← België

Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het standaard aardgasvervoerscontract, het toe

Beslissing (B)2737 14 maart 2024 Beslissing over de aanvraag van de NV Fluxys Belgium tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het standaard aardgasvervoerscontract, het toegangsreglement voor aardgasvervoer bijlage A, B, C1, C2, C3, C4, E en G en het dienstenprogramma voor aardgasvervoer genomen met toepassing van de artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas Niet vertrouwelijke versie CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 –www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 LEXICON ................................................................................................................................................... 4 1. 2. 3. 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 5 1.1. Europees recht ........................................................................................................................ 5 1.2. Belgisch recht .......................................................................................................................... 6 1.3. Goedkeuren van het STA, ACT en TP voor vervoer door de CREG .......................................... 7 1.4. Recht van toegang tot de vervoersnetten .............................................................................. 7 1.5. De goedkeuringscriteria van het STA, ACT en TP voor vervoer .............................................. 9 ANTECEDENTEN............................................................................................................................. 18 2.1. Algemeen – Vervoersmodel Fluxys Belgium ......................................................................... 18 2.2. Voorstel tot wijziging van het STA, ACT en TP....................................................................... 27 2.3. Openbare Raadpleging .......................................................................................................... 27 2.4. Inwerkingtreding van de wijzigingen aan het ACT en TP ...................................................... 28 ONDERZOEK................................................................................................................................... 28 3.1. Onderzoek van de wijzigingen van het STA........................................................................... 29 3.2. Onderzoek van de wijzigingen van het ACT .......................................................................... 33 3.3. Onderzoek van de wijzigingen van het TP ............................................................................. 43 BESLISSING..................................................................................................................................... 44 BIJLAGE 1 ............................................................................................................................................... 45 BIJLAGE 2 ............................................................................................................................................... 46 Niet vertrouwelijke versie 2/46 INLEIDING De COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS (CREG) onderzoekt hierna, op grond van de artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas1, de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van het standaard aardgasvervoerscontract, de bijlagen A, B, C1, C2, C3, C4, E en G van het toegangsreglement voor aardgasvervoer en het dienstenprogramma voor aardgasvervoer ingediend door de NV Fluxys Belgium (hierna: Fluxys Belgium) per mail met ontvangstbewijs op 28 december 2023. De in het Nederlands ingediende aanvraag van Fluxys Belgium bevat: - een voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de gewijzigde bijlagen A, B, C1, C2, C3, C4, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Dienstenprogramma voor aardgasvervoer conform consultatie nummer 66 (Bijlage 1); - het bijhorende consultatieverslag nummer 66 (Bijlage 2); Het voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, de bijlagen A, B, C1, C2, C3, C4, E en G van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Dienstenprogramma voor aardgasvervoer, is gebaseerd op het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Dienstenprogramma voor Aardgasvervoer zoals door de CREG bij beslissing (B) 2636 van 07 september 2023 goedgekeurd2. De aanpassingen aan de gereguleerde documenten waarover werd geconsulteerd tussen 17 november 2023 en 8 december 2023 hebben betrekking op: - de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten; - de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten; - de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan; - de verlaging van het Wobbe-indexbereik en invoering van globale en lokale kwaliteitsspecificaties op binnenlandse injectiepunten; - de vereenvoudiging van de berekening voor de capaciteitsoverschrijdingsvergoeding; - de schrapping van alle verwijzingen naar OCUC's en Wheelings; - de schrapping van alle verwijzingen naar het Elektronisch Boeking Systeem (EBS); - een aantal kleine wijzigingen aan de Standaard Aardgasvervoerscontract en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en diverse kleine redactionele wijzigingen. De beslissing bestaat, naast de inleiding, het lexicon en de bijlagen, uit vier delen, meer bepaald het wettelijk kader, de antecedenten, de beoordeling van de vraag tot goedkeuring en het besluit. Deze beslissing werd genomen door het Directiecomité van de CREG op 14 maart 2024. 1 2 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 Beslissing (B) 2636 van 7 september 2023: https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2636 Niet vertrouwelijke versie 3/46 LEXICON ‘STA’: Standaard Aardgasvervoerscontract; ‘ACT’: Toegangsreglement voor Aardgasvervoer; ‘TP’: Dienstenprogramma voor aardgasvervoer; ‘CREG’: de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, met name het federale autonome organisme dat werd opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; ‘Fluxys Belgium’: de NV Fluxys Belgium; ‘Balansys’ : de gemeenschappelijke onderneming bedoeld in artikel 15/2bis, van de gaswet; ‘TSO’: Transmissiesysteembeheerder; ‘Gaswet': de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatst gewijzigd door de wet van 25 december 2016; ‘Gedragscode aardgas’: de gedragscode zoals vastgesteld door de CREG bij beslissing (B)2411 van 31 augustus 2022; ‘Gasrichtlijn’: Richtlijn 2009/73 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG en de Richtlijn 2019/692 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/73 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas; 'Gasverordening 715/2009’: Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot de vervoersnetten voor aardgas en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005; ‘Verordening 2017/1938’: Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010. ‘CMP’: Besluit (EU) 2015/715 van de Commissie van 30 april 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten; ‘NC BAL’: Verordening (EU) 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten; ‘NC INT’: Verordening (EU) 2015/703 van de Commissie van 30 april 2015 tot vaststelling van een netcode interoperabiliteit en gegevensuitwisseling; ‘NC CAM’: Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013; ‘NC TAR’: Verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas. Niet vertrouwelijke versie 4/46 1. WETTELIJK KADER 1.1. EUROPEES RECHT 1. Met toepassing van artikel 12.2 van de Gasverordening 715/2009 bevorderen de TSOs het treffen van operationele regelingen om een optimaal beheer van het netwerk te garanderen, en bevorderen ze tevens de ontwikkeling van energiebeurzen, de gecoördineerde toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit via non-discriminerende marktgeoriënteerde oplossingen met voldoende aandacht voor de specifieke verdiensten van impliciete veilingen voor korte termijn toewijzingen en de integratie van balanceringsmechanismen. 2. De artikelen 14, 16, 18 en 20, van de Gasverordening 715/2009 zetten de algemene beginselen uiteen inzake derdetoegangsdiensten, mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures bij congestiebeheer bij TSOs, transparantievereisten voor TSOs en het bijhouden van gegevens door systeembeheerders. 3. Deze beginselen, voortvloeiende uit de Gasverordening 715/2009, genieten rechtstreekse toepassing en hebben voorrang op de bepalingen van de Gedragscode voor zover de bepalingen van de Gedragscode hiermee strijdig zouden zijn. 4. Verder vloeit uit het derde energiepakket voort dat, om tot een betere samenwerking en coördinatie te komen tussen TSOs, het vereist is netcodes in te voeren voor het verlenen van een daadwerkelijke en transparante toegang tot de transmissienetwerken over de grenzen heen. 5. In dit kader zijn volgende netcodes van kracht geworden:

  1. a)NC BAL, van toepassing met ingang van 1 oktober 2015 voert een op de markt gebaseerd balanceringsregime in. Deze NC legt de balanceringsregels voor gas vast, waaronder netgerelateerde voorschriften voor de nominatieprocedures, onbalansheffingen, vereffeningsprocedures in verband met de dagelijkse onbalansheffingen en operationele balancering tussen de netten van TSOs;
  2. b)NC CAM, van kracht met ingang van 1 november 2015 voert gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanismen voor gastransmissiesystemen in. Het gestandaardiseerde capaciteitstoewijzingsmechanisme omvat een veilingsprocedure voor de relevante IPs binnen de Unie, alsook de standaard grensoverschrijdende capaciteitsproducten die worden aangeboden en toegewezen. Deze NC geeft aan hoe de beheerders van aangrenzende transmissiesystemen samenwerken om de verkoop van capaciteit te vergemakkelijken, rekening houdend met de algemene commerciële en ook technische regels met betrekking tot capaciteitstoewijzingsmechanismen;
  3. c)CMP, in werking getreden op 20 mei 2015 wijzigt Bijlage I van de Gasverordening 715/2009 dat uit richtlijnen bestaat met het oog op de toepassing van geharmoniseerde Europese regels voor het congestiebeheer;
  4. d)NC INT, van toepassing met ingang van 1 mei 2016 legt voorschriften betreffende de interoperabiliteit en gegevensuitwisseling vast, alsook geharmoniseerde regels voor de werking van gastransmissiesystemen;
  5. e)NC TAR, in werking getreden op 6 april 2017 bepaalt de regels inzake geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas, met inbegrip van regels inzake de toepassing van een referentieprijsmethodologie, de bijbehorende raadplegings- en bekendmakingsvereisten, alsook de berekening van reserveringsprijzen voor standaard capaciteitsproducten. Niet vertrouwelijke versie 5/46 6. Met uitzondering van CMP zijn de netcodes aangenomen onder de vorm van een verordening en vinden bijgevolg rechtstreeks toepassing waardoor zij voorrang genieten op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. CMP is een Besluit van de Europese Commissie dat bindend is voor degene tot wie het gericht is. Het CMP Besluit wijzigt Bijlage I van de Gasverordening 715/2009 en bijgevolg vinden de wijzigingen rechtstreeks toepassing en genieten zij voorrang op nationale wetgeving inzake grensoverschrijdende kwesties voor zover de nationale wetgeving hiermee strijdig zou zijn. 1.2. BELGISCH RECHT 7. Met toepassing van de artikelen 40, 42 en 44 van de gedragscode aardgas keurt de CREG het ACT goed. 8. Artikel 12 van de gedragscode aardgas bepaalt dat onverminderd de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie, die voortvloeien uit de Gasverordening 715/2009, de beheerders niet-discriminerende en transparante mechanismen voor toewijzing van hun vervoersdiensten implementeren in het algemeen en voor de capaciteit en flexibiliteit in het bijzonder, die : 1° passende economische signalen geven voor een efficiënt en zo groot mogelijk gebruik van de technische capaciteit en flexibiliteit; 2° investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken en aanmoedigen; 3° zorgen voor compatibiliteit met de marktmechanismen, met inbegrip van virtuele handelsplaatsen voor aardgas en hubs; 4° flexibel en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen; 5° de toetreding van nieuwe marktdeelnemers niet belemmeren; 6° de effectieve concurrentie van marktdeelnemers, inbegrepen nieuwe marktdeelnemers en bedrijven met een klein marktaandeel, niet belemmeren; 7° compatibel zijn met de toewijzingsregels gehanteerd door de aangrenzende netbeheerders; 8° bijdragen tot de bevoorradingszekerheid van de gasmarkt. 9. De artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas bepalen dat de voorstellen van de STA, ACT en TP alsook de wijzigingen, onderworpen zijn aan een openbare raadpleging van de markt door Fluxys Belgium, alvorens de CREG de documenten kan goedkeuren. Niet vertrouwelijke versie 6/46 1.3. GOEDKEUREN VAN HET STA, ACT EN TP VOOR VERVOER DOOR DE CREG 10. Nergens wordt in de gaswet of in de gedragscode aardgas uitdrukkelijk bepaald hoe de CREG het STA, ACT en/of TP voor vervoer dient goed te keuren, dan wel af te keuren. 11. De goedkeuring houdt een verklaring in van een administratieve overheid dat de akte onderworpen aan deze goedkeuring, haar effecten kan wegdragen vermits wordt vastgesteld dat deze akte geen enkele rechtsregel schendt en niet indruist tegen het algemeen belang. 12. Wanneer door een wetgevende bepaling aan een administratieve overheid de bevoegdheid wordt toevertrouwd een akte goed te keuren, dan beschikt deze overheid niet enkel over de mogelijkheid om dit te doen, maar is zij daartoe verplicht, zo niet maakt deze administratieve overheid zich schuldig aan rechtsweigering. 13. Hieruit volgt ook dat de akte onderworpen aan een goedkeuring van een administratieve overheid, tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde van deze goedkeuring. Dit betekent concreet dat zolang deze akte geen goedkeuring geniet van de administratieve overheid, deze akte ook geen rechtsgevolgen kent en niet ten uitvoer kan worden gebracht, laat staan tegenstelbaar is ten aanzien van derden. Hieruit mag evenwel niet besloten worden dat van zodra de akte door de administratieve overheid goedgekeurd wordt, de goedkeuringsbeslissing integraal deel zou uitmaken van de goedgekeurde akte. Beide akten blijven onderscheiden en fusioneren niet met elkaar of, anders gezegd, versmelten niet. 14. Het feit dat de gedragscode uitdrukkelijk voorziet dat zowel het STA, ACT en TP door de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CREG na raadpleging, betekent ook dat bij het afkeuren van deze documenten de CREG zich niet in de plaats kan stellen van de beheerder van de aardgasvervoersinstallatie en bijgevolg voorwaarden kan gaan opleggen. Met andere woorden, de CREG kan slechts goed- of afkeuren. De goedkeuring of het afkeuren van het STA, ACT en TP voor vervoer, kan de CREG slechts wettelijk verantwoorden door zich te baseren op een wettelijke bepaling en het principe van het algemeen belang . 15. Overeenkomstig de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas, worden de goedgekeurde STA, ACT en TP onverwijld bekend gemaakt, samen met de datum waarop de CREG in haar beslissing stelt dat deze in werking treden. 1.4. RECHT VAN TOEGANG TOT DE VERVOERSNETTEN 16. De CREG is de mening toegedaan dat het recht van toegang tot de vervoersnetten, bedoeld in de artikelen 15/5, 15/6 en 15/7, van de gaswet van openbare orde is. 17. Het recht van toegang tot de vervoersnetten is immers één van de noodzakelijke basispijlers van de liberalisering van de aardgasmarkt3. Opdat er concurrentie op de aardgasmarkt zou komen en de eindafnemers daadwerkelijk hun leverancier van aardgas zouden kunnen kiezen, is het essentieel dat de eindafnemers en hun leveranciers gegarandeerd toegang tot de vervoersnetten hebben en dat zij van dit recht kunnen genieten op een niet-discriminatoire wijze. 3 Zie ook considerans 7 van de tweede gasrichtlijn waarin ook uitdrukkelijk gesteld wordt dat het voor een goed werkende concurrentie is vereist dat de toegang tot het netwerk niet-discriminerend en transparant is en tegen redelijke prijzen kan geschieden en considerans 4 van de derde gasrichtlijn waarin gesteld wordt dat er nog steeds geen sprake is van een nietdiscriminerende nettoegang. Niet vertrouwelijke versie 7/46 18. Hierbij komt dat, enkele zeer lokale uitzonderingen daargelaten, de vervoersnetten een natuurlijk monopolie zijn, gelet op het feit dat de investeringen erin hoge sunk costs zijn: de investeringen vertegenwoordigen hoge bedragen en zijn moeilijk aanwendbaar voor een ander gebruik dan het vervoer van aardgas. Dit verklaart mede waarom het beheer van het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie sedert de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van de gaswet (B.S., 14 juni 2005) wordt verzekerd respectievelijk en alleen door de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslag en de beheerder van de LNG installatie. 19. Uit artikel 15/5, van de gaswet blijkt dat de daadwerkelijke garantie van het recht van toegang tot de vervoersnetten onlosmakelijk gekoppeld is aan de gedragscode aardgas en de regulering van de vervoersnettarieven bedoeld in de artikelen 15/5bis-duodecies, van de gaswet. De gedragscode aardgas en de regulering van de vervoersnettarieven beogen het recht van toegang tot de vervoersnetten in de feiten te realiseren. 20. Overeenkomstig artikel 15/5undecies, van de gaswet regelt de gedragscode aardgas de toegang tot de vervoersnetten. Met de gedragscode aardgas beoogt de wetgever te voorkomen dat er enige discriminatie zou ontstaan tussen netgebruikers op basis van allerhande technische, niet-pertinente redenen die door de netgebruikers zelf moeilijk of zelfs onmogelijk weerlegbaar zijn wegens hun gebrek aan de nodige gespecialiseerde kennis inzake het beheer van de vervoersnetten, alsook het juiste evenwicht te vinden tussen de netgebruikers enerzijds en de beheerders anderzijds. De belangen van de netgebruikers en de beheerders zijn immers niet altijd gelijklopend. Doordat de gedragscode aardgas de verplichtingen van de beheerders en de netgebruikers verduidelijkt, is het derhalve de technische vertaling van het recht van toegang tot de vervoersnetten en derhalve eveneens van openbare orde. 21. De complexiteit van het beheer van het vervoersnet heeft ook een weerslag op de tarifering van de dienstverlening die de beheerders aanbieden. Het is voor een netgebruiker onmogelijk uit te maken of de prijzen die de beheerder autonoom zou bepalen, effectief correcte prijzen zijn. Hij kan dit niet uitmaken omdat hij zelf niet over de vereiste technische specialisatie noch over de nodige informatie beschikt. Bovendien kan hij de prijzen van de beheerder doorgaans niet met deze van andere netbeheerders vergelijken omdat de beheerder van het vervoersnet van een natuurlijk monopolie geniet en de diverse nationale vervoersnetten onderling sterk kunnen verschillen. Zonder regulering van de vervoersnettarieven wordt immers het recht van toegang tot het vervoersnet niet daadwerkelijk verzekerd. Het hoeft geen betoog dat discriminatoire of te hoge vervoersnettarieven het recht van toegang tot de vervoersnetten de facto uithollen. De regulering van de vervoersnettarieven is dan ook van openbare orde. 22. Voorgaand principe –recht van toegang is van openbare orde- vindt ook zijn weerslag in de Europese netwerkcodes die van toepassing zijn op grensoverschrijdende aangelegenheden inzake transmissie van aardgas en aangelegenheden betreffende de marktintegratie. 23. Het recht van toegang wordt vertaald via het STA, ACT en TP voor vervoer die bestaan uit enerzijds standaardcontracten voor de toegang tot het vervoersnet en anderzijds de daarmee verbonden operationele regels waarvan de gedetailleerde beschrijving ervan is opgenomen in een toegangsreglement. Deze documenten, die essentieel zijn voor een efficiënte en transparante marktwerking, regelen het recht van toegang tot de vervoersnetten en zijn, omwille van het feit dat het recht van toegang van openbare orde is, ook van openbare orde. De goedkeuring van het STA, ACT en TP voor vervoer door de CREG wijzigt de aard van het STA, ACT en TP voor vervoer niet. Integendeel, het belang van het STA, ACT en TP voor vervoer wordt immers bevestigd door het feit dat een netgebruiker slechts toegang kan verkrijgen tot het vervoersnet van de beheerder indien hij zich heeft laten registreren als netgebruiker, hetgeen de ondertekening van een standaardcontract impliceert. Niet vertrouwelijke versie 8/46 24. Het standaardcontract mag dan wel van contractuele aard zijn, niettemin dienen deze contracten om ervoor te zorgen dat alle netgebruikers gelijk behandeld worden en aan dezelfde voorwaarden toegang hebben tot de vervoersnetten en gebruik kunnen maken van de vervoersdiensten. 25. Het toegangsreglement bevat in detail de operationele regels voor toegang, de toewijzing van de diensten, congestiebeheer, secundaire markt en incidentenbeheer, welke op voorstel van de beheerder en na overleg met de netgebruikers door de CREG goedgekeurd worden. Ook deze goedkeuring doet geen afbreuk aan het reglementaire karakter van het toegangsreglement. 26. Het dienstenprogramma is een beschrijving van het vervoersmodel en de vervoersdiensten die de beheerder aanbiedt met een overzicht van wat deze diensten precies behelzen. Dit sluit nauw aan bij de transparantie-eisen van artikel 19, Gasverordening 715/2009. 1.5. DE GOEDKEURINGSCRITERIA VAN HET STA, ACT EN TP VOOR VERVOER 27. Overeenkomstig artikel 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas moet de CREG het STA, ACT en TP voor vervoer voor de toegang tot de vervoersnetten goedkeuren. 28. Overeenkomstig artikel 69, gedragscode aardgas wordt in het STA inhoudelijk op een gedetailleerde wijze opgenomen: - 1° het voorwerp; - 2° de voorwaarden waaraan de vervoers- respectievelijk interconnectie-diensten geleverd worden; - 3° de rechten en plichten verbonden aan de geleverde vervoers- respectievelijk interconnectie-diensten; - 4° de facturatie en betalingsmodaliteiten; - 5° de financiële garanties en andere waarborgen; - 6° de aansprakelijkheid van partijen; - 7° de verplichtingen van partijen inzake aardgaskwaliteit; - 8° de rechten en verplichtingen inzake het operationele beheer en het onderhoud van de installaties; - 9° overmacht, noodsituaties en incidentenbeheer; - 10° verhandelbaarheid en overdracht van vervoers- respectievelijk interconnectie-diensten; - 11° de duur en opzeg van het standaard aardgasvervoerscontract respectievelijk het toegangscontract Interconnector; - 12° de duur, de opschorting, de opzeg en de beëindiging van de toegewezen vervoersrespectievelijk interconnectie-diensten; - 13° de kennisgevingen tussen partijen; - 14° de informatie-uitwisseling en -verplichtingen en de vertrouwelijkheid tussen partijen; Niet vertrouwelijke versie 9/46 - 15° de geschillenregeling; - 16° het toepasselijke recht. 29. Het ACT bevat overeenkomstig artikel 70, van de gedragscode aardgas: - 1° het type dienstenformulier van toepassing op het aardgasvervoersnet ; - 2° het toegepast vervoersmodel; - 3° de wijze van onderschrijving en toewijzing van vervoers- of interconnectie-diensten; - 4° nominatie, hernominatie en toewijzing; - 5° reducties en onderbrekingen; - 6° aardgasspecificaties; - 7° metingen en testen; - 8° congestiebeheer en incidentbeheer; - 9° onderhoud van installaties; - 10° toegang tot het elektronisch gegevensplatform. 30. Tot slot, stelt artikel 71, van de gedragscode aardgas dat het TP uitvoerig het vervoersmodel beschrijft van toepassing op het aardgasvervoersnet. 31. Uit wat voorafgaat, moet vastgesteld worden dat de gedragscode aardgas niet bepaalt aan welke criteria de CREG de STA, ACT, TP met het oog op het nemen van haar beslissingen moet toetsen. Het komt derhalve aan de CREG toe een concrete invulling te geven aan deze beoordelingsbevoegdheid. Uit het geheel van Europese en nationale wettelijke bepalingen die de energiemarkt beheersen, blijkt dat de verschillende actoren (de lidstaten, de regulatoren, de netbeheerder, …) allen moeten ageren om volgend fundamenteel doel te bereiken: bijdragen aan de totstandkoming van een geïntegreerde interne aardgasmarkt, die terzelfdertijd concurrentieel, flexibel, efficiënt, betrouwbaar en zeker is, duurzaam vanuit milieuoogpunt en die rekening houdt met de belangen van de consument. 32. Het nastreven van dit fundamenteel doel vertaalt zich in de verplichting (onder meer) voor lidstaten, regulatoren en netbeheerders om bij hun handelingen rekening te houden met: - de zekerheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet, - de opheffing van alle belemmeringen van de markt en obstakels voor toegang tot het vervoersnet voor nieuwkomers, - de kwaliteit van de openbare dienst, - de bescherming van de consument, - de energie-efficiëntie en de milieuaspecten. Daarbij moeten de markactoren onder meer: - de principes van proportionaliteit en niet-discriminatie toepassen, - de transparantie verzekeren, - waken over de naleving van de technische, juridische beperkingen alsook deze inzake betrouwbaarheid van het vervoersnet. Niet vertrouwelijke versie 10/46 33. De CREG moet derhalve nagaan of de ontwerpen van de STA, ACT, TP: - de toegang tot het vervoersnet niet belemmeren; - de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoersnet niet in gevaar brengen ; - conform het algemeen belang zijn. 34. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de ongelijkwaardige positie van de contractspartijen, behalve dan bij de samenwerkingsovereenkomst tussen TSO en distributienetbeheerders die in overleg tot stand komt en die de CREG beschouwt als gelijkwaardige contractspartners. Fluxys Belgium heeft, als exclusief beheerder van het aardgasvervoersnet, een wettelijke monopoliepositie. Het aardgasvervoersnet is voor de netgebruikers een essentiële infrastructuur waarvoor geen alternatief bestaat ; voor de uitoefening van hun activiteiten zijn zij genoodzaakt met Fluxys Belgium overeenkomsten te sluiten om toegang tot en het gebruik van het aardgasvervoersnet te hebben. Geen belemmering van de toegang tot het transmissienet 35. Krachtens artikel 15/5 van de gaswet hebben afnemers en houders van leveringsvergunningen een recht van toegang tot het vervoersnet. 36. De vrije toegang tot het vervoersnet is essentieel voor de vrijmaking van de aardgasmarkt. Het recht van toegang tot het vervoersnet is dan ook een basisprincipe dat ruim dient te worden geïnterpreteerd. Elke uitzondering op of beperking van dit recht moet derhalve uitdrukkelijk voorzien zijn en beperkend geïnterpreteerd worden. 37. De CREG meent dan ook dat het niet kan toegelaten worden dat de TSO op enige wijze het recht van toegang tot het vervoersnet van afnemers en houders van leveringsvergunningen zou bemoeilijken, beperken of belemmeren door het opleggen van onbillijke contractvoorwaarden. Veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het transmissienet 38. Eén van de taken van de TSO bestaat erin te zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt vervoersnet. 39. Bijzondere aandacht moet worden verleend aan de aspecten van energie-efficiëntie, de integratie van hernieuwbare energiebronnen en de milieuoverwegingen aangezien deze aangelegenheden een aanzienlijk belang hebben verworven in de Europese en nationale wetgeving de laatste jaren. Conformiteit met het algemeen belang 40. De vennootschap die het vervoersnet beheert, dient dit beheer waar te nemen in het algemeen belang, ten voordele van alle afnemers en alle en houders van leveringsvergunningen. 41. Het algemeen belang is een ruim begrip. Voor de toepassing van dit begrip verwijst de CREG naar alle rechtsregels die van openbare orde zijn, waaronder in ieder geval de sectorspecifieke wetgeving, het mededingingsrecht en de taalwetgeving, en de algemene verbintenissenrechtelijke regels waarvan de niet-naleving gesanctioneerd wordt door (ver)nietig(baar)heid of doordat strijdige bedingen als ongeschreven worden beschouwd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat sommige van deze rechtsregels in de praktijk dezelfde eisen stellen aan de contracten, zoals bijvoorbeeld de vereiste van redelijke, billijke, evenwichtige en proportionele contractsbepalingen. Niet vertrouwelijke versie 11/46 A. De sectorspecifieke wetgeving: 42. De sectorspecifieke wetgeving die de CREG begrijpt onder het begrip “algemeen belang” omvat alle regels van openbare orde. Het betreft bijgevolg het recht van toegang tot de vervoersnetten en de regulering van de vervoerstarieven (zie hierboven). 43. Onverminderd het openbare orde karakter van de regulering van de tarieven met betrekking tot de vervoersnetten en de gedragscode aardgas, dient er ook op gewezen te worden dat het tot de algemene taak van de CREG behoort om toezicht en controle uit te oefenen op de toepassing van de wetten en reglementen die de sectorspecifieke regelgeving inzake aardgas betreffen (artikel 15/14, §2, van de gaswet). Deze controletaak kent als sanctie die de CREG eventueel kan opleggen, het opleggen van administratieve geldboetes nadat de CREG een overtreding van de sectorspecifieke rechtsregels heeft vastgesteld (artikel 20/2, van de gaswet). Dankzij de goedkeuringsbevoegdheid van de CREG voorzien in de gedragscode aardgas hoeft de CREG niet onmiddellijk artikel 20/2 van de gaswet in werking te stellen, maar kan zij, indien dit nodig blijkt, eerst de onwettige voorwaarden van de contracten weren en de beheerder uitnodigen de nodige aanpassingen te doen. 44. Verder, stelt artikel 14, van de Gasverordening 715/2009 dat TSOs:
  6. a)waarborgen dat zij op niet-discriminerende basis diensten aan alle netgebruikers aanbieden;
  7. b)zowel vaste als afschakelbare derdentoegangsdiensten aanbieden. De prijs van afschakelbare capaciteit is een afspiegeling van de waarschijnlijkheid van afschakeling;
  8. c)netgebruikers zowel lange- als kortetermijndiensten aanbieden;. 45. Wanneer in verband met punt
  9. c)van de eerste alinea een transmissiesysteembeheerder dezelfde dienst aan meerdere afnemers aanbiedt, geschiedt dit onder gelijkwaardige contractuele voorwaarden, met gebruikmaking van geharmoniseerde transportcontracten of een door de bevoegde instantie volgens de procedure van artikel 41 van Gasrichtlijn goedgekeurde gemeenschappelijke netcode. 46. Transportcontracten met niet-standaardaanvangsdata of van een kortere duur dan een standaard-transportcontract van een jaar, resulteren niet in willekeurig hogere of lagere tarieven die niet de marktwaarde van de dienst weerspiegelen overeenkomstig de in artikel 13, lid 1, van de Gasverordening 715/2009 vermelde principes. 47. Tot slot, en zo nodig, kunnen derdentoegangsdiensten afhankelijk worden gesteld van passende garanties van netgebruikers wat hun kredietwaardigheid betreft. Zulke garanties mogen geen oneerlijke marktbelemmering vormen en moeten niet-discriminerend, transparant en evenredig zijn. 48. Deze toegangsregels vinden rechtstreeks toepassing op het Belgisch intern recht en reguleren de toegang tot de aardgasvervoersinstallatie, waardoor deze regels ook van openbare orde zijn. 49. Hetzelfde geldt voor de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie en procedures voor congestiebeheer voorzien in artikel 16, van de Gasverordening 715/2009, alsmede de transparantievereisten voorzien in artikel 18, van de Gasverordening 715/2009 en de verhandeling van capaciteitsrechten bedoeld in artikel 22, van de Gasverordening 715/2009. B. Het mededingingsrecht: 50. In het kader van de liberalisering van de gasmarkt houdt het nastreven van het algemeen belang onder meer het creëren van een effectieve vrije mededinging en het waken over het goed functioneren van de markt in (dit in het uiteindelijke belang van de particuliere consument en van de diverse concurrenten op de markt). Daarbij dient erover gewaakt te worden dat een onderneming die een Niet vertrouwelijke versie 12/46 economische machtspositie bekleedt, geen inbreuk maakt op het algemeen belang door het opleggen van onbillijke voorwaarden aan zijn medecontractanten die de normale werking van de mededinging verhinderen of beperken. 51. Het creëren van en waken over een effectieve vrije mededinging in het algemeen belang, strekt verder dan enkel het verzekeren van de vrije toegang tot de vervoersnetten. De vrije toegang tot de vervoersnetten is weliswaar een essentiële maar op zich geen voldoende voorwaarde voor het verzekeren van een daadwerkelijke mededinging op de gasmarkt. Er dient dan ook over gewaakt te worden dat geen enkele van de algemene voorwaarden die de systeembeheerder voorstelt, de normale werking van de mededinging zou verhinderen of beperken. 52. Voorts moet erop gewezen worden dat het tot stand brengen van een dergelijke effectieve mededinging niet beperkt is tot de markt voor de levering van aardgas aan klanten, maar alle markten van de gassector betreft (zoals bijvoorbeeld ook de markt voor de trading van aardgas). Er kan dan ook evenmin toegelaten worden dat de systeembeheerder onredelijke, onbillijke, onevenwichtige of disproportionele algemene voorwaarden zou toepassen die de normale werking van de mededinging op een verbonden of naburige markt zou verhinderen of beperken. 53. Artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht, evenals artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verbieden ondernemingen immers om misbruik te maken van hun machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel ervan. 54. De natuurlijke monopoliepositie die Fluxys Belgium heeft ingevolge de opdrachten die haar door de federale overheid toevertrouwd worden in het algemeen belang, samen met de bijzondere verantwoordelijkheid die overeenkomstig het mededingingsrecht rust op elke onderneming met een dominante of monopoliepositie, begrenzen de vrijheid van handel en nijverheid van Fluxys Belgium. Dit is des te meer het geval wanneer men hierbij ook artikel 15/7, van de gaswet (weigeren van recht van toegang) en van de artikelen 40, 42 en 44, van de gedragscode aardgas (goedkeuren STA, ACT en TP voor vervoer en de toepassing ervan controleren) in rekening brengt. 55. Fluxys Belgium heeft een natuurlijk monopolie voor wat het beheer van het aardgasvervoersnet in België betreft. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is van oordeel dat een onderneming die een monopolie heeft, kan worden beschouwd als zijnde een onderneming met een dominante positie4. De netgebruikers van Fluxys België hebben geen ander alternatief dan zich tot Fluxys Belgium te richten voor het vervoer van hun aardgas in België. Fluxys Belgium is bijgevolg een verplichte en onvermijdelijke medecontractant, waarmee zijn dominante positie op de Belgische markt wordt bevestigd. 56. Het bestaan van een machtspositie is niet als dusdanig verboden. Het verbod is enkel gerechtvaardigd als de marktmacht die uit deze positie voortvloeit, de mededinging op significante en duurzame wijze aantast. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden en de discriminatie tussen handelspartners door het toepassen van ongelijke voorwaarden voor gelijkwaardige prestaties. 57. Het opnemen van clausules in de STA die onbillijk zijn, namelijk clausules die de medecontractant van Fluxys Belgium niet zou hebben aanvaard onder normale mededingingsvoorwaarden, zijn ongeoorloofd en kunnen niet worden aanvaard. Dergelijke clausules dienen beschouwd te worden als zijnde misbruik van de dominante positie in hoofde van Fluxys Belgium. 4 HvJEG., 23 april 1991, Zaak nr. C-41/90, Klaus Höfner en Fritz Eser c/ Macrotron GmbH, Rec., 1991, p. I-01979. Niet vertrouwelijke versie 13/46 C. Algemene verbintenisrechtelijke regels: 58. Het Burgerlijk Wetboek werd grondig hervormd en zal op termijn uit 10 boeken bestaan. De stand van zaken op datum van huidige beslissing en voor zover van belang voor het onderwerp van huidige beslissing, kan als volgt worden weergegeven: Boek 1: Algemene bepalingen: De wet van 28 april 2022 houdende boek 1 'Algemene bepalingen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad)[1]. Artikel 3 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 5: Verbintenissen: De wet van 28 april 2022 houdende invoeging van boek 5 'Verbintenissen' van het Burgerlijk Wetboek werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2022. De wet is in werking getreden op 1 januari 2023 (de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad)[2]. Artikel 64 van voormelde wet bepaalt: “De bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet. Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, zijn die bepalingen niet van toepassing en blijven de vorige regels van toepassing: 1° op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet; 2° in afwijking van het eerste lid, op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.” Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid: Het wetsvoorstel tot hervorming van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (boek 6 van het Burgerlijk Wetboek) werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 1 februari 2024 aangenomen. . De zes artikelen in het oud Burgerlijk Wetboek worden uitgebreid tot 40 nieuwe artikelen in het nieuw Burgerlijk Wetboek. Het uitgangspunt van de hervorming is een evenwicht te vinden tussen de vrijheid van handelen en ondernemen enerzijds en de bescherming van het slachtoffer anderzijds. Daartoe worden enkele kleinere en grotere wijzigingen ingevoegd. Fout, schade en oorzakelijk verband zijn nog steeds de elementen van een onrechtmatige daad. Boek 7: Bijzondere overeenkomsten: De Commissie voor de hervorming van het overeenkomstenrecht zet haar werkzaamheden verder. Niet vertrouwelijke versie 14/46 Boek 8: Bewijs: De wet van 13 april 2019 tot invoering van het (nieuwe) Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs' in dat Wetboek is in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en is op 1 november 2020 in werking getreden. Boek 9: Zekerheden: De Commissie voor de hervorming van het recht betreffende de zekerheden zet haar werkzaamheden verder. Er werd eveneens een Commissie voor de hervorming van het hypotheekrecht opgericht. Zij zet haar werkzaamheden verder. Boek 10: Verjaring: De Commissie voor de hervorming van het verjaringsrecht zet haar werkzaamheden verder. 59. Het nieuwe verbintenissenrecht trad in werking op 1 januari 2023. Het werd gecodificeerd in Boek 5 “Verbintenissen” van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek. Een aantal bepalingen uit dit Boek 5 zijn bijzonder vermeldenswaard in de context van huidige beslissing. i. Definitie van “toetredingscontract” Artikel 5.10 “Toetredingscontract” “toetredingscontract” als volgt: van het Burgerlijk Wetboek definieert het begrip “Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden. Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.” ii. Gemeenrechtelijk verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen Artikel 5.52 “Onrechtmatige bedingen” van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract. Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.” iii. Schadebeding Artikel 5.88. “Schadebeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende daarover: “§ 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare niet-nakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. Niet vertrouwelijke versie 15/46 § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten. Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor niet-geschreven gehouden.” iv. Bevrijdingsbedingen Artikel 5.89. “Bevrijdingsbeding” van het Burgerlijk Wetboek bepaalt het volgende: “§ 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid. Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed. Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan; of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.” D. Wetboek van economisch recht: 60. Door een wet van 4 april 2019 worden in het Wetboek van economisch recht (WER) drie sets van nieuwe regels ingevoerd voor relaties tussen ondernemingen (b2b). De eerste set heeft betrekking op de transparantie en de interpretatie van clausules in b2b-contracten alsook de (on)rechtmatigheid van contractuele clausules in b2b-relaties. De tweede set verbiedt een nieuwe restrictieve mededingingspraktijk, namelijk misbruik van een positie van economische afhankelijkheid. Tot slot, de derde set van regels onderscheidt een aantal categorieën van oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen. 61. Worden als belangrijk in dit kader beschouwd: Art. VI.91/2. Indien alle of bepaalde bedingen van de overeenkomst schriftelijk zijn, moeten ze duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een overeenkomst kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden. Niet vertrouwelijke versie 16/46 Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. § 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding. De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Art. VI.91/4. Zijn onrechtmatig, de bedingen die ertoe strekken : 1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil; 2° de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren; 3° in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming; 4° op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst. Art. VI.91/5. Worden behoudens bewijs van het tegendeel vermoed onrechtmatig te zijn de bedingen die ertoe strekken : 1° de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen; 2° een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 3° zonder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust; 4° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen; 5° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn; 6° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken; 7° de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken; Niet vertrouwelijke versie 17/46 8° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden. Art. VI.91/6. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan. De wetgever heeft er dus voor gekozen om contracten gesloten tussen ondernemingen aan een reeks van nieuwe open normen te onderwerpen, die de ondernemings- en contractvrijheid beperken. Voortaan zijn bedingen in ondernemingscontracten onrechtmatig en nietig indien ze een kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van partijen scheppen. E. Wet op het taalgebruik: 62. TP. De wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken zijn van toepassing op het STA, ACT en 2. ANTECEDENTEN 2.1. ALGEMEEN – VERVOERSMODEL FLUXYS BELGIUM 63. Op 1 oktober 2012 werd door Fluxys Belgium een nieuw vervoersmodel geïmplementeerd. Ter voorbereiding van dit belangrijk project werd door de CREG eind 2010 een voorstel van basisprincipes voor een nieuw vervoersmodel ter consultatie5 voorgelegd aan de markpartijen. De CREG heeft in de loop van deze consultatieronde talrijke belangrijke en nuttige suggesties, voorstellen, opmerkingen, bedenkingen en informatie ontvangen van de deelnemende markpartijen6. Deze informatie werd nuttig gebruikt om het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel in samenspraak met Fluxys Belgium te ontwerpen. 64. In haar beslissing (B)120510-CDC-1155 van 10 mei 2012 heeft de CREG de STA, ACT en TP van Fluxys Belgium goedgekeurd. Deze goedkeuring vormt de basis van het nieuwe Entry/Exit vervoersmodel. De STA, ACT en TP voor vervoer garanderen een eenvoudige toegang tot het aardgasvervoersnet voor alle marktspelers, de creatie van een handelsplaats waarbij, naast de mogelijkheid tot bilaterale handel (OTC), een anonieme beurs (exchange) diensten aanbiedt aan de marktspelers en van een markt gestuurd balanceringsysteem. 65. Het Entry/Exit model dat Fluxys Belgium heeft ontwikkeld en dat operationeel is sinds 1 oktober 2012, heeft volgende kenmerken: - Het vervoersnet is in twee ingangs-/uitgangszones ingedeeld: de H-zone en de L-zone. De Hzone stemt overeen met het fysieke H-calorisch vervoerssysteem en de L-zone met het fysieke L-calorisch vervoerssysteem. - Een netgebruiker kan ingangs- en uitgangsdiensten contracteren. De ingangsdiensten verlenen hem het recht een hoeveelheid aardgas op een IP in het vervoersnet te injecteren a rato van 5 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Opinions/2010/T082010/consultatienota.pdf : consultatienota nieuw vervoersmodel; 6 Zie website CREG: http://www.creg.info/pdf/Studies/F1035NL.pdf : studie over de ontwikkeling van een nieuw vervoersmodel voor transmissie van aardgas; Niet vertrouwelijke versie 18/46 de gecontracteerde injectiecapaciteit. Via de uitgangsdiensten kan hij een hoeveelheid aardgas uit het net uitzenden. - Een 'IP' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met het vervoersnet van een aangrenzende TSO, of met een vervoersinstallatie onder het beheer van Fluxys Belgium, zoals bijv. de opslaginstallatie te Loenhout. - Een 'afnamepunt' verbindt het vervoersnet van Fluxys Belgium met een eindklant of met een afnamepunt ten behoeve van het distributienet. 66. In een systeem van marktbalancering is het basisprincipe dat de netgebruikers (markpartijen) er zelf voor zorgen dat per tijdseenheid de hoeveelheden aardgas die zij in het systeem injecteren, gelijk zijn aan de hoeveelheid die zij eraan onttrekken. Tijdens de gasdag voert Fluxys Belgium, zoals gezegd, geen interventies uit zolang de marktbalanceringspositie (d.w.z. de evenwichtspositie voor de totale markt) zich binnen de vooraf bepaalde bovenste en onderste markt limietwaarden bevindt. Indien de marktbalanceringspositie de bovenste (of onderste) markt limietwaarde overschrijdt, komt Fluxys Belgium tussenbeide met een verkoop- (of aankoop-) transactie op de aardgasmarkt (commodity) voor de hoeveelheid van het marktoverschot (of tekort). De overschotten, respectievelijk de tekorten worden per netgebruiker verrekend in contanten. De verrekening geschiedt ten aanzien van elke netgebruiker die bijdroeg aan het onevenwicht in verhouding tot zijn individuele bijdrage tot het onevenwicht op het moment van de (uur)overschrijding. Er is enkel een tussenkomst van de netbeheerder voor de netgebruikers die veroorzaker zijn van respectievelijk een overschot of een tekort. Voor alle veroorzakers is er een correctie van de individuele positie. Op het einde van iedere gasdag wordt het verschil tussen de totale hoeveelheden die in de beschouwde zone zijn binnengekomen en de totale hoeveelheden die door de eindklanten van de netgebruikers werden verbruikt, of die de beschouwde zone naar een aangrenzend vervoersnet verlieten, op nul gesteld. De verrekening gebeurt in contanten en is van toepassing op iedere netgebruiker, zowel voor degenen die een overschot hadden (de ‘helpers’), als voor degenen die een tekort hadden. 67. Op 7 mei 2015 werd, met toepassing van artikel 15/2bis, van de gaswet, Balansys opgericht. Fluxys Belgium en Creos, de Luxemburgse TSO, zijn beiden voor 50% aandeelhouder van Balansys. Balansys staat in voor het commercieel netevenwicht van de vervoersnetten Fluxys Belgium en Creos. 68. De regulatoire documenten van Balansys, bestaande uit het balanceringscontract, de balanceringscode voor de zone Belux en het balanceringsprogramma vormen samen het contractueel kader tussen Balansys en de netgebruiker met betrekking tot het netevenwicht. In het kader van de overdracht van de balanceringsactiviteiten binnen het Belux integratieproject van Fluxys Belgium naar Balansys, werden alle bepalingen hierover geschrapt in het STA, ACT en TP van Fluxys Belgium. De STA, ACT en TP zonder de bepalingen inzake netevenwicht, zijn in werking getreden op 1 juni 2020 nadat Balansys volledig operationeel is geworden. 69. Overeenkomstig artikel 15/13, §6, van de gaswet is de Algemene Directie Energie, zijnde de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas de bevoegde instantie in de zin van artikel 2.2 van de Verordening 994/2010. Deze verordening werd ingetrokken en vervangen door de Verordening 2017/1938 (art. 2.7). 70. In het kader van haar opdrachten is de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake gas bevoegd voor het opstellen van een preventief actieplan, een nationaal noodplan en op basis van de risico-evaluatie belast met de implementatie van een preventief actieplan en een noodplan (Art. 4, 5, 9 en 10, van de Verordening 994/2010 vervangen door respectievelijk Art. 8, 9, 7 en 11 van de Verordening 2017/1938). Niet vertrouwelijke versie 19/46 71. Hieruit is voortgevloeid het Ministerieel Besluit van 8 september 2022 tot vaststelling van het noodplan voor de gasleveringszekerheid bedoeld in artikel 15/13, § 6, zevende lid van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen en bedoeld in de artikelen 8 en 10 van Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/20107. 72. Daarnaast vereist artikel 88, van de gedragscode aardgas dat de beheerder van het aardgasvervoersnet een plan voor Incidentenbeheer opstelt en opneemt in het toegangsreglement voor aardgasvervoer. 73. De openstelling van de energiemarkt voor aardgas brengt met zich mee dat het aanbieden van energie en energiediensten evolueert naar een competitieve activiteit. Dit is eveneens een uitdaging voor de faciliterende markpartijen, waaronder de beheerder van het aardgasvervoersnet en de regulerende instantie, die gestimuleerd worden tot het voeren van een pro-actief beleid wat betreft het aanbieden van nieuwe vervoersdiensten en het verbeteren van de dienstverlening. Zowel Fluxys Belgium als de CREG beschouwen het als hun taak een voortrekkersrol te spelen op de WestEuropese aardgasmarkt. Dit houdt in dat het regulatoir kader dat de spelregels voor de aardgasmarkt bepaalt aan een continue evaluatie onderworpen is. Ook het vervoersmodel, waarvan de krachtlijnen in paragrafen 63 tot 65 van huidige beslissing geschetst werden, is in voortdurende evolutie. Ten einde de aantrekkingskracht van de Belgische aardgasmarkt verder te verbeteren heeft Fluxys Belgium na de implementatie van het nieuwe vervoersmodel, in overleg met de markpartijen, een aantal voorstellen voor verbetering voorgelegd aan de markt. Deze voorstellen werden na raadpleging van de markt ter goedkeuring ingediend bij de CREG. Sinds de voornoemde beslissing van de CREG tot goedkeuring van het nieuwe vervoersmodel op 10 mei 2012, heeft Fluxys Belgium volgende voorstellen ter goedkeuring aan de CREG voorgelegd:
  10. a)Voorstel tot wijziging van Bijlage A “Vervoersmodel” van het ACT met het oog op het vermijden van mogelijk opportunistisch gedrag door de netgebruikers en de mogelijks daaruit voortvloeiende marktverstoring van het marktgebaseerd balanceringsysteem. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)121122-CDC-1205 van 22 november 2012.
  11. b)Voorstel tot wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP met het oog op het aanbieden van Day-Ahead vervoerscapaciteit via het gemeenschappelijk platform voor veiling van vervoerscapaciteit op de IPs dat wordt beheerd door Prisma. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)130411-CDC-1242 van 11 april 2013.
  12. c)Op 10 september 2013 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de bijlagen A, B en C3 van het ACT met de aanpassingen aan de kwaliteitsconversiediensten evenals de kleine wijzigingen aan het TP bij de CREG in. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131010-CDC-1283 van 10 oktober 2013.
  13. d)Bij beslissing (B)131010-CDC-1284 van 10 oktober 2013 keurt de CREG de aanvraag tot goedkeuring van een wijziging van het STA, zoals ingediend door Fluxys Belgium bij de CREG op 19 september 2013 goed. Deze wijziging betreft een verlaging van de kredietrating in hoofde van de bevrachters van A Standard&Poor's//Fitch naar BBB+ of van A3 Moody's naar Baa1. Hierdoor stelt Fluxys Belgium zich in lijn met de kredietvoorwaarden die door de TSOs van de omringende landen van België gevraagd worden aan hun bevrachters. 7 Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad 14 september 2022. https://economie.fgov.be/nl/themas/energie/bevoorradingszekerheid/aardgas/crisisbeleid/noodplan-bij-aardgastekort Niet vertrouwelijke versie 20/46
  14. e)Voorstel tot wijziging van het TP en van bijlagen A, B, E en G van het ACT in het bijzonder met het oog op het bepalen van bijkomende modaliteiten voor de implementering van drie procedures voor het beheer van contractuele congestie bedoeld in Bijlage I van de Gasverordening 715/2009. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)131024-CDC-1281 van 24 oktober 2013.
  15. f)Voorstel tot wijziging van bijlagen A en B en Appendix 1 bij bijlage B van het ACT in het bijzonder met het oog op de aanpassing van de prijsreferentie voor de “gasprijs” ten gevolge van de stopzetting van de vorige prijsreferentie, de verbetering van de capaciteitsallocatie voor S32 eindafnemers aangesloten op het distributienet en de aanpassing van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B) 140123-CDC-1300 van 23 januari 2014.
  16. g)Voorstel tot wijziging van het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3 en G van het ACT, in het bijzonder tot toevoeging van een ‘reshuffling’ dienst die het mogelijk maakt voor netgebruikers om hun contracten aan te passen en hun portefeuilles voor te bereiden in het kader van de toekomstige toepassing van de NC CAM, tot wijziging van de balanceringsregels om H-gas te kunnen aan- of verkopen waar er geen tegenprestatie op de L-markt wordt gevonden, tot overgang voor de secundaire markt van het capsquare platform naar het Europese capaciteitsplatform Prisma en tot wijziging van de (her)nominatie procedures om compatibel te zijn met de nieuwe regels opgenomen in de NC BAL. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140515-CDC-1326 van 15 mei 2014.
  17. h)Voorstel tot wijziging van de STA, het TP en van bijlagen A, B, C1 en G van het ACT, in het bijzonder de introductie van twee nieuwe kwaliteitsconversiediensten, “Base Load” en “Seasonal Load”, waarmee netgebruikers het ganse jaar H-gas naar L-gas kunnen converteren, de introductie van een nieuwe “Peak Load” H->L kwaliteitsconversiedienst, waarmee netgebruikers H-gas naar L-gas enkel in het transfo seizoen kunnen converteren en de aanpassing van de Prisma General terms & Conditions (GT&C’
  18. s)met betrekking tot de toegangsregels tot het Prisma European Capacity Platform zoals vervat in Bijlage B van het ACT. Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)140918-CDC-1362 van 18 september 2014.
  19. i)In april 2014 dient Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging in bij de CREG dat verband houdt met de bestaande binnen-de-dag-verplichtingen om het gebruik ervan te kunnen voortzetten en tot aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet. Deze aanvraag werd, wat betreft het verder gebruik van de binnen-dedag-verplichtingen door de CREG goedgekeurd in haar beslissing (B)141016-CDC-1375 van 16 oktober 2014. De CREG is immers van oordeel dat het ter beschikking stellen van uurlijkse informatie aan de netgebruikers de mogelijkheid biedt hun posities bij te sturen via nominaties op uurbasis, zodat het marktgestuurd balanceringsysteem beter functioneert. Verder meent de CREG dat deze verplichtingen de rol van de TSO inzake balancering tot een minimum beperkt en de netgebruikers maximaal responsabiliseert. In dezelfde beslissing heeft de CREG geoordeeld dat zij een beslissing met betrekking tot de aanwijzing als partij die de prognoses opstelt inzake gasbalancering van het aardgasvervoersnet ten gepaste tijde zou nemen vanaf 1 oktober 2015, na raadpleging van de betrokken TSOs en distributiesysteembeheerders overeenkomstig artikel 39, lid 5, van de NC BAL.
  20. j)Voorstel tot wijziging van de STA, TP en van de bijlagen A, B, C1 en G van de ACT en dat verband houdt met de introductie van nieuwe IP tussen Frankrijk en België en de invoering van een nieuwe dienstverlening “Cross Border Delivery Dienst” die de directe verbinding tussen de terminal van Duinkerke en het Belgische vervoersnet mogelijk moet maken. Tevens werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal kleine tekstuele aanpassingen door te voeren. Niet vertrouwelijke versie 21/46 Deze aanvraag werd door de CREG goedgekeurd in haar beslissing(B)150326-CDC-1414 van 26 maart 2015.
  21. k)Op 15 april 2015 heeft Fluxys Belgium een voorstel tot wijziging van de STA, ACT en TP voor vervoer bij de CREG ingediend met als doel het vervoersmodel aan te passen voor de realisatie van het project dat de integratie van de aardgasmarkten van België en Luxemburg onder de naam BeLux-project beoogt. Op 13 mei 2013 werd het voorstel tot wijziging van de STA ingetrokken en een nieuw voorstel ingediend voor goedkeuring. De wijzigingen hebben betrekking op de STA voor de realisatie van het BeLux-project, de verwijdering in de ACT van alle bepalingen met betrekking tot balancering, de verwijdering van de IPs tussen België en Luxemburg uit de lijst van IPs voor de commercialisering van capaciteit. Verder waren er enkele beperkte tekstuele aanpassingen met betrekking tot de dienst kwaliteitsconversie, de verwijdering van de dienst ‘reshuffling’, de aanpassing van het facturatieproces door de introductie van “Self Billing” en de herziening van bijlage F van het ACT met betrekking tot het plan voor incidentenbeheer. Aanvullend heeft Fluxys Belgium op 13 mei 2015 bij de CREG een voorstel van wijziging van de ACT en TP ingediend. Dit voorstel van wijzigingen waren noodzakelijk om vanaf 1 oktober 2015, in afwachting van de inwerkingtreding van het vereiste wettelijk kader voor de integratie van de balanceringsregimes van de aardgasmarkten van België en Luxemburg, verder het netevenwicht te kunnen waarborgen door het implementeren van overgangsmaatregelen waarbij Fluxys Belgium alle verplichtingen en taken die verband houden met betrekking tot balancering blijft behartigen. Over beide aanvragen heeft de CREG een beslissing (B)150520-CDC-1420 van 20 mei 2015 getroffen.
  22. l)Op 4 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel tot wijziging van het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G, H en de nieuwe bijlage C5 van het ACT, ingediend, met als doel het vervoersmodel aan te passen. Via die wijzigingen wil Fluxys Belgium haar dienstenaanbod op contractueel en operationeel vlak afstemmen op de implementatie van de NC CAM die op 1 november 2015 van kracht wordt. In haar begeleidende brief heeft Fluxys Belgium gemeld dat de belangrijkste wijzigingen betrekking hebben op: de invoering van binnen-de-dag (within-day) veilingen, de toepassing van de onderschrijvings- en toewijzingsregels via veiling voor alle IPs die onder de toepassing van de NC CAM vallen, de invoering van een gezamenlijke nominatieprocedure voor gebundelde capaciteit (single sided nomination), de mogelijkheid om voor bepaalde diensten de keuze te kunnen maken om deze om te zetten tot OCUCs en Wheelings, en dit voor jaarlijkse, driemaandelijkse en maandelijkse diensten, de integratie van de hubdiensten in het dienstenaanbod, de opheffing van de verschillende niveaus van onderbreekbaarheid, het uitdrukken van de tarieven in euro per kWh/h (€/kWh/
  23. h)en het invoeren van een kortetermijncoëfficiënt voor capaciteitsdiensten. Tegelijkertijd stelt Fluxys Belgium voor om de hubdiensten volledig in het dienstenaanbod te integreren en zo het vervoersmodel verder te vereenvoudigen. In haar beslissing (B)150917CDC-1457 van 17 september 2015 oordeelt de CREG dat de implementatie van de bepalingen voorzien in de NC CAM onvolledig is gebeurd, dat de integratie van de hubdiensten, zowel op contractueel als op operationeel vlak, belangrijke tekorten vertoont en dat de overgangsmaatregelen zoals door de CREG goedgekeurd bij beslissing (B) 150520-CDC-1420 niet correct geïntegreerd zijn in het voorstel van belangrijkste voorwaarden. Daarom beslist de CREG de voorgestelde wijzigingen in hun geheel goed niet te keuren. Zij vraagt Fluxys Belgium een nieuw voorstel uit te werken.
  24. m)Naar aanleiding van de beslissing 1457 heeft Fluxys Belgium midden oktober 2015 bij de CREG een herwerkte aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het STA, het TP en van de bijlagen A, B, C1, C3, E, G en H van het ACT. Doel van deze wijzigingen was de aanpassing Niet vertrouwelijke versie 22/46 van het dienstenaanbod aan de invoering van de NC CAM. Fluxys Belgium meldt ook dat de integratie van de hubdiensten op een later tijdstip zal volgen. Met betrekking tot de Interconnectie-overeenkomsten laat Fluxys Belgium weten dat ze de stand van zaken zullen meedelen in het kader van de implementatie van de NC INT. De aanpassingen van het dienstenaanbod voor bepaalde types van eindklanten tot slot zullen ter raadpleging worden voorgelegd en apart ter goedkeuring worden ingediend. In haar beslissing (B)151029-CDC1469 van 29 oktober 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed en beslist zij dat deze in werking treden vanaf 1 november 2015.
  25. n)Een voorstel tot goedkeuring van de nieuwe versie van Algemene Voorwaarden voor het gebruik van het Prisma Capaciteitsplatform (de Prisma General Terms & Conditions - GT&C’s), opgenomen in Appendix 1, bijlage B van de ACT wordt door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. De meeste wijzigingen hebben betrekking op de toepassing van de binnen-de-dag-veilingen, een verduidelijking van de clausule van de afschakeling van een bevrachter en de beschikbaarheid van het Prisma platform. De nieuwe GT&Cs zijn van kracht vanaf 1 oktober 2015. De CREG heeft deze aanvraag goedgekeurd in haar beslissing (B)151210CDC-1489 van 10 december 2015.
  26. o)Begin december 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag ingediend tot goedkeuring van wijzigingen aan het TP en de bijlagen A, B en G van de ACT. Doel is eindgebruikers die rechtstreeks aangesloten zijn op het hogedruknet (zoals elektrische centrales en industriële eindklanten) een nieuwe dienst aan te bieden naast het bestaande aanbod van jaarlijkse, seizoens- en korte termijndiensten. Deze nieuwe dienst zal worden gecommercialiseerd onder de naam Fix/Flex. Daarnaast bieden de voorgestelde wijzigingen netgebruikers de mogelijkheid diensten te onderschrijven onder het kalenderdagregime. Met haar Beslissing (B)151217-CDC-1495 van 17 december 2015 keurt de CREG de voorgestelde wijzigingen goed. De wijzigingen treden in werking vanaf 1 januari 2016.
  27. p)In het kader van de NC BAL vraagt Fluxys Belgium de CREG om te worden aangewezen als de partij die de prognoses opstelt in een balanceringszone. Het gaat meer bepaald om de niet binnen-de-dag gemeten afnames uit het aardgasvervoersnet door een netgebruiker en om de daaruit voortvloeiende allocaties. Sinds de invoering van het nieuwe vervoersmodel op 1 oktober 2012 werd Fluxys Belgium al impliciet aanvaard als verantwoordelijke partij. Na raadpleging van de betrokken TSOs en distributienetheerders over de ontwerpbeslissing (B)151203-CDC-1487 van de CREG heeft de CREG in haar eindbeslissing (B) 160128-CDC-1487 van 28 januari 2016 beslist deze aanvraag definitief goed te keuren.
  28. q)Een voorstel tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, E en G van de ACT in het kader van de implementatie van de NC INT is door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend voor goedkeuring. Daarnaast wordt ook gevraagd om de Prisma GT&C’s niet meer op te nemen in de ACT, worden een aantal materiële fouten verbeterd en worden de beschrijvingen voor de diensten MP, DPRS en odorisatie aangevuld. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)160519-CDC-1531 van 19 mei 2016.
  29. r)In uitvoering van de beslissing 1457 werd een nieuw voorstel tot goedkeuring van de wijzigingen in het STA, de bijlagen A, B, C1, C3, D, E, F, G en H van het ACT en het TP door Fluxys Belgium bij de CREG ingediend die verband houden met de integratie van de hubdiensten enerzijds en de invoering van binnen-de-dag diensten op Zeebrugge Beach met een aangepaste doorlooptijd van “full hour +2” in lijn met de hernominatie doorlooptijd, de uitbreiding van de secundaire markt op Prisma, het verwijderen van de paragraaf “Interpretatie” in elke bijlage van het ACT en de verbetering van een aantal materiële fouten, anderzijds. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)161020-CDC-1571 van 20 oktober 2016. Niet vertrouwelijke versie 23/46
  30. s)In januari 2017 diende Fluxys Belgium bij de CREG een aanvraag in tot goedkeuring van wijzigingen in het TP en de bijlagen A, B, C1, en G van de ACT. Met de aanpassingen wil Fluxys Belgium een capaciteitsconversiedienst invoeren die het mogelijk maakt om niet gebundelde capaciteit aan één zijde van een IP te converteren naar gebundelde capaciteit, een imbalance pooling dienst invoeren die aan netgebruikers de mogelijkheid biedt hun gasposities te groeperen, de IPs Poppel en Hilvarenbeek samenvoegen tot het unieke IP Hilvarenbeek en een aantal materiële fouten corrigeren. Fluxys Belgium organiseerde zelf een openbare raadpleging over deze wijzigingen van eind november 2016 tot eind december 2016. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B)1613 van 23 februari 2017 onder de opschortende voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg geeft aan enkele door de CREG in haar beoordeling gemaakte bemerkingen.
  31. t)In mei 2017 dient Fluxys Belgium een nieuw voorstel van wijzigingen aan de STA, ACT en TP voor vervoer in bij de CREG voor goedkeuring. Met dit voorstel wil Fluxys Belgium de STA, ACT en TP voor vervoer aanpassen aan een aantal marktevoluties, meer bepaald: de convergentie tussen de fysieke en de notionele handelsdiensten op de ZTP; de invoering van een virtueel IP tussen België en Frankrijk (vanaf 1 oktober 2017); de nieuwe veilingkalender voor vervoerscapaciteit en de nieuwe procedure voor incrementele capaciteit in uitvoering van de NC CAM; de herziene toewijzing van de transmissiediensten voor eindklanten op de distributienetten als gevolg van de oprichting van het federaal clearinghouse ATRIAS; de introductie van 2 nieuwe EDIg@s-berichten in uitvoering van de NC INT en de correctie van een aantal materiële fouten en opmerkingen gesignaleerd door de CREG in haar beslissing (B)1613. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1653 van 17 juli 2017 onder de voorwaarde dat Fluxys Belgium gevolg zou geven aan haar bemerkingen. De wijzigingen treden in werking op 1 oktober 2017.
  32. u)Per brief van 14 augustus 2015 heeft Fluxys Belgium bij de CREG een aangepast voorstel van wijzigingen van de artikelen 16.2.3, 16.2.4 en 20.3, van bijlage 2, van de STA ingediend om tegemoet te komen aan de beslissing van de CREG van 20 mei 2015 (zie beslissing k)). Per brief van 19 april 2018 heeft Fluxys Belgium dit voorstel ingetrokken. Om deze redenen heeft de CREG een addendum 1457/1 aan de beslissing 1457 (zie onder punt l)) toegevoegd en goedgekeurd op 26 april 2018.
  33. v)In maart 2018 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA , de bijlagen A, B, C1, C2, C3, E, F en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op het aanbod de capaciteitsconversiedienst, de invoering van een nieuwe dienst ‘reshuffling’, de invoering van een capaciteitsconversiedienst L/H, de vereenvoudiging van de capaciteitsdiensten en de procedure van reservering ervan en een aantal technische aanpassingen inzake kwaliteit, onderbreking en nominatie op interconnectiepunten. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1745 van 26 april 2018.
  34. w)In februari 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP, wijzigingen die betrekking hebben op de vereenvoudiging van het reserveringsproces van diensten, de toevoeging van een Entry Vervoersdienst voor Eindgebruikers, de introductie van een overnominatieproces, de vereenvoudiging van de substitutiediensten, de herinvoering van het Virtual Interconnectiepunt VIP op de Belgische Nederlandse grens en een aantal technische wijzigingen en de afstemming van verschillende definities met de Europese netwerkcodes. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1921 van 11 april 2019.
  35. x)In juni 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C4 en G van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de vereenvoudiging van de L/H capaciteitsomschakelingsdienst, de vereenvoudiging van de betaling van facturen, de verandering van de naam van het Virtual Interconnectiepunt Niet vertrouwelijke versie 24/46 VIP op de Belgische Nederlandse grens naar VIP-BENE en de hernieuwde indiening van artikel 18 van het standaard aardgasvervoerscontract samen met een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 1955 van 27 juni 2019.
  36. y)Op 25 november 2019 diende Fluxys Belgium bij de CREG en voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A en B van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, de omzettingsdiensten en een aantal technische wijzigingen. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor eind februari 2020 haar “Know Your Customer Policy” aan de CREG voor te leggen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2046 van 16 januari 2020.
  37. z)Aansluitend hierbij keurde de CREG bij beslissing (B) 2047 op 13 februari 2020 de aanvraag van Fluxys Belgium tot wijziging van de regulatoire documenten voor aardgasvervoer (vervoerscontract, dienstenprogramma voor aardgasvervoer en toegangsreglement) goed. Het gaat onder meer over de overdracht van de activiteit van het beheer van het commercieel netevenwicht door Fluxys Belgium aan Balansys, de aanpassing van de kredietwaardigheidsvereisten, de implementatie van de tarieven 2020, een lichte aanpassing van de omzettingsdiensten, de wijziging van het plan voor incidentenbeheer en een aantal technische wijzigingen die de leesbaarheid van de regulatoire documenten bevorderen. De CREG consulteerde in het kader van deze beslissing de marktpartijen betreffende de toepassing van de ACER beslissing Nr. 12/2019 van 16 oktober 2019 op het Standaard Aardgasvervoerscontract, met name de invoering van een bepaling met het oog op een gelijktijdige aansprakelijkheid van Fluxys Belgium en Balansys met betrekking tot het beheer van het commercieel netevenwicht. De CREG vraagt in haar beslissing aan Fluxys Belgium om voor de inwerkingtreding van bovenvermelde wijzigingen haar “Know Your Customer Policy”, die verband houdt met de kredietwaardigheidsvereisten, aan de CREG voor te leggen. Fluxys Belgium en Balansys informeerden de markpartijen dat de overdracht van het commercieel beheer van het netevenwicht van de geïntegreerde Belux-zone zal starten op 1 juni 2020. Vanaf die dag zullen de marktpartijen met Balansys een balanceringscontract moeten afsluiten.
  38. aa)Op 23 november 2020 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C1, C2, C4 en D van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen betreffen de integratie van het interconnectiepunt Zelzate 2 in VIP BENE, de afstemming van de definities en diensten met betrekking tot de injectie van nieuwe gassen (o.a. biomethaan) in het aardgasvervoersnet, de verduidelijking van de definitie onderpand, rekening houdend met boekingen op korte termijn en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2157 van 10 december 2020.
  39. bb)Op 25 juni 2021 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot goedkeuring van wijziging van het STA, de bijlagen A, B en C4 van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de introductie van het VIP THE-ZTP dat de interconnectiepunten Eynatten 1 en Eynatten 2 vervangt vanaf 1 april 2022, de introductie van een additionele shipper codedienst waardoor netgebruikers de mogelijkheid krijgen om data betreffende biomethaan te onderscheiden van conventioneel aardgas, en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2270 van 20 augustus 2021.
  40. cc)Op 23 december 2021 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C1, C2, C3 en C4 van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op het mogelijk maken van de injectie van H2 in het aardgasnet, het Niet vertrouwelijke versie 25/46 invullen van de specificaties inzake gaskwaliteit met een bovengrens van 2 % voor H2, het verduidelijken van de CO2- specificaties op het binnenlandse injectiepunt, het afstemmen van de beschikbaarheid van de H/L-conversiedienst op het fysieke conversieprogramma, de wijziging van de L/H-capaciteitsomschakelingsdienst naar een Lcapaciteitsomschakelingsdienst waardoor zowel entry- als exitvervoersdiensten op L-gas kunnen worden omgeschakeld, het verwijderen van de tabel met de maandelijkse toewijzingen voor de afvlakking van het onevenwicht en een aantal technische wijzigingen. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2331 van 3 februari 2022.
  41. dd)Op 08 juni 2022 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot wijziging van de bijlage B van het ACT en het TP. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op de wijziging in de onderschrijving en toewijzing van de ingangsdiensten vanuit de Duinkerke LNG Terminal. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2419 van 16 juni 2022.
  42. ee)Op datum van 17 november 2022 heeft de CREG een aanvraag van Fluxys Belgium tot goedkeuring van een voorstel tot wijziging van het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Dienstenprogramma voor aardgasvervoer goedgekeurd bij beslissing (B)2474. Dit voorstel heeft betrekking op de verlaging van de minimale Wobbe-index die van toepassing is op sommige (virtuele) interconnectiepunten en wijzigingen in het toewijzingsproces van aardgas door de distributiesysteembeheerder. De CREG heeft aan Fluxys Belgium gevraagd om naast de netgebruikers ook de eindafnemers die rechtstreeks verbonden zijn aan het vervoersnet, ten minste vier weken op voorhand in kennis te stellen van de wijziging van de minimale Wobbe-index.
  43. ff)Bij beslissing (B)2534 heeft de CREG op 30 maart 2023 beslist dat de artikelen 14.1 tot 14.6 van de Verordening 2022/2576 van de Raad van 19 december 2022 inzake de bevordering van solidariteit via een betere coördinatie van de aankoop van aardgas, betrouwbare prijsbenchmarks en de uitwisseling van aardgas over de grenzen heen, niet van toepassing zijn op NV Fluxys Belgium.
  44. gg)Bij beslissing (B) 2551 heeft de CREG op 26 mei 2023 het voorstel tot wijziging van het Standaard Aardgasvervoerscontract, het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en het Dienstenprogramma voor aardgasvervoer, goedgekeurd. De aanpassingen hadden betrekking op de verhoging van het maximale 02-niveau voor binnenlandse injectiepunten, de stopzetting van het aanbod van OCUC diensten, de uitbreiding van de criteria om onderbreekbare capaciteit aan te bieden, de samenvoeging van de bestaande ZTP Physical en ZTP Notional Trading Diensten in één ZTP Trading Service, de stopzetting van de Onbalans Transfer Service en Imbalance Pooling Dienst en de aanpassingen van de verwijzingen naar de gedragscode aardgas naar aanleiding van de beslissing (B)2411 van 31 augustus 20228 van de CREG betreffende de gedragscode aardgas zoals gepubliceerd door de CREG op haar website.
  45. hh)Op 18 juli 2023 diende Fluxys Belgium bij de CREG een voorstel in tot wijziging van de aanvraag tot goedkeuring van het voorstel tot wijziging van bijlage B van het ACT. De voorgestelde wijziging had betrekking op de impliciete toewijzing van exit diensten op binnenlandse aansluitingspunten op distributie. De CREG heeft dit voorstel goedgekeurd in haar beslissing (B) 2636 van 07 september 2023. 8 https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2411 Niet vertrouwelijke versie 26/46 2.2. VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET STA, ACT EN TP 74. Het voorstel tot wijziging van het STA, de bijlagen A, B, C1, C2, C3, C4, E en G van het ACT en het TP, is gebaseerd op de gereguleerde documenten zoals laatst door de CREG bij beslissing (B) 2636 van 07 september 2023 goedgekeurd9. 75. Het voorstel tot wijziging werd in een openbare consultatie die liep van 17 november 2023 tot 8 december 2023, voorgelegd aan de marktpartijen. 76. De aanpassingen aan de gereguleerde documenten hebben betrekking op: - de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten; - de invoering van een voorwaardelijk capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten; - de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan; - de verlaging van het Wobbe-indexbereik en invoering van globale en lokale kwaliteitsspecificaties op binnenlandse injectiepunten; - de vereenvoudiging van de berekening voor de capaciteitsoverschrijdingsvergoeding; - de schrapping van alle verwijzingen naar OCUC's en Wheelings; - de schrapping van alle verwijzingen naar het Elektronisch Boeking Systeem (EBS) - een aantal kleine wijzigingen aan de Standaard Aardgasvervoerscontract en het Toegangsreglement voor Aardgasvervoer en diverse kleine redactionele wijzigingen. 2.3. OPENBARE RAADPLEGING 77. Fluxys Belgium heeft over de voorgestelde wijzigingen een openbare raadpleging gehouden. Van 17 november tot en met 8 december 2023 werden belanghebbenden uitgenodigd om schriftelijk feedback te geven en indien nodig aanvullende informatie in te winnen via bilaterale contacten met Fluxys Belgium. 78. Het consultatieverslag nummer 66 geeft een overzicht van de geraadpleegde documenten, de ontvangen opmerkingen en het antwoord van Fluxys Belgium en werd bij de aanvraag van 28 december 2023 gevoegd (Bijlage 2, van huidige beslissing). 79. De gewijzigde documenten waren beschikbaar op de website van Fluxys Belgium onder de hoofding openbare raadplegingen, met de vermelding ervan en de link ernaar op de homepagina. Alle geregistreerde netgebruikers, marktpartijen en representatieve organisaties werden tevens per mail geïnformeerd. 80. De ontvangen opmerkingen zijn in het consultatieverslag 66 bijgevoegd (Bijlage 2, van huidige beslissing). Fluxys Belgium meldt in haar consultatierapport 66 dat tijdens de raadplegingsperiode opmerkingen zijn ontvangen van 1 eindgebruiker en 2 vertegenwoordigende organisaties van 9 Beslissing (B) 2636 van 07 september 2023: https://www.creg.be/nl/publicaties/beslissing-b2636 Niet vertrouwelijke versie 27/46 marktpartijen, zijnde Febeliec en Febeg. Eén van de respondenten heeft zijn antwoord als vertrouwelijk opgegeven. 81. De CREG zal het consultatierapport in deel 3 van deze beslissing bespreken en dit wanneer de CREG het niet eens is met een opmerking gemaakt door een netgebruiker, dan wel met het antwoord geformuleerd door Fluxys Belgium op een opmerking van een netgebruiker. 82. Rekening houdend met wat voorafgaat, is de CREG van oordeel dat met toepassing van artikel 40, 2° van het huishoudelijk reglement van de CREG, zij geen openbare raadpleging moet organiseren over huidige beslissing aangezien over het voorwerp van huidige beslissing voldoende voorafgaandelijk werd gecommuniceerd, en er een voorafgaande openbare raadpleging werd gehouden, gedurende een voldoende lange periode zodat de markt voldoende tijd heeft gehad om op de voorstellen te reageren. 2.4. INWERKINGTREDING VAN DE WIJZIGINGEN AAN HET ACT EN TP 83. De goedgekeurde wijzigingen conform consultatie 66 van de STA, ACT en TP voor vervoer treden in werking op datum van publicatie op de website van Fluxys Belgium. 3. ONDERZOEK 84. Hierna wordt nagegaan of de voorstellen van wijzigingen van het STA, ACT en TP ingediend door Fluxys Belgium op 28 december 2023, in overeenstemming zijn met de vigerende wetgeving en het algemeen belang. 85. Het ontbreken van opmerkingen over de door Fluxys Belgium voorgestelde wijzigingen, of het aanvaardbaar achten ervan, doet geenszins afbreuk aan een toekomstige mogelijkheid van de CREG om overeenkomstig artikel 40, van de gedragscode aardgas aan Fluxys Belgium te vragen een voorstel tot wijziging van STA, ACT en TP voor vervoer uit te werken, hierover de markt te consulteren en dit voorstel samen met het consultatieverslag voor goedkeuring bij de CREG in te dienen. 86. Afwijkend van de gebruikelijke opbouw van beslissingen van de CREG met betrekking tot STA, ACT en TP voor vervoer waarbij de analyse wordt opgebouwd in overeenstemming met de opeenvolgende delen, bijlagen, hoofdstukken en titels van het voorstel, wordt het onderzoek van de wijzigingen thematisch geëvalueerd. Deze werkwijze biedt het voordeel dat elk van de wijzigingen in zijn geheel wordt onderzocht. Het laat ook toe de resultaten van de openbare raadpleging op een consistente wijze te integreren in de beoordeling. De analyse behoudt weliswaar de opdeling tussen het STA, het ACT en het TP. 87. Indien het geval zich zou voordoen dat verschillende elementen van het voorstel betrekking hebben op een overkoepelend onderwerp, dan behoudt de CREG zich het recht om deze elementen gezamenlijk te bespreken, in plaats van punt per punt. Waar nodig houdt de CREG rekening met het bijzondere karakter van de voorgestelde wijzigingen en geeft zij puntsgewijze commentaar. Niet vertrouwelijke versie 28/46 3.1. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN HET STA 88. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 28 december 2023 ingediende voorstel tot wijziging van het STA zoals aan de markt voorgelegd in consultatie 66. Bijlage 2 – Algemene Voorwaarden 89. Artikel 2 Exploitatie en onderhoud van het vervoersnet: op twee plaatsen in de voorlaatste paragraaf wordt het woord ‘Conditionele’ toegevoegd. Deze aanpassing is het gevolg van het aanbod van Fluxys Belgium van een conditioneel capaciteitstype voor entry vervoersdiensten voor binnenlandse aansluitingspunten voor injectie en binnenlandse aansluitingspunten voor distributie. 90. Een vertegenwoordigende organisatie van marktpartijen verwacht dat het conditioneel capaciteitstarief een korting zal krijgen ten opzichte van het vaste capaciteitstarief en dit om de waarschijnlijkheid weer te geven dat de dienst niet beschikbaar is vanwege netwerkbeperkingen die buiten de controle van de bevrachter liggen. De vertegenwoordigende organisatie van marktpartijen vindt dat deze korting ten minste gelijk moet zijn aan de huidige korting op onderbreekbare capaciteit, namelijk 20%. 91. Fluxys Belgium bevestigt zijn voornemen om een korting van 20% aan te bieden voor het tarief voor conditionele capaciteit, zoals dat ook het geval is voor de tarieven voor onderbreekbare capaciteit en backhaul capaciteit. 92. Er waren geen verdere opmerkingen van marktpartijen. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging van punt 2 goed. 93. Artikel 8 Operationele voorwaarden en kwaliteitsspecificaties: op meerder plaatsen wordt het begrip ‘Lokale Producent’ toegevoegd. Dit kadert in de brede context van de energietransitie waarbij Fluxys Belgium het mogelijk maakt om compatibel aardgas (o.a. biomethaan) te injecteren in het vervoersnet. 94. Een marktpartij gaf een aantal opmerkingen en bedenkingen over de verantwoordelijkheden inzake gaskwaliteit zoals vastgelegd in artikel 8 van het STA, waarbij volgens haar wordt gesteld dat het oneerlijk is om alle aansprakelijkheid in verband met de gaskwaliteit bij de netgebruikers te leggen. De vertegenwoordigende organisatie van marktpartijen vindt dat de juiste verantwoordelijkheden bij de juiste marktspeler moeten worden gelegd. In het bijzonder is ze van mening dat het oneerlijk is om elke aansprakelijkheid met betrekking tot de gaskwaliteit bij de bevrachters te leggen. Ze stelt voor om de vermelding "of de netwerkgebruiker, naargelang het geval" te schrappen. 95. Een marktpartij is van mening dat de TSO de enige partij is die gas kan weigeren. Het is aan Fluxys Belgium om te beoordelen of het gas dat wordt geleverd of herleverd op een aansluitingspunt, kan worden aanvaard, rekening houdend met de systeemintegriteit van zijn installaties. Een bevrachter kan niet weten of het gas in kwestie al dan niet conform is. Als Fluxys Belgium het gas aanvaardt, neemt het bovendien een verantwoordelijkheid op ten opzichte van de bevrachter. 96. Een marktpartij vindt dat een bevrachter geen rol heeft in het aanvaarden of weigeren van gas dat niet aan de specificaties voldoet. Ze verwacht dat, als Fluxys Belgium weigert om het gas te vervoeren na overleg met de aangrenzende TSO's, Fluxys Belgium de betrokken bevrachters zal informeren, en hen zal vergoeden voor hun verlies. Als logisch gevolg verwacht de vertegenwoordigende organisatie van marktpartijen dat de bevrachters in dat geval ten minste geen capaciteitsvergoeding hoeven te betalen. 97. van In dat opzicht is een marktpartij het er verder niet mee eens dat de balanceringsverplichtingen de netgebruiker ten opzichte van de balanceringsbeheerder, beschreven in de Niet vertrouwelijke versie 29/46 balanceringscontract en in de balanceringscode, van toepassing blijven indien een partij de (her)levering van niet-conform gas weigert. 98. Verder stelt een marktpartij dat bevrachters geen toegang hebben tot het kwaliteitscontrolesysteem of de gegevens van Fluxys Belgium terzake. Aangezien het de TSO is die de gaskwaliteit bewaakt en over alle gegevens beschikt, zou het de TSO moeten zijn die de andere partij op de hoogte brengt van dergelijke niet-conformiteit. 99. Artikel 8.3 van het STA stelt: ‘Voor alle duidelijkheid: de TSO kan niet aansprakelijk worden gesteld jegens de Netgebruiker voor schade opgelopen door de Aangrenzende TSO waarvoor deze Aangrenzende TSO wordt vergoed door de TSO.’ Verwijzend naar de recente stofproblemen op Interconnector vraagt een marktpartij zich af hoe deze clausule zal worden toegepast als National Grid (of een andere aangrenzende TSO) de veroorzaker van het probleem is. Hoe en door wie wordt de bevrachter vergoed? De bevrachter kan immers niet aansprakelijk worden gesteld voor de kwaliteit van het gas dat door andere bevrachters of andere TSO's wordt aangeleverd. In dat geval zouden bevrachters gecompenseerd moeten worden voor gederfde inkomsten en marktopportuniteiten. 100. Een marktpartij herhaalt dat de bevrachters geen controle of invloed hebben op de kwaliteit van het gas. Ze kunnen dan ook niet aansprakelijk worden gesteld en gedwongen worden om te betalen voor schade zonder enige informatie over de redenen hierachter. 101. Een marktpartij erkent dat het aardgas, dat door een bevrachter op een aansluitingspunt wordt geleverd, niet gescheiden is van de hoeveelheden aardgas van andere bevrachters die op hetzelfde aansluitingspunt aardgas leveren. Dit mag echter niet betekenen dat de bevrachter aansprakelijk kan worden gesteld voor de kwaliteit van het gas dat door andere bevrachters (of door andere TSO'
  46. s)wordt aangeleverd. 102. Een marktpartij verwijst hierbij naar de stofproblemen in 2022, waarbij National Grid gas leverde in Bacton dat niet conform de specificatie was. Bevrachters kunnen hier in geen geval aansprakelijk voor worden gesteld. Bovendien is de vertegenwoordigende organisatie van marktpartijen sterk van mening dat de bevrachters in dit geval gecompenseerd moeten worden voor gederfde inkomsten en marktopportuniteiten. 103. Fluxys Belgium merkt op dat voornoemde bedenkingen buiten de scope vallen van de door haar georganiseerde marktconsultatie. Fluxys Belgium erkent dat, met de evolutie van het commerciële model voor aardgas in het voorbije decennium, de netgebruikers steeds minder in staat zijn om de kwaliteit van het gas dat in het vervoersnet circuleert te beïnvloeden. Het huidige artikel 8 van het STA met betrekking tot gaskwaliteit erkent dit door de verantwoordelijkheid van de netgebruikers op het vlak van gaskwaliteit te beperken tot twee zeer specifieke gevallen: - wanneer Fluxys Belgium zich ervan bewust is dat het gas niet-conform is maar verplicht is om het te aanvaarden om de systeemintegriteit te vrijwaren; - wanneer Fluxys Belgium niet op de hoogte kon zijn van de levering van niet-conform gas. 104. Fluxys Belgium is van mening dat er een Europese harmonisering nodig is op het vlak van de aansprakelijkheid met betrekking tot de gaskwaliteit en dat deze regels moeten worden opgenomen in de interconnectie-overeenkomsten alvorens de verantwoordelijkheden van de netgebruikers voor de gaskwaliteit, welke nu opgenomen zijn in het STA, kunnen worden gewijzigd. Verder dient opgemerkt dat, zoals in artikel 10.1 van het STA opgenomen is, dat ‘de schadevergoeding van een Partij jegens een andere Partij wordt beperkt tot Rechtstreekse Materiële Schade’. Dergelijke rechtstreekse materiële schade kan optreden wanneer niet-conform gas wordt geleverd aan een eindgebruiker of aan een aangrenzende beheerder (transmissiesysteembeheerder, opslagsysteembeheerder, beheerder van het distributienetwerk). Dit gebeurt niet wanneer Fluxys Belgium de stroom onderbreekt. Bijgevolg is Fluxys Belgium sterk gekant tegen de gevraagde compensatie voor gederfde Niet vertrouwelijke versie 30/46 inkomsten en marktopportuniteiten en voorstander van het behoud van de balanceringsverplichting voor de geïmpacteerde netgebruikers. 105. De CREG stelt dat de verantwoordelijkheid inzake gaskwaliteit in eerste instantie een zaak is van de beheerder in samenspraak met de naburige TSO’s, de aangrenzende beheerders van het distributienetwerk, de beheerder van de opslaginstallatie en de lokale producenten. Bijgevolg moeten daartoe de nodige bepalingen worden opgenomen in de interconnectie-overeenkomsten met de naburige TSO’s, de beheerders van het distributienetwerk en de beheerder van de opslaginstallatie en in de aansluitingscontracten met de lokale producenten die compatibel gas in het vervoersnet wensen te injecteren. 106. [VERTROUWELIJK] 107. Artikel 8.3 Schade geleden door de Netgebruiker ten gevolge van de herlevering door de TSO van niet-conform Aardgas op een Interconnectiepunt of een Installatiepunt: de laatste paragraaf verwijst naar de aansprakelijkheid van de TSO met betrekking tot het gebruik van wheeling diensten. Aangezien wheeling diensten niet langer worden aangeboden, heeft deze paragraaf geen verdere bestaansreden en moet deze bepaling dan ook worden geschrapt. De netgebruikers hebben tijdens de openbare raadpleging geen opmerkingen geformuleerd met betrekking tot deze wijziging van punt 8.3. 108. De CREG heeft geen verdere opmerkingen en keurt bijgevolg de voorgestelde wijzigingen van de STA goed. 109. Verder vraagt de CREG dat Fluxys Belgium: - de bestaande interconnectie overeenkomsten analyseert en een overleg opstart met de naburige TSO’s en beheerders; - [VERTROUWELIJK] 110. Artikel 14.2.3 Vorm van het onderpand: dit punt werd verduidelijkt voor wat betreft de modaliteiten betreffende de berekening van de interest en de uitbetaling ervan op de dag dat de storting wordt terugbetaald door Fluxys Belgium. 111. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging van artikel14.2.3 goed. 112. Artikel 16.3 Opzegging van de Diensten door de Netgebruiker: paragraaf c van dit punt werd aangepast. 113. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging van artikel 16.3
  47. c)goed. Bijlage 3 - Definities 114. De definitie ‘Binnenlands Aansluitingspunt’ wordt aangevuld met ‘ofwel een Lokale Producent (Binnenlands Aansluitingspunt voor injectie)’. Niet vertrouwelijke versie 31/46 115. In definitie ‘Binnenlands Aansluitingspunt bij een Eindgebruiker’ worden de woorden ‘als injectie (Lokale Producent)’ geschrapt. 116. Er wordt een nieuwe definitie toegevoegd met name ‘Binnenlands Aansluitingspunt voor Injectie’. 117. De definitie ‘Compatibel Gas’ is niet correct geformuleerd. Zo wordt in het vakjargon niet gesproken over gas dat wordt ‘geïntroduceerd’ in het vervoersnet maar eerder van gas dat wordt ‘geïnjecteerd’. Door het gebruik van de juister term kunnen de woorden ‘door injectie’ dan ook geschrapt worden. De CREG vraagt Fluxys Belgium de definitie aan te passen als volgt: ‘Compatibel Gas’ betekent gas geïnjecteerd in het Vervoerssysteem en dat voldoet aan de specifieke vereiste die lokaal van toepassing is, zoals uiteengezet in bijlage C.4 van de Toegangsreglement voor Vervoer. 118. Als gevolg van de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten wordt de definitie van ‘Capaciteitstype’ aangevuld met het woord ‘conditionele’ en wordt een nieuw begrip gedefinieerd met name het begrip ‘Conditioneel’. 119. In de definitie van het begrip ‘Eindgebruiker’ worden de woorden ‘of een Lokale Producent’ geschrapt. 120. Als gevolg van de schrapping van het Elektronisch Boeking Systeem (EBS) wordt dit begrip uit de definitielijst verwijderd. 121. In de definitie van het begrip ‘Entry Dienst’ of ‘Ingangsdienst’ of Ingang Vervoersdienst’ of ‘Entry Vervoersdienst’ worden de woorden ‘of een Interconnectiepunt of een Binnenlands’ geschrapt. 122. De definitie van het begrip ‘Installatiepunt “QC”‘ wordt toegevoegd aan de definitielijst. 123. In de definitie van het begrip ‘Interconnectiepunt’ worden de woorden ‘of van een andere beheerder’ geschrapt. 124. Als gevolg van de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan worden de definities van de begrippen ‘Kwaliteitsconversiedienst’, ‘Kwaliteitsconversie naar H Dienst’ en ‘Lokale Producent’ grondig aangepast. 125. Een nieuwe definitie van het begrip ‘Niet Compatibel Gas’ wordt toegevoegd aan de definitielijst. Deze definitie is niet voldoende duidelijk geformuleerd. De CREG vraagt Fluxys Belgium deze definitie aan te passen meer bepaald de voorlaatste zin komt als overbodig voor, daar de logica zelf. In de laatste zin dient uitdrukkelijk vermeld te worden onder welke strikte voorwaarde niet compatibel gas in het vervoersnet geïnjecteerd kan worden. Tot slot, moet het woord ‘dat’ in de eerste zin vervangen worden door ‘die’ lokaal van toepassing is. 126. Als gevolg van de schrapping van alle verwijzingen naar OCUC's en Wheelings worden de definities van de begrippen ‘OCUC’ en ‘Wheelingdienst’ uit de definitielijst verwijderd. 127. De netgebruikers hebben tijdens de openbare raadpleging met betrekking tot de definitielijst geen opmerkingen geformuleerd. De CREG heeft geen verdere opmerkingen en keurt de voorgestelde wijzigingen van de definitielijst mits Fluxys Belgium de gevraagde aanpassingen in paragraaf 117 en 125 van deze beslissing doorvoert alvorens Fluxys Belgium de goedgekeurde wijzigingen van de STA, ACT en TP op haar website publiceert. Niet vertrouwelijke versie 32/46 3.2. ONDERZOEK VAN DE WIJZIGINGEN VAN HET ACT 128. Onder deze titel onderzoekt de CREG het door Fluxys Belgium bij de CREG op 28 december 2023 ingediende voorstel tot wijziging van bijlage A, B, C1, C2, C3, C4, E en G van het ACT zoals aan de markt voorgelegd in consultatie 66. Bijlage A - Vervoersmodel 129. Punt 1.1 Overeenkomsten in verband met benamingen: de index c voor conditioneel wordt toegevoegd en de index qcs wordt aangepast als gevolg van herziening kwaliteitsdienst naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan. 130. Punt 1.2 Lijst van definities: de begrippen EEEd , EEEm,p , IEEEm,p,xp , MTSRc , QCtoHSxp en Tct,en,xp worden gedefinieerd en toegevoegd aan de lijst van definities. De begrippen EENh ,EEN’h , MTSRqctohcp en TI’h,g worden aangepast. Tot slot worden volgende begrippen uit de lijst geschrapt: Maximumrecht op Vervoersdiensten Ocuc en Wheeling en Tarief voor Ocuc en Wheeling. 131. Punt 3.1.1 Overzicht en kenmerken van de onderschreven MTSR van entry en Exit Diensten: als gevolg van de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten, de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten en de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan wordt dit punt op meerdere plaatsen aangevuld en/of gewijzigd. 132. Punt 3.1.3 Capaciteitsoverschrijdingen op Binnenlandse aansluitingspunten: de berekening van de capaciteitsoverschrijdingsvergoeding wordt vereenvoudigd. De berekening van de ingangscapaciteitsoverschrijdingen op een binnenlands aansluitingspunt voor injectie (punt 3.1.3.1) wordt aangepast en zal worden toegepast vanaf 10 oktober 2024. De berekening van de uitgangsoverschrijdingen op een binnenlands aansluitingspunt bij een eindgebruiker wordt aangepast en vereenvoudigd. De aangepaste berekeningsformule wordt van toepassing vanaf 01 oktober 2024. Vanaf dan zal de non-peak Exit Incentive niet meer verschuldigd zijn. 133. [VERTROUWELIJK] 134. [VERTROUWELIJK] 135. [VERTROUWELIJK] 136. [VERTROUWELIJK] Niet vertrouwelijke versie 33/46 137. Punt 3.2 Shorthaul Diensten: dit punt wordt volledig geschrapt als gevolg van het niet langer aanbieden van OCUC en Wheeling diensten. Punt 3.2 wordt nu Zeeplatform Dienst 138. Punt 3.4 Kwaliteitsconversie naar H Dienst: als gevolg van de aanbieding van kwaliteitsconversie naar H-gas op binnenlandse aansluitingspunten voor injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan wordt dit punt aangepast. De toewijzing van deze dienst op binnenlandse aansluitingspunten voor injectie gebeurd impliciet (zie verder in deze beslissing bij de bespreking van de wijzigingen van Bijlage B – Onderschrijving en Toewijzing van diensten). 139. Een marktpartij vraagt verduidelijking over het aanbod en over de toewijzing van de kwaliteitsconversie naar H-dienst op binnenlandse injectiepunten, aangezien dit niet duidelijk genoeg lijkt te zijn in de voorgestelde documenten. 140. Fluxys Belgium stelt dat de kwaliteitsconversie naar H-dienst voor H2/aardgasmengsels alleen aangeboden wordt op netwerklocaties waar een continue stroom H-gas is die kan dienen voor het mengen. Deze mogelijkheid wordt beoordeeld in het kader van de haalbaarheidsstudie die wordt uitgevoerd wanneer een lokale producent wil aansluiten op het vervoersnet. Bijgevolg wordt verwacht dat deze dienst slechts beschikbaar zal zijn op een beperkt aantal binnenlandse injectiepunten en dat slechts een beperkt aantal lokale producenten (of hun netgebruikers) een beroep zullen doen op de kwaliteitsconversie naar H-dienst. Verder wordt deze dienst aangeboden aan de lokale producent op basis van een vooraf gedefinieerde gassamenstelling (niet-compatibel gas) en rekening houdend met de mengmogelijkheden. Stroomafwaarts van het mengpunt wordt het mengsel een compatibel gas. De kwaliteitsconversie naar H-dienst voor H2/aardgasmengsels is gekoppeld aan een ingangsdienst en wordt aangerekend in termen van capaciteit, onafhankelijk van de effectief geïnjecteerde volumes. 141. CREG vraagt Fluxys Belgium de eerste paragraaf van punt 3.4 als volgt aan te passen: “De Kwaliteitsconversie naar H Diensten zijn onderbreekbaar.” 142. Punt 3.6 Substitutie Diensten: dit punt wordt op meerdere plaatsen gewijzigd door de schrapping van OCUC en Wheeling diensten. 143. Punt 3.8 Hertoewijzingsdienst voor Operational Capacity Usage Commitment: dit punt wordt volledig geschrapt als gevolg van het niet langer aanbieden van OCUC diensten. 144. Punt 6.2.1.2 Maandelijkse Capaciteitsvergoedingen op Binnenlandse Aansluitingspunten: dit punt wordt aangepast als gevolg van de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten, de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten en de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de berekening van de maandelijkse capaciteitsvergoeding voor entrydiensten en de berekening van de maandelijkse capaciteitsvergoeding voor exitdiensten. 145. Punt 6.2.1.4 Maandelijkse factuur voor Entry- en Exitdiensten onderworpen aan een Wheeling: dit punt wordt geschrapt wegens het niet langer aanbieden van Wheeling diensten. 146. Punt 6.2.1.5 Maandelijkse factuur voor Entry- en Exitdiensten onderworpen aan een OCUC: dit punt wordt geschrapt wegens het niet langer aanbieden van OCUC. 147. Punt 6.2.3 Maandelijkse Capaciteitsvergoeding Kwaliteitsconversie naar H Dienst op Installatiepunt ‘QC’: dit punt wordt aangepast als gevolg van de aanbieding van kwaliteitsconversie naar H-gas op binnenlandse aansluitingspunten voor injectie van H2/aardgasmengsels. De toewijzing van deze dienst op binnenlandse aansluitingspunten voor injectie gebeurd impliciet (zie verder in deze beslissing bij de bespreking van de wijzigingen van Bijlage B – Onderschrijving en toewijzing van diensten). Enkel voor de kwaliteitsconversie op installatiepunt ‘QC’ (omzetten L-gas naar H-gas) is een specifieke berekening van de maandelijkse factuur nog nodig. Niet vertrouwelijke versie 34/46 148. Punt 6.2.7 Maandelijkse Vergoeding voor Settlement van Vervoersonevenwicht: dit punt wordt aangepast wegens OCUC en Wheeling diensten niet langer aangeboden door Fluxys Belgium. 149. Punt 6.2.10 Capaciteitsoverschrijdingen: als gevolg van de invoering van de binnenlandse aansluitingspunten voor injectie is een capaciteitsoverschrijding op Entry mogelijk en wordt deze ook toegevoegd op de maandelijkse factuur. 150. Er waren geen verdere opmerkingen van de marktpartijen. De CREG heeft geen bijkomende opmerkingen en keurt de voorgestelde wijzigingen van Bijlage A - Vervoersmodel goed mits Fluxys Belgium de gevraagde aanpassingen in paragraaf 141 van deze beslissing doorvoert. Bijlage B – Onderschrijving en toewijzing van diensten 151. Punt 1 Definities: de begrippen EEA’h,cs,g ,EEA’h,cs,g,ars , EEM’h,pr,amr en PMVm,pr,amr worden gedefinieerd en toegevoegd aan de lijst van definities. Het begrip XEM’h,pr,amr wordt uit de lijst geschrapt. 152. Punt 2.2 Registratie voor Prisma: dit punt wordt aangepast als gevolg van de schrapping van het Elektronisch Boeking Systeem (EBS). Er kunnen geen diensten meer onderschreven worden via het EBS. 153. Punt 3.1 Onderschrijving en Toewijzing van Diensten: dit punt wordt aangepast als gevolg van de afschaffing van het Elektronisch Boekingsysteem (EBS) en het aanbod van OCUC en Wheeling diensten. Verder wordt dit punt gewijzigd en aangepast als gevolg van de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten, de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten en de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan. 154. Punt 3.2 Tarieftypes: dit punt wordt gewijzigd en aangepast als gevolg van de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten, de invoering van een conditioneel capaciteitstype voor ingangscapaciteit op binnenlandse injectiepunten en de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan. 155. Punt 3.3.4 Conversie van Ingangs- en Uitgangsdiensten in Wheeling of OCUC: dit punt wordt geschrapt als gevolg van de afschaffing van het aanbod van OCUC en Wheeling diensten. 156. Punt 3.4 Onderschrijving en Toewijzing van Diensten via EBS: dit punt wordt geschrapt als gevolg van de afschaffing van het Elektronisch Boeking Systeem (EBS) 157. Punt 3.5.1 Diensten op Binnenlandse aansluitingspunten bij Eindgebruiker en Binnenlandse Aansluitingspunten voor Injectie: dit punt wordt aangepast als gevolg van de introductie van de nieuwe binnenlandse injectiepunten en het begrip lokale producent. 158. Punt 3.5.2 Kwaliteitsconversie naar H Diensten: dit punt wordt aangepast als gevolg van de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan. De kwaliteitsconversie naar H dienst voor binnenlandse aansluitingspunten voor injectie wordt impliciet toegewezen. 159. Punt 3.5.6 Substitutiediensten en punt 3.6.8 Hertoewijzing dienst voor OCUC: worden respectievelijk aangepast en geschrapt wegens OCUC en Wheeling dienst niet langer aangeboden door Fluxys Belgium. 160. Punt 3.6.3 Kwaliteitsconversie naar H Diensten op Binnenlandse Aansluitingspunten voor Injectie: dit punt wordt aangepast als gevolg van de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar Niet vertrouwelijke versie 35/46 H voor de injectie van H2/aardgasmengsels. Het installatiepunt ‘H2IN’ wordt afgeschaft en de toewijzing wordt impliciet. 161. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen specifiek over Bijlage B. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging van Bijlage B – Onderschrijving en toewijzing van diensten goed. Bijlage C1 – Operationele regels 162. Punt 1.2 Definities en naamgevingsconventies: de begrippen EEAh,ip of xp,g , EEA’h,ip of xp,g , EEAh,g,ars , EEA’h,g,ars , EEMh,ars, EEM’h,ars en MTSRc worden gedefinieerd en toegevoegd aan de lijst van definities. De begrippen Prioriteitsbeperkingslijst, TStEMh , XEAh,ip of xp,g en XEA’h,ip of xp,g worden aangepast. 163. Punt 2.4 EDIG@S Code Netgebruiker: wordt aangepast wegens OCUC en Wheeling dienst niet langer aangeboden door Fluxys Belgium. 164. Punt 3 Nominaties en Hernominaties: dit punt wordt aangepast als gevolg van de invoering van nieuwe binnenlandse afnamepunten voor injectie, de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan en de invoering van een conditioneel capaciteitstype. Het zelfde geldt voor punt 4 Bevestigingen en punt 6 Toewijzingsprocedure. Punt 6 wordt aangevuld met de berekening van de voorlopige (punt 6.1.3.4) en definitieve (punt 6.1.3.5) ingang energie toewijzing. Het betreft hier de toewijzing van energie aan de relevante netgebruiker rekening houdend met de door de distributienetbeheerder aan Fluxys Belgium ter beschikking gestelde informatie afkomstig van de telegemeten lokale producenten op het DNB netwerk. 165. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen specifiek over Bijlage C1. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging van Bijlagen C1 – Operationele regels goed. Bijlage C2 – Operationele regels voor de onderbreking en beperking van Binnenlands Aansluitingspunt naar Eindafnemer en van Binnenlands Aansluitingspunt voor injectie 166. Bijlage C2 van het ACT werd aangepast als gevolg van de invoering van nieuwe binnenlandse afnamepunten voor injectie, de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan en de invoering van een conditioneel capaciteitstype. 167. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen specifiek over Bijlage C2. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging Bijlage C2 – Operationele regels voor de onderbreking en beperking van Binnenlands Aansluitingspunt naar Eindafnemer en van Binnenlands Aansluitingspunt voor injectie goed. Bijlage C3 – Operationele regels voor Kwaliteitsconversie naar H diensten 168. Bijlage C3 van het ACT werd aangepast als gevolg van de invoering van nieuwe binnenlandse afnamepunten voor injectie en de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H voor de injectie van H2/aardgasmengsels en biomethaan. 169. De kwaliteitsconversie naar H dienst bestaat uit twee aparte elementen met name een de dienst waarbij L-gas kan worden omgezet naar H op het installatiepunt ‘QC’, conceptuele naam waaronder de technische installaties zijn samengebracht waar de TSO de kwaliteitsconversie tussen L-gas en Hgas uitvoert, en de dienst op een binnenlands aansluitingspunt voor injectie waar de TSO een mengstation exploiteert dat de injectie van niet compatibel gas (H2 aardgasmengsels en biomethaan) Niet vertrouwelijke versie 36/46 in het H-gas netwerk mogelijk maakt. De dienst kwaliteitsconversie L-gas naar H-gas op installatiepunt ‘QC’ kan worden geboekt via het boekingsplatform Prisma. De dienst kwaliteitsconversie op het binnenlands aansluitingspunt voor injectie wordt impliciet toegewezen samen met de ingangsdienst op dit aansluitingspunt. 170. Punt 5 Nominaties en bevestigingen en Punt 6 Toewijzingen: deze punten wordt aangepast als gevolg van de herziening van de dienst kwaliteitsconversie naar H en de afschaffing van het installatiepunt ‘H2IN’. 171. Er waren geen opmerkingen van marktpartijen specifiek over Bijlage C3. De CREG heeft geen opmerkingen en keurt de voorgestelde wijziging Bijlage C3 – Operationele regels voor Kwaliteitsconversie naar H diensten goed. Bijlage C4 – Specifieke eisen op Aansluitingspunten 172. Punt 12 Operationele voorwaarden en kwaliteitseisen op binnenlandse afnamepunten: er wordt onderscheid gemaakt tussen binnenlandse afnamepunten van waaruit het geïnjecteerde gas één of meerdere interconnectiepunten of de opslaginstallatie van Loenhout zou kunnen bereiken en binnenlandse afnamepunten van waaruit dat niet het geval is. In het laatste geval is de concentratie aan toegelaten zuurstof 5 x hoger wat het voor een Lokaal Producent van biomethaan makkelijker maakt om gas te injecteren in het vervoersnet. De in de twee tabellen a en b met specificaties opgenomen te respecteren grenswaarden gelden nadat de kwaliteitsconversie naar H-dienst waar nodig werd toegepast. 173. Voor wat betreft de Wobbe-index werd het bereik verlaagt: de minimale waarde werd verhoogd naar 14.49 kWh/m³(
  48. n)en de maximale waarde werd verlaagd naar 15.05 kWh/m³(n). De kwaliteitsspecificaties werden uitgebreid met grenswaarden voor wat betreft propaan, ethyleen, chlorine, fluorine, ammonia, kwik en stof. Het geleverde aardgas mag geen andere elementen en onzuiverheden bevatten zoals maar niet beperkt tot methanol, condensaten en indien relevant, gasgeurstoffen in die mate dat het opnieuw geleverde aardgas niet in België kan worden getransporteerd, opgeslagen en verhandeld zonder bijkomende kosten voor kwaliteitsaanpassing. 174. In de mate dat in de toekomst alle gasstromen door en naar België, die mogelijk kunnen worden beïnvloed door de gaslevering van de toekomstige netgebruiker op het binnenlands aansluitingspunt voor injectie, bredere kwaliteitsspecificaties kunnen aanvaarden, zullen de kwaliteitsspecificaties dienovereenkomstig worden aangepast op voorwaarde dat de grenzen en waarden van de toepasselijke Europese normen, zoals die op dat moment op Europees niveau van kracht zijn, worden nageleefd. 175. [VERTROUWELIJK] 176. [VERTROUWELIJK] Niet vertrouwelijke versie 37/46 177. [VERTROUWELIJK] 178. [VERTROUWELIJK] 179. [VERTROUWELIJK] 180. [VERTROUWELIJK] 181. [VERTROUWELIJK] 182. [VERTROUWELIJK] Niet vertrouwelijke versie 38/46 183. [VERTROUWELIJK] 184. [VERTROUWELIJK] 185. [VERTROUWELIJK] Niet vertrouwelijke versie 39/46 186. Een marktpartij wijst erop dat frequentere schommelingen en verhoogde volatiliteit van de aardgassamenstelling nadelig is voor de efficiëntie van verschillende industriële processen en vraagt Fluxys Belgium om aan te geven of de voorgestelde wijzigingen de volatiliteit van de gassamenstelling kunnen verhogen. 187. Fluxys Belgium erkent dat de

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.