(B)2672 16 november 2023 Beslissing over de goedkeuring van de contractwijziging met betrekking tot de Power Purchase Agreement tussen Northwester 2 nv en RWE Supply & Trading GmbH Artikel 7, 3° en 4°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 5 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 5 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 6 3. ANALYSE VAN HET INGEDIENDE DOSSIER ....................................................................................... 7 4. CONCLUSIE ...................................................................................................................................... 8 Niet-vertrouwelijke versie 2/8 INLEIDING De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzoekt hierna, op basis van artikel 7, 3° en 4° van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het “koninklijk besluit van 23 mei 2023”), de contractwijzigingen van 10 oktober 2023 (hierna: het “aanhangsel”) met betrekking tot de Power Puchase Agreement tussen Northwester 2 nv en RWE Supply & Trading GmbH (hierna: het “contract”) voor de berekening van de formule van de correctiefactor. Deze beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens zijn vergadering van 16 november 2023. 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 14, § 1, 2de lid, 1°quater van koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in het geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna: het “koninklijk besluit van 16 juli 2002”) luidt als volgt: “1° quater voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd, onverminderd paragraaf 1quater en 1quinquies/1 aan de hand van de volgende formule en waarvan het bedrag in geen geval negatief mag zijn : minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentie-prijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - de LCOE gelijk is aan 79 euro/MWh; - onverminderd de mogelijkheid om, in overeenstemming met paragraaf 1ter/1, de correctiefactor per domeinconcessie vast te leggen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de huidige door de domeinconcessiehouder verkregen verkoopprijs voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit; - de netverliesfactor elke maand door de commissie, voor elke concessie, wordt berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd” Niet-vertrouwelijke versie 3/8 2. Artikel 14, § 1ter/1, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 legt (voor de wijziging door het koninklijk besluit van 23 mei 2023) volgende procedure vast voor de aanpassing van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs per domeinconcessie: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen: 1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close; 2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close, alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit. Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken. De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs. Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter. […]” 3. Dit artikel wordt gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 en luidt nu als volgt: “Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, en 1° quater berekent de commissie maandelijks de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs. Om dit te doen baseert ze zich voornamelijk op de verkoopprijs van de geproduceerde elektriciteit die voortvloeit uit de offerte die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet in aanmerking neemt met toepassing van de geldende wetgeving betreffende de overheidsopdrachten of, op het contract voor de aankoop van de geproduceerde elektriciteit nadat het werd gesloten. […]” 4. Artikel 7, van het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voorziet een overgangsbepaling voor de offshore parken met financial close tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit: “Voor installaties die het voorwerp zijn van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en die tussen 1 mei 2016 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit hun eerste financial close realiseren, geldt het volgende: Niet-vertrouwelijke versie 4/8 1° artikel 1, 11°, en de artikelen 14, 14septiesdecies en 14vicies van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden na de inwerkingtreding van dit besluit verder toegepast tot en met de dag vóór de door de commissie overeenkomstig 4° geakteerde datum; 2° de domeinconcessiehouder maakt, binnen tien dagen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.