 19 en de indexcijfers opgenomen in tabel 5. Tabel 20: Berekening van de basiskost Cb Berekening van de kost per jaar (gross
  41. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 consumptieprijs-index (CPI) Vaste kosten (in €)
  42. b)O&M
  43. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  44. d)Grote werkzaamheden
  45. e)Ondersteunende diensten
  46. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  47. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  48. h)Niras
  49. i)Personeel
  50. l)Belastingen en heffingen
  51. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant Elementen van basiskost berekend op basis van CPI januari 2022 N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 109,69 109,97 118,32 Totaal basiskost 2023-2025 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 23/35 7.1.5. Berekening van de herziene kost Cr 63. De herziene kost Cr is het gemiddelde van de basiskost Cb die wordt berekend op basis van de referentieperiode van drie jaren. Tabel 21: Berekening van de herziene kost Cr Totaal basiskost 2023-2025 Vaste kosten (in €)
  52. b)O&M
  53. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  54. d)Grote werkzaamheden
  55. e)Ondersteunende diensten
  56. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  57. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  58. h)Niras
  59. i)Personeel
  60. l)Belastingen en heffingen
  61. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant Herziene kost 2023 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 7.2. BIJKOMENDE VASTE KOSTEN VAN DE VENNOOTSCHAP BEDOELD ONDER ARTIKEL 24, § 1 VAN DE WET VAN 11 APRIL 2003 7.2.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten van de vennootschap bedoeld onder artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 64. Het betreft de algemene kosten die door Luminus gedragen worden voor het beheer van de nucleaire contracten. Dezelfde herwerkingen als degenen vermeld in de § 53 worden uitgevoerd voor deze kosten. Niet-vertrouwelijke versie 24/35 Tabel 22: Overzicht van de bijkomende vaste kosten van Luminus N-3 2020 historische kosten N-2 2021 N-1 2022 Vaste kosten (in €) m2) Algemene kosten van de vennootschappen bedoeld in artikel 24 §1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 7.2.2. 65. 7.2.3. Controle van de historische kosten Na controle door de CREG worden geen kosten aangepast. Berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  62. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren 66. De berekening van de kost per jaar Cn gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 22 en de kostenverminderingsfactoren opgenomen in tabel 4. Tabel 23: Berekening van de kost per jaar Cn N-3 2020 Voorlopige kosten N-2 2021 N-1 2022 Berekening van de kost per jaar (gross
  63. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 verminderingsfactor van het jaar (Coefn) 100% 100% 94,96% Vaste kosten (in €) m2) Algemene kosten van de vennootschappen bedoeld in artikel 24 §1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 7.2.4. Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 67. De berekening van de basiskost Cb gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 23 en de indexcijfers opgenomen in tabel 5. Tabel 24: Berekening van de basiskost Cb Berekening van de kost per jaar (gross
  64. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 Elementen van basiskost berekend op basis van CPI januari 2022 N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 109,69 109,97 118,32 Totaal basiskost 2023-2025 Consumptieprijs-index (CPI) Vaste kosten (in €) m2) Algemene kosten van de vennootschappen bedoeld in artikel 24 §1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 25/35 7.2.5. Berekening van de herziene kost Cr 68. De herziene kost Cr is het gemiddelde van de basiskost Cb die wordt berekend op basis van de referentieperiode van drie jaren. Tabel 25: Berekening van de herziene kost Cr Totaal basiskost 2023-2025 Herziene kost 2023 Vaste kosten (in €) m2) Algemene kosten van de vennootschappen bedoeld in artikel 24 §1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 7.3. VASTE KOSTEN DIE DE KERNEXPLOITANT BOEKHOUDKUNDIG VOOR 89,81 % AANDEEL VERWERKT 7.3.1. Overzicht en stappen van de herwerking van de vaste kosten die door de kernexploitant boekhoudkundig voor 89,81 % aandeel verwerkt worden 69. In hoofdstuk 5.3.7 van de methodologie worden de verschillende stappen vermeld om de historische kosten te herwerken naar de herziene kost. Aangezien de centrale van Doel 3 definitief werd stilgelegd op 30 september 2022, dient bij de herziening van de kosten een gross-up te gebeuren (Cf. § 37). Dit betekent dat bij driejaarlijkse herziening van het jaar 2023 volgende stappen uitgevoerd worden: - controle van de historische kosten door de CREG en bepaling van de voorlopige kosten Cn,prelim; - berekening van de kost voor het aandeel in de productie Cd - berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  65. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren - berekening van de basiskost Cb op basis van de kost per jaar op basis van de consumptieprijsindex van de maand januari 2022 - berekening van het gemiddelde om de herziene kost 𝐶𝑟 te bepalen 70. De bewerkingen vermeld in voorgaande paragraaf worden uitgevoerd voor volgende kostenelementen die voor 89,81 % in de boekhouding van de kernexploitant verwerkt worden. Tabel 26: Overzicht van de vaste kosten die door de kernexploitant voor 89,81 % aandeel worden verwerkt Vaste kosten (in €)
  66. a)Aankoop van energie
  67. j)Afschrijvingen
  68. k)Provisies Niet-vertrouwelijke versie N-3 2020 Historische kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 26/35 71. In hoofdstukken 7.3.2 tot 7.3.6 worden de ‘kosten van aankoop van energie’ en de variaties van de provisies voor risico’s en kosten behandeld. De berekening van de herziene kost van de afschrijvingen wordt, omwille van de specifieke berekening15 in hoofdstuk 7.3.7 uitgevoerd. 7.3.2. Controle van de historische kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten 72. De CREG merkt op dat de kosten van aankoop van energie voor 2022 de kosten van aankoop van energie voor de centrale Doel 3 van 24 tot 30 september 2022 omvatten voor een bedrag van € 1.008.595 omdat de centrale definitief werd stilgelegd vóór de wettelijke stilleggingsdatum. Deze stillegging heeft kosten voor de aankoop van energie gegenereerd. De CREG aanvaardt de kosten voor de periode van 24 tot 30 september 2022 niet op de volgende basis: - Deze kosten voldoen niet aan het volgende principe vermeld in Afdeling 5 van de bijlage bij de wet : “de recurrente elementen zijn inbegrepen. Voor de niet-recurrente kostenelementen zullen de representatieve kosten voor de volgende periode worden vastgelegd en “de kosten zijn exclusief deze van de centrales die definitief gestopt zijn met de productie van elektriciteit”. 73. Naar aanleiding van vragen van de CREG over de evolutie van de voorzieningen, realiseerde Electrabel zich dat ze de verkeerde verhoudingsratio had gebruikt voor de berekening van de voorzieningen. Electrabel heeft gevraagd of het mogelijk was om het bedrag van de in maart 2023 aangelegde voorzieningen te corrigeren. De beweging in de voorzieningen bedraagt [VERTROUWELIJK] in plaats van [VERTROUWELIJK] . 74. Onderstaande tabel 27 geeft een overzicht van de historische kosten, de correctie van de historische kosten en de voorlopige kosten. Tabel 27: Overzicht van de historische kosten, de aangebrachte correcties en de voorlopige kosten Vaste kosten (in €)
  69. a)Aankoop van energie
  70. k)Provisies 7.3.3. N-3 2020 Historische kosten N-2 2021 N-1 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] correctie van de historische kosten N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 N-3 2020 Voorlopige kosten N-2 2021 N-1 2022 Berekening van de kost voor het aandeel in de productie Cd voor de kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten 75. De berekening van de kost voor het aandeel in de productie gebeurt door de voorlopige kosten van de kernexploitant, die een aandeel in de productie heeft van 89,81 %, te herleiden tot een basis van 100 %. De berekening wordt in tabel 28 weergegeven. Tabel 28: Berekening van het aandeel in de productie aandeel in de productie Vaste kosten (in €)
  71. a)Aankoop van energie
  72. k)Provisies N-3 2020 89,81% Voorlopige kosten N-2 2021 89,81% N-1 2022 89,81% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Kost aandeel in de productie aan 100 % N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 15 Zie Hoofdstuk 5.3.7.2 ‘Afschrijvingen’ van de methodologie Niet-vertrouwelijke versie 27/35 7.3.4. Berekening van de kost per jaar Cn (gross-
  73. up)door gebruik te maken van de kostenverminderingsfactoren 76. De berekening van de kost per jaar Cn gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 28 en verminderingsfactoren opgenomen in tabel 4 Tabel 29: Berekening van de kost per jaar Cn Kost aandeel in de productie aan 100 % N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 verminderingsfactor van het jaar (Coefn) Vaste kosten (in €)
  74. a)Aankoop van energie
  75. j)Afschrijvingen 7.3.5. Berekening van de kost per jaar (gross
  76. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 100,00% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 100,00% 94,96% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Berekening van de basiskost Cb op basis van de index van de consumptieprijzen van januari 2022 77. De berekening van de basiskost Cb gebeurt op basis van de kosten opgenomen in tabel 29 en de indexcijfers opgenomen in tabel 5. Tabel 30: Berekening van de basiskost Cb Elementen van basiskost berekend op basis van CPI januari 2022 N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 109,69 109,97 118,32 Berekening van de kost per jaar (gross
  77. up)N-3 N-2 N-1 2020 2021 2022 Consumptieprijs-index (CPI) Vaste kosten (in €)
  78. a)Aankoop van energie
  79. k)Provisies 7.3.6. [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Totaal basiskost 2023-2025 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Berekening van de herziene kost Cr voor de kosten van aankoop van energie en de variaties van de provisies voor de risico’s en kosten 78. De herziene kost Cr is het gemiddelde van de basiskost Cb die wordt berekend op basis van de referentieperiode van drie jaren. Tabel 31: berekening van de herziene kost Cr Totaal basiskost 2023-2025 Vaste kosten (in €)
  80. a)Aankoop van energie
  81. k)Provisies Niet-vertrouwelijke versie Herziene kost 2023 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 28/35 7.3.7. Controle van de afschrijvingen die betrekking hebben op materiële vaste activa 79. Conform de methodologie wordt de berekening van de afschrijvingen gebaseerd op de reële afschrijvingen van het jaar N- 1 en de netto-boekwaarde per 31/12/N -1. Hierbij wordt niet enkel de afschrijvingsbasis van Electrabel genomen maar wordt eveneens rekening gehouden met de verhoogde afschrijvingsbasis van Luminus omwille van de aankoop van 250 MW in het kader van Pax Electrica II. 7.3.7.1. Berekening van de jaarlijkse kost ‘Amort Inv’ van Electrabel16 80. In tabel 32 volgt een overzicht van de data met betrekking tot de berekening van de afschrijvingen zoals blijkt uit het rapporteringsmodel van Electrabel: Tabel 32: Gegevens van Electrabel voor de berekening van de afschrijvingen Eenheid Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal Afschrijvingen en Nettoboekwaarde per waardevermindering 31 december 2022 en voor het jaar 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] De gegevens van tabel 32 hebben betrekking op de 4 centrales voor hun aandeel in de productie ten belope van 89,81 %. 81. De CREG stelt vast dat Electrabel alle activa van de centrale Doel 3 (die werd stilgelegd conform de wettelijke bepalingen) heeft afgeschreven, maar ook een waardevermindering (ook ‘impairment’ genoemd) heeft geboekt op alle activa van Tihange 2, wat leidt tot een nettoboekwaarde van nul eind 2022. De centrale van Tihange 2 werd stilgelegd op 31 januari 2023. Na de controle van de CREG worden de gegevens van Electrabel gecorrigeerd met volgende elementen: 16 - In beslissing (B)2078 over de vaststelling van de kosten werden bepaalde investeringen verworpen omdat ze vooruitliepen op een (mogelijke) verlenging van (bepaalde) centrales en geen verband hielden met de exploitatie van kerncentrales. Investeringen gedaan in het kader van een mogelijke verlenging in de periode voorafgaand aan de definitieve stilleggingsdatum worden afgewezen in overeenstemming met de redelijkheidcriteria die in de methodologie zijn uiteengezet17. Na verificatie bedraagt de nettoboekwaarde van deze investeringen [VERTROUWELIJK] op 31 december 2022 en een afschrijving van [VERTROUWELIJK] in 2022. - Het verwerpen van de impairment op het actiefbestanddeel ‘Spent Fuel and Seismic PSA’ dat “betrekking heeft op verschillende gemeenschappelijke installaties waarvan een deel is toegewezen aan Tihange 2” terwijl “het verdeeld moest worden over de verschillende Zie: Hoofdstuk 5.3.7.2.1 van de methodologie 17 Zie : § 74 van beslissing (B)2078 over het bepalen van de kosten : verwerping van een netto boekwaarde van [VERTROUWELIJK] Niet-vertrouwelijke versie 29/35 assets en waarvoor Electrabel in 2023 een herverdeling zal boeken in 2023” 18. De CREG verwerpt de impairment van [VERTROUWELIJK] op basis van volgende elementen : de kosten waarmee rekening wordt gehouden, zijn niet bestemd voor de bedoelde centrales en het ontbreken van het gebruik van een verdeelsleutel. De CREG aanvaardt een impairment op basis van 5 eenheden dus voor [VERTROUWELIJK] en verhoogt de netto boekwaarde van Doel 4 en Tihange 3 met hun aandeel in het actief. - Het verwerpen van de impairment op het actiefbestanddeel ‘STABILITÉ SOL POUR TRANSFER COMB USE’ aangezien een gedeelte van dit actiefbestanddeel wordt gerecupereerd door het actiefbestanddeel ‘RECUP – STABILITE SOL TFT COMB USE’ en dit bedrag niet in mindering wordt gebracht. De CREG corrigeert een impairment van [VERTROUWELIJK] en verhoogt de nettoboekwaarde voor hetzelfde bedrag. - Het verwerpen van de impairment op de terreinen van Doel 3 en Tihange 2 aangezien deze kosten niet verbonden zijn aan de exploitatie van de centrales maar het gevolg zijn van de wens van de nucleaire uitbater om de nettoboekwaarde op nul te zetten. Na het stilleggen van de centrales zal de uitbater nog gebruik maken van deze terreinen en/of ze verkopen. De CREG verwerpt dus een impairment van [VERTROUWELIJK]. - Aanpassing van de totale netto boekwaarde met de waarde van terreinen aangezien hierop geen afschrijvingen worden berekend. De terreinen van de centrales Doel 4 en Tihange 3 hebben een netto-boekwaarde van [VERTROUWELIJK]. Ingevolge deze correcties evolueren de gegevens van tabel 32 als volgt: Tabel 33: Gegevens met betrekking tot berekening van de afschrijvingen na correctie CREG Eenheid Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal Afschrijvingen en Nettoboekwaarde per waardevermindering 31 december 2022 en voor het jaar 2022 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 82. Om een dubbeltelling te vermijden van de afschrijvingen Electrabel en de afschrijvingen Pax Electrica II (hierna ook: PEII) van Luminus wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen de aanschaffingswaarde van de investeringen voor de datum van verkoop van 250 MW aan Luminus en de aanschaffingswaarde van de investeringen na de datum van verkoop van 250 MW aan Luminus. 83. In het jaar 2009 heeft Luminus 250 MW productiecapaciteit gekocht van Electrabel waardoor het aandeel in de productie van Luminus verhoogd werd van 4 % naar 10,193 %. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 7.3.7.2 worden de afschrijvingen op deze aanschaffing van 250 MW opgenomen in de gecorrigeerde afschrijvingen van Luminus Pax Electrica II. De afschrijvingen van Luminus Pax Electrica II worden toegevoegd omdat Luminus een meerprijs betaald heeft bij de aanschaffing van 250 MW. Aangezien het niet mogelijk is om een splitsing te maken in deze aanschaffingswaarde van Luminus tussen de betaalde meerprijs en de oorspronkelijke aanschaffingswaarde van Electrabel, gebeurt de correctie op basis van een berekening van de investeringen van Electrabel. 18 Vrije vertaling van : « est relatif à différents communs dont une partie est affectée à Tihange 2 » tandis « qu’il devrait être réparti sur les assets concernés et pour lequel Electrabel fera sa répartition dans la comptabilité en 2023 » Niet-vertrouwelijke versie 30/35 Aan de hand van de omschrijving van de investeringen in de afschrijvingstabel heeft de CREG volgende onderverdeling gemaakt en de afschrijvingen berekend per categorie voor de jaren N-1, N en N+1. Tabel 34: Berekening van de jaarlijkse afschrijvingskost Eenheid Afschrijvingen en Years i , N = aantal waardevermindering jaren van Nettoboekwaarde per Datum definitieve en voor het jaar 1/1/2023-datum 31 december 2022 stillegging 2022(= Amort Inv, i , Ndefinitieve stillegging 1) Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Investeringen periode voor PEII [VERTROUWELIJK] 01/10/2022 [VERTROUWELIJK] 01/07/2025 [VERTROUWELIJK] 01/02/2023 [VERTROUWELIJK] 01/09/2025 [VERTROUWELIJK] Investeringen periode na PEII [VERTROUWELIJK] 01/10/2022 [VERTROUWELIJK] 01/07/2025 [VERTROUWELIJK] 01/02/2023 [VERTROUWELIJK] 01/09/2025 [VERTROUWELIJK] Totaal investeringen [VERTROUWELIJK] 01/10/2022 [VERTROUWELIJK] 01/07/2025 [VERTROUWELIJK] 01/02/2023 [VERTROUWELIJK] 01/09/2025 [VERTROUWELIJK] Amort Inv i , N Amort Inv i , N+1 0,00 [VERTROUWELIJK] 2,50 [VERTROUWELIJK] 0,08 [VERTROUWELIJK] 2,67 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 0,00 [VERTROUWELIJK] 2,50 [VERTROUWELIJK] 0,08 [VERTROUWELIJK] 2,67 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 0,00 [VERTROUWELIJK] 2,50 [VERTROUWELIJK] 0,08 [VERTROUWELIJK] 2,67 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 84. De jaarlijkse afschrijvingen voor de jaren N-1, N en N+1 worden vervolgens berekend voor het aandeel in de productie van Electrabel. Voor de berekening van de kost voor het aandeel in de productie wordt voor de investeringen voor PEII eerst een berekening gemaakt naar 100 % die nadien verminderd wordt met 6,19 % van deze 100 % waarde. De afschrijvingen van Luminus Pax Electrica II bevatten immers reeds deze 6,19 % van de investeringen. De investeringen in de periode na PEII worden op basis van de coëfficiënt van het aandeel in de productie van 89,81 % berekend naar 100 %. Tabel 35: Berekening voor een kostenbasis van het aandeel in de productie EBL (Cd) Investeringen voor PEII Oorspronkelijke investering Kost aandeel in de productie Correctie gedeelte PEII Gecorrigeerde kost aandeel in de productie Investeringen na PEII Oorspronkelijke investering Kost aandeel in de productie Totaal 7.3.7.2. Amort Inv I, N-1 Amort Inv I, N Amort Inv I, N+1 89,81% [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] 100% [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] -6,19% [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] Totaal [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Amort Inv I, N-1 Amort Inv I, N Amort Inv I, N+1 Totaal 89,81% [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 100% [VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK][VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Berekening van de gecorrigeerde afschrijvingen van Luminus in het kader van Pax Electrica II 85. Luminus heeft in haar rapporteringsmodel volgende informatie gegeven over de bijkomende afschrijvingen in het kader van de Pax Electrica II. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de waarden met en zonder bijkomende aanschaffingskosten. Niet-vertrouwelijke versie 31/35 Tabel 36: Overzicht van de investeringen Luminus in het kader van Pax Electrica II Afschrijvingen en Afschrijvingen en Nettoboekwaarde waardevermindering Nettoboekwaarde per waardeverminderingen per 31 december en voor het jaar 31 december 2022 voor het jaar 2022 2022 2022 (zonder (zonder kosten) kosten) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Eenheid Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal 86. Na controle heeft de CREG de netto-boekwaarde aangepast door het bedrag te verminderen met de waarde van de terreinen die niet worden afgeschreven. Tabel 37: Gegevens met betrekking tot berekening van de afschrijvingen na correctie CREG Eenheid Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal 87. Afschrijvingen en Nettoboekwaarde waardeverminderinge per 31 december n voor het jaar 2019 2019 (zonder (zonder kosten) kosten) [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Op basis van deze gegevens worden de afschrijvingen voor Pax Electrica II als volgt berekend: Tabel 38: berekening van de afschrijvingen Pax Electrica II Eenheid Doel 3 Doel 4 Tihange 2 Tihange 3 Totaal 7.3.7.3. Afschrijvingen en Years i, N = aantal Nettoboekwaarde waardeverminderinge Datum definitieve jaren van 1/1/2023per 31 december n voor het jaar 2022 (= stillegging datum definitieve 2022 Amort Inv, i, N-1) stillegging [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Amort Inv i, N Investeringen Luminus Pax Electrica II [VERTROUWELIJK] 01/10/2022 0,00 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 01/07/2025 2,50 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 01/02/2023 0,08 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 01/09/2025 2,67 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Amort Inv i, N+1 Totaal Amort Inv i, N-1, N, N+1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Berekening van de kost per jaar 88. De berekening van de kost per jaar herleidt de afschrijvingskosten (CAmortn) van elk jaar naar een kost voor 4 centrales door kostenverminderingsfactoren te gebruiken. Aangezien de kosten worden berekend op basis van de werkelijke afschrijvingen voor het jaar 2022 en de nettoboekwaarde op 31 december 2022 om de kosten Amort N en Amort N+1 te bepalen, worden de verminderingsfactoren voor de jaren 2022, 2023 en 2024 gebruikt. De verminderingsfactoren voor de jaren 2022, 2023 en 2024 worden als volgt berekend: Niet-vertrouwelijke versie 32/35 Tabel 39: berekening van de verminderingsfactoren voor de afschrijvingen voor de jaren 2022, 2023 en 2024 Verminderingsfactoren van de vaste kosten aantal dagen 4 eenheden aantal dagen 3 eenheden aantal dagen 2 eenhden aantal dagen verminderingsfactor 4 eenheden verminderingsfactor 3 eenheden verminderingsfactor 2 eenheden verminderingsfactor van het jaar 89. 2022 2023 2024 273 92 0 365 100% 80% 60% 94,96% 0 31 334 365 100% 80% 60% 61,70% 0 0 366 366 100% 80% 60% 60,00% De berekening van de kost per jaar gebeurt op basis van de tabellen 38 en 39. Tabel 40: Berekening van de kost per jaar Afschrijvingen en waardeverminderingen voor het jaar 2022 (= Amort Inv, i, N-1) Omschrijving Kost voor het aandeel in de productie EBL (Cd) Gecorrigeerde afschrijvingen Luminus Pax Electrica II Totaal van de afschrijvingen 4 centrales, 3 jaren Coef n Berekening kost per jaar [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Amort Inv i, N Amort Inv i, N+1 Totaal Amort Inv i, N-1, N, N+1 [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] 94,96% 61,70% 60,00% [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] Volgens § 156 van de methodologie is de basiskost gelijk aan de berekening van de kost per jaar 7.3.7.4. Berekening van de herziene kost 89. De herziene kost Cr is het gemiddelde van de basiskost Cb die wordt berekend op basis van de referentieperiode van drie jaren. Tabel 41: Berekening van de herziene kost Kost per jaar 2023-2025 Basiskost = kost per jaar Totaal van de afschrijvingen 4 centrales, 3 jaren 7.4. [VERTROUWELIJK] Herziene kost 2023 [VERTROUWELIJK] SAMENVATTING VAN DE VASTE KOSTEN 90. In volgende tabel wordt een samenvatting gemaakt van de herziene vaste kosten zoals besproken in de hoofdstukken 7.1 tot 7.3. De herziene kosten zijn berekend met de verminderingsfactoren en op basis van de consumptieprijsindex van de maand januari 2022 en hebben betrekking op de uitbating van vier centrales. Niet-vertrouwelijke versie 33/35 Tabel 42: Overzicht van de herziene vaste kosten Herziene kosten 2023 Vaste kosten (in €)
  82. a)Aankoop van energie
  83. b)O&M
  84. c)Revisies (normale periodieke herziening)
  85. d)Grote werkzaamheden
  86. e)Ondersteunende diensten
  87. f)Verzekeringen Verzekeringskosten Inkomsten uit verzekeringen
  88. g)Vaste netvergoedingen vaste vergoedingen en/of injectietarieven Opbrengsten uit nevendiensten
  89. h)Niras
  90. i)Personeel
  91. j)Afschrijvingen
  92. k)Provisies
  93. l)Belastingen en heffingen
  94. m)Algemene kosten voor de centrale diensten van de kernexploitant m2) Algemene kosten van de vennootschappen bedoeld in artikel 24 §1 Totaal vaste kosten voor vier centrales 8. [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] [VERTROUWELIJK] CONCLUSIE Gelet op artikel 14, § 8, leden 23 en 25 van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage; Gelet op de beslissing (B)1964 van 30 januari 2020 bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2020 tot 2026; Gelet op de beslissing (B)2066 van 2 april 2020 tot wijziging van de beslissing (B)1964 bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2020 tot 2026; Overwegende dat de exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage, overeenkomstig artikel 14, § 8, lid 27 van voormelde wet, de jaarlijkse gedragen kosten van de voorgaande jaren hebben meegedeeld; Overwegende dat de CREG, overeenkomstig artikel 14, § 8, lid 23 van de wet van 11 april 2003, de vaste en variabele kosten, bedoeld in Afdeling 5 van de bijlage bij deze wet, heeft gecontroleerd en een driejaarlijkse herziening van de vaste en variabele kosten heeft uitgevoerd voor de jaren 2023 tot 2025; Niet-vertrouwelijke versie 34/35 Overwegende dat de driejaarlijkse herziening werd uitgevoerd overeenkomstig de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2023 tot 2026; Overwegende dat de basis van de variabele en vaste kosten berekend werd overeenkomstig voormelde (wettelijke) bepalingen en dat deze waarden niet gebruikt mogen worden voor andere doeleinden; Beslist de CREG, dat op basis van de uitgevoerde controles, de kosten van de driejaarlijkse periode 2023-2025 als volgt zijn vastgelegd: - de variabele kosten bedragen € 11,3581/MWh - de vaste kosten bedragen € 936.084.681 per jaar op basis van de consumptieprijsindex van de maand januari 2022 en voor de uitbating van vier centrales.  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Andreas TIREZ Directeur Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 35/35

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.