(B)2662 9 november 2023 Beslissing over de goedkeuring van de contractwijziging met betrekking tot de Power Purchase Agreement tussen Rentel nv en Total Energies Power & Gas Belgium sa Artikel 7, 3° en 4°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 6 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 6 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 7 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER ....................................................................................... 7 4. CONCLUSIE ...................................................................................................................................... 8 Niet-vertrouwelijke versie 2/8 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 7, 3° en 4°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het “koninklijk besluit van 23 mei 2023”), de contractwijzigingen van 6 september 2023 (hierna: het “aanhangsel”) met betrekking tot de Power Purchase Agreement tussen Rentel nv en Total Energies Power & Gas Belgium sa (hierna; het “contract”) voor de berekening van de formule van de correctiefactor. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 9 november 2023. 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 14, § 1, tweede lid, 1°ter van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna; het “koninklijk besluit van 16 juli 2002”) luidt als volgt: “In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is [sic] verplicht, van de groenstroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productietechnologie, namelijk: […] 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule: minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin: - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan:
- a)129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
- b)124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016; Niet-vertrouwelijke versie 3/8
- c)een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in
- a)en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie; - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd.” 2. Artikel 14, § 1ter/1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt (voor de wijziging door het koninklijk besluit van 23 mei 2023) volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter. […]” Niet-vertrouwelijke versie 4/8 3. Dit artikel wordt gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 en luidt nu als volgt: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater berekent de commissie maandelijks de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. […]” 4. Artikel 7, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voorziet in een overgangsbepaling voor de offshore parken met financial close tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit: “Voor installaties die het voorwerp zijn van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en die tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit hun eerste financial close realiseren, geldt het volgende: 1° artikel 1, 11°, en de artikelen 14, 14septiesdecies en 14vicies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden na de inwerkingtreding van dit besluit verder toegepast tot en met de dag vóór de door de commissie overeenkomstig 4° geakteerde datum; 2° de domeinconcessiehouder maakt, binnen tien dagen:
- a)na de inwerkingtreding van dit besluit; of,
- b)indien dit later is, nadat hij een contract of een contractswijziging heeft gesloten die voorziet in de afname van de door hem geproduceerde elektriciteit tegen een prijs gebaseerd op een maandelijkse gemiddelde day ahead-prijs, de tekst van dat contract dan wel die contractswijziging over aan de commissie; 3° de commissie keurt op basis van dat contract dan wel die contractswijziging de formule voor de berekening van de correctiefactor goed, en past deze voor de periode vanaf de in 4° bedoelde datum en ten vroegste op 1 januari 2024 toe voor de berekening van de correctiefactor; 4° de commissie neemt akte van de datum waarop die formule overeenkomstig dat contract of die contractswijziging van toepassing wordt, mede rekening houdend met de in dat contract of die contracts- wijziging vervatte opschortende voorwaarden.” 5. De financial close van Rentel heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2016. Rentel valt dus onder de toepassing van artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Niet-vertrouwelijke versie 5/8 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 6. Beslissing (B)2094 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 17 juli 2020. In deze beslissing heeft de CREG geoordeeld dat de berekening van de correctiefactor marktconform is. 7. Het aangepast voorstel (C)2463/2 van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 24 november 2022. Dit voorstel heeft betrekking op de wijziging van de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor. De wijzigingen aan het koninklijk besluit die werden voorgesteld, komen overeen met de princiepsnota1 die ter raadpleging werd voorgelegd in januari 2022. De CREG vond het belangrijk dat, met de nieuwe aanpassingen, de principes van de variabele ondersteuning zoals berekend voor de LCOE parken overeenstemmen met deze van de tendering principes van de Prinses Elisabethzone. Daarom was de CREG ook voorstander om de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor te wijzigen. Eerst en vooral, door de wijziging worden het huidige volumerisico en de hoge profiel- en onbalanskosten, die door de PPA offtaker worden gedragen, drastisch gereduceerd. Daarnaast brengt de voorgestelde wijziging consistentie mee met de Prinses Elisabethzone. 8. Het koninklijk besluit van 23 mei 2023 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 mei 2023. Dit koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 met betrekking tot de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor. 9. Op 14 september 2023 heeft de CREG de aanvraag van Rentel ontvangen met betrekking tot “goedkeuring PPA contractwijziging Rentel”. In deze brief vraagt Rentel: - de goedkeuring van de formule voor de berekening van de correctiefactor zoals overeengekomen tussen Rentel nv en TotalEnergies Power & Gas Belgium voor het Rentel windpark, ingevoerd door het aanhangsel dat bij de brief van de aanvraag was bijgevoegd; - akte te nemen van de “ERP Effective Date” op basis van de opschortende voorwaarden opgenomen in het aanhangsel. 10. Ontwerpbeslissing (B)2662 over de goedkeuring van de contractwijziging met betrekking tot de Power Purchase Agreement tussen Rentel nv en Total Energies Power & Gas Belgium sa werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 26 oktober 2023. 1 Openbare raadpleging over de offshore wind aanbesteding voor de Prinses Elisabeth Zone, 19/01/2022 Openbare raadpleging over de offshore wind aanbesteding voor de Prinses Elisabeth Zone (fgov.
- be)Niet-vertrouwelijke versie 6/8 2.2. RAADPLEGING 11. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG2 moet het directiecomité, alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het huishoudelijk reglement. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. 12. Overeenkomstig artikel 41 van het huishoudelijk reglement, kan het directiecomité beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing van het directiecomité slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of voor een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot de betrokken personen. Het directiecomité van de CREG meende dat de onderhavige beslissing enkel rechtsgevolgen had voor de aanvrager, namelijk Rentel. Daarom besliste de CREG een niet-openbare raadpleging te houden over deze ontwerpbeslissing en hierbij enkel Rentel te raadplegen. 13. Op 30 oktober 2023 heeft Rentel per brief laten weten geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER 14. De prijs van de verkochte energie en de correctiefactor worden berekend conform clausule 11.1 van het contract: [VERTROUWELIJK] 15. In beslissing (B)2094 over de vastlegging van de correctiefactor voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021 ter bepaling van de minimumprijs voor de groenestroomcertificaten uitgereikt voor de elektriciteit geproduceerd door de installaties in de domeinconcessie van Rentel heeft de CREG reeds geoordeeld dat de berekening van de correctiefactor marktconform is. 16. Op 14 september 2023 heeft de CREG het aanhangsel bij het contract ontvangen. Dit aanhangsel werd ondertekend door beide partijen. In het aanhangsel worden verschillende wijzigingen aangebracht aan het contract. De CREG beperkt zich in onderhavige beslissing tot de uitvoering van de wettelijke opdrachten die ze krachtens artikel 7, 3° en 4°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 heeft gekregen. De CREG spreekt zich in deze beslissing dus enkel uit over clausule 4.5.1 van het aanhangsel en de inwerkingtreding van deze clausule en niet over de andere clausules van het aanhangsel. 17. In clausule 4.5.1 van het aanhangsel wordt gestipuleerd dat clausule 11.1 van het contract als volgt wordt vervangen: [VERTROUWELIJK] 2 Huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 december 2015 en gewijzigd op 12 januari 2017. Niet-vertrouwelijke versie 7/8 18. De CREG stelt vast dat de wijzigingen aan de formules voor de prijs van de verkochte energie en de correctiefactor conform het koninklijk besluit van 23 mei 2023 zijn. Door het aanhangsel wordt de Endex Cal+1 vervangen door de Epex Spot prijs als elektriciteitsreferentieprijs. Daarnaast worden er wijzigingen aangebracht aan de formule van de correctiefactor zodat deze maandelijks kan berekend worden in plaats van jaarlijks. 19. De wijzigingen aan de formules voor de prijs van de verkochte energie en de correctiefactor gaan pas in op de “ERP effective Date” als voldaan is aan verschillende opschortende voorwaarden. Clausule 1.2 van het aanhangsel definieert de “ERP effective Date” en de opschortende voorwaarden als volgt: [VERTROUWELIJK] De CREG neemt akte van de opschortende voorwaarden met betrekking tot de “ERP effective Date” of de datum waarop de wijzigingen aan de formules voor de prijs van de verkochte energie en de correctiefactor in voege gaan. Conform artikel 7, 4° van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 dient de CREG met deze opschortende voorwaarden rekening te houden. De CREG heeft geen opmerkingen bij deze clausule, maar wenst een kopie te ontvangen van het aangetekend schrijven met betrekking tot de “ERP Effective Date” zodat duidelijk is vanaf wanneer de gewijzigde correctiefactor van toepassing is. 4. CONCLUSIE Gelet op artikel 7, 3° en 4° van het koninklijk besluit van 23 juli 2023 en de opdracht die toegekend wordt aan de CREG; Gelet op het aanvraagdossier van 14 september 2023; Keurt de CREG de wijziging aan de formule van de correctiefactor goed; Neemt de CREG akte van de “ERP effective Date” zijnde de inwerkingtreding van de wijziging van de correctiefactor op basis van de opschortende voorwaarden vermeld in clausule 1.2 van het aanhangsel; Wenst zij een kopie te ontvangen van het aangetekend schrijven met betrekking tot de “ERP effective Date” zoals bepaald in clausule 1.2 van het aanhangsel. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 8/8