← België

Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia Transmission Belgium

(B)2677 23 november 2023 Beslissing over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia Transmission Belgium nv en Northwester 2 nv Artikel 14, § 1, lid 6, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid Niet-vertrouwelijke versie CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 7 2.1. Algemeen................................................................................................................................. 7 2.2. Raadpleging ............................................................................................................................. 9 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT ............................................................................ 10 4. CONCLUSIE .................................................................................................................................... 11 BIJLAGE .................................................................................................................................................. 12 Niet-vertrouwelijke versie 2/12 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (hierna, de “CREG”) onderzoekt hierna, met toepassing van artikel 14, § 1, lid 6, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna, het “het koninklijk besluit van 16 juli 2002”), het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen de netbeheerder, de nv Elia Transmission Belgium (hierna, “Elia”), en de nv Northwester 2 (hierna, “Northwester 2”) ontvangen op 16 oktober 2023 (hierna, het “voorstel van contract”). Voorliggend voorstel van contract strekt ertoe het oorspronkelijk contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten (hierna, het “oorspronkelijk contract”) te vervangen. Het oorspronkelijk contract werd op 12 september 20191 door de CREG reeds goedgekeurd. De invoering van de 2-sided Contract-for-Difference, de bijhorende betalingsverplichting en de wijziging van de elektriciteitsreferentieprijs (waarbij de correctiefactor maandelijks wordt bepaald) zijn de aanleidingen van het verzoek tot goedkeuring van het voorliggend voorstel van contract. Met toepassing van artikel 14, § 1, lid 6, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 maakt “de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis 1° ter en 1° quater, [maakt] het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE op het tijdstip van financial close en waarbij dat contract voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater, op onafhankelijke en exhaustieve wijze een gedetailleerde beschrijving geeft van alle procedures, formules en modaliteiten voor de berekening van de minimale prijs van de groenestroomcertificaten, de betaling ervan, de betalingsverplichting bedoeld in het vierde lid de maandelijkse voorafbetaling en de ex post regeling waarvan de principes worden vastgelegd in paragraaf 1septies en 1octies. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” Met toepassing van artikel 14, § 2, in fine, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 controleert de CREG de verplichtingen van de netbeheerder die uit afdeling I van dit koninklijk besluit voortvloeien. Tijdens zijn vergadering van 23 november 2023 keurde het directiecomité deze beslissing goed. 1 Beslissing (B)1977 over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia System Operator nv en Northwester 2 nv Niet-vertrouwelijke versie 3/12 1. WETTELIJK KADER 1. Artikel 7, § 1, 1ste lid van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna, de “elektriciteitswet”) bepaalt het volgende: “Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning garanties van oorsprong en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de commissie en de gewestelijke overheden en regulatoren aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen." 2. Artikel 7, § 1, van de elektriciteitswet werd uitgevoerd door het koninklijk besluit van 16 juli 2002. Dit koninklijk besluit werd laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 mei 2023. 3. Artikel 14, § 1, van koninklijk besluit van 16 juli 2002 luidt als volgt: “Om de afzet van een minimaal volume groene stroom tegen een minimale prijs, op de markt te verzekeren, wordt een systeem van minimumaankoopprijzen voorzien volgens onderstaande voorwaarden. In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productietechnologie, namelijk : 1° voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close ten laatste op 1 mei 2014 heeft plaatsgevonden :

  1. a)107 euro/MWh voor de productie van elektriciteit opgewekt met de eerste 216 MW geïnstalleerde capaciteit;
  2. b)90 euro/MWh voor de productie van elektriciteit die voortvloeit uit een geïnstalleerde capaciteit boven de eerste 216 MW;]2 1° bis. voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [8 vanaf 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]8 plaatsvindt, een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : Minimumprijs = LCOE - [elektriciteitsreferentieprijs - correctiefactor] waarin : - de LCOE gelijk is aan 138 euro/MWh; - de correctiefactor is gelijk aan 10 % van de elektriciteitsreferentieprijs; 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016 tot en met 30 juni 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule : minimumprijs = LCOEy - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], Niet-vertrouwelijke versie 4/12 waarin : - LCOEy is de LCOE van toepassing in jaar y, bevestigd door de commissie uiterlijk op 15 januari van het jaar y aan iedere betrokken domeinconcessiehouder, en is gelijk aan: 𝐿𝐶𝑂𝐸𝑦 = 79 × × [[70]% + [30]% × (1 + 𝑚𝑎𝑥 (0; 𝐶𝑃𝐼𝑦−1 𝐶𝑃𝐼𝑅𝑒𝑓,𝑦−1 − ))] 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 waar:
  3. a)CPIy-1 is de consumentenprijsindex voor december van het jaar y-1;
  4. b)CPIFC is de consumentenprijsindex aan het eind van de maand waarin de financial close plaatsvond;
  5. c)CPIRef,y-1 is de referentie-index van de consumptieprijzen voor het jaar y-1, die als volgt wordt berekend: (𝑚−𝐹𝐶) 12 𝐶𝑃𝐼𝑅𝑒𝑓,𝑦−1 = 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 × (1 + 2%) waar m-FC het aantal maanden is tussen de maand waarin de financial close plaatsvond en de laatste maand van jaar y-1; - de correctiefactor wordt elke maand door de commissie berekend, voor elke domeinconcessie, op basis van het contract voor de aankoop van elektriciteit dat de domeinconcessiehouder heeft afgesloten en alle nodige informatie, die deze houder aan de commissie dient over te maken ; de correctiefactor mag niet meer dan 100% bedragen; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit; - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd; 1° quater voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd, onverminderd paragraaf 1quater en 1quinquies/1 aan de hand van de volgende formule [28 ...]28 : minimumprijs = LCOEy- [(elektriciteitsreferentie-prijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)], waarin : - LCOEy is de LCOE van toepassing in jaar y, bevestigd door de commissie uiterlijk op 15 januari van het jaar y aan ieder betrokken domeinconcessiehouder, en is gelijk aan: 𝐿𝐶𝑂𝐸𝑦 = 79 × × [[70]% + [30]% × (1 + 𝑚𝑎𝑥 (0; 𝐶𝑃𝐼𝑦−1 𝐶𝑃𝐼𝑅𝑒𝑓,𝑦−1 − ))] 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 waar:
  6. a)CPIy-1 is de consumentenprijsindex voor december van het jaar y-1;
  7. b)CPIFC is de consumentenprijsindex aan het eind van de maand waarin de financial close plaatsvond;
  8. c)CPIRef,y-1 is de referentie-index van de consumptieprijzen voor het jaar y-1, die als volgt wordt berekend: (𝑚−𝐹𝐶) 12 𝐶𝑃𝐼𝑅𝑒𝑓,𝑦−1 = 𝐶𝑃𝐼𝐹𝐶 × (1 + 2%) waar m-FC het aantal maanden is tussen de maand waarin de financial close plaatsvond en de laatste maand van jaar y-1; Niet-vertrouwelijke versie 5/12 - de correctiefactor wordt elke maand door de commissie berekend, voor elke domeinconcessie, op basis van het contract voor de aankoop van elektriciteit dat de domeinconcessiehouder heeft afgesloten en alle nodige informatie, die deze houder aan de commissie dient over te maken; de correctiefactor mag niet meer dan 100% bedragen; - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de huidige door de domeinconcessiehouder verkregen verkoopprijs voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit; - de netverliesfactor elke maand door de commissie, voor elke concessie, wordt berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd; 2° zonne-energie in gebruik genomen voor 1 augustus 2012: 150 euro/MWh 3° voor installaties die elektriciteit produceren uit water of stromen, bedoeld in artikel 6 van de wet: 20 euro/MWh Voor de installaties bedoeld in het tweede lid, 1° ter en 1° quater wordt de voor een bepaalde maand geldende minimumprijs verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met het maximum tussen (
  9. i)nul en (
  10. ii)de beschikbare productie van de installaties in de perioden van die maand waarop de minimumprijs volgens paragraaf 1quinquies/1 werd vastgelegd op 0 euro (waarbij echter de beschikbare productie tijdens de eerste 288 kwarturen bedoeld in paragraaf 1quinquies/1 in hetzelfde kalenderjaar niet wordt meegerekend), vermenigvuldigd met de minimumprijs als omschreven in het tweede lid, en gedeeld door de productie van de maand die overeenstemt met de perioden waarin de minimumprijs overeenkomstig paragraaf 1quinquies/1 niet op 0 euro is vastgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt onder beschikbare productie verstaan de totale hoeveelheid elektriciteit die de installaties technisch gezien hadden kunnen produceren tijdens de perioden waarvoor de minimumprijs overeenkomstig paragraaf 1quinquies/1 op 0 euro is vastgesteld, rekening houdend met hun beschikbaarheid en de windomstandigheden tijdens die perioden. Indien de minimumprijs, zoals berekend overeenkomstig het tweede lid, 1° ter en 1° quater, en in voorkomend geval inclusief de verhogingen bedoeld in het derde lid, en in paragraaf 1quater, kleiner is dan -[20] EUR/MWh, is de domeinconcessiehouder, bedoeld in het tweede lid, 1° ter en 1° quater, gehouden tot een betalingsverplichting aan de netbeheerder voor een bedrag gelijk aan de absolute waarde van het verschil tussen de in voorkomend geval berekende en verhoogde minimumprijs en -[20] EUR/MWh. De domeinconcessiehouder betaalt dit bedrag binnen zestig dagen na het einde van de maand waarin de betreffende kennisgeving vanwege de commissie heeft plaatsgevonden, bedoeld in artikel 11, eerste lid Indien de koper van de geproduceerde elektriciteit zijn contractuele verplichtingen niet nakomt, stelt de domeinconcessiehouder alles in het werk om de verschuldigde betalingen te verkrijgen en betaalt hij het bovengenoemde bedrag binnen dertig dagen nadat de koper van de elektriciteit aan zijn afnameverplichting heeft voldaan met betrekking tot de elektriciteit die is geproduceerd in verband met de groenestroomcertificaten waarvoor een betalingsverplichting geldt. De betalingsverplichting bedoeld in dit lid geldt slechts met betrekking tot de periode waarin de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten geldt bedoeld in het vijfde lid. De in dit lid bedoelde betalingsverplichting is niet van toepassing op groenestroomcertificaten waarvoor de minimumprijs overeenkomstig paragraaf 1quinquies/1 op 0 euro is vastgesteld. Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande, voor elektriciteit geproduceerd uit offshore windenergie, geldt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten gedurende de volgende periodes : 1° twintig jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° en 1° bis bedoelde installaties; 2° negentien jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° ter bedoelde installaties indien nodig verlengd met de periode vereist om een eventueel tekort Niet-vertrouwelijke versie 6/12 aan productie ten opzichte van een verwachte productie van 3.617 vollasturen per jaar in te halen gedurende de voormelde periode van negentien jaar, waarbij deze verlenging niet langer mag zijn dan twee jaar. 3° vanaf de ingebruikname van elk van de in het tweede lid, 1° quater bedoelde installaties, tot op het moment van het verstrijken van een periode van [30 negentien]30 jaar na [30 de ingebruikname van de laatste installatie, zonder het in paragraaf 1bis omschreven maximale volume te overschrijden]30, waarbij die periode in principe eindigt op [30 31 december 2039]30 behoudens de gevallen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden hierna beschreven. In geval van een situatie van overmacht of bij onvoorzienbare omstandigheden waarover de domeinconcessiehouder geen controle heeft en waardoor de indienststelling van de installaties vertraging oploopt of de productie of injectie van geproduceerde elektriciteit onmogelijk wordt, wordt deze periode door de commissie verlengd, in voorkomend geval zelfs tot na 31 december 2037, in verhouding tot de duur van de overmachtssituatie, maar zonder dat deze verlenging mag leiden tot een overschrijding van het volume elektriciteit waarop de minimumprijs wordt toegepast in overeenstemming met paragraaf 1bis. De domeinconcessiehouder maakt de commissie een dossier over waarin ze de omstandigheden uiteenzet van de gebeurtenis die deze houder zou willen laten erkennen als een geval van overmacht of een onvoorzienbare omstandigheid waarover de domeinconcessie-houder geen controle heeft. De commissie neemt hierover een beslissing binnen de zes maanden na kennisname van dit dossier.]15 [21 Noch de vertraging bij de indienststellling van de installaties van het Modular Offshore Grid, noch de volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid, die de commissie heeft vastgesteld met toepassing van artikel 14noviesdecies leiden tot een verlenging van de hiervoor bepaalde periode. De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis 1° ter en 1° quater, maakt het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE op het tijdstip van financial close en waarbij dat contract voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater, op onafhankelijke en exhaustieve wijze een gedetailleerde beschrijving geeft van alle procedures, formules en modaliteiten voor de berekening van de minimale prijs van de groenestroomcertificaten, de betaling ervan, de betalingsverplichting bedoeld in het vierde lid de maandelijkse voorafbetaling en de ex post regeling waarvan de principes worden vastgelegd in paragraaf 1septies en 1octies. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.” 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN 4. Beslissing (B)1977 over de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia System Operator nv en Northwester 2 nv werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 12 september 2019. 5. Het aangepast voorstel (C)2463/2 van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 24 november 2022. Niet-vertrouwelijke versie 7/12 Dit voorstel heeft betrekking op de wijziging van de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor. De wijzigingen aan het koninklijk besluit die werden voorgesteld, komen overeen met de princiepsnota2 die ter raadpleging werd voorgelegd in januari 2022. De CREG vond het belangrijk dat, met de nieuwe aanpassingen, de principes van de variabele ondersteuning zoals berekend voor de LCOE parken overeenstemmen met deze van de tendering principes van de Prinses Elisabethzone. Daarom was de CREG ook voorstander om de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor te wijzigen. Eerst en vooral worden, door de wijziging, het huidige volumerisico en de hoge profiel- en onbalanskosten, die door de PPA offtaker worden gedragen, drastisch gereduceerd. Daarnaast brengt de voorgestelde wijziging consistentie mee met de Prinses Elisabethzone. 6. Voorstel (C)2498 van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 26 januari 2023. Dit voorstel van koninklijk besluit maakt de implementatie van een 2-sided Contract-for-Difference mogelijk. 7. Het koninklijk besluit van 23 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna; het “koninklijk besluit van 23 mei 2023”) werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 mei 2023. Dit koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 met betrekking tot de elektriciteitsreferentieprijs en de berekening van de correctiefactor. 8. Het koninklijk besluit van 26 mei 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de vergoeding van de houders van een offshore domeinconcessie in geval van onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid (hierna; het “koninklijk besluit van 26 mei 2023”) werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 31 mei 2023. Dit koninklijk besluit wijzigt het koninklijk besluit van 16 juli 2002 met betrekking tot de implementatie van een 2-sided Contract-for-Difference en de bijhorende betalingsverplichting. 9. Op 16 oktober 2023 ontving de CREG van Elia een aanvraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia en Northwester 2. Dit voorstel van contract vervangt het oorspronkelijk contract. Het voorstel van contract wordt in bijlage 1 van deze beslissing toegevoegd. 10. Op 16 oktober 2023 werd eveneens per email de versie van het voorstel van contract met trackchanges overgemaakt aan de CREG. 11. Ontwerpbeslissing (B)2677 over “de vraag tot goedkeuring van het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia Transmission Belgium nv en Northwester 2 nv” werd goedgekeurd door het directiecomité van de CREG tijdens zijn vergadering van 26 oktober 2023. 2 Openbare raadpleging over de offshore wind aanbesteding voor de Prinses Elisabeth Zone, 19/01/2022 Openbare raadpleging over de offshore wind aanbesteding voor de Prinses Elisabeth Zone (fgov.
  11. be)Niet-vertrouwelijke versie 8/12 2.2. RAADPLEGING 12. Overeenkomstig artikel 33, § 1, van het huishoudelijk reglement van het directiecomité moet de CREG3 alvorens het een beslissing neemt, een openbare raadpleging organiseren, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk 4. Een openbare raadpleging gebeurt door het lanceren van de raadpleging op de website van de CREG. 13. Artikel 41 van het huishoudelijk reglement van het directiecomité bepaalt echter dat het directiecomité kan beslissen om een niet-openbare raadpleging te organiseren indien de beslissing slechts rechtsgevolgen zal hebben voor één persoon of een beperkt aantal identificeerbare personen door de raadpleging te beperken tot deze personen. Het directiecomité stelde vast dat dit van toepassing is op deze ontwerpbeslissing: aangezien het directiecomité het voorstel van contract goedkeurt, had de ontwerpbeslissing strikt gezien enkel rechtsgevolgen voor de contractpartijen, namelijk Elia en Northwester 2. Het directiecomité merkte in casu bovendien op dat de keuze voor een raadpleging beperkt tot Elia en Northwester 2 werd verantwoord door het feit dat deze ontwerpbeslissing enkel onderzocht of het voorstel van contract in overeenstemming was met de elektriciteitswet en het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 14. Daarom besliste het directiecomité, met toepassing van artikel 41 van het huishoudelijk reglement, om een raadpleging over deze ontwerpbeslissing te organiseren die beperkt was tot Elia en Northwester 2. 15. Op 9 november 2023 heeft Northwester 2 per brief laten weten geen opmerkingen te hebben bij de ontwerpbeslissing. Op 13 november 2023 heeft Elia per e-mail volgende opmerking overgemaakt. De CREG merkt in de paragraaf 18 van de ontwerpbeslissing (paragraaf 20 van de voorliggende beslissing) op dat artikel 6.3 van het voorstel van contract een interest voor laattijdige betaling invoert indien niet voldaan wordt aan de wettelijke betalingstermijnen die ook opgenomen zijn in artikel 6.2 van het voorstel van contract. Het is echter onduidelijk wie deze interest zal berekenen (Elia of de contractant). Volgens Elia stemt bovenstaande niet helemaal overeen met artikel 6.3 dat het volgende voorziet : “Indien de Contractant verzuimt de krachtens artikel 6.1 verschuldigde betaling uit te voeren vóór de uiterste datum van betaling overeenkomstig artikel 6.2 van dit Contract, i.e. al naargelang het geval, binnen de 60 (zestig) dagen na het einde van de maand waarin de in artikel 11, 1e lid van het K.B. van 16 juli 2002 bedoelde kennisgeving vanwege de CREG of de 30 (dertig) dagen na de ontvangst van de betaling van de koper van offshore windenergie, is de Contractant van rechtswege en zonder ingebrekestelling een intrest voor laattijdige betaling verschuldigd aan Elia. Deze intrestvoet wordt bepaald overeenkomstig artikel 5 van de Wet van 2 augustus 2002 en is verschuldigd vanaf dergelijke uiterste datum van betaling en dit tot de betaling volledig werd uitgevoerd.” De CREG neemt akte van deze opmerking en past voorliggende beslissing aan op dit punt. 3 Huishoudelijk reglement van het Directiecomité van de CREG, gepubliceerd op 14 december 2015 in het Belgisch Staatsblad en gewijzigd op 12 januari 2017 Niet-vertrouwelijke versie 9/12 3. ANALYSE VAN HET VOORSTEL VAN CONTRACT 16. De CREG analyseert hierna het voorstel van contract, zoals ingediend op 16 oktober 2023. Voorliggende beslissing analyseert enkel de gewijzigde elementen ten opzichte van de goedgekeurde versie van 12 september 2019. De CREG maakt hiervoor gebruik van de versie van het voorstel van contract met track-changes. De CREG vestigt de aandacht van Elia en Northwester 2 op de noodzaak dat elke toekomstige wijziging of toevoeging aan het voorstel van contract opnieuw ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG. 17. Het koninklijk besluit van 23 mei 2023 en het koninklijk besluit van 26 mei 2023 hebben volgende wijzigingen geïmplementeerd die een impact hebben op Northwester 2 en haar ondersteuning via het systeem van groenestroomcertificaten: - de wijziging van de elektriciteitsreferentieprijs; - de maandelijkse berekening van de correctiefactor; - de wijziging van de voorschotregeling met o.a. berekening van het bijkomend voorschot per semester in plaats van per jaar en een maandelijkse tussentijdse afrekening van de prijs; - de indexering van de LCOE; - de invoering van de betalingsverplichting wanneer de minimumprijs lager is dan € - 20/MWh; - de verlenging van de ondersteuningsperiode met een periode van 2 jaar zonder dat het vastgestelde maximumvolume van 63.000 vollasturen wordt overschreden; Artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 mei 2023 vermeldt bovendien dat het contract tussen de netbeheerder en de domeinconcessiehouder voortaan ook de LCOE van financial close alsook de betalingsverplichting vermeldt. 18. De CREG stelt vast dat de wijzigingen in het voorstel van contract tweeledig zijn: - enerzijds werd er van de gelegenheid gebruik gemaakt om tekstuele aanpassingen te maken om de leesbaarheid en begrijpbaarheid van het contract te verbeteren; - anderzijds hebben de wijzigingen betrekking op de implementatie van de principes ingevoerd door het koninklijk besluit van 23 mei 2023 en het koninklijk besluit van 26 mei 2023 (zie vorige paragraaf). 19. Artikel 6 van het voorstel van contract werkt de betalingsverplichting van de contractant4 aan Elia uit. Artikel 6.1 van het voorstel van contract verwijst naar artikel 14, §1, 4de lid van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 voor de berekening van de betalingsverplichting. In artikel 6.2 van het voorstel van contract wordt verwezen naar de kennisgeving van de CREG voor de start van de betalingstermijn van 60 dagen. Tevens wordt er ook een procedure uitgewerkt indien de contractant niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen als zijn PPA-offtaker hem niet heeft betaald. In deze situatie dient de contractant zowel Elia als de CREG op regelmatige tijdstippen te informeren over de status van de betaling. 4 In het voorstel van contract wordt verwezen naar Northwester 2 als “de contractant”. Niet-vertrouwelijke versie 10/12 Hoewel deze procedure niet vastgelegd is in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 herneemt deze wel de geest van artikel 14, §1, vierde lid van het koninklijk besluit van 16 juli 2002, namelijk dat “de domeincessiehouder alles in het werk stelt om de verschuldigde betalingen te verkrijgen en betaalt hij het bovengenoemde bedrag binnen dertig dagen nadat de koper van de elektriciteit aan zijn afnameverplichting heeft voldaan met betrekking tot de elektriciteit die is geproduceerd in verband met de groenestroomcertificaten waarvoor een betalingsverplichting geldt”. 20. De CREG merkt op dat artikel 6.3 van het voorstel van contract een interest voor laattijdige betaling invoert indien niet voldaan wordt aan de wettelijke betalingstermijnen die ook opgenomen zijn in artikel 6.2 van het voorstel van contract. Indien er een interest voor laattijdige betaling wordt betaald aan Elia, dient Elia dit bedrag te verwerken in haar verslag ex-post en zal de CREG dit in rekening nemen in het te regulariseren bedrag conform artikel 14quater van het koninklijk besluit van 16 juli 2002. 21. In artikel 6.4 van het voorstel van contract wordt gesteld dat de betalingsverplichting buiten het toepassingsgebied van het BTW-regime valt. De CREG onderschrijft dit principe rekening houdende met het antwoord van de minister van Energie van 10 oktober 2023 op de schriftelijke vraag nr. 321 van Kim Buyst van 26 juli 2023. 4. CONCLUSIE Gelet op artikel 14, § 1, lid 6, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002; Gelet op het verzoek vanwege Elia tot goedkeuring van het geparafeerd voorstel van contract, ontvangen op 16 oktober 2023; Gelet op het akkoord van Northwester 2 met de inhoud van het voorstel van contract; Gelet op de analyse door de CREG van het voorstel van contract; Beslist de CREG het voorstel van contract voor het aankopen van groenestroomcertificaten tussen Elia en Northwester 2 goed te keuren;  Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Sigrid JOURDAIN Directeur Niet-vertrouwelijke versie Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 11/12 BIJLAGE Niet-vertrouwelijke versie 12/12

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.