← België

Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de type-overeenkomst voor hersteldiensten (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaard

(B)2557 8 juni 2023 Beslissing over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de type-overeenkomst voor hersteldiensten (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden) voor de periode 2024-2026 Artikel 4

(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet en artikel 3, §§1, 2 en 4, van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4
  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 6 1.
  2. Europees recht ........................................................................................................................ 6 1.
  3. De gedragscode ..................................................................................................................... 11 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 13 2.
  4. Algemeen............................................................................................................................... 13 2.
  5. Raadpleging ........................................................................................................................... 14 BEOORDELING ............................................................................................................................... 16 3.
  6. Voorafgaand .......................................................................................................................... 16 3.
  7. Recht van toegang en goedkeuringscriteria.......................................................................... 16 3.2.
  8. Recht van toegang tot het transmissienet .................................................................... 16 3.2.
  9. Goedkeuringscriteria ..................................................................................................... 17 3.
  10. Algemene opmerkingen bij het huidige voorstel van Elia ..................................................... 26 3.3.
  11. Structuur van de type-overeenkomst ........................................................................... 26 3.3.
  12. Aanbestedingsprocedures voor hersteldiensten .......................................................... 27 3.3.
  13. De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden” ................................................... 27 3.3.
  14. De voorwaarde te beschikken over een OPA-contract ................................................. 27 3.
  15. Onderzoek van het gevolg dat Elia geeft aan de opmerkingen van de CREG in de Beslissing (B)2049 .............................................................................................................................................. 28 3.
  16. Artikelsgewijze commentaar en onderzoek naar het gevolg dat Elia geeft aan de opmerkingen van marktpartijen ....................................................................................................... 31 3.5.
  17. Deel I – Doel van het contract ....................................................................................... 32 3.5.
  18. Deel III – Specifieke voorwaarden voor de black-startdiensten.................................... 33 3.5.2.
  19. Artikel III.1 – Definities .......................................................................................... 33 3.5.2.
  20. Artikel III.2 – Algemene bepalingen en Bijlage 5 ................................................... 33 3.5.2.
  21. Artikel III.3 – Voorwaarden voor BS Herstelinstallaties ........................................ 33 3.5.2.
  22. Artikel III.4 – Levering van de Black-Startdienst .................................................... 34 3.5.2.
  23. Artikel III.5 – Uitwisseling van gegevens betreffende de uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten ............................................................................................................ 34 3.5.2.
  24. Artikel III.6 – Conformiteitstest van de Black-Start Herstelinstallaties en de verwijdering van Bijlage 7 ......................................................................................................... 35 3.5.2.
  25. Artikel III.7 – Vergoeding en Bijlage 1.................................................................... 35 3.5.2.
  26. Artikel III.8 – Schadebeding wegens niet-uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten ......................................................................................................................... 36 3.5.2.
  27. Artikel III.9 – Indexering van de vergoeding voor de Black-Startdienst ................ 36 3.5.2.
  28. Artikel III.11 – Looptijd van het Contract .............................................................. 36 Niet-vertrouwelijk 2/40
  29. 3.5.2.
  30. Bijlage 4 ................................................................................................................. 37 3.5.2.
  31. Bijlage 6 ................................................................................................................. 37 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 5 ............................................................................................................................................... 40 BIJLAGE 6 ............................................................................................................................................... 40 Niet-vertrouwelijk 3/40 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet (hierna: de Europese netcode E&R) en artikel 3, §§1, 2 en 4, van de gedragscode van de CREG van 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer (hierna: de gedragscode), de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van de NV Elia Transmission Belgium (hierna: Elia) van de Specifieke Voorwaarden van de modaliteiten en voorwaarden van toepassing op de contractuele aanbieders van hersteldiensten (“T&C RSP”). Deze aanvraag werd door Elia per brief van 8 mei 2023 bij de CREG ingediend. Van naderbij bekeken betreft deze aanvraag de goedkeuring van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor het sluiten van black-startcontracten in de periode 2024-2026 met uitzondering van het deel II – Algemene Voorwaarden. Deze aanvraag betreft naast deel III - Specifieke Voorwaarden van de type-overeenkomst voor hersteldiensten ook de preambule, deel I - Doel van het contract en de Bijlagen bij deze type-overeenkomst, zodat de CREG er hierna (en op de eerste pagina van deze beslissing) de voorkeur aan geeft dit voorstel van Elia alsdudanig (en dus op meer volledige wijze) te benoemen. De type-overeenkomst voor hersteldiensten met de voorwaarden om op te treden als aanbieder van de hersteldiensten op contractbasis werd een eerste maal door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B)2049 van 5 maart
  1. In deze beslissing (B)2049 geeft de CREG aan dat de huidige voorwaarden van toepassing zijn tot eind 2023 en dat een nieuwe versie ter goedkeuring moet worden voorgelegd voor de periode vanaf
  2. Elia heeft voorafgaand aan de indiening van dit voorstel van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor de periode 2024-2026 (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden) informeel overleg gepleegd met de CREG en een openbare raadpleging gehouden van 10 maart tot 10 april
  3. Het voorstel wordt ingediend in het Nederlands en het Frans. De antwoorden die Elia tijdens de voornoemde raadpleging ontving en het verslag waarin Elia antwoordt op de opmerkingen van marktpartijen worden aan het aanvraagdossier toegevoegd (in het Engels). Eveneens wordt een begeleidende nota met toelichting bij het voorstel aan de aanvraag toegevoegd (in het Engels). Wat betreft deel II – Algemene Voorwaarden deelt Elia mee dat deze, na openbare raadpleging, ter goedkeuring werden voorgelegd aan de CREG op 14 april 2022 en recent werden goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B) 2527 van de CREG van 30 maart
  4. Elia voegt toe dat, eens het huidige voorstel is goedgekeurd, Elia de specifieke voorwaarden zal integreren in de type-overeenkomst voor hersteldiensten met inbegrip van de versie van de algemene voorwaarden die recent door de CREG werden goedgekeurd. Verder deelt Elia mee dat zij de eerstvolgende aanbestedingsprocedure voor black-startdiensten in juni 2023 wenst te starten teneinde tijdig over black-startdiensten te beschikken voor de jaren
  5. Elia wijst erop dat de goedkeuring van de type-overeenkomst voor hersteldiensten nodig is alvorens de aanbestedingsprocedure van start kan gaan. Niet-vertrouwelijk 4/40 Het directiecomité van de CREG heeft de huidige beslissing over het voorstel van de typeovereenkomst voor hersteldiensten voor de periode 2024-2026 (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden), meer bepaald de versies ingediend in het Nederlands en het Frans door Elia per brief van 8 mei 2023, genomen tijdens zijn vergadering van 8 juni
  6. Het aanvraagdossier van Elia vormt een bijlage bij deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 5/40
  7. WETTELIJK KADER 1.
  8. EUROPEES RECHT
  9. Artikel 1 van de Europese netcode E&R1 bepaalt dat om de operationele veiligheid te waarborgen, de verspreiding of verergering van een incident tegen te gaan en aldus een wijdverbreide storing en black-outtoestand te vermijden, en om het elektriciteitssysteem efficiënt en snel te herstellen in geval van een nood- of black-outtoestand, een netcode wordt vastgesteld met gedetailleerde voorschriften inzake: “a) het beheer van de nood-, black-out- en hersteltoestanden door de TSB's2; b) de coördinatie van het systeembeheer in de gehele Unie in nood-, black-out- en hersteltoestanden; c) de simulaties en tests ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand; d) de instrumenten en inrichtingen ter waarborging van het betrouwbare, efficiënte en snelle herstel van geïnterconnecteerde transmissiesystemen in nood- of black-outtoestand naar normale toestand.”
  10. De Europese netcode E&R voorziet onder meer in het opstellen door de transmissiesysteembeheerder (TSB) van een systeembeschermingsplan en een herstelplan en in het ter goedkeuring voorleggen aan de regulator van een reeks van voorstellen. Met toepassing van artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R zal iedere TSB meer bepaald de desbetreffende regelgevende instantie in overeenstemming met artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG de volgende voorstellen ter goedkeuring voorleggen: “
  1. a)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
  2. b)de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, overeenkomstig lid 4;
  3. c)de lijst van SNG's3 die verantwoordelijk zijn voor de toepassing op hun installaties van de maatregelen die voortvloeien uit de verplichte eisen bedoeld in Verordeningen (EU) 2016/631, (EU) 2016/1388 en (EU) 2016/1447 en/of nationale wetgeving, en een lijst van door die SNG's toe te passen maatregelen zoals bepaald door de TSB's in artikel 11, lid 4, onder c), en artikel 23, lid 4, onder c);
  4. d)de lijst van in artikel 11, lid 4, onder d), en artikel 23, lid 4, onder d), bedoelde significante netgebruikers met hoge prioriteit of de beginselen die voor de vaststelling daarvan worden toegepast, en de voorwaarden voor het ontkoppelen en reactiveren van netgebruikers met hoge prioriteit, tenzij dit door de nationale wetgeving van lidstaten is bepaald;
  5. e)de overeenkomstig artikel 36, lid 1, opgestelde regels voor de opschorting en het herstel van marktactiviteiten;
  6. f)specifieke regels voor onbalansverrekening en verrekening van balanceringsenergie in het geval van opschorting van marktactiviteiten, overeenkomstig artikel 39, lid 1; 1 een Europese verordening en dus rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat Transmissiesysteembeheerders 3 Significante netgebruikers 2 Niet-vertrouwelijk 6/40
  7. g)het testplan, overeenkomstig artikel 43, lid 2.” Artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R voorziet dat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van beschermingsdiensten en als aanbieder van hersteldiensten ofwel in het nationale rechtskader of op contractuele basis worden vastgesteld. Indien deze op contractuele basis worden vastgesteld, werkt elke transmissiesysteembeheerder uiterlijk op 18 december 2018 een voorstel voor de desbetreffende voorwaarden uit, waarin ten minste het volgende wordt bepaald: “
  1. a)de kenmerken van de aan te bieden dienst;
  2. b)de mogelijkheid tot en voorwaarden voor aggregatie, en
  3. c)wat aanbieders van hersteldiensten betreft, de beoogde geografische spreiding van energiebronnen met black-start- en eilandbedrijfgeschiktheid.” 3. Indien een lidstaat dit zo heeft bepaald, kunnen de in artikel 4
(2), onder
  1. a)t/m
  2. d)en onder g), bedoelde voorstellen ter goedkeuring worden voorgelegd aan een andere instantie dan de regelgevende instantie (artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R). Door middel van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (meer bepaald artikel 259) wordt de bevoegdheid om de voorstellen van de netbeheerder bedoeld in artikel 4
(2)(c), (
  1. d)en (
  2. g)van de Europese netcode E&R goed te keuren aan de federale minister bevoegd voor energie toegekend. In deze goedkeuringsprocedure door de federale minister bevoegd voor energie is weliswaar voorzien dat de CREG om een voorafgaand advies wordt gevraagd. 4. Het voorstel dat het voorwerp van de huidige beslissing uitmaakt, bevat de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, bedoeld in artikel 4
(2)(
  1. b)van de Europese netcode E&R, waarvoor de CREG bevoegd blijft. Artikel 223 van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”) bepaalt dat het geheel van ondersteunende diensten volgende diensten omvat: “1° balanceringsdiensten: de frequentiebegrenzingsreserves overeenkomstig Titel 5 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; de frequentieherstelreserves, met automatische activering en manuele activering overeenkomstig Titel 6 van deel IV van de Europese richtsnoeren SOGL; 2° de andere ondersteunende
  2. a)de regeling van de spanning en van het reactief vermogen; diensten:
  3. b)het congestiebeheer;
  4. c)de diensten voor herstel waaronder de black-startdienst;
  5. d)de beschermingsdiensten; 3° elke eventuele andere ondersteunende dienst behorend tot een van de twee categorieën van 1° en 2° die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netwerkcodes en richtsnoeren en betreffende de goedkeuring van de commissie, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren.” (eigen nadruk) Niet-vertrouwelijk 7/40 De (enige) dienst op contractbasis op federaal niveau die momenteel is voorzien voor het herstel van het net is de black-startdienst. De black-startdienst wordt in artikel 2, 70°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna “de elektriciteitswet”) gedefinieerd als “de black-startdienst, gedefinieerd in het technisch reglement, die het heropstarten van het systeem na een instorting ervan mogelijk maakt”. Artikel 2, §1, 54°, van het koninklijk besluit van 22 april 2019 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe (hierna “het federaal technisch reglement”) preciseert dat men onder " black-startdienst " verstaat, “de dienst voorzien door productie-eenheden die over black-start-mogelijkheden beschikken in de zin van artikel 2, tweede alinea, 45., van de Europese netwerkcode RfG, die één van de mogelijke nethersteldiensten vormt”4. Tot voor kort bevatte artikel 12quinquies van de elektriciteitswet de procedure voor de aankoop van ondersteunende diensten door de netbeheerder. De wet van 23 oktober 20225 heeft, met ingang op 26 oktober 2022, dit artikel 12quinquies opgeheven en in een nieuwe regeling voorzien door de invoeging van een nieuw artikel 8, §1/1, in de elektriciteitswet en door te voorzien in een overgangsbepaling in artikel 30. Artikel 8, §1/1, van de elektriciteitswet6 bepaalt thans het volgende aangaande de aankoop van ondersteunende diensten: “Bij de uitvoering van de taak bedoeld in de bepaling onder 2° bis, van het derde lid in paragraaf 1, koopt de netbeheerder balanceringsdiensten onder voorwaarde van:
  6. a)transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;
  7. b)de deelname van alle in aanmerking komende elektriciteitsbedrijven en marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons doen, beheerders van energieopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen. Voor de toepassing van de bepaling onder
  8. b)van het eerste lid stelt de commissie, op voorstel van de netbeheerder opgemaakt na raadpleging van de marktspelers, in de gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, technische vereisten op voor deelname aan deze markten op basis van de technische kenmerken van dergelijke diensten. Het eerste en het tweede lid zijn ook van toepassing op de verstrekking van nietfrequentiegerelateerde ondersteunende diensten door netbeheerders, tenzij de commissie op basis van een evaluatieverslag, dat op haar website wordt gepubliceerd, tot het oordeel is gekomen, dat de marktgebaseerde verstrekking van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten niet in overeenstemming is met de voorwaarden voor de verstrekking van ondersteunende diensten zoals bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, en een afwijking van deze beginselen heeft toegestaan. 4 De term „black-startmogelijkheden” in artikel 2, tweede lid, 45), van de verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net luidt als volgt: “de capaciteit van een elektriciteitsproductie-eenheid om zich te herstellen na een totale afschakeling, met behulp van een daarvoor specifiek bestemde noodvoeding zonder enige levering van elektrische energie van buiten de elektriciteitsproductie-installatie;”. 5 Wet van 23 oktober 2022 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU. 6 Dit artikel houdt de omzetting in van artikel 40, punten 4 en 5, van Richtlijn 2019/944 (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (herschikking). Niet-vertrouwelijk 8/40 De gedragscode bedoeld in artikel 11, § 2, bepaalt de nadere regels van deze afwijking. Deze nadere regels kunnen desgevallend de mogelijkheid inhouden om af te wijken van artikel V.2. van het Wetboek van economisch recht. De netbeheerder stimuleert de toepassing van energie-efficiëntiemaatregelen wanneer deze de noodzaak wegnemen om de elektriciteitscapaciteit op kosteneffectieve wijze uit te breiden of te vervangen, en wanneer zij een efficiënte en veilige werking van het transmissiesysteem ondersteunen. De commissie keurt op voorstel van de netbeheerder de producten en aanbestedingsprocedures voor niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten goed overeenkomstig haar bevoegdheid krachtens artikel 23, § 2, 51°. De in het vierde lid bedoelde verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten te kopen, is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten. De netbeheerder koopt de energie die hij gebruikt om energieverliezen te dekken en om een reservecapaciteit in het net in stand te houden volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures.” Artikel 30 van de voornoemde wet van 23 oktober 2022 bevat de volgende overgangsbepaling: “Onverminderd artikel 8, § 1, derde lid, 2°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, kan de commissie, indien zij op basis van een door de netbeheerder ingediend verslag zoals bedoeld in het tweede lid van oordeel is dat één of meerdere van de offertes kennelijk onredelijk zijn, in het belang van de voorzieningszekerheid een bindende beslissing opleggen tot openbare dienstverplichting in afwijking van artikel V.2. van het Wetboek van Economisch Recht, die betrekking heeft op het volume en de prijzen van de niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten van de betrokken aanvragers, voor elke aanbestedingsprocedure voor de aankoop van de nietfrequentie gerelateerde ondersteunende diensten die: 1° lopende is op het moment van inwerkingtreding van deze wet; 2° georganiseerd wordt tussen de inwerkingtreding van deze wet en 1 juli 2024, of; 3° voor 1 juli 2024 is opgestart en na 1 juli 2024 nog niet is afgesloten. De netbeheerder informeert voor elke aanbestedingsprocedure voor de aankoop van de niet-frequentie gerelateerde ondersteunende diensten, de commissie op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen. De bindende beslissing, bedoeld in het eerste lid, mag niet langer duren dan de oorspronkelijke duur van het aanbod dat kennelijk onredelijk werd geacht. Indien de commissie een bindende beslissing neemt, bedoeld in het eerste lid, informeert zij daarvan de Kamer van volksvertegenwoordigers.” De ondersteunende diensten, waaronder de hersteldiensten met inbegrip van de black-startdienst, worden derhalve (vooralsnog) op contractuele basis verstrekt, waardoor Elia gehouden is een voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis uit te werken. Niet-vertrouwelijk 9/40 5. Artikel 4
(3)van de Europese netcode E&R bepaalt verder de termijn voor goedkeuring van de in artikel 4
(2)van de Europese netcode E&R bedoelde voorstellen: “Regelgevende instanties en overeenkomstig dit lid door de lidstaten aangewezen instanties nemen binnen zes maanden na de datum van indiening door de TSB een besluit over de in lid 2 bedoelde voorstellen”. De CREG is derhalve gehouden een beslissing over het voorstel te nemen binnen een termijn van zes maanden na de datum van indiening ervan door de transmissiesysteembeheerder. Artikel 4
(7)van de Europese netcode E&R bepaalt nog het volgende in verband met de wijziging van onder meer de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis: “Indien een TSB van mening is dat een wijziging van de documenten, goedgekeurd overeenkomstig lid 3, noodzakelijk is, dan zijn de vereisten van de leden 2 tot en met 5 van toepassing op de voorgestelde wijziging. TSB's die een wijziging voorstellen, houden in voorkomend geval rekening met de legitieme verwachtingen van de eigenaars van elektriciteitsproductie-installaties, eigenaars van verbruikersinstallaties en andere betrokken partijen, op basis van de initieel gespecificeerde en overeengekomen eisen of methodologieën.” 6. Bij de toepassing van de Europese netcode E&R zorgen de lidstaten, regelgevende instanties, bevoegde entiteiten en systeembeheerders ervoor dat zij (artikel 4
(1)van de Europese netcode E&R): “
  1. a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
  2. b)de transparantie waarborgen;
  3. c)optimaliseren wat betreft de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
  4. d)erop toezien dat de TSB's bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van het netwerk zo veel mogelijk gebruikmaken van marktwerking;
  5. e)de technische en juridische beperkingen, alsook deze met betrekking tot persoonlijke veiligheid en beveiliging, naleven;
  6. f)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist bij de nationale wetgeving;
  7. g)de relevante DSB's7 raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen, en
  8. h)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties.” 7. Met toepassing van artikel 54 van de Europese netcode E&R moeten alle relevante clausules in contracten en algemene voorwaarden van TSB’s, DSB’s en SNG’s die verband houden met systeembeheer, voldoen aan de vereisten van deze verordening. Daartoe worden deze contracten en algemene voorwaarden dienovereenkomstig gewijzigd. 7 distributiesysteembeheerders Niet-vertrouwelijk 10/40 1.2. DE GEDRAGSCODE 8. De gedragscode bevat tevens een aantal bepalingen betreffende hersteldiensten, die hierna worden weergegeven8. “Art. 225. De transmissienetbeheerder verwerft de benodigde hersteldiensten in overeenstemming met het herstelplan. Indien de wijziging van het herstelplan als gevolg heeft dat een nieuwe of gewijzigde typeovereenkomst voor hersteldiensten bedoeld in artikel 3 nodig is, legt de transmissienetbeheerder tijdig een voorstel daartoe ter goedkeuring aan de CREG voor teneinde de kalender voor toepassing van de hersteldiensten voorzien in het herstelplan alsmede de beslissingstermijn voor de CREG bedoeld in artikel 4.3 van de Europese netcode E&R te respecteren. Art. 226. § 1. Elke transmissienetgebruiker kan op vrijwillige basis aan de transmissienetbeheerder hersteldiensten op één of meerdere installaties aanbieden, onverminderd het recht voor de transmissienetbeheerder bedoeld in artikel 15.5, a), ii), van de Europese netcode Rfg. § 2. De deelname van één of meerdere installaties van lokale transmissienetgebruikers, publieke distributienetgebruikers of CDS-gebruikers aan de hersteldienst, overeenkomstig de type-overeenkomst voor hersteldiensten, is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van hun lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder en aan de naleving van eventuele technische of operationele beperkingen voor de levering van de dienst opgelegd door deze lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder. De betrokken lokale transmissienetbeheerder, publieke distributienetbeheerder of CDS-beheerder kan, mits gepaste motivering, enkel limieten opleggen of deelname weigeren teneinde de veiligheid van zijn net te waarborgen. De modaliteiten voor de kennisgeving aan de transmissienetbeheerder van de toestemming van de lokale transmissienetbeheerder, de publieke distributienetbeheerder of de CDSbeheerder op wiens net de betrokken installaties zijn aangesloten en/of de modaliteiten voor de kennisgeving van de door hem opgelegde limieten dienen te worden opgenomen in de type-overeenkomst voor hersteldiensten. Art. 227. § 1. Hersteldiensten worden verstrekt, door een aanbieder van hersteldiensten die hetzij de netgebruiker zelf is, hetzij een derde is die daartoe gemachtigd werd door de netgebruiker aan de hand van de modelbijlage bij de type-overeenkomst voor hersteldiensten. § 2. In voorkomend geval informeert de netgebruiker de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning, wanneer deze niet de netgebruiker is, van het bestaan van contracten voor hersteldiensten betreffende zijn installaties en verstrekt hij hem alle relevante informatie in dat kader. 8 De gedragscode is inmiddels, in uitvoering van artikel 11, §2, van de elektriciteitswet, in de plaats gekomen van het federaal technisch reglement wat betreft de bepalingen daarin aangaande de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Dit gebeurde naar aanleiding van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 3 december 2020 waarbij België o.m. werd veroordeeld tot een niet-conforme omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, onder andere wat betreft artikel 37, paragraaf 6,
  9. a)tot c), en paragraaf 9, van deze richtlijn. De elektriciteitswet werd in dit kader aangepast door middel van de wet van 21 juli 2021 en deze laatstgenoemde wet geeft onder meer de bevoegdheid aan de CREG, per 1 september 2022, om een gedragscode vast te stellen. De CREG stelde deze gedragscode vast bij beslissing (B)2409 van 20 oktober 2022, https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2409 . Niet-vertrouwelijk 11/40 Art. 228. De type-overeenkomst voor hersteldiensten bedoeld in artikel 3, bevat, onverminderd artikel 4, §§ 1 en 5, ten minste: 1° de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4.2.
  10. b)en 4.4 van de Europese netcode E&R; 2° de oplijsting van de relevante informatie te bezorgen door de aanbieder van hersteldiensten aan de transmissienetbeheerder voor een correcte monitoring, vergoeding en activatie van de hersteldiensten; 3° een beschrijving van de eventuele schadebedingen en de omstandigheden waarin deze van toepassing zijn; 4° de voorwaarden waaraan de aanbieder van hersteldiensten moet voldoen om de kwalificatie als aanbieder van hersteldiensten te behouden tijdens de duur van het contract; 5° de regels voor de prekwalificatie van de installaties die hersteldiensten leveren; 6° de regels voor het bepalen van de beschikbaarheid van de hersteldienst; 7° de regels voor de vergoeding voor de aanbieding van een hersteldienst; 8° de bepalingen inzake de gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden die van toepassing zijn op de aanbieders van hersteldiensten.” 9. Met toepassing van artikel 3, §1, d), van de gedragscode worden onder meer de typeovereenkomsten voor het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder ter goedkeuring voorgelegd volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren. Tot deze overeenkomsten behoort de type-overeenkomst voor hersteldiensten. Met toepassing van artikel 3, §2, van de gedragscode geeft de transmissienetbeheerder zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De CREG neemt haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. Met toepassing van artikel 3, §4, van de gedragscode verduidelijken de ontwerpen van de overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. Het huidige voorstel van Elia van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor de periode 20242026 (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden), ingediend ter goedkeuring bij de CREG per brief van 8 mei 2023, vormt zowel (onderdeel van) het voorstel van de voorwaarden bedoeld in artikel 4
(2)(
  1. b)van de Europese netcode E&R als het voorstel van de type-overeenkomst voor hersteldiensten met toepassing van de artikelen 3, 4 en 228 van de gedragscode. Een verwijzing naar de Europese netcode E&R en de gedragscode is ook opgenomen onder “Overwegende hetgeen volgt” in het ter goedkeuring voorgelegde voorstel van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor de periode 2024-2026. 10. De overgangsbepaling in artikel 240 van de gedragscode voorziet voor Elia een termijn van achttien maanden9 volgend op de inwerkingtreding van de gedragscode om een voorstel met wijzigingen aan, onder andere, de type-overeenkomst voor hersteldiensten ter goedkeuring aan de CREG voor te leggen teneinde deze in overeenstemming te brengen met de bepalingen in de gedragscode. 9 De deadline voor Elia overeenkomstig de overgangsbepaling is 20 april 2024, tenzij de CREG zich uitdrukkelijk schriftelijk akkoord heeft verklaard met een latere datum (quod non in casu). Niet-vertrouwelijk 12/40 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 11. Op 11 april 2019 nam de CREG de ontwerpbeslissing (B)1928 over het initiële voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, ter goedkeuring ingediend door Elia per brief van 18 december 2018, ontvangen op 19 december 2018 (hierna: het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018), en maakte deze aan Elia over voor opmerkingen, die deze bezorgde per brief van 16 mei 2019. 12. Op 18 juni 2019 nam de CREG de beslissing (B)192810 over het initiële voorstel van Elia van 19 december 2018 (hierna: de beslissing van 18 juni 2019). De CREG besliste meer bepaald om dit initiële voorstel niet goed te keuren en dat Elia een aangepast voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis ter goedkeuring moest indienen in het Nederlands en/of Frans, na raadpleging daarover overeenkomstig artikel 7 van de Europese netcode E&R, waarin rekening zou worden gehouden met de opmerkingen van de CREG in deze beslissing. De CREG vroeg eveneens aan Elia om een begeleidende nota toe te voegen ter gelegenheid van de indiening van het aangepaste voorstel met een antwoord op de vragen naar toelichting van de CREG vervat in deze beslissing. Indien Elia van oordeel was dat zij geen rekening kon houden met bepaalde opmerkingen vervat in deze beslissing van de CREG, werd Elia gevraagd dit afdoende schriftelijk te motiveren ten aanzien van de CREG in de voornoemde begeleidende nota. De CREG heeft ook gevraagd aan Elia om deze begeleidende nota toe te voegen aan de raadpleging over het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis. De CREG heeft Elia tenslotte gevraagd om alles in het werk te stellen om een aangepast voorstel dat openbaar werd geraadpleegd, tijdig ter goedkeuring in te dienen met de intentie om over de goedgekeurde voorwaarden te beschikken op het ogenblik dat Elia een aanbestedingsprocedure zou lanceren voor de black-startcontracten met ingang vanaf 2021. 13. Het aangepaste voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis werd door Elia per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020 bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Per e-mail van 16 januari 2020 heeft Elia het per brief van 10 januari 2020 bezorgde consultatierapport vervangen door de meest recente versie van dit consultatierapport dd. 3 december 2019. Door middel van de beslissing (B)2049 van 5 maart 202011 keurde de CREG dit aangepaste voorstel goed. 10 Beslissing (B)1928 van 18 juni 2019 over het voorstel van Elia System Operator NV van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B1928NL.pdf 11 Beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 over het aangepaste voorstel van Elia Transmission Belgium NV van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis, met inbegrip van de typeovereenkomst voor hersteldiensten, ingediend per brieven van 20 december 2019 en 10 januari 2020, https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2049NL.pdf Niet-vertrouwelijk 13/40 14. Door middel van de beslissing (B)2527 van 30 maart 202312 keurde de CREG de wijzigingen van de algemene voorwaarden van de type-overeenkomsten voor de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet , de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet , de balanceringsdiensten FCR, de balanceringsdiensten mFRR en de hersteldiensten goed, voor onbepaalde termijn. 15. Het huidige voorstel van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026, uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden dat reeds door de CREG werd goedgekeurd (zie de vorige paragraaf van deze beslissing), werd door Elia, na openbare raadpleging van de marktpartijen, aan de CREG voorgelegd per brief van 8 mei 2023 (zie bijlage 2). Het dossier door Elia voorgelegd aan de CREG bevat de volgende documenten: - Finaal voorstel (in het Nederlands en in het Frans) van de type-overeenkomst voor hersteldiensten voor de periode 2024-2026 (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden) na verwerking van de reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging (hierna: het huidige voorstel van Elia of het huidige voorstel) (zie bijlage 1); - Documenten voorgelegd voor openbare raadpleging (zie bijlage 3): een voorstel van de typeovereenkomst voor hersteldiensten (uitgezonderd deel II – Algemene Voorwaarden) (in het Nederlands, Frans en Engels; inclusief versies met aangeduide wijzigingen) en een begeleidende nota (in het Engels); - Reacties van de marktdeelnemers op de openbare raadpleging (zie bijlage 4); - Consultatieverslag (zie bijlage 5); - Finaal voorstel met aangeduide wijzigingen sinds de versie voorgelegd voor openbare raadpleging (in het Nederlands) (zie bijlage 6). 2.2. RAADPLEGING 16. Artikel 7, getiteld “Openbare raadpleging”, van de Europese netcode E&R bepaalt dat de “relevante TSB's [lees: transmissiesysteembeheerders] de belanghebbenden raadplegen, inclusief de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat, over voorstellen waarvoor overeenkomstig de punten a), b), e),
  2. f)en
  3. g)van artikel 4, lid 2, goedkeuring moet worden verleend. De duur van de raadpleging bedraagt ten minste één maand.” Artikel 7 van de Europese netcode E&R bepaalt verder dat de “relevante TSB's naar behoren rekening houden met de standpunten die de belanghebbenden tijdens de raadplegingen hebben geformuleerd, alvorens zij het ontwerpvoorstel indienen. In alle gevallen wordt een duidelijke verklaring voor het al dan niet overnemen van de standpunten van de belanghebbenden gegeven en wordt deze verklaring op tijdige wijze vóór of gelijktijdig met de publicatie van de voorstellen bekendgemaakt.” 17. Artikel 3, §2, tweede zin, van de gedragscode bepaalt dat de ontwerpen van de typeovereenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen worden ingediend na publieke raadpleging door de transmissienetbeheerder, georganiseerd op zijn website. 12 Beslissing (B)2527 van 30 maart 2023 over het voorstel van Elia Transmission Belgium NV tot wijziging van de algemene voorwaarden van de type-overeenkomsten voor de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet (OPA), de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet (SA), de balanceringsdiensten FCR, de balanceringsdiensten mFRR en de hersteldiensten (RSP), https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2527NL.pdf . De titel van deze beslissing bevat een redactionele vergissing in zoverre de afkortingen “OPA” en “SA” van plaats werden verwisseld. Niet-vertrouwelijk 14/40 18. Elia heeft in dit kader een openbare raadpleging gehouden over het voorstel van de typeovereenkomst voor hersteldiensten (met uitzondering van Deel II – Algemene Voorwaarden) voor de periode 2024-2026 van 10 maart tot 10 april 2023. Elia heeft op 30 maart 2023 een workshop georganiseerd, per uitnodiging via de Users’ Group, om marktpartijen de gelegenheid te bieden verduidelijking te krijgen over eventuele vragen die zij zouden hebben over de documenten voorgelegd in deze openbare raadpleging. De antwoorden die Elia tijdens deze openbare raadpleging ontving en het consultatierapport van 8 mei 2023 worden aan het aanvraagdossier tot goedkeuring van het huidige voorstel van Elia toegevoegd. 19. Met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement zal het directiecomité van de CREG met het oog op het nemen van een beslissing, geen openbare raadpleging organiseren wanneer de netbeheerder reeds een effectieve openbare raadpleging organiseerde over het voorwerp van de beslissing van het directiecomité. In dat geval zorgt het directiecomité ervoor dat het geheel van documenten en informatie betreffende de raadpleging, de antwoorden alsmede een verslag waarin geantwoord wordt op de ontvangen opmerkingen, aan hem worden overgemaakt. Met toepassing van artikel 40, derde lid, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG wordt onder een “effectieve openbare raadpleging” begrepen een raadpleging op de website van de organisator ervan, waarbij alle partijen die geregistreerd zijn op deze website onverwijld per nieuwsbrief of e-mailbericht geïnformeerd worden van het lanceren van de raadpleging, die gemakkelijk toegankelijk is vanuit de startpagina van deze website, die voldoende gedocumenteerd is en die een redelijke antwoordtermijn laat. De door Elia georganiseerde openbare raadpleging in het kader van het huidige voorstel van Elia, die plaatsvond van 10 maart tot 10 april 2023, was volgens de CREG effectief aangezien deze plaatsvond op de website van Elia, alle partijen geregistreerd op deze website werden ingelicht van de lancering van de raadpleging, deze gemakkelijk toegankelijk was via de gebruikelijke webpagina “Publieke consultaties”, voldoende gedocumenteerd was en een redelijke antwoordtermijn voorzag van een maand. Het antwoord op de raadpleging en het consultatierapport van 8 mei 2023 werd door Elia aan de CREG bezorgd (bijlagen 4 en 5). Eveneens werd een begeleidende nota met toelichting bij het voorstel aan de openbare raadpleging en aan de aanvraag toegevoegd (bijlage 3). Het consultatierapport van Elia (p. 7) bevat ook een lijst van aanpassingen, met inbegrip van een korte motivering, die zij doorvoerde in het voorstel na afloop van de openbare raadpleging en die niet gerelateerd zijn aan reacties ontvangen in de openbare raadpleging. Aangezien het redactionele aanpassingen betreft, zoals de verbetering van de coherentie tussen de taalversies van de typeovereenkomst, het correct/consequent gebruik van de begrippen gedefinieerd in de typeovereenkomst zelf of in de gedragscode, de vervanging van een foutieve referentie naar het federaal technisch reglement door een referentie naar de gedragscode (die in de plaats is gekomen, zie voetnoot 8), of een wijziging om gevolg te geven aan een specifieke opmerking in de beslissing (B)2049 van de CREG, brengt dit de effectiviteit van de openbare raadpleging georganiseerd door Elia volgens de CREG niet in het gedrang. Deze aanpassingen komen in meer detail aan bod in delen 3.4 en 3.5 van deze beslissing. De CREG is bijgevolg van oordeel dat de openbare raadpleging gelet op de aard van de door Elia aangebrachte correcties voldoende gedocumenteerd blijft en bijgevolg geen nieuwe openbare raadpleging dient te worden georganiseerd door de CREG om deze aanpassingen voor te leggen aan de markt. De CREG wijst er wel op dat Elia in de toekomst nauwkeuriger dient te zijn in de redactie van voorstellen alvorens de openbare raadpleging van start gaat. Om die redenen heeft het directiecomité van de CREG op grond van artikel 23, §1, van zijn huishoudelijk reglement beslist om, in het kader van de huidige beslissing en met toepassing van artikel 40, eerste lid, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, zelf geen (nieuwe) openbare raadpleging te organiseren voorafgaand aan de huidige beslissing. 20. Elia heeft tijdens de voornoemde openbare raadpleging één reactie ontvangen van FEBEG (in het Engels). Deze reactie is aangeduid als niet-vertrouwelijk. Niet-vertrouwelijk 15/40 3. BEOORDELING 3.1. VOORAFGAAND 21. De type-overeenkomst voor hersteldiensten moet, met toepassing van artikel 228 van de gedragscode, een heel aantal elementen bevatten, waaronder “de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4.2.
  4. b)en 4.4 van de Europese netcode E&R”. De type-overeenkomst voor hersteldiensten bevat derhalve de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis (”terms and conditions for restoration service providers”) bedoeld in artikel 4.2.
  5. b)van de Europese netcode E&R en wordt door Elia en hierna ook aangeduid met de term “T&C RSP”. De aanbieder van de hersteldiensten wordt hierna ook aangeduid met de term “RSP”. 22. Met de term “ontwerpnota van Elia over de black-startdienst” wordt verwezen naar de studie van Elia van 20 december 2018 over deze dienst.13 3.2. RECHT VAN TOEGANG EN GOEDKEURINGSCRITERIA 3.2.1. Recht van toegang tot het transmissienet 23. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15 van de elektriciteitswet van openbare orde is. 24. Het recht van toegang tot het transmissienet is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Opdat er concurrentie op de elektriciteitsmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van elektriciteit kunnen kiezen, is het essentieel de eindafnemers, hun leveranciers en de producenten van elektriciteit gegarandeerd toegang tot het transmissienet hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. Hierbij komt dat het transmissienet een natuurlijk monopolie is gelet op de hoge sunk costs die de investeringen erin zijn : de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn niet aanwendbaar voor ander gebruik dan het vervoer van elektriciteit. Dit verklaart mede waarom artikel 8 van de elektriciteitswet geopteerd heeft voor een enkele netbeheerder van het federaal transmissienet. 25. Uit de artikelen 11 en 15 van de elektriciteitswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot het transmissienet onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode en de regulering van de transmissienettarieven bedoeld in respectievelijk de artikelen 11 en 12 van de elektriciteitswet. De gedragscode en de regulering van de transmissienettarieven beogen het recht van toegang tot het transmissienet in de feiten te realiseren. 26. Met de gedragscode beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van het transmissienet. Met deze gedragscode en dit reglement beoogt de wetgever ook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de netbeheerder anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de netbeheerder zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode de verplichtingen van de netbeheerder en de 13 Studie met als titel “Design note on restoration services” van 20 december 2018, https://www.elia.be//media/project/elia/elia-site/electricity-market-and-system---document-library/restoration-services---rsp-and-emergencysituations/2018/2018-design-note---future-restoration-services.pdf Niet-vertrouwelijk 16/40 netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de operationele en technische vertaling van het recht van toegang tot het transmissienet en derhalve eveneens van openbare orde. 27. De complexiteit van het beheer van het transmissienet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de netbeheerder aanbiedt. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de netbeheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de netbeheerder niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de netbeheerder van een wettelijk en natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale transmissienetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder deze regulering van de transmissienettarieven wordt immers het recht van toegang tot het transmissienet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge transmissietarieven het recht van toegang tot het transmissienet de facto uithollen. De regulering van de transmissienettarieven is dan ook van openbare orde. 28. Het recht van toegang wordt vertaald via de type-overeenkomsten. Deze type-overeenkomsten, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot het transmissienet en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van deze type-overeenkomsten door de CREG wijzigt de aard van deze contracten niet. In tegendeel, het belang van de type-overeenkomsten wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het transmissienet van de netbeheerder indien hij de toegangsprocedure heeft doorlopen en de betrokken typeovereenkomst ondertekent. 29. De type-overeenkomst mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot het transmissienet en kunnen deelnemen aan de ondersteunende diensten. 3.2.2. Goedkeuringscriteria 30. Met toepassing van artikel 3 van de gedragscode dient de netbeheerder de daarin opgesomde type-overeenkomsten evenals alle wijzigingen die hieraan worden aangebracht, aan de CREG ter goedkeuring voor te leggen: “Art. 3. § 1. Worden aan de goedkeuring van de CREG onderworpen, volgens de procedure van paragraaf 2 en onverminderd de Europese netcodes en richtsnoeren, de ontwerpen van type-overeenkomsten, evenals de wijzigingen ervan, voor:
  6. a)de aansluiting op het transmissienet;
  7. b)de toegang tot het transmissienet;
  8. c)de balanceringsverantwoordelijkheid;
  9. d)het verstrekken van ondersteunende diensten aan de transmissienetbeheerder;
  10. e)de programmaverantwoordelijkheid op het transmissienet;
  11. f)de verantwoordelijkheid voor de niet-beschikbaarheidsplanning op het transmissienet;
  12. g)de informatie-uitwisseling met de aanbieders van ondersteunende diensten en de leveranciers op het transmissienet;
  13. h)de samenwerking met de lokale transmissienetbeheerders en de publieke distributienetbeheerders, met inbegrip van het akkoord bedoeld in artikel 40, lid 7, van de Europese richtsnoeren SOGL. Niet-vertrouwelijk 17/40 § 2. De transmissienetbeheerder geeft zo vlug mogelijk kennis aan de CREG van de ontwerpen van overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1 en de hieraan aangebrachte wijzigingen. De ontwerpen van de type-overeenkomsten en de hieraan aangebrachte wijzigingen worden ingediend na publieke raadpleging door de transmissienetbeheerder, georganiseerd op zijn website. Onverminderd de bevoegdheden voor de CREG in de Europese netcodes en richtsnoeren, neemt de CREG haar beslissing tot goedkeuring, tot verzoek om herziening van bepaalde clausules of tot weigering van de goedkeuring, binnen een redelijke termijn. De transmissienetbeheerder publiceert de goedgekeurde typeovereenkomsten zo snel mogelijk op zijn website. § 3. De formulieren bedoeld in deze gedragscode worden zo snel mogelijk door de transmissienetbeheerder aan de CREG bezorgd. De CREG bezorgt haar opmerkingen bij deze formulieren aan de transmissienetbeheerder. Dezelfde procedure geldt voor de aan deze formulieren aangebrachte wijzigingen. § 4. De ontwerpen van de type-overeenkomsten bedoeld in paragraaf 1, net als hun eventuele wijzigingen, preciseren hun ingangsdatum die wordt goedgekeurd door de CREG, rekening houdend met hun draagwijdte en vereisten gelinkt aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het transmissienet. ” Het zijn, met uitzondering van de type-samenwerkingsovereenkomst tussen Elia en de distributienetbeheerders, contracten waarvan alle bepalingen eenzijdig zijn vastgesteld door Elia en waarover de netgebruikers niet kunnen onderhandelen. Juridisch gezien dienen deze overeenkomsten derhalve als toetredingsovereenkomsten te worden gekwalificeerd. 31. Artikel 3 van de gedragscode bepaalt niet aan welke criteria de CREG de type-overeenkomsten met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen14. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen15 blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne elektriciteitsmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het net voor nieuwkomers, 14 Zoals in artikel 4 van het federaal technisch reglement eveneens het geval was, doch in tegenstelling tot artikel 6, § 1, van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe). Dit artikel bepaalde dat de CREG in haar onderzoek met het oog op het nemen van haar beslissing met betrekking tot de toegangscontracten van de netbeheerder, dient na te gaan of de algemene voorwaarden van deze contracten : (
  14. a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
  15. b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
  16. c)conform het algemeen belang zijn. 15 Artikelen 40, lid 3, 42, 58 en 59 van Richtlijn 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, artikel 3 van Verordening 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit, de Europese netcodes en richtsnoeren bedoeld in artikel 2, §1, 1), 1°, van de gedragscode, artikelen 8 en 23 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 18/40 - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het net. 32. De CREG kan en moet derhalve nog steeds, zoals het geval was met toepassing van artikel 6 van het opgeheven technisch reglement van 19 december 2002 (zie voetnoot 14), nagaan of de ontwerpen van type-overeenkomsten: (
  17. a)de toegang tot het net niet belemmeren ; (
  18. b)de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net niet in gevaar brengen ; (
  19. c)conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen transmissienetbeheerder en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Elia heeft, als exclusief beheerder van het transmissienet, een wettelijke monopoliepositie. Het transmissienet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Elia overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het transmissienet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 33. Krachtens artikel 15 van de elektriciteitswet hebben de in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen een recht van toegang tot het transmissienet. De vrije toegang tot het transmissienet is essentieel voor de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt. Het recht van toegang tot het transmissienet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden (cf. de uitzondering vervat in artikel 15, § 1, derde lid, van de elektriciteitswet). De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de netbeheerder op enige wijze het recht van toegang tot het transmissienet van in aanmerking komende afnemers, producenten en tussenpersonen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 34. Eén van de taken van de netbeheerder bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toezien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. Bij het onderzoek van de typeovereenkomsten wordt dan ook geverifieerd of hieraan voldaan is. Niet-vertrouwelijk 19/40 Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 35. De vennootschap die het transmissienet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle leveranciers van stroom16. 36. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van artikel 3 van de gedragscode interpreteert de CREG dit begrip als verwijzend naar ten minste alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht en de taalwetgeving, en de algemene verbintenissenrechtelijke regels waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt door (ver)nietig(baar)heid of doordat strijdige bedingen als ongeschreven worden beschouwd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. De sectorspecifieke wetgeving 37. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels daarin van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot het transmissienet en de regulering van de transmissienettarieven. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot het transmissienet en de gedragscode, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake elektriciteit betreffen, met inbegrip van het toezicht op de Europese verordeningen die de netcodes en richtsnoeren in de elektriciteitssector vaststellen (artikel 23, §2, tweede lid, 8°, van de elektriciteitswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 31 van de elektriciteitswet). Dankzij artikel 3 van de gedragscode hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 31 van de elektriciteitswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de typeovereenkomsten weren en de netbeheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Het mededingingsrecht 38. In het kader van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de consument en van een gelijk speelveld voor de concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een dominante positie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot het net. De vrije toegang tot het net is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de elektriciteitsmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van 16 Zie onder meer Parl. St. Senaat 1998-99, nr.1308/4, blz. 22. Niet-vertrouwelijk 20/40 de voorwaarden die door de netbeheerder aan zijn medecontractanten opgelegd wordt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van elektriciteit aan klanten maar alle markten van elektriciteitssector betreft waarop geen wettelijk monopolie is toegekend (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de handel van elektriciteit en de markt voor productie van elektriciteit). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de netbeheerder in een contract dat activiteiten op een welbepaalde markt betreft, onbillijke voorwaarden zou opleggen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 39. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt/interne markt of op een wezenlijk deel ervan. Elia heeft een wettelijk monopolie wat betreft het beheer van het transmissienet in België. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een wettelijk monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een machtspositie17. Er is sprake van een machtspositie wanneer de positie een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen doordat zij het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden, de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in de type-overeenkomst die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Elia niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de machtspositie in hoofde van Elia. De algemene verbintenissenrechtelijke regels Nieuw Burgerlijk Wetboek 40. Het Burgerlijk Wetboek werd grondig hervormd en zal op termijn uit 10 boeken bestaan. De stand van zaken op datum van huidige beslissing en voor zover van belang voor het onderwerp van huidige beslissing kan als volgt worden weergegeven: Boek 1: Algemene bepalingen: De wet van 28 april 2022 houdende boek 1 'Algemene bepalingen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad). Artikel 3 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 17 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 21/40 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 5: Verbintenissen: De wet van 28 april 2022 houdende invoeging van boek 5 'Verbintenissen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad). Artikel 64 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die bepalingen niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid: De Commissie voor de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht heeft eveneens een voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek en een memorie van toelichting uitgewerkt. De werkzaamheden van de Commissie voor de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht worden voortgezet. Die teksten zijn dus nog niet goedgekeurd in de ministerraad. Boek 7: Bijzondere overeenkomsten: De Commissie voor de hervorming van het overeenkomstenrecht zet haar werkzaamheden verder. Boek 8: Bewijs: De wet van 13 april 2019 tot invoering van het (nieuwe) Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs' in dat Wetboek is in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en is op 1 november 2020 in werking getreden. Boek 9: Zekerheden: De Commissie voor de hervorming van het recht betreffende de zekerheden zet haar werkzaamheden verder. Er werd eveneens een Commissie voor de hervorming van het hypotheekrecht opgericht. Zij zet haar werkzaamheden verder. Boek 10: Verjaring: De Commissie voor de hervorming van het verjaringsrecht zet haar werkzaamheden verder. De belangrijkste wijzigingen in boek 5 “Verbintenissen” ten opzichte van het oud Burgerlijk Wetboek zijn: - de codificatie van belangrijke rechtsfiguren, ontwikkeld in de rechtspraak, - de modernisering of wijziging van bepaalde begrippen. Niet-vertrouwelijk 22/40 Boek 5 “Verbintenissenrecht” van het Burgerlijk Wetboek 41. Het nieuwe verbintenissenrecht trad in werking op 1 januari 2023. Het werd gecodificeerd in Boek 5 “Verbintenissen” van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek. Een aantal bepalingen uit dit Boek 5 zijn bijzonder vermeldenswaard in de context van de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. - Definitie van “toetredingscontract” 42. Artikel 5.10 “Toetredingscontract” van het Burgerlijk Wetboek definieert het begrip “toetredingscontract” als volgt: “Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden. Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.” 43. Gemeenrechtelijk verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen Artikel 5.52 “Onrechtmatige bedingen” van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract. Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.” 44. Schadebeding Artikel 5.88. “Schadebeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende daarover: “§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare nietnakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten. Niet-vertrouwelijk 23/40 Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor nietgeschreven gehouden.” 45. Bevrijdingsbedingen Artikel 5.89. “Bevrijdingsbeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.” Wetboek van economisch recht 46. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 47. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. Niet-vertrouwelijk 24/40 § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. Niet-vertrouwelijk 25/40 De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn bedingen in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. Wet op het taalgebruik 48. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op de typeovereenkomsten gehanteerd door Elia. 3.3. ALGEMENE OPMERKINGEN BIJ HET HUIDIGE VOORSTEL VAN ELIA 3.3.1. Structuur van de type-overeenkomst 49. Met toepassing van artikel 4, §1, tweede lid, van de gedragscode, moet de type-overeenkomst voor hersteldiensten ten minste aan de volgende structuur beantwoorden: “1° het voorwerp van de overeenkomst; 2° de algemene voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 3° de specifieke voorwaarden van toepassing op de transmissienetbeheerder en de medecontractant; 4° de bijlagen.” De CREG stelt vast dat Elia de type-overeenkomst voor hersteldiensten in het huidige voorstel in lijn tracht te brengen met deze structuur. Deel I, getiteld “Doel van het contract”, bevat drie artikelen, te weten I.1. “Voorwerp en toepassingsgebied”, I.2. “Implementatiedatum” en I.3. “Taal”. Deel II voorziet de algemene voorwaarden. Deel III voorziet de specifieke voorwaarden voor de black-startdienst, gevolgd door de bijlagen. Artikel I.2. bepaalt de periode waarvoor de type-overeenkomst door Elia kan worden aangeboden. Dit kan verduidelijkt worden op de eerste bladzijde van de type-overeenkomst of in de “Overwegingen”. De duurtijd zelf van het contract moet worden bepaald in artikel III.11 “Looptijd van het Contract”. Artikel I.3. in zoverre het bepalingen bevat over de talen waarin Elia consulteert hoort niet thuis in de type-overeenkomst. Voor het overige wordt de inhoud van artikel I.3. reeds opgevangen in de bepaling op het einde van de type-overeenkomst, net voor de handtekening: “Opgemaakt in Brussel in twee exemplaren, waarbij elke betrokken Partij bevestigt een exemplaar te hebben ontvangen. De officiële versie werd opgesteld in het Nederlands en het Frans, waarbij geen enkele versie primeert op de andere; de Engelse versie dient louter ter informatie”. De CREG is van mening dat Deel I van de type-overeenkomst voor hersteldiensten bijgevolg nog voor verbetering vatbaar is en in feite beperkt kan worden tot artikel I.1. Dit Deel I kan vervolgens de titel dragen “Voorwerp van de overeenkomst” en zodoende nog beter aansluiten op artikel 4, §1, tweede lid, 1°, van de gedragscode. Aangezien deze elementen de type-overeenkomst inhoudelijk niet raken, kan dit meegenomen worden in de eerstvolgende aanpassing van de type-overeenkomst voor hersteldiensten. Niet-vertrouwelijk 26/40 3.3.2. Aanbestedingsprocedures voor hersteldiensten 50. Met toepassing van artikel 8, §1/1, zesde lid, van de elektriciteitswet moet de CREG op voorstel van Elia nu ook de aanbestedingsprocedures voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten goedkeuren. De type-overeenkomst voor hersteldiensten van toepassing tot eind 2023 bevat een aantal bepalingen omtrent de aanbesteding van de black-startdiensten. Zoals Elia aankaart in de begeleidende nota bij het huidige voorstel worden deze bepalingen thans overgeheveld naar het nieuwe document “Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten”, dat de CREG beoordeelt per afzonderlijke beslissing. De CREG stelt vast dat deze bepalingen bijgevolg correct zijn geschrapt in het huidige voorstel van Elia, specifiek in de artikelen 2 en 3 van deel III en in bijlage 5. 3.3.3. De van toepassing zijnde “Algemene Voorwaarden” 51. De CREG verwijst naar paragraaf 14 van deze beslissing in verband met Deel II - Algemene Voorwaarden van de type-overeenkomst voor hersteldiensten. Deze algemene voorwaarden werden reeds goedgekeurd door de CREG per beslissing (B)2527 van 30 maart 2023. Zij maken bijgevolg geen voorwerp uit van het huidige voorstel van Elia en bijgevolg van de huidige beslissing van de CREG. 3.3.4. De voorwaarde te beschikken over een OPA-contract 52. Het huidige voorstel van Elia vereist de ondertekening van een OPA-contract18 (voordien een CIPU-contract) om hersteldiensten, zijnde momenteel black-startdiensten, te kunnen aanbieden. In uitvoering van artikel 125 van de gedragscode dient onder meer voor de elektriciteitsproductieeenheden en energieopslagfaciliteiten met een geïnstalleerde capaciteit vanaf 1 MW aangesloten op het transmissienet (al dan niet binnen een CDS), informatie te worden verstuurd aan Elia betreffende de niet-beschikbaarheidsplanning van deze installaties19 en dient dit te gebeuren volgens de procedures zoals voorzien in de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning (die de basis vormt voor het OPA-contract gesloten tussen Elia en de betrokken verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning). In overweging 26 van de preambule van de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning verduidelijkt Elia dat eveneens voor installaties aangesloten op het distributienet een OPA-contract kan worden ondertekend. Zoals ook bevestigd door Elia in het kader van beslissing (B)2049 (in paragraaf 17 van de beslissing) is de voorwaarde te beschikken over een CIPU-contract (nu OPA-contract) dus niet beperkend voor deelname aan black-startdiensten door installaties aangesloten op het distributienet. Deze voorwaarde blijft evenwel behouden aangezien de niet-beschikbaarheidsplanning van de installaties Elia in staat stelt om de beschikbaarheid van de black-startdiensten op te volgen. De verwijzingen naar het CIPU-contract zijn in het huidige voorstel van Elia vervangen door verwijzingen naar het OPA-contract of naar de type-overeenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning (de OPA), al naargelang Elia de type-overeenkomst beoogt of eerder het bilaterale contract dat overeenkomstig deze type-overeenkomst wordt gesloten (cf. artikel 4, §2, 18 “Outage Planning Agent” of “verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning”. Deze verplichting geldt ook voor verbruiksinstallaties aangesloten op het transmissienet, maar gezien de aard van de blackstartdienst beperkt de CREG zich in deze beslissing tot verwijzingen naar de bepalingen uit de gedragscode relevant voor elektriciteitsproductie-eenheden en energieopslagfaciliteiten. 19 Niet-vertrouwelijk 27/40 gedragscode). Hoewel een deel van het CIPU-contract ook is overgenomen in de type-overeenkomst van de programma-agent (de “scheduling agent” of SA), zijn enkel de bepalingen uit het CIPU-contract over niet-beschikbaarheidsplanning relevant voor black-startdiensten. Aangezien de typeovereenkomst van de verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning de bepalingen uit het CIPU-contract over niet-beschikbaarheidsplanning voor elk tijdsbestek heeft overgenomen, is de vervanging van “CIPU” door “OPA” in het huidige voorstel van Elia bijgevolg correct. 3.4. ONDERZOEK VAN HET GEVOLG DAT ELIA GEEFT AAN DE OPMERKINGEN VAN DE CREG IN DE BESLISSING (B)2049 53. Het huidige voorstel van Elia diende er onder meer toe gevolg te geven aan de opmerkingen van de CREG in haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 (zie voetnoot 11). In de begeleidende nota bij de openbare raadpleging over het huidige voorstel van Elia licht Elia toe dat de doorgevoerde aanpassingen echter voornamelijk dienen om voor consistentie te zorgen tussen de typeovereenkomst voor hersteldiensten en het nieuwe document “Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten”. Elia wijst erop dat de verdere herziening van de T&C RSP om gevolg te geven aan de wijzigingen gevraagd door de CREG in de beslissing (B)2049 pas in een volgende herzieningsronde zullen worden behandeld, voor de periode die zou starten in 2027. Elia geeft geen motivering voor de vertraging van de gevraagde herziening van de T&C RSP. De CREG betreurt ten zeerste dat Elia er sinds beslissing (B)2049 van de CREG van 5 maart 2020 niet in geslaagd is de in die beslissing gevraagde aanpassingen en de aanpassingen aangekondigd in de ontwerpnota van Elia over de black-startdienst uit 2018 door te voeren in het nieuwe voorstel van de T&C RSP. Door het huidige voorstel, van toepassing voor de periode die start op 1 januari 2024, bij de CREG in te dienen slechts 8 maanden voor die startdatum, stelt Elia de CREG voor voldongen feiten. Na de goedkeuringsbeslissing van de CREG dient Elia immers nog de aanbestedingsprocedure op te starten. De planning van Elia laat niet toe dat er tijd genomen wordt voor substantiële wijzigingen en een terdege bespreking en raadpleging van de marktpartijen. Deze wijzigingen zijn nodig om zoveel als mogelijk concurrentie teweeg te brengen in de markt van black-startdiensten. Bijgevolg herhaalt de CREG, met aandrang, haar vraag aan Elia in paragraaf 21 van beslissing (B)2049 om alles in het werk te stellen om het toekomstige ontwerp van de black-startdienst zoveel als technisch en efficiënt mogelijk aan te passen om de deelname eraan zo ruim mogelijk open te stellen voor andere installaties met ingang vanaf de eerstvolgende periode waarvoor Elia een nieuw voorstel van de T&C RSP dient neer te leggen bij de CREG. 54. In haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 heeft de CREG Elia verzocht om in de versie van de T&C RSP voor de aankoop van hersteldiensten voor de periode vanaf 2024 rekening te houden met de opmerkingen van de CREG in de paragrafen 21, 30, 31, 34, 39, 73, 74, 78 en 86 van deze beslissing. In de hiernavolgende paragrafen gaat de CREG na of het voorstel van Elia tegemoet komt aan de opmerkingen van de CREG vervat in de paragrafen 21, 30, 31, 34, 39, 73, 74, 78 en 86 van de beslissing (B)2049, en indien dit niet geval is, in welke mate deze nog pertinent zijn voor een volgende versie. 55. In paragraaf 21 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 heeft de CREG Elia verzocht om alles in het werk te stellen om het toekomstige ontwerp van de black-startdienst zoveel als technisch en efficiënt mogelijk aan te passen om de deelname eraan zo ruim mogelijk open te stellen voor andere installaties. Zoals gemeld in paragraaf 53 van de onderhavige beslissing heeft Elia nog geen inspanningen geleverd om de T&C RSP in deze zin aan te passen en herhaalt de CREG haar vraag om hiervan werk te maken. 56. Paragraaf 21 van haar beslissing (B)2049 handelt ook specifiek over de mogelijkheid tot deelname van installaties aangesloten op publieke distributienetten. De bepalingen in artikel 236, §1, Niet-vertrouwelijk 28/40 eerste tot derde lid, van het federaal technisch reglement waarnaar de CREG in beslissing (B)2049 verwijst, zijn ondertussen overgeheveld naar artikel 226 van de gedragscode. Het huidige voorstel van Elia voor de T&C RSP is nog steeds via de definitie van een “Herstelinstallatie” beperkt tot “elektriciteitsproducerende installatie[s] met een of meer PGM’s die aangesloten zijn op hetzelfde aansluitpunt van het transmissiesysteem”. Noch de begeleidende brief van Elia van 8 mei 2023 bij de indiening van het huidige voorstel, noch haar begeleidende nota20, bevatten een motivering voor het gebrek aan uitbreiding van de toegang tot de black-startdienst naar installaties aangesloten op andere netten dan het transmissienet. De CREG wijst Elia erop dat voor de deelname van installaties aangesloten op andere netten dan het transmissienet die beantwoorden aan de technische specificaties en voorwaarden voor verstrekking van de black-startdienst, de T&C RSP dienen te worden aangepast overeenkomstig artikel 226, §2, van de gedragscode. 57. De beperking van herstelinstallaties tot “elektriciteitsproducerende installatie[s] met een of meer PGM’s die aangesloten zijn op hetzelfde aansluitpunt van het transmissiesysteem” houdt ook in dat de wijzigingen voorgesteld in de ontwerpnota van Elia over de black-startdienst om aggregaties toe te laten van technische eenheden aangesloten achter verschillende aansluitingspunten, nog steeds niet zijn verwerkt in de T&C RSP. Teneinde zoveel als mogelijk de concurrentie aan te wakkeren en de mogelijkheid te bieden aan (nieuwe) aanbieders om op een kosteneffectieve manier nieuwe diensten te kunnen aanbieden aan Elia, vraagt de CREG aan Elia om in het eerstvolgende voorstel van de T&C RSP (voor de contracten vanaf 2027) de mogelijkheid te introduceren om black-startdiensten aan te bieden via aggregaties van technische eenheden aangesloten achter verschillende aansluitingspunten. 58. In paragraaf 30 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 merkte de CREG het gebruik op van verschillende begrippen om te verwijzen naar de "aanbieder van hersteldiensten" en vroeg aan Elia om de terminologie beter op elkaar af te stemmen Sinds 20 oktober 2022 is de gedragscode van kracht waarin gekozen is voor de term “aanbieder van [de ondersteunende dienst]” en dus “aanbieder van hersteldiensten”. Elia heeft de terminologie in het huidige voorstel coherent hieraan aangepast. 59. In paragraaf 31 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 stelde de CREG vast dat een definitie wordt gehanteerd van “Specifieke Voorwaarden”, doch verderop in de type-overeenkomst de term “Bijzondere Voorwaarden” werd gebruikt. De CREG verzocht Elia dan ook om de terminologie op elkaar af te stemmen. Dit punt is behandeld aangezien het huidige voorstel van Elia de structuur en terminologie heeft gevolgd van artikel 4, §1, tweede lid, van de gedragscode zoals toegelicht in paragraaf 49 van de onderhavige beslissing. 60. Paragraaf 34 van de beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 bevat een opmerking van de CREG over Deel II - Algemene Voorwaarden van de type-overeenkomst voor hersteldiensten. Voor dit punt verwijst de CREG naar beslissing (B)2527 van 30 maart 2023 (zie paragraaf 14 van de onderhavige beslissing). 61. Paragraaf 39 van de beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 betreft de duurtijd van het contract voor hersteldiensten. De redactie van artikel II.11 van Deel II “Bijzondere Voorwaarden voor de blackstartdienst” (volgens de toenmalige nummering en benaming) achtte de CREG voor verbetering vatbaar. Deze bepaling, in zoverre deze stelt dat het contract geldig is “vanaf de datum van ondertekening”, had volgens de CREG niet tot doel af te wijken van artikel I.4 van de Algemene Voorwaarden (volgens de toenmalige nummering), maar kon verwarring scheppen omdat het contract in werking kan treden op een andere datum. Teneinde elke mogelijke verwarring te vermijden, 20 Zie bijlage 3, getiteld “EXPLANATORY NOTE RELATED TO THE PUBLIC CONSULTATION ON THE PROPOSAL OF REVIEW OF THE TERMS AND CONDITIONS APPLICABLE TO PROVIDERS OF RESTORATION SERVICE (T&C RSP) AND PROCUREMENT PROCESS FOR RESTORATION SERVICES” – march 2023 Niet-vertrouwelijk 29/40 oordeelde de CREG dat dit artikel zich beter beperkte tot het louter vaststellen van de looptijd van het contract, d.w.z. vanaf de inwerkingtreding van dit contract tot [einddatum]. Artikel III.11 voorziet dat het contract tussen Elia en de betreffende aanbieder van de black-startdienst geldig is vanaf een specifieke begindatum tot een specifieke einddatum. De CREG stelt vast dat het huidige voorstel van Elia bijgevolg tegemoet komt aan de vraag naar verduidelijking in beslissing (B)2049. 62. In paragraaf 73 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 benadrukte de CREG het belang van de precisering door Elia in voetnoot 321 dat voor BS Herstelinstallaties die op gas werken, een certificaat van de gasnetbeheerder, waaruit blijkt dat een aansluitingscontract de druk en de capaciteit garandeert om tijdens de Black-Out en hersteltoestand een volledige belasting toe te laten, als voldoende bewijs wordt beschouwd in het licht van de vereiste in artikel II.4.7 dat voor BS Herstelinstallaties die niet zijn aangemerkt als BS Herstelinstallatie met Beperkt Energiereservoir, de RSP een bewijs moet leveren aan Elia dat de site beschikt over garanties met betrekking tot brandstofvoorziening die een vollastbelasting toelaten tijdens een Black-Out en hersteltoestand. Verder maakte de CREG de opmerking dat indien een crisis op de elektriciteitsmarkt samengaat met een aardgasbevoorradingscrisis, het van belang is dat het noodplan voor aardgas22 de gasgestookte black-startherstelinstallaties beschouwt als prioritaire aardgasverbruiksinstallaties en dit geldt tevens voor de overige aardgasgestookte installaties die nodig zijn in de hersteltoestand. De inachtneming hiervan valt echter buiten de draagwijdte van de huidige beslissing. 63. De CREG herhaalt de verduidelijking in paragraaf 74 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 dat de black-startdiensten die water gebruiken over een niveau van water in de reservoirs moeten beschikken dat overeenstemt met minstens 500 MWh23, aangezien dit niet expliciet is vermeld in het huidige voorstel van Elia noch in het herstelplan. 64. In paragraaf 78 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 heeft de CREG Elia verzocht om de aanbestedingsregels voor de verwerving van black-startdiensten toe te voegen aan het voorstel van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis voor de aankoop van de black-startdiensten voor de periode vanaf 2024. Ondertussen is echter artikel 8, §1/1, zesde lid, van de elektriciteitswet in werking getreden dat de goedkeuring door de CREG vereist van (afzonderlijke) aanbestedingsprocedures voor niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten voorgesteld door Elia. Het opnemen van de aanbestedingsprocedures in een afzonderlijk gereguleerd document is ook de betere aanpak, aangezien de aanbestedingsprocedures van toepassing zijn vooraleer contracten worden gesloten. Elia heeft gelijktijdig aan het huidige voorstel een "Voorstel voor Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten" ter goedkeuring ingediend bij de CREG, dat het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke beslissing. 65. Paragraaf 78 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 handelde over de transparantie en de vergoeding van de testen in het kader van de black-startdiensten. Het testplan24 is ondertussen goedgekeurd door de minister zoals aangegeven in het ministerieel besluit van 29 april 2021. Bijgevolg zijn de testvereisten duidelijk en tijdig gekend bij de start van de aanbestedingsprocedure voor de verwerving van de black-startdiensten voor de periode 2024-2026. Zoals gevraagd door de CREG in paragraaf 78 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 volgt de vergoeding voor een test, indien vergoed overeenkomstig artikel III.7 van het huidige voorstel van Elia, uit de aanbestedingsprocedure en wordt deze niet vooraf vastgelegd in de type-overeenkomst voor 21 Thans voetnoot 4 in het huidige voorstel van Elia. Ministerieel besluit van 18 december 2013 tot vaststelling van het federaal noodplan voor de aardgasbevoorrading. 23 Dit volume is noodzakelijk om de herstelprocedure Coo-Tihange (nucleaire centrales) te waarborgen in geval van een blackout. Deze vereiste is bijgevolg specifiek van toepassing op de site van Coo, overigens de enige site die momenteel in staat is deze black-startdienst te leveren. 24 Beschikbaar op de web site van Elia: https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/electricity-market-andsystem/emergency-situations/20210518_test-plan_nl.pdf 22 Niet-vertrouwelijk 30/40 hersteldiensten. De prijs voor een test wordt vastgelegd in het bilaterale contract dat tot stand komt met de betrokken aanbieder van hersteldiensten (aan de hand van bijlage 1 van de type-overeenkomst voor hersteldiensten zoals voorzien in het huidige voorstel van Elia). 66. In paragraaf 86 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 oordeelt de CREG dat de redactie van Bijlage 6 bij de type-overeenkomst voor hersteldiensten, zijnde het briefsjabloon voor de aanduiding van een derde partij als RSP door de netgebruiker, nog vatbaar was voor verbetering. Zo paste het volgens de CREG om de referte “Betreft: […]” af te stemmen op de titel van Bijlage 6. Punt 1 onder de zinsnede “[Netgebruiker] verklaart dat:” kon volgens de CREG beter worden geformuleerd, aangezien punt 4 stelt dat een contract moet worden gesloten tussen Elia en de aangeduide RSP; er is derhalve geen bestaand contract dat wordt overgedragen. Punt 1 begreep de CREG vervolgens veeleer als een overdracht aan de derde partij van de verantwoordelijkheid om een contract voor hersteldiensten af te sluiten met Elia. Verder oordeelde de CREG dat bij de eerstvolgende wijziging van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten diende te worden gestreefd naar de maximale harmonisatie van dit briefsjabloon met een dergelijke bijlage die ook in andere typeovereenkomsten voor ondersteunende diensten wordt gehanteerd. Elia heeft de gevraagde aanpassingen in Bijlage 6 doorgevoerd en een verwijzing naar artikel 227, §2, van de gedragscode toegevoegd, dat bepaalt dat de netgebruiker de verantwoordelijke voor de nietbeschikbaarheidsplanning, wanneer deze niet de netgebruiker is, informeert van het bestaan van contracten voor hersteldiensten betreffende zijn installaties en hem alle relevante informatie in dat kader verstrekt. Deze expliciete verwijzing moet de bewustmaking van de netgebruiker van deze nieuwe verplichting verhogen. Ten aanzien van de versie voorgelegd in de openbare raadpleging vervangt Elia eveneens nog de melding “Gelezen en goedgekeurd” (getekend door Elia) door de melding “Voor ontvangst:” (getekend door Elia) in Bijlage 6. De CREG gaat akkoord met deze aanpassing, die in het voordeel is van de aanbieder van de hersteldienst. De CREG heeft immers in paragraaf 86 van haar beslissing (B)2049 van 5 maart 2020 opgemerkt “dat de handtekening van Elia die vereist wordt op Bijlage 6 niet beperkend mag zijn op de aanduiding van een derde partij door de netgebruiker, maar bedoeld is voor ontvangst door Elia en de tegenstelbaarheid van de aanduiding van de derde partij aan Elia”. Elia geeft zodoende gevolg aan een specifieke opmerking van de CREG in haar beslissing (B)2049. Tot slot heeft Elia nog de term “algemene voorwaarden” vervangen door “voorwaarden” in de volgende zin van de Nederlandstalige versie van bijlage 6: “Als de netgebruiker wijzigt, is deze overeenkomst tussen [Netgebruiker] en [RSP] niet langer geldig en garandeert [Netgebruiker] dat de nieuwe netgebruiker de overeenkomst overneemt volgens dezelfde Voorwaarden”. De CREG gaat daarmee akkoord omdat het hier uiteraard het geheel van voorwaarden vervat in de overeenkomst voor hersteldiensten betreft, niet alleen deze vervat in Deel II – Algemene Voorwaarden. 3.5. ARTIKELSGEWIJZE COMMENTAAR EN ONDERZOEK NAAR HET GEVOLG DAT ELIA GEEFT AAN DE OPMERKINGEN VAN MARKTPARTIJEN 67. In dit deel worden de thans voorgestelde wijzigingen aan de artikelen van de T&C RSP ten opzichte van de versie goedgekeurd bij beslissing (B)2049 besproken. De structuur van het huidige voorstel van Elia wordt daarbij gevolgd. Tevens wordt ingegaan op de behandeling door Elia van de ontvangen opmerkingen van marktpartijen tijdens de openbare raadpleging georganiseerd door Elia vermeld in deel 2.2 van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 31/40 68. De afwezigheid hierna van opmerkingen vanwege de CREG wat betreft de goedkeuringscriteria uiteengezet in deel 3.2.2 van deze beslissing houdt in dat de CREG geen problemen in dat kader heeft vastgesteld in het huidige voorstel van Elia. 3.5.1. Deel I – Doel van het contract 69. Wat betreft de artikelen I.1 (“Voorwerp en toepassingsgebied”), I.2 (“Implementatiedatum”) en I.3 (“Taal”) verwijst de CREG naar haar opmerkingen in paragraaf 49 van deze beslissing. 70. Met het voorstel van Elia in artikel I.2 (“Implementatiedatum”) dat de T&C RSP geldig zijn voor contracten tussen 1 januari 2024 en 31 december 2026 kan de CREG inhoudelijk akkoord gaan. De huidige black-startcontracten lopen af eind 2023. In de loop van de komende maanden zal Elia een aanbestedingsprocedure lanceren voor de black-startcontracten voor een duurtijd van maximum drie jaar vanaf 1 januari 2024. De huidige type-overeenkomst voor hersteldiensten is geldig tot eind 2023, zoals beslist door de CREG in beslissing (B)2049 van 5 maart 2020. Het voorstel van inwerkingtreding van de gereguleerde voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis vanaf 1 januari 2024 is derhalve daarmee in lijn. Dit betekent ook dat de in uitvoering zijnde blackstartcontracten met een looptijd tot eind 2023 niet zullen moeten worden aangepast aan deze nieuwe versie van de T&C RSP voorgesteld door Elia na goedkeuring ervan door de CREG. De CREG kan zich ook vinden in de voorgestelde einddatum van het huidige voorstel van Elia (namelijk 2026). Het toekomstige ontwerp van de black-startdiensten, zoals vervat in de ontwerpnota van Elia over de black-startdienst, beoogt een langere aanbestedingsprocedure dan momenteel het geval is (onder voorbehoud evenwel van de goedkeuring ervan door de CREG in de volgende versie van de aanbestedingsprocedures voor hersteldiensten). De overbruggingsperiode van drie jaar is nodig om Elia voldoende tijd te geven om de aanbestedingsprocedures, alsook de T&C RSP, aan te passen in overeenstemming met de huidige beslissing en/of met de ontwerpnota van Elia over de blackstartdienst, die reeds dateert van 2018, en tijdig een aanbestedingsprocedure te starten voor de periode vanaf 2027. Een nog langer uitstel om het ontwerp uit de ontwerpnota van Elia over de blackstartdienst te integreren in de aanbestedingsprocedures en in de T&C RSP zou echter niet gerechtvaardigd zijn. Het is nodig dat vanaf 2027 ervaring wordt opgebouwd met dit nieuwe ontwerp dat de drempel voor toetreding tot de black-startdienst moet verlagen. 71. Ten aanzien van de versie voorgelegd in de openbare raadpleging heeft Elia artikel I.4 “General Provisions” geschrapt, aangezien de inhoud van deze bepaling reeds integraal is opgenomen in artikel I.3, derde lid, van Deel II – Algemene Voorwaarden, goedgekeurd door de CREG bij Beslissing (B)2527 van 30 maart 2023 en dit artikel bijgevolg overbodig en zelfs verwarrend was. Bovendien heeft Elia een aantal redactionele aanpassingen doorgevoerd. Elia heeft de term “overeenkomst” vervangen door “contract” (in de Nederlandstalige versie), “typecontract” door “type-overeenkomst” (in de Nederlandstalige versie), “Dienstverlener” door “Aanbieder van hersteldiensten” en “bijzondere voorwaarden” door “specifieke voorwaarden” om de terminologie beter af te stemmen op de gedragscode, meer bepaald de artikelen 3, 4 en 227. Elia heeft de term ”algemene voorwaarden” in de Nederlandstalige versie gecorrigeerd naar “voorwaarden” in lijn met de Nederlandstalige versie van artikel 4.2, b), van de Europese netcode E&R. Met deze redactionele verbeteringen kan de CREG akkoord gaan. Niet-vertrouwelijk 32/40 3.5.2. Deel III – Specifieke voorwaarden voor de black-startdiensten 3.5.2.1. Artikel III.1 – Definities 72. In artikel III.1 van Deel III “Specifieke Voorwaarden voor de black-startdiensten” (hierna: de Specifieke Voorwaarden) heeft Elia de nodige aanpassingen aangebracht om de coherentie met de gedragscode te verzekeren alsook een aantal nieuwe definities toegevoegd. Zo zijn definities toegevoegd voor de begrippen “E&R NC”, “Gedragscode”, “Open Kwalificatieprocedure”, “OPA contract” en “OPA type-overeenkomst” (in de plaats van de verwijzing naar het CIPU-contract), “Verantwoordelijke voor de niet-beschikbaarheidsplanning of ‘OPA’”, “Aanbestedingsprocedures” en “Technische Eenheid”. Ten opzichte van de versie voorgelegd in de openbare raadpleging heeft Elia in de definitie van “Aanbieder van Hersteldiensten of ‘RSP’ (Restoration Service Provider)” de verwijzing naar artikel 236 van het federaal technisch reglement vervangen door een verwijzing naar artikel 227 van de gedragscode (dat in de plaats is gekomen, zie voetnoot 8), de tweede zin in de definitie van “Elektrische Zones” geschrapt (omdat de Regels voor Coördinatie en Congestiebeheer ondertussen zijn goedgekeurd door de CREG en dus niet langer “in afwachting van de goedkeuring”), in de definitie van het begrip “Gedragscode” letterlijk de bewoordingen overgenomen van de titel van de gedragscode en, in de Nederlandstalige versie van het huidige voorstel, de term “typecontract” in het begrip “OPA typecontract” vervangen door “type-overeenkomst” in lijn met de terminologie in artikel 3 van de gedragscode en het begrip “Outage Planning Agent” vervangen door de overeenstemmende Nederlandstalige benaming volgens de gedragscode. De CREG kan met deze aanpassingen en correcties akkoord gaan. 3.5.2.2. Artikel III.2 – Algemene bepalingen en Bijlage 5 73. Elia heeft Artikel III.2 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Algemene bepalingen” (eerder getiteld “Aankoop van de Black-startdienst”) en de bijhorende bijlage 5 gewijzigd rekening houdend met de inwerkingtreding van de gedragscode (cf. wijzigingen in artikel III.2.1.), de vervanging van het CIPU-Contract door het OPA Contract (wijzigingen in artikel III.2.1), alsook met het toepassingsgebied van de T&C RSP enerzijds en het gelijktijdig neergelegde “Voorstel voor Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten” anderzijds (wijzigingen artikel III.2.3 en artikel III.2.5 en schrapping van het voormalige artikel III.2.6). De CREG verwijst naar wat zij reeds uiteenzette in verband met deze wijzigingen in voetnoot 8, paragraaf 10 en titels 3.3.3 en 3.3.4 van deze beslissing. De CREG gaat akkoord met deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. 3.5.2.3. Artikel III.3 – Voorwaarden voor BS Herstelinstallaties 74. Elia heeft Artikel III.3 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Voorwaarden voor BS Herstelinstallaties” (eerder getiteld “Voorwaarden voor deelname aan de Black-startdienst”) gewijzigd rekening houdend met het toepassingsgebied van de T&C RSP enerzijds en het gelijktijdig neergelegde “Voorstel voor Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten” anderzijds. Zo heeft zij Artikel III.3.1. met de voorwaarden om deel te nemen aan de aanbesteding vervangen door een bepaling die verwijst naar deze Aanbestedingsprocedures : “Een kandidaat voldoet aan de voorwaarden uiteengezet in de Niet-vertrouwelijk 33/40 Aanbestedingsprocedures voor de volledige duur van het contract”. Verder heeft Elia de formulering van de technische voorwaarde met betrekking tot de snelheidsregelaar die de frequentie kan regelen, verduidelijkt in Artikel III.3.3, 7). In Artikel III.3.4 wordt de term “hersteldienst” vervangen door de term “Blackstartdienst”. In Artikel III.3.5 wordt de verwijzing naar het federaal technisch reglement duidelijkheidshalve aangevuld met de woorden in het vet “de technische voorwaarden in het Federaal Technisch Reglement”. Ten opzichte van de versie voorgelegd in de openbare raadpleging wordt de term “aansluitpunt” nog vervangen door de term “aansluitingspunt” in de Nederlandstalige versie van het huidige voorstel, conform het gedefinieerde begrip in artikel 2, §1, 4), 24°, van de gedragscode. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. 75. FEBEG merkt op dat, in reactie op Artikel III.3.5, dat de uitvoering van simulaties vóór de inwerkingtreding van het Contract, niet vereist zou mogen zijn voor Black-start Herstelinstallaties die voordien gecontracteerd waren voor de black-startdienst. Elia verklaart in haar consultatierapport akkoord te gaan met deze vrijstelling voor zover de Black-start Herstelinstallatie geen veranderingen aan de setup heeft ondergaan. Elia past Artikel III.3.5 aan in deze zin. De CREG kan akkoord gaan met deze aanpassing. 3.5.2.4. Artikel III.4 – Levering van de Black-Startdienst 76. Elia heeft Artikel III.4 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Levering van de Black-startdienst” gewijzigd rekening houdend met de vervanging van het CIPU-contract door de OPA typeovereenkomst25 en de verdeling tussen de rollen van de RSP en de OPA die niet noodzakelijk door dezelfde partij worden opgenomen. De CREG verwijst naar wat zij reeds uiteenzette in titel 3.3.4 van deze beslissing in verband met de vervanging van het CIPU-Contract naar de OPA type-overeenkomst. 77. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. 3.5.2.5. Artikel III.5 – Uitwisseling van gegevens betreffende de uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten 78. Elia heeft Artikel III.5 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Uitwisseling van gegevens betreffende de uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten” gewijzigd rekening houdend met de vervanging van het CIPU-contract door de OPA type-overeenkomst en de verdeling tussen de rollen van de RSP en de OPA die niet noodzakelijk door dezelfde partij worden opgenomen. De CREG stelt vast dat de RSP verantwoordelijk is om Elia in real-time op de hoogte te brengen van de nietbeschikbaarheid van een black-startdienst, ongeacht verantwoordelijkheden van andere partijen omtrent niet-beschikbaarheidsplanning. 79. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. 25 Na afloop van de openbare raadpleging werd de term “typecontract”/”contract” nog een paar maal vervangen door de term “type-overeenkomst” in lijn met de terminologie van artikel 3 van de gedragscode. Niet-vertrouwelijk 34/40 3.5.2.6. Artikel III.6 – Conformiteitstest van de Black-Start Herstelinstallaties en de verwijdering van Bijlage 7 80. Het testplan werd goedgekeurd door de minister van energie per ministerieel besluit van 29 april 2021. In plaats van dit plan als bijlage bij de type-overeenkomst voor hersteldiensten te behouden, neemt Elia een verwijzing op naar de publicatie van het testplan op de website van Elia. De CREG heeft daartegen geen bezwaar. 3.5.2.7. Artikel III.7 – Vergoeding en Bijlage 1 81. Elia heeft in Artikel III.7 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Vergoeding” verduidelijkingen aangebracht omtrent de vergoeding van een geslaagde test. Bijlage 1 in het huidige voorstel van Elia werd aangepast om de aparte kostenplaatsen weer te geven (zijnde de kapitaalkosten, operationele kosten, opportuniteitskosten en testkosten) overeenkomstig de kostenstructuur van de offertes zoals beschreven in het Voorstel voor Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten. Elia licht deze verandering toe in de begeleidende nota (bijlage 3). In de begeleidende nota en in het Voorstel voor Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten preciseert Elia dat de testkost de kosten betreft voor het black-start test type 4 zoals beschreven in het Testplan. Elia heeft eveneens, op vraag van de CREG, voorzien dat de opportuniteitskost kan worden geformuleerd als, hetzij een vaste kost per dag, hetzij een formule waarvan de resulterende prijs wordt uitgedrukt in euro per dag. Elia licht deze voorgestelde wijziging toe in de begeleidende nota en verduidelijkt dat het de bedoeling is op basis van een dergelijke formule op het einde van het jaar het bedrag voor de opportuniteitskost per dag te bepalen van toepassing voor het volgende kalenderjaar van het contract. Na afloop van de openbare raadpleging heeft Elia de term “Dienstenaanbieder" in artikel III.7.2 nog vervangen door “Aanbieder van hersteldiensten” om de terminologie beter af te stemmen op artikel 227 van de gedragscode. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. 82. FEBEG vraagt om in de type-overeenkomst voor hersteldiensten de verduidelijking op te nemen omtrent de jaarlijkse berekening van de opportuniteitskost in geval deze wordt bepaald aan de hand van een formule. Elia heeft de verduidelijking “In het geval dat een formule aangeboden wordt, worden de prijzen op jaarlijkse basis geüpdatet voor het einde van het voorafgaande kalenderjaar,”, die reeds vervat was in de versie voor publieke consultatie van haar Voorstel van Aanbestedingsprocedures voor Hersteldiensten, toegevoegd op het einde van Artikel III.7.1. De CREG stelt voor dat Elia in het eerstvolgende voorstel van de type-overeenkomst voor hersteldiensten de verduidelijking gegeven in de begeleidende nota, namelijk dat de formule moet toelaten op het einde van een kalenderjaar het bedrag voor de opportuniteitskost per dag te bepalen van toepassing voor het volgende kalenderjaar van het contract, over te nemen in dit artikel. De CREG wijst erop dat in Bijlage 1 van elk bilateraal contract voor hersteldiensten een opportuniteitskost voor elk contractjaar kan worden ingevuld. Niet-vertrouwelijk 35/40 3.5.2.8. Artikel III.8 – Schadebeding wegens niet-uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten 83. Gezien de verduidelijkte kostenstructuur in artikel III.7 en Bijlage 1, heeft Elia eveneens in Artikel III.8 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Schadebeding wegens niet-uitvoering van het Contract voor de Hersteldiensten” (eerder getiteld “Penaliteiten wegens niet-uitvoering van het Contract voor de Black-Startdienst”) de verduidelijking toegevoegd dat de “prijsvermindering” waarvan eerder sprake de “som van de operationele en opportuniteitskosten” betreft. 84. FEBEG vraagt Elia om in Artikel III.8.1, meer bepaald in paragrafen 2 en 3, te specifiëren dat de prijsvermindering gelijk is aan de dagelijkse vergoeding voor de opportuniteitskost en de operationele kost. Elia heeft in paragraaf 2 (respectievelijk paragraaf 3) toegevoegd dat voor de bepaling van het schadebeding (respectievelijk voor de bepaling van het jaarlijks plafond voor de prijsvermindering en het schadebeding volgens Artikel III.8.1 paragrafen 1 en 2), de operationele en opportuniteitskosten van toepassing zijn. 85. De CREG heeft geen opmerking bij deze wijzigingen in het huidige voorstel van Elia. De verandering van de term “penaliteit” naar “schadebeding” is in lijn met de terminologie gehanteerd in het (nieuwe) verbintenissenrecht (Boek 5 Burgerlijk Wetboek). 3.5.2.9. Artikel III.9 – Indexering van de vergoeding voor de Black-Startdienst 86. Elia heeft in Artikel III.9 van de Specifieke Voorwaarden getiteld “Indexering van de vergoeding voor de Black-Startdienst” correcties en een verduidelijking aangebracht. Elia heeft de eenheidsprijs uitgedrukt in €/MW/h in de versie voorgelegd voor openbare raadpleging vervangen door een prijs uitgedrukt in €/dag aangezien geen enkele vergoeding weergegeven in bijlage 1 werd uitgedrukt in €/MW/h. Elia preciseert dat de indexering van de vergoeding enkel van toepassing is voor de operationele kosten en de testkosten, en dit vanaf het tweede contractjaar. 87. FEBEG wijst erop dat de indexering van toepassing is op de operationele kosten en de testkosten en bijgevolg de eenheid “€/dag” vermeld in de eerste zin van Artikel III.9. dient te worden vervangen door “€/dag en €/test”. Elia brengt de nodige correctie aan in de tekst. 88. De CREG gaat akkoord met de verduidelijkingen aangebracht in Artikel III.9 aangezien het logisch is dat de indexering niet geldt voor het eerste jaar (waarvoor de prijsofferte in se is ingediend). Het risico op volatiliteit van de opportuniteitskosten kan worden gedekt door het gebruik van de formule voor de opportuniteitskost (volgens de wijzigingen aan artikel III.7) en de indexering is niet van toepassing voor de kapitaalkost die de aanbieder oploopt in de aanloop naar de start van het contract. 3.5.2.10. Artikel III.11 – Looptijd van het Contract 89. Elia heeft in de bepaling: “De Partijen komen overeen dat dit Contract geldig is vanaf de inwerkingtreding van dit contract tot 31/12/2023, behoudens artikel III.2.1 tot III.2.4” de woorden “vanaf de inwerkingtreding van dit contract tot 31/12/2023” vervangen door “dd/mm/jjjj tot dd/mm/jjjj”. De CREG verwijst voor de beoordeling van dit artikel naar paragraaf 61 in deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 36/40 3.5.2.11. Bijlage 4 90. Elia heeft in Bijlage 4 verduidelijkt waar de technische vragenlijst die tijdens de Aanbestedingsprocedure dient te worden ingevuld beschikbaar is. De CREG heeft hierbij geen opmerkingen. 3.5.2.12. Bijlage 6 91. Elia voerde wijzigingen door in deze Bijlage 6 ingevolge de opmerkingen in de Beslissing (B)2049 van de CREG van 5 maart 2020. De CREG verwijst daarvoor naar haar uiteenzetting in paragraaf 66 van deze beslissing en heeft bij deze Bijlage geen verdere opmerkingen. Niet-vertrouwelijk 37/40 4. CONCLUSIE Overwegende de bevoegdheid voor de CREG tot goedkeuring van de voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis met toepassing van artikel 4
(2)(b), artikel 4
(3)en artikel 4
(4)van de Europese netcode E&R, Overwegende de bevoegdheid voor de CREG tot goedkeuring van de type-overeenkomst voor hersteldiensten met toepassing van artikel 3, §§1, 2 en 4, van de gedragscode, die de voormelde voorwaarden om op te treden als aanbieder van hersteldiensten op contractbasis moet bevatten, Overwegende de openbare raadpleging die Elia hield voorafgaand aan de voorlegging ter goedkeuring van het huidige voorstel (bijlage 1), en het bijhorende consultatierapport waarin Elia het gevolg dat ze gaf aan de ontvangen opmerkingen bespreekt (bijlage 5), Overwegende de begeleidende nota van

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.