← België

Beslissing over de aanvraag tot certificering van de N.V. Fluxys Hydrogen

(B)2725 22 februari 2024 Beslissing over de aanvraag tot certificering van de N.V. Fluxys Hydrogen Genomen met toepassing van artikel 10 van de wet van 11 juli 2023 betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen Niet-vertrouwelijk CREG - Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 4 1.1. H2-wet ..................................................................................................................................... 4 1.2. Algemene toelichting en artikelgewijze bespreking van het wetsontwerp ............................ 7 1.3. Gas Decarbonisation Package ................................................................................................. 8 1.4. Advies Raad van State ............................................................................................................. 9 1.5. Bevoegdheidsverdeling federaal – gewesten ......................................................................... 9 1.6. Algemene principes Full Ownership Unbundling .................................................................. 10 2. ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 11 3. RAADPLEGING ............................................................................................................................... 12 4. ONDERZOEK VAN DE OU-CERTIFICERINGSEISEN .......................................................................... 14 4.1. Algemeen............................................................................................................................... 14 4.2. Eigendomsstatuut (art. 10.1, H2-wet) ................................................................................... 15 4.3. Controle en zeggenschap ...................................................................................................... 17 4.3.1. Bestuur en statuten ....................................................................................................... 17 4.3.2. Juridische entiteit Fluxys Hydrogen............................................................................... 21 4.3.3. Verbodsregels inzake zeggenschap en rechten ............................................................ 22 4.4. Handelen als een waterstofvervoersnetbeheerder .............................................................. 28 CONCLUSIE ............................................................................................................................................ 40 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 41 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 3 ............................................................................................................................................... 43 BIJLAGE 4 ............................................................................................................................................... 44 Niet-vertrouwelijk 2/44 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van artikel 10, van de wet betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen (hierna : H2-wet), de aanvraag tot certificering van de N.V. Fluxys Hydrogen (hierna: de aanvraag tot certificering). De aanvraag tot certificering werd door de N.V. Fluxys Hydrogen (hierna: Fluxys H2) op 27 november 2023 per brief, opgesteld in het Nederlands, bij de CREG per drager met ontvangstbewijs ingediend. Aan de brief is in bijlage gevoegd: - de aanvraag voor de certificering tot waterstofvervoersnetbeheerder, in het Nederlands (Bijlage 1 van huidige beslissing, pagina 39 tot 62, hoofdstukken 5 en 6); - negen bijlagen (Bijlage 2.a tot en met 2.i, van huidige beslissing). Op datum van 20 december 2023 heeft de CREG per mail twee ontwerpen van Shared Service Agreements mogen ontvangen, welke afgesloten worden tussen N.V. Fluxys en Fluxys H2 en tussen N.V. Fluxys Belgium en Fluxys H2 (Bijlagen 2.j en 2.k, van huidige beslissing). Op datum van 4 en 10 januari 2024 heeft tussen de medewerkers van de CREG en van Fluxys H2 een vergadering plaatsgevonden tijdens dewelke openstaande vragen en opmerkingen van de CREG betreffende de aanvraag tot certificering besproken werden. De uitkomst van deze besprekingen zijn verwerkt in deel 4 van deze beslissing. Op datum van 12 januari 2024 heeft de CREG per mail van N.V. Fluxys een brief ontvangen met in bijlage de aandeelhoudersovereenkomst afgesloten tussen N.V. Fluxys en PUBLIGAS CV en EIP NEON HOLDING I S.À R.L (Bijlagen 3.a en 3.b van huidige beslissing).Op data van 13, 14 februari 2024 heeft de CREG respectievelijk een reactie ontvangen van Febeliec en Febeg op de ontwerpbeslissing. (Bijlagen 4.a en 4.b van huidige beslissing). Daarnaast heeft de CREG op datum van 15 februari 2024 vanwege de regeringscommissarisn Tom Vanden Borre en van Fluxys Belgium een antwoord ontvangen op de vragen gesteld in paragraaf 69 van huidige beslissing (Bijlagen 4.c en 4.d van huidige beslissing). Op 19 februari 2024 heeft regeringscommissaris Maxime Saliez eveneens geantwoord op de vraag gesteld door de CREG in paragraaf 69 van huidige beslissing (Bijlage 4.e van huidige beslissing). De onderstaande beslissing is ingedeeld in vijf delen. Het eerste deel gaat over het wettelijke kader. In het tweede deel worden de antecedenten uiteengezet. Het derde deel betreft de openbare raadpleging. In het vierde deel wordt de aanvraag onderzocht en het vijfde deel, tenslotte, bevat het besluit. Deze beslissing werd goedgekeurd door het Directiecomité van de CREG op 22 februari 2024. Niet-vertrouwelijk 3/44 1. WETTELIJK KADER 1.1. H2-WET 1. Op 11 juli 2023 werd de wet betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen afgekondigd; deze wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 25 juli 20231 . 2. Volgende artikelen van de H2-wet zijn voor huidige beslissing van belang: Principe Art. 8. Voordat een onderneming als waterstofvervoersnetbeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in de artikel 9. De Commissie is belast met de controle op de naleving van de hieraan verbonden voorwaarden bedoeld in artikel 10. Na advies van de Commissie en van de Algemene Directie Energie, en na beraadslaging in de Ministerraad wijst de minister een waterstofvervoersnetbeheerder aan, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 9. Een waterstofvervoersnetbeheerder wordt aangewezen voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar. Vijf jaar voor het verstrijken van zijn mandaat kan de netbeheerder om de hernieuwing van zijn aanwijzing verzoeken. De minister beslist over de aanvraag tot hernieuwing overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 9. Procedure Art. 9. § 1. Elke onderneming kan zijn kandidatuur indienen om te worden gecertificeerd en aangeduid als waterstofvervoersnetbeheerder bedoeld in artikel 8, eerste lid, binnen een termijn van negentig werkdagen te rekenen vanaf de datum van publicatie van deze wet in het Belgisch Staatsblad. § 2. De kandidatuur wordt per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs bezorgd aan de minister, met kopie aan de Commissie en de Algemene Directie Energie. § 3. De kandidatuur bevat alle noodzakelijke elementen teneinde de Algemene Directie Energie en de Commissie toe te laten deze te beoordelen in het licht van de evaluatiecriteria bedoeld in artikel 11. De kandidatuur bevat eveneens alle noodzakelijke elementen om aan te tonen dat de kandidaat voldoet aan de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 10. Op elk moment kunnen de Commissie of de Algemene Directie Energie de kandidaat vragen om binnen een termijn van tien dagen alle bijkomende informatie te verstrekken die zij nodig achten in het kader van hun onderzoek. § 4. Binnen zestig werkdagen na afloop van de termijn voor de indiening van de kandidaturen bedoeld in paragraaf 1 beslist de Commissie over de certificatieaanvraag, overeenkomstig artikel 10. Binnen voornoemde termijn bezorgt de Commissie aan de Algemene Directie Energie een advies over de kandidaten, in het licht van de evaluatiecriteria voor aanwijzing bedoeld in artikel 11. § 5. Binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het advies van de Commissie maakt de Algemene Directie Energie een advies tot aanwijzing van één van de kandidaten als waterstofvervoersnetbeheerder over aan de minister. 1 https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2023071102&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 4/44 § 6. Binnen dertig werkdagen na ontvangst van het advies van de Algemene Directie Energie, en na beraadslaging in de Ministerraad, wijst de minister de waterstofvervoersnetbeheerder aan. Het ministerieel besluit tot aanwijzing van de waterstofvervoersnetbeheerder wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en wordt per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs betekend aan de aangewezen waterstofvervoersnetbeheerder en aan de overige kandidaten. De minister deelt de identiteit van de aangewezen waterstofvervoersnetbeheerder mee aan de Europese Commissie. Voorwaarden voor certificering Art. 10. Om gecertificeerd te worden toont de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder aan dat hij beantwoordt aan de volgende voorwaarden: 1° de kandidaat moet zich ertoe verbinden eigenaar te zijn van de pijpleidingen die het waterstofvervoers-net zullen vormen, met uitsluiting van de bestaande waterstofnetten; 2° de kandidaat moet ontvlochten zijn van elke juridische entiteit die zich bezighoudt met de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit; met name moet hij garanderen dat:

  1. a)dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om: (
  2. i)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op of enige rechten uit te oefenen over de waterstofvervoersnetbeheerder; (
  3. ii)direct of indirect zeggenschap uit te oefenen over de waterstofvervoersnetbeheerder en direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op of enige rechten uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit;
  4. b)dezelfde persoon of personen niet het recht hebben om leden aan te wijzen van de raad van toezicht, van de raad van bestuur of van organen die de onderneming van de waterstofvervoersnetbeheerder wettelijk vertegenwoordigen, en om direct of indirect zeggenschap uit te oefenen op, of enige rechten uit te oefenen over een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit; en
  5. c)eenzelfde persoon geen recht heeft om lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen, van zowel een onderneming die één van de volgende functies vervult: productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, als van de waterstofvervoersnetbeheerder. De in de bepalingen onder
  6. a)en
  7. b)bedoelde rechten omvatten met name: de bevoegdheid om stemrecht uit te oefenen, de bevoegdheid om leden van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen, te benoemen, of het hebben van een meerderheidsaandeel; 3° de door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit voor het beheer van het waterstofvervoersnet kan ook gebruikt worden voor het bezit of de exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur, op voorwaarde dat de rechtsvorm gescheiden is en dat deze entiteit nooit betrokken is bij de verkoop van energie anders dan voor haar eigen operationele behoeften; met name vormt bovengenoemde juridische scheiding geen beletsel voor:
  8. a)de detachering van personeel door de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder bij de beheerders van de waterstofopslag of -invoerinfrastructuur, en vice versa; Niet-vertrouwelijk 5/44
  9. b)de levering van diensten door de kandidaat aan de beheerders van waterstofopslag of invoerinfrastructuur en vice versa; noch
  10. c)het opzetten van gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures voor het uitvoeren van specifieke taken; 4° de door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit voor het beheer van het waterstofvervoersnet kan ook worden gebruikt voor het bezit of de exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit op voorwaarde dat de rechtsvorm gescheiden is en nooit betrokken is bij de verkoop van energie anders dan voor haar eigen operationele behoeften; met name vormt bovengenoemde juridische scheiding geen beletsel voor:
  11. a)de detachering van personeel door de kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder bij de beheerders van vervoers-, opslag- of invoerinfrastructuur voor aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit en vice versa;
  12. b)de levering van diensten door de kandidaat aan beheerders van infrastructuur voor het transport, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, en vice versa; noch
  13. c)het opzetten van gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures voor het uitvoeren van specifieke taken. De waterstofvervoersnetbeheerder heeft de volgende verplichtingen: Art. 13. 1° ervoor zorgen dat hij blijft voldoen aan de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 10 en aan de voorwaarden voor zijn aanwijzing als waterstofvervoersnetbeheerder bedoeld in artikel 11; 2° het waterstofvervoersnet op een veilige, betrouwbare, efficiënte en economisch verantwoorde manier beheren, uitbaten en ontwikkelen; 3° het technisch beheer van de waterstofstromen op het waterstofvervoersnet organiseren om dit net in evenwicht te houden, door met alle redelijke middelen waarover hij beschikt toezicht te houden op het evenwicht en dit zo nodig te handhaven en te herstellen; 4° de capaciteit van het net verzekeren om op lange termijn te voldoen aan de geleidelijke toename van de vraag naar waterstofvervoer, beoordeeld op basis van redelijke hypothesen, met inbegrip van de ontwikkeling van verbindingen met andere waterstofvervoersinstallaties in België en met waterstofvervoersinstallaties in aangrenzende landen; 5° om de twee jaar een netontwikkelingsplan opstellen overeenkomstig artikel 14; 6° de eigenaars of beheerders van andere netten transparante en objectieve informatie verstrekken om een gecoördineerde ontwikkeling te garanderen en de interoperabiliteit van gekoppelde netwerken mogelijk te maken; 7° de netgebruikers een niet-discriminerende toegang tot zijn net garanderen onder de voorwaarden bedoeld in artikel 15; 8° de netgebruikers de informatie verstrekken die nodig is om toegang te krijgen tot het waterstofvervoersnet; 9° alle redelijke maatregelen nemen om waterstofemissies te voorkomen en de milieueffecten van zijn activiteiten te beperken; 10° de secundaire markt organiseren waarop de netgebruikers onderling capaciteit en flexibiliteit verhandelen, zodra hij oordeelt dat de waterstofmarkt hiervoor voldoende matuur is, of na een beslissing van de Commissie in die zin; Niet-vertrouwelijk 6/44 11° te voldoen aan de eisen die de Commissie en de minister hem in de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden opleggen; 12° het Belgische federale en Europese energiebeleid ondersteunen; 13° de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens bewaren waarvan hij bij de uitoefening van zijn activiteiten kennis krijgt, en voorkomen dat informatie over deze activiteiten die een commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven; in het bijzonder ziet hij erop toe dat deze informatie niet wordt doorgegeven aan ondernemingen die actief zijn op het gebied van productie en levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan en elektriciteit. Bevoegdheden van de Commissie Art. 25. De Commissie is de onafhankelijke reguleringsinstantie voor wat het vervoer van waterstof betreft. Zij zorgt voor de daadwerkelijke uitvoering van de in deze wet vervatte voorschriften en ziet toe op de naleving ervan. De Commissie vervult de taken en krijgt de bevoegdheden die haar zijn toegewezen bij de artikelen 15/14 tot 15/18bis van de gaswet, voor zover deze bepalingen relevant, toepasselijk en noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze wet. De overeenkomstig artikel 25, § 5, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt goedgekeurde begroting en de jaarrekening van de Commissie houden specifiek rekening met de taken die haar door deze wet zijn opgedragen. 1.2. 3. ALGEMENE TOELICHTING EN ARTIKELGEWIJZE BESPREKING VAN HET WETSONTWERP De Algemene Toelichting van het wetsontwerp waterstof2 meldt op pagina 9 dat: “De waterstofvervoersnetbeheerder zal strikte ontvlechtingsvoorwaarden moeten respecteren. Hij mag niet actief zijn in of belangen hebben in de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit om zijn onafhankelijkheid van de netgebruikers te waarborgen en discriminatie van bepaalde netgebruikers te voorkomen (verticale ontvlechting). Hoewel de waterstofvervoersnetbeheerder eigenaar en beheerder kan zijn van waterstofopslaginstallaties en waterstofterminals, alsook van transport- en opslaginstallaties voor aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan en elektriciteit, moeten deze activiteiten in afzonderlijke juridische entiteiten worden beheerd, los van de waterstoftransportactiviteiten, om kruissubsidiëring te voorkomen (horizontale ontvlechting).” [onderlijning door de CREG] 4. Verder meldt de Algemene Toelichting op pagina 17 dat: “Met dit wetsontwerp wordt niet voorzien in een unieke waterstofvervoersnetbeheerder maar in een verplichte aanstelling van de gecertificeerde en aangeduide waterstofvervoersnetbeheerder als onafhankelijke beheerder voor bestaande waterstofnetten. Dit impliceert een minder verregaande beperking op het eigendomsrecht van eigenaren van bestaande waterstofvervoersinfrastructuur daar deze eigendom blijft van de betreffende eigenaars maar niettemin wordt beheerd door een andere waterstofvervoersnetbeheerder tegen een billijke vergoeding, daar waar de aanduiding van een unieke waterstofvervoersnetbeheerder minstens impliciet zou nopen tot een 2 https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?lang=N&l egislat=55&dossierID=3077 Niet-vertrouwelijk 7/44 eigendomsoverdracht. In dat opzicht is dit regime evenredig in het licht van het beoogde doel, met name de invoering van een regelgevend kader voor de grootschalige ontwikkeling van waterstof, inclusief het hergebruik van bestaande gaspijpleidingen en de aanleg van specifieke waterstofnetwerken door gereguleerde exploitanten, op basis van objectieve en niet-discriminerende toegang voor derden (TPA) tegen betaling van vooraf goedgekeurde en gepubliceerde tarieven, ontvlechting en overgangsmaatregelen tot eind 2030.” 5. In de artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp, stelt de wetgever over artikel 10 wat volgt: “Art. 10 Voorwaarden voor certificering In dit artikel worden in de eerste plaats de vereisten uiteengezet waaraan de kandidaatwaterstofvervoersnetbeheerder moet voldoen om door de CREG te kunnen worden gecertificeerd als “ownership unbundled”. Dit gebeurt in lijn met de bepalingen in de ontwerp-Richtlijn in het “Hydrogen and decarbonized gas markets package”. Het “Ownership Unbundling” ontvlechtingsmodel heeft zijn verdiensten bewezen in de aardgasvervoersmarkt en wordt ook als voorkeur naar voor geschoven in het “Hydrogen and decarbonized gas markets package”. De kandidaat-waterstofvervoersnetbeheerder dient daarbij in de eerste plaats aan te tonen dat hij eigenaar zal zijn van het waterstofvervoersnetwerk, met uitzondering van de bestaande waterstofnetten die erin zullen worden geïntegreerd, en dat zijn waterstofvervoersactiviteiten gescheiden zijn van elke activiteit van productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit. Het artikel verduidelijkt verder nog onder welke voorwaarden de waterstofvervoersnetbeheerder mag betrokken zijn in activiteiten van opslag en import van waterstof en van vervoer, opslag en import van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan en elektriciteit. Omwille van efficiëntie overwegingen, kan de beheerder van een waterstofvervoersnet deze rol combineren met die van een beheerder van een lokaal waterstofvervoersnetwerk om industriële klanten te bevoorraden met een maximaal toelaatbare bedrijfsdruk van meer dan 16 bar.” [onderlijning door de CREG] 1.3. GAS DECARBONISATION PACKAGE 6. Op 8 december 2023 werd een politiek akkoord bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad. Met dit akkoord wordt een marktontwerp voor waterstof in Europa vastgelegd. Het akkoord voorziet in regels die in twee fases zullen worden toegepast, voor en na 2033. In de eerste fase zal een vereenvoudigd raamwerk van toepassing zijn met een duidelijk zicht op de toekomstige regels voor een nog te ontwikkelen waterstofmarkt. Deze bepalingen hebben met name betrekking op de toegang tot waterstofinfrastructuur, scheiding van de waterstofproductie en transportactiviteiten (zogenaamde “ontvlechting”) en tariefstelling. Een nieuwe structuur in de vorm van een European Network of Network Operators for Hydrogen (ENNOH) zal worden opgericht ter bevordering van een toegewezen waterstofinfrastructuur, een grensoverschrijdende coördinatie en een interconnectienetwerk. ENNOH zal ook verantwoordelijk zijn voor het uitwerken van specifieke technische regels3. 7. Verder wijst de CREG erop dat van zodra het Gas Decarbonisation Package zal zijn omgezet in de H2-wet, de certificeringsprocedure opnieuw zal moeten plaatsvinden, omdat de te volgen procedure overeenkomstig het Gas Decarbonistation Package onder meer een advies over de ontwerpbeslissing vereist van de Europese Commissie, hetgeen nu uiteraard in de certificeringsprocedure niet voorzien is. 3 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_23_6085 (zie PDF onderaan) Niet-vertrouwelijk 8/44 1.4. 8. ADVIES RAAD VAN STATE In een eerste advies nr. 71.998/VR/3 van 12 oktober 2022 stelt de Raad van State: “Het huidige voorontwerp bevat een aantal regels met verregaande en langdurige gevolgen, zoals de aanwijzing van een enige waterstofvervoersnetbeheerder voor het Belgische grondgebied (zie daarover ook opmerking 12). Van zodra de Europese wetgevingsprocedure is afgerond – volgens de stellers van het voorontwerp al tegen einde 2023 –, zullen op relatief korte termijn al fundamentele wijzigingen moeten worden aangebracht aan de nieuw ontworpen internrechtelijke regeling. Er wordt dan ook ter overweging gegeven om alsnog de goedkeuring van de nieuwe richtlijn af te wachten. In elk geval zal zo snel mogelijk na de totstandkoming van de nieuwe Europese richtlijn een screening moeten gebeuren van het internrechtelijke kader met het oog op de correcte en tijdige omzetting van die richtlijn.” 9. Op 22 mei 2023 heeft de Raad van State een tweede advies nr. 73.463/3 uitgebracht betreffende de amendementen op het wetsontwerp dat in de Commissie voor Bedrijfsleven in bespreking was4. 1.5. BEVOEGDHEIDSVERDELING FEDERAAL – GEWESTEN 10. De CREG nam kennis van de beslissing van de Vlaamse regering op 15 september 2023 om een beroep tot vernietiging van de H2-wet in te dienen bij het Grondwettelijk Hof5. Dit beroep werd op 26 december 2023 ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Op het ogenblik waarop deze beslissing door het directiecomité van de CREG is goedgekeurd, is de reikwijdte van het beroep tot vernietiging voor de CREG nog niet gekend. De CREG stelt enkel uit de beslissing van de Vlaamse regering vast dat er enige onenigheid zou zijn aangaande de bevoegdheidsverdeling, maar heeft verder geen precies zicht op de omvang van de ingeroepen onenigheid. De CREG is evenwel, overeenkomstig artikel 9, § 4, van de H2-wet, gehouden te beslissen over de certificeringsaanvraag binnen 60 werkdagen na afloop van de termijn voor de indiening van de kandidaturen bedoeld in artikel 9, § 1, van de H2-wet. Gelet op deze korte termijn en de raadpleging die de beslissing van de CREG over de certificatie moet voorafgaan, kan de CREG niet wachten tot er meer duidelijkheid is rond de reikwijdte van het beroep tot vernietiging, noch het gevolg dat het Grondwettelijk Hof hieraan zal geven. De CREG is immers gehouden om de H2-wet toe te passen, zolang niet blijkt dat deze wet ongrondwettelijk of in strijd zou zijn met het Europees recht is. De CREG stelt overigens vast dat de aangenomen tekst in de H2-wet aangepast werd in het licht van het advies van de Raad van State met betrekking tot het voorontwerp van wet (Raad van State, advies 71.998/VR/3 van 12 oktober 2022). Indien toch zou blijken dat de H2-wet ongrondwettelijk wordt verklaard, wat betreft de aspecten die relevant zijn voor deze beslissing, kan de CREG in voorkomend geval haar ontwerp- of eindbeslissing hieromtrent herzien. 4 https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?lang=N&l egislat=55&dossierID=3077 5 https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/?dateOption=select&endDate=2023-0915T21%3A59%3A59.000Z&ministerFirstName=Zuhal&ministerId=5fed907ee6670526694a0714&ministerLastName=Demir& startDate=2023-09-14T22%3A00%3A00.000Z Niet-vertrouwelijk 9/44 1.6. ALGEMENE PRINCIPES FULL OWNERSHIP UNBUNDLING 11. Uit de artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp waterstof (zie paragraaf 5 van deze beslissing) kan worden vastgesteld dat de wetgever gekozen heeft voor de toepassing van het OUcertificeringsmodel. 12. De H2-wet beschrijft de principes van eigendomsontvlechting in artikel 10, 1°, 2°, 3° en 4°. 13. Artikel 10, 1°, van de H2-wet spreekt zich uit over het eigendomsstatuut van de pijpleidingen die het waterstofvervoersnet zullen vormen. Voor de Belgische wetgever volstaat dat de kandidaat er zich toe verbindt eigenaar te zijn. Het voorstel van richtlijn en verordening van het Europees Parlement en de Raad ‘betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof’ gaat verder en stelt in het ontwerpartikel 62 dat de lidstaten ervoor zorgen dat vanaf [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] de waterstoftransmissienetwerkbeheerders worden ontvlecht overeenkomstig de regels voor aardgastransmissiesysteembeheerders, zoals vastgelegd in artikel 54. Behoudens een actualisatie komt het ontwerpartikel 54 van het voorstel van richtlijn inhoudelijk overeen met artikel 9, van de Gasrichtlijn 73/2009, wat voor het Ownership Unbundling of het OUontvlechtingsmodel betekent dat hij die handelt als waterstoftransmissienetbeheerder (hierna: HTNO), eigenaar moet zijn van het waterstofvervoersnetwerk. 14. Naast het eigendomsstatuut moet dus ook aangetoond worden dat de kandidaat HTNO bij machte is te handelen als een HTNO, hetgeen aangetoond wordt via de manier waarop de kandidaat HTNO de taken, opgesomd in artikel 13 van de H2-wet, kan vervullen. 15. Artikel 10.2°, van de H2-wet, meer bepaald a),
  14. i)en
  15. ii)zijn de verbodsmaatregelen inzake gekruiste zeggenschap over en rechten in een HTNO enerzijds, en bedrijven die productie- en/of leveringsactiviteiten verrichten van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit, anderzijds. 16. De interpretatieve nota van de Europese Commissie over ontvlechting6 verwijst voor het begrip ‘zeggenschap’ naar de EC Merger Regulation7. Voor het begrip ‘persoon’ stelt de interpretatieve nota dat: The concept of ‘person’ in the Directives covers private individuals, companies or any other public or private entities. En met het begrip ‘rechten’ wordt dan weer bedoeld: The concept of ‘rights’ used in Article 9

(1)(b) Electricity and Gas Directives is further explained in Article 9
(2), which provides for a non-exhaustive list of these rights. These are, first, the power to exercise voting rights, secondly, the power to appoint members of the supervisory board, the administrative board or bodies legally representing the undertaking, and thirdly, the holding of a majority share. Deze drie voorbeelden van rechten zijn in de H2-wet opgenomen in de laatste alinea van artikel 10.2°.
  1. Artikel 10.2°, b), van de H2-wet beschrijft de verbodsmaatregelen inzake het recht om leden van de raad van bestuur van de HTNO of van de organen die de HTNO juridisch vertegenwoordigen, aan te duiden en gelijktijdig zeggenschap uit te oefenen over of enig recht te hebben in bedrijven die één van de functies van productie of levering verrichten inzake waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit. 6 https://energy.ec.europa.eu/document/download/a5a5f766-b3fa-4d6f-89349a365306077d_en?filename=2010_01_21_the_unbundling_regime.pdf 7 https://competition-policy.ec.europa.eu/mergers/legislation/regulation_en Niet-vertrouwelijk 10/44
  2. Artikel 10.2°, c), van de H2-wet beschrijft de verbodsmaatregelen inzake het gelijktijdig lidmaatschap van de raad van bestuur of de organen die het bedrijf juridisch vertegenwoordigen van de HTNO en van bedrijven die productie- en/of leveringsactiviteiten verrichten inzake waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit.
  3. In artikel 10, 3°, van de H2-wet wordt gemeld dat de door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit, die het beheer zal uitoefenen van het waterstofvervoersnet, ook gebruikt kan worden voor het bezit of exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur. In casu, is de kandidaat en de juridische entiteit die het beheer zal uitoefenen van het waterstofvervoersnet één en dezelfde entiteit, met name Fluxys H
  4. Indien de juridische entiteit, die het beheer zal uitoefenen van het waterstofvervoersnet, in casu Fluxys H2, in het bezit zou zijn van of de exploitatie zou uitoefenen over waterstofopslag of invoerinfrastructuur, moet het bezit of de exploitatie ervan opgenomen worden in een gescheiden rechtsvorm, of anders gezegd ondergebracht worden in een gescheiden juridische entiteit van de HTNO. Op vandaag kent België nog geen waterstofopslagfaciliteit8, noch -invoerinfrastructuur.
  5. Hetzelfde principe wordt in artikel 10,4°, van de H2-wet naar voren geschoven, ditmaal betreffende het bezit of de exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit door de kandidaat/juridische entiteit die het beheer zal uitoefenen van het waterstofvervoersnet.
  6. Zowel artikel 10, 3° als artikel 10, 4°, van de H2-wet voorzien in dat geval dat toepassing gemaakt kan worden van detachering van personeel tussen de twee entiteiten, van levering van diensten en het opzetten van gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures.
  7. De CREG stelt uit het ingediend dossier vast dat Fluxys H2 vandaag niet in het bezit is van of de exploitatie uitoefent over waterstofopslag of -invoerinfrastructuur. Hetzelfde geldt voor infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit. Hieruit volgt dat de CREG in deel 4 van deze beslissing hierop niet zal ingaan.
  8. ANTECEDENTEN
  9. Op 13 juli 2023 heeft de CREG een nota (Z)26199 gepubliceerd op haar website teneinde aan de geïnteresseerde kandidaten te verduidelijken welke informatie de CREG minstens wenst te ontvangen om haar onderzoek betreffende certificering en aanwijzing te kunnen uitvoeren. De twee bijlagen van de nota betreffen vragenlijsten die door de geïnteresseerde kandidaten moeten worden ingevuld en meegedeeld aan de CREG binnen de 90 werkdagen na publicatie van de H2-wet in het Belgisch Staatsblad.
  10. Op 27 november 2023 heeft Fluxys H2 per brief haar aanvraag tot certificering bij de CREG in het Nederlands ingediend. Voornoemde aanvraag tot certificering is samengesteld uit: 8 9 Zie definitie van waterstofinstallatie (artikel 2, 16°, van de H2-wet). https://www.creg.be/nl/publicaties/nota-z2619 Niet-vertrouwelijk 11/44 - een uiteenzetting van de naleving van de certificeringseisen (Bijlage 1, van huidige beslissing ); - negen bijlagen (Bijlage 2.a tot en met 2.i, van huidige beslissing). Op datum van 20 december 2023 heeft de CREG per mail twee ontwerpen van Shared Service Agreements (hierna: SSAs) mogen ontvangen, welke afgesloten moeten worden tussen Fluxys N.V en Fluxys H2 en tussen Fluxys Belgium en Fluxys H2 (Bijlagen 2.j en 2.k, van huidige beslissing).
  11. Op data van 4 en 10 januari 2024 heeft tussen de medewerkers van de CREG en van Fluxys H2 een vergadering plaatsgevonden tijdens dewelke de openstaande vragen en opmerkingen van de CREG betreffende de aanvraag tot certificering besproken werden. De uitkomst van deze besprekingen zijn verwerkt in deel 4 van deze beslissing.
  12. Op datum van 12 januari 2024 heeft de CREG per mail van N.V. Fluxys een brief ontvangen met in bijlage de aandeelhoudersovereenkomst afgesloten tussen N.V. Fluxys en PUBLIGAS CV en EIP NEON HOLDING I S.À R.L (Bijlagen 3.a en 3.b van huidige beslissing).
  13. Op data van 13, 14 februari 2024 heeft de CREG respectievelijk een reactie ontvangen van Febeliec en Febeg op de ontwerpbeslissing. (Bijlagen 4.a en 4.b van huidige beslissing).
  14. Daarnaast heeft de CREG op datum van 15 februari 2024 vanwege Fluxys Belgium en van de regeringscommissaris Tom Vanden Borre een antwoord ontvangen op de vragen gesteld in paragraaf 69 van huidige beslissing (Bijlagen 4.c en 4.d van huidige beslissing). Op 19 februari 2024 reageerde de regeringscommissaris Maxime Saliez eveneens op de vraag gesteld door de CREG in paragraaf 69 van huidige beslissing (bijlage 4.e van dit besluit).
  15. RAADPLEGING
  16. Gelet op artikel 25 van de H2-wet zijn de artikelen 15/14 tot 15/18bis, van de gaswet van toepassing op waterstofvervoersinstallaties.
  17. Artikel 15/14, § 4, van de gaswet bepaalt onder meer dat voor de nadere regels van toepassing op de motivering en rechtvaardiging van de beslissingen van de CREG deze omschreven worden in het huishoudelijk reglement van het directiecomité.
  18. Artikel 33, § 1 van het huishoudelijk reglement van het directiecomité van 14 december 201510 bepaalt dat alvorens de CREG een beslissing neemt het directiecomité een raadpleging organiseert, onverminderd de uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk. De uitzonderingen bedoeld in afdeling 3 (artikelen 39 tot 43), refereren één voor één naar bepalingen voorzien in de elektriciteitswet en de gaswet, die in casu geen toepassing vinden. Met toepassing van artikel 33, van het huishoudelijk regelement van het directiecomité, heeft het directiecomité van de CREG beslist om een openbare raadpleging te organiseren over de beslissing. Het directiecomité van de CREG stelt de raadplegingsperiode vast op drie weken. De raadplegingsperiode gaat in op woensdag 24 januari 2024, 23.59 uur om te eindigen op woensdag 14 februari 2024, 23.59 uur. 10 https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2015121401&table_name=wet Niet-vertrouwelijk 12/44
  19. Op data van 13 en 14 februari 2024 heeft de CREG respectievelijk een reactie ontvangen van Febeliec en Febeg op de ontwerpbeslissing (Bijlage 4.a en 4.b van huidige beslissing). Geen van beide reacties worden als vertrouwelijk beschouwd.
  20. In haar reactie stelt Febeliec dat zij geen fundamentele bezwaren heeft tegen het voorgestelde besluit, maar wil wel een aantal opmerkingen over te brengen, met name: - Febeliec begrijpt de wettelijke verplichting (art. 9.4 § 4 van de H2-wet) die aan de CREG wordt opgelegd om binnen 60 dagen een beslissing te nemen over de certificeringsaanvraag. Tegelijkertijd nodigt Febeliec de CREG uit om de mogelijke rechtsonzekerheid in overweging te nemen indien de federale H2-wet niet in overeenstemming zou zijn met de Belgische Grondwet en/of het Europese wettelijke kader (“Gaspakket”). Febeliec benadrukt met klem dat een dergelijke niet-naleving niet mag leiden tot extra kosten voor de Belgische verbruikers van aardgas of waterstof en nodigt de CREG uit om in haar definitieve beslissing de nodige bepalingen op te nemen om dit te vermijden. De CREG begrijpt ten stelligste de opmerking van Febeliec en verwijst hiervoor naar de paragrafen 7 en 10 van huidige beslissing. - Febeliec benadrukt de noodzaak om de ontwikkeling van het toekomstige waterstofnet af te stemmen op de reële behoeften van de toekomstige waterstofmarkt. De kosten van netwerkontwikkeling in de vroege ontwikkelingsfasen kunnen bijzonder hoog zijn, en er moet een evenwicht worden gevonden tussen de hoge initiële investeringskosten en het beperkte aantal netwerkgebruikers en/of lage volumes om de netwerktarieven in de vroege ontwikkelingsfase te dekken. - Febeliec staat volledig achter het model van “eigendomsontvlechting” dat in de H2-wet voor HTNO is gekozen. Febeliec benadrukt echter de noodzaak om kruissubsidies tussen de gebruikers van het aardgasnet van Fluxys Belgium en de gebruikers van het toekomstige waterstofnet te vermijden. In verschillende modaliteiten van het voorstel van Fluxys H2 is hierover meer verduidelijking nodig, onder meer wat betreft: • De vergoeding die Fluxys H2 zal moeten betalen voor de verschillende soorten diensten die door andere entiteiten van de Fluxys-groep zullen worden geleverd; • De prijs waartegen activa door andere entiteiten van de Fluxys-groep aan Fluxys H2 zullen worden overgedragen; • De beslissingsprocessen binnen de verschillende entiteiten van de Fluxys-groep. Febeliec onderstreept de noodzaak om kruissubsidies in al deze processen en transacties te vermijden. - Febeliec benadrukt de noodzaak om de vereiste waterstofkwaliteit die in het toekomstige net moet worden getransporteerd, zo vroeg mogelijk in het ontwikkelingsproces van het waterstofnet duidelijk te definiëren. - Tot slot, nodigt Febeliec Fluxys H2 uit om een duidelijke aanpak uit te werken voor de samenwerking met de beheerders van de bestaande waterstofinfrastructuur. Betreffende de opmerkingen geformuleerd door Febeliec, laat de CREG gelden dat zij deze opmerkingen mee aan boord zal nemen bij de opmaak van een gedragscode voor waterstof, haar advies betreffende het netontwikkelingsplan van Fluxys H2 en het vastleggen van de methodologie en tarieven. Daar waar zij wettelijk verplicht is, zal de CREG over de regulatoire documenten een openbare raadpleging organiseren. Niet-vertrouwelijk 13/44
  21. Febeg van haar kant FEBEG waardeert dat de CREG in punt 41 van het ontwerpbesluit bijzonder belang hecht aan het vermijden van kruissubsidiëring. Febeg staat volledig achter de opvatting dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen het aardgastransportnet H calorisch gas, aardgastransportnet L calorisch gas, de aardgasopslagfaciliteit en de LNG-faciliteit. FEBEG acht dit uiterst belangrijk en de nodige waarborgen en transparantie in de methodologie in te bouwen om kruissubsidiëring tussen de verschillende activiteiten (waaronder gas- en H2/CO2-netwerken) te voorkomen. In punt 74 wordt benadrukt dat de initiële fase van het project niet afhankelijk zal zijn van het herbestemmen van bestaande gaspijpleidingen. Bij het overwegen van de volgende fasen is er echter een kritische kanttekening: elke herbestemming van de bestaande gaspijpleidingen zal geen impact hebben op de huidige gasmarkt of klanten – zowel binnen België als in de aangrenzende netwerken. FEBEG dringt erop aan dat de belangen van alle stakeholders worden gevrijwaard en tegelijkertijd dat er vooruitgang geboekt wordt met de ontwikkeling van het Fluxys H2-netwerk. Aan de andere kant wil Febeg benadrukken dat de H2-markt zich nog in de kinderschoenen/opstartfase bevindt en niet kan worden vergeleken met de volwassen aardgasmarkt. Er zal veel point-to-pointinfrastructuur moeten worden ontwikkeld. Er moet grondig onderzocht worden of en hoe we dit soort van infrastructuur kunnen integreren. Het aanleggen van infrastructuur binnen en tussen industriële clusters en decentrale waterstofproductie acht Febeg waarschijnlijk als een goed startpunt. Een dynamische of flexibele benadering van de regulering van waterstofnetwerken in lijn met de markt- en infrastructuurontwikkeling voor waterstof, gebaseerd op periodieke marktanalyse en monitoring, is daarom passend. Febeg verwacht dat Fluxys H2 een concrete roadmap hiervoor uitwerkt. Ten slotte, dringt Febeg bij de CREG en overigens ook bij Fluxys H2 erop aan om de verantwoordelijkheden voor H2-transport en/of -distributie tussen het federale en gewestelijke niveau te respecteren. Febeg deelt het standpunt van de CREG over het beroep van de Vlaamse regering tot nietigverklaring van de H2-wet bij het Grondwettelijk Hof, verwoord in punt 1.
  22. (art 9): “Indien toch zou blijken dat de H2-wet ongrondwettelijk wordt verklaard, wat betreft de aspecten die relevant zijn voor dit ontwerpbesluit, kan de CREG, indien nodig, haar ontwerp- of eindbesluit in dit opzicht herzien.” De CREG neemt nota van deze opmerkingen en zal deze mee aan boord nemen bij de opmaak van een gedragscode voor waterstof, haar advies betreffende het netontwikkelingsplan van Fluxys Hydrogen en het vastleggen van de methodologie en tarieven. Daar waar zij wettelijk verplicht is, zal de CREG over de regulatoire documenten een openbare raadpleging organiseren.
  23. ONDERZOEK VAN DE OU-CERTIFICERINGSEISEN 4.
  24. ALGEMEEN
  25. Het onderzoek van de OU-certificeringseisen bestaat uit drie luiken:
(1)het eigendomsstatuut van het waterstofvervoersnet;
(2)de controle en zeggenschap over de HTNO en
(3)of de HTNO in staat is het waterstofvervoersnet te beheren en te ontwikkelen. Niet-vertrouwelijk 14/44 4.
  1. EIGENDOMSSTATUUT (ART. 10.1, H2-WET)
  2. Gelet op de ondubbelzinnige intentie van de Belgische wetgever om in België uitsluitend het model van “full ownership unbundling” toe te passen en de wettelijke verplichting van de CREG om de permanente naleving van de ontvlechtingseisen te controleren, dient de CREG in onderhavig geval te onderzoeken of de kandidaat HTNO voldoet aan de eigendomsvoorwaarden, zoals bedoeld in de H2wet.
  3. De H2-wet vereist niet dat de kandidaat HTNO bij de indiening van zijn kandidatuur reeds de facto eigenaar moet zijn van een waterstofvervoersnet. Het volstaat dat de kandidaat HTNO er zich toe verbindt eigenaar te worden van de pijpleidingen die het waterstofvervoersnet zullen vormen, met uitsluiting van bestaande waterstofnetten (artikel 10, 1°, van de H2-wet). De CREG is van oordeel dat ‘er zich toe verbinden’ sterker is dan een ‘intentie hebben’ of een ‘verklaring afleggen’. Ook in de Franse versie van de H2-wet wordt gemeld “le candidat doit s'engager à être propriétaire” [eigen onderlijning]. De jure zal de kandidaat HTNO dus moeten aantonen hoe hij er zich toe zal verbinden om eigenaar te worden van het waterstofvervoersnet.
  4. Het begrip waterstofvervoersnet is in de H2-wet gedefinieerd als “een waterstofvervoersleiding of een geheel van waterstofvervoersleidingen die met elkaar verbonden zijn of op termijn bestemd zijn met elkaar te worden verbonden, met uitsluiting van leidingen die deel van waterstofterminals uitmaken, en die beheerd worden door de waterstofvervoersnetbeheerder” (artikel 2, 13°, van de H2-wet). Onder waterstofvervoersleiding wordt verstaan: “elke pijpleiding die bestemd is voor het vervoer van waterstof” (artikel 2, 12°, van de H2-wet). Zijn van het waterstofvervoersnet uitgesloten en vallen buiten het onderzoek van certificering, de leidingen die deel uitmaken van waterstofterminals
  5. Het antwoord gegeven door Fluxys H2 onder vraag 5.1, pagina 39 van de aanvraag tot certificering beperkt zich tot een verklaring dat Fluxys H2 er zich toe verbindt eigenaar te worden van het waterstofvervoersnetwerk. In concreto, wordt niet gemeld waaruit dit waterstofvervoersnetwerk zal bestaan. Noch wordt aangetoond hoe Fluxys H2 eigenaar zal worden, via aankoop, leasing en/of andere rechtsfiguren. Zoals hoger gesteld volstaat een intentieverklaring dat men er zich toe verbindt om eigenaar te worden niet (paragraaf 37 van deze beslissing).
  6. In de Nota (Z)2619 heeft de CREG gevraagd om met betrekking tot het eigendomsstatuut volgende vragen te beantwoorden:
(1)Met betrekking tot de eigendom van pijpleidingen die het waterstofvervoersnet in België zullen vormen met uitsluiting van bestaande waterstofnetten, specifieert en vermeldt de analyse: o alle pijpleidingen die aan de kandidaat reeds in eigendom toebehoren, met inbegrip van die welke in aanbouw zijn of nog niet, maar waarover een investeringsbeslissing is genomen, met inbegrip welke in aanmerking komen of zullen komen voor vervoer van waterstof, met inbegrip van interconnectoren. De kandidaat vermeldt de specificaties van de pijpleidingen, zijnde diameter, druk, materiaal, ligging en lengte; o alle pijpleidingen welke in aanmerking komen of zullen komen voor vervoer van waterstof en die (geheel of gedeeltelijk) eigendom zijn van de kandidaat gelegen in 11 een installatie die wordt gebruikt voor de invoer van waterstof of andere stoffen, zoals vloeibare organische waterstofdragers of waterstofderivaten, met het oog op hun omzetting naar gasvormige waterstof en op de injectie ervan in het waterstofvervoersnet, met inbegrip van de accessoire inrichtingen en tijdelijke opslag die nodig zijn voor het omzettingsproces en de daaropvolgende injectie in het waterstofvervoersnet, met uitsluiting van alle delen van de waterstofterminal die voor opslag worden gebruikt (artikel 2, 17°, van de H2-wet). Niet-vertrouwelijk 15/44 andere EU-lidstaten. De kandidaat vermeldt de specificaties van de pijpleidingen zijnde diameter, druk, materiaal, ligging en lengte; o alle andere eigenaren van de pijpleidingen bedoeld in a) en/of b), met vermelding van het percentage van aandelen van elke eigenaar; o alle pijpleidingen waartoe de kandidaat er zich toe verbindt eigenaar te worden en die deel zullen uitmaken van het waterstofvervoersnet.
(2)De kandidaat geeft aan of de pijpleidingen die het waterstofvervoersnet in België zullen vormen, met inbegrip van de pijpleidingen in België welke in aanmerking komen of zullen komen voor vervoer van waterstof, of hij hiervan eigenaar is, deze huurt, least of verhuurt, least aan andere partijen of derden.
(3)Indien de kandidaat een onderneming is die eigendom is van twee of meerdere bedrijven, geeft de kandidaat aan welke pijpleidingen deze bedrijven in eigendom bezitten of via huur of leasing gebruiken, bestemd voor vervoer van waterstof of bestemd zullen worden voor vervoer van waterstof. Tijdens de vergaderingen van 4 en 10 januari 2024 heeft Fluxys H2 verduidelijkt dat voor haar aanvraag tot certificering zij zich in eerste instantie beperkt tot de uitbouw van fase 1 van het waterstofvervoersnet, zoals ingediend voor het dossier Recovery & Relance Fonds (hierna: RRFsubsidie). Deze investering van Fluxys Belgium met het oog op de toekenning van een subsidie van 95 miljoen euro voor de ontwikkeling van 150 km waterstofpijpleidingen in België is door de ministerraad van 22/12/2023, op voordracht van de minister van Energie, goedgekeurd. Deze leidingen moeten uiterlijk in juli 2026 operationeel zijn. Fluxys H2 verduidelijkt verder dat de MAOP (= maximum allowable operating pressure) is vastgesteld op 66bar, gebruikmakende van het staaltype […]. In een eerste periode zal de effectieve uitbatingsdruk vastgelegd worden op 30 tot 50bar. De producenten/netgebruikers zullen op iedere druk in deze range moeten kunnen injecteren, aldus Fluxys H2. Dit ontwerp en deze uitbatingsdrukken zijn afgestemd om de koppeling met het HNS netwerk in Nederland te kunnen verzekeren en aldus de interoperabiliteit te kunnen waarborgen. De gebruikte diameters van deze infrastructuur zijn: […]. De waterstofvervoerspijpleidingen van fase 1, dat uitsluitend uit nieuwbouw bestaat, zullen door Fluxys H2 worden aangelegd en eigendom worden van Fluxys H2, ook al is deze fase al gelanceerd door Fluxys Belgium wat betreft de subsidieaanvraag. De subsidies die voor deze investeringsfase worden toegekend zullen ten goede komen aan Fluxys H2 en bijgevolg in mindering worden gebracht op de investeringskosten. De kosten gedragen door Fluxys Belgium zullen aan Fluxys H2 worden gefactureerd. De CREG vraagt aan Fluxys H2 weliswaar haar op de hoogte te brengen van zodra het duidelijk zal worden op basis van welke rechtsfiguur Fluxys H2 eigenaar zal worden van deze waterstofvervoersleidingen. De CREG heeft bijkomend uitleg gevraagd over: “met mogelijke uitzonderingen voor bijvoorbeeld het hergebruik van bestaande (aardgas)pijpleidingen.” en waarom ‘aardgas’ tussen aanhalingstekens staat. Fluxys H2 heeft hierop geantwoord dat ondanks het feit dat bestaande aardgasleidingen technisch kunnen herbestemd worden voor gebruik van transport voor waterstof, op deze locaties en op dit ogenblik geen infrastructuur beschikbaar is dat in aanmerking komt voor het vervoer van waterstof. Daarnaast is de huidige capaciteitsbehoefte in het aardgasvervoersnetwerk nog steeds hoog. Om die reden staat ‘aardgas’ tussen aanhalingstekens. Ook hier vraagt de CREG dat zij op de hoogte wordt gebracht van zodra beslist zou worden om bestaande aardgaspijpleidingen te herbestemmen van transport van aardgas naar transport van waterstof en op welke manier Fluxys H2 hiervan eigenaar zal worden. Niet-vertrouwelijk 16/44 40. De statuten van Fluxys H2 melden in artikel 3 dat de vennootschap als voornaamste voorwerp heeft het vervoeren van waterstof en het beheren van waterstofnetten, al dan niet via participaties in ondernemingen die waterstofnetten bezitten en/of werkzaam zijn in deze activiteitensector, met inbegrip van aanverwante diensten. De activiteiten houden onder meer in het transport van waterstof van om het even welke soort, in iedere vorm, van elke aard en herkomst door middel van een net dat vooral bestaat uit pijpleidingen inclusief waterstofvervoer van of naar (
  1. i)andere landen, (
  2. ii)waterstofdistributienetten, (iii) invoerterminals, eindafnemers en waterstofopslag en productieeenheden en de aansluiting daarvan op het waterstofvervoersnet. Hieruit volgt dat Fluxys H2 overeenkomstig het voorwerp van haar statuten niet in het bezit wenst te zijn van of de exploitatie uit te oefenen over waterstofopslag of -invoerinfrastructuur. Hetzelfde geldt voor infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit. Verder leest de CREG in punt 11 van het voorwerp van de vennootschap dat Fluxys H2 ook diensten kan leveren, met inbegrip van financiering aan andere ondernemingen dan verbonden en geassocieerde ondernemingen die actief zijn in de gas- en energiesector. De CREG wenst hiervan op de hoogte te worden gebracht mocht in de praktijk deze clausule toegepast worden. De CREG wijst op de naleving van de OU-vereisten. De begrippen gas- en energiesector zijn zeer algemene termen waarvan de betekenis zich niet beperkt tot transport van gassen en andere vormen van energie. 4.3. CONTROLE EN ZEGGENSCHAP 4.3.1. Bestuur en statuten 41. Bijlage 2.d, van huidige beslissing zijn de statuten van Fluxys H2 dat een juridische entiteit is die opgericht is op 17 november 2023. Fluxys Belgium is voor 100% aandeelhouder van Fluxys H2. Een kapitaal van 5.475.000 euro is geplaatst waarvan 2.112.000 euro of 38,58% is volgestort. De vennootschap heeft als voornaamste activiteit het uitoefenen van het transport van waterstof en het beheer van waterstofnetten (paragraaf 40 van deze beslissing). 42. De CREG neemt er nota van dat Fluxys H2 opteert voor een monistisch bestuursmodel. Fluxys H2 heeft tijdens de vergaderingen van 4 en 10 januari 2024 verduidelijkt dat het dagelijks bestuur uitgeoefend zal worden door een Directeur of Algemeen Directeur, ondersteund door een Technical Manager, een Regulatory Manager en een Commercial Manager. De CREG verzoekt Fluxys H2 de namen van deze personen mede te delen van zodra zij gekend zijn. 43. De raad van bestuur is overeenkomstig de statuten samengesteld uit ten minste 3 bestuurders die natuurlijke of rechtspersonen kunnen zijn en die al dan niet aandeelhouders kunnen zijn. In tegenstelling tot de gas- en elektriciteitswet voorziet de H2-wet geen enkele bepaling inzake de samenstelling van de raad van bestuur van een HTNO, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders in de raad van bestuur. Daarnaast heeft de elektriciteitswet recentelijk verboden dat rechtspersonen als bestuurder aangeduid kunnen worden (wet van 3 november 2023, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2023). Onder ‘bestuurders die al dan niet aandeelhouders kunnen zijn’ verduidelijkt Fluxys H2 dat artikel 8, § 2 van de statuten (bijlage 2.d van deze beslissing) meldt dat ook een natuurlijke persoon - niet Niet-vertrouwelijk 17/44 aandeelhouder, aangesteld zou kunnen worden als bestuurder en dat dit een standaardbepaling is van statuten van een N.V.. Fluxys H2 meldt uitdrukkelijk dat zij geen intentie heeft dat de enige aandeelhouder van Fluxys H2, zijnde Fluxys Belgium, als bestuurder zou aangeduid worden. Wijzigingen van bestuurders moeten sowieso voldoen aan artikel 10,2°,c van de Waterstofwet. Het antwoord tot verduidelijking volstaat voor heden voor de CREG. De CREG verzoekt Fluxys H2 om haar op de hoogte te houden in geval van een bestuurswijziging. 44. Fluxys H2 is een niet-beursgenoteerde vennootschap waarop bijgevolg de Code Buysse van toepassing is betreffende corporate governance. 45. Verder melden de statuten dat de raad van bestuur het dagelijks bestuur van de vennootschap mag delegeren aan één of meer (rechts)personen, al dan niet aandeelhouders. Dergelijke clausules – het delegeren van bestuursdaden aan rechtspersonen, al dan niet aandeelhouders - houden mogelijks een risico in wat betreft de permanente naleving van de ontvlechtingsvereisten overeenkomstig het OU-model. Op de vraag naar verduidelijking wat verstaan moet worden onder het delegeren van het dagelijks bestuur aan al dan niet aandeelhouders, verwijst Fluxys H2 naar de artikelen 10 van de statuten van Fluxys H2 (bijlage 2.d van deze beslissing) dat regels bevat inzake vertegenwoordigingsbevoegdheid en naar artikel 11 van diezelfde statuten dat de regels bevat inzake bestuursbevoegdheid en het dagelijks bestuur. Dit zijn eveneens standaardbepalingen in de statuten van een N.V.. Op basis van deze bepalingen is het, zoals voorzien op basis van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ( hierna: WVV) volgens Fluxys H2 mogelijk dat de raad van bestuur (binnen bepaalde grenzen) bevoegdheden, inclusief het dagelijks bestuur, kan delegeren. Op basis van artikel 7:121, 2de lid van het WVV omvat het dagelijks bestuur handelingen en beslissingen die niet verder reiken dan de behoefte van het dagelijks leven van de vennootschap, evenals handelingen en beslissingen die, om reden van het minder belang dat ze vertonen of omwille van het spoedeisend karakter, de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen. Zoals reeds toegelicht stelt Fluxys H2 dat de ‘al dan niet aandeelhouders’ bewoording tot doel heeft te bepalen dat diegene aan wie een bevoegdheid gedelegeerd wordt, niet noodzakelijk een aandeelhouder hoeft te zijn maar inderdaad ook een aandeelhouder kan zijn (wat opnieuw niet de intentie is volgens Fluxys H2). In concreto heeft dergelijke bepaling hoofdzakelijk tot doel de bevoegdheid om bepaalde verbintenissen aan te gaan voor Fluxys H2 dewelke toegekend wordt aan een werknemer van Fluxys H2. Beide artikelen in de statuten hebben bijgevolg tot doel om de operationele werking van Fluxys H2 mogelijk te maken. Deze laten niet toe om bestuursdaden in een ruimere zin te delegeren. Het is de verantwoordelijkheid van Fluxys H2, en bijgevolg engageert Fluxys H2 zich, om, als gebruik gemaakt wordt van deze delegatiebevoegdheid zich te schikken naar de bepalingen van de H2-wet. Het antwoord volstaat voor heden voor de CREG. De CREG verzoekt wel om haar op de hoogte te houden wanneer bevoegdheden van de raad van bestuur of van het dagelijks bestuur van Fluxys H2 gedelegeerd zouden worden. 46. Bijlage 2.b van huidige beslissing maakt gewag van […] werknemers van Fluxys N.V. en Fluxys Belgium die samen het team ‘directie nextgrid’ zullen vormen. Fluxys H2 verduidelijkt dat het begrip ‘directie’ niet begrepen moet worden als een directiecomité die beslissingen treft maar als een ‘departement / business-unit’ binnen Fluxys N.V en Fluxys Belgium. Deze business-unit is vandaag verantwoordelijk voor de coördinatie van alle acties met betrekking tot de nieuwe moleculen. Fluxys H2 verwijst hiervoor naar hetgeen hierover vermeld staat op pagina 2 van bijlage 2.b van deze beslissing. Het departement beschikt over relevante capaciteiten om de Niet-vertrouwelijk 18/44 commerciële, strategische en technische implementatie van de nieuwe moleculen-infrastructuur te stimuleren en een drijvende kracht te worden in het transport van deze moleculen. Verder wordt in de SSAs (bijlagen 2.j en 2.k, van huidige beslissing) gemeld dat volgende diensten door: - Fluxys Belgium aan Fluxys H2 geleverd zullen worden: […] - Fluxys N.V. aan Fluxys H2 geleverd zullen worden: […] Voor de CREG volstaat op heden de verduidelijking. 47. Uit de aanvraag tot certificering kon niet duidelijk vastgesteld worden of dit team zich gelijktijdig zal bezighouden met gereguleerde en niet gereguleerde activiteiten. Hierover diende klaarheid verschaft te worden omdat vermeden moet worden dat kruissubsidiëring zou ontstaan tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten waardoor de onafhankelijkheid van zowel de aardgas TSO als van de HTNO in het gedrang zou kunnen komen. Zo is voor aardgas kruissubsidiëring verboden overeenkomstig artikel 15/5bis, § 5, 18°, van de gaswet. Dergelijke bepaling is weliswaar niet opgenomen in de H2-wet, maar verwijzend naar de politieke overeenkomst bereikt op Europees niveau op 8 december 2023 over het Decarbonisation Package, meer bepaald de H2- Gas Verordening, heeft het Europese Parlement, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, kruissubsidiëring tussen aardgas en waterstof niet aanvaard om te voorkomen dat gasconsumenten de waterstofinfrastructuur zouden moeten financieren en omgekeerd. De Europese Raad aanvaardde deze aanpak. Verder bepaalt artikel 15/14, § 2, 9°, van de gaswet dat de CREG de boekhouding van de ondernemingen van de (aardgassector) moet controleren, inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 15/12 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de activiteiten van vervoer, (doorvoer) distributie en opslag van aardgas. In 10° van datzelfde artikel wordt verder gesteld dat de CREG verifieert op de afwezigheid van kruissubsidies tussen activiteiten van vervoer, distributie, opslag, LNG en levering. Overeenkomstig artikel 25, tweede lid van de H2-wet vervult de CREG haar taken en verwerft zij haar bevoegdheden dewelke haar zijn toegewezen bij de artikelen 15/14 tot 15/18bis, van de gaswet. Bijgevolg, moet de CREG controleren en kunnen vaststellen of er kruissubsidiëring bestaat tussen
(1)gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten en
(2)tussen aardgas en waterstof op basis van huidige nationale wetgeving. De CREG heeft bijgevolg aan Fluxys H2 om verduidelijking gevraagd wat haar aanpak zal zijn om kruissubsidiëring te voorkomen, gelet op het feit dat volgens de SSAs de toegewezen personeelsleden onder gezag, leiding en toezicht blijven van Fluxys N.V. of Fluxys Belgium en waaruit de CREG dan afleidt dat het salaris van deze personeelsleden verder betaald wordt door hun werkgever en niet door Fluxys H
  1. De CREG heeft de vraag gesteld of hier dan geen sprake kan zijn van kruissubsidiëring tussen aardgas en waterstof. Fluxys H2 verduidelijkt dat er geen sprake kan zijn van kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet gereguleerde activiteiten omdat de loonkosten van de voltijdse personeelsleden op de loonlijst terecht zullen komen van Fluxys H2 en dat kosten van de personeelsleden die ingezet zullen worden voor het leveren van de diensten (paragraaf 46 van huidige beslissing) gedekt zullen worden via een facturatie door Fluxys N.V. of Fluxys Belgium aan Fluxys H2 op basis van de afgesloten SSAs. Deze methodiek wordt ook toegepast tussen de beheerders Fluxys Belgium en Fluxys LNG terminal. Niet-vertrouwelijk 19/44 De verduidelijking volstaat op heden voor de CREG en zal als aandachtspunt meegenomen worden in de bespreking van de tarieven en de gedragscode indien nodig.
  2. De statuten van Fluxys H2 melden dat het bestuursorgaan, evenals de gevolgmachtigden voor het dagelijks bestuur binnen het kader van dit bestuur, specifieke bevoegdheden aan één of meer personen van hun keus mogen toekennen. Dit is een zeer ruime bepaling die de onafhankelijkheid overeenkomstig het OU-ontvlechtingsmodel van Fluxys H2 in het gedrang zou kunnen brengen. Fluxys H2 heeft aan de CREG meegedeeld dat op basis van artikel 10 van de statuten (bijlage 2.d van deze beslissing) het mogelijk is om in het kader van de operationele werking van een onderneming, welbepaalde vertegenwoordigingsbevoegdheden te delegeren. Om dit mogelijk te maken moet een intern reglement opgesteld worden, dat bepaalt welke personen in welke hoedanigheid voor welke handelingen bevoegd zijn (een reglement inzake volmachten). Op vandaag bestaat dergelijk reglement nog niet, document dat trouwens geen afbreuk kan doen aan de bevoegdheden van de raad van bestuur. Fluxys H2 zal er steeds op toezien dat de regels inzake eigendomsontvlechting worden nageleefd, ook in het kader van de eventuele delegatie. De CREG vraagt Fluxys H2 hiervan op de hoogte te brengen van zodra dit intern reglement wordt opgesteld.
  3. Bijlage 2.b van het ingediend dossier toont aan dat de raad van bestuur is samengesteld uit vier bestuursleden, te weten de heren Pascal De Buck, Arno Büx en Ben De Waele en mevrouw Anne Vander Schueren. De heer Pascal De Buck is gedelegeerd bestuurder en CEO van Fluxys Belgium en Fluxys N.V.. De heer Arno Büx is CCO van het Management Team van Fluxys Belgium en Fluxys N.V.. De heer Ben De Waele maakt deel uit van het uitgebreid managementteam12 van Fluxys N.V. en mevrouw Anne Vander Schueren is Director Human Resources van het Extended Management Team van Fluxys N.V. en van het Executive Committee van Fluxys Belgium. Ieder van deze fysische personen hebben een verklaring op eer afgelegd stellende dat ze geen lid zijn van een bestuursorgaan van een onderneming die functies van productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit uitoefenen (Bijlage 2.i, van huidige beslissing).
  4. Bijlage 2.b van huidige beslissing somt eveneens de personeelsleden op die werkzaam zijn in één van de entiteiten binnen Fluxys N.V. en waarvan Fluxys H2 stelt dat deze werknemers ingezet zullen worden voor de ontwikkeling van het waterstofvervoersnet. De SSAs (bijlage 2.j en 2.k van deze beslissing), melden in artikel 3.2 dat: “Tenzij anders vermeld of overeengekomen tussen de Partijen, de personen die in dienst zijn van of zijn aangesteld door de Dienstverlener of, indien van toepassing, van een onderaannemer van de Dienstverlener en die Diensten uitvoeren, uitsluitend onder de verantwoordelijkheid, het gezag, de leiding en het toezicht van de Dienstverlener werken. Uit deze Overeenkomst of de uitvoering van de Diensten in het kader daarvan kan geen enkele arbeidsverhouding worden afgeleid tussen de Afnemer enerzijds en de Dienstverlener of de Vertegenwoordigers van de Dienstverlener anderzijds ” M.a.w. de personeelsleden van Fluxys Belgium / Fluxys N.V. uitgeleend aan Fluxys H2 blijven hun arbeidsprestaties onder gezag, leiding en toezicht van Fluxys Belgium / Fluxys N.V. uitoefenen. Fluxys H2 mag hen geen enkele instructie geven buiten de instructies die Fluxys Belgium / Fluxys N.V. aan hen geeft in de uitvoering van de diensten (artikel 4.2 SSA bijlage 2.j en 2.k, van deze beslissing). Fluxys 12 Het uitgebreid managementteam staat het managementteam bij dat belast is met het dagelijks bestuur en het operationeel beheer van Fluxys N.V.. Het management team maakt ook voorstellen aan de raad van bestuur van investeringen in het kader van de ondernemingsstrategie. Niet-vertrouwelijk 20/44 H2 draagt wel alle verantwoordelijkheid (artikel 4.1 bijlage 2.j en 2.k, van deze beslissing). De CREG stelt de vraag hoe artikel 4.2 samen gelezen moet worden met artikel 10.1, aangezien Fluxys H2 verantwoordelijk is voor de conformiteit van de diensten met de relevante wet- of regelgeving. Hoe zullen de instructies hieromtrent door Fluxys H2 gegeven kunnen worden? Fluxys H2 heeft tijdens de vergaderingen op 4 en 10 januari 2024 met de CREG verwezen naar artikel 4.
  5. van de SSA, afgesloten tussen Fluxys Belgium en Fluxys H2, waarbij Fluxys H2 in het kader van de gevraagde diensten, zonder afbreuk te doen aan het werkgeversgezag van Fluxys Belgium en Fluxys NV, instructies kan geven aan de personeelsleden van Fluxys Belgium en Fluxys N.V. die deze diensten leveren. Het voorwerp van deze instructies is beperkt tot de naleving van de verplichtingen die op Fluxys H2 rusten in het kader van het welzijn op het werk en instructies die kaderen binnen de uitvoering van de SSAs. […]. Verder laat Fluxys H2 gelden dat artikel 10 en meer bepaald artikel 10.
  6. van de SSA bepaalt dat Fluxys H2 steeds verantwoordelijk blijft voor de gevraagde diensten en haar activiteiten en dit ook wanneer zij beroep doet op diensten van Fluxys Belgium of Fluxys N.V.. Dit is de basis van een dienstverlening/aannemingsovereenkomst. De opdrachtgever is eindverantwoordelijke, terwijl de dienstverlener diensten levert. Bovendien voorziet 10.3 van de SSA dat de dienstverlener (in casu Fluxys Belgium of Fluxys NV) ook eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van opdrachtgever, zoals iedere dienstverlener binnen het kader van een SSA. Op dit ogenblik volstaat het antwoord van Fluxys H2 voor de CREG. Daarnaast stelt de CREG vast dat de bestuursleden van Fluxys H2 hun mandaat onbezoldigd uitoefenen. Uit wat voorafgaat stelt de CREG vast dat de verhouding tussen Fluxys Belgium / Fluxys N.V. en Fluxys H2 wat betreft de personeelsleden geclassificeerd moet worden onder ‘onderaanneming’. 4.3.
  7. Juridische entiteit Fluxys Hydrogen In de Nota (Z)2619 heeft de CREG hierover volgende vragen gesteld:
(4)De door de kandidaat voorgestelde juridische entiteit voor het beheer van het waterstofvervoersnet kan ook gebruikt worden voor het bezit of de exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur, op voorwaarde dat de rechtsvorm gescheiden is en dat deze entiteit nooit betrokken is bij de verkoop van energie anders dan voor haar eigen operationele behoeften. De kandidaat toont aan dat aan deze voorwaarde is voldaan aan de hand van de vennootschapsdocumenten, en alle andere nuttige informatie
(5)De kandidaat specifieert verder en toont aan de hand van documenten aan of er sprake is van:
  1. a)bezit of exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur;
  2. b)bezit of exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit
  3. c)indien
  4. a)en/of
  5. b)van toepassing zijn op de kandidaat toont de kandidaat aan: i. hoe kruissubsidiëring tussen deze activiteiten voorkomen wordt; ii. of er sprake is van detachering van personeel door de kandidaat bij de beheerders van de waterstofopslag of -invoerinfrastructuur, en vice versa. iii. Onder welke vorm en welke diensten door de kandidaat geleverd worden aan de beheerders van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur en vice versa; iv. Welke gezamenlijke aankoopsystemen of joint ventures zijn opgezet voor het uitvoeren van nader gespecifieerde taken . Niet-vertrouwelijk 21/44 Het antwoord op deze vragen wordt door Fluxys H2 gegeven onder punt 5.2 (pagina 44) van de aanvraag tot certificering. 52. Fluxys H2 verklaart geen activiteiten te hebben die gelinkt zijn aan bezit of exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur. 53. Verder verklaart Fluxys H2 ook geen activiteiten te hebben die gelinkt zijn aan:
  6. a)bezit of exploitatie van waterstofopslag of -invoerinfrastructuur;
  7. b)bezit of exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit. De CREG heeft dan ook geen verdere opmerkingen of vragen hierover. 4.3.3. 54. Verbodsregels inzake zeggenschap en rechten De vragen opgenomen in de Nota (Z)2619 luiden als volgt: Artikel 10.2° van de H2-wet vereist dat dezelfde persoon:
  8. a)Niet gelijktijdig direct of indirect controle uitoefent op ondernemingen betrokken bij de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit en direct of indirect controle uitoefent op of enige rechten uitoefent over de kandidaat;
  9. b)Niet gelijktijdig direct of indirect controle uitoefent op kandidaat en direct of indirect controle uitoefent op of enige rechten uitoefent over ondernemingen betrokken bij de productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit. Om de controle of enige rechten uitoefenen vast te stellen, moet een lijst worden opgesteld van alle ondernemingen die tot dezelfde groep behoren van de kandidaat en van alle ondernemingen waartoe de kandidaat participaties in heeft. Volgende informatie wordt gevraagd: o Lijst van alle ondernemingen of personen die direct of indirect zeggenschap hebben over kandidaat, en omgekeerd; o Lijst van alle bedrijven die een van de productie- of leveringsfuncties uitvoeren waarbij dezelfde persoon direct of indirect zeggenschap of recht uitoefent over de kandidaat en die bedrijven. Voor elke onder
  10. a)tot en met
  11. b)genoemde vermelding moeten de aard en de middelen van controle worden gespecificeerd (bv. stemrechten, vetorecht, het houden van een meerderheidsbelang, wettelijke en contractuele beschermingsrechten van minderheidsaandeelhouder, de bevoegdheid tot benoeming van leden van de raad van toezicht, het bestuursorgaan of de bestuursorganen die de onderneming wettelijk vertegenwoordigen, feitelijke en juridische zeggenschap; uitsluitende zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap). 55. De antwoorden op deze vragen zijn terug te vinden onder punt 5.2 (pagina 39 tot 44) van de aanvraag tot certificering en worden hierna besproken. 56. Wat onder het begrip controle, rechten en persoon verstaan moet worden, verwijst de CREG naar de paragrafen 14 tot 18 van huidige beslissing. 4.3.3.1. Aandeelhouders en ratio 57. De structuur van de Fluxys Group wordt door Fluxys H2 als volgt voorgesteld (bijlage 2.e van huidige beslissing). Niet-vertrouwelijk 22/44 […] 58. Fluxys H2 is een afzonderlijke entiteit die voor 100% een dochteronderneming is van Fluxys Belgium, de aardgas-TSO. Fluxys H2 verklaart dat haar activiteiten en activa gescheiden zullen zijn van de andere activiteiten van de Fluxys Group. De CREG verwijst naar de uiteenzetting onder de titels ‘eigendomsstatuut’ en ‘bestuur en statuten’, van deze beslissing. 59. Verder wordt expliciet gemeld dat iedere entiteit binnen Fluxys N.V. verantwoordelijk is voor zijn eigen solvabiliteit en financiering waardoor de insolvabiliteit van één entiteit andere entiteiten binnen Fluxys N.V. niet in gevaar brengt. De CREG neemt daar nota van. 60. Voor de samenstelling van de raad van bestuur van Fluxys H2 verwijst de CREG naar paragraaf 49 van huidige beslissing. 61. Betreffende de beslissingen die genomen worden binnen de raad van bestuur van Fluxys H2, vestigt de CREG de aandacht op wat is uiteengezet in de paragrafen 45 en 48 van huidige beslissing. 62. Fluxys Belgium is op haar beurt voor 90% een dochteronderneming van Fluxys N.V. De overige 10% zijn beursgenoteerd. Daarnaast is er één gouden aandeel in het voordeel van de Belgische Staat13. Artikel 12 van de statuten van Fluxys Belgium (bijlage 2.d van huidige beslissing) beschrijft de rechten verbonden aan de vertegenwoordigers van de Belgische Staat. Zo kunnen de vertegenwoordigers van de Belgische Staat beroep aantekenen tegen elke beslissing van de raad van bestuur die zij strijdig achten met de krachtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake de bevoorrading van het land in energie. Dit recht geldt eveneens voor beslissingen over het investerings- en activiteitenplan en het daarop betrekking hebbende budget welke de raad van bestuur ieder boekjaar moet nemen. Verder leest de CREG in dit artikel dat de minister zich kan verzetten tegen elke overdracht, zekerheidsstelling of verandering van bestemming van de strategische activa van Fluxys Belgium waarvan de lijst is toegevoegd aan voormeld koninklijk besluit. Betreffende deze te nemen beslissingen moet Fluxys Belgium deze vooraf aan de minister meedelen waartegen de minister zijn recht van verzet dan kan uitoefenen binnen een termijn van 21 dagen nadat de betrokken beslissing hem ter kennis is gegeven. Onder strategische infrastructuur leest de CREG in de bijlage van het Koninklijk Besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een Bijzonder aandeel in Distrigas dat onder meer het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de aanlandings- en grensoverschrijdingspunten, de centrale commando-eenheid, de compressiestations en de opslaginstallaties als strategische activa wordt beschouwd. Deze bijzondere rechten verbonden aan het bijzonder aandeel betreft uiteraard de activa die tot het aardgasvervoersnet behoren en waarover Fluxys Belgium het beheer uitoefent als aardgas-TSO. In 13 Artikel 8/3, § 1/3. De aangewezen beheerders tellen in hun raad van bestuur en directiecomités twee regeringscommissarissen waarvan de bevoegdheden bepaald zijn bij het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys. Deze twee commissarissen komen voort uit twee verschillende taalrollen. In afwijking van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Distrigas en van de wet van 26 juni 2002 tot regeling van de bijzondere rechten verbonden aan de bijzondere aandelen ten voordele van de Staat in de NV Distrigas en de NV Fluxys worden de commissarissen die worden benoemd in toepassing van deze bepalingen benoemd door de Ministerraad. De bijzondere rechten bij bedoelde beheerders worden uitgeoefend door de minister die bevoegd is voor energie. Niet-vertrouwelijk 23/44 huidige casus heeft dit ook zijn belang gelet op de intentie van repurposing van aardgaspijpleidingen naar waterstofvervoersleidingen. 63. Fluxys Belgium werd op datum van 27 september 2012 door de CREG gecertificeerd onder het OU-model14. De CREG stelt vast dat de aandeelhouders van en hun ratio in Fluxys Belgium niet gewijzigd zijn sinds deze certificeringsbeslissing. 64. De aandeelhouders van Fluxys N.V. zijn sinds de certificering van Fluxys Belgium in 2012 daarentegen wel gewijzigd. Ook is hun ratio met de jaren gewijzigd. Zo werd de aandeelhouder Caisse de dépôt et placement du Québec vervangen door onder meer Neon Holding S.à.r.l.. Zijn daarnaast in Fluxys N.V. als aandeelhouders ingestapt: AG Insurance, Ethias SA en EthiasCo SCRL, die samen optreden met SFPI/FPIM en in hun geheel 6,74% vertegenwoordigen binnen Fluxys N.V.. Ieder van deze wijzigingen zijn gebeurd n.a.v. de uittrede van de aandeelhouder Caisse de dépôt et placement du Québec uit Fluxys N.V.. 65. Volgens publiek beschikbare informatie stelt de CREG vast dat Neon Holding S.à.r.l. (voorheen EIP Neon Holding S.à.r.l.), een vennootschap naar Luxemburgs recht, een investeringsmaatschappij is. Volgens de website van Energy Instructure Partners (EIP) als entiteit binnen Neon Holding bezit EIP volgende participaties in energieproductie:15 - Hydropower: Alpiq, totaal geïnstalleerde capaciteit 2900MW met een productie van 4TWh/jaar, op Zwitsers grondgebied, in samenwerking met Alpiq, deelname ten belope van 33,3%; - Offshore Wind: Arkona windpark, totaal geïnstalleerde capaciteit 378MW, in de Baltische zee, geniet van vaste feed-in-tariffs met toepassing van Duitse REW-Act
(2014), in samenwerking met RWE en Equinor, deelname ten belope van 25%; - Onshore Wind: Nysäter Wind zijn twee windparken (307MW + 167MW) ter bevoorrading van 300.000 gezinnen/jaar, op Zweeds grondgebied, in samenwerking met RWE, via Power Purchase Agreement, deelname ten belope van 80%; - Zonne-energie: o Sunscreen, totaal geïnstalleerde capaciteit 112MW, op Italiaans (77MW) en Slovaaks (32MW) grondgebied, in samenwerking met ContourGlobal (platform voor het verwerven en ontwikkelen van elektriciteitsopwekking op groothandelsniveau met langetermijncontracten, gediversifieerd over brandstoftypen en regio's, met activiteiten te Spanje, Italië, Oostenrijk, Slovakije, en buiten Europa), geniet van feed-in-tariffs, deelname ten belope van 49%; o Mirror, totaal geïnstalleerde capaciteit 250MW, op Spaans grondgebied, in samenwerking met ContourGlobal, deelname ten belope van 49%. Andere types van participaties zijn: - Swissgrid: indirecte deelname ten belope van 18% in samenwerking met BKW; - Transitgas: deelname ten belope van 37%, in samenwerking met FluxSwiss en Swissgas; 14 15 (B)120927-CDC-1166: https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b120927-cdc-1166 https://www.energy-infrastructure-partners.com/# Niet-vertrouwelijk 24/44 - BayWa r.e.: uitbouw van REW platform voor fotovoltaïsche en onshore windenergieprojecten van 20GW over Europa en de wereld.
  1. Uit wat voorafgaat stelt de CREG vast dat voor minstens 1 participatie EIP meerderheidsaandeelhouder is in een offshore wind productiepark, waar EIP over een absolute controle beschikt. Bijgevolg moet nagegaan worden in welke mate participaties van EIP in productie van wind en zonneenergie en dus in elektriciteitsproductie, met in bepaalde gevallen een meerderheidsparticipatie, haar participatie in Fluxys N.V. ten belope van 15,24%, het beleid van Fluxys Belgium aardgas-TSO kan beïnvloeden en op die manier onrechtstreeks ook het beleid van Fluxys Hydrogen. Het antwoord op deze vraag heeft zijn belang gelet op de verwevenheid tussen Fluxys N.V., Fluxys Belgium en Fluxys H2 op gebied van samenstelling van raad van bestuur (de heer Pascal De Buck is gedelegeerd bestuurder van Fluxys N.V., Fluxys Belgium en Fluxys H2), waar de beslissingen getroffen worden voor de ontwikkeling van een waterstofvervoersnet, de financiering ervan, de IT-toepassingen, de inzet van het personeel en andere mogelijke aspecten voor de ontwikkeling van de activiteiten en het beheer van het waterstofvervoersnet door Fluxys H2 (paragraaf 46 van deze beslissing). Deze grote verwevenheid vloeit niet alleen voort uit de motivering van de aanvraag tot certificering van Fluxys H2, maar ook uit de brief gericht tot de minister (bijlage 2.h, van huidige beslissing). Verder verwijst de CREG ook naar hetgeen is uiteengezet in de paragrafen 49 en 50 van deze beslissing. 4.3.3.
  2. Verbodsregels inzake rechtstreekse of onrechtstreekse zeggenschap/controle
  3. Betreffende de rechtstreekse/onrechtstreekse controle of zeggenschap leest de CREG in de interpretatieve nota’s van de Europese Commissie: "As stated above, the objective which the unbundling rules of the Electricity and Gas Directives pursue is the removal of any conflict of interest between generators/producers, suppliers and transmission system operators. It would not be in line with this objective if certification of a TSO were to be refused in cases where it can be clearly demonstrated that there is no incentive for a shareholder in a TSO to influence the TSO's decision making in order to favour his generation, production and/or supply interest to the detriment of other network users."16 "In situations as referred to above, where it can be clearly demonstrated that even though one or more of the circumstances referred to in Article 9
(1)(b), (
  1. c)and/or (
  2. d)appear to be present, there is clearly no incentive for a shareholder in a TSO to influence the decision making in this TSO with the intention to favour its generation, production and/or supply interests to the detriment of other network users, the Commission has taken the view that a refusal to certify such a TSO given the fact that such participation in generation, production and/or supply activities does not lead to a situation which the unbundling rules seek to prevent. Any different interpretation of the unbundling rules of Article 9
(1)(
  1. b)to (
  2. d)Electricity and Gas Directives could lead consequences which would not be justified by the objective the unbundling rules seek to pursue, notably, avoiding discrimination in the operation of the network and in the investment decisions concerning the network." 17 Uit de adviezen van de Europese Commissie kunnen verschillende algemene criteria worden gehaald om te evalueren of er een risico op een belangenconflict is en of er een inbreuk is op de doelstelling 16 Commission staff working document - Ownership Unbundling - The Commission's practice in assessing the presence of a conflict of interest including in case of financial investors, 2013 05 08. 17 Zie voetnoot 15. Niet-vertrouwelijk 25/44 van de ontvlechtingsregels. De voornaamste criteria van de Europese Commissie kunnen als volgt worden samengevat: - - geografisch criterium: als de betreffende activiteiten plaatsvinden in een andere lidstaat (of een andere zone) dan die waarin de TSO actief is, dan is het risico op een belangenconflict beperkt; criterium over de aard en de waarde van de participaties evenals het aandeel van de productieen/of leveringsactiviteiten: wanneer de participatie en het aandeel van de betreffende activiteiten verwaarloosbaar zijn, in het bijzonder t.o.v. de totale productie op het nationale grondgebied of de totale gerealiseerde omzet, is het risico op een belangenconflict beperkt; criterium betreffende de toepassing van een regulatoir en/of reglementair kader: wanneer de betreffende activiteiten voorwerp uitmaken van een bepaalde controle, in het bijzonder inzake prijzen (gereguleerde prijzen, feed-in tariffs, enz), dan is het risico op een belangenconflict beperkt. Bovendien herhaalt de Europese Commissie in het kader hiervan het belang dat er moet worden gehecht aan het onderzoek van de risico’s m.b.t. de uitwisseling van commercieel gevoelige informatie en de naleving van de bepalingen die de toegang tot het beroepsgeheim m.b.t. de productie- en of leveringsactiviteiten verhindert. Bovendien stelt de Europese Commissie verder dat: “So as to avoid undue influence arising from vertical relations between gas and electricity markets, Article 9
(3)Electricity and Gas Directives clarify that ownership unbundling applies across the gas and electricity markets, thereby prohibiting joint influence over an electricity supplier and a gas TSO or a gas supplier and an electricity TSO. The rule however only applies to the core requirements of ownership unbundling of Article 9
(1)(
  1. b)Electricity and Gas Directives, not to the ancillary rules provided for in subparagraphs (
  2. c)and (d).”18 Verder gelden de ontvlechtingsregels ook voor holdingstructuren waarbinnen de TSO zich bevindt (zie punt 3.2, van huidige nota). “Similar rules apply in case of the presence of a parent company, such as a holding company: a parent company is not entitled to exercise control over a supplier, and directly or indirectly exercise control or exercise any right over a TSO or over a transmission system. Nor is a parent company entitled to exercise control over a TSO or a transmission system, and directly or indirectly exercise control or any right over an undertaking performing any of the functions of generation or supply (Article 9
(1)(b)(
  1. i)and (
  2. ii)Electricity and Gas Directives).” 19 Over de vraag op welke partij de bewijslast rust, preciseert de Europese Commissie tot slot het volgende: "It is for the TSO to be certified to bring to the attention of the regulatory authority, where appropriate, that even though one or more of the circumstances set out to in Article 9
(1)(b), (
  1. c)and/or (
  2. d)of the Directive may arguably be present, no conflict of interest exists in the particular case. The burden of proof as to the absence of a conflict of interest or an incentive to exploit it lies with the TSO to be certified and its shareholders, and includes an obligation to submit all the relevant information. The regulatory authority is to take the presented information into account and include it in its assessment whether the unbundling rules of Article 9 Electricity and Gas Directives are complied with." (onderlijnd door de CREG)20. 18 Commission staff working paper - Interpretative note on Directive 2009/72/EC concerning common rules for the internal market in electricity and Directive 2009/73/EC concerning common rules for the internal market in natural gas - The unbundling regime, 2010 01 22. 19 Zie voetnoot 17. 20 Zie voetnoot 15. Niet-vertrouwelijk 26/44 68. Zoals hoger gesteld bezit de moedervennootschap Fluxys N.V. nagenoeg alle aandelen (90%) in de dochtervennootschap Fluxys Belgium en bezit deze laatste 100% van de aandelen van Fluxys H2. Beide moedervennootschappen als ruime meerderheidsaandeelhouder oefenen alle aan de aandelen in hun dochteronderneming verbonden stemrechten uit, zodat hieruit mag worden aangenomen dat beide moedervennootschappen zich in een situatie bevinden die vergelijkbaar is met die waarin zij als enige eigenaar van hun dochteronderneming Fluxys Belgium/Fluxys H2 optreden. De inhoud van de aanvraag tot certificering toont de afhankelijkheid van Fluxys H2 aan ten aanzien van Fluxys Belgium en ook ten aanzien van Fluxys N.V.. Hiervoor kan onder meer verwezen worden naar de aanwezigheid van de heer Pascal De Buck als gedelegeerd bestuurder en CEO van Fluxys N.V., Fluxys Belgium en bestuurder van van Fluxys H2 alsook de aanwezigheid van de heer Arno Büx, Managing Director en CCO van Fluxys Belgium en Fluxys N.V. en bestuurder van Fluxys H2. Verder, stelt de CREG vast dat mevrouw Anne Vander Schueren HR director van Fluxys Belgium en van Fluxys N.V. is en dat zij deze functie ook zal uitoefenen binnen Fluxys H2. Bijlage 2.h. van huidige beslissing toont de verwevenheid en afhankelijkheid van Fluxys H2 van Fluxys N.V. en Fluxys Belgium aan. Verder verwijst de CREG ook naar de vaststelling dat de personeelsleden van Fluxys Belgium en Fluxys N.V. die diensten zullen uitvoeren ten voordele van Fluxys H2 onder toezicht, gezag en leiding blijven van Fluxys Belgium en Fluxys N.V.. Hieruit volgt dat het niet volledig uitgesloten is dat de moedermaatschappijen in staat zouden kunnen zijn om de economische en commerciële strategie van hun dochter- kleindochter onderneming Fluxys H2 te bepalen, te beïnvloeden. 69. Om elke onrechtstreekse beïnvloeding te voorkomen in de te nemen beslissingen die de economische en commerciële strategie van Fluxys H2 bepalen, heeft de CREG gevraagd dat Fluxys H2 […]. Daarnaast heeft de CREG gevraagd dat Fluxys H2 […]. Op 12 januari 2024 heeft de CREG vanwege Fluxys N.V. een antwoord ontvangen, met in bijlage de aandeelhoudersovereenkomst afgesloten tussen Publigas CV en Neon Holding S.à.r.l. (bijlagen 3.a en 3.b van huidige beslissing). De CREG laat gelden dat naar aanleiding van de overdracht van de aandelen van Caisse de Dépôt et Placement du Québec zij de al dan niet rechtstreekse of onrechtstreekse beïnvloeding van Neon Holding S.à.r.l., als minderheidsaandeelhouder van Fluxys N.V., ten aanzien van Fluxys Belgium heeft onderzocht. De CREG is na onderzoek tot het besluit gekomen dat op dat ogenblik het niet nodig was om een certificeringsprocedure ten aanzien van Fluxys Belgium te heropenen. […]. De CREG zal aan Fluxys Belgium de vraag stellen of sindsdien Fluxys N.V. van deze clausules gebruik heeft gemaakt. 70. Op datum van 15 februari 2024 (bijlage 4.d van huidige beslissing) heeft Fluxys Belgium aan de CREG bevestig dat er tot op heden […]. 71. Daarnaast heeft de CREG ook gevraagd aan Fluxys Belgium om ervoor te zorgen dat, mede in het vooruitzicht van het Gas Decarbonisation Package, de bestuurders van Neon Holding S.à.r.l. aanwezig in de bestuursorganen van Fluxys N.V. geen mandaten bekleden in bedrijven die actief zijn in levering, productie van energie en ook waarin Neon Holding S.à.r.l. een meerderheidsparticipatie heeft. Niet-vertrouwelijk 27/44 De CREG zal aan Fluxys Belgium naar de actualisatie van dit verzoek vragen. 72. Op datum van 15 februari 2024 (bijlage 4.d van huidige beslissing) heeft Fluxys Belgium aan de CREG gemeld dat de twee bestuursleden die EIP vertegenwoordigen in de raad van bestuur N.V. zijn, de heren Roland Dörig en Tim Marahrens. De heer Roland Dörig is tevens lid van het benoemings- en vergoedingscomité. De heer Tim Marahrens is lid van het auditcomité. Beide heren hebben eveneens onder ede verklaard geen mandaten of opdrachten, betaald of onbetaald, uit te oefenen in entiteiten met als activiteit productie en/of levering van aardgas, biogas, biomethaan en andere vormen van synthetisch methaan, elektriciteit en/of waterstof en waarin EIP in deze entiteiten een meerderheidsparticipatie aanhoudt. 73. Tot slot, werd aan de regeringscommissarissen van Fluxys Belgium, de heren T. Vanden Borre en M. Saliez, gevraagd om de CREG over voorgaande op de hoogte te houden. Ook aan hen zal de CREG in het kader van de permanente naleving van de OU-vereisten door Fluxys Belgium, naar een stand van zaken vragen. 74. Op datum van 15 februari 2024 (bijlage 4.a van huidige beslissing) heeft de regeringscommissaris Tom Vanden Borre verklaard geen kennis te hebben van beslissingen van de raad van bestuur van Fluxys Belgium NV die zijn uitgesteld omdat Fluxys NV zou toepassing gemaakt hebben van het ‘Special Board Decisions’ proces. Vanwege de heer Maxime Saliez mocht de CREG een antwoord ontvangen op 19 februari 2024, stellende dat hij eveneens geen kennis heeft van beslissingen van de raad van bestuur van Fluxys Belgium NV die zouden zijn uitgesteld omdat Fluxys NV zou toepassing zou gemaakt hebben van het ‘Special Board Decisions’ proces. 4.3.3.3. Verbodsregels inzake gelijktijdig lidmaatschap van bepaalde organen van de TNB en bepaalde organen van bedrijven die een functie van productie en/of levering van elektriciteit uitvoeren 75. De aanvraag tot certificering bevat voor alle leden van de raad van bestuur van Fluxys H2 een verklaring op erewoord dat hij/zij geen lid is van bestuursorganen die een onderneming wettelijk vertegenwoordigen die één van de functies van productie of levering van waterstof, aardgas, biogas, biomethaan of andere vormen van synthetisch methaan of elektriciteit vervullen (bijlage 2.i, van huidige beslissing). De CREG heeft verder geen opmerkingen. 4.4. 76. HANDELEN ALS EEN WATERSTOFVERVOERSNETBEHEERDER De taken van de HTNO staan opgesomd in artikel 13, van de H2-wet. 77. In haar nota (Z)2619, heeft de CREG hierover volgende vragen gesteld: “De kandidaat is verplicht het waterstofvervoersnet te beheren overeenkomstig artikel 13 van de H2-wet. Beschrijf in het kort op welke manier de kandidaat de taken bedoeld in artikel 13 van de H2-wet zal uitvoeren zodat hieruit kan worden vastgesteld dat de TSB de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het uitvoeren van deze wettelijke taken, meer bepaald :“ De antwoorden op deze vragen zijn terug te vinden in hoofdstuk 6 van de van de aanvraag tot certificering van Fluxys H2 (pagina 46 tot en met 62). Niet-vertrouwelijk 28/44
  3. a)Welke maatregelen onderneemt de kandidaat zodat hij blijft voldoen aan de voorwaarden voor certificering bedoeld in artikel 10, van de H2-wet en aan de evaluatiecriteria bedoeld in artikel 11, van de H2-wet; 78. Op dit ogenblik beperkt het antwoord van Fluxys H2 zich tot een verbintenis om permanent de voorwaarden van certificering na te leven (pagina 46 van de aanvraag tot certificering). Concreet wordt niets voorgesteld, zoals bijvoorbeeld de aanduiding van een nalevingsfunctionaris, een nalevingsprogramma, een ethische code en/of de opmaak van andere documenten die als maatregelen zouden kunnen gelden om de permanente naleving door Fluxys H2 van de certificeringseisen te waarborgen. Fluxys H2 verklaart dat overeenkomstig de H2-wet, Fluxys H2 wel verplicht is permanent de OUvereisten na te leven, maar dat zij niet verplicht is om hiervoor bijkomende documenten op te stellen. De CREG laat evenwel gelden dat het aan Fluxys H2 toekomt om het bewijs van permanente naleving van de OU-vereisten aan te leveren. De CREG zal in samenspraak met Fluxys H2 hiervoor een monitoring-tool uitwerken zodat de CREG haar controle en toezichtstaak in deze kan uitvoeren. 79. Bijlage 2.g, van huidige beslissing is een algemene policy verklaring van Fluxys N.V. waarbij de werknemers van Fluxys N.V. die toegang hebben tot vertrouwelijke informatie eraan herinnerd worden de onafhankelijkheidsvereisten inzake functies, mandaten en/of het ontvangen van voordelen van netgebruikers, die activiteiten uitoefenen inzake productie en/of levering, te respecteren. Netgebruikers definieert Fluxys N.V. als een producent, een leverancier, een DSO en/of een tussenpersoon actief op het Belgisch grondgebied. Het is een policy verklaring die van toepassing is op de volledige holding. Verder wordt in dit document gemeld dat de werknemers van Fluxys N.V. die contacten hebben met netgebruiker(s), zij deze niet-discriminatoir moeten behandelen, met respect van geheimhoudingsplicht en dat wanneer zij diensten leveren aan de verschillende entiteiten binnen de holding hun taken op een verantwoorde, neutrale en bewuste manier dienen uit te oefenen. Een nalevingscoördinator zal hiervoor aangesteld worden. Echter, de CREG is van oordeel dat dit niet zal volstaan. Opdat een nalevingscoördinator op een onafhankelijke wijze binnen de holding zijn/haar taken kan uitoefenen, zal een nalevingsprogramma uitgewerkt moeten worden. Fluxys H2 heeft verduidelijkt dat hiervoor de nodige bepalingen zullen worden opgenomen in het voorstel van gedragscode dat door de CREG zal moeten worden vastgesteld (artikel 15 van de H2-wet). 80. De verwijzing naar Fluxys Belgium als aardgas-TSO in de aanvraag tot certificering is evenwel geen garantie op zich dat de HTNO permanent de voorwaarden van certificering zal naleven. Immers, de CREG kan zich enkel richten tot de HTNO voor het opvragen van informatie en/of een procedure openen indien er zich een probleem zou stellen inzake de permanente naleving van de ontvlechtingseisen. De CREG verwijst onder meer naar paragraaf 45 van huidige beslissing wat betreft het risico inzake permanente naleving van de ontvlechtingseisen overeenkomstig het OU-model. 81. Met de comfort letter (Bijlage 2.h van deze beslissing) onderschrijft Fluxys N.V. en Fluxys Belgium een middelenverbintenis wat betreft de dienstverlening aan Fluxys H2 op basis van onderliggende SSAs. De middelenverbintenis is opgenomen in artikel 3.5 van beide SSAs.
  4. b)De kandidaat aantoont hoe hij het waterstofvervoersnet op een veilige, betrouwbare, efficiënte en economisch verantwoorde manier zal beheren, uitbaten en ontwikkelen; 82. Fluxys H2 verwijst hiervoor op pagina 47 van haar aanvraag tot certificering, naar het ondernemingsplan (Bijlage 2.a, van huidige beslissing). Fluxys H2 heeft verduidelijkt dat onder ‘ondernemingsplan’ verstaan moet worden het ‘financieel plan’ en dat dit plan door Fluxys H2 is opgesteld, na datum van oprichting 17 november 2023. Niet-vertrouwelijk 29/44 83. Fluxys H2 stelt dat met dit plan de economische levensvatbaarheid van de entiteit zou zijn aangetoond. De CREG stelt evenwel vast dat met dit financieel plan Fluxys H2 uitgaat van een specifiek tarief. Echter, het lijkt erop dat met dit tarief de kosten van Fluxys H2 niet volledig gedekt zullen zijn. De CREG vraagt naar verduidelijking hoe de verklaring van een economisch levensvatbare onderneming verenigd kan worden met het financieel plan. Tijdens de vergaderingen van 4 en 10 januari 2024 heeft Fluxys H2 verduidelijkt dat Fluxys Hydrogen de markt en de regulator een concurrentieel tarief vanaf dag één zal voorstellen in vergelijking met de tarieven voor waterstofvervoer die in buurlanden […] worden verwacht. Dit is immers een belangrijke factor voor België om zijn ambitie als waterstofhub waar te maken en groene en koolstofarme waterstof aan te trekken om de Belgische waterstofeconomie een kickstart te geven. Momenteel wordt het voorgestelde indicatieve uniforme tarief op basis van het ondernemingsplan voor fase 1 geraamd op […] euro/kWh/h/j HHV (entry + exit) voor het eerste exploitatiejaar
(2026), wat neerkomt op een kost van […] euro/kWh/h/j voor geconnecteerde klanten. Hierdoor ontstaat inderdaad een financieringstekort gedurende de eerste jaren (inkomsten zijn lager dan de toegestane gereguleerde kosten) dat moet worden gefinancierd. Dit financieringstekort zal naar verwachting worden hersteld wanneer de markt meer matuur wordt. Deze aanpak is conform met de verwachte Gas Regulation, artikel 4, 2a “intertemporal cost allocation”. Aanvullende risicobeperkende maatregelen zijn bijzonder belangrijk bij gebrek aan contractuele commitments en worden momenteel onderzocht samen met de bevoegde instanties. Deze kwestie moet met de bevoegde autoriteiten worden besproken, alsook rekening houdende met het verwachte Gas Decarbonisation Package waarin dergelijke mogelijkheden worden omschreven om in overeenstemming te zijn met de aanpak van de aangrenzende landen. De overgang van aardgas naar koolstofarm of naar hernieuwbare gas zal, volgens Fluxys H2, steun nodig hebben om te starten met stabiele en concurrentiële tarieven en alzo de energietransitie niet te vertragen. In deze context is vastgesteld dat aangrenzende landen al ondersteunende maatregelen hebben uitgetekend, bijvoorbeeld in Nederland: directe compensatie van de reguleringsrekening door omzetsubsidies, en in Duitsland: een staatsgarantie op herstel van de reguleringsrekening over de lange termijn gecombineerd met interim financiering van de reguleringsrekening. Volgens Fluxys H2, zal België ook dergelijke maatregelen nodig hebben (bijvoorbeeld extra investeringssubsidies, omzetsubsidies en/of staatsgaranties). In dat kader moet ook gezorgd worden voor een efficiënte inzetting van de €250 miljoen die aan de HTNO zullen toegekend worden (akkoord ministerraad 14 juli 2023 in kader van energieakkoord, paragraaf 86 van huidige beslissing), waarvoor de modaliteiten moeten besproken worden om zodoende tot optimaal gebruik te komen. 84. Verder wordt in de aanvraag tot certificering een uitvoerige uiteenzetting gedaan hoe Fluxys Belgium als een betrouwbare gas-TSO zijn activiteiten uitoefent, met hieraan gekoppeld dat Fluxys H2 dezelfde aanpak zal volgen. 85. Tot slot, wordt verwezen naar punt 4.1 van de aanvraag tot certificering (pagina 10 tot en met 25). Daar leest de CREG wat volgt; Fluxys H2 is bereid te pre-investeren in een waterstofvervoersnet en baseert zich daarvoor op het financieel plan, dat een onderdeel is van de aanvraag van de RRF-subsidie dat door de ministerraad van 22 december 2023 is goedgekeurd. Er bestaat verwarring over hoe definitief dit ondernemingsplan/financieel plan wel is, vermits op pagina 12 sprake is van een voorlopig ondernemingsplan dat dan uiteindelijk zich beperkt tot bijlage 2.a van deze beslissing, zijnde het financieel plan. Fluxys H2 heeft verduidelijkt dat het financieel plan van Fluxys H2, door haar opgesteld en waarvoor beroep werd gedaan op de diensten van Fluxus N.V. en Fluxys Belgium via de SSAs (paragraaf 46 van Niet-vertrouwelijk 30/44 deze beslissing), regelmatig zal worden bijgewerkt in overeenstemming met de ontwikkelingen van de verschillende hypothesen in de uitbouw van een waterstofvervoersnet. Inzake pre-investering verwijst Fluxys H2 naar de aanvraag van Fluxys Belgium voor de RRF-subsidie. De CREG heeft naar verduidelijking gevraagd hoe deze subsidie begrepen moet worden in hoofde van Fluxys H2. Fluxys Belgium heeft de subsidieaanvraag ingediend. De subsidie zal echter ten goede komen van Fluxys H2. De Europese Commissie heeft de toekenning van de subsidie gecontroleerd en in een beslissing van 21 september 2022 verklaard dat ze verenigbaar is met de werking van de interne markt. Vanuit het oogpunt van het mededingingsrecht en de controle van staatssteun dient het begrip begunstigde onderneming van een subsidie beschouwd te worden als een economische eenheid, ook al bestaat ze vanuit juridisch oogpunt uit verschillende rechtspersonen / maatschappijen. Fluxys Belgium en een dochteronderneming die ze voor 100 % in handen heeft, zijn wel degelijk twee verschillende juridische entiteiten maar vormen één onderneming omdat ze onderworpen zijn aan dezelfde controle, in de zin van het mededingingsrecht, en dus aan de controle op staatssteun. Vanuit het standpunt van de beslissing van de Europese Commissie die verklaart dat deze steun verenigbaar is met de interne markt is er bijgevolg geen verschil tussen de toekenning van de steun (
  1. i)aan Fluxys Belgium of (
  2. ii)Fluxys H2, een dochteronderneming die 100 % in handen is van Fluxys Belgium. In de praktijk kan er op verschillende manieren verzekerd worden dat de subsidie Fluxys H2 ten goede zal komen: […] De CREG vraagt aan Fluxys H2 mede te delen op welke formele wijze de federale overheid de toegewezen subsidie van 95 miljoen euro uiteindelijk zal uitwerken. 86. Fase 1 betreft de uitbouw van het waterstofvervoersnet bestaande uit drie clusters; 1° Gent, Antwerpen en Luik, 2° de interconnecties Gent-Antwerpen, Berneau-Eynatten en 3° de verbinding met Nederland in samenwerking met HNS, dochteronderneming van Gasunie. Verder wordt beschreven wat Fluxys Belgium hiervoor reeds ondernomen heeft. Deze eerste fase wordt door Fluxys H2 beschouwd als de bouwsteen van een langetermijnvisie op het waterstof-ecosysteem. De analyse gemaakt in huidige beslissing beperkt zich dan ook tot deze fase. De CREG stelt vast dat deze fase momenteel gebaseerd is op assumpties en hypothesen met de ervaring van Fluxys Belgium als gas-TSO en een ondernemingsplan dat regelmatig zal worden bijgewerkt in overeenstemming met de ontwikkelingen betreffende de commerciële capaciteitsboekingen. Deze assumpties en hypothesen zijn gebaseerd op: eerste ramingen inzake CAPEX-vereisten die begroot worden op […] miljoen euro […]; geen compressievereisten; de operationele, reparatie- en onderhoudskosten; de een economische levensduur van […] jaar; de RRF-financiering van 95 miljoen; een passende vergoeding (40 EV/60 VV); een extra financiering van 60% van de vaste activa, de regularisatierekening tegen markttarief; de aanname van werkkapitaal; belastingen en inschattingen van de toekomstige inflatie. Voor het tarief dat door de CREG nog moet worden goedgekeurd, zal Fluxys H2 dit voorstel doen op basis van volgende basisprincipes en assumpties: een capaciteitsbasis uitgedrukt in €/kWh/h/jaar; RAB x WACC model voor de kosten; een repurposing of herbestemming van bestaande aardgasactiva; een binnenlands entry/exit-tarief en een nivellering van de tarieven overheen een langere periode (behalve wat betreft de jaarlijkse indexering in lijn met inflatie). Fluxys H2 heeft bevestigd aan de CREG dat in de eerste fase geen herbestemde aardgasleidingen zijn opgenomen. Niet-vertrouwelijk 31/44 Fluxys H2 stelt vast dat er een financieringstekort zal zijn dat op één of andere manier gefinancierd zal moeten worden. Aanvullende risicobeperkende maatregelen worden momenteel onderzocht met de bevoegde instanties. Fluxys H2 verklaart dat dit in een stadium van working progress bevindt. De CREG vraagt Fluxys H2 om haar hiervan verder op de hoogte te houden. Een concurrentieel tarief van […] €/kWh/h/jaar wordt voorgesteld voor 2026. […] Enkel via robuuste financiële en regelgevende steun is, volgens Fluxys H2, een succesvolle uitkomst van een waterstofmarkt mogelijk. Aangrenzende landen zouden reeds ondersteunende maatregelen hebben uitgelijnd (Nederland: directe compensatie van de reguleringsrekening; Duitsland: staatsgarantie op herstel van de reguleringsrekening over lange termijn). Fluxys H2 rekent op 250 miljoen en baseert zich hiervoor op een akkoord van de ministerraad van 14 juli 2023. In deze nota21 leest de CREG: Toekenning van een subsidie aan de waterstofvervoersnetbeheerder De ministerraad gaat op voorstel van minister van Energie Tinne Van der Straeten akkoord met de toekenning van een subsidie van 250 miljoen euro voor de ontwikkeling van een waterstofverbinding met Duitsland en de ontwikkeling van het waterstofvervoersnet in en tussen de Belgische industriële clusters. In april 2022 heeft de ministerraad een budget van 300 miljoen euro vrijgemaakt om de ontwikkeling van infrastructuur voor waterstof- en CO2-vervoer te ondersteunen. De ministerraad heeft vandaag de toewijzing van 250 miljoen euro van dit budget goedgekeurd voor de aanleg van een waterstofverbinding met Duitsland en voor de ontwikkeling van het waterstofvervoersnet in en tussen de industriële clusters van Gent, Antwerpen, Bergen, Charleroi en Luik. Deze subsidie wordt ter beschikking gesteld van de waterstofvervoersnetbeheerder dat zal worden aangewezen overeenkomstig de wet betreffende het vervoer van waterstof door middel van leidingen. Deze subsidie zal worden toegekend volgens de procedure en voorwaarden in artikel 19 van deze wet. Over de toewijzing van de resterende 50 miljoen euro van de 300 miljoen euro ingevolge de beslissing van 1 april 2022 zal de ministerraad later beslissen. Ter herinnering, de federale regering publiceerde haar eerste federale waterstofstrategie in oktober 2021. Ze wil waterstof inzetten in sectoren waar het relevant is voor de energietransitie en België positioneren als tecHTNOlogieleider en als draaischijf voor de invoer en doorvoer. Deze strategie is gebaseerd op vier pijlers: Pijler 1: België positioneren als draaischijf voor de invoer en doorvoer van hernieuwbare moleculen in Europa Pijler 2: het Belgisch leiderschap in waterstoftecHTNOlogieën versterken Pijler 3: een robuuste waterstofmarkt in het leven roepen Pijler 4: samenwerking als belangrijke succesfactor 21 https://news.belgium.be/nl/toekenning-van-een-subsidie-aan-de-waterstofvervoersnetbeheerder Niet-vertrouwelijk 32/44 Artikel 19 van de H2-wet beschrijft de procedure die de HTNO moet volgen en vermeldt dat nadat de minister heeft beslist over het voornemen tot steuntoekenning hierover een aanmelding zal moeten worden gedaan bij de Europese Commissie aangezien het hier gaat om een staatsteun. Voor fase 2 worden de totale CAPEX-behoeften geraamd op […]. Uitbreiding van het waterstofvervoersnet opgenomen in fase 2 betreft de periode 2028-2030. Ook deze fase is afhankelijk van de financiële levensvatbaarheid en de marktomstandigheden. Tot slot, meldt Fluxys H2 dat voor fase 1 het geïntegreerde ondernemingsplan van Fluxys Belgium en Fluxys H2, overeenkomstig het TYNDP voor aardgas en het tariefvoorstel voor de periode 2024-2027 een combinatie inhoudt van kapitaalinjecties en leningen aan Fluxys H2 zonder dat dit de huidige activiteiten van Fluxys Belgium in het gedrang zouden brengen. De CREG vraagt dat Fluxys H2 dit document aan haar meedeelt, zodat de CREG dit kan beoordelen in een volgende fase. Op pagina 22 van de aanvraag tot certificering leest de CREG dat 4 voltijdse werknemers toegewezen zullen worden aan Fluxys H2. Daarnaast stelt de CREG in Bijlage 2.b van huidige beslissing vast dat […] personen deel uitmaken van nextgrid. Fluxys H2 heeft tijdens de vergaderingen van 4 en 10 januari 2024 met de CREG verduidelijkt dat deze personeelsleden van nextgrid zich ook zullen inlaten met andere activiteiten dan waterstof en dat de verdeling van de kosten van kostencentra naar verschillende activiteiten (aardgastransport, aardgasopslag, terminalling van aardgas, waterstoftransport, enz.) gebaseerd is op een toewijzingssleutel-matrix die wordt gecontroleerd door de commissaris en door CREG. Deze methodiek is van toepassing sinds het begin van de regulering. Deze toewijzingssleutels zijn met name gebaseerd op een toewijzing van de werktijd, op het aantal VTE's en op basis van andere indictoren van relevante kosten. Op heden volstaat deze verduidelijking. Dit aandachtspunt zal verder opgevolgd worden in het kader van de tarieven van transport van waterstof.
  3. c)Hoe het technisch beheer van de waterstofstromen op het waterstofvervoersnet zal worden georganiseerd om het waterstofvervoersnet in evenwicht te houden, door met alle redelijke middelen waarover hij beschikt toezicht te houden op het evenwicht en dit zo nodig te handhaven en te herstellen; 87. De beschrijving van het model van een efficiënte balancering van het waterstofvervoersnet wordt beschreven door Fluxys H2 op pagina 49 van de aanvraag tot certificering. 88. Op de vraag of Fluxys H2 kan melden met wie zij reeds contacten als flexibility provider heeft opgenomen, antwoordt Fluxys H2 dat met alle partijen die de Expression of Interests hebben onderschreven, informatief gepeild is naar de mogelijkheid om al dan niet een (gedeelde) rol te kunnen spelen als flexibility provider. Zowel producenten als afnemers kunnen contribueren door meer of minder af te nemen, of meer of minder te produceren in geval van onbalans op het net. 89. De CREG wenst ook enige verduidelijking te bekomen wat betreft de IT-toepassing waarvan Fluxys H2 stelt hiervoor beroep te zullen doen op de IT-systemen en infrastructuur voor aardgas. Op pagina 55 van de aanvraag tot certificering leest de CREG onder punt 4 dat de IT- en datasystemen die vandaag door Fluxys Belgium worden gebruikt om methaan- of LNG-stromen te beheren ook conform gemaakt kunnen worden voor waterstof. De CREG stelt de vraag bij wie de verantwoordelijkheid ligt, mocht iets verkeerd lopen? Niet-vertrouwelijk 33/44 Fluxys H2 heeft verduidelijkt dat voor de ontwikkeling van dergelijke ICT-tools zij beroep zal doen op de kennis en know-how beschikbaar binnen Fluxys Belgium. Het inzetten van dergelijke diensten zal verlopen binnen het kader van de SSAs. Tot slot bevestigt Fluxys H2 dat zij eindverantwoordelijke is om de nodige ICT-tools aan de netgebruikers aan te reiken. 90. Tot slot, de verwijzing naar artikel 10, 4°, van de H2-wet (pagina 23 van de aanvraag tot certificering) vindt in huidige casus geen toepassing daar dit artikel de casus viseert van een HTNO wiens juridische entiteit ook gebruikt wordt voor het bezit of de exploitatie van infrastructuur voor het vervoer, de opslag of de invoer van aardgas, biogas, biomethaan, andere vormen van synthetisch methaan of van elektriciteit. Fluxys H2 past deze mogelijkheid niet toe.
  4. d)Hoe de capaciteit van het net zal worden verzekerd om op lange termijn te voldoen aan de geleidelijke toename van de vraag naar waterstofvervoer, beoordeeld op basis van redelijke hypothesen, met inbegrip van de ontwikkeling van verbindingen met andere waterstofvervoersinstallaties in België en met waterstofvervoersinstallaties in aangrenzende landen; 91. Onder waterstofvervoersinstallaties begrijpt de wetgever alle waterstofvervoersleidingen, met inbegrip van de bestaande waterstofnetten, gebouwen, machines en accessoire inrichtingen. 92. Op pagina 50 van de aanvraag tot certificering verwijst Fluxys H2 hiervoor naar het ondernemingsplan. Fluxys H2 meldt dat zij via backbone het waterstofnetwerk zal uitbouwen en dat zij zich hiervoor zal richten tot de waterstofclusters waar de meeste interesse voor waterstof aanwezig is. De tweede fase houdt een uitbreiding daarvan in. Dit alles is gesteund op een marktbevraging, waarvoor Fluxys H2 verwijst naar punt 4.3 betreffende haar antwoord op de evaluatiecriteria. De CREG verneemt graag van Fluxys H2 met welke regelmaat zij een marktbevraging zal doen gelet op het feit dat er op vandaag nog geen volwassen waterstofmarkt bestaat. Ook wenst de CREG van Fluxys H2 te vernemen wat de minimale criteria kunnen zijn om tot een volgende fase voor de verdere uitbouw van het waterstofvervoersnet over te gaan. Hierop heeft Fluxys H2 verduidelijkt dat de marktbevraging een proces is met continue interacties met de markt (een "open RFI" waar marktpartijen hun noden kenbaar kunnen maken, “expression of interest” fase, bilaterale en groepsiteraties, …). Voor interconnecties met de buurlanden zal tweejaarlijkse afstemming plaatsvinden met de aangrenzende HTNO’s. Het netontwikkelingsplan zal op de volgende elementen zich baseren: - een gedetailleerde raming van de behoeften aan vervoerscapaciteit op basis van een publieke raadpleging, met aanduiding van de gehanteerde onderliggende hypothesen en scenario’s; - een kosten-batenanalyse van de verschillende voorgestelde mogelijkheden om aan de in de bepaling onder 1° geïdentificeerde behoeften te voldoen en - een analyse van de verenigbaarheid van de geplande investeringen met de klimaatdoelstellingen van België. De in artikel 14, eerste lid, 1°, van de H2-wet bedoelde scenario’s zijn consistent met de scenario’s die de Belgische vervoersnetbeheerders voor elektriciteit, aardgas en, in voorkomend geval, CO2 voor hun respectieve ontwikkelingsplannen hebben aangenomen en met de ontwikkelingen in de planning van waterstof-, aardgas-, elektriciteits- en CO2-netten op Europees niveau. Deze scenario’s zullen ter consultatie voorgelegd worden aan de relevante betrokken partijen teneinde het realistisch karakter ervan te verifiëren. Niet-vertrouwelijk 34/44 Op basis van deze feedback zal Fluxys H2 haar financieel plan bijwerken. Op dit ogenblik volstaat deze verduidelijking voor de CREG. 93. Onder punt 3 (pagina 51 van de aanvraag tot certificering) meldt Fluxys H2 dat door de verbindingen bedoeld in fase 1 en later met het buitenland (Frankrijk, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk) zij op die manier in staat zal zijn om waterstof te kunnen uitvoeren. De CREG stelt de vraag of dit wel strookt met het Belgisch waterstofbeleid, gelet onder meer op de beslissing van de ministerraad van 14 juli 2023 (paragraaf 86, van huidige beslissing) dat spreekt over invoer en doorvoer. Doorvoer betekent immers geen lokale productie van waterstof, nodig voor de uitvoer. Voor België zijn er trouwens geen PCI-projecten van nationale productie van waterstof ingediend of aanvaard. Fluxys H2 heeft verduidelijkt dat met ‘uitvoer’ bedoeld wordt ‘doorvoer’, zijnde waterstof dat, ongeacht waar dit geproduceerd wordt, enkel getransporteerd wordt doorheen België zonder verbruik in België.
  5. e)Het engagement opneemt om de twee jaar een netontwikkelingsplan opstellen overeenkomstig artikel 14, van de H2-wet; 94. De CREG heeft geen opmerkingen. Artikel 14, van de H2-wet meldt niet binnen welke termijn de HTNO, eens gecertificeerd en aangewezen, zijn eerste netontwikkelingsplan dient op te stellen 95. De CREG wenst er toch op te wijzen dat haar bevoegdheid in deze zeer beperkt is. Artikel 14 van de H2-wet bepaalt dat bij de opmaak van het netontwikkelingsplan de CREG niet betrokken is. De CREG verleent enkel een advies over het netontwikkelingsplan dat nadien door de minister wordt goedgekeurd. 96. Bijkomend wil de CREG laten gelden wat volgt: het nationaal ontwikkelingsplan is het basisdocument op grond waarvan investeringen in het waterstofvervoersnet uitgevoerd kunnen worden. Op basis daarvan zal ook het eigendomsrecht of het verwerven van een eigendomsrecht gekend zijn, zal een tarief en een gedragscode respectievelijk kunnen worden goedgekeurd en vastgesteld. Het nationaal ontwikkelingsplan is met andere woorden het sleuteldocument dat de HTNO in handen moet hebben om een waterstofvervoersnet te kunnen ontwikkelen en te beheren. De analyse in deze beslissing toont aan dat een RRF-subsidie van 95 miljoen door de ministerraad van 22 december 2023 is goedgekeurd en dat de ministerraad van 14 juli 2023 (paragraaf 86 van huidige beslissing) een bijkomende subsidie van 250 miljoen euro voor de ontwikkeling van een waterstofverbinding met Duitsland en de ontwikkeling van het waterstofvervoersnet in en tussen de Belgische industriële clusters heeft goedgekeurd. Dit is een subsidie die aan de HTNO zal worden toegekend met toepassing van artikel 19 van de H2-wet. De toepassing van artikel 19 van de H2-wet vereist dat het project waarvoor een subsidie aangevraagd wordt opgenomen is in het netontwikkelingsplan. Volgens Fluxys H2 moet de inhoud, waarvoor een subsidieaanvraag van 95 miljoen euro werd bekomen, aanzien worden als het netontwikkelingsplan dat door de minister van energie op de ministerraad van 22 december 2023 werd goedgekeurd. De tweede stap naar een ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 14 van de H2-wet, zal na certificering en aanwijzing van Fluxys H2 als HTNO opgestart worden met de betrokken partijen voor verschillende fases die uitgerold zullen worden na de eerste fase. Dit proces zal eveneens met de regulator op een permanente basis besproken en gedeeld worden.
  6. f)Hoe de kandidaat de eigenaars of beheerders van andere netten transparante en objectieve informatie zal verstrekken om een gecoördineerde ontwikkeling te garanderen en de interoperabiliteit van gekoppelde netwerken mogelijk te maken; Niet-vertrouwelijk 35/44 97. ‘Andere netten’ en ‘gekoppelde netwerken’ zijn in de H2-wet niet nader gedefinieerd. De CREG interpreteert beide begrippen dan ook zeer ruim, over alle energiedragers heen waarvoor een net / netwerk bestaat. 98. In punt 6.6 van de aanvraag tot certificering verwijst Fluxys H2 naar de samenwerking van Fluxys Belgium aardgas-TSO met Elia, de Belgische gas-DSOs en de naburige gas-TSOs. Kan Fluxys H2 verduidelijken welke de eerste resultaten van de samenwerking met Elia inhouden? Tijdens de vergaderingen van 4 en 10 januari 2024 heeft Fluxys H2 gemeld dat Fluxys Belgium samen met Elia ‘multi-energy scenario’s heeft opgesteld voor 2030 en 2050. De bedoeling was o.a. om de impact op de infrastructuur in te schatten. In de scenario’s werden onder andere sensitiviteiten op de energievraag meegenomen (efficiënt of intensief). […] De CREG neemt hier nota van. 99. Vraag
  7. f)vereist een antwoord op hoe Fluxys H2 informatie aan andere netten over alle energiedragers heen zal verstrekken om een gecoördineerde ontwikkeling te garanderen. Dit betekent dus ook met eigenaars van bestaande waterstofvervoersleidingen en besta

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.