(B)2741 25 januari 2024 Beslissing over de klacht met het oog op een nieuw onderzoek die TotalEnergies heeft ingediend tegen de beslissing van 9 november 2023 over de terugbetaling van de kosten voor de betaling van de forfaitaire verwarmingspremie vastgelegd door de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie Artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Niet-vertrouwelijk CREG – Nijverheidsstraat 26-38, 1040 Brussel, België T +32 2 289 76 11 - www.creg.be INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................ 3
- WETTELIJK KADER ............................................................................................................................ 3
- ANTECEDENTEN............................................................................................................................... 4
- RAADPLEGING ................................................................................................................................. 5
- ANALYSE VAN DE KLACHT MET HET OOG OP EEN NIEUW ONDERZOEK......................................... 5
- 4.
- Over de ontvankelijkheid ........................................................................................................ 5 4.
- Over de grond .......................................................................................................................... 6 4.2.
- Over de strijdigheid met het wettelijke kader ................................................................ 6 4.2.
- Over de ongegronde weigering van beslissing ................................................................ 6 4.2.
- Over het gebrek aan passende motivatie ....................................................................... 7 BESLUIT ............................................................................................................................................ 8 Niet-vertrouwelijk 2/8 INLEIDING Op 9 november 2023 nam het directiecomité van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) een beslissing waarin ze de aangifte van schuldvordering van TotalEnergies Power & Gas Belgium nv (hierna “TotalEnergies”), enkel wat de terugbetaling van het bedrag van de aan de huishoudelijke afnemers betaalde verwarmingspremies (hierna “P100”) betrof, aanvaardde en de beslissing over de andere gemaakte kosten uitstelde tot de vaststelling van de regels voor de vastlegging van deze kosten door de koning. Op 23 november 2023 diende TotalEnergies een klacht met het oog op een nieuw onderzoek tegen deze beslissing in, met toepassing van artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (hierna de “elektriciteitswet”). Deze klacht wordt in deze beslissing behandeld. Deze beslissing bevat, naast de inleiding, vijf delen: het eerste deel bevat het wettelijk kader, het tweede deel beschrijft de antecedenten; het derde deel zet de redenen van het gebrek aan consultatie uiteen; het vierde deel omvat de analyse van de CREG over de argumenten van TotalEnergies in haar klacht met het oog op een nieuw onderzoek, het vijfde en laatste deel betreft de eigenlijke beslissing. De onderhavige beslissing werd door het directiecomité van de CREG goedgekeurd op 25 januari
- WETTELIJK KADER Artikel 28 van de elektriciteitswet bepaalt het volgende: "Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de commissie genomen beslissing mag, binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van deze beslissing een klacht indienen bij de commissie teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken. Deze klacht heeft geen schorsende werking en sluit de indiening van een beroep voor het Marktenhof met toepassing van artikel 29bis niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe. De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt via aangetekend schrijven of mits neerlegging met ontvangstbewijs tot de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden. De commissie neemt haar beslissing met betrekking tot de klacht binnen een termijn van twee maanden vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek."
- Artikel 24 van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie bepaalt onder andere het volgende: “§
- De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt. […] §
- De Koning kan, na advies van de commissie en beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor het elektriciteitsbedrijf van de activiteiten bedoeld in dit hoofdstuk, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook Niet-vertrouwelijk 3/8 desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in paragraaf 2.”
- Daarnaast bepaalt artikel 2, §1 van het koninklijk besluit van 11 september 2022 houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsbedrijven van de activiteiten inzake de verwarmingspremie het volgende: “Uiterlijk de veertiende dag na de publicatie van het koninklijk besluit van 4 juni 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 september 2022 houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsbedrijven van de activiteiten inzake de verwarmingspremie, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in artikel 24, § 2 van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie dienen de leveranciers bij de commissie bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs een schuldvordering in met betrekking tot het saldo van de kosten van de betaling van de eenmalige forfaitaire verwarmingspremie”.
- ANTECEDENTEN
- Op 28 juni 2023 diende TotalEnergies bij de CREG een aangifte van schuldvordering voor de kosten van de betaling van de forfaitaire verwarmingspremie van € 100, in overeenstemming met de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie en de procedure voorzien door het koninklijk besluit van 11 september 2022 houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsbedrijven van de activiteiten inzake de verwarmingspremie, in.
- Aan de hand van een beslissing van 9 november 2023 aanvaardde de CREG de aangifte van schuldvordering m.b.t. de terugbetaling van het bedrag van de premies die TotalEnergies aan de huishoudelijke afnemers had betaald terwijl ze het volgende toevoegde (vrije vertaling): “Met betrekking tot uw aangifte van schuldvordering betreffende de administratieve kosten in het kader van het beheer van deze verwarmingspremies, die € 440.335,20 bedraagt, heeft de koning nog geen regels voor de bepaling van de betreffende kost, zoals artikel 24, §2 van de wet van 28 februari 2022 voorziet, vastgelegd. Bijgevolg kan de CREG momenteel geen beslissing over een eventuele terugbetaling van deze administratieve kosten nemen. Deze beslissing zal genomen kunnen worden zodra de CREG over een wettelijke basis voor de bepaling van deze kosten beschikt.”
- Op 23 november 2023 maakte de CREG haar advies (A)2706 over de mogelijkheid, voor de leveranciers om een terugbetaling te krijgen van de kosten voor de toekenning van bepaalde federale energiepremies over aan de ministers van Energie en Economie. In dit advies stelde de CREG een formule voor de raming van het maximumbedrag van de vordering administratieve kosten P100 voor.
- Op 12 december 2023 ontving de CREG van het kabinet Energie een ontwerp van koninklijk besluit houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor tussenkomst van leveranciers bij de toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremies. Dit ontwerp herneemt de berekeningsmethodologie van de CREG. Niet-vertrouwelijk 4/8
- Op 21 december 2023 verleende de CREG haar advies (A)2719 aan de ministers van Energie en Economie waarin ze positief stond tegenover het ontwerp van koninklijk besluit, mits enkele kleine wijzigingen (die geen betrekking hadden op de formules).
- RAADPLEGING Artikel 39 van het huishoudelijk reglement van de CREG bepaalt het volgende: “Het directiecomité zal geen raadpleging, noch een openbare, noch een niet-openbare, organiseren […] 4° wanneer de voorgenomen beslissing tot goedkeuring geen inhoudelijke wijzigingen betreft, zoals de rechtzetting van materiële vergissingen en/of het doorvoeren van louter redactionele verbeteringen;”
- Op basis van deze bepaling vindt de CREG dat ze geen raadpleging over deze beslissing moet organiseren. Volgens de hiernavolgende analyse blijkt immers dat de door TotalEnergies aangehaalde elementen niet kunnen leiden tot een wijziging van de beslissing waarover een nieuw onderzoek werd gevraagd. Het gaat in casu niet om e“n "beslissing tot goedkeur”ng" zoals in artikel 39, 4° van het huishoudelijk reglement. Volgens de CREG dient deze bepaling echter te worden geïnterpreteerd als een bepaling die betrekking heeft op een beslissing van de CREG die, zoals in casu, niet leidt tot een wijziging van de rechtsordening en dus puur bevestigend is.
- ANALYSE VAN DE KLACHT MET HET OOG OP EEN NIEUW ONDERZOEK 4.
- OVER DE ONTVANKELIJKHEID
- Conform artikel 28 van de elektriciteitswet dient een klacht met het oog op een nieuw onderzoek, om ontvankelijk te zijn, aan de volgende voorwaarden te voldoen: - ze moet ingediend worden binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van de bestreden beslissing; - ze moet ingediend worden via aangetekend schrijven of mits neerlegging met ontvangstbewijs; - ze moet een afschrift bevatten van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden.
- De CREG stelt vast dat de bestreden beslissing op 9 november 2023 aan Elia werd ter kennis gebracht en dat de klacht werd ingediend op 23 november 2023, hetzij de voorlaatste dag van de wettelijke termijn. De klacht bevat bovendien de motieven voor een herziening van de bekritiseerde beslissing en de kopie van deze beslissing, een van de bijlagen. Bovendien kan de verzending van de klacht via e-mail met ontvangstbevestiging worden beschouwd als gelijkwaardig aan de manieren om een klacht in te dienen uit artikel 28 van de elektriciteitswet. Niet-vertrouwelijk 5/8
- De klacht is dus ontvankelijk. 4.
- OVER DE GROND
- De klacht van TotalEnergies berust op drie argumenten:
(1)strijdigheid met het wettelijke kader
(2)ongegronde weigering van beslissing en
(3)gebrek aan goede motivering. 4.2.
- Over de strijdigheid met het wettelijke kader 4.2.1.
- Samenvatting van de argumentatie van de klager
- De wet van 28 februari 2022 én het koninklijk besluit van 11 september 2022 voorzien de volledige terugbetaling van de kosten van de leveranciers: niet enkel de bedragen van de uitbetaalde premies, maar ook de andere kosten i.v.m. de betaling ervan (gemobiliseerde menselijke middelen, bij de facturen gevoegde mededelingen, contacten met de klanten, ...). 4.2.1.
- Antwoord van de CREG
- De wet voorziet het principe van de terugbetaling van de kosten, maar niet de reikwijdte ervan. De koning wordt uitdrukkelijk belast met de bepaling van de kost, voor de elektriciteitsbedrijven, van de activiteiten inzake de verwarmingspremie en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan. Als er wordt uitgegaan van een tussenkomst door de leveranciers in de kosten wordt er noodzakelijkerwijze verondersteld dat de terugbetaling gedeeltelijk kan zijn (aan de koning gelaten beoordelingsmarge). De CREG erkent dat de betreffende bepalingen van de koning duidelijker hadden kunnen zijn, maar uit de context kan worden afgeleid dat de tussenkomst beperkt is tot de bedragen van de premies. Er worden immers dezelfde zinnen gebruikt als in de besluiten over de sociale tarieven die eveneens elke terugbetaling van administratieve kosten uitsluiten. Bovendien valideert een gebrek aan duidelijkheid in de regelgeving niet de interpretatie dat enkel een volledige terugbetaling wettelijk zou zijn. De koning is en blijft belast met een discretionaire bevoegdheid wat de gemaakte kosten en de tussenkomst van de leveranciers betreft; niets suggereert een gebonden bevoegdheid. 4.2.
- Over de ongegronde weigering van beslissing 4.2.2.
- Samenvatting van de argumentatie van de klager
- De CREG kon niet weigeren om een uitspraak te doen in afwachting van een hypothetisch nieuw koninklijk besluit tot bepaling van de regels voor de bepaling van de kost in verband met de terug te betalen administratieve kosten. Een weigering om een uitspraak te doen staat gelijk aan een weigering om een deel van de kosten terug te betalen. Het koninklijk besluit van 11 september 2022 machtigt de CREG om de realiteit van alle kosten te controleren, ook van de bijhorende kosten en daarover een beslissing te nemen. 4.2.2.
- Antwoord van de CREG
- De CREG heeft niet geweigerd om een uitspraak te doen, en heeft zeker niet, zelfs impliciet, een deel van de kosten geweigerd. Slechts een deel van de finale beslissing werd uitgesteld in afwachting van een koninklijk besluit, dat weliswaar nog hypothetisch is, maar dat het kabinet van de minister van Niet-vertrouwelijk 6/8 Energie toch schriftelijk had aangekondigd en waarvan de grote lijnen sindsdien duidelijker zijn geworden (zie deel ‘Antecedenten’ hierboven). De reden van dit uitstel is opnieuw de bevoegdheid die de koning heeft gekregen inzake de bepaling van de kosten en de eventuele tenlasteneming ervan door de leveranciers (artikel 24, § 4 van de wet van 28 februari 2022). Aangezien de CREG zich niet in de plaats van de koning kan stellen zonder haar bevoegdheid te overschrijden, was ze verplicht de ordetermijn uit artikel 3, §3 van het koninklijk besluit te overschrijden. Het spreekt voor zich dat deze situatie niet eeuwig kan blijven duren en dat ze opnieuw zou moeten worden geëvalueerd als het koninklijk besluit dat wordt uitgewerkt niet binnen een redelijke termijn gereed zou zijn. In het kader hiervan wenst de CREG te benadrukken dat ze met het uitstel haar beslissingsbevoegdheid geenszins heeft uitgeput. 4.2.
- Over het gebrek aan passende motivatie 4.2.3.
- Samenvatting van de argumentatie van de klager
- Het argument van de CREG dat ze moest wachten tot de koning de modaliteiten voor de bepaling van de kosten van de betaling van de verwarmingspremie vastlegt, stond al in haar instructies over de aangifte van schuldvordering. TotalEnergies heeft dat weerlegd in haar brief van 28 juni 2023 bij haar aangifte van schuldvordering. Door hetzelfde standpunt enkel te herhalen, zonder rekening te houden met de elementen die TotalEnergies had aangebracht, heeft de CREG haar beslissing niet goed gemotiveerd. 4.2.3.
- Antwoord van de CREG
- In haar aangifte van schuldvordering betwistte TotalEnergies de instructies van de CREG aangezien ze het volgende vermeldden: ”In het huidige kader worden geen administratieve kosten terugbetaald”.1 Daartoe heeft TotalEnergies in wezen de argumenten uit punt 4.2.1 hierboven aangehaald. De CREG verwijst bijgevolg naar haar antwoord onder punt 4.2.1.2 dat het standpunt uit de instructies, meer omstandig, bevestigt. De CREG is van mening dat het voornaamste gezegd was en dat de motiveringsplicht geen antwoord op elk afzonderlijk detail vereist. Het was voldoende duidelijk dat de CREG bij haar standpunt over de machtiging van de koning bleef, wat voldoende was om de bestreden beslissing te onderbouwen. Voor zover nodig bevat het antwoord onder punt 4.2.1.2 de ontbrekende motivering, als het daaraan ontbrak. Een procedure van een klacht met het oog op een nieuw onderzoek is immers geen beroep in rechte maar maakt het mogelijk de grond van de zaak te herbekijken en, indien nodig, de motieven aan de grond van de beslissing aan te vullen. 1 https://www.creg.be/sites/default/files/assets/Forms/Social/Instructies_verwarmingspremie_100e.pdf Niet-vertrouwelijk 7/8
- BESLUIT Gelet op artikel 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; Gelet op de beslissing van 9 november 2023 van de CREG over de terugbetaling van de kosten betreffende de verwarmingspremie aan TotalEnergies; Gelet op de klacht met het oog op een nieuw onderzoek tegen deze beslissing die TotalEnergies op 23 november 2023 heeft ingediend; Overwegende dat deze klacht ontvankelijk is; Overwegende de motivering uit paragraaf 11 tot 60 van deze beslissing; Beslist de CREG om de klacht met het oog op een nieuw onderzoek te verwerpen. Voor de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas: Ilse TANT Directeur Niet-vertrouwelijk Sigrid JOURDAIN Directeur Koen LOCQUET Voorzitter van het Directiecomité 8/8