(B)2688 30 november 2023 Beslissing over de vraag tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van de methodologieën en voorwaarden voor de Balanceringsverantwoordelijke of “de T&Cs BRP” in het kader van de toetreding tot het Europese mFRR-platform genomen met toepassing van de artikel 5.4, c) van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 – F + 32 2 289 76 09 – info@creg.be – www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................................. 2 INLEIDING ........................................................................................................................................... 3 AFKORTINGSLIJST ............................................................................................................................... 4
- WETTELIJK KADER....................................................................................................................... 6 1.
- Europees recht ................................................................................................................... 6 1.1.
- Verordening (EU) 2019/943 ....................................................................................... 6 1.1.
- EBGL ........................................................................................................................... 7 1.1.
- ACER besluit 18/2020 ............................................................................................... 13 1.
- Belgisch recht ................................................................................................................... 13 1.2.
- 1.
- Gedragscode elektriciteit ......................................................................................... 13 Arrest Marktenhof van 3 mei 2023 .................................................................................. 14 ANTECEDENTEN ....................................................................................................................... 16 2.
- Algemeen ......................................................................................................................... 16 2.
- Openbare raadpleging...................................................................................................... 18 2.2.
- Algemeen ................................................................................................................. 18 2.2.
- Bespreking raadplegingsverslag ............................................................................... 20 ANALYSE EN BEOORDELING VAN DE VOORGESTELDE WIJZIGINGEN ...................................... 25 3.
- Algemene voorafgaande opmerkingen ............................................................................ 25 3.
- Bespreking ........................................................................................................................ 25 3.2.
- Evaluatieplan ............................................................................................................ 25 3.2.
- Artikel 1 Definities: ................................................................................................... 28 3.2.
- Artikel 29 Tarieven en facturering: .......................................................................... 29 3.2.
- Artikel 30 Regels betreffende de onbalansprijsberekening ..................................... 30 CONCLUSIE ............................................................................................................................... 61 BIJLAGE 1 .......................................................................................................................................... 63 BIJLAGE 2 .......................................................................................................................................... 64 BIJLAGE 3 .......................................................................................................................................... 65 BIJLAGE 4 .......................................................................................................................................... 66 BIJLAGE 5 .......................................................................................................................................... 67 BIJLAGE 6 .......................................................................................................................................... 68 BIJLAGE 7 .......................................................................................................................................... 69 BIJLAGE 8 .......................................................................................................................................... 70 Niet-vertrouwelijk 2/70 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS onderzoekt met toepassing van artikel 5.4(c), van de Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, het voorstel van de netbeheerder, Elia Transmission Belgium SA tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke, dat bij de CREG werd ingediend per elektronische brief van 18 september
- De elektronische brief van 18 september 2023 bevat: - Het voorstel tot wijziging van de T&C BRP, in het Frans, Clean (bijlage 1 van deze beslissing); - Een verklarende nota van de T&C BRP, 12 juli 2023 in het Engels (bijlage 2 van deze beslissing); - Het raadplegingsverslag in het Engels inclusief de individueel ontvangen antwoorden (bijlage 3 van deze beslissing); - Het voorstel T&C BRP, in het Frans, openbare raadpleging in Track Changes (bijlage 4 van deze beslissing); - Een antwoord van Elia op de beslissing (B)2554 van de CREG in het Engels (bijlage 5 van deze beslissing). Op 3 oktober 2023 heeft Elia Transmission Belgium NV de Nederlandse versie van het voorstel tot wijziging van de T&C BRP ingediend, in een Clean en een in Track Changes versie (bijlage 6 van deze beslissing). Met dit voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke beoogt Elia gevolg te geven aan de beslissing (B)2554 van de CREG waarin gevraagd wordt om de bepalingen betreffende de onbalansprijsberekening van de Balanceringsregels over te dragen naar de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke. Daarnaast wordt de bijkomende component (“de alfa-parameter”), die momenteel beschreven staat in de Tarieven voor het behoud en herstel van het individuele evenwicht van de Evenwichtsverantwoordelijken, overgenomen in het voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke. Dit voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke beschrijft bovendien de voorgestelde evoluties van de berekening van de componenten van de onbalansprijs ter voorbereiding van Elia’s deelname aan de Europese platformen voor de uitwisseling van mFRR en aFRR balanceringsenergie, respectievelijk het Europese mFRR-platform (ook gekend als “MARIplatform”) en het Europese aFRR-platform (ook gekend als “PICASSO-platform”). Onderhavige beslissing bestaat uit vier delen. Het eerste deel schetst het wettelijk kader. Het tweede deel duidt de antecedenten en de openbare raadpleging. In het derde deel analyseert de CREG het door Elia op 18 september en op 3 oktober 2023 ingediend voorstel. Het laatste deel bevat de eigenlijke beslissing. Onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd tijdens de vergadering van 30 november
- Niet-vertrouwelijk 3/70 AFKORTINGSLIJST CREG: Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas EBGL: Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van de richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering Elia: Elia Transmission Belgium SA Voorstel tot wijziging T&Cs BRP: Voorstel tot wijziging van de voorwaarden voor de evenwichtsverantwoordelijke ingediend door Elia bij de CREG op 18 september 2023 Verordening (EU) 2019/943: Verordening (EU) 2019/943 van het Europees parlement en de raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit E&R NC: Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet TSB: Transmissiesysteembeheerder BRP: Balanceringsverantwoordelijke BSP: Aanbieder van balanceringsdiensten SOGL: Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen ACER besluit 18/2020: Besluit van 15 juli 2020 van ACER betreffende “Methodology for the harmonisation of the main features of imbalance settlement in accordance with Article 52
(2)of Commission Regulation (EU) 2017/2195 of 23 November 2017 establishing a guideline on electricity balancing.” ACER besluit 01/2020: Besluit van 24 januari 2020 betreffende “Methodology for pricing balancing energy and cross-zonal capacity used for the exchange of balancing energy or operating the imbalance netting process in accordance with Article 30
(1)of Commission Regulation (EU) 2017/2195 of 23 November 2017 establishing a guideline on electricity balancing” ACER besluit 04/2018 Besluit van 24 april 2018 betreffende “ All transmission system operators’ proposal for intraday cross-zonal gate opening and intraday cross-zonal gate closure times” Elektriciteitswet: De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Gedragscode elektriciteit: Gedragscode vastgesteld door de CREG op 20 oktober 2022 tot vaststelling van de voorwaarden voor de aansluiting op en de toegang tot het transmissienet en van de methoden voor het Niet-vertrouwelijk 4/70 berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake de verstrekking van ondersteunende diensten en de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuur, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer T&Cs BSP mFRR: Voorwaarden voor de aanbieders van balanceringsdiensten voor Frequentieherstelreserves met manuele activering MIP : « Marginal Incremental Price » of « Prix Marginal des activations à la hausse » MDP : « Marginale Decremental Price » of de « Prix Marginal des activations à la baisse » FRCE: Frequentieherstelregelfout, bedoeld in artikel 3
(43)van de SOGL Niet-vertrouwelijk 5/70
- WETTELIJK KADER 1.
- EUROPEES RECHT 1.1.
- Verordening (EU) 2019/943
- In de Overweging
(12)wordt gemeld dat: “De artikelen 18, 30 en 32 van Verordening (EU) 2017/2195 voorzien erin dat de prijsstellingsmethode voor zowel standaardproducten als specifieke producten voor balanceringsenergie de marktdeelnemers prikkelen om hun eigen systeembalans in hun onbalansprijszone te behouden of te helpen herstellen, waarbij zij systeemonbalansen en kosten voor de samenleving beperken. Deze prijsstelling moet streven naar het economisch efficiëntste gebruik van vraagrespons en andere balanceringsmiddelen, binnen de grenzen van de operationele veiligheid.” 2. Artikel 2
(16)definieert de onbalansprijs als: “de prijs, die positief, nul of negatief kan zijn, in elke periode voor onbalansverrekening voor een onbalans in elke richting;” 3. Artikel 3 bepaalt dat: “De lidstaten, de regulerende instanties, de transmissiesysteembeheerders, de distributiesysteembeheerders, de marktbeheerders en de gedelegeerde beheerders waarborgen dat de elektriciteitsmarkten in overeenstemming met de volgende beginselen worden beheerd:
- a)prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod;
- b)de marktvoorschriften moedigen de vrije prijsvorming aan en vermijden acties waardoor prijsvorming op basis van vraag en aanbod wordt tegengegaan;
- c)de marktvoorschriften vergemakkelijken de ontwikkeling van meer flexibele productie, duurzame koolstofarme productie en meer flexibele vraag; […]
- g)de marktvoorschriften zorgen voor passende investeringsprikkels voor productie, in het bijzonder langetermijninvesteringen voor een koolstofvrij en duurzaam elektriciteitssysteem, energieopslag, energie-efficiëntie, en zorgen voor vraagrespons, waardoor aan de behoeften van de markt tegemoet wordt gekomen, en faciliteren eerlijke mededinging, waardoor de voorzieningszekerheid wordt gewaarborgd;
- h)belemmeringen voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen tussen biedzones of lidstaten en grensoverschrijdende transacties op elektriciteitsmarkten en aanverwante dienstenmarkten worden geleidelijk weggenomen; […]
- m)de marktvoorschriften maken efficiënte dispatching van middelen voor elektriciteitsproductie, energieopslag en vraagrespons mogelijk; […].” 4. Tot slot, artikel 10.1 van de Verordening (EU) 2019/943 bepaalt dat: “Er mag geen maximale noch minimale limiet voor de groothandels-elektriciteitsprijs worden vastgelegd. Deze bepaling is onder meer van toepassing op het bieden en clearen in alle tijdsbestekken en omvat prijzen voor balanceringsenergie en onbalans, onverminderd de technische prijsbeperkingen die kunnen worden toegepast in het balanceringstijdsbestek en in de day-ahead- en intradaytijdsbestekken overeenkomstig lid 2.” Niet-vertrouwelijk 6/70 1.1.2. EBGL 1.1.2.1. Algemeen 5. Artikel 3.1, van de EBGL beschrijft de doelstellingen die met toepassing van de EBGL nagestreefd worden. De doelstellingen zijn: “
- a)effectieve mededinging, non-discriminatie en transparantie op de balanceringsmarkten bevorderen;
- b)de efficiëntie van balancering en van de Europese en nationale balanceringsmarkten verbeteren;
- c)de balanceringsmarkten integreren en de mogelijkheden voor de uit wisseling van balanceringsdiensten bevorderen, en tegelijk bijdragen tot de operationele veiligheid;
- d)bijdragen tot de efficiënte langetermijnexploitatie en -ontwikkeling van het elektriciteitstransmissiesysteem en de elektriciteitssector in de Unie, en tegelijk de efficiënte en consistente werking van day-aheadmarkten, intradaymarkten en balanceringsmarkten vergemakkelijken;
- e)ervoor zorgen dat de inkoop van balanceringsdiensten eerlijk, objectief, transparant en marktgebaseerd is, dat geen ongeoorloofde belemmeringen voor nieuwe marktdeelnemers worden gecreëerd, dat de liquiditeit van balanceringsmarkten wordt bevorderd en dat on geoorloofde verstoringen op de interne markt voor elektriciteit worden voorkomen;
- f)de deelname van vraagrespons vergemakkelijken, met inbegrip van aggregatiefaciliteiten en energieopslag, en er tegelijk voor zorgen dat zij concurreren met andere balanceringsdiensten op een gelijk speel veld en, voor zover nodig, onafhankelijk optreden als ze één verbruikersinstallatie bedienen;
- g)de deelname van hernieuwbare energiebronnen vergemakkelijken en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van de Europese Unie betreffende de doorbraak van hernieuwbare energiebronnen. “ Artikel 3.2., van de EBGL vervolgt dat bij de toepassing van de EBGL de lidstaten, relevante regulerende instanties en systeembeheerders ervoor zorgen dat zij: “
- a)de beginselen van evenredigheid en niet-discriminatie toepassen;
- b)de transparantie waarborgen;
- c)het beginsel toepassen van optimalisering tussen de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen;
- d)erop toezien dat TSB's zo veel mogelijk gebruikmaken van markt gebaseerde mechanismen om de veiligheid en stabiliteit van het net werk te garanderen;
- e)erop toezien dat de ontwikkeling van de forward-, de day-ahead- en intradaymarkten niet in het gedrang komt;
- f)de aan de relevante TSB toegewezen verantwoordelijkheid respecteren om de systeemveiligheid te waarborgen, inclusief als vereist door de nationale wetgeving;
- g)de relevante DSB's raadplegen en rekening houden met de potentiële effecten op hun systemen;
- h)rekening houden met de overeengekomen Europese normen en technische specificaties.” Niet-vertrouwelijk 7/70 6. Overeenkomstig artikel 5.4.c), van de EBGL moeten de voorstellen voor de voorwaarden voor balancering, zoals bepaald in artikel 18, van de EBGL ter goedkeuring voorgelegd worden aan de regulerende instantie van de lidstaat, in casu de CREG. 7. Artikel 5.5, van de EBGL vermeldt dat: “Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de implementatie ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. De implementatietermijn mag niet langer zijn dan twaalf maanden na de goedkeuring door de relevante regulerende instanties, behalve als alle regulerende instanties overeenkomen om de implementatietermijn te verlengen of als andere termijnen worden voorgeschreven in deze verordening.” 8. Artikel 18.2, van de EBGL vervolgt dat de bedoelde voorwaarden ook regels voorziet voor de opschorting en herneming van marktactiviteiten overeenkomstig artikel 36, van de E&R NC en voor verrekening in geval van marktopschorting overeenkomstig artikel 39, van de E&R NC, zodra deze zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 4 van de E&R NC. Op 18 juli 2023 heeft Elia hierover bij de CREG een voorstel ingediend voor goedkeuring. Het betreft een aangepast voorstel van Elia naar aanleiding van beslissing (B)1941 van de CREG van 19 september 2019. Bij beslissing (B)2635 van 9 november 2023 heeft de CREG het voorstel van Elia van 18 juli 2023 goedgekeurd, waarvan de inwerkingtreding gebeurt op datum van de inwerkingtreding van de tarieven voor de tariefperiode 2024-2027 (waaronder het uniek hersteltarief), d.w.z. op 1 januari 2024. 9. Artikel 18.3, van de EBGL bepaalt dat elke TSB bij de opstelling van voorstellen voor voorwaarden voor BRP's als volgt te werk gaat: “
- a)hij pleegt overleg met de TSB's en distributiesysteembeheerders die gevolgen kunnen ondervinden van die voorwaarden;
- b)hij neemt het kader voor de oprichting van Europese platforms voor de uitwisseling van balanceringsenergie en voor onbalansnetting, overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 22, van de EBGL in acht;
- c)hij betrekt andere distributiesysteembeheerders en andere belanghebbenden bij de opstelling van het voorstel en houdt rekening met hun standpunten, onverminderd de openbare raadpleging overeenkomstig artikel 10, van de EBGL.” 10. Overeenkomstig artikel 18.6, van de EBGL bevatten de voorwaarden voor BRP's het volgende: “…
- f)de regels voor de verrekening van BRP's, overeenkomstig hoofdstuk 4 van titel V, van de EBGL;
- k)de verrekeningsregels overeenkomstig de artikelen 52, 53, 54 en 55; …” 11. Overeenkomstig art 18.7, van de EBGL mag elke connecterende TSB volgende punten opnemen in het voorstel voor de voorwaarden voor BSP's of in de voorwaarden voor BRP's: “
- a)de eis dat BSP's informatie verstrekken over ongebruikte opwekkingscapaciteit en andere balanceringshulpbronnen van BSP's, na de gate-sluitingstijd van de dayaheadmarkt en de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt; Niet-vertrouwelijk 8/70
- b)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor BSP's om hun balanceringsenergiebiedingen te wijzigen vóór de BE-GCT of de ISP-GCT wegens handel op de intradaymarkt;
- c)voor zover gerechtvaardigd, de eis dat BSP's de ongebruikte productiecapaciteit of andere balanceringshulpbronnen aanbieden via balanceringsenergiebiedingen of biedingen voor het geïntegreerde programmeringsproces op de balanceringsmarkten na de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt;
- d)specifieke eisen met betrekking tot de positie van BRP's na het day-aheadtijdsbestek om te garanderen dat de som van hun interne en externe commerciële handelsprogramma's gelijk is aan de som van de fysieke opwekkings- en verbruiksplannen, daarbij rekening houdende met de compensatie van elektriciteitsverlies, voor zover relevant;
- e)een vrijstelling van de verplichting om informatie bekend te maken over de prijzen in balanceringsenergiebiedingen of balanceringscapaciteitsbiedingen omdat de TSB vreest dat dit tot marktmisbruik kan leiden, zoals bepaald in artikel 12, lid 4;
- f)een vrijstelling voor specifieke producten, zoals bepaald in artikel 26, lid 3, onder b), om de prijs van balanceringsenergiebiedingen vooraf vast te leggen in een overeenkomst voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 16, lid 6;
- g)een aanvraag voor het gebruik van dubbele prijsstelling voor alle onbalansen op basis van de voorwaarden die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt i), gebaseerd op de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder d), punt ii).” 12. Aangezien Elia geen centraal dispatching model toepast, vindt artikel 18.8, van de EBGL geen toepassing. 13. Artikel 18.9, van de EBGL meldt dat elke TSB erop toe ziet dat alle partijen de in de balanceringsvoorwaarden uiteengezette eisen nakomen binnen zijn programmeringszone(s). 1.1.2.2. Doelstellingen van de verrekeningsbeginselen 14. In artikel 44, van de EBGL worden de doelstellingen van de verrekeningsbeginselen beschreven als volgt: “Door middel van de verrekeningsprocessen:
- a)worden passende economische signalen gegeven die een weerspiegeling vormen van de onbalans;
- b)wordt ervoor gezorgd dat onbalansen worden verrekend tegen een prijs die een weergave vormt van de realtime-energiewaarde;
- c)worden prikkels gegeven aan BRP's om in balans te zijn dan wel het evenwicht van het systeem te behouden of te helpen herstellen;
- d)wordt de harmonisering van mechanismen voor de verrekening van onbalansen vergemakkelijkt;
- e)worden prikkels gegeven aan de TSB's om hun verplichtingen na te komen overeenkomstig de artikelen 127, 153, 157 en 160 van Verordening (EU) 2017/1485;
- f)wordt vermeden dat verstorende prikkels worden gegeven aan BRP's, BSP's en TSB's;
- g)wordt de concurrentie onder marktdeelnemers ondersteund; Niet-vertrouwelijk 9/70
- h)worden prikkels gegeven aan BSP's om balanceringsdiensten aan de connecterende TSB aan te bieden en te leveren;
- i)wordt de financiële neutraliteit van alle TSB's gegarandeerd. 2. Elke relevante regulerende instantie overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG ziet erop toe dat alle TSB's onder haar bevoegdheid geen economische winsten of verliezen maken door de financiële resultaten van het verrekeningsproces overeenkomstig de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel gedurende de door de relevante regulerende instantie gedefinieerde reguleringsperiode, en zien erop toe dat alle positieve of negatieve financiële resultaten ten gevolge van de in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel bedoelde verrekening worden doorgegeven aan de netgebruikers overeenkomstig de toepasselijke nationale regels. 3. Elke TSB kan een voorstel opstellen voor een aanvullend verrekeningsmechanisme, dat los staat van de verrekening van onbalansen, om de inkoopkosten van balanceringscapaciteit overeenkomstig hoofdstuk 5 van deze titel, de administratieve kosten en andere kosten in verband met balancering te verrekenen. Het aanvullende verrekeningsmechanisme is van toepassing op BRP's. Dit moet bij voorkeur gebeuren door een functie voor prijsstelling van tekorten in te stellen. Als TSB's voor een ander mechanisme kiezen, moeten zij dit rechtvaardigen in het voorstel. Dit voorstel moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de relevante regulerende instantie. 4. Elke injectie in of afname uit een programmeringszone van een TSB wordt verrekend overeenkomstig hoofdstuk 3 of 4 van titel V.” 1.1.2.3. Onbalansberekening en onbalansprijs 15. Voor de onbalansberekening en de onbalansprijs zijn de artikelen 54 en 55, van de EBGL van toepassing, die respectievelijk bepalen: 1. Elke TSB berekent in zijn programmeringszone(s), voor zover passend, de eindpositie, het toegewezen volume, de onbalansaanpassing en de onbalans:
- a)voor elke BRP;
- b)voor elke onbalansverrekeningsperiode;
- c)in elke onbalanszone. 2. De onbalanszone is gelijk aan de programmeringszone, behalve in het geval van een centraal dispatchingmodel; in dat geval kan de onbalanszone een deel zijn van de programmeringszone. 3. Zolang het voorstel overeenkomstig artikel 52, lid 2, niet ten uitvoer wordt gelegd, berekent elke TSB de eindpositie van een BRP via één van de volgende benaderingen:
- a)de BRP heeft één eindpositie die gelijk is aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma's en interne commerciële handelsprogramma's;
- b)de BRP heeft twee eindposities: de eerste is gelijk aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma's en interne commerciële handelsprogramma's voor productie en de tweede is gelijk aan de som van zijn externe commerciële handelsprogramma's en interne commerciële handelsprogramma's voor verbruik;
- c)in een centraal dispatchingmodel kan een BRP per onbalanszone meerdere eindposities hebben die gelijk zijn aan opwekkingsprogramma's van productie-installaties of verbruiksprogramma's van verbruikersinstallaties. 4. Elke TSB stelt de regels vast voor:
- a)het berekenen van de eindpositie;
- b)het vaststellen van het toegewezen volume; Niet-vertrouwelijk 10/70
- c)het vaststellen van de onbalansaanpassing overeenkomstig artikel 49;
- d)het berekenen van de onbalans;
- e)het eisen van de herberekening van de onbalans door een BRP. 5. Het toegewezen volume wordt niet berekend voor een BRP die geen injecties of afnames bestrijkt. 6. In een onbalans wordt de omvang en richting van de verrekening tussen de BRP en de TSB aangegeven; een onbalans kan een van de volgende hebben:
- a)een negatief teken, dat wijst op een tekort van een BRP;
- b)een positief teken, dat wijst op een overschot van een BRP. En 1.Elke TSB stelt de regels vast voor het berekenen van de onbalans prijs, die positief, nul of negatief kan zijn, zoals bepaald in tabel 2: Tabel 2 Betaling voor onbalans Onbalansprijs is positief Onbalansprijs is negatief Positieve onbalans Betaling door TSB aan BRP Betaling door BRP aan TSB Negatieve onbalans Betaling door BRP aan TSB Betaling door TSB aan BRP 2. De overeenkomstig lid 1 opgestelde regels bevatten een definitie van de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves. 3. Elke TSB stelt de onbalansprijs vast voor:
- a)elke onbalansverrekeningsperiode;
- b)zijn onbalansprijszones;
- c)elke onbalansrichting. 4. De onbalansprijs voor negatieve onbalansen mag niet lager zijn dan een van de volgende:
- a)de gewogen gemiddelde prijs voor positieve frequentieherstelreserves en vervangingsreserves; geactiveerde balanceringsenergie uit
- b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. 5. De onbalansprijs voor positieve onbalansen mag niet hoger zijn dan een van de volgende:
- a)de gewogen gemiddelde prijs voor negatieve geactiveerde balance ringsenergie uit frequentieherstelreserves en vervangingsreserves;
- b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. 6. In het geval zowel de positieve als de negatieve balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves is geactiveerd tijdens dezelfde onbalansverrekeningsperiode, wordt de onbalansverrekeningsprijs voor positieve onbalansen en negatieve onbalansen bepaald op basis van minstens één van de beginselen van leden 4 en 5. Niet-vertrouwelijk 11/70 1.1.2.4. 16. Procedure goedkeuring T&Cs BRP Artikel 5.1, van de EBGL bepaalt dat: “1. Elke regulerende instantie of, naargelang van het geval, het Agentschap keurt de in overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 door de TSB’s ontwikkelde voorwaarden of methodologieën goed. Alvorens de voorwaarden of methodologieën goed te keuren, herzien het Agentschap of de relevante regulerende instanties de voorstellen indien nodig, na raadpleging van de respectieve TSB’s, om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met het doel van deze verordening en bijdragen tot marktintegratie, non-discriminatie, effectieve mededinging en de goede werking van de markt.” 17. Verder bepaalt artikel 4.7, van de EBGL dat: “Wanneer de TSB’s hebben nagelaten om overeenkomstig de artikelen 5 en 6 binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen een eerste of gewijzigd voorstel voor voorwaarden of methodologieën in te dienen bij de relevante regulerende instanties of het Agentschap, zenden zij de relevante regulerende instanties en het Agentschap de relevante ontwerpen van de voorstellen voor de voorwaarden of methodologieën toe en verduidelijken zij waarom geen overeenstemming is bereikt. Het Agentschap, alle relevante regulerende instanties gezamenlijk of de relevante regulerende instantie nemen de passende maatregelen om de vereiste voorwaarden of methodologieën overeenkomstig artikel 5 vast te stellen, bijvoorbeeld door wijzigingen aan te vragen of de ontwerpen te herzien en aan te vullen overeenkomstig dit lid, ook wanneer geen ontwerpen zijn ingediend, en deze goed te keuren.” 18. Artikel 6.1, van de EBGL bepaalt: “1. Wanneer het agentschap, alle relevante regulerende instanties gezamenlijk of de relevante regulerende instantie een wijzigingsverzoek indienen teneinde de overeenkomstig respectievelijk artikel 5, leden 2, 3 en 4 ingediende voorwaarden of methodologieën te kunnen goedkeuren, dienen de desbetreffende TSB’s of ter goedkeuring een voorstel voor gewijzigde voorwaarden of methodologieën in binnen twee maanden na ontvangst van het wijzigingsverzoek van het Agentschap of de bevoegde regulerende instanties. Het Agentschap en de relevante regulerende instanties nemen een besluit over de gewijzigde voorwaarden of methodologieën binnen twee maanden na de indiening ervan.” 19. Tot slot, bepaalt artikel 6.3, van de EBGL dat: “Het Agentschap of de regulerende instanties, wanneer zij verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën, kunnen respectievelijk overeenkomstig artikel 5, leden 2, 3 en 4, voorstellen tot wijziging van die voorwaarden of methodologieën aanvragen en een termijn vaststellen voor de indiening van die voorstellen. De TSB’s die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een voorstel voor voorwaarden of methodologieën kunnen bij de regulerende instanties of het Agentschap voorstellen tot wijziging van deze voorwaarden of methodologieën doen. De voorstellen voor wijzigingen van de voorwaarden of methodologieën worden overeenkomstig de procedure van artikel 10 ter raadpleging voorgelegd en worden goedgekeurd overeenkomstig de in de artikelen 4 en 5 uiteengezette procedure.” Niet-vertrouwelijk 12/70 1.1.3. ACER besluit 18/2020 20. Op 15 juli 2020 nam ACER een besluit 18/20201 om de belangrijkste eigenschappen van de onbalansverrekening te harmoniseren in Europa. Maakt onder meer het voorwerp van hert ACER besluit 18/2020 uit: de bepalingen over de onbalansprijs voor positieve en negatieve onbalansen, inclusief additionele componenten. 21. De artikelen 9
(1)tot 9
(5)van het ACER besluit 18/2020 over de standaardcomponenten en het artikel 9
(6)van het ACER besluit 18/2020 betreft de additionele componenten van het ACER besluit 18/2020. Deze artikelen stellen uitdrukkelijk dat alle componenten voor de berekening van de onbalansprijs voor onbalansen in positieve of negatieve richting, beschreven moeten worden in de T&Cs BRP. De deadline van achttien maanden voorzien in artikel 12
(3), van het ACER besluit 18/2020 om hieraan te voldoen, liep af op 15 januari
- Voor ‘alle componenten’ van de onbalansprijsberekening verwijst de CREG naar artikel 18.6, k), van de EBGL (paragraaf 10 van huidige beslissing). De artikelen 55.4 en 55.5, van de EBGL beschrijven de minimale en maximale waarden die de onbalansprijs mag aannemen (standaard- en additionele componenten). 1.
- BELGISCH RECHT 1.2.
- Gedragscode elektriciteit
- Bij wet van 21 juli 2021 werd aan artikel 11 van de elektriciteitswet een paragraaf 2 toegevoegd, die de CREG bevoegd verklaart om, bij middel van een beslissing, een gedragscode voor het beheer van het transmissienet voor elektriciteit vast te stellen. De gedragscode elektriciteit stelt de voorwaarden vast voor: - De aansluiting op en toegang tot het transmissienet, op voorstel van de transmissienetbeheerder Elia; - De verstrekking van ondersteunende diensten; - De toegang tot grensoverschrijdende infrastructuren, inclusief de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer.
- Artikel 119, § 4, van de gedragscode elektriciteit bepaalt dat de type-overeenkomst van BRP ten minste de volgende elementen bevat: “1° de voorwaarden voor BRP’s met toepassing van de artikelen 5.5, 18.1, en 18.6 van de Europese richtsnoeren EBGL; 2° desgevallend, de toepassing van art. 18.7, d) en g), van de Europese richtsnoeren EBGL; 3° de modaliteiten voor de invordering door of voor de transmissienetbeheerder van eventuele onbetaalde bedragen van de balanceringsverantwoordelijke; 1 https://documents.acer.europa.eu/Official_documents/Acts_of_the_Agency/Pages/Annexes-to-the-DECISION-OFTHE-AGENCY-FOR-THE-COOPERATION-OF-ENERGY-REGULATORS-No-18-2020.aspx Niet-vertrouwelijk 13/70 4° de betalingsmodaliteiten, bepalingen en de termijnen betreffende facturen aan de balanceringsverantwoordelijke; 5° de bepalingen betreffende de vertrouwelijkheid, onder meer van de commerciële gevoelige informatie; 6° de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage; 7° de identiteit en de gegevens van de partijen, alsook deze van hun respectievelijke vertegenwoordigers; 8° de bepalingen inzake opschorting, opzegging en beëindiging van het contract van balanceringsverantwoordelijke; 9° de verwijzing naar de modaliteiten voor de balanceringsverantwoordelijke in de typetoegangsovereenkomst voor de eenzijdige opzegging van zijn aanwijzing als balanceringsverantwoordelijke bedoeld in artikel 102.” Verder is het afsluiten van een overeenkomst van BRP afhankelijk van het voorleggen van een financiële garantie (artikel 119, § 2, van de gedragscode elektriciteit) en treedt de overeenkomst van BRP in werking uiterlijk 10 werkdagen na ontvangst door Elia van de ondertekende overeenkomst door de BRP, met bewijs van financiële garantie (artikel 119, §3, van de gedragscode elektriciteit). 1.
- ARREST MARKTENHOF VAN 3 MEI 2023
- Het Marktenhof heeft bij arrest van 3 mei 2023 de beslissing (B)2450 wat betreft de datum van 7 oktober 2022 geannuleerd (bijlage 7 van huidige beslissing). Het Marktenhof komt tot dit besluit omdat de datum van 7 oktober 2022, vastgesteld door de CREG in haar beslissing (B)2433, geen redelijke termijn is die Elia toelaat om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP, na openbare raadpleging, bij de CREG in te dienen, en dit gelet op de termijn die de CREG zelf heeft benut om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een wijziging van de T&Cs BRP vast te stellen bij beslissing (B)
- Daarnaast laat het Marktenhof toe dat de CREG, op grond van haar discretionaire bevoegdheid, aan Elia mag vragen om alle elementen voor het berekenen van de onbalansprijs in extenso op te nemen, hetzij in de T&C BRP, hetzij in het tariefvoorstel. Het document waarin geen in extensio beschrijving voor het berekenen van de onbalansprijs is opgenomen, maakt melding van een verwijzing naar het document waarin de elementen voor het berekenen van de onbalansprijs in extensio beschrijving voor het berekenen van de onbalansprijs zijn opgenomen; Onder ‘discretionaire bevoegdheid’ verstaat de CREG de bevoegdheid “waarbij de overheid over een grote mate van beleidsvrijheid beschikt in de keuze van de middelen om het wettelijk gestelde Niet-vertrouwelijk 14/70 doel te bereiken.”2 Om de wet te kunnen toepassen, moet de overheid een beleidskeuze maken. Deze beleidskeuze mag niet onredelijk zijn en dient het algemeen belang te dienen
- In de punten 103 en 104 van het arrest van 3 mei 2023 geeft het Marktenhof impliciet te kennen dat de vraag vanwege de CREG om de onbalansprijsberekening in extenso op te nemen in de T&Cs BRP, niet als kennelijk onredelijk kan worden beschouwd.
- Op basis haar discretionaire bevoegdheid is de CREG van oordeel dat alle componenten voor de berekening van de onbalansprijs in extenso moeten worden opgenomen in de T&Cs BRP. Elia heeft in haar tariefvoorstel 2024-2027 aan de vraag van de CREG, gevolg gegeven door voor wat betreft de alfa-component van de onbalansprijsberekening, na aansluiting tot één van de EUplatformen, verwezen wordt naar de T&C BRP. 2 J. DUJARDIN en J. VANDE LANTOTTE, Basisbegrippen Publiek Recht, die keure, 2001, p.
- Zie in dezelfde zin P. LEWALLE en L. DONNAY, Contentieux administratif, Larcier, 2008, p. 1066-1067 waar wordt gesteld dat “en pareil cas, l’administration a le choix entre une gamme plus ou moins étendue de décisions, également régulières” en I. OPDEBEEK en S. DE SOMER, Algemeen Bestuursrecht Grondslagen en beginselen, Intersentia, 2019, p. 93 die stellen dat “[b]eleidsvrijdheid impliceert dat redelijk handelende overheden, geplaatst in dezelfde omstandigheden, tot verschillende (wettige) beslissingen kunnen komen”. 3 J. VANDE LANTOTTE en G. GOEDERTIER, Handboek Belgisch Publiekrecht, die keure, 2010, p.
- Niet-vertrouwelijk 15/70
- ANTECEDENTEN 2.
- ALGEMEEN
- De T&Cs BRP bestaan uit: - Deel 1: de implementatietermijn, het voorwerp en het toepassingsgebied, een beschrijving van het verwachtte effect op de doelstellingen van de EBGL en het gebruik van de taal; - Deel 2: het BRP-contract, nu opgedeeld in 14 secties (algemene en specifieke voorwaarden), met 6 bijlagen.
- Op 18 juni 2018 heeft de CREG van Elia een goedkeuringsaanvraag ontvangen van het voorstel voor T&Cs BRP. Op 28 maart 2019 heeft de CREG bij beslissing Elia verzocht haar voorstel te wijzigen. Op 14 mei 2019 heeft de CREG een gewijzigd voorstel ontvangen, dat de CREG op 27 mei 2019 bij beslissing (B)1913/2 heeft goedgekeurd
- De CREG formuleert niettemin een aantal vragen die Elia in acht moet nemen voor een volgend voorstel van T&Cs BRP.
- Op 3 december 2019 heeft de CREG een voorstel tot wijziging van T&Cs BRP van Elia ontvangen in het kader van de integratie van de procedure voor het beheer van storm op zee. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd bij beslissing (B)2013 op 20 december
- De CREG heeft op 18 december 2020 een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten van Elia ontvangen, samen met een tweede voorstel betreffende het contract van aanbieder van flexibiliteitsdiensten Day Ahead/ Intraday (FSP DA/ID). Beide voorstellen behandelen de uitbreiding van de energieoverdracht op de Day-Ahead- en Intradaymarkten. Het contract FSP DA/ID beschrijft de rechten en verplichtingen van Elia en de aanbieder van flexibiliteitsdiensten die hun flexibiliteit op de Day-Ahead- en/of Intradaymarkten wil valoriseren. Dit voorstel werd door de CREG goedgekeurd op 29 april
- Het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten, heeft als doel om in de T&Cs BRP de uitbreiding van de ‘Regels van de Energieoverdracht in de voormelde markten’ te integreren. De CREG heeft dit voorstel in een eerste fase goedgekeurd, met uitzondering van artikel 9.1 van het BRP-contract. Op 7 mei 2021 werd door Elia een gewijzigd voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in het kader van de implementatie van energieoverdracht voor de day-ahead en intraday markten ingediend. De CREG heeft op 17 februari 2021 bij beslissing (B)2204/1 het gewijzigd voorstel goedgekeurd
- Op 7 mei 2021 werd door Elia een gewijzigd voorstel betreffende artikel 9.1 van het BRP-contract ingediend dat door de CREG bij beslissing(B)2204/2 werd goedgekeurd op 20 mei
- 4 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b1913/2 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2013 6 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2222NL.pdf 7 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2204/1 8 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2204-2NL.pdf 5 Niet-vertrouwelijk 16/70
- Op 17 september 2021 heeft Elia een voorstel tot wijziging van T&C BRP ingediend, in het kader van de progressieve relaxatie van de day-ahead evenwichtsverplichting die momenteel van toepassing is op BRPs. De CREG heeft dit voorstel op 21 oktober 2021 goedgekeurd bij beslissing (B)
- Met haar beslissing (B)658E/77 heeft de CREG het geactualiseerd tariefvoorstel van Elia goedgekeurd dat de parameter ‘alfa-component’ van het tarief ter compensatie van het onevenwicht, wijzigt. In punt 3.7 van deze beslissing vermeldt de CREG dat op termijn elke bijkomende component die aan het tarief ter compensatie van het onevenwicht wordt toegevoegd, op grond van Europese regelgeving, niet in een tariefvoorstel maar in de T&Cs BRP moet worden opgenomen.
- Ingevolge deze beslissing heeft de CREG op 7 april 2022 aan Elia een schrijven gericht waarin gevraagd wordt om met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP bij de CREG in te dienen voor goedkeuring na openbare raadpleging. Met dit verzoek tot wijziging van de T&Cs BRP beoogt de CREG dat de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs en de eventuele additionele componenten, zoals bedoeld in artikel 9 van bijlage 1 van de ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020, opgenomen worden in de T&Cs BRP.
- Met haar beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 keurt de CREG het voorstel van Elia tot wijziging van de balanceringsregels voor de compensatie van de kwartieronevenwichten goed. Met deze beslissing worden onder meer de artikelen 16 en 17 van de balanceringsregels gewijzigd die verband houden met de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs, zoals bedoeld in artikel 9
(1)tot 9
(5)van bijlage 1 van de ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020. De reden die Elia opgeeft voor het behoud van de berekening van de onbalansprijs in de balanceringsregels en deze berekening niet verplaatst naar de T&Cs BRP, is omdat in het goedgekeurd tariefvoorstel voor de periode 2020-2023 betreffende de onbalansprijsberekening, verwezen wordt naar de balanceringsregels. Bijgevolg kan, aldus Elia, de verplaatsing naar de T&Cs BRP pas plaatsvinden na de tariefperiode 2020-2023. In deze beslissing herhaalt de CREG haar vraag om niettemin aan het wijzigingsverzoek gevolg te geven en wordt aan Elia een nieuwe termijn verleend, zijnde 7 oktober 2022. 36. Op 3 augustus 2022 diende Elia met toepassing van artikel 28 van de elektriciteitswet tegen de beslissing (B)2433 een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek. Op 3 oktober 2022 heeft de CREG zich uitgesproken over de klacht bij beslissing (B)2450. De klacht werd ontvankelijk maar niet gegrond verklaard. 37. Op 2 november 2022 heeft Elia bij het Marktenhof een verzoekschrift tot annulering van de beslissing (B)2450 ingediend. 38. Op 9 maart 2023 heeft de CREG bij beslissing (B)24973 de T&Cs BRP, in het kader van de integratie van de onbalansprijsberekening, herzien en dit met toepassing van de artikelen 4.7 en 6.3 van de EBGL. Op datum van 24 maart 2023 diende Elia met toepassing van artikel 28 van de elektriciteitswet tegen deze beslissing een klacht in met het oog op een nieuw onderzoek. 39. Het Marktenhof heeft bij arrest van 3 mei 2023 de datum van 7 oktober 2023, opgenomen in de beslissing (B)2450, geannuleerd. Het Marktenhof komt tot het besluit dat de datum van 7 oktober 2022, vastgesteld in de beslissing (B)2433, geen redelijke termijn is die Elia toelaat om, met 9 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Publications/Decisions/B2287NL.pdf Niet-vertrouwelijk 17/70 toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP, na openbare raadpleging, bij de CREG in te dienen, gelet op de termijn die de CREG zelf heeft benut om, met toepassing van artikel 6.3 van de EBGL, de T&Cs BRP te herzien bij beslissing (B)2497. 40. Ingevolge dit arrest heeft de CREG bij beslissing (B)2554 van 17 mei 2023 de beslissing (B)2433 van 19 juli 2022 gedeeltelijk ingetrokken, meer bepaald, de vraag aan Elia om een voorstel tot wijziging van de T&C BRP bij de CREG in te dienen tegen ten laatste 7 oktober 2022, dat rekening houdt met de paragrafen 71 en 74 van de beslissing (B)2433. Daarnaast heeft de CREG de beslissing (B)2497 van 9 maart 2023 waarin de CREG de T&Cs BRP herziet in zijn geheel ingetrokken. In diezelfde beslissing (B)2554 wordt aan Elia opnieuw de vraag gesteld om bij de CREG een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP in te dienen tegen 18 september 2023 waarin de standaardcomponenten voor de berekening van de onbalansprijs, inclusief eventuele additionele componenten, zoals bedoeld in artikel 9.6 van bijlage 1 van de ACER Besluit 18/2020 van 15 juli 2020, worden opgenomen. 41. Op datum van 18 september 2023 heeft Elia een voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP bij de CREG ingediend voor goedkeuring (bijlage 1 en bijlage 6 van deze beslissing). Met dit voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP beoogt Elia gevolg te geven aan de vraag van de CREG betreffende de overdracht van de bepalingen met betrekking tot de onbalansprijs naar de T&Cs BRP. Over het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP werd een openbare raadpleging door Elia georganiseerd van 12 juli tot 28 augustus 2023. Aan de brief van 18 september 2023 is in bijlage gevoegd: - Het voorstel tot wijziging van de T&C BRP, in het Engels en het Frans (bijlage 1 van deze beslissing); - Een verklarende nota van de T&C BRP in het Engels (bijlage 2 van deze beslissing); - Het raadplegingsverslag in het Engels inclusief de individueel ontvangen antwoorden (bijlage 3 van deze beslissing); - Het voorstel T&C BRP, in het Frans, zoals onderworpen aan de openbare raadpleging in Track Changes (bijlage 4 van deze beslissing); - Een antwoord van Elia op de beslissing (B)2554 van de CREG in het Engels (bijlage 5 van deze beslissing). 42. Op 3 oktober 2023 heeft Elia de Nederlandstalige versie van het voorstel tot wijziging T&C BRP, in Clean en Track Changes, bij de CREG ingediend (bijlage 6 van deze beslissing). 2.2. OPENBARE RAADPLEGING 2.2.1. Algemeen 43. Overeenkomstig artikel 10 van de EBGL is Elia verplicht een openbare raadpleging te organiseren over het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP. Elia heeft een openbare raadpleging georganiseerd van 12 juli 2023 tot en met 28 augustus 2023. De Franse en Nederlandse versies van de T&C BRP en een aanvullende nota (in het Engels) om in te gaan op de specifieke opmerkingen Niet-vertrouwelijk 18/70 en vragen van de CREG in haar Besluit (B)2554 zijn beschikbaar gesteld aan de markt vanaf 20 juli 2023. Met dit voorstel tot wijziging van de T&C BRP wil Elia gevolg geven aan de beslissing (B)2554 van de CREG en voorziet zij een overdracht van de bepalingen betreffende de onbalansprijs van de Balanceringsregels naar de T&Cs BRP (een overeenkomend voorstel tot wijziging van de Balanceringsregels wordt tegelijkertijd geraadpleegd). Bovendien wordt de component alfa, die beschreven staat in de Tarieven voor het behoud en herstel van het individuele evenwicht van de Evenwichtsverantwoordelijken, door Elia overgenomen in de T&Cs BRP. In het kader van de goedkeuringsprocedure van het tariefvoorstel 2024-2027 heeft Elia voor de in extensio beschrijving van de alfa-component na aansluiting tot één van de EU-platformen, voor de beschrijving ervan een algemene zin opgenomen dat een verwijzing inhoudt naar de T&C BRP. Met dit voorstel tot wijziging van de T&C BRP wenst Elia bovendien de voorgestelde evoluties van de berekening van de componenten van de onbalansprijs ter voorbereiding van Elia’s deelname aan de EU-platformen voor de uitwisseling van mFRR- en aFRR-balanceringsenergie te beschrijven. Specifiek heeft Elia voor de berekening van de verschillende componenten van de onbalansprijs in haar voorstel volgende mogelijke situaties voorzien: - Voor de aansluiting aan het Europese aFRR-platform en voor de lokale Go-Live van de wijzigingen in de mFRR dienst ter voorbereiding van de aansluiting aan het Europese mFRR-platform; - Na de aansluiting aan het Europese aFRR-platform maar voor de lokale Go-Live van de wijzigingen in de mFRR dienst ter voorbereiding van de aansluiting aan het Europese mFRR-platform; - Voor de aansluiting aan het Europese aFRR-platform maar na de lokale Go-Live van de wijzigingen in de mFRR dienst ter voorbereiding van de aansluiting aan het Europese mFRR-platform; - Na de aansluiting aan het Europese aFRR-platform en de lokale Go Live van de wijzigingen in de mFRR dienst ter voorbereiding van de aansluiting aan het Europese mFRR-platform. De berekeningswijze van de componenten van de onbalansprijs heeft Elia informeel toegelicht en besproken met de marktpartijen tijdens verschillende vergaderingen van haar interne werkgroep Balancing. Volgens Elia is het voorstel sterk gebaseerd op en coherent met de door Elia voorgestelde wijzigingen aan de Balanceringsregels in het kader van de toekomstige aansluiting aan het Europese aFRR-platform. Dit voorstel tot wijziging van de Balanceringsregels werd door Elia ingediend op 13 mei 2022 en door de CREG, mits opmerkingen waaraan een volgend voorstel van onbalansprijsberekening tegemoet moet komen, goedgekeurd op 19 juli 2022 bij beslissing (B)2433. 44. Gelijktijdig met de openbare raadpleging over het voorstel tot wijziging van de T&Cs BRP heeft Elia ook geraadpleegd over: - De T&C BSP mFRR in het kader van de deelname aan het Europese mFRR-platform en - De Balanceringsregels in het kader van de deelname aan de Europese mFRR- en aFRRplatformen. 45. Elia heeft op het voorstel tot wijziging van de T&C BRP 4 niet-vertrouwelijke reacties ontvangen van:
- a)BOP Niet-vertrouwelijk 19/70
- b)Centrica
- c)FEBEG
- d)FEBELIEC 46. De originele antwoorden zijn opgenomen in het raadplegingsverslag (bijlage 3 van huidige beslissing) en zijn ter beschikking gesteld op de website van Elia. In het raadplegingsverslag zijn de ontvangen reacties samengevoegd en geeft Elia antwoord waarom zij, de tijdens de raadpleging geuite standpunten, al dan niet in overweging heeft kunnen nemen. 47. Rekening houdende met wat voorafgaat, beslist het directiecomité van de CREG, op grond van artikel 23, § 1, van zijn huishoudelijk reglement om, met toepassing van artikel 40, 2°, van zijn huishoudelijk reglement, geen openbare raadpleging te organiseren, gelet op de openbare raadpleging van Elia georganiseerd van 12 juli 2023 tot en met 28 augustus 2023. Deze raadpleging wordt door de CREG als een effectieve openbare raadpleging beschouwd aangezien deze raadpleging op de website van Elia plaatsvond, gemakkelijk toegankelijk was voor de marktpartijen vanuit de startpagina van deze website en voldoende gedocumenteerd was. Bovendien werd er door Elia een mailing gestuurd naar alle op hun website geregistreerde personen. De duur van de raadpleging bedroeg 48 kalenderdagen. Rekening houdend met de aard van de voorgestelde wijzigingen is de CREG van oordeel dat de duur van de raadpleging voldoende lang was. 2.2.2. 48. Bespreking raadplegingsverslag De voornaamste reacties van bovenvermelde marktspelers zijn: 2.2.2.1. BOP: 49. BOP stelt dat de onbalansprijs de markt moet leiden om de onbalansen, die aanwezig zijn in de markt, correct op te lossen. Om aan de onbalansprijs een correcte prikkel te geven, stelt BOP dat de onbalansprijs (
- i)de onbalans van de markt moet weerspiegelen en (
- ii)aan BRPs een signaal moet geven om hierop te reageren en om flexibiliteit te ontwikkelen. Als Elia de onbalans van de markt goedkoper kan oplossen dan BRPs, stelt BOP voor dat Elia deze residuele onbalans zelf moet compenseren in plaats van de BRPs. De CREG stelt vast dat BOP het gebruik in de onbalansprijsberekening van Europese prijssignalen, in de vorm van grensoverschrijdende marginale prijzen gevormd door de Europese-aFRR- en mFRRplatformen, steunt. Inderdaad, enkel de grensoverschrijdende marginale prijzen weerspiegelen de onbalans van de Europees gekoppelde balanceringsmarkt. Daarom is de CREG niet volledig overtuigd over het antwoord van Elia dat haar voorstel van T&C BRP tegemoet zou komen aan de opmerking van BOP. De CREG stelt de vraag of het voorstel tot wijziging van T&C BRP de Europese marktsignalen niet eerder vermindert of verwijdert door een dead band, een cap en floor, en een alfa-component toe te voegen. Elia acht alle voornoemde elementen noodzakelijk voor het nastreven van een correlatie tussen de onbalansprijs en de individuele onbalanssituatie van het LFC Blok van Elia. De vraag kan gesteld worden of deze correlatie, in plaats van het nastreven van een correlatie tussen de onbalansprijs en de grensoverschrijdende dispatching van balanceringsmiddelen via de Europees gekoppelde balanceringsmarkten, al dan niet in lijn ligt met de doelstellingen die de EBGL vooropstelt van zodra Elia aangesloten is op één van de EU-platformen? Niet-vertrouwelijk 20/70 50. BOP stelt verder dat de onbalansprijs weinig volatiel mag zijn en bekritiseert als gevolg de hoge technische prijslimieten die van toepassing zijn op de uitwisseling van balanceringsenergie via de Europese-mFRR- en aFRR-platformen. BOP kan als gevolg, enkel vanuit een theoretisch perspectief, de dead band en cap en floor als maatregel ter mitigatie van de impact van deze prijslimieten steunen. De CREG gaat niet akkoord met de door BOP aangenomen premisse dat de onbalansprijs weinig volatiel mag zijn. Ook gaat de CREG niet akkoord met de mening dat de prijsvolatiliteit een parameter is die gereguleerd moet worden. Prijsvolatiliteit is daarentegen een belangrijk marktresultaat waarop marktdeelnemers kunnen inspelen, om zowel hun eigen baten als die van het totale elektriciteitssysteem te verhogen. Vooreerst verwijst de CREG naar paragraaf 51 van deze beslissing, met betrekking tot hoe deze prijslimieten tot stand gekomen zijn. De CREG verwijst ook naar artikelen 10.1 en 10.3 van de Verordening (EU) 2019/943 dat het niet ingrijpen in de prijsvorming voor balanceringsenergie en onbalans als vereiste vooropstelt (paragraaf 4 van deze beslissing). Ook verwijst de CREG naar de artikelen 3.1
- a)en
- b)van de Verordening (EU) 2019/943 (paragraaf 3 van deze beslissing), die vrije prijsvorming vooropstellen. Verder verwijst de CREG naar de objectieven die de EBGL vooropstelt in artikel 3.1
- b)(paragraaf 5 van deze beslissing). Prijsvolatiliteit na deelname aan het Europese aFRR- en/of mFRR-platform wijst op een nood aan flexibiliteit in het (Europese) elektriciteitssysteem (artikel 3.1, b), EBGL). De prijsvolatiliteit zou de nodige prijssignalen moeten geven die de markt toelaat om te investeren in flexibele middelen daar waar de nood het hoogst is. Door investeringen in flexibele middelen accuraat toe te wijzen in de zones waar de nood aan investeringen het hoogst is, zullen deze investeringen effectief de noden helpen dekken, en zo bijdragen aan de vermindering van deze prijsvolatiliteit. Indien de prijsvolatiliteit wordt gemitigeerd, zal de correlatie tussen investeringen in flexibele middelen en de noden minder of niet effectief zijn. Als gevolg worden de noden minder efficiënt gedekt op lange termijn, waardoor eindconsumenten structureel blootgesteld kunnen worden aan hogere kosten. Het resultaat is dat de efficiëntie van balancering niet verbeterd wordt (artikel 3.1,
- b)van de EBGL) en dat de ontwikkeling van meer flexibele productie en vraag bemoeilijkt wordt (artikel 3,
- c)en
- g)van de Verordening (EU) 2019/943). Markt gedreven prijsvolatiliteit is bijgevolg onmisbaar voor efficiënt functionerende elektriciteitsmarkten; 51. Vanaf een bepaald prijsniveau zijn onbalansprijzen, volgens BOP eerder penaliserend dan prikkelend. BOP vraagt als gevolg om lagere prijsplafonds en hogere prijsvloeren toe te passen. De CREG verwijst naar artikel 10.1 van de Verordening (EU) 2019/943 dat geen maximale noch minimale limieten voor de groothandels-elektriciteitsprijs mogen worden vastgelegd, inclusief voor de onbalans, behalve voor de technische prijsbeperkingen die kunnen worden toegepast in het balanceringstijdsbestek. Overeenkomstig artikel 30, van de EBGL worden deze technische prijsbeperkingen vastgesteld door ACER. De momenteel geldende prijslimieten werden vastgesteld via ACER besluiten 03/2022 van 25 februari 2022. Deze prijslimieten kunnen enkel via een wijziging van deze ACER beslissing, gewijzigd worden. De CREG stelt vast dat Elia in haar antwoord op deze opmerking van BOP in deel E. van het raadplegingsverslag, de dead band rechtvaardigt als een maatregel gericht op het tegengaan van marktresultaten op het Europese aFRR-platform. De CREG verwijst evenwel naar artikel 10.4 en 10.5 van de Verordening (EU) 2019/943 dat de CREG verplicht om passende acties te ondernemen opdat de maatregel dead band geen gevolgen heeft voor het biedingsgedrag of dat de gevolgen van deze maatregel beperkt blijven. Niet-vertrouwelijk 21/70 52. BOP stelt dat de toegang tot de markten voor flexibiliteit cruciaal is. BOP stelt dat de complexiteit dat gepaard gaat met het verkrijgen van toegang tot de markten, beheerd moet worden. Elia antwoordt dat complexiteit inherent is aan de Europese-mFRR- en aFRR-platformen en de ter beschikking gestelde producten. Elia stelt als gevolg dat een impliciete deelname aan de markten het enige antwoord biedt voor BOP. De CREG laat opmerken dat Elia, als lid van ENTSO-E, in de mogelijkheid is om de complexiteit waarnaar ze verwijst, te beheren. De CREG nodigt Elia uit om verbeteringen voor te stellen. De CREG erkent daarnaast de inspanningen die Elia reeds heeft geleverd om de complexiteit te verminderen of te faciliteren. Maar er is nog potentieel om de complexiteit te verlagen. De CREG verwijst onder meer naar paragraaf 42 van beslissing (B)2554 van 17 mei 2023 of naar de nog niet geïmplementeerde resultaten van stimulansen10. Markttoegang is van cruciaal belang. Hiervoor kan verwezen worden naar de doelstellingen a), e),
- f)en
- g)van artikel 3.1 van de EBGL, alsook naar de beginselen
- d)en
- e)van artikel 3.1 van de Verordening (EU) 2019/943, die allen de vergemakkelijking van deelname van diverse middelen en actoren nastreven. 2.2.2.2. FEBELIEC: 53. Febeliec is van mening dat de cap en floor perverse effecten vermijdt bij de vorming van de onbalansprijs en dat de dead band noodzakelijk is om onder- of overreacties van BRPs te vermijden wanneer het LFC Blok van Elia bijna in evenwicht is. De CREG wijst andermaal erop dat de toetreding tot een EU-platform als doelstelling heeft de verbetering van de efficiëntie van balancering en de efficiëntie van de Europese en nationale balanceringsmarkten, in overeenstemming met artikel 3.1
- b)van de EBGL. Als BRPs reageren op een onbalansprijs waardoor ze het Europees elektriciteitssysteem helpen mee in evenwicht te brengen, dan beantwoorden zij aan de doelstelling voorzien in artikel 3.1
- b)van de EBGL, met name de vooropgestelde efficiëntieverbetering. Zulke BRP-reacties moeten dus toegelaten worden. 54. Febeliec stelt ook dat de alfa-component noodzakelijk is om langdurende periodes van hoge onbalansen zonder reacties van BRPs, te ontmoedigen. De CREG verwijst naar haar analyse in deel 3 van deze beslissing, waarin de alfa component getoetst moet worden aan het wetgevend en regelgevend kader. Ten tweede, het vermijden van langdurige periodes van hoge onbalansen is geen doel op zich van de EBGL. De EBGL stelt in artikel 3.1
- b)enkel de doelstelling van een efficiënte balancering voorop. De SOGL stelt bovendien in Titel 3 van Deel IV, als doelstelling voorop dat de FRCE naar nul herleid moet worden. Met andere woorden, als de balancering efficiënt is ten gevolge van een optimale dispatching van eenheden binnen de procesactiveringsstructuur van de TSB, dan hoeft er geen extra prikkel gegeven te worden aan BRPs in de vorm van een alfa-component. Tot slot, de langdurige periodes van hoge onbalansen in het verleden waarnaar Febeliec verwijst, werden enkel geobserveerd in de periode voor de aansluiting tot één van de EU-platformen. Niets zegt dat na aansluiting tot één van de EU-platformen deze lange periodes zich opnieuw gaan 10 Als wijze van voorbeeld bevat de stimulans over de herziening van de baseline, uitgevoerd in de loop van 2021, nog niet geïmplementeerde aanbevelingen die de deelname aan de mFRR- en aFRR-balanceringsenergiemarkten van bestaande en nieuwe middelen moet bevorderen. Ook de stimulans over de aFRR-activatiemethode, uitgevoerd in 2022, versoepelt een vereiste voor de levering van de aFRR-balanceringsdienst waardoor de complexiteit van de dienstverlening vermindert. Niet-vertrouwelijk 22/70 voordoen. Zo is de CREG van oordeel dat een enkelvoudige prijsstelling alle BRPs in de onbalanszone blootstelt aan een onbalansprijs waarop alle BRPs kunnen reageren. Ook is de CREG van oordeel dat de voortdurende Europese integratie van elektriciteitsmarkten en het nastreven van grensoverschrijdende handel tot dicht bij de reële tijd, steeds meer mogelijkheden geeft aan BRPs om hun rol conform artikel 17 van de EBGL efficiënter te vervullen. De CREG is niet volledig overtuigd dat de alfa-component alsdan een noodzakelijke oplossing biedt op het probleem van langdurige periodes van hoge onbalansen in een Europese context. 55. Ook stelt Febeliec dat de dead band, de cap en floor, en de alfa-component essentieel zijn voor een toekomstgerichte wijziging van de T&C BRP. Volgens Febeliec laat dit aan Elia toe om de Belgische perimeter in evenwicht te houden zonder een stijging van de totale systeemkosten en zonder een negatieve impact te hebben op de deelname van marktpartijen aan de balanceringsmarkten. De CREG verwijst hiervoor naar haar analyse in deel 3 van deze beslissing. 2.2.2.3. Centrica: 56. Centrica formuleert vragen voor verduidelijkingen met betrekking tot
- i)het scenario waarbij BRPs de onbalans in het LFC Blok van Elia vergroot op basis van de grensoverschrijdende marginale prijs,
- ii)de definitie van de waarde van vermeden activering, iii) de toepassing van de cap en floor,
- iv)de intentie van Elia om de onbalansprijs gelijk te stellen aan een volume-gewogen gemiddelde van de intradayprijzen die gevormd werden tijdens een tijdsvenster voorafgaand aan de gatesluitingstijd van de intradaymarkt,
- v)begrip van terminologie over redispatching acties en
- vi)verduidelijking over de formule ter berekening van de alfa-component. 57. Centrica stelt ook dat er opportuniteiten zijn voor BSPs om de cap en floor te beïnvloeden en daarom de complexiteit afgewogen moet worden met de effectiviteit. Als gevolg is Centrica van mening dat de berekening van de onbalansprijs eenvoudig gehouden moet worden. Elia concludeert in haar antwoord dat Centrica niet gekant is tegen haar voorstel. De CREG van haar kant observeert in de reactie van Centrica een verzoek om de onbalansprijs te vereenvoudigen, met name met betrekking tot het cap en floor mechanisme, alsook een nood voor een beter begrip van onder andere het mechanisme van de cap en floor. 2.2.2.4. FEBEG: 58. Febeg stelt dat de waarde van energie in reële tijd bepaald moet worden door de prijsvorming op de Europese platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie, te vertalen naar de onbalansprijs, en dit op basis van geharmoniseerde principes. Volgens Febeg moeten TSBs zich onthouden van lokale maatregelen bij de berekening van de onbalansprijs, aangezien deze lokale maatregelen een afwijking veroorzaken ten aanzien van het optimum zoals berekend door de EU-platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie. Febeg is als gevolg van mening om zo snel mogelijk te evolueren naar dit einddoel. 59. Febeg staat niettemin open om tijdelijke maatregelen te aanvaarden op voorwaarde dat dit de koppeling met de EU-platformen faciliteert. Vanaf deelname aan de EU- platformen is Febeg van mening dat, op basis van werkelijke ervaringen, voorzichtige maar pragmatische stappen gezet moeten worden naar een volledig geïntegreerde Europese balanceringsmarkt. 60. Febeg verduidelijkt verder in haar antwoord dat het compromis waarnaar ze verwijst overeenkomt met het gezamenlijk antwoord die Febeliec en Febeg tijdens de openbare raadpleging Niet-vertrouwelijk 23/70 georganiseerd door de CREG gegeven hebben (bijlage 8 van deze beslissing). Febeg expliciteert dat ze nog steeds dit compromis verkiest. 61. Verder formuleert Febeg enkele voorwaarden alvorens zij akkoord kan gaan met de onbalansprijsberekening, zoals voorgesteld door Elia. Febeg eist een engagement van Elia om alternatieve formules te onderzoeken, inclusief een impact op de onbalansprijs en de impact van BRP-reacties. Ook stelt Febeg voorwaarden op over het te volgen proces. Febeg verwacht dat Elia haar engagement voor het uitvoeren van analyses en de door Febeg vermelde voorwaarden integreert in de T&C BRP, of dat de CREG de T&C BRP voorwaardelijk goedkeurt bij gebrek hieraan. 62. Elia concludeert in het raadplegingsverslag dat ze geen tegenkanting van Febeg ziet ten aanzien van haar voorstel tot wijziging van T&C BRP. De CREG daarentegen begrijpt uit het antwoord van Febeg dat de onbalansprijsberekening, zoals voorgesteld door Elia, niet overeenkomt met de onbalansprijsberekening die Febeg steunt, met name een onbalansprijsberekening op basis van de grensoverschrijdende prijzen zonder toepassing van lokale maatregelen. Ook begrijpt de CREG dat Febeg het proces van de herziening van de onbalansprijsberekening richting dit einddoel, namelijk een versoepeling dan wel een stopzetting van de lokale maatregelen, als integraal onderdeel van de T&C BRP aanziet. Febeg verwijst bijkomend naar een door haar eerder geformuleerd compromisvoorstel van 6 februari 2023, hetgeen haar voorkeur wegdraagt in plaats van de onbalansprijsberekening die Elia vandaag voorstelt in haar voorstel tot wijziging van. Uit dit alles begrijpt de CREG dat Febeg slechts voorwaardelijk akkoord kan gaan met het voorstel tot wijziging T&C BRP en dit om redenen dat een snelle toetreding tot de Europese platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie mogelijk wordt, mits de opname van een proces in de T&C BRP die de versoepeling van lokale maatregelen als doel heeft, inclusief voorwaarden met betrekking tot de uit te voeren analyses. De CREG verwijst naar deel 3 van huidige beslissing. 63. Febeg meldt ook dat vooral de lage liquiditeit van de Belgische markt en de lage beschikbaarheid van grensoverschrijdende transportcapaciteit in het balanceringstijdsvenster de aanleiding kunnen zijn voor hoge onbalansprijzen. Febeg vraagt dat Elia mogelijke barrières verwijdert. Febeg meldt ook dat de alfa-component de markt verstoort, waardoor de onbalansprijs geen weerspiegeling meer is van een efficiënte prikkel. Elia antwoordt dat ze niet akkoord gaat met Febeg, verwijzend naar sectie 7.2 van haar verklarende nota. De CREG verwijst naar deel 3 van deze beslissing, en meer bepaald naar haar analyse van de impact van de toepassing van de voorgestelde alfa-component op de objectieven en principes opgenomen in de EBGL. Niet-vertrouwelijk 24/70 3. ANALYSE EN BEOORDELING VOORGESTELDE WIJZIGINGEN 3.1. ALGEMENE VOORAFGAANDE OPMERKINGEN VAN DE 64. Het onderzoek van de wijzigingen zal gebeuren in dezelfde volgorde als de volgorde van de wijzigingen gevolgd door Elia in de T&C BRP. 65. Voor de reactie van de CREG op de opmerkingen gemaakt door de marktspelers verwijst de CREG naar paragrafen 49 tot en met 63 van deze beslissing, en naar wat over dead band, cap en floor en de alfa-component hieronder bijkomend wordt uiteengezet. 66. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van Elia dat de goedgekeurde Nederlandse en Franse versie van de T&C BRP met elkaar overeenstemmen. 67. Tot slot, formuleert de CREG een voorbehoud, met name een goedkeuring van de wijzigingen van de T&C BRP niet betekent dat de CREG afstand doet van haar bevoegdheden voorzien in de artikelen 6.1 en 6.2 van de EBGL. 3.2. BESPREKING 3.2.1. Evaluatieplan 68. In artikel 2 ‘Implementatieplan’ van het voorstel tot wijziging T&C BRP, voegt Elia een punt
(2)toe dat luidt als volgt: “Elia verbindt zich ertoe om in samenwerking met de marktspelers en vóór de eerste EU Go-live (aFRR of mFRR) een evaluatieplan te ontwikkelen voor de regels voor de berekening van de Onevenwichtsprijs (met inbegrip van de evaluatie van alternatieve formules voor deze beschreven in artikel 30). Dit evaluatieplan wordt besproken op de vergaderingen van de Working Group Balancing. Zodra de leden van de Working Group Balancing een evaluatieplan hebben goedgekeurd, wordt het ter goedkeuring naar de CREG gestuurd. De evaluatieperiode gaat in zodra België aansluit op één van de Balancing Platforms.” Hieruit volgt dat Elia zich engageert om een evaluatieplan te ontwikkelen in samenwerking met de marktspelers via de Working Group Balancing om, na goedkeuring hierover te hebben verkregen in de Working Group Balancing, dit evaluatieplan ter goedkeuring voor te leggen aan de CREG. Het aldus door de CREG goedgekeurde evaluatieplan zou in werking treden van zodra Elia deelneemt aan één van de twee Europese platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie (aFRR- of mFRR-uitwisselingen). De opname van een ‘goedkeuring door de CREG’ wijst erop dat Elia van oordeel is dat haar ‘evaluatieplan’ deel uitmaakt van de T&C BRP. Elia laat gelden dat de goedkeuring van het evaluatieplan niet aan een openbare raadpleging vooraf zal worden voorgelegd maar enkel met de marktspelers via de Working Group Balancing zal besproken en goedgekeurd worden om dit vervolgens voor te leggen aan de CREG voor goedkeuring. De CREG kan de voorgestelde werkwijze aanvaarden. Opdat het evaluatieplan door de CREG kan worden goedgekeurd, zal de CREG aan de hand van deze beslissing een verzoek tot wijziging van het voorstel T&C BRP richten tot Elia met toepassing van artikel 6.1, van de EBGL.
- Het doel van het evaluatieplan wordt door Elia beschreven als volgt: Niet-vertrouwelijk 25/70 “Het doel van het evaluatieplan is te beoordelen of bepaalde componenten van het onevenwichtstarief overbodig zijn en dus kunnen weggelaten worden of ze kunnen verbeterd worden, alsook de (eventueel geleidelijke) versoepeling van de overbodige componenten of de verbetering ervan voor te stellen, als dergelijke aanpassingen geschikt en zonder risico voor de veiligheid van het net worden geacht. Deze evaluatie wordt uitgevoerd op basis van een "what if"-analyse.” Het is de CREG niet helemaal duidelijk wat Elia bedoelt met “bepaalde componenten”. Het ACER besluit 18/2020 spreekt over twee types van componenten: “standaardcomponenten” en “additionele componenten”. De CREG vraagt bijgevolg een verduidelijking van de perimeter van het evaluatieplan, met name dat duidelijk vooraf vastgesteld wordt welke componenten van de onbalansprijsberekening geëvalueerd zullen worden en om welke redenen.
- Aan de hand van een evaluatieplan wenst Elia te evalueren, te beoordelen of bepaalde componenten van de onbalansprijsberekening ‘overbodig zijn’ en dus weggelaten of verbeterd kunnen worden, ‘alsook de (eventueel geleidelijke) versoepeling van de overbodige componenten’ of de verbetering ervan voor te stellen, als dergelijke aanpassingen geschikt en zonder risico zijn voor de veiligheid van het net. Er wordt voorgesteld om de beoordeling uit te voeren op basis van een "what if"-analyse. Vooreerst stelt de CREG vast dat Elia de optie uitsluit om de beoordeling uit te voeren op basis van werkelijke, geobserveerde gegevens na het uitvoeren van een stapsgewijze, geleidelijke versoepeling, zoals de CREG gevraagd heeft in haar beslissing (B)
- In dat opzicht vraagt de CREG aan Elia om met de marktspelers tijdens de bespreking en de goedkeuring van het evaluatieplan in de Working Group Balancing, op een transparante wijze te verantwoorden waarom een “what if” analyse beter zou zijn dan op basis van werkelijk opgedane ervaringen, gelet op
(1)de reacties van FEBEG en Febeliec die vragen om een evaluatieproces op te nemen in de T&C BRP op basis van werkelijke opgedane ervaringen (bijlage 8.a van deze beslissing)11 en
(2)de reactie van Elia zelf naar aanleiding van de openbare raadpleging georganiseerd door de CREG betreffende haar beslissing tot herziening van de T&C BRP (bijlage 8.b, van deze beslissing)12. Verder, stelt de CREG vast dat de bedoeling van de beoordeling is om uit te maken of bepaalde componenten van de onbalansprijsberekening als overbodig kunnen worden beschouwd en dus ofwel weggelaten kunnen worden, ofwel verbeterd kunnen worden, ofwel versoepeld kunnen worden. Dienaangaande verwijst de CREG naar artikel 3.h, van de Verordening (EU)2019/943 dat vooropstelt dat belemmeringen voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen tussen biedzones of lidstaten en grensoverschrijdende transacties op elektriciteitsmarkten en aanverwante dienstenmarkten geleidelijk weggenomen moeten worden. 11 Stap 2 van de voorgestelde aanpak van Febeg en Febeliec, zoals geformuleerd in de voorlaatste paragraaf op pagina 3 van hun gezamenlijke reactie op de openbare raadpleging van de ontwerpbeslissing (B)2947, pleit voor testperiodes (vet aangebracht door de CREG): “The test has as objective to evaluate the behaviour of the BRPs in a context of gradually releasing the cap and floor, e.g. cap and floor are applicable as of system imbalance of X MW, Y MW and Z MW”. [online: https://www.febeliec.be/data/1675759059FEBEG%20%20FEBELIEC%20joined%20comments%20on%20the%20TandC%20BRP%20DL_20230206.pdf] 12 Zie onder meer deel 4.2 van het raadplegingsverslag over de wijziging van de alfa-component waar Elia stelt dat de geïsoleerde impact van enkel en alleen een alfa-component op de reacties van BRPs zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is (bijlage 8.b van deze beslissing). Zie onder meer de derde paragraaf op pagina 15 van haar antwoord op de openbare raadpleging, georganiseerd door de CREG over ontwerpbeslissing (B)2947.: “[…] further evolutions could be assessed periodically upon real-life experience and feedback, considering the market functioning, economics of the tariff as well as the system security aspects” (bijlage 8 van deze beslissing). Niet-vertrouwelijk 26/70 Om dit te kunnen beoordelen, acht de CREG het noodzakelijk dat Elia de nodige criteria uitwerkt in haar evaluatieplan opdat zo’n beoordeling op een adequate manier gemaakt kan worden. Tot slot, stelt Elia dat een weglating, verbetering of versoepeling van bepaalde componenten van de onbalansprijsberekening slechts doorgevoerd kan worden wanneer uit de beoordeling volgt dat dit geschikt is en zonder risico is voor de veiligheid van het net. De CREG vraagt een verduidelijking in het evaluatieplan van wat Elia bedoeld met ‘geschikt is’ gelet op artikel 5.5, van de EBGL dat vereist dat in de T&C BRP een beschrijving moet worden opgenomen van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van de EBGL. Met andere woorden, na iedere periode van evaluatie, waarvan de duurtijd door Elia wordt voorgesteld in het evaluatieplan, zal Elia, zowel in geval van weglating, verbetering of versoepeling, een beschrijving in de T&C BRP moeten opnemen wat het verwachte effect hiervan zal zijn op de doelstellingen van de EBGL. De CREG wenst hieraan toe te voegen dat deze beoordeling ook dient te gebeuren indien Elia, na een periode van evaluatie, van oordeel zou zijn dat er geen wijziging van bepaalde componenten van de onbalansprijsberekening zich opdringen. De CREG wenst ook van Elia te vernemen wat verstaan wordt onder ‘veiligheid van het net’ en dus de geografische scope van het net te identificeren zodat het voor iedereen klaar en duidelijk is, rekening houdende met het wettelijk kader. Ook wenst de CREG van Elia te vernemen wat verstaan wordt onder ‘zonder risico voor de veiligheid van het net’. Perfecte vooruitziendheid is in principe geen eigenschap van ‘what if’-analyses. Er zal dus altijd een risico blijven bestaan, ongeacht of de componenten weggelaten, verbeterd of versoepeld zouden worden. De CREG verwijst naar de terminologie die gebruikt werd ter beschrijving van de evaluatie in het kader van het versoepelingsproces zoals opgenomen in punt
(3)en volgende van artikel 2 (‘Implementatieplan’) van het voorstel tot wijziging van de T&C BRP. Deze evaluatie had als doel ‘significant negatieve effecten voor de veiligheid van het net’ te beoordelen. Als gevolg vraagt de CREG zich af waarom geen zelfde bewoording gebruikt wordt in punt
(2)van artikel 2 van het voorstel tot wijziging van de T&C BRP. Tot slot, acht de CREG het ook noodzakelijk dat in het evaluatieplan een monitoringsproces wordt opgenomen waarbij op geregelde tijdstippen de resultaten en de volgende stap (geen wijziging, weglating, versoepeling of verbetering van bepaalde componenten van de onbalansprijsberekening) besproken wordt met de CREG om vervolgens al dan niet een voorstel tot wijziging van T&C BRP bij de CREG in te dienen voor goedkeuring. 71. Elia, roept voor iedere component een aantal voordelen in waaruit zij concludeert dat bijgevolg deze componenten voor de onbalansprijsberekening behouden moeten blijven na aansluiting op één van de EU-platformen (voor dead band zie paragraaf 96 van deze beslissing, voor de cap & floor zie paragrafen 117 en 118 van deze beslissing en voor de alfa-component zie paragrafen 144 en 145 van deze beslissing). De CREG laat gelden dat er op moment van schrijven van huidige beslissing al zeven TSBs verspreid over vier EU-landen deelnemen aan het Europese aFRR-platform, namelijk Duitsland, Oostenrijk, Italië en Tsjechië. Hiervan nemen zes TSBs verspreid over Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië deel aan het Europese mFRR-platform. De CREG heeft de onbalansprijsberekeningen van deze TSBs geanalyseerd. Ten eerste, stelt de CREG vast dat geen enkele TSB voor de onbalansprijsberekeningen het concept van een dead band toepast. Alle onbalansprijsberekeningen garanderen dat de onbalansprijs voldoet aan de grensvoorwaarden krachtens artikelen 55.4 en 55.5 van de EBGL. Ten tweede, stelt de CREG vast dat geen enkele TSB voor de onbalansprijsberekeningen het concept van cap en floor toepast. Algemeen gezien houden andere landen rekening met de richting waarin Niet-vertrouwelijk 27/70 balanceringsenergie geactiveerd wordt: indien de systeemonbalans negatief (positief) is, houden andere landen enkel rekening met de volumes en prijzen voor positief (negatief) geactiveerde balanceringsenergie. De CREG merkt op dat deze aanpak de blootstelling aan de door Elia geviseerde risico’s niet vermijdt, omdat de prijzen aldaar grensoverschrijdend gevormd worden. Ten derde, stelt de CREG vast dat Italië geen gebruik maakt van een additionele component. De buurlanden van België met name Nederland maakt momenteel ook geen gebruik van een additionele component. De CREG stelt ook een grote diversiteit vast bij de toepassing van additionele componenten. In Oostenrijk en Duitsland wordt een schaarstecomponent toegepast enkel wanneer de marge tussen de aangeboden (FRR-) middelen en gebruikte (FRR-)middelen, klein wordt. Conclusie: 72. Met toepassing van artikel 6.1, van de EBGL richt de CREG tot Elia een verzoek om een gewijzigd voorstel T&C BRP in te dienen betreffende artikel 2.2, ‘Implementatieplan’ dat rekening houdt met wat is uiteengezet in de paragrafen 68 tot en met 71, van deze beslissing. 3.2.2. Artikel 1 Definities: 73. In de T&Cs BRP worden een aantal definities en afkortingen van termen toegevoegd. Daarnaast worden een aantal definities gewijzigd om deze te verduidelijken. 74. De CREG heeft hierop volgende opmerkingen: - Elia voegt de term “aFRR Marginale Prijs” toe en neemt in de term de berekeningswijze van deze prijs op. De CREG is van oordeel dat een berekeningswijze niet thuishoort in een definitie. Daarnaast is deze berekeningswijze reeds opgenomen in de T&C BSP aFRR, waar ze ook thuishoort. Een loutere verwijzing in de definitie “aFRR Marginale Prijs” naar de T&C BSP aFRR, volstaat bijgevolg. Op die manier worden inconsistenties tussen beide documenten vermeden mocht in de toekomst de berekeningswijze in het kader van de T&C BSP aFRR gewijzigd worden; - Elia voegt de term “Local Merit Order List” of “LMOL” toe en definieert de term als een lijst van balanceringsenergiebiedingen die beschikbaar zijn in het LFC Blok van Elia. De CREG merkt op dat “beschikbaar zijn” terminologie is die gebruikt wordt in artikel 29.1 van de EBGL zijnde balanceringsenergiebiedingen, die niet beschikbaar zijn voor de selectie door de Europese aFRR- of mFRR-platformen wegens interne congesties. Om verwarring te vermijden is de CREG van oordeel dat Elia de definitie moet aanpassen in de zin dat met de lijst van balanceringsenergiebiedingen bedoeld wordt, de lijst van alle balanceringsenergiebiedingen die ingediend worden door BSPs bij Elia, gesorteerd in volgorde van biedprijzen; - Elia voegt de term “mFRR Marginal Price” toe en neemt in de term de berekeningswijze van deze prijs op. De CREG is van oordeel dat dezelfde opmerkingen gelden zoals uiteengezet voor de term “aFRR Marginale Prijs” en vraagt Elia bijgevolg de definitie aan te passen.; - Elia voegt de term “Systeemonbalans” toe en definieert de term als “het systeemonevenwicht in het Belgische LFC Blok”. Niet-vertrouwelijk 28/70 Verwijzend naar artikel 8 van het ACER besluit 18/2020 dat de voorwaarden met betrekking tot de berekening van de systeemonbalans oplegt, is de term “systeemonbalans” binnen de context van de onbalansprijsberekening van toepassing op een individuele onbalansprijszone. De aflijning van een onbalansprijszone kan verschillen met die van een LFC Blok. Bijgevolg wordt Elia gevraagd om de term te verduidelijken, met name dat het gaat om de onbalansprijszone van Elia zoals gedefinieerd in artikel 13 van de T&C BRP. - Elia voegt de definitie “Tarieven” toe. In de definitie verwijst de Elia naar een andere beslissing van de CREG over het Tariefvoorstel 2024-2027. De CREG verwijst vooreerst naar de paragrafen 26 en 27 van deze beslissing. Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de CREG om aan Elia te vragen dat alle componenten van de onbalansprijsberekening (standaard en additionele) uitsluitend en in extensio beschreven worden in de T&Cs BRP. Dit betekent dat wanneer in artikel 1, van het voorstel van de T&C BRP verwezen wordt naar de Tarieven om de beschrijving van principes en/of om de berekeningswijze van de onbalansprijs te kennen, dit niet beantwoordt aan voormelde vraag van de CREG. Deze vraag werd door de CREG reeds in meerdere beslissingen gesteld. Bijgevolg wordt Elia uitgenodigd om artikel 1 in lijn te brengen met bovenstaand oordeel. De CREG is immers van oordeel dat de onbalansverrekening, inclusief de berekening van de onbalansprijs, integraal opgenomen moet worden in de T&C BRP. De CREG is daarbij van oordeel dat artikel 4 (“Aanvullende interpretatieregels”) aangepast moet worden: de T&C BRP krijgt immers voorrang op de Tarieven in geval van interpretatieconflicten of afwijkingen. Conclusie 75. De CREG keurt de voorgestelde wijzigingen in de definities T&C BRP goed, met dien verstande dat bij een eerstkomend voorstel tot wijziging van de T&C BRP, Elia de opmerkingen van de CREG geformuleerd in paragraaf 74 van huidige beslissing verwerkt in haar voorstel, zoniet rechtvaardigt waarom Elia geen gevolg kan geven aan de door de CREG gemaakte opmerkingen. 3.2.3. Artikel 29 Tarieven en facturering: 3.2.3.1. Voorstel Elia 76. Elia verduidelijkt in artikel 29.2 van de T&Cs BRP dat twee tarieven van toepassing zijn op BRPs, zijnde enerzijds het tarief voor het behouden en herstellen van het individuele evenwicht van de BRP of anders gezegd de onbalansprijs en anderzijds het tarief voor externe inconsistenties. Artikel 29.2.1 beschrijft de onbalansprijs waarvan de berekeningswijze is opgenomen in artikel 30 van de T&Cs BRP. Artikel 29.2.2 beschrijft het tarief voor externe inconsistentie, waarvan de berekeningswijze is opgenomen in het tariefvoorstel. Artikel 29.3 verduidelijkt dat op voormelde tarieven BTW verschuldigd is en dat deze tarieven, inclusief de BTW betaald worden door de BRP. Niet-vertrouwelijk 29/70 3.2.3.2. Repliek van de CREG 77. De CREG is van oordeel dat in de beschrijving van de onbalansprijs (artikel 29.2.1, van het voorstel van T&C BRP), onvoldoende de verantwoordelijkheid van de BRP benadrukt wordt, zoals bedoeld in artikel 17 van de EBGL. Een BRP moet krachtens artikel 17 van de EBGL steeds ernaar streven om, in reële tijd, gebalanceerd te zijn of het elektriciteitssysteem te helpen balanceren. Met “het elektriciteitssysteem” wordt in de EBGL bedoeld het “Europees elektriciteitssysteem”, en dit als gevolg van de integratie van nationale balanceringsmarkten naar een Europees-gekoppelde balanceringsmarkt. Aldus dient Elia de context waarbinnen het “tarief voor het behoud en herstel van het individuele evenwicht van balanceringsverantwoordelijken” van toepassing is in lijn te brengen met de verantwoordelijkheid van de BRP om het totale (Europese) elektriciteitssysteem te helpen balanceren. Indien de wetgever deze verplichting beperkt zou hebben willen zien tot de individuele onbalanszone, zou de wetgever de terminologie “onbalanszone” gebruikt hebben in artikel 17 van de EBGL in plaats van de algemene term “elektriciteitssysteem”. Tot slot, laat de CREG opmerken dat de financiële stromen bedoeld in paragraaf 76 van huidige beslissing niet noodzakelijk steeds een betaling inhouden door de BRP. De onbalansprijs kan ook leiden tot inkomsten voor de BRP, conform Tabel 2 van de EBGL. Dit heeft voor gevolg dat Elia in dat geval ook BTW zal moeten betalen aan de BRP. Artikel 29.3, van de T&Cs BRP wordt dan ook best verduidelijkt in die zin. Conclusie 78. Met toepassing van artikel 6.1, van de EBGL richt de CREG tot Elia een verzoek om een gewijzigd voorstel T&C BRP in te dienen betreffende artikel 29.2.1 en 29.3 dat rekening houdt met wat is uiteengezet in paragraaf 77 van huidige beslissing. 3.2.4. Artikel 30 Regels betreffende de onbalansprijsberekening 3.2.4.1. Artikel 30.1: Algemeen 3.2.4.1.1. Voorstel Elia 79. Artikel 30.1 beschrijft in het algemeen uit welke componenten de berekeningswijze van de onbalansprijs bestaat. Elia stelt uitdrukkelijk dat deze elementen (componenten) in overeenstemming zijn met de EBGL en de methodologieën die daaruit voortvloeien, evenals de Belgische wetgeving en de methodologieën die daaruit voortkomen. De componenten zijn tweeërlei: de standaardcomponenten en een additionele component. 80. Betreffende de standaardcomponenten maakt Elia deze afhankelijk van de richting van de Systeemonbalans. - Indien de Systeemonbalans negatief of nul is, is de MIP de standaardcomponent; - Indien de Systeemonbalans strikt positief is, is de MDP de standaardcomponent. 81. Verder stelt Elia voor dat de MIP en de MDP worden berekend volgens de principes beschreven in de Tarieven en in de artikelen 30.2, 30.3, 30.4 en 30.5, van de T&Cs BRP. 82. Tot slot, stel Elia dat de berekening van de additionele component gebeurt volgens de principes beschreven in de Tarieven en overeenkomstig artikel 30.6, van de T&Cs BRP. Dit voorstel Niet-vertrouwelijk 30/70 van additionele component of “alfa-component” of “α” wordt opgeteld bij de MIP in het geval van een negatieve systeemonbalans of nul, en afgetrokken van de MDP in het geval van een strikt negatieve systeemonbalans, om alzo de onbalansprijs te vormen. 3.2.4.1.2. Repliek van de CREG 83. De CREG verwijst vooreerst naar de paragrafen 26 en 27 van deze beslissing. Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de CREG om aan Elia te vragen dat alle componenten (standaard en additionele) uitsluitend en in extensio beschreven worden in de T&Cs BRP. Dit betekent dat wanneer in artikel 30.1, van het voorstel van de T&C BRP verwezen wordt naar de Tarieven om de beschrijving van principes en/of om de berekeningswijze van de standaard- en/of additionele componenten te kennen, dit niet beantwoordt aan voormelde vraag van de CREG. Deze vraag werd door de CREG reeds in meerdere beslissingen gesteld. De CREG stelt vast dat in het Tariefvoorstel 2024-2027 na toetreding tot één van de EU-platformen de verwijzing naar de T&C BRP is opgenomen voor de onbalansprijsberekening. Bijgevolg wordt Elia uitgenodigd om artikel 30.1 in lijn te brengen met het goedgekeurd Tariefvoorstel 2024-2027 84. Verder stelt de CREG een fout vast in de voorlaatste alinea van artikel 30.1 van de Franstalige versie van de T&C BRP. De woorden ‘strikt negatief’ moet ‘strikt positief’ zijn. Conclusie: 85. Gelet op wat voorafgaat verzoekt de CREG Elia om met toepassing van artikel 6.1, van de EBGL een gewijzigd voorstel bij de CREG in te dienen dat rekening houdt met de opmerkingen geformuleerd in de paragrafen 83 en 84 van huidige beslissing. 3.2.4.2. Artikel 30.2: berekening van de MIP en MDP voor de aFRR EU Go-Live en voor de mFRR Technische Go-Live 3.2.4.2.1. Voorstel van Elia 86. In artikel 30.2.1 en 30.2.2, van de T&Cs BRP wordt respectievelijk de berekeningswijze van de MIP en de MDP opgenomen voor aansluiting op één van de EU-platformen. Elia stelt dat betreffende de MIP en de MDP dezelfde onbalansprijsberekening in de T&Cs BRP is opgenomen als hetgeen vandaag reeds wordt toegepast via de balanceringsregels. Dit houdt concreet in dat: A. Bij een negatieve Systeemonbalans de onbalansprijs gelijk is aan het maximum tussen: (
- i)het gewogen gemiddelde van de positieve aFRR-vragen en aFRR-prijzen, (
- ii)de hoogste biedprijs van de geselecteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen in opwaartse richting en (iii) de prijs om mFRR te activeren via contracten voor het delen van reserves. Indien er geen positieve aFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, is element (
- i)gelijk aan de laagste biedprijs van aFRR-balanceringsenergie in de positieve richting. Indien er geen positieve mFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, wordt element (
- ii)niet mee in rekening genomen voor de onbalansprijsberekening. Niet-vertrouwelijk 31/70 Indien er geen positieve activatie was van mFRR via contracten voor het delen van reserves, vervalt ook element (iii). B. Bij een positieve Systeemonbalans de onbalansprijs gelijk is aan het minimum tussen: (
- i)het gewogen gemiddelde van de negatieve aFRR-vragen en aFRR-prijzen, (
- ii)de laagste biedprijs van de geselecteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen in neerwaartse richting en (iii) de prijs om mFRR te activeren via contracten voor het delen van reserves. Indien er geen negatieve aFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, is element (
- i)gelijk aan de hoogste biedprijs van aFRR-balanceringsenergie in de negatieve richting. Indien er geen negatieve mFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, wordt element (
- ii)niet mee in rekening gebracht bij de onbalansprijsberekening. Indien er geen negatieve activatie was van mFRR via contracten voor het delen van reserves, vervalt ook element (iii). 3.2.4.2.2. Repliek van de CREG 87. De CREG stelt vast dat het compenseren van de onbalans in het LFC Blok van Elia door middel van onbalansnettinguitwisselingen geen aanleiding geeft tot een onbalansprijsprikkel die BRPs moet aanzetten om de onbalans in het LFC Blok van Elia te verminderen. Zo lang er geen vraag is naar aFRR- en/of mFRR-balanceringsenergie wordt de onbalansprijs volgens deze berekening gezet door de laagste prijsprikkel op basis van de aFRR-biedcurve. De mFRRbiedcurve heeft in dit geval geen invloed op de bepaling van de onbalansprijs. Het objectief van efficiënte balancering in artikel 3.1(
- b)van de EBGL rechtvaardigt het zo min mogelijk geven van prijsprikkels in geval een onbalans in een onbalanszone gecompenseerd wordt door onbalansnettinguitwisselingen. De onbalans in de onbalanszone helpt om onbalansen met tegengestelde richting in andere onbalanszones te dekken, en vermijdt op deze manier de activering van balanceringsenergiebiedingen. Een prikkel met als doel om de “helpende” onbalans te verminderen, vermindert ook de onbalansnettinguitwisselingen en verergert daarmee de onbalans van het totale (Europese) elektriciteitssysteem. Om het totale (Europese) elektriciteitssysteem opnieuw in evenwicht te brengen moeten TSBs van andere onbalanszones op hun beurt balanceringsenergiemiddelen activeren, wat kosten met zich meebrengt. De afwezigheid van prikkels in de onbalansprijsberekening, met als doel de onbalanszone in evenwicht te brengen wanneer deze onbalanszone bijdraagt aan onbalansnettinguitwisselingen, streeft bijgevolg een efficiënte balancering na. Het voorstel van onbalansprijsberekening alvorens deelname aan minstens één van de Europese platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie, geeft voorrang aan het in efficiënt balanceren, via onbalansnetting, van het totale (Europese) elektriciteitssysteem dan het in evenwicht brengen van de individuele onbalanszone. De CREG acht als gevolg dat dit voorstel van onbalansprijsberekening aan BRPs toelaat om hun rol conform artikel 17.1 van de EBGL, na te leven. Conclusie 88. De CREG keurt de voorgestelde wijzigingen in artikel 30.2 van de T&C BRP goed. Niet-vertrouwelijk 32/70 3.2.4.3. Artikel 30.3: berekening van de MIP en MDP na de aFRR EU Go-Live en voor de mFRR Technische Go-Live 3.2.4.3.1. Voorstel van Elia 89. Na aansluiting tot één van de EU-platformen stelt Elia bij een negatieve Systeemonbalans voor om de onbalansprijs te laten afhangen van de waarde van de Systeemonbalans. Indien de Systeemonbalans hoger is dan -25 MW (i.e. tussen -25 MW en 0 MW, ook als dead band benoemd), stelt Elia voor dat de MIP gelijk is aan het gemiddelde van: (
- i)De laagste biedprijs over alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in positieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs en (
- ii)De hoogste biedprijs van alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in negatieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs. 90. Voor elke andere waarde van de Systeemonbalans, stelt Elia voor dat de MIP gelijk is aan het maximum tussen: (
- i)Het gewogen gemiddelde van alle positieve en negatieve aFRR-vragen van Elia die geselecteerd werden door het Europese aFRR-platform en de op het Europese aFRRplatform gevormde aFRR-prijzen; (
- ii)De hoogste biedprijs van de geselecteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen in opwaartse richting, (iii) De prijs om positieve mFRR te activeren via contracten voor het delen van reserves, en (
- iv)Een maatregel ter beperking van de onbalansprijs. 91. De maatregel ter beperking van de onbalansprijs (ook als cap en floor benoemd) is gelijk aan het maximum tussen: (
- i)De laagste biedprijs over alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in positieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs en (
- ii)De hoogste biedprijs van alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in negatieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs. Indien Elia de connectie met het Europese aFRR-platform verliest, zal het element (
- i)beschreven in paragraaf 90(
- i)van deze beslissing vervangen worden door het gewogen gemiddelde van de positieve controlesignalen ter activatie van aFRR en de aFRR-prijzen, (hierna: “element (ia)”). Tijdens de onbalansverrekeningsperiode waarbinnen Elia de connectie met het Europese aFRRplatform verliest, zal een gewogen gemiddelde genomen worden tussen elementen (
- i)beschreven in paragraaf 90(
- i)van deze beslissing en het element (ia), beschreven hierboven. Indien noch element (
- i)beschreven in paragraaf 90(
- i)van deze beslissing noch element (ia), beschreven hierboven berekend kan worden, stelt Elia voor om element (
- iv)beschreven in paragraaf 90(
- iv)van deze beslissing te gebruiken als vervanging. Indien er geen positieve mFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, wordt element (
- ii)beschreven in paragraaf 90(
- ii)van deze beslissing niet mee in rekening gebracht bij de onbalansprijsberekening. Niet-vertrouwelijk 33/70 Indien er geen positieve activatie was van mFRR via contracten voor het delen van reserves, vervalt ook element (iii) zoals beschreven in paragraaf 90(iii) van deze beslissing. 92. Ook bij positieve Systeemonbalans stelt Elia voor om de onbalansprijs te laten afhangen van de waarde van de Systeemonbalans. Indien de Systeemonbalans lager is dan 25 MW (i.e. tussen 0 MW en 25 MW, ook als dead band benoemd), stelt Elia voor dat de MDP gelijk is aan het gemiddelde van: (
- i)De laagste biedprijs over alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in positieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs en (
- ii)De hoogste biedprijs van alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in negatieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs. 93. Voor elke andere waarde van de Systeemonbalans (noch negatief, noch positief), stelt Elia voor dat de MDP gelijk is aan het minimum tussen: (
- i)Het gewogen gemiddelde van alle positieve en negatieve aFRR-vragen van Elia die geselecteerd werden door het Europese aFRR-platform, en de op het Europese aFRRplatform gevormde prijzen, (
- ii)De laagste biedprijs van de geselecteerde mFRR-balanceringsenergiebiedingen in neerwaartse richting, (iii) De prijs om negatieve mFRR te activeren via contracten voor het delen van reserves, en (
- iv)Een maatregel ter beperking van de onbalansprijs. 94. De maatregel ter beperking van de onbalansprijs (ook als cap en floor benoemd) is gelijk aan het minimum tussen: (
- i)De laagste biedprijs over alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in positieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs en (
- ii)De hoogste biedprijs van alle aFRR- en mFRR-balanceringsenergiebiedingen in negatieve richting, die Elia ontvangen heeft van BSPs. Indien Elia de connectie met het Europese aFRR-platform verliest, zal element (
- i)beschreven in paragraaf 93(
- i)van deze beslissing vervangen worden door het gewogen gemiddelde van de negatieve controlesignalen ter activatie van aFRR en de aFRR-prijzen, (hierna: element (ia)). Tijdens de onbalansverrekeningsperiode waarbinnen Elia de connectie met het Europese aFRRplatform verliest, zal een gewogen gemiddelde genomen worden tussen elementen (
- i)beschreven in paragraaf 93(
- i)van deze beslissing en (
- ia)beschreven hierboven. Indien noch element (
- i)beschreven in paragraaf 93(
- i)van deze beslissing noch element (ia), beschreven hierboven berekend kan worden, stelt Elia voor om element (
- iv)beschreven in paragraaf 93(
- iv)van deze beslissing te gebruiken als vervanging. Indien er geen negatieve mFRR-vraag was gedurende de hele onbalansverrekeningsperiode, wordt element (ii), beschreven in paragraaf 93(
- ii)van deze beslissing niet mee in rekening gebracht bij de onbalansprijsberekening. Indien er geen negatieve activatie was van mFRR via contracten voor het delen van reserves, vervalt ook element (iii) beschreven in paragraaf 93(iii) van deze beslissing. Niet-vertrouwelijk 34/70 3.2.4.3.2. Repliek van de CREG op het voorstel van Elia betreffende de dead band: Verwachte effect op de doelstellingen van de Verordening 95. De CREG leest in artikel 3 ‘Verwachte effect op de doelstellingen van de Verordening’ van de T&C BRP: “(
- e)aangezien de onevenwichtsprijscomponenten met de toepassing van een “dead band” tot doel hebben extreme Onevenwichtsprijzen te vermijden en de volatiliteit in de Onevenwichtsprijzen voor kleine waarden van Systeemonevenwichten in de Belgische regelzone te vermijden, vermindert dit de toetredingsdrempels voor hernieuwbare energiebronnen overeenkomstig Artikel 3
(1)(
- g)van deze Verordening. (
- f)aangezien de waarde van de Onevenwichtsprijs binnen de “dead band” gebaseerd is op het concept van de “waarde van vermeden activering”(VoAA), waarvan kan worden aangenomen dat het een redelijke benadering is van het marktevenwicht dat wordt bereikt aan het einde van het intraday tijdskader, en aangezien dit laatste een anticipatie door de BRP’s vertegenwoordigt van de waarde van energie in real time, zorgt de “deadband” ervoor dat wanneer het systeem (bijna) in evenwicht is en er dus geen significante afwijking is van het laatste intraday marktevenwicht, de Onevenwichtsprijs de realtime waarde van energie weergeeft zoals vermeld in Artikel 44
(1)(
- b)van deze Verordening.” De CREG leest verder in de verklarende nota van Elia (bijlage 2 van deze beslissing) dat de dead band als doel heeft om de onbalansprijs te stabiliseren wanneer het Belgische systeem in evenwicht is. Elia is van mening dat wanneer het Belgisch systeem in evenwicht is de BRPs niet moeten reageren op een onbalansprijs afkomstig van een EU-platform. Of anders gezegd, met de toepassing van de dead band wil Elia de uitkomst van de grensoverschrijdende marginale prijzen, gevormd op het Europese aFRR- en mFRR-platform, tegengaan door een minimale prikkel te geven aan de BRPs, teneinde het Belgische systeem in evenwicht te houden, ongeacht de toestand van het (Europees) elektriciteitssysteem. 96. Volgens Elia presenteert de “dead band” daarom meerdere voordelen, met name: (
- i)Het vermijdt dat BRPs gestraft zouden worden met een onbalansprijs wanneer zij het Belgische elektriciteitssysteem goed zouden helpen te balanceren; (
- ii)Het schakelt impliciete reacties uit (door een prijssignaal te gebruiken dat BRPs niet aanmoedigt om af te wijken van hun programma, bijvoorbeeld van het evenwicht vastgesteld in de intraday-market) wanneer het Belgisch Systeemonbalans voldoende klein is om als gebalanceerd te worden beschouwd; (iii) Het stabiliseert het prijssignaal wanneer het systeem bijna in evenwicht is. Het verwachte prijssignaal zou anders kunnen schommelen tussen potentieel extreem verschillende waarden veroorzaakt door de kunstmatige discontinuïteit tussen de MIP-waarde (met behulp van een “maximum”-functie) en de MDP-waarde (met behulp van een “minimum”functie). Een dead band tussen de waarden van MIP en MDP faciliteert de voorspelbaarheid en effectiviteit van de onbalansprijs; (
- iv)Het vermindert het risico op belangrijke systeemonbalans schommelingen die anders zouden kunnen optreden, te wijten door een overreactie van BRP’s op potentieel extreme prijssignalen terwijl het systeem op het punt staat in evenwichtig te zijn; (
- v)Het vermijdt het optreden van extreme onbalansprijzen wanneer er grote afwijkingen zijn in de voorspellingen van hernieuwbare energiebronnen in de regio, die dankzij een reactief evenwicht in België toch weer voldoende in evenwicht zijn gebracht. Het vermijden van extreme onbalansprijzen wanneer het Belgische systeem in evenwicht is, vermindert de toegangsbarrières voor producenten van hernieuwbare energiebronnen, die doorgaans Niet-vertrouwelijk 35/70 voorspellingsfouten in dezelfde richting hebben dan als de totale onbalans in het gebied zonder congestie. Toetsing voorstel aan de objectieven van de EBGL en de Verordening (EU) 2019/943 Algemeen 97. De CREG is er niet van overtuigd dat de argumentatie betreffende de dead band dat Elia uiteenzet in de verklarende nota (bijlage 2, van huidige beslissing) in lijn is met de doelstellingen zoals bedoeld in artikel 3 van de EBGL. Daarnaast is het evenmin duidelijk dat de dead band voldoet aan de onbalansverrekeningsbeginselen opgenomen in artikel 44 van de EBGL (paragraaf 14 van huidige beslissing), dat de dat de algemene principes beschrijft waaraan de verrekeningsprocessen moeten voldoen, inclusief de onbalansprijsverrekening en dit van zodra Elia is toegetreden tot de EUplatformen. Tot slot, is de CREG evenmin ervan overtuigd dat de dead band voldoet aan de grensvoorwaarden dat artikel 55 van de EBGL oplegt voor de berekening van de onbalansprijs. 98. De EBGL vormt de basis voor de inwerkingtreding van de EU-platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie. Deze platformen genereren een grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijs conform artikel 30 van de EBGL en conform de regels vastgesteld in ACER besluit 01/2020. In het ACER besluit 01/2020 wordt een de methodologie vastgesteld voor de vorming van de grensoverschrijdende prijzen voor balanceringsenergie die het resultaat is van de gecoördineerde activering en uitwisselingen van balanceringsenergie in het Europese elektriciteitssysteem weerspiegelen. Verder bepaalt het ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020 in artikel 9 van bijlage 1 dat, aan de hand van deze grensoverschrijdende balanceringsenergieprijzen, zowel de grensvoorwaarden opgenomen in artikel 55 van de EBGL als de standaardcomponenten van de onbalansprijs berekend moeten worden. Aangezien het ACER besluit 18/2020 van 15 juli 2020 de belangrijkste componenten ter berekening van de onbalansprijs vastlegt, conform artikel 52.2 van de EBGL, en daarnaast stelt dat de onbalansprijs conform artikel 44.1
- b)van de EBGL een weergave moet vormen van de real-time energiewaarde, houdt het ACER besluit een algemene aanvaarding in dat de grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen de waarde van energie in reële tijd weerspiegelen. Deze grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen zijn het resultaat van de optimale dispatching van balanceringsenergiemiddelen, zoals berekend door de EU-platformen. Deze grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen geven de nodige prikkels die het gedrag van BSPs en BRPs moeten sturen richting een efficiënte balancering van het Europese elektriciteitssysteem. Vrije prijsvorming op elektriciteitsmarkten, inclusief prijzen voor balanceringsenergie en onbalans, zijn principes die opgenomen zijn in artikel 3 van de Verordening (EU) 2019/943. Maatregelen die marktresultaten tegengaan, druisen dan ook in tegen wat artikel 10 van de Verordening (EU) 2019/943 bepaalt. Hieruit volgt in principe dat, na toetreding tot de EU-platformen, de onbalansprijs niet langer meer nationaal zou mogen worden bepaald, maar bepaald zou moeten worden door de grensoverschrijdende marginale prijzen. Door een dead band toe te passen na toetreding tot één Niet-vertrouwelijk 36/70 van de EU-platformen, met als doel om de onbalansprijs tot een geïsoleerd, nationaal13 elektriciteitssysteem te beperken, kunnen de bovenstaande principes en streefdoelen, gedeeltelijk of volledig, ongedaan worden gemaakt. Artikel 44 van de EBGL 99. Artikel 44.1(
- a)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen passende economische signalen moeten geven die een weerspiegeling vormen van de onbalans. 100. Artikel 44.1(
- b)van de EBGL vervolgt dat onbalansen verrekend moeten worden tegen een prijs die een weergave vormt van de realtime-energiewaarde. Zoals uiteengezet in paragraaf 98 van huidige beslissing wordt de realtime energiewaarde ten gevolge van de Europese koppeling van de nationale balanceringsenergiemarkten voortaan Europees bepaald. In casu wordt de realtime energiewaarde door de grensoverschrijdende marginale prijzen gevormd op de EU-platformen voor de uitwisseling van balanceringsenergie. Afwijken van de aldus gevormde marktprijzen via de toepassing van een dead band omdat anders de marktprijs niet representatief zou zijn voor een geïsoleerd, nationaal Belgisch elektriciteitssysteem, druist in tegen dit principe. De CREG is van oordeel dat door Elia gepresenteerde voordelen (i), (
- ii)en (
- v)van de dead band, beschreven in paragraaf 96 van deze beslissing gaan in tegen deze principes. 101. Artikel 44.1
- c)van de EBGL stelt verder dat de verrekeningssprocessen aan de BRPs prikkels moeten geven om in balans te zijn, dan wel het evenwicht van het systeem te behouden of te helpen herstellen. Het is de taak van de BRP om ernaar te streven, in realtime, gebalanceerd te zijn of het elektriciteitssysteem op Europees niveau te helpen balanceren. De gedetailleerde eisen in verband met deze verplichting zijn vastgesteld in het artikel 18 van de T&Cs BRP met toepassing van artikel 17.1, van de EBGL. Volgend uit paragraaf 98 van deze beslissing, weerspiegelen de grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen, in de Europese balanceringsenergiemarkt, de onbalansnoden van het Europese elektriciteitssysteem. De taak van BRPs in een Europese balanceringsenergiemarkt is om het Europese elektriciteitssysteem te helpen balanceren. Dit is wat artikel 3.1
- b)van de EBGL als doelstelling vooropstelt, namelijk om de efficiëntie van balancering en van de Europese en nationale balanceringsenergiemarkten te verbeteren, rekening houdende met het feit dat bij koppeling aan de EU-platformen de nationale balanceringsenergiemarkten ophouden te bestaan ten voordele van een grotere Europese balanceringsenergiemarkt. Als voorbeeld voor een efficiënte balancering laat de CREG gelden wat volgt. Stel dat de grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen extreem hoog zijn ten gevolge van een extreme nood aan balanceringsenergie in het buitenland, terwijl er geen of weinig nood is aan balanceringsenergie in de onbalanszone van Elia, dan verwijdert de dead band de weerspiegeling van deze extreme hoge marginale balanceringsenergieprijzen in de onbalansprijs. De dead band verhindert op deze manier Belgische BRPs om het (Europees) elektriciteitssysteem mee te helpen balanceren. Want indien BRPs zouden reageren op de onbalansprijs omwille van extreem hoge grensoverschrijdende marginale balanceringsenergieprijzen, betekent dit dat zij goedkopere middelen zullen inzetten dan de balanceringsmiddelen die via de EU-platformen ingezet worden. 13 Het individuele LFC Blok van Elia komt overeen met de onbalanszone en de onbalansprijszone, en is geografisch gelijk aan het Belgische grondgebied. Niet-vertrouwelijk 37/70 Door deze reactie van de Belgische BRPs zullen de via de Europese aFRR- en mFRR-platformen ingezette middelen vervangen worden door goedkopere onbalansnettinguitwisselingen. Verwijzend naar paragraaf 87 van deze beslissing, draagt onbalansnetting bij tot een efficiënte balancering. Door het gebruik van het volledige potentieel van onbalansnetting te beperken via de dead band, verhindert de dead band BRPs om aan hun verplichting, bedoeld in artikel 17, van de EBGL, te voldoen en wordt de algemene doelstelling opgenomen in artikel 3.1, b), van de EBGL niet effectief nagestreefd. De dead band verstoort met andere woorden de prikkels die de BRPs zouden moeten krijgen om in evenwicht te zijn en om het evenwicht van het systeem te behouden of te helpen herstellen, zoals bedoeld in artikel 44.1(c), van de EBGL. De EBGL maakt ook enkel gebruik van de term “(elektriciteit)systeem” en niet van de term “onbalanszone” of “LFC Blok”. Beide termen zijn gedefinieerd in Europese regelgeving en hebben een andere betekenis, waardoor niet geargumenteerd zou kunnen worden dat een nauwere interpretatie dan het "Europees elektriciteitssysteem” bedoeld wordt in voormelde artikelen. Op basis van het voorgaande zijn de door Elia uiteengezette voordelen (ii), (
- iv)en (
- v)van de dead band, beschreven in paragraaf 95 van deze beslissing en die allen als doel hebben om reacties van BRPs te verhinderen, niet voldoende overtuigend voor de CREG, gegeven het principe opgenomen in artikel 44.1(
- c)van de EBGL. 102. Artikel 44.1(
- d)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen de harmonisering van mechanismen voor de verrekening van onbalansen moet vergemakkelijken. De CREG stelt vast dat de dead band, zoals voorgesteld door Elia, niet als component voor de onbalansprijsberekening is opgenomen in het ACER besluit 18/2020. Elia motiveert de dead band omwille van ‘neutrale waarde’, ‘goed balanceren’ en ‘extreme oscillaties’ of ‘extreme prijzen’, welke volgens de CREG subjectieve elementen zijn. Het toevoegen van een dead band, dat de onbalansprijsberekening doet afwijken van de in het ACER besluit 18/2020 opgenomen componenten ter harmonisering van de onbalansprijsberekening, en dit op basis van een subjectieve motivering, verhindert volgens de CREG de harmonisering van mechanismen voor de verrekening van onbalansen binnen Europa. 103. Artikel 44.1(
- e)van de EBGL stelt dat de onbalansprijsverrekening prikkels aan TSBs moet geven om hun verplichtingen overeenkomstig artikelen 127, 153, 157 en 160 van de SOGL, na te komen. Deze artikelen betreffen de frequentiekwaliteit en de dimensioneringsregels. De CREG is van oordeel dat de toepassing van een dead band geen impact heeft op deze prikkels. Met andere woorden, de dead band verslechtert noch verbetert het behalen van dit principe. Dit principe biedt dus geen afdoende motivering voor de toepassing van de dead band. 104. Artikel 44.1(
- f)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen moeten vermijden om verstorende prikkels te geven aan BRPs, BSPs en TSBs. De CREG is van oordeel dat de dead band een verstorende prikkel is binnen het onbalansprijsverrekeningsproces. Wanneer de voorwaarden voor toepassing van de dead band vervuld zijn, worden BRPs in de onbalansprijszone van Elia, bij negatieve onbalansen14 in de onbalanszone, structureel aan lagere onbalansprijzen afgerekend dan de BSPs in de onbalanszone van Elia en in de onbalanszones van naburige TSBs (voor de energie die uitgewisseld wordt). 14 Gelijkaardig worden BRPs in de onbalansprijszone van Elia, bij positieve onbalansen in de onbalanszone, structureel aan hogere onbalansprijzen afgerekend dan de BSPs in de onbalanszone van Elia en in de onbalanszones van naburige TSBs (voor de energie die uitgewisseld wordt). Niet-vertrouwelijk 38/70 Nochtans dragen BSPs en BRPs die extra energie injecteren beiden bij aan het in evenwicht brengen van het elektriciteitssysteem. Hierdoor ontstaat een ongelijk speelveld (wat strijdig is met het nondiscriminatie principe) omdat energie in reële tijd intentioneel aan verschillende waardes wordt afgerekend, afhankelijk van wie ze activeert (i.e. de BRP of de BSP). Daarenboven geeft de dead band een prikkel aan BSPs om de gevraagde balanceringsenergie als antwoord op een balanceringsnood in het buitenland, niet te leveren. Immers de lagere onbalansprijs leidt tot lagere kosten bij niet-levering van balanceringsenergie dan de kosten die gemaakt worden bij levering, waardoor BSPs de prikkel krijgen om geen balanceringsenergie te leveren. Deze inadequate prikkel moet dan op zijn beurt gecompenseerd worden door extra schadebedingen aan te rekenen aan BSPs wegens de niet-levering van de gevraagde balanceringsdienst. De dead band voegt als gevolg onnodig een negatief effect toe dat gecompenseerd moet worden via andere maatregelen. 105. Artikel 44.1(
- g)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen de concurrentie onder marktdeelnemers moet ondersteunen. Verwijzend naar paragraaf 104 van deze beslissing is de CREG van oordeel dat de dead band de competitie tussen BRPs en BSPs niet ondersteunt en dit omwille van de verschillende remuneratie van geleverde energie. 106. Artikel 44.1(
- h)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen prikkels moet geven aan BSPs om balanceringsdiensten aan de connecterende TSB aan te bieden en te leveren. Verwijzend naar paragraaf 104 van deze beslissing ontmoedigt de dead band net de levering van balanceringsenergiediensten door BSPs aan de connecterende TSB, tenzij extra schadebedingen toegepast worden om dit nadeel van de dead band te verwijderen. 107. Artikel 44.1 (
- i)van de EBGL stelt dat de verrekeningsprocessen de financiële neutraliteit van alle TSBs moet garanderen. Financiële neutraliteit wordt gewaarborgd indien de verrekening van de inzet van balanceringsmiddelen door BSPs en van de invoer van balanceringsenergie dat geactiveerd wordt door naburige TSBs, gecompenseerd wordt door de verrekening van onbalansen van BRPs en van de uitvoer van balanceringsenergie om onbalansen van BRPs in het buitenland te compenseren. Wanneer dit het geval is, zijn de financiële stromen van het verrekeningsproces van balanceringsenergie gelijk aan de financiële stromen van het onbalansverrekeningsproces. Als gevolg maakt de TSB geen economische winsten of verliezen door een verschil in de financiële resultaten van de relevante verrekeningsprocessen. Doordat de dead band een extra verschil toevoegt tussen de onbalansprijs en de grensoverschrijdende marginale prijzen, vergroot de dead band het verschil in de financiële resultaten van de verrekeningsprocessen. Bijgevolg ondergraaft de dead band de financiële neutraliteit van de TSB ten opzichte van de situatie zonder dead band. Artikel 55 van de EBGL 108. De CREG stelt vast dat de grensvoorwaarden voor het vastleggen van de onbalansprijs, bedoeld in artikel 55, van de EBGL door toepassing van de dead band in principe niet worden gerespecteerd. Artikel 55.4 en 55.5, van de EBGL legt limieten op waaraan de onbalansprijs altijd moet voldoen. Zo mag de onbalansprijs voor negatieve onbalansen niet lager zijn dan één van de volgende:
- a)de gewogen gemiddelde prijs voor positieve geactiveerde balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves en vervangingsreserves; Niet-vertrouwelijk 39/70
- b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. Terwijl de onbalansprijs voor positieve onbalansen niet hoger mag zijn dan één van de volgende:
- a)de gewogen gemiddelde prijs voor negatieve geactiveerde balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves en vervangingsreserves;
- b)de waarde van de vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves, in het geval tijdens de onbalansverrekeningsperiode geen activering van balanceringsenergie heeft plaatsgevonden. 109. Verwijzend naar paragraaf 98 van deze beslissing verduidelijken de artikelen 9
(1)en 9
(2)van bijlage 1 van het ACER besluit 18/2020 dat alle beschikbare prijzen en volumes die opgesomd worden in artikelen 9
(3)en 9
(5)van bijlage 1 van het ACER besluit 18/2020 gebruikt moeten worden om de gewogen gemiddelde prijs te bepalen, voor de berekening van de grensvoorwaarde. De CREG verwijst ook naar overweging 63 van het ACER besluit 18/2020 waarin ACER uitdrukkelijk stelt: “Therefore, ACER considers that this limit can only be applied on the final imbalance price calculated after the application of any additional components.”. Aangezien, volgens Elia, het doel van de dead band is om, bij positieve (negatieve) onbalansen een lagere (hogere) onbalansprijs te bekomen dan de onbalansprijs op basis van een gewogen gemiddelde van de grensoverschrijdende marginale prijzen, wordt de grensvoorwaarde bedoeld in artikel 55.4, a), en 55.5, a), van de EBGL volgens de CREG niet altijd nageleefd. Als gevolg treden artikel 9
(1)en 9
(2)van ACER besluit 18/2020 in werking. Deze stellen dat (vrije vertaling door de CREG): “Voor de berekening van de grensvoorwaarde, in geval hieraan niet altijd wordt voldaan, op basis van de benadering voor de berekening van de onbalansprijs, gebruikt elke aansluitende TSB alle beschikbare prijzen en respectieve volumes voor positieve (negatieve) geactiveerde balanceringsenergie die zijn opgesomd in paragrafen 3 en 5 om de gewogen gemiddelde prijs voor positieve geactiveerde balanceringsenergie overeenkomstig artikel 55, lid 74 (lid 5), onder a) van de EB-verordening”. Om het volume-gewogen gemiddelde te berekenen moet dus gebruik gemaakt worden van de grensoverschrijdende marginale prijzen zoals berekend door de respectievelijke Europese platformen (artikel 9
(3)van bijlage I van ACER besluit 18/2020) en de volumes van vervulde vraag (‘satisfied demand’) zoals berekend door de respectievelijke Europese platformen (artikel 9
(5)van bijlage I van AC