← België

Beslissing met betrekking tot de beoordeling van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestr

(B)2644 18 oktober 2023 Beslissing met betrekking tot de beoordeling van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2024 Artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3

  1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3
  2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6
  3. 2.
  4. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.
  5. Raadpleging ............................................................................................................................. 6 RAMING VAN DE KOST .................................................................................................................... 7 3.
  6. Algemeen................................................................................................................................. 7 3.
  7. De beoordeling van de kost voor 2024 ................................................................................... 8 3.2.
  8. Aan- en verkopen van groenestroomcertificaten (Bt) .................................................... 8 3.2.
  9. Financiële lasten .............................................................................................................. 8 3.2.
  10. Administratieve kosten ................................................................................................... 8 3.2.
  11. Raming van de kost voor 2024 ........................................................................................ 9 3.2.
  12. De uitsplitsing van de kosten per maand ........................................................................ 9
  13. ALGEMEEN VOORBEHOUD ............................................................................................................ 10
  14. BESLUIT .......................................................................................................................................... 10 Niet-vertrouwelijke versie 2/10 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) bepaalt hierna de raming van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2024 op basis van artikel 7, §§ 1 en 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Deze beslissing werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens haar vergadering van 18 oktober
  15. WETTELIJK KADER
  16. Artikel 7, § 1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna : de elektriciteitswet), zoals gewijzigd door artikel 80 van de programmawet van 27 december 2021 bepaalt het volgende : " §
  17. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. De opdracht waarmee de netbeheerder krachtens het eerste lid belast wordt, maakt een openbare dienstverplichting uit waarvan de nettolasten gefinancierd worden overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie, en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en door artikel 11 van de wet van 12 mei 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt met het oog op het invoeren van een concurrerende inschrijvingsprocedure voor de bouw en exploitatie van productie-installaties in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 februari 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wijzigen, vervangen en opheffen zonder daarbij een nieuwe toeslag of heffing in te voeren bestemd om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid te financieren. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode van de kost voortvloeiend uit de maatregelen, Niet-vertrouwelijke versie 3/10 bedoeld in het eerste lid, voor ieder exploitatiejaar. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure: 1° uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen bedoeld in het eerste lid met betrekking tot het volgende exploitatiejaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus; 2° uiterlijk op 15 april van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van regularisatie met betrekking tot het voorgaande exploitatiejaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande exploitatiejaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 februari. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald; 3° de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de nadere regels vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het tweede lid, met het oog op de voldoening van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  18. Daarnaast bevat artikel 7, § 2 van de elektriciteitswet, zoals eveneens gewijzigd door de programmawet van 27 december 2021, met name de volgende bepalingen : “Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007 en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen tussen 2 mei 2014 tot en met 31 december 2016, kunnen de minister verzoeken om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/
  19. Indien de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, toestemming verleent om niet aan te sluiten, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie, zoals vastgelegd voor installaties waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2014 overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, verhoogd met 12 euro/MWh. Wanneer het installaties betreft waarvan de financial close plaatsgrijpt na 1 mei 2016, dan wordt de minimumprijs zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp Niet-vertrouwelijke versie 4/10 uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007, en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen na 31 december 2016, worden aangesloten op het Modular Offshore Grid. Voor de installaties voor de productie van elektriciteit bedoeld in het derde lid, wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes. In geval van absolute en aangetoonde onmogelijkheid om de bouw van het Modular Offshore Grid aan te vatten of te beëindigen, vastgesteld door de minister, kunnen de voormelde installaties voor de productie van elektriciteit rechtstreeks aangesloten worden op de bestaande installaties voor het transport van elektriciteit. De netbeheerder financiert voor één derde de kost van de onderzeese kabel, en dit voor een maximum bedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten gedefinieerd in het eerste lid en de minimumprijs voor geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wordt verhoogd met een bedrag dat de totale kosten dekt die in aanmerking komen voor de financiering van de kost van de onderzeese kabel zoals ze voortvloeien uit de offerte of de offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de geldende wetgeving inzake overheidsopdrachten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de offerte of de offertes die in aanmerking genomen werden. […] De verhoging van de minimumprijs bedoeld in het tweede, het vierde en het vijfde lid, wordt gefinancierd overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 21quinquies. De vaststelling voor ieder exploitatiejaar van de kost voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, gebeurt overeenkomstig de berekeningsmethode en de procedure bedoeld in paragraaf 1, vierde lid. De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen, bedoeld in het elfde lid, met het oog op de voldoening van de verplichting bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in het voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost, voortvloeiend uit de maatregelen bedoeld, in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze nettokost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.”
  20. Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het koninklijk besluit van 2002) heeft een reeks maatregelen ingevoerd met toepassing van voormeld artikel 7, §§ 1er en 2 van de elektriciteitswet. Ten gevolge van de hervorming van het financieringsmechanisme van de openbare dienstverplichtingen ten laste van de netbeheerder werd het koninklijk besluit van 16 juli 2002 gewijzigd door een koninklijk besluit van 20 juli 2022, om enerzijds de berekeningsmodaliteiten van de Niet-vertrouwelijke versie 5/10 kost van de openbare dienstverplichting in te voeren en anderzijds de procedure-elementen bijkomend aan de elementen voorzien in artikel 7, § 1 van de elektriciteitswet. Ten gevolge van de invoering van het 2-zijdige Contract-for-Difference werd het Koninklijk Besluit van 16 juli 2002 gewijzigd door een Koninklijk Besluit van 26 mei 2023 om wijzigingen aan te brengen aan het systeem van voorschotten.
  21. ANTECEDENTEN 2.
  22. Algemeen
  23. Op 31 december 2021 werd de programmawet van 27 december 2021 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  24. Met toepassing van deze programmawet hebben de Belgische Staat, Elia en de CREG een protocolakkoord afgesloten met het oog op de bepaling van de modaliteiten voor het maandelijks ter beschikking stellen van de middelen die het voor Elia mogelijk maken om te voldoen aan de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, 2de, 4de, 5de lid, artikel 7octies, 1ste lid en artikel 7undecies, § 14, 1ste lid van de elektriciteitswet (hierna: het Protocol ODV).
  25. Het koninklijk besluit van 20 juli 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 werd op 22 augustus 2022 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  26. Op 31 augustus 2023 heeft de CREG van Elia per e-mail een ex ante rapporteringsmodel ontvangen met betrekking tot de geraamde kosten van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten, de strategische reserve en het capaciteitsvergoedingsmechanisme voor het jaar
  27. Ontwerpbeslissing (B)2644 met betrekking tot de beoordeling van de kost van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2024 werd goedgekeurd door de CREG tijdens het directiecomité van 21 september
  28. 2.
  29. Raadpleging
  30. Artikel 14ter van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepaalt dat de CREG de ontwerpbeslissing voorlegt aan de netbeheerder, die beschikt over veertien werkdagen om haar opmerkingen over te maken. Daarentegen was de CREG van mening dat terzake geen publieke raadpleging moest worden georganiseerd. Dat stemt bovendien overeen met de praktijk die werd gevolgd – en in het huishoudelijk reglement van de CREG1 werd vastgelegd – wanneer de kost van de openbare dienstverplichting ten laste van Elia via de tarieven werd doorgerekend.
  31. Op 10 oktober 2023 ontving de CREG een brief van Elia waarin volgende opmerking formuleert: “Onze enige opmerking gaat over de berekening van de financiële lasten die in paragraaf 12 van de beslissing wordt beschreven. In overeenstemming met het koninklijk besluit van 20 juli 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare 1 Cfr. art. 40, 1ste lid, 3°. Niet-vertrouwelijke versie 6/10 energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid bepaalt de parameter Ct de kosten van de financiële lasten die worden geraamd door enerzijds de som te maken van de maandelijkse verschillen tussen de schuldvorderingen en schulden op de balans van de netbeheerder die betrekking hebben op de verwerking van de groenestroomcertificaten en anderzijds door te verwijzen naar een forfaitaire rente gelijk aan de gemiddelde rente van de geleende fondsen van de netbeheerder voor het betreffende jaar zoals opgenomen in het meest recente door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, in overeenstemming met artikel 12, § 7 van de wet. In haar ontwerpbeslissing bepaalt de CREG dat de raming o.a. gebeurt op basis van een forfaitaire rente gelijk aan de raming van de OLO van het jaar t-2 vermeerderd met 70 basispunten. Dit zou vervangen moeten worden door de verwijzing naar de gemiddelde rente van de door Elia geleende fondsen. Dit heeft echter geen impact op de bedragen uit de ontwerpbeslissing.” 2 De CREG past de formulering van paragraaf 14 aan in overeenstemming met deze opmerking.
  32. RAMING VAN DE KOST 3.
  33. Algemeen
  34. De artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit van 20 juli 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 bepalen de berekeningswijze van de kost die verband houdt met de verplichting tot aankoop van groenestroomcertificaten volgens de volgende formule : Bt + Ct + Dt De term Bt geeft de raming weer van de kosten, in dit geval via een voorschot en bijkomend voorschot betaald in overeenstemming met artikel 14, § 1ersepties, in verband met de aankoop en verkoop van groenestroomcertificaten uitgegeven op basis van artikel 7, § 1er van de elektriciteitswet of het equivalent in geproduceerde energie waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het voorschot voorzien in artikel 14, § 1septies van de elektriciteitswet in het jaar t. De term Ct vertegenwoordigt de raming van de kosten van de financiële lasten gedragen door de netbeheerder gedurende het jaar t in verhouding tot het saldo van de aankoop- en verkooptransacties van groenestroomcertificaten en tot het saldo van de voorschotten voorzien in artikel 14, § 1septies. 2 Vrije vertaling van: « La seule remarque que nous avons concerne le calcul des charges financières qui est décrit au paragraphe 12 de la décision. Conformément à l’Arrêté royal du 20 juillet 2022 modifiant l'arrêté royal du 16 juillet 2002 relatif à l'établissement de mécanismes visant la promotion de l'électricité produite à partir des sources d'énergie renouvelables et l'indemnisation des titulaires d'une concession domaniale offshore en cas d'indisponibilité du Modular Offshore Grid, le paramètre Ct définit les couts des charges financières, qui sont évalués, d'une part, en constatant la somme des écarts mensuels entre les créances et les dettes reprises au bilan du gestionnaire du réseau et relatives au traitement des certificats verts et d'autre part, en se référant à un taux d'intérêt forfaitaire égal au taux moyen des fonds empruntés du gestionnaire du réseau pour l'année concernée tel que repris dans la proposition tarifaire la plus récente approuvée par la commission, conformément à l'article 12, § 7, de la loi. Dans son projet de décision, la CREG établit que l’évaluation se fait notamment sur base d’un taux d’intérêt forfaitaire égal à l’estimation de l’OLO de l’année t-2 majoré de 70 points de base. Ceci devrait être remplacé par la référence au taux moyen des fonds empruntés par Elia. Cet élément n’a toutefois pas d’impact sur les montants repris dans le projet de décision. » Niet-vertrouwelijke versie 7/10 De term Dt vertegenwoordigt de kost van de administratieve lasten gedragen door de netbeheerder die wordt berekend door de som van de factoren At en Bt te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,3 %. Het bedrag van deze meerkost Dt is geplafonneerd op € 100.000,00 per toegekende domeinconcessie krachtens artikel 6, § 1 van de wet vanaf het jaar waarin de concessiehouder elektriciteit in het net injecteert. 3.
  35. De beoordeling van de kost voor 2024 3.2.
  36. Aan- en verkopen van groenestroomcertificaten (Bt)
  37. De producenten van offshore windenergie krijgen een groenestroomcertificaat per geproduceerde MWh. In het kader van zijn openbare dienstverplichting is de netbeheerder verplicht de groenestroomcertificaten bij de producent van groene stroom die hiervoor een verzoek indient aan te kopen tegen een minimumprijs vastgelegd bij koninklijk besluit van 16 juli
  38. Voor C-Power, Belwind, Northwind, Nobelwind, Norther en Rentel wordt het bedrag van de vermoedelijke aankoop van groenestroomcertificaten geraamd op basis van de historische productiecijfers en van de minimumprijs.
  39. Voor Northwester 2, Mermaid en Seastar maakt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten door de netbeheerder voorwerp uit van een systeem van voorschotten op de prijs van de groenestroomcertificaten die gekocht moeten worden volgens de modaliteiten uit artikel 14, § 1 septies van het koninklijk besluit van 16 juli
  40. Tijdens de vijf eerste jaren na de indienststelling van de installatie wordt het bedrag van het maandelijkse voorschot berekend op basis van een jaarlijkse veronderstelde elektriciteitsproductie van de installatie van 4.100 vollasturen. Bovendien ontvangen deze parken een bijkomend voorschot als de reële semestriële productie in de vijf eerste exploitatiejaren lager is dan de productie op basis van 2.050 vollasturen. In 2024 stort de netbeheerder het bijkomende voorschot voor de periodes juli-december 2023 en januari-juni
  41. 3.2.
  42. Financiële lasten
  43. De kost van de financiële lasten wordt enerzijds beoordeeld door de som te bepalen van de maandelijkse verschillen tussen de vorderingen en de schulden uit de balans van de netbeheerder die verband houden met het verwerken van groenestroomcertificaten en anderzijds door te verwijzen naar de gemiddelde rentevoet van de door Elia geleende middelen. De evolutie van de maandelijkse verschillen tussen de vorderingen en de schulden is moeilijk ex ante te bepalen. Bovendien wordt een controle van de financiële lasten ex post uitgevoerd, bij de berekening van het bedrag van de regularisatie. Het financiële bedrag geraamd voor de financiële lasten wordt dus vastgelegd op nul. 3.2.
  44. Administratieve kosten
  45. De kost van de administratieve lasten gedragen door de netbeheerder wordt berekend door de som van de vermoedelijke aan- en verkopen van groenestroomcertificaten (At + Bt) te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,3 %. Het bedrag van deze meerkost is geplafonneerd op € 100.000 per domeinconcessie. Niet-vertrouwelijke versie 8/10 3.2.
  46. Raming van de kost voor 2024
  47. Op basis van de historische productie per park, de bepalingen voor de minimumprijs en de methode voor raming van de kosten van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 (zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 juli 2022) raamt de CREG de kost van de openbare dienstverplichting ter financiering van de aankoop van groenestroomcertificaten op € 493.923.761 voor
  48. 2024 Betaling van maandelijkse voorschotten in verband met de offshore 418.391.278 productie C-Power [vertrouwelijk] Belwind [vertrouwelijk] Nobelwind [vertrouwelijk] Northwind [vertrouwelijk] Rentel [vertrouwelijk] Norther [vertrouwelijk] Betaling van maandelijkse voorschotten 11.880.828 NW2 [vertrouwelijk] Mermaid [vertrouwelijk] Seastar [vertrouwelijk] Betaling van aanvullende voorschotten 62.927.232 NW2 [vertrouwelijk] Mermaid [vertrouwelijk] Seastar [vertrouwelijk] Financiële lasten 0 Administratieve lasten 724.424 Totale kostprijs ODV aankoop GSC (EUR) 493.923.761
  49. De geraamde kosten van de openbare dienstverplichting om de aankoop van groenestroomcertificaten te financieren liggen voor 2024 144 miljoen euro hoger dan voor 2023 (€ 349.854.228). Dit kan verklaard worden door het feit dat de referentieprijs voor elektriciteit voor 2024 (€ 133,451/MWh) veel lager is dan voor 2023 (> € 200/MWh). Bijgevolg bedroeg de minimale prijs voor Rentel, Norther, NW2, Seastar en Mermaid € 0/MWh bij de raming van de kosten voor
  50. 3.2.
  51. De uitsplitsing van de kosten per maand
  52. In overeenstemming met artikel 7, § 1 van de elektriciteitswet en het Protocol ODV bepaalt de CREG de maandelijkse kost. De betaling van deze kost door de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt aan het begin van de betreffende maand. Kost aankoop federale GSC Kost Elia EUR/maand Betaling door de Belgische Staat EUR/mois jan/24 46.797.977 46.797.977 Niet-vertrouwelijke versie feb/24 49.351.411 49.351.411 mrt/24 71.765.040 71.765.040 apr/24 28.591.910 28.591.910 mei/24 27.265.034 27.265.034 jun/24 23.847.456 23.847.456 jul/24 23.808.167 23.808.167 aug/24 27.641.388 27.641.388 sep/24 59.694.073 59.694.073 okt/24 44.101.814 44.101.814 nov/24 41.247.548 41.247.548 dec/24 49.811.942 49.811.942 9/10 Total 493.923.761 493.923.761
  53. ALGEMEEN VOORBEHOUD
  54. In onderhavige beslissing heeft de CREG zich beperkt tot de analyse van de verantwoording en de draagwijdte van het ex ante verslag met betrekking tot de geraamde kosten voor de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar
  55. BESLUIT Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, in het bijzonder artikel 7, §§ 1 en 2 ; Gelet op de artikelen 14bis en 14ter van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 ; Gelet op het Protocol ODV ; Bepaalt de CREG de maandelijkse kosten van de openbare dienstverplichting voor de financiering van de aankoop van federale groenestroomcertificaten voor het jaar 2024 als volgt: Kost aankoop federale GSC Kost Elia EUR/maand Betaling door de Belgische Staat EUR/mois jan/24 46.797.977 46.797.977 feb/24 49.351.411 49.351.411 mrt/24 71.765.040 71.765.040 apr/24 28.591.910 28.591.910 mei/24 27.265.034 27.265.034 jun/24 23.847.456 23.847.456 jul/24 23.808.167 23.808.167 aug/24 27.641.388 27.641.388 sep/24 59.694.073 59.694.073 okt/24 44.101.814 44.101.814 nov/24 41.247.548 41.247.548 dec/24 49.811.942 49.811.942  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 10/10 Total 493.923.761 493.923.761

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.