← België

Beslissing over het model van aangifte in te dienen door de schuldenaars van de heffing ingevoerd in het kader van het plafond op de marktinkomsten va

(B)2559 6 juli 2023 Beslissing over het model van aangifte in te dienen door de schuldenaars van de heffing ingevoerd in het kader van het plafond op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten Artikel 22ter, § 6, 4de lid van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................................... 2 LIJST VAN FIGUREN ................................................................................................................................................. 3 INLEIDING ................................................................................................................................................................ 4 1. WETTELIJK KADER ........................................................................................................................................... 5 2. ANTECEDENTEN.............................................................................................................................................. 6 2.1. Algemeen ............................................................................................................................................... 6 3. RAADPLEGING ................................................................................................................................................ 7 4. BEGRIPPEN ..................................................................................................................................................... 7 5. 6. 4.1. “Beoogde periode”................................................................................................................................. 7 4.2. “Schuldenaar” ........................................................................................................................................ 8 4.3. “Installaties” ........................................................................................................................................... 8 4.4. “Surplus aan inkomsten”........................................................................................................................ 9 4.5. “Plafond op de marktinkomsten” ........................................................................................................ 10 4.6. “Profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit” ...................................................................... 11 4.7. “Vermoedens” ...................................................................................................................................... 12 4.8. “Beoogde transacties” ......................................................................................................................... 16 4.9. “Aftrek van kosten die verband houden met aankopen” .................................................................... 17 4.10. “Aangifte” ............................................................................................................................................. 17 AANGIFTEFORMULIER .................................................................................................................................. 18 5.1. Vertrouwelijkheid van gegevens .......................................................................................................... 18 5.2. Overgemaakte gegevens ...................................................................................................................... 18 5.3. Het aangifteformulier........................................................................................................................... 19 5.3.1. Registratie van de schuldenaar ................................................................................................... 19 5.3.2. Registratie van de installaties ..................................................................................................... 27 5.3.3. Algemene informatie over de installatie .................................................................................... 30 5.3.4. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 1 ............................................. 34 5.3.5. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 2 ............................................. 35 5.3.6. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 3 ............................................. 36 5.3.7. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 4 ............................................. 56 5.3.8. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 5 ............................................. 57 5.3.9. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 6 ............................................. 58 5.3.10. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoedens n° 3 en 4 .................................... 61 5.3.11. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoedens n° 3 en 5 .................................... 62 5.4. Validatie en doorsturen van de informatie .......................................................................................... 64 5.5. Bevestiging van de aangifte ................................................................................................................. 66 BESLISSING ................................................................................................................................................... 68 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................................... 69 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................................... 71 Niet-vertrouwelijk 2/71 LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Overzicht van de vermoedens................................................................................................ 15 Figuur 2: Generieke PPA ........................................................................................................................ 38 Figuur 3: Definitie van een basisvolume als een baseload volume....................................................... 38 Figuur 4: Definitie van een basisvolume als een percentage van het volume van geproduceerde en verkochte elektriciteit onder een fysieke PPA. ..................................................................................... 38 Figuur 5: Maandelijks verschillend basisvolume ................................................................................... 39 Figuur 6: Samenvatting van de definitie van een generieke fysieke PPA ............................................. 49 Figuur 7 : Samenvatting van de definitie van een generieke financiële PPA ........................................ 55 Niet-vertrouwelijk 3/71 INLEIDING In het kader van het plafond op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten, zoals bedoeld in de artikelen 22ter en 22quater van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna: de elektriciteitswet), worden een aantal opdrachten aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) toevertrouwd. Onderhavige beslissing heeft tot doel om de opdracht, voorzien in artikel 22ter, § 6, 4de lid van de elektriciteitswet, uit te voeren. Hierin wordt bepaald dat de CREG belast is met het opstellen van het model van aangifte in te dienen door de betrokken schuldenaars, alsook van het formaat van de toe te zenden stukken voor de belastbare periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023, en dit ten laatste op 7 juli 2023. Deze aangifte dient als basis voor de berekening van de heffing op het surplus aan inkomsten dat tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023 door de schuldenaars werd behaald. De CREG heeft ervoor gekozen om het model van aangifte op te stellen via een digitaal platform. De CREG behoudt zich het recht voor om na 7 juli 2023 corrigerende aanpassingen aan het platform aan te brengen om de functionaliteit en overeenstemming met onderhavig document te verzekeren. Dit platform zal vanaf 7 juli https://CapMarketRevenues.creg.be. 2023 toegankelijk zijn via de volgende link: Naast deze inleiding bevat de beslissing zes delen: 1) wettelijk kader; 2) antecedenten; 3) raadpleging; 4) begrippen; 5) aangifteformulier; 6) beslissing. Onderhavige beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 6 juli 2023. Niet-vertrouwelijk 4/71 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 22ter van de elektriciteitswet, ingevoerd door de wet van 16 december 2022 “tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot invoering van een plafond op marktinkomsten van elektriciteitsproducenten” bepaalt met name het volgende: “§ 1. Bij dit artikel wordt een plafond op marktinkomsten van elektriciteitsproducenten ingesteld door middel van een heffing ten behoeve van de Staat op het surplus aan inkomsten die tussen 1 augustus 2022 en 30 juni 2023 door de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaars wordt behaald. […] § 6. Voor de heffing die verschuldigd is voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 dienen de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaars uiterlijk op 30 april 2023 bij de commissie een aangifte in. Voor de heffing die verschuldigd is voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 dienen de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaars uiterlijk op 7 september 2023 bij de commissie een aangifte in. In deze aangifte wordt minstens melding gemaakt van de volgende gegevens: 1° de volledige identificatie van de schuldenaar; 2° de volledige identificatie van elk van zijn installaties voor elektriciteitsproductie, met inbegrip van de EAN-code(s), en het totale volume van elektriciteit dat geïnjecteerd werd in de betrokken periode per installatie voorelektriciteitsproductie, zowel als het maximale geïnstalleerde vermogen van elke installatie voor elektriciteitsproductie, gevalideerd door de betrokken netbeheerder(s); 3° wanneer het totale volume van elektriciteit per installatie voor elektriciteitsproductie als bedoeld in 2° over verschillende schuldenaars wordt verdeeld, de verdeling van het desbetreffende volume van elektriciteit over de betrokken schuldenaars en elk document dat het akkoord van de betrokken schuldenaars over deze verdeling bewijst; 4° het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit per kwartier van elke installatie voor elektriciteitsproductie, gevalideerd door de betrokken netbeheerder(s); 5° in voorkomend geval, de vermelding van het gebruikte platform voor de uitwisseling van energieblokken dat in België actief is; 6° in voorkomend geval, het in paragraaf 5, tweede lid, 6°, bedoelde bewijs, vergezeld van alle bewijsstukken en een motivering van de gevolgde verkoopstrategie; 7° in afwijking van 3° tot en met 6°, voor de rechtspersonen, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, het bewijs dat het surplus aan inkomsten rechtstreeks aan consumenten wordt overgedragen. Bij gebreke daarvan verstrekken deze rechtspersonen de in 3° tot en met 6° bedoelde gegevens. De commissie stelt het model van de aangifte en het formaat van de toe te zenden stukken vast: 1° voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022, uiterlijk op 28 februari 2023; 2° voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023, uiterlijk op 7 juli 2023. Niet-vertrouwelijk 5/71 § 7. Voor elke in paragraaf 2 bedoelde schuldenaar stelt de commissie de overeenkomstig dit hoofdstuk verschuldigde heffing voor: 1° voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022, uiterlijk op 30 september 2023; 2° voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023, uiterlijk op 31 december 2023. De commissie kan voorstellen de heffing ambtshalve vast te stellen op basis van het surplus aan inkomsten dat zij kan veronderstellen op grond van de gegevens waarover zij beschikt, wanneer de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaar de aangifte niet binnen de in paragraaf 6 vastgestelde termijn heeft ingediend of niet alle gegevens heeft verstrekt die nodig zijn om zijn surplus aan inkomsten vast te stellen. Bij deze ambtshalve heffing wordt rekening gehouden met het feit dat het volledige geïnjecteerd volume van elektriciteit op basis van de gegevens van de betrokken netbeheerder tegen de marktreferentieprijs is verkocht”. 2. De elektriciteitswet voorziet het volgende in artikel 22quater, eveneens ingevoerd door de wet van 16 december 2022: “ § 1. De commissie is belast met de controle van de in artikel 22ter, § 6, bedoelde aangifte en met de formulering van het voorstel tot vaststelling voor elke in artikel 22ter, § 2, bedoelde schuldenaar van het bedrag van de verschuldigde heffing overeenkomstig dit hoofdstuk. (…)”. 3. De artikelen 22ter en 22quater van de elektriciteitswet zijn de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 “betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen” (hierna: verordening 2022/1854)1. In dit kader bepaalt artikel 22ter, § 9 van de elektriciteitswet het volgende : § 9. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning de nodige maatregelen nemen om de uitvoering te verzekeren van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit elke wijziging van Verordening (EU)2022/1854, met inbegrip van de verlenging van de toepassingsperiode bedoeld in artikel 20 van Verordening(EU) 2022/1854. In voorkomend geval past de Koning de procedures voor de aangifte en de vaststelling van de heffing aan. Deze besluiten worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.” 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Zoals hiervoor vermeld, is het doel van Verordening (EU)2022/1854 voornamelijk om tijdelijk de marktinkomsten van de elektriciteitsproducenten te beperken door toepassing van een begrenzing op die inkomsten en een herverdeling aan de eindverbruiker van de inkomsten die als surplusinkomsten worden beoordeeld. 1 Zie: Publicatieblad van de Europese unie L. 261 I/1 van 6 oktober 2022, p. 1-21 (of hierboven: verordening 2022/1854): https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32022R1854&qid=1674639807705&from=en Niet-vertrouwelijk 6/71 5. Op 16 december 2022 werd de wet aangenomen tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt die het plafond op de marktinkomsten van de elektriciteitsproducenten invoert. 6. Op 28 februari 2023 heeft de CREG beslissing (B)2511 genomen over het model van aangifte in te dienen door de schuldenaars van de heffing ingevoerd in het kader van het plafond op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten. Deze beslissing heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 22ter, § 6, 4de lid van de elektriciteitswet dat voorziet dat de CREG belast is met het bepalen van het model van aangifte in te dienen door de betreffende schuldenaars, alsook het formaat van de toe te zenden stukken voor de belastbare periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022. 3. RAADPLEGING 7. Met toepassing van artikel 33, § 1 van het huishoudelijk reglement2 van het directiecomité van de CREG, heeft de CREG van 26 mei 2023 tot 16 juni 2023 een publieke raadpleging georganiseerd over de ontwerpbeslissing. 8. In dit kader heeft de CREG zes niet-vertrouwelijke reacties ontvangen die binnen de termijn werden overgemaakt. 9. Het raadplegingsverslag wordt als bijlage 2 aan onderhavige beslissing toegevoegd. 4. BEGRIPPEN 4.1. “BEOOGDE PERIODE” 10. Paragraaf 1 van artikel 22ter van de elektriciteitswet stelt een plafond in op de marktinkomsten die tussen 1 augustus 2022 en 30 juni 2023 door de elektriciteitsproducenten worden behaald. Artikel 22ter, § 6 bepaalt op zijn beurt het volgende: “Voor de heffing die verschuldigd is voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022 dienen de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaars uiterlijk op 30 april 2023 bij de commissie een aangifte in. Voor de heffing die verschuldigd is voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 dienen de in paragraaf 2 bedoelde schuldenaars uiterlijk op 7 september 2023 bij de commissie een aangifte in.” 11. Artikel 22ter, § 7 bepaalt: “De commissie stelt het model van de aangifte en het formaat van de toe te zenden stukken vast: 2 Huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017. https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 7/71 1° voor de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022, uiterlijk op 28 februari 2023; […]”. De “beoogde periode” van onderhavig model van aangifte is de periode die loopt van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023. 4.2. 12. “SCHULDENAAR” Artikel 22ter, § 2 van de elektriciteitswet voorziet dat de heffing is verschuldigd door: “1° iedere natuurlijke of rechtspersoon die in de paragraaf 1 bedoelde periode elektriciteit injecteert in het transmissienet, een net dat een transmissiefunctie heeft, een (gesloten) distributienet, een gesloten industrieelnet, een tractienet spoor of een directe lijn, door middel van een in België gelegen installatie voor elektriciteitsproductie die gebruik maakt van een van de in artikel 7.1 van Verordening (EU) 2022/1854 genoemde technologieën, met een geïnstalleerd vermogen van minimaal 1 MW; 2° iedere kernexploitant in de zin van artikel 2, 5°, van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage; 3° iedere bijdragende vennootschap in de zin van artikel 2, 11°, van de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage; 4° iedere eigenaar van de kerncentrale als bedoeld in artikel 4/1 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie. In afwijking van het eerste lid is de heffing niet verschuldigd door energiegemeenschappen van burgers en hernieuwbare energiegemeenschappen of door de gelijkgestelde energiegemeenschappen als bedoeld in de regionale wetgeving, mits het surplus aan inkomsten rechtstreeks aan consumenten die leden van deze gemeenschappen zijn wordt overgedragen.” 4.3. 13. “INSTALLATIES” Artikel 22ter, § 3 van de elektriciteitswet definieert een installatie als volgt: “ installatie voor elektriciteitsproductie gelegen in België die gebruik maakt van een van de in artikel 7.1 van Verordening (EU) 2022/1854 genoemde technologieën, met een geïnstalleerd vermogen van minimaal 1 MW”. 14. Artikel 7.1 van verordening 2022/1854 beoogt elektriciteit opgewekt uit de volgende bronnen:

  1. a)windenergie;
  2. b)zonne-energie (zowel thermische als fotovoltaïsche zonne-energie);
  3. c)geothermische energie;
  4. d)waterkracht zonder reservoir;
  5. e)biomassabrandstoffen (vaste of gasvormige biomassabrandstoffen), met uitzondering van biomethaan;
  6. f)afvalstoffen;
  7. g)kernenergie; Niet-vertrouwelijk 8/71
  8. h)bruinkool;
  9. i)ruwe aardolieproducten;
  10. j)turf. 15. In principe stemt elke EAN, verbonden aan één van de technologieën genoemd in artikel 7.1 van verordening 2022/1854 met een minimaal geïnstalleerd vermogen van 1 MW, overeen met een installatie. Omwille van administratieve vereenvoudiging en voor zover dit geen invloed heeft op de verschuldigde heffing kan de schuldenaar er echter voor kiezen om, in het kader van de toepassing van de heffing, meerdere EAN’s die vallen onder één van de technologieën genoemd in artikel 7.1 van verordening 2022/1854 als één enkele installatie (zoals gedefinieerd in de wet) te groeperen. Om deze groepering mogelijk te maken, moeten de marktinkomsten op identieke wijze bepaald worden voor de verschillende gegroepeerde installaties. Dit impliceert onder andere dat: - hetzelfde vermoeden van toepassing is; - ingeval van installaties die genieten van een productiesteunregeling die varieert in functie van de evolutie van de marktprijs van elektriciteit, de referentieperiode waarin de groenestroomcertificaten werden gereserveerd en de LCOE van toepassing op de verschillende gegroepeerde installaties identiek zijn; - Indien vermoeden 3 wordt geselecteerd, op een gegeven moment slechts één PPA van toepassing kan zijn voor op alle gegroepeerde installaties en de vermoedens 4 en 5 niet kunnen worden toegevoegd; - vermoeden 6 niet mag worden geselecteerd; - deze groepering gerechtvaardigd is door geografische redenen. Bijvoorbeeld, een schuldenaar kan één enkele installatie definiëren voor een windmolenpark of een kernreactor die over meerdere EAN’s beschikt. In het kader van het formuleren van haar voorstel tot heffing kan de CREG zich het recht voorbehouden om een groepering te weigeren indien die zou leiden tot een vermindering van de heffing ten opzichte van de heffing die verschuldigd zou zijn zonder deze groepering. 16. Verordening 2022/1854 voorziet dat het plafond op de marktinkomsten van toepassing is op de marktinkomsten die voortvloeien uit de verkoop van elektriciteit opgewekt uit de bronnen opgesomd in artikel 7.1. Op basis hiervan is het plafond op de marktinkomsten van toepassing op inkomsten voortvloeiend uit de verkoop van elektriciteit door een elektriciteitsproductie-installatie die stoom, opgewekt uit bronnen opgesomd in artikel 7.1 van verordening 2022/1854, omzet in elektriciteit. 4.4. “SURPLUS AAN INKOMSTEN” 17. Artikel 22ter, § 3 van de elektriciteitswet bepaalt dat het surplus aan inkomsten het positief verschil is tussen de marktinkomsten en het plafond op de marktinkomsten. Het surplus aan inkomsten is dus per definitie positief of nul. 18. Voormelde bepaling bepaalt bovendien dat het surplus aan inkomsten wordt berekend voor elke transactie tot verkoop van elektriciteit in MWh geleverd in de beoogde periode. Het plafond wordt aldus transactie per transactie toegepast. Het surplus aan inkomsten komt dus overeen met de som van het positieve verschil tussen de marktinkomsten en het plafond op de marktinkomsten van elke transactie. 19. Het surplus aan inkomsten wordt berekend per installatie voor de productie van elektriciteit. Niet-vertrouwelijk 9/71 20. Het surplus aan inkomsten wordt geacht nul te zijn wanneer de op de markt verkochte elektriciteit werd opgewekt door een installatie voor elektriciteitsproductie die onder een productiesteunregeling valt en waarvan de marktinkomsten door een bevoegde autoriteit worden geplafonneerd. Een dergelijke installatie die geniet van een productiesteunregeling voor de productie van elektriciteit heeft geen surplus aan inkomsten in de periode waarin zij geniet van deze productiesteun. Het gaat bijvoorbeeld over de contractuele of reglementaire mechanismes van het type tarieven van aankoop of 2-Sided Contract for Difference. Voornoemd 2-Sided Contract for Difference is een productiesteunregeling waarbij een vast inkomensniveau (de strike price) wordt gegarandeerd op basis van de via de groothandelsmarkt geïnde inkomsten en de gekregen productiesteun. Deze gekregen productiesteun is gelijk aan het verschil tussen de strike price en de groothandelsprijs voor elektriciteit. Indien de groothandelsprijs voor elektriciteit hoger is dan de strike price moet de begunstigde dit verschil terugbetalen. 4.5. “PLAFOND OP DE MARKTINKOMSTEN” 21. Artikel 22ter, § 4 van de elektriciteitswet voorziet dat het plafond op de marktinkomsten in principe € 130/MWh elektriciteit bedraagt. 22. Diezelfde bepaling bevat echter twee afwijkingen. Enerzijds bedraagt het plafond op de marktinkomsten € 180/MWh elektriciteit voor: - installaties die elektriciteit opwekken uit vaste of gasvormige biomassabrandstoffen; - verbrandingsinstallaties voor stedelijk afval. Anderzijds, wanneer de verkochte elektriciteit werd geproduceerd door middel van een installatie voor elektriciteitsproductie die productiesteun ontvangt die varieert volgens de evolutie van de marktprijs van elektriciteit, wordt het plafond vastgesteld op € 130/MWh elektriciteit of op het niveau van de LCOE plus € 50/MWh elektriciteit indien dit resultaat hoger is dan € 130/MWh, maar steeds beperkt tot € 180/MWh elektriciteit. Er wordt op gewezen dat deze twee afwijkingen onafhankelijk van elkaar van toepassing zijn. 23. LCOE is het Engelse acroniem voor Levelized Cost of Energy, wat “genormaliseerde energiekosten” betekent. De LCOE komt overeen met de volledige kost voor de productie van elektriciteit over de levensduur van de installatie, met inbegrip van een rendement op de investering. In het geval van productiesteun die varieert in functie van de marktprijs van elektriciteit is de LCOE een gegarandeerde waarde, die desgevallend voortvloeit uit een formule, zoals bepaald in de productiesteunregeling die van toepassing is, die de investeringskosten, de exploitatiekosten en het rendement op de investering dekt. 24. In het geval van offshore windenergie wordt aan de schuldenaar gevraagd om de LCOE van de installatie over te maken op basis van de waarden bepaald door of krachtens het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid waaraan desgevallend de kabeltoeslag bedoeld in artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet wordt toegevoegd. In het geval van een installatie die van een regionale productiesteun geniet die varieert in functie van de evolutie van de marktprijs van elektriciteit, hangt de LCOE af van de technologie en van het referentiejaar van de steunregeling waarvan zij geniet. De schuldenaar wordt tevens verzocht de LCOE van de installatie mee te delen op basis van de waarden die zijn vastgesteld bij of krachtens het toepasselijke decreet (ordonnantie) of de toepasselijke reglementering, in overeenstemming met de Niet-vertrouwelijk 10/71 tabellen opgenomen in bijlage 13 op basis van het referentiejaar voor de toekenning van de steun4. De LCOE’s opgenomen in bijlage 1 werden berekend op basis van voorgestelde productiesteunniveau’s (gecorrigeerd door eventuele plafonds van productiesteun) en elektriciteitsprijzen gepubliceerd in verschillende berekeningsmethodologieën voor productiesteun voor elektriciteit, rekening houdend met eventueel eigen verbruik. Voor de installaties in Vlaanderen die genieten van een specifieke “bandingfactor” geraamd op basis van een dossier, wordt aan de schuldenaar gevraagd om de LCOE specifiek voor de installatie op te geven die overeenstemt met de som van het niet-rendabele bedrag specifiek voor de installatie (onrendabele top) en de elektriciteitsprijs opgenomen in het “OT/BF verslag” van het referentiejaar van de reservering van de steun5. Voor installaties in Wallonië waarvan het niveau van de productiesteun per dossier wordt geraamd, wordt aan de schuldenaar gevraagd om de LCOE specifiek voor de installatie op te geven die overeenstemt met de som van het niet-rendabele bedrag en de referentieprijs van elektriciteit opgenomen in de berekeningsmethodologie van de productiesteun van het referentiejaar van de reservering van de steun. 25. Als eenzelfde installatie die slechts over één enkele EAN beschikt het voorwerp heeft uitgemaakt van meerdere reserveringen van groenestroomcertificaten, stemt de meegedeelde LCOE overeen met het gewogen gemiddelde van de verschillende LCOE’s die verband houden met de verschillende reserveringen ten opzichte van de geïnstalleerde vermogens verbonden aan deze verschillende reserveringen. 4.6. “PROFIEL VAN GEPRODUCEERDE EN VERKOCHTE ELEKTRICITEIT” 26. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit is het elektriciteitsprofiel op basis waarvan de marktinkomsten worden bepaald. 27. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit wordt vastgesteld door ervan uit te gaan dat de marktinkomsten de inkomsten zijn die voor elke transactie door de schuldenaar worden gerealiseerd in ruil voor de verkoop en levering van elektriciteit in de loop van de beoogde periode. 28. In het geval dat de elektriciteitsproductie van de installatie wordt verkocht in het kader van één (of meerdere) Power Purchase Agreements (hierna: PPA), of een variant zoals de Corporate Power Purchase Agreement (CPPA) en de financiële of virtuele Power Purchase Agreements (VPPA), hetzij een bilaterale stroomafnameovereenkomst, wordt voor elke PPA een profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit overgemaakt dat overeenkomt met het elektriciteitsprofiel verkocht in het kader van elke PPA. 3 De LCOE’s van de installaties die genieten van een regionale productiesteun die varieert in functie van de evolutie van de marktprijs van elektriciteit zijn ook opgenomen op het digitaal platform onder de rubriek “Platform schuldenaar” en vervolgens onder “Templates/prijzen”. 4 Dit is het jaar van de vraag tot reservering die het niveau van de productiesteun bepaalt waarop een installatie recht heeft. De LCOE moet dus bepaald worden volgens het jaar waarin de reservering gevraagd wordt. Om een voorbeeld te geven: als een projectontwikkeling zijn vraag tot reservering indient op 31 december 2020, de aanvraag in februari 2021 wordt aanvaard en de groenestroomcertificaten over 2021 worden toegekend, zijn het niveau van productiesteun en de referentieparameters die van kracht zijn in het jaar 2020 van toepassing. 5 Op heden betreft het enkel de fotovoltaïsche productie-installaties. De CREG kan aan de schuldenaars in kwestie het detail van haar berekening van de LCOE in Vlaanderen bezorgen zodat zij dezelfde methodologie kunnen volgen. Niet-vertrouwelijk 11/71 29. In het geval dat de elektriciteitsproductie van de installatie aangesloten op het distributienet op de groothandelsmarkt wordt verkocht, komt het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit overeen met het productieprofiel. 30. In het geval de elektriciteitsproductie van de installatie deels op de groothandelsmarkt, deels in het kader van één (of meerdere) PPA’s wordt verkocht, worden meerdere profielen voor geproduceerde en verkochte elektriciteit overgemaakt. Er wordt een profiel voor geproduceerde en verkochte elektriciteit overgemaakt voor elke PPA en voor het elektriciteitsprofiel verkocht op de groothandelsmarkt. 31. Productie die niet in het publieke transmissie- of distributienet wordt geïnjecteerd, maar die toch door de producent aan een derde wordt verkocht, dient mee in de berekening van het surplus aan inkomsten te worden opgenomen en moet dus worden meegedeeld in de vorm van een profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit. In het geval dat een producent bijvoorbeeld een windmolen beheert op de industriële site van een derde en een deel van haar productie via een gesloten net aan die derde verkoopt zonder ze in het publieke transmissie- of distributienet te injecteren, wordt het profiel van verkochte productie meegedeeld in de vorm van een profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van deze windmolen wordt dus meegedeeld aan de hand van twee profielen, enerzijds het profiel van elektriciteit verkocht aan een derde en anderzijds het profiel van elektriciteit verkocht op de markt. 32. In het geval dat een producent een deel van zijn productie gebruikt voor eigen verbruik ter plaatse, wordt dit eigen verbruik niet als geproduceerd en verkocht beschouwd. Er wordt dus geen rekening mee gehouden in de berekening van het surplus aan inkomsten en moet niet worden opgenomen in het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit. 33. Het profiel van de geproduceerde en verkochte elektriciteit dat door de schuldenaar van de heffing wordt meegedeeld, is desgevallend gebaseerd op de gegevens die hij van de betrokken netbeheerder(
  11. s)of de beheerder van de directe lijn heeft ontvangen. Deze gegevens worden geacht gevalideerd te zijn door deze beheerder(s). De schuldenaar van de heffing is niet verplicht een attest van de productiegegevens van de betrokken netbeheerder(
  12. s)of directe lijnbeheerder(
  13. s)te verkrijgen, maar de CREG kan aan de netbeheerder(
  14. s)of directe lijnbeheerder(
  15. s)de productie- en injectiegegevens vragen om de gegevens overgemaakt door de schuldenaar te valideren. 4.7. “VERMOEDENS” 34. Voor de vaststelling van het bedrag van de heffing voorziet artikel 22ter, § 5 van de elektriciteitswet een aantal vermoedens die van toepassing zijn op de verschillende productietechnologieën in functie van hun eigenschappen. 35. De elektriciteitswet bepaalt aldus de marktinkomsten voor elke installatie door middel van vermoedens. De vermoedens bedoeld in 1° tot 5° van artikel 22ter, § 5 hebben tot doel de administratieve last voor de schuldenaars, de CREG en de FOD Economie te verlichten door gebruik te maken van veronderstellingen die redelijk zijn en gebaseerd op marktpraktijken en de bestaande wetgeving: - Het eerste vermoeden heeft enkel betrekking op de kerncentrales bedoeld in de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage : het betreft dus de centrales Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3. - Het tweede vermoeden heeft enkel betrekking op de kerncentrale bedoeld in artikel 4/1 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie : het betreft de centrale Tihange 1. Niet-vertrouwelijk 12/71 - Het derde vermoeden heeft betrekking op de installaties die niet onder het eerste of tweede vermoeden vallen en waarvan de productie onder een stroomafnameovereenkomst valt. In deze context wordt als stroomafnameovereenkomst bedoeld : de Power Purchase Agreements (PPA) of varianten ervan zoals de Corporate Power Purchase Agreement (CPPA) en financiële of virtuele Power Purchase Agreements (VPPA). In het geval van financiële of virtuele Power Purchase Agreements (VPPA) levert de schuldenaar, onder vermoeden 3, de gegevens op met betrekking tot de VPPA, evenals de gegevens met betrekking tot de fysieke verkoop onder een PPA van het geproduceerde en verkochte profiel van de installatie. Er wordt rekening gehouden met het geheel van transacties bij het bepalen van het eventuele surplus aan inkomsten. - Het vierde vermoeden heeft betrekking op installaties die : • niet onder het eerste, tweede of derde vermoeden vallen; • niet genieten van een productiesteunregeling tenzij deze regeling voorziet dat het bedrag van de steun niet afhankelijk is van de evolutie van de elektriciteitsprijs. De elektriciteitswet voorziet ook dat het vierde vermoeden van toepassing kan zijn op installaties die genieten van een productiesteunregeling waarvan het bedrag afhankelijk is van de evolutie van de elektriciteitsprijs over een periode van drie jaar. - Het vijfde vermoeden heeft betrekking op de installaties die niet onder het eerste, tweede, derde of vierde vermoeden vallen. Het gaat hier bijvoorbeeld over installaties die genieten van een productiesteunregeling waarvan het bedrag afhankelijk is van de evolutie van de elektriciteitsprijs toegekend door het Vlaamse of het Waalse gewest. In Vlaanderen gaat het om installaties die genieten van een productiesteunregeling waarvan de “bandingfactor”6 jaarlijks wordt herzien7. In dit geval wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld elke dag waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct in jaar – 1 (CAL+1) is gepubliceerd door het platform voor uitwisseling van energieblokken in België, over een periode van twaalf maanden. Voor de periode van 1 januari tot 30 juni 2023 loopt deze referentieperiode van 1 januari 2022 tot 31 december 2022. In het Waalse Gewest zijn de installaties in kwestie installaties die genieten van een productiesteunregeling die afhankelijk is van de “rho” correctiefactor8 die jaarlijks wordt herzien. In dit geval wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld elke dag waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct 6 De bandingfactor wordt gebruikt voor het berekenen van de groenestroom- of warmtekrachtcertificaten toegekend door het Vlaams gewest bij: projecten met startdatum sinds 1 januari 2013 o nieuwe installaties o ingrijpend gewijzigde WKK-installaties groenestroomprojecten met startdatum voor 2013 die via de verlengingsopties een specifieke bandingfactor kregen. 7 Groenestroomprojecten waarvan de startdatum voor 2013 valt en die via de verlengingsopties een “bandingfactor” kregen, worden hier niet beoogd. Deze projecten genieten van een specifieke, vaste “bandingfactor” voor een periode van 5 jaar. Zij genieten dus niet van een productiesteunregeling die varieert in functie van de evolutie van de marktprijs van elektriciteit. Het vierde vermoeden is van toepassing, voor zover er geen PPA bestaat. 8 De “rho” correctiefactor wordt enkel toegepast voor waterkrachtcentrales, elektriciteit geproduceerd op basis van zonnepanelen met een netto vermogen van meer dan 10 kW en op basis van windmolens, en waarvoor de procedure van reservering van groenestroomcertificaten geldt. De “rho” correctiefactor wordt gebruikt voor de berekening van de groenestroomcertificaten toegekend door het Waalse Gewest voor projecten met een startdatum later dan 1 juli 2014. De verlengingsopties zijn in Wallonië nog niet van toepassing. Niet-vertrouwelijk 13/71 in jaar – 1 (CAL+1) is gepubliceerd door het platform voor uitwisseling van energieblokken in België, over een periode van zes maanden. Voor de periode van 1 januari tot 30 juni 2023 loopt deze referentieperiode van 1 januari 2022 tot 30 juni 2022. 36. Als slechts een deel van de productie van een installatie wordt gedekt door één (of meerdere) PPA’s of een variant ervan, heeft de schuldenaar de mogelijkheid om het derde vermoeden toe te passen op het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit onder een PPA en om het vierde of vijfde vermoeden toe te passen op het saldo van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie. In dit geval kan in de praktijk enkel het vermoeden n° 5 van toepassing zijn wanneer de installatie geniet van een productiesteunregeling toegekend in Vlaanderen of Wallonië waarvan het bedrag afhankelijk is van de evolutie van de elektriciteitsprijs. In de andere gevallen is vermoeden n° 4 van toepassing. 37. De elektriciteitswet voorziet de mogelijkheid om bepaalde vermoedens te weerleggen door vermoeden n° 6 toe te passen. Het weerleggen van vermoedens kan slechts in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden worden aanvaard. Vooreerst kunnen enkel de vermoedens n° 3 tot n° 5 worden weerlegd door alle nuttige informatie hieromtrent te verschaffen. Er wordt aan de schuldenaar onder andere gevraagd om een motivering toe te voegen van de verkoopstrategie die afwijkt van de verkoopstrategie bedoeld in het vermoeden n° 3, 4 of 5 dat van toepassing is op de installatie. Deze weerlegging kan betrekking hebben op alle of een deel van de productie-installaties van de schuldenaar. De schuldenaar die het vermoeden voor een bepaalde installatie wil weerleggen, moet aantonen dat zijn marktinkomsten die voortvloeien uit de elektriciteitsproductie van deze installatie afwijken van vermoedens n° 3, 4 en 5. Hiervoor moet hij alle gegevens verstrekken die betrekking hebben op alle installaties om te voorkomen dat er door middel van transacties een kunstmatige overdracht gebeurt van hoge marktinkomsten naar productieinstallaties waarvan de inkomsten, die berekend zijn in functie van het vermoeden dat hierop van toepassing is, lager zouden zijn (en omgekeerd). 38. is. Figuur 1 geeft een schematisch overzicht van de bepaling van het vermoeden dat van toepassing Niet-vertrouwelijk 14/71 Figuur 1: Overzicht van de vermoedens Niet-vertrouwelijk 15/71 4.8. “BEOOGDE TRANSACTIES” 39. In overeenstemming met artikel 22ter, § 5 van de elektriciteitswet zijn de beoogde transacties de transacties die door de schuldenaar werden uitgevoerd in ruil voor verkoop en levering van elektriciteit in de loop van de beoogde periode, ongeachte de contractuele vorm waarin die ruil plaatsvindt, met inbegrip van de stroomafnameovereenkomsten en andere verrichtingen ter afdekking van schommelingen op de groothandelsmarkt voor elektriciteit. 40. Zoals benadrukt in de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 16 december 2022 wordt het plafond toegepast transactie per transactie “zodat principieel iedere transactie waarvoor een surplus aan inkomsten wordt gerealiseerd, wordt belast”. Bovendien definieert de wet wat onder "transactie" moet worden verstaan bij het bepalen van de marktinkomsten. 41. Voor vermoeden n° 1 wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld op elke dag waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct is gepubliceerd door het platform voor de uitwisseling van energieblokken bedoeld in afdeling 3 van de bijlage bij de wet van 11 april 2003 op de repartitiebijdrage9. Het volume van elektriciteit dat op de day-ahead markt is verkocht, wordt op haar beurt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur voor het desbetreffende volume op uurbasis. 42. Voor vermoeden n° 2 wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld op de eerste werkdag van elke maand waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct is gepubliceerd door het platform voor de uitwisseling van energieblokken in het kader van de toepassing van artikel 4/1, § 2, 3de lid van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie. Het volume van elektriciteit dat op de day-ahead markt is verkocht, wordt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur voor het desbetreffende volume op uurbasis. 43. Voor vermoeden n° 3 wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld per dag die door de bovengenoemde overeenkomst in aanmerking wordt genomen om de prijs te bepalen. Het volume van elektriciteit dat op de day-ahead markt is verkocht, wordt op haar beurt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur voor het desbetreffende volume op uurbasis. 44. Voor vermoeden n° 4 wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld per dag waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct is gepubliceerd door het platform voor uitwisseling van energieblokken in België. Het volume van elektriciteit verkocht op de day-ahead markt wordt op haar beurt geacht te zijn verhandeld per leveringsperiode van één uur. 45. Voor vermoeden n° 5 wordt het volume van op termijn verkochte elektriciteit geacht te zijn verhandeld per dag waarop een dagelijkse notering van een baseload kalenderproduct is gepubliceerd door het platform voor uitwisseling van energieblokken in België, over een periode van één jaar of over een periode van zes maanden wanneer de steunregeling van de productie-installatie is gebaseerd op de evolutie van de elektriciteitsprijs over een periode van zes maanden. Het volume van elektriciteit verkocht op de day-ahead markt wordt op haar beurt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur. 9 Het gaat over de bijlage bij de wet van 11 april 2003 over de repartitiebijdrage, zoals gewijzigd door de wet van 25 december 2016 houdende wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Niet-vertrouwelijk 16/71 46. Voor vermoeden n° 6 is elke verkoop van elektriciteit op termijn een transactie bepaald door zijn transactiedatum, prijs en volume. Elk geproduceerd en verkocht, maar niet op termijn verkocht volume van elektriciteit wordt geacht te zijn verkocht tegen de marktreferentieprijs. Het volume van elektriciteit dat op de day-ahead markt is verkocht, wordt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur. Het volume van elektriciteit verkocht op de day-ahead markt wordt op haar beurt geacht te zijn verhandeld voor elke leveringsperiode van één uur voor het desbetreffende volume op uurbasis. 47. In overeenstemming met artikel 22ter, § 5, 1e lid van de elektriciteitswet worden enkel transacties uitgevoerd door de schuldenaar van de heffing in aanmerking genomen voor de berekening van het surplus aan inkomsten van deze schuldenaar. 4.9. “AFTREK VAN KOSTEN DIE VERBAND HOUDEN MET AANKOPEN” 48. Artikel 22ter, § 5 van de elektriciteitswet voorziet de vermindering van het surplus aan inkomsten met kosten die verband houden met aankoop voor alle vermoedens met uitzondering van vermoeden n° 3. Het gaat over kosten die verband houden met de aankoop van volumes van elektriciteit voor de levering van verkochte en niet geproduceerde volumes van elektriciteit wanneer de werkelijke productie lager is dan de op termijn verkochte productie, ten belope van het positieve verschil tussen de marktreferentieprijs en het plafond op de markinkomsten. Deze vermindering mag niet leiden tot een negatief surplus aan inkomsten en de betrokken kosten mogen niet van een vorige periode of naar een volgende periode worden overgedragen, noch tussen installaties voor elektriciteitsproductie van eenzelfde portefeuille worden overgedragen. 49. Deze aftrek is logischerwijze niet van toepassing op productie-installaties met een PPA of hun variant, aangezien het doel van dit soort overeenkomsten beperkt is tot de verkoop van de daadwerkelijk geproduceerde elektriciteit. Als de stroomafnameovereenkomst (PPA) voorziet in kosten voor de producent voor de aankoop van elektriciteitsvolumes voor de levering van verkochte en niet geproduceerde elektriciteitsvolumes gedurende de betrokken periode, worden deze afgetrokken van het surplus aan inkomsten overeenkomstig de bepalingen van de PPA. 4.10. “AANGIFTE” 50. De schuldenaar waarop de heffing betrekking heeft, moet één enkele aangifte indienen bij de CREG voor het geheel aan installaties met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 1 MW, voorzien in artikel 7.1 van de EU verordening en die in België gelegen zijn. 51. De schuldenaar dient een aangifte in te dienen voor alle installaties bedoeld in artikel 7.1 van de EU Verordening die in België gelegen zijn, met inbegrip van de installaties die geen surplusinkomsten hebben tijdens de beoogde periode. In overeenstemming met artikel 22ter, § 7 van de elektriciteitswet kan de CREG een ambtshalve heffing voorstellen op basis van het surplus aan inkomsten dat zij kan veronderstellen op grond van de gegevens waarover zij beschikt, wanneer de schuldenaar de aangifte niet binnen de vastgestelde termijn heeft ingediend of niet alle gegevens heeft verstrekt die nodig zijn om zijn surplus aan inkomsten vast te stellen. Bij deze ambtshalve heffing wordt rekening gehouden met het feit dat het volledige geïnjecteerd volume van elektriciteit op basis van de gegevens van de betrokken netbeheerder tegen de marktreferentieprijs is verkocht. 52. Indien de schuldenaar een energiegemeenschap van burgers of een hernieuwbare energiegemeenschap (of gelijkaardig op regionaal niveau) is, moet hij een aangifte indienen en daarin aantonen dat hun surplus aan inkomsten rechtstreeks wordt overgedragen aan de consumenten, leden van de energiegemeenschappen. Niet-vertrouwelijk 17/71 53. Als de elektriciteitsproductie van een installatie over meerdere schuldenaars is verdeeld, dient de verklaring van elke schuldenaar de productie te bevatten die overeenkomt met zijn aandeel in de totale productie. Er wordt aan de schuldenaar gevraagd om hiervan bewijs te geven en aan zijn aangifte alle documenten toe te voegen die het akkoord van de betrokken schuldenaars over deze verdeling aantonen. 54. Er moet een aangifte ingediend worden voor elke elektriciteitsproductie-installatie op Belgisch grondgebied die gebruik maakt van de technologieën opgesomd in artikel 7.1 van verordening 2022/1854 met een minimaal geïnstalleerd vermogen van 1 MW. Indien de elektriciteitsproductie van één van deze installaties onder meerdere schuldenaars is verdeeld en het geïnstalleerd vermogen toegewezen aan één van de schuldenaars minder dan 1 MW bedraagt, is deze laatste nog steeds verplicht om zijn aandeel in de installatie aan te geven. 5. AANGIFTEFORMULIER 5.1. VERTROUWELIJKHEID VAN GEGEVENS 55. Het aangifteformulier wordt ingevuld in een beveiligde dedicated CREG omgeving. Alle gegevens worden in versleutelde vorm doorgestuurd en opgeslagen in een databank. Zo kan de veiligheid van de gegevens gewaarborgd worden. Het gebruik van de gegevens is trouwens beperkt tot geautoriseerde personen. De gegevens van het platform worden dagelijks op versleutelde wijze bewaard. 56. De persoonsgegevens worden verwerkt in overeenstemming met het privacybeleid van de CREG10. 5.2. OVERGEMAAKTE GEGEVENS 57. Alle informatie die noodzakelijk is voor de verificatie van de aangifte dienen ter beschikking van de CREG te worden gesteld. 58. Bij het opstellen van de aangifte moeten voor elke installatie bewijsstukken worden toegevoegd: het betreft enerzijds gegevens die in gestructureerde vorm ter beschikking worden gesteld en anderzijds gegevens die in vrije vorm mogen worden verstrekt. De gegevens in gestructureerde vorm zijn bijvoorbeeld de productiegegevens waarvoor de CREG een csv-formaat oplegt. De csv-templates zijn beschikbaar op het Platform schuldenaar door de rubriek “Templates/prijzen” te selecteren. Onder diezelfde rubriek staat een pdf document met uitleg over de velden die in de verschillende csvtemplates moeten worden opgenomen. De CREG stelt een tool ter beschikking voor de validatie van het formaat van de csv-bestanden. De gegevens die in vrije vorm mogen worden opgeleverd zijn bijvoorbeeld de bijlagen met betrekking tot de PPA’s. 10 https://www.creg.be/nl/privacybeleid Niet-vertrouwelijk 18/71 5.3. HET AANGIFTEFORMULIER 59. Het aangifteformulier is toegankelijk via de volgende link: https://capmarketrevenues.creg.be/. 60. In de volgende hoofdstukken worden alle stappen van het aangifteformulier doorlopen. 61. Er wordt op gewezen dat elk numeriek veld moet worden ingevuld met een positieve of nulwaarde met uitzondering van de β factor en de volumes in MW van de basisvolumes, die ook een negatieve waarde kunnen hebben. 5.3.1. Registratie van de schuldenaar 62. In artikel 22ter, § 2 van de elektriciteitswet worden de schuldenaars van de heffing bepaald. Elke schuldenaar die onder deze bepaling valt, moet een aangifte indienen (cfr. nummers 47 en 48 van onderhavige beslissing). 63. Indien de schuldenaar zich reeds heeft geregistreerd voor de periode van 1 augustus 2022 tot 31 december 2022, blijft deze registratie actief voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023. Indien een schuldenaar die was geregistreerd voor de periode van 1 augustus 2022 tot 31 december 2022 niet langer actief is, dient hij uit het platform verwijderd te worden. Hij stuurt hiervoor een verzoek naar de CREG op het e-mailadres capmarketrevenues@creg.be met een verantwoording. 64. Is de schuldenaar nog niet geregistreerd, dan dient hij zich eerst op het platform te registreren vooraleer hij een aangifteformulier kan invullen. 65. Hiervoor wordt eerst aan de schuldenaar gevraagd om een hoofdgebruiker voor het plafond te creëren. Hiervoor wordt gevraagd een e-mailadres op te geven en een paswoord aan te maken. Er wordt bovendien gebruik gemaakt van het MFA systeem (Multi Factor Authentication). Nadat de hoofdgebruiker zijn e-mailadres en paswoord heeft ingegeven, wordt hem gevraagd om zijn e-mail te bevestigen door op de knop “E-mail bevestigen” te klikken. Niet-vertrouwelijk 19/71 De hoofdgebruiker zal een e-mail ontvangen met daarin de vraag om op een link te klikken om zijn registratie te voltooien. Wanneer hij op de link klikt, wordt hij naar zijn profiel doorverwezen waar gevraagd wordt om zijn voornaam, achternaam, telefoon (werk) alsook de gewenste taal door te geven en op de knop “bijwerken” te klikken om zijn registratie te finaliseren. Niet-vertrouwelijk 20/71 66. Vervolgens moet de hoofdgebruiker de schuldenaar registreren op het platform door in het menu van het platform van de schuldenaar “Schuldenaars maken/beheren” te selecteren en op de knop “Schuldenaar toevoegen” te klikken. 67. In dit kader worden de volgende gegevens gevraagd: 1) de naam of maatschappelijke benaming van de schuldenaar van de heffing; 2) de juridische vorm van de schuldenaar; • de schuldenaar kiest via een keuzemenu zijn juridische vorm uit de volgende mogelijkheden: nv, bv, cv, maatschap, opdrachthoudende vereniging of de natuurlijke persoon; 3) het btw-nummer van de schuldenaar of bij gebrek daaraan zijn ondernemingsnummer; 4) de voorkeurstaal; 5) of de schuldenaar een energiegemeenschap van burgers of een hernieuwbare energiegemeenschap (of gelijkgesteld als bedoeld ook in de regionale wetgeving) is; 6) het adres van de schuldenaar (maatschappelijke zetel); 7) gegevens van de contactpersoon: • zijn/haar naam en voornaam; • zijn/haar e-mailadres; • zijn/haar telefoonnummer. Niet-vertrouwelijk 21/71 De contactpersoon kan de hoofdgebruiker zijn of elke andere persoon aangewezen door de schuldenaar. Als de hoofdgebruiker een volmachthouder is (bv. een externe accountant) dient een document met betrekking tot deze volmacht aan de aanvraag te worden toegevoegd. Als de schuldenaar een energiegemeenschap van burgers of een hernieuwbare energiegemeenschap (of elke gelijkaardige gemeenschap bedoeld in de regionale wetgeving) is, wordt aan de Gebruiker gevraagd om hiervan bewijs te leveren aan de hand van een document in pdf formaat. 68. De registratie van de schuldenaar is pas gefinaliseerd na validatie door de CREG. De hoofdgebruiker wordt van deze validatie op de hoogte gebracht per mail afkomstig van het adres noreply-capmarketrevenues@creg.be. 69. De aangifte kan slechts worden ingevuld na validatie van de registratie door de CREG. Deze procedure kan enkele werkdagen in beslag nemen. Dit betekent dat er geen zekerheid kan worden gegeven dat aanvragen tot validatie van de registratie van de schuldenaar die na 1 september 2023 worden ingediend, tijdig zullen zijn behandeld, zodat de aangifte tijdig kan worden ingediend, met name uiterlijk op 7 september 2023. 70. De hoofdgebruiker kan meerdere schuldenaars registreren indien hij door die schuldenaars als hoofdgebruiker is aangeduid. De CREG zal vervolgens elk van deze gecreëerde schuldenaars valideren. 71. Aangezien een schuldenaar over een aanzienlijk aantal installaties kan beschikken waarvoor informatie moet worden opgeleverd, kan de hoofdgebruiker meerdere gebruikers uitnodigen om zich voor dezelfde schuldenaar te registreren door in het menu van het platform “Schuldenaars maken/beheren” te kiezen. Niet-vertrouwelijk 22/71 Het maximum aantal gebruikers per schuldenaar wordt vastgelegd op tien en mag niet meer zijn dan het aantal installaties opgenomen in een aangifte. Vooraleer de hoofdgebruiker een nieuwe gebruiker kan uitnodigen voor een bepaalde schuldenaar moet hij ervoor zorgen dat hij op dat moment aan die schuldenaar is gekoppeld. De hoofdgebruiker kan nagaan aan welke schuldenaar hij op dat moment gekoppeld is onder “Mijn schuldenaars” Momenteel gekoppeld aan “…”. Als de hoofdgebruiker op dat moment niet gekoppeld is aan de schuldenaar voor wie hij een nieuwe gebruiker wenst uit te nodigen, moet hij eerst de schuldenaar selecteren voor wie hij een nieuwe gebruiker wenst uit te nodigen door naar het menu “Van schuldenaar wisselen” te gaan. De hoofdgebruiker gaat dus in het menu van het platform van de schuldenaar “Van schuldenaar wisselen” selecteren. De hoofdgebruiker selecteert dan de schuldenaar voor wie hij een nieuwe gebruiker wenst uit te nodigen in het veld “Toewijzing van de schuldenaar” en klikt op de knop “Indienen”. Niet-vertrouwelijk 23/71 Mogelijk moet de gebruiker in het menu van het platform van de schuldenaar "Schuldenaars maken/beheren" opnieuw selecteren om het volgende scherm te krijgen: De gebruiker selecteert “Een nieuwe gebruiker uitnodigen” in het keuzemenu van de schuldenaar voor wie hij een nieuwe gebruiker wenst uit te nodigen. Niet-vertrouwelijk 24/71 De hoofdgebruiker bevestigt de voornaam, achternaam, het e-mailadres en de gewenste taal van de nieuwe gebruiker. 72. De nieuwe gebruiker krijgt een e-mail met het verzoek om de uitnodiging te aanvaarden. Door op de link te klikken, kan de nieuwe gebruiker zich inschrijven met een uitnodigingscode. Door op de knop “Registreren” te klikken, kan de nieuwe gebruiker zich inschrijven zoals beschreven in punt 60. Niet-vertrouwelijk 25/71 73. Evenzo kan de hoofdgebruiker een gebruiker die hij heeft uitgenodigd registreren voor meerdere schuldenaars die door de CREG zijn gevalideerd. De hoofdgebruiker moet er eerst voor zorgen dat hij op dat moment gekoppeld is aan de schuldenaar aan wie hij een nieuwe gebruiker wil koppelen zoals beschreven in punt 69. De hoofdgebruiker selecteert in het menu van het platform van de schuldenaar “Schuldenaars maken/beheren” om het volgende scherm te krijgen: De hoofdgebruiker klikt dan op de knop “Gebruiker aan schuldenaar koppelen” om de nieuwe gebruiker toe te wijzen aan de schuldenaar waarmee hij op dat moment gekoppeld is. Niet-vertrouwelijk 26/71 De hoofdgebruiker bevestigt de nieuwe gebruiker die hij aan de schuldenaar wil toewijzen. 74. Hierna wordt naar de hoofdgebruiker of de gebruiker geregistreerd door de hoofdgebruiker verwezen met de term “Gebruiker”. 5.3.2. Registratie van de installaties 75. Indien de schuldenaar reeds is ingeschreven voor de periode van 1 augustus 2022 tot 31 december 2022, blijft alle geregistreerde installaties van de schuldenaar actief voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023. 76. Het is enkel de registratie van de installatie die actief blijft voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023. De algemene informatie over de installatie zoals beschreven onder titel 5.3.3 alsook de informatie met betrekking tot de vermoedens zoals beschreven onder titels 5.3.4 tot 5.3.11 zijn specifiek voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023 en moeten door de Gebruiker ingevuld worden. 77. Indien de schuldenaar van de installatie gewijzigd is of de installatie niet langer actief is, dan kan de schuldenaar deze installatie verwijderen door in het keuzemenu van deze installatie “installatie verwijderen” te kiezen. 78. Indien de schuldenaar nog niet was geregistreerd voor de beoogde periode van 1 augustus 2022 tot 31 december 2022 of indien de schuldenaar een nieuwe installatie wenst te registreren, gaat de Gebruiker te werk zoals omschreven in de volgende paragrafen. 79. Wanneer de Gebruiker aan meerdere schuldenaars is gekoppeld, moet de Gebruiker ervoor zorgen dat hij op dat moment aan de schuldenaar is gekoppeld voor wie hij één of meer installaties wenst te registreren zoals beschreven in punt 69. 80. Wanneer een Gebruiker met het platform is verbonden, kan hij alle installaties van de schuldenaar (of een nieuwe installatie) registreren door in het menu van het platform van de schuldenaar “Installaties maken/beheren” te kiezen. Niet-vertrouwelijk 27/71 81. De Gebruiker kan een installatie toevoegen door te klikken op ”Een installatie toevoegen”. 82. De Gebruiker dient voor elke installatie de volgende gegevens te verstrekken : 1) de naam van de installatie. Dit is een unieke referentie, vrij te kiezen en eigen aan de schuldenaar; 2) de bevestiging dat het totale volume elektriciteit geproduceerd per installatie aan één enkele schuldenaar wordt toegewezen of onder meerdere schuldenaars wordt verdeeld. In het laatste geval wordt aan de Gebruiker gevraagd om het aandeel van de schuldenaar in de installatie op te geven; 3) Het maximaal geïnstalleerd vermogen van de installatie of, in geval van verdeling over meerdere schuldenaars, het aandeel van het maximaal geïnstalleerd vermogen toegewezen aan de schuldenaar (in MW) ; 4) het technologietype gekozen uit de volgende mogelijkheden:
  16. a)windenergie;
  17. b)zonne-energie (zowel thermische als fotovoltaïsche zonne-energie);
  18. c)geothermische energie;
  19. d)waterkracht zonder reservoir;
  20. e)biomassabrandstoffen (vaste uitzondering van biomethaan;
  21. f)afvalstoffen; Niet-vertrouwelijk of gasvormige biomassabrandstoffen), met 28/71 5) 6)
  22. g)kernenergie;
  23. h)bruinkool;
  24. i)ruwe aardolieproducten;
  25. j)turf; het adres van de installatie :
  26. a)straatnaam en nummer;
  27. b)postcode;
  28. c)naam van de gemeente; in het geval dat het totaal volume aan elektriciteit geproduceerd door de installatie onder meerdere schuldenaars is verdeeld, wordt aan de Gebruiker gevraagd om een document toe te voegen dat het akkoord van de betrokken schuldenaars over deze verdeling aantoont; Niet-vertrouwelijk 29/71 7) het EAN nummer van de installatie. Indien er meer dan één EAN per installatie is, dan moeten deze via de knop “Voeg een EAN toe” worden toegevoegd. 83. De Gebruiker kan de registratie van de installatie bekijken door in het keuzemenu van deze installatie “Bekijk de registratie van de installatie” te kiezen. Hij kan de registratie ook bewerken door in het keuzemenu van deze installatie “Bewerk de registratie van de installatie” te kiezen en hij kan de installatie verwijderen door in het keuzemenu “Verwijder de installatie” te kiezen. 5.3.3. Algemene informatie over de installatie 84. De Gebruiker wordt gevraagd om de algemene informatie over de installatie in te vullen door in het keuzemenu van deze installatie “Algemene informatie” te kiezen. Deze informatie moet voor alle installaties van de schuldenaar worden verstrekt. Niet-vertrouwelijk 30/71 85. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd om het totaal volume van elektriciteit (in MWh) geïnjecteerd gedurende de beoogde periode op te leveren. Het totaal volume geïnjecteerde elektriciteit komt overeen met de som van de profielen geproduceerde en verkochte elektriciteit in de beoogde periode. Dit totaal volume kan door de CREG bij de betreffende distributie- of transmissienetbeheerder, of de beheerder van de directe lijn worden gecontroleerd. 86. Indien de schuldenaar een energiegemeenschap van burgers of een hernieuwbare energiegemeenschap is (of elke gelijkaardige gemeenschap bedoeld in de regionale wetgeving), wordt aan de Gebruiker gevraagd om te vermelden of het surplus aan inkomsten van de installatie rechtstreeks naar de consumenten die leden van de gemeenschap zijn, werd overgedragen. 87. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om te bevestigen of de installatie geniet van een productiesteun die varieert in functie van de evolutie van de elektriciteitsmarktprijs. 88. Indien de installatie geniet van een dergelijke productiesteun wordt bijkomende informatie gevraagd aan de Gebruiker. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd om aan te duiden of de installatie geniet van een productiesteun van het type 2-sided Contract for Difference. Voor een dergelijke installatie dient het bewijs van toepassing van deze aard van productiesteun te worden opgeleverd, alsook de begindatum van de toepassing ervan op de installatie. Indien deze datum voor de beoogde periode valt, worden de vragen die volgen dus niet meer gesteld11. Indien de installatie niet geniet van een productiesteun van het type 2-sided Contract for Difference of deze productie steun aanvangt na het begin van de beoogde periode, wordt aan de Gebruiker gevraagd aan te duiden welke overheid de productiesteun die varieert in functie van de evolutie van de marktprijs van de elektriciteit heeft toegekend waarbij volgende keuzemogelijkheden mogelijk zijn: - Vlaanderen; 11 Een installatie die geniet van dit type van productiesteun heeft de facto geen surplus inkomsten gedurende de periode waarin dit type van productiesteun geldt. De marktinkomsten worden immers door deze productiesteunregeling geplafonneerd. Niet-vertrouwelijk 31/71 - Wallonië; - Federale Staat. Indien de productiesteun op federaal niveau werd toegekend, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de LCOE van de installatie mee te delen met inbegrip van, indien van toepassing, de kabeltoeslag. Indien de productiesteun op regionaal niveau werd toegekend: - Selecteert de Gebruiker de technologie van de installatie zoals beschreven in de productiesteunregeling in een keuzemenu. Het keuzemenu verschilt naargelang de regio die de steun heeft toegekend. - Kiest de Gebruiker ook de subcategorie van de technologie van de installaties zoals beschreven in de productiesteunregeling in een keuzemenu. Het keuzemenu verschilt naargelang de regio die de steun heeft toegekend. Voor Vlaanderen, indien de installatie een specifieke “bandingfactor” geraamd op basis van dossier heeft gekregen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de subcategorie “Bandingfactor specifiek voor de installatie” te selecteren. - Kiest de Gebruiker de referentieperiode waarin de groenestroomcertificaten van de installatie werden gereserveerd uit het keuzemenu dat overeenstemt met de periode van de reservering van de groenestroomcertificaten. Het keuzemenu is afhankelijk van de regio die de productiesteun heeft toegekend. Een Gebruiker zal bijvoorbeeld “2020” als referentieperiode aanduiden voor een windmolen die in 2022 in dienst werd genomen en waarvan de groenestroomcertificaten in 2020 werden gereserveerd in het kader van een Waalse productiesteunregeling. - Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om de LCOE van de installatie op te geven. Niet-vertrouwelijk 32/71 89. In het geval de Gebruiker “ja” antwoordt op de vraag “Werd het surplus aan inkomsten rechtstreeks overgemaakt aan de gebruikers die lid zijn van de gemeenschap?”, wordt hem gevraagd om een document over te maken, in Excel formaat, dat aantoont dat het surplus aan inkomsten rechtstreeks werd overgemaakt aan de consumenten die lid zijn van de gemeenschap. Aangezien de vrijstelling enkel van toepassing is als het surplus aan inkomsten, in de zin van de wet, aan de consumenten werd overgemaakt, moet eerst het bedrag van het eventuele surplus aan inkomsten worden berekend om te bepalen of de schuldenaar al dan niet recht heeft op de vrijstelling. 90. De Gebruiker heeft de mogelijkheid om de algemene informatie van de installatie te bekijken en te wijzigen door in het keuzemenu van deze installatie opnieuw “Algemene informatie” te selecteren. 91. Tenslotte wordt aan de Gebruiker gevraagd om de toepassing van het vermoeden voor de installatie aan te duiden door in het keuzemenu van deze installatie “Informatie m.b.t. vermoedens” te kiezen. Wanneer alle informatie in verband met de vermoedens is opgegeven, heeft de Gebruiker de mogelijkheid om die informatie te bekijken en te bewerken door in het keuzemenu van deze installatie opnieuw “Informatie m.b.t. vermoedens” te selecteren. 92. De Gebruiker kiest het (of
  29. de)gepaste vermoeden(
  30. s)uit het keuzemenu: - vermoeden n° 1; - vermoeden n° 2; - vermoeden n° 3; - vermoeden n° 4; - vermoeden n° 5; - vermoeden n° 6; - vermoedens n° 3 en 4; - vermoedens n° 3 en 5. Niet-vertrouwelijk 33/71 Niet elk vermoeden kan voor een installatie worden toegepast. Hoofdstuk 4.7 van onderhavige beslissing beschrijft de verschillende vermoedens die mogelijk zijn volgens de eigenschappen van de installatie, het steunmechanisme, de contractuele vorm,... 93. De volgende hoofdstukken beschrijven de specifieke informatie die nodig is voor de berekening van het surplus volgens het vermoeden/de vermoedens dat/die voor de installatie werd/werden geselecteerd. 5.3.4. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 1 94. Voor de installaties waarop vermoeden n° 1 van toepassing is, wordt er slechts een beperkt aantal vragen gesteld aangezien het grootste deel van de informatie die nodig is voor de berekening reeds is vastgelegd in de wet van 11 april 2003 over de repartitiebijdrage. 95. Eerst en vooral wordt aan de Gebruiker gevraagd om te vermelden of de beoogde periode valt in het jaar van definitieve stillegging van de installatie. Desgevallend vermeldt de Gebruiker de datum van definitieve stillegging van de installatie volgens de wettelijke bepalingen. 96. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om zijn raming te verstrekken van de vermindering voor de repartitiebijdrage12. De vermindering voor de repartitiebijdrage gebeurt niet per installatie, maar op het bedrag verschuldigd door de schuldenaar voor het geheel van zijn installaties waarop vermoeden n° 1 van toepassing is. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een globaal bedrag te verstrekken van de vermindering voor de repartitiebijdrage berekend op basis van het geheel van installaties13. Dit bedrag wordt enkel aan de Gebruiker gevraagde voor de eerste installatie waarvoor hij vermoeden n° 1 heeft gespecifieerd. Het bedrag wordt in € meegedeeld. Dit is echter geen verplicht veld. Indien de Gebruiker dit veld invult, wordt er bovendien gevraagd om een Excel bestand toe te voegen ter verantwoording van zijn raming. 12 In overeenstemming met artikel 22quater, § 5, 2de lid van de elektriciteitswet Het betreft het bedrag gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de verschuldigde repartitiebijdrage na toepassing van het degressiviteitsmechanisme voor het betreffende jaar, zoals beslist door de Koning in overeenstemming met artikel 14, § 8, 16de lid van de wet van 11 april 2003 en het bedrag dat deze repartitiebijdrage zou zijn na toepassing van het degressiviteitsmechanisme als het bedrag van de heffing voor toepassing van de beoogde vermindering zou zijn afgetrokken van de berekening van de inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de bepaling van deze repartitiebijdrage. 13 Niet-vertrouwelijk 34/71 97. Tenslotte wordt aan de Gebruiker gevraagd om via de template csv 1A production data, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit te uploaden. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit komt overeen met het profiel van in het net geïnjecteerde elektriciteit specifiek voor het aandeel van de schuldenaar in de installatie. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. 5.3.5. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 2 98. Voor de installaties waarop vermoeden n° 2 van toepassing is, wordt enkel het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit gevraagd aangezien het grootste deel van de informatie die nodig is voor de berekening het surplus aan inkomsten reeds is bepaald in de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en de Conventie afgesloten tussen de Belgische staat en de eigenaars van de centrale Tihange 1. Aangezien er geen bijkomende informatie wordt gevraagd, wordt aan de Gebruiker gevraagd om in het scherm “Algemeen” op de knop “Volgende” te klikken zonder nieuwe gegevens te moeten invullen. Niet-vertrouwelijk 35/71 99. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om via de template csv 1A production data, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit te uploaden. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit komt overeen met het profiel van in het net geïnjecteerde elektriciteit, specifiek voor het aandeel van de schuldenaar in de installatie. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. 5.3.6. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 3 100. Wanneer vermoeden n° 3 wordt gekozen, wordt er eerst en vooral aan de Gebruiker gevraagd om aan te duiden hoeveel verschillende PPA’s van toepassing zijn op de installatie gedurende de beoogde periode. 101. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de contractuele voorwaarden van zijn PPA(‘
  31. s)te definiëren. De Gebruiker kan meerdere PPA’s toevoegen door te klikken op “Voeg een PPA toe”. Er wordt automatisch een identificatienummer gegeven voor elke PPA die door een Gebruiker wordt aangemaakt. Niet-vertrouwelijk 36/71 102. Er wordt ook aan de Gebruiker gevraagd om het type PPA te specifiëren door aan te duiden of het gaat om een fysieke of financiële PPA14. 5.3.6.1. Bepaling van de contractuele voorwaarden ingeval van een fysieke PPA 103. Het bepalen van de contractuele voorwaarden van de fysieke PPA, zoals beschreven in dit hoofdstuk zal voor elke PPA die actief is in de beoogde periode moeten worden herhaald. 104. Aangezien het mogelijk is dat meerdere fysieke PPA’s van toepassing zijn tijdens de beoogde periode, wordt vervolgens aan de Gebruiker gevraagd om voor elke fysieke PPA de contractuele duur te bepalen met een begin- en einddatum. Voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023 kan de verkoop van de productie van de installatie bijvoorbeeld gedekt zijn door een eerste fysieke PPA van 1 april 2022 tot 31 maart 2023 en door een tweede fysieke PPA van 1 april 2023 tot 31 maart 2024. In dit voorbeeld dient de Gebruiker de details van de twee fysieke PPA’s te verstrekken. 105. Om het voor de Gebruiker mogelijk te maken om de contractuele voorwaarden van een fysieke PPA te bepalen, wordt een generieke fysieke PPA ter beschikking gesteld. Deze generieke fysieke PPA wordt door de drie volgende volumes gedefinieerd:
  32. a)een basisvolume;
  33. b)een surplus volume;
  34. c)een aan te kopen volume. 106. Figuur 2 geeft een schematische voorstelling van de generieke fysieke PPA. 14 In het kader van een fysieke PPA is het verplicht om de overeengekomen hoeveelheid elektriciteit fysiek te leveren. In het kader van een financiële (of virtuele) PPA is het contract een financieel instrument dat in de financiële wereld “Contract for Difference” wordt genoemd. Niet-vertrouwelijk 37/71 Figuur 2: Generieke PPA 107. Het basisvolume kan gedefinieerd worden als een baseload volume in MW (figuur 3) of als een percentage van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit onder de PPA (figuur 4). Figuur 3: Definitie van een basisvolume als een baseload volume Figuur 4: Definitie van een basisvolume als een percentage van het volume van geproduceerde en verkochte elektriciteit onder een fysieke PPA. 108. Een fysieke PPA kan meerdere basisvolumes hebben voor eenzelfde periode. Elk basisvolume wordt bepaald door een prijsformule. Een fysieke PPA kan bijvoorbeeld twee baseload volumes hebben, bepaald door twee verschillende prijsformules. 109. Een basisvolume kan zich over een kortere periode uitstrekken dan de gehele contractuele duur van de fysieke PPA. Elk basisvolume wordt dus bepaald door een subperiode met een begin- en einddatum. Bijvoorbeeld, indien een prijs elke maand onder de vorm van een baseload volume wordt geklikt, legt de Gebruiker maandelijks een basisvolume vast aan de vaste prijs waaraan het werd verkocht. Het maandelijks vastgelegde volume kan verschillen, zoals aangetoond in figuur 5. Het is bovendien ook mogelijk om meerdere basisvolumes voor dezelfde subperiode vast te leggen. Niet-vertrouwelijk 38/71 Figuur 5: Maandelijks verschillend basisvolume 5.3.6.1.1. Aftrekbaar contractueel bedrag 110. De Gebruiker kan een bedrag bepalen dat in mindering wordt gebracht van de verschuldigde heffing indien in de inkomsten van zijn eigen PPA kosten zijn opgenomen die niet in de generieke PPA zijn inbegrepen. Er wordt dan aan de Gebruiker gevraagd het bedrag aan te duiden dat in mindering kan worden gebracht van de verschuldigde heffing, berekend op basis van de generieke fysieke PPA. 5.3.6.1.2. Upload 111. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om voor elke fysieke PPA het volgende te uploaden:
  35. a)het eigenlijke contract en het geheel van de bijlagen en/of aanhangsels in een pdfformaat;
  36. b)het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit door middel van het csv bestand ‘1A production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het profiel van elektriciteit verkocht onder de PPA;
  37. c)indien de Gebruiker een aftrekbaar bedrag heeft opgegeven, een Excel bestand dat de berekening hiervan gedetailleerd verantwoordt. Niet-vertrouwelijk 39/71 5.3.6.1.3. Definitie van basisvolumes 112. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om voor elk basisvolume, toegevoegd via de knop “Een basisvolume toevoegen”, het volgende te bepalen:
  38. a)de periode waarin het basisvolume wordt verkocht met: i. een begindatum; ii. een einddatum;
  39. b)het verkochte basisvolume, alsook de eenheid, door het volgende te preciseren: i. een basisvolume (baseload): X MW. Indien de fysieke PPA meerdere installaties dekt, wordt aan de Gebruiker gevraagd het totaal van de contractuele MW te verdelen over de verschillende installaties op basis van hun respectievelijk verwacht volume ; Niet-vertrouwelijk 40/71 ii. een percentage van het volume geproduceerde en verkochte elektriciteit: X % waarbij X een waarde tussen 0 en 100 is;
  40. c)de prijsformule waaraan het basisvolume verkocht is. Om het voor de Gebruiker mogelijk te maken deze verkoopformule te definiëren, wordt een generieke formule ter beschikking gesteld. De generieke formule is de volgende: α * prijsindex + β. Om de verkoopformule te definiëren, wordt aan de Gebruiker gevraagd het volgende te preciseren: i. Niet-vertrouwelijk de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1) NA ingeval het basisvolume wordt verkocht/geklikt aan een vaste prijs. In dit geval wordt enkel de coëfficiënt β gedefinieerd als de vaste prijs in €/MWh; 2) index CAL+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een CAL+1 index; 3) index CAL+2/CAL+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een index CAL+2/CAL+1. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd de referentieperiode te preciseren waarin de prijsindex werd toegepast. Bijvoorbeeld, als de Gebruiker van 01/01/2021 tot 31/12/2022 als referentieperiode opgeeft, zal de prijsindex voor de productieperiode 2023 gebaseerd zijn op:
  41. a)CAL+2 van 01/01/2021 tot 31/12/2021;
  42. b)CAL+1 van 01/01/2022 tot 31/12/2022; 4) index CAL+2 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+2 index; 5) index CAL+3 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+3 index; 6) index Q+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een Q+1 index; 7) index M+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een M+1 index; 8) index M+2/M+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een M+2/M+1 index. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd om de referentieperiode op te geven waarin de 41/71 prijsindex werd opgemaakt. Bijvoorbeeld, als de Gebruiker van de 15de tot de 14de als referentieperiode opgeeft, zal de prijsindex voor de productieperiode januari 2023 gebaseerd zijn op: 9)
  43. a)M+2 van 15/11/2022 tot 30/11/2022;
  44. b)M+1 van 01/12/2022 tot 14/12/2022; spot index ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een day-ahead prijs; ii. de vermenigvuldigingsfactor van de prijsindex « α ». De coëfficiënt « α » wordt niet gevraagd als de prijsindex « NA » is; iii. de coëfficiënt « β » in €/MWh; iv. de referentiebeurs voor de berekening van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: v. 1) ingeval van een prijsindex op termijn: EEX en APX/ICE ENDEX; 2) ingeval van een spot prijsindex: EPEX SPOT en Nord Pool; 3) ingeval van een prijsindex “NA”: de keuze van de referentiebeurs wordt niet gevraagd; de berekeningsmethode van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1)
  45. a)gemiddelde van de CAL+1 noteringen
  46. b)laatste CAL+1 notering 2) ingeval van een index CAL+2/CAL+1: gemiddelde van de CAL+2/CAL+1 noteringen; 3) ingeval van een index CAL+2: 4) 5) Niet-vertrouwelijk ingeval van een index CAL+1:
  47. a)gemiddelde van de CAL+2 noteringen
  48. b)laatste CAL+2 notering; ingeval van een index CAL+3:
  49. a)gemiddelde van de CAL+3 noteringen;
  50. b)laatste CAL+3 notering; ingeval van een index Q+1:
  51. a)gemiddelde van de Q+1 noteringen;
  52. b)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de maand voorafgaand aan het leveringskwartaal;
  53. c)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de 15de kalenderdag van maand M-2 tot de 14de kalenderdag van maand M-1 ten opzichte van het leveringskwartaal;
  54. d)laatste Q+1 notering 42/71 6) ingeval van een index M+1
  55. a)gemiddelde van de M+1 noteringen;
  56. b)laatste M+1 notering; 7) ingeval van een M+2/M+1 index: gemiddelde van de M+2/M+1 noteringen; 8) ingeval van een spot index:
  57. a)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van de maand;
  58. b)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van het jaar;
  59. c)uurlijkse spot noteringen (of gewogen gemiddelde van de spot noteringen). vi. In het geval de index “NA” is, wordt aan de Gebruiker gevraagd de datum van de transactie aan een vaste prijs mee te delen. 113. Ter illustratie omschrijven de volgende voorbeelden de basisvolumes die de Gebruiker moet invullen in functie van de contractuele voorwaarden van de fysieke PPA. - De schuldenaar beschikt over een PPA waarvan de formule met variabele prijs geklikt kan worden aan een vaste prijs en de debiteur heeft 100 % van zijn volume geklikt in twee fases. In de veronderstelling dat de schuldenaar respectievelijk 40 % van zijn volume aan € 60/MWh en 60 % van zijn volume aan € 90/MWh heeft geklikt, zal de Gebruiker twee basisvolumes definiëren: Niet-vertrouwelijk 43/71 • • - het 1e basisvolume: o basisvolume: 40 %; o α:0; o prijsindex : NA ; o β : 60; het 2e basisvolume: o basisvolume : 60 %; o α : 0; o prijsindex : NA; o β : 90. De schuldenaar beschikt over een PPA waarvan de formule met variabele prijs van toepassing is op 100 % van zijn volume. De prijsformule is gedefinieerd als volgt: 0,9 * Endex waarbij Endex het gemiddelde is van de dagelijkse noteringen van het jaar Y1 op de termijnmarkt CAL Y, zoals gepubliceerd door APX Holding bv onder de titel “Endex” en de ondertitel “Endex CAL+1”. De Gebruiker zal 1 enkel basisvolume definiëren: • basisvolume: 100 %; • α : 0,9; • prijsindex : CAL+1 ; • β : 0; • referentiebeurs: APX/ICE ENDEX ; • berekeningswijze van de prijsindex : gemiddelde van de CAL+1 noteringen. 5.3.6.1.4. Definitie van het surplus volume 114. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om de prijsformule te bepalen waarvan het surplus volume is verkocht op basis van de volgende generieke formule: α * prijsindex + β. Om de verkoopformule te definiëren, wordt aan de Gebruiker gevraagd om het volgende te preciseren: i. de index te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1) NA ingeval het surplus volume wordt verkocht/geklikt aan een vaste prijs. In dit geval wordt enkel de coëfficiënt β gedefinieerd als de vaste prijs in €/MWh; 2) index CAL+1 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een CAL+1 index; 3) Index CAL+2 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+2 index; 4) Index CAL+3 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+3 index; Niet-vertrouwelijk 44/71 5) index CAL+2/CAL+1 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een CAL+2/CAL+1 index. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd de referentieperiode te preciseren waarin de prijsindex toegepast werd; 6) index Q+1 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een Q+1 index; 7) index M+1 ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een M+1 index; 8) index M+2/M+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een M+2/M+1 index. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd om de referentieperiode op te geven waarin de prijsindex werd opgemaakt; 9) spot index ingeval het surplus volume wordt verkocht op basis van een formule geïndexeerd op een day-ahead prijs; ii. de vermenigvuldigingsfactor van de prijsindex « α ». De coëfficiënt « α » wordt niet gevraagd als de prijsindex « NA » is; iii. de coëfficiënt « β » in €/MWh; iv. de referentiebeurs voor de berekening van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: v. 1) ingeval van een prijsindex op termijn: EEX en APX/ICE ENDEX; 2) ingeval van een spot prijsindex: EPEX SPOT en Nord Pool; 3) ingeval van een prijsindex “NA”: de keuze van de referentiebeurs wordt niet gevraagd; de berekeningsmethode van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1) ingeval van een index CAL+1:
  60. a)gemiddelde van de CAL+1 noteringen;
  61. b)laatste CAL+1 notering; 2) ingeval van een index CAL+2/CAL+1: gemiddelde van de CAL+2/CAL+1 noteringen; 3) ingeval van een index CAL+2: 4) Niet-vertrouwelijk
  62. a)gemiddelde van de CAL+2 noteringen
  63. b)laatste CAL+2 notering; ingeval van een index CAL+3:
  64. a)gemiddelde van de CAL+3 noteringen;
  65. b)laatste CAL+3 notering; 45/71 5) 6) vi. ingeval van een index Q+1:
  66. a)gemiddelde van de Q+1 noteringen;
  67. b)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de maand voorafgaand aan het leveringskwartaal;
  68. c)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de 15de kalenderdag van maand M-2 tot de 14de kalenderdag van maand M-1 ten opzichte van het leveringskwartaal;
  69. d)laatste Q+1 notering ingeval van een index M+1
  70. a)gemiddelde van de M+1 noteringen;
  71. b)laatste M+1 notering; 7) ingeval van een M+2/M+1 index: gemiddelde van de M+2/M+1 noteringen; 8) ingeval van een spot index:
  72. a)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van de maand;
  73. b)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van het jaar;
  74. c)uurlijkse spot noteringen (of gewogen gemiddelde van de spot noteringen). In het geval de index “NA” is, wordt aan de Gebruiker gevraagd de datum van de transactie aan een vaste prijs mee te delen. 115. Als het totaal volume wordt verkocht als een basisvolume uitgedrukt in percentage, wordt aan de Gebruiker niet gevraagd om het surplus volume op te geven. Bij gebrek aan een contractueel surplus volume en als de definitie van een surplus volume aan de Gebruiker wordt gevraagd, moet hij de prijsindex “NA” invullen en de β als nul definiëren. Niet-vertrouwelijk 46/71 5.3.6.1.5. Definitie van het aan te kopen volume 116. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om de prijsformule te bepalen voor het aan te kopen volume op basis van de volgende generieke formule: α * prijsindex + β. Om de aankoopformule te definiëren, wordt aan de Gebruiker gevraagd om het volgende te preciseren: i. de index te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1) NA ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht aan een vaste prijs. In dit geval wordt enkel de coëfficiënt β gedefinieerd als de vaste prijs in €/MWh; 2) index CAL+1 ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht op basis van een formule geïndexeerd op een CAL+1 index; 3) index CAL+2/CAL+1 ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een CAL+2/CAL+1 index. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd de referentieperiode te preciseren waarin de prijsindex toegepast werd; 4) Index CAL+2 ingeval het aan te kopen volume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+2 index; 5) Index CAL+3 ingeval het aan te kopen volume wordt verkocht op basis van een indexeringsformule op een CAL+3 index; 6) index Q+1 ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht op basis van een formule geïndexeerd op een Q+1 index; 7) index M+1 ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht op basis van een formule geïndexeerd op een M+1 index; 8) index M+2/M+1 ingeval het basisvolume wordt verkocht op basis van een gemengde indexeringsformule op een M+2/M+1 index. In dit geval wordt aan de Gebruiker gevraagd om de referentieperiode op te geven waarin de prijsindex werd opgemaakt; 9) spot index ingeval het aan te kopen volume wordt aangekocht op basis van een formule geïndexeerd op een day-ahead prijs; ii. de vermenigvuldigingsfactor van de prijsindex « α ». De coëfficiënt « α » wordt niet gevraagd als de prijsindex « NA » is; iii. de coëfficiënt « β » in €/MWh; iv. de referentiebeurs voor de berekening van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: v. 1) ingeval van een prijsindex op termijn: EEX en APX/ICE ENDEX; 2) ingeval van een spot prijsindex: EPEX SPOT en Nord Pool; 3) ingeval van een prijsindex “NA”: de keuze van de referentiebeurs wordt niet gevraagd; de berekeningsmethode van de prijsindex te kiezen uit de volgende mogelijkheden: 1) Niet-vertrouwelijk ingeval van een index CAL+1:
  75. a)gemiddelde van de CAL+1 noteringen;
  76. b)laatste CAL+1 notering; 47/71 2) ingeval van een index CAL+2/CAL+1: gemiddelde van de CAL+2/CAL+1 noteringen; 3) ingeval van een index CAL+2: 4) 5) 6)
  77. a)gemiddelde van de CAL+2 noteringen
  78. b)laatste CAL+2 notering; ingeval van een index CAL+3:
  79. a)gemiddelde van de CAL+3 noteringen;
  80. b)laatste CAL+3 notering; ingeval van een index Q+1:
  81. a)gemiddelde van de Q+1 noteringen;
  82. b)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de maand voorafgaand aan het leveringskwartaal;
  83. c)gemiddelde van de Q+1 noteringen van de 15de kalenderdag van maand M-2 tot de 14de kalenderdag van maand M-1 ten opzichte van het leveringskwartaal;
  84. d)laatste Q+1 notering ingeval van een index M+1
  85. a)gemiddelde van de M+1 noteringen;
  86. b)laatste M+1 notering; 7) ingeval van een M+2/M+1 index: gemiddelde van de M+2/M+1 noteringen; 8) ingeval van een spot index:
  87. a)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van de maand;
  88. b)rekenkundig gemiddelde van de spot noteringen van het jaar;
  89. c)uurlijkse spot noteringen (of gewogen gemiddelde van de spot noteringen). vi. In het geval de index “NA” is, wordt aan de Gebruiker gevraagd de datum van de transactie aan een vaste prijs mee te delen. 117. Als het totaal volume wordt verkocht als een basisvolume uitgedrukt in percentage, wordt aan de Gebruiker niet gevraagd om het aan te kopen volume op te geven. Bij gebrek aan een contractueel aan te kopen volume en als de definitie van een aan te kopen volume aan de Gebruiker wordt gevraagd, moet hij de prijsindex “NA” invullen en de β als nul definiëren. Niet-vertrouwelijk 48/71 5.3.6.1.6. Samenvatting van de definitie van een generieke fysieke PPA 118. Figuur 6 geeft een samenvatting van de reeks parameters die moten worden gedefinieerd voor elke generieke fysieke PPA die de contractuele voorwaarden van de verschillende fysieke PPA’s die de installatie dekken, modelleert. Figuur 6: Samenvatting van de definitie van een generieke fysieke PPA Voor elke fysieke PPA Periode Toepasselijk volume Begindatum i Einddatum i % Begindatum i Einddatum i MW Periode NA Index CAL+1 Begindatum i Einddatum i Index CAL+2/CAL+1 Begindatum i Einddatum i Basisvolume Begindatum i Einddatum i Index CAL+2 Xi αi * Index CAL+3 Begindatum i Einddatum i Index Q+1 Begindatum i Einddatum i Index M+1 Begindatum i Einddatum i Index M+2/M+1 + βi Begindatum i Einddatum i Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Begindatum Einddatum Surplus volume α* + β Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Aan te kopen volume α* + β Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index Referentie Berekeningsmethode van de index Gemiddelde CAL+1 noteringen EEX enkel van toepassing voor de index CAL+1 APX Laatste CAL+1 notering Gemiddelde van de CAL+2/CAL+1 enkel van toepassing voor de index CAL+2/CAL+1 noteringen voor CAL 0 Gemiddelde CAL+2 noteringen enkel van toepassing voor de index CAL+2 Laatste CAL+2 notering Gemiddelde CAL+3 noteringen enkel van toepassing voor de index CAL+3 Laatste CAL+3 notering Gemiddelde van de Q+1 noteringen enkel van toepassing voor de indexen Gemiddelde van de Q+1 noteringen van CAL+1, CAL+2/CAL+1, CAL+2, CAL+3, Q+1, de maand voorafgaand aan het M+1, M+2/M+1 leveringskwartaal enkel van toepassing voor de index Q+1 Gemiddelde van de Q+1 noteringen van EPEX SPOT Nord Pool enkel van toepassing voor de spot index Niet-vertrouwelijk de 15de kalenderdag van maand M-2 tot de 14de kalenderdag van maand M-1 ten opzichte van het leveringskwartaal Laatste Q+1 notering Gemiddelde van de M+1 noteringen Laatste M+1 notering Gemiddelde van de M+2/M+1 noteringen Rekenkundig gemiddelde van de maand Rekenkundig gemiddelde van het jaar Uurlijkse notering enkel van toepassing voor de index M+1 enkel van toepassing voor de index M+2/M+1 enkel van toepassing voor de spot index 49/71 5.3.6.1.7. Bijzonder geval van een fysieke PPA met een verschillende prijs voor piek- en daluren 119. Indien de prijs van de fysieke PPA verschillend is voor piek- en voor daluren, wordt aan de Gebruiker gevraagd om twee PPA’s op te geven. De eerste PPA herneemt de contractuele voorwaarden voor de piekuren en wordt gelinkt aan het profiel geproduceerd en verkocht waarbij de daluren door de Gebruiker op nul worden gezet. De tweede PPA herneemt de contractuele voorwaarden van de daluren en is gelinkt aan het profiel geproduceerd en verkocht waarbij de piekuren door de Gebruiker op nul worden gezet. 5.3.6.1.8. Bijzonder geval van een fysieke PPA waarvan het marktrisico op de termijnmarkt wordt gedekt 120. Een schuldenaar kan zijn productie onder een fysieke PPA verkocht hebben aan een spot prijs en zijn risico van de evolutie van de marktprijzen gedekt hebben door fysiek of financieel op de termijnmarkt te verkopen. In dit specifieke geval kan de gebruiker aantonen dat de marktinkomsten verschillen van de inkomsten enkel uit de PPA door toepassing van vermoeden 6. Alleen vermoeden 6 zal dan worden toegepast. De contractuele voorwaarden van de PPA zullen worden verstrekt in overeenstemming met vermoeden 3 en de transacties gerealiseerd op de termijnmarkt zullen ook worden overgemaakt. 5.3.6.1.9. Bijzonder geval van een fysieke PPA waarvan de prijs wordt uitgedrukt in €/MW 121. Als de fysieke PPA in €/MW wordt uitgedrukt, moet de schuldenaar een mechanisme voorstellen en toelichten voor de omzetting van deze prijs in een prijs in €/MWh. Dit mechanisme moet in lijn liggen met de wet. 5.3.6.2. Bepaling van de contractuele voorwaarden ingeval van een financiële PPA 122. De bepaling van de contractuele voorwaarden van een financiële PPA zoals beschreven in dit hoofdstuk moet voor elke financiële PPA die actief is gedurende de beoogde periode worden herhaald. 123. Wanneer de productie van en installatie is verkocht onder de vorm van een financiële PPA, is de elektriciteitsproductiestroom eveneens fysiek verkocht. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om de fysieke verkoop op te leveren voor zover deze fysieke verkoop gebeurt onder een PPA. Het geheel van de transacties van de financiële en van de fysieke PPA zullen in aanmerking worden genomen om de surplus inkomsten te evalueren. Indien de fysieke verkoop rechtstreeks op de groothandelsmarkt gebeurt, zal de evaluatie van de surplus inkomsten gebeuren, in het kader van vermoeden n° 3, op basis van de verkoopformule opgenomen in de financiële PPA. De Gebruiker mag het bewijs leveren dat de marktinkomsten afwijken van deze evaluatie door vermoeden n° 6 toe te passen. 124. Om het voor de Gebruiker mogelijk te maken om de contractuele voorwaarden van een financiële PPA te definiëren, wordt een generieke financiële PPA ter beschikking gesteld. In een financiële PPA verbinden de partijen van de PPA zich ertoe om financiële compensaties te betalen die overeenstemmen met het verschil tussen een referentieprijs (gewoonlijk een spot prijs) en de onderling onderhandelde prijs. De generieke financiële PPA kan er als volgt uitzien: 1) een verkoop door de producent aan de onderhandelde prijs ; 2) een aankoop van de producent aan de referentieprijs. Niet-vertrouwelijk 50/71 125. Er wordt aldus aan de Gebruiker gevraagd om voor elke financiële PPA het deel op te geven van de financiële PPA dat overeenstemt met de verkoop van de producent aan de onderhandelde prijs. 126. Aangezien het mogelijk is dat meerdere financiële PPA’s van kracht zijn tijdens de beoogde periode, wordt vervolgens aan de Gebruiker gevraagd om voor elke financiële PPA de contractuele duur te bepalen met een begin- en einddatum. Voor de beoogde periode van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023 kan de verkoop van de productie van de installatie bijvoorbeeld gedekt zijn door een eerste financiële PPA van 1 april 2022 tot 31 maart 2023 en door een tweede financiële PPA van 1 april 2023 tot 31 maart 2024. In dit voorbeeld dient de Gebruiker de details van de twee financiële PPA’s te verstrekken. 127. De Gebruiker kan een bedrag bepalen dat in mindering wordt gebracht van de verschuldigde heffing indien in de inkomsten van zijn eigen PPA kosten zijn opgenomen die niet in de generieke PPA zijn inbegrepen. Er wordt dan aan de Gebruiker gevraagd het bedrag op te geven dat aftrekbaar is van de verschuldigde heffing berekend op basis van de generieke financiële PPA. 128. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om voor elke PPA het volgende te uploaden:
  90. a)het contract en het geheel van de bijlagen en/of aanhangsels in een pdf-formaat;
  91. b)het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit verbonden aan de financiële PPA, door middel van het csv bestand ‘1A production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het profiel van elektriciteit verkocht onder de financiële PPA. Niet-vertrouwelijk 51/71
  92. c)indien de Gebruiker een aftrekbaar contractueel bedrag heeft opgegeven, een Excel bestand dat de berekening hiervan gedetailleerd verantwoordt. Om zo algemeen mogelijk te blijven, wordt de verkoop door de producent aan de onderhandelde prijs theoretisch volgens de volgende drie volumes gedefinieerd: 1) een basisvolume; 2) een surplus volume; 3) een aan te kopen volume. 129. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om de verkoop door de producent aan de onderhandelde prijs op dezelfde wijze te definiëren als hetgeen gedefinieerd wordt voor de fysieke PPA: 1) het geheel aan basisvolumes zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.3; 2) het surplus volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.4; 3) het aan te kopen volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.5. 130. Indien de fysieke verkoop via een fysieke PPA gebeurt, wordt aan de Gebruiker gevraagd om voor elke financiële PPA het gedeelte van de financiële PPA op te leveren dat overeenstemt met de aankoop van de producent aan de referentieprijs. Aangezien het mogelijk is dat meerdere financiële PPA’s lopen gedurende de beoogde periode, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de contractuele periode van elke financiële PPA te definiëren met een begin- en een einddatum. Niet-vertrouwelijk 52/71 131. Dan wordt aan de Gebruiker gevraagd om de aankoop van de producent aan de referentieprijs te linken aan de overeenkomstige verkoop van producent aan de onderhandelde prijs. 132. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de aankoop door de producent aan de referentieprijs op dezelfde wijze te definiëren als hetgeen gedefinieerd wordt voor de fysieke PPA: 1) het geheel aan basisvolumes zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.3; 2) het surplus volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.4; 3) het aan te kopen volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.5. 133. Ingeval van fysieke verkoop van de productie van de installatie onder de vorm van een fysieke PPA, wordt aan de Gebruiker gevraagd om deze verkoop te definiëren. Aangezien het mogelijk is dat meerdere fysieke PPA’s lopen gedurende de beoogde periode, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de contractuele periode van elke fysieke PPA te definiëren met een begin- en een einddatum 134. De Gebruiker kan een bedrag bepalen dat in mindering wordt gebracht van de verschuldigde heffing indien in de inkomsten van zijn eigen PPA kosten zijn opgenomen die niet in de generieke PPA zijn inbegrepen. Er wordt dan aan de Gebruiker gevraagd het bedrag op te geven dat aftrekbaar is van de verschuldigde heffing berekend op basis van de generieke fysieke PPA. Niet-vertrouwelijk 53/71 135. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om de fysieke PPA te linken aan de verkoop van de producent aan de onderhandelde prijs van de financiële PPA. 136. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om voor elke fysieke PPA het volgende te uploaden:
  93. a)Het contract en het geheel van de bijlagen en/of aanhangsels in pdf formaat;
  94. b)Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit verbonden aan de fysieke PPA, via de csv template ‘1A production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het elektriciteitsprofiel verkocht onder de fysieke PPA;
  95. c)indien de Gebruiker een aftrekbaar contractueel bedrag heeft opgegeven, een Excel bestand dat de berekening hiervan gedetailleerd verantwoordt. 137. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de fysieke PPA op gelijkaardige wijze te definiëren zoals hiervoor reeds werd voorgesteld: 1) het geheel aan basisvolumes zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.3; 2) het surplus volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.4; 3) het aan te kopen volume zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.6.1.5. 5.3.6.3. Samenvatting van de bepaling van een generieke financiële PPA verbonden aan een fysieke PPA 138. Figuur 7 geeft een samenvatting van de reeks parameters die moten worden gedefinieerd voor elke generieke financiële PPA die de contractuele voorwaarden van de verschillende financiële PPA’s die de installatie dekken, modelleert. Niet-vertrouwelijk 54/71 Figuur 7 : Samenvatting van de definitie van een generieke financiële PPA Periode Basisvolume Financiële PPA: verkoop aan onderhandelde prijs Basisvolume Begindatum Einddatum Financiële PPA: aankoop aan referentieprijs Basisvolume Fysieke PPA: fysieke verkoop Voor elke financiële PPA (virtueel) Periode Toepasselijk volume Begindatum i Einddatum i % NA Begindatum i Einddatum i Index CAL+1 Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Index Q+1 Begindatum i Einddatum i Index M+1 Begindatum i Einddatum i Index M+2/M+1 Begindatum i Einddatum i Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index MW Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Xi αi Surplus volume α Aan te kopen volume α Index CAL+3 Begindatum i Einddatum i % NA Begindatum i Einddatum i MW Index CAL+1 Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Index Q+1 Begindatum i Einddatum i Index M+1 Begindatum i Einddatum i Index M+2/M+1 Begindatum i Einddatum i Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index αi Aan te kopen volume α Index CAL+3 Begindatum i Einddatum i Xi % NA Begindatum i Einddatum i MW Index CAL+1 Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Begindatum i Einddatum i Index Q+1 Begindatum i Einddatum i Index M+1 Begindatum i Einddatum i Index M+2/M+1 Begindatum i Einddatum i Referentie βi + β + β + βi + β + β + βi + β + β Index CAL+2 Xi α Surplus volume + Index CAL+2/CAL+1 Surplus volume Aan te kopen volume EEX APX Formule Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 αi Index CAL+3 Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 α Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index NA Index CAL+1 Index CAL+2/CAL+1 Index CAL+2 α Index CAL+3 Index Q+1 Index M+1 Index M+2/M+1 Spot index Berekeningsmethode van de index Gemiddelde CAL+1 noteringen Laatste CAL+1 notering Gemiddelde van de CAL+2/CAL+1 noteringen voor CAL 0 Gemiddelde CAL+2 noteringen Laatste CAL+2 notering Gemiddelde CAL+3 noteringen enkel van toepassing voor de index CAL+1 enkel van toepassing voor de index CAL+2/CAL+1 enkel van toepassing voor de index CAL+2 enkel van toepassing voor de index CAL+3 Laatste CAL+3 notering enkel van toepassing voor de indexen CAL+1, Gemiddelde van de Q+1 noteringen CAL+2/CAL+1, CAL+2, CAL+3, Q+1, M+1, M+2/M+1 Gemiddelde van de Q+1 noteringen van de maand voorafgaand aan het leveringskwartaal Gemiddelde van de Q+1 noteringen van de 15de kalenderdag van maand M-2 tot de 14de kalenderdag van maand M-1 ten opzichte van het leveringskwartaal Laatste Q+1 notering EPEX SPOT Nord Pool enkel van toepassing voor de spot index Niet-vertrouwelijk Gemiddelde van de M+1 noteringen Laatste M+1 notering Gemiddelde van de M+2/M+1 noteringen Rekenkundig gemiddelde van de maand Rekenkundig gemiddelde van het jaar Uurlijkse notering enkel van toepassing voor de index Q+1 enkel van toepassing voor de index M+1 enkel van toepassing voor de index M+2/M+1 enkel van toepassing voor de spot index 55/71 5.3.7. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 4 139. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd om de beurs aan te duiden die hij als referentie wenst te gebruiken voor de noteringen van de prijzen op de termijnmarkten en voor de noteringen van de prijzen op de spot markt. De Gebruiker kiest uit een lijst van mogelijkheden APX/ICE ENDEX of EEX voor de termijnmarkt en EPEX SPOT of Nord Pool voor de spot markt. 140. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  96. e)en
  97. f)van verordening 2022/1854 wordt aan de Gebruiker gevraagd of de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen. Indien de installatie na 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de gemiddelde verwachte geproduceerde en verkochte productie op te leveren in MW op jaarbasis. 141. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een reeks documenten te uploaden. 142. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  98. e)en
  99. f)van verordening 2022/1854 en indien de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om via het csv bestand ‘1B production data – version 2019’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit voor het gedeelte van de schuldenaar in de installatie met de gegevens 2019 per kwartier in MW te uploaden. Niet-vertrouwelijk 56/71 143. Er wordt ook aan de Gebruiker gevraagd om het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit specifiek voor het aandeel van de schuldenaar te uploaden op basis van de csv template ‘1A: production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het verkochte productieprofiel. 5.3.8. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 5 144. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd om de beurs te kiezen die hij wenst te gebruiken als referentie voor de prijsnoteringen op de termijnmarkt en voor de prijsnoteringen op de spot markt. De Gebruiker maakt een keuze uit de volgende mogelijkheden: APX/ICE ENDEX of EEX voor de termijnmarkt en EPEX SPOT of Nord Pool voor de spot markt. 145. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  100. e)en
  101. f)van verordening 2022/1854 wordt aan de Gebruiker gevraagd of de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen. Indien de installatie na 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de gemiddelde verwachte geproduceerde en verkochte productie op te leveren in MW op jaarbasis. Niet-vertrouwelijk 57/71 146. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een reeks documenten te uploaden. 147. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  102. e)en
  103. f)van verordening 2022/1854 en indien de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om via het csv bestand ‘1B production data – version 2019’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit voor het gedeelte van de schuldenaar in de installatie met de gegevens 2019 per kwartier in MW te uploaden. 148. Er wordt ook aan de Gebruiker gevraagd om het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit specifiek voor het aandeel van de schuldenaar te uploaden op basis van de csv bestand ‘1A: production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het verkochte productieprofiel. 5.3.9. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoeden n° 6 149. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd of een deel van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit wordt verkocht in het kader van één of meerdere PPA’s. Zo ja wordt aan de Gebruiker gevraagd hoeveel verschillende PPA’s van toepassing zijn op de installatie gedurende de beoogde periode. Niet-vertrouwelijk 58/71 150. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de beurs aan te duiden die hij als referentie wenst te gebruiken voor de prijsnoteringen op de spot markt. De Gebruiker kiest uit een lijst van mogelijkheden EPEX SPOT of Nord Pool. 151. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een reeks documenten te uploaden. 152. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd om te bewijzen dat de marktinkomsten verschillen van deze opgenomen onder vermoedens n° 3, 4 of 5. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om te verantwoorden hoe en waarom zijn verkoopstrategie afwijkt van die opgenomen in de vermoedens n° 3, 4 of 5. Deze verantwoording wordt overgemaakt in pdf formaat. Bovendien wordt aan de Gebruiker gevraagd om alle transacties op termijn gerealiseerd door de schuldenaar voor de installatie buiten die van een eventuele PPA op te geven. Er wordt aan de Gebruiker gevraagd om deze informatie via de csv template ‘2: transactions for an installation’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, te uploaden. Voor elke transactie dient de volgende informatie te worden verstrekt: - de datum van de transactie; - de begindatum van de periode waarop de transactie betrekking heeft; - de einddatum van de periode waarop de transactie betrekking heeft; - de overeengekomen transactieprijs in €/MWh; - het volume van de transactie in MW; - het type van het volume van de transactie: • • • baseload; peak; off-peak; - de tegenpartij waarmee de transactie werd afgesloten; - in voorkomend geval, de marktplaats waarop de transactie werd afgesloten. 153. Er wordt eveneens aan de Gebruiker gevraagd om het bewijs van alle transacties uitgevoerd voor de beoogde periode voor het geheel van de productie-installaties van de schuldenaar te uploaden. De Gebruiker mag dit bewijs in 1 pdf bestand uploaden. 154. Tot slot wordt aan de Gebruiker gevraagd om het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit buiten de PPA, specifiek voor het aandeel van de schuldenaar in de installatie, te uploaden. Het profiel wordt geüpload door middel van de csv template ‘1A: production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte Niet-vertrouwelijk 59/71 elektriciteit stemt overeen met het verkochte productieprofiel, verminderd met het (
  104. de)profiel(
  105. en)van geproduceerde en verkochte elektriciteit overgemaakt voor de eventuele PPA’s. 155. Indien een deel van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie wordt verkocht in het kader van één of meerdere PPA’s, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de informatie specifiek voor elke PPA over te maken, zoals beschreven voor het vermoeden n° 3 in hoofdstuk 5.3.6. Het (
  106. de)profiel(
  107. en)van geproduceerde en verkochte elektriciteit gevraagd aan de Gebruiker stemt (stemmen) overeen met het profiel verkocht onder elke PPA. 156. Wanneer de productie van een installatie wordt verkocht in het kader van een financiële PPA, wordt de geproduceerde elektriciteitsstroom ook fysiek verkocht. Indien de fysieke verkoop rechtstreeks op de groothandelsmarkt plaatsvindt, gebeurt de evaluatie van de surplus inkomsten, in het kader van vermoeden n° 3, op basis van de verkoopformule opgenomen in de financiële PPA. De Gebruiker kan het bewijs leveren dat de marktinkomsten afwijken van deze evaluatie door vermoeden n° 6 toe te passen. In dat geval wordt aan de Gebruiker gevraagd om, in het kader van het opleveren van de informatie over de financiële PPA, de verkoop aan de onderhandelde prijs en de aankoop aan de referentieprijs van de financiële PPA op te leveren zonder de daaraan verbonden fysieke verkoop in te vullen. De informatie over de fysieke verkoop van de geproduceerde elektriciteitsstroom wordt opgeleverd in overeenstemming met punt 152. 157. Een schuldenaar kan zijn productie in het kader van een fysieke PPA verkocht hebben aan een spot prijs en zijn risico van de evolutie van de marktprijzen gedekt hebben door fysiek of financieel op de termijnmarkt te verkopen. De Gebruiker kan dit bijzondere geval op een gelijkaardige manier opleveren als in het geval de productie onder een financiële PPA wordt verkocht. De verkoop op termijn zal immers beschouwd worden als een financiële PPA verbonden aan een fysieke PPA. De fysieke PPA zal dus gedefinieerd worden op basis van de financiële voorwaarden van de PPA en de financiële PPA wordt voorgesteld als volgt:
  108. a)een verkoop aan de onderhandelde prijs : β = de op termijn gedekte prijs;
  109. b)een aankoop aan de referentieprijs : 1 * spot index + 0. Niet-vertrouwelijk 60/71 5.3.10. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoedens n° 3 en 4 158. Wanneer het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie zowel verkocht is in het kader van een PPA als op de groothandelsmarkt, kan de Gebruiker vermoeden n° 3 toepassen voor het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit in het kader van een PPA en vermoeden n° 4 voor het saldo van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie, voor zover de installatie voldoet aan de voorwaarden om vermoeden n° 4 te kunnen toepassen. 159. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd hoeveel verschillende PPA’s van toepassing zijn op de installatie voor de beoogde periode. 160. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de beurs te kiezen die hij wenst te gebruiken als referentie voor de prijsnoteringen op de termijnmarkt en voor de prijsnoteringen op de spot markt. De Gebruiker maakt een keuze uit de volgende mogelijkheden: APX/ICE ENDEX of EEX voor de termijnmarkt en EPEX SPOT of Nord Pool voor de spot markt. 161. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  110. e)en
  111. f)van verordening 2022/1854 wordt aan de Gebruiker gevraagd of de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen. Indien de installatie na 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de gemiddelde verwachte geproduceerde en verkochte productie op te leveren in MW op jaarbasis na aftrek van het gemiddelde verwachte verkochte volume onder de PPA. 162. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een reeks documenten te uploaden. 163. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  112. e)en
  113. f)van verordening 2022/1854 en indien de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om via het csv bestand ‘1B production data – version 2019’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit voor het gedeelte van de schuldenaar in de installatie met de gegevens 2019 per kwartier in MW te uploaden. Het meegedeelde profiel is na aftrek van het verwachte deel dat in het kader van de PPA werd verkocht. Niet-vertrouwelijk 61/71 164. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit specifiek voor het aandeel van de schuldenaar in de installatie te uploaden op basis van de csv template ‘1A: production data’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen. De gegevens worden opgeleverd per kwartier in MW voor de volledige beoogde periode. Het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit stemt overeen met het verkochte productieprofiel, verminderd met het/de profiel/en van geproduceerde en verkochte elektriciteit overgemaakt voor de eventuele PPA’s. 165. Tot slot wordt aan de Gebruiker gevraagd de informatie te verschaffen specifiek voor de PPA’s zoals beschreven in vermoeden n° 3 van hoofdstuk 4.3.6. De Gebruiker zal het profiel van de geproduceerde en verkochte elektriciteit specifiek voor de PPA’s meedelen uitgezonderd het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit buiten de PPA’s. 5.3.11. Specifieke informatie op te leveren in geval van vermoedens n° 3 en 5 166. Wanneer het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie zowel verkocht is in het kader van een PPA als op de groothandelsmarkt, kan de Gebruiker vermoeden n° 3 toepassen voor het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit in het kader van een PPA en vermoeden n° 5 voor het saldo van het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit van de installatie, voor zover de installatie voldoet aan de voorwaarden om vermoeden n° 5 te kunnen toepassen. 167. Vooreerst wordt aan de Gebruiker gevraagd hoeveel verschillende PPA’s van toepassing zijn op de installatie voor de beoogde periode. 168. Vervolgens wordt aan de Gebruiker gevraagd om de beurs te kiezen die hij wenst te gebruiken als referentie voor de prijsnoteringen op de termijnmarkt en voor de prijsnoteringen op de spot markt. De Gebruiker maakt een keuze uit de volgende mogelijkheden: APX/ICE ENDEX of EEX voor de termijnmarkt en EPEX SPOT of Nord Pool voor de spot markt. 169. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  114. e)en
  115. f)van verordening 2022/1854 wordt aan de Gebruiker gevraagd of de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen. Indien de installatie na 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om de gemiddelde verwachte geproduceerde en verkochte productie op te leveren in MW op jaarbasis na aftrek van het gemiddelde verwachte verkochte volume onder de PPA. Niet-vertrouwelijk 62/71 170. Er wordt dus aan de Gebruiker gevraagd om een reeks documenten te uploaden. 171. Voor de installaties die vallen onder de technologieën genoemd in artikel 7.1, a), b), d),
  116. e)en
  117. f)van verordening 2022/1854 en indien de installatie uiterlijk op 1 januari 2019 in gebruik werd genomen, wordt aan de Gebruiker gevraagd om via het csv bestand ‘1B production data – version 2019’, beschikbaar door in het menu platform schuldenaar “Templates/prijzen” te kiezen, het profiel van geproduceerde en verkochte elektriciteit voor het gedeelte van de schuldenaar i

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.