(B)2576 6 juli 2023 Beslissing over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJKE BASIS ......................................................................................................................... 3 2. ANTECEDENTEN ............................................................................................................................ 6 2.1. Algemeen ................................................................................................................................. 6 2.2. Raadpleging.............................................................................................................................. 6 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER..................................................................................... 6 4. BESLISSING .................................................................................................................................... 7 Niet-vertrouwelijke versie 2/7 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het koninklijk besluit van 16 juli 2002), of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsprijs. Op basis van haar onderzoek bepaalt de CREG de correctiefactor van de betrokken domeinconcessie voor de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 6 juli 2023. 1. 1. WETTELIJKE BASIS Artikel 14, § 1, tweede lid, 1°ter van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is [sic] verplicht, van de groenstroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productietechnologie, namelijk: […] 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule: minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin: - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan:
- a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
- b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
- c)een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in
- a)en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het Niet-vertrouwelijke versie 3/7 koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie; - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd.” 2. Artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt (voor de wijziging door het koninklijk besluit van 23 mei 2023) volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter. […]” Niet-vertrouwelijke versie 4/7 3. Dit artikel wordt gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 en luidt nu als volgt: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater berekent de commissie maandelijks de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. […]” 4. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voorziet een overgangsbepaling voor de offshore parken met financial close tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit: “Voor installaties die het voorwerp zijn van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en die tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit hun eerste financial close realiseren, geldt het volgende: 1° artikel 1, 11°, en de artikelen 14, 14septiesdecies en 14vicies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden na de inwerkingtreding van dit besluit verder toegepast tot en met de dag vóór de door de commissie overeenkomstig 4° geacteerde datum; 2° de domeinconcessiehouder maakt, binnen tien dagen:
- a)na de inwerkingtreding van dit besluit; of,
- b)indien dit later is, nadat hij een contract of een contractwijziging heeft gesloten die voorziet in de afname van de door hem geproduceerde elektriciteit tegen een prijs gebaseerd op een maandelijkse gemiddelde day ahead-prijs, de tekst van dat contract dan wel die contractwijziging over aan de commissie; 3° de commissie keurt op basis van dat contract dan wel die contractwijziging de formule voor de berekening van de correctiefactor goed, en past deze voor de periode vanaf de in 4° bedoelde datum en ten vroegste op 1 januari 2024 toe voor de berekening van de correctiefactor; 4° de commissie neemt akte van de datum waarop die formule overeenkomstig dat contract of die contractwijziging van toepassing wordt, mede rekening houdend met de in dat contract of die contracts- wijziging vervatte opschortende voorwaarden.” 5. De financial close van Rentel heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2016. Rentel valt dus onder toepassing van artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Aangezien 3° en 4° van dit artikel nog niet is uitgevoerd, blijft de procedure zoals toegelicht in paragraaf 2 tot nader orde van toepassing op Rentel. Niet-vertrouwelijke versie 5/7 2. 2.1. ANTECEDENTEN ALGEMEEN 6. Op 2 juni 2023 heeft Rentel een dossier ingediend bij de CREG voor de goedkeuring van de correctiefactor voor de achtste periode (die ingaat op 1 oktober 2023 en eindigt op 30 september 2024) conform de procedure zoals vastgelegd door het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 7. Op 15 juni 2023 heeft de CREG het dossier volledig verklaard, conform de procedure vastgelegd in artikel 14, § 1ter/1, derde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 8. Ontwerpbeslissing (B)2576 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 22 juni 2023. 2.2. RAADPLEGING 9. Overeenkomstig artikel 33, §1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de 1 CREG moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement kan het Directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. 10. Het Directiecomité van de CREG meende dat de onderhavige beslissing enkel rechtsgevolgen heeft voor de aanvrager, namelijk Rentel, en besliste daarom om een niet-openbare raadpleging te houden over deze ontwerpbeslissing en daarbij enkel Rentel te raadplegen. 11. De CREG heeft op 28 juni 2023 een brief van Rentel ontvangen waarin ze verklaart geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER 12. Op 2 juni 2023 heeft de CREG het dossier ontvangen voor de goedkeuring van de correctiefactor (33,37%) voor de achtste periode die ingaat op 1 oktober 2023 en eindigt op 30 september 2024. Rentel heeft eveneens de berekening van de correctiefactor overgemaakt. 1 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 6/7 13. De correctiefactor wordt berekend conform clausule 11.1 van het contract voor de verkoop van elektriciteit dat afgesloten werd tussen Rentel NV en Total Energies Power & Gas Belgium SA: [VERTROUWELIJK] 14. In beslissing (B)2094 heeft de CREG reeds geoordeeld dat de berekening van de correctiefactor marktconform is. 15. De CREG stelt vast dat de correctiefactor van 33,37 % een correcte weergave is van de toepassing van de formule opgenomen in de afgesloten PPA tussen Rentel en Total Energies Power & Gas Belgium SA. De CREG heeft de correctheid van de brongegevens onderzocht en de toepassing van de formule gecheckt. 4. BESLISSING Gelet op artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 waarin de procedure wordt bepaald voor de aanpassing van de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie; Gelet op de rol van de CREG, zoals bepaald in artikel 14, § 1ter/1 van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, die onderzoekt of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs; Gelet op het aanvraagdossier van 2 juni 2023; Beslist de CREG dat de correctiefactor wordt vastgelegd op 33,37 % van de elektriciteitsreferentieprijs voor de periode 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Wnd. Voorzitter van het Directiecomité 7/7