(B)2682 7 december 2023 Beslissing over de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, D1 en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor Opslag. genomen met toepassing van artikel 40, van de gedragscode aardgas van 1 september 2022 Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - F + 32 2 289 76 09 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.1. 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 .................................................................................. 5 1.1.2. Gasrichtlijn 2009/73 – gasverordening 2009/715 ........................................................... 7 1.2. 3. Gaswet ........................................................................................................................... 10 1.2.2. Gedragscode aardgas .................................................................................................... 11 Goedkeuringscriteria ............................................................................................................. 13 1.3.1. Algemeen....................................................................................................................... 13 1.3.2. Recht van toegang tot de opslaginstallatie ................................................................... 14 1.3.3. Wet op het taalgebruik.................................................................................................. 21 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 22 2.1. Evolutie van het marktmodel voor opslag van gas ............................................................... 22 2.2. Marktraadpleging .................................................................................................................. 27 2.3. Inwerkingtreding ................................................................................................................... 28 ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL ................................................................................................. 29 3.1. Het voorstel van Standaard Opslagcontract ......................................................................... 30 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden ............................................................................... 30 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities ............................................................................. 32 3.2. Het Voorstel van Toegangsreglement voor Opslag ............................................................... 34 3.2.1. Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten ....................................................................... 34 3.2.2. Bijlage D1 – Operationele procedures .......................................................................... 35 3.2.3. Bijlage H1 – Formulieren ............................................................................................... 36 3.3. 4. Belgisch recht ........................................................................................................................ 10 1.2.1. 1.3. 2. Europees recht ........................................................................................................................ 5 Het voorstel van Dienstenprogramma voor Opslag .............................................................. 37 BESLUIT .......................................................................................................................................... 38 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 39 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 40 Niet-vertrouwelijk 2/40 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt hierna, op grond van artikel 40 van de gedragscode aardgas de aanvraag van de N.V. Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het Standaard Opslagcontract, het glossarium van definities, de bijlagen B, D1 en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag. Voornoemde aanvraag tot goedkeuring werd door de N.V. Fluxys Belgium op 24 oktober 2023 ingediend bij de CREG per mail met bevestiging van ontvangst en omvat: - de aanvraag tot goedkeuring ; - het voorstel tot wijziging van : • het Standaard Opslagcontract, met inbegrip van het glossarium van definities; • het Toegangsreglement voor Opslag, meer bepaald de bijlagen B, D1 en H1; • het Dienstenprogramma voor opslag. - het consultatieverslag 65. Dit voorstel tot wijziging is gebaseerd op het Standaard Opslagcontract, het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor opslag, zoals goedgekeurd door de CREG bij beslissing (B) 2470 van 27 oktober 2022 en beoogt de uitvoering van de bepalingen van de Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag . De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op: - de invoering van een cashdeposito als optie voor onderpand; - de aanpassing van de communicatie van GIS-overschrijdingen; - de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash; - een aantal technische verbeteringen. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader van de onderhavige beslissing, de antecedenten ervan, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op zijn vergadering van 7 december 2023. Niet-vertrouwelijk 3/40 LEXICON ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘SSA’: Standaard Opslagcontract ‘ACS’: Toegangsreglement voor Opslag ‘SP’: Dienstenprogramma voor Opslag ‘gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen; ‘gedragscode aardgas’: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022; ‘gasrichtlijn 2009/73’: Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG; 'gasverordening 2009/715’: Verordening 2009/715/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘gasopslagverordening 2022/1032’: Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de raad van 29 juni 2022 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag Niet-vertrouwelijk 4/40 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1.1.1. Gasopslagverordening 2022/1032 De nieuwe regels van de gasopslagverordening 2022/1032 vereisen dat de 18 EU-lidstaten de ondergrondse gas opslagfaciliteiten tot 80% van hun capaciteit opvullen tegen 1 november 2022 en tot 90% in de daaropvolgende jaren. Lidstaten zonder opslaginfrastructuur moeten, in een geest van solidariteit, bilaterale afspraken maken met hun buurlanden om daar voldoende hoeveelheden te laten opslaan die zij nadien kunnen gebruiken. Gasopslagfaciliteiten worden voortaan als kritieke infrastructuur beschouwd en alle opslagexploitanten in de Europese Unie zullen een nieuw certificeringsproces moeten doorlopen om het risico op inmenging van buitenaf te beperken. De gasopslagverordening 2022/1038 wijzigt bijgevolg onder meer de SOS-Verordening 2017/1938, die tot doel heeft de veiligstelling van de gaslevering te versterken, door maatregelen te introduceren om ervoor te zorgen dat alle lidstaten en partijen op de aardgasmarkt van tevoren actie kunnen ondernemen om potentiële verstoringen van de aardgaslevering te voorkomen mocht een verstoring optreden, en om de gevolgen daarvan zo goed mogelijk te ondervangen. De wijzigingen aangebracht aan de SOS-Verordening 2017/1938 door de gasopslagverordening 2022/1032 en die voor huidige beslissing van belang zijn, betreffen: “Artikel 6 bis: Vuldoelstellingen en vultrajecten1 1. Met inachtneming van de leden 2 tot en met 5 behalen de lidstaten uiterlijk op 1 november van elk jaar de volgende vuldoelstellingen voor de totale capaciteit van alle ondergrondse gasopslaginstallaties die zich op hun grondgebied bevinden en rechtstreeks verbonden zijn met een afzetgebied op hun grondgebied en voor de in bijlage I ter vermelde opslaginstallaties:
- a)voor 2022: 80 %;
- b)met ingang van 2023: 90 %. Voor de naleving van dit lid houden de lidstaten rekening met de doelstelling om de gasleveringszekerheid in de Unie veilig te stellen overeenkomstig artikel 1. Overeenkomstig Bijlage Ibis, van de gasopslagverordening 2022/1032 is het vultraject voor België vastgesteld als volgt: Lidstaat Tussentijds streefdoel 1/8 Tussentijds streefdoel 1/9 Tussentijds streefdoel 1/10 Tussentijds streefdoel 1/11 BE 49% 62% 75% 80% 5. Een lidstaat kan gedeeltelijk de vuldoelstelling behalen door het fysiek opgeslagen LNG dat beschikbaar is in zijn LNG-installaties mee te tellen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
- a)het gassysteem omvat aanzienlijke capaciteit voor LNG-opslag, die jaarlijks meer dan 4 % van het gemiddelde nationale verbruik over de voorgaande vijf jaar vertegenwoordigt; 1 Wijzigingen in SOS-Verordening 2017/1938 Niet-vertrouwelijk 5/40
- b)de lidstaat heeft de gasleveranciers overeenkomstig artikel 6 ter, lid 1, punt a), verplicht om minimumvolumes gas in ondergrondse gasopslaginstallaties en/of LNG-installaties op te slaan.” België heeft voor 2022 de vuldoelstelling bereikt. Artikel 6 ter Verwezenlijking van de vuldoelstellingen “1. De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van financiële stimulansen of compensatie voor marktdeelnemers, om de op grond van artikel 6 bis bepaalde vuldoelstellingen te behalen. Wanneer zij ervoor zorgen dat de vuldoelstellingen worden behaald, geven de lidstaten, waar mogelijk, voorrang aan marktgebaseerde maatregelen. Voor zover een van de in dit artikel bepaalde maatregelen op grond van artikel 41 van Richtlijn 2009/73/EG taken en bevoegdheden van de nationale regulerende instantie betreffen, zijn de nationale regulerende instanties verantwoordelijk voor het nemen van die maatregelen. De op grond van dit lid genomen maatregelen kunnen met name omvatten:
- a)van gasleveranciers vereisen dat zij minimumvolumes gas opslaan in opslaginstallaties, met inbegrip van ondergrondse gasopslaginstallaties en/of van LNG-opslaginstallaties, waarbij die volumes dienen te worden bepaald op basis van de hoeveelheid gas die door de gasleveranciers aan beschermde afnemers wordt geleverd;
- b)van opslagsysteembeheerders vereisen dat ze hun capaciteiten aan marktdeelnemers aanbieden;
- c)van transmissiesysteembeheerders of door de lidstaten aangewezen entiteiten vereisen dat ze balanceringsvoorraden aankopen en beheren, uitsluitend voor de uitvoering van hun taken als transmissiesysteembeheerder en waar nodig een verplichting opleggen aan een andere aangewezen entiteit met het oog op veiligstelling van de gasleveringszekerheid in een noodsituatie als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt c);
- d)gebruikmaken van met andere lidstaten gecoördineerde instrumenten, zoals platformen voor de aankoop van LNG, teneinde het gebruik van LNG voor het vullen van opslaginstallaties te maximaliseren en de infrastructuur- en regelgevingsbelemmeringen voor het gedeelde gebruik van LNG voor het vullen van ondergrondse gasopslaginstallaties te verminderen;
- e)gebruikmaken van een vrijwillig mechanisme voor de gezamenlijke aankoop van aardgas, betreffende de toepassing waarvan de Commissie, indien nodig, uiterlijk op 1 augustus 2022 richtsnoeren kan uitvaardigen;
- f)verstrekken van financiële stimulansen voor marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, zoals contracten ter verrekening van verschillen, of compensatie aan marktdeelnemers voor inkomstenderving of voor kosten die voortvloeien uit aan marktdeelnemers, waaronder opslagsysteembeheerders, opgelegde verplichtingen en die niet door inkomsten kunnen worden gedekt;
- g)van houders van opslagcapaciteit vereisen dat ze geboekte maar niet gebruikte capaciteit ofwel gebruiken, ofwel vrijgeven, waarbij de houder van opslagcapaciteit die niet wordt gebruikt, verplicht blijft de overeengekomen prijs te betalen voor de gehele looptijd van het opslagcontract;
- h)vaststellen van doeltreffende instrumenten voor de aankoop en het beheer van strategische opslag door publieke of private entiteiten, op voorwaarde dat dergelijke instrumenten niet leiden tot verstoring van de mededinging of de goede werking van de interne markt;
- i)aanwijzen van een specifieke entiteit die belast wordt met het behalen van de vuldoelstelling ingeval de vuldoelstelling anders niet zou worden behaald;
- j)kortingen te geven op de opslagtarieven;
- k)innen van de inkomsten die nodig zijn om de kapitaal- en operationele uitgaven in verband met gereguleerde opslaginstallaties terug te vorderen in de vorm van opslagtarieven en als een specifiek in de transmissietarieven opgenomen heffing, die uitsluitend wordt geïnd van exitpunten naar Niet-vertrouwelijk 6/40 eindafnemers in dezelfde lidstaten, mits de inkomsten die via tarieven worden geïnd niet hoger zijn dan de toegestane inkomsten. 2. De door de lidstaten op grond van dit lid genomen maatregelen blijven beperkt tot hetgeen noodzakelijk is om de vultrajecten en vuldoelstellingen te behalen. Ze worden duidelijk omschreven en zijn transparant, evenredig, niet discriminerend en controleerbaar. Zij verstoren niet onrechtmatig de mededinging of de goede werking van de interne gasmarkt en brengen de gasleveringszekerheid in andere lidstaten of in de Unie niet in gevaar. 3. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om het gebruik van de bestaande infrastructuur op nationaal en regionaal niveau te waarborgen, teneinde de gasleveringszekerheid op doelmatige wijze te bevorderen. Die maatregelen blokkeren of beperken in geen geval het grensoverschrijdende gebruik van opslaginstallaties of LNG-installaties en leiden niet tot beperking van de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie (*) toegewezen grensoverschrijdende transmissiecapaciteit. 4. De lidstaten passen bij het nemen van maatregelen op grond van dit artikel het “energie-efficiëntie eerst”-beginsel toe en blijven de doelstellingen van hun respectieve maatregelen verwezenlijken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad (**).” 1.1.2. Gasrichtlijn 2009/73 – gasverordening 2009/715 Met toepassing van artikel 33.1 van de gasrichtlijn 2009/73 kunnen de lidstaten, met het oog op de organisatie van de toegang tot opslaginstallaties en leidingbuffer, de toegang hiertoe hetzij via onderhandelingen, hetzij gereguleerd, organiseren. Voor beide procedures moeten objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden gehanteerd. Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot opslaginstallaties. Voor onderhavige beslissing zijn in het bijzonder van toepassing: Artikel 33.4, van de gasrichtlijn 2009/73: Toegang tot opslag “Bij gereguleerde toegang nemen de regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven en in aanmerking komende afnemers binnen en buiten het door het stelsel van systemen bestreken grondgebied een recht van toegang tot opslaginstallaties, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten krijgen op basis van gepubliceerde tarieven of andere voorwaarden en verplichtingen voor het gebruik van die opslaginstallaties en leidingbuffer, wanneer dit technisch of economisch noodzakelijk is voor een efficiënte toegang tot het systeem, alsmede met het oog op de organisatie van de toegang tot andere ondersteunende diensten. De regulerende instanties, indien de lidstaten hierin voorzien, of de lidstaten raadplegen de systeem gebruikers bij het opstellen van de tarieven of de methodes voor de berekening hiervan. Dit recht van toegang voor in aanmerking komende afnemers kan worden verleend door hen in staat te stellenleveringscontracten te sluiten met andere concurrerende aardgasbedrijven dan de eigenaar en/of beheerder van het systeem of een verwant bedrijf.” Niet-vertrouwelijk 7/40 Artikel 15, van de gasverordening 2009/715: Derdentoegangsdiensten bij opslag- en LNG-installaties “2. Opslagsysteembeheerders
- a)bieden zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aan; de prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- b)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aan, en
- c)bieden opslaginstallatiegebruikers zowel gebundelde als ontvlochten diensten aan die verband houden met opslagruimte, injectiecapaciteit en levercapaciteit. … 4. Zo nodig kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen als dusdanig geen oneerlijke marktbelemmering vormen en zijn niet-discriminerend, transparant en evenredig. 5. Contractuele grenzen met betrekking tot de vereiste minimumomvang van LNGinstallatiecapaciteit en opslagcapaciteit berusten op technische beperkingen en vormen voor kleinere Opslaggebruikers geen belemmering om toegang te verkrijgen tot opslagdiensten.” Artikel 17, van de gasverordening 2009/715; Beginselen inzake mechanismen capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer bij opslag- en LNG-installaties: voor “1. Marktdeelnemers krijgen de beschikking over de maximale opslag- en LNGinstallatiecapaciteit, met inachtneming van systeemintegriteit en exploitatie. 2. LNG- en opslagsysteembeheerders implementeren en publiceren niet-discriminerende en transparante mechanismen voor capaciteitsallocatie welke: passende economische signalen geven voor een efficiënt en maximaal gebruik van de capaciteit en investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken; zorgen voor compatibiliteit met het marktmechanisme, met inbegrip van spotmarkten en trading hubs, en tevens flexibel zijn en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen, en compatibel zijn met de toegangssystemen van de netten die met de LNG-opslagsystemen verbonden zijn. 3. LNG- en opslaginstallatiecontracten bevatten mechanismen om het hamsteren van capaciteit te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende bij contractuele congestie geldende beginselen: de systeembeheerder moet ongebruikte LNGinstallatie- en opslagcapaciteit zonder uitstel op de primaire markt aanbieden; dit geschiedt bij opslaginstallaties ten minste op „day-ahead”-basis en afschakelbaar; LNG- en opslaginstallatiegebruikers die hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt willen wederverkopen, moeten daartoe het recht hebben.” Niet-vertrouwelijk 8/40 Artikel 19, van de gasverordening 2009/715: Transparantievereisten voor opslag- en LNG-installaties “1. De LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren gedetailleerde informatie over de diensten die zij aanbieden en de toegepaste relevante voorwaarden, alsook de technische informatie die nodig is opdat LNG- en opslaginstallatiegebruikers effectieve toegang tot deze installaties verkrijgen. 2. Met betrekking tot de aangeboden diensten publiceren de LNG- en opslagsysteembeheerders regelmatig, voortschrijdend en op een gebruikersvriendelijke gestandaardiseerde wijze numerieke informatie over gecontracteerde en beschikbare opslag- enLNG-installatiecapaciteit. 3. LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de krachtens deze verordening vereiste informatie altijd op een zinvolle, duidelijk meetbare en goed toegankelijke manier en op nietdiscriminerende basis. 4. Alle LNG- en opslagsysteembeheerders publiceren de hoeveelheid gas in elke opslag- en LNG-installatie of — als dit overeenkomt met de manier waarop de gebruikers van de systeemtoegang wordt verleend — groep van opslaginstallaties, de in- en uitstroom en de beschikbare opslag- en LNG-installatiecapaciteit. Dit geldt ook voor de installaties die van derdentoegang vrijgesteld zijn. De informatie wordt ook verstrekt aan de transmissiesysteembeheerder, die deze in geaggregeerde vorm voor elk systeem of subsysteem op basis van de relevante punten publiceert. De informatie wordt ten minste dagelijks geactualiseerd. …” Artikel 22, van de gasverordening 2009/715: Verhandeling van capaciteitsrechten “Elke transmissie-, opslag- en LNG-systeembeheerder onderneemt redelijke stappen om mogelijk te maken en te bevorderen dat capaciteitsrechten vrij verhandelbaar zijn op een transparante en niet-discriminerende wijze. Ieder van deze beheerders werkt geharmoniseerde transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en -procedures op de primaire markt uit om de secundaire handel in capaciteit te bevorderen, en erkent de overdracht van primaire capaciteitsrechten voor zover daarvan door systeemgebruikers kennisgeving is gedaan. Van deze transport-, LNG-installatie- en opslagcontracten en- procedures wordt aan de regulerende instantie kennisgeving gedaan.” Artikel 24, van de gasverordening 2009/715: Regulerende instanties “Bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening zorgen de regulerende instanties ervoor dat deze verordening …” Niet-vertrouwelijk 9/40 1.2. BELGISCH RECHT 1.2.1. Gaswet Sinds de liberalisering van de energiemarkt heeft België gekozen voor een gereguleerde toegang tot de opslaginstallaties en werd de CREG aangeduid om hierover toezicht uit te oefenen alsmede de toegangsvoorwaarden ervan goed te keuren. Zijn van belang voor huidige beslissing, artikel 15/11, §2 en volgende, van de gaswet dat bepaalt: “§ 2 De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven. Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten. De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan. § 3. In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden; § 4. De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010. In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010. De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie. " Niet-vertrouwelijk 10/40 1.2.2. Gedragscode aardgas Met toepassing van artikel 15/5undecies, van de gaswet heeft de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022 een gedragscode aardgas vastgesteld die op de website van de CREG is gepubliceerd op 20 september 2022, datum waarop de gedragscode aardgas in werking is getreden2. Artikel 40, van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van vervoerscontract op dat na openbare raadpleging van de markt door de betrokken beheerder aan de CREG wordt voorgelegd voor goedkeuring. Teneinde dit voorstel van vervoerscontract of dit voorstel tot wijziging van het vervoerscontract te kunnen goedkeuren, kan de CREG een gemotiveerd wijzigingsverzoek richten tot de betrokken beheerder, die binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek, een gewijzigd voorstel van vervoerscontract indient bij de CREG voor goedkeuring, zonder dat dit gewijzigd voorstel voorafgaand geraadpleegd moet worden. De beheerders kunnen te allen tijde een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract na openbare raadpleging van de markt bij de CREG indienen voor goedkeuring. Ook de CREG kan aan de beheerders vragen een voorstel tot wijziging van hun vervoerscontract op te stellen, dat zij na openbare raadpleging van de markt, bij de CREG indienen voor goedkeuring. Telkens wanneer de beheerders verplicht zijn een openbare raadpleging te organiseren wordt hiervan een gedetailleerd consultatierapport opgesteld dat samen met het voorstel bij de CREG wordt ingediend. De CREG kan ten alle tijde alle informatie bij de betrokken beheerder en/of de netgebruikers opvragen die zij nuttig acht voor het nemen van haar beslissing tot goedkeuring. De CREG beslist binnen een redelijke termijn en motiveert omstandig haar beslissing in geval van afkeuring of een wijzigingsverzoek. De aldus goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen treden in werking op datum vastgesteld door de CREG. De goedgekeurde vervoerscontracten alsook de latere wijzigingen worden door de beheerders op hun Website gepubliceerd.” Onder het begrip vervoerscontract wordt verstaan: “verzamelnaam van het standaard aardgasvervoerscontract, het standaard opslagcontract, het standaard LNG-contract en het toegangscontract Interconnector;” (Artikel 2, 30°, gedragscode aardgas). Artikel 42, §1, van de gedragscode aardgas bepaalt dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, opslag en LNG maken de beheerders een voorstel van toegangsreglement op waarop dezelfde procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is.” Tot slot, bepaalt artikel 44, van de gedragscode aardgas dat: “Voor hun respectieve activiteiten van vervoer, LNG, opslag en netevenwicht stellen de beheerders en de gemeenschappelijke balancerings-onderneming respectievelijk een dienstenprogramma of een toegangsprogramma Interconnector, of een balanceringsprogramma op dat uitvoerig het vervoers-, opslag-, LNG- of balanceringsmodel beschrijft en waarop de procedure bedoeld in artikel 40 van toepassing is. Zij publiceren de 2 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 Niet-vertrouwelijk 11/40 goedgekeurde dienstenprogramma’s, toegangsprogramma balanceringsprogramma op hun Website.” Interconnector en Overeenkomstig de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas keurt de CREG het SSA, het ACS en het SP goed. Overeenkomstig artikel 127, § 1, van de gedragscode aardgas wordt in het SSA inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: 1) het voorwerp; 2) de voorwaarden waaraan de opslagdiensten geleverd worden; 3) de rechten en plichten verbonden aan de geleverde opslagdiensten; 4) de facturatie en betalingsmodaliteiten; 5) de financiële garanties en andere waarborgen; 6) de aansprakelijkheid van partijen; 7) de aardgaskwaliteitsspecificaties; 8) rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de opslaginstallaties; 9) noodsituaties, incidentenbeheer en overmacht; 10) verhandelbaarheid en overdracht van opslagdiensten; 11) de duur en opzeg van het standaard opslagcontract; 12) de duur, de opschorting, de opzeg en de beëindiging van de toegewezen opslagdiensten; 13) kennisgeving tussen partijen; 14) de informatie-uitwisseling en -verplichtingen tussen partijen en de vertrouwelijkheid van gegevens; 15) de geschillenregeling; 16) het toepasselijke recht. Overeenkomstig artikel 131, van de gedragscode aardgas bevat het toegangsreglement voor opslag: 1) het type-dienstenformulier; 2) het gebruik van de toegewezen opslagdiensten; 3) nominatie voor injectie en uitzending; 4) reducties en onderbrekingen van opslagdiensten; 5) de specificaties inzake aardgaskwaliteit en drukeisen; 6) de overschrijding van toegewezen capaciteiten; 7) injectie of uitzending van aardgas dat niet beantwoordt aan de specificaties inzake aardgaskwaliteit; 8) onderhoud van opslaginstallaties; Niet-vertrouwelijk 12/40 9) het testen en meten, met vermelding van de gemeten parameters en de nauwkeurigheidsgraad; 10) uitzend- en injectietesten; 11) de omschakeling van de operationele modus van de opslaginstallatie voor aardgas.. Tot slot, stelt artikel 132, van de gedragscode aardgas dat het dienstenprogramma voor opslag het opslagmodel uitvoerig beschrijft dat van toepassing is op de beheerder van de opslag opgenomen moet worden. 1.3. GOEDKEURINGSCRITERIA 1.3.1. Algemeen Nergens wordt in de gaswet of in de gedragscode aardgas uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG het SSA, ACS en SP dient goed te keuren, dan wel af te keuren. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen, blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne aardgasmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het vervoersnet voor nieuwkomers, - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het vervoersnet. De CREG moet derhalve nagaan of de ontwerpen van het SSA, ACS, SP: - de toegang tot het vervoersnet niet belemmeren; - de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengen; Niet-vertrouwelijk 13/40 - conform het algemeen belang zijn. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen. Fluxys Belgium heeft, als exclusief beheerder van de opslaginstallatie een wettelijke monopoliepositie. De opslaginstallatie is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat. Voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys Belgium overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van de opslaginstallatie te hebben. 1.3.2. Recht van toegang tot de opslaginstallatie 1.3.2.1. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben afnemers en houders van leveringsvergunningen een recht van toegang tot het vervoersnet (elk geheel van vervoersinstallaties dat geëxploiteerd wordt door één van de beheerders of door eenzelfde vervoersonderneming, met uitsluiting van de upstreaminstallaties en directe leidingen). De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de TSO op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet van afnemers en houders van leveringsvergunningen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. 1.3.2.2. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet Eén van de taken van de TSO bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt vervoersnet. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. 1.3.2.3. Conformiteit met het algemeen belang De vennootschap die het vervoersnet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle en houders van leveringsvergunningen. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van dit begrip verwijst de CREG naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht en de taalwetgeving, en de algemene verbintenissenrechtelijke regels waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt door (ver)nietig(baar)heid of doordat strijdige bedingen als ongeschreven worden beschouwd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. Niet-vertrouwelijk 14/40 A. De sectorspecifieke wetgeving: De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode aardgas, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG voorzien in de gedragscode aardgas hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. Verder, stelt artikel 14, van de Gasverordening 715/2009 dat TSOs:
- a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
- b)zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
- c)netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden;. Wanneer in verband met punt
- c)van de eerste alinea een TSO dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Gasrichtlijn goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaard-transportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, van de Gasverordening 715/2009 vermelde principes. Tot slot, en zo nodig, kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersinstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 16, van de Gasverordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de Gasverordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Gasverordening 715/2009. B. Het mededingingsrecht: In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen Niet-vertrouwelijk 15/40 van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang, strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. De natuurlijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas (goedkeuren STA, ACT en TP voor vervoer en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. Fluxys Belgium heeft een natuurlijk monopolie voor wat het beheer van de opslaginstallatie in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie3. De netgebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor de opslag van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. Het opnemen van clausules in het SSA die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 3 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet-vertrouwelijk 16/40 C. Algemene verbintenisrechtelijke regels: Het Burgerlijk Wetboek werd grondig hervormd en zal op termijn uit 10 boeken bestaan. De stand van zaken op datum van huidige beslissing en voor zover van belang voor het onderwerp van huidige beslissing, kan als volgt worden weergegeven: Boek 1: Algemene bepalingen: De wet van 28 april 2022 houdende boek 1 'Algemene bepalingen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad)[1]. Artikel 3 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 5: Verbintenissen: De wet van 28 april 2022 houdende invoeging van boek 5 'Verbintenissen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad)[2]. Artikel 64 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die bepalingen niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid: De Commissie voor de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht heeft eveneens een voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek en een memorie van toelichting uitgewerkt. De werkzaamheden van de Commissie voor de hervorming van het aansprakelijkheidsrecht worden voortgezet. Die teksten zijn dus nog niet goedgekeurd in de ministerraad. Boek 7: Bijzondere overeenkomsten: De Commissie voor de hervorming van het overeenkomstenrecht zet haar werkzaamheden verder. Boek 8: Bewijs: De wet van 13 april 2019 tot invoering van het (nieuwe) Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs' in dat Wetboek is in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en is op 1 november 2020 in werking getreden. Niet-vertrouwelijk 17/40 Boek 9: Zekerheden: De Commissie voor de hervorming van het recht betreffende de zekerheden zet haar werkzaamheden verder. Er werd eveneens een Commissie voor de hervorming van het hypotheekrecht opgericht. Zij zet haar werkzaamheden verder. Boek 10: Verjaring: De Commissie voor de hervorming van het verjaringsrecht zet haar werkzaamheden verder. Het nieuwe verbintenissenrecht trad in werking op 1 januari 2023. Het werd gecodificeerd in Boek 5 “Verbintenissen” van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek. Een aantal bepalingen uit dit Boek 5 zijn bijzonder vermeldenswaard in de context van huidige beslissing. i. Definitie van “toetredingscontract” Artikel 5.10 “Toetredingscontract” van “toetredingscontract” als volgt: het Burgerlijk Wetboek definieert het begrip “Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden. Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.” ii. Gemeenrechtelijk verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen Artikel 5.52 “Onrechtmatige bedingen” van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract. Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.” iii. Schadebeding Artikel 5.88. “Schadebeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende daarover: “§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare niet-nakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag Niet-vertrouwelijk 18/40 van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten. Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor niet-geschreven gehouden.” iv. Bevrijdingsbedingen Artikel 5.89. “Bevrijdingsbeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.” D. Wetboek van economisch recht: Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. Niet-vertrouwelijk 19/40 § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. Niet-vertrouwelijk 20/40 De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn bedingen in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. 1.3.3. Wet op het taalgebruik De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is van toepassing op de belangrijkste voorwaarden. Niet-vertrouwelijk 21/40 2. ANTECEDENTEN In haar beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011 heeft de CREG het standaard opslagcontract, het toegangsreglement voor opslag en het dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend bij de CREG op 8 november 2011 en het bijhorende erratum ingediend op 21 november 2011, goedgekeurd. In haar beslissing (B)120920-CDC-1194 van 20 september 2012 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform van het Toegangsreglement voor Opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 10 juli 2012 onder de vorm van twee documenten, met name de begeleidende brief en de herziene bijlage H2 Elektronisch Data Platform die deel uitmaakt van de belangrijkste voorwaarden voor opslag, goedgekeurd. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 van 21 februari 2013 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van aanpassing van het toegangsreglement voor opslag (corpus en bijlagen B, C1, C2, H1, H2), het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (corpus en bijlage 3) van Fluxys Belgium, ingediend op 24 januari 2013, goedgekeurd. In haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en het aangepaste glossarium van definities van Fluxys Belgium, ingediend op 11 april 2014, goedgekeurd. In haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 11 juni 2021, goedgekeurd. In haar beslissing (B) 2470 van 27 oktober 2022 heeft de CREG de aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde standaard opslagcontract, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag van Fluxys Belgium, ingediend op 30 september 2022, goedgekeurd. 2.1. EVOLUTIE VAN HET MARKTMODEL VOOR OPSLAG VAN GAS In het opslagmodel, zoals goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, werd rekening gehouden met de vraag van zowel de beheerder van de opslag als de netgebruikers en de eindklanten om ook voor langere termijn opslagcapaciteit te kunnen reserveren. Na raadpleging van de markt werd de volgende indeling weerhouden: - Lange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 400 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 4 en 10 jaar. - Middellange Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 100 Mm³(n), de looptijd van de dienst ligt tussen 2 en 3 jaar. - Jaarlijkse Termijn Opslag: het beschikbaar volume bedraagt 180 Mm³(n), de looptijd van de dienst bedraagt 1 jaar. Niet-vertrouwelijk 22/40 De opslagdiensten werden toegewezen via de volgende allocatieprocedure: - De lange- en middellange termijndiensten worden toegewezen via een onderschrijvingsvenster (Subscription Window), waarvan de specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster vermeld worden in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWSC. - De jaarlijkse opslagdiensten worden aan de geïnteresseerde opslaggebruikers toegewezen via een veiling (Veilingvenster of Auctioning Window). De specifieke kenmerken die slechts van toepassing zijn op het betreffende venster, waaronder het type van de veiling en de veilingprocedure worden beschreven in een specifiek document (zogenaamde Terms and Conditions), te weten TWAC. Om alle potentiële gebruikers, netgebruikers en eindklanten, de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de inschrijvingsprocedure via een onderschrijvingsvenster, werd in overleg met de markt bepaald dat de middellange termijndiensten pas aan de markt aangeboden zouden worden vanaf het opslagjaar 2013 – 2014. In afwachting van de organisatie van een aangepast intekenvenster voor middellange termijndiensten werd de hiervoor voorziene capaciteit voorlopig, en voor de duur van 1 (opslag)jaar, toegevoegd aan de capaciteit die ter beschikking gesteld werd voor de jaarlijkse termijn. Het dienstenaanbod voor 2012 -- 2013 voorzag bijgevolg een volume van 400 Mm³(
- n)voor de lange termijndiensten en 280 Mm³(
- n)voor de jaarlijkse diensten. Bij het onderschrijvingsvenster voor de lange termijndiensten, dat liep van 21 november tot 16 december 2011, was de vraag naar lange termijn opslag bijzonder groot. Bij de toewijzing bleek dat de vraag het aanbod overtrof en dit voor de maximaal toegestane diensttijd, zodat alle beschikbare LTcapaciteit voor de maximumperiode van 10 jaar kon toegewezen worden. De betreffende marktpartijen zijn leveranciers die een vooraanstaande rol spelen bij de bevoorrading van de Noordwest-Europese markt voor aardgas. Op 25 januari 2012 heeft Fluxys Belgium een veiling georganiseerd voor het aanbieden van haar jaarlijkse opslagdiensten inclusief de capaciteit die voorzien is voor onderschrijving op middellange termijn. Het betrof hier een primeur voor het aanbieden en toewijzen van (een deel van) haar diensten. In totaal werd 280 Mm³(
- n)aangeboden, verdeeld over 120 689 standaard bundels (SBU). Fluxys Belgium is erin geslaagd de jaardiensten voor het opslagseizoen 2012-2013 succesvol aan de man te brengen en de beschikbare capaciteit volledig toe te wijzen aan het gereguleerd tarief. Vanaf het opslagseizoen 2013 – 2014 voorzag het opslagmodel, goedgekeurd in beslissing (B)111124-CDC-1127 van 24 november 2011, dat middellange termijndiensten aangeboden werden aan de opslaggebruikers via een onderschrijvingsvenster. Het onderschrijvingsvenster voor de middellange termijndiensten liep van 19 oktober tot 9 november 2012. Tijdens dit onderschrijvingsvenster heeft Fluxys Belgium met succes alle opslagcapaciteit op middellange termijn verkocht. In totaal waren 100 Mm³(
- n)opslagvolume aangevuld met injectiecapaciteit en uitzendcapaciteit beschikbaar voor contracten met een looptijd van 2 tot 3 jaar, vanaf 15 april 2013. De volledige capaciteit kon toegewezen worden voor de maximaal toegestane diensttijd van 3 jaar. Aansluitend bij de succesvolle onderschrijving van middellange termijndiensten en analoog als bij het aanbieden en toewijzen van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het opslagseizoen 2012 – 2013, heeft Fluxys Belgium op 28 november 2012 een veiling georganiseerd voor de toewijzing van de jaarlijkse opslagcapaciteit voor het seizoen 2013 - 2014. Fluxys Belgium is er bij deze gelegenheid niet in geslaagd de beschikbare capaciteit succesvol toe te wijzen: slechts 48% van de beschikbare capaciteit kon toegewezen worden. Naar aanleiding van dit ongunstig resultaat was een evaluatie van het veilingproces gewenst. Als onderliggende redenen voor de onvolledige toewijzing van haar diensten heeft Fluxys Belgium zelf verwezen naar de rechtstreekse concurrentie met andere fysische opslagoperatoren in de buurlanden. Daarnaast beweerde Fluxys Belgium een additionele commerciële Niet-vertrouwelijk 23/40 druk te ondervinden ten gevolge van virtuele flexibiliteit contracten die door verschillende partijen onder verschillende vormen aangeboden werden. Het feit dat een aanzienlijk deel van de jaarlijkse opslagcapaciteit niet kon toegewezen worden, had niet alleen gevolgen op financieel vlak. Het was een aanwijzing dat aanbod en vraag van diensten met betrekking tot het gebruik van het aardgasvervoersnet en de vervoersinstallaties in het algemeen, technisch-commercieel niet volledig op elkaar afgestemd waren. Fluxys Belgium heeft daarop in overleg en in samenwerking met de CREG onderzocht welke korte termijn alternatieven konden ontwikkeld worden. In het voorstel van Fluxys Belgium werden de middellange termijndiensten met een looptijd van 2 tot 3 jaar niet langer aangeboden als een aparte dienst via een apart onderschrijvingsvenster, maar werden zij geïntegreerd in het pakket lange termijndiensten. Een andere vernieuwing had betrekking op het vastleggen van de beschikbare capaciteit voor de respectieve looptijden: het voorstel voorzag dat de hoeveelheden niet op voorhand vastgelegd worden in het dienstenprogramma voor opslag, maar dat de opdeling van de capaciteit, afhankelijk van de marktomstandigheden van het moment en in overleg met de betrokken partijen, kon bepaald worden via specifieke voorwaarden vastgelegd in de bijzondere voorwaarden (zogenaamde Terms and Conditions) die de onderschrijvingsvensters en de veilingvensters begeleiden. Via een marktraadpleging die liep van 8 januari 2013 tot en met 18 januari 2013 heeft Fluxys Belgium de marktpartijen uitgenodigd deze voorstellen te bestuderen en hun opmerkingen dienaangaande kenbaar te maken. Op 24 januari 2013 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van de wijziging van het SSA bij de CREG ingediend. Het voorstel dat op 24 januari 2013 ter goedkeuring aan de CREG werd voorgelegd voorzag een integratie van de middellange termijndiensten in de lange termijndiensten en de versoepeling van de wijze waarop de capaciteit wordt aangeboden aan de markt. De CREG was van oordeel dat de voorgestelde wijziging meer mogelijkheden gaf aan Fluxys Belgium om haar opslagdiensten te commercialiseren en dat het ruimere dienstenpakket ook de opslaggebruikers ten goede zou komen. In haar beslissing (B)130221-CDC-1232 heeft de CREG beslist de aanvraag door Fluxys Belgium goed te keuren. Een belangrijke vaststelling betreft de dynamiek in de ontwikkeling van de markt voor flexibiliteitsdiensten voor aardgas. De reeds sterk gegroeide en zich nog steeds ontwikkelende handelsactiviteit op beurzen en handelsplatformen in de regio NW-Europa heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten waarop marktpartijen een beroep kunnen doen om hun portfolio in evenwicht te houden. Een gevolg van de gegroeide activiteit op de beurzen is namelijk de sterk gestegen liquiditeit van de aangeboden diensten, waardoor zich stabiele en betrouwbare prijsreferenties voor aardgas en aardgasderivaten ontwikkeld hebben. Marktpartijen hoeven in deze context niet noodzakelijk contracten af te sluiten die verplichtingen inhouden op middellange of lange termijn, maar kunnen op ieder ogenblik een afweging maken tussen valabele en vlot verhandelbare alternatieven die op korte termijn beschikbaar zijn, waardoor zij volop kunnen beroep doen op flexibiliteitsinstrumenten zonder te moeten beschikken over contractuele rechten op de onderliggende assets. Een aanvullende ontwikkeling op de markt, die eveneens gekoppeld is aan de opkomst van vrij toegankelijke handelsplaatsen, is dat producenten op deze platformen nadrukkelijk aanwezig zijn als marktpartij. Daarbij beschikken deze producenten over de mogelijkheid om niet enkel aanbieder te zijn van commodity (aardgas), maar kunnen zij zelf rechtstreeks producten aanbieden die tegemoetkomen aan de behoeften van de markt. Hierbij staat de rol van de traditionele midstreampartijen als tussenschakel en bemiddelaar tussen producent en leveranciers onder druk vermits de producent rechtstreeks onderhandelde met de doorverkopers. Producenten bieden diensten aan die een alternatief vormen voor de traditionele flexibiliteitsproducten gebaseerd op opslag. Omdat deze producten aangeboden worden zonder een beroep te doen op vast toegewezen fysische assets worden ze dikwijls omschreven als virtuele producten (virtual storage). Voor de eindgebruiker is er geen enkel onderscheid tussen de virtuele en de fysische producten, noch op het vlak van zekerheid, Niet-vertrouwelijk 24/40 noch op het vlak van prijs. Op deze wijze hebben aardgasproducenten zich ontpopt tot concurrenten voor aanbieders van traditionele opslagdiensten. Door het feit dat de prijs van de commodity voor een groot deel bepaald wordt door de markt en niet noodzakelijk de productiekosten reflecteert beschikken producenten over de mogelijkheid producten te ontwikkelen die een competitief voordeel hebben tegenover aanbieders van opslag. Een overzicht van de marktomstandigheden voor opslag kan niet voorbijgaan aan het regulatoir regime waaraan opslag van aardgas in België onderworpen is. De Belgische wet kent aan de opslag van aardgas een wettelijk monopolie toe en heeft Fluxys Belgium aangesteld tot beheerder van de opslag. België behoort hiermee tot een beperkte groep van landen in de EU die de onderschrijving van opslagdiensten voor aardgas onderworpen hebben aan een regime van gereguleerde toegang (rTPA), op basis van gereguleerde tarieven. In de meeste landen van de EU valt opslag onder een regime van onderhandelde toegang (nTPA) met meerdere aanbieders, waarbij zowel de contractuele voorwaarden als de tarieven deel uitmaken van onderhandelingen tussen de opslaggebruiker en de beheerder van de opslag. Het regulatoir regime dat in België van toepassing is, bepaalt verder dat de opslagdiensten dienen aangeboden te worden volgens een kostplus principe. Dit legt aan de beheerder van de opslag beperkingen op wat betreft de mogelijkheden om een echt op de markt afgestemd commercieel beleid te voeren. Omdat het wettelijk kader van de gaswet slechts in beperkte mate toelaat om het dienstaanbod te differentiëren op het vlak van tariefzetting, diende een oplossing gezocht te worden in een verdere flexibilisering van het dienstenaanbod: uitbreiding van de diensttermijnen, versoepeling van de samenstelling van de diensten en optimalisering van de operationele mogelijkheden door betere kennis van de geologie van de ondergrond. In werkgroep vergaderingen die hebben plaatsgevonden beginnend in december 2013 en verderlopend tot maart 2014 heeft Fluxys Belgium aan de vertegenwoordigers van de CREG voorstellen voorgelegd waarin de hogergenoemde principes uitgewerkt werden. Deze werkgroep vergaderingen hebben geleid tot het beter op elkaar afstemmen van de maatregelen die noodzakelijk zijn om het dienstenaanbod voor opslag te optimaliseren vanuit de marktwerking enerzijds en anderzijds vanuit de inpassing van de voorstellen in het wettelijk regelgevend kader anderzijds. Finaal werden voorstellen weerhouden die zich concentreerden op het marktpotentieel voor alternatieven voor opslag en opslagdiensten die het mogelijk maken opslag aan te bieden op innovatieve wijze en met een korte looptijd. Aansluitend heeft Fluxys Belgium op 11 april 2014 heeft een aanvraag tot goedkeuring van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, H1 en H2 van het toegangsreglement voor opslag alsook het overeenkomstig gewijzigde dienstenprogramma voor opslag en glossarium van definities die deel uitmaken van de belangrijkste voorwaarden voor opslag bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Met het voorstel beoogde Fluxys Belgium voor haar opslagdiensten een verdere flexibilisering van het aanbod met een uitbreiding van de diensttermijnen, een versoepeling van de samenstelling van de diensten en een vereenvoudiging van de regels voor de toewijzing van de diensten. De CREG heeft met haar beslissing (B)140528-CDC-1335 van 28 mei 2014 deze wijzigingen goedgekeurd. Sinds voornoemde beslissingen van de CREG is de gasmarkt in zijn geheel verder geëvolueerd. De context waarbinnen opslagdiensten worden aangeboden aan de marktspelers is het jongste decennia ingrijpend veranderd. Tot voor het jaar 2000 werden opslagfaciliteiten beheerd door actoren die tegelijk ook aardgas produceerden, transporteerden en verhandelden. Tijdens de eerste liberaliseringsgolf, tussen 2000 en 2010, werden deze activiteiten ontbundeld. Omdat gasopslagplaatsen niet alleen een economische waarde hebben maar ook belangrijk zijn voor het energiesysteem als zodanig, legde de overheid regels op. Die regels omvatten bijvoorbeeld verplichte vullingsgraden, om ervoor te zorgen dat de gasopslagplaats de leveringszekerheid bij incidenten kan helpen waarborgen. Niet-vertrouwelijk 25/40 Sinds de liberalisering van de energiemarkt is opslag een concurrentiële activiteit. De opslagsite in Loenhout concurreert met andere opslagsites in Noordwest-Europa. Naarmate de aardgasmarkten evolueerden naar liquide markten en de prijzen losgekoppeld werden van de olieprijzen, werd de verkoop van opslagcapaciteit steeds meer afhankelijk van de zomer-winter spreads op de gasmarkt. Die spread is het verschil tussen de aardgasprijs voor de komende zomer en de prijs voor de komende winter. Ligt die spread hoger dan de kosten voor opslag, dan overtreft de vraag naar opslagcapaciteit het aanbod. Naarmate de spread kleiner wordt, wordt het voor gasopslaggebruikers minder aantrekkelijk om aardgas op te slaan, wat het bedrijfsmodel voor opslaginstallaties onder druk zet. Volatiele zomer-winter spreads hebben de laatste jaren geresulteerd in onvoorspelbare verkopen voor Loenhout. Sinds 2010 kennen de spreads een dalende trend en gingen ze van 6 €/MWh naar 2 €/MWh. In de zomer van 2018 daalde de zomer-winterspread zelfs onder 1 €/MWh. Voor Loenhout leidde dat ertoe dat er – boven op de bestaande langetermijncontracten – geen extra korte termijn verkopen konden worden gerealiseerd. Toen de zomer-winterspread begin 2019 tot 3,8 €/MWh steeg, resulteerde dat voor het opslagseizoen 2019-2020 wel in extra verkopen. Een gelijkaardig fenomeen deed zich voor eind 2019 en begin 2020: toen de zomer-winterspread steeg tot 4,1 €/MWh kon de resterende opslagcapaciteit voor de gasopslagseizoenen 2020-2021 en 2021-2022 worden verkocht. De gewijzigde marktomstandigheden zijn niet de enige uitdaging waar de gasopslag van Loenhout mee kampt. Omdat de gasopslag in de buurlanden van België anders of helemaal niet wordt gereguleerd, wordt Loenhout geconfronteerd met een aantal grote uitdagingen: - in de buurlanden worden gasopslagproducten doorgaans verkocht via veilingen waarbij soms hele lage reserveprijzen worden gehanteerd. De huidige regelgeving laat dit nog niet toe in België; - in Nederland en Duitsland staan de niet-gereguleerde opslagoperatoren met elkaar in concurrentie. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze spelers sinds enkele jaren een doorgedreven commerciële aanpak hebben ontwikkeld waardoor marktspelers nu kunnen kiezen uit een waaier van opslag- en flexibiliteitsproducten aangepast aan hun behoefte aan concurrentiële prijzen. De niet-gereguleerde opslagoperatoren hebben een niet onoverkomelijke voorsprong opgebouwd wat betreft marktkennis en commerciële politiek; - in Frankrijk werd gekozen voor een gereguleerde aanpak. Opslagproducten worden aangeboden via veiling waarbij de reserveprijzen vrij te bepalen zijn. Het tekort aan inkomsten wordt gecompenseerd met een extra vergoeding op vervoerdiensten. Dit maakt dat de Franse opslagoperatoren zeer lage reserveprijzen kunnen hanteren bij de veiling van hun opslagdiensten ten nadele van hun naburige concurrenten in Duitsland en in België in het bijzonder. Hun inkomsten zijn immers altijd gegarandeerd. Het is duidelijk dat er hier geen sprake is van een gelijk speelveld met nadelige impact op de nietgereguleerde opslagoperatoren4. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor de leefbaarheid op langere termijn van de opslagsite Loenhout onder heel grote druk komt te staan. De Europese Commissie oordeelde op 28 juni 2021 dat een dergelijke vorm van staatsteun is toegelaten5. 4 Zie in dit verband het onderzoek van de Europese Commissie Steunmaatregel SA.49414 (2019/NN) — Hervorming van het wet- en regelgevende kader voor de opslag van gas in Frankrijk. Procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52020AS49414 5 Zie ook de beslissing van de Europese Commissie van 28 juni 2021: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/fr/IP_21_3281 Niet-vertrouwelijk 26/40 Om te overleven in een concurrentiële NW-Europese markt voor opslag en flexibiliteit, heeft Fluxys Belgium in samenspraak met de CREG en de marktspelers een nieuwe commerciële aanpak ontwikkeld waarbij heel sterk wordt ingespeeld op de noden en behoeften van de marktspelers. Dit op basis van een doorgedreven proactieve opvolging van de gasmarkt in het algemeen en de markt voor flexibiliteit in het bijzonder. Deze nieuwe commerciële aanpak werd na overleg met de marktspelers vastgelegd in een nieuw voorstel van SSA, ACS en SP. Op 11 juni 2021 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde SSA, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1, F, G en H1 van het ACT alsook het overeenkomstig gewijzigde SP, ingediend. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op de invoering van een nieuw commercieel model voor het aanbod van de opslagdiensten, een nieuw vereenvoudigd en geoptimaliseerd SBU-product, de introductie van nieuwe verkoopmechanismen, het aanbieden van onderbreekbare opslagdiensten, het aanpassen van de facturatieprocedure voor volumeoverschrijdingen, een nieuwe startdatum van het opslagjaar en een aantal technische verbeteringen. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2258 van 16 juli 2021 deze wijzigingen goedgekeurd. Op 29 juni 2022 werd de gasopslagverordening van toepassing. De nieuwe regels van de gasopslagverordening 2022/1032 vereisen dat de 18 EU-lidstaten de ondergrondse gas opslagfaciliteiten tot 80% van hun capaciteit opvullen tegen 1 november 2022 en tot 90% in de daaropvolgende jaren. Lidstaten zonder opslaginfrastructuur moeten, in een geest van solidariteit, bilaterale afspraken maken met hun buurlanden om daar voldoende hoeveelheden te laten opslaan die zij nadien kunnen gebruiken. Gasopslagfaciliteiten worden voortaan als kritieke infrastructuur beschouwd en alle opslagexploitanten in de Europese Unie zullen een nieuw certificeringsproces moeten doorlopen om het risico op inmenging van buitenaf te beperken. Op 30 september 2022 heeft Fluxys Belgium een aanvraag tot goedkeuring van het gewijzigde SSA, het aangepaste glossarium van definities en van de gewijzigde bijlagen B, C1, C2, D1 en F van het ACT alsook het overeenkomstig gewijzigde SP, ingediend. De voornaamste wijzigingen hadden betrekking op de uitvoering van de bepalingen van de gasopslagverordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening voor opslag, de maatregelen wanneer van deze bepalingen wordt afgeweken, de maatregelen om contractbeëindiging tijdens een opslagjaar te voorkomen, de afschaffing van de "standaard SBU" (inclusief voorwaardelijke capaciteit), de aanpassing van de toewijzingsregel bij gebruik van veilingformulieren en een aantal technische verbeteringen. De CREG heeft met haar beslissing (B) 2470 van 27 oktober 2022 deze wijzigingen goedgekeurd. 2.2. MARKTRAADPLEGING Betreffende de aan de CREG ter goedkeuring voorgelegde wijzigingen van het ACT, meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, D1 en H1, het SP en het SSA, inclusief het glossarium van definities, heeft Fluxys Belgium de marktpartijen via een formele marktbevraging uitgenodigd om hun opmerkingen hieromtrent mee te delen. Fluxys Belgium lanceerde deze marktbevraging door de voorgestelde documenten te publiceren op zijn website op de gebruikelijke plaats voor dergelijke consultaties, ondersteund door een aankondiging op zijn homepage en aansluitend daarbij via een rechtstreekse e-mailing naar alle geregistreerde marktdeelnemers en verenigingen. Tijdens de periode van 06 september tot 26 september 2023 (inbegrepen) werden belanghebbenden uitgenodigd om hun schriftelijke feedback in te dienen en, indien nodig, bijkomende informatie te verkrijgen via bilaterale contacten met Fluxys Belgium. De CREG stelt vast dat door het organiseren van deze raadpleging, Fluxys Belgium voldoet aan de bepalingen die dienaangaande zijn voorzien in het huishoudelijk reglement van de directie van de Niet-vertrouwelijk 27/40 CREG6. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium op de pagina “Marktbevragingen”. Het consultatierapport nummer 65 werd door Fluxys Belgium opgesteld en aan de CREG meegedeeld op 24 oktober 2023 en wordt in bijlage toegevoegd aan deze beslissing (bijlage 2). Alle ontvangen opmerkingen en reacties zijn opgenomen in het consultatierapport en worden opgesomd en individueel behandeld in de tabel “vragen en antwoorden”. Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben vier marktpartijen gereageerd. Volgens Fluxys Belgium houdt het voorliggende voorstel rekening met de commentaren die ze van de marktpartijen ontvangen heeft. Drie marktpartijen hebben bevestigd dat de door hun gemaakte commentaar en opmerkingen te beschouwen zijn als niet-vertrouwelijk. Van één marktpartij zijn de opmerkingen en commentaar vertrouwelijk. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van de CREG, zij geen raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden, en dit gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op beide voorstellen te reageren. 2.3. INWERKINGTREDING In haar aanvraag tot goedkeuring heeft Fluxys Belgium aangegeven dat de wijzigingen, aangebracht in het ACS, het SP en het SSA, in werking zullen treden vanaf 1 april 2024, start van het volgende opslagjaar. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd om de datum waarop ze haar eerste aanbod van opslagdiensten organiseert, aan de CREG mee te delen op hetzelfde moment als deze datum aan de netgebruikers wordt meegedeeld. 6 http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 28/40 3. ONDERZOEK VAN HET VOORSTEL Hierna wordt nagegaan of de wijzigingen die door Fluxys Belgium voorgesteld worden voor het toegangsreglement voor opslag, meer specifiek de gewijzigde bijlagen B, D1 en H1, het dienstenprogramma voor opslag en het standaard opslagcontract (inclusief het glossarium van definities), ingediend bij de CREG op 24 oktober 2023, redelijk, billijk, evenwichtig en proportioneel zijn en dus overeenstemmen met het algemeen belang. Tenzij anders vermeld, is de hiernavolgende analyse opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel. Het ontbreken van opmerkingen over een bepaald punt van het voorstel betekent dat de CREG er zich vandaag niet tegen verzet, maar houdt geenszins een voorafgaande goedkeuring van dit punt indien het opnieuw op identieke wijze wordt ingediend op een later tijdstip voor dezelfde activiteit. Indien het geval zich voordoet dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht voor deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzonder karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. Naar aanleiding van de openbare raadpleging hebben vier markpartijen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen specifiek commentaar geleverd. Deze zullen behandeld worden in de puntsgewijze bespreking van de respectievelijke documenten. Niet-vertrouwelijk 29/40 3.1. HET VOORSTEL VAN STANDAARD OPSLAGCONTRACT Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 24 oktober 2023 ingediende voorstel tot wijziging van het SSA. Het corpus en de bijlage 1 van het SSA werden niet gewijzigd. De verwijzing naar de gedragscode aardgas (Corpus, punt c onder OVERWEGENDE DAT:) werd gecorrigeerd. 3.1.1. Bijlage 2 – Algemene voorwaarden Artikel 2 – Exploitatie en onderhoud van het opslagsysteem De verwijzingen in artikel 2.1, tweede alinea naar de bepalingen van de artikelen in de gedragscode aardgas werden gecorrigeerd. Het betreft hier een technische verbetering. Artikel 12.1.
- b)- Opslag Noodsituatie Dit artikel wordt verduidelijkt door de verwijzing naar artikel 138 van de gedragscode aardgas. Twee marktpartijen merken op dat de verwijzing naar artikel 138 van de gedragscode aardgas niet correct is, aangezien deze niet verwijst naar noodsituaties bij opslag. Fluxys Belgium merkt op dat het begrip Opslag Noodsituatie gedefinieerd is in bijlage 3 van het SSA als onderdeel van de definitie van het begrip Noodsituatie. Het doel van de referentie naar artikel 138 van de gedragscode aardgas is te verwijzen naar de bevoegdheid die de beheerder van de opslag heeft om maatregelen te treffen teneinde de systeemintegriteit van de opslaginstallatie te waarborgen. De CREG laat gelden dat marktpartijen terecht de verwarring opmerken. Het begrip ‘Opslag Noodsituatie’ is niet apart gedefinieerd, maar is een onderdeel van het begrip ‘Noodsituatie’. Het begrip ‘Noodsituatie’ ondervangt twee situaties: enerzijds systeemintegriteit wat dan zou betekenen ‘Opslag Noodsituatie’ en anderzijds bevoorradingszekerheid wat dan zou betekenen ‘SOS Noodsituatie’. Systeemintegriteit en noodsituatie zijn twee verschillende toestanden van het vervoersnet, in casu de opslaginstallatie. Daar waar systeemintegriteit behandeld wordt in artikel 17 van de gasverordening 2009/715 en in artikel 138 van de gedragscode aardgas, wordt noodsituatie behandeld in gasopslagverordening 2022/1032 en in artikel 137, van de gedragscode aardgas. Er wordt aan Fluxys Belgium gevraagd om bij de eerstkomende wijziging van het SSA, en/of het ACS en/of het SP de artikelen 12.1.
- b)te wijzigen door inzake systeemintegriteit rekening te houden met wat hierover in de artikelen 1, 9) en 17 van gasverordening 2009/715 is opgenomen en in die zin aanpassingen voor te stellen aan de CREG na raadpleging. De CREG verzoekt eveneens dat Fluxys Belgium artikel 12.2, van de SSA onderzoekt of de bewoording nog wel volledig conform is met wat is voorzien in de gasopslagverordening 2022/1032. Artikel 14 - Kredietwaardigheid Fluxys Belgium stelt voor om zijn eisen inzake kredietwaardigheid aan te passen en alternatieven te voorzien voor opslaggebruikers die geen bankgarantie kunnen krijgen. Die opslaggebruikers zullen een zekerheid kunnen voorleggen in de vorm van een cashdeposito, een gasonderpand of zelfs een combinatie van beide. Artikel 14 bepaalt dat de opslaggebruiker een financiële zekerheid moet verschaffen aan de beheerder van de opslaginstallatie. Ofwel heeft de opslaggebruiker zelf een rating of een garantie van Niet-vertrouwelijk 30/40 de moedermaatschappij met een rating zoals beschreven in artikel 14.1.1 (
- b)ofwel verschaft de opslaggebruiker een onderpand zoals beschreven in artikel 14.2. Artikel 14 werd verder op verschillende plaatsen gewijzigd om de invoering van een cashdeposito of contante storting als optie voor een onderpand mogelijk te maken. De bepalingen inzake de Know Your Customer vereisten blijven onveranderd van toepassing. In artikel 14.1.1 (
- a)worden de woorden Financiële Bankgarantie of Gasonderpand vervangen door Onderpand. Artikel 14.2 beschrijft wat onder een Onderpand verstaan moet worden. De opslaggebruiker verleenteen Onderpand in de vorm van een Financiële Bankgarantie. Een Financiële Bankgarantie wordt gedefinieerd als een bankgarantie uitgegeven door een door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten erkende bank (of een gelijkaardig organisme van één van de lidstaten van de Europese lidstaten van de Europese Unie). Indien een Financiële Bankgarantie niet kan worden verstrekt, kan het Onderpand ook worden ingediend in de vorm van een storting in contanten (artikel 14.2.3 SSA) of een Gasonderpand (artikel 14.3 SSA) of een combinatie van beide. In artikel 14.2.1, 14.2.2 en 14.2.4 worden de woorden Financiële Bankgarantie vervangen door Onderpand. Artikel 14.2.3 bevat de bepalingen inzake de storting in contanten. Indien de opslaggebruiker geen Financiële Bankgarantie kan voorleggen, kan als alternatief gekozen worden voor een contante storting als onderpand. Indien aanvaard, zal de beheerder van de opslag de CREG hiervan op de hoogte stellen. Op deze storting in contanten zal een dagelijkse rente worden berekend in overeenstemming met €STR (kortetermijnrente in euro zoals aangegeven op de website van de Europese Centrale bank) min vijftig basispunten. De interesten zullen op jaarbasis worden gekapitaliseerd en zullen aan de opslaggebruiker worden betaald op de dag dat de gelden worden teruggegeven. Artikel 14.3 bevat de bepalingen inzake het Gasonderpand. Indien de opslaggebruiker geen Financiële Bankgarantie kan voorleggen, kan als alternatief een Gasonderpand als onderpand worden aanvaard. De CREG laat opmerken dat het begrip ‘gaspand’ moet zijn: ‘gasonderpand’. De CREG vraagt Fluxys Belgium deze materiële fout recht te zetten alvorens de goedgekeurde wijzigingen in werking kunnen treden. In artikel 14.3.1 worden de bestaande bepalingen aangevuld met een bepaling inzake het volume van het verpande gas. Dit wordt bepaald door het gemiddelde maandelijks factuurbedrag te delen door de ZTP European Gas Spot Index van de laatste werkdag van de vorige maand. Het Gasonderpand kan worden gecombineerd met een storting in contanten. Eén marktpartij heeft naar aanleiding van de raadpleging nummer 65 volgende opmerkingen geformuleerd: - Eén partij merkt op dat veel bedrijven buiten Europa moeilijkheden en vertragingen ondervinden bij het verkrijgen van bankgaranties voor bedrijven in Europa. Bovendien verklaarde deze partij dat bankgaranties misschien niet de meest geschikte optie zijn, gezien de dynamiek van de markten en de snelheid waarmee kansen zich voordoen. Deze partij verwelkomt dan ook de invoering van een cashdeposito als optie als zekerheid. Fluxys Belgium herinnert eraan dat partijen eerst moeten streven naar een bankwaarborg. Indien die optie niet mogelijk is, kunnen een cashdeposito en een gaspand overwogen worden. In dat laatste geval zou de opzet zijn om te starten met een cashdeposito, eventueel over te schakelen naar een gaspand om dan terug te keren naar Niet-vertrouwelijk 31/40 een cashdeposito zodra het opgeslagen kredietwaardigheidsverplichting te dekken. gas niet meer volstaat om de Teneinde aan de intentie van Fluxys Belgium te voldoen, zijnde ‘In dat laatste geval zou de opzet zijn om te starten met een cashdeposito, eventueel over te schakelen naar een gasonderpand om dan terug te keren naar een cashdeposito zodra het opgeslagen gas niet meer volstaat om de kredietwaardigheidsverplichting te dekken’ wordt de voorgestelde wijziging van de laatste zin van artikel 14.3.1 best hiermee in lijn gebracht zodat er zich geen interpretatiemogelijkheden kunnen voordoen. Fluxys Belgium wordt uitgenodigd deze rechtzetting te doen alvorens de goedgekeurde wijzigingen in werking treden. Artikel 17.3 Informatieverstrekking In artikel 17.3 is de verwijzing naar artikel 234 van de gedragscode aardgas geschrapt. De CREG heeft geen opmerking en keurt bijgevolg de wijziging goed. Artikel 19.1 Deskundigen, toepassing Tot slot, wordt in artikel 19.1 de verwijzing naar de gaswet aangepast. Het betreft hier technische verbeteringen zonder gevolg. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.1.2. Bijlage 3 – Glossarium van definities De definities van de nieuwe begrippen ‘Commoditeitsprijsindex’, ‘Energy in Cash Vergoeding of Maandelijkse Energy in Cash Vergoeding of EIC’, ‘€STR’ en ‘Onderpand’ werden toegevoegd. Deze nieuwe begrippen hebben betrekking op de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen met name de invoering van een cashdeposito als optie voor onderpand en de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. De definitie van het begrip ‘Commoditeitselement’ werd aangepast als gevolg van de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. De definities van het begrip ‘Gas in natura of Gas in Kind (GIK)’ werden uit de definitielijst verwijderd wegens niet langer gebruikt in de regulatoire documenten voor opslag. Dit is een gevolg van de de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. De definitie van de begrippen ‘ Aardgas of Gas’ en ‘Gedragscode’ werden aangepast in overeenstemming met de wijzigingen in de gaswet. De gedragscode aardgas is niet langer een Koninklijk Besluit maar wordt opgesteld door de CREG en omvat de regels inzake de toegang tot de vervoersnetten van Aardgas, tot de opslaginstallatie voor Aardgas en tot de LNG-installatie. De gedragscode aardgas kan van tijd tot tijd door de CREG worden gewijzigd en is terug te vinden op haar website7. 7 https://www.creg.be/nl/professionals/toegang-tot-het-net/creg-gedragscodes Niet-vertrouwelijk 32/40 De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 65 een aantal opmerkingen geformuleerd: - Drie marktdeelnemers wensen dat de definitie van "Commodity Price Index van deze dag" wordt verduidelijkt. Fluxys Belgium wenst eraan te herinneren dat de grondstofprijsindex de ZTP European Gas Spot Index van de betrokken gasdag zal zijn zoals gepubliceerd door EEX. Fluxys Belgium zal ook de definitie aanpassen om aan te geven dat de Commodity Price Index een index voor gas of elektriciteit kan zijn. - Twee andere respondenten stellen voor om de aanlooptijd van elke wijziging van de grondstoffenprijsindex te verlengen en het aantal wijzigingen te beperken tot één per jaar. Fluxys Belgium stelt voor om de aanlooptijd van elke wijziging van de goederenprijsindex te verlengen tot drie
(3)maanden en het aantal wijzigingen te beperken tot twee
(2)per opslagjaar. Als gevolg van de opmerkingen van de marktpartijen werd de definitie van het begrip Commoditeitsprijsindex aangepast en luidt nu als volgt: de prijsreferentie uitgedrukt in €/MWh en gebruikt door de Beheerder van de Opslaginstallatie om de Energy in Cash Vergoeding te berekenen. De momenteel geldende prijsreferentie zal door de Beheerder van de Opslaginstallatie op zijn website worden gepubliceerd, samen met een lijst van eerder gebruikte referenties met hun bijbehorende geldigheidsduur. De Commoditeitsprijsindex kan betrekking hebben op een prijsindex voor aardgas of elektriciteit. Een dergelijke toepasselijke prijsreferentie kan in de loop van de tijd veranderen, onder voorbehoud van een kennisgeving door de Beheerder van de Opslaginstallatie aan de markt met een voorafgaande kennisgevingstermijn van minstens drie
(3)maanden. De prijsreferentie kan maximaal twee maal per Opslagjaar worden gewijzigd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage 3 glossarium van definities van het SSA en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. Rekening houdende met de opmerking geformuleerd in paragraaf 98 van deze beslissing zal de definitie ‘Noodsituatie’ aangepast moeten worden. Niet-vertrouwelijk 33/40 3.
- HET VOORSTEL VAN TOEGANGSREGLEMENT VOOR OPSLAG Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 24 oktober 2023 ingediende voorstel tot wijziging van het toegangsreglement voor opslag bijlage B, D1 en H
- 3.2.
- Bijlage B – Vergoedingen voor Diensten In deze bijlage wordt punt 3 gewijzigd als gevolg van de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. Tot op heden gebruikt Fluxys Belgium een Gas in Kind-mechanisme. Met dat mechanisme houdt de opslagoperator een bepaald percentage van het geïnjecteerde/uitgezonden gas van de opslaggebruiker af om de compressoren/gaswarmers in de opslaginstallatie van brandstof te voorzien. Om de emissies van zijn installaties verder te verlagen is Fluxys Belgium van plan om zijn gascompressoren in de opslaginstallatie om te bouwen naar elektrische compressoren. Daardoor wordt de beheerder van de opslaginstallatie in toenemende mate afhankelijk van en blootgesteld aan de elektriciteitsmarkt. Als gevolg daarvan wordt het vragen van gas (Gas in Kind) aan de opslaggebruikers minder relevant en zou de berekening van de brandstofvergoeding complex kunnen worden. Daarom stelde Fluxys Belgium voor om een eenvoudig en transparant Energy in Cash systeem in te voeren voor zijn opslagactiviteiten in lijn met het mechanisme dat wordt gebruikt voor zijn vervoersactiviteiten. Het gaat om een forfaitair percentage (gepubliceerd op de tarieffiche) dat zal worden toegepast op de dagelijkse injectie-/onttrekkingstoewijzingen van een opslaggebruiker, vermenigvuldigd met een prijsindex. Dit is het bedrag dat uiteindelijk maandelijks aan de opslaggebruiker kan worden gefactureerd. Punt 3 – Commoditeitselement, gebaseerd op Gas in Kind, wordt vervangen door Maandelijkse Energy in Cash Vergoeding en omvat nu de bepalingen van toepassing bij de berekening van de vergoeding van de energie, aardgas of het equivalent aan elektriciteit voor de energievoorziening van de opslaginstallatie inclusief de verliezen, uitgedrukt in kWh en de energie nodig voor de injectie en uitzending van aardgas en de daarbij horende CO2-emissiekosten. De Maandelijkse Energy in Cash Vergoeding is de som van de dagelijkse Energy in Cash Vergoedingen van alle dagen van de betreffende maand. De dagelijkse Energy in Cash Vergoeding is gelijk aan de som over elk uur van deze Dag. Zowel voor de injectie als de uitzending wordt het toegewezen uurlijks volume vermenigvuldigd met de commoditeitsprijsindex en het commoditeitselement zijnde het toe te passen percentage zoals gespecifieerd in de gereguleerde tarieven. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 65, naast de opmerkingen geformuleerd betreffende de definitie van het begrip commoditeitsprijsindex (zie paragraaf 115 en 116 van deze beslissing), een aantal bijkomende opmerkingen geformuleerd: - Eén marktpartij waardeert het voorstel van Fluxys Belgium om een eenvoudig en transparant Energy in Cash-systeem in te voeren. Naar hun mening moeten de kosten voor injectie/onttrekking echter worden gedefinieerd als een vaste vergoeding die vóór de capaciteitsveilingen wordt gepubliceerd. Fluxys Belgium herinnert eraan dat het onmogelijk is om het gebruik van zijn opslaginstallatie precies te voorspellen vóór de verkoop van opslagcapaciteit. Daardoor is het onmogelijk om een vaste vergoeding vooraf te definiëren. Niet-vertrouwelijk 34/40 - Twee andere marktpartijen stellen voor dat Fluxys Belgium een gelijkaardig vereffeningsmechanisme invoert als het huidige Gas in Kind-mechanisme met als doel het verschil tussen de werkelijke operationele kosten en de Energie in Cash-vergoeding die werd betaald door de opslaggebruikers terug te krijgen. Fluxys Belgium wil benadrukken dat Energy in Cash het gas- en elektriciteitsverbruik zal dekken en ook de CO2-emissies die worden gegenereerd door de injectie- en onttrekkingsactiviteiten. Dat zal het kostenprofiel wijzigen ten opzichte van de situatie toen het eigen verbruik enkel door Gas in Kind werd gedekt. Fluxys Belgium zal de evolutie van de dekking van het eigen verbruik door het Energy in Cash proces opvolgen en indien nodig de waarde van het commodityelement voor injectie en onttrekking herzien. Elk verschil tussen de opbrengsten van Energy in Cash en de kosten van het eigen verbruik zullen worden overgemaakt naar de regularisatierekening. - Dezelfde marktpartijen stellen het op prijs dat de precieze bepalingen over de manier waarop de commodityvergoeding tijdens het opslagjaar kan veranderen, worden opgenomen in het Toegangsreglement van Opslag zodat er een duidelijk kader ontstaat. Rekening houdend met de reactie van de markt zal Fluxys Belgium een marktbevraging organiseren telkens het commoditeitselement moet worden gewijzigd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de aanpassingen uitgevoerd aan bijlage B van het toegangsreglement voor opslag, en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen goed. 3.2.
- Bijlage D1 – Operationele procedures Bijlage D1 omvat alle operationele procedures die vereist zijn voor het correcte en optimale gebruik van de opslagdiensten. Dit deel bevat informatie over de toepasselijke operationele regels, procedures, bepalingen, voorschriften, voorwaarden en communicatiemiddelen die het aanbod en het gebruik van opslagdiensten regelen tussen de beheerder van de opslag en de opslaggebruikers. Deze bijlage werd op meerdere plaatsen aangepast rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash en de aanpassing van de communicatie van GIS-overschrijdingen. Onder punt 2.4.5.3 - Gastoewijzingsregeling wordt de regeling Gas in Kind geschrapt als gevolg van de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. In punt 2.4.5.6 – Toewijzingsregels Gas op Voorraad worden de verwijzing naar Gas in Kind geschrapt als gevolg van de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash. Punt 2.5.3 - Correctiefactoren omvat de correctiefactoren voor vermindering of onderbreking van onderschreven capaciteiten welke worden bepaald door de beheerder van de opslaginstallatie die handelt als een "Redelijke en Voorzichtige Beheerder van de Opslaginstallatie” op een dagelijkse of uurbasis, rekening houdend met voorziene en onvoorziene onderbrekingen en de beste beschikbare gegevens. In de wetenschap dat het maximale opslagvolume in de ondergrondse opslaginstallatie van Loenhout afhangt van fysische omstandigheden die variëren in de tijd, is het moeilijk in te schatten hoeveel extra volume Fluxys Belgium de opslaggebruikers kan toestaan. Daarom stelt Fluxys Belgium voor om het maximaal toegestane overschrijdingsniveau jaarlijks bekend te maken en te actualiseren op de commerciële website van de opslagoperator. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 65 volgende opmerkingen geformuleerd: Niet-vertrouwelijk 35/40 - De marktpartijen stonden over het algemeen positief tegenover het voorstel om de maximale GIS-overschrijding mee te delen op de commerciële website van de opslagbeheerder. - Twee marktpartijen betreuren het dat niet is gespecificeerd wanneer de publicatie zal plaatsvinden, noch of een gepubliceerde GIS-overschrijdingswaarde tijdens hetzelfde opslagjaar kan veranderen, noch - als dat het geval is - wanneer de definitieve waarde zal worden gepubliceerd. Fluxys Belgium wijst erop dat de maximaal toegestane GIS-overschrijding in de loop van het opslagjaar kan veranderen op basis van ondergrondse simulaties door Fluxys Belgium. Bijgevolg stelt Fluxys Belgium voor om eerst de maximaal toegestane GIS-overschrijding bij het begin van het opslagjaar te definiëren en mee te delen en de maximaal toegestane GIS-overschrijding tijdens een opslagjaar alleen te wijzigen in geval van een waardestijging. In punt 2.5.3.2.3 wordt de toegelaten overschrijding tot 105% van het opslagvolume van de opslaggebruiker geschrapt en vervangen door de melding dat de ingestelde drempel initieel zal worden bepaald door de beheerder van de opslaginstallatie voor de start van het opslagjaar en zal worden gecommuniceerd op zijn website. Elke wijziging na de start van het opslagjaar kan slechts een verhoging van de drempelwaarde zijn en zal door de beheerder van de opslaginstallatie eveneens op zijn website worden gecommuniceerd De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage D1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. 3.2.
- Bijlage H1 – Formulieren Deze bijlage bevat de formulieren die in toepassing van het SSA en ACT worden gebruikt bij de communicatie tussen de beheerder van de opslaginstallatie en de opslaggebruiker. De lay-out van de formulieren werd lichtjes aangepast en aangevuld waar nodig. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 65 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen bij de wijzigingen van bijlage H1 van het toegangsreglement voor opslag en keurt bijgevolg de wijzigingen goed. Niet-vertrouwelijk 36/40 3.
- HET VOORSTEL VAN DIENSTENPROGRAMMA VOOR OPSLAG Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 24 oktober 2023 ingediende voorstel tot wijziging van het dienstenprogramma voor opslag. Het dienstenprogramma voor opslag werd op meerdere plaatsen aangepast, rekening houdend met de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen die betrekking hebben op de invoering van een cashdeposito als optie voor onderpand, de aanpassing van de communicatie van GIS-overschrijdingen en de aanpassing van Gas-in-Kind naar Energy in Cash, en hebben tot doel het dienstenprogramma voor opslag in lijn te brengen met de inhoudelijke wijzigingen die betrekking hebben op het SSA en ACT, zoals besproken in deel 3.1 en 3.2 van deze beslissing. De CREG is van oordeel dat de voorgestelde wijzigingen geen nieuwe elementen bevatten behalve deze die al becommentarieerd worden in het kader van de wijzigingen van het SSA onder punt 3.1 en het ACT onder punt 3.2 van deze beslissing. De marktpartijen hebben naar aanleiding van de raadpleging nummer 65 geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt bijgevolg het gewijzigde dienstenprogramma voor opslag goed. Niet-vertrouwelijk 37/40
- BESLUIT Met toepassing van artikel 40, van de gedragscode aardgas beslist de CREG de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van het Standaard Opslagcontract met glossarium van definities, de bijlagen B, D1 en H1 van het toegangsreglement voor opslag en de wijzigingen van het dienstenprogramma voor opslag, ingediend bij de CREG per mail op 24 oktober 2023, goed te keuren, met dien verstande dat Fluxys Belgium rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd door de CREG in de paragrafen 105 en 107 van deze beslissing. Verder verwijst de CREG ook naar paragraaf 98 van deze beslissing. De met deze beslissing door de CREG goedgekeurde wijzigingen treden overeenkomstig artikel 40 van de gedragscode aardgas in werking vanaf de datum waarop Fluxys Belgium de goedgekeurde wijzigingen en de gevraagde rechtzettingen in een geïntegreerde versie zal publiceren op haar website. Fluxys Belgium deelt de datum van de publicatie onverwijld mee aan de CREG. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Laurent JACQUET Directeur Niet-vertrouwelijk Ilse TANT Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 38/40 BIJLAGE 1 Voorstel van Fluxys Belgium tot wijziging van het Standaard Opslagcontract met glossarium van definities, de bijlagen B, D1 en H1 van het Toegangsreglement voor Opslag en het Dienstenprogramma voor Opslag in het Nederlands – 24 oktober 2023 Niet-vertrouwelijk 39/40 BIJLAGE 2 Consultatieverslag Fluxys Belgium nummer 65 in het Engels – 24 oktober 2023 Niet-vertrouwelijk 40/40